Bijlage 1. Nota van beantwoording op het ontwerpverkeersbesluit nul-emissiezone brom- en snorfietsen 2025.pdf
Tekst van het document
4 TNO-rapport ‘Bijdrage van brommers en scooters aan de luchtkwaliteit in Amsterdam (update)’ (TNO 2015 R11435v2)
22
verschillende technieken om de uitstoot van brom- en snorfietsen te verminderen. Brandstof injectie en een katalysator zijn noodzakelijk om de verplichte Euroklasse te halen. Dat wil echter niet zeggen dat deze voertuigen bijna niets meer uitstoten. Brom- en snorfietsen met katalysator stoten nog steeds CO2, NOX, fijnstof en koolwater stoffen uit. Een elektrische brom- of snorfiets is uitstootvrij, er wordt alleen nog fijnstof uitgestoten door bandenslijtage. Met het overgangsbeleid worden de oudere brom- en snorfietsen met een lagere Euroklasse (en meer uitstoot) in de loop van de jaren uitgefaseerd. De trend naar verschoning die al gaande is, doordat steeds meer mensen bij de aanschaf van een brom- of snorfiets al kiezen voor elektrisch, kan hiermee worden versneld. Volgens andere indieners moet niet worden gekeken naar het jaartal of de DET, maar naar de uitstoot of het verbruik van het voertuig. Daarover merkt het college op dat motorvoertuigen een emissieklasse hebben. In het algemeen geldt dat hoe hoger de emissieklasse is, hoe minder verontreinigende stoffen worden uitgestoten. Bij brom- en snorfietsen staat echter geen emissie klasse geregistreerd in het kentekenregister van de RDW (Dienst Wegverkeer), waardoor dit niet als toelatingscriterium bij de handhaving kan worden gebruikt. Ook het verbruik van een voertuig wordt niet door de RDW geregistreerd.
De DET van een brom- of snorfiets staat wel in het kentekenregister geregistreerd. In 2018 is de Euro 4 norm ingevoerd. Dit heeft geleid tot een flinke verschoning van brom- en snorfietsen. Bij het bepalen van de overgangsregeling is dit meegenomen. Een andere indiener vindt dat voertuigen met een Europese goedkeuring toegang zouden moeten blijven behouden. Ten aanzien daarvan merkt het college op dat niet van iedere brom- of snorfiets de (Europese) typegoedkeuring geregistreerd staat in het kentekenregister van de RDW. Hierdoor is op basis van de typegoedkeuring de uitstoot van het voertuig niet te herleiden. Dit maakt handhaven op basis van typegoedkeuring praktisch onmogelijk. 5.1.3 Overgangsregeling Volgens een indiener zou de uitstootvrije zone per 1 januari 2025 moeten gelden voor brom- en snorfietsen met een DET van voor 2015 in plaats van voor 2011. Enkele andere indieners vinden dat brom- en snorfietsen met een DET van 10 jaar of ouder toegang moeten behouden. RAI Vereniging geeft aan dat de redelijke afschrijvingstermijn van 10 jaar niet wordt doorgetrokken tot brom- en
snorfietsen die worden gekocht tussen 2021 en 2025 en dat voorkomen moet worden dat consumenten die recentelijk een nieuwe brom- of snorfiets hebben gekocht deze al snel niet meer mogen gebruiken. RAI Vereniging acht de overgangsregeling tot 2030 voor deze groep te kort dag en acht het wenselijk dat de datum wordt opgeschoven om de transitie soepeler, realistischer en succesvoller te laten verlopen. Weer een ander vindt dat de overgangsregeling niet gebaseerd moet zijn op de gemiddelde leeftijd van het voertuig, maar dat naar de goede staat van het voertuig moet worden gekeken. Volgens enkele indieners moet de uitstootvrije zone geleidelijk worden ingevoerd. Enkele andere indieners vinden de overgangsregeling juist te lang en pleiten voor een snellere invoering. Reactie college Het college waardeert het dat indieners meedenken over alternatieve toelatingseisen. Bij het invoeren van de uitstootvrije zone voor bromen snorfietsen hanteert het college een overgangs regime voor bestaande voertuigen. De overgangs regeling houdt in dat per 2028 voertuigen met een DET van voor 2018 worden geweerd. Dit leeftijds criterium van 10 jaar en ouder is gekoppeld aan de door de BOVAG en RAI Vereniging onderschreven redelijke afschrijvingstermijn voor brom- en snorfietsen.
Daarnaast is per 2018 de Euro 4 norm ingevoerd met als gevolg dat voertuigen vanaf dan minder schadelijke stoffen mogen uitstoten en een lager verbruik hebben. Dit heeft geleid tot een flinke verschoning van brom- en snorfietsen. Door per 2028 voertuigen van voor 2018 te weren worden de facto brom- en snorfietsen met een motor lager dan Euro 4 geweerd. Het college acht deze overgangsregeling gelet op het doel van het invoeren van de uitstootvrije zone redelijk. Gelet daarop ziet het college niet in waarom de uitstoot vrije zone nog geleidelijker ingevoerd zou moeten worden of waarom voertuigen met een DET van 10 jaar of ouder nog toegang zouden moeten hebben. Dit komt immers niet ten goede aan het op korte termijn verbeteren van de luchtkwaliteit en daarmee de gezondheid van de bewoners en bezoekers van Amsterdam. RAI Vereniging is van mening dat de overgangs regeling langer moet doorlopen zodat ook bromen snorfietsen die worden gekocht tussen 2021 en 2025 hieronder vallen. Zo wordt voorkomen dat brom- en snorfietsen die recentelijk zijn gekocht al snel niet meer gebruikt mogen worden. RAI Vereniging acht de overgangsregeling tot 2030
23
voor deze groep te kort dag en acht het wenselijk dat de datum wordt opgeschoven om de transitie soepeler, realistischer en succesvoller te laten verlopen. Ten aanzien hiervan merkt het college het volgende op. Het college stelt vast dat voor brom- en snorfietsen met een DET tussen 1 januari 2020 en 31 december 2024 sprake is van een kortere overgangsregeling dan tien jaar, omdat deze afloopt op 1 januari 2030. Het college ziet, anders dan RAI Vereniging, echter geen aanleiding om de overgangsregeling voor deze voertuigen aan te passen. Het college wijst er ten eerste op dat de gemeente Amsterdam al sinds 2015 communiceert over de invoering van een uitstoot vrije zone voor brom- en snorfietsen, waarbij in 2019 in het Actieplan Schone Lucht (ASL) nog werd uitgegaan van invoering van een uitstootvrije zone per 2025 zonder overgangsregeling. Op grond van de Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit en het voorliggende verkeersbesluit kunnen brom- of snorfietseigenaren dus al langer door blijven rijden met hun fossiele voertuig met bovengenoemde DET dan in het ASL was aangekondigd. Daarnaast merkt het college op dat het besluit om een uitstootvrije zone in te voeren, meegaat met een trend die al meerdere jaren gaande is. Van alle voertuigen verduurzamen brom- en snorfietsen het snelst. Voor Amsterdam geldt dat in heel 2022 74% van de nieuwverkopen elektrisch was en in 2023 55%.
Voor meer informatie hierover verwijst het college naar paragraaf 3.1. Elektrische voertuigen zijn voor veel Amsterdammers al enige tijd niet alleen een kwalitatief en duurzaam, maar ook betaalbaar alternatief voor de fossiele variant. Het besluit van het college om voor deze groep geen overgangstermijn van tien jaar te hanteren, hangt ook samen met deze marktontwikkeling. Het college verwacht ten slotte dat de verkoop van een fossiel voertuig met een DET tussen 1 januari 2020 en 31 december 2024 de nadelige financiële gevolgen van een kortere overgangsregeling en dus afschrijvingstermijn aanzienlijk zal beperken of zelfs weg zal nemen. Mochten er in uitzonderlijke situaties toch onevenredige nadelige financiële gevolgen zijn voor een individuele brom- of snorfietseigenaar, dan blijft de mogelijkheid bestaan om een beroep te doen op de hardheidsclausule.
