Bijlage 1 Monitor Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 2026.pdf
Tekst van het document
•
Inleiding
Verkoop private huurwoningen
Bron: Kadaster, eigen bewerking
Bronnen
Monitor Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 2026
Doel 7
22
Doel 6
Uitgeponde woningen zijn sinds 2016 gemiddeld kleiner geworden. In 2025 waren deze woningen gemiddeld 72m2. Ongeveer 8% van de uitgeponde woningen was in 2025 kleiner dan 40 m2, en ongeveer 45% was kleiner dan 60 m2. Gemiddeld kostte een uitgeponde woning in 2025 ongeveer € 610.000. Ruim 2.300 van de 3.490 uitgeponde private huurwoningen werden in 2025 gekocht door koopstarters. Dat is aanzienlijk meer dan in eerdere jaren.
2025
2023
Doel 1
2025
2023
Doel 2
2025
2023
Doel 3
2025
Doel 4
Niet alle huurders wonen in een woning die past bij hun inkomen. De beste match tussen inkomen en huurprijs zien we in de sociale huur. In ruim 86% van de sociale huurwoningen woont iemand met een inkomen dat daarbij past (inkomensgrens sociale huur). Ook heeft 10% van de huurders in de sociale huur een middeninkomen. In middenhuurwoningen heeft ongeveer 37% een middeninkomen. Middeninkomens wonen echter ook vaak te duur. Van alle huurwoningen met een huurprijs in de vrije sector (dure huur) woont in 25% van de gevallen een huishouden met een middeninkomen. Deze woningen zijn duurder dan wat eigenlijk bij het inkomen past. Dit is een flinke toename ten opzichte van 2023. In de koopsector heeft ongeveer 23% een middeninkomen, een toename ten opzichte van 2023. Zie voor meer informatie over het vaststellen van de huur en inkomensgrenzen de Factsheet Woningmarkt 2025.
Figuur 8. Bewoning huursegmenten en koopsector door inkomensgroepen in %, 2023-2025
Inleiding
Meer middeninkomens in dure huurwoningen en koopwoningen
Voorwoord
Subdoel 3: Huur- en koopwoningen worden toegankelijker voor middeninkomens
2023 0
10
20
40
50
60
70
80
90
100
Doel 5
Bron: Wonen in Amsterdam onderzoek
30
Doel 6 Doel 7
Monitor Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 2026
Bronnen
23
Figuur 10. Start bouw betaalbare koopwoningen, 2023-2025
Er is een duidelijke toename te zien in het aantal toegewezen huisvestingsvergunningen in 2025. Sinds 1 juli 2025 moeten nieuwe huurders van een middenhuurwoning in de bestaande woningvoorraad een huisvestings vergunning aanvragen. Deze vergunning is ingevoerd zodat huishouders met een middeninkomen passend kunnen wonen. Voor middenhuurwoningen in de nieuwbouw bestond deze vergunningsplicht al.
Er is een toename in de start bouw van het aantal betaalbare koopwoningen tot € 405.000 (landelijk prijspeil 2025) dat wordt gebouwd. Vooral in 2025 zijn er relatief veel van deze woningen in aanbouw genomen. Er zijn in 2025 4 projecten gestart met in totaal 357 woningen. Betaalbare koop woningen zijn bedoeld voor middeninkomens en tellen binnen 40-40-20 mee in het middensegment. Het gaat bij de bouw van betaalbare koop niet om grote getallen. De focus in het middensegment ligt op het toevoegen van woningen in de middenhuur. De mogelijkheden voor betaalbare koop zijn beperkt en kunnen vrijwel alleen nog aan de rand van de stad gebouwd worden.
2023 (tot €355.000)
50
100
150
200
250
300
350
400
2.000
•
1.500
500 2023
2024
wet- en regelgeving ervoor dat minder woningen opgekocht worden om te verhuren. Dat blijkt ook uit de recente evaluatie opkoopbescherming.
•
Campagne ‘Introductie huisvestingsvergunning middenhuurwoningen’. Er is een campagne uitgevoerd om verhuurders in de private huursector te wijzen op hun plicht om middenhuurwoningen te verhuren aan middeninkomens. Zo zijn er 30.000 private verhuurders aangeschreven om hen hier over te informeren.
•
Opkoopbescherming. Op 1 april 2022 is de opkoopbescherming ingevoerd; woningen van eigenaar-bewoners met een WOZ-waarde tot en met € 623.000 (in 2025) mogen bij verkoop gedurende vier jaar niet verhuurd worden. De opkoopbescherming is ingevoerd om goedkope en middeldure koopwoningen te beschermen tegen de opkoop door beleggers. De opkoopbescherming zorgt in combinatie met landelijke
Bron: Interne registraties
Geen pilot starterslening. We hebben onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor het starten met een pilot voor startersleningen. De starterslening is een aanvullende lening voor starters op de woningmarkt. De bedoeling van deze lening is dat het voor midden inkomens mogelijk wordt een woning te kopen. Op basis van het onderzoek is echter besloten dat de starterslening hiervoor in Amsterdam geen geschikt instrument is.
Bronnen
Monitor Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 2026
Doel 7
•
2025
Doel 6
Pilot betaalbare koop. De pilot betaalbare koop is opgenomen in de huisvestingsverordening van 2026 en zal ongeveer 140 woningen omvatten. De pilot is bedoeld om starters meer kans te geven op een betaalbare koopwoning. De ontwikkelaar geeft korting aan de eerste koper. Bij verkoop deelt de ontwikkelaar in de winst of verlies. 50% van de woningen in de pilot worden met voorrang aangeboden aan mensen met een maatschappelijk beroep.
Doel 5
•
Doel 4
1.000
Huisvestingsvergunning voor de middenhuur. Per 1 juli 2025 moeten middenhuurwoningen verhuurd worden aan middeninkomens of huurders die een sociale huurwoning achterlaten in de woningmarktregio. Hiermee willen we ervoor zorgen dat middenhuur woningen terecht komen bij de mensen die hier het meest op aangewezen zijn.
Doel 3
Wat we doen
2.500
24
0
Bron: Woningbouwplan 2022-2028: Jaarrapportages
3.000
0
2025 (tot €405.000)
Doel 2
3.500
2024 (tot €390.000)
Doel 1
Figuur 9. Aantal toegewezen huisvestingsvergunningen middenhuur, 2023-2025
Inleiding
Toename start bouw betaalbare koopwoningen
Voorwoord
Te vroeg om effect huisvestings vergunningen middenhuur aan te tonen
Figuur 11. Kale huurlasten (huurquote) en netto hypotheeklasten (hypotheekquote) als percentage van het inkomen, 2023-2025
Voorwoord Inleiding
Subdoel 4: Niemand mag in armoede belanden door te hoge woonlasten
45
40
15
10
5
0
Bron: Wonen in Amsterdam onderzoek
inkomen kwijt aan kale huur in 2025. Voor 1 op 6 huurders met een middeninkomen geldt zelfs dat ze een huurquote hebben van minstens 40 procent. De hoogste inkomensgroep heeft relatief vaak lage huurquotes. Maar een heel klein deel van deze groep huurders is meer dan 40 procent van het inkomen kwijt aan huur en bijna 60 procent betaalt minder dan 25 procent van het inkomen aan huur.
Doel 7
verbeterd tussen 2023 en 2025: steeds meer huurders in de laagste inkomenscategorie hebben een huurquote lager dan 15 procent. Binnen de groep lage inkomens met toegang tot de sociale huur wordt de huurquote over het algemeen ook iets lager. Bij de middeninkomens en hogere inkomens zien we minder grote veranderingen, maar huishoudens met een middeninkomen hebben relatief vaak een hoge huurquote. Bijna 60 procent van hen is minstens 25 procent van het
Doel 6 Bronnen
Monitor Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 2026
20
Doel 5
25
25
Doel 4
Hoeveel huishoudens kwijt zijn aan huur verschilt erg tussen inkomensgroepen, maar ook binnen inkomensgroepen zijn er verschillen. Van de laagste inkomensgroep (de doelgroep voor passend toewijzen) is 1 op de 6 huurders minstens 40% van het inkomen kwijt aan kale huur. Aan de andere kant betaalt ook 1 op 6 huurders uit deze inkomensgroep nog geen 15 procent van het inkomen aan huur. Bij deze inkomensgroep is de betaalbaarheid gemiddeld het meest
30
Doel 3
Vaker lage huurquote voor laagste inkomensgroepen, relatief hoge huurquotes voor middeninkomens
35
Doel 2
Huurders van corporatiewoningen zijn in 2025 over het algemeen een minder groot deel van hun inkomen kwijt aan huur (huurquote). In 2023 was 55 procent van de huurders maximaal een kwart van hun inkomen kwijt aan huur. In 2025 gaat het om 66 procent van de huurders. Huurders van corporatiewoningen hebben vaak echter een laag inkomen. Een deel van hen houdt daarom, ondanks dat de huurquote is afgenomen, weinig geld over. Binnen de private huur sector zien we weinig verandering in hoeveel inkomen huurders kwijt zijn aan huur. Van 1 op de 5 particuliere huurders is de huurquote nog steeds minstens 40%. Kopers zijn daarentegen juist steeds vaker een groter deel van het inkomen kwijt aan hypotheeklasten. Afgelopen twee jaren is het aantal aankopen door eigenaar-bewoners toegenomen. Vooral koopstarters kochten vaker een woning (zie ook kader ‘Verkoop private huurwoningen’). Zij hebben over het algemeen een hogere hypotheek dan kopers die al langer in hun woning wonen.
Doel 1
Afname woonlasten corporatiehuurders, toename onder kopers
Afspraken toewijzing onder aftoppingsgrens. In de prestatieafspraken tussen de woningcorporaties, huurderskoepels en gemeente is afgesproken dat in de gehele stad en in de afzonderlijke stadsdelen Centrum, Oost, West, Zuid en Weesp tenminste 70% van de te verhuren sociale huurwoningen onder de lage en hoge aftoppingsgrens worden aangeboden. In 2024 hebben de corporaties 82% van de huurwoningen aangeboden onder de aftoppingsgrenzen in de gehele stad en in stadsdelen Centrum (82%), Oost (83%), West (77%), Zuid (80%) en Weesp (74%).
80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
2023 2025 2023 2025 2023 2025 2023 2025 2023 2025
Bron: Wonen in Amsterdam onderzoek
•
Huurders private huurwoningen (+ € 8 t.o.v. 2023)
Gemiddelde maandelijkse vve bijdrage
€ 205 (+ € 26 t.o.v. 2023)
Bron: Wonen in Amsterdam onderzoek
Doel 7 Bronnen
Monitor Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 2026
Handhaving te hoge servicekosten. Door de Wet goed verhuurderschap kan de gemeente optreden tegen ongewenst verhuurgedrag (zie ook Doel 6 ‘Betere positie huurders en woningzoekenden’). Huurders kunnen via het meldpunt ‘Problemen met verhuurders’ een melding maken van overtredingen door verhuurders. Ook over te hoge servicekosten. In 2024 kwamen hier 176 meldingen over binnen. Hierbij was niet in alle gevallen sprake van een overtreding.
€ 82
Doel 6
26
•
Huurders corporatiewoningen (+ € 7 t.o.v. 2023)
Doel 5
Naast de huur of hypotheek moeten Amsterdammers vaak ook maandelijks servicekosten of een vve-bijdrage betalen. Deze maandelijkse kosten nemen gemiddeld toe. De toename is relatief het grootst onder huurders van corporatiewoningen. Gemiddeld betaalden zij in 2025 (€ 38) 23% meer servicekosten dan in 2023 (€ 31). Voor huurders van private huurwoningen zijn de servicekosten gemiddeld met 11% gestegen van € 74 naar € 82. Voor kopers is de gemiddelde bijdrage voor vve kosten met 15% toegenomen van € 179 in 2023 naar € 205 in 2025. Een stijging van deze kosten hoeft niet problematisch te zijn als het inkomen ook stijgt. Gemiddeld is het maandelijkse inkomen van Amsterdamse huishoudens de afgelopen jaren flink gestegen, tot ruim € 4.000 in 2025 (zie ook de Factsheet Woningmarkt 2025). Het gaat hier om gemiddelden. Voor een deel van de Amsterdammers zal een stijging van de kosten meer problemen geven dan voor anderen.
€ 38
Doel 4
Toename gemiddelde maandelijkse servicekosten en vve kosten
Aanpak energiearmoede. In de prestatieafspraken met corporaties en huurderskoepels zijn afspraken gemaakt om energiearmoede tegen te gaan. De Aanpak Energiearmoede is erop gericht om op korte termijn kwetsbare huishoudens te ontzorgen in het nemen van energiebesparende maatregelen, te adviseren over energiezuinig gedrag en financieel te helpen bij de aanschaf van duurzame producten. Op de lange termijn werken we aan de verduurzaming van woningen waardoor energiekosten verder omlaag gaan (zie ook Doel 5 ´Duurzame woningen van goede kwaliteit´).
Gemiddeld maandbedrag servicekosten
Doel 3
•
90%
Doel 2
Vereenvoudiging woonkostentoeslag. Sinds januari 2025 is het makkelijker om bijzondere bijstand aan te vragen. Amsterdammers kunnen hiermee sneller een beroep doen op tijdelijke financiële ondersteuning van de woonlasten.
Doel 1
•
Inleiding
100%
Voorwoord
Wat we doen
Figuur 12. Huurquotes van huurders naar inkomensgroepen, 2023-2025
Voorwoord
Doel 3
Inleiding
Meer woningen voor hen die ze het hardst nodig hebben
Doel 1 Doel 2
Samenvatting
Doel 6 Doel 7 Bronnen
Monitor Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 2026
Een andere inspanning die in de AAV is benoemd is het maken van afspraken met ontwikkelaars om woonvormen te bouwen en toe te wijzen aan beroepsgroepen. In 2025 is gewerkt aan de voorbereiding van verschillende tenders om hier vorm aan te geven. Deze projecten lopen naast de 300 corporatiewoningen die via de beroepsgroepenregeling worden toegewezen.
Ondanks de vele inspanningen blijft dakloosheid een groot probleem, met naar schatting ruim 11.000 dak- en thuisloze personen in Amsterdam (ETHOStelling 2025). Flexwoningen bieden tijdelijke oplossingen voor het huisvesten van zowel regulier woningzoekenden als urgenten. Regionale afspraken over de huisvesting van urgent woningzoekenden zijn vertraagd door uitstel van de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting. De verwachting is dat de provincie begin 2026 een woningmarktregio aanwijst waarbinnen Amsterdam en de regiogemeenten vervolgens afspraken gaan maken over de huisvesting en eerlijke verdeling van urgent woningzoekenden (fair share).
Doel 5
27
Wat betreft de taakstelling voor de huisvesting van statushouders is ingezet op het stabiliseren van de achterstand. Dit betekent dat ondanks dat in 2025 ruim 1.400 statushouders zijn gehuisvest, de achterstand nog steeds bijna 1.700 personen is.
Doel 4
Via het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen (PHKG) is in 2024 27% van de vrijgekomen sociale huurwoningen toegewezen aan urgente groepen, net onder de doelstelling uit de prestatieafspraken van 30%. Wachttijden voor het verkrijgen van een woning na urgentieverlening zijn iets gedaald, maar veel urgente woningzoekenden moeten alsnog een aantal maanden wachten, in sommige gevallen langer dan een half jaar. Daarnaast is er grote schaarste waardoor ondanks de woningen die voor PHKG beschikbaar worden gemaakt, niet kan worden voldaan aan de grote vraag. Dit legt onder andere een grote druk op verschillende opvangvoorzieningen.
Doel 3
De gemeente Amsterdam heeft belangrijke stappen gezet om woningen beschikbaarder te maken voor mensen met een dringende huisvestingsvraag. Het nieuwe puntensysteem voor woonruimteverdeling heeft geleid tot kortere inschrijftijden in de sociale huursector (gemiddeld 9,8 jaar in 2024) en minder weigeringen per aangeboden woning (gemiddeld 3 keer in 2024). Hoe effectief het nieuwe systeem precies is, wordt in 2026 uitgebreid geëvalueerd.
Voorwoord
Verhaal uit de stad
Bronnen
Monitor Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 2026
Doel 7
28
Doel 6
André (64) verbleef negen maanden in De Buitenhof. Hij had een goede baan maar kwam op straat te staan omdat hij zijn dure vrije sector woning niet meer kon betalen. “Het is een traumatische ervaring om ineens op straat te staan en je hele inboedel kwijt te raken”, vertelt André. “Na eerst her en der te hebben overnacht, werd ik opgevangen in De Buitenhof. Eindelijk had ik een plek waar ik echt tot rust kon komen. Niet alleen werd ik daarna geholpen met het vinden van een woning, maar ook met alle administratieve rompslomp. Daar ben ik echt ontzettend dankbaar voor.”
Doel 5
Eindelijk een plek om tot rust te komen
Met hulp van De Regenboog Groep vond André een nieuwbouwwoning in Gouda waar hij nu sinds een paar maanden woont. Van gemeente Amsterdam kreeg hij een vergoeding om de woning te stofferen en een vloer te leggen. “Ik woon hier heel fijn. Wel mis ik mijn Amsterdamse vrienden. Maar de mensen zijn hier verder keurig en het is heerlijk rustig.”
Doel 4
Tessa Hagen is programmacoördinator Hulpverlening bij De Regenboog Groep. ”Een dak boven je hoofd is een basisvoorwaarde voor stabiliteit in je leven en het aanpakken van problemen. We helpen mensen met het op orde krijgen van financiën, werk, inkomen, het hebben van een postadres. We willen voorkomen dat mensen afglijden”, aldus Tessa. Het vinden van een woning in of om Amsterdam blijkt echter een haast onmogelijke opgave. “Daarom wijken we vaak noodgedwongen uit naar andere provincies.”
André woont nu in Gouda
Doel 3
Uitwijken naar woning buiten Amsterdam
Tessa is blij met de goede samenwerking met de corporaties en de gemeente. “De corporaties helpen ons vooral met tijdelijke woonplekken, zoals renovatiewoningen. En de gemeente subsidieert ons niet alleen, maar samen met hen kijken we ook echt goed naar wat werkt, wat niet goed werkt en waar we maatwerk kunnen bieden.”
Doel 2
In De Buitenhof, een voormalig verpleeghuis in Buitenveldert van Cordaan, zit sinds mei 2024 een passantenpension, een tijdelijke opvang in een hotelachtige setting. Dit is een gezamenlijk project van De Regenboog Groep en HVO-Querido. De Regenboog Groep vangt hier 87 mensen op die zelfredzaam zijn, maar op sommige vlakken wel wat ondersteuning kunnen gebruiken.
Samenwerking met corporaties en gemeente
Doel 1
Stel je voor: je hebt een baan, een sociaal leven, maar door een scheiding of een faillissement raak je plotseling je huis kwijt. Als dit je overkomt, ben je economisch dak- of thuisloos. De Regenboog Groep helpt jaarlijks ongeveer 1500 economisch dak- en thuislozen bij het vinden van tijdelijk onderdak, een uiteindelijke nieuwe woonplek en andere praktische zaken.
Inleiding
De Buitenhof: Meer dan alleen een dak
Voorwoord Inleiding
Streven 2040 en subdoelen 2023-2027 We streven ernaar dat in 2040 er geen mensen meer zijn in een dak-of thuisloze situatie. Iedereen die zich in een kwetsbare situatie, al dan niet met zorgvraag, bevindt, kan binnen drie maanden een woonplek in de MRA krijgen.
Doel 1
Op de korte termijn zijn er voor de periode 2023-2027 vijf doelen geformuleerd om te realiseren. Per doel lichten we toe wat we doen om het doel te bereiken en hoe het er op dit moment voor staat.
Figuur 13. Gemiddelde inschrijftijd bij accepteren sociale huurwoning in jaren, 2022-2024 14
10 8
4 2 0
2023
Bronnen
Monitor Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 2026
2024
Doel 7
2022
Bron: Jaarbericht AFWC 2024 en 2025
29
Doel 6
6
Doel 5
12
In 2023 is de manier waarop sociale huurwoningen van corporaties worden toegewezen veranderd. Het hoofddoel van deze verandering is om mensen die snel een woning nodig hebben meer kans te geven. Woningen worden sindsdien op basis van woon punten toegewezen in plaats van inschrijftijd. Bij de overgang is de wachttijd van woningzoekenden overgezet in wachtpunten. Sinds de invoering kunnen woningzoekenden situatiepunten aanvragen en zoekpunten opbouwen door actief te reageren op woningen. Woningzoekenden tussen de 23 en 35 jaar die een jongerenwoning achterlaten, kunnen daarnaast ook nog startpunten krijgen. Door start, zoek en situatiepunten op te bouwen verhogen woningzoekenden de kans op het vinden van een woning. Deze punten kunnen woningzoekenden ook weer kwijtraken als zij een woning weigeren.
Doel 4
De gemiddelde inschrijftijd op WoningNet op het moment dat iemand een woning accepteert was in 2024 9,8 jaar. Tot 2023 hadden woningzoekenden met een lange inschrijftijd de meeste kans op een woning, terwijl zij niet altijd de meest urgente woonvraag hadden. Sinds de invoering van het nieuwe woonruimteverdeelsysteem nemen de gemiddelde inschrijftijden af. Ook de gemiddelde zoektijd (gemeten in jaren vanaf de eerste reactie tot aan toewijzing van een woning) is gedaald, van 6,5 jaar in 2022 naar 5,2 jaar in 2024. Door zoekpunten op te bouwen en situatiepunten aan te vragen, kunnen woningzoekenden de kans op het vinden van een woning vergroten. In 2024 hadden woningzoekenden bij de acceptatie van hun woning in Amsterdam gemiddeld 22,0 punten (+6,6 t.o.v. 2023), waarvan 10,3 wachtpunten (-1,1) en 10,5 zoekpunten (+7,2). Inschrijftijd speelt sinds 2023 dan ook een minder grote rol.
Nieuw regionaal systeem voor woonruimteverdeling
Doel 3
Inschrijftijd en aantal weigeringen dalen
Ook het aantal weigeringen per woning is verder gedaald in 2024. Tot 2023 zaten er geen consequenties aan het weigeren van een woning. Dat zorgde ervoor dat woningen soms lang leegstonden en corporaties een woning meerdere keren opnieuw moesten aanbieden. In het nieuwe systeem raken woningzoekenden zoekpunten kwijt op het moment dat ze een woning weigeren. Gemiddeld wordt een woning nu nog 3 keer geweigerd. Dit was in 2022 nog 9 keer. In 2026 wordt het woonruimteverdeelsysteem op alle beoogde doelen geëvalueerd.
Doel 2
Subdoel 1: De woonruimteverdeling wordt transparanter en eerlijker
25
6
20
5
15
3
10
2
2022
2023
2024
0
2023
2024
Bron: Jaarbericht AFWC 2024 en 2025, Woonruimteverdeling in de regio Amsterdam, jaarrapportage 2024
18
9 8 7 6 4 3 2 1 2022
2023
2024
Bron: Jaarbericht AFWC 2024 en 2025
De inschrijftijd op het moment van het accepteren van een woning neemt binnen alle leeftijdsgroepen af. Jongeren hebben de kortste inschrijftijd op het moment dat zij een woning krijgen. Dat is logisch, aangezien zij vanwege hun leeftijd nog niet veel inschrijftijd kunnen hebben opgebouwd. De sterkste afname in inschrijftijd zien we voor de leeftijdsgroep 35-45 (-2,4 jaar) en 45-55 (-2,3 jaar). De zoektijd (gemeten vanaf de eerste reactie) voor de meeste leeftijdsgroepen ook, behalve voor de groepen ‘tot 23 jaar’ (van gemiddeld 1,9 naar 2,2 jaar) en ‘vanaf 65 jaar’ (van 3,7 naar 4,1 jaar). Dat betekent dat het voor deze groepen gemiddeld iets langer duurt tussen de eerste reactie en het vinden van een woning.
12 10 8 6 4 2 0
Starter
Doorstromer
Bron: Woonruimteverdeling in de regio Amsterdam, jaarrapportage 2024
Doel 6
0
Gemiddelde inschrijftijd neemt onder alle groepen af
Doel 5
5
14
Doel 4
10
16
Doel 3
Bron: Woonruimteverdeling in de regio Amsterdam, jaarrapportage 2024
Figuur 15. Gemiddeld aantal weigeringen van aangeboden sociale huurwoningen, 2022-2024
Figuur 17. Gemiddelde inschrijftijd starters en doorstromers bij acceptatie woning, 2023-2024
Doel 2
0
Details over inschrijftijden voor verschillende groepen zijn te vinden in de jaarrapportage woonruimteverdeling 2024.
5
1
Doel 1
4
Ook is er een verschil tussen starters en doorstromers. Zo hebben starters3 een kortere gemiddelde inschrijftijd dan doorstromers4 (7,4 vs. 13,2 jaar in 2024). Dat komt voor een deel door het feit dat sommige doorstromers nog extra inschrijftijd hebben op basis van de overgangsregeling voor de afschaffing van woonduur. Daarnaast zijn doorstromers vaak ouder dan starters, waardoor ze meer inschrijftijd hebben opgebouwd. Het verschil in gemiddelde inschrijftijd tussen doorstromers en starters is in 2024 (5,8 jaar) vrijwel gelijk aan het verschil in 2023 (6 jaar).
Inleiding
7
Figuur 16. Gemiddeld aantal woonpunten naar type punten, 2023-2024
Voorwoord
Figuur 14. Gemiddelde zoektijd bij accepteren sociale huurwoning, 2022-2024
Doel 7
3 Starters zijn hier woningzoekenden die vanuit de Metropoolregio Amsterdam verhuizen maar geen zelfstandige woning achterlaten. 4 Doorstromers zijn woningzoekenden die na verhuizing binnen de regio een zelfstandige woning achterlaten.
Monitor Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 2026
Bronnen
30
16 14 12 8 6 4 2
jaa r
jaa r
Monitor Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 2026
Bronnen
31
Doel 7
Extra woonprojecten voor mensen in het onderwijs, de zorg en bij de politie. In 2024 en 2025 is gewerkt aan de voorbereiding van verschillende tenders voor ‘beroepsgroepenwoningen’. Zo worden er naar verwachting vanaf 2030 ongeveer 80 woningen voor leraren opgeleverd, verdeeld over twee complexen (waaronder ‘de Lerarencampus’), ook wordt er gewerkt aan een complex waarbij zorgpersoneel voorrang krijgt. Bovendien wordt de helft van de woningen van de pilot betaalbare koop (zie ook Doel 2 ‘Betaalbaarder wonen’) met voorrang toegewezen aan deze doelgroep.
Doel 6
•
De voorrangsregels doen voor een groot deel waarvoor ze bedoeld zijn. Zo komen grote woningen bijvoorbeeld vrijwel altijd terecht bij gezinnen. Wel is de positie van deze groep relatief slecht. Net als jongeren t/m 22 jaar, hebben gezinnen een relatief lage slaagkans. In het volksinitiatief ‘Eerlijke kansen op sociale huurwoningen’ werden zorgen geuit over de slaagkansen van woningzoekenden zonder enige vorm van voorrang (28-55 jaar, zonder kinderen). Uit de evaluatie blijkt dat deze groep inderdaad de laagste slaagkans heeft van alle onderzochte groepen. Wel werd alsnog 1 op de 6 sociale huurwoningen (720) toegewezen aan deze groep in 2024.
Doel 5
Woningen voor mensen in het onderwijs, de zorg en bij de politie. Sinds 2020 worden via de beroepsgroepen regeling woningen aangeboden aan kandidaten die werken in het Amsterdamse onderwijs, in de zorg of bij de politie. In 2024 is de ambitie voor het aantal woningen dat via deze regeling wordt toegewezen verhoogd van 100 à 200 naar 300 woningen per jaar. Er zijn dit jaar uiteindelijk 253 woningen toegewezen. Voor meer details, zie deze raadsinformatiebrief.
Va na f6 5
to t6 5 55
to t5 5
jaa r
jaa r 45
to t4 5 35
to t3 5
jaa r
jaa r 28
to t2 8
jaa r 23
To t2 3
Bron: Woonruimteverdeling in de regio Amsterdam, jaarrapportage 2024
Doel 4
•
0
Doel 3
Evalueren van beleid. In 2025 zijn de Amsterdamse voorrangsregels geëvalueerd (zie kader). En in 2026 wordt het nieuwe woonruimteverdeelsysteem in samenwerking met corporaties en regiogemeenten geëvalueerd. Afgesproken is om totdat deze evaluatie is afgerond het beleid rondom het nieuwe woonruimteverdeelsysteem niet te wijzigen.
In 2025 zijn de Amsterdamse voorrangsregels geëvalueerd. Zoals bekend zijn er veel meer woningzoekenden dan dat er sociale huurwoningen vrijkomen. In 2024 waren er 147.000 actief woningzoekenden op WoningNet (DAK). In datzelfde jaar werden er 4.500 woningen geadverteerd op WoningNet. Uit de evaluatie blijkt dat alle woningen op WoningNet worden aangeboden met voorrang voor bepaalde groepen. In totaal zijn er 18 voorrangsregels, allen met een specifiek doel. Bijvoorbeeld doorstroom op gang brengen, zorgen dat een woning past bij de doelgroep of mensen die door een calamiteit geen woning meer hebben helpen (bijvoorbeeld na brand).
Doel 2
•
Evaluatie voorrangsregels
Doel 1
10
Aanpassingen informatievoorziening woonruimte verdeelsysteem. In 2025 is de informatievoorziening op socialehuurwoningzoeken.nl en DAK (WoningNet) nagelopen en aangepast om de begrijpelijkheid te verbeteren. Ook zijn de informatiefolders aangepast en zijn er nieuwe informatiefilmpjes gemaakt. Hierbij was extra aandacht voor de begrijpelijkheid voor mensen die lager geletterd of minder digitaal vaardig zijn.
Inleiding
•
18
Voorwoord
Wat we doen
Figuur 18. Gemiddelde inschrijftijd naar leeftijdsklasse bij acceptatie woning, 2023-2024
27% van de vrijgekomen zelfstandige sociale huurwoningen is in 2024 verhuurd via PHKG. Dit percentage ligt net iets hoger dan in 2023, maar onder de 30% zoals in de prestatieafspraken is afgesproken. Het is lastig om precies op 30% uit te komen, omdat van tevoren niet bekend is hoeveel woningen er in een jaar vrijkomen. Dit wordt continu gemonitord, maar het blijft lastig om exact op het streefpercentage uit te komen. Daarnaast moeten de woningen die vrijkomen goed matchen met een kandidaat op de wachtlijst van PHKG. Als er minder geschikte woningen vrijkomen, kunnen er ook minder matches gemaakt worden door de corporaties.
Doel 1 Doel 2
Figuur 19. Aantal sociale huurwoningen door corporaties toegewezen aan doelgroepen PHKG, 2023-2024 Doel 3
Voor de meest urgente huishoudens werken woningcorporaties, zorgaanbieders en de gemeente Amsterdam sinds 2016 aan het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen (PHKG). In de prestatieafspraken met de corporaties is afgesproken dat 30% van de sociale huurwoningen die vrijkomen worden verhuurd aan PHKG-kandidaten. Er wordt binnen PHKG onderscheid gemaakt tussen drie doelgroepen:
Toewijzing via PHKG net onder afgesproken percentages
Inleiding
Programma Huisvesting Kwetsbar Groepen
Voorwoord
Subdoel 2: Gerichte toewijzing van woningen aan de meest urgenten
Statushouders
Bron: Jaarlijkse monitor PHKG
400
600
800
1.000
1.200
27% in 2024
26% in 2023
Bronnen
Monitor Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 2026
200
Doel 7
32
0
Doel 6
• Statushouders. Dit gaat om erkende vluchtelingen met een verblijfsstatus. Amsterdam moet jaarlijks een door het Rijk vastgesteld aantal statushouders huisvesten.
Wonen zonder begeleiding
Percentage sociale huur woningen van corporatie verhuurd aan doelgroepen PHKG
Doel 5
• Mensen die wonen met begeleiding. Deze mensen kunnen wel zelfstandig wonen, maar hebben daarbij in de eerste periode extra begeleiding nodig. Dit zijn bijvoorbeeld mensen die in maatschappelijke opvang verblijven en van daaruit verhuizen naar een zelfstandige woning.
Wonen met begeleiding
Doel 4
• Mensen die zelfstandig kunnen wonen zonder begeleiding. Dit zijn mensen die vanwege schrijnende omstandigheden in aanmerking komen voor woonurgentie. Dit gaan bijvoorbeeld om mensen die dakloos dreigen te worden vanwege ernstige sociale omstandigheden en slachtoffers van de toeslagenaffaire. Een ander deel woont door sociale- of medische redenen niet meer passend.
Figuur 20. Wachttijd na verstrekken van urgentie voor de doelgroep Wonen zonder begeleiding, 2023-2025
Figuur 22. Wachttijd na verstrekken van urgentie voor de doelgroep Statushouders, 2023- 2025
2024
De wachttijd voor de groep met begeleiding is nauwelijks veranderd. Ook binnen deze groep krijgt rond de 70% binnen drie maanden een woning nadat zij in WoningNet urgentie hebben gekregen. Voordat deze groep in WoningNet is aangemeld, hebben ze ook al een traject afgelegd binnen de zorgketen. De daadwerkelijke wachttijd is dus een stuk langer.
2025 (t/m Q2)
2025 (t/m Q2)
0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%
Bron: RIB Huisvesting kwetsbare groepen & interne registratie/WoningNet
Bron: RIB Huisvesting kwetsbare groepen & interne registratie/WoningNet
Figuur 21. Wachttijd na verstrekken van urgentie voor de doelgroep Wonen met begeleiding, 2023-2025
2023
Doel 6
2025 (t/m Q2)
Doel 5
2024
Doel 4
Ook voor statushouders is de tijd dat zij op een woning moeten wachten een stuk langer dan figuur 22 laat zien. Zodra zij met urgentie in WoningNet staan, krijgen ze relatief snel een woning (ruim 90% binnen 3 maanden). Maar voordat ze in WoningNet staan, staan ze al lange tijd op een interne wachtlijst vanaf het moment dat zij door het COA aan Amsterdam gekoppeld zijn.
0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%
Doel 3
2024
Doel 2
2023
Doel 1
2023
Inleiding
Binnen PHKG onderscheiden we verschillende groepen (zie kader). Hoelang de verschillende doelgroepen uit PHKG moeten wachten op een woning na het verstrekken van woonurgentie in WoningNet verschilt. In vergelijking met 2023 is vooral de wachttijd van de groep zonder begeleiding afgenomen. In 2024 en de eerste helft van 2025 kreeg ruim 70% van deze groep binnen drie maanden een woning toegewezen.
Voorwoord
Groot deel PHKG binnen 3 maanden een woning na verlenen urgentien
0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%
Monitor Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 2026
Bronnen
33
Doel 7
Bron: RIB Huisvesting kwetsbare groepen & interne registratie/WoningNet
Veel mensen in een dak- of thuisloze situatie Er zijn verschillende redenen waardoor mensen dak- of thuisloos worden. Vaak ontstaat dit door het verbreken van een relatie of na terugkeer uit het buitenland. Het is moeilijk om precies in kaart te brengen hoeveel mensen zich in een dak- of thuisloze situatie bevinden. Dak- of thuisloosheid is namelijk niet altijd zichtbaar. Het kan veel verschillende vormen aannemen. De gemeente maakt een schatting gebaseerd op unieke registraties van personen in een dak- of thuisloze situatie. Daaruit blijkt dat er in AmsterdamAmstelland een toename is. In 2025 zijn er in de regio Amsterdam-Amstelland naar schatting 16.513 mensen in een dak- of thuisloze situatie. Als we Oekraïners en asielzoekers in de opvang niet meetellen dan gaat het om 9.308 personen. Deze cijfers benadrukken het belang van de Aanpak Dakloosheid.
Doel 5
Monitor Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 2026
Taakstelling statushouders. In 2025 is ingezet op het stabiliseren van de achterstand op de taakstelling voor het huisvesten van statushouders. De taakstelling van 2025 bedroeg 1.454 statushouders. Zij krijgen een corporatiewoning via PHKG of andere manieren, zoals een flexwoning. Een van de redenen waarom het inlopen van de achterstand moeizaam gaat, is omdat er ook statushouders zijn die volgens de ruggesteun regeling opnieuw een woning toegewezen krijgen via PHKG nadat hun eerdere tijdelijke contract is afgelopen. Een blijvend aandachtspunt is daarnaast de mismatch tussen de woningen die beschikbaar komen en de statushouders die in WoningNet staan. In 2025 is ingezet op afstemming met corporaties, andere gemeenten, het Rijk, de provincie en COA om dit te verbeteren.
Doel 4
34
•
Doel 3
Herijking Tien Werkafspraken PHKG. PHKG werkt aan de hand van de Tien Werkafspraken ‘Thuis in de Wijk’ samen met ketenpartners zoals corporaties en zorgpartijen. De afspraken rond het maken van de match tussen de omslagdeelnemer en de woning, het proces van intermediaire verhuur, financiële stabiliteit en hoe we omgaan met overlast en onrechtmatige bewoning zijn aangepast aan de huidige praktijk. Daarnaast zijn termijnen, taken en rollen verduidelijkt.
Experiment huisvesten economisch dakloze ouders in flexwoningen. Met dit experiment worden 50-100 flexwoningen toegewezen aan gescheiden ouders met een onmisbare actieve rol in de opvoeding van hun minderjarige schoolgaande kinderen in Amsterdam. In 2025 zijn de eerste ouders gehuisvest.
Doel 2
•
•
Doel 1
Twee nieuwe urgentiecategorieën. De doelgroep Meest Kwetsbare Economisch Daklozen (MKED) is in 2024 aan de huisvestingsverordening toegevoegd. Dit heeft tot 1 december 2025 geleid tot 75 urgenties. De doelgroep Amsterdammers met een bepaalde Openbare Orde en Veiligheidsachtergrond van het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ) is sinds 2025 een officiële urgentiecategorie. Tot 1 december 2025 zijn twee urgenties verstrekt aan deze doelgroep.
Inleiding
•
Subdoel 3: Geen dakloosheid door huisuitzettingen in Amsterdam veroorzaakt door financiële problemen
Voorwoord
Wat we doen
Doel 6 Doel 7 Bronnen
Deelname ETHOS-telling. Samen met 56 andere gemeenten deed de gemeente in 2025 mee aan de ETHOS-telling. Dit is een uitgebreid telonderzoek dat inzicht geeft in de aantallen en profielen van dak- en thuisloze mensen, inclusief groepen die normaal buiten beeld blijven, zoals kinderen of ouderen (zie kader).
•
Versterking Aanpak dakloosheid. In Amsterdam is met het beleidsprogramma Een nieuwe start (2021-2025) en de Versterking van de Aanpak Dakloosheid (20232026) gewerkt aan maatregelen om dakloosheid tegen te gaan en op te lossen. Er zijn in 2025 bijvoorbeeld meer dan 200 nieuwe opvangplekken bijgekomen. Voor meer details zie de raadsinformatiebrief met bijbehorend resultatenoverzicht.
2025
16.513
mensen in langdurige opvang (-1% t.o.v. 2024)
(-6 t.o.v. 2023) Bron: Jaarbericht AFWC 2024, 2023
Doel 7
Bron: Factsheet Dak- en thuisloosheid in beeld Q1 2024, Q1 2025
29
Doel 6
3.499
2024
Doel 5
mensen in een dakof thuisloze situatie in Amsterdam-Amstelland, incl Oekraïners en asielzoekers in opvang (+ 5% t.o.v. 2024)
Aantal huisuitzettingen door financiële problemen
Doel 4 Bronnen
Monitor Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 2026
•
Doel 3
35
Aanpak vroegsignalering en voorkomen huisuitzettingen. De gemeente Amsterdam ontvangt meldingen van betalingsachterstanden van partijen zoals zorgverzekeraars, energieleveranciers en woningcorporaties. Als daar aanleiding toe is, neemt een medewerker van het Vroeg Eropaf-team contact op met de Amsterdammer om te kijken of hulp gewenst is. Zo wordt ervoor gezorgd dat huurschulden niet te hoog oplopen en daarmee huisuitzettingen door financiële problemen worden voorkomen.
Doel 2
Om het aantal inwoners die dak- of thuisloos zijn of dreigen te worden in Amsterdam-Amstelland in kaart te brengen, maakt de gemeente jaarlijks schattingen op basis van unieke registraties. In aanvulling hierop en om een beter beeld te krijgen van de aantallen en profielen van dak- en thuisloze mensen heeft Amsterdam in 2025 meegedaan aan de ETHOS-telling. In dit uitgebreide telonderzoek worden, anders dan in de gemeentelijke schattingen, mensen in een opvangvoorziening niet meegeteld. Er zijn in totaal 11.065 dak- en thuisloze mensen geteld in Amsterdam. Doordat de telmethode in een beperkte periode is uitgevoerd en niet alle telpartners even intensief konden meetellen vanwege beschikbare capaciteit zijn ook de ETHOS-uitkomsten een benadering van de werkelijkheid. Dat betekent dat het aantal dak- en thuisloze mensen in Amsterdam waarschijnlijk hoger ligt.
•
Doel 1
11.065 mensen in een dak- of thuisloze situatie in Amsterdam volgens de ETHOS-telling
Wat we doen
Inleiding
In 2024 waren er 29 huisuitzettingen door corporaties vanwege financiële problemen van de huurder. In 2023 gebeurde dit 35 keer. Deze daling is al sinds 2021 ingezet. Sinds 1 januari dat jaar is vroegsignalering van betalings achterstand in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) geregeld. De wet legt aan alle verhuurders, dus niet alleen aan woningcorporaties, de plicht op om huurachter standen te melden bij de gemeente. We hebben geen zicht op hoe vaak huisuitzettingen plaatsvinden in woningen van private verhuurders. Het totaal aantal huisuitzettingen ligt mogelijk dus hoger.
Voorwoord
Minder huisuitzettingen corporaties om financiële redenen
Inzet op voormalige stadsregio Amsterdam (SRA) als woningmarktregio voor regionale afspraken urgenten. Amsterdam heeft de voorkeur voor samenwerking met de gemeentes uit de voormalige SRA als woningmarkt regio omdat er op dat niveau al samenwerking is in het woonruimteverdeelsysteem.
•
Lobby richting het Rijk: • Voor intrekken wetsvoorstel verbod op voorrang statushouders. Amsterdam is tegen dit wetsvoorstel dat begin 2025 gepubliceerd is en heeft mede namens 13 andere gemeenten een zienswijze ingediend waarin de zorgen uiteengezet worden. Als de wet in zou gaan, verwachten we overvolle opvang waar de uitstroom
Doel 6
•
Doel 5
Inzet op MRA als woningbouwregio voor regionale afspraken. We hebben de voorkeur voor de MRA als woningbouwregio omdat we met MRA gemeentes al afspraken hebben over nieuwbouw binnen de bestaande woondeal. Hier zijn vergevorderde gesprekken over. De provincie neemt hier naar verwachting in 2026 een besluit over.
Doel 4
•
nog verder stokt, geen perspectief op een woning voor statushouders, inburgering die niet kan worden gestart en meer mensen op straat. Het zal bovendien leiden tot een onwerkbare situatie aangezien gemeenten nog steeds een taakstelling hebben om statushouders te huisvesten. In het regeerakkoord staat dat gemeenten zelf de afweging mogen maken over voorrang geven aan statushouders en dat de voorrang pas verdwijnt als er alternatieve huisvesting is. In de loop van 2026 wordt waarschijnlijk duidelijk wat dit betekent voor de status van het wetsvoorstel. • Voor intrekken verbod urgentie voor vreemdelingen met een vergunning. Er is een amendement aangenomen op de Wvrv waarin het verboden werd om vreemdelingen met een vergunning urgentie te geven op een woning. Het college is sterk tegen dit verbod omdat het dezelfde effecten heeft als het wetsvoorstel voor een verbod op voorrang en omdat het een nog grotere groep mensen treft en elke vorm van urgentie uitsluit. Samen met de G4 hebben we daarom lobby gevoerd om dit amendement tegen te houden. Via een novelle is het amendement weer ingetrokken. • Voor gemeentelijke opdracht betaalbaar. Speerpunten in de lobby zijn om de eis vanuit de Wvrv voor 30% sociale huurwoningen en 2/3e betaalbaar in de nieuwbouw op regionaal niveau weer terug te draaien naar gemeentelijke niveau en om ruimte te houden om méér dan 2/3 e betaalbaar te bouwen.
Dit zorgt ervoor dat álle gemeenten in de regio hun eerlijke bijdrage leveren aan de realisatie van sociale huurwoningen en het is bovendien duidelijker en uitvoerbaarder voor alle partijen.
Doel 3
Woondeal Metropoolregio Amsterdam (MRA). Binnen de MRA werken we al een aantal jaren samen aan de bouw van voldoende betaalbare woningen, met de Woondeal MRA als belangrijke basis. Als de Wvrv in werking treedt, moet elke regiogemeente een volkshuisvestingsprogramma (VHP) opstellen. De VHP's van de regiogemeentes binnen Noord-Holland moeten optellen tot het provinciale VHP. De Woondeal MRA en de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting zullen hierop worden aangepast qua inhoud en vorm.
Doel 2 Doel 7 Bronnen
Monitor Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 2026
•
Doel 1
36
Wat we doen
Inleiding
Er zijn nog geen harde regionale en landelijke afspraken over voldoende sociale huisvesting per gemeente op basis van fair share. Dat komt onder andere door de vertraging van de invoering van de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting (Wvrv). In juli 2025 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel voor de Wvrv aangenomen, maar er is vertraging omdat er amendementen zijn aangenomen die op verzoek van de Eerste Kamer gerepareerd moeten worden. Deze wet moet ervoor zorgen dat de Rijksoverheid meer regie kan voeren op waar en voor wie er wordt gebouwd (fair share). Daarover moeten afspraken gemaakt worden tussen gemeenten in een woningbouwregio. Ook moeten er afspraken gemaakt worden over een regionale verdeling van het huisvesten van urgent woningzoekenden. Dat gebeurt binnen een woningmarktregio. De provincie stelt zowel de woningbouw- als de woningmarktregio vast. De afspraken over woningbouwprogrammering zullen worden vastgelegd in gemeentelijke, provinciale en landelijke volkshuisvestingsprogramma’s die op elkaar aan moeten sluiten. Vanuit de provincie Noord-Holland bestaat een wens om ook een regionaal volkshuisvestingprogramma te realiseren. Hier zijn nog geen afspraken over gemaakt en het is nog niet zeker dat dit er komt. De gemeente Amsterdam zal meer met provincie en andere regiogemeentes moeten afstemmen over de nieuwbouwprogrammering.
Ook zullen de wettelijke urgentiecategorieën en de regionale afspraken over verdeling van urgenten een plek krijgen in de Amsterdamse Huisvestingsverordening. In de loop van 2026 stemt de Eerste kamer over het wetsvoorstel.
Voorwoord
Subdoel 4: Harde regionale en landelijke afspraken over voldoende sociale huisvesting per gemeente op basis van fair share
Wat we doen
•
Onder de Pannen en Tijdelijk onder Dak. Dit zijn tijdelijk wonen projecten voor economisch dakloze mensen die ondersteuning ontvangen van De Regenboog Groep. Zie ook Doel 1 ‘Meer woningen’.
Doel 4
Flexwoningen. Deze woningen zijn een ‘extra schil’ van tijdelijke woningen in het sociale segment, voor urgent- en regulier woningzoekenden en statushouders, om de druk op de woningmarkt voor een deel te ondervangen. Zie ook Doel 1 ‘Meer woningen’.
Doel 3
De gemeente, woningcorporaties en zorgaanbieders werken samen aan het huisvesten van urgente doelgroepen (PHKG). Daarin streven de partijen naar het zelfstandig huisvesten van mensen. Dat is alleen niet altijd mogelijk vanwege het grote tekort aan sociale huurwoningen in de stad. Ze zetten zich daarom gezamenlijk in voor het ontwikkelen en realiseren van alternatieve woonoplossingen voor mensen in kwetsbare situaties die al dan niet (intensieve) begeleiding nodig hebben. De lessen uit de praktijk zijn gebundeld in een handreiking alternatieve woonconcepten.
Doel 2
•
Samenwerking en kennisdeling alternatieve woonoplossingen voor urgente doelgroepen
Doel 1
Handreiking alternatieve woonconcepten. Voor mensen met een complexere woon- en ondersteuningsvraag zijn andere woonvormen nodig, tussen intensieve begeleiding en ‘zelfstandig wonen in de wijk’ in. De handreiking woonzorgconcepten biedt inspiratie en praktische oplossingen voor woonvormen in Amsterdam, van preventieve woonvormen en woonplekken tot beschermd wonen. Het gaat hierbij zowel om permanente woonplekken, zoals begeleid wonen in zogenoemde Skaeve huse, als om tijdelijke woonlekken (zoals flexwoningen) die gericht zijn op doorstroom naar een reguliere woning, al dan niet buiten de regio.
Inleiding
•
Voorwoord
Subdoel 5: Realiseren van alternatieve woonoplossingen
Doel 5 Doel 6 Doel 7
Monitor Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 2026
Bronnen
37
Voorwoord
Doel 4
Inleiding
Passender wonen
Doel 1 Doel 2
Samenvatting
Doel 6 Doel 7 Bronnen
Monitor Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 2026
In de nieuwbouw zien een toename van het aantal ouderenwoningen. Er worden echter onvoldoende ouderenwoningen gerealiseerd om in de behoefte te voorzien. Ook de inzet uit de AAV om meer te bouwen voor gezinnen realiseren we niet. Over de realisatie van rolstoelwoningen in de sociale huur zijn nieuwe afspraken gemaakt met de corporaties. Na jaren van tegenvallende resultaten lijkt de realisatie van rolstoelwoningen nu enigszins op gang te komen. Daarnaast is het aantal rolstoelwoningen in de planning boven de afgesproken ambitie met woningcorporaties.
Doel 5
38
Op het gebied van ouderenhuisvesting valt op dat de samenwerkingsallianties met zorgpartijen versterkt zijn. Daarnaast wordt ingezet op gebiedsgerichte activiteiten en ondersteuning. Voor doorstroming zijn we voor een groot deel afhankelijk van gedrag van Amsterdammers. Het is daarom constant een aandachtspunt om ons te verplaatsen in de wereld van Amsterdammers en specifieke doelgroepen.
Doel 4
De gemeente Amsterdam werkt aan passend wonen voor alle Amsterdammers. Het doorstroomoffensief Passend Wonen, de uitvoeringsagenda ouderenhuisvesting en de nieuwbouwprogrammering zijn hierbij belangrijke instrumenten. Wat betreft het doorstroomoffensief worden veel maatregelen ingezet, maar momenteel is het nog te vroeg om de effecten ervan te zien in de praktijk. Er wordt gewerkt aan verbetering van bestaande, maar ook aan nieuwe maatregelen om meer doorstroming op gang te brengen. We zien veel energie bij andere partijen in de stad, zoals bewoners, woningcorporaties, private verhuurders en andere partijen.
Doel 3
Een groot deel van de Amsterdammers woont in een woning die (ruim) past bij de grootte van hun huishouden. Toch verdienen sommige doelgroepen extra aandacht op dit vlak, zoals gezinnen, ouderen en rolstoelgebruikers. Voor gezinnen zien we dat met name grote gezinnen, relatief vaak in een krappe woning wonen. Ouderen wonen daarentegen relatief vaak in een ruime woning. Wat betreft rolstoelgebruikers zien we dat de afgelopen jaren gemiddeld bijna 250 huishoudens op de wachtlijst staan voor een rolstoelwoning.
Voorwoord
Verhaal uit de stad
Door een wijziging in de Amsterdamse huisvestingsverordening kon een uniek woonconcept doorgang vinden. Want hierdoor werd het voor woningcorporatie Woonzorg Nederland mogelijk om huurders te selecteren die echt gemotiveerd zijn om in een sociale leefgemeenschap te wonen.
Bronnen
Monitor Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 2026
Doel 7
39
Doel 6
“Tijdens de experimentaanvraag paste de gemeente net de huisvestings verordening aan. We hadden toen nog niet de bevestiging dat we mochten toewijzen op basis van de uitzondering voor woongemeenschappen”, vertelt Monique. “We waagden het erop en startten in 2021 met geïnteresseerde woningzoekenden. Dit was nog voordat de bouw was gestart, en spannend voor ons en de woningzoekenden. Samen met hen ontwierpen we de
Sinds augustus 2024 wordt Stadsveteraan bewoond. “Dat was een mooi moment voor Woonzorg Nederland, maar vooral voor de huurders die al lange tijd voor de oplevering betrokken zijn geweest. Monique ziet hoe hecht de gemeenschap al is: “De een doet klusjes, de ander maakt soep als iemand ziek is, weer een ander zingt tijdens feestjes. Ik ben er trots op om te zien hoe de huurders zelf richting hebben gegeven aan de gemeenschap, en wat zij allemaal hebben neergezet.”
Doel 5
Samen ontwerpen
De kracht van de woongemeenschap
Doel 4
Monique legt uit dat het idee achter het project voortkomt uit het streven om eenzaamheid te verminderen en bij te dragen aan langer zelfstandig wonen: “Vanuit de gedachte dat wanneer mensen onderdeel zijn van een gemeenschap dit eenzaamheid vermindert en bijdraagt aan langer zelfstandig kunnen blijven wonen.” Ze benadrukt echter dat een woongemeenschap niet voor iedereen geschikt is. “Je wilt huurders die écht gemotiveerd zijn en willen bijdragen. Woonzorg Nederland had voor Stadsveteraan 020 een uitzonderingspositie nodig, in plaats van via Dak huurders toegewezen krijgen op basis van inschrijfduur.”
De architect kreeg van de gemeente de vrijheid voor het realiseren van een opvallende entree. Monique: “Verder is er bewust gekozen om niet één grote gemeenschappelijke ruimte te creëren, maar verschillende themaruimtes verspreid in het pand. Zo kom je onderweg in het pand altijd wel iemand tegen. Bijvoorbeeld een atelier, een kookstudio en een klusruimte. Veel knusser.” Bewoners geven elkaar bijvoorbeeld schilderles of doen samen yoga. Ook is er een hardloop- en buitenzwemgroep.
Doel 3
Motivatie
Meerdere plekken voor ontmoeting
Doel 2
Woonzorg Nederland is een landelijke woningcorporatie gericht op senioren huisvesting, en biedt huurwoningen aan voor 55-plussers. Monique Woltering is Sr. Projectcoördinator Programma Woonvormen bij Woonzorg Nederland en was nauw betrokken bij de ontwikkeling van dit woonconcept. Zij vertelt over Stadsveteraan 020: “Toen een plot in het Amstelkwartier beschikbaar kwam, wilden we een gebouw maken dat aansluit bij de huidige woonwensen en diverse leefstijlen van senioren. Een deel van de senioren zoekt verbinding en wil ertoe blijven doen. Dingen ondernemen en naar elkaar omkijken.”
woongemeenschap. Die mensen hadden geen garantie op een woning. Toch stopten zij er veel energie in.” Uiteindelijk kon het echt doorgaan omdat de gemeente via een wijziging in de Huisvestingsverordening Woonzorg Nederland de mogelijkheid kon geven om huurders te selecteren op basis van motivatie. Monique: “Je ziet zo wie puur een woning wil bemachtigen, of wie écht behoefte heeft aan onderdeel zijn van een gemeenschap en hieraan wil bijdragen.”
Doel 1
Stadsveteraan 020: bijzonder woonconcept voor 55-plussers
Inleiding
De kracht van een woongemeenschap
Voorwoord Inleiding
Streven 2040 en subdoelen 2023-2027 Alle Amsterdammers hebben in 2040 een woning die past bij hun zorgvraag en levensfase.
0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90%100%
Monitor Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 2026
Bronnen
40
Doel 7
Ouderen zijn een belangrijke schakel als het gaat om doorstroming en passend wonen. Een groot deel ervan woont groot en/of woont in een woning die niet geschikt lijkt om oud in te worden. Net als in 2023, geeft ook in 2025 61% van de 65+ huishoudens aan in een woning te wonen die niet helemaal gelijkvloers is. Als ouderen slecht ter been
Doel 6
20% van de ouderen vindt dat hun woning ongeschikt is om oud in te worden
Zorggeschikte woningen zijn geclusterde woningen, die zodanig zijn ontworpen of aanpasbaar gemaakt, dat deze geschikt zijn voor het leveren van zware zorg volgens de Wet langdurige zorg. De extra behoefte aan zorggeschikte woningen is 1.570 voor de periode 2024-2030. Dit doel is van toepassing op alle sectoren/segmenten. In 2024 was de productie laag: er zijn 21 zorggeschikte woningen in aanbouw genomen in de sociale sector. Oorzaken zijn hoge kosten, beperkte subsidie en strenge eisen. Corporaties wachten mogelijk op aanpassingen van de landelijke regels. In de private huursector zijn daarnaast 174 zorgwoningen gerealiseerd, ook in het sociale segment. Deze voldoen niet volledig aan de rijksnormen, maar zijn wel geschikt voor zware zorg zoals bij dementie.
Doel 5
Bron: Wonen in Amsterdam onderzoek
Productie zorggeschikte woningen loopt achter op opgave
Doel 4
Een groot deel van de Amsterdammers woont in een woning die past bij de grootte van hun huishouden of die ruim is. Toch verdienen sommige doelgroepen extra aandacht op dit vlak. Gezinnen, met name grote gezinnen, vallen hierbij in negatief opzicht uit de toon. Zo woont circa twintig procent van de stellen met twee kinderen in een relatief krappe woning, voor stellen met drie kinderen is dit bijna veertig procent. In figuur 23 is te zien dat de situatie in 2025 sterk vergelijkbaar is met die in 2023, alleen de situatie van eenoudergezinnen met één kind laat een zichtbaar positieve ontwikkeling zien.
eenpersoonshuishouden stel zonder kinderen stel met 1 kind stel met 2 kinderen stel met 3 kinderen eenoudergezin met 1 kind eenoudergezin met 2 kinderen eenoudergezin met 3 kinderen
worden kan dat problematisch worden. Ouderen denken hier zelf vaak optimistischer over, want 20% van de 65+ huishoudens vindt dat hun woning niet geschikt (te maken) is om oud in te worden. Dit percentage is hetzelfde als in 2023. In absolute aantallen betreft dit een grote groep Amsterdammers, daarom proberen we met het doorstroomoffensief (zie subdoel 2 ‘Samenwerken aan doorstroming’) verhuizingen op gang te brengen. In de praktijk blijkt het echter moeilijk om ouderen te motiveren om te verhuizen voordat het fysiek lastig wordt. Daarom wordt zo veel mogelijk ingezet op hen die wel willen.
Doel 3
Gezinnen met kinderen wonen in 2025 net als in 2023 het minst vaak passend of ruim
Figuur 23. Percentage huishoudens dat passend of ruim woont naar huishoudensamenstelling, 2023-2025
Doel 2
Subdoel 1: Meer passende woningen voor alle doelgroepen
Doel 1
Op de korte termijn zijn er voor de periode 2023-2027 drie doelen geformuleerd om dit te realiseren. Per doel lichten we toe wat we doen om het doel te bereiken en hoe het er op dit moment voor staat.
Voorwoord
Wat we doen
•
Stimuleren geschikt maken bestaande sociale huur voorraad voor ouderen. De gemeente werkt samen met woningcorporaties om aanpassingen in de bestaande voorraad voor elkaar te krijgen die ouderen nodig hebben zoals (trap)liften, scootmobielstalling en kleine woningaanpassingen. Hiervoor is de subsidieregeling ouderenhuisvesting in 2025 gewijzigd.
2025
61%
geeft aan dat hun woning niet gelijkvloers is, en dat ze een interne of externe trap hebben (dit was in 2023 ook 61%)
20%
vindt hun woning ongeschikt om oud in te worden, al dan niet na kleine aanpassingen (dit was in 2023 ook 20%)
Studenten- en jongerenwoningen in aanbouw genomen 2024
+0 2025
+ 337
jongerenwoningen
+ 150
studentenwoningen Bron: Wonen in Amsterdam onderzoek
Opgeleverde rolstoelwoningen
+1
Doel 6
2024
Bron: Woningbouwplan 2022-2028: Jaarrapportages
Doel 5
2025
+ 14
Doel 7
Subsidie en intensivering samenwerking met woning corporaties voor nieuwbouw rolstoelwoningen. Er is sinds medio 2023 voor woningcorporaties een subsidie voor nieuwbouw rolstoelwoningen beschikbaar. Deze subsidie kan worden aangevraagd tot eind 2026. In de prestatieafspraken met woningcorporaties en huurders vertegenwoordigers hebben partijen als doel gesteld 84 nieuwe rolstoelwoningen te realiseren in 2024-2026. Er is 1 rolstoelwoning opgeleverd in 2024 en 14 rolstoel woningen in 2025. Er zijn daarnaast veel gesprekken gevoerd met woningcorporaties, met als resultaat dat er 96 rolstoelwoningen in plaats van de eerder afgesproken 84 in de nieuwbouwplanning zijn opgenomen of in aanbouw zijn genomen.
65+ huishoudens
Doel 4
Gebiedsprofielen opgesteld. Deze profielen geven inzicht in de bestaande woningvoorraad, de planvoorraad en demografische gegevens van de 25 gebieden (gebiedsgericht werken). Het helpt projectteams bij het maken van beslissingen over woningbouwprogrammering en het bevorderen van
•
Verlenging intentieverklaring geclusterd wonen. De intentieverklaring zelfstandig geclusterd wonen voor ouderen is verlengd tot 2030. Hiermee verklaren de betrokken partijen (woningcorporaties, ontwikkelaars, beleggers, zorgpartijen, een kennisinstelling en betrokken woongemeenschappen) om zich in te zetten om waar mogelijk geclusterde ouderenwoningen te bouwen. De intentieverklaring gaat niet alleen over nieuwbouw maar ook over bestaande bouw, wonen en zorg, gemeenschapszin opbouwen en doorstroming. Hierbij wordt een koppeling gemaakt met het project ‘Zicht op Zorghuisvesting’.
Doel 3
•
Gebiedsgericht doelgroepen programmeren. In de nieuwbouw worden zoveel mogelijk passende woningen voor verschillende doelgroepen gerealiseerd. Hierbij gaat het om de woningen voor doelgroepen met specifieke bouwvormen die in het woningbouwplan 2022-2028 benoemd worden: geclusterde ouderenwoningen, jongeren- en studentenwoningen en rolstoelwoningen.
•
Doel 2
•
Voorwaardelijke contracten voor ultra schaarse sociale huurwoningen. In de sociale huur zijn zeer grote gezinswoningen en rolstoelgeschikte woningen erg schaars. De wachttijd voor deze doelgroepen is lang. Daarom worden de mogelijkheden voor verhuring van deze woningen met voorwaardelijke doelgroep contracten verruimd. Het gaat daarbij om verhuring met een voorwaardelijk contract en inzet om als een huishouden niet meer passend in deze woning woont, de doorstroming naar een andere woning te onder steunen. De wijzigingen worden opgenomen in de huisvestingsverordening 2026.
een goede mix, het bouwen voor doelgroepen en doorstroming.
Doel 1
•
Prestatieafspraken over verkoop grote woningen. In de prestatieafspraken met woningcorporaties en huurdersvertegenwoordigers 2024-2027 zijn afspraken gemaakt over de verkoop van grote woningen (> 100m2). Dit zijn woningen die vaak geschikt zijn voor (grote) gezinnen. Voor de verkoop van deze woningen geldt het ‘Nee, tenzij’ principe. In 2024 (het eerste jaar dat dit werd gemonitord) zijn er in totaal 13 corporatiewoningen van > 100m2 verkocht.
Inleiding
•
Bron: Interne registraties
Monitor Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 2026
Bronnen
41
Doel 5 Doel 6 Doel 7 Bronnen
Monitor Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 2026
Bron: Amsterdamse federatie van woningcorporaties (AFWC)
Doel 4
42
Doel 3
In totaal zijn er in 2024 meer sociale huurwoningen verhuurd dan in 2023, namelijk 8.473 (t.o.v. 7.651 in 2023). Dat komt onder andere door de oplevering van nieuwbouw. Er zijn vooral meer woningen beschikbaar gekomen tussen de 40-60m2, namelijk 3632 woningen in 2024 ten opzichte van 2598 in 2023. Ook woningen tussen de 80-100 m2 kwamen vaker beschikbaar, 146 woningen in 2024 t.o.v. 84 woningen in 2023. Met het doorstroomoffensief wordt
Doel 2
Meer sociale huurwoningen vrijgekomen, vooral tussen 40-60 m2
Doel 1
Door doorstroming in de woningvoorraad op gang te brengen willen we zorgen dat meer Amsterdammers passend wonen. Binnen de corporatiesector doen we dit onder andere met de verhuisregelingen Van Groot Naar Beter (VGNB) en Van Hoog Naar Laag (VHNL). Vooral de eerste regeling kan bijdragen aan doorstroming. Bij ruim de helft van de sociale corporatiewoningen die op WoningNet zijn geadverteerd, gold de voorrang Van Groot Naar Beter. En bij een derde van de woningen stond de voorrang Van Hoog Naar Laag aan. Hoewel deze voorrangen vaak gelden, wordt er lang niet altijd gebruik van gemaakt. Dit komt omdat huishoudens niet teveel aan ruimte willen inleveren, tegen verhuizen opzien, of omdat andere voorrangsregelingen voorgaan in de volgordebepaling. Van de woningen die met Van Groot Naar Beter werden aangeboden werd in 2024 7% verhuurd aan een woningzoekende die gebruikt maakte van deze regeling (t.o.v. 6% in 2023). Meer gedetailleerde informatie over de effectiviteit van de verhuisregeling is te vinden in de evaluatie verhuisregelingen VHNL & VGNB en in de evaluatie Amsterdamse voorrangsregels (zie ook kader bij Doel 3 ‘Evaluatie voorrangsregels’).
Figuur 24. Aantal vrijgekomen sociale huurwoningen van corporaties per oppervlakteklasse, 2023-2024
Inleiding
Verhuisregelingen worden nog niet optimaal benut
onder andere ingezet om het aantal verhuizingen uit (grote) woningen te stimuleren. Het is nu nog te vroeg om daar het effect van te zien. Vanaf 2026 verschijnt de monitor van het doorstroomoffensief. Dan worden alle doelen zoals vastgelegd in het beleid nader onderzocht.
Voorwoord
Subdoel 2: Samen werken aan doorstroming
Voorwoord
Wat we doen •
•
Monitor Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting 2026
Lerend onderzoek. Om beter te begrijpen hoe we de drempels voor verhuizen nog lager kunnen maken zijn we in het najaar van 2025 gestart met een lerend onderzoek waaraan 30 huishoudens met een verhuiswens meedoen die we gedurende een jaar actief volgen. Door middel van dit onderzoek brengen we in beeld tegen welke belemmeringen huishoudens tijdens hun zoektocht naar een passende(re) woning in
Voorlichting langer zelfstandig wonen en verhuisondersteuning •
De WoonWijzer. Deze brochure wordt ieder jaar aangepast en herdrukt met actuele relevante informatie over o.a. hulpmiddelen, woningaanpassingen, verhuis regelingen en belangrijke contactgegevens.
•
Instrumentenkoffer Voorlichtingsactiviteiten. Stadsdelen kunnen hiermee in hun gebieden passende voorlichting geven.
Bronnen
43
•
Inzet op betere informatievoorziening en bewust wording. Het is belangrijk dat Amsterdammers tijdig bewust worden van hun (toekomstige) woonwensen en stappen zetten om te zorgen dat het niet bij een wens blijft. We werken samen met stakeholders en het programma ouderenhuisvesting aan een communicatiestrategie.
Doel 7
Nieuwe subsidieregeling Passend Wonen. Per 1 juli 2025 is de subsidieregeling Passend Wonen gestart. Hiermee maken we verhuizen ook aantrekkelijk voor huishoudens die een grote sociale huurwoning achterlaten en verhuizen naar buiten Amsterdam of een woning in het middensegment of koop. Per eind 2025 hebben 9 huishoudens met deze subsidie de stap gemaakt van een grote sociale huurwoning naar een woning in het middensegment of buiten Amsterdam.