CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Eindrapportage onderzoek Amsterdamse Familie Scholen 2019-2023

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 17 april 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Uitkomsten van het onderzoek Amsterdamse Familie School in periode 2019-2023 (VN2024-004438)19.997 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Een aantal leerlingen noemt als belangrijke opbrengst ook nog dat zij beter zijn geworden in niet-schoolse vaardigheden. Leerlingen zijn bijvoorbeeld beter geworden in koken, sporten en debatteren. Welbevinden van leerlingen De meeste scholen geven aan dat het welbevinden van de leerlingen goed is: leerlingenenquêtes laten zien dat leerlingen zich veilig voelen op school. De resultaten zijn echter lastig te verbinden aan de specifieke activiteiten in het kader van de Familieschool, maar de professionals verwachten wel dat leerlingen zich dankzij de activiteiten beter gezien en gehoord voelen en dat zowel leerlingen als ouders zich meer welkom voelen op school. Volgens 31

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 professionals helpt het inzetten op talentontwikkeling leerlingen om te groeien in zelfvertrouwen. Ook zorgen de activiteiten er volgens sommige professionals voor dat leerlingen met meer plezier naar school gaan en dat zij gemotiveerder zijn. Wat vinden ouders? Sommige ouders zien dat hun kinderen door de activiteiten meer zelfvertrouwen krijgen en meer durven. Dit komt enerzijds doordat zij nieuwe dingen meemaken, maar ook doordat de familiescholen leerlingen het gevoel geven dat alle culturen en achtergronden er mogen zijn, geven enkele ouders aan. Wat vinden leerlingen? De meeste leerlingen vertellen dat ze zich thuis voelen op hun school. Zij schrijven dit onder andere toe aan prettige leraren en een fijne sfeer in de klas. Sommige leerlingen vertellen dat de AFS-activiteiten bijdragen aan de mate waarin ze zich thuis voelen op school. Volgens hen komt dat doordat ze vanwege deze activiteiten meer leerlingen leren kennen binnen de school, waardoor de school als geheel veiliger voor hen voelt. Ook helpt het dat leerlingen de activiteiten leuk vinden. Leerlingen gaan daardoor met meer plezier naar school. Ook vertellen leerlingen dat de AFS-activiteiten hen helpen met het ontwikkelen van zelfvertrouwen en van sociale vaardigheden.

Leerlingen vinden dat zij door de AFS-activiteiten zijn gegroeid in de volgende vaardigheden: voor jezelf opkomen, samenwerken en discussiëren (respect hebben voor anderen). “Die helpen ons meer kennis te maken, en daardoor leren we elkaar niet te pesten, ons niet uit te sloven, en geen dingen doen die niet leuk zijn. Dus met die activiteiten leer je aardig voor elkaar te zijn, en dat zorgt ervoor dat je je heel erg thuis voelt en heel graag naar school wilt.”

Verbeterde schoolprestaties van leerlingen Een aantal scholen ziet de afgelopen jaren verbeteringen op schoolprestaties, bijvoorbeeld op het gebied van taal, met name woordenschat en leesplezier. Ook hier geldt dat het lastig is om verbeterde schoolprestaties direct te verbinden aan de activiteiten in het kader van de Amsterdamse Familie School. Wat vinden ouders? Sommige ouders zien dat de extra ondersteuning zoals bijles bijdraagt aan de Nederlandse taalvaardigheden van hun kind, zo merken zij bijvoorbeeld dat hun kinderen thuis moeilijke woorden gebruiken die ze op school hebben geleerd. Ook merken sommige ouders dat hun kinderen meer regie hebben over hun eigen leerproces en meer zelfstandig zijn. 32

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023

Wat vinden leerlingen? Volgens leerlingen op vier scholen hebben de AFS-activiteiten hen geholpen bij het verbeteren van schoolse vaardigheden. Leerlingen noemen vooral dat hun woordenschat is vergroot en sommige leerlingen die extra begeleiding op het gebied van rekenen kregen geven aan de rekenlessen nu beter te begrijpen. Verbeterde schoolprestaties worden door leerlingen alleen toegeschreven aan activiteiten die ook specifiek gericht zijn op het verbeteren van taal en rekenen. Hoewel het denkbaar is dat ook andere activiteiten bijdragen aan bijvoorbeeld de uitbreiding van de woordenschat, wordt dit door leerlingen niet genoemd. Socialisatie tussen leerlingen Sommige professionals geven aan dat de activiteiten bijdragen aan socialisatie, bijvoorbeeld doordat er ontmoeting plaatsvindt tussen verschillende leerlingen uit de buurt, en leerlingen via die weg sociale vaardigheden ontwikkelen en kennismaking met verschillende achtergronden en culturen. Wat vinden ouders? Bij een meerderheid van de scholen geven ouders ook aan dat de activiteiten bijdragen aan socialisatie van hun kinderen. Ze vertellen thuis over andere kinderen die zij hebben ontmoet tijdens de activiteiten.

Ouders merken op dat zij hierdoor met kinderen met een andere achtergrond of cultuur in contact komen, mee samenwerken, en soms vrienden worden, terwijl dat zonder de activiteiten waarschijnlijk niet zou zijn gebeurd. Ook hebben de leerlingen door de activiteiten meer kennis gekregen over andere culturen, bijvoorbeeld over vieringen en rituelen. Daarbij merken zij op dat de scholen uitdragen dat iedereen gelijk is. Ouders merken dat hun kinderen hierdoor beter met anderen kunnen omgaan en hier ook meer plezier in hebben. “De grootste winst die ik zie bij mijn kinderen, is dat er door die activiteiten zo veel kans is voor kinderen om te zien dat ze dingen niet alleen hoeven te doen als ze dat niet willen doen, en dat het ook gewoon beter is om dingen samen te doen. Ik bedoel, als we allemaal op onze eigen eilandjes van ras en geloof zouden zitten, en ondertussen een beetje afgeven op de rest, daar wordt niemand beter van. Door al die activiteiten… Natuurlijk, iedereen is zijn eigen persoon en iedereen heeft zijn eigen achtergrond en overtuigingen, maar we doen het allemaal samen, en dat betekent gewoon heel veel.”

33

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 4.3.2 Opbrengsten voor gezinnen Bestrijding armoedeproblematiek in gezinnen Veel scholen zien dat de aanpak gezinnen met armoedeproblematiek helpt. Professionals geven wel aan dat zij armoede niet kunnen voorkomen of oplossen, maar dat zij wel waardevolle opbrengsten zien. Zo helpen scholen gezinnen met het krijgen van basisvoorzieningen als een bed, schoolspullen, kleding en maaltijden. Door bijvoorbeeld elke dag een ontbijt, lunch of fruit te verzorgen aan leerlingen, krijgen leerlingen die voorheen overdag niet konden eten, nu wel vast een gezonde maaltijd, waardoor ze ook beter tot leren komen. Ook zien enkele scholen dat ouders een stap hebben gezet in hun loopbaanoriëntatie. Gedurende de looptijd van de subsidie groeit het bereik van de aanpak van scholen om gezinnen met armoedeproblematiek te helpen, volgens professionals. Ze vertellen bijvoorbeeld dat er komen over de jaren heen steeds meer ouders naar een Familieservicepunt op school toe. Er worden daardoor steeds meer hulpvragen beantwoord. Wat vinden ouders? Bij alle acht scholen is door ouders aangegeven dat de school gezinnen goed helpt bij armoedeproblematiek. Soms is er hulp voor alle ouders, soms alleen voor de ouders die dit nodig hebben.