Tot slot merkt het college op dat de goede staat waarin een voertuig verkeert, niet betekent dat het voertuig geen schadelijke stoffen uitstoot. Bovendien zou het handhaven hiervan praktisch onmogelijk zijn. 5.1.4 Overige toelatingseisen Door een indiener is aangegeven dat het probleem zich vanzelf oplost door de autonome verschoning van brom- en snorfietsen: door elektrische bromen snorfietsen en fietsen zullen fossiele brom- en snorfietsen volgens de indiener niet lang bestaan. Een aantal andere indieners pleit voor een uitsterf beleid. Zo is de suggestie gedaan dat brom- en snorfietsen die voor een bepaalde datum zijn aangeschaft (bijvoorbeeld 1 juli 2023) gebruikt mogen blijven worden totdat deze weer van de hand worden gedaan, dat Euro 4 en Euro 5 bromen snorfietsen door mogen blijven rijden totdat het voertuig het niet meer doet, of dat brom- en snorfietsen in het algemeen opgereden moeten worden. Een andere indiener voert aan dat bewoners toegang moeten behouden. Weer een andere indiener heeft aangegeven de toelatings eisen in het algemeen te streng te vinden. Tot slot is aangegeven dat de 2-takt brom- en snorfietsen met rust gelaten moeten worden en dat de regels in heel Europa gelijk zouden moeten zijn.
Reactie college Het college wil benadrukken dat de uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen één van de maatregelen is die wordt ingevoerd om de luchtkwaliteit en daarmee de gezondheid van de bewoners en bezoekers van Amsterdam te verbeteren. Ook wordt hiermee, in combinatie met de andere maatregelen, de CO2-uitstoot verminderd. Uit GGD-onderzoek is gebleken dat de gemiddelde Amsterdammer ongeveer 11 maanden korter leeft en gemiddeld 4,4 sigaretten per dag meerookt door de vieze lucht in de stad.5 Voor kinderen, ouderen en mensen die al ziek zijn is het gezond heidsrisico het grootst.6 Er wordt steeds meer bekend over de schadelijke gevolgen van lucht verontreinigende stoffen en daarom heeft de World Health Organization (WHO) haar advies waarden voor luchtkwaliteit in 2021 stevig aan
5 Landelijke GGD-rekentool waarbij is uitgegaan van de in 2022 gemeten jaargemiddelde fijnstof en NO2-concentraties op achtergrondstations in het automatisch/Palmes meetnet, te weten: - 16,7 ug/m3 voor PM10 - 9,0 ug/m3 voor PM2,5 - 19,3 ug/m3 voor NO2 6 World Health Organization. (2021). WHO global air quality guidelines: particulate matter (PM2,5 and PM10), ozone, nitrogen dioxide, sulfur dioxide and carbon monoxide. World Health Organization. https://apps.who.int/iris/handle/10665/345329 License: CC BY-NC-SA 3.0 IGO
24
gescherpt. Dit onderstreept de noodzaak om de lucht in Amsterdam nog schoner te maken. Een uitsterfbeleid zoals wordt voorgesteld, of minder strenge toelatingseisen komen daaraan niet ten goede. Het college hanteert bij het invoeren van de uitstootvrije zone een overgangsregime voor bestaande voertuigen. Voor meer informatie over de overgangsregeling verwijst het college naar paragraaf 5.1.3. Onder de huidige milieuzone die is ingevoerd per 1 januari 2018, worden brom- en snorfietsen van voor 2011 geweerd en daarmee in feite ook bijna alle 2-takt brom- en snorfietsen. Ten aanzien van het weer toelaten van 2-takt brom- en snorfietsen merkt het college op dat 2-takt brom- en snorfietsen vervuilender zijn dan 4-takt brom- en snorfietsen. Juist deze voertuigen stoten veel stoffen uit die schadelijk zijn voor de gezondheid, waaronder kankerverwekkende koolwaterstoffen zoals benzeen. Moderne 2-takt brom- en snorfietsen stoten per kilometer 10 tot 15 keer meer koolwaterstoffen uit dan moderne benzineauto’s.7 Het college hanteert het uitgangspunt dat iedereen die een vervuilend vervoersmiddel in de stad gebruikt, de verantwoordelijkheid heeft om bij te dragen aan gezondere lucht. Dit geldt zowel voor bewoners, bezoekers als ondernemers. Gelet op dit uitgangspunt en het doel van de uitstootvrije zone ziet het college geen reden om een ontheffing te verlenen voor bewoners.
Het college is tot slot op grond van de Wegen verkeerswet bevoegd een uitstootvrije zone in te voeren voor brom- en snorfietsen als daarmee de door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, als bedoeld in de Wet milieubeheer wordt voorkomen of beperkt (artikel 2, tweede lid, onder a, Wegenverkeerswet 1994). Daar is naar het oordeel van het college sprake van. De uitstootvrije zone
“Nagenoeg iedereen ergert zich aan scooters, brom- en snorfietsen. Tevens zijn motorrijders, gezien stank, herrie en agressief rijgedrag erg vervelend. Waarom niet vanaf 2025 een totaal verbod op deze overlast en vervuiling veroorzakers.”
voor brom- en snorfietsen is immers één van de maatregelen die wordt ingevoerd om de lucht kwaliteit in Amsterdam te verbeteren en samen met de andere maatregelen de CO2-uitstoot te verminderen. Er is geen Europese regelgeving voor het invoeren van een uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen. Op dit moment is er voor brom- en snorfietsen, in tegenstelling tot voor personenauto’s, bestelauto’s en vrachtauto’s, ook geen landelijke harmonisatiewetgeving op het gebied van milieuzones en uitstootvrije zones.
5.2 Strengere toelatingseisen Een enkele indiener heeft aangegeven dat de maatregelen strenger zouden moeten zijn. Zo is erop gewezen dat alle gemotoriseerde fietsen en brom- en snorfietsen uit het centrum moeten worden geweerd of dat de snelheid moet worden teruggebracht naar 16 kilometer per uur. Reactie college De uitstootvrije zone is één van de maatregelen die wordt ingevoerd met als doel het verbeteren van de luchtkwaliteit en daarmee de gezondheid van bewoners en bezoekers in Amsterdam. Daarnaast wordt hiermee, in combinatie met de andere maatregelen, de uitstoot van CO2 verminderd. Het terugbrengen van de snelheid dient een ander doel, namelijk het verbeteren van de verkeers veiligheid. Hetzelfde geldt voor het weren van alle gemotoriseerde brom- en snorfietsen en fietsen. Verkeersveiligheid vindt het college uiteraard ook belangrijk. De gemeente werkt continu aan de verbetering van de verkeersveiligheid. Om hinder en verkeersonveiligheid op de drukke en smalle fietspaden te voorkomen en ongelukken bij ongeregelde kruispunten moeten snorfietsers sinds 8 april 2019 op de meeste wegen binnen de Ring A10 op de rijbaan rijden met helm. Daarnaast worden er ook andere verkeersveiligheids maatregelen genomen, waaronder het verbeteren van infrastructuur, het realiseren van schoolzones en verkeerseducatie en samenwerking met de Veiligheidsregio Amsterdam.
Het college kiest voor het invoeren van een uitstootvrije zone met overgangsregeling. In paragraaf 5.1.3 wordt de overgangsregeling nader toegelicht.
7 TNO-rapport ‘Tail-pipe emissions and fuel consumption of standard and tampered mopeds’ (TNO 2013-R10232)
25
5.3 Toelatingseisen met betrekking tot andere modaliteiten 5.3.1 Motoren Door meerdere indieners is aangevoerd dat ook motoren moeten worden geweerd. Daarbij is gewezen op de uitstoot van deze voertuigen en de geluids- en stankoverlast die door motoren wordt veroorzaakt. Ook is genoemd dat de overstap naar motoren voorkomen moet worden. Reactie college Ten aanzien van motoren merkt het college op dat de gemeente op dit moment nog geen (zelfstandig) beleid heeft op het gebied van motoren. Er zijn relatief weinig motoren en deze rijden relatief weinig kilometers. Het aantal gereden kilometers wordt geschat tussen de 1.200 en 3.500 per jaar per motor. Verder is de markt voor elektrische motoren in opkomst, maar nog relatief klein. In 2022 zijn er slechts enkele honderden nieuwe elektrische motorfietsen verkocht. De gemeente volgt de ontwikkelingen nauwlettend. Het is de ambitie van de gemeente om het gebied binnen de bebouwde kom in 2030 uitstootvrij te hebben voor al het verkeer, waaronder ook motoren. 5.3.2 Personenauto’s Door een aantal indieners is aangegeven dat voor personenauto’s ook een uitstootvrije zone moet worden ingevoerd. Daarbij is aangegeven dat personenauto’s meer verbruiken en er meer personenauto’s zijn dan brom- en snorfietsen. Om die reden zouden er voor personenauto’s hardere maatregelen getroffen moeten worden.
