Bijlage 1 Jaarstukken 2021 Gemeente Weesp
Tekst van het document
Vanwege de gaande ontwikkeling van de woningbouw aan de noordzijde en het belang van de verbinding met de zuidzijde is de urgentie groot om zo snel mogelijk tot realisatie van deze tunnel over te gaan. De gemeenteraad heeft besloten dat in 2022 nader onderzoek naar deze tunnel wordt uitgevoerd. In een benen op tafel sessie met de raadscommissie SOB op 3 november 2021 is de urgentie nogmaals benadrukt en is de locatie van de tunnel bevestigd. Naar aanleiding van participatie in februari 2021 georganiseerd vanuit de ontwikkelaar, is door de gemeente besloten tot een ruimtelijk kader als basis voor toetsing. In maart is in samenwerking met een extern stedenbouwkundig bureau een concept ontwikkelkader opgesteld voor het perceel en in september 2021 met de omwonenden geparticipeerd. Met de participatieresultaten, het in oktober 2021 vastgestelde mobiliteitsplan 2021-2046 de Omgevingsvisie 2050, en de resultaten van het gemeente-brede parkeeronderzoek in 2021 is het concept aangepast. Het raadsvoorstel, voor vaststelling van het ruimtelijk kader, is op 24 december behandeld door het college voor de raadsvergadering in februari 2022, Op 14 oktober 2021 is, met aanneming van een verzamelamendement, de omgevingsvisie Weesp in de gemeenteraad vastgesteld.
In de visie van Weesp wordt een balans gezocht tussen enerzijds een gezonde en veilige leefomgeving en anderzijds de gewenste en noodzakelijk maatschappelijke voorzieningen. Binnen de visie is o.a. aandacht voor behoud en uitbreiding van het groen en het behoud van de eigen identiteit van Weesp. De Omgevingsvisie is gebaseerd op de eerder door Weesp vastgestelde 14 kernwaarden van Weesp. In het bestuurlijk akkoord Weesp – Amsterdam (7 februari 2020) is afgesproken dat de OV Weesp wordt overgenomen door Amsterdam. De omgevingswet schrijft voor dat elke gemeente per 31 december 2024 één vigerende omgevingsvisie voor haar grondgebied mag hebben. Bij vaststelling op 8 juli 2021 van de Omgevingsvisie Jaarstukken 2021
65
Wat hebben we daarvoor gedaan:
Buitenveer 25
Aetsveld-Centrum
Aetsveldseweg 1
Actualiseren prestatieafspraken
Starters- en verzilverlening
Toelichting: Amsterdam is besloten dat er elke twee jaar een monitoringsen herijkingsmoment plaats vindt. Het eerste moment vindt plaats medio 2023. Tijdens deze herijking wordt de omgevingsvisie van Weesp ingevoegd in de Omgevingsvisie van Amsterdam. Zodoende zal er op tijd (voor 2024) sprake zijn van één omgevingsvisie voor het grondgebied van Amsterdam (waar dan ook Weesp toe zal behoren). Tot dat moment zullen de OVA en de OVW naast elkaar bestaan en beide vigerend zijn. Het project Buitenveer 25 gaat om de sloop van een bestaand kantoorpand, en de nieuwbouw van een wooncomplex met 7 grondgebonden koopwoningen en 6 appartementen in de sociale sector. Het plan van de ontwikkelaar is besproken in de staf dhr. Vos. Hier heeft dhr. Vos het groene licht gegeven voor de vervolgstappen, met name het indienen van een Conceptaanvraag. De Conceptaanvraag is eind 2021 ingediend. Het project Aetsveld-Centrum gaat om de sloop van twee basisscholen in het centrum van de wijk Aetsveld: De Terp – schoolbestuur Florente, en de Hobbedob – schoolbestuur Talent Primair. Er zal een nieuwe tweelaagse basisschool voor terug gebouwd worden. Op de vrijkomende ruimte zal een woonblok gebouwd worden. De gefuseerde school zal komen te vallen onder Talent Primair, deze is opdrachtgever. Eind 2021 is een stedenbouwkundige modellenstudie gestart.
Het project Aetsveldseweg 1 gaat om de sloop van een boerderij. Op het terrein kunnen woningen teruggebouwd worden. In 2021 is een schetsplan van de eigenaar voor de bouw van woningen besproken in de staf van dhr. Vos. Hier heeft dhr. Vos het groene licht gegeven voor vervolgstappen, met name het indienen van een Conceptaanvraag, op basis van een verder uitgewerkt plan, dat ook met omwonenden besproken is. De kansenkaart Aetsveld is een paralleltraject. In 2021 is voor het hoofdstuk duurzaamheidsprestaties een allonge geschreven, waarin met Ymere en de huurdersverenigingen WMM en de Vechtstroom een concrete eindwaarde is afgesproken plus bijbehorende rekenmethode; daardoor kan de prestatie goed gemonitord worden. De afspraak in 2021 om de uitvoering van de starterslening voort te zetten heeft erin geresulteerd, dat een aangevraagde starterlening is verleend en in december 2021 een nieuwe deelnemersovereenkomst met SVN ondertekend voor de toekomstige startersleningen.
Verbonden partij: Regio Gooi en Vechtstreek Taakveld(en) T8.1 Ruimtelijke Ordening (zie T2.1) en T8.3 Wonen en Bouwen Beleidsontwikkelingen In de Regio Gooi en Vechtstreek is samengewerkt aan de implementatie van de Omgevingswet. Ook is gewerkt aan de voorbereiding van de nieuwe huisvestingsverordening en de uitvoering van de zgn. Werklandschappen.
Jaarstukken 2021
66
Beleidsindicatoren Gemeenten zijn verplicht om een aantal voorgeschreven beleidsindicatoren op te nemen in de begroting en het jaarverslag om beleidsresultaten en vergelijking met andere gemeenten in beeld te brengen. De indicatoren worden gepubliceerd op de VNG-website www.waarstaatjegemeente.nl en betreffen de laatst beschikbare cijfers van verschillende landelijke bronnen waardoor deze soms niet actueel lijken. Beleidsindicatoren
Eenheid Duizend euro Aantal per 1.000 woningen % personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder van personen van 20 tot 65 jaar
Weesp 351
Gemeenten tot 25.000 inwoners 312
20,9
9,6
BAG-ABF
2020
72,8%
79,6%
CBS-ABF
2021
Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishouden
Euro
712
Onbekend
COELO
2021
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
Euro
797
Onbekend
COELO
2021
Naam indicator Gemiddelde WOZ waarde Nieuw gebouwde woningen
Demografische druk
Bron CBS
Jaar 2020
Wat heeft het gekost?
Werkelijk Begroting Werkelijk 2020 2021 2021 Lasten T8.1 Ruimtelijke ordening T8.3 Wonen en bouwen Totaal Lasten
624 1.756 2.380
736 3.218 3.953
676 3.345 4.021
T8.3 Wonen en bouwen T0.108 Mutatie reserve P8 Totaal Baten
-4.960 -300 -5.260
-2.777 -117 -2.894
-3.551 -117 -3.667
-2.880
1.060
354
Baten
Saldo Programma (Bedragen x € 1.000)
Aanmerkelijke verschillen begroting – werkelijk 2021 Lasten T8.1 Ruimtelijke ordening: Het budget is onderschreden door een aantal kosten die de gemeente Amsterdam heeft genomen op grond van de gesloten dienstverleningsovereenkomst. Daarnaast is meer werk uitgevoerd in eigenbeheer waardoor de kosten lager zijn dan begroot. Lasten T8.3 Wonen en bouwen: De uitgaven zijn in 2021 gestegen ten opzichte van 2020 als gevolg van extra kosten voor handhaving en bouwvergunningen. De gemeente heeft in 2021 extra impuls gegeven voor versneld bouw van woningen aan de Bloemendalerpolder. Hierdoor zijn de kosten toegenomen maar ook de opbrengsten van de bouwleges zijn navenant gestegen. Baten T8.3 Wonen en bouwen: De inkomsten van de bouwleges zijn in 2021 substantieel hoger dan begroot vanwege de voortgang en intensivering van de bouwactiviteiten in de Bloemendalerpolder. De bouwactiviteiten zijn tijdelijk versneld en de behandeling van de bouwvergunningen van een aantal grote bouwprojecten zijn met extra inzet afgehandeld.
