CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Nota van beantwoording op het ontwerpverkeersbesluit nul-emissiezone brom- en snorfietsen 2025.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 13 juni 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over het verkeersbesluit en het ontheffingenbeleid nul-emissiezone brom- en snorfietsen Amsterdam 2025 (VN2024-005893)29.339 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Juist deze voertuigen stoten veel stoffen uit die schadelijk zijn voor de gezondheid, waaronder kankerverwekkende koolwaterstoffen zoals benzeen. Moderne 2-takt brom- en snorfietsen stoten per kilometer 10 tot 15 keer meer koolwaterstoffen uit dan moderne benzineauto’s.21 Per 1 januari 2018 is de milieuzone voor brom- en snorfietsen met een DET van voor 2011 ingevoerd. De reden van die leeftijdsgrens is dat er sinds 2011 relatief weinig nieuwe 2-takt brom- en snorfietsen op de markt zijn gekomen. Met de huidige milieuzone worden dus al relatief veel vervuilende 2-takt brom- en snorfietsen geweerd. Het kenmerk 2-takt of 4-takt zelf wordt niet door de RDW geregistreerd en kan dus niet als toegangscriterium worden gebruikt bij de handhaving.

“De invoering hiervan is te snel waardoor ik en wellicht veel anderen genoodzaakt zijn om een ander vervoersmiddel aan te schaffen, te verhuizen en/of de bedrijfsvoering te stoppen.”

21 TNO-rapport ‘Tail-pipe emissions and fuel consumption of standard and tampered mopeds’ (TNO 2013-R10232)

38

H9

Zienswijzen over communicatie, participatie en inspraak 9.1 Communicatie Enkele indieners hebben zienswijzen ingediend over de communicatie van de gemeente over de invoering van de uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen. Een indiener merkt op dat voertuig­ eigenaren niet begrijpen waarom ze opnieuw over moeten stappen naar een ander voertuig. Volgens deze indiener communiceert de gemeente niet duidelijk genoeg dat het nog enige tijd is toegestaan om door te rijden met brom- en snorfietsen op fossiele brandstoffen. Een andere indiener geeft aan liever twee jaar eerder geweten te hebben van de maatregel, zodat bij de aanschaf van het huidige voertuig een andere keuze gemaakt had kunnen worden. RAI Vereniging voert aan dat importeurs tegen problemen aanlopen vanwege de relatief late definitieve communicatie van de maatregel. Daarom pleit zij voor een eindevoorraadregeling voor importeurs voor alle voorraad die in 2023 aanwezig is en in 2024 wordt uitgeleverd. Om dezelfde reden is RAI Vereniging van oordeel dat de datum waarop nieuwverkopen uitstootvrij moeten zijn moet worden opgeschoven van 1 januari 2025 naar 1 januari 2030. Daarnaast stelt RAI Vereniging dat het bieden van een

“Wat ons verder opvalt is dat alle informatie (onder andere de door de gemeente verstuurde brieven met informatie en de gestarte publiekscampagne) wordt gepresenteerd als een voldongen feit, als een definitief en onveranderlijk besluit terwijl er nog een inspraakronde is.”

perspectief de voorkeur heeft boven een verbod. RAI Vereniging verzoekt daarom in de communicatie te praten over perspectieven. Tot slot benadrukt RAI Vereniging het van groot belang te vinden dat de gemeente in de externe communicatie, zowel naar het publiek als naar andere gemeenten, rekening houdt met de hoge elektrificatiegraad van brom- en snorfietsen in Amsterdam. Reactie college Het college betreurt het dat sommige indieners de communicatie niet duidelijk vinden of dat zij verrast zijn door de maatregelen. Het college heeft zich ingezet voor een tijdige en volledige communicatie en heeft zich ingespannen om zoveel mogelijk voertuigeigenaren te bereiken.

Langlopend traject Het college merkt over de communicatie allereerst op dat het ontwerpverkeersbesluit tot invoering van de uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen – waar de indieners op hebben gereageerd – slechts een stap is in een veel langer lopend traject. Amsterdam communiceert immers al een kleine tien jaar (sinds 2015) over de invoering van een uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen per 2025. Ook is er inspraak en participatie georganiseerd. Het college licht hieronder dit traject verder toe. De gemeenteraad heeft in maart 2015 de Agenda Duurzaamheid22 vastgesteld. Hiermee is de basis gelegd voor de koers naar uitstootvrij vervoer in 2025. De ambitie in de Agenda Duurzaamheid was

22 Duurzaam Amsterdam - Agenda voor duurzame energie, schone lucht, een circulaire economie en een klimaatbestendige stad. https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/1809954/1#search=%22agenda%20duurzaamheid%22

39

om zoveel mogelijk verkeersgroepen uitstootvrij te hebben in 2025 en om voor alle doelgroepen duidelijkheid en een handelingsperspectief te bieden voor de langere termijn. De focus in de Agenda Duurzaamheid lag op de belangrijkste vervuilende voertuigen van de verkeersgroepen: vrachtauto’s, bestelauto’s, taxi’s, autobussen, personenauto’s en brom- en snorfietsen. Op 22 juni 2016 is, na inspraak, door de gemeenteraad het maatregelpakket ‘Schone Lucht voor Amsterdam – op weg naar uitstootvrij 2025 –’23 vastgesteld. Dit maatregelpakket is een concrete uitwerking van de milieuzones die in de Agenda Duurzaamheid zijn opgenomen. Dit betreft de milieuzone voor bestelauto’s (per 1 januari 2017) en de milieuzone voor brom- en snorfietsen, taxi’s en autobussen (per 1 januari 2018). In 2016 is mede door RAI Vereniging een intentieverklaring met de gemeente ondertekend ten aanzien van de milieuzone voor brom- en snorfietsen, waarin wordt gewezen op het hiervoor bedoelde maatregel­ pakket.24 Ook in het verkeersbesluit tot instelling van de milieuzone voor brom- en snorfietsen per 1 januari 2018 is gewezen op de ambitie om per 1 januari 2025 een uitstootvrije zone voor deze voertuigen in te voeren.25 Het college heeft vervolgens op 1 oktober 2019 het Actieplan Schone Lucht (ASL)26 vastgesteld. Hierin staat beschreven hoe tot 2030 wordt toe­gewerkt naar een uitstootvrij Amsterdam.

Een van de maatregelen in het ASL is de invoering van een uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen per 1 januari 2025. Rond het ASL is er in de zomer van 2019 een participatietraject geweest met een online community platform en een kennismarkt. De input van dat traject is vervolgens zoveel mogelijk verwerkt in het Actieplan.

“Waarom is mij twee jaar geleden niet gelijk gezegd dat ik een elektrisch voertuig moest aanschaffen? Dan had ik mijn zuur verdiende geld liever toen gelijk correct besteed!!”

Verder heeft het college de Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit (UUM)27 vastgesteld op 6 juni 2023. RAI Vereniging is in de aanloop naar het UUM betrokken. Het UUM geeft een overzicht van de maatregelen die in de huidige bestuursperiode tot en met 2026 worden genomen om de ambities uit het ASL te realiseren, waaronder het invoeren van een uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen per 1 januari 2025. Anders dan in het ASL uit 2019, daar werd immers nog uitgegaan van een uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen per 2025 zonder overgangsregeling, wordt in het UUM uitgegaan van invoering van een uitstootvrije zone mét een overgangsregeling voor bestaande brom- en snorfietsen. Na publicatie van het UUM is het college meteen gestart met de voorbereiding van de inspraak­ procedure voor het ontwerpverkeersbesluit, welke heeft plaatsgevonden van 11 september 2023 tot en met 23 oktober 2023. Zoals uit het hiervoor geschetste overzicht blijkt, heeft de gemeente ook ruimschoots vóór publicatie van het UUM medio 2023 en het ontwerpverkeersbesluit in september 2023 het voornemen kenbaar gemaakt om in Amsterdam een uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen in te voeren per 1 januari 2025. Naar het oordeel van het college hadden importeurs hiervan op de hoogte kunnen zijn.

Het college is het dan ook niet eens met het standpunt van RAI Vereniging dat sprake is van late (definitieve) communicatie naar de importeurs. Daarnaast wordt de verkoop van fossiele brom- en snorfietsen buiten Amsterdam niet beperkt door de invoering van de uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen in Amsterdam. Het college ziet daarom, anders dan RAI Vereniging, geen aanleiding voor een eindevoorraadregeling voor importeurs, of voor het opschuiven van de datum van nieuwverkopen naar 1 januari 2030. Ten aanzien van de zienswijze van de indiener die liever twee jaar eerder op de hoogte was geweest van de invoering van de uitstootvrije zone, wijst het college erop dat de gemeente Amsterdam al sinds 2015 communiceert over de invoering van een uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen, waarbij in 2019 in het (ASL) nog werd uitgegaan

23 Notitie Schone lucht voor Amsterdam - februari 2016 (raadsinformatie.nl) 24 Intentieverklaring 25 Verkeersbesluit Milieuzone Brom- en snorfietsen Amsterdam (officielebekendmakingen.nl) 26 Actieplan Schone Lucht 27 Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit Amsterdam 2023-2026 - Gemeente Amsterdam

40

van invoering van een uitstootvrije zone per 2025 zonder overgangsregeling. Op grond van de UUM en het voorliggende verkeersbesluit kunnen brom- of snorfietseigenaren al langer door blijven rijden met hun voertuig op fossiele brandstof dan in het ASL was aangekondigd. Zoals hiervoor verder al is toegelicht, heeft er rond het ASL in de zomer van 2019 een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden.

Inzet (gerichte) communicatie In 2023 zijn verschillende communicatiemiddelen ingezet om brom- en snorfietseigenaren, betrokken stakeholders en omliggende gemeenten tijdig te informeren over de uitstootvrije maatregelen vanaf 2025. In het voor- en najaar van 2023 hebben sessies (online en fysiek) met een aantal stakeholders plaatsgevonden, te weten de RAI Vereniging, Bovag, Scooterbelang, FEHAC, een aantal scooter dealers in Amsterdam, Scooter Recycling Nederland en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. In augustus 2023 zijn brieven verstuurd naar alle brom- en snorfiets­ bezitters in Amsterdam. Ondernemers in Amsterdam en aangrenzende gemeenten zijn ook in augustus 2023 met een brief van gelijke strekking geïnformeerd. In september 2023 heeft Amsterdam een stads­ brede campagne georganiseerd om de nieuwe maatregelen aan te kondigen. Naast de campagne zijn er in september en oktober 2023 inloop­ avonden georganiseerd in alle stadsdelen. Vanaf oktober 2023 zijn waarschuwingsbanners online op scooterverkoopsites geplaatst om ook potentiële brom- en snorfietseigenaren te waarschuwen. Om de informatie nog eenvoudig extern te kunnen verspreiden wordt met de stakeholders gewerkt aan een communicatiepakket, onder meer bestaande uit flyers, voorbeeldberichten en foto’s.

Verder heeft het college in de brief van augustus 2023 toegelicht dat nieuwe brom- en snorfietsen vanaf 1 januari 2025 uitstootvrij moeten zijn en dat er voor bestaande voertuigen een overgangs­ regeling is. Ook is in de brief uitgelegd wat de overgangsregeling inhoudt en wordt kort ingegaan op waarom de uitstootvrije zone wordt ingevoerd. Deze informatie is ook terug te vinden op de

“Mensen begrijpen niet dat ze tot en met 2027 nog met brandstof mogen rijden. Mensen snappen niet dat ze nu weer moeten overstappen.”

website van de gemeente Amsterdam en heeft deel uitgemaakt van de campagne. Op de website wordt ook de mogelijkheid geboden om het eigen kenteken in te voeren in een kentekenchecker om direct te zien welke regels er gelden. Het college meent op grond hiervan, anders dan een indiener stelt, de informatie over de over­ gangsregeling duidelijk te hebben toegelicht. Bovendien blijft het college inspanningen leveren om de regelgeving helder te communiceren. Het college begrijpt de behoefte aan duidelijkheid en toelichting. Daarom wordt voortdurend onderzocht hoe de informatie op de website en op andere kanalen verbeterd en nog overzichtelijker gepresenteerd kan worden. In 2024 zal extra aandacht worden besteed aan het bereiken van alle Amsterdammers binnen de verschillende doelgroepen. Na het vaststellen van het verkeers­ besluit worden alle Amsterdamse brom- en snorfiets eigenaren opnieuw geïnformeerd per brief. Er wordt gewerkt aan het laagdrempeliger maken van de brieven voor laaggeletterden en anderstaligen. Er wordt daarnaast geprobeerd specifieker aan te sluiten bij de verschillende leefwerelden en hiervoor niet alleen de standaard kanalen en middelen in te zetten.

Hierbij kan worden gedacht aan informatieverspreiding via de online- en offlinekanalen van verkopers en dealers, en aan het verspreiden van flyers bij de stadsdeel­ loketten en op andere plekken waar nieuwe (pas geslaagde) brom- en snorfietsrijders komen. Ten slotte zal op specifieke parkeerplekken voor brom- en snorfietsen een communicatie-actie worden uitgevoerd. Het college merkt naar aanleiding van het verzoek van de RAI Vereniging op dat er in de communicatie met voertuig­ eigenaren aandacht blijft voor het perspectief van eigenaren van brom- en snorfietsen, door hen te blijven wijzen op de overgangsregeling, de ontheffingsmogelijkheden en de sloopregeling. Ook zal worden bezien, naar aanleiding van de zienswijze van de RAI Vereniging, hoe in de communicatie in de toekomst rekening kan worden gehouden met de omstandigheid dat de elektrifi­ catiegraad van brom- en snorfietsen in Amsterdam vaak hoger is dan in andere gemeenten.

41

9.2 Participatie en inspraak Enkele indieners zijn van oordeel dat er geen sprake is van een democratisch besluit. Het besluit dat de uitstootvrije zone er gaat komen is volgens deze indieners van bovenaf al genomen en staat al vast. Daarnaast voeren de indieners aan dat met de zienswijzen niets wordt gedaan. RAI Vereniging merkt op dat alle informatie, waaronder de door de gemeente gestuurde brieven en de gestarte publiekscampagne, is gepresenteerd als een voldongen feit, terwijl er op dat moment nog een inspraakronde plaats moest vinden. RAI Vereniging spreekt de hoop en de verwachting uit dat de eigen inzichten en die van andere betrokkenen meetellen in de besluitvorming van de gemeente. Reactie college Naar aanleiding hiervan merkt het college op dat deze nota van beantwoording tot stand is gekomen conform artikel 6 van de Algemene Inspraak­ verordening van de gemeente Amsterdam. Alle ingediende zienswijzen zijn aandachtig gelezen en voorzien van een reactie in deze nota van beantwoording. Deze nota van beantwoording maakt verder deel uit van de belangenafweging die het college maakt in het definitieve verkeers­ besluit. Het college deelt daarom niet het stand­ punt van sommige indieners dat er geen sprake is van echte inspraak of van een democratisch genomen besluit.

Het college heeft geluisterd naar de indieners van zienswijzen die zich niet kunnen vinden in de maatregel, maar het college is ook verantwoordelijk voor het welzijn en de gezond­ heid van alle Amsterdammers. Zoals is toegelicht in hoofdstuk 3, is de invoering van de uitstootvrije zone noodzakelijk vanwege zwaarwegende belangen. Het is daarom uiteindelijk aan het college om een afweging te maken tussen de algemene belangen van de stad en de individuele belangen van de inwoners en bezoekers. Voor een toelichting op deze belangenafweging verwijst het college eveneens naar hoofdstuk 3 van deze nota van beantwoording. Ten aanzien van de zienswijze van RAI Vereniging merkt het college op dat het voornemen om een uitstootvrije zone in te voeren gezien al het voorgaande het resultaat is van een lang geleden ingezet traject, waarbij over de uitgangspunten reeds participatie en inspraak heeft plaatsgevonden. Het college wijst in dit verband op de in de vorige paragraaf al genoemde inspraak naar aanleiding van het Maatregelpakket uit 2016 en het participatietraject dat plaats heeft gevonden rond het Actieplan Schone Lucht uit 2019. Over het voorgenomen besluit is dus goed

nagedacht en alle betrokkenen – waaronder ook de RAI Vereniging – konden al in een vroeg stadium meedenken. Dat laat onverlet dat ook het voorgenomen besluit, anders dan de RAI Vereniging suggereert, geen definitief besluit was. Opnieuw is iedereen in de gelegenheid gesteld om zijn mening te geven, en veel indieners hebben dat ook gedaan. Gelet op de zwaarwegende belangen die met de invoering van de uitstootvrije zones worden gediend, wil het college – ook in het voorgenomen besluit – wel duidelijk zijn over het belang van het invoeren van de uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen. Dit betekent echter niet dat de zienswijzen van indieners niet zijn meegewogen bij het definitieve verkeersbesluit tot invoering van de uitstootvrije zone.

42

H10

Zienswijzen over een relatie tot andere maatregelen 10.1 Fatbikes en elektrische fietsen Door verschillende indieners zijn zienswijzen ingediend over fatbikes en elektrische fietsen. Zo is aangevoerd dat de regelgeving voor fatbikes moet worden aangescherpt, omdat deze te hard rijden en er geen helmplicht geldt. Daarnaast is de suggestie gedaan voor het verplaatsen van elektrische fietsen naar de rijbaan. Verder heeft een indiener verzocht alle elektrische of anders aangedreven twee- of meerwielers zo snel mogelijk naar de rijbaan te verplaatsen als daar een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt en dat daarop geen uitzonderingen moeten worden gemaakt. Ook is door enkele indieners aangegeven dat er veel ongelukken gebeuren met elektrische fietsen, dat met deze voertuigen te hard wordt gereden door minderjarigen en dat men een helm zou moeten dragen. Daarnaast is aangevoerd dat er meer toezicht zou moeten zijn op snelheid. Reactie college Ten aanzien van elektrische fietsen, waaronder fatbikes, merkt het college op dat dit elektrische voertuigen zijn die geen uitstoot hebben. Het aanscherpen van de regels voor elektrische fietsen draagt dan ook niet bij aan het verbeteren van de luchtkwaliteit en gezondheid en het verminderen van CO2-uitstoot.

Het college merkt niettemin op dat bekend is dat verschillende typen elektrische fietsen/fatbikes eenvoudig snelheden tot (ruim) boven de 25 kilometer per uur halen, waarbij de

“In Nieuw West zijn veel Mercedessen, scooters, brommers, fatbikes, elektrische steps met kinderen er op, die het verkeer gevaar bezorgen en de lucht vervuilen.”

bestuurder niet altijd zelf hoeft te trappen. Deze elektrische fietsen/fatbikes vallen dan onder de brom- en snorfietsregels, inclusief kentekenplicht en helmplicht, en zouden als zodanig gekeurd moeten worden. De handhaving op snelheids­ overtredingen en het gebruik van opgevoerde en illegale voertuigen op de openbare weg is een bevoegdheid van politie. Sinds kort beschikt de politie ook over een rollerbank waarmee gemeten kan worden of met elektrische fietsen de regels voor de maximumconstructiesnelheid overtreden worden. Op 29 maart 2024 is de Tweede Kamer geinformeerd over de Aanpak opvoeren elektrische fietsen waaronder fatbikes, waarin het voornemen staat in principe de aanwezigheid van opvoer- hard- en software bij elektrische fietsen op de openbare weg te gaan verbieden. Met betrekking tot het verplaatsen van alle elektrische of anders aangedreven twee- of meerwielers naar de rijbaan merkt het college op dat dit net als het bovenstaande ziet op verkeers­ veiligheid. De Rijksoverheid is echter het bevoegd gezag ten aanzien van (nieuwe) regelgeving voor voertuigen. Plaats op de weg, een minimumleeftijd, kentekenplicht en helmplicht worden in landelijke wet- en regelgeving bepaald. De Rijksoverheid werkt aan nieuwe regelgeving ten aanzien van het veilig gebruik van lichte elektrische voertuigen (LEV-kader) op de openbare weg.

Voor elektrische fietsen geldt vooralsnog geen kentekenplicht, minimumleeftijd of helmplicht. Omdat de gemeente zich echter wel zorgen maakt over de verkeersveiligheid op het fietspad, is zij over dit onderwerp in gesprek met de Rijksoverheid. De gemeente werkt continu aan verbetering van de verkeersveiligheid. Het gaat om een breed scala aan verkeersveiligheidsmaatregelen: van het verbeteren van infrastructuur en het realiseren van schoolzones tot aan verkeerseducatie en samen­

43

werking met de Veiligheidsregio Amsterdam voor de ‘Met-elkaar-overweg’-campagne. Ook moeten snorfietsers sinds 8 april 2019 in Amsterdam met helm op de rijbaan rijden op de meeste wegen binnen de Ring A10 om hinder en verkeers­ onveiligheid op de drukke en smalle fietspaden te voorkomen en ongelukken bij ongeregelde kruispunten. Vanaf 1 januari 2023 is het landelijk verplicht om altijd een helm te dragen op de snorfiets. Verder is op 8 december 2023 de maximumsnelheid op veel wegen naar 30 kilometer per uur verlaagd.

10.2 Overige zienswijzen over een relatie tot andere maatregelen Een enkele indiener heeft gewezen op de helm die hij onlangs al heeft moeten aanschaffen. Ook is door een indiener aangevoerd dat de helmplicht voor snorfietsen onzin is, aangezien deze voertuigen dezelfde snelheid hebben als niet gemotoriseerde voertuigen. Een andere indiener suggereert om het gratis parkeren voor motoren af te schaffen om zo motorrijders te ontmoedigen. Weer een andere indiener heeft erop gewezen dat bromfietsen, die zich op de rijbaan bevinden, aanzienlijk minder ruimte in beslag nemen dan een auto. Ook is aangegeven dat brom- en snorfietsen juist bijdragen aan een autoluwe stad. Tot slot is aangegeven dat gehandhaafd moet worden op geluidsoverlast. Reactie college Ten aanzien van de helmplicht merkt het college op dat het sinds 1 januari 2023 op grond van landelijke regelgeving voor alle snorfietsers en eventuele passagiers verplicht is een helm te dragen. Het college merkt op dat deze landelijke maatregel niet voorligt in het kader van deze zienswijze­ procedure. Het college is ook niet bevoegd om hiervan af te wijken. Het dragen van een helm bevordert de veiligheid van snorfietsers. Het college vindt verkeersveiligheid ook belangrijk en

“Heb ik net een helm moeten kopen, krijgen we dit weer...”

“En dan nog de Fatbike,s !! de nieuwe scooters, die mogen alles !!”

28 Actieplan Geluid 2020-2023 (p. 3).

is het dan ook niet eens met het standpunt dat de helmplicht voor snorfietsen onzin is. Voor meer informatie over maatregelen die de gemeente zelf neemt in het kader van verkeersveiligheid verwijst het college naar paragraaf 10.1. Verder merkt het college op dat de overlast van motorfietsen is besproken in de raadscommissie Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water (MOW) van 25 mei 2023. Het bestuur heeft aan de raad toegezegd uit te gaan zoeken welke mogelijk­ heden er zijn om de handhaving aan te scherpen. Naar verwachting is hierover voor de zomer van 2024 meer bekend. Het college erkent dat bromfietsen inderdaad minder ruimte in beslag nemen dan een auto en dat deze bijdragen aan een autoluwe stad, zoals twee indieners hebben aangegeven. Dit betekent echter niet dat er geen uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen kan worden ingevoerd. Met de zone worden immers niet brom- en snorfietsen in het algemeen geweerd, maar op termijn alleen de met fossiele brandstoffen aangedreven voertuigen. Het college is bevoegd om per verkeersbesluit een uitstootvrije zone in te voeren voor brom- en snorfietsen. Dit is één van de maatregelen die wordt ingevoerd met als doel het verbeteren van de luchtkwaliteit en daarmee de gezondheid van bewoners en bezoekers van Amsterdam. Ook wordt met de verschillende maatregelen de CO2-uitstoot verminderd.

Daarbij merkt het college tevens op dat per 2025 alleen nieuwe brom- en snorfietsen (met een datum eerste toelating vanaf 1 januari 2025) uitstootvrij moeten zijn. Er geldt een overgangsregeling voor bestaande brom- en snorfietsen. Voor meer informatie over de overgangsregeling verwijst het college naar paragraaf 5.1.3. Tot slot is aangevoerd dat ook gehandhaafd moet worden op geluidsoverlast. Het college wijst aller­eerst op het Actieplan Geluid 2020-202328 . Het college merkt op dat de grootste winst van de in het Actieplan beoordeelde maatregelen wordt verwacht van de invoering van de uitstootvrije zone voor de brom- en snorfietsen. Op dit moment vormen die vervoersmiddelen met 20,5% ernstige hinder nog de grootste bron van geluidshinder in Amsterdam. Verwacht wordt dat die hinder voor een groot deel zal wegvallen. Verder merkt het college op dat op dit moment de mogelijkheid om op te treden tegen de geluids­

44

overlast van brom- en snorfietsen en motorvoer­ tuigen gering is. De handhaving van verkeers­ regelgeving is primair een taak van de verkeers­­politie, maar deze heeft hiervoor slechts beperkte capaciteit. Daarnaast is de handhaving complex en tijdrovend. Sommige wijkteams pakken de overlast ook zelf op, maar ook daar is de capaciteit beperkt. Overlast kan gemeld worden via www.politie.nl. De gemeente kan op basis van artikel 57 RVV 1990 wel optreden tegen overduidelijk onnodig geluid van brom- en snorfietsen en motorvoertuigen. Overlast kan gemeld worden via www.meldingen. amsterdam.nl. Daarnaast onderzoekt de gemeente Amsterdam samen met de andere grote (G4) gemeenten en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) de mogelijkheden van digitaal handhaven met geluidscamera’s.

“Het is bizar om een manier die schoner is, minder ruimte inneemt en breder toegankelijk is dan autos te verbieden, terwijl er voor benzine autos verder geen maatregelen worden getroffen!”

45

H11

Zienswijzen over elektrisch rijden Meerdere indieners hebben zienswijzen ingediend over elektrisch rijden. Zij merken op dat de actieradius van een elektrische brom- of snorfiets te klein is, waardoor deze voertuigen niet geschikt zijn om lange afstanden af te leggen. Indieners vinden daarom dat zij door de invoering van de uitstootvrije zone in hun vrijheid worden beperkt. Verder merken indieners op dat de kosten van aanschaf, reparatie en onderhoud van een elektrische brom- en snorfiets hoger liggen dan van een brom- en snorfiets op fossiele brandstof, en dat het gelet op de technische ontwikkelingen beter is om nog te wachten met invoering van de uitstootvrije zone. Over de accu voeren de indieners verder aan dat deze niet lang meegaat, te zwaar is, en niet gerecycled kan worden. Daarnaast zijn indieners van oordeel dat elektrische brom- en snorfietsen gevaarlijk zijn omdat ze straling afgeven, snel in brand vliegen, en je hoort ze niet aankomen omdat ze zo stil zijn.

Een indiener stelt zich op het standpunt dat elektrische brom- en snorfietsen beter verboden kunnen worden en wijst in dit verband op een onderzoek uit 2011, waaruit bleek dat bij stille elektrische auto’s 40 tot 60% meer ongelukken voorkomen.29 Een andere indiener ten slotte merkt op vanwege medische omstandigheden een specifiek type scooter met breed stuur nodig te hebben dat in elektrische uitvoering niet verkrijgbaar is.

“Even over het fabriceren van E-voertuigen als ik elke keer om de 5 jaar of eerder een accu moet voor dat voertuig wordt dat voertuig te duur en zal vaak het hele voertuig vervangen worden, in welke wereld is dat duurzaam ?!!”

Reactie college Het college begrijpt dat brom- en snorfietsrijders zich zorgen maken over de overstap naar elektrisch rijden. Het college beseft ook dat het invoeren van een uitstootvrije zone grote consequenties kan hebben voor eigenaren van brom- en snorfietsen. Voor een onderbouwing waarom het college het noodzakelijk vindt om de uitstootvrije zone in te voeren, verwijst het college naar hoofdstuk 3 van deze nota van beantwoording. Daarnaast vindt het college het echter ook belangrijk om erop te wijzen dat de markt­ ontwikkelingen op dit moment ontzettend snel gaan en dat elektrisch rijden ook kansen biedt. Van alle typen voertuigen, verduurzaamt de brom- en snorfiets het snelst.30 Voor Amsterdam geldt dat in heel 2022 74% van de nieuwverkopen elektrisch was en in 2023 55%. Voor meer informatie hierover verwijst het college naar paragraaf 3.1. Fabrikanten hebben de afgelopen jaren volop geïnvesteerd in uitbreiding van het aanbod en de kwaliteit van elektrische brom- en snorfietsen en tegelijkertijd zijn de aanschafprijzen van elektrische modellen gedaald. Hiermee zijn de gemiddelde nieuwe brom- en snorfietsen in Nederland niet alleen een kwalitatief en duurzaam, maar ook een betaalbaar alternatief voor de fossiele variant.

In de eerste negen maanden van 2022 lag het aandeel van nieuw verkochte elektrische brom- en snorfietsen in Amsterdam boven de 75%.31 Het beleid van het college gaat mee op deze trend die al meerdere jaren gaande is. Het college is anders dan sommige indieners van oordeel dat, gelet op de doelen die met de invoering van de uitstootvrije zone worden gediend, wachten op betere of goedkopere technieken niet noodzakelijk en ook niet wenselijk is.

29 Incidence Rates of Pedestrian And Bicyclist Crashes by Hybrid Electric Passenger Vehicles: An Update. NHTSA, October 2011 https://crashstats.nhtsa.dot.gov/Api/Public/ViewPublication/811526 30 https://www.raivereniging.nl/secties/scooters/actueel/nieuws/scooter-verduurzaamt-het-snelst-van-alle-voertuigen-in-nederland/) 31 Monitor Actieplan Schone Lucht, blz 8 https://openresearch.amsterdam/image/2023/6/28/monitor_actieplan_schone_lucht_2022.pdf

46

Het college ziet verder dat het niet voor iedereen mogelijk is om per 1 januari 2025 al volledig over te stappen op elektrisch rijden en heeft daarom de uitstootvrije zone ingevoerd met een overgangs­ regeling voor bestaande voertuigen. Voor een toelichting op deze overgangsregeling verwijst het college naar paragraaf 5.1.3 van deze nota van beantwoording. Eigenaren van brom- en snorfietsen hebben nog een aantal jaren om zich op de nieuwe regels voor te bereiden en kunnen voorlopig door blijven rijden met hun voertuig. Voertuigbezitters die vanwege medische redenen afhankelijk zijn van een specifieke brom- of snorfiets en daarom niet kunnen overstappen op een elektrische variant of een andere vorm van vervoer, kunnen na het verstrijken van de overgangsregeling in aanmerking komen voor een ontheffing. In uitzonderlijke situaties waarbij toepassing van het beleid tot onevenredige gevolgen leidt, blijft het mogelijk om een beroep te doen op de hardheidsclausule. Het college verwijst voor meer informatie over ontheffingen naar hoofdstuk 13 van deze nota van beantwoording.

Actieradius van de accu (aandrijfbatterij) Het college erkent dat een elektrische bromof snorfiets een kleinere actieradius heeft dan een voertuig op fossiele brandstoffen. De ontwikkelingen hierin gaan echter ontzettend snel. Momenteel is de gemiddelde actieradius rond de 70 kilometer. Voor bestuurders van een brom- of snorfiets die regelmatig lange afstanden moeten afleggen, is er de mogelijkheid om een voertuig met een tweede of zelfs derde accu aan te schaffen. Door extra accu’s verdubbelt of verdrievoudigt de actieradius van de brom- en snorfietsen, waardoor voertuigeigenaren meer vrijheid hebben. Daarnaast wijst het college erop dat elektrisch rijden om een andere omgang met het voertuig vraagt, ook als het om de actieradius gaat. Laden kost meer tijd dan tanken, maar heeft als voordeel dat niet naar een tankstation hoeft te worden gereden, en kan bij ieder stopcontact mits de veiligheidsvoorschriften in acht worden

“Verder rij ik altijd grote stukken op de scooter, in ieder geval soms meer dan 120 kilometer op 1 dag. Hoe ga ik dat redden met een electrische scooter? Je kan hem nergens opladen. Electrische auto’s wel, maar electrische scooters niet.”

genomen. Gemiddeld duurt het opladen van de accu tot 75 % zo’n 3 uur. De laatste 25 % gaat langzamer en neemt veel extra tijd in beslag. Dit is afhankelijk van het model. Sommige modellen laden deze laatste 25% op in 2 uur tijd, andere doen er tot wel 12 uur over. Het advies is daarom om het voertuig vóór vertrek helemaal op te laden, en vervolgens bij aankomst op de bestemming nogmaals op te laden, bijvoorbeeld met de uitneembare accu. Daarnaast is het de verwachting dat de techniek, waaronder de batterijcapaciteit, zich de komende jaren verder blijft ontwikkelen.

Kosten elektrisch voertuig Het college deelt niet het standpunt van de indieners dat elektrische voertuigen duurder zijn dan voertuigen op benzine. Over de gehele levensduur genomen zijn de totale kosten voor veel elektrische modellen goedkoper dan varianten op benzine. Over de onderhouds- en reparatiekosten van een elektrische brom- of snorfiets kan het college geen precieze uitspraken doen. Wel liggen de onderhoudskosten, anders dan een indiener stelt, over het algemeen lager dan die van een brom- of snorfiets op fossiele brandstof, omdat een elektrische brom- of snorfiets minder bewegende delen en geen olie heeft. De kosten van het opladen van een elektrische brom- en snorfiets liggen lager dan de kosten om benzine te tanken. Verder is qua aanschafprijs veel variatie, maar de prijzen van elektrische en op benzine rijdende brom- snorfietsen komen steeds dichter bij elkaar te liggen. De prijzen voor accu’s variëren sterk en de techniek op het gebied van accu’s ontwikkelt zich snel. Over het algemeen is een accu tussen de 1000 en 2000 keer op te laden. Bij vijf keer per week laden kan het nodig zijn om de accu na ongeveer drie jaar te vervangen. ANWB heeft in 2022 acht elektrische modellen getest en zegt hierover het volgende: ‘Een e-scooter rijden is veel goedkoper dan een traditionele benzinescooter.

De energiekosten van de acht geteste scooters (inclusief laadverlies van 15%) zijn gemiddeld € 13* per 1000 kilometer. Voor een benzinescooter met verbruik van 1 op 35 betaal je bijna vijf keer zoveel: € 63* per 1000 kilometer. Reken je de afschrijving van de accu ook mee (lithiumaccu’s kun je circa 1000 à 2000 keer opladen), dan zijn e-scooters nog altijd voordeliger. Zo’n 55% goedkoper per 1000 kilometer dan een benzinescooter, wanneer je de accu na 1000 keer opladen vervangt. Ook de aanschaf van de

47

gemiddelde elektrische scooter is inmiddels een stuk lager dan enkele jaren geleden. Waren ze toen gemiddeld nog flink wat duurder dan benzinescooters, inmiddels liggen de prijzen veel dichter bij elkaar. Veel modellen zijn zelfs goedkoper dan snorscooters op benzine.’32 Het college merkt voor de volledigheid op dat de levensduur van een elektrische brom- of snorfiets langer is dan de levensduur van de accu. Het college adviseert ten slotte kopers om zich bij de aanschaf van een elektrisch voertuig goed te laten informeren over welk voertuig het best past bij de persoonlijke situatie.

Recycling accu (aandrijfbatterij) Het college wijst er verder op dat, anders dan sommige indieners hebben aangegeven, accu’s van brom- en snorfietsen wel gerecycled kunnen worden. Het college wijst voor het recyclen van accu’s van elektrische brom- en snorfietsen op initiatieven die het bedrijfsleven zelf neemt. Zo zijn RAI Vereniging en de tweewielerbranche in november 2023 een initiatief gestart voor de inzameling en recycling van accu’s van elektrische brom- en snorfietsen. Zij hebben Auto Recycling Nederland (ARN) gevraagd om dit inzamelsysteem te organiseren. ARN regelt voor een zevental brom- en snorfietsmerken de inzameling en verwerking van accu’s. Er zijn op dit moment tien inzamelpunten in Nederland, waarvan één in Amsterdam Oost. Het college verwijst voor een overzicht van de inzamelpunten naar de website van ARN.33 Dit initiatief verkeert nu nog in pilotfase, maar het is de bedoeling dat het op termijn wordt doorontwikkeld en uitgebreid. Nederland is met het recyclen van accu’s van brom- en snorfietsen echter nog niet zo ver als met het recyclen van accu’s van elektrische auto’s; 80% daarvan wordt al hergebruikt.

“Stille, elektrische scooters, ook wel “sluipscooters” genoemd, zijn razend gevaarlijk. Het is beter om deze geheel te verbieden.”

32 Elektrische snorscootertest 2022 | ANWB 33 Scooter batterijen - ARN 34 Elektrische snorscootertest 2022 | ANWB 35 Duimpje omhoog voor een veilige stad - Brandweer

Gewicht accu’s Ten aanzien van de indieners die aangeven dat accu’s van elektrische voertuigen (te) zwaar zijn, merkt het college op dat de uitneembare accu gemiddeld 10 kilogram weegt, maar dat er ook lichtere en zwaardere accu’s zijn.34 Veel elektrische brom- en snorfietsen hebben een uitneembare accu, wat betekent dat deze zowel thuis kan worden opgeladen als via een laadkabel aan het voertuig. Het uitgangspunt is dat brom- en snorfietsen thuis of op bijvoorbeeld het werk worden opgeladen. Daarnaast laat de gemeente momenteel een onderzoek uitvoeren naar de eventuele behoefte aan aanvullende publieke laadinfrastructuur voor onder andere elektrische brom- en snorfietsen. Het college verwijst voor een toelichting op het laden van brom- en snorfietsen naar hoofdstuk 12 van deze nota van beantwoording.

Elektrische voertuigen zijn gevaarlijk (brand, stil, straling) Ten aanzien van de zienswijze dat brom- en snorfietsen onveilig zijn omdat ze snel in brand vliegen, merkt het college op dat de kans dat een accu ontbrandt groter is dan bij onjuist handelen, met name bij het laden. Brandveiligheid moet in alle gevallen serieus worden genomen en er worden diverse campagnes ingezet om bewust­ wording bij gebruikers rondom veilig opladen te vergroten. Het college wijst voor adviezen rondom veilig laden naar de website iklaadaccuraat.nl. In aanvulling daarop hebben de Brandweer Amsterdam-Amstelland en de gemeente Amsterdam in januari 2024 een campagne gelanceerd over veilig laden. Het college verwijst hiervoor naar de website van de brandweer.35 Met betrekking tot de zienswijze dat elektrische brom- en snorfietsen gevaarlijk zijn omdat ze stiller zijn merkt het college op dat er, voor zover bekend, geen onderzoek is gedaan naar de impact van elektrische brom- en snorfietsen op de verkeers­ veiligheid in Nederland. Wel is buitenlands onderzoek uitgevoerd, zoals het Amerikaanse onderzoek uit 2011 waar de indiener naar verwijst, op het gebied van elektrische auto’s. De conclusies hiervan kunnen echter niet zomaar vertaald worden naar de Nederlandse situatie en naar die van brom- en snorfietsen. Daarvoor verschilt deze te veel van buitenlandse situaties op het gebied van

48

het aantal auto’s, fietsen, voetgangers en infra­ structuur. Bovendien is het aandeel elektrische voertuigen zowel in aantallen als in gereden kilometers, nog te laag om hier betrouwbare uitspraken over te doen. Er is wel Nederlands onderzoek dat aantoont dat meer dan de helft van de bestuurders van een elektrisch voertuig zich ervan bewust is stiller te zijn en daar het rijgedrag op aanpast.36 Bovendien blijkt uit diepteonderzoek van ongevallen bij het nationaal wetenschappelijk instituut voor verkeersveiligheidsonderzoek (SWOV) dat bij ongevallen vaak meer dan één factor meespeelt en er dus meer oorzaken zijn die leiden tot een ongeval.37 De gemeente Amsterdam volgt het wetenschappelijk onderzoek en andere bronnen van kennis op dit gebied en als bepaalde onderzoeken daar aanleiding toe geven, wordt actie ondernomen. Het college merkt ten slotte op geen aanwijzingen te hebben dat, zoals een indiener stelt, elektrische voertuigen gevaarlijk zijn vanwege straling.

36 L.V.J. Hoogeveen, A Silent Future, https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/9243 37 Snorfietsongevallen op het fietspad: Hoe ontstaan ze en hoe zijn ze te voorkomen? r-2017-12.pdf (swov.nl)

49

H12

Zienswijzen over laden 12.1 Netcongestie

12.2 Laadplekken

Een indiener geeft aan dat het elektriciteitsnet in Amsterdam nu al overbelast is. Een andere indiener voert aan dat het netwerk eerst moet worden vervangen voordat de uitstootvrije zone kan worden ingevoerd.

Indieners wijzen erop dat het niet altijd mogelijk is om onderweg snel even de brom- of snorfiets op te laden en dat dit erg lastig is als er lange afstanden moeten worden afgelegd. Enkele indieners geven aan dat de accu’s te zwaar zijn om thuis op te laden, vanwege trappen in huis, of omdat de gangen of de woning niet geschikt zijn om een brom- of snorfiets op te laden. Nog andere indieners merken op dat de laadinfrastructuur voor brom- en snorfietsen in Amsterdam achterloopt en dat er behoefte is aan meer publieke laadplekken op straat en in stallingen. Een indiener mist hiervoor concrete voorstellen in het ontwerpverkeersbesluit. Een andere indiener doet de suggestie om energie­ stations of laadpleintjes in de stad te maken. Een indiener merkt op dat er door de uitstootvrije zones wel heel veel laadpalen in het straatbeeld te zien zullen zijn. Meerdere indieners wijzen verder op het brandgevaar bij laden. Een indiener ten slotte vraagt hoe het proces van opladen plaats gaat vinden, hoeveel oplaadpunten er nodig zijn in Amsterdam en of de gemeente of de voertuig­ eigenaar zelf verantwoordelijk is voor de oplaadmogelijkheden.

Reactie college Het college merkt naar aanleiding van deze zienswijzen allereerst op dat bij het laden van brom- en snorfietsen voor particulieren vooralsnog geen problemen worden voorzien met net­ congestie, omdat deze voertuigen een lage laadbehoefte hebben en het uitgangspunt is om thuis te laden. Netcongestie speelt vooralsnog minder bij particuliere huishoudens. Ten aanzien van netgcongestie in het algemeen merkt het college op dat, om de gevolgen voor de stad te beperken en tegelijkertijd congestie (overbelasting van het elektriciteitsnet) zo snel mogelijk op te lossen, gemeente, netbeheerders Liander en TenneT en Port of Amsterdam samen­ werken in een Taskforce. De gemeente versnelt ruimtelijke procedures, de netbeheerders breiden het netwerk sneller uit en zoeken naar mogelijk­ heden om nog meer stroom uit het bestaande netwerk te halen. Daarnaast worden innovatieve oplossingen en flexibele afspraken met afnemers ingezet om de beschikbare stroom zo efficiënt mogelijk te verdelen.

“Deze regels gaan niet werken als het elektrische netwerk als eerste wordt vervangen, Amsterdam gaat plat als iedereen zijn fietsje brommer en auto busje vrachtwagen gaat opladen (Dat jullie dat zelf niet inzien is mij een raadsel ...)”

Reactie college Het college merkt op dat bij brom- en snorfietsen het uitgangspunt is dat het laden thuis of op privéterrein plaatsvindt door middel van een uitneembare accu. Bij langere afstanden kan een tweede of derde accu een oplossing bieden, of er kan gebruik worden gemaakt van een oplaadpunt (stopcontact) onderweg of wellicht op de plaats van bestemming. Verder laat de gemeente momenteel een onderzoek uitvoeren naar de behoefte aan aanvullende publieke laadinfra­ structuur voor onder andere brom- en snorfietsen.

50

Gemiddeld weegt een accu ongeveer 10 kilogram en is deze zo groot als vier pakken melk, maar dit is sterk afhankelijk van het merk, type voertuig en vermogen van de accu.38 Het college meent dat thuis of op het werk opladen van uitneembare’s accu gelet op het gewicht en de afmetingen in de meeste gevallen mogelijk is. Daarnaast is het met de meeste voertuigen ook mogelijk om op te laden terwijl de accu nog in het voertuig zit. Als daar aan huis of op het werk veilige mogelijkheden voor beschikbaar zijn, kan dit ook een goede optie zijn. In het hiervoor genoemde onderzoek naar aanvullende publieke laadinfrastructuur wordt ook onderzocht of er (potentiële) gebruikersgroepen zijn die problemen (kunnen) ervaren rondom het laden. Over de gevaren van thuisladen merkt het college op dat laden zorgvuldig moet gebeuren. Het college wijst voor adviezen rondom veilig laden naar de website iklaadaccuraat.nl. In aanvulling hierop hebben de Brandweer AmsterdamAmstelland en de Gemeente Amsterdam in januari 2024 een campagne gelanceerd over veilig laden in gebouwen. Het college verwijst hiervoor naar de website van de brandweer.39 Het college erkent ten slotte dat het aantal laadpalen in het straatbeeld op weg naar 2030 toe zal nemen.

Het college acht dit echter onvermijde­ lijk en ook noodzakelijk, gelet op het zwaar­ wegende belang om de uitstoot van vervuilende stoffen en de hinder door geluid terug te dringen, en daarmee de gezondheid van de inwoners en bezoekers van Amsterdam te verbeteren.

“Je kan niet onderweg even snel opladen.”

“Ik woon op 2 hoog, ik moet dan met de accu’s twee trappen op, ben nu nog vitaal (74 jaar) maar hoe moet dat op termijn? Ik heb daarom een sterke behoefte aan publieke laadinfrastructuur.”

38 Elektrische snorscootertest 2022 | ANWB 39 Duimpje omhoog voor een veilige stad - Brandweer

51

H13

Zienswijzen over flankerend beleid 13.1 Ontheffingen/vrijstellingen/ uitzonderingen 13.1.1 Brommobielen/canta’s Meerdere indieners willen dat brommobielen toegang tot de uitstootvrije zone blijven behouden. Verder moeten gehandicaptenvoertuigen (canta’s) volgens indieners toegang blijven houden. Een enkele indiener vraagt zich af of canta’s ook worden geweerd uit de uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen. Er zijn ook indieners die juist wel vinden dat de regels van de uitstootvrije zone moeten gelden voor brommobielen. Reactie college Brommobielen blijven toegang houden tot de uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen. Ook gehandicaptenvoertuigen mogen in de uitstootvrije zone blijven rijden. Gehandicaptenvoertuigen hebben geen kentekenplaat, waardoor op het gebruik van deze voertuigen niet zal worden gehandhaafd.

13.1.2 Medisch Andere indieners hebben verzocht om een ontheffing wegens medische redenen of voor gehandicaptenvoertuigen. Daarbij is ook genoemd dat mensen met een handicap vrijgesteld moeten blijven.

“Maak een uitzondering voor klassieke voertuigen in het algemeen, deze rijden sporadisch en komen meestal toch al niet binnen de ring. Volg landelijke richtlijnen.”

Reactie college Zoals onder 13.1.1 ook is genoemd, blijven gehandicaptenvoertuigen toegang behouden tot de uitstootvrije zone doordat er niet op wordt gehandhaafd. Eigenaren van gehandicapten­ voertuigen hoeven hier niets voor te doen. Ten aanzien van de ontheffing in verband met medische omstandigheden merkt het college op dat deze met ingang van 1 januari 2028 op aanvraag onder voorwaarden kan worden verleend voor fossiele brom- en snorfietsen met een Datum Eerste Toelating (hierna: DET) tussen 1 januari 2011 en 1 januari 2018. Deze voertuigen hebben immers tot 1 januari 2028 toegang tot de uitstootvrije zone op grond van de overgangsregeling en daardoor vóór 1 januari 2028 geen ontheffing nodig. Bromen snorfietsen op fossiele brandstof met een DET tussen 1 januari 2018 en 1 januari 2025 kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor een ontheffing met ingang van 1 januari 2030. Om voor deze ontheffing in aanmerking te komen moet iemand vanwege medische redenen afhankelijk zijn van een specifieke brom- of snorfiets en daardoor niet kunnen overstappen op een elektrisch voer­tuig of een andere vorm van vervoer. De medische ontheffingen die reeds zijn toegekend onder de huidige milieuzone blijven ook gelden voor de uitstootvrije zone, totdat de in de ontheffing genoemde geldigheidsduur is verstreken.

Verder blijft het mogelijk om in uitzonderlijke situaties waarbij toepassing van het beleid tot onevenredige gevolgen leidt, een beroep te doen op de hard­ heidsclausule. Gelet daarop is het college van mening dat een evenwichtig pakket aan maat­ regelen tot stand is gekomen waarmee niet alleen de milieu- en gezondheidsbelangen zijn gediend, maar ook voldoende rekening is gehouden met de belangen van individuen.

52

13.1.3 Ouderen Ook is verzocht om een ontheffing voor ouderen. Reactie college Het college heeft geen reden gezien om een ont­­heffing voor ouderen op te nemen in het ontheffingenbeleid. De situatie, al dan niet medisch, van een persoon verschilt immers van geval tot geval en is lang niet altijd gebonden aan leeftijd. Het college acht dit, los van de vraag waar dan de leeftijdsgrens zou moeten worden getrokken, geen goed toetsingscriterium. Volgens het college kan beter naar de specifieke omstandigheden van een persoon worden gekeken. De ontheffing op grond van de hard­ heidsclausule leent zich hier bij uitstek voor. Deze is bedoeld voor uitzonderlijke situaties waarin toepassing van het beleid leidt tot onevenredige gevolgen voor de persoon, dat wil zeggen de brom- of snorfietsrijder. In paragraaf 13.1.2 heeft het college de ontheffing in verband met medische omstandigheden uiteengezet. 13.1.4 Oldtimers Enkele indieners willen een ontheffing voor oldtimers of voor klassieke voertuigen in het algemeen. Daarbij is door een indiener aange­ geven dat deze weinig rijden en meestal niet rijden binnen de Ring A10. Ook wordt voorgesteld om de landelijke richtlijnen te volgen. Reactie college Het college merkt allereerst op dat er ten aanzien van brom- en snorfietsen geen landelijke regel­ geving is op het gebied van milieuzones en uitstootvrije zones.

Een gemeente kan daardoor zelf – mits onderbouwd – de toelatingscriteria bepalen middels een (ontwerp)verkeersbesluit. Ook is het college bevoegd ontheffing te verlenen. Ten aanzien van oldtimers blijft het ontheffingen­ beleid ongewijzigd. Dit betekent dat er voor oldtimers – dit zijn brom- en snorfietsen met een DET van 30 jaar en ouder – voor het weekend (van vrijdag 12.00 uur tot maandag 12.00 uur) en op feestdagen een ontheffing kan worden aange­

“Een andere oplossing is dat Amsterdam een alternatief voertuig aanbied. En deze in bruikleen ter beschikking stelt. Wat financieel enorm goed haalbaar is want we betalen met zn alle een flinke smak aan belastinggeld.”

vraagd. De ontheffing wordt voor 1 jaar verleend en daarna jaarlijks steeds stilzwijgend en kosteloos verlengd. 13.1.5 Overig Een enkele indiener vindt de leges van de ontheffingen te hoog. Daarbij wordt specifiek gewezen op de lege van de ontheffing op basis van de hardheidsclausule, waarbij het gaat om situaties die niet zijn voorzien bij het opstellen van het beleid. Volgens deze indiener gaat het hier om gebreken in het werk van het college en treft het college schuld aan het ontstaan van de noodzaak om een beroep op deze bepaling te doen. Verder moet er volgens een andere indiener een ont­ heffing komen voor mensen die overal buiten vallen. Reactie college Het college volgt de stelling dat de leges (de kosten voor het in behandeling nemen van een ontheffingsaanvraag) te hoog zijn niet. Hierbij merkt het college op dat leges in rekening worden gebracht voor de kosten die worden gemaakt voor het beoordelen van een aanvraag. Deze vergoe­ ding mag niet meer dan kostendekkend zijn. De gemeente mag daar dus geen winst op maken. Leges worden in rekening gebracht ongeacht of de ontheffing wordt verleend. Als een aanvraag wordt gedaan moet de gemeente de aangeleverde stukken beoordelen en indien nodig aanvullende informatie opvragen, die ook weer moet worden beoordeeld. Juist bij een beroep op de hardheids­ clausule kan dit complex zijn en de nodige tijd vergen.

Daarnaast is het college het niet eens met de stelling dat sprake is van een gebrek in het werk van het college indien een beroep op de hard­ heidsclausule wordt gedaan. Het is onmogelijk op voorhand alle situaties te voorzien, juist als deze uitzonderlijk zijn. Als er geen ruimte zou zijn voor deze uitzonderlijke situaties, zouden deze per definitie buiten de boot vallen en dat acht het college onevenredig. Juist daarvoor is de hard­ heidsclausule bedoeld. Dit is ook in lijn met de Algemene wet bestuursrecht en een invulling daarvan, op grond waarvan het college moet afwijken van de beleidsregels als deze gevolgen hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Verder past het college voor de invoering van de uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen een uitgebreide uniforme openbare voorbereidingsprocedure toe. Daarbij is eerst een ontwerpverkeersbesluit ter inzage gelegd waartegen door iedereen ziens­ wijzen konden worden ingediend. Met deze

53

procedure is juist getracht de verschillende belangen zo goed mogelijk in beeld te krijgen, ook in het kader van mogelijke ontheffingen. Zo kan een evenwichtig definitief verkeersbesluit worden genomen. Op basis van de zienswijzen die naar voren zijn gekomen heeft het college echter geen reden gezien een aanvullende ontheffing op te nemen. Voor een nadere toelichting op de ontheffingen verwijst het college naar de voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk.

13.2 Sloopregeling Een aantal indieners heeft aangegeven dat sloop niet duurzaam is. Andere indieners vinden sloop juist beter dan verkoop, omdat bij verkoop nog steeds schadelijke stoffen worden uitgestoten op een andere plek, waardoor het probleem zich verplaatst. Door een indiener wordt daarbij ook gewezen op de vervuilende voertuigen die naar andere landen worden geëxporteerd. Verder heeft een indiener aangegeven dat de subsidie van de gemeente onvoldoende is voor de aanschaf van een elektrische brom- of snorfiets. Een andere indiener vraagt zich af of een subsidieregeling voor stadpashouders (met groene stip) wel voldoende is. Ook is aangevoerd dat de sloopsubsidie niet gekoppeld moet worden aan de stadspas of een inkomensgrens. Verder vinden enkele indieners dat er een sloopsubsidie beschikbaar zou moeten zijn voor iedereen of voor alle voertuigen met een Europese goedkeuring. Een andere indiener vraagt zich af waarom er op dit moment nog geen sloop­subsidie beschikbaar is. Weer een andere indiener geeft aan voorstander te zijn van een sloop­ regeling, waarbij men korting zou moeten krijgen op bijvoorbeeld de aanschaf van een elektrische fiets als minstens een jaar geen brom- of snorfiets op naam wordt gezet. Ook vinden indieners dat er ondersteuning of een vergoeding moet komen voor de aanschaf van een ander voertuig.

Zo is aangevoerd dat er een compensatie moet komen voor de overstap naar elektrisch, waarbij ook rekening wordt gehouden met lagere inkomens. Enkele andere indieners pleiten voor een aanschaf­ subsidie voor een elektrische fiets. Een indiener die zijn voertuig in een particuliere garage stalt, geeft aan geholpen te zijn met een stimuleringssubsidie voor stallinghouders om laadpunten aan te leggen.

“Ik mag hopen dat dit niet geldt voor Canta’s en andere gehandicapten voertuigen.”

Een andere indiener pleit voor het subsidiëren van uitstootvrije deelmobiliteit, zodat dit voordelig wordt voor de gemiddelde gebruiker. Weer een andere indiener stelt tot slot voor brom- en snorfietsen aan de gemeente te verkopen voor een eerlijke prijs, namelijk voor wat het voertuig tweedehands waard is. Reactie college Het college merkt allereerst op dat indieners verschillende termen gebruiken: het college gebruikt uitsluitend de term ‘sloopregeling’. Verder merkt het college op dat het slopen van een voertuig niet verplicht is. Iemand kan er ook voor kiezen om het voertuig te verkopen of enkel met het voertuig buiten de zone te rijden. Het college wijst verder op de verschillende plekken waar brom- en snorfietsen kunnen worden ingeleverd voor sloop, demontage of recycling. De gemeente verplicht dus niet tot slopen, maar wil de sloop van vervuilende brom- en snorfietsen wel stimuleren. De gemeente is daarbij voornemens eigenaren van brom- en snorfietsen met een laag inkomen te ondersteunen. Het gaat om stadspashouders. Zij krijgen een financiële tegemoetkoming wanneer zij afstand doen van hun brom- of snorfiets. Over de hoogte van het bedrag en de nadere voorwaarden wordt meer bekend in de tweede helft van 2024. Het college is voornemens een sloopregeling open te stellen met als doel het verschonen van het huidige wagenpark van brom- en snorfietsen.

Het bedrag kan worden besteed voor de aanschaf van alternatief vervoer, zoals een elektrische brom- of snorfiets of (elektrische) fiets. Het college kiest ervoor uitsluitend bewoners van Amsterdam met een laag inkomen die in het bezit zijn van een stadspas financieel tegemoet te komen. De stadspas (voorheen stadspas met groene stip) is beschikbaar voor inwoners met een inkomen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum en weinig vermogen en wordt verstrekt op aanvraag. Het zijn met name voertuigeigenaren met een stadspas die op oude benzine brom- en snorfietsen rijden en weinig middelen en mogelijkheden hebben om een elektrisch (nieuw of tweedehands) voertuig aan te schaffen. Die gehanteerde inkomensgrens vormt een in breder verband gehanteerde, en daarmee geaccepteerde norm voor definiëring van een laag inkomen. Aansluiten bij de stadspas biedt verder als voordeel dat de toetsing (op inkomen) reeds is gedaan hetgeen zowel goed past binnen de Algemene verordening gegevensbescherming als ook ten goede komt aan de efficiëntie van de uitvoering van de stimuleringsregeling. Naar

54

verwachting wordt de sloopregeling begin 2025 opengesteld. Voor brom- en snorfietsen geldt thuisladen als uitgangspunt. De meeste voertuigen zijn namelijk voorzien van een uitneembare accu. Bij het opladen in een particuliere garage is de eigenaar van de garage verantwoordelijk voor passende maatregelen en het naleven van de veiligheids­ voorschriften. Er zijn weinig kosten verbonden aan de aanleg van laadpunten voor brom- en snorfietsen in garages (reguliere stopcontacten), daarom ziet het college geen reden voor het subsidiëren hiervan. Ten aanzien van het subsidiëren van uitstootvrije deelmobiliteit merkt het college het volgende op. Het is niet mogelijk om via de vergunningen voor het aanbieden van deelscooters, deel(bak)fietsen en deelauto’s te sturen op prijs en daarmee af te dwingen dat deelvervoer goedkoper wordt aangeboden. Wel voorziet het college dat meer aanbod van deelvervoer op straat een positieve impact heeft op de betaalbaarheid van deel­ vervoer. Om die reden zet Amsterdam – en omdat de gemeente deelvervoer ziet als alternatief voor de privéauto en aanvulling op openbaar vervoer – in op de groei van het aanbod van deelvervoer voor alle Amsterdammers. Dat doet het college onder andere door de publiekscampagne Blij dat ik deel waarbij de belangrijkste voordelen van deel­vervoer over het voetlicht worden gebracht.

Op amsterdam.nl/deelvervoer wordt onder de tab Voordeliger dan je denkt gewezen op de werkelijke kosten van het bezit van een eigen auto. Ten aanzien van de zienswijze over het verkopen van brom- en snorfietsen aan de gemeente, merkt het college op dat het hierin voor zichzelf geen rol ziet. Het is mogelijk om het voertuig te verkopen op de markt. In het kader van compensatie wijst het college op bovengenoemde sloopregeling.

55

H14

Zienswijzen over schade Enkele indieners hebben zienswijzen ingediend over schade. Zij zijn van oordeel dat als het college besluit een uitstootvrije zone in te voeren, dat daar dan ook een schadevergoeding of een schade­ loosstelling bij het inleveren van de brom- en snorfietsen bij de gemeente tegenover mag staan. Andere indieners vragen om compensatie. Het college vat het verzoek om compensatie op als een verzoek om nadeelcompensatie. Reactie college Naar aanleiding van de zienswijzen merkt het college het volgende op. Schadevergoeding kan door een rechter worden toegekend als sprake is van onrechtmatig over­ heidshandelen, bijvoorbeeld omdat de overheid een besluit heeft genomen dat onrechtmatig is. Het college ziet het verkeersbesluit tot instellen van de uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen niet als een onrechtmatig besluit. Voor een toelichting op de redenen voor invoering van de uitstootvrije zone en de onderbouwing ervan verwijst het

“Ik heb dan een scooter waar ik niets meer aan heb, wie gaat mij compenseren?”

college naar hoofdstuk 3 van deze nota van beantwoording. Indien voertuigbezitters van oordeel zijn dat zij schade lijden omdat het besluit onrechtmatig is, staat het hen vrij om de recht­ matigheid van het besluit te laten toetsen bij de rechter en om schadevergoeding te vragen. Voertuigbezitters die van mening zijn dat zij financiële schade ondervinden, kunnen ook een verzoek om nadeelcompensatie indienen. Bij nadeelcompensatie is het besluit dat de gemeente heeft genomen rechtmatig, maar ondervindt een inwoner of ondernemer daar toch financiële schade van. Om in aanmerking te komen voor nadeel­ compensatie moet er onder meer sprake zijn van een rechtstreeks verband tussen het handelen van de gemeente en de geleden financiële schade. Ook moet de geleden schade niet behoren tot het maatschappelijke risico of tot het normale onder­ nemersrisico. Er moet, met andere woorden, sprake zijn van onevenredige schade door een rechtmatig genomen besluit of rechtmatige handeling van de gemeente. Voor een nadere toelichting op de voorwaarden om in aanmerking te komen voor nadeelcompensatie en het aanvragen ervan verwijst het college naar de Verordening Nadeelcompensatie Amsterdam 202240 en de website van de gemeente Amsterdam. 41

“Ga aub wat doen aan die fietsen en laat ons met rust ik heb hard gewerkt om die scooter te kopen gaan jullie mij compenseren?” “Als u besluit nul emissie zone in te voeren dan mag u daar ook een schadevergoeding tegenoverstellen of aanbieden dat snorscooters hun scooter bij u kunnen inruilen en schadeloosgesteld worden.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14223307/1