CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Eindrapportage onderzoek Amsterdamse Familie Scholen 2019-2023

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 17 april 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Uitkomsten van het onderzoek Amsterdamse Familie School in periode 2019-2023 (VN2024-004438)19.997 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023

Evaluatie van de Amsterdamse Familie School

Annabel Vaessen3, Merel de Wit3, Jodi Mak2, Marleen Kruithof2, Rosanna Schoorl2 & Ruben Fukkink1,2

Universiteit van Amsterdam1 Hogeschool van Amsterdam2 Kohnstamm Instituut3 2023

1

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023

Inhoudsopgave 1. INLEIDING .......................................................................................................................... 4 1.1 Introductie ............................................................................................................................. 5 1.2 Onderzoeksvragen ................................................................................................................ 6 2. METHODE .......................................................................................................................... 8 2.1 Steekproef van deelnemende scholen .................................................................................. 9 2.2 Onderzoeksopzet .................................................................................................................. 9 2.3 Uitgangspunten bij de onderzoeksopzet ............................................................................ 10 2.4 Procedure ............................................................................................................................ 11 2.5 Meetinstrumenten .............................................................................................................. 11 3. RESULTATEN INVENTARISATIEFASE ..................................................................................

14 3.1 Inventarisatiefase: projectplannen ..................................................................................... 15 3.2 Inventarisatiefase: interviews/focusgroepen ..................................................................... 16 3.3 Nieuw aanbod: coachingstraject voor familiescholen ........................................................ 16 3.4 Uitkomsten vragenlijstonderzoek ....................................................................................... 17 4. RESULTATEN EVALUATIEFASE .......................................................................................... 20 4.1 Kenmerken van de populatie .............................................................................................. 21 4.2 Activiteiten van de familiescholen ...................................................................................... 23 4.3 Opbrengsten van de activiteiten ......................................................................................... 29 4.4 Succesfactoren en risicofactoren ........................................................................................ 38 4.5 Duurzaamheid en borging ................................................................................................... 47 4.6 Verschillen tussen familiescholen ....................................................................................... 48 5.

CONCLUSIE ...................................................................................................................... 51 5.1 Conclusie ............................................................................................................................. 52 5.2 Discussie .............................................................................................................................. 58 Referenties.......................................................................................................................... 61

2

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023

Dankwoord We danken de Gemeente Amsterdam als opdrachtgever voor het onderzoek en voor de samenwerking en betrokkenheid bij deze evaluatie. Daarnaast willen we de deelnemende familiescholen bedanken: Al Wafa, Bredero Beroepscollege, De Brink, Dapper, Hervormd Lyceum West, Indische Buurt School, Lukasschool, Oranje Nassau, Het Talent, IJdoornschool en hun leerlingen en de ouders, de betrokken leraren en de andere professionals, zowel binnen als buiten de scholen. In het meerjarige project hebben verschillende mensen een rol gespeeld in het onderzoeksteam. In alfabetische volgorde bedanken we: Kinsa Ben Aissa (UvA), Evelien Boonstoppel (HvA), Anna Custers (HvA), Roeland van Geuns (HvA), Umit Kaynak (HvA), Eke Krijnen (KI), Esmée Lalihatu (UvA), Brechtje de Mooij (UvA), Loes van Rijn-van Gelderen (UvA), Arwen van Stigt (KI), Rosanne Tromp (KI) en Alex Verlinden (UvA).

3

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023

1. INLEIDING

4

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023

1.1 Introductie De gemeente Amsterdam, afdeling Onderwijs, Jeugd en Zorg, investeert met het Beleidskader PIEK-aanpak 2019-2023; Professionaliseren, Innoveren, Excelleren, Kansen bieden in de gelijke kansen van kinderen. In de beleidsteksten bij deze aanpak wordt benadrukt dat verschillen tussen kinderen in de stad groot zijn, en bovendien al op jonge leeftijd zichtbaar. Het gaat bijvoorbeeld om verschillen in de sociaaleconomische status (SES) van het gezin, de opvoeding thuis, en de kans op een goede schoolloopbaan. Ook wordt in de beleidsteksten benadrukt dat armoede van directe invloed is op het welbevinden en de schoolloopbaan van jeugdigen. Dit vormt een belangrijke uitdaging in Amsterdam, waar 30.000 kinderen opgroeien in een gezin met een laag inkomen en waar één op de vier Amsterdammers schulden heeft. De gemeente investeert daarom fors in scholen met een leerlingen- en ouder-populatie die dit het hardst nodig hebben. Deze ambitie sluit aan op wetenschappelijke evidentie, die enerzijds de negatieve invloed van een lagere SES en armoede als risicofactoren onderstreept (zie bijvoorbeeld het Family Stress Model, Conger & Donnellan, 2007) en daarnaast de investering van ouders in hun kinderen als promotieve factor voor het welbevinden en de ontwikkeling van kinderen in de basisschoolperiode (zie bijvoorbeeld het Family Investment Model, Conger & Donnellan, 2007).