Jaarstukken 2021
67
Algemene dekkingsmiddelen, VPB en onvoorzien Algemene dekkingsmiddelen Het in 2021 gerealiseerde saldo van de algemene dekkingsmiddelen bedraagt € 40,1 miljoen. Ten opzichte van de begroting betekent dat een voordeel van € 1,8 miljoen. De belangrijkste oorzaken van het voordeel zijn een voordeel op de ongebonden heffingen, een voordeel op de algemene uitkering en een voordeel op het saldo van de financieringsfunctie. De afwijkingen voor deze onderwerpen zijn toegelicht in programma 0 Bestuur en ondersteuning. Overzicht algemene dekkingsmiddelen 2021 (bedragen x € 1.000; -/- is voordeel)
Algemene dekkingsmiddelen: Lokale heffingen (ongebonden) Algemene uitkering gemeentefonds Dividend Saldo van de financieringsfunctie Totaal
Begroting voor wijziging Baten Lasten Saldo -6.460 4 -6.456 -29.333 0 -29.333 -65 0 -65 0 574 574 -35.857 578 -35.279
Afwijking begrotingBegroting na wijziging Realisatie realisatie Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo -6.053 4 -6.049 -7.269 0 -7.269 -1.217 -3 -1.220 -32.591 0 -32.591 -32.954 0 -32.954 -363 0 -363 -65 0 -65 -89 0 -89 -24 0 -24 0 374 374 0 231 231 0 -144 -144 -38.708 378 -38.330 -40.312 231 -40.081 -1.604 -147 -1.751
Vennootschapsbelasting Het bedrag voor de heffing van de vennootschapsbelasting (VPB) in 2021 is nihil.
Onvoorzien In de begroting is onder programma 0 Bestuur en ondersteuning een (structureel) budget voor onvoorziene lasten opgenomen. In de begroting 2021 was een post onvoorzien beschikbaar van € 30.000. De post onvoorzien is in 2021 niet ingezet.
Jaarstukken 2021
68
3. Paragrafen
Jaarstukken 2021
69
A Lokale heffingen Inleiding De paragraaf lokale heffingen bevat de geraamde en gerealiseerde inkomsten uit lokale heffingen, geraamde en gerealiseerde kwijtschelding rioolheffingen afvalstoffenheffing, de lokale lastendruk en een vergelijking van de woonlasten met omliggende gemeenten. De werkzaamheden die samenhangen met de uitvoering van de lokale heffingen zijn in 2021 uitgevoerd door gemeente Amsterdam. De uitvoering door BSWW betreft het opleggen en het invorderen van de lokale heffingen en de uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid. De lokale heffingen komen in de programma’s terug bij de volgende taakvelden: T0.02 Burgerzaken, T0.04 Overhead, T0.061 OZB woningen, T0.062 OZB niet-woningen, T0.063 Parkeerbelasting, T0.064 Belastingen overig, T2.1 Verkeer en Vervoer, T2.4 Economische havens en waterwegen, T3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen, T7.2 Riolering, T7.3 Afval, T7.5 Begraafplaatsen en crematoria en T8.3 Wonen en bouwen. Er zijn twee soorten lokale heffingen: gebonden en ongebonden heffingen. De gebonden heffingen (of retributies) zijn niet wettelijk voorgeschreven of begrensd. Deze heffingen zijn gerelateerd aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Bij het vaststellen van het tarief geldt het uitgangspunt van kostendekkendheid. De totale geraamde opbrengst van deze heffingen bedraagt niet meer dan de totale kosten ervan.
Met de ongebonden heffingen (belastingen) is de gemeente beperkt in het aantal belastingen dat geheven mag worden. Deze belastingen zijn limitatief genoemd in de artikelen 216 tot en met 228 van de Gemeentewet. De gemeente is, met inachtneming van de landelijk vastgestelde macronorm onroerendezaakbelastingen, vrij in het bepalen van de hoogte van het tarief. De ongebonden heffingen zijn een algemeen dekkingsmiddel.
Opbrengst lokale heffingen Onderstaand wordt een schematische weergave van de opbrengst lokale heffingen in 2021 weergegeven. Een toelichting op de financiële afwijkingen van begrote versus de gerealiseerde inkomsten van de verschillende belastingsoorten is opgenomen in de programma’s 0, 2, 3, 7 en 8 van dit jaarverslag.
Heffing (bedragen in €) Ongebonden heffingen Onroerendezaakbelasting Roerende zaakbelasting Precariobelasting Parkeerbelasting Reclamebelasting Totaal ongebonden heffingen
Begroting 2021 Werkelijk 2021
Verschil
4.392.000 78.000 676.000 905.000 1.500 6.052.500
4.537.730 145.730 56.149 -21.851 728.683 52.683 1.950.535 1.045.535 0 -1.500 7.273.098 1.220.598
Gebonden heffingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Bouwleges Leges burgerzaken Lijkbezorging Scheepsvaartrechten Marktgelden Totaal gebonden heffingen
2.428.000 2.103.000 2.770.000 278.500 175.500 25.900 48.000 7.828.900
2.436.519 2.054.329 3.511.592 331.787 208.147 29.010 60.526 8.631.911
Totaal heffingen
13.881.400
15.905.008 2.023.608
Jaarstukken 2021
8.519 -48.671 741.592 53.287 32.647 3.110 12.526 803.011
70
Aandeel opbrengsten lokale heffingen 2021
Kostendekkendheid van de gebonden heffingen In onderstaande tabel zijn de dekkingspercentages van de gebonden heffingen met berekening weergegeven. Afwijkingen voor lasten en baten zijn toegelicht in de diverse programma’s. Voor bouwleges en leges burgerzaken zijn geen dekkingspercentages opgenomen. Voor bouwleges vallen de gemeentelijke kosten en inkomsten van grote projecten vaak in verschillende jaren waardoor de kosten en inkomsten in één bepaald jaar niet representatief zijn. De leges voor burgerzaken betreft een groot aantal vooral kleinere leges op verschillende taakvelden waarvan voor de meest omvangrijke (paspoorten en rijbewijzen) landelijk maximumtarieven zijn vastgesteld. Kostendekkendheid van de gebonden heffingen 2021 (bedragen in €) Afval Riool Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente 2.357.325 1.910.057 Overheadkosten (13%) 306.452 248.307 Totale lasten 2.663.778 2.158.364
Markt Lijkbzorging Scheepvaart 57.139 196.418 261.672 7.428 25.534 34.017 64.567 221.952 295.689
Opbrengsten heffing Overige inkomsten Totale baten
60.526 0 60.526
208.147 0 208.147
9.915 0 9.915
2.436.519 2.054.329 225.000 102.000 2.661.519 2.156.329
Saldo van lasten en baten
2.258
2.035
4.041
13.805
285.774
Dekkingspercentage
100%
100%
94%
94%
3%
Kwijtschelding In artikel 26 van de Invorderingswet 1990 wordt bepaald dat bij ministeriële regeling regels worden gegeven voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. Kwijtschelding wordt verleend indien er sprake is van het geheel of gedeeltelijk ontbreken van voldoende draagkracht. In 2021 is in totaal € 108.176 minder kwijtgescholden dan begroot.
Kwijtscheldingen (bedragen in €) Kwijtschelding afvalstoffenheffing Kwijtschelding rioolheffing Totaal *(-/- is voordeel)
Begroting 2021 Werkelijk 2021 Verschil* 183.000 135.497 -47.503 162.000 101.327 -60.673 345.000 236.824 -108.176
Jaarstukken 2021
71
Lokale belastingdruk De lokale lastendruk wordt bepaald aan de hand van de tarieven onroerendezaakbelastingen (eigenaarsdeel), afvalstoffenheffing en de rioolheffing en is gebaseerd op de door de gemeenteraad vastgestelde tarieven. Hieronder is de lokale belastingdruk weergegeven bij de gemiddelde WOZwaarde van woningen in 2020 en 2021.
Lokale belastingdruk (in €) Gemiddelde WOZ-waarde Tarief OZB-eigenaar woning OZB-eigenarendeel Afvalstoffenheffing (meerpersoons) Rioolheffing Lokale belastingdruk % stijging t.o.v. voorgaand jaar
2020 336.100 0,0806% 270,90 302,00 213,00 785,90
2021 369.000 0,0734% 270,85 302,00 213,00 785,85 0,0%
Vergelijking woonlasten met andere gemeenten Voor vergelijking van de lokale lastendruk met andere gemeenten en het nationale gemiddelde is gebruikgemaakt van de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in 2021 zoals berekend door het COELO (bron: www.waarstaatjegemeente.nl). Voor de woonlasten wordt rekening gehouden met de gemiddeld betaalde OZB, de afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishouden) en de rioolheffing. Het beperkte verschil in de woonlasten van onderstaande figuur en bovenstaande tabel wordt veroorzaakt doordat het COELO uitgaat van een hogere WOZ-waarde dan gemeente en Waarderingskamer. Vergelijking woonlasten meerpersoonshuishouden in 2021 (in €)
Jaarstukken 2021
72
B Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Een risico is een onzekere gebeurtenis met ongewenste gevolgen voor de gemeente. Deze gevolgen kunnen beleidsmatig en/of financieel zijn. Bij het weerstandsvermogen ligt de focus op de financiële gevolgen van risico’s. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de capaciteit om tegenvallers op te vangen (weerstandscapaciteit) en de materiele risico’s waarvoor geen specifieke voorzieningen zijn getroffen. De weerstandsratio kan berekend worden door de beschikbare weerstandscapaciteit (hoeveel niet bestemde middelen zijn er beschikbaar) te delen door de benodigde weerstandscapaciteit (hoeveel middelen zijn nodig om alle risico’s op te kunnen vangen). Voordat dieper ingegaan wordt op de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit wordt hieronder de weerstandsratio weergegeven zoals berekend voor begroting 2021. Weerstandsratio = Beschikbare weerstandscapaciteit/ Benodigde weerstandscapaciteit Weerstandsratio Begroting 2021 = € 10,2 miljoen / € 2,8 miljoen = 3,6
Financiële kengetallen De kengetallen geven zicht op de financiële positie van de gemeente Weesp en bieden de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken. Deze kengetallen maken inzichtelijk hoeveel (financiële) ruimte de gemeente heeft om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid. Daarmee dragen deze kengetallen bij aan de controlerende en kader stellende taak van de gemeenteraad. Na de beschrijving van de risico’s worden de kengetallen weergegeven en toegelicht. Beschikbare weerstandscapaciteit Dit bevat alle middelen en mogelijkheden waarover de gemeente kan beschikken om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid aangepast moet worden. De volgende onderdelen maken deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit: A. B. C. D. E.
Algemene reserve (incidenteel) Post onvoorzien (structureel) Begrotingsruimte (strucureel) Stille reserves (incidenteel) Onbenutte belastingcapaciteit (structureel)
Ad A. Algemene reserve De algemene reserve wordt gebruikt voor het opvangen van risico’s in algemene zin of voor het compenseren van incidentele exploitatietekorten en dergelijke. De algemene reserve is vrij aanwendbaar. De stand van de algemene reserve bedraagt per eind 2021 € 11,8 miljoen. Ad B. Post onvoorzien In de begroting en de meerjarenraming is jaarlijks een bedrag voor onvoorziene lasten opgenomen. In 2021 was dat € 30.000. Ad C. Begrotingsruimte De structurele begrotingsruimte van de gemeente Weesp is nihil. Ad D. Stille reserves De meeste gemeentelijke eigendommen zoals schoolgebouwen, culturele centra, sportvelden, het gemeentehuis en de gemeentewerf worden gebruikt voor de uitvoering van gemeentelijke taken (duurzaam verbonden aan de bedrijfsuitoefening) en blijven daarom buiten beschouwing. Op grond van een inventarisatie kan gesteld worden dat in de gemeente Weesp geen significante stille reserves besloten liggen in materiële vaste activa, die niet aan de bedrijfsuitoefening zijn verbonden. Daarnaast zijn er nog gronden in eigendom die verkocht kunnen worden en waarvan de boekwaarde ver achter de marktwaarde ligt. Op dit moment is er geen inventarisatie van dit soort stille reserves Jaarstukken 2021
73
beschikbaar. Een kanttekening moet hierbij wel gemaakt worden. Conform vastgesteld beleid worden winsten uit grondverkopen in principe gestort in de egalisatiereserve. Ad E. Onbenutte belastingcapaciteit Bij de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit wordt in eerste instantie het minimale niveau van de belastingtarieven in acht genomen bij een artikel 12 aanvraag. Hiermee wordt bedoeld dat als een gemeente een aanvraag om extra steun op grond van artikel 12 indient, eerst de tarieven moeten worden verhoogd tot een bepaald minimumniveau.
Onbenutte belastingcapaciteit jaarrekening 2021 Percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 voor het jaar “t”*
0,1809%
Werkelijk gewogen landelijk gemiddelde OZB-percentage van de gecorrigeerde WOZ-waarde
0,1234%
Verschil
0,0575%
Onbenutte belastingcapaciteit
2.076.845
*) Het percentage is vastgesteld in de meicirculaire
Toelichting risico’s en beheersmaatregelen Een risico is in dit verband een kans op het zich voordoen van een onvoorziene gebeurtenis met een bepaald nadelig gevolg. De risico’s relevant voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet op een andere manier zijn ondervangen en die een financieel gevolg kunnen hebben. Doen deze risico’s zich voor dan worden ze dus ondervangen via de weerstandscapaciteit. 1. Gewaarborgde geldleningen Het bedrag aan gewaarborgde geldleningen is eind 2021 € 1,4 miljoen. Het merendeel van deze uitstaande leningen bestaat uit afgegeven hypotheken. Tot 1998 stond de gemeente samen met het Rijk garant voor afgegeven hypotheken. Bij gedwongen verkopen werd de gemeente aangesproken op het financiële tekort. Na 1998 worden deze garanties niet meer verstrekt. De functie van de gemeentegarantie is overgenomen door de Nationale Hypotheekgarantie. Het risico op deze oude gemeentegaranties is zeer klein en neemt jaarlijks af. Aanvullende maatregelen zijn niet nodig. 2. Achtervang De Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) is een borgstellinginstituut voor de sociale huursector. Haar doelstelling is om te zorgen dat woningcorporaties toegang tot de kapitaalmarkt krijgen en leningen kunnen aantrekken tegen zo laag mogelijke kosten. Dit komt ten goede aan de huurders van sociale woningen.
Wanneer een corporatie rente en aflossing op een WSW geborgde lening niet meer kan betalen dan neemt de WSW de betaalverplichtingen voor de lening over. Wanneer het WSW de betaalverplichting niet kan voldoen moeten Rijk en gemeenten bijspringen door renteloze leningen aan het WSW te verstrekken, waarbij het Rijk 50% van de leningen verstrekt, de schadegemeenten 25% en alle achtervang-gemeenten de resterende 25%. WSW is nog nooit aangesproken op de borg en schat het risico van de gemeenten en het Rijk in als zeer klein, of zelfs theoretisch. 3. Sociaal domein De budgetten in het sociaal domein zijn openeinderegelingen. Uitgaven in het kader van deze regelingen zijn nauwelijks te beïnvloeden en hoeven niet synchroon te lopen met de rijksvergoedingen, waardoor deze regelingen een financieel risico met zich meebrengen. Beheersmaatregelen: 1. permanente monitoring budget om actie te kunnen ondernemen 2. inventariseren aantallen lopende trajecten 3. financiële reserve aanleggen 4. verschuiving in prioriteiten gemeentebegroting 5. kosten baten op lange termijn onderzoeken 6. samenwerking onder meer op financieel gebied, spreiding financiële risico's in de regio Per 1 januari 2022 zijn we voor Wmo- en Jeugdvoorzieningen op het beleid en de inkoop van Amsterdam overgegaan. Amsterdam werkt met resultaatgerichte bekostiging en budgetplatfonds en Jaarstukken 2021
74
zet tevens in op de verdere professionalisering van contractmanagement. Deze maatregelen en manier van werken dragen bij de beheersing van de kosten. Wmo abonnementstarief Een risico in het sociaal domein is de aanpassing van de eigen bijdrage voor Wmo voorzieningen. De inkomensafhankelijke bijdrage is een vast tarief geworden. Door invoering van dit zogenoemde abonnementstarief zijn de inkomsten van de eigen bijdragen van inwoners fors gedaald. Gemeenten zijn vanaf 2019 hiervoor gecompenseerd in het gemeentefonds. De verwachting was dat de invoering van het abonnementstarief zou leiden tot een toename van het aantal Wmo-aanvragen. Deze trend werd in eerste instantie niet waargenomen, maar vanaf 2020 laten de cijfers zien dat er een groter beroep gedaan wordt op Wmo-voorzieningen in Weesp. Deze trend wordt ook op landelijk niveau waargenomen. De VNG en ook de gemeente Amsterdam voeren gesprekken met het ministerie om deze knelpunten aan te kaarten en tot een passende oplossing te komen. Leerlingenvervoer Amsterdam en Weesp hebben het contract met de Amsterdamse vervoerder uitgebreid met het leerlingenvervoer in Weesp voor de periode 1 augustus 2021 tot 1 augustus 2022 ter voorbereiding op de aanbesteding.
Het leerlingenvervoer betreft een open einde regeling; dat betekent dat gedurende het jaar leerlingen kunnen instromen die gebruik maken van het leerlingenvervoer, waardoor de kosten hoger kunnen zijn dan vooraf begroot. Hulpmiddelen In 2020 hebben we ervoor gekozen om de huidige contracten met betrekking tot de hulpmiddelen met één jaar te verlengen tegen een tariefstijging van 12,5%. Deze tariefstijging was noodzakelijk omdat Wmo gebruikers van hulpmiddelen een grotere behoefte hebben aan elektrische voorzieningen en complexere voorzieningen met meer en duurdere aanpassingen. Deze kunnen steeds vaker niet binnen het voorkeurspakket van de leverancier geleverd worden. Een prijsstijging betekent dat de gemeenten binnen de Regio Gooi en Vechtstreek vanaf 1 oktober 2020 € 412.500 per jaar meer uitgeven bij gelijke productie, uitgaande van 12,5% verhoging. Voor Weesp komt dit neer op een stijging van ongeveer € 30.000 in de uitgave op de Wmo hulpmiddelen. Per 1 oktober 2021 is de huidige overeenkomst afgelopen. De startdatum voor de nieuwe inkoopt wordt 1 april 2022. Met de huidige leveranciers zijn afspraken gemaakt over een verlenging van de huidige contracten tot 1 april 2022 (voor Weesp tot 31 december 2021). In de overbruggingsovereenkomst is een indexatie van 5% toegepast per 1 oktober 2021. Daarmee komt de totale stijging van de tarieven op 17,5%.
Per 1 januari 2022 treedt de gemeente Weesp uit de gemeenschappelijke regeling. Dit heeft ook betrekking op de Hulpmiddelen. Vanaf dat moment zijn voor nieuwe en bestaande cliënten de Amsterdamse contracten leidend. 4. Risico rioolleiding in de Vecht Het college van B&W heeft de raad op 26 april 2021 per brief (Z.186044/D.155954) geïnformeerd over het aangaan van een vier-partijen-vaststellingsovereenkomst als zijnde een schikking tussen alle betrokken partijen. Door ondertekening van de vaststellingsovereenkomst is er een einde gekomen aan een jarenlange juridische patstelling. 5. Risico natuurwetgeving De beperking waar met de flora- en faunawetgeving tegenaan gelopen wordt, is groot. Het risico dat een aantal gebieden in Weesp niet op de gewenste wijze beheerd kan worden is aanwezig. In 2019 zijn er nog een aantal zittingen bij de rechtbank en Raad van State geweest over het al dan niet overtreden van de Wet Natuurbescherming. Hiervoor is gebruik gemaakt van externe juridische ondersteuning. Er is een wettelijke verplichting om te voldoen aan de wet natuurbescherming. Zonder deze onderzoeken kunnen we niet aantonen dat we voldoen aan de wetgeving en zorgplicht, en dat kan juridisch effect hebben en uiteindelijk dus ook in de uitvoering.
In het verleden is onderhoud aan het groen niet of veel later uitgevoerd waardoor er in een later stadium hogere (beheer)kosten kunnen ontstaan. 6. Verbonden partijen Verbonden partijen zijn rechtsvormen waarbij gemeenten een bestuurlijk en financieel belang hebben.
Jaarstukken 2021
75
Met een financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de gemeente. Zie ook paragraaf F Verbonden partijen. Verbonden partijen vangen risico’s eerst op met hun eigen opgebouwde weerstandsvermogen. Daarna kunnen (negatieve) financiële effecten verhaald worden op de gemeenten. Het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) geeft de onderstaande kwalificatie voor de omvang van het weerstandsvermogen in relatie tot geïdentificeerde risico’s geïdentificeerd. Classificatie Weerstandsvermogen
Beoordeling
A
>2
Uitstekend
B
1,4>x<2,0
Ruim voldoende
C
1,0>x<1,4
Voldoende
D
0,8>x<1,0
Matig
E
0,6>x<0,08
Onvoldoende
F
<0,6
Ruim onvoldoende
Weesp heeft een financieel risico bij de verbonden partijen Regio Gooi & Vechtstreek, Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek, Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek en Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen. In de onderstaande tabel staat staan de weerstandsniveaus en de benodigde weerstandscapaciteit van de verbonden partijen uit begrotingen 2021 weergegeven. (bedragen x € 1.000) Verbonden Partij
Weerstandsvermogen Beoordeling
Benodigde Belang Weesp w eerstandscapaciteit
Regio Gooi & Vechtstreek
1,2
Voldoende
OFGV
0,93
Matig
3,7% 3%
721
Veiligheidsregio Gooi & Vechtstreek
0,97
Matig
7%
1.607
Reg. Historisch Centrum
n.b.
n.b.
13% n.b.
Risico Weesp ratio < 1
1.284
Totaal
1 4 n.b. 5
Voor de verbonden partijen waarbij het ratio weerstandsvermogen lager is dan 1,0 wordt een financieel risico in het benodigde weerstandsvermogen van Weesp opgenomen. 7. VVE beleid In februari 2018 heeft de gemeenteraad het VVE beleid 2019 vastgesteld (Z.153617/D.66572) naar aanleiding van de harmonisatie kinderopvang – peuterspeelzalen. De ouderbijdrage voor de peuteropvang wordt hiermee inkomensafhankelijk. Ouders met een laag inkomen dragen minder bij dan ouders met een hoger inkomen. De gemeente subsidieert het extra dagdeel voor de VVE peuter en de gemeente subsidieert inkomensafhankelijk de reguliere en de VVE peuter. Het subsidiebedrag hangt af van het aantal peuters waar een aanbod voor geboden wordt, het inkomen van de ouder en het aantal peuters dat onder de gemeentelijke subsidie valt. Subsidie aan de aanbieders wordt verstrekt op basis van een voorschot. De afrekening vindt plaats na afloop van het subsidiejaar. Afhankelijk van het aantal deelnemende peuters op de voorschool valt de subsidie hoger of lager uit. 8. Horn 5 Eind 2019 blijkt dat de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek de resultaten van de sanering tot nu toe onvoldoende vindt om het perceel vrij te geven voor woningbouw. Zij adviseert om de sanering nog een periode voort te zetten en te blijven monitoren. De aanvullende monitoring van de sanering heeft gelopen tot eind Q2.
De resultaten hiervan zijn in september besproken met de omgevingsdiensten OFGV en ODNZKG. De omgevingsdiensten hebben besloten dat de beëindiging van de sanering nog niet mogelijk is en nog tot eind 2022 moet doorlopen. Dat betekent dat de voorbereidingsfase voor het verkooptraject van het perceel niet zal starten voor 2022. Begin 2022 zal opnieuw overleg plaatsvinden tussen de gemeente en de omgevingsdienst over de mogelijkheid om de sanering eerder te beëindigen. 9. Nijverheidslaan 9 en 14 In 2021 is Nijverheidslaan 14 verkocht. De verkoopwaarde was hoger dan de boekwaarde
Jaarstukken 2021
76
Het is de verwachting dat nog voor de fusie Nijverheidslaan 9 verkocht wordt aan de zittende huurder. De getaxeerde waarde ligt ruim boven de boekwaarde, waardoor er weinig kans is dat het pand onder de boekwaarde wordt verkocht. 10. Kosten grenscorrectie Het college van Gooise Meren heeft de provincie Noord-Holland verzocht om, op basis van de Wet Arhi, de hoogte van de financiële verrekening tussen de gemeenten Gooise Meren en Weesp als gevolg van de grenscorrectie Bloemendalerpolder vast te stellen. De provincie heeft in 2018 het besluit genomen dat de gemeente Weesp een vergoeding van € 110.000 dient te betalen aan de gemeente Gooise Meren voor het onderdeel ‘Plankosten na het aangaan van de SUOK’. De gemeente Weesp heeft de vergoeding als gevolg van het provinciebesluit overgemaakt naar Gooise Meren. Met Gooise Meren is eind 2018 overleg geweest over de afwikkeling van de bijdrage van de ontwikkelaars voor externe kosten voor opstellen bestemmingsplannen en MER, daarbij is een akkoord bereikt dat Gooise Meren inmiddels ook bestuurlijk heeft bekrachtigd. De gemeente Gooise Meren heeft daarnaast wel bezwaar aangetekend tegen het besluit van de provincie en nog recht te hebben op een verrekening van interne kosten ter hoogte van € 247.000. De beide gemeentes en de provincie zijn definitief overeengekomen dat Gooise Meren nog recht heeft op € 170.000.
Dit bedrag is inmiddels overgemaakt. 11. Renterisico De gemeente Weesp trekt langlopende leningen aan om in de eigen financieringsbehoefte te voorzien. De jaarlijkse kosten van de financieringsbehoefte (rentelasten) worden bepaald door de omvang van de bestaande leningenportefeuille, de financieringsbehoefte als gevolg van voorgenomen investeringen en de van toepassing zijnde rentetarieven. Een mogelijk risico is de stijging van het rentepercentage. 12. Datalekken Er is sprake van een datalek als derden, die geen toegang zouden mogen hebben tot bepaalde persoonsgegevens, toch die informatie in handen krijgen. Een datalek kan optreden als de servers van een bedrijf worden gehackt en gevoelige informatie wordt gestolen, maar ook als een medewerker een smartphone, laptop of usb-stick met gevoelige informatie verliest. Zelfs een geprinte lijst met klantgegevens die wordt gestolen, geldt als datalek. Een datalek levert naast grote imagoschade ook feitelijke schade op als gevolg van hertstelmaatregelen. Bovendien kan de autoriteit persoonsgegevens forse boetes opleggen in geval een organisatie onvoldoende maatregelen heeft getroffen om het ontstaan van datalekken te voorkomen, dan wel verwijtbaar heeft gehandeld in geval van een feitelijk datalek. Het risico op het gebied van datalekken is uitgesplitst in twee categorieën.
Categorie 1-overtredingen Wanneer een verwerkingsverantwoordelijke of verwerker een overtreding begaat van de meer fundamentele verplichtingen uit de AVG dan kan deze worden bestraft met een boete van de hoogste categorie. Te denken valt aan schending van rechten van een betrokkene, zoals het recht van inzage, het recht op gegevenswisseling en het recht op dataportabiliteit. Ook overtreding van de volgende punten valt onder deze categorie: Basisbeginselen van gegevensverwerking, waaronder de voorwaarden voor toestemming; Doorgiften van persoonsgegevens aan een derde land (buiten de Europese Economische Ruimte) en internationale organisaties; Verplichtingen die volgen uit nationale wetgeving, zoals ten aanzien van de vrijheid van meningsuiting en verwerking van persoonsgegevens in het arbeidsrecht; Niet-naleving van een bevel van de toezichthouder of een tijdelijke of definitieve verwerkingsbeperking of opschorting. Overtredingen van de eerste categorie kunnen worden bestraft met een geldboete van maximaal € 20 miljoen of 4% van de gemeentelijke omzet. Categorie 2-overtredingen De meeste andere overtredingen kunnen worden bestraft met een boete van het ‘lagere’ tarief. Dit geldt onder andere voor het niet voldoen aan de onderstaande onderwerpen die volgen uit de AVG: Jaarstukken 2021
77
Toestemming van een kind voor diensten van de informatiemaatschappij; Privacy by design and default; Aanstelling van de privacy officer/functionaris gegevensbescherming; Melden van datalekken aan de AP en de betrokkene; Privacy Impact Assessment; Beveiligingsmaatregelen.
Voor categorie 2-overtredingen is dit maximaal € 10 miljoen of 2% van de gemeentelijke omzet. In het kader van Covid 19 wordt er veel thuis gewerkt. Hierdoor is het risico op datalekken groter dan indien men op kantoor werkt omdat de beveiliging van de thuiswerkplek niet altijd optimaal is. Tevens is het onmogelijk om in deze situatie controles uit te voeren waardoor een datalek mogelijk later dan wenselijk wordt opgemerkt. Een ander risico is de overdracht van taken en gegevens naar Amsterdam. Bij elk integratieproces van data en systemen moet daarom scherp worden toegezien op het voorkomen van datalekken. Een ander risico vormt de instabiliteit van de Weesper ICT. Hoewel er hard wordt gewerkt aan overdracht van data naar Amsterdam en het uitfaseren van verouderde apparatuur blijft de Weesper infrastructuur zeer kwetsbaar. Totdat de Weesper applicaties en data zijn overgedragen aan Amsterdam wordt extra inzet geleverd om de infrastructuur waar mogelijk stabiel te houden. Een laatste risico is het gebruik van dataopslagmiddelen zoals Google-analytics, Dropbox, Apple icloud en bijvoorbeeld. Microsoft-software hetgeen allemaal Amerikaanse producten zijn die vallen onder de patriot-act en waardoor wij geen grip hebben op het gebruik van de in deze systemen aanwezige gegevens. Ook bij leveranciers die cloud c.q.
SAAS-oplossingen bieden is niet altijd duidelijk waar de date en gegevensverwerking plaatsvindt. 13. Overige risico’s/onzekerheid Het is niet realistisch om te veronderstellen dat 100% van de risico’s in beeld gebracht kunnen worden. Echter door het uitvoeren van een risico-inventarisatie is getracht een zo compleet mogelijk beeld te verkrijgen. Om tegemoet te komen aan de onzekerheid is rekening gehouden met een factor 1,25. Met andere woorden: voor het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit wordt uitgegaan van de geïnventariseerde risico’s vermenigvuldigd met een factor 1,25. Hierna wordt een samenvatting van de geïnventariseerde risico’s weergegeven. De genoemde risico’s hebben zich niet voorgedaan. (Bedragen x € 1.000) Nr. Onderwerp 1 Gewaarborgde geldleningen 2 Achtervangpositie 3 Open einderegelingen: Sociaal domein Leerlingenvervoer Hulpmiddelen 4 WiKro leiding 5 Natuurwetgeving 6 Verbonden partijen 7 VVE beleid 8 Horn 5 9 Nijverheidslaan 10 Kosten Grenscorrectie 11 Renterisico 12a Datalekken - Categorie 1 12b Datalekken - Categorie 2
Kans Zeer laag Zeer laag
Bedrag Rekenpercentage Risicobedrag 1.400 5,00% 70 1.433 5,00% 72 0 Hoog 1.765 62,50% 1.103 Gemiddeld 413 37,50% 155 Hoog 30 62,50% 19 Gemiddeld 1.000 37,50% 375 Hoog 80 62,50% 50 Gemiddeld 185 37,50% 69 Hoog 100 62,50% 63 Zeer laag 280 5,00% 14 PM 0 Hoog 247 62,50% 154 Laag 50 12,50% 6 Zeer laag 2.160 5,00% 108 Zeer laag 108 5,00% 5 9.251
13 Onzekerheid (factor 1,25) Totaal benodigd weerstandsvermogen
Jaarstukken 2021
2.263 566 2.829
78
Financiële kengetallen Financiële kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. Vanaf de jaarrekening 2015 worden kengetallen opgenomen voor: de netto schuldquote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, de solvabiliteitsratio, de grondexploitatie, de structurele exploitatieruimte en de belastingcapaciteit. De kengetallen maken het voor de raad gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente. Ze geven inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid en vooral het verloop ten opzichte van voorgaande jaren. De kengetallen vormen een verbinding tussen de verschillende aspecten die de raad in zijn beoordeling van de financiële positie moet betrekken om daar een oordeel over te kunnen geven en leveren daarmee ook een bijdrage aan de kaderstellende en controlerende rol. Hierna worden de kengetallen conform het BBV weergegeven en toegelicht. Tabel kengetallen Kengetallen: netto schuldquote
Categorie A
Categorie B
Categorie C
<90% <90% >50%
90-130% >130% 90-130% >130% 20-50% <20%
Verloop van de kengetallen BG 2021 JR 2020 JR 2021 116%
71%
62%
114%
68%
60%
11%
22%
26%
grondexploitatie
0%
1%
1%
structurele exploitatieruimte
1%
0%
0%
102%
102%
98%
nettoschuldquote gecorr. voor alle verstrekte geldleningen solvabiliteitsratio
belastingcapaciteit
<95%
95-105% >105%
Netto schuldquote Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Als de netto schuldquote de 100% passeert, springt het licht op oranje, boven de 130% op rood. De gemeente Weesp zit met 62% in de groene zone. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal.
Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20% of lager. Voor Weesp is de solvabiliteitsratio met 26% per eind 2021 verbeterd ten opzichte van 2020 maar nog steeds in de oranje zone. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting en uitgedrukt in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe wendbaar een gemeente is. Als de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is een gemeente in staat om (structurele) tegenvallers op te vangen. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en Jaarstukken 2021
79
lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten en uit te drukken in een percentage. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft de potentiële ruimte aan die een gemeente heeft om haar structurele baten te verhogen om stijgende structurele lasten op te vangen. De onroerendzaakbelasting, de rioolheffing en de reinigingsheffing bepalen hoe hoog de woonlasten per gemeente zijn. Het Coelo publiceert ieder jaar deze lasten in de Atlas van de lokale lasten. Woonlasten van een meerpersoonshuishouden in jaar t worden vergeleken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 en uitgedrukt in een percentage daarvan. Weesp ligt met 98% net onder het landelijk gemiddelde.
Jaarstukken 2021
80
C Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De openbare ruimte van Weesp bevat een aantal kapitaalgoederen die als volgt zijn gerubriceerd: Infrastructuur (wegen, openbare verlichting en verkeerslichten); Water (civiele kunstwerken, bruggen, remmingwerken, wal- en kademuren, beschoeiingen); Riolering (rioolleidingen, putten, pompen, gemalen en bergbezinkkelders); Groen (woon- en leefomgeving); Gemeentelijke gebouwen; Schoolgebouwen. Omdat uitstel van onderhoud pas op langere termijn tot zichtbare problemen leidt, is het voor de financiële positie van de gemeente van wezenlijk belang om beleidskaders voor de staat van de kapitaalgoederen vast te stellen en regelmatig te monitoren.
Infrastructuur Beleidskader De gemeente Weesp heeft onder andere verharding, openbare verlichting en verkeerslichteninstallaties in beheer en onderhoud. Het is een zorgplicht van de gemeente om deze infrastructuur met toebehoren goed en verantwoord te beheren (Wegenwet, artikel 16). Volgens het Burgerlijk Wetboek kan een beheerder aansprakelijk worden gesteld voor de schade die iemand lijdt als gevolg van gebreken aan de weg of openbare verlichting. In Nederland gelden geen wettelijke voorschriften voor het plaatsen, onderhouden en exploiteren van openbare verlichting. De gemeente Weesp hanteert de richtlijnen en aanbevelingen van de Praktijkrichtlijn voor openbare verlichting (NPR13201-1). Bovendien wordt getracht om te voldoen aan het Politiekeurmerk Veilig Wonen. Beheerplan Beheer kan worden gedefinieerd als “de zorg voor het blijvend voldoen van de openbare ruimte aan de wettelijke kaders, eisen en richtlijnen, en aan de beleidskaders van de beheerder”. De ambtelijke beheertaken zijn per 2020 ondergebracht in de Amsterdamse assetmanagementsystematiek voor de openbare ruimte. Deze systematiek is benoemd en besloten in Organisatieplan SWOR van mei 2018. De gemeente Weesp heeft ongeveer 1,1 miljoen vierkante meter verhardingen in beheer. Dit zijn wegen, straten, pleinen en fiets- en voetpaden, maar ook markeringen en straatkolken.
Om de ontwikkeling van de kwaliteit van de verharding goed te kunnen volgen worden de wegen tweejaarlijks globaal geïnspecteerd. Op basis van de inspectiegegevens wordt de werkvoorraad bepaald en onderhoudsprojecten gedefinieerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de landelijke erkende en toegepaste CROW-systematiek. Na afstemming op integraliteit, leidt dit tot een geactualiseerd beheerplan, dat binnen de AM-systematiek neerkomt op een instandhoudingsplan met een doorkijk van vijf jaar. In het Beleidsplan Openbare Verlichting zijn meerjareninvesteringsplannen voor groot onderhoud en vervanging van openbare verlichting opgenomen. Dit resulteert in theoretische gemiddelde bedragen per jaar over de gehele levensduur en areaal. De objectgegevens van de lichtmasten van Weesp zijn vier jaar lang niet bijgewerkt. Op dit moment is alleen inzicht in het areaal van lichtmasten zoals het bestand in 2016 was. Dit betekent dat een inventarisatie en actualisatie van de objectgegevens nodig is. Uit een inspectie van alle verkeersregelinstallaties in de gemeente Weesp is gebleken dat een deel van de verkeersregelinstallaties op korte termijn compleet technisch vervangen dient te worden vanwege juridische onjuistheden, de leeftijd van de verkeersregelautomaten en de onderhoudstoestand van de verkeersregelinstallaties.
Beleidsnota’s Infrastructuur: Beleidsplan openbare verlichting (2018) Gladheidbestrijdingsplan (2020) Categoriseringsplan (2000) Beheerplan wegen (2018-2022) Jaarstukken 2021
81
-
Beleidsplan openbare verlichting (2018)
Uitvoering meerjarenonderhoudsprogramma Civiele constructies en Verhardingen Tijdens de in het voorjaar 2021 uitgevoerde toestandsinspectie op de civiele objecten is geconstateerd dat er fors achterstallig onderhoud is. De komende jaren moet worden geïnvesteerd om de objecten op niveau te krijgen. Voor de komende 5 jaren is er gemiddeld € 2,4 miljoen/jaar nodig aan (dagelijks) onderhoud en vervangingen. Dit is hoger dan uit het in 2018 door de gemeenteraad vastgestelde meerjarenonderhoudprogramma. Dit betekent dat er meer geïnvesteerd zal moeten worden om de onderhoudsachterstanden weg te werken. Daarnaast wordt eind 2021 gestart met de instandhoudingsanalyse op het gebied van Werktuigbouwkunde en Electrotechniek bij de beweegbare bruggen. Hier kan nog niet voorzien groot onderhoud uit voortkomen. De Voorziening Groot Onderhoud Infra is in 2021 wederom beschikbaar geweest voor dekking van diverse uitgaven aan achterstallig onderhoud. Omdat in de loop van 2021 duidelijker werd wat de omvang is van het achterstallig onderhoud is bovenop de gebudgetteerde dotatie van € 269.000 een aanvullende dotatie gedaan ter hoogte van € 900.000 via de opheffing van de Reserve kapitaallasten Infra. Uiteindelijk is vanuit de voorziening over 2021 in totaal € 717.313 onttrokken ten behoeve van uitgaven op achterstallig onderhoud bij Wegen en Kunstwerken en Oevers.
Het verloop over 2021 ziet er als volgt.
Uitgaven infrastructuur en water t.l.v. VZ GO Beginbalans Dotatie Onttrekkingen: Wegen Onttrekkingen: Kunstwerken en Oevers Onttrekkingen: Subtotaal Eindbalans Voorziening GO INFRA
€ € € € € €
EUR -647.099 -1.286.506 664.731 52.582 717.313 -1.216.292
Openbare Verlichting De automaten van de verkeersregelinstallaties in Weesp worden vervangen door nieuwe automaten en uitgerust met LED-lantaarns, in 2021 zullen er drie van de vijf automaten vervangen worden en in 2022 volgen de overige twee automaten. Apparatuur van de openbare verlichting die nog niet aan vervanging toe is, wordt duurzaam gerenoveerd door energie onvriendelijke onderdelen te vervangen door energievriendelijke LED-oplossingen. Hiermee draagt openbare verlichting bij aan de duurzaamheidsambities van Weesp door het terugdringen van het energieverbruik en reductie van CO2-uitstoot. In het centrumgebied van Weesp waren er circa 250 antieke armaturen nog niet voorzien van een energiezuinige uitvoering. De verwachting is dat deze eind 2021 volledig gerenoveerd zijn. Ook is de verwachting dat eind 2021 in de wijk Aetsveld de armaturen vervangen zijn als gevolg van technische slijtage. In Weesp is eind 2021 75% van de openbare verlichting in LED uitgevoerd. Wegen 1. Op taakveld 2.1 is € 107.000 voor klein onderhoud en jaarlijks terugkerende kosten opgenomen. 2. Op taakveld 2.1 wordt in 2021 € 265.000 toegevoegd aan de voorziening groot onderhoud infra. 3. Voor wegen is in 2021 € 135.000 investeringsruimte (maatschappelijk nut) opgenomen. Verlichting 1.
Op taakveld 2.1 is € 229.000 voor klein onderhoud en jaarlijks terugkerende kosten (aardgas en elektriciteit) opgenomen. 2. Voor verlichting is in 2021 € 81.000 investeringsruimte (maatschappelijk nut) opgenomen.
Jaarstukken 2021
82
Uitgaven infrastructuur en water t.l.v. Taakveld T2.1 Wegen straten en pleinen Openbare verlichting Gladheidbestrijding Beweegbare bruggen Kunstwerken en Oevers Verkeersbeleid Totaal exploitatie uitgaven
€ € € € € € €
EUR 165.116 156.846 37.731 960 174.101 37.920 572.674
Water Beleidskader Weesp is een waterrijk gebied en heeft als gevolg daarvan veel waterbouwkundige kunstwerken (bruggen, sluis, steigers, vlonders en duikers). De meest kostbare zijn de vijf beweegbare bruggen met bijbehorende remmingswerken en de sluis. Voor het beheer van de kunstwerken zijn de wettelijke regelingen Wegenwet, Burgerlijk Wetboek, Bouwbesluit, Waterwet, NEN-Normen en richtlijnen en de Monumentenwet van belang. Naast de bruggen heeft Weesp ruim 17 km “harde waterkering” bestaande uit wal- en kademuren en beschoeiingen in beheer en onderhoud. Vanuit de gebruiksfuncties van het kunstwerk als onderdeel van een wegverbinding, voorziening in de waterhuishouding, voorziening voor de scheepvaart of verblijfplaats binnen de openbare ruimte, liggen relaties met verschillende andere beleidsterreinen. Baggeren van de (grotere) doorgaande vaarwegen (Vecht en Smal Weesp) wordt uitgevoerd door Waternet, eventuele kosten van afvoer van vervuilde bagger zijn voor de gemeente. De kleinere wateren die niet dienen als doorvaarroutes zijn in beheer bij de gemeente. De gemeente heeft structureel budget in de begroting (verantwoord op programma 7 Volksgezondheid en milieu) voor de kosten van baggeren en afvoer van vervuilde bagger.
Beleidsnota’s Water: Onderhoudsplan beweegbare bruggen (2018-2022) Instandhoudingsinspectie kunstwerken en oeverconstructies (2018) Beheerplan Onder civiele kunstwerken wordt verstaan gemetselde bruggen, stalen bruggen, betonnen bruggen, houten bruggen, duikerbruggen, duikers, beweegbare bruggen, sluizen en sluiskom, visvlonders en trappen, kademuren en beschoeiingen. Op basis van inspectieresultaten is in 2017 een onderhoudsbegroting gemaakt en is een meerjareninvesteringsschema opgesteld. Uitgangspunt is dat het functioneren van het huidige kunstwerkenbestand wordt gegarandeerd. Hierbij wordt een basis onderhoudsniveau toegepast. Daarnaast wordt groot onderhoud verricht aan de elektrische installatie van de Uitkomstbrug en worden drie voetgangers-fietsbruggen vervangen. Tevens worden twee kades vervangen. De betonnen damwand constructie van de kade aan het Buitenveer (ten zuidoosten van de Roskambrug, ongeveer 60 meter lang) en de kadewand aan Binnenveer (naast de Zwaantjesbrug). Tot slot worden bij de Noordersluis op zes locaties damwandschermen tegen uitspoeling (sinkholes) van het maaiveld aangebracht eind 2020/begin 2021.
Financiële consequenties Hieronder staan de financiële middelen die als gevolg van het Onderhoudsplan beweegbare bruggen 2018-2022, de Rapportage instandhoudingsinspectie kunstwerken en oeverconstructies (2018) en de kadernota 2021 in de begroting 2021 staan opgenomen.
Jaarstukken 2021
83
Kunstwerken en oevers 1. Op taakveld 2.1 is € 60.000 voor klein onderhoud en jaarlijks terugkerende kosten opgenomen. 2. Op taakveld 2.1 wordt in 2021 € 4.000 toegevoegd aan de voorziening groot onderhoud Infra. 3. Voor kunstwerken en oevers is in 2021 € 750.000 investeringsruimte (maatschappelijk nut) opgenomen. Beweegbare bruggen 1. Op taakveld 2.1 is € 40.000 voor klein onderhoud en jaarlijks terugkerende kosten opgenomen. 2. Voor beweegbare bruggen is in 2021 € 70.000 investeringsruimte (maatschappelijk nut) opgenomen. De uitnutting ten laste van taakveld T2.1 zijn opgenomen in de tabel op voorgaande pagina. Naast de uitgaven op de exploitatierekening en de Voorziening Groot Onderhoud Infra zijn voor specifieke projecten uitgaven geactiveerd via een geoormerkt en door de Raad toegekend investeringskrediet. Voor infrastructuur gerelateerde projecten zijn onderstaande uitgaven in 2021 geactiveerd. Geactiveerde kosten infrastructuur en water Noordersluis maaiveld Antieke Armaturen Veiligheid oversteken z.179489 Fietsparkeren centrum Openb verl spoorpad z180242 Fietsvoetgangersbruggen z179715 Verkeersregelinstallaties Kademuur Binnenveer Buitenveer Betaald parkeren aanloopkosten Totaal geactiveerd
€ € € € € € € € € €
EUR 83.023 166.936 15.342 79.680 34.804 197.257 275.339 69.498 495.789 1.417.668
Riolering Beleidskader Aanleg en beheer van riolering is een gemeentelijke taak die zijn wettelijke basis vindt in de Wet milieubeheer (artikel 10.33). In de Wet milieubeheer, artikel 4.22, is vastgesteld dat de gemeente verplicht is een Gemeentelijk Rioleringsplan op te stellen. Hierin wordt het beleid geformuleerd om een goed functioneren van het rioolstelsel te garanderen en werkzaamheden ten behoeve van wijzigende (milieu)wetgeving uit te kunnen voeren. Beleidsnota Riolering: - Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2025 Beheerplan Het Gemeentelijk Rioleringsplan bepaalt voor de komende planperiode de normen voor kwaliteit van het milieu en het in stand houden van de riolering. Uitbreiding, vernieuwing, verbetering en onderhoud van het rioolstelsel wordt conform de kaders van het plan uitgevoerd. Financiële consequenties Alle kosten voor onderhoud, vervanging en overige exploitatie (kapitaallasten vanwege investeringen) worden gedekt door de inkomsten van rioolheffing. De lasten en baten met betrekking tot riolering worden verantwoord op taakveld 7.2 Riolering (programma 7). Als er voor riolering een overschot of een tekort is dan wordt dit verevend met de voorziening riolering.
Jaarstukken 2021
84
Groen (woon- en leefomgeving) Beleidskader Onder groen wordt verstaan: openbaar groen (bomen, bosplantsoen, heesters, gazon, hagen en dergelijke), sportvelden, begraafplaatsen en grasbermen. Behalve het groen vallen onder het beheer van de openbare ruimte de volgende zaken: speellocaties, bebording, banken, (slot)palen, hekken, invalidenparkeerplaatsen, afvalbakken, boomkorven, depodogs, rijwielklemmen, straat- en trottoirkolken en dergelijke. De gemeente heeft een zorgplicht ten aanzien van het zorgvuldig beheer en onderhoud van alle aanwezige elementen in de openbare ruimte. Daarnaast heeft Weesp een schouwplicht ten behoeve van de watergangen. Beheerplan In 2001 zijn alle elementen van de openbare ruimte door adviesbureau Cyber geïnspecteerd en heeft er een berekening van de vervangingswaarde plaatsgevonden. Uitgangspunt is dat het functioneren van de huidige openbare ruimte wordt gegarandeerd. Hierbij wordt een basis onderhoudsniveau toegepast dat middels een aantal bestekken is uitbesteed aan derden. Het Beheerkwaliteitsplan is vastgesteld door het college van B&W. Het bomenbestand wordt jaarlijks gecontroleerd volgens een BVO (Boomveiligheidscontrole en onderhoudsinventarisatie).
Het doel van een BVO is om bomen te herkennen die een verminderde vitaliteit hebben en mede daardoor een gevaar kunnen vormen voor de omgeving, het beoordelen van het veiligheidsrisico en het opstellen van beheersmaatregelen. Beleid en afspraken over het onderhoud van kapitaalgoederen van woon- en leefomgeving zijn opgenomen in onderstaande nota’s Beleidsnota’s Groen - Speelruimteplan (2017) - Beheerkwaliteitsplan openbare ruimte (2001) - Groenbeleidsplan Weesp 2019 - Visie Schansen 2015-2030 - Beheer- en ontwikkelplan schansen 2017-2027 - Beheerverordening begraafplaatsen 2011 - Begraafplaatsnota Weesp - Bomenbeleidsplan 2018 Beleidsnota Parkeren: - Nota Parkeermaatregelen Weesp 2019 Financiële consequenties De uitgaven voor het (normale) onderhoud komen ten laste van het budget voor Openbaar groen en wijkbeheer dat in de begroting is opgenomen onder taakveld 5.7 Openbaar groen en recreatie (programma 5).
Gemeentelijke gebouwen Beleidskader De vastgoedportefeuille van de gemeente omvat, naast schoolgebouwen, uiteenlopende objecten van het stadhuis tot de gemeentewerf en van gebouw Eensgezindheid tot fort Ossenmarkt. Van al deze gebouwen behoren met name de sociaal culturele accommodaties tot de parels van het gemeentelijk gebouwenbezit. Samen met het stadhuis zijn dit elementen die bepalend zijn voor de leef-kwaliteit en de ruimtelijke- en culturele identiteit van de stad. De gemeente heeft een belangrijke verplichting naar burgers en gebruikers toe om deze gebouwen en infrastructuur te behouden en veilig te laten functioneren. Beheerplan Aan de uitgaven ligt een jaarlijks vast te stellen plan van uitvoering ten grondslag op basis van het meerjaren onderhoudsplan gemeentelijke gebouwen (2016-2025). Er zal verder worden gekeken naar het verduurzamen van de gemeentelijke panden. Ledverlichting zal daarbij een speerpunt zijn. Tevens zal er worden gekeken naar de mogelijkheden van het plaatsen van zonnepanelen op de panden.
Jaarstukken 2021
85
Financiële consequenties Voor jaarlijkse kosten voor contractonderhoud en klein jaarlijks onderhoud aan gemeentelijke gebouwen is in 2021 € 176.000 beschikbaar.
Schoolgebouwen Beleidskader Naast de hiervoor genoemde gemeentelijke gebouwen is de gemeente wettelijk belast met de zorg voor voldoende en adequate onderwijshuisvesting. Per 1 januari 2015 is de verantwoordelijkheid en het budget voor buitenonderhoud en aanpassingen aan schoolgebouwen in het primair onderwijs overgeheveld van de gemeente naar de schoolbesturen. Schoolbesturen zijn hiermee integraal verantwoordelijk geworden voor het onderhoud van schoolgebouwen. Als gevolg van de overheveling van het buitenonderhoud is de gemeente vanaf 2015 alleen nog verantwoordelijk voor uitbreiding en nieuwbouw van scholen. Daarnaast is de gemeente belast met het uitvoeren van groot onderhoud aan gemeentelijke gymnastiekaccommodaties. Beheerplan Als gevolg van de overheveling van het buitenonderhoud zijn vanaf 2015 zowel de besturen in het primair- als voortgezet onderwijs verantwoordelijk voor het complete onderhoud. Dit betekent dat de besturen zelf verantwoordelijk zijn voor de daarmee samenhangende activiteiten, waaronder het opstellen van meerjarige onderhoudsplannen (MOP). Aangezien een schoolgebouw, op grond van de huidige wetgeving, bij beëindiging van het onderwijsgebruik automatisch terugvalt aan de gemeente is inzicht in de staat van het onderhoud noodzakelijk. De staat van het onderhoud wordt vastgesteld op het moment dat het gebruik eindigt.
De gemeente heeft ervoor gekozen om in 2015 een 0-meting uit te voeren naar het onderhoud van de schoolgebouwen waarmee de staat van de gebouwen adequaat is geregistreerd en aan de hand van de meerjaren onderhoudsprogramma’s van de schoolbesturen gemonitord kan worden. Ten aanzien van de gemeentelijke verantwoordelijkheid inzake voldoende en adequate onderwijshuisvesting werkt de gemeente, in nauwe samenwerking met de schoolbesturen, aan een Integraal Huisvestingsplan (IHP). Via dit plan kan er een integrale afweging plaatsvinden over onderwijshuisvesting in Weesp in de toekomst. Dit is belangrijk aangezien de gemeente in de bestaande stad geconfronteerd wordt met een daling van het aantal leerlingen en een stijging van het aantal leerlingen in de Bloemendalerpolder. Financiële consequenties De gemeente heeft geen formele verplichtingen (meer) ten aanzien van het onderhoud aan schoolgebouwen en daardoor ook geen financiële verplichtingen.
Jaarstukken 2021
86
D Financiering Inleiding In deze paragraaf worden zo duidelijk mogelijk de plannen, feiten en visie over financiering uiteengezet. De Wet Financiering Decentrale Overheden (wet FIDO) schept een duidelijk kader voor de treasuryfunctie en levert een bijdrage aan de kredietwaardigheid van de openbare lichamen en bevordert de transparantie van de treasuryfunctie.
Doelstellingen De financieringsparagraaf heeft als doel inzicht te geven in de algemene interne en externe ontwikkelingen die van belang zijn voor de treasury en de concrete plannen op het gebied van risicobeheer, financieringspositie, leningen- en uitzettingenportefeuille. Met betrekking tot de treasuryfunctie onderscheidt de gemeente Weesp de volgende doelstellingen: Het zorgdragen voor de tijdige beschikbaarheid van de benodigde middelen tegen marktconforme condities; Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de wet FIDO en de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut; Het beschermen van de resultaten tegen ongewenste financiële risico’s.