Verder is erop gewezen dat er voor benzineauto’s ten onrechte geen maatregelen worden getroffen.
Reactie college Ten aanzien van dieselpersonenauto’s is er landelijke harmonisatiewetgeving op het gebied van milieuzones. Dit om te voorkomen dat er in gemeenten zones met verschillende soorten toelatingseisen en borden ontstaan, wat leidt tot onduidelijkheid voor weggebruikers die in de verschillende zones rijden. Er geldt daardoor een landelijk geharmoniseerd systeem voor milieuzones voor dieselpersonenauto’s. Hier is het college aan gehouden. Op grond van deze landelijke regel geving hebben gemeenten per 2025 de mogelijk heid om de milieuzone voor dieselpersonenauto’s aan te scherpen naar emissieklasse 5, hetgeen Amsterdam gaat doen. Het is niet mogelijk om een milieuzone voor personenauto’s op benzine in te voeren. Daarnaast is het op dit moment nog niet mogelijk om een uitstootvrije zone in te voeren voor personenauto’s, omdat landelijke regelgeving daarvoor ontbreekt. De gemeente hanteert echter een integrale aanpak waarbij ook maatregelen worden getroffen ten aanzien van vervuilende benzineauto’s. Hiervoor wil de gemeente de eisen voor het verlenen van een nieuwe parkeervergunning per 1 januari 2025 aanscherpen naar emissieklasse 5 of hoger. Dit geldt voor zowel diesel- als benzinevoertuigen.
Dat betekent dat voertuigeigenaren vanaf 1 januari 2025 niet meer in aanmerking komen voor een parkeervergunning met een benzine-, diesel- of ander koolstofhoudende brandstofauto met emissieklasse 4 of lager. Voor bepaalde situaties geldt een overgangsregeling. Meer informatie daarover is te vinden op www.amsterdam.nl/ uitstootvrijvervoer onder het kopje ‘personenauto’. Het college heeft op 2 april 2024 ingestemd met het vrijgeven van dit beleidsvoornemen voor inspraak van 22 april tot en met 10 juni 2024. Voor bestel- en vrachtauto’s is het op grond van de landelijke regelgeving wel mogelijk om per 2025 een uitstootvrije zone in te voeren, waarbij een landelijke overgangsregeling geldt.
“Een overgangsregeling van 10 jaar houdt rekening met de natuurlijke gebruikslevensduur van het product. Voor de voertuigen met een datum van eerste toelating vóór 2018 is in lijn hiermee een geschikte overgangsregeling getroffen tot 2028. Deze overgangsregeling van 10 jaar is echter niet doorgetrokken voor benzinevoertuigen die verkocht worden vanaf 2021 tot 1 januari 2025.”
26
5.3.3 Fatbikes en nieuwe brom- en snorfietsen Een indiener vindt het niet eerlijk dat fatbikes en nieuwe brom- en snorfietsen wel toegang hebben. Reactie college De uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen is één van de maatregelen die wordt ingevoerd met als doel het verbeteren van de luchtkwaliteit en daarmee de gezondheid van bewoners en bezoekers van Amsterdam. Daarnaast wordt hiermee, in combinatie met de andere maat regelen, de uitstoot van CO2 verminderd. Het college acht het onevenredig om nieuwe brom- en snorfietsen direct te weren. Het college kiest voor het invoeren van een uitstootvrije zone met overgangsregeling. Het college gaat ervan uit dat de indiener met ‘nieuwe brom- en snorfietsen’ doelt op brom- en snorfietsen met een DET van voor 1 januari 2025. Deze voertuigen vallen onder de overgangsregeling. In paragraaf 5.1.3 is de overgangsregeling nader toegelicht. Fatbikes zijn elektrische voertuigen die geen uitstoot hebben. Het weren hiervan draagt dan ook niet bij aan het verbeteren van de luchtkwaliteit en gezondheid en het verminderen van CO2-uitstoot. Het college merkt niettemin op dat bekend is dat verschillende typen elektrische fietsen/fatbikes eenvoudig snelheden tot (ruim) boven de 25 kilometer per uur halen, waarbij de bestuurder niet altijd zelf hoeft te trappen.
Deze elektrische fietsen/fatbikes vallen dan onder de brom -en snorfietsregels, inclusief kentekenplicht en helmplicht, en zouden dan als zodanig gekeurd moeten worden. De handhaving op snelheids overtredingen en het gebruik van opgevoerde en illegale voertuigen op de openbare weg is een bevoegdheid van de politie. Sinds kort beschikt de politie ook over een rollerbank waarmee gemeten kan worden of met elektrische fietsen de regels voor de maximumconstructiesnelheid overtreden worden. Op 29 maart 2024 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de Aanpak opvoeren elektrische fietsen waaronder fatbikes waarin het voornemen staat in principe de aanwezigheid van
“Kijken naar datum eerste toelating is totaal niet nuttig voor het invoeren van scooter wetten. Kijk naar verbruik en het verschil tussen 4takt en 2takt. Mijn scooter verbruikt 1 op 45 en is al meer dan 10 jaar oud. Auto’s worden toch ook niet per datum 1e toelating beoordeeld? Het gaat om verbruik.”
opvoer- hard- en software bij e-bikes op de openbare weg te gaan verbieden.
27
H6
Zienswijzen over specifieke gevolgen van de uitstootvrije zone 6.1 Gevolgen voor individuen Indieners voeren aan dat zij nadelige financiële gevolgen ondervinden van de invoering van de uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen. Zij geven aan dat de aanschaf en het onderhoud van een nieuwe elektrische brom- of snorfiets duur is en niet voor iedereen betaalbaar. Ouderen, mensen met lage- en middeninkomens en voer tuigeneigenaren die afhankelijk zijn van hun bromof snorfiets voor werk of voor andere dagelijkse zaken worden volgens de indieners het hardst door de maatregelen geraakt. RAI Vereniging wijst op het risico van mobiliteitsarmoede en stelt zich op het standpunt dat hier voldoende rekening mee moet worden gehouden in de overgangsregeling en de stimuleringsmaatregelen. Indieners voeren verder aan dat er geen of onvoldoende hulp is voor eigenaren van een brom- of snorfiets met een laag inkomen en dat Amsterdam door de maatregel een stad voor alleen rijken wordt. Indieners wijzen erop dat zij hun brom- of snorfiets nodig hebben voor het woonwerkverkeer. Het openbaar vervoer is volgens sommigen geen goed alternatief in verband met de onregelmatige werktijden en/of omdat de werk plek niet bereikt kan worden met het openbaar vervoer. Andere indieners geven aan hun brom- of snorfiets nodig te hebben voor ziekenhuisbezoek of om boodschappen te doen.
“Het verbod raakt met name de lagere en midden inkomens. Zij mogen goed functionerende voertuigen niet langer gebruiken.”
Sommige indieners vinden dat ze door de gemeente gedwongen worden om een nieuw (duur) voertuig aan te schaffen en hierdoor in hun vrijheid worden beperkt en aangetast. Ook gaat de maatregel volgens een indiener ten koste van het leefgenot. Een indiener geeft aan hard te hebben gewerkt om het voertuig aan te kunnen schaffen. Andere indieners zijn gehecht aan hun brom- of snorfiets, of geven aan dat het voertuig emotionele waarde voor hen heeft. Meerdere indieners ten slotte merken op dat zij als gevolg van de huidige milieuzone al eerder een voertuig hebben moeten vervangen, en vinden het onterecht dat ze nu alweer hun voertuig weg moeten doen. Reactie college Het college begrijpt dat inwoners en bezoekers van Amsterdam zich zorgen maken over de (financiële) gevolgen die de invoering van de uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen voor hen persoonlijk kan hebben. Ook kan het college zich indenken dat sommige eigenaren genieten van of gehecht zijn aan hun brom- of snorfiets, of dat het voertuig emotionele waarde voor hen heeft. Het college acht de invoering van de uitstootvrije zone echter noodzakelijk vanwege zwaarwegende milieu- en gezondheidsbelangen. Het invoeren van de uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen is één van de maatregelen die wordt genomen om de luchtkwaliteit en daarmee de gezondheid van bewoners en bezoekers van de stad te verbeteren.