Amsterdams onderwijsonderzoek heeft duidelijke verschillen in kaart gebracht voor de leefsituatie en ontwikkeling van jeugdigen in de leeftijd van voorschool en basisschool en het voortgezet onderwijs (zie Werfhorst & van Hest, 2019; Fukkink, van Otterloo, Cohen, van de Wouden, & Zijlstra, 2016). Binnen de bredere PIEK-aanpak richt dit rapport zich op de zogenaamde actielijn III, beter bekend als de Amsterdamse Familie School (hierna ook: AFS). Er zijn drie overkoepelende doelen van de AFS-aanpak, zoals opgesteld door de gemeente Amsterdam: (i) kinderen beter voorbereiden op de toekomst; (ii) de leefwereld en het netwerk van gezinnen vergroten; (iii) het vergroten van de ouderbetrokkenheid en versterken van opvoedvaardigheden. Scholen worden hierbij aangemoedigd om te werken aan het bieden van een brede ontwikkelomgeving waarbij er een koppeling is tussen de school, de thuissituatie en de leefomgeving van de leerling. Het vergroten van kansengelijkheid voor leerlingen doe je niet alleen in de school, zo luidt het credo bij de PIEK-aanpak, maar ook daarbuiten. In de PIEKaanpak spreekt men hier van een schooloverstijgend ‘systeemniveau’. Daarom worden de familiescholen gestimuleerd om intensief samen te werken met zowel ouders/verzorgers1 als maatschappelijke partners binnen, onder andere, de domeinen armoede, jeugd, zorg, sport en

1

In het rapport gebruiken we hierna de term ‘ouder’ om de groep van ouders en eventuele ander verzorgers aan te duiden.

5

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 de wijk (zie Figuur 1). Bovendien leveren familiescholen maatwerk: de activiteiten kunnen worden aangepast aan de behoeften van de leerlingen en hun ouders. Figuur 1: De beoogde driehoeksrelatie bij de Amsterdamse Familie Scholen

De AFS-aanpak is een bottom-up aanpak, waarbij scholen activiteiten ontplooien binnen drie pijlers: de pijler van leerlingen, van ouders en van samenwerking (zie de PIEK-aanpak voor meer achtergrondinformatie over de pijlers). De scholen hebben bij de projectaanvraag (rond september 2019) een lange termijnvisie en aanpak ontwikkeld met betrekking tot het vormgeven van soepele overgangen van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs, het verkleinen van drempels tussen onderwijstypes, het verbinden van binnen- en buitenschools leren, cognitieve versus brede talentontwikkeling, en het stimuleren van ontmoetingen tussen leraren en ouders, ten behoeve van kansengelijkheid voor alle leerlingen. AFS is dus geen vaste interventie met een geprotocolleerde aanpak. De AFS-aanpak is nieuw en de aanpak verschilt niet alleen per school, maar ook binnen elke school per schooljaar. Een bijzondere omstandigheid zijn de lockdowns geweest in de start van het AFS-project. Deze schoolsluitingen zijn van directe invloed geweest op de implementatie van de AFS-plannen op elke school en hebben ook het onderzoek bemoeilijkt.

1.2 Onderzoeksvragen Het doel van het onderzoek is te evalueren in hoeverre de AFS-aanpak uitvoerbaar is en volgens sleutelfiguren binnen het programma de kansengelijkheid bevordert voor leerlingen en ouders in de schoolse periode. Het onderzoek beoogt antwoord te geven op de onderstaande, samenhangende vragen:

6

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 Onderzoeksfase 1 – Inventarisatie De AFS-aanpak is, zoals gezegd, een ‘open’ aanpak, dat wil zeggen dat scholen hun eigen pad binnen een breder, overkoepelend programma met gedeelde doelen volgen. In de eerste fase van het onderzoek is daarom een inventarisatie gemaakt per school. 1. Welke concrete activiteiten zijn gepland door de scholen? a. Welke plannen hebben scholen met betrekking tot de AFS-pijler “Leerlingen”? b. Welke plannen hebben scholen met betrekking tot de AFS-pijler “Ouders”? c. Welke plannen hebben scholen met betrekking tot de AFS-pijler “Samenwerking met de wijk”? 2. Wat is de beginsituatie op de familiescholen op het gebied van: welbevinden van leerlingen en ouders, behoefte aan opvoedingsondersteuning en ouderbetrokkenheid, en samenwerking tussen scholen en andere maatschappelijke partners? Onderzoeksfase 2 – Evaluatie 3. Hoe vindt de uitvoering van het AFS-programma plaats op de familiescholen? a. Hoe en in hoeverre worden de activiteiten gericht op leerlingen (bijv. extra ondersteuning) gerealiseerd? b. Hoe en in hoeverre worden de activiteiten gericht op ouders (bijv. activiteiten om armoede te verminderen) gerealiseerd? c. Hoe en in hoeverre worden de activiteiten gericht op samenwerking tussen ouders, school en de wijk (bijv.