Ouders geven bijvoorbeeld aan dat zij, of ouders die zij kennen, door/via de school zijn geholpen met het krijgen van maaltijden, fruit, kleding, laptops, taalcursus, bijles, sportlessen en meubels als een bureau of bed voor zichzelf en/of hun kind. Ook is het voor kinderen van ouders die dit niet kunnen betalen, alsnog mogelijk om met kamp, schoolreisje of andere excursies mee te gaan. Ook wordt er rekening gehouden met armoedeproblematiek door gezinnen niet te vragen om bijvoorbeeld zelf een paasbrunch te verzorgen of zelf een surprise te maken, maar in plaats hiervan wordt het door de school geregeld of betaald, zodat er geen leerlingen of ouders zijn die zich buitengesloten voelen. Daarnaast worden ouders geholpen met financiële zaken, zoals het aanvragen van een stadspas of het invullen van belastingpapieren. Ouders vinden het belangrijk dat dit mogelijk is en zijn er positief over dat hun school dit aanbiedt, met name omdat zij merken dat veel ouders zich niet bewust zijn van de mogelijkheden en voorzieningen. “Ik denk dat alles wat ze hier op school doen, eraan bijdraagt dat echt iedereen dezelfde kansen heeft, want je hoort heel vaak van ouders op andere scholen; ik zoek bijles voor mijn kind, of dit, of dat, en dan moeten ze zo zoveel betalen, en dan heb je een andere ouder die dat niet eens kan betalen. En dan zeg ik; oh, mijn kind zit op bijles en het kost mij niks.

Het is toch gewoon fijn dat alle kinderen hier echt mee kunnen doen. Ze kunnen echt met alles meedoen en het ligt niet aan geld. Hier op school kan ik echt zeggen dat geld geen rol speelt. Iedereen is hetzelfde, iedereen wordt hetzelfde behandeld, iedereen heeft dezelfde kansen.”

34

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023

Verschillende ouders geven ook aan dat de scholen helpen bij het verminderen van stress. Dit komt bijvoorbeeld doordat leerlingen na schooltijd nog het naschoolse aanbod volgen, waardoor ouders meer rust hebben. Ook is vermindering van stress een onderwerp op sommige ouderbijeenkomsten. Verbinding tussen de leefwereld thuis en op school De aanpak zorgt voor meer verbinding tussen de leefwereld van leerlingen thuis en de leefwereld op school, geven meerdere scholen aan. Door de inzet op de relatie met ouders zijn ouders bijvoorbeeld beter op de hoogte van wat leerlingen op school leren. Ook zorgen voorzieningen en activiteiten in de school, zoals een kerstdiner waarbij ouders ook welkom zijn of een tandarts in de school waar kinderen met hun ouders naartoe gaan, ook voor meer verbinding tussen beide leefwerelden. Ook dragen excursies waarbij ouders ook mee gaan, bijvoorbeeld naar musea of de bibliotheek, eraan bij dat ouders beter weten wat leerlingen meemaken wanneer zij ook deze excursies doen. Verder zien enkele scholen dat ouders hun kinderen beter kunnen helpen met schoolwerk, en dat ouders de Nederlandse taal beter beheersen.

Een van de professionals legt uit hoe de leefwerelden beter verbonden worden doordat de relatie met ouders verbeterd is: “Ik denk wel dat, door de dingen met ouders binnen de school, het meer één geheel wordt en niet meer los wordt gezien als: ‘kind komt op school en ouder gaat weer weg’, zeg maar. Ik denk wel dat het nu meer een samenwerking is, en dat kan wel echt nog beter, maar ik denk wel dat het een begin is van: ‘we doen het met elkaar’. En dat daardoor die leefwereld tussen school en thuis een minder grote kloof wordt.”

Wat vinden leerlingen? Op alle scholen geven de leerlingen aan dat ze het goed vinden dat ouders meer op school aanwezig zijn. Ze vinden het vooral nuttig omdat ouders op die manier ook iets leren – bijvoorbeeld door het volgen van Nederlandse les op school. Ook vinden leerlingen het goed dat ouders op school aanwezig zijn omdat ouders op die manier iets te doen hebben en omdat ouders kunnen helpen op school. Daarnaast vinden met name leerlingen in het VO het prettig dat ouders nu beter op de hoogte zijn van wat er op school gebeurt. Dit zorgt ervoor dat zij thuis makkelijker kunnen praten over wat zij tijdens schooltijd doen en dat ouders thuis hun kinderen beter kunnen helpen, bijvoorbeeld met huiswerk. Een leerling vertelt bijvoorbeeld over een kookles (Smaak te Pakken) waarbij ouders ook welkom waren:

35

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 “En zij kunnen zelf ook zien wat je doet op school en wat je hebt geleerd met Smaak te Pakken. Want thuis speel je altijd op je PlayStation of zo, en als je ouders dan vragen hoe het is gegaan, zeg je alleen maar ‘goed’. Dan denken ze dat het goed is gegaan, maar dan weten ze niet hoe het echt is gegaan en wat je hebt gedaan. En als de ouders komen met Smaak te Pakken, weten ze veel beter wat je hebt gedaan. Zoals met die kruidnagels, dan weten ze zelf wat een kruidnagel is, en dan kunnen ze aan hun eigen kinderen vragen over weetjes of zo.”

4.3.3 Opbrengsten voor de ouder-school-relatie Sterkere relatie tussen ouders en de school De relatie tussen ouders en de school is dankzij de aanpak verbeterd, geven veel scholen aan. Er is meer ontmoeting tussen ouders en het schoolteam en ouders zijn meer betrokken bij het organiseren van activiteiten. Professionals zagen vanaf het tweede jaar van de Amsterdamse Familie School een verandering binnen het schoolteam in de manier waarop ouders worden benaderd. De aanpak binnen de school droeg er op sommige scholen aan bij dat het schoolteam meer begripvol en verwelkomend richting ouders werd. Wanneer ouders bijvoorbeeld niet naar een oudergesprek kunnen komen, kijken leraren bijvoorbeeld wat er aan de hand is en wat er voor ouders nodig is om wel te komen, in plaats van dat zij reageren vanuit onbegrip. Er wordt bij ouders gepeild wat hun behoeften zijn, maar er wordt ook verkend welke buitenschoolse kennisbronnen er binnen gezinnen aanwezig zijn. Ouders worden dan ook steeds meer als partner gezien. Waar ouders in het verleden hulp vanuit instanties als bedreigend konden ervaren, heeft de verbeterde relatie met ouders er bovendien ook voor gezorgd dat sommige ouders meer open staan voor verwijzing naar instanties. Een van de professionals zegt dit over de verbeterde relatie met ouders: “Ouders zijn eigenlijk ook een soort van partner. Een echte samenwerking met elkaar.

En zo hebben we bijvoorbeeld ook de oudergesprekken ingericht: het eerste oudergesprek is een gesprek waarin de ouders vertellen over het kind, niet waarin de leraar vertelt over het kind. Dat soort dingen, dat is hier nu helemaal, onder andere door de Familieschool, echt aan het veranderen.”

Wat vinden ouders? Ook ouders geven aan dat zij een goede relatie met, en betrokkenheid bij, de school voelen. Voor hen is het echter moeilijk om aan te geven of de relatie sinds/door de Amsterdamse Familie School is versterkt, omdat het voor hen niet altijd duidelijk is op welke moment de relatie is versterkt, en of dat dan als gevolg van de activiteiten is. Een wisseling in schoolleiding of een nieuwe groepsleerkracht speelt namelijk ook een rol hierbij. Hoewel de activiteiten vaak zijn gericht op de relatie tussen de school en ouders, dragen de activiteiten volgens ouders ook bij aan een sterkere band tussen ouders onderling. Door de 36

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 activiteiten ontmoeten ouders elkaar en weten zij welke kinderen bij welke ouders horen. Dit alles draagt bij aan meer sociale cohesie, wat ouders een veilig gevoel geeft. De familiescholen dragen dus bij aan verbinding op verschillende dimensies en tussen verschillende actoren. Groter bereik onder ouders Professionals op alle familiescholen geven in de interviews aan dat het bereik onder ouders is vergroot sinds de AFS-aanpak. Zij bereiken meer gezinnen met hun activiteiten en beantwoorden meer hulpvragen van gezinnen. Ook zien scholen dat steeds meer ouders naar oudergesprekken en andere ouderbijeenkomsten komen. Hierbij speelt volgens veel scholen een zogenoemd ‘sneeuwbaleffect’ een rol: doordat meer ouders vertrouwen krijgen in de school en deelnemen aan activiteiten, stimuleren zij op hun beurt steeds meer ouders om ook vertrouwen te krijgen en deel te nemen aan activiteiten. Een van de professionals vertelt over dit ‘sneeuwbaleffect’: “Je ziet daarin ook wel echt een verschuiving, waar je eerst ouders echt aan de hand moest meenemen, kan je nu wat meer verantwoordelijkheid bij ouders neerleggen, zodat zij ook de olievlek gaan verspreiden. En dat vind ik wel echt een succes die we wel behaald hebben.”