Ook wordt hiermee, in combinatie met de andere maatregelen, de uitstoot van CO2 verminderd en de geluidsoverlast verlaagd. Het college verwijst naar hoofdstuk 3 van deze nota van beantwoording voor een verdere toelichting op de onderbouwing van de uitstootvrije zone.
28
Het college wil dat de overstap naar de uitstootvrije zone voor iedereen haalbaar is en heeft daarom een overgangsregeling getroffen. Brom- en snorfietsen met een datum eerste toelating (DET) vanaf 1 januari 2025 hebben alleen toegang tot de zone als deze uitstootvrij zijn. Eigenaren die een brom- en snorfiets op fossiele brandstof hebben aangeschaft vóór 1 januari 2025, hebben nog een aantal jaren om zich op de nieuwe regels voor te bereiden. Brom- en snorfietsen op fossiele brandstof met een DET vanaf 1 januari 2011 tot en met 31 december 2024 hebben nog toegang tot de uitstootvrije zone tot 1 januari 2028. Bromen snorfietsen op fossiele brandstof met een DET vanaf 1 januari 2018 tot en met 31 december 2024 hebben nog toegang tot 1 januari 2030. Het college verwijst voor een nadere toelichting op de overgangsregeling naar paragraaf 5.1.3. van deze nota van beantwoording.
betaalbare, kwalitatief goede elektrische brom- en snorfietsen op de markt. Het college benadrukt echter dat het aan de voertuigeigenaar zelf is om te bepalen of aanschaf van een tweedehands voertuig een geschikt alternatief is. Er zijn natuurlijk nog meerdere andere opties, die afhankelijk van de eigen situatie van de indiener tot de mogelijkheden behoren.
Het college werkt verder aan een ondersteunings maatregel voor stadpashouders voor hun brom- of snorfiets op fossiele brandstof. Verder blijft het mogelijk om een ontheffing aan te vragen als het om medische redenen niet mogelijk is om over te stappen naar een elektrisch voertuig of alternatieve vormen van vervoer en voor oldtimers is er een ontheffingsmogelijkheid voor het weekend en de feestdagen. In uitzonderlijke situaties waarbij toepassing van het beleid tot onevenredige gevolgen leidt, blijft het ten slotte mogelijk om een beroep te doen op de hardheidsclausule. Het college verwijst voor een nadere toelichting op de sloopregeling en het ontheffingenbeleid naar hoofdstuk 13 van deze nota van beantwoording.
Het college beseft verder dat het vervelend is voor sommige voertuigeigenaren dat zij voor de tweede keer hun brom- of snorfiets moeten vervangen als gevolg van milieu- en luchtkwaliteitsbeleid. Het gaat hierbij om de specifieke situatie dat de voertuigeigenaar met het toenmalige voertuig niet voldeed aan het toegangsregime bij de invoering van de milieuzone voor brom- en snorfietsen in 2018. Voertuigen met een DET van 2010 of ouder hebben per 1 januari 2018 geen toegang meer tot de milieuzone. Voor 4-takt voertuigen met een DET in 2008, 2009 en 2010 kon een ontheffing worden aangevraagd tot en met het kalenderjaar waarin het voertuig 10 jaar oud werd. Op grond van de overgangsregeling van de uitstootvrije zone worden per 1 januari 2028 voertuigen van vóór 2018 geweerd. Dit leeftijdscriterium van 10 jaar en ouder is gekoppeld aan de door de BOVAG en RAI Vereniging onderschreven redelijke afschrijvings termijn voor brom- en snorfietsen. Daarnaast is per 2018 de Euro 4 norm ingevoerd, met als gevolg dat voertuigen vanaf dan minder schadelijke stoffen mogen uitstoten en een lager verbruik hebben. Door per 2028 voertuigen van vóór 2018 te weren worden de facto voertuigen met een lagere klasse dan euro 4 geweerd. Het college acht deze overgangsregeling, gelet op belang dat met de invoering de uitstootvrije zone gediend is, redelijk.
Het college meent dat met deze maatregelen een evenwichtig pakket tot stand is gekomen, waarmee de nadelige gevolgen voor eigenaren van brom- en snorfietsen zoveel mogelijk worden weggenomen, en waarmee ook mobiliteitsarmoede waarop RAI Vereniging wijst zoveel mogelijk kan worden tegengegaan. Voor sommigen kan de aanschaf van een tweedehands elektrische brom- of snorfiets een haalbare optie zijn. Weliswaar is dit aanbod nu nog beperkt, maar de verwachting is dat dit aanbod er in 2028 - als wordt begonnen met het weren van bestaande brom- en snorfietsen - wel voldoende is. Sinds enkele jaren zijn er immers
“Mensen moeten de vrijheid hebben om op ieder gewenst moment met hun eigen vervoer te reizen naar werk of vrije tijdsbesteding…”
Ten aanzien van de indieners die aangeven dat zij door de invoering van de uitstootvrije zone in hun vrijheid worden beperkt en aangetast, merkt het college op dat de problemen op het gebied van luchtkwaliteit en klimaat het gevolg zijn van menselijk handelen en dat iedereen – in meer of mindere mate – medeverantwoordelijk is voor het ontstaan van deze problemen. Daarom vraagt de Amsterdam ook van iedereen om bij te dragen aan het oplossen van de problemen.
29
6.2 Waarde en staat van het voertuig Enkele indieners hebben zienswijzen ingediend over de waarde van het voertuig. Zij voeren aan dat de invoering van de uitstootvrije zone leidt tot waardevermindering van hun voertuig of dat sprake is van kapitaalvernietiging. Ook is door verschillende indieners aangegeven dat hun voertuig nog in goede staat of zelfs nieuwstaat verkeert, nog prima rijdt, zuinig en stil, of goed onderhouden is. Reactie college Van alle voertuigen verduurzaamt de brom- en snorfiets het snelst. 8 Voor Amsterdam geldt dat in heel 2022 74% van de nieuwverkopen elektrisch was en in 2023 55%. Voor meer informatie hierover verwijst het college naar paragraaf 3.1. Het college erkent dat er een risico bestaat op waardevermindering van voertuigen op fossiele brandstoffen, maar dit zou gelet op de al ingezette marktontwikkelingen ook het geval zijn zonder invoering van de uitstootvrije zone. Wel kan de invoering van de uitstootvrije zone lokaal zorgen voor een sterker effect. Echter, een brom- of snorfiets blijft waarde behouden, ook als deze de uitstootvrije zone niet meer in mag. Een brom- of snorfiets kan namelijk nog buiten de uitstootvrije zone worden gebruikt of verkocht worden. Voor oude brom- en snorfietsen die op de markt niet veel meer opleveren werkt het college voor stadpashouders aan een sloopregeling.
Het college verwijst voor meer informatie over de sloop regeling naar hoofdstuk 13 van deze nota van beantwoording. Het college begrijpt dat het moeilijk is om afstand te doen van een brom- of snorfiets die in nieuwstaat verkeert of goed onderhouden, zuinig of stil is. Het college kan echter geen uitzondering voor deze voertuigen maken, omdat ook deze voertuigen CO2 en stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid zoals stikstof, fijnstof en benzeen uitstoten. Het college verwijst voor een toelichting op de redenen voor invoering van de uitstootvrije zone naar hoofdstuk 3 van deze nota van beantwoording.
“Jullie verzinnen van alles wat nergens op slaat, alleen maar burgers op kosten jagen...”
6.3 Uitstootvrije zone is in strijd met het eigendomsrecht Een indiener stelt zich op het standpunt dat er sprake is van onteigening. Reactie college Het college merkt over deze zienswijze op dat het bezit van de brom- of snorfiets niet wordt beperkt, en ook niet het gebruik ervan buiten de uitstoot vrije zone. Het college is op grond van de Wegen verkeerswet bevoegd om maatregelen te treffen om de luchtkwaliteit in de stad te verbeteren en de CO2-uitstoot te verminderen. Met het verkeers besluit tot invoering van de uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen wordt het gebruik van het voertuig in de uitstootvrije zone beperkt/ gereguleerd in overeenstemming met het algemeen belang. Dit is toegestaan op grond van 1 artikel van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Voor een onderbouwing waarom het noodzakelijk is om de uitstootvrije zone in te voeren verwijst het college naar hoofdstuk 3 van deze nota van beantwoording.
