Bijlage 1 Monitoring MLK 2025-RIVM.pdf
Tekst van het document
Resultaat luchtkwaliteit langs wegen voor 2024 en 2025 Deze paragraaf toont de resultaten van de NO2-, PM10- en PM2,5concentraties voor het gepasseerde jaar 2024 en het zichtjaar 2025.
39 De invoergegevens voor de berekeningen voor het gepasseerde jaar zijn zoveel mogelijk gebaseerd op metingen, bijvoorbeeld de actuele meteorologische gegevens, en het gebruik van praktijkemissies voor de bepaling van de emissiefactoren. De invoergegevens voor prognosejaren maken mede gebruik van meetgegevens, maar moeten daarnaast ook gebruikmaken van verwachtingen, bijvoorbeeld over de ontwikkeling van het wagenpark. Voor de meteorologische gegevens is gebruikgemaakt van een langjarig gemiddelde weersituatie. 40 Gevolgen van de voorgestelde Europese luchtkwaliteitsrichtlijn voor Nederland (rivm.nl) 41 Monitoringrapportage MLK 2024, Stand van zaken luchtkwaliteit Nederland 42 RIVM Kennisnotitie: Tussenrapportage overschrijdingen EU-grenswaarden in 2030
Pagina 29 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
Eén NO2 overschrijding Voor 2024 en 2025 is er één overschrijding van de grenswaarde voor NO2 berekend. Dat is representatief voor 0,1 km weglengte. In de vorige monitoringsronde MR2024 is er geen overschrijding van de grenswaarde van NO2 gerapporteerd. De gevonden overschrijding is in Velp in de gemeente Rheden. Dat was onverwacht, omdat de achtergrondconcentraties vergeleken met 2023 juist een lichte daling laten zien (zie ook paragraaf 4.3). De gemeente heeft invoergegevens toegevoegd, maar heeft op diverse plaatsen veel onterechte koppelingen aan SRM1-wegdelen (zie paragraaf 6.3.1). De gemeente zelf geeft in de reactie dat de overschrijding ‘volgens het bevoegd gezag onterecht’ is. In Bijlage 6A vindt u de volledige reactie van de gemeente Rheden. Geen fijnstofoverschrijding (PM10 en PM2,5) Voor PM10 komt in 2024 en 2025 geen overschrijding van de etmaalnorm voor. Vorig jaar was er in 2024 en 2025 nog een overschrijding in de gemeente Velsen, waar de achtergrondconcentratie hoog is door industriële emissies. In totaal ging het om 0,1 km weg (per rijrichting). Het betrof een wegvak 43 van de Noordersluisweg in Velsen. Dit toetspunt werd door de gemeente Velsen aangemerkt als ‘onterecht’. De gemeente Velsen heeft in deze monitoringsronde de weg en het toetspunt niet meer aangeleverd. In Bijlage 6A van de monitoringsrapportage 2024 geeft de gemeente hierover uitleg.
Er zijn ook berekeningen uitgevoerd voor de fijnere fractie van fijnstof (PM2,5). Hierbij zijn, net als in de voorgaande jaren, geen overschrijdingen van de jaargrenswaarde van 25 μg/m3 gevonden. Bijna-overschrijdingen De berekeningen kennen een aanzienlijke onzekerheid. Om een idee te geven van wat het aantal overschrijdingen zou zijn als gemaakte aannamen tegenvallen, toont Tabel 4.1 voor 2024 en Tabel 4.2 voor 2025 het resultaat van het toetsen met toepassing van een bandbreedte van 2,5 μg/m3 voor NO2 ten opzichte van de wettelijke grenswaarde 44. Tabel 4.1 Overschrijdingen NO2 en PM10 in kilometers rijrichting voor 2024, getoetst aan de wettelijke grenswaarde en met een bandbreedte van 2,5 μg/m3 voor NO2 en vijf overschrijdingsdagen (zonder zeezoutaftrek) voor PM10.
Grenswaarde > 40,5 μg/m3 0,1
Bandbreedte > 38 μg/m3 0,1
PM10
> 35 dagen
km met overschrijding
0
> 30 dagen (zonder zeezoutaftrek) 0
NO2 km met overschrijding
Zie voor meer uitleg over ‘wegvak’ Bijlage 1 Begrippenkader: Overschrijdingen per kilometer wegzijde (of rijrichting). 44 Meer informatie over de toetsing met toepassing van een bandbreedte staat in Bijlage 1. 43
Pagina 30 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
Tabel 4.2 Overschrijdingen NO2 en PM10 in kilometers rijrichting voor 2025, getoetst aan de wettelijke grenswaarde en met een bandbreedte van 2,5 μg/m3 voor NO2 en vijf overschrijdingsdagen (zonder zeezoutaftrek) voor PM10.
Grenswaarde > 40,5 μg/m3 0,1
Bandbreedte > 38 μg/m3 0,1
PM10
> 35 dagen
km met overschrijding
0
> 30 dagen (zonder zeezoutaftrek) 0
NO2 km met overschrijding
Als we voor NO2 aan 38,0 μg/m3 toetsen in plaats van aan de Nederlandse implementatie van de Europese grenswaarde van 40,5 μg/m3 die van toepassing is tot 2030, levert dat in beide monitoringsjaren geen extra wegsegmenten boven deze waarde op. Als we PM10-concentraties toetsen aan de grens van maximaal dertig overschrijdingsdagen (zonder toepassing van de zeezoutaftrek) in plaats van het Europees toegestane maximum van 35 overschrijdingsdagen, dan wordt er in beide monitoringsjaren ook geen extra locatie boven deze waarde gevonden. Tegenvallende ontwikkelingen zullen daarom waarschijnlijk niet leiden tot extra overschrijdingen als getoetst wordt aan de geldende grenswaarden tot 2030. 4.2
Vergelijking resultaten MR2025 met voorgaande ronden In Figuur 4.1 is het aantal overschrijdingen langs wegen (in kilometer rijrichting) voor NO2 en PM10 te zien voor de gepasseerde jaren 2012 tot en met 2024. In de figuur zijn alle berekende toetspunten meegenomen, ook als ze door het bevoegd gezag vervolgens als ‘onterechte overschrijdingen’ zijn aangemerkt. De figuur laat voor NO2 zien dat er in de afgelopen zes jaar nog maximaal een paar berekende overschrijdingen zijn. Ze worden ook vaak als ‘onterecht’ bestempeld door de bevoegde gezagen. Dat was ook het geval voor de overschrijding in 2024. Hiermee lijken er geen structurele overschrijdingen meer te zijn van de huidige grenswaarde voor NO2. Het jaar 2024 was net als 2023 een zeer nat jaar. Dat had een gunstig effect op de concentraties. Voor PM10 is in 2024 geen overschrijding meer van de grenswaarde. In de voorgaande jaren was het aantal overschrijdingen sinds 2019 zo’n 0,1 à 0,2 km per rijrichting. Het betrof voor al deze jaren steeds dezelfde locatie met overschrijdingen; de Noordersluisweg in de gemeente Velsen. De overschrijdingen op dit toetspunt werden in voorgaande monitoringsronden door de gemeente Velsen aangemerkt als ‘onterecht’. In de huidige monitoringsronde is bij deze locatie geen toetspunt, rekenpunt en weg meer.
Pagina 31 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
Figuur 4.1 Het aantal overschrijdingen langs wegen voor NO2 (boven) en PM10 (onder) in kilometer rijrichting, zoals berekend door de monitoringstool voor de gepasseerde jaren uit de verschillende monitoringsronden vanaf 2012 (MR2013). Van overschrijding grenswaarde is sprake als de jaargemiddelde concentratie NO2 > 40,5 µg/m3 en PM10 > 31,2 µg/m3 45 is. Let op: dit overzicht bevat alle berekende overschrijdingen, ook als het bevoegd gezag heeft aangegeven dat ze onterecht zijn. De verticale schaal is niet gelijk in beide figuren.
45 Een jaargemiddelde PM10 van 31,2 µg/m3 is equivalent aan 35 overschrijdingsdagen PM10 van de daggemiddelde norm van 50 µg/m3.
Pagina 32 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
De gepresenteerde resultaten kunnen van jaar tot jaar ook verschillen, door wijzigingen in onder meer de (reken)methodiek, locaties en het aantal toetspunten, de lokale invoergegevens en generieke invoergegevens, zoals grootschalige concentraties en emissiefactoren. Bijlage 3 geeft een overzicht van de veranderingen in de generieke invoergegevens, ter verklaring van verschillen met de vorige monitoringsronden. 4.3
Onzekerheden en statistisch verwachte overschrijdingen NO2 langs wegen De berekende resultaten van de monitoring zijn onderhevig aan verschillende onzekerheden. Voor een deel zijn onzekerheden in de resultaten het gevolg van onzekerheden in de generieke gegevens in de monitoring. Een gedetailleerde opsomming van onzekerheden in de generieke gegevens en modelonzekerheden is te vinden in paragraaf 5.2 in Van Zanten et al. (2013). Voor de lokale invoergegevens van het lokaal bevoegd gezag ligt de verantwoordelijkheid – en dus ook de kwaliteitsborging – bij het desbetreffende gezag. Het bevoegd gezag beoordeelt de effecten van projecten en maatregelen en verwerkt deze in de invoer. Het RIVM draagt geen verantwoordelijkheid hiervoor. De onzekerheden in de lokale gegevens zijn vaak niet bekend. Elke berekening van luchtkwaliteit kent een intrinsieke onzekerheid; op basis van vergelijkingen met metingen bedraagt de modelonzekerheid in de berekeningen langs wegen ongeveer 20-25 procent (95%betrouwbaarheidsinterval). Als een berekende concentratie bijvoorbeeld nagenoeg gelijk is aan de grenswaarde van 40 µg/m3, dan is er dus 5 procent kans dat de feitelijke concentratie lager is dan ongeveer 31 µg/m3, of hoger is dan ongeveer 49 µg/m3.
Om na te gaan hoe gevoelig de resultaten van de monitoring – en dus de aantallen overschrijdingen – voor NO2 zijn voor onzekerheden, is voor alle toetspunten bepaald hoe groot de kans is dat de achtergrondconcentraties of de lokale concentratiebijdragen zodanig toe- of afnemen dat er sprake is van een overschrijding, of juist niet meer. De som van alle kansen op overschrijdingen, klein en groot, geeft het statistisch verwachte aantal overschrijdingen. Meer informatie over de werkwijze is te vinden in Bijlage 4 Onzekerheden in aantallen NO2-overschrijdingen langs wegen.
4.4
Resultaat luchtkwaliteit langs wegen voor 2030 en 2035 Deze paragraaf toont de resultaten van de berekeningen voor de zichtjaren 2030 en 2035. Vanaf 2030 moet Nederland voldoen aan de grenswaarden met een jaargemiddelde van 20 μg/m3 voor NO2 en PM10, en naar 10 μg/m3 voor PM2,5. Meer informatie hierover is te vinden in paragraaf 2.1. Vanaf deze monitoringronde toetsen we zichtjaren vanaf 2030 alleen nog aan deze grenswaarden. Daarnaast vergelijken we de indicatieve berekeningen ook met eerdere gerapporteerde inschattingen.
Pagina 33 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
Tabel 4.3 toont het totaal aantal berekende overschrijdingen voor NO2, PM10 en PM2,5 in heel Nederland, getoetst aan de aangescherpte grenswaarden uit 2024/2881 (zie ook paragraaf 2.1) in de jaren 2030 en 2035. In Bijlage 7 is een uitsplitsing gemaakt per gemeente. In Figuur 4.2 is de ligging van de overschrijdingen weergegeven. Tabel 4.3 Overzicht van het aantal NO2-, PM10-, en PM2,5-overschrijdingen in Nederland in kilometer rijrichting 46, berekend voor 2030 en 2035 getoetst aan de aangescherpte grenswaarden per bronhouder. Het aantal PM10overschrijdingen is exclusief zeezoutaftrek.
2030 NO2 PM10 PM2,5 2035 NO2 PM10 PM2,5
Nederland
Totaal
Rijk
Provincie
Gemeente
95,6 14,1 32,3
23,4 0,5 -
22,4 3,1 12,6
49,7 10,5 19,7
4,5 14,1 14,4
1,2 0,5 -
1,5 3,1 7,5
1,8 10,5 6,9
In 2030 is er voor NO2 op 95,6 kilometer rijrichting een overschrijding berekend. De overschrijdingen liggen voornamelijk langs wegen van het hoofdwegennet en in de grote steden op de drukkere verkeersaders. Opvallend is ook een aantal overschrijdingen in de gemeenten rondom Arnhem. Zoals ook in paragraaf 4.1 is genoemd gaat het hier om gemeenten waar invoergegevens zijn toegevoegd. Op diverse plaatsen zijn echter (te) veel koppelingen aan SRM1-wegdelen gemaakt. Dit geeft een overschatting van de concentraties op deze plaats (zie paragraaf 6.3.1). De gemeente Rheden heeft voor 2024 een reactie gegeven. In Bijlage 6A is de volledige reactie van de gemeente Rheden over de overschrijding in 2024 te vinden. In 2035 is er voor NO2 op 4,5 kilometer rijrichting een overschrijding berekend. Nieuwe ramingen laten een snellere daling zien van de NOxconcentraties dan eerdere ramingen door verdere verwachte verschoning van de sector mobiliteit. Zie ook Bijlage 3.
46 Voor ‘rijrichting’ kan ook ‘wegzijde’ gelezen worden. Zie voor meer uitleg Bijlage 1 Begrippenkader: Overschrijdingen per kilometer wegzijde (of rijrichting).
Pagina 34 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
Figuur 4.2 Concentraties voor 2030 van NO2 (linksboven), PM10 (rechtsboven) en PM2,5 (onder) op toetspunten met een overschrijding van de grenswaarden uit richtlijn 2024/2881. De overschrijdingen PM10 zijn exclusief zeezoutaftrek.
In 2030 is er voor PM10 op 14,1 kilometer rijrichting een overschrijding berekend. Voor de toetsing aan de grenswaarde mogen natuurlijke bronnen worden afgetrokken. Het is niet zeker of zeezoutaftrek ongewijzigd blijft. Als er met een geschatte zeezoutaftrek voor het jaargemiddelde van 3 µg/m3 wordt gerekend, zal het aantal overschrijdingen ongeveer 80 procent lager zijn. De concentraties ter plekke veranderen uiteraard niet. Voor PM2,5 is er in 2030 op 32,3 kilometer rijrichting een overschrijding berekend. De overschrijdingen liggen in gebieden waar de achtergrondconcentraties al relatief hoog zijn. Het nemen van verkeermaatregelen op deze plaatsen zal Pagina 35 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
nauwelijks effect hebben om de luchtkwaliteit te verbeteren. Daarnaast liggen er overschrijdingen in havengebieden, of in de buurt van industriegebieden. Het wordt aanbevolen om al deze punten door het lokaal bevoegd gezag te laten controleren. In 2035 is er voor PM10 op 14,1 kilometer rijrichting een overschrijding berekend en voor PM2,5 14,4 kilometer rijrichting. De daling van de achtergrondconcentraties fijnstof gaat minder hard dan bij NOx. Vooral bij PM10 liggen de toetspunten in havengebieden met een hoge achtergrondconcentratie. De afname in de achtergrond is volgens de berekening onvoldoende om het aantal overschrijdingen te verminderen. Het wordt aanbevolen om al deze punten door het lokaal bevoegd gezag te laten controleren. Bijna-overschrijdingen De berekeningen kennen een aanzienlijke onzekerheid. Om een idee te geven van wat het aantal overschrijdingen zou zijn als de gemaakte aannamen tegenvallen, toont Tabel 4.4 voor 2030 en 2035 het resultaat van het toetsen met toepassing van een bandbreedte van 2,5 μg/m3 voor NO2, PM10 en PM2,5 ten opzichte van de wettelijke grenswaarde vanaf 2030 47. Tabel 4.4 Overschrijdingen NO2, PM10 en PM2,5 in kilometers rijrichting voor 2030 en 2035, getoetst aan de wettelijke grenswaarde vanaf 2030, inclusief een bandbreedte van 2,5 μg/m3 voor NO2, PM10 en PM2,5. Er heeft geen zeezoutaftrek plaatsgevonden voor PM10.
Km. met overschrijding NO2 2030 2035 PM10 2030 2035 PM2,5 2030 2035
Grenswaarde
Bandbreedte
> 20,5 μg/m3 95,6 4,5 > 20,5 μg/m3 14,1 14,1 > 10,5 μg/m3 32,3 14,4
> 18 μg/m3 721,1 15,9 > 18 μg/m3 90,1 39,3 > 8 μg/m3 1847,3 142,3
De bandbreedte laat zien dat er nog een flink aantal toetspunten net onder de nieuwe grenswaarden ligt. Dit geeft ook aan dat het aantal overschrijdingen nog kan toenemen als de concentraties in werkelijkheid minder snel dalen dan verwacht. Aantal overschrijdingen in vergelijking met eerdere rapportages In RIVM-briefrapport 2023-0167, in de Monitoringrapportage MLK 2024 (RIVM-rapport 2024- 0133) van vorig jaar en in de kennisnotitie Tussenrapportage overschrijdingen EU-grenswaarden in 2030 (KN-20250066) zijn eerdere indicaties gegeven van het aantal overschrijdingen in 2030. Tabel 4.5 geeft een overzicht. De schattingen staan in volgorde van de tijd waarop de rapporten zijn opgesteld.
47
Meer informatie over de toetsing met toepassing van een bandbreedte is te vinden in Bijlage 1.
Pagina 36 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
Tabel 4.5 De geschatte overschrijdingen van de wettelijke grenswaarde vanaf 2030 van NO2, PM10 en PM2,5 in kilometers rijrichting voor 2030 in verschillende analyses.
Stof
2023-0167
2024-0133
KN-2025-0066
NO2 PM10 PM2,5
583,1 39,4 33,7
624,7 25,7 43,8
120,0 5,7 40,4
Huidige schatting 95,6 14,1 32,2
Voor NO2 zijn de laatste schattingen aanzienlijk lager dan de eerdere twee schattingen. Hier zijn twee belangrijke redenen voor, die ook in KN-2025-0066 zijn besproken. Voor de laatste twee schattingen zijn nieuwe generieke gegevens gebruikt. Hierdoor zijn de achtergrondconcentraties in 2030 gedaald. Bijlage 3 geeft een overzicht van de veranderingen in de generieke invoergegevens. Daarnaast is er kritisch gekeken naar de ligging van de toetspunten (zie paragraaf 3.3.4). Hierdoor viel een aantal toetspunten af. In KN-20250066 was dat nog een schatting van het RIVM op basis van een eigen analyse en de analyse door TAUW. In de huidige schatting in dit rapport hebben de bevoegd gezagen zelf de toetspunten beoordeeld. Dit kan samen met de overige geactualiseerde invoergegevens van de bronhouders het verschil verklaren tussen de huidige schatting en KN2025-0066. Voor fijnstof (PM10 en PM2,5) komende de schattingen meer overeen. Hierbij moet worden opgemerkt dat bij KN-2025-0066 rekening is gehouden met de zeezoutaftrek bij toetsing van PM10. In de overige drie schatting is de zeezoutaftrek niet meegenomen. Dat verklaart voor een belangrijk deel het grotere verschil met de andere schattingen. Ook voor fijnstof zijn in de laatste twee schattingen nieuwe generieke gegevens gebruikt.
Tussen de eerste twee schattingen en de laatste twee schattingen zijn de achtergrondconcentraties gemiddeld over Nederland ongeveer 2 procent hoger, maar dat percentage varieert per locatie (zie ook Bijlage 3). Bovendien zijn de lokale verkeersbijdrage aan PM10 beperkt, zoals eerder besproken in deze paragraaf. De plekken met hoge achtergrondconcentraties komen naar voren in de analyses. Deze cijfers zijn nog indicatief. In deze ronde heeft het RIVM een aantal bevindingen gedaan die van invloed kunnen zijn op het aantal overschrijdingen (zie ook paragraaf 3.3.4).
Pagina 37 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
Pagina 38 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
5
Resultaten luchtkwaliteit nabij veehouderijen
Dit hoofdstuk presenteert de resultaten van de berekeningen voor fijnstof nabij veehouderijen. De Monitoring Luchtkwaliteit besteedt speciaal aandacht aan de intensieve veehouderij, omdat veehouderijen lokaal een significante bijdrage kunnen leveren aan de concentraties fijnstof. De opbouw van dit hoofdstuk is net als wegverkeer gewijzigd vergeleken met de voorgaande monitoringsrapportages. Een nieuwe Europese richtlijn is aangenomen. Hierin is vastgelegd dat de huidige grenswaarden tot 2030 gelden. Vanaf 2030 gelden strengere grenswaarden. Meer informatie staat in paragraaf 2.1. De resultaten uit monitoringsjaren 2024 en 2025 zijn vergeleken met de geldende grenswaarden tot 2030. De monitoringsjaren 2030 en 2035 zijn vergeleken met de geldende grenswaarden vanaf 2030. 5.1
Criteria voor invoer van veehouderijen De bevoegde gezagen van gebieden met veehouderijen, in het bijzonder aandachtsgebieden, zijn verzocht veehouderijen in de monitoringstool in te voeren als ze voldoen aan ten minste één van de onderstaande criteria 48: • De totale vergunde emissie fijnstof van een veehouderijbedrijf is groter dan 500 kg per jaar, in een gebied waar de jaargemiddelde achtergrondconcentratie fijnstof hoger is dan 27 μg/m3. • De totale vergunde emissie fijnstof van een veehouderijbedrijf is groter dan 800 kg per jaar, ongeacht de hoogte van de jaargemiddelde achtergrondconcentratie. Vanuit de cumulatieberekeningen voor de vergunningverlening wordt geadviseerd om veehouderijen met grote emissies binnen een kilometer samen door te rekenen 49.Veehouderijen die verder weg liggen of een kleinere emissie hebben, mogen ook ingevoerd worden. Maar dat is niet verplicht. Tijdens de berekeningen constateerde het RIVM nog enkele onvolkomenheden in de invoergegevens. Het RIVM informeert de bevoegde gezagen hierover in de aanloop naar de aankomende Monitoringsronde 2026, met het verzoek de oorzaken van de onvolkomenheden te beoordelen en de data te actualiseren.
5.2
Werkwijze luchtkwaliteit nabij veehouderijen In de Monitoringsronde 2025 zijn zowel de generieke als de lokale veehouderij-specifieke invoergegevens geactualiseerd. De generieke gegevens bestaan onder meer uit de grootschalige jaargemiddelde achtergrondconcentraties, de meteorologische gegevens en de emissiefactoren. De lokale veehouderijgegevens bestaan onder meer uit vergunde aantallen dieren, stalsystemen, locaties en kenmerken van emissies, en ligging van toetspunten. De actualisatie van deze lokale 48
49
Zie ook Stappenplan cumulatief rekenen veehouderij | Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl) Stappenplan cumulatief rekenen veehouderij | Informatiepunt Leefomgeving Pagina 39 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
veehouderijgegevens is door de bevoegde gezagen in het monitoringsinstrument CIMLK uitgevoerd. De rekenresultaten voor de fijnstofconcentraties in relatie tot veehouderijen zijn gebaseerd op de vergunde gegevens, zoals die door het bevoegd gezag zijn ingevoerd in CIMLK. Voor de berekeningen is gebruikgemaakt van de in september 2025 beschikbaar gekomen versie van het ISL3a-model 50. In dit model zijn onder meer de meteorologische parameters, jaargemiddelde achtergrondconcentraties toegepast, die in maart 2025 zijn bekendgemaakt door de staatssecretaris van IenW 51. Er is voor deze ronde besloten om zowel de OW-codes uit de omgevingsregeling als de RAV-codes, zoals ze in maart 2023 52 bekendgemaakt zijn, te gebruiken (zie paragraaf 3.3.6). Bij de berekening met het ISL3a-model wordt de veehouderijbijdrage bij de achtergrondconcentratie opgeteld. Dit zorgt voor dubbeltellingen, omdat de veehouderijen ook worden meegenomen in de berekening van de achtergrondconcentraties. De resultaten zijn hiervoor gecorrigeerd. De concentraties fijnstof worden berekend voor het gepasseerde jaar 2024 en de zichtjaren 2025, 2030 en 2035. Voor de berekening van het gepasseerde jaar is onder meer gebruikgemaakt van de geactualiseerde lokale veehouderijgegevens, jaargemiddelde achtergrondconcentraties voor 2024 en meteorologische gegevens voor 2024.
Voor de prognosejaren zijn dezelfde veehouderijgegevens van bronhouders gebruikt als in het gepasseerde jaar 53. De generieke gegevens (meteorologie, landgebruik, achtergrondkaarten) zijn voor de prognosejaren 2025, 2030 en 2035 geactualiseerd. Zie ook Bijlage 3. De berekende waarden zijn vervolgens getoetst aan de grenswaarden voor fijnstof. Voor 2024 en 2025 is dat gedaan met de grenswaarden die gelden tot 2030 en voor 2030 en 2035 voor de strengere grenswaarden vanaf 2030. De resultaten voor de zichtjaren 2025, 2030 en 2030 moeten als ‘indicatief’ worden beschouwd, aangezien lokale veehouderijgegevens in de komende jaren danig kunnen veranderen. De Monitoringsrapportage 2013, Bijlage 3 (Van Zanten et al., 2013) bevat aanvullende informatie over de werkwijze van de monitoring nabij veehouderijen. In het kader van de monitoring zijn de rekenresultaten getoetst aan de grenswaarden op locaties die buiten het terrein van een inrichting liggen. Deze locaties heten toetspunten. 54 Het betreft hier locaties van burgerwoningen, plattelandswoningen 55 en een categorie Overig 56.
https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/slag/isl3a/ https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/luchtkwaliteit/vraag-en-antwoord/hoe-kan-ik-luchtvervuilingberekenen 52 Invoergegevens luchtkwaliteit 2023 | Publicatie | Rijksoverheid.nl 53 Zie ook paragraaf 3.3.5 54 Dit uitgangspunt wijkt af van de toetsing bij de vergunningverlening. Bij vergunningverlening hoeft een individuele veehouderijlocatie alleen niet op haar eigen terrein van de inrichting te toetsen. In het kader van het NSL hoeft een individuele veehouderijlocatie niet op haar eigen terrein van de inrichting te toetsen en ook niet op het terrein van een andere inrichting. 55 Een plattelandswoning is een voormalige agrarische woning die op grond van het bestemmingsplan mag worden bewoond door derden. 56 Zie voor meer uitleg Bijlage 1 Begrippenkader: Toetspunten en rekenpunten veehouderijen. 50 51
Pagina 40 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
Er zijn deze ronde 1.392 veehouderijen meegenomen in de luchtkwaliteitsberekeningen voor het gepasseerde jaar 2024 en alle zichtjaren. In totaal hebben bronhouders 8.866 locaties opgegeven om door te rekenen. Daarnaast zijn diverse locaties meerdere keren in de database ingevoerd, omdat ze in de buurt liggen van verschillende dicht bij elkaar gelegen veehouderijen, die elk afzonderlijk in het monitoringsinstrument zijn ingevoerd met een overlap in de door te rekenen locaties. Zonder deze overlap is er op 8.362 unieke locaties gerekend. De toetsing aan de grenswaarden uit de EU-richtlijn gebeurt op locaties buiten de bedrijfswoningen. Uiteindelijk is de fijnstofconcentratie voor de monitoringsjaren op 5.065 unieke toetspunten beoordeeld aan de Europese grenswaarden voor PM10. Paragraaf 5.4 gaat nader in op de aantallen doorgerekende toetspunten en betrokken veehouderijen door de jaren heen. Het aantal toetspunten steeg hiermee in vergelijking met vorige monitoringsronde, terwijl het aantal veehouderijen opnieuw is gedaald. Ter vergelijking: in Monitoringsronde 2024 werden in totaal 1.401 veehouderijen meegenomen in de luchtkwaliteitsberekeningen. De fijnstofconcentratie werd toen op 5.001 unieke toetspunten beoordeeld aan de Europese PM10-grenswaarden.
Bronhouders (ook buiten de aandachtsgebieden fijnstof) hebben ook in deze monitoringsronde wijzigingen aangebracht in de datasets. En het lijkt dat bevoegde gezagen in deze monitoringsronde hebben gewerkt aan het invoeren van recente gegevens over veehouderijen en relevante receptoren (woningen) rondom veehouderijen, in lijn met eerdere verzoeken van Bureau Monitoring. De resultaten in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op de gegevens, zoals die door de bevoegd gezagen zijn ingevoerd in het monitoringsinstrument CIMLK. Deze gegevens – en daarmee ook de rekenresultaten voor de desbetreffende locaties – bevatten mogelijk onvolkomenheden. Gemeenten en provincies zijn in de gelegenheid gesteld de invoergegevens en de daaruit berekende overschrijdingen toe te lichten. Van een aantal van de berekende en gerapporteerde overschrijdingen kan het bevoegd gezag achteraf aangeven dat deze onterecht zijn. Vaak gaat het hier om locaties die ten onrechte als toetspunt aangemerkt zijn, of toetspunten die per abuis op de verkeerde locatie zijn ingevoerd. De desbetreffende overschrijdingen worden in zo’n geval in de rapportage benoemd als ‘volgens het bevoegd gezag onterecht’. In Bijlage 6A geven de bevoegde gezagen een toelichting op de door hen als ‘onterecht’ aangemerkte overschrijdingen.
Het bevoegd gezag kan eventuele onvolkomenheden in de invoerdata corrigeren tijdens de actualisatiefase van de volgende monitoringsronde, in dit geval die van 2026. De invoergegevens van enkele bevoegde gezagen bevatten onvolkomenheden. Bureau Monitoring zal de betreffende bevoegde gezagen hierop in de aanloop naar de volgende monitoringsronde attenderen, zodat deze onvolkomenheden in een volgende ronde niet meer terugkomen. Het RIVM wijzigt geen gegevens tijdens of na de actualisatieperiode, zelfs niet op verzoek van het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag dient de gegevens zelf te controleren en te corrigeren. Pagina 41 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
5.3
Resultaten luchtkwaliteit nabij veehouderijen voor 2024 In deze paragraaf staan de resultaten van de fijnstofconcentraties voor het gepasseerde jaar 2024. In Tabel 5.1 en Tabel 5.2 zijn deze resultaten opgenomen. In vijf gemeenten zijn overschrijdingen van de etmaalnorm voor fijnstof op de locaties van één of meerdere woningen (toetspunten) rondom acht veehouderijen berekend. De concentratiebijdragen van deze veehouderijen leiden – meestal in combinatie met de bijdragen van andere bronnen die in de achtergrondconcentraties zijn verwerkt – tot overschrijdingen van de grenswaarde. In totaal betreft het acht toetspunten met een overschrijding, waarvan drie in Barneveld, twee in Deurne en één in Asten, Leudal en Nederweert. De overschrijdingen vinden plaats in Gelderland, Limburg, Noord-Brabant. Daarbuiten is op geen enkel toetspunt een overschrijding van de jaarnorm berekend. Het toetspunt in Deurne was tot vorig jaar nog opgegeven als bedrijfswoning. De overschrijding in Deurne is ‘volgens het bevoegd gezag onterecht’. De reactie van de gemeente Deurne staat in Bijlage 6A. Tabel 5.1 Aantal overschrijdingen van de PM10-etmaalnorm, berekend nabij veehouderijen in 2024. Het ‘maximumaantal overschrijdingsdagen’ is bepaald zonder toepassing van de zeezoutaftrek.
Noord-Brabant
Aantal veehouderijen dat bijdraagt aan overschrijding
Aantal Maximumaantal toetspunten met overschrijdingsoverschrijding dagen
Asten
1
1
40
Deurne
2
1
83
3
3
65
Leudal
1
2
67
Nederweert
1
1
73
Totaal
8
8
Gelderland Barneveld Limburg
Het aantal overschrijdingen (en overschrijdingsdagen) is erg gevoelig voor een beperkte toename in de berekende concentraties. Om deze gevoeligheid en de onzekerheden in de berekening te kwantificeren, zijn twee situaties in Tabel 5.2 weergegeven. De tabel geeft per gemeente het aantal toetspunten weer, waar sprake is van een aantal overschrijdingsdagen dat groter is dan de etmaalnorm van 35 overschrijdingsdagen (met zeezoutaftrek) en het aantal toetspunten waar sprake is van een aantal overschrijdingsdagen groter dan dertig, zonder zeezoutaftrek. Deze bandbreedte 57 van vijf overschrijdingsdagen, vertaald naar concentratie, komt overeen met een bandbreedte van ruim 1 µg/m3 onder de etmaalnorm. Per gemeente 57
Meer informatie over de toetsing met toepassing van een bandbreedte is te vinden in Bijlage 1.
Pagina 42 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
geeft de tabel ook het aantal veehouderijen weer, dat bijdraagt aan de overschrijding op de toetspunten. Tabel 5.2 illustreert dat de berekende concentraties fijnstof op een aantal locaties nabij veehouderijen net onder de etmaalnorm liggen. Bij een verhoging van de concentratie met ruim 1 µg/m3 neemt het aantal overschrijdingen voor 2024 toe naar 18. Er liggen dus nog enkele punten rond de grenswaarde voor PM10. Tabel 5.2 Aantal toetspunten per gemeente waarvoor in 2024 een overschrijding is berekend van de PM10-etmaalnorm (> 35 overschrijdingsdagen, inclusief zeezoutaftrek) en met een bandbreedte (> 30 overschrijdingsdagen, zonder zeezoutaftrek) en het aantal veehouderijen met een bijdrage aan deze overschrijdingen.
Aantal toetspunten Aantal toetspunten (veehouderijen) met >(veehouderijen) 35 dagen met > 30 dagen overschrijding van overschrijding van grenswaarde grenswaarde Noord-Brabant Gemeente Asten
1 (1)
1 (1)
Deurne
1 (2)
1 (2)
Best
1 (1)
Someren
2 (2)
Gelderland Barneveld
3 (3)
Scherpenzeel
4 (4) 2 (4)
Limburg Leudal
2 (1)
4 (10)
Nederweert
1 (1)
2 (3)
Overijssel Dalfsen Totaal 5.4
1 (1) 8 (8)
18 (28)
Vergelijking Monitoringsronde 2025 met voorgaande ronden Door de jaren heen zijn de methodologische uitgangspunten bij de monitoring van de veehouderijen regelmatig aangepast. Gedurende Monitoringsronden 2014 t/m 2017 is de systematiek ruwweg gelijk gebleven. In Monitoringsronde 2018 zijn de criteria gewijzigd om veehouderijen in te voeren. Sinds het jaar 2024 valt de monitoring onder de Omgevingswet. Hierbij zijn opnieuw methodologische veranderingen doorgevoerd. De actualisatie is alleen verplicht voor de aandachtsgebieden 58. Daarnaast is het criterium voor de invoer van veehouderijen 59 ‘De individuele luchtkwaliteitsberekening bij vergunningverlening van een veehouderijbedrijf resulteert in een totaal aantal overschrijdingsdagen van dertig of meer per jaar’ komen te vervallen. In de huidige monitoringsronde is de systematiek verder 58
59
Zie paragraaf 2.3 Zie paragraaf 5.1 Pagina 43 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
grotendeels gelijk aan die in voorgaande ronden. De gegevens worden ook jaarlijks geactualiseerd, waardoor van jaar tot jaar de invoergegevens van elkaar kunnen verschillen. De resultaten van de afgelopen ronden zijn daarom alleen op hoofdlijnen met elkaar te vergelijken. Tabel 5.3 geeft voor de laatste twaalf monitoringsronden een overzicht van het aantal overschrijdingen van de grenswaarden voor fijnstof voor de gepasseerde jaren. Het aantal veehouderijen en doorgerekende toetspunten is in de loop van de jaren gestegen naar ongeveer 1.400 en 5.000. Dit jaar lijkt dat aantal te stabiliseren. Het aantal toetspunten met een overschrijding van de etmaalnorm is tussen 2013 en 2023 gedaald van 111 naar 8. Het aantal toetspunten met een overschrijding van de jaarnorm is in deze periode gedaald van vier naar nul. De afname in het aantal overschrijdingen is voor een groot deel toe te schrijven aan de dalende achtergrondconcentraties. In 2024 zijn deze achtergrondconcentraties iets lager dan in 2023, maar dat varieert per regio. Verder kunnen de meteorologische omstandigheden zorgen dat er in het ene jaar wel en in het andere jaar geen overschrijding is. Tabel 5.3 Het aantal toetspunten waarvoor een overschrijding van de PM10etmaalnorm en van de PM10-jaarnorm is berekend, en het aantal veehouderijen met een bijdrage aan de overschrijdingen van deze normen.
Let op: dit overzicht bevat ook overschrijdingen waarvan gemeenten hebben aangegeven dat ze onterecht zijn. MR = monitoringsronde.
Jaartal (MR)
Aantal Aantal Aantal Aantal toetspunten veehoude- unieke toetspunten met met jaarnormoverrijen toetspunten etmaalnormover- schrijding1 schrijding1 2013 (MR2014) 509 2.558 111 (63) 4 (5) 2014 (MR2015)
565
2.586
89 (57)
3 (3)
2015 (MR2016)
636
2.678
46 (34)
1 (1)
2016 (MR2017)2 2017 (MR2018
636
2.678
35 (29)
0 (0)
1.175
4.245
44 (36)
2 (2)
2018 (MR2019)
1.297
4.613
64 (47)
3 (2)
2019 (MR2020)
1.358
4.792
25 (27)
0 (0)
2020 (MR2021)
1.369
4.823
13 (10)
0 (0)
2021 (MR2022)
1.376
4.856
15 (16)
0 (0)
2022 (MR2023)
1.407
5.315
19 (13)
0 (0)
2023 (MR2024)
1.401
5.001
6 (4)
0 (0)
2024 (MR2025)
1.392
5.065
8 (8)
0 (0)
Tussen haakjes staat het aantal veehouderijen met een bijdrage aan een overschrijding. In MR2017 zijn de veehouderijgegevens niet geactualiseerd, en daarmee gelijk aan MR2016. In deze ronde zijn alleen de achtergrondconcentraties geactualiseerd. Zie voor meer informatie hierover in de Monitoringsrapportage 2017, hoofdstuk 3 (Rutledge-Jonker et al., 2017). 1 2
Voor 2024 (Tabel 5.3) komen overschrijdingen voor in gemeenten die in één of meer eerdere monitoringsronden ook overschrijdingen hadden: Nederweert en Asten. Het betreft voor een groot deel toetspunten, Pagina 44 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
waarvoor in één of meer voorgaande monitoringsronden – al dan niet onterecht – ook een overschrijding werd berekend. Het gaat daarbij meestal om de bijdragen van dezelfde veehouderijen. In Barneveld zijn dit jaar opnieuw een aantal overschrijdingen, terwijl dat vorig jaar niet het geval was. De overschrijdingen in de gemeente Leudal en Deurne zijn nieuw. De gegevens van de veehouderijen zijn dit jaar in beide gemeenten geactualiseerd. De gemeente Deurne heeft een reactie gegeven op de overschrijding en bestempelt deze als ‘onterecht’. De reactie staat in Bijlage 6A. De berekende overschrijdingen van de etmaalnorm vinden vaak plaats in gebieden in Gelderland, Limburg en Noord-Brabant waar veehouderijen dicht bij elkaar liggen. De achtergrondconcentraties in de gebieden met intensieve veehouderijen zijn relatief hoog. Dit komt mede door de cumulatieve uitstoot van fijnstof in of nabij een dergelijk gebied. 5.5
Resultaten luchtkwaliteit nabij veehouderijen voor 2025 In deze paragraaf zijn de indicatieve resultaten van de fijnstofconcentraties nabij veehouderijen voor de prognosejaar 2025 beschreven. Op basis van de door bevoegde gezagen aangeleverde vergunde emissies van de veehouderijen, zoals ingevoerd in het CIMLK, gecombineerd met achtergrondconcentraties voor de toekomstige jaren, zijn in 2025 in zeven gemeenten overschrijdingen van de etmaalnorm op een toetspunt voor fijnstof berekend (Tabel 5.4). Het gaat om de gemeenten Asten, Deurne, Someren, Barneveld, Scherpenzeel, Leudal en Nederweert. In totaal betreft het twaalf toetspunten met een overschrijding door dertien veehouderijen. De toetspunten met de door het RIVM berekende concentraties die hoger zijn dan de etmaalnorm – ook die met een als onterecht aangemerkte overschrijding – bevinden zich voornamelijk in gebieden waar relatief veel veehouderijen dicht bij elkaar liggen. Het betreft in vijf gemeenten voor een groot deel dezelfde veehouderijen en toetspunten als die berekend zijn voor 2024.
Pagina 45 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
Tabel 5.4 Aantal indicatieve toetspunten per gemeente waarvoor in 2025 een overschrijding is berekend van de PM10-etmaalnorm (> 35 overschrijdingsdagen, inclusief zeezoutaftrek) en met een bandbreedte (> 30 overschrijdingsdagen, zonder zeezoutaftrek), en het indicatieve aantal veehouderijen met een bijdrage aan deze overschrijdingen.
Noord-Brabant
Aantal toetspunten Aantal toetspunten (veehouderijen) met >(veehouderijen) 35 dagen met > 30 dagen overschrijding van overschrijding van grenswaarde grenswaarde
Asten
1 (1)
1 (1)
Deurne
1 (2)
1 (2)
Someren
1 (1)
2 (2)
Best
1 (1)
Gelderland Barneveld
4 (4)
6 (5)
Scherpenzeel
1 (2)
2 (5)
Berg en Dal
1 (1)
Limburg Leudal
3 (2)
3 (2)
Nederweert
1 (1)
1 (1)
Overijssel Dalfsen Totaal
1 (1) 12 (13)
19 (21)
Net als voor 2024 is de gevoeligheid van het aantal toetspunten met een overschrijding in 2025 onderzocht voor een beperkte toename van de berekende concentraties, en het daarmee samenhangende aantal overschrijdingsdagen. Tabel 5.4 geeft het aantal toetspunten per gemeente weer waar sprake is van een aantal overschrijdingsdagen dat groter is dan de etmaalnorm (inclusief zeezoutaftrek) en bij toepassing van een bandbreedte van vijf dagen, zonder de aftrek van het aantal toegestane zeezoutdagen voor het toekomstige jaren 2025. Tussen haakjes staat het aantal veehouderijen in de gemeente dat een bijdrage aan de overschrijdingen levert. In 2025 wordt op negentien toetspunten in negen verschillende gemeenten het aantal overschrijdingsdagen berekend op meer dan dertig per jaar. Deze bandbreedte laat zien dat de berekende concentraties fijnstof voor 2025 op een beperkt aantal locaties nabij veehouderijen net onder de etmaalnorm liggen. 5.6
Resultaten luchtkwaliteit nabij veehouderijen voor 2030 en 2035 Deze paragraaf toont de resultaten van de berekeningen voor de zichtjaren 2030 en 2035. Vanaf 2030 moet Nederland voldoen aan de grenswaarden met een jaargemiddelde van 20 μg/m3 voor NO2 en PM10, en naar 10 μg/m3 voor PM2,5. In paragraaf 2.1 is meer informatie te vinden. Nabij veehouderijen is PM10 de voornaamste emissie vergeleken Pagina 46 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
met NO2 en PM2,5. We toetsen hierbij dus alleen op de grenswaarde voor PM10. Het ziet ernaar uit dat de jaargemiddelde norm strenger is dan de etmaal norm bij PM10 60. De indicatieve resultaten zijn dus alleen getoetst aan het PM10-jaargemiddelde. De toetsing aan de grenswaarde is inclusief dubbeltellingscorrectie en met zeezoutaftrek, onder de aanname dat de zeezoutaftrek ongewijzigd blijft. Dat is namelijk niet helemaal zeker. De concentraties ter plekke veranderen uiteraard niet, de zeezoutaftrek is alleen voor toetsing aan de grenswaarden. Daarnaast is er gerekend met een bandbreedte om het effect van een tegenvallende ontwikkeling van de luchtkwaliteit te illustreren. Tabel 5.5 en Tabel 5.6 geven het aantal indicatieve toetspunten per gemeente, waarvoor in 2030 en 2035 een overschrijding is berekend van de PM10-jaargemiddelde norm uit Richtlijn (EU) 2024/2884 (>= 20.5 µg/m3, inclusief zeezoutaftrek) en met een bandbreedte (> 18 µg/m3, zonder zeezoutaftrek), en het indicatieve aantal veehouderijen met een bijdrage aan deze overschrijdingen. Voor 2030 zijn negentien indicatieve overschrijdingen berekend door 21 veehouderijen. De berekende overschrijdingen komen vaak voor in Gelderland, Limburg en Noord-Brabant waar veehouderijen dicht bij elkaar liggen. De achtergrondconcentraties in de gebieden met intensieve veehouderijen zijn relatief hoog.
Dit komt mede door de cumulatieve uitstoot van fijnstof in of nabij een dergelijk gebied. Daarnaast liggen op 264 locaties de concentraties in de buurt van de grenswaarde. Het aantal overschrijdingen is iets hoger dan de berekening van vorig jaar voor 2030. Actualisatie van de gegevens en de iets hogere achtergrondconcentraties voor 2030 vergeleken met de analyse van vorig jaar, kunnen dat verklaren. In 2035 neemt het aantal overschrijdingen nabij veehouderijen af naar twaalf overschrijdingen door twaalf veehouderijen. Naar verwachting dalen vergeleken met 2030 de achtergrondconcentraties in 2035. De daling van het aantal punten van 2030 naar 2035 is ook te zien in de bandbreedte. Tabel 5.5 Aantal indicatieve toetspunten per gemeente waarvoor in 2030 een overschrijding is berekend van de PM10-jaargemiddelde norm uit 2024/2884 (>= 20.5 µg/m3, inclusief zeezoutaftrek) en met een bandbreedte (> 18 µg/m3, zonder zeezoutaftrek), en het indicatieve aantal veehouderijen met een bijdrage aan deze overschrijdingen.
Aantal toetspunten (veehouderijen) met overschrijding van jaargemiddelde norm van 20 µg/m3
Aantal toetspunten (veehouderijen) met jaargemiddelde groter van 18 µg/m3
Asten
1 (1)
3 (2)
Best
1 (1)
2 (1)
Boekel
1 (1)
3 (1)
Deurne
1 (2)
3 (5)
Laarbeek
1 (1)
1 (1)
Someren
3 (3)
6 (7)
Noord-Brabant
60
https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/KN-2024-0066.pdf Pagina 47 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
Bergeijk
Aantal toetspunten (veehouderijen) met overschrijding van jaargemiddelde norm van 20 µg/m3
Aantal toetspunten (veehouderijen) met jaargemiddelde groter van 18 µg/m3 3 (2)
Drimmelen
1 (1)
Eersel
1 (1)
Heeze-Leende
2 (2)
Land van Cuijk
5 (5)
Meierijstad
1 (1)
Vught
2 (2)
Zundert
1 (1)
Gelderland Barneveld
3 (3)
63 (31)
Ede
1 (1)
44 (29)
Putten
1 (1)
4 (3)
Scherpenzeel
2 (3)
21 (9)
Berg en Dal
3 (1)
Epe
3 (1)
Ermelo
1 (1)
Harderwijk
1 (1)
Lingewaard
1 (1)
Maasdriel
1 (1)
Nijkerk
5 (3)
Oude IJsselstreek
1 (1)
West Maas en Waal
1 (1)
Winterswijk
1 (1)
Zaltbommel
2 (3)
Limburg Leudal
2 (1)
9 (14)
Nederweert
2 (3)
35 (23)
Horst aan de Maas
3 (2)
Peel en Maas
4 (6)
Venray
10 (6)
Weert
2 (2)
Overijssel Dalfsen
1 (1)
Hardenberg
4 (4)
Wierden
3 (1)
Utrecht Soest
1 (1)
Woudenberg
6 (5)
Totaal Pagina 48 van 87
19 (21)
264 (184)
RIVM-rapport 2025-0136
Tabel 5.6 Aantal indicatieve toetspunten per gemeente waarvoor in 2035 een overschrijding is berekend van de PM10-jaargemiddelde norm uit 2024/2884 (>= 20.5 µg/m3, inclusief zeezoutaftrek) en met een bandbreedte (> 18 µg/m3, zonder zeezoutaftrek), en het indicatieve aantal veehouderijen met een bijdrage aan deze overschrijdingen.
Gelderland Barneveld
Aantal toetspunten (veehouderijen) met overschrijding van jaargemiddelde norm van 20 µg/m3
Aantal toetspunten (veehouderijen) met jaargemiddelde groter van 18 µg/m3
3 (3)
32 (19)
Berg en Dal
1 (1)
Ede
18 (16)
Epe
3 (1)
Ermelo
1 (1)
Harderwijk
1 (1)
Maasdriel
1 (1)
Nijkerk
3 (2)
Putten
2 (1)
Scherpenzeel
6 (6)
West Maas en Waal
1 (1)
Winterswijk
1 (1)
Zaltbommel
2 (3)
Noord-Brabant Best
1 (1)
1 (1)
Boekel
1 (1)
2 (1)
Deurne
1 (2)
3 (5)
Someren
3 (3)
4 (4)
Asten
2 (2)
Bergeijk
2 (2)
Drimmelen
1 (1)
Eersel
1 (1)
Laarbeek
1 (1)
Land van Cuijk
1 (1)
Meierijstad
1 (1)
Vught
1 (1)
Zundert
1 (1)
Limburg Leudal
2 (1)
4 (3)
Nederweert
1 (1)
23 (18)
Peel en Maas
1 (1)
Overijssel Dalfsen
1 (1)
Hardenberg
3 (3) Pagina 49 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
Wierden
Aantal toetspunten (veehouderijen) met overschrijding van jaargemiddelde norm van 20 µg/m3
Aantal toetspunten (veehouderijen) met jaargemiddelde groter van 18 µg/m3
12 (12)
129 (104)
3 (1)
Utrecht Woudenberg Totaal
1 (1)
Deze cijfers zijn indicatief. Bevoegde gezagen moeten nog beoordelen of deze punten ook daadwerkelijk toetspunten zijn. Daarnaast is al eerder in dit hoofdstuk benoemd dat het hier om de invoergegevens van 2024 gaat en de status van de veehouderijen in 2030 en 2035 veranderd kan zijn. 5.7
Invoer en onzekerheden De kwaliteit van de rekenresultaten wordt voor een groot deel bepaald door de kwaliteit van de invoer. Voor invoergegevens die afkomstig zijn van de lokale overheden ligt de verantwoordelijkheid – en dus ook de kwaliteitsborging – bij het betreffende bevoegd gezag. Op basis van de beschikbare informatie is het voor het RIVM niet mogelijk om een generieke analyse van alle aspecten van de kwaliteit en de onzekerheden van de invoergegevens uit te voeren. Wel heeft er een technische beoordeling plaatsgevonden om een berekening met het ISL3a-model te kunnen uitvoeren, op basis van de door lokale overheden aangeleverde lokale invoergegevens. Er is niet beoordeeld of de gegevens in lijn zijn met de vergunde situatie bij de veehouderijen. De inhoudelijke kwaliteit van de gegevens, zoals aantallen dieren en stallen, is niet gecontroleerd. Deze gegevens zijn voor ‘correct’ aangenomen.
Pagina 50 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
6
Kwaliteit lokale invoergegevens
Dit hoofdstuk bespreekt zaken die zijn gerelateerd aan de kwaliteit van de lokale invoergegevens. 6.1
Validatie met CIMLK en controles Bronhouders zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van de aangeleverde brongegevens. Bij Bureau Monitoring ondersteunen we de bronhouders hierbij. Dit begint bij de aanlevering of actualisatie van gegevens in het CIMLK. Hierbij worden automatische tests (validatie) uitgevoerd op de gegevens en wordt gekeken of de gegevens voldoen aan het informatiemodel Monitoring Luchtkwaliteit 61. Als de aangeleverde data niet voldoen, worden de gegevens niet geaccepteerd en krijgt de gebruiker van CIMLK een foutenrapport om de fouten te traceren en te herstellen. De gebruiker kan hierbij assistentie krijgen van de helpdesk van Bureau Monitoring tijdens de openstelling van CIMLK. Als de gegevens zijn geaccepteerd, krijgt de gebruiker een actualisatierapport met daarin het aantal wijzigingen in bronnen, maatregelen, correcties en door te rekenen punten. De bronhouder kan deze getallen gebruiken voor een controle van de aangeleverde gegevens. De bronhouder of gemachtigde kan kijken of er daadwerkelijk correct is geactualiseerd. Als dat niet het geval is, kan de bronhouder besluiten de dataset nogmaals te actualiseren en te uploaden in het CIMLK. Bovendien krijgt de gebruiker mogelijk een set waarschuwingen als hulpmiddel.
Hiervoor zijn twee tabbladen beschikbaar: • Waarschuwingen • Referentiewaarschuwingen Waarschuwingen betekenen niet dat de gegevens fout zijn, maar er kan wel wat aan de hand zijn. Hierdoor is alsnog een aanpassing van de gegevens nodig. De bronhouder kan dan alsnog besluiten een nieuwe set gegevens aan te leveren. In het tabblad Waarschuwingen zijn meldingen zichtbaar die over de dataset van de bronhouder zelf gaan. Referentiewaarschuwingen gaan over de relatie tussen objecten (bijvoorbeeld tussen een weg en een receptor). Dit kan ook gerelateerd zijn aan een andere bronhouder. Sommige meldingen kunnen in beide schermen voorkomen en de meldingen kennen dus een bepaalde overlap. De automatische testen van het CIMLK kunnen niet alle fouten en problemen in de data afvangen. Een gebruiker kan nog steeds geldige data aanleveren die onjuist zijn. Vandaar dat ook na afloopcontroles worden uitgevoerd. Dat betekent niet dat er daarna geen omissies meer in de gegevens zitten. Daarom wordt de dataset tot slot met steekproeven gecontroleerd en vergeleken met de gegevens van het voorgaande jaar. Ook de rekenresultaten zelf kunnen aanleiding zijn de invoergegevens te controleren. Als hierbij fouten naar voren komen die grote impact op rekenresultaten hebben, dan volgt er overleg hoe hiermee om te gaan. Het RIVM heeft bij de analyse van de beschikbare 61
Documentatie | CIMLK Pagina 51 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
invoergegevens geconstateerd dat er verbeterpunten waren. Het RIVM vindt het cruciaal om deze punten te adresseren en te onderzoeken, zodat waar nodig de invoergegevens kunnen worden aangepast en er een zo realistisch mogelijke inschatting van het aantal overschrijdingen kan worden gemaakt. De bevindingen worden besproken in paragraaf 6.3. Het CIMLK wordt verder ontwikkeld. Hierdoor worden er ook nieuwe controles toegevoegd. Dit kan ertoe leiden dat invoergegevens uit de afgelopen monitoringsronde in de nieuwe ronde een foutmelding geven. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om rekenpunten die buiten de landsgrenzen liggen. 6.2
Onderbouwen en accorderen invoergegevens Om inzicht te krijgen in de kwaliteit van de jaarlijks aangeleverde invoergegevens, is informatie nodig over de uitgangspunten, over de effecten van maatregelen en over de gebruikte methode bij de totstandkoming van de invoergegevens. Wegbeheerders zijn verplicht om een referentie naar een verantwoordingsdocument in het CIMLK op te nemen. In de opgegeven referenties wordt vaak verwezen naar een verkeersmodel en/of naar telgegevens, of (in mindere mate) naar een online beschikbare onderbouwing. In de Monitoringsronde 2025 zijn de wegbeheerders van aandachtsgebieden en Rijkswaterstaat (55 bronhouders) verplicht de invoergegevens voor wegverkeer te actualiseren. Daarnaast wordt in oneven ronden verwacht dat ook deelnemers van het Schone Lucht Akkoord (SLA) de gegevens actualiseren (130 gemeenten). Veertig van deze SLA-gemeenten vallen ook in een aandachtsgebied. Deze ronde hebben 166 van de 376 bevoegde gezagen met actualiseringsrechten – dat wil zeggen: wegbeheerders zijnde gemeenten, provincies, waterschappen en RWS – wegverkeersgegevens geactualiseerd. Hiervan hebben 164 bevoegde gezagen de gegevens van 2024, 163 bevoegde gezagen de gegevens van 2025, 166 bevoegde gezagen de gegevens van 2030 en 161 bevoegde gezagen de gegevens van 2035 geactualiseerd. Van deze groep hebben 133 hun actualisatie geaccordeerd en een onderbouwing gegeven.
Elf bevoegde gezagen hebben geen actuele gegevens aangeleverd, maar wel geaccordeerd en een onderbouwing gegeven. De andere 199 bevoegde gezagen met actualisatierechten hebben in deze actualisatieronde geen activiteit getoond. Opvallend is dat acht bronhouders in aandachtsgebieden tot de groep behoren, die geen gegevens hebben geactualiseerd. De gegevens voor wegverkeer die niet zijn geactualiseerd, maar wel in onze database zitten, zijn wel meegenomen in de berekeningen van overschrijdingen. De onderbouwingen van de wegbeheerders staan in de digitale bijlage ‘Rapport 2025-0136, Bijlage onderbouwingen wegverkeer en veehouderijen’ 62 bij deze monitoringsrapportage. Ook voor de actualisatie van veehouderijgegevens zijn alleen bronhouders in aandachtsgebieden verplicht de veehouderijgegevens te actualiseren. Dat zijn in totaal acht bevoegde gezagen. 62 De tabellen met de door de bevoegde gezagen ingevoerde onderbouwingen (voor verkeer en veehouderijen) staan in de digitale bijlage ‘Rapport 2025-0136 Bijlage onderbouwingen verkeer en veehouderijen’ bij deze rapportage op de website van het RIVM (https://www.rivm.nl).
Pagina 52 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
Daarnaast hebben bevoegde gezagen, door te accorderen, bevestigd dat ze de invoercriteria voor veehouderijgegevens, zoals beschreven in paragraaf 5.1, volledig in acht hebben genomen bij het actualiseren van de gegevens. Als ervoor is gekozen om van de criteria af te wijken, dan is deze keuze soms bij het accorderen verantwoord. De vrijwillige onderbouwingen van de bevoegde gezagen met veehouderijen staan in de digitale bijlage ‘Rapport 2025-0136, Bijlage onderbouwingen verkeer en veehouderijen’ bij deze monitoringsrapportage. In deze monitoringsronde hebben 376 bevoegde gezagen de rechten ontvangen om veehouderijgegevens te actualiseren en te accorderen. In totaal hebben 82 bevoegde gezagen gegevens geactualiseerd, waarvan er 48 hun actualisatie accordeerden en 28 bevoegde gezagen een vrijwillige onderbouwing hebben toegevoegd. Elf bevoegde gezagen hebben geen actuele gegevens aangeleverd, maar wel geaccordeerd. Hiervan hebben negen bevoegde gezagen een onderbouwing toegevoegd, omdat zij stellen dat er geen wijzigingen zijn, of omdat veehouderijen binnen het bevoegd gezag niet van belang zijn voor de monitoring. De andere 277 bevoegde gezagen met actualisatierechten hebben in deze actualisatieronde geen activiteit getoond.
Het RIVM rekent voor deze groep met veehouderijgegevens uit eerdere actualisaties voor de monitoringsronden 2024, 2025 en 2030 en 2035 als deze zijn ontvangen en in onze database zijn opgenomen. 6.3
Bevindingen na controles van de invoer na de actualisatieperiode Vanaf 2030 worden de normen aangescherpt. Hierdoor is er ook meer aandacht voor de locaties waar de berekende concentraties rond de nieuwe grenswaarden liggen. Tijdens de actualisatieperiode heeft Bureau Monitoring de bronhouders gevraagd om de status en ligging van receptoren opnieuw te beoordelen (zie paragraaf 3.3.4). Daarbovenop heeft het RIVM enkele checks uitgevoerd op de invoergegevens van de wegsegmenten met steekproeven en visuele checks. Ook gaven de resultaten zelf aanleiding om rond Arnhem de gegevens te bekijken. Hier volgt een overzicht van de bevindingen na deze checks.
6.3.1
SRM1-wegsegmenten We zien vooral bij SRM1-wegen een aantal bevindingen. Geen koppeling SRM1-wegsegment met receptor Om een bijdrage van het verkeer van een SRM1-wegsegment te kunnen berekenen, moet een koppeling worden gemaakt met een receptor langs het wegsegment. Deze koppeling ontbreekt bijna 20.000 keer in de bestanden. Een deel wordt veroorzaakt doordat bevoegde gezagen wegsegmenten op binnenwegen op elkaar laten aansluiten door kleine tussenstukken toe te voegen, zonder koppeling aan een receptor. In deze gevallen is dat niet erg. Er zijn echter ook wegen opgedeeld in verschillende SRM1wegsegmenten zonder enige receptor langs deze weg, of er zijn wel receptoren langs de weg, maar de koppeling ontbreekt. Hier wordt dus nergens een bijdrage van het SRM1-wegsegment berekend. Daarnaast Pagina 53 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
zien we ook dat bij parallelle SRM1-wegsegmenten de koppelingen aan een van de twee parallellen wordt gemaakt. In deze laatste situatie wordt de SRM1-bijdrage onderschat. Niet bestaand SRM1-wegsegment We zien ook de omgekeerde situatie, waarbij het receptorbestand verwijst naar een niet bestaande SRM1-weg. Deze situatie komt ongeveer 200 keer voor. In deze gevallen zien we op de kaart wel receptoren liggen, maar is er geen wegsegment opgegeven, of ontbreekt een deel van de weg. Dit kan zorgen voor een onderschatting van de SRM1-bijdrage. Te veel (onterechte) koppelingen met SRM1-wegsegmenten Deze monitoringsronde zien we ook een andere situatie, namelijk vele onterechte koppelingen met SRM1-wegen. Het is mogelijk om meerdere SRM1-wegsegmenten te koppelen aan eenzelfde receptor. In dat geval dragen alle gekoppelde wegsegmenten bij aan het resultaat op de receptor. Deze situatie is wenselijk bij parallelle wegsegmenten, of in uitzonderlijke gevallen bij haakse wegen. In Gelderland zien we in een aantal gemeenten receptoren die zijn gekoppeld met heel veel wegen. Ook aan wegsegmenten waar de receptoren niet direct aan het wegsegment liggen. Dit zorgt voor overschatting van de bijdrage aan de concentratie van SRM1wegsegmenten en geeft ook onterechte overschrijdingen van de grenswaarden (zie ook hoofdstuk 4). 6.3.2
Koppeling van een receptor aan een SRM2-wegsegment De bijdrage van alle SRM2-wegsegmenten binnen 5 kilometer van een receptor worden meegenomen bij de berekening van de concentratie. Het is niet nodig om een koppeling te maken met een SRM2wegsegment. Toch wordt deze koppeling zo nu en dan aangeleverd door bronhouders. In principe heeft de koppeling met een SRM2-weg geen effect; bij de berekening wordt de koppeling niet meegenomen en wordt alsnog de bijdrage van de SRM2-wegsegmenten bepaald. Het probleem met deze koppelingen is echter dat niet vast te stellen is of het de bedoeling van de gebruiker was om een SRM1- of een SRM2-wegsegment op te geven. De koppeling zelf wijst op een SRM1-weg, terwijl het opgegeven wegtype juist duidt op een SRM2-weg. Wanneer de gebruiker eigenlijk een SRM1-weg had willen opgeven, bijvoorbeeld omdat de weg door bebouwd gebied gaat, kan dit tot een andere concentratie leiden. De emissie van een weg verspreidt zich met SRM1, anders dan met SRM2.
6.3.3
Wegsoorten SRM1 of SRM2 Bij de keuze voor een SRM1- of een SRM2-wegsegmenten kunnen soms randgevallen optreden. Over het algemeen geldt voor binnenstedelijke wegen een SRM1-wegsoort. Voor provinciale wegen en snelwegen geldt over het algemeen een SRM2-wegsoort. Er zijn echter ook provinciale wegen die (gedeeltelijk) door stedelijk gebied gaan. Bronhouders maken dan een afweging welk wegsoort het beste de weg beschrijft.
Pagina 54 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
We zien echter op enkele parallelle wegen dat ze aan de ene kant van de weg een SRM1- en aan de andere kant van de weg een SRM2wegsoort hebben. Dat is een onwenselijke situatie. SRM1-wegsoort Buitenweg ook op binnenstedelijke wegen en op rotonden. De wegsoort Buitenweg algemeen (b) zien we terugkomen op: • binnenstedelijke wegen; • op rotondes met andere wegsoorten; of: • verbindingsstukken tussen twee wegen. Dat past niet in de profielen waarvoor de kenmerken bedoeld zijn. Bij de laatste twee waarnemingen is er geen receptor gekoppeld (zie paragraaf 6.3.1). Er wordt dan ook geen bijdrage van deze SRM1-wegen berekend. Wijziging van het wegsoort tussen verschillende monitoringsjaren We zien in een aantal gevallen het SRM1-wegsoort wijzigen tussen monitoringsjaren. De emissie verandert dan niet alleen door de verwachte verschoning van het wagenpark in de toekomst, maar ook door de wegsoort. Het is niet uitgesloten dat de kenmerken van een weg wijzigen door bijvoorbeeld een herinrichting van de weg. We zien dit echter ook al terugkomen in voorgaande ronden. Het RIVM heeft echter geen zicht op de motivatie van de gemaakte keuze. 6.3.4
Afname files in toekomstige jaren We zien langs het hoofdwegennet een afname in files in prognosejaren, vergeleken met het gepasseerde jaar. Soms zijn de afnames fors en niet in lijn met de verwachte verkeersontwikkeling.
6.4
Beperkte controle voor invoergegevens van veehouderijen Net als bij wegverkeer is een aantal controles uitgevoerd bij de actualisatie van bronhouders in CIMLK. Er wordt getoetst of: • de aangeleverde gegevens in Nederland liggen; • er toetspunten zijn zonder veehouderij; • er veehouderijen zijn zonder toets- en rekenpunten. Ook zijn er referentiewaarschuwingen geïntroduceerd in CIMLK. De waarschuwingen geven aan dat de gegevens geladen zijn, maar onregelmatigheden bevatten. De bevoegde gezagen kunnen hiermee beoordelen of de data, zoals bedoeld, zijn aangeleverd of nog aandacht vereisen. Na sluiting van de actualisatieperiode voert het RIVM ook een beperkt aantal automatische controles op de veehouderijgegevens uit. Bij deze automatische controles is in Monitoringsronde 2025 voornamelijk gekeken naar de volgende aspecten: A. Geldige invoerparameters voor de rekentools, bijvoorbeeld stalafmetingen, bronhoogten, uittreesnelheid en afmetingen van het emissiepunt. B. Locaties van emissiebronnen: liggen alle bronnen van één veehouderijbedrijf voldoende dicht bij elkaar? Pagina 55 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
De kwaliteit van de dataset is voldoende gebleken om de berekeningen voor veehouderijen te starten. De gevonden issues worden voor het begin van de Monitoringsronde 2026 aan de bevoegde gezagen teruggekoppeld. Ook na de berekeningen, tijdens de analyse van de resultaten, zijn enkele bevindingen gedaan. Hoofdstuk 5 bespreekt deze bevindingen. In Bijlage 6A staat de reactie van de bronhouder.
Pagina 56 van 87
RIVM-rapport 2025-0136
Referenties
Berekenen luchtkwaliteit langs wegen. (z.d.). Informatiepunt Leefomgeving. https://iplo.nl/thema/lucht/vaststellenluchtkwaliteit/berekenen-luchtkwaliteit-langs-wegen/ Berkhout, J., Zuidberg, S., Rebel, R., & Couvreur, A. (2024). Monitoringrapportage MLK 2024. Stand van zaken luchtkwaliteit Nederland. RIVM (National Institute For Public Health And The Environment). https://doi.org/10.21945/rivm-2024-0133 Besluit kwaliteit leefomgeving. (2018). BWBR0041313. https://wetten.overheid.nl/BWBR0041313/2024-07-01 CBS. (2023). Bodemgebruik [Dataset]. https://geodata.cbs.nl/files/Bodemgebruik/ Eijk, E. van, Geilenkirchen, G., Ruiter, J.M. de (2025), Emissiefactoren wegverkeer 2025: Wijzigingen in de ER en SRM emissiefactoren, voor luchtkwaliteit, stikstofdepositie en klimaat, TNO, Exemplaarnummer 2025-STL-RAP-100357775. https://publications.tno.nl/publication/34644638/6vwJwg2Y/TNO-2025R11310.pdf European Commission. (2018). Member States’ and European Commission’s Common Understanding of the Commission Implementing Decision laying down rules for Directives 2004/107/EC and 2008/50/EC of the European Parliament and of the Council as regards the reciprocal exchange of information and reporting on ambient air. https://www.eionet.europa.eu/aqportal/doc/IPR%20guidance_2.0.1_fin al.pdf European Parliament & Council. (2024).
Directive (EU) 2024/2881 of the European Parliament and of the Council of 23 October 2024 on ambient air quality and cleaner air for Europe (recast). Publicatieblad van de Europese Unie, L 2024/2881. https://eurlex.europa.eu/eli/dir/2024/2881/oj European Parliament & Council. (2008). Directive 2008/50/EC of the European Parliament and of the Council of 21 May 2008 on ambient air quality and cleaner air for Europe (consolidated version of 18 September 2015). Publicatieblad van de Europese Unie, L 152. https://eurlex.europa.eu/eli/dir/2008/50/oj/ Gezondheidswinst door schonere lucht | Gezondheidsraad. (2018, 23 januari). Gezondheidsraad. https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/2018/01/23/gezondheids winst-door-schonere-lucht