wijkgericht werken en participatie in de buurt) gerealiseerd en welke veranderingen in de samenwerking zijn zichtbaar na de start van AFS? 4. Welke veranderingen zien sleutelfiguren bij de leerlingen van de scholen? (bij welbevinden, schoolprestaties, gedrag in de schoolcontext) 5. Welke veranderingen zijn zichtbaar bij de gezinnen van de scholen? (kwaliteit van leven, betrokkenheid bij school) 6. Hoe hangen de veranderingen op school-, leerling- en gezinsniveau (zie hierboven) met elkaar samen: welke patronen worden zichtbaar?

7

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023

2. METHODE

8

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023

2.1 Steekproef van deelnemende scholen Binnen actielijn III van de Amsterdamse PIEK-aanpak waren tien scholen een familieschool: Al Wafa (St. El-Amal), de Brink (Zonova), Bredero Beroepscollege (VOvA); Dapper (STAIJ), Hervormd Lyceum West (vallend onder de Cedergroep), Indische Buurt School (STAIJ), de Lukasschool (ASKO); en Oranje Nassau (AMOS); het Talent (AMOS) en de IJdoornschool (Innoord). Bredero en Hervormd Lyceum West zijn scholen voor voortgezet onderwijs, de overige zijn scholen voor primair onderwijs. Dit rapport doet verslag van in totaal acht familiescholen. De Brink voerde een eigen evaluatie uit en maakte vanaf de start geen onderdeel uit van dit onderzoek. Eén school bleek moeilijk te bereiken en heeft niet volwaardig meegedaan aan het hier gerapporteerde onderzoek. De leerlingen zijn bij de start van het onderzoek geworven in de groepen 4 t/m 6 van de basisschool, in het tweede jaar 4 t/m 7 en uiteindelijk 5 t/m 8. Deze leerlingen konden naar onze verwachting, bij de start, de vragen uit de vragenlijst en interview beantwoorden. De verbreding naar groepen maakte het mogelijk dat leerlingen, zoals in een cohortstudie, uit meer groepen in beeld kwamen en leerlingen op meerdere momenten hun ervaringen konden delen.

Voor de vo-scholen is gekozen voor leerlingen uit de eerste en tweede klas om zo ook de aansluiting tussen basisschool en voortgezet onderwijs in kaart te brengen. Een vergelijkbare opzet is hier gehanteerd door waar mogelijk te werven in klas 1 t/m 3 in de opvolgende jaren. De ouders zijn geworven bij de leerlingpopulatie zoals beschreven. Bij de ouderinterviews schoven ouders aan op uitnodiging van de school en/of andere ouders, waardoor een diverse groep van ouders in beeld kon komen. In samenspraak met de scholen is gestreefd naar diversiteit, lettend op de leeftijd van de leerlingen, culturele achtergrond en wel/niet betrokken bij formele vormen van ouderinspraak bij de school zoals de oudercommissie. De professionals bestaan uit de leerkrachten/docenten van de betrokken scholen, inclusief directeuren. Elke school is gevraagd partners uit te nodigen met wie zij samenwerken in het kader van de Amsterdamse Familie School. Het ging hier om collega’s met verschillende functies en organisaties (o.a. oudercoach, medewerker van het Ouder- en Kindteam, medewerkers van het Buurtteam, Studiezalen).

2.2 Onderzoeksopzet Het onderzoek kende een meerjarige opzet waar, aansluitend op de drie pijlers van de Amsterdamse Familie School, gegevens zijn verzameld bij sleutelfiguren op de scholen in de schooljaren 2020-’21 t/m 2022-’23, oftewel een looptijd van drie jaar (zie Figuur 2).

9

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 Figuur 2: Schematisch overzicht van het longitudinale AFS-onderzoek

Inventarisatiefase Meting 1 (april-mei)

2020-'21

Evaluatiefase Meting 2 (okt-nov) & 3 (juni)

2021-'22

Evaluatiefase Meting 4 (okt-nov) & 5 (juni)