Hoewel veel scholen spreken over een groter bereik onder ouders, is er nog ruimte om dit verder te laten groeien. Op een aantal scholen noemen professionals dat bij sommige activiteiten het bereik onder ouders juist laag was, waardoor enkele activiteiten zijn beëindigd. Het gaat bijvoorbeeld om sportlessen, taalcursussen of koffieochtenden voor ouders. Soms heeft dit een praktische reden, zoals het gebrek aan een goede ruimte op school. Daarnaast noemen professionals stigma/schaamte bij ouders, een taalbarrière tussen school en ouders als oorzaken. Ook gaven professionals aan dat zij met name een vaste groep ouders bereiken en dat andere ouders lastiger te bereiken zijn. Tot slot speelt bij de voortgezet onderwijs-scholen mee dat de afstand (zowel letterlijk als figuurlijk) tussen ouders en school bij hen groter is dan in het primair onderwijs.

37

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023

4.4 Succesfactoren en risicofactoren Verschillende factoren hebben invloed op de implementatie – en daarmee ook op de opbrengsten – van de activiteiten van de familiescholen. Het gaat zowel om factoren in de school, als factoren in de bredere context van de school, zoals de wijk of de samenleving. De factoren die specifiek invloed hebben op duurzaamheid en borging van de aanpak staan beschreven in paragraaf 5. 4.4.1 Succesfactoren Draagvlak creëren De belangrijkste succesfactor is volgens professionals een goede voorbereiding van de aanpak. Het gaat hier allereerst om het creëren van draagvlak onder betrokkenen. Hierbij werkt het bevorderend als de aanpak aansluit bij de bestaande werkwijze en visie van de school, bijvoorbeeld als er in de school al langere tijd werd gewerkt aan kansengelijkheid of armoedebestrijding. In de opstartfase gaven scholen aan dat het prettig was voor leraren dat zij konden meedenken over schoolverandering. Doordat er meer mogelijk is door de subsidie, namen leraren hun rol in schoolvernieuwing ook serieus. Dit had volgens sommige scholen ook een positieve werking op de professionalisering van leraren. De leraren moeten bij een AFS-aanpak meer doen dan les geven en moeten bereid zijn ook buiten de klas bezig te zijn met het tegengaan van kansenongelijkheid op de school. Dit vraagt om draagvlak voor AFS binnen het team en een gedeelde mindset.

In bredere kring vraagt de continuïteit van AFS het maken van goede afspraken op de school en met betrokken partijen: wat wordt er van iedereen verwacht? Bij het creëren van draagvlak hoort ook het verzamelen van input en behoeften. Niet alleen onder leraren, maar bij alle betrokkenen, zo ook ouders, leerlingen en externe partijen, bijvoorbeeld in de vorm van een behoeftepeiling onder ouders aan het begin van het schooljaar. Vervolgens is – op basis van de verzamelde behoeften en informatie – het ontwikkelen van een goede visie en opzet belangrijk voor het succes. Eén van de professionals zegt het volgende over dit proces: “Wat in de initiëring heel belangrijk is, is dat je met elkaar in gesprek gaat, dus al die stakeholders betrekt, ophalen wat de behoefte is, en van daaruit een haalbaar plan gaat maken waarin alle partijen zich herkennen. En dan klein beginnen en dat uitbouwen.”

38

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 Laagdrempelig, zichtbaar en toegankelijk voor ouders Vrijwel alle scholen geven aan dat laagdrempeligheid, zichtbaarheid en toegankelijkheid naar ouders toe een belangrijke succesfactor is. Om laagdrempelig te zijn en ouders te laten weten dat ze welkom zijn in de school, worden ouders bijvoorbeeld actief uitgenodigd om de school binnen te komen, koffie te drinken, met elkaar te sparren, en gezellig bij elkaar te zijn. Om zichtbaar te zijn voor ouders helpt het bijvoorbeeld om een vast aanspreekpunt, zoals een oudercoördinator, in te stellen die fungeert als brug tussen school en ouders, en herhaaldelijk aan ouders bekend te maken dat diegene er is en wat diegene kan betekenen. Voor buitenschoolse activiteiten geven professionals aan dat het belangrijk is om deze laagdrempelig te maken door hier geen kosten voor te rekenen. Om toegankelijk te zijn, waarderen en benutten scholen bijvoorbeeld meertaligheid, bijvoorbeeld door ‘welkom’ in alle talen in de school te tonen, of door ervoor te zorgen dat de ouderbijeenkomsten op elkaar aansluiten in plaats van met veel tijd ertussen, of door ervoor te zorgen dat de ouderkamer op een toegankelijke plek in de school gevestigd is.

Een van de professionals zegt het volgende over hoe zij laagdrempelig, zichtbaar en toegankelijk proberen te zijn voor ouders: “En ik denk wel dat het ook belangrijk is, dat wij willen uitstralen dat wij een solide partner zijn. Dus ouders weten dat wij bereikbaar zijn. De deur van de directiekamer staat altijd open. Gewoon door aan te geven dat iedereen welkom is, en dat zij gewoon binnen kunnen lopen. Probeer gewoon ook aan te geven van: ‘wat er ook is, kom gewoon bij ons langs’.”

In de eerste jaren waren de activiteiten volgens professionals ook toegankelijker voor ouders als zij de mensen die hierbij betrokken waren al kenden. Het hielp bijvoorbeeld als er werd samengewerkt met een bekende organisatie uit de wijk of als de mensen die bij een Familieservicepunt werken al bekend waren. Ook noemen professionals dat het bevorderend werkte als een groep meertalige ouders betrokken was, bijvoorbeeld als ouderraad, zodat andere ouders gemakkelijk met hen kunnen communiceren. Wat vinden ouders? Door ouders van alle scholen, behalve van één VO-school, is aangegeven dat de school laagdrempelig, zichtbaar en toegankelijk is en dit bijdraagt aan een betere relatie met de school. De laagdrempeligheid betekent voor ouders vooral dat de schoolleiding en leraren makkelijk benaderbaar zijn, bijvoorbeeld door elke ochtend bij de deur te staan om ouders en leerlingen te begroeten en aan te spreken. Bij sommige scholen staan ook de intern begeleider of administratieve medewerkers bij de deur, dit wordt door ouders zeer gewaardeerd. Ook helpt het als ouders het gevoel hebben dat ze altijd de school mogen binnenlopen of leraren 39

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 een berichtje mogen sturen, zonder dat ze altijd eerst een afspraak moeten maken. Onder meer voor ouders die beperkt de Nederlandse taal beheersen is het fijn als ze de school kunnen binnenlopen zonder eerst een afspraak te hoeven maken, geven ouders aan. De toegankelijkheid betekent voor ouders dat er bij het organiseren van de tijd en locatie van bijeenkomsten rekening wordt gehouden met (volle) agenda’s van ouders, dat niet alle ouders een auto hebben, en dat niet alle ouders inschrijvingskosten kunnen betalen. Ook vinden ouders de school toegankelijk als iedereen welkom is, ongeacht achtergrond, cultuur of religie. Verder betekent toegankelijkheid ook dat communicatie met ouders in verschillende talen mogelijk is, of dat iemand in het schoolteam ouders kan helpen bij het vertalen van Nederlandstalige berichten. Ook communicatie vanuit de school is voor ouders belangrijk. Regelmatige updates via een nieuwsbrief en ouderapp is belangrijk voor de betrokkenheid van ouders bij hun kind en de school. Ook waarderen ouders het als een externe partij ouders op de hoogte houdt van de ontwikkelingen van hun kind. In de communicatie vinden ouders het belangrijk dat er goed naar hen geluisterd wordt en dat er vertrouwelijk wordt omgegaan met informatie.

