CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Viermaandsrapportage 2022.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 19 mei 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de viermaandsrapportage 2022 en de daarin voorgestelde begrotingswijzigingen van de Begroting 2022 (VN2022-013539)36.477 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

H 2.3.1

• Hogere lasten door Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions (AMS) (€ 1,0 miljoen). Naar aanleiding van de actualisatie van de subsidiabele projectenportefeuille van de stichting AMS stijgen de lasten met € 1,0 miljoen in 2022, de lasten worden gedekt door de reserve AMS. • De eindejaarsmarge komt uit op een bedrag van ruim € 1 miljoen negatief. Dit wordt volledig veroorzaakt door inkomstenderving en extra lasten vanwege lockdowns en andere coronamaatregelen. De totale inkomstenderving in 2021 voor dienstverlening IN Amsterdam, de markten en bezoekersbijdrage Holland Casino bedraagt € 3,4 miljoen. Voor een groot gedeelte is deze tegenvaller opgevangen binnen het programma, echter blijft aan het eind van het jaar nog een resultaat over van € 1 miljoen negatief. Dit is opgevangen met een herverdeling vanuit overige programma’s vanuit de Algemene Reserve. Deze mutatie is neutraal binnen de lasten van programma 3. • Lagere lasten als dekking voor de lagere baten door geldende corona­ maatregelen aan het begin van het jaar die invloed hadden op de inkomsten voor de markten en de bezoekersbijdrage Holland Casino. Vooruitkijkend naar 2022 zijn verschillende scenario’s denkbaar, waarbij diverse variabelen onzeker zijn en waar Gemeente Amsterdam geen invloed op heeft, maar die wel van invloed zijn op de geschatte inkomstenderving (€ 0,6 miljoen).

• Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen (€ 1,9 miljoen).

Reserves (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Onttrekking

24,5

10,4

7,0

3,3

0,5

Toevoeging

17,5

4,7

6,2

0,2

1,7

Saldo laatst vastgestelde begroting

7,0

5,7

0,8

3,1

-1,2

Onttrekking

3,7

2,4

2,9

-0,1

-0,1

Toevoeging

5,8

-1,5

-3,0

0,0

-1,5

Saldo effecten viermaands

-2,1

3,9

5,9

-0,1

1,4

Onttrekking

28,2

12,8

9,9

3,2

0,4

Toevoeging

23,3

3,2

3,2

0,2

0,2

Saldo na viermaands

4,8

9,6

6,7

3,0

0,2

Onttrekkingen aan reserves Hogere onttrekking met € 3,7 miljoen in 2022 en met € 2,4 miljoen in 2023. In 2024 stijgen de onttrekkingen met € 2,9 miljoen, in 2025 en vanaf 2026 dalen de onttrekkingen met € 0,1 miljoen. • Hogere onttrekking aan de reserve Economische Structuurversterking (ESV) (€ 2,8 miljoen). • De hogere onttrekking hangt samen met hogere lasten in programma 3 en betreft het actualiseren van het kasritme van de reserve Economische Structuurversterking. De subsidielasten en de lasten ten behoeve van de lopende programma’s in het kader van het stimuleren van de economische structuur en arbeidsmarktversterking en het herstel- en investeringsprogramma worden geactualiseerd. • Hogere onttrekking aan de reserve Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions (AMS) (€ 1,0 miljoen). De hogere onttrekking hangt samen met de hogere lasten in programma 3 naar aanleiding van het actualiseren van de subsidiabele projectenportefeuille van de stichting AMS. • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen (€ 0,1 miljoen).

Toevoegingen aan reserves Hogere toevoeging met € 5,8 miljoen in 2022 en lagere toevoeging met € 1,5 miljoen in 2023, € 3,0 miljoen in 2024 en € 1,5 miljoen in 2026. • Hogere toevoeging aan de reserve Economische Structuurversterking (ESV) (€ 6,0 miljoen). In de periode tussen het voorbereidingsbesluit en de definitieve vaststelling in de raad van de participatie in ROM InWest heeft er een wijziging plaatsgevonden in de opbouw van het fonds. De opbouw was in eerste instantie € 1,6 miljoen per jaar en dat is later aangepast naar € 3,0 miljoen per jaar tot een maximum van € 12 miljoen. Door deze wijziging vindt er een kasschuif plaats van de middelen voor ESA, zodat de meerjarenbegroting weer aansluit op het besluit. • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen (€ 0,2 miljoen).

32

H 2.4

2.4 Kunst, cultuur en erfgoed (bedragen x € 1 miljoen) Baten

2022

2023

2024

2025

2026

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

Lasten

184,3

184,3

183,8

178,7

178,3

Saldo laatst vastgestelde begroting

-183,5

-183,5

-182,9

-177,8

-177,4

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

Baten Lasten

7,5

2,2

2,2

1,3

1,2

Saldo effecten viermaandsrapportage

-7,5

-2,2

-2,1

-1,2

-1,2

Baten

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

Lasten

191,9

186,6

186,0

180,0

179,5

Saldo na viermaandsrapportage

-191,0

-185,6

-185,0

-179,1

-178,6

Op programmaniveau worden geen toelichtingen geschreven, dit gebeurt per programma onderdeel. (bedragen x € 1 miljoen) Apparaatslasten

2022

2023

2024

2025

2026

4,6

4,3

4,2

4,2

4,4

33

H 2.4.1

2.4.1 Kunst en cultuur (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

Lasten

181,2

181,6

181,2

176,1

175,6

Saldo laatst vastgestelde begroting

-180,5

-180,8

-180,4

-175,4

-174,9

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Baten Lasten

7,2

2,1

2,1

1,2

1,2

Saldo effecten viermaands

-7,2

-2,1

-2,1

-1,2

-1,2

Baten

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

Lasten

188,4

183,7

183,3

177,3

176,8

Saldo na viermaands

-187,6

-182,9

-182,5

-176,5

-176,0

Baten Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van een afwijking op de baten groter dan € 1 miljoen.

Lasten De totale lasten in dit programmaonderdeel stijgen met € 7,2 miljoen in 2022, in 2023 en 2024 stijgen de lasten met € 2,1 miljoen en in 2025 en 2026 stijgen de lasten met € 1,2 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Eenmalig hogere lasten in 2022 voor de uitbreiding van het steunplan Kunst en Cultuur 2021-2022 (€ 2,5 miljoen). In november 2021 heeft het college besloten over de uitbreiding van het steunplan Kunst en Cultuur 2021-2022, waarbij het deel voor 2022 voor € 1,85 miljoen nog ongedekt bleef. Daarbij is ook besloten dat bij een onderbesteding voor meer dan € 2,45 miljoen in 2021, het meerdere wordt overgeheveld naar 2022 voor het steunplan Kunst en cultuur in 2022. De totale onderbesteding in 2021 ten opzichte van het steunplan bedraagt € 4,9 miljoen, zodat € 2,5 miljoen wordt overgeheveld naar 2022. Dit budget wordt voor € 1,1 miljoen ingezet voor de onderdelen van het steunplan die in 2021 nog niet zijn gerealiseerd en voor € 1,4 miljoen voor het ongedekte deel van het steunplan 2022.

• Eenmalig hogere lasten door de eindejaarsmarge 2021 (€ 1,6 miljoen). De eindejaarsmarge zal onder andere worden aangewend voor de dekking van het resterende ongedekte deel van het steunplan Kunst en Cultuur in 2022 (€ 0,45 miljoen). • Hogere lasten voor cultuurcoaches. Na de positieve evaluatie van de pilot cultuurcoaches 2020-2021 heeft het college op 9 november 2021 de Regeling Cultuurcoach 2022-2024 vastgesteld. Het programma Onderwijs draagt jaarlijks bij aan deze regeling gedurende de looptijd van de regeling (drie jaar), hierdoor zijn de lasten hoger in dit programma en dalen de lasten met hetzelfde bedrag in het programma Onderwijs (€ 0,9 miljoen). • Hogere lasten door de bestuurlijke fusie met Weesp per 24 maart 2022. Hierdoor wordt de begroting van de gemeente Weesp toegevoegd aan die van de gemeente Amsterdam. In programma 4 worden de lasten voor Kunst en Cultuur toegevoegd, waaronder de vestiging van de openbare bibliotheek in Weesp (€ 0,6 miljoen). • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen (alleen opnemen indien van toepassing).

Reserves Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van een afwijking op de reserves.

34

H 2.4.2

2.4.2 Erfgoed (bedragen x € 1 miljoen) Baten

2022

2023

2024

2025

2026

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

Lasten

3,1

2,7

2,6

2,6

2,6

Saldo laatst vastgestelde begroting

-3,0

-2,6

-2,5

-2,5

-2,5

Baten

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

Lasten

0,4

0,1

0,1

0,1

0,1

Saldo effecten viermaands

-0,3

-0,1

-0,1

-0,1

0,0

Baten

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

Lasten

3,5

2,9

2,7

2,7

2,7

Saldo na viermaands

-3,3

-2,7

-2,5

-2,5

-2,5

Baten Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van een afwijking op de baten groter dan € 1 miljoen.