2022-'23

Het onderzoek was opgedeeld in twee fases: een inventarisatiefase en een evaluatiefase. Inventarisatiefase Uit praktijkonderzoek is bekend dat de ontwikkelfase van interventies een belangrijke rol speelt in het ontwerp van evaluatieonderzoek (van Yperen, Veerman, & Bijl, 2017). Het doel van de eerste fase was om te inventariseren hoe de AFS-aanpak is geïmplementeerd en of er een samenhang is met de gewenste resultaten. Bij de start is daarom in een inventarisatiefase eerst middels interviews/focusgroepen en vragenlijsten in kaart gebracht wat de plannen van de scholen zijn en in hoeverre deze daadwerkelijk in de praktijk zijn gebracht. Op deze manier houdt het onderzoek rekening met een heterogene praktijk met verschillende accenten van de verschillende scholen binnen het brede AFS-programma. Evaluatiefase In de tweede onderzoeksfase is bij leerlingen, ouders, leraren en andere samenwerkende professionals middels focusgroepen in kaart gebracht in hoeverre AFS-componenten zijn geïmplementeerd. Ook is geïnventariseerd in hoeverre samenwerkingsverbanden met professionele partners in de wijk of stad onderdeel zijn van de AFS-aanpak.

2.3 Uitgangspunten bij de onderzoeksopzet De onderstaande uitgangspunten en overwegingen waren leidend bij de onderzoeksopzet: 10

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 •

• •

•

Het onderzoek moet inzicht geven in de beoogde plannen van de familiescholen en in hoeverre de voorgenomen plannen worden uitgevoerd. Het onderzoek moet de diverse betrokkenen (scholen, gemeente, andere maatschappelijke organisaties betrokken bij AFS) inzicht geven in de uitvoering van een nieuw en ambitieus programma, dat zich bovendien nog ontwikkelt tijdens de uitvoering. Het onderzoek is zo opgezet dat alle betrokken partijen tijdens het lopende project werden geïnformeerd. Het perspectief van ouders en leerlingen is belangrijk in dit onderzoek en er is bij elke meting aandacht voor de ervaringen van sleutelfiguren bij de AFS-aanpak. Het onderzoek vraagt om samenwerking. De gemeente werkt, in de allereerste fase ook via kwartiermakers, samen met het onderzoeksteam. Voor een goede uitvoering van het onderzoek is de inzet van de scholen gewenst gericht op een goede logistieke aanpak. Een gecontroleerde, experimentele opzet met (kwantitatieve) herhaalde metingen is niet goed uitvoerbaar in de AFS-context. Ook is het niet uitvoerbaar om vanuit een zgn. doelenboom alle doelen en subdoelen uitputtend en systematisch te evalueren op het niveau van de school, ouder en leerling, omdat dit zou leiden tot een zeer uitgebreid instrumentarium en dus een grote belasting voor alle betrokken deelnemers, met name voor de doelgroep van leerlingen en ouders.

Een jaarlijks terugkerende meting met korte vragenlijsten om zo een cohort van leerlingen en hun ouders te volgen, bleek eveneens logistiek niet uitvoerbaar. In overleg is het onderzoek gecontinueerd met een meer kwalitatieve aanpak, waarin focusgroepen centraal stonden.

2.4 Procedure De onderzoeksopzet is goedgekeurd door de ethiekcommissie van de Faculteit Maatschappijen Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. Aan alle deelnemers is actieve ‘informed consent’ gevraagd middels informatie- en toestemmingsbrieven die beschikbaar waren in het Nederlands, Arabisch, Turks en Engels. De deelnemers aan de focusgroepen kregen een cadeaubon als blijk van waardering voor hun bijdrage aan het onderzoek.

2.5 Meetinstrumenten Focusgroepen In de inventarisatieronde is op elke school een interview/focusgroep gehouden met de schoolleider, betrokken onderwijsprofessionals en eventuele andere samenwerkingspartners van de scholen. Het onderzoeksteam vroeg in de voorbereiding van het gesprek om een brede vertegenwoordiging en bij elk gesprek schoven meerdere professionals aan. Bij elk gesprek is 11

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 gevraagd uitleg en achtergrond te geven bij de AFS-plannen van de school en op basis van welke uitgangspunten de plannen tot stand zijn gekomen. De inhoud van de gesprekken werd gestructureerd door een vaste leidraad waarin vragen waren opgenomen voor elke pijler uit de AFS-aanpak en een algemene evaluatie van het project gerelateerd aan kansen(on)gelijkheid. In elk gesprek konden de deelnemers daarnaast nog eigen thema’s en bijzonderheden inbrengen. In de evaluatiefase zijn op elke school jaarlijks focusgroepen gehouden met leerlingen, ouders, schoolleiders en professionals die betrokken zijn bij de AFS-aanpak. Het doel was om in kaart te brengen hoe zij de AFS-aanpak ervaren. Met de schoolleiders en de andere professionals die betrokken zijn in de AFS-samenwerking waren de focusgroepen met name gericht op het proces van implementatie en de uitvoering van de geplande activiteiten. Voor leerlingen en ouders gingen de focusgroepen in op hun behoeften en de mate waarin AFScomponenten hierop inspelen. Voor de leerlingen was er expliciete aandacht voor talentontwikkeling van de leