CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Jaarverslag 2021

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 9 juni 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Jaarverslag 2021 Nr. VN2022-01557944.651 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

H 3.2.1

heeft een mooie nieuwe inrichting gekregen met groen, bomen en natuurstenen bestrating. Door de aanleg van deze stalling en de herinrichting van het plein is de leefbaarheid op het plein en de mogelijkheid om de dynamiek te beheersen, enorm toegenomen. De fietsenstalling is dit najaar bovendien bekroond als “Best of Best”, in de categorie Infrastructure van de Architecture MasterPrize 2. Uit duizenden projecten uit de hele wereld kwam deze als beste uit de bus. Er is samen met de NS in 2021 gestart met uitrol van de samen ontwikkelde ‘fietstag’ in de fietsenstallingen Leidseplein, Beursplein, Reguliers en Amstel. Dagstallers, buurtbewoners en leerlingen van het Barlaeus Gymnasium kunnen met deze tag op hun fiets zonder gebruik bankpas of OV-abonnement in- en uitchecken. Bij positieve evaluatie worden deze op meer plekken in Amsterdam en bij landelijke stationsstallingen aangeboden.

Deel- en ketenmobiliteit Halverwege 2021 is gestart met het plaatsen van meer dan duizend deel(bak) fietsen in de stad. Het gaat om 1.300 deelfietsen en 100 buurtbakfietsen, voornamelijk bij OV-knooppunten. Het experiment heeft een looptijd van twee jaar en het doel is om te onderzoeken in hoeverre deelfietsen bijdragen aan de deur-tot-deur reis, het gebruik van openbaar vervoer en het terugdringen van autoritten in de stad. Het aantal commerciële deelauto’s met een autodeelparkeervergunning is in 2021 gegroeid met vijfhonderd naar meer dan 2.400, en er zijn 6 buurthubs aangelegd. Met deze hubs leren we op welke manier Amsterdammers het beste betrokken kunnen worden om slim en schoon te reizen, wat voor ruimte dit kan opleveren en hoe we dit digitaal en fysiek slim kunnen organiseren. De zevenhonderd deelscooters van twee aanbieders rijden sinds de zomer van 2020 in de stad. In 2021 zijn verschillende maatregelen genomen om de parkeeroverlast te verminderen door zowel aanbieders als gemeente. Verder is in 2021 de visie op Hubs en P+R gepresenteerd.

Programma Stadsbehoud De coronacrisis heeft beperkt impact op het Programma Stadsbehoud. We hebben de lockdown zo veel mogelijk aangegrepen om versneld of vervroegd onderhoud uit te voeren aan evenemententerreinen en winkel­ straten. De coronacrisis leverde nieuwe beheeruitdagingen op doordat het gebruik van de openbare ruimte veranderde. Parken, andere recreatieplekken en het Amsterdamse Bos werden intensiever gebruikt. Verkeersinformatie­

systemen voor de handhaving van verkeersregels en voor crowdcontrol en – monitoring werden in 2021 intensiever gebruikt. Sommige van deze opgaven blijven waarschijnlijk ook na de pandemie bestaan. Dit leidt tot een aangepaste beheerinspanning, die we hebben opgenomen in de programmering van Stadsbehoud. Er zijn belangrijke stappen gezet in het actualiseren van de Standaard voor het Amsterdamse straatbeeld, de Puccinimethode. Het Handboek Rood is geactualiseerd, waarin nieuwe profielen zijn toegevoegd: autoluwe buurtstraten, fietsstraten en straatprofielen met meer groen. Ook het Handboek Groen is geactualiseerd. Dit komt de beheerbaarheid van het areaal ten goede. Voor de openbare verlichting heeft er een nieuwe aanbesteding plaatsgevonden. Normkosten zijn een belangrijk sturingsinstrument binnen het Programma Stadsbehoud. De normkosten bieden inzicht in de gemiddelde kosten voor het beheer en onderhoud van het areaal gedurende een langere periode en bij een bepaald kwaliteitsniveau. Bij het Programma Stadsbehoud gebruiken we de normkosten om te toetsen of de beheerinspanning en de budgetten benodigd daarvoor passend zijn. Het programma Stadsbehoud had het afgelopen jaar en heeft komende jaren een tekort aan budgetten om het onderhoud op het niveau sober in stand te houden. Dit blijkt ook uit een extern onderzoek naar het gebruik van de normkosten.

Smart Mobility In 2021 is doorgegaan met het bouwen van het mobiliteitsplatform Mobilab en het ontsluiten van diverse databronnen (oa parkeren, mastercard, bezoekersstromen en weerbericht). We hebben ervaring opgedaan met het inzetten van data en digitale tools voor het managen van bezoekersstromen tijdens onder andere Koningsdag, evenementen bij de Arena en drukte op de Kalverstraat. Vanuit de opgedane ervaringen hebben we onder de noemer van “Intelligent Gebruik Openbare Ruimte (IGOR)” bijgedragen aan de covid-19 crisisorganisatie. Via druktebeeld.amsterdam.nl wordt informatie over (verwachte) drukte gedeeld. Met verschillende pilots onderzoeken we welke nieuwe mobiliteitsconcepten ruimte op straat opleveren en reisgedrag structureel veranderen. Op buurt­ niveau realiseren we met bewoners 15 buurthubs met elektrisch geclusterd deelvervoerTransformatie van het tankstation E-Lympic is in voorbereiding door de bijbehorende aanbesteding te starten. De MaaS app Amaze is gelanceerd. 48

H 3.2.1

Programma Aanpak Wegtunnels Amsterdam (AWA) We werken ook aan het verbeteren van de wegtunnels. De werkzaamheden voor het aanbrengen van brandwerende bekleding en beweegbare camera’s bij de Michiel de Ruijtertunnel zijn in juli 2021 opgeleverd. We hebben een contract gesloten voor het uitvoeren van werkzaamheden aan de besturing, bediening en bewaking. De Piet Heintunnel is op 25 juni 2021 gesloten voor het wegverkeer. Het ontwerp voor de renovatie is inmiddels bijna gereed. Voor de vernieuwing van de Verkeerscentrale is de testcentrale in 2021 bouwkundig opgeleverd. Deze wordt gedurende de gehele looptijd van het programma nog gebruikt voor de doorontwikkeling en testen van systemen. Voor de uitvoering van project Renovatie Amsterdam Arenatunnel is in de Begroting 2022 geen geld gereserveerd. Het project wordt in portefeuille gehouden en tot is nader order uitgesteld.

Sinds de invoering van de anderhalvemetermaatregel in de openbare ruimte, waaronder tijdelijke terrasuitbreidingen, zijn geen metingen verricht omdat de resultaten niet goed te vergelijken zijn met 2019 en eerdere jaren. Er is voor deze jaarrekening daarom geen nieuwe waarde te vermelden. Activiteit 2.1.1.1 We maken de stad verder autoluw. Indicatoren activiteit Opgeheven parkeerplaatsen

n.v.t.

1240

n.v.t.

1543

2

Percentage vergunninghouders dat gebruik maakt van garageplekken die voor hen beschikbaar zijn gesteld. Gemiddelde bezettingsgraad van garageplekken in de avonduren.

n.v.t.

64%

≥ 90%

70%

3

Gemiddelde bezettingsgraad parkeerplaatsen in fiscaal gebied binnen de ring en in fiscaal gebied totaal, gemeten op een maatgevend moment (periode waarin de vraag naar parkeercapaciteit het hoogst is).

n.v.t.

Binnen de ring: 72,0%. Totaal: 69,9%

≤ 90%

Binnen de ring : 69,8% Totaal: 68,3%

4

Aantal gereden autokilometers in Amsterdam

Specifieke beleidsdoelen

Er is meer ruimte voor leven en spelen op de straten.

1

Het percentage plusnet voetganger dat voldoet aan de minimale doorloopruimte van 1,80 meter

Nog niet bekend peiljaar is 2019

nvt

2.1.1.1.2

Doel 2.1.1

Indicatoren doel

Begroting Jaarverslag 2021 2021

1

Puccinimethode Om meer ruimte te maken voor fietsers, voetgangers, groen en verblijven zijn nieuwe profielen toegevoegd aan de Standaard voor het Amsterdamse straatbeeld (Puccinimethode). Zoals autoluwe buurtstraten met minder parkeervakken, waar de snelheid lager ligt dan 30 kilometer per uur. In deze buurtstraten is plaats voor brede stoepen en grote groenvakken. Ook fietsstraten in rood asfalt zijn in 2021 opgenomen in de standaard, waar fietsers de ruimte krijgen en auto’s te gast zijn.