Hoewel sommige ouders toegankelijkheid als succesfactor hebben ervaren, noemen sommige ouders juist voorbeelden van manieren waarop de school of bepaalde activiteiten juist ontoegankelijk zijn, wat een risico is voor de relatie tussen ouders en de school. Als voorbeeld wordt genoemd dat sommige alleenstaande moeders voor jonge kinderen geen opvang kunnen regelen, waardoor ze niet bij ouderbijeenkomsten aanwezig kunnen zijn. Ook noemen ouders van één school dat er door de school niet is geluisterd naar de wensen van ouders toen de school een Familieschool werd, wat ertoe heeft geleid dat zij geen meerwaarde van de Familieschool ervaren als het gaat om de relatie tussen school en ouders. Dit is echter met name in de tweede ronde interviews genoemd, in de laatste ronde interviews is dit niet meer door ouders naar voren gebracht; mogelijk komt dit doordat de activiteiten van de Familieschool verder zijn verstevigd en geborgd in de school. In de tweede ronde focusgroepen is ook door sommige ouders genoemd dat zij kansenongelijkheid ervaren, ook in de school. Ouders hebben bijvoorbeeld het gevoel dat het eindadvies wordt beïnvloed door de opleiding en/of het taalniveau van de ouders.

Ook is enkele keren genoemd door ouders dat kinderen meer kansen hebben wanneer hun ouders de tijd en de kennis hebben om hun kind thuis met schoolwerk te helpen, of om actief de school om hulp te vragen.

40

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 “Dus is er kansengelijkheid voor alle kinderen? Nee. Kijk, er zijn ouders die het niet kunnen betalen en ouders die niet weten waar ze moeten zijn, maar er zijn ook ouders die bezig zijn met andere dingen, die niet zoveel aandacht hebben voor het kind, die hebben zoiets van nou je gaat naar school, daar doe je het en thuis niet bezig zijn met het kind verder ontwikkelen. Dus voor het kind heb je geen kansengelijkheid. Ik vind dat, dat op school zou moeten gebeuren, binnen school, voor iedereen hetzelfde uiteindelijk. Maar dat is niet zo.’’

Projectleiding Meerdere scholen noemen goed leiderschap/een goede projectleiding een belangrijke succesfactor. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om een (project)leider die veel expertise heeft, die verantwoordelijkheden kan beleggen bij de juiste personen, en het proces coördineert, bewaakt en monitort. Ook gaat het om een (project)leider die, eventueel samen met een oudercontactpersoon, toegankelijk en laagdrempelig is voor ouders, zodat diegene ouders met hulpvragen kan verbinden aan de juiste personen in de school. Hierop aansluitend noemen sommige professionals de aanwezigheid van een duidelijk plan of een visiedocument als succesfactor. De projectleider bewaakt de doelen uit dit plan. Op scholen waar een stabiele projectleider bij aanvang al aanwezig waren lukte het ook beter om de AFS-activiteiten relatief snel te implementeren. Scholen waarbij dit nog niet het geval was, of waar in de beginperiode veel wisselingen plaatsvonden hebben hier langer de tijd voor nodig gehad. Samenwerking in een netwerk Wat ook door veel scholen is genoemd als succesfactor, is de samenwerking in een netwerk van andere familiescholen en/of externe partners. Samenwerking tussen familiescholen in dezelfde wijk is onder andere belangrijk om gezamenlijk de gezinnen en hun behoeften in beeld te hebben. Zo hebben scholen niet alleen zicht op de situatie in de eigen school, maar ook in de omgeving.

Ook kunnen scholen onderling kennis delen en van elkaar leren. Een van de professionals zegt het volgende over het belang van samenwerken: “En het mooie is ook dat je weer de verbinding terugziet. Zo krijg je toch dat je je met elkaar verantwoordelijk voelt. Dat je niet alles op een eilandje doet, juist omdat de verbinding zo een belangrijk ding is in een Amsterdamse familieschool.”

Voor de samenwerking met externe partners is het volgens professionals belangrijk om tijd te investeren in het uitzoeken van partners die goed passen bij de school en bij de Amsterdamse Familie School. Soms bleken er innovatieve vormen van samenwerking mogelijk, bijvoorbeeld een uitruil met een muziekschool die gratis gebruik mocht maken van schoolruimtes in ruil voor muzieklessen voor leerlingen. Volgens professionals werkt een school idealiter niet met te veel externe partners en komt het de aanpak ten goede als er sprake is van een nauwe 41

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 samenwerking waarin sprake is van een win-winsituatie. Bijvoorbeeld doordat leraren tijdens een gastles door een samenwerkingspartner hun handen vrij hebben en die tijd op een andere manier nuttig kunnen besteden. Professionalisering van leraren Enkele scholen geven aan dat het professionaliseren van leraren een belangrijke succesfactor is. Uitgangspunt is dat het werken aan kansengelijkheid complex is en om specifieke kennis, vaardigheden en houdingen van het schoolteam vraagt. Leraren zijn de basis, zo geven de professionals aan; zij zijn degenen die communiceren met, en problemen signaleren bij, gezinnen. Een van de professionals legt uit waarom professionalisering nodig is bij het streven naar kansengelijkheid: “Want als je het hebt over de kansengelijkheid, of het vergroten van kansen, dan heb je het ook over; hoe geef je onderwijs vanuit hogere verwachtingen, en hoe kan je het geloof in eigen kunnen van kinderen versterken? Dat zijn termen die nu best wel veel rondgaan, maar het zijn wel hele ingewikkelde processen die daaraan voorafgaan, en wij hebben daar de expertise voor in het team.”

Vroeg beginnen en preventief werken Door enkele scholen is vroeg beginnen en preventief werken genoemd als succesfactor. Dit betreft bijvoorbeeld intensieve samenwerking met de voorschool, idealiter in hetzelfde gebouw. Bij inschrijving voor de voorschool krijgen scholen direct zicht op onder andere het inkomen van ouders, en kunnen zij indien nodig hulp inschakelen of ouders wijzen op bepaalde voorzieningen in de school en/of wijk. Ook kunnen scholen door vroeg samen te werken met de voorschool een doorgaande lijn inzetten, bijvoorbeeld door al vanaf de voorschool traumasensitief te werken. Een ander voordeel is dat al vroeg gewerkt kan worden aan het bevorderen van bepaalde vaardigheden, zoals Nederlandse taalvaardigheden. Gebruik maken van de buitenschoolse kennisbronnen van gezinnen Waar in het beleid van zowel scholen als de gemeente aandacht is voor wat leerlingen en ouders nodig hebben en hoe de familiescholen ondersteuning kunnen bieden, is het belangrijk om daarnaast voldoende aandacht te besteden aan de buitenschoolse kennisbronnen van leerlingen en ouders. Buitenschoolse kennisbronnen zijn de kennis, vaardigheden, ervaringen of personen die in het gezin of gemeenschap van leerlingen aanwezig zijn. Door deze kennisbronnen de herkennen en benutten kunnen scholen de ontwikkeling en welbevinden van leerlingen vergroten.

Enkele familiescholen maken gebruik van buitenschoolse kennisbronnen. Dit doen zij op verschillende manieren. Ouders worden bijvoorbeeld gevraagd om een les te geven over hun 42

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 beroep. Zo heeft een ouder die ingenieur is een les robotica gegeven, en zijn er lessen naaien en koken gegeven. Ook gaan kinderen soms met de klas langs bij het bedrijf van een ouder. Verder komen meertalige ouders voorlezen in een andere taal dan Nederlands en staat er bij ingang van scholen in alle talen ‘welkom’. Het gebeurt ook dat ouders worden gevraagd om in de klas iets te vertellen over de geschiedenis van hun familie, bijvoorbeeld als dit aansluit bij het thema dat er bij wereldoriëntatie wordt behandeld. Tot slot worden ouders gevraagd om mee te helpen bij de organisatie van activiteiten, zoals de bibliotheek, schoolreis of schoolfeesten. Overige Andere succesfactoren die door enkele scholen zijn genoemd, zijn bijvoorbeeld om de leraren zo min mogelijk extra te belasten, door focus aan te brengen in de aanpak en niet te veel tegelijkertijd te willen doen, en dat scholen door de scholensluitingen meer zicht hebben gekregen op de thuissituatie van leerlingen. Ook was het voor scholen waar bepaalde factoren al aanwezig waren, bijvoorbeeld een laagdrempelige sfeer tussen ouders en professionals, makkelijker om de aanpak te implementeren. 4.4.2 Risicofactoren Tekort aan personeel, ruimte en tijd Een risico dat door bijna alle scholen is genoemd, is een tekort aan personeel, ruimte en/of tijd.

Er is bijvoorbeeld te weinig personeel om naschoolse activiteiten aan te bieden, er zijn te weinig fysieke ruimtes om ouders te ontvangen, en externe specialisten zijn vaak voor beperkte tijd inzetbaar. Bij het tekort aan personeel spelen uitval en personele wisselingen ook een rol. Wisselingen in de schoolleiding of het lerarenteam waren in de opstartfase voor sommige scholen belemmerend om de aanpak te implementeren. Maar ook als de aanpak eenmaal liep op een school werkt dit belemmerend voor de continuïteit van de aanpak. Nieuwe collega’s hebben tijd nodig om bekend te raken met de aanpak, en vooral voor leraren is die tijd er niet altijd. Ook leiden wisselingen ertoe dat er niet altijd vaste, vertrouwde gezichten zijn voor ouders en leerlingen, terwijl dat juist belangrijk is voor de familiescholen. Als sleutelfiguren voor de aanpak, zoals een directeur, worden vervangen, kost het veel tijd om opnieuw een vertrouwensband met ouders op te bouwen. Wat vinden ouders? Bij zes scholen is door ouders genoemd dat er te weinig bijeenkomsten voor ouders worden georganiseerd. Mogelijk is dit als gevolg van het tekort aan personeel, ruimte en tijd dat 43

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 professionals noemen, zoals hierboven beschreven. Veel ouders hebben een sterke behoefte aan koffieochtenden, omdat dit een laagdrempelige manier is om andere ouders te ontmoeten. Daarnaast waren de koffieochtenden een gelegenheid waar cursussen en informatie werd gegeven vanuit de school, waar ook meer behoefte aan is bij ouders. Ouders van een middelbare school geven aan dat het enige contactmoment met de school het tien-minutengesprek is, maar dit vinden zij veel te kort. Opmerkelijk is dat veel ouders aangeven dat er een aantal jaren terug, voor de Familieschool en dus ook voor de Covid19-pandemie, wel (meer) koffieochtenden werden georganiseerd door de school. Stigma en schaamte rond armoedeproblematiek Volgens enkele professionals is het belemmerend dat er stigma en schaamte is rond armoedeproblematiek, omdat dit ouders beperkt in het vragen om hulp. Ouders vinden het soms lastig om de school om hulp te vragen, vooral in het begin is een school niet direct een vertrouwde omgeving. Dit speelt in het bijzonder in het voortgezet onderwijs, waar het voor ouders niet altijd bekend is dat zij voor armoedeproblematiek de school om hulp of advies kunnen vragen. Wat vinden ouders? Bij een meerderheid van de scholen is door ouders aangegeven dat schaamte een rol speelt bij het durven te benaderen van de school bij armoedeproblematiek.

Vaak vertellen ouders hierbij niet over zichzelf maar over andere ouders van de school. Het is volgens hen met name belemmerend voor ouders als het duidelijk is voor anderen dat zij voor armoedeproblematiek de school benaderen, bijvoorbeeld doordat een zichtbaar fysiek loket specifiek voor armoedeproblematiek is ingericht.2 Volgens ouders zoeken andere ouders liever hulp buiten de school, of zelfs buiten de wijk. Het beste zou volgens hen zijn als ouders laagdrempelig terecht kunnen bij de school voor vragen, zonder dat voor anderen zichtbaar is waar die vragen over gaan. Door enkele ouders is ook genoemd dat angst en wantrouwen belemmerend werken voor het vragen om hulp. Zij weten van andere ouders dat zij bang zijn voor consequenties als zij de school benaderen. Zij vrezen dat de school instanties zoals Jeugdzorg inschakelen wanneer er problematiek speelt. Een van de ouders beschrijft de volgende oplossing hiervoor:

2

In een apart rapport van de Hogeschool van Amsterdam (later te verschijnen, naar verwachting eind 2023) wordt ingegaan op deze voorzieningen voor ouders. In deze rapportage staat het coachingstraject voor enkele familiescholen centraal met gerichte aandacht voor armoedeproblematiek.

44

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 “Ik denk wel dat de school daar juist een rol in kan spelen, omdat ze dat vertrouwen van ouders hebben. Als een collega van die andere partijen een keer bij de koffieochtend langskomt, en vertelt wat hun werkwijze is. Ik denk wel dat dat helpt. Dan leren zij hen toch kennen, want nu kennen ze alleen de horrorverhalen, dus ik denk wel dat daar wel echt een kans ligt voor de school, om de partijen waar wantrouwen over is, aan zich te binden en uiteindelijk richting de ouders te gaan. Want het zou wel echt heel sneu zijn als er wel echt mensen zijn die geholpen moeten worden, maar die hulp niet krijgen, omdat ze zo angstig zijn. En dit is niet alleen voor deze school, ik denk dat het een landelijk probleem is dat die angst gewoon groot is.”

Moeilijk te bereiken doelgroep Met name in de eerste jaren vertelden professionals dat het lastig voor hen was om ouders te bereiken. De problematiek die speelt bij sommige ouders maakt het voor hen soms lastiger om betrokken te zijn. Ook ervaren professionals dat er een taalbarrière is tussen de school en ouders die nog beperkt Nederlands spreken, en vinden zij het soms lastig om ouders met een jonger kind te bereiken, bijvoorbeeld omdat ouders geen oppasmogelijkheden hadden. De AFSaanpak lijkt hier na verloop van tijd vruchten af te werpen: in de laatste interviewronde geven professionals aan dat het bereik onder ouders is gegroeid door de AFS-aanpak die is gegroeid in de looptijd van het project. Wat vinden ouders? Ook door ouders is meerdere keren genoemd dat het bereik buiten ‘het vaste groepje ouders’ lastig is. Zij zien vaak dezelfde ouders bij bijeenkomsten: het zijn vaak ouders uit de ouderraad of de ouders die regelmatig op school zijn om brood voor de kinderen te smeren. Zij vinden dat bij een Familieschool alle ouders een rol hebben. “De grootste uitdaging die ik zie bij de participatie aan de school, en ik denk dat dit gebeurt bij alles waar vrijwilligerswerk bij komt kijken, is dat je op een gegeven moment een bepaalde groep hebt, die meestal het meeste doet. En de uitdaging is vooral; hoe betrek je de ouders erbij die nog niet meedoen.

Weet je, [activiteit] gingen we flyeren om nog meer ouders mee te krijgen, en wat ik dan heel vaak te horen kreeg is dat, voornamelijk vaders, zeiden van; nee, ik heb het te druk. Terwijl het zo jammer is, en ik weet niet hoe ik dat aan die vaders kan overbrengen, van luister, je krijgt energie van deze avond, ook al moet je de hele dag werken en kom je een halfuur te laat en wil je eigenlijk uitrusten. Om ouders die nog niet zo veel of helemaal niet participeren, om die mee te krijgen, dat is waar de uitdaging ligt.”

Moeilijk te realiseren samenwerkingen Sommige scholen zijn ertegenaan gelopen dat de werkwijze van de externe partij – bijvoorbeeld bij het inzetten van studenten – niet aansluit bij de visie of aanpak van de school. Het kost scholen soms veel tijd om geschikte samenwerkingspartners te vinden. Ook noemen sommige scholen dat het aanbod van samenwerkingspartners op het gebied van cultuureducatie erg klein is in de wijk. 45

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023

De Covid19-pandemie Tot slot was in de eerste jaren de situatie rondom de pandemie en de hectiek in het onderwijs door die situatie voor veel scholen een belemmering. Met name ouderactiviteiten waren ten tijde van de interviews in die periode op veel scholen nog nauwelijks van de grond gekomen: doordat ouders de school niet in mochten waren deze activiteiten lastig te realiseren.

46

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023

4.5 Duurzaamheid en borging 4.5.1 Er is sprake van borging in de school Bij verschillende familiescholen is het gelukt om de activiteiten duurzaam in te zetten en te borgen in de school. Scholen merken dat de aanpak, die een aantal jaren geleden klein is begonnen, steeds verder wordt verstevigd en geborgd. Bij sommige scholen zijn de activiteiten uitgebreid, andere scholen zijn niet meer gaan doen maar hebben juist de bestaande activiteiten verstevigd. Verduurzaming houdt ook in dat er (steeds meer) draagvlak is bij betrokken leraren, ouders en samenwerkingspartners, en dat het bereik onder ouders steeds groter wordt omdat het vertrouwen in de school als het ware als een olievlek wordt verspreid. Aan de start van de Amsterdamse Familie School gaven scholen aan dat de subsidie het mogelijk maakte om veranderingen door te voeren die scholen al langer voor ogen hadden. De wil was er al, maar er was niet altijd de mogelijkheid. Door de financiële middelen worden drempels weggenomen om schoolveranderingen te kunnen doorvoeren. Verschillende succesfactoren dragen bij aan borging in de school. Allereerst helpt het als de aanpak niet afhankelijk is van een persoon in de school, maar dat er meerdere personen verantwoordelijk zijn en/of de verantwoordelijkheden gemakkelijk en snel overgedragen kunnen worden.

Ook als één sterke trekker het project met succes opstart dan is hierna verbreding van het draagvlak wenselijk. Hierbij is het belangrijk dat meerdere mensen, niet alleen in het schoolteam maar ook ouders en partijen, eigenaarschap voelen over (delen van) de aanpak, en dat de inhoudelijke kennis bij meerdere personen in de school aanwezig is. Ten tweede is het belangrijk dat de aanpak is vastgelegd, bijvoorbeeld in de vorm van een draaiboek, zodat bij uitval van enkele personen altijd transparant en overdraagbaar is wat er moet gebeuren. Ten derde helpt het als de Familieschool aanpak geïntegreerd is in de schoolcultuur en het schoolbeleid, en dus ‘alles verbonden is met elkaar’, geven professionals aan. Dit betekent ook dat, als er met externe partners wordt gewerkt, er altijd personen uit de school zijn die op de hoogte zijn van hun werkwijze. Een van de professionals legt uit hoe zij werken aan borging: “Het is niet een apart project, het is deel van een integrale aanpak, waarbij iedereen betrokken is. Kijk, we kopen expertise in, zoals bij robotica, van mensen die er echt verstand van hebben, maar tegelijkertijd laten we ook iemand meelopen van de school, zodat die daar ook kennis van heeft en misschien op een gegeven moment een stuk kan overnemen. Dus borging en duurzaamheid, want het zou zonde zijn als het klaar is als de subsidie stopt.

Juist omdat je mooie slagen hebt gemaakt, wil je het verduurzamen. Nu zijn die vier jaar bijna voorbij, dus zijn we misschien wel wat bewuster ermee bezig, maar het heeft eigenlijk al sinds het begin wel in de lijn gezeten waar we mee bezig waren.”

47

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 Enkele professionals geven echter wel aan dat het belemmerend is voor borging van de aanpak, dat – ten tijde van de interviews – onduidelijk was of en hoe de subsidie voortgezet zou worden. Dit leidt ertoe dat schoolteams elk jaar in onzekerheid moeten verkennen hoeveel geld er beschikbaar is om de Familieschool aanpak voort te zetten. Dit is met name belemmerend voor de continuïteit en het opzetten van een lange-termijnplan, want bij het werken aan kansengelijkheid en armoedebestrijding is juist een structureel plan nodig, zo geven professionals aan. Daarnaast kunnen sommige activiteiten mogelijk niet meer plaatsvinden zonder de subsidie. 4.5.2 Verbeterpunten en plannen eigen school De familiescholen noemen enkele verbeterpunten en concrete plannen voor de nabije toekomst. Kijkend naar de leerlingen, dan wil men meer leerlingen bereiken met de activiteiten door activiteiten voor de onderbouw ook aan de bovenbouw aan te bieden. Kijkend naar de ouders wil men ouderactiviteiten zoals voorlichting vaker laten plaatsvinden. Ook is er het voornemen om de buitenschoolse kennisbronnen van ouders beter in beeld krijgen en benutten. Kijkend naar samenwerkingspartners, geven de scholen aan meer te willen samenwerken met partners uit de wijk. Een deel van de voornemens heeft betrekking op de eigen organisatie.

Het meest genoemd is de wens tot meer samenwerking en kennisdeling tussen scholen voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs uit de omgeving. Ook willen professionals de aanpak breder inzetten binnen de eigen school en verder werken aan borging en verduurzaming in de school Wat vinden leerlingen? Dat leerlingen over het algemeen positief zijn over AFS-activiteiten blijkt wel uit het feit dat veel zij als voornaamste tip geven: organiseer nog meer activiteiten. Daarnaast zouden leerlingen meer inspraak willen hebben in het aanbod op school. Bijvoorbeeld door na afloop van activiteiten met leerlingen te evalueren. Ook vinden leerlingen het jammer dat ze niet altijd invloed hebben op welke activiteiten zij volgen: soms zijn activiteiten erg populair en zijn er maar beperkt plaatsen, soms werden zij zonder overleg overgeplaatst naar een andere activiteit.

4.6 Verschillen tussen familiescholen 4.6.1 Snelheid van implementatie In het eerste jaar van de AFS-aanpak en dit onderzoek, tekende zich een beeld af van twee groepen scholen. Enerzijds zagen we een kopgroep van scholen die voortvarend te werk gingen en waar de AFS-aanpak snel concreet werd; activiteiten kwamen snel van de grond. Anderzijds 48

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 zagen we scholen die om verschillende redenen (bijvoorbeeld personeelswisselingen of het gebrek aan een projectleider) meer moeite hadden om de AFS-aanpak te implementeren; activiteiten kwamen hier pas later van de grond. Na drie schooljaren AFS zien we in de focusgroepen met professionals geen verschillen tussen deze groepen scholen wat betreft de gepercipieerde opbrengsten ‘vergroot welbevinden van leerlingen’, ‘bestrijding van armoedeproblematiek’ en ‘het vergroten van de leefwereld van leerlingen’. Ook zien we geen verschillen in de factoren die professionals noemen als bevorderend of juist belemmerend voor de implementatie van AFS. Wat opvalt is dat professionals van scholen die in eerste instantie wat achterbleven qua implementatiesnelheid tijdens de laatste focusgroepen meer spreken over verbeterde schoolprestaties. Op scholen uit de kopgroep kwam dit minder ter sprake. Bij scholen uit de kopgroep werd in de focusgroepen juist verbinding van leefwerelden vaker genoemd als opbrengst. Op de scholen met een langzamere start werd dit punt juist genoemd als iets dat lastig is om voor elkaar te krijgen. Ook spraken scholen uit de kopgroep vaker over ouderbetrokkenheid en een betere relatie tussen school en ouders als opbrengst van de AFSaanpak.