Reserves In dit programmaonderdeel is geen sprake van een afwijking op de reserves groter dan € 1 miljoen. (bedragen x € 1 miljoen) Onttrekking

2022

2023

2024

2025

2026

0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo laatst vastgestelde begroting

0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

Onttrekking

0,2

0,0

0,0

0,0

0,0

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo effecten viermaands

0,2

0,0

0,0

0,0

0,0

Onttrekking

0,3

0,0

0,0

0,0

0,0

Lasten

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

De totale lasten in dit programmaonderdeel stijgen met € 0,4 miljoen in 2022 en vanaf 2023 structureel met € 0,1 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Eenmalig hogere lasten in 2022 door de bestuurlijke fusie met Weesp per 24 maart 2022. Hierdoor wordt de begroting van de gemeente Weesp toegevoegd aan die van de gemeente Amsterdam. In dit programmaonderdeel worden de lasten voor monumenten toe­gevoegd (€ 0,2 miljoen). • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.

Saldo na viermaands

0,3

0,0

0,0

0,0

0,0

35

H 2.5

2.5 Onderwijs (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

60,2

60,2

60,2

60,2

60,2

Lasten

263,1

255,7

260,0

265,6

262,7

Saldo laatst vastgestelde begroting

-202,9

-195,5

-199,8

-205,4

-202,5

Baten

10,9

4,6

0,0

0,0

0,0

Lasten

11,5

14,1

4,9

8,2

14,0

Saldo effecten viermaands

-0,6

-9,5

-4,9

-8,2

-14,0

Baten

71,1

64,8

60,2

60,2

60,2

Lasten

274,7

269,7

264,9

273,8

276,7

Saldo na viermaands

-203,5

-205,0

-204,7

-213,6

-216,5

Op programmaniveau worden geen toelichtingen geschreven, dit gebeurt per programma onderdeel. (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Apparaatslasten

29,7

28,0

28,0

27,4

27,4

36

H 2.5.1

2.5.1 Onderwijs (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

60,2

60,2

60,2

60,2

60,2

Lasten

263,1

255,7

260,0

265,6

262,7

Saldo laatst vastgestelde begroting

-202,9

-195,5

-199,8

-205,4

-202,5

Baten

10,9

4,6

0,0

0,0

0,0

Lasten

11,5

14,1

4,9

8,2

14,0

Saldo effecten viermaands

-0,6

-9,5

-4,9

-8,2

-14,0

Baten

71,1

64,8

60,2

60,2

60,2

Lasten

274,7

269,7

264,9

273,8

276,7

Saldo na viermaands

-203,5

-205,0

-204,7

-213,6

-216,5

Baten De totale baten in dit programmaonderdeel stijgen met € 10,9 miljoen in 2022 en met € 4,6 miljoen in 2023. Voor de jaren na 2023 blijven de baten nagenoeg ongewijzigd. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere baten door rijksinkomsten voor het Nationaal Programma Onderwijs (NPO), zie ook toelichting bij de lasten (€ 10,2 miljoen in 2022 en € 4,6 miljoen in 2023). • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.

Lasten De totale lasten in dit programmaonderdeel stijgen met € 11,5 miljoen in 2022 en met € 14,1 miljoen in 2023. In 2024 stijgen de lasten met € 4,9 miljoen, in 2025 met € 8,2 miljoen en in 2026 met € 14,0 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onder­ wijs (NPO), zie ook toelichting bij de baten (€ 10,2 miljoen in 2022 en € 4,6 miljoen in 2023).

• Hogere lasten in 2023 door het toekennen van de eindejaarsmarge (€ 2,6 miljoen). • Hogere lasten in 2022 door het reserveren van middelen om kansen­ gelijkheid in het onderwijs te bevorderen (€ 2,7 miljoen). • Hogere lasten voor volwasseneducatie als gevolg van meer aanmeldingen in 2021 met doorloop naar 2022. Daarbovenop zullen de ontstane wachtlijsten naar verwachting tot meer trajecten dan regulier leiden in 2022. De wachtlijsten zijn ontstaan doordat tijdens de coronacrisis beperkt fysiek onderwijs kon plaatsvinden (€ 1,5 miljoen). • Hogere lasten vanaf 2022 door het toevoegen van de onderwijs­ budgetten Weesp aan de begroting van Amsterdam (€ 1,4 miljoen). • Hogere lasten in 2022 voor Leerlingenvervoer, door met name prijs­ stijgingen in het leerlingenvervoer, toename van het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs en de verlengde leertijd (€ 1,3 miljoen). • Lagere lasten in 2022 voor het afboeken van boekwaarden. Door ongunstige ontwikkelingen op de bouwmarkt en corona is de uitvoering van een aantal bouwprojecten vertraagd (€ 2,5 miljoen). • Lagere lasten in 2022 (€ 1,7 miljoen) die oplopen naar een stijging vanaf 2026 (€ 13 miljoen), door een actualisatie in de meerjarige kapitaallasten. De daling in 2022 is grotendeels toe te rekenen aan investeringen waarvan de uitgaven later plaatsvinden, waardoor de meerjarige kapitaallasten vanaf 2023 weer toenemen.

• Lagere lasten in 2022 voor onderwijsachterstandenbeleid (OAB), met name doordat het aantal peuters in de stad sterker is afgenomen. Het landelijke uurtarief kinderopvang in 2022 gelijk is gebleven terwijl we voor de gemeentelijke regeling een inflatiecorrectie hadden begroot en het subsidieplafond Kansenaanpak niet geheel is benut (€ 1,5 miljoen). • Lagere lasten in 2022 op een aantal VloA-regelingen in het Primair Onderwijs, doordat we verwachten dat het totale budget niet volledig zal worden door bijvoorbeeld de corona maatregelen, het lerarentekort en de extra middelen die scholen ontvangen vanuit het NPO (€ 1,1 miljoen). VloaA-regelingen hebeben als doel de kwaliteit van het onderwijs in Amsterdam te verbeteren, door het stimuleren van de onderwijs- en schoolontwikkeling van de Amsterdamse scholen.

37

H 2.5.1

• Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.

Reserves Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van onttrekking of toevoeging aan reserves.

38

H 2.6

2.6 Sport (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

16,9

16,9

16,9

16,9

16,9

Lasten

74,9

75,6

75,3

77,9

78,1

Saldo laatst vastgestelde begroting

-58,0

-58,7

-58,4

-61,0

-61,1

Baten

14,4

0,1

0,1

0,1

0,1

Lasten

18,3

0,1

2,0

1,7

1,0

Saldo effecten viermaandsrapportage

-3,9

0,0

-1,8

-1,6

-0,9

Baten

31,3

17,0

17,0

17,0

17,0

Lasten

93,2

75,7

77,3

79,6

79,1

Saldo na viermaandsrapportage

-61,9

-58,7

-60,2

-62,6

-62,0

Op programmaniveau worden geen toelichtingen geschreven, dit gebeurt per programmaonderdeel. (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Apparaatslasten

21,8

21,1

21,1

21,1

20,9

39

H 2.6.1

2.6.1 Sport (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

16,9

16,9

16,9

16,9

16,9

Lasten

74,9

75,6

75,3

77,9

78,1

Saldo laatst vastgestelde begroting

-58,0

-58,7

-58,4

-61,0

-61,1

Baten

14,4

0,1

0,1

0,1

0,1

Lasten

18,3

0,1

2,0

1,7

1,0

Saldo effecten viermaands

-3,9

0,0

-1,8

-1,6

-0,9

Baten

31,3

17,0

17,0

17,0

17,0

Lasten

93,2

75,7

77,3

79,6

79,1

Saldo na viermaands

-61,9

-58,7

-60,2

-62,6

-62,0

Baten De totale baten in dit programmaonderdeel stijgen met € 14,4 miljoen in 2022. Vanaf 2023 stijgen de baten met € 0,1 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere baten in 2022 uit de Specifieke Uitkering Sport (SPUK) (€ 13,5 miljoen). Met ingang van 1 januari 2019 is sport een zogenaamde vrijgestelde prestatie. Dat betekent dat wij sinds die datum geen btw over het gebruik van sportvoorzieningen berekenen. Daartegenover staat dat wij de btw op het beheren van- en investeren in sportvoorzieningen niet kunnen aftrekken. Ter compensatie van dit btw nadeel ontvangen wij een specifieke uitkering (SPUK). • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.

Lasten De totale lasten in dit programmaonderdeel stijgen met € 18,3 miljoen in 2022 en met € 0,1 miljoen in 2023. In 2024 stijgen de lasten met € 2,0 miljoen, in 2025 met € 1,7 miljoen en in 2026 met € 1,0 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten in 2022 door het btw nadeel van de sportvrijstelling per 1-1-2019 (€ 13,5 miljoen). Dit nadeel wordt geheel gecompenseerd door de ontvangen Specifieke Uitkering Sport (SPUK). Daardoor is het nadeel voor de begroting neutraal. Zie ook de toelichting bij de baten.

• Hogere lasten door de fusie met de gemeente Weesp (€ 1,2 miljoen in 2022 en € 1,1 miljoen van 2023 tot 2025). • Hogere lasten in 2022 door extra sportstimulering en subsidiëring van evenementen (€ 1,4 miljoen). Hiervoor zetten wij incidentele coalitiemiddelen in. • Hogere lasten doordat belastingen, heffingen en verzekeringen op sportpanden vanaf 2022 zijn ondergebracht in programma 6 (€ 0,9 miljoen). Deze lasten werden eerst verantwoord in programma B2. • Lagere lasten door actualisatie van kapitaallasten (€ 0,9 miljoen in 2022, € 1,8 miljoen in 2023, € 0,2 miljoen in 2025 en € 0,8 miljoen in 2026). Kapitaallasten (afschrijvingen) veranderen doordat nieuwe sportvoorzieningen worden opgeleverd, of bestaande geheel zijn afgeschreven. • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.

Reserves (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Onttrekking

0,7

0,7

1,2

2,0

0,7

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo laatst vastgestelde begroting

0,7

0,7

1,2

2,0

0,7

Onttrekking

3,3

0,1

0,1

0,1

0,1

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo effecten viermaands

3,3

0,1

0,1

0,1

0,1

Onttrekking

4,0

0,8

1,3

2,1

0,8

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo na viermaands

4,0

0,8

1,3

2,1

0,8

40

H 2.6.1

Onttrekkingen aan reserves Hogere onttrekking van € 3,3 miljoen in 2022 en € 0,1 miljoen vanaf 2023. • Hogere onttrekking aan de financieringsreserve sportaccommodaties door vrijval (€ 3,2 miljoen). Dit bedrag valt vrij omdat sportpanden, inclusief de bijbehorende kapitaallasten, zijn ondergebracht bij Gemeentelijk Vastgoed. • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.

Toevoegingen aan reserves Er zijn geen toevoegingen aan reserves op dit onderdeel.

41

H 2.7

2.7 Werk, inkomen en participatie (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

666,0

665,9

665,7

665,7

665,7

Lasten

1063,1

1048,8

1021,5

1020,9

1011,7

Saldo laatst vastgestelde begroting

-397,1

-382,9

-355,8

-355,2

-345,9

Baten

-17,9

5,9

5,9

5,9

5,9

Lasten

19,6

9,3

9,6

5,8

5,4

Saldo effecten viermaandsrapportage

-37,5

-3,4

-3,7

0,1

0,5

Baten

648,1

671,8

671,6

671,6

671,6

Lasten

1082,7

1058,1

1031,0

1026,7

1017,0

Saldo na viermaandsrapportage

-434,6

-386,3

-359,4

-355,1

-345,4

Op programmaniveau worden geen toelichtingen geschreven, dit gebeurt per programma onderdeel. (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Apparaatslasten

149,1

130,2

128,2

127,5

127,5

€

ABC

42

H 2.7.1

2.7.1 Inkomensregelingen (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

646,2

646,2

646,2

646,2

646,2

Lasten

723,7

718,6

719,7

723,4

719,6

Saldo laatst vastgestelde begroting

-77,5

-72,4

-73,5

-77,2

-73,3

Baten

-30,1

5,9

5,9

5,9

5,9

Lasten

-23,0

8,5

8,2

4,6

4,5

Saldo effecten viermaands

-7,1

-2,6

-2,3

1,3

1,4

Baten

616,2

652,1

652,1

652,1

652,1

Lasten

700,8

727,1

728,0

728,0

724,0

Saldo na viermaands

-84,6

-75,0

-75,8

-75,9

-71,9

Reserves (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Onttrekking

16,6

8,7

8,7

8,7

8,7

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo laatst vastgestelde begroting

16,6

8,7

8,7

8,7

8,7

Onttrekking

10,4

0,0

0,0

0,0

0,0

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo effecten viermaands

10,4

0,0

0,0

0,0

0,0

Baten

Onttrekking

27,0

8,7

8,7

8,7

8,7

De totale baten in dit programmaonderdeel dalen met € 30,1 miljoen in 2022 en stijgen met € 5,9 miljoen structureel vanaf 2023. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Lagere baten door de bijstelling van het Rijksbudget voor het verstrekken van bijstandsuitkeringen (€ 30,1 miljoen).

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo na viermaands

27,0

8,7

8,7

8,7

8,7

Lasten De totale lasten in dit programmaonderdeel dalen met € 23,0 miljoen in 2022 en stijgen met € 8,5 miljoen in 2023, in 2024 met € 8,2 miljoen, in 2025 met € 4,6 miljoen en in 2026 met € 4,5 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Lagere lasten door de verwachte ontwikkeling voor het verstrekken van bijstandsuitkeringen. Er wordt een dalende Amsterdamse trend verwacht (€ 24,8 miljoen). • Hogere lasten door technische herverdeling van kosten over programmaonderdelen 5.1, 7.1, 7.2 en 7.3. Per saldo is dit budgetneutraal en hiermee worden kosten zo direct en transparant mogelijk toegerekend aan de activiteiten (€ 2,3 miljoen). • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen (totaal € 0,5 miljoen lagere lasten).

Onttrekkingen aan reserves Hogere onttrekking van € 10,4 miljoen aan de reserve egalisatie inkomens­ deel en conjunctuur. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Onttrekking voor verlengen programma Veerkracht met een jaar (€ 4,2 miljoen). • Onttrekking door de bijstelling van het Rijksbudget voor het verstrekken van bijstandsuitkeringen. • Onttrekking voor het programma Meer kans op werk (MKOW) Door vertraging van activiteiten als gevolg van coronacrisis in 2021 worden activiteiten uitgevoerd in 2022 (€ 2,4 miljoen).

Toevoegingen aan reserves Er zijn geen toevoegingen aan reserves op dit onderdeel.

43

H 2.7.2

2.7.2 Werk, participatie en inburgering (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

6,2

6,0

5,9

5,9

5,9

Lasten

209,5

209,3

185,9

181,6

176,3

Saldo laatst vastgestelde begroting

-203,3

-203,3

-180,1

-175,7

-170,4

Baten

9,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Lasten

34,8

2,0

2,6

2,4

2,1

Saldo effecten viermaands

-25,8

-2,0

-2,6

-2,4

-2,1

Baten

15,1

6,0

5,9

5,9

5,9

Lasten

244,3

211,3

188,5

184,0

178,4

Saldo na viermaands

-229,2

-205,3

-182,6

-178,2

-172,5

Baten De totale baten in dit programmaonderdeel stijgen met € 9,0 miljoen in 2022. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere baten ter dekking van jaarlijkse specifieke uitkering voor inburgeringsvoorzieningen in 2022 (€ 6,0 miljoen). • Hogere baten uit het Europees Sociaal Fonds voor het project “Regio Amsterdam REACT-EU 2021” ter bevordering van het crisisherstel in de context van de coronapandemie (€ 3,0 miljoen).

Lasten De totale lasten in dit programmaonderdeel stijgen met € 34,8 miljoen in 2022 en met € 2,0 miljoen in 2023. In 2024 stijgen de lasten met € 2,6 miljoen, in 2025 met € 2,4 miljoen en in 2026 met € 2,1 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten door rijksmiddelen voor re-integratie, gemeentelijk schuldenbeleid en bijzondere bijstand als gevolg van de corona crisis. Deze middelen zijn bij begroting 2022 opgenomen als nog te ontvangen en toen ingezet over de jaren 2022-2025 (€ 10,4 miljoen). • Hogere lasten voor jaarlijkse inburgeringsvoorzieningen in 2022 (€ 6,0 miljoen). • Hogere lasten vanwege de einde­jaarsmarge 2021 van programma 7 (€ 4,3 miljoen).

• Hogere lasten door het onttrekken van middelen uit de egalisatie­ reserve inkomens­deel conjunctuur vanwege het verlengen van het programma Veerkracht, welke onder­nemers begeleidt naar werk (€ 3,2 miljoen). • Hogere lasten door middelen uit het Europees Sociaal Fonds in te zetten voor Intensivering arbeidsbeperkten / Sociaal werk, Hallo Werk, Banenplannen en Versnelling op uitstroom (€ 3,0 miljoen). • Hogere lasten door het onttrekken van middelen uit de egalisatie­reserve inkomensdeel. Als gevolg van de coronacrisis is er in 2021 vertraging ontstaan op het programma Meer kans op werk (€ 2,4 miljoen). • Hogere lasten door technische herverdeling van kosten over programmaonderdelen 5.1, 7.1, 7.2 en 7.3. Per saldo is dit budgetneutraal en hiermee worden kosten zo direct en transparant mogelijke toegerekend aan de activiteiten (€ 2,4 miljoen). • Hogere lasten door overheveling van middelen breed offensief en inburgering uit het gemeentefonds die in 2021 niet tot besteding zijn gekomen (€ 1,7 miljoen). • Hogere lasten voor banen in het jongerenwerk voor tijdelijke gesubsidieerde werkplekken voor jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt (€ 1,3 miljoen). • Hogere lasten door integratie van de gemeente Weesp voor sociaal werk, inburgering, loonkostensubsidie (€ 1,1 miljoen).