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020 65% (2017)

Begroting Jaarverslag 2021 2021 72%

Zie toelichting

Betreft het 12 maands gemiddelde. Het resultaat in november en december bedroeg 76%. Op basis van de vrije capaciteit in een aantal garages is goedkeuring verleend voor opheffen van parkeerplekken bij herinrichtingen. Deze capaciteit wordt beschikbaar gehouden om bij toekomstige herinrichtingen op korte en lange termijn parkeerplekken op straat te kunnen opheffen.

49

H 3.2.1

Activiteit 2.1.1.2

Activiteit 2.1.1.3

We maken meer ruimte voor fietsers, voetgangers en verblijfsruimte.

We zorgen voor veiligheid en doorstroming op drukke verblijfsplekken.

Indicatoren activiteit

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020

Begroting 2021

Jaarverslag 2021

Indicatoren activiteit

1

Gemiddelde bezettingsgraad fietsparkeerplekken en gemiddelde fietsparkeerdruk op de hotspot-locaties uit het meerjarenplan fiets. Streven is bezettingsgraad van maximaal 85% en fietsparkeerdruk van maximaal 125% in 2022. Tweejaarlijkse meting.

Gemiddelde parkeerdruk hotspots = 195%, gemiddelde bezetting 90% (2016)

Bezetting max 85%, fietsparkeerdruk max. 125%

Nog niet bekend (zie toelichting)*

1

2

Maximaal percentage verwaarloosde fietsen en wrakken (1 procent) en percentage ongebruikte fietsen (op basis van de maximale parkeerduur van 2 weken en 6 weken) in de rekken (2 procent).

10% (2012)

Wrakken: 1%, ongebruikte fietsen: 2%

Verwaarloosde fietsen en wrakken: 13,6%. Ongebruikte fietsen: 7% (cijfers 2020) **

3

4

Verwaarloosde fietsen en wrakken: 13,6%. Ongebruikte fietsen: 7%

Percentage Plusnet Fietsroutes dat voldoet aan de minimale streefkwaliteit (gemiddelde trajectsnelheid) uit de MobiliteitsAanpak Amsterdam. Streefcijfer 88%. Trajectsnelheid in km/u binnen Ring A10,exclusief Noord: >15,1. Buiten Ring A10 en Noord >16

Streefwaarden zijn in nieuwe beleidskader verkeersnetten aangepast t.o.v. eerdere jaren

100%

Fietstevredenheidscijfer. Streefwaarde 7,5 in 2025 (fietstevredenheid wordt 2 jaarlijks gemeten)

7,1 (2015)

7,3

***Zie toelichting

* De fietsparkeertellingen worden tot en met januari 2022 uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn op dit moment nog niet beschikbaar. ** Dit is een tweejaarlijkse meting. In 2021 is niet gemeten. Een algemene verklaring voor de toename aan ongebruikte fietsen en fietsen met een of meer mankementen (zoals een lekke band) tussen de metingen van 2018 en de metingen van 2020 heeft naar alle waarschijnlijkheid vooral te maken met de coronacrisis. Door de opgelegde beperkingen hebben immers veel personen een veranderd activiteitenpatroon (bijvoorbeeld meer thuiswerken) waardoor veel fietsen minder gebruikt en onderhouden worden. *** De bron voor deze indicator was de Nationale Fietstelweek, maar deze wordt niet meer georganiseerd

n.v.t.

≥ 95%

Begroting Jaarverslag 2021 2021 ≥95%

≥95%

De COVID-maatregelen van het afgelopen jaar hebben gezorgd voor minder drukte op de Wallen en dus meer beschikbaarheid van de stegen in het afgelopen jaar. Doel 2.1.2 Amsterdam is voor iedereen bereikbaar op een veilige en duurzame manier. Indicatoren doel 1

7,1

Inzet crowdmanagement tijdens feestdagen gericht op doorstroming publiek. Inzet crowdmanagement Wallen zorgt voor geen afsluitingen door de politie. Streefwaarde is beschikbaarheid van stegen

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020

Percentage Plusnet auto dat voldoet aan de minimale toetswaarde voor de gemiddelde trajectsnelheid uit het Beleidskader Verkeersnetten

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020 n.v.t.

62%

Begroting Jaarverslag 2021 2021 70%

70%*

Zoals in de voortgangsrapportages over 2021 is aangegeven, worden andere indicatoren onderzocht, waarop beter te sturen is. Eind 2021 is de beleidsnota ’30 in de stad’ vastgesteld. In het licht van de nieuwe beleidsdoelstellingen aangaande het gebruik van het autonetwerk lijkt het logisch om met andere indicatoren te gaan werken. Voor 2021 is de inschatting dat de waarde zeer vergelijkbaar is aan 2020: 70%.

De fietstevredenheid lag in met name in 2020, maar ook wel in 2021, hoger dan in 2019. Naar alle waarschijnlijkheid komt dit omdat het minder druk was op straat vanwege de coronacrisis. 50

H 3.2.1

Activiteit 2.1.2.1

Activiteit 2.1.2.2

We beheren en onderhouden onze assets (verkeer, vervoer en parkeren).

We zorgen voor een slim en robuust netwerk ten behoeve van de doorstroming.

Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2020

Beschikbaarheidspercentage Amsterdamse wegtunnels voor verkeer

n.v.t.

98%

2

Het aantal gebieden (van de 22) in Amsterdam dat wordt onderhouden op kwaliteitsniveau Sober, ten aanzien van verhardingen (de cijfers van Groen en de prognose 2020­2023 zijn nog niet bekend)

(2019)

11

16

10

3

Achterstallig onderhoud ten aanzien van assets groen en verhardingen. Streefwaardes uitgedrukt in € aan achterstallig onderhoud

€ 60 miljoen (2016)

€ 19,5 miljoen

€ 15 miljoen

€ 10 miljoen

Versnellen van de vervanging van bruggen (aantal per jaar) en kademuren (strekkende meters per jaar)

(2019)

3 bruggen in voorbereiding; 240m vernieuwing kademuur gereed

PM

19 bruggen zijn in voorbereiding**

1

4

Begroting Jaarverslag 2021 2021 98%

Indicatoren activiteit

99%*

* Dit is exclusief de langdurige tunnelsluitingen van de Piet Heintunnel en de Michiel de Ruijtertunnel. ** Zie ook programmaonderdeel 2.2, activiteit 2.2.1.3. Hier zijn de kademuren vermeld.

2.1.2.1.3 Deze indicator heeft betrekking op het budget als onderdeel van het Deltaplan Openbare Ruimte (DORA). In 2020 is een nieuw programma stadsbehoud vastgesteld en wordt er integraal over het beheer en onderhoud van de openbare ruimte aan de raad gerapporteerd.

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020

Begroting Jaarverslag 2021 2021

1

Percentage van de werkzaamheden op hoofdnetten dat gezamenlijk met andere partijen wordt uitgevoerd (werk met werk maken); in 2019 wordt ten minste 80 procent van de grotere werkzaamheden (uitvoeringsduur langer dan 2 weken) gecombineerd uitgevoerd

n.v.t.

80%

80%

78%

2

Percentage minder meldingen over ervaren hinder door touringcars in de stad

(2018)

>10%

30%

Zie toelichting

3

Percentage van de evenementen in Zuidoost waarbij de uitstroom niet langer dan 75 minuten duurt

n.v.t.

90%

100%

2.1.2.2.1 Door de relatieve ‘coronarust’ hebben we meer werkzaamheden naar voren gehaald en zijn (iets) minder werkzaamheden gecombineerd.

2.1.2.2.2 Vanwege de coronacrisis zijn er veel minder touringcars in Amsterdam geweest en bijna geen meldingen over hinder door touringcars binnen­ gekomen. Deze waarde ligt zo laag dat het niet representatief is deze op te nemen.

2.1.2.2.3 Vanwege de coronamaatregelen is de Arena in 2021 niet eenmaal volledig gevuld geweest. De streefwaarde is daardoor ruimschoots gehaald.

51

H 3.2.1

Activiteit 2.1.2.3

Verbonden partijen

We stimuleren duurzamere mobiliteit.

Vervoerregio Amsterdam (VRA) Indicatoren activiteit 1

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020

Begroting Jaarverslag 2021 2021

Geen indicatoren. Actieplan Schone Lucht rapporteert in het jaarverslag onder programma 9 met indicatoren voor luchtkwaliteit.

Activiteit 2.1.2.4

De Vervoerregio Amsterdam is een samenwerkingsverband van 15 gemeenten voor verkeer en openbaar vervoer. De belangrijkste taken zijn het opdracht­ geverschap van het openbaar vervoer en het verstrekken van subsidies voor infrastructuur. Dit laatste gebeurt via de Investeringsagenda Mobiliteit. De Vervoerregio is ook een partner in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). De Vervoerregio wordt volledig bekostigd uit een Rijksbijdrage (Brede Doeluitkering) van ongeveer € 415 miljoen per jaar. De regioraad stelt de begroting vast. De gemeenteraden van de deelnemende gemeenten kunnen een zienswijze daarover afgeven.

We maken parkeren van auto en fiets duurzaam en kosteneffectief mogelijk.

Servicehuis Parkeer en Verblijfsrechten (SHPV) Indicatoren activiteit

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020

Begroting Jaarverslag 2021 2021

1

Aantal gemeentelijke garages met led­verlichting

n.v.t.

10

12

24

2

Aantal garages en stallingen voorzien van laadpalen. In 2019 worden laadpalen aangebracht in 14 garages. In 2022 zijn alle garages en stallingen voorzien van laadpalen

n.v.t.

15

31

23

2.1.2.4.1 In 2021 is voor een groot aantal garages planmatig onderhoud uitgevoerd waarbij ook LED is aangebracht. Ook is een correctie uitgevoerd omdat achteraf is gebleken dat een aantal garages wel LED verlichting heeft, maar dan via een “light as a service” contract. Dit is vergelijkbaar met een lease constructie.

2.1.2.4.2 In het 3e kwartaal van 2021 is begonnen met de inventarisatie en de uitvoering van het plan voor realisatie van laadpunten. In eerste instantie zijn er 31 garages opgegeven, maar dit aantal is niet haalbaar omdat nu is gebleken dat dit vanwege de constructie of vanwege juridische redenen niet mogelijk is. Het aantal moet bijgesteld worden naar 23. In het 4e kwartaal is dit aantal gerealiseerd.

Voor handhaven van het betaald parkeren gebruiken we het Nationaal Parkeer Register (NPR) van de coöperatie Servicehuis Parkeer- en Verblijfsrechten (SHPV). Het SHPV beheert namens de aangesloten gemeenten het NPR. Zo kunnen we op dezelfde landelijke digitale manier parkeren registreren en het register raadplegen voor (digitale) handhaving. Als parkeergarages in eigendom van ons en onderdeel van een gebouwencomplex zijn, dan zijn wij verplicht lid van de Vereniging van Eigenaren (VvE).

Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)

Rekening 2020

Primaire Begroting Begroting 2021 2021 (Najaarsnota)

Rekening 2021

Verschil Rekening Begroting 2021 (Najaarsnota)

Baten

289,8

321,5

287,9

293,1

5,2

Lasten

323,5

347,2

280,6

347,3

66,7

Saldo van baten en lasten

-33,6

-25,7

7,3

-54,2

-61,5

52

H 3.2.1

Het programmaonderdeel 2.1 heeft ten opzichte van de begroting een negatief resultaat van € 61,5 miljoen. Dit bestaat uit hogere baten van € 5,2 miljoen en hogere lasten van € 66,7 miljoen. Het negatieve resultaat komt vooral door:

Baten De gerealiseerde baten in programma onderdeel 2.1 in programma 2 zijn € 5,2 miljoen hoger dan de begroting. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door: • Hogere baten van € 7,7 miljoen door hogere parkeeropbrengsten, de bezoekersregeling, (€ 4,5 miljoen), kort parkeren(€ 1,7 miljoen) en parkeervergunningen als gevolg van het hogere tarief voor de 2e auto (€ 0,9 miljoen) en overige hogere baten (0,6 miljoen) • Hogere baten van € 3,0 miljoen door meevallende opbrengsten uit reclame contracten (€ 1,3 miljoen) en er werd meer werk uitgevoerd voor derden, met name voor Rijkswaterstaat (€ 1,7 miljoen). • Hogere baten omdat wij een niet begrote bijdrage ontvingen van de VRA (€ 0,6 miljoen) en een Rijksbijdrage aan het project Regionaal Bereikbaarheidsprogramma (€ 0,6 miljoen). • Lagere baten van € 3,6 miljoen aan subsidies van met name de Vervoersregio Amsterdam vooral door vertragingen van de werkzaam­ heden zelf of door besluitvorming. Tegenover de lagere ontvangsten staan ook lagere lasten. • Lagere baten van € 3,1 miljoen doordat de opbrengsten uit garage- en P+R-parkeren lager zijn uitgevallen door minder bezoekers, minder evenementen en meer thuiswerken in 2021 (€ 2,7 miljoen) en minder verhaalbare schades bij openbare verlichting (€ 0,4 miljoen).

Lasten De gerealiseerde lasten in programmaonderdeel 2.1 zijn € 66,7 miljoen hoger dan de begroting. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door: • Hogere lasten van € 64,1 miljoen die het effect zijn van de over­ programmering zoals genoemd onder de financiële toelichting van programma 2. De lasten van veel projecten zijn hoger dan in het SMF voor dat jaar begroot. Deze projecten worden niet neerwaarts bijgesteld, omdat de ervaring leert dat de lasten van andere projecten lagere lasten gemiddeld 30% tot 40% lager zijn. Om te voorkomen dat het SMF in de begroting een tekort laat zien, verlaagt men de lasten in

de begroting zonder deze verlaging toe te wijzen aan een of meerder specifieke projecten. De verlaging van deze lasten landen in de begroting dan op een zogenaamde stelpost. • Hogere lasten van € 40,0 miljoen veroorzaakt doordat de ontvangst van de lastencompensatie door het Rijk voor gemiste parkeerinkomsten vanwege Corona buiten programma 2 wordt verwerkt. Daarmee wordt de begrote lastenverlaging niet binnen programma 2 gerealiseerd en dit leidt tot hogere lasten. • Hogere lasten van € 16,2 miljoen door een verlaging van de lasten in de begroting bij de najaarsnota vanwege een te verwachten onder­ besteding op kleinere projecten. Deze verlaging heeft betrekking op projecten in verschillende programma’s en programmaonderdelen. De realisatie staat dus niet op dezelfde plek als de begroting en daarom betekent op deze plek het verschil tussen begroting en realisatie een lastenverhoging. • Hogere lasten van € 6,6 miljoen als gevolg van met name een extra dotatie aan de voorziening groot onderhoud parkeergebouwen in verband met achterstallig onderhoud bij parkeren. • Hogere lasten van 6,3 miljoen hoger omdat met een aantal ontwikkelingen niet of niet voldoende rekening is gehouden.

Zoals hogere lasten door versnelling van werkzaamheden omdat meer ruimte op straat was door lockdowns en hogere uitgaven in het programma bruggen en kademuren aan het ontwikkelen van sturingsinformatie en rapportages over de kwaliteit van kademuren. • Hogere lasten van € 3 miljoen als gevolg van hogere kapitaalslasten vanwege achterstallige afschrijvingen op projecten die al voor 2022 gereed waren • Lagere lasten van € 56,2 miljoen zijn het gevolg van vertragingen bij verschillende projecten of projecten die zie zijn gestopt. De belang­ rijkste redenen voor de vertragingen zijn: participatie- en besluit­ vormingstrajecten die meer tijd lasten, langere doorlooptijd van het juridisch traject bij het afsluiten van de contracten met derden, afhankelijkheid van externe partijen, onvoorziene en aanvullende werkzaamheden bij de projectplanning, krapte op de arbeidsmarkt en de effecten van de Coronacrisis. Projecten die hierdoor vertraging hebben opgelopen zijn bijvoorbeeld Fietsdepot tunnelbuis, Parkeer­ velden H en G, Transitieplan Touringcar en Optimalisatie Fietsnetwerk Zuidoost. Daarnaast zijn er projecten die zijn vertraagd omdat er extra interne afstemming is vereist, extreme verschillen tussen raming van de 53

H 3.2.1

lasten en inschrijvingen en langere levertijden van materialen door Covid-19 (€ 4,5 miljoen). Tenslotte zijn er projecten die zijn vertraagd vanwege vertraging in de investeringsagenda Openbaar Vervoer of die zijn gestopt zoals de Fietsroute Haarlemmer Houttuinen en het onderdeel Stationsplein Oost 2e Fase (€ 4,8 miljoen). • Lagere lasten van € 13,3 miljoen door overige oorzaken : – projecten waarvan de lasten lager zijn vanwege specifiekere redenen zoals samenvoeging van projecten (€ 2,2 miljoen). – het vergunningsysteem bij parkeren dat nog niet is afgerond (€ 3,0 miljoen). – De RDW heeft geen vergunning afgegeven voor het project Zelfrijdende voertuigen en overige projecten die worden doorgeschoven vanwege Corona en overige redenen (€ 2,7 miljoen). – Lagere uitgaven van € 2 miljoen door lagere afschrijvingskosten vanwege een langere afschrijvingsduur. – Lagere uitgaven van € 1 miljoen voor het versterken van de ICT bij parkeren. – Overige lagere uitgaven van € 2,4 miljoen.

Reserves (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)

Rekening 2020

Primaire Begroting Begroting 2021 2021 (Najaarsnota)

Rekening 2021

Verschil Rekening Begroting 2021 (Najaarsnota)

Onttrekkingen reserves

308,4

336,5

322,6

341,3

18,7

Toevoegingen reserves

305,9

246,7

277,8

267,2

-10,7

2,5

89,8

44,8

74,1

29,3

Mutatie reserves

Onttrekkingen reserves De reserves die worden verantwoord worden onder programmaonderdeel 2.1 hebben niet alleen betrekking op dit programmaonderdeel maar ook op de programmaonderdelen 2.2 en 2.3. Daarnaast hebben deze reserves ook betrekking op andere programma’s en op investeringsuitgaven. Hieronder volgt een kort overzicht van de reserves, hun aard en een korte toelichting op de onttrekkingen en toevoegingen:

Reserve Stedelijk Mobiliteitsfonds Dekking van projecten die passen binnen de doelstellingen uit het uitvoerings­ besluit Mobiliteitsfonds • Bij de najaarsnota zijn de onttrekkingen met € 29 miljoen verlaagd met name omdat er voor enkele grote projecten werd gerekend op lagere uitgaven. Aan het eind van het jaar bleek dat de aanpassing bij de najaarsnota voor het grootste gedeelte niet terecht was waardoor de onttrekking aan deze reserve € 27,7 miljoen hoger is dan begroot . • De dotatie aan de reserve SMF is € 3,9 miljoen lager dan begroot. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door hogere inkomsten vanuit Parkeren en anderzijds door lagere inkomsten vanuit de Rijkscompensatie vanwege Covid-19.

Reserve Programma Stadsbehoud Deze reserve ondersteunt een programmatische aanpak voor het in stand houden van de openbare ruimte en infrastructuur, waaronder de arealen civiele constructies, verhardingen, verkeerssystemen, groen, straatmeubilair, speelvoorzieningen en op termijn wegtunnels. • Er is € 2,8 miljoen meer onttrokken aan de reserve SB dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt vanwege de rust op straat door de lockdowns waardoor de mogelijkheid ontstond om onderhoud versneld uit te voeren. Voor onderhoud van parken en beplanting was er bij het museumplein een verdubbeling van de scope op verzoek van de driehoek (originele plan gefaseerd 2021 en 2022) en extra kosten door vervanging van drainage in plaats van lokale reparaties.. • De toevoeging aan deze reserve wijkt niet af van de begroting.

Zuidelijke IJ-oevers (POR) De reserve is bestemd voor de voorbereiding en uitvoering van het Plan Openbare Ruimte Zuidelijke IJoever (Oosterdok en Stationsplein). • Aan deze reserve wordt € 0,7 miljoen minder onttrokken dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door dat er een extra bijdrage van de VRA is ontvangen en omdat de voorbereiding van de Nota van Uitgangs­ punten meer tijd heeft gevergd dan vooraf voorzien. Op 28 september 2021 heeft het college van b en w ingestemd met de Nota van Uitgangspunten, waarbij besloten is de herinrichting van de Prins Hendrikkade Oost verder uit te stellen. • Zoals begroot is er geen toevoeging aan deze reserve. 54

H 3.2.1

Leidseplein De gecoördineerde uitvoering van de herinrichting van het Leidseplein en omgeving binnen het samenwerkingsproject Leidseplein. • Aan deze reserve wordt € 5,3 miljoen minder onttrokken dan begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de aanleg van de fietsparkeervoorziening op de Lijnbaansgracht bij de Melkweg meerdere jaren is uitgesteld. Reden is dat de kademuur aan de zijde politiebureau in een slechtere staat verkeert dan verwacht en eerst moet worden hersteld, voordat de fietsparkeervoorziening kan worden aangelegd. Het overige en grootste deel van het project Leidseplein is inmiddels technisch gereed. In de reserve is nog een budget aangehouden voor eventuele claims voor nadeelcompensatie.Zoals begroot is er geen toevoeging aan deze reserve.

interne afstemming tussen groot onderhoud en het programma bruggen en kademuren, geen of latere gunning van Projecten door extreme verschillen tussen raming en inschrijven, beperkte beschikbaarheid van expertise op civiele projecten en langere levertijden van materialen door Covid-19. Daarnaast lagere onttrekkingen voor het programma Bomen door lager uitgevallen gemiddelde kosten per boom. – Er wordt € 1,4 miljoen meer onttrokken aan deze reserve door het programma bruggen en kademuren. Met name doordat er op meer plekken noodconstructies en onderhoud toegepast moest worden en meer medewerkers die zijn ingezet op de afdeling business management informatie vanwege de hoeveelheid werk. • De toevoeging aan deze reserve wijkt niet af van de begroting.

Rode Loper

Financieringsreserve activa met maatschappelijk nut

De bouw van vier stations voor de Noord-Zuidlijn in de stadsdelen Centrum en Zuid vraagt om herinrichting van de openbare ruimte rond die nieuwe stations, vanwege de gewijzigde functie van de openbare ruimte en de slijtage door de vele werkzaamheden. • Aan deze reserve wordt € 1,3 miljoen minder onttrokken dan begroot. Voor de dekking van het project Ferdinand Bolstraat Zuid is de bijlage vanuit het Meerjarenvervangingsprogramma Rail gebruikt. Daardoor was de dekking vanuit deze reserve voor dit project in 2021 niet nodig. • Zoals begroot is er geen toevoeging aan deze reserve.

Inzet van de eigen bijdrage van de gemeente voor de dekking van investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. • De onttrekking aan deze reserve wijkt niet af van de begroting. • Aan deze reserve wordt € 6,8 miljoen minder toegevoegd dan begroot vanwege lagere investeringsuitgaven. De investeringsuitgaven vormen geen onderdeel van de baten en lasten van programma 2.

Stationseiland Dekking van de projectkosten Stationseiland / De Entree. • De onttrekking aan deze reserve is gelijk aan de begroting • Zoals begroot is er geen toevoeging aan deze reserve.

Reserve achterstallig onderhoud, infrastructuur, openbare ruimte en groen Deze reserve ondersteunt een programmatische aanpak voor het wegwerken van grootschalig achterstallig onderhoud in de openbare ruimte en van de infrastructuur. • Aan deze reserve wordt € 4,6 miljoen minder onttrokken dan begroot: – Er wordt € 6,7 miljoen minder onttrokken door vertraging en lagere kosten. De voornaamste oorzaken van de vertraging zijn: extra

Toevoegingen reserves De lagere toevoegingen van € 10,7 miljoen hebben betrekking op de volgende reserves: • Een lagere dotatie van € 6,8 miljoen aan de financieringsreserve vanwege lagere investeringsuitgaven. De investeringsuitgaven vormen geen onderdeel van de baten en lasten van programma 2. • Een lagere dotatie van € 3,9 miljoen aan de reserve SMF als gevolg van enerzijds hogere parkeerbaten en anderzijds een lagere Rijksbijdrage ter compensatie van door Corona gemiste parkeeropbrengsten.

Subsidies van betekenis Er zijn in dit programmaonderdeel geen subsidies van betekenis toegekend.

55

H 3.2.1

Risico’s en maatregelen Actuele risico’s

Maatregelen

De (structurele) effecten van de coronacrisis op de stad zijn niet duidelijk: • In hoeverre thuiswerken structureel wordt. • Wat het toerisme en het verkeer doen. • Met welke structurele bezuinigingen Amsterdam te maken krijgt. • Of er een structureel effect is op de parkeeropbrengsten

Actieve monitoring en bijstelling verkeersprognoses, eventuele bezuinigingsmaatregelen en bijstelling van het SMF-bestedingsvoorstel

De opgave van bruggen en kades vraagt een enorme uitbreiding van de (ambtelijke) capaciteit en expertise. Door schaarste op de arbeidsmarkt is er niet snel genoeg voldoende gekwalificeerd personeel. Onder andere vanwege de handhaving van de wet DBA is dit risico nog steeds actueel. Dit leidt tot verhoogde werkdruk wat kan resulteren in uitval van personeel. Het heeft ook invloed op het behalen van de programma doelstellingen.

Inzetten van een brede wervingscampagne voor (technisch) personeel.

Door incidenten/calamiteiten moeten we direct bruggen en kademuren afsluiten, met gevolgen voor de leefbaarheid en de bereikbaarheid van de stad. Er hebben geen incidenten of calamiteiten voorgedaan op het programma. Er zijn wel afsluitingen welke gevolg hebben op de leefbaarheid en bereikbaarheid van de stad. Dit valt echter onder de reguliere begroting en scope van de opgave

Monitoring van de bruggen en kademuren, inzetten van extra capaciteit om meer inzicht te krijgen in de staat van de bruggen en kademuren. Maken van structurele afspraken met de markt.

Toenemend gebruik van de openbare ruimte geeft hogere beheerkosten of lagere kwaliteit.

Verkeersmanagement, spreiden gebruik, passende materiaalkeuze, areaalsystematiek: bekostiging van terugkerende werkzaamheden.

Groei van de stad: ruimte in diverse fondsen en investeringsplafond groeit niet mee, waardoor er onvoldoende ruimte is voor investeringen in extra infrastructuur (stad maken) en verkeer vastloopt/nieuwe wijken niet goed bereikbaar zijn

Keuze maken tussen investeringen, met een focus op de in de mobiliteitsplannen opgenomen minimumvarianten. Opstellen van een afwegingskader investeringen voor het nieuwe college.

Door uitgebreide werkzaamheden aan weg en spoor (Zuidas) komen leefbaarheid en bereikbaarheid onder druk.

Samen met Rijkswaterstaat, provincie NoordHolland, Vervoerregio Amsterdam en ProRail het samenwerkingsverband Amsterdam Bereikbaar gevormd. Daarin pakken we maatregelen rond hinder door werkzaamheden overkoepelend op.

Actuele risico’s

Maatregelen

Niet tijdig renoveren van de IJ-tunnel kan leiden tot verminderde beschikbaarheid van de tunnel door onder andere te glad asfalt en afnemende betrouwbaarheid ict-componenten.

Actieve monitoring stroefheid asfalt, en kortetermijnmaatregelen indien nodig en waar mogelijk (bijv. opruwing asfalt). Daarnaast proberen we de reservedelen voor de ictcomponenten op peil te houden, waardoor hersteltijden zo kort mogelijk blijven.

Groei van de stad: De ruimte in diverse fondsen (VEF, SMF, VRA) en in de investeringsruimte is niet toereikend voor de benodigde bovenplanse investeringen in openbare ruimte en mobiliteitssystemen (stad maken). Daarmee komt de bereikbaarheid van nieuwe en bestaande gebieden onder druk te staan doordat verkeer vastloopt en voorzieningen voor openbaar vervoer niet of onvoldoende aanwezig zijn. Uiteindelijk kunnen ook gebiedsontwikkelingsplannen onder druk komen te staan, omdat de voorwaarden voor ontwikkeling onvoldoende aanwezig zijn

Het risico is onderkend en er wordt onder meer een verhaal richting Rijk voorbereid voor extra gelden voor de bovenplanse investeringen in het fysieke domein. Daarnaast wordt als onderdeel van de uitwerking van het investeringsstelsel gewerkt aan een voorstel voor integrale besluitvorming over gebiedsontwikkeling.

Opgetreden risico’s

Maatregelen

1. Binnen de grond-, weg- en waterbouwsector stijgen de prijzen meer dan gemiddeld (onder andere staal). Dit brengt voor de lopende projecten risico’s met zich mee voor de dekking hiervan.

Voor het omgaan met extreme prijsstijgingen is in 2021 een handreiking voor projectorganisaties en opdrachtgevende partijen opgesteld. Onderdeel van de handreiking is dat er ondergrenzen worden gehanteerd voor de vergoeding van prijsstijgingen; namelijk de aanzienlijkheidsvereiste en het ondernemersrisico. Onder deze grens komt het risico voor rekening van de aannemer, daarboven voor de opdrachtgever. Indien de opdrachtgever verantwoordelijk is en er dus bekeken moet worden of de totale dekking toereikend is, wordt maatwerk per project toegepast.

2. Het beleid ontwikkeld om de bruggen en kademuren te beschermen tegen zwaar transport in de binnenstad van Amsterdam heeft voor veel projecten in uitvoering gevolgen voor de logistieke kosten.

Voor bepaalde transporten is een ontheffing mogelijk, maar deze regeling werkt nog niet optimaal (lange doorlooptijden aanvraag, ketensamenwerking bij toets aanvragen, omrijroutes). Daarom worden in 2022 verschillende pilots uitgevoerd om het proces van ontheffing te verbeteren.

56

H 3.2.1

Beleidskaders • Het Programmaplan Bruggen en Kademuren (2020) is het overkoepelende kader voor het Programma en geeft invulling aan de organisatie en de aanpak. • Programma Stadsbehoud. • Programma aanpak wegtunnels Amsterdam. • Beleidskader ‘1Amsterdam Heel & Schoon’ (2017). • Agenda Autoluw (2020) is het overkoepelend kader voor leefruimte en schone lucht. • Agenda Autodelen (2019) biedt een integrale visie op autodelen. • Nota Deelmobiliteit (2019) biedt voor de komende jaren (t/m 2023) duidelijkheid over hoe de gemeente richting geeft aan deelvervoer (alle modaliteiten behalve de deelauto). • §De Agenda Touringcar 2020-2025 (2020) schetst het kader voor de manier waarop de gemeente omgaat met touringcars. Dit moet leiden tot een (grotendeels) touringcarvrij stadshart in 2023; een maximaal touringcarluw gebied binnen de s100 in 2023, en een touringcarluw gebied tussen S100 en de Ring A10 in 2025 • Agenda Taxi 2020-2025 beschrijft de ambities en het eindbeeld voor de taxi in Amsterdam voor de komende jaren. • Mobiliteitsaanpak 2030 (2013) is het overkoepelende kader voor het Mobiliteitsbeleid van de gemeente Amsterdam in de periode tot 2030. • Programma Stad in Balans 2018-2022 (2019) is het kader voor het evenwicht tussen bezoekers en bewoners van Amsterdam.

• Beleidskader Verkeersnetten (2018) waarin de belangrijkste netwerken voor de bereikbaarheid van en in de stad zijn aangegeven, inclusief de bijbehorende eisen en richtlijnen. • Meerjarenprogramma Fiets 2017-2022 (2017), waarin is beschreven hoe we omgaan met de fietsers en hun fietsen. • Meerjarenprogramma Verkeersveiligheid 2016-2022, een geactualiseerd programma over de verkeersveiligheid in Amsterdam dat is vastgesteld door de gemeenteraad in 2016. • Uitvoeringsagenda Mobiliteit (2015), de agenda houdt Amsterdam bereikbaar en aantrekkelijk. Concrete maatregelen die meer ruimte creëren en de doorstroming verbeteren. Voor voetganger, fietser, ov-reiziger en de automobilist.

• Uitvoeringsagenda Stedelijke Logistiek Amsterdam (2017), waarin voor het goederenvervoer in Amsterdam een aantal maatregelen staat om leefbaarheid, doorstroming en efficiëntere bevoorrading voor en door vervoerders en verladers te bevorderen. • Actieprogramma Smart Mobility 2016-2018 (2016), waarmee inzicht wordt gegeven in de belangrijkste Smart Mobility ontwikkelingen en Amsterdamse projecten die daarop inspelen. • 1Stad1Opgave (maatregel Koopmanschap: 7 Puccini en 8 Inkoop Grond, Weg en Waterbouw). • Het “Handboek Inrichting Openbare Ruimte Amsterdam” zorgt voor de digitale en integrale ontsluiting van al het beleid dat van toepassing is op de inrichting van de openbare ruimte.

Het betreft onder meer de volgende belangrijke beleidsproducten: Visie Openbare Ruimte 2025 (2017) heeft vijf ambities geformuleerd en principes uitgewerkt om meer regie te voeren op ontwikkeling, inrichting, beheer van de openbare ruimte, afgestemd op het gebruik; • In het Beleidskader “1Amsterdam Heel & Schoon” (2017) staan de principes voor onderhoud, reiniging en assetmanagement; • De Standaard voor het Amsterdamse Straatbeeld (Beleidskader Puccinimethode,2018) bevat standaard inrichtingsprincipes en materiaalkeuzes voor het ontwerpen en aanleggen van de openbare ruimte, gekoppeld aan de centrale inkoop van materiaal; • Het Beleidskader Verlichting (2017) definieert de rol van verlichting in Amsterdam en stelt de kaders waarbinnen de gemeente haar taken voor de verlichting uitvoert, waaronder de transitie naar 100% LED verlichting; • Het Stedelijk Kader Buitenreclame (2016, actualisatie 2019/2021) bepaalt de randvoorwaarden voor het toestaan van reclame in de openbare ruimte.

Parkeren • Meerjarenprogramma Fiets 2017-2022 (2017) en Kader Fietsparkeren (2015). • Nota Parkeernormen fiets en scooter (2018). Geeft normen en richt­ lijnen voor fiets- en scooterparkeren bij nieuwbouw en functiewijziging. • Parkeerplan 2012 – Inzet van onbenutte parkeercapaciteit in parkeergarages voor vergunninghouders om meer ruimte op straat te creëren. 57

H 3.2.1

• Plan Vernieuwing P+R – nieuw P+R-concept, waarbij we slim parkeerplaatsen inkopen en uitbreiding van P+R de ‘vraag’ volgt. • De (jaarlijkse) gemeentelijke parkeerverordening – regelgevingskader parkeerbeleid, waarin geboden en verboden rondom parkeren staan, en de typen parkeervergunningen. • De (jaarlijkse) verordening Parkeerbelastingen, met daarin tarieven voor kort parkeren en parkeervergunningen. • Uitvoeringsagenda Mobiliteit (2015) – maatregelen voor het verbeteren van de bereikbaarheid en leefbaarheid in de stad. Daarbij ligt de nadruk op scherpe keuzes (in het centrumgebied bijvoorbeeld voor voetgangers en fietsers). • Nota Parkeernormen Auto (2017). Deze nota stelt parkeernormen vast voor nieuwbouwen transformatieprojecten in de stad. Hiermee wordt voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen leidt tot extra parkeerdruk en op omliggende straten wordt afgewenteld. • Visie Openbare Ruimte 2025 (2017) heeft vijf ambities geformuleerd en principes uitgewerkt voor meer regie op ontwikkelen, inrichten, beheren en gebruiken van de openbare ruimte op stadsniveau. • Verordening op het Stedelijk Mobiliteitsfonds Amsterdam (2020), een fonds vanuit inkomsten van het straatparkeren om de openbare ruimte en het verkeer- en vervoersysteem te verbeteren

58

H 3.2.2

3.2.2 Water Een evenwichtig, veilig en duurzaam gebruik van water en wal door het beheersen van drukte en het tegengaan van overlast, waarbij de vlotte en veilige doorvaart wordt gegarandeerd.

Belangrijke ontwikkelingen Een belangrijke ontwikkeling van de afgelopen jaren is het verder stimuleren van transport over water van goederen, bouwmaterialen en afval. Waar mogelijk ontlast transport over water de kwetsbare bruggen en kademuren. De uitwerking van het vergunningensysteem voor Transport over water is in 2021 vastgelegd in de Regeling op het binnenwater (Rob). Hierin staan regels voor het verlenen van een exploitatievergunning voor transport. Naast (beperkte) welstandseisen en een vignetverplichting waarmee in de Digitale Gracht vaarbewegingen kunnen worden gemonitord, zijn ook eisen voor emissievrij varen benoemd. Deze gelden vanaf 1 januari 2025. Deze aanpassingen in de Rob geven duidelijkheid over de eisen waaraan transportvaartuigen moeten voldoen. Er zijn circa 20 aanvragen voor exploitatievergunningen binnengekomen. Op dit moment onderzoeken we of transport over water kan worden ingezet bij reguliere bevoorrading en stadsdistributie. Hierbij kijken we specifiek naar een pilot voor de bevoorrading van horeca op en rond de Nieuwmarkt en afvoer van hun afval over het water. In vergelijking met voorgaande jaren is het vaarseizoen 2021 door de coronacrisis anders verlopen. Net als in 2020 begon het vaarseizoen 2021 met een volledige lockdown, waarbij zowel passagiersvaart als pleziervaart stil kwam te liggen.

De onbemande verhuur mocht vanaf half april haar activiteiten weer hervatten. Pas vanaf begin juni 2021 kon alle passagiersvaart weer op gang komen. Sinds 19 december is er weer een lockdown van kracht, dat betekent dat commerciële rondvaart en evenementen op het water verboden zijn. Net als vorig jaar heeft de transportvaart (met name bouwprojecten) het hele jaar gevaren.

Om richting te geven aan zwemmen in open water is dit jaar het ambtelijk Handboek zwemmen & zomerrecreatie opgesteld. Dit handboek is bedoeld voor iedereen in de gemeente Amsterdam die in de praktijk van het werk te maken krijgt met zwemmen in open water.

Specifieke beleidsdoelen Doel 2.2.1 Het openbare water is begaanbaar, aantrekkelijk, schoon en veilig voor alle gebruikers. Indicatoren doel 1

Schoonheidsgraad van de grachten (0­10)

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020 7,8 (2017)

Begroting Jaarverslag 2021 2021

7,6

>7

8.1

Activiteit 2.2.1.1 We baggeren en verwijderen drijf­en grofvuil uit openbaar water. Indicatoren activiteit

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020

1

592 (2017)

Aantal ton verwijderd drijf­en grofvuil

385

Begroting Jaarverslag 2021 2021 600

500

Het aantal ton drijf- en grofvuil is lager door minder festiviteiten en minder toeristen in de stad als gevolg van de coronamaatregelen. Het baggeren verloopt volgens planning en voorbereiding. We houden de watergangen vanuit nautisch oogpunt op diepte. En dat resultaat monitoren we en grijpen in wanneer dat nodig is.

59

H 3.2.2

Activiteit 2.2.1.2

2.2.1.3.2

We bedienen bruggen en sluizen. Indicatoren activiteit 1

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020

Percentage passages door beroepsvaarders dat plaatsvindt binnen de gestelde termijn

97% (2014)

Begroting Jaarverslag 2021 2021

95%

95%

In 2021 zijn circa 20 lopende kademuurprojecten verder voorbereid. De projecten Herengracht (278 meter) en Molen de Otter (150 meter) zijn buiten in uitvoering gegaan en het project Rechtboomssloot is in 2021 opgeleverd (130 meter).

95%

De bediencentrale (COB) heeft sinds eind januari 2021 te maken met een reeks storingen waardoor er maar een beperkt aantal objecten op afstand bediend kan worden. De problemen ontstonden vorig jaar doordat camerabeelden ‘stotterend’ of vertraagd binnenkwamen in de centrale van de beheerder. In 2021 is er daarom over gegaan naar handbediening van de bruggen en sluizen door brugwachters. Omdat de storingen zich nog altijd blijven voordoen, moet er in 2022 nog handmatig bediend worden.

Ook is in 2021 team conditioneringsteam gestart dat 6 nieuwe kademuur­ projecten (26 rakken) voor gaat bereiden in samenwerking met de uitvoerings­ teams. Doel 2.2.2 We beheersen drukte op het water en de wal, geen overlast tegen en garanderen een vlotte en veilige doorvaart. Indicatoren doel 1

Activiteit 2.2.1.3 We beheren en onderhouden onze assets (water). Indicatoren activiteit 1

Het aantal gebieden (deelgebieden) dat op vastgesteld niveau Sober wordt onderhouden

2

Versnellen van de vervanging van kademuren (strekkende meters per jaar)

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2020

Begroting 2021

240m vernieuwing kademuur gereed

PM

Jaarverslag 2020

Begroting 2021

Jaarverslag 2021

n.v.t.

Start omzetting alle exploitatie vergunningen naar bepaalde tijd en start uitgifteronde

Afronding afwikkeling omzetting, verwerken 712 aanvragen. Uitgifte 1e tranche van 155 exploitatie vergunningen

De uitgifte van de 1e tranche is afgerond. Zie voorts de toelichting.

Jaarverslag 2021 Zie toelichting

(2020)

Voortgang invoering nieuw vergunningen systeem passagiersvaart met een maximum aantal exploitatie vergunningen

Peilwaarde (peiljaar)

428 m in uitvoering, 130 m kademuur gereed

2.2.1.3.1 Omdat nog niet alle watergangen in kaart zijn gebracht en daarmee de verantwoordelijkheid van het onderhoud van het onderhoud van deze water­ gangen niet is belegd, worden streefwaarden later vastgesteld

Alle bestaande exploitatievergunningen passagiersvaart zijn in 2020 omgezet van vergunningen met een onbepaalde looptijd naar vergunningen met een bepaalde tijd. Er lopen nog een aantal bezwaarprocedures. Naar verwachting volgt de uitspraak in het eerste kwartaal 2022. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In 2021 is de uitslag van de 1e uitgifteronde bekend gemaakt. Alle 155 vergunningen zijn verleend. Tegen de besluiten is bezwaar gemaakt en lopen inmiddels beroepsprocedures bij de rechtbank Amsterdam. Waarschijnlijk worden deze in het tweede kwartaal 2022 op zitting behandeld. We hebben deze uitgifterond geëvolueerd. Onze conclusie is dat het systeem in zijn algemeenheid goed heeft gewerkt. Het heeft toetreding voor nieuwkomers en uitbreiding van bestaande reders mogelijk gemaakt. Ook blijft de diversiteit van het aanbod dankzij de gebruikte segmenten gewaarborgd. 60

H 3.2.2

In de evaluatie zijn ook voorstellen gedaan om het systeem van uitgifte van vergunningen op punten te verbeteren of te onderzoeken. De voorstellen zijn met diverse partijen besproken en zullen de komende periode worden omgezet in concrete voorstellen. De Corona crisis heeft een forse impact gehad op de passagiersvaartsector. Waar mogelijk probeert het college hier rekening mee te houden bij de uitwerking van het nieuwe systeem. Aanvullend op het nieuwe vergunningenstelsel hebben in 2021 uitgangs­ punten vastgesteld voor het op- en afstappen door de passagiersvaart. Dit betreft een systeem voor al het op- en afstappen door de bemande passagiersvaart in 2024 op de (semi) exclusieve en de openbare op- en afstapplekken, welke samen met vertegenwoordigers van de sector wordt uitgewerkt.

buiten het centrumgebied verder te verbeteren. In 2021 is de besluitvorming afgerond voor het invoeren van het doorvaartvignet per vaarseizoen 2022. Hierdoor zijn dan ook pleziervaartuigen van buiten Amsterdam zichtbaar op de Digitale Gracht.

2.2.2.1.2 Gedurende het vaarseizoen is gewerkt aan het afstellen van de sensoren en filteren en valideren van de metingen. Dat is nodig om de metingen betrouwbaar om te kunnen zetten naar rapportages die inzicht geven in het gebruik van het water. Aangezien er op dit moment vrijwel niet wordt gevaren als gevolg van de coronamaatregelen, kon er nog niet getest worden en kan het systeem nog niet actief gebruikt worden.

Activiteit 2.2.2.2 Activiteit 2.2.2.1 We stimuleren het transport over water We hebben steeds beter zicht op het gebruik van het binnenwater door middel van de Digitale Gracht.

Indicatoren activiteit

Indicatoren activiteit

1

1

Het verder uitrollen en operationaliseren van de Digitale Gracht: Percentage sensoren van de basisdekking die operationeel is.

2

Geautomatiseerde detectie van potentiele illegale passagiersvaart: reductie aantal illegale schepen.

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020 PM

PM

Begroting 2021

Jaarverslag 2021

90% van de basisdekking; 100% van de in-/ uitgangen

> 90% van de verkeersbewegingen wordt gemeten.

Geautomatiseerd detectie systeem gereed

Zie toelichting.

2.2.2.1.1 In de eerste jaren van De Digitale Gracht is alleen beroepsvaart gedetecteerd. In 2020 is gestart met de uitbreiding van het netwerk, om ook de pleziervaart automatisch te kunnen meten. De uitrol van deze extra sensoren is in de eerste helft van 2021 afgerond. Daarnaast is in 2021 gekeken of aanpassing of uitbreiding van het dekkingsgebied nodig is. Op basis hiervan is een plan opgesteld om sensoren te plaatsen in onder ander stadsdeel Noord, op IJburg en in het westen van de stad, om zo het zicht op de vaarbewegingen

Uitbreiding laad-loslocaties

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020 32 (2020)

32

Begroting 2021

Jaarverslag 2021

Afronding onderzoek naar het voor transport geschikt maken van laad-/ losplekken. Realisatie uitbreiding naar 46.

Zie toelichting.

In 2021 is het onderzoek naar het voor transport geschikt maken van laad- en loslocaties waar nu alleen op- en afstappen voor de passagiersvaart mogelijk is, afgerond. De afmeerlocaties zijn beoordeeld op geschiktheid voor laden en lossen om te bepalen welke locaties als eerste en welke in de komende jaren een dubbelbestemming kunnen gaan krijgen. Ook is onderzocht welke aanpassingen nodig zijn om gebruik voor laden en lossen mogelijk te maken (door bijvoorbeeld ruimte te creëren voor pallets of rolcontainers). Er moet nog worden bekeken wat de staat en belastbaarheid van de kade is. Uit een analyse van het gebruik van de bestaande laad- en loslocaties is naar voren gekomen dat van de bestaande, historisch gegroeide 32 afmeerlocaties door de transportsector beperkt gebruik wordt gemaakt, omdat deze plekken onvoldoende aansluiten op de huidige logistieke behoeften. Daarom is een 61

H 3.2.2

onderzoek gestart om de logistieke stromen en behoeften beter in beeld te brengen, voordat tot uitbreiding wordt overgegaan.

Activiteit 2.2.2.3 We stimuleren duurzaam gebruik van het binnenwater. Indicatoren activiteit

Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2020

Begroting 2021

Jaarverslag 2021

1

Passagiersvaart: laadinfrastructuur

Afronding laadstrategie en eerste pilot met 3 laadpunten

Start pilot Blue Boot

2

Pleziervaart: laadinfrastructuur

Afronding pilot 11 laadalen met 44 laadpunten en afronding onderzoek naar toekomst vaste laadmethode

Er zijn 10 laadpalen geplaatst met 40 laadpunten.

2.2.2.3.2 In 2021 zijn 10 nieuwe laadpalen geplaatst, in de stadsdelen Centrum, Zuid en Oost. Een elfde laadpaal wordt in 2022 geplaatst omdat de eerder beoogde locatie in de uitvoering niet geschikt bleek. Eind september 2021 is een online vragenlijst uitgezet bij het gebruikerspanel van e-vaarders ten behoeve van het evalueren van de pilot met laadpalen. Op dit moment loopt een onderzoek naar de mogelijkheid om laadpalen voor auto’s aan het water ook geschikt te maken voor laden van vaartuigen. Met de branche is overleg over de haalbaarheid van de duurzaamheidseisen.

Verbonden partijen Stichting Waternet Waternet zorgt in opdracht van ons en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) voor schoon en voldoende water. Daarnaast verzorgt Waternet de brugbediening, het Nautisch beheer van de Hoofddoorvaartroutes (Amstelroute en Kostverlorenvaartroute) en stelt de ijsnota op

2.2.2.3.1

Havenbedrijf Amsterdam NV/Port of Amsterdam

Passagiersvaart (Pilot). Om ervaring op te doen met de aanleg van laadinfra is de gemeente in 2020 gestart met de pilot Blue Boat. De met de pilot opgedane kennis en informatie levert input voor het opstellen van de laadstrategie en het verder aanleggen van laadinfra op de ligplaatsen in openbaar water.

Port of Amsterdam ontwikkelt, exploiteert en beheert de Amsterdamse havenregio en stimuleert de duurzame economische ontwikkeling in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Dit alles met een goede balans tussen: • een gezond financieel rendement. • een goede kwaliteit van de leefomgeving. • een brede toegevoegde waarde voor de regio.

Uit onderzoek is naar voren gekomen dat op circa 80 van de 377 ligplaatsen in openbaar water nog geen laadinfra beschikbaar is. In de nog op te stellen laadstrategie komt te staan welke keuzes gemaakt worden voor de realisatie van deze laadinfra: wat op welke locatie wordt aangelegd en door wie, een schatting van de hiermee gepaard gaande kosten en opbrengsten en het bijbehorende tijdpad. Na vaststelling van het ligplaatsenplan (gepland in 2022), dat inzicht biedt in de ligplaatsen die vanaf 2024 vergund kunnen worden, wordt in afstemming met de branche de laadstrategie verder vormgegeven. Over de benodigde laadvoorzieningen en laadvermogens zijn sessies met de reders geweest. Bij het bepalen van de planning van de realisatie van de laadinfra wordt rekening gehouden met de planning van reders bij het verduurzamen van hun vloot. De laadstrategie gereed is in de tweede helft van 2022 gereed.

Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied De Divisie Havenmeester van Havenbedrijf Amsterdam NV voert de taken van het Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied (CNB) uit.

62

H 3.2.2

Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)

Baten

Rekening 2020

4,4

Primaire Begroting Begroting 2021 2021 (Najaarsnota)

45,1

4,6

Rekening 2021

Verschil Rekening Begroting 2021 (Najaarsnota)

3,8

-0,8

Lasten

50,5

89,8

61,4

69,9

8,4

Saldo van baten en lasten

-46,1

-44,7

-56,9

-66,1

-9,2

Het programmaonderdeel 2.2 heeft ten opzichte van de begroting een negatief resultaat van € 9,2 miljoen. Dit komt (vooral) door lagere baten van € 0,8 miljoen en hogere lasten van € 8,4 miljoen. Het negatieve resultaat komt vooral door:

Baten De totale baten van € 3,8 miljoen zijn € 0,8 lager dan begroot. Dit komt vooral door: • Er is minder Binnenhavengeld geïnd dan begroot omdat er minder is gehandhaafd dan verwacht (€ 0,5 miljoen). • Er zijn minder tranches van vergunningen verloot omdat de vergunningenuitgifte 2 jaar is uitgesteld (€ 0,4 miljoen). • Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen.

Lasten De totale lasten van € 69,9 miljoen zijn € 8,4 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral door: • Hogere lasten van het Programma Bruggen en Kades. Er is meer uitgegeven aan noodconstructies voor kademuren en aan loonkosten en advieskosten binnen het kernteam Kademuren (€ 3,0 miljoen). • Hogere lasten van € 1,7 miljoen die het effect zijn van de over­ programmering zoals genoemd onder de financiële toelichting van programma 2. De lasten van veel projecten zijn hoger dan in het SMF voor dat jaar begroot. Deze projecten worden niet neerwaarts bijgesteld, omdat de ervaring leert dat de lasten van andere projecten

gemiddeld 30% tot 40% lager zijn. Om te voorkomen dat het SMF in de begroting een tekort laat zien, verlaagt men de lasten in de begroting zonder deze verlaging toe te wijzen aan een of meerder specifieke projecten. De verlaging van deze lasten landen in de begroting dan op een zogenaamde stelpost. • Hogere lasten van € 1,2 miljoen als gevolg van hogere kapitaalslasten vanwege achterstallige afschrijvingen op projecten die al voor 2022 gereed waren. • Hogere lasten voor binnenwaterbeheer. Dit wordt veroorzaakt door extra inhuur vanwege een storing in het videosysteem van het COB (centrale object bediening). Hierdoor is het niet mogelijk om de bruggen en sluizen op afstand te bedienen. De brugwachters moeten nu de bruggen en sluizen handmatig bedienen, wat arbeidsintensief is (€ 1,0 miljoen). • De lasten voor digitale veiligheid zijn hoger dan begroot (€ 1,0 miljoen). • Hogere lasten voor juridische ondersteuning (€ 0,4 miljoen). • Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen.

Reserves In dit programmaonderdeel zijn geen reserves opgenomen.

Subsidies van betekenis Er zijn geen subsidies van betekenis binnen dit programma.

Risico’s en maatregelen Actuele risico’s

Maatregelen

1. Gevolgen van eventuele nog te voeren procedures ten aanzien van de uitvoering van Programma Varen.

In het Programma wordt rekening gehouden met extra inzet juristen en aangepast beleid.

2. Laadinfrastructuur vaartuigen niet tijdig gereed

Om meer slagkracht aan te brengen in de opgave wordt gemeentebreed onderzocht hoe we de laadstrategie(ën) eenduidig beleggen in de ambtelijke organisatie.

3. Er is onvoldoende vaarwater beschikbaar om de wenselijke capaciteit te bereiken voor de gewenste groei van transport over water en andere gebruikers na start van het vaarseizoen

Plusnet/Hoofdnet gemeentelijke waterwegen ontwikkelen en vaststellen en afstemming met ketenpartners over het gebruik van de (beperkte) ruimte op het water

63

H 3.2.2

Beleidskaders • Met de Nota’s Varen Deel I (2019) en II (2020) streeft het bestuur naar een evenwichtig, veilig en duurzaam gebruik water en wal door het beheersen van drukte en het tegengaan van overlast, waarbij de vlotte en veilige doorvaart wordt gegarandeerd. • Watervisie Amsterdam 2040 (2016). De Watervisie is een structuurvisieuitwerking en geeft een ruimtelijk-economisch toekomstbeeld van het gebruik van het water in 2040 met een Uitvoeringsagenda 2018. • Welstandsbeleid Passagiersvaart Amsterdam (2019). Het Welstands­ beleid Passagiersvaart bevat een helder beoordelingskader waarmee de welstandstoetsing en de verlening van vergunningen voor nieuwe, vervangende of te verbouwen vaartuigen voor iedereen inzichtelijk wordt en historische vaartuigen en vaartuigen met hoge beeldkwaliteit beschermd worden. • De Agenda Amsterdam Autoluw heeft verschillende concrete maatregelen die bijdragen aan een leefbare en toegankelijke stad. Tegelijk is de Agenda richtinggevend voor de keuzes die op het gebied van openbare ruimte en mobiliteit worden gemaakt. • De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW 2000). Deze is gericht op het verbeteren van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in Europa. Het voldoen aan de KRW-richtlijn is een gezamenlijke opgave voor overheden. Uiterlijk in 2027 moeten alle verantwoordelijke partijen voldoen aan de eisen die de KRW stelt.

Amsterdam is daarbij verantwoordelijk voor de uitvoering van gemeentelijke maatregelen.

64

H 3.2.3

3.2.3 Openbaar vervoer Samen met Vervoerregio Amsterdam en GVB het zo goed mogelijk maken en onderhouden van het openbaar vervoersysteem van Amsterdam, zodat deze voor iedereen op een veilige en duurzame manier beschikbaar is

Belangrijke ontwikkelingen Effecten corona Ook in 2021 heeft het openbaar vervoer flink te kampen gehad met de gevolgen van de corona pandemie. Gedurende de eerste helft van het jaar was er weer een voorzichtige stijging in openbaarvervoergebruik. Vlak voor de zomer van 2021 was er over het gehele openbaar vervoer gemeten een bezetting van ruim 50% in vergelijking met pre-corona. Na de zomer verviel het thuiswerkadvies en nam het ov-gebruik verder toe, totdat in november de maatregelen weer aangescherpt werden. In december zijn de maatregelen verder verzwaard, wat direct zijn weerslag heeft gehad op het gebruik van het openbaar vervoer. Ook op de veren was het rustiger. De beschikbaarheidsvergoeding openbaar vervoer (BVOV) biedt de mogelijk­ heid aan vervoerders om 93 tot 95% van de kosten vanuit het Rijk vergoed te krijgen. Als voorwaarde voor de beschikbaarheidsvergoeding voor het openbaar vervoer (BVOV) heeft de Vervoerregio een Transitieplan OV en daarop volgend een Herstelplan OV 2022 uitgewerkt. In juni 2021 is er door rijk, regio en vervoerders in NOVB verband besloten om de BVOV door te trekken tot in ieder geval september 2022. Hiermee wordt geborgd dat vervoerders geen grote afschalingen van de dienstregeling hoeven door te voeren. Er zijn nog geen afspraken gemaakt over de periode na september 2022.

Met het Herstelplan heeft de Vervoerregio samen met de vervoerders, een passend ov-aanbod voor 2022 gerealiseerd, dat bij de vervoervraag past en betaalbaar is. Tegelijkertijd heeft dit plan invulling gegeven aan de wijze hoe het OV weer aantrekkelijk te maken voor de reizigers, zodat zij hiervan weer veilig gebruik kunnen maken. Vanwege de corona-pandemie zijn in 2020 met een aantal MBO-HBO-WOonderwijsinstellingen maatwerkafspraken gemaakt voor onderwijs en veilig OV, waarbij afgesproken is om minder tijdens de spits te reizen. De ambitie is

om de ervaringen van de corona-crisis te gebruiken voor het maken van structurele afspraken met onderwijsinstellingen. Hiervoor is in 2021 de basis gelegd voor een nieuwe samenwerking, die ook verbreed wordt naar andere MBO-HBO-WO-instellingen in de MRA

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11536444/1