Verder valt op dat professionals op scholen met een langzamere start in de laatste focusgroepen nog activiteiten noemden die zij in de toekomst nog wilde implementeren. Professionals op scholen met een snellere start noemden dit niet. Het lijkt er dus op dat scholen met een langere startfase nog niet alles wat zij voor ogen hadden hebben geïmplementeerd en bereikt. 4.6.2 Wel of geen familieservicepunt Als we kijken naar scholen met en zonder familieservicepunt, dan zien we geen verschillen in de mate waarin professionals zicht lijken te hebben op armoede onder hun leerlingenpopulatie. Op zowel scholen met als zonder familieservicepunt noemen professionals dezelfde aanwijzingen waaraan ze dit herkennen. Wel lijken professionals op scholen met een familieservicepunt de invloed van armoede op de sociaal-emotionele en de cognitieve ontwikkeling van een kind iets beter onder woorden te kunnen brengen. Het lijkt erop dat er op deze scholen meer kennis is over armoedeproblematiek. Uit de focusgroepen blijkt geen duidelijk verschil tussen scholen met en zonder familieservicepunt in de mate waarin de bestrijding van armoede als opbrengst van AFS gezien wordt. Zowel scholen met als zonder familieservicepunt noemen voorbeelden van hoe hun aanpak bijdraagt aan het verminderen van de gevolgen van armoede. Of dat ook echt zo is, is op basis van de focusgroepen onduidelijk.

Gezien scholen met familieservicepunt waarschijnlijk meer kennis over armoedeproblematiek opbouwden, is het mogelijk dat hier op scholen zonder familieservicepunt minder zicht op is. 49

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 Wat wel opvalt is dat professionals op scholen met een familieservicepunt meer en uitgebreider spreken over de verbeterde relatie tussen ouders en school. Hierbij vertellen zij bijvoorbeeld dat er binnen de school meer begrip is ontstaan voor ouders en dat medewerkers van school laagdrempeliger contact leggen met ouders.

50

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023

5. CONCLUSIE

51

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023

5.1 Conclusie Dit rapport is de eerste externe evaluatie van het AFS-programma, dat startte met een groep van tien scholen, waaronder acht basisscholen en twee scholen voor voortgezet onderwijs. In dit onderzoek, dat startte met negen scholen (één school viel buiten dit onderzoek), konden uiteindelijk gegevens voor het onderzoek worden verzameld voor acht scholen; bij één school konden ondanks vele inspanningen onvoldoende gegevens worden verkregen. 5.1.1 Welke concrete activiteiten zijn gepland door de scholen met betrekking tot de AFSpijler “Leerlingen”; “Ouders” en “Samenwerking”? De aanpak van de Amsterdamse Familie School verschilt per school. De Amsterdamse Familie School is niet één interventie met voor alle scholen vergelijkbare doelen en dezelfde of verwante activiteiten voor de drie pijlers van het project, namelijk de leerlingen, ouders en samenwerkingen met partners in de stad. De projectplannen van de scholen bij de start verschillen in de breedte van hun programma en de specifieke doelen. Van de in totaal 88 activiteiten uit alle projectplannen heeft 36.3 procent betrekking op leerlingen (32 keer genoemd), 44.3 project op de ouders (39 keer genoemd) en 19.3 procent op samenwerking met partners rondom de school (17 keer genoemd).

Het accent ligt in de projectplannen, zo bezien, op het leefmilieu van de school, de verbinding tussen school en thuis en deels de thuissituatie zelf, op enige afstand gevolgd door een schooloverstijgende (‘systemische’) aanpak met partners om de pedagogische basis in die wijk te versterken. Het organiseren van extra activiteiten voor de leerlingen als extra curriculair aanbod loopt als een rode draad door de projectplannen. De activiteiten gericht op kinderen waren het stimuleren van de taalontwikkeling, cognitieve ontwikkeling, algemene ontwikkeling, burgerschap, culturele kennis, sociale vaardigheden en gezondheid. Er ligt, zo bezien, een raakvlak met de Verlengde Schooldag (zie bijvoorbeeld Kennisrotonde, 2018) en de Brede School, waar ook het verbreden van het curriculum centraal stond. Voor de ouders is het vergroten van de ouderbetrokkenheid een herkenbaar thema bij veel scholen. Activiteiten voor ouders waren gericht op het vergroten van de ouderbetrokkenheid bij school, ondersteuning van de taalontwikkeling en/of ondersteuning bij opvoeding en/of financiële zaken. Bij de samenwerking met pedagogische partners geven enkele scholen aan bestaande samenwerkingen te willen versterken, soms gericht op het versterken van het schoolaanbod, soms gericht op het creëren van meer cohesie in de wijk.

Partners die worden genoemd, zijn met name het Ouder- en kindteam (OKT), Stichting Studiezalen en Stichting SEZO (voor NieuwWest) voor maatschappelijke dienstverlening, eventueel aangevuld met diverse andere partijen (gemeente, Ymere, logopedie, bibliotheek, Tropenmuseum, muziekschool, commerciële 52

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 onderwijsadviesdiensten, aanbieders van educatieve programma’s). Deze samenwerking is telkens gericht op het versterken van de pedagogische basis (zie Hoex et al., 2022). 5.1.2 Wat is de beginsituatie op de familiescholen: welbevinden van kinderen en ouders, behoefte aan opvoedingsondersteuning en ouderbetrokkenheid, en samenwerking tussen scholen en andere maatschappelijke partners? De kleine groep leerlingen en de ouders uit het kleine, kwantitatieve deel van de inventarisatiefase geven, gemiddeld genomen, een positief beeld over hun welbevinden, de ouders geven over het algemeen aan dat zij zich sterk voelen in hun rol als opvoeder. Echter, de grootte van de steekproef is beperkt, waardoor geen sterke conclusies kunnen worden getrokken voor de gehele populatie van de familiescholen. Ook is het denkbaar dat een selecte groep heeft deelgenomen (bijvoorbeeld: ouders met een relatief hoge mate van welbevinden). Tegelijkertijd vallen, in de kleine steekproef, belangrijke verschillen op: met veel leerlingen in de klas en hun ouders kan het goed gaan, maar er is ook een aantal leerlingen en thuissituaties met een lagere mate van welbevinden.

Na de inventarisatiefase zijn in de evaluatiefase kwetsbare groepen met een achterstandssituatie een belangrijk thema gebleven in de diverse focusgroepen met scholen, diverse pedagogisch-didactische partners en de ouders en kinderen. 5.1.3 Hoe vindt de uitvoering van het AFS-programma plaats op de familiescholen gericht op leerlingen? Alle scholen hebben zich gericht op talentontwikkeling van leerlingen door een nieuw aanbod te introduceren in aanvulling op het reguliere curriculum (o.a. wetenschap, techniek, drama, dans, robotica, programmeren, muziek, schaken, kickboksen, beeldende vorming, kunst, koken, moestuin, yoga en mindfulness). Het doel van dit aanbod is om de kennis en leefwereld van leerlingen te vergroten, en om hen te helpen ontdekken wat hun talenten en interesses zijn. De frequentie van deze activiteiten varieert sterk (soms dagelijks, soms wekelijks of maandelijks). Enkele scholen hebben ook ingezet op extra lessen voor de basisvaardigheden (rekenen, taal). 5.1.4 Hoe en in hoeverre worden de activiteiten gericht op ouders gerealiseerd? Een meerderheid van de familiescholen heeft wekelijks of maandelijks thematische bijeenkomsten georganiseerd voor de ouders/opvoeders van de leerlingen.

Daarnaast bieden de meeste scholen ouders informatie en ondersteuning bij diverse hulpvragen op pedagogisch of financieel vlak en bij gezondheid, soms met inzet van een externe specialist die op vaste momenten in de school aanwezig is (bijvoorbeeld met een wekelijks inloopspreekuur). Ook toeleiding naar voorzieningen en hulpverlening, onderwijs in de Nederlandse taal en loopbaanbegeleiding zijn op enkele scholen onderdeel van het ouderpakket. Een klein aantal 53

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 scholen heeft in het begin van het project aangegeven een familieloket/servicepunt te willen instellen (de naam wisselt per school), waar ouders onder meer met financiële vragen/problemen terecht kunnen. 5.1.5 Hoe en in hoeverre worden de activiteiten gericht op samenwerking tussen ouders, school en de wijk gerealiseerd en welke veranderingen in de samenwerking zijn zichtbaar na de start van AFS? De familiescholen hebben bij het aanbieden van de activiteiten samengewerkt met diverse instanties uit de wijk/stad (in totaal 35 instanties, waaronder Studiezalen, GGD, Talententent van Dynamo, Rode Loper en Meervaart Theater), die een aanbod verzorgen in taalstimulering, huiswerkbegeleiding, sport, kunst, cultuur, muziek, energie, voeding, gezondheid, religie en ook opvoeding, hulpverlening en onderwijsontwikkeling. Ook is samengewerkt met de voorschool. In de meeste gevallen was er vóór de AFS-subsidie nog geen samenwerking tussen scholen en de betreffende instanties uit de wijk en deze zijn na het nieuwe familieschoolbeleid tot stand gekomen.

5.1.6 Welke veranderingen zien sleutelfiguren bij de leerlingen van de scholen? De familiescholen geven aan dat zij zien dat de aanpak bijdraagt aan het vergroten van de leefwereld van leerlingen en deelname aan nieuwe activiteiten, zowel in als buiten de school, waar ze zonder deze aanpak waarschijnlijk niet mee in aanraking zouden zijn gekomen. De gedachte is dat door de leefwereld van leerlingen te vergroten ook de kansen van leerlingen groter worden. Volgens enkele scholen is ook extra socialisatie van kind en ouders een opbrengst, omdat leerlingen met hun ouders met verschillende achtergronden elkaar meer hebben ontmoet door de familieschool. Zowel de ouders als de kinderen bij de meeste scholen herkennen dat de activiteiten hebben bijgedragen aan het vergroten van de leefwereld. Ouders benoemen dat de leergierigheid van hun kind is gestimuleerd. Een aantal leerlingen noemt als belangrijke opbrengst dat zij nieuwe, niet-schoolse vaardigheden hebben geleerd (bijv. koken, debatteren, een nieuwe sport). Sommige ouders koppelen dit aan de verwachting dat hun kinderen later meer kansen zullen krijgen in hun schoolloopbaan. 5.1.7 Welke veranderingen zijn zichtbaar bij de gezinnen van de scholen? De familiescholen dragen bij aan verbinding op verschillende dimensies en tussen verschillende actoren.

De relatie tussen ouders en de school is dankzij de aanpak verbeterd, geven veel scholen aan, en dit werd zichtbaar vanaf het tweede jaar van de Amsterdamse Familie School. Het schoolteam was meer begripvol en uitnodigend richting ouders en de relatie is meer in 54

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 balans met tweerichtingsverkeer (bijvoorbeeld in het eerste oudergesprek vertellen de ouders – en dus niet de leraar – over het kind). Voor sommige ouders is er, vanuit de verbeterde relatie met ouders, een brug geslagen naar (de verwijzing naar) externe instanties. Gedurende de looptijd van de subsidie groeide het bereik van de aanpak van scholen om gezinnen met armoedeproblematiek te helpen. De betrokken professionals zien waardevolle opbrengsten (o.a. gezinnen zijn geholpen met het krijgen van basisvoorzieningen als een bed, schoolspullen, kleding en maaltijden). Enkele scholen zien dat ouders een stap hebben gezet in hun loopbaanoriëntatie. Het ouderbereik wisselt wel en was soms zeer laag waardoor ouderactiviteiten (sportlessen, taalcursussen, koffieochtenden) zijn beëindigd: niet alles bleek even succesvol. Ook de ouders benadrukken de goede relatie met en betrokkenheid bij de school, al kunnen zij niet aangeven of dit na en door de Amsterdamse Familie School is versterkt. De ouderbetrokkenheid heeft ook geleid tot meer positief contact tussen de ouders. Bij alle acht scholen is door de ouders aangegeven dat de school gezinnen goed helpt bij armoedeproblematiek.

Ouders geven bijvoorbeeld aan dat zij, of ouders die zij kennen, via de school zijn geholpen met het krijgen van maaltijden, fruit, kleding, laptops, taalcursus, bijles, sportlessen en meubels als een bureau of bed voor zichzelf en/of hun kind, facilitering bij kamp, schoolreisje of andere excursies en/of financiële zaken, zoals het aanvragen van een stadspas of het invullen van belastingpapieren. Ouders zijn positief over dit aanbod, omdat veel ouders zich niet bewust zijn van de mogelijkheden en voorzieningen, en omdat het aanbod helpt stress te verminderen. Dit gaat dus over de behoeften van ouders als individuele burgers. De Amsterdamse Familie School-aanpak heeft ook gezorgd voor meer verbinding tussen de leefwereld van leerlingen thuis en de leefwereld op school, aldus meerdere scholen. De leerlingen van elke school laten zich positief uit over de ouderbetrokkenheid en geven aan dat dit goed is voor leerling en ouders. Voor de leerlingen uit het voortgezet onderwijs geldt dat zij merken dat ouders door een uitgebreid mentoraat beter op de hoogte zijn van wat er op school gebeurt, waardoor men makkelijker praat over school en ouders thuis beter kunnen helpen. Overigens, het coachingstraject – geïmplementeerd bij een klein aantal familiescholen – wordt apart geëvalueerd; een publicatie hierover is begin 2024 gepland.

5.1.8 Hoe hangen de veranderingen op school-, kind- en gezinsniveau (zie hierboven) met elkaar samen: welke patronen worden zichtbaar? Na een vaak moeizame opstartfase is gaandeweg een positieve trend zichtbaar geworden in de uitvoering van de familieschool volgens alle betrokkenen. De moeilijke opstartfase is voor alle scholen deels te wijten aan de schoolsluitingen tijdens de coronapandemie, maar komt bij een deel van de school ook rechtstreeks voort uit andere problemen de te maken hebben met de invoering van het AFS-project zelf. Het bereiken van de ouders en de ouderbetrokkenheid zijn 55

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 later, vanaf het tweede jaar, versterkt. Alle scholen willen, na de afgelopen periode van vier schooljaren (december 2019 t/m juli 2023), de AFS-aanpak breder inzetten en borgen in de school. Deze verduurzaming is mogelijk door een breed draagvlak bij betrokken leraren, ouders en samenwerkingspartners. Voor de nabije toekomst noemen de betrokken familiescholen nog wel de wens tot meer samenwerking en kennisdeling tussen scholen voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs en het breder inzetten van de ontwikkelde aanpak. De leerlingen zijn enthousiast over de vele activiteiten, maar gaven aan meer inspraak te willen hebben in het aanbod op hun school. Belangrijke succesfactoren die naar voren komen zijn, kort samengevat, het creëren van draagvlak onder leraren, ouders, leerlingen en externe partijen, toegankelijkheid van de school en activiteiten voor ouders, een vast aanspreekpunt als brug tussen school en ouders, samenwerking met een bekende organisatie uit de wijk en het betrekken van een groep meertalige ouders die makkelijk met andere ouders communiceert.

Verder is belangrijk dat er een goede en stabiele projectleiding is die verbindend werkt en de doelen uit het plan bewaakt, samenwerking in een netwerk van andere familiescholen en/of externe partners (‘Dat je niet alles op een eilandje doet’), gekoppeld aan een zorgvuldige selectie van partners die goed passen bij de school, professionalisering van leraren en teams bij het complexe werken aan kansengelijkheid. Ten slotte is een vroege start vanaf de voorschool genoemd als succesfactor. Ouders noemen als succesfactor onder andere regelmatige updates (via nieuwsbrief en ouderapp) en communicatie waar er goed naar hen geluisterd wordt en er vertrouwelijk wordt omgegaan met gedeelde informatie. Toegankelijkheid en kansen(on)gelijkheid blijven aandachtspunten voor de ouders, die nog ruimte voor verbetering zien (bijv.: leerlingen in sommige gezinnen hebben minder hulp bij huiswerk, participatie van alleenstaande ouders bij activiteiten, twijfel over een gelijke aanpak bij het schooladvies). De risicofactoren die expliciet zijn genoemd, zijn: tekort aan personeel, ruimte en/of tijd en daarnaast wisselingen in schoolleiding en team. Ook de pandemie en schoolsluiting is uiteraard als risicofactor benoemd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14029159/1