6.4 Negatieve gevolgen voor bedrijven Een indiener voert aan dat hij en eventueel veel anderen met hem genoodzaakt zijn te snel een ander voertuig aan te schaffen, te verhuizen of met de bedrijfsvoering te stoppen. Reactie college Zoals hiervoor in paragraaf 6.1 is toegelicht, meent het college dat met de overgangsregeling, het ontheffingenbeleid en de sloopregeling een evenwichtig pakket tot stand is gekomen, waarmee ook de nadelige gevolgen worden weggenomen voor eigenaren die hun brom- of snorfiets bedrijfs matig gebruiken. Ondernemers die voldoen aan de voorwaarden kunnen ook een stadspas aanvragen en in aanmerking komen voor een sloopregeling. In uitzonderlijke situaties waarbij toepassing van het beleid tot onevenredige gevolgen leidt, blijft het mogelijk om een beroep te doen op de hardheidsclausule. Het college verwijst voor een nadere toelichting op de overgangsregeling, het ontheffingenbeleid en de sloopregeling naar paragraaf 5.1.3 en hoofdstuk 13 van deze nota van beantwoording.
8 https://www.raivereniging.nl/secties/scooters/actueel/nieuws/scooter-verduurzaamt-het-snelst-van-alle-voertuigen-in-nederland/
30
H7
Zienswijzen over alternatieve oplossingen Een aantal indieners voert aan dat brom- en snorfietsen niet de enige oorzaak van luchtvervuiling zijn. Er moet volgens deze indieners eerst naar andere bronnen van luchtvervuiling en CO2-uitstoot worden gekeken, of naar andere manieren om de uitstoot van schadelijke stoffen en CO2 te beperken. Het college waardeert het dat indieners hebben nagedacht over deze alternatieve oplossingen.
7.1 Andere bronnen van vervuiling en CO2-uitstoot aanpakken 7.1.1 Schiphol Enkele indieners voeren aan dat het vliegverkeer van Schiphol vervuilend is en moet worden aangepakt.
onderwerp dan ook steeds vaker opstellen als een actieve aandeelhouder. Dit betekent dat zij meer invloed zal gaan uitoefenen op het beleid en de bedrijfsvoering van de luchthaven waar zij voor 20% aandeelhouder van is, in lijn met de gemeentelijke ambities voor een gezonde en veilige stad. De gemeente doet dit via haar stemrecht als aandeelhouder, door agendapunten toe te voegen waarover tijdens de aandeel houdersvergadering moet worden gestemd en door in gesprek te gaan met de luchthaven en het Rijk, de andere grootaandeelhouder van de luchthaven.
7.1.2 Vaartuigen aanpakken Indieners voeren aan dat ook de scheepvaart moet worden aangepakt, waaronder de cruiseschepen.
Reactie college De gemeente Amsterdam heeft geen zeggenschap over het luchtruim, dat is een taak van de lucht verkeersleiding Nederland (LVNL). Daarom kan de gemeente ook geen vliegbewegingen boven Amsterdam verbieden. Dat is overigens ook niet reëel, gegeven de ligging van Schiphol. Wel dringt Amsterdam bij de Rijksoverheid aan op vermin dering van uitstoot van alle emissies door vlieg verkeer, niet alleen van schadelijke stoffen maar ook van geluid. De gemeente zal zich op dit
“De gemeente meet met twee maten want iedere week worden treinladingen huisvuil uit Rome aangevoerd om de energiecentrale te kunnen laten draaien...”
Reactie college Zeescheepvaart en zee- en riviercruises zijn vormen van mobiliteit die niet of slechts indirect onder de bevoegdheid van de gemeente Amsterdam vallen. Niettemin zet Amsterdam zich ondanks deze beperkingen in om de uitstoot van deze bronnen te beperken, maar daarbij is de gemeente in grote mate afhankelijk van landelijke en Europese regelgeving. Amsterdam volgt de ontwikkelingen op de voet en probeert waar mogelijk versnelling aan te brengen. De ambities, doelen en acties voor het scheep vaartverkeer zijn onder andere vastgelegd in de herijkte ‘Visie Schone Scheepvaart: op weg naar een emissievrije scheepvaart in 2050’ van de Port of Amsterdam.9 De Port of Amsterdam doet zelfstandig het beheer, de exploitatie en de
9 Visie Schone Scheepvaart_maart2022.pdf (portofamsterdam.com)
31
ontwikkeling van het Amsterdamse havengebied; de gemeente Amsterdam is de enige aandeel houder. In deze visie worden onder andere doelen gesteld voor het reduceren van de uitstoot van CO2, stikstofoxide (NOX), zwavel (SOx) en fijnstof (PM). De ambitie is dat in 2050 de scheepvaart in het Amsterdamse havengebied uitstootvrij is. Door hier stapsgewijs naartoe te werken, leveren ook de haven van Amsterdam en het scheepvaartverkeer een belangrijke bijdrage aan de verbetering van de luchtkwaliteit in de omgeving van het Noordzee kanaalgebied en de reductie van CO2 uitstoot. Ook de ongewenste effecten van (zee)cruise hebben de aandacht van het college. Veel maat regelen zijn al genomen, zoals het maximeren van de aantallen cruiseschepen, geen plek bieden aan de vervuilendste schepen, het faciliteren van LNG-bunkering (minder emissie-uitstoot, schoner alternatief voor andere fossiele brandstoffen) en het investeren in walstroom om vanaf 2030 alleen nog cruiseschepen te ontvangen die uitstootvrij kunnen verblijven in de Amsterdamse haven. Deze ambities zijn in 2021 samen met alle regionale partners uit het Noordzeekanaalgebied vastgelegd in de nota ‘Zeecruise op koers: Beleidsnota Zeecruise in het Noordzeekanaalgebied’10. Een motie om cruiseschepen uit de binnenstad van Amsterdam te weren is door de gemeenteraad op 21 juli 2023 aangenomen (222.23 Motie Rooderkerk c.s.
inzake Amsterdam vaart beter zonder cruise). De motivatie van de gemeenteraad om voor de motie te stemmen en cruises te verbannen is om het aantal toeristen terug te dringen, maar ook om milieuredenen. De gemeente onderzoekt nu of, hoe en wanneer dit voorstel kan worden uitgevoerd. Over cruiseschepen merkt het college nog op dat deze weliswaar veel uitstoten, maar op hoogte. Warme lucht stijgt tevens verder op en spreidt zich uit. Hierdoor heeft het aandeel uitstoot van cruiseschepen op het IJ slechts een beperkte invloed op de luchtkwaliteit op ademniveau en daarmee op de gezondheid. Voor riviercruise schepen geldt dat bij de ligplaatsen in het centrum vanaf 2023 alleen riviercruiseschepen met een Green Award Certificaat (een milieukenmerk voor schepen) welkom zijn.
7.1.3 Vervuilende industrie en afval uit Rome De indieners voeren aan dat grote vervuilende bedrijven moeten worden aangepakt, zoals Tata Steel en Shell. Een andere indiener voert aan dat het niet bevorderlijk is voor de luchtkwaliteit dat er iedere week treinladingen huisvuil uit Rome worden aangevoerd om te worden verbrand in Amsterdam. Reactie college Het college merkt naar aanleiding van deze zienswijzen op dat de uitstoot door de Amsterdamse industrie wordt gereguleerd via de vergunningverlening door middel van (milieu) voorschriften. Deze vergunningverlening wordt voor Amsterdam uitgevoerd door de Omgevings dienst Noordzeekanaalgebied. Dat geldt ook voor de handhaving van de vergunningsvoorschriften en de regelgeving waarop de vergunningverlening is gebaseerd. De gemeente Amsterdam heeft geen zeggenschap over bedrijven die buiten Amsterdam liggen, zoals bijvoorbeeld Tata Steel. Over de verbranding van afval uit Rome merkt het college op dat bij afvalverbranding CO2 vrijkomt, maar dat het voor de klimaatproblematiek niet uitmaakt waar de CO2-uitstoot ontstaat. Het Afval Energie Bedrijf (AEB) mag maximaal 1,4 miljoen ton CO2 uitstoten. Het AEB blijft onder deze grens. Het AEB werkt met afvalverbranding ook stroom en warmte op, hierdoor hoeven er minder gas of kolen verstookt te worden.
Ook gaat AEB op termijn CO2 afvangen en ondergronds opslaan, zodat het minder tot niet meer bijdraagt aan klimaat verandering. Met betrekking tot extra lucht verontreiniging door de verbranding van het Italiaanse afval geldt dat deze uitstoot eveneens binnen de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit in Amsterdam plaatsvindt. 7.1.4 Biomassacentrale stoppen/vervangen door kernenergie Een indiener draagt als oplossing aan om te stoppen met de biomassacentrale, omdat dat slecht is voor het milieu. Er kan volgens de indiener beter een moderne kerncentrale worden gebouwd. Reactie college
“In 1 woord belachelijk. Onder de rook van Schiphol gaan we de bromfietsen verbieden.”
10 zeecruise_op_koers.pdf (openresearch.amsterdam)
Het college vindt dat het gebruik van houtige biomassa moet worden uitgefaseerd. Er worden wat het college betreft geen nieuwe
32
biomassacentrales gerealiseerd waar houtige biomassa wordt verbrand.
voeren, moet wel eerst de landelijke regelgeving worden aangepast.
Het college gaat ervan uit dat de indiener bedoelt dat gestopt moet worden met de biomassacentrale in Diemen. Op 30 augustus 2023 is de vergunning voor deze centrale vernietigd door de Raad van State. Naar aanleiding hiervan heeft Vattenfall aangekondigd voorlopig te stoppen met het ontwikkelen van de biomassacentrale bij Diemen. De gemeente Amsterdam heeft geen bevoegd heden met betrekking tot deze biomassacentrale, maar vindt het niet wenselijk dat deze biomassa centrale alsnog wordt gerealiseerd. Verder vindt het college het van belang dat wordt ingezet op alternatieve bronnen voor de warmtevoorziening. Het college komt hierop terug met een bronnen strategie voor de warmtenetten. Het beleid rondom kerncentrales valt op dit moment onder de verantwoordelijkheid van de minister voor Infrastructuur en Waterstaat. Het college heeft geen bevoegdheden op dit gebied.
7.1.6 Houtstook aanpakken Indieners voeren aan dat de houtstook op woon boten en op de grachten aangepakt moet worden.
7.1.5 Touringcars aanpakken Indieners merken op dat ook touringcars, met name uit het buitenland, moeten worden aangepakt. Reactie college Het college werkt ook aan uitstootvrij touringcar verkeer per 1 januari 2030. Om het transitieproces te versnellen hebben het Rijk, verschillende gemeenten – waaronder Amsterdam – en brancheorganisaties op 30 oktober 2023 ‘het Afsprakenkader Emissieloos Touringcar’11 onder tekend. Het uitgangspunt van dit afsprakenkader is dat nieuwe per 1 januari 2027 bij de Dienst Wegverkeer (RDW) geregistreerde touringcars vanaf deze datum alleen nog worden toegelaten als ze uitstootvrij zijn. Voor touringcars die bij RDW zijn geregistreerd vóór 1 januari 2027 geldt een overgangsregeling. Deze voertuigen mogen tot 1 januari 2030 met emissieklasse 6 in de uitstootvrije zone rijden. Om de uitstootvrije zone voor het touringcarverkeer daadwerkelijk in te kunnen
“Kom met een alternatief zoals gratis openbaar vervoer, dan laten veel mensen de brommer wel staan...”
Reactie college Het college wil de overlast en uitstoot van hout stook beperken en is momenteel bezig met het ontwikkelen van een beleidskader. De publicatie van dit beleidskader wordt verwacht in 2024.
7.2
Overige alternatieve oplossingen
7.2.1 Openbaar vervoer Indieners voeren aan dat het openbaar vervoer goedkoper en beter moet worden. Er moet daarnaast voor gezorgd worden dat er geen trams en bussen meer uitvallen en dat het openbaar vervoer vaker en langer rijdt. Ook moet het openbaar vervoer in de perifere gebieden worden verbeterd. Reactie college Amsterdam kent een fijnmazig netwerk van openbaar vervoer. Dat is nodig, want Amsterdam blijft groeien. De gemeente Amsterdam heeft als beleidsdoelstelling om te werken aan het verbeteren van openbaar vervoer in alle delen van de stad. De maatregelen die de gemeente ter realisering hiervan wil nemen, zijn onder andere te vinden in de Agenda Amsterdam Autoluw12 . De verantwoordelijkheid voor het stedelijke openbaar vervoer ligt bij de Vervoerregio. De Vervoerregio is als concessieverlener verantwoordelijk voor het bepalen van de juiste kaders en voorwaarden voor de concessienemer, het GVB in dit geval. Op dit moment heeft de hele ov-sector te maken met een personeelstekort. Het GVB heeft hier ook mee te maken. Dit personeelstekort is mede een oorzaak van de verhoogde uitval van trams en bussen waardoor het GVB het niet lukt zo vaak te rijden als de Vervoerregio en gemeente zouden willen.
De Vervoerregio en GVB proberen door onder andere wervingscampagnes voldoende nieuw personeel aan te trekken zodat de komende periode uit eindelijk de uitval van trams en bussen vermindert.
11 Afsprakenkader Emissieloos Touringcarvervoer | Rapport | Rijksoverheid.nl 12 Maatregelen Amsterdam Autoluw - Gemeente Amsterdam
33
Het openbaar vervoer wordt voor een gedeelte gesubsidieerd door de overheid. Ook komen onder andere Amsterdamse 65-plussers met een laag inkomen in aanmerking voor gratis openbaar vervoer. 7.2.2 Wonen Indieners voeren aan dat er moet worden geïnvesteerd in de verduurzaming van huizen. Er moeten zoveel mogelijk daken worden bedekt met zonnepanelen en woningcorporaties moeten worden gedwongen zonnepanelen op daken te leggen. Daarnaast zijn indieners van oordeel dat er betaalbare huizen moeten worden gebouwd waar nu bedrijven gevestigd zijn, zodat mensen niet ver hoeven te reizen naar hun werk in Amsterdam. Reactie college Het college juicht initiatieven die leiden tot verduurzaming van woningen toe en stimuleert verschillende activiteiten met subsidies en andere initiatieven. Het college verwijst voor een overzicht hiervan naar de website van de gemeente Amsterdam.13 Verduurzaming van woningen is echter niet voldoende om met name de uitstoot van schadelijke stoffen zoals fijnstof (PM) en stikstof dioxide (NO2) terug te brengen. De invoering van de uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen draagt hier samen met de andere uitstootvrije- en milieuzones wel aan bij. Het college verwijst voor een onderbouwing hiervan naar hoofdstuk 3 van deze nota van beantwoording.
Met betrekking tot het bouwen van nieuwe woningen, merkt het college op dat Amsterdam streeft naar 7.500 nieuwe woningen per jaar. Uitgangspunt hierbij is de verdeling 40% gereguleerde huur, 40% middelduur (huur en koop) en 20% dure huur en koop. Onder dit streefgetal vallen ook voormalige kantoorpanden die worden verbouwd naar
“Waar blijft het ontwerpverkeersbesluit milieuzone voor brommers, scooters en motoren? Waar blijven de borden voor deze vervoersmiddelen; geluid te hard! Nu nog een waarschuwing, later volgt een boete.”
appartementencomplexen. Het college benadrukt dat dit streven door stijgende bouwkosten, een dalend consumentenvertrouwen en personeels schaarste echter geen zekerheid is. 7.2.3 Geluid Meerdere indieners voeren aan dat zij hinder ondervinden van het geluid van brom- en snorfietsen en van motoren. Zij vragen het college dit aan te pakken. Reactie college Het college erkent dat het verkeer een grote bron van ernstige geluidshinder is in Amsterdam. De mogelijkheid om hiertegen op te treden is op dit moment echter gering. De handhaving van de verkeersregelgeving is primair een taak van de verkeerspolitie, maar deze heeft hiervoor slechts beperkte capaciteit. Daarnaast is de handhaving complex en tijdrovend. Sommige wijkteams pakken de overlast zelf op, maar ook daar is de capaciteit beperkt. Overlast kan gemeld worden via www. politie.nl. De gemeente kan op basis van artikel 57 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) wel optreden tegen overduidelijk onnodig geluid van brom- en snorfietsen en motorvoertuigen. Overlast hiervan kan gemeld worden via www.meldingen.amsterdam.nl. Daarnaast onderzoekt de gemeente Amsterdam samen met de andere grote (G4) gemeenten en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) de mogelijkheden van digitaal handhaven met geluidscamera’s.
Verder merkt het college op dat in het Actieplan Geluid 2020-202314 verschillende maatregelen zijn opgenomen om het geluid van het verkeer in de stad terug te dringen. De grootste winst wordt verwacht van de invoering van de uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen. Nu is dit nog de grootste bron van geluidshinder in Amsterdam. Op dit moment vormen die vervoermiddelen met 20,5% ernstige hinder nog de grootste geluids hinderbron in Amsterdam. De verwachting is dat de hinder dan voor een groot deel zal wegvallen. 7.2.4 Biodiversiteit De indieners vragen het college om zich meer te richten op de biodiversiteit, op bomen en op parken dan op de brom- en snorfietsen.
13 Subsidies Duurzaam en groen - Gemeente Amsterdam 14 https://assets.amsterdam.nl/publish/pages/1035978/actieplan_geluid.pdf
34 Reactie college Het college richt zich tevens op het aanleggen van meer groen in de stad en het verhogen van de biodiversiteit. Deze ambities zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie 205015 en de Groenvisie 2020205016 en worden momenteel uitgevoerd. In deze nota van beantwoording gaat het om het verminderen van de uitstoot door brom- en snorfietsen, zodat de luchtkwaliteit verbetert en daarmee de gezondheid van de Amsterdammers en bezoekers. Beide thema’s (biodiversiteit en luchtkwaliteit) zorgen voor een gezonde stad voor mens, plant en dier. 7.2.5 Voertuigen in bruikleen Een indiener draagt als oplossing aan dat Amsterdam voertuigen in bruikleen ter beschikking stelt, betaald vanuit de opbrengst van de belastingen. Reactie college Het college is niet voornemens om voertuigen in bruikleen ter beschikking te stellen. Zoals in hoofdstuk 6 van deze nota van beantwoording al is toegelicht, meent het college dat met de overgangsregeling, ontheffingsmogelijkheden en sloopregeling een evenwichtig pakket tot stand is gekomen, waarmee de nadelige gevolgen voor bezitters van brom- en snorfietsen zoveel mogelijk worden weggenomen. Wel faciliteert de gemeente het gebruik van deelvervoer door private aan bieders in de stad.
Amsterdammers en bezoekers die gebruik willen maken van deelvervoer, kunnen bij verschillende aanbieders terecht voor elektrische deelscooters, deelauto’s, deelfietsen en deelbakfietsen.
7.2.6 Knip Stadhouderskade en auto’s over Damrak verbieden/weren Een indiener voert aan dat als de gemeente iets wil doen aan de leefbaarheid van de stad, het goed zou zijn om vaker projecten als de Knip in de Weesperstraat te ondernemen. Deze indiener vraagt ook waarom er niet een keer een knip in de Stadhouderskade komt, en waarom er nog auto’s rijden over de Damrak. Reactie college Het college deelt het standpunt van de indiener dat een autoluwe stad bijdraagt aan de leefbaarheid van de stad, omdat dit bijdraagt aan meer leefruimte en schonere lucht. Het college werkt daarom ook aan maatregelen om Amsterdam autoluw te maken. Het college verwijst voor maatregelen op dit gebied naar de Agenda Amsterdam Autoluw17 en naar voorbeelden van projecten om het aantal verkeersbewegingen te verminderen18 . In de Agenda Amsterdam Autoluw zijn ook plannen opgenomen om de Damrak en de Stadhouderskade autoluwer te maken.
15 Omgevingsvisie 2050 - een menselijke metropool (amsterdam2050.nl) 16 Groenvisie 2020-2050 - Een leefbare stad voor mens en dier (openresearch.amsterdam) 17 Amsterdam maakt ruimte, agenda Autoluw (openresearch.amsterdam) 18 www.amsterdam.nl/verkeer-vervoer/agenda-amsterdam-autoluw
35
H8
Zienswijzen over het moment van invoering 8.1 Maatregel komt te snel
Reactie college
Verschillende indieners vinden het moment van invoering van de maatregel te snel. Volgens een indiener moet eerst het elektriciteitsnet aangepast worden, zodat deze ook de elektriciteitsvraag aan kan. RAI Vereniging heeft aangegeven de datum van 1 januari 2025, vanaf wanneer nieuwe brom- en snorfietsen uitstootvrij moeten zijn om in de zone te mogen rijden, te snel te vinden en pleit voor het opschuiven van die datum naar 1 januari 2030. Een andere indiener stelt dat elektrische voertuigen eerst betaalbaar moeten worden gemaakt. Weer een ander vindt dat de gemeente eerst de technische ontwikkeling van elektrische brom- en snorfietsen af moet wachten. Verder is door een indiener aangegeven dat er in 2025 nog veel brom- en snorfietsen zullen zijn die niet aan de eisen voldoen, waardoor de indiener het invoeren van de uitstootvrije zone per 2025 te kort dag vindt.
Het college deelt de mening dat de maatregel te snel komt niet en licht dat hieronder nader toe. Het invoeren van een uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen is één van de maatregelen die worden genomen om de luchtkwaliteit en daarmee de gezondheid van bewoners en bezoekers van de stad te verbeteren. Ook wordt hiermee, in combinatie met de andere maatregelen, de uitstoot van CO2 verminderd. Uit GGD-onderzoek is gebleken dat de gemiddelde Amsterdammer ongeveer 11 maanden korter leeft en gemiddeld 4,4 sigaretten per dag meerookt door de vieze lucht in de stad.19 Voor kinderen, ouderen en mensen die al ziek zijn is het gezondheidsrisico het grootst.20 Er wordt steeds meer bekend over de schadelijke gevolgen van luchtverontreinigende stoffen en daarom heeft de World Health Organization (WHO) haar advieswaarden voor luchtkwaliteit in 2021 stevig aangescherpt. Dit onderstreept de noodzaak om de lucht in Amsterdam nog schoner te maken.
“Zet steviger door, voer de uitstootvrije zone Brom- en snorfietsen veel sneller in. De grenswaarden worden te vaak overschreden, en de gemeente neemt dat te makkelijk voor lief.”
Tegelijkertijd beseft het college dat het invoeren van een uitstootvrije zone grote consequenties kan hebben voor eigenaren van brom- en snorfietsen. Het college acht het per direct weren van alle fossiele brom- en snorfietsen per 2025 daarom onevenredig en hanteert een overgangsregeling voor bestaande voertuigen. Daarbij geldt dat nieuwe brom- en snorfietsen met een Datum Eerste Toelating (hierna: DET) vanaf 1 januari 2025 per 2025 uitstootvrij moeten zijn. De overgangsregeling houdt in dat per 1 januari 2028 voertuigen met een
19 Landelijke GGD-rekentool waarbij is uitgegaan van de in 2022 gemeten jaargemiddelde fijnstof en NO2-concentraties op achtergrondstations in het automatisch/Palmes meetnet, te weten: - 16,7 ug/m3 voor PM10 - 9,0 ug/m3 voor PM2,5 - 19,3 ug/m3 voor NO2 20 World Health Organization. (2021). WHO global air quality guidelines: particulate matter (PM2,5 and PM10), ozone, nitrogen dioxide, sulfur dioxide and carbon monoxide. World Health Organization. https://apps.who.int/iris/handle/10665/345329 License: CC BY-NC-SA 3.0 IGO
36
DET van voor 2018 worden geweerd. Dit leeftijds criterium van 10 jaar en ouder is gekoppeld aan de door de BOVAG en RAI Vereniging onderschreven redelijke afschrijvingstermijn voor brom- en snorfietsen. Daarnaast is per 2018 de Euro 4 norm ingevoerd met als gevolg dat voertuigen vanaf dan minder schadelijke stoffen mogen uitstoten en een lager verbruik hebben. Dit heeft geleid tot een flinke verschoning van brom- en snorfietsen. Door per 2028 voertuigen van voor 2018 te weren worden de facto voertuigen met een motor lager dan Euro 4 geweerd. Het college acht deze overgangsregeling gelet op het doel van het invoeren van de uitstootvrije zone redelijk. Door een indiener is aangegeven dat eerst het elektriciteitsnet moet worden aangepast. Hiervoor verwijst het college naar paragraaf 12.1. RAI Vereniging vindt de datum van 1 januari 2025, vanaf wanneer nieuwe brom- en snorfietsen uitstootvrij moeten zijn om in de zone te mogen rijden, te snel voor de importeurs vanwege de relatief late definitieve communicatie. RAI Vereniging pleit daarom voor een eindevoorraad regeling en het opschuiven van de datum waarop nieuwverkopen uitstootvrij moeten zijn naar 1 januari 2030. Voor de reactie op deze zienswijze verwijst het college naar paragraaf 9.1. Ten aanzien van de betaalbaarheid en de technische stand van zaken van elektrische voertuigen merkt het college het volgende op.
Het college is het niet eens met het standpunt dat de maatregel te snel wordt ingevoerd en dat eerst de betaalbaarheid en de technische stand van zaken van elektrische voertuigen moet worden afgewacht. Fabrikanten hebben de afgelopen jaren volop geïnvesteerd in uitbreiding van het aanbod en de kwaliteit van elektrische brom- en snorfietsen. De verwachting is dat de techniek zich de komende jaren verder blijft ontwikkelen. Tegelijkertijd zijn de prijzen van elektrische modellen steeds competitiever geworden. Hiermee zijn de gemiddelde nieuwe snor- en bromfietsen in Nederland niet alleen kwalitatief en duurzaam, maar ook een betaalbaar alternatief voor de fossiele variant. Voor een nadere toelichting op de betaalbaarheid en de technische stand van zaken verwijst het college naar hoofdstuk 11.
“Ik wil dat de gemeente de technische ontwikkeling afwacht en geen verplichting oplegt om op uitstootvrije auto’s en brommers over te gaan.”
Tot slot is door een indiener aangegeven dat er in 2025 nog veel brom- en snorfietsen zullen zijn die niet aan de eisen voldoen, waardoor de indiener het invoeren van de uitstootvrije zone per 2025 te kort dag vindt. Het college merkt op dat per 1 januari 2025 alleen nieuwe brom- en snorfietsen – met een DET vanaf 1 januari 2025 – uitstootvrij moeten zijn om in de zone te mogen rijden. Bestaande voertuigen mogen, afhankelijk van de leeftijd van het voertuig, nog doorrijden tot 1 januari 2028 of 1 januari 2030. Het college acht deze overgangsregeling gelet op het doel van het invoeren van de uitstootvrije zone redelijk. Vanaf 2030 moeten alle brom- en snorfietsen uitstootvrij zijn.
8.2 Maatregel komt niet snel genoeg Een aantal andere indieners vindt juist dat de uitstootvrije zone eerder moet worden ingevoerd. Hierbij wordt door verschillende indieners de slechte luchtkwaliteit in Amsterdam genoemd die verbeterd moet worden. Een indiener geeft daarbij ook aan dat de gemeente de belangen van de brom- en snorfietsers vooropzet in plaats van het belang van de volksgezondheid. Een andere indiener pleit voor het per direct invoeren van de uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen, omdat de indiener fossiele brom- en snorfietsen gevaarlijk vindt en wijst daarnaast, zoals meerdere indieners, ook op de stankoverlast van fossiele brom- en snorfietsen. Weer een andere indiener pleit voor het verbieden van alle fossiele brom- en snor fietsen per 1 januari 2025 of desnoods één, twee of drie jaar later, omdat er dagelijks veel elektrische fietsen en fatbikes bijkomen. Enkele indieners wijzen in het kader van het eerder invoeren van de uitstootvrije zone op geluidsoverlast van fossiele brom- en snorfietsen en het voldoende aanbod van elektrische brom- en snorfietsen. Een indiener wijst daarbij ook op het gebruik van het openbaar vervoer als alternatief voor de brom- of snorfiets. Ook is door een indiener voorgesteld om de uitstootvrije zone per 2024 in te voeren en de overgangsregeling al te laten eindigen in 2025 in plaats van in 2028.
Een andere indiener geeft aan het onacceptabel te vinden dat tot 1 januari 2028 doorgereden mag worden met voertuigen van voor 1 januari 2018, juist omdat deze voertuigen erg vervuilend zijn. De indiener is het er ook niet mee eens dat de jongere voertuigen mogen doorrijden tot 2030. Volgens de indiener zouden er hardere maatregelen getroffen moeten worden met kortere tijdslijnen. Een andere indiener wijst in het kader van het eerder invoeren van de uitstootvrije zone in
37
het bijzonder op de uitstoot van 2-takt brom- en snorfietsen en geeft aan dat die voertuigen niet meer van deze tijd zijn. Reactie college Het college is verheugd om te lezen dat de indieners het doel van het invoeren van de uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen onderschrijven. Het belang van het verbeteren van de luchtkwaliteit en daarmee de gezondheid van bewoners en bezoekers van Amsterdam weegt voor het college zwaar. Het college beseft echter dat het invoeren van een uitstootvrije zone ook grote consequenties kan hebben voor eigenaren van brom- en snorfietsen. Daarom voert het college een uitstootvrije zone in voor brom- en snorfietsen, met daarbij een overgangsregeling. Voor meer informatie over de overgangsregeling verwijst het college naar paragraaf 8.1. Met dit overgangs regime wordt naar het oordeel van het college tegemoetgekomen aan de gezondheids- en klimaatbelangen, maar wordt ook voldoende rekening gehouden met de individuele belangen van brom- en snorfietseigenaren. Het per direct of eerder invoeren van een uitstootvrije zone voor brom- en snorfietsen, zoals door de indieners wordt voorgesteld, acht het college onevenredig. Een aantal indieners heeft gewezen op de geluidsen stankoverlast van fossiele brom- en snorfietsen.
Het college erkent dat deze overlast door invoering van de uitstootvrije zone in de loop der tijd aanzienlijk wordt verlaagd, maar acht het eerder invoeren van een uitstootvrije zone voor bromen snorfietsen zoals hierboven uiteengezet onevenredig. Een enkele indiener heeft aangegeven brom- en snorfietsen gevaarlijk te vinden. Het college vindt verkeersveiligheid ook belangrijk, naast het verbeteren van de luchtkwaliteit en het vermin deren van CO2-uitstoot. Het college merkt daarbij op dat met betrekking tot de veiligheid van bromen snorfietsers al diverse maatregelen zijn genomen. Zo rijden snorfietsen sinds 8 april 2019 in
Amsterdam op de rijbaan met helm op de meeste wegen binnen de Ring A10 om hinder en verkeers onveiligheid op drukke en smalle fietspaden en ongelukken bij ongeregelde kruispunten te voorkomen. Sinds 1 januari 2023 is het landelijk verplicht om altijd een helm te dragen op je snorfiets. Voor meer informatie over maatregelen die door de gemeente worden genomen in het kader van verkeersveiligheid verwijst het college naar paragraaf 10.1. Enkele indieners hebben gewezen op het gebruik van de fiets of het openbaar vervoer als alternatief voor de brom- of snorfiets. Het college merkt daarover op dat zij niet kan bepalen wat voor iemand een geschikt alternatief is. Welk type vervoersmiddel wordt gebruikt, is dan ook aan de desbetreffende persoon. Het college benadrukt daarbij wel het belang van de overgang naar een duurzame vorm van mobiliteit. Om die reden stimuleert zij het gebruik van het openbaar vervoer en de fiets in plaats van de auto. Ook stimuleert zij het gebruik van deelvervoer in de stad als alternatief vervoer. Voor meer informatie over het openbaar vervoer verwijst het college naar paragraaf 7.2.1. Ten aanzien van de indiener die heeft gewezen op de vervuiling door 2-takt brom- en snorfietsen merkt het college op dat deze inderdaad vervuilender zijn dan 4-takt brom- en snorfietsen.