• Hogere lasten door de overheveling van niet bestede coalitiemiddelen in 2021 voor Community Wealth Building (€ 1,0 miljoen). • Lagere lasten door overheveling van budget naar programma B ter dekking van frictiekosten en naar programmaonderdeel 7.3 ter dekking van transitiekosten als gevolg van de reorganisatie van de uitvoering op het domein van werk participatie en inkomen (€ 1,7 miljoen). • Lagere lasten omdat een deel van de eindejaarsmarge wordt ingezet ten behoeve van het armoedekader (energie, tandartsvoorziening en voedselinitiatieven, € 1,4 miljoen) en aanpak statushouders vanuit de stadsdelen (€ 0,2 miljoen). • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.

Reserves Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van onttrekking of toevoeging aan reserves. 44

H 2.7.3

2.7.3 Armoede en schuldhulp

€

(bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

13,6

13,6

13,6

13,6

13,6

Lasten

129,9

120,8

115,8

115,8

115,8

Saldo laatst vastgestelde begroting

-116,3

-107,2

-102,2

-102,2

-102,2

3,2

0,0

0,0

0,0

0,0

Lasten

7,8

-1,3

-1,2

-1,2

-1,2

Saldo effecten viermaands

-4,6

1,3

1,2

1,2

1,2

Baten

• Hogere lasten voor transitiekosten die samen­hangen met de Klant­begeleider Inkomen. Dit zijn transitiekosten naar aanleiding van de herinrichting van de organisatie binnen programma 7 (€ 1,6 miljoen). • Hogere lasten als gevolg van extra inzet in de sfeer van bijzondere bijstand voor onder andere tandartsvoorziening en voedsel­ initiatieven. Deze hogere lasten worden bekostigd vanuit de eindejaars­ marge (1,4 miljoen). • Lagere lasten door technische herverdeling van kosten over programmaonderdelen 5.1, 7.1, 7.2 en 7.3. Per saldo is dit budgetneutraal en hiermee worden kosten zo direct en transparant mogelijke toegerekend aan de activiteiten (€ 2,5 miljoen). • Overige afwijkingen betreffen diverse kleinere bijstellingen van veelal lager geraamde posten (totaal € 0,6 miljoen lagere lasten).

Baten

16,8

13,6

13,6

13,6

13,6

Lasten

137,7

119,6

114,6

114,6

114,6

Saldo na viermaands

-120,9

-106,0

-101,0

-101,0

-101,0

Baten De totale baten in dit programmaonderdeel stijgen met € 3,2 miljoen in 2022. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere baten als gevolg van verwachte vergoedingen vanuit het rijk in het kader van de Kindertoeslagenaffaire (KOT) (€ 3,2 miljoen).

Reserves Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van onttrekking of toevoeging aan reserves.

Lasten De totale lasten in dit programmaonderdeel stijgen met € 7,8 miljoen in 2022 en dalen met € 1 ,3 miljoen in 2023 en daarna structureel met € 1,2 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten als gevolg van de verwachte uitgaven van de afhandeling in het kader van de Kindertoeslagenaffaire (KOT) (€ 3,2 miljoen). • Hogere lasten vanwege toegekende Rijksmiddelen voor een robuust rechtsbeschermingssysteem. Naar aanleiding van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) heeft het kabinet middelen beschikbaar gesteld om onder andere de sociaal raadslieden te versterken vanuit de portefeuille Armoede (€ 3,5 miljoen). • Hogere lasten als gevolg van de bestuurlijke fusie tussen Amsterdam en Weesp. De kosten voor armoedebeleid in het voormalig gebied van Weesp worden voortaan structureel verantwoord in dit programmaonderdeel (€ 1,2 miljoen).

45

H 2.8

2.8 Volksgezondheid, jeugd en zorg (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

66,4

65,9

66,1

66,1

66,1

Lasten

1029,7

1008,3

974,3

975,0

976,9

Saldo laatst vastgestelde begroting

-963,3

-942,4

-908,1

-908,9

-910,8

Baten

105,1

-2,8

-2,8

-2,8

-2,8

Lasten

196,2

-3,8

-6,8

-7,6

-8,7

Saldo effecten viermaandsrapportage

-91,0

1,1

4,0

4,8

5,9

Baten

171,5

63,1

63,3

63,3

63,3

Lasten

1225,8

1004,5

967,5

967,4

968,2

Saldo na viermaandsrapportage

-1054,3

-941,4

-904,1

-904,0

-904,8

Op programmaniveau worden geen toelichtingen geschreven, dit gebeurt per programma onderdeel. (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Apparaatslasten

206,0

144,9

144,8

145,4

145,6

46

H 2.8.1

2.8.1 Basisvoorzieningen en diversiteit (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

42,8

42,5

42,5

42,5

42,5

Lasten

223,1

217,8

215,8

215,3

217,0

Saldo laatst vastgestelde begroting

-180,4

-175,3

-173,3

-172,8

-174,5

Baten

105,7

0,0

0,0

0,0

0,0

Lasten

113,7

1,5

1,5

2,4

0,7

Saldo effecten viermaands Baten

-8,0

-1,5

-1,5

-2,5

-0,8

148,5

42,4

42,4

42,4

42,4

Lasten

336,9

219,3

217,2

217,7

217,7

Saldo na viermaands

-188,3

-176,8

-174,8

-175,3

-175,2

Baten

• Hogere lasten van € 4,0 miljoen door toevoeging van de budgetten van Weesp. • Hogere lasten van € 2,2 miljoen door toegekende bedragen uit de septembercirculaire, onder andere voor Gezond in de Stad en de HPV campagne voor mannen. • Hogere lasten door de toevoeging van het subsidiebudget vanuit het Ontwikkelbuurten budget aan de sociale basis van € 1,7 miljoen. • Hogere lasten van € 1,0 miljoen in 2022 door onttrekking uit de reserve Streeklab voor het uitvoeren van vervolgonderzoek naar de effecten van de coronapandemie en het voorbereiden van het Streeklaboratorium en de andere laboratoria in Amsterdam op een eventuele volgende gezondheidscrisis. • Lagere lasten van € 1,0 miljoen lager (2022-2024) voor Diversiteit, omdat nog niet alle budgetten van programmaonderdeel 8.1 zijn overgeheveld naar programmaonderdeel 8.4. • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.

De totale baten in dit programmaonderdeel stijgen met € 105,7 miljoen in 2022. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere baten van € 105,9 miljoen van het ministerie van VWS voor het uitvoeren van taken voor coronabestrijding (testen, vaccineren, labwerk­ zaamheden) • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen

(bedragen x € 1 miljoen)

Lasten

Onttrekking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo laatst vastgestelde begroting

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Onttrekking

1,0

0,0

0,0

0,0

0,0

De totale lasten in dit programmaonderdeel stijgen met € 113,7 miljoen in 2022 en met € 1,5 miljoen in 2023. In 2024 stijgen de baten met € 1,5 miljoen, in 2025 met € 2,4 miljoen en in 2026 met €0,7 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten van € 105,9 miljoen voor het bestrijden van Corona. Deze taken worden geheel gefinancierd door het ministerie van VWS. Dit betreft de kosten van de test- en vaccinatiestraten, bron- en contactopsporing en labwerkzaamheden.

Reserves 2022

2023

2024

2025

2026

Toevoeging

0,3

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo effecten viermaands

0,7

0,0

0,0

0,0

0,0

Onttrekking

1,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Toevoeging

0,3

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo na viermaands

0,7

0,0

0,0

0,0

0,0

Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van een afwijking op de reserves groter dan € 1 miljoen. 47

H 2.8.2

2.8.2 Wijkteams (bedragen x € 1 miljoen) Baten

2022

2023

2024

2025

2026

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

Lasten

106,3

109,6

109,8

110,3

110,3

Saldo laatst vastgestelde begroting

-106,2

-109,6

-109,7

-110,3

-110,3

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

Baten Lasten

13,9

6,0

5,7

5,3

6,0

Saldo effecten viermaands

-13,1

-5,2

-4,8

-4,5

-5,1

Baten

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

Lasten

120,2

115,7

115,5

115,7

116,3

Saldo na viermaands

-119,3

-114,7

-114,6

-114,7

-115,4

Baten De totale baten in dit programmaonderdeel stijgen met € 0,9 miljoen structureel vanaf 2022. Dit effect is het gevolg van: • Hogere baten van € 0,85 miljoen voor de MBO Jeugdteams. Dit betreft een bijdrage vanuit de vier MBO-colleges die wordt aangewend voor advies omtrent specialistische jeugdhulp op het middelbaar beroeps­ onderwijs. Hiertegenover staan hogere uitgaven.

Lasten De totale lasten in dit programmaonderdeel stijgen met € 13,9 miljoen in 2022 en met € 6,0 miljoen in 2023. In 2024 stijgen de lasten met € 5,7 miljoen, in 2025 met € 5,3 miljoen en in 2026 met € 6,0 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten van € 11,2 miljoen voor brede verbeteringen in beleid en uitvoering. Als reactie op het rapport van de Parlementaire Onder­ vragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) heeft het Rijk meerjarig incidenteel middelen beschikbaar gesteld om de gemeentelijke dienst­ verlening te versterken. Er zijn verschillende actielijnen. Twee actielijnen worden nu opgenomen in programma 8. Over de precieze inzet van de middelen zal een collegebesluit worden voorgelegd, waarna bij de Begroting 2023 de middelen aan de producten en over de jaren worden verdeeld.

– Een van de actielijnen waarvoor middelen verstrekt zijn is de impuls integraal werken (€ 3,5 miljoen, waarvan € 3 miljoen is over­geheveld uit 2021). De middelen zijn bedoeld om methoden voor integraal werken te ontwikkelen voor de aanpak van meervoudige problematiek en om geleerde lessen beter met elkaar te delen. – Voor de actielijn versterking wijkteams is € 7,7 miljoen beschikbaar gesteld, waarvan € 3,8 miljoen is overgeheveld uit 2021. De middelen zijn voor extra uitvoeringscapaciteit in de sociale wijkteams en kunnen worden aangewend om de coördinatie tussen de verschillende soorten van hulpverlening in het sociaal domein te verbeteren en te versterken. • Hogere lasten van € 1,5 miljoen voor Buurtteams. Vanwege de groei van de stad stijgen ook de uitgaven voor Buurtteams (€ 0,4 miljoen), er is een hogere indexatie van de subsidie aan Buurtteams om de loonstijging te compenseren (€ 0,4 miljoen) en er zijn hogere transitiekosten bij de overgang van Ambulante Ondersteuning naar Buurtteams (€ 0,7 miljoen). Deze € 0,7 miljoen wordt onttrokken aan de egalisatiereserve Wmo. • Hogere lasten van € 0,85 miljoen voor MBO Jeugdteams. Dit betreft uitgaven die beschikbaar zijn gesteld door de MBO-colleges en worden ingezet voor advies omtrent specialistische jeugdhulp op het middel­ baar beroepsonderwijs. Hiertegenover staan hogere baten.

• Lagere lasten van € 1,1 miljoen voor flexibel preventief aanbod voor jongeren (FPAJ). Als gevolg van een herijking van de budgetten voor jeugdhulp zijn deze middelen toegevoegd aan het budget hoog specialistische jeugdhulp waarvoor dit budget wordt aangewend (verschuiving naar programmaonderdeel 8.3). • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.

Reserves Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van onttrekking of toevoeging aan reserves. 48

H 2.8.3

2.8.3 Individuele voorzieningen (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

23,5

23,4

23,6

23,6

23,6

Lasten

691,5

674,0

641,7

642,4

642,6

Saldo laatst vastgestelde begroting

-668,0

-650,6

-618,2

-618,8

-619,0

-1,5

-3,6

-3,6

-3,6

-3,6

Lasten

67,5

-12,3

-14,9

-15,4

-15,4

Saldo effecten viermaands

-69,0

8,8

11,4

11,8

11,8

Baten

Baten

22,1

19,8

20,0

20,0

20,0

Lasten

759,0

661,6

626,8

627,0

627,2

Saldo na viermaands

-737,0

-641,8

-606,8

-607,0

-607,2

Baten De totale baten in dit programmaonderdeel dalen met € 1,5 miljoen in 2022 tot € 3,6 miljoen structureel vanaf 2023. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Lagere baten van € 1,5 miljoen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen, waarvan € 3,8 miljoen lagere eigen bijdragen voor Beschermd Wonen doordat cliënten zijn overgegaan naar de Wet langdurige zorg (Wlz). Hiertegenover staan € 2,3 miljoen hogere baten voor (flexibele) huisvesting van kwetsbare doelgroepen. We hebben een specifieke uitkering van het Rijk ontvangen voor het versneld realiseren van deze huisvesting. Deze uitkering is vanwege vertraging in de uitvoering van de geplande werkzaamheden overgeheveld uit 2021. • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.

Lasten De totale lasten in dit programmaonderdeel stijgen met € 67,5 miljoen in 2022 en dalen met € 12,3 miljoen in 2023. In 2024 dalen de lasten met € 14,9 miljoen, in 2025 met € 15,4 miljoen en in 2026 met € 15,4 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten van € 70,5 miljoen voor specialistische jeugdhulp als gevolg van:

– € 65,9 miljoen extra beschik­baar gestelde Rijksmiddelen in de septembercirculaire 2021. Deze middelen zijn ter compensatie van de (structurele) tekorten bij de gemeenten als het gaat om jeugdzorg. Dit is een reactie op het AEF-rapport hierover en aanbevelingen van de arbitrage­ commissie (Commissie van Wijzen). De hoogte van de compensatie vanaf 2023 is nog onzeker en onderwerp van gesprek tussen het Rijk en de VNG. – Hogere lasten van € 3,5 miljoen voor specialistische jeugdhulp. Dit betreft middelen die in de september- en decembercirculaire beschikbaar zijn gesteld voor de aanpak van de wachttijden in de jeugdzorg en de (cruciale) jeugdhulp. Deze middelen zijn via de reserve gemeentefonds overgeheveld naar 2022. – Hogere lasten van € 1,1 miljoen voor hoog specialistische jeugdhulp. Als gevolg van een herijking van de budgetten voor jeugdhulp worden deze middelen toegevoegd aan het budget. Deze middelen zijn afkomstig uit het flexibel preventief aanbod voor jongeren (FPAJ, overgeheveld van programmaonderdeel 8.2). • Hogere lasten van € 10,6 miljoen wegens toekenning van de eindejaars­ marge 2021 aan programma 8. • Hogere lasten van € 7,4 miljoen door toevoeging van de budgetten van gemeente Weesp. • Hogere lasten van € 2,3 miljoen voor extra indexatie van specialistische jeugdhulp (€ 1,4 miljoen) en tarieven voor Wmo (€ 0,9 miljoen).

In de decembercirculaire 2021 zijn extra Rijksmiddelen beschikbaar gesteld. In de begroting 2021 is rekening gehouden met een nominale compensatie van 1,5%. Door toekenning van dit extra budget worden de personele lasten in de jeugdzorg met 1% bovenop de al eerder toegekende nominale compensatie opgehoogd. • Hogere lasten van € 1,5 miljoen voor Aanpak personeelstekorten Zorg (€ 1,0 miljoen) en Toegankelijkheid (€ 0,5 miljoen). De middelen zijn overgeheveld uit 2021.Voor Toegankelijkheid zijn deze middelen al verplicht of toegekend aan projecten en activiteiten die aansluiten op de tien speerpunten van de Amsterdamse inclusie agenda en waarvan de uitvoering in 2022 plaatsvindt. De middelen voor Aanpak Personeels­ 49

H 2.8.3

tekorten Zorg worden ingezet om de personeelstekorten in 2022 terug te dringen. • Lagere lasten van € 20,4 miljoen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen, vooral bestaande uit: – € 22,9 miljoen lagere lasten voor Beschermd Wonen doordat cliënten over zijn gegaan naar de Wet langdurige zorg (Wlz). De gemeentefondsmiddelen zijn verlaagd omdat er minder cliënten vanuit de Wmo geholpen hoeven te worden. – € 2,3 miljoen hogere lasten voor het versneld realiseren van (flexibele) huisvesting voor kwetsbare doelgroepen (€ 2,3 miljoen). Hiervoor is een specifieke uitkering ontvangen • Lagere lasten van € 3,8 miljoen voor Aanvullend Openbaar Vervoer (AOV), omdat verwacht wordt dat eind 2022 het gebruik op 85% van het niveau van voor de coronacrisis ligt. Dit bedrag wordt (verrekend met lagere baten) gedoteerd aan de egalisatiereserve Wmo. • Lagere lasten van € 1,6 miljoen voor Hulp bij Huishouden, omdat de afbouw van de wachtlijst geleidelijk verloopt vanwege personele beperkingen. Van het budget dat uit de egalisatiereserve wordt ingezet, schuift € 1,6 miljoen door van 2022 naar 2023, zodat in 2023 de wachtlijst volledig opgelost kan worden. • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.

Onttrekkingen aan reserves Hogere onttrekking met € 0,7 miljoen in 2022 en met € 1,7 miljoen in 2023. In 2024 stijgen de onttrekkingen met € 0,1 miljoen. • Hogere onttrekking aan de reserve Wmo voor de extra transitiekosten van Ambulante Ondersteuning naar Buurtteams in 2022 (€ 0,7 miljoen).

Toevoegingen aan reserves Hogere toevoeging met € 4,7 miljoen in 2022. • Hogere toevoeging aan de reserve Wmo door de onderbestedingen op AOV (gesaldeerd € 3,1 miljoen) en Hulp bij het Huishouden (€ 1,6 miljoen). De toevoeging van Hulp bij het Huishouden wordt in 2023 onttrokken.

Reserves 2022

2023

2024

2025

2026

Onttrekking

2,0

2,1

0,0

0,0

0,0

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo laatst vastgestelde begroting

2,0

2,1

0,0

0,0

0,0

Onttrekking

0,7

1,7

0,1

0,0

0,0

Toevoeging

4,7

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo effecten viermaands

-4,0

1,7

0,1

0,0

0,0

Onttrekking

2,7

3,8

0,1

0,0

0,0

(bedragen x € 1 miljoen)

Toevoeging

4,7

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo na viermaands

-2,1

3,8

0,1

0,0

0,0

50

H 2.8.4

2.8.4 Diversiteit (bedragen x € 1 miljoen) Baten

2022

2023

2024

2025

2026

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Lasten

8,7

7,0

7,0

7,0

7,0

Saldo laatst vastgestelde begroting

-8,7

-7,0

-7,0

-7,0

-7,0

Baten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Lasten

1,0

1,0

1,0

0,0

0,0

Saldo effecten viermaands

-1,0

-1,0

-1,0

0,0

0,0

Baten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Lasten

9,7

7,9

7,9

7,0

7,0

Saldo na viermaands

-9,7

-7,9

-7,9

-7,0

-7,0

Baten Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van een afwijking op de baten groter dan € 1 miljoen.

Lasten De totale lasten in dit programmaonderdeel stijgen met € 1,0 miljoen in 2022 tot en met 2024. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Overheveling van budgetten die betrekking hebben op programma­ onderdeel Diversiteit uit programmaonderdeel 8.1 (€ 1 miljoen). • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen (alleen opnemen indien van toepassing).

Reserves Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van onttrekking of toevoeging aan reserves.

51

H 2.9

2.9 Duurzaamheid en ruimtelijke ordening (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

421,7

434,5

442,7

449,0

449,0

Lasten

482,4

465,8

470,9

437,3

432,5

Saldo laatst vastgestelde begroting

-60,7

-31,3

-28,2

11,7

16,4

Baten

2,4

-3,1

-7,0

-8,2

-3,6

Lasten

-6,3

-7,6

-12,3

-13,6

-10,3

Saldo effecten viermaandsrapportage

8,7

4,6

5,3

5,3

6,6

Baten

424,1

431,4

435,7

440,7

445,3

Lasten

476,1

458,2

458,6

423,7

422,2

Saldo na viermaandsrapportage

-52,0

-26,8

-22,9

17,0

23,1

Op programmaniveau worden geen toelichtingen geschreven, dit gebeurt per programma onderdeel. (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Apparaatslasten

45,5

41,9

40,5

40,0

40,0

52

H 2.9.1

2.9.1 Riool en drinkwater (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

222,3

224,8

229,3

235,6

235,6

Lasten

214,8

216,5

220,7

226,7

226,7

Saldo laatst vastgestelde begroting

7,6

8,3

8,6

8,9

8,9

Baten

-2,6

7,5

7,3

6,1

10,7

Lasten

-3,9

5,8

5,6

4,4

8,9

Saldo effecten viermaands

1,3

1,8

1,8

1,8

1,8

Baten

219,7

232,3

236,7

241,7

246,3

Lasten

210,9

222,3

226,3

231,0

235,6

8,9

10,0

10,3

10,6

10,6

Saldo na viermaands

Baten De totale baten in dit programmaonderdeel dalen met € 2,6 miljoen in 2022 en stijgen met € 7,5 miljoen in 2023. In 2024 stijgen de baten met € 7,3 miljoen, in 2025 met € 6,1 miljoen en in 2026 met € 10,7 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Lagere baten voor de drinkwatertaak worden primair veroorzaakt doordat de drinkwatertaak een gesloten systeem is van baten en lasten. Er worden lagere lasten voor chemicaliën, onderhoud en lagere kapitaallasten voor drinkwater in 2022 en verder verwacht (€ 4,2 miljoen). • Hogere baten rioolheffing vanaf 2022 omdat er meer betalers zijn door de fusie met Weesp (€ 2 miljoen in 2022, € 2,4 miljoen in 2023 en 2024, € 2 miljoen in 2025 en € 2,2 miljoen in 2026). • Hogere baten vanaf 2023 en verder komt grotendeels door toename aantal drinkwaterklanten (in 2025) en rioleringsaansluitingen als gevolg van de groei van de stad (€ 5 miljoen in 2023 en 2024, € 4 miljoen in 2025 en € 8,4 miljoen in 2026). • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1,0 miljoen.

€ 5,6 miljoen, in 2025 met € 4,4 miljoen en in 2026 met € 8,9 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Lagere lasten voor de drinkwatertaak worden primair veroorzaakt doordat de drinkwatertaak een gesloten systeem is van baten en lasten. Er worden lagere lasten voor chemicaliën, onderhoud en lagere kapitaallasten voor drinkwater in 2022 en verder verwacht (€ 4,2 miljoen). • Hogere lasten vanaf 2023 is het gevolg van de CAO stijging (Waterschap), fusie met Weesp, rioleringsaansluitingen door de groei van de stad en extra kosten voor digitale beveiliging. Ook voorzien we hogere kosten door ook PFAS-maatregelen, klimaatadaptatie en de nieuwe Kaderrichtlijn Water. • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1,0 miljoen.

Reserves (bedragen x € 1 miljoen) Onttrekking

2022

2023

2024

2025

2026

0,7

0,0

0,0

0,1

0,1

Toevoeging

0,0

0,1

0,1

0,2

0,2

Saldo laatst vastgestelde begroting

0,7

-0,1

-0,1

-0,1

-0,1

Onttrekking

0,4

0,0

0,0

0,0

0,0

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo effecten viermaands

0,4

0,0

0,0

0,0

0,0

Onttrekking

1,1

0,0

0,0

0,1

0,1

Toevoeging

0,0

0,1

0,1

0,2

0,2

Saldo na viermaands

1,1

-0,1

-0,1

-0,1

-0,1

Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van een afwijking op de reserves groter dan € 1 miljoen.

Lasten De totale lasten in dit programmaonderdeel dalen met € 3,9 miljoen in 2022 en stijgen met € 5,8 miljoen in 2023. In 2024 stijgen de lasten met 53

H 2.9.2

2.9.2 Afval en grondstoffen (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

185,7

200,4

204,1

204,1

204,1

Lasten

154,5

162,5

162,8

162,9

162,9

Saldo laatst vastgestelde begroting

31,2

37,9

41,3

41,2

41,2

Baten

4,9

-10,8

-14,5

-14,5

-14,5

Lasten

4,0

-11,4

-15,0

-15,0

-15,0

Saldo effecten viermaands

0,9

0,6

0,5

0,5

0,5

Baten

190,5

189,6

189,6

189,6

189,6

Lasten

158,5

151,1

147,8

147,9

147,9

Lasten

Saldo na viermaands

32,1

38,5

41,8

41,7

41,7

De totale lasten in dit programmaonderdeel stijgen met € 4,0 miljoen in 2022 en dalen met € 11,4 miljoen in 2023. Vanaf 2024 dalen de lasten structureel met € 15 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten voor voertuigen wegens hogere exploitatielasten (verzekeringen, brandstof, onderhoud en huur) (€ 3,1 miljoen). • Hogere lasten onderhoud inzamelmiddelen (containers), beheer en onderhoud (€ 2,5 miljoen). • Hogere lasten inzamelingslasten als gevolg van integratie budgetten voormalig Weesp (€ 2,2 miljoen). • Hogere lasten verhoging budget inzameling voor inhuur en opleidingen (€ 2,0 miljoen). Inhuur is hoger omdat het verzuim door o.a. corona hoger is. • Hogere lasten textielinzameling in eigen beheer (€ 1,2 miljoen). • Vanaf 2023 zijn de lasten voor het verwerken van afval te hoog ingeschat. Dit komt door zowel een te hoge inschatting van het aantal huishoudens als een te sombere inschatting van de gehele kostenontwikkeling in een eerder stadium (Begroting 2021). Dit resulteert in een aanpassing van de meerjarige kosten- en batenopbouw naar het niveau van 2022. • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.

Baten De totale baten in dit programmaonderdeel stijgen met € 4,9 miljoen in 2022 en dalen met € 10,8 miljoen in 2023. In 2024 dalen de baten met € 14,5 miljoen, in 2025 met € 14,5 miljoen en in 2026 met € 14,5 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere structurele baten afvalstoffenheffing als gevolg van integratie voormalig Weesp (€ 2,6 miljoen vanaf 2022). • Hogere baten in 2022 door prijsstijgingen van waardenfracties zoals papier, plastic en glas (€ 1,8 miljoen). • Hogere baten in 2022 wegens textielinzameling in eigen beheer (€ 1,2 miljoen). Tegenover deze hogere baten staat hetzelfde bedrag aan lasten. • Hogere baten in 2022 wegens ontvangen vergoeding van ondernemers bij de Amsterdamse recycle punten indien grofvuil wordt gestort (€ 0,9 miljoen). • Hogere baten heffing door tariefverschil tussen Weesp en Amsterdam periode na 24 maart (€ 0,9 miljoen). • Lagere structurele baten als gevolg van oninbaarheid en verhuis­ bewegingen (€ 3,4 miljoen vanaf 2022).

• Vanaf 2023 zijn de baten te hoog ingeschat. Dit komt door zowel een te hoge inschatting van het aantal huishoudens als een te sombere inschatting van de gehele kostenontwikkeling in een eerder stadium (Begroting 2021). Dit resulteert in een aanpassing van de meerjarige kosten- en batenopbouw naar het niveau van 2022. • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1,0 miljoen.

54

H 2.9.2

Reserves Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van een afwijking op de reserves groter dan € 1 miljoen. 2022

2023

2024

2025

2026

Onttrekking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo laatst vastgestelde begroting

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Onttrekking

0,3

0,0

0,0

0,0

0,0

(bedragen x € 1 miljoen)

Toevoeging

0,9

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo effecten viermaands

-0,5

0,0

0,0

0,0

0,0

Onttrekking

0,3

0,0

0,0

0,0

0,0

Toevoeging

0,9

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo na viermaands

-0,5

0,0

0,0

0,0

0,0

55

H 2.9.3

2.9.3 Duurzaamheid en milieubeheer (bedragen x € 1 miljoen) Baten

2022

2023

2024

2025

2026

5,0

1,2

1,2

1,2

1,2

Lasten

87,8

72,2

73,5

33,5

27,5

Saldo laatst vastgestelde begroting

-82,9

-71,0

-72,3

-32,3

-26,3

Baten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Lasten

-1,4

1,4

1,5

1,5

1,5

Saldo effecten viermaands

1,4

-1,5

-1,5

-1,5

-1,5

Baten

5,0

1,2

1,2

1,2

1,2

Lasten

86,5

73,6

75,0

34,9

28,9

Saldo na viermaands

-81,5

-72,4

-73,8

-33,7

-27,7

• Lagere lasten met betrekking tot het klimaatfonds. De lasten zijn conform de geplande activiteiten 2022 (€ 8,3 miljoen) inclusief de hogere lasten vliegwielmiddelen. Zo zal er dit jaar naar verwachting voor circa € 20 miljoen subsidie worden verstrekt voor het aardgasvrij maken van buurten die vallen binnen “Warm Amsterdam”. Deze subsidies worden echter pas als lasten verantwoord op het moment dat de vaststelling heeft plaatsgevonden, wat enkele jaren kan duren in verband met de duur van de (deels voorbereidende) werkzaamheden in deze buurten. • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.

Baten

Reserves

Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van een afwijking op de baten groter dan € 1,0 miljoen.

(bedragen x € 1 miljoen)

Lasten De totale lasten in dit programmaonderdeel dalen met € 1,4 miljoen in 2022. In 2023 stijgen de lasten met € 1,4 miljoen, in 2024 met € 1,5 miljoen, in 2025 met € 1,5 miljoen en in 2026 met € 1,5 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten op Luchtkwaliteit in 2022. De oorzaak hiervan is het moeilijk in te schatten uitgavenpatroon over de jaren heen. Deze lasten worden volledig gedekt door de reserve Stedelijk Mobiliteitsfonds (SMF) (€ 3,2 miljoen). • Hogere lasten met betrekking tot de aanvullende versnellingsmiddelen duurzaamheid (€ 2 miljoen). Deels (€ 1 miljoen) betreft dit projecten die in 2021 zijn voorbereid en gestart, maar die doorlopen in 2022. Daarnaast wordt er een extra onttrekking (€ 1 miljoen) gedaan aan de reserve om de werkzaamheden in 2022 voort te kunnen zetten op het niveau van 2021. Dekking hiervan komt voort uit de reserve Duurzaamheidsfonds. • Hogere lasten voor bodemsaneringsprojecten als gevolg van de actualisatie verwachte kosten bodemsaneringen en nazorg in 2022. Tegenover deze lasten staat een onttrekking aan de reserve Bodemsanering (€ 1,2 miljoen).

2022

2023

2024

2025

2026

Onttrekking

62,9

44,5

42,4

5,1

5,1

Toevoeging

40,5

2,9

2,9

2,8

2,8

Saldo laatst vastgestelde begroting

22,5

41,6

39,6

2,2

2,2

Onttrekking

31,7

1,4

1,4

1,5

1,5

Toevoeging

0,2

-0,5

-0,6

-0,6

-0,7

Saldo effecten viermaands

31,4

1,9

2,0

2,1

2,2

Onttrekking

94,6

45,9

43,9

6,6

6,6

Toevoeging

40,7

2,4

2,3

2,2

2,1

Saldo na viermaands

53,9

43,5

41,5

4,4

4,4

Onttrekkingen aan reserves Hogere onttrekking met € 31,7 miljoen in 2022 en met € 1,4 miljoen in 2023. In 2024 stijgen de onttrekkingen met € 1,4 miljoen, in 2025 met € 1,5 miljoen en in 2026 met € 1,5 miljoen. • Hogere onttrekking aan de reserve bodemsanering door de bijdrage aan de investering “voorbereiding circulair landmaken Buiteneiland” (€ 36,8 miljoen). • Hogere onttrekking aan de reserve duurzaamheid. De hogere onttrekking aan dit fonds staat rechtstreeks tegenover de hogere lasten versnellings­ middelen duurzaamheid (€ 2 miljoen). 56

H 2.9.3

• Hogere onttrekking aan de reserve bodemsanering vanwege de verwachte hogere kosten van sanering en nazorg (€ 1,2 miljoen). • Lagere onttrekking aan de reserve Klimaatfonds. De lagere onttrekking aan dit fonds staat rechtstreeks tegenover de lasten Klimaatfonds (€ 8,3 miljoen).

Toevoegingen aan reserves Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van een afwijking op de toevoegingen aan de reserves groter dan € 1,0 miljoen.

57

H 2.9.4

2.9.4 Ruimtelijke ordening (bedragen x € 1 miljoen) Baten

2022

2023

2024

2025

2026

0,4

-0,2

-0,2

-0,2

-0,2

Lasten

17,2

6,6

5,9

6,2

7,4

Saldo laatst vastgestelde begroting

-16,7

-6,8

-6,1

-6,4

-7,6

Baten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Lasten

-4,9

-3,4

-4,3

-4,3

-5,5

Saldo effecten viermaands

4,9

3,4

4,3

4,3

5,5

Baten

0,4

-0,2

-0,2

-0,2

-0,2

Lasten

12,2

3,2

1,6

1,9

1,9

Saldo na viermaands

-11,8

-3,4

-1,8

-2,1

-2,1

Reserves Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van een afwijking op de reserves.

Baten Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van een afwijking op de baten groter dan € 1,0 miljoen.

Lasten De totale lasten in dit programmaonderdeel dalen met € 4,9 miljoen in 2022. In 2023 dalen de lasten met € 3,4 miljoen, in 2024 met € 4,3 miljoen, in 2025 met € 4,3 miljoen en in 2026 met € 5,5 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende mutaties: • Lagere lasten van € 4,7 miljoen. De toename van taken op gebied van duurzaamheid en ruimtelijke ordening leidt tot hogere salarislasten. Tegenover deze hogere lasten staan in programma 9 hogere opbrengsten in de vorm van declarabele uren aan de genoemde taken. Deze extra opbrengsten zijn ter dekking van de (conform het nieuwe formatieplan) formatie in het programmaonderdeel B.1, Overhead. Deze mutatie van € 4,7 miljoen is structureel. • Hogere lasten door de bestuurlijke fusie met Weesp per 24 maart 2022. Hierdoor wordt de begroting van de gemeente Weesp toegevoegd aan die van de gemeente Amsterdam. (€ 1,5 miljoen). Deze mutatie heeft geen saldo effect in de totale begroting van de gemeente Amsterdam. • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1,0 miljoen.

58

H 2.9.5

2.9.5 Begraafplaatsen en crematoria 2022

2023

2024

2025

2026

Baten

8,3

8,3

8,3

8,3

8,3

Lasten

8,1

8,0

8,0

7,9

8,1

Saldo laatst vastgestelde begroting

0,2

0,3

0,3

0,4

0,2

Baten

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

Lasten

-0,1

-0,1

-0,1

-0,1

-0,2

Saldo effecten viermaands

0,2

0,2

0,2

0,2

0,4

Baten

8,5

8,5

8,5

8,5

8,5

(bedragen x € 1 miljoen)

Lasten

8,0

8,0

7,9

7,9

7,9

Saldo na viermaands

0,4

0,5

0,6

0,6

0,6

Baten Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van een afwijking op de baten groter dan € 1,0 miljoen.

Lasten Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van een afwijking op de lasten groter dan € 1,0 miljoen.

Reserves Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van onttrekking of toevoeging aan reserves.

59

H 2.10

2.10 Grond Bij dit programma geven we voor de toelichting op afwijkingen ten opzichte van de begroting 2022 eerst een uitleg over de methodiek. Programma 10 is in financieel administratief opzicht zeer complex. Dit wordt veroorzaakt doordat een groot deel van de financiële stromen met reserves wordt verrekend. Bovendien moeten de verrekeningen met de reserves, vanwege BBV-voor­ schriften, ook in de exploitatie verantwoord worden. In de overzichten lopen daarom zowel de inkomsten en uitgaven in de projecten als de dotaties en onttrekkingen aan de reserves door elkaar. Programma 10.1 Grond betreft hoofdzakelijk de gebiedsontwikkeling. De kosten en opbrengsten van de gebiedsontwikkeling zijn veelal onderdeel van de grondexploitaties en worden met de reserves (het Vereveningsfonds en reserve Zuidas) verrekend. Alleen de afdracht uit het Vereveningsfonds aan de algemene middelen en de autonome ontwikkelingen m.b.t. indexatie­ vergoeding en kapitaallasten leiden tot een saldo effect in de jaarrekening van de Gemeente. Ook heeft het positieve saldo van de zogenaamde tarief­ diensten (PMB en IB) die in dit programmaonderdeel worden verantwoord een effect op de algemene middelen. Programma 10.2 betreft erfpacht. Ook hier worden veel kosten en opbrengsten met de balans verrekend.

Zo worden de ontvangen afkoopsommen uit de overstap naar het eeuwigdurende stelsel toegevoegd aan de reserve financiering erfpachtgronden. In 2022 verwachten we € 184 miljoen aan afkoopsommen uit de overstapregeling te ontvangen. Dit is € 6 miljoen

meer dan in 2021. De ontvangen afkoopsommen bij erfpachtuitgiften in het voortdurende stelsel worden toegevoegd aan de reserve afkoopsommen. De canonontvangsten worden wel verantwoord in de exploitatie, evenals de rentelasten en de apparaatskosten en komen ten gunste van het resultaat. In de komende jaren verwachten we hogere canonopbrengsten, maar ook hogere kosten. De financiële toelichtingen bij de tabellen in dit programma richten zich vanuit de verplichte verantwoordingseisen vooral op de afwijkingen ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting en minder op de omvang van de bedragen. (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

725,0

876,3

843,0

654,7

654,7

Lasten

480,4

589,9

608,1

524,0

523,8

Saldo laatst vastgestelde begroting

244,6

286,4

234,9

130,7

130,9

33,1

-179,4

61,6

90,6

136,8

Baten Lasten

80,8

-29,5

42,8

32,9

57,9

Saldo effecten viermaandsrapportage

-47,6

-150,0

18,8

57,7

78,9

Baten

758,2

696,8

904,6

745,3

791,5

Lasten

561,2

560,4

650,9

556,9

581,7

Saldo na viermaandsrapportage

197,0

136,4

253,7

188,4

209,8

Op programmaniveau worden geen toelichtingen geschreven, dit gebeurt per programma onderdeel.

60

H 2.10

Programma 10 Grond heeft ten opzichte van de begroting, voor mutaties reserves, een negatief effect van € 47,6 miljoen in 2022. Dit effect bestaat uit hogere baten van € 33,1 miljoen en hogere lasten van € 80,8 miljoen. Het grootste deel hiervan wordt verrekend met de balans, waardoor dit budget­ neutraal is. Hieronder worden de mutaties toegelicht die een wel een effect hebben op de algemene middelen. De ingebrachte mutaties als gevolg van activiteiten in programma 10 hebben een nadelig saldo op de algemene middelen van € 6,7 miljoen in 2022 en van € 4,3 miljoen in 2023. Het saldo verbetert in 2024 met € 0,3 miljoen, in 2025 verslechtert het saldo met € 0,2 miljoen. Vanaf 2026 verbetert het saldo met € 3,9 miljoen. (In totaal een nadelig saldo van € 7,2 miljoen). Deze effecten landen in meerdere programma’s (programma 10, programma A (reserves en Financiering & Deelnemingen en in programma B (overhead)). Hierbij is al rekening gehouden met de taakstelling van Hervormen en Besparen. Het grootste deel van dit saldo is het gevolg van autonome ontwikkeling met betrekking tot de indexatievergoeding van het Vereveningsfonds en de reserve Bodem­sanering en Nazorg en bijstelling van de kapitaallasten (in 2022 € 4,8 miljoen).

Daarnaast zien we in 2022 de canonopbrengsten (€ 2,9 miljoen) en de kosten (€ 6,3 miljoen) voor het beheer van het Erfpachtstelsel en de implementatie van Nieuw Informatie Systeem Erfpacht (NISE) toenemen. Hier staat tegenover dat er € 1,3 miljoen vrijvalt uit de reserve Wallengebied. Vanaf 2023 wordt jaarlijks € 4,0 miljoen bespaard als gevolg van de maatregelen uit Hervormen en Besparen. (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Apparaatslasten

143,3

140,9

135,4

134,3

133,2

61

H 2.10.1

2.10.1 Grond (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

441,0

608,9

622,9

445,0

445,0

Lasten

433,7

545,3

563,7

479,1

478,9

Saldo laatst vastgestelde begroting

7,3

63,6

59,2

-34,1

-33,9

Baten

73,0

-125,9

85,1

105,4

146,8

Lasten

73,5

-40,3

40,8

32,0

55,5

Saldo effecten viermaands

-0,5

-85,6

44,3

73,4

91,3

Baten

514,1

483,0

708,0

550,4

591,8

Lasten

507,2

505,0

604,5

511,2

534,5

6,8

-22,0

103,5

39,2

57,3

Saldo na viermaands

De financiële stromen in programma 10.1 betreffen vooral de baten en lasten van de grondexploitaties. Een groot deel van de baten en lasten verrekend met de reserves, waardoor dit geen effect heeft op de algemene middelen. De verrekening gebeurt op grond van de BBV-voorschriften en de gemeentelijke vertaling daarvan in de Nota Financiële Verantwoording Grondexploitaties en erfpacht. Wel is de omvang van deze stromen bepalend voor de ontwikkelingen binnen het Vereveningsfonds. De ontwikkelingen bij de baten en lasten hebben daarmee veelal een tegenhanger in de onttrekkingen en dotaties aan de reserves.

Baten De totale baten in 2022 van € 514,1 miljoen bestaan uit inkomsten uit de grondexploitaties (€ 405,7 miljoen), winstnemingen (€ 95 miljoen), Erfpacht­ inkomsten uit afspraken met woningcorporaties (€ 12,9 miljoen) en overige inkomsten (€ 0,5 miljoen). De totale baten stijgen met € 73,0 miljoen in 2022, dalen met € 125,9 miljoen in 2023. Hierna stijgen de baten met € 85,1 miljoen in 2024, met € 105,4 miljoen in 2025 en met € 146,8 miljoen in 2026. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere baten in de grondexploitaties (€ 47,3 miljoen) en hogere winstnemingen (€ 13,5 miljoen) in 2022, doordat de marktvraag hoog blijft. Vanaf 2023 nemen de opbrengsten in het Zuidasgebied af en de opbrengsten in de rest van de stad nemen jaarlijks toe met € 50 miljoen

door een toename van het aantal projecten. Elk jaar worden de ramingen van de gebiedsontwikkelingsprojecten van het Verevenings­fonds en Zuidas geactualiseerd in het kader van het Meerjaren­perspectief Grond­ exploitaties (MPG). De actualisatie wordt bij de voorjaarsnota ook in de meerjarenbegroting verwerkt en heeft naast 2022 ook tot gevolg dat de baten (inclusief winstnemingen) in 2023 en verdere jaren zijn aangepast. In het MPG is een uitgebreidere toelichting op de actualisatie opgenomen en wordt daarnaast ingegaan op de verwachte ontwikkeling van de reserves en de vereveningsruimte. De actualisatie heeft geen effect op de algemene middelen (saldoneutraal). • Hogere baten van € 12,0 miljoen in 2022, omdat de erfpachtinkomsten van woningbouwcorporaties, die conform afspraak worden gedoteerd aan het Verveningsfonds, bij verkoop sociale huurwoning of canon­ herziening einde tijdvak vanaf nu in dit programmaonderdeel worden verantwoord in plaats van in programmaonderdeel 10.2. Deze verschuiving heeft ook tot gevolg dat de baten stijgen met € 6 miljoen in 2023, met € 7 miljoen in 2024 en met € 7 miljoen in 2025 en 2026. Naast deze verschuiving zijn de baten in 2023 € 6,0 miljoen hoger en in 2024 € 1,0 miljoen lager dan eerder voorzien. Deze baten worden verrekend met het Vereveningsfonds.

• Hogere structurele baten als gevolg van huurliberalisaties van sociale huurwoning bij woningcorporaties. Een deel van deze opbrengsten wordt afgedragen aan het Vereveningsfonds. (€ 0,2 miljoen). Dit bedrag neemt jaarlijks toe. Deze baten worden aan het Vereveningsfonds toegevoegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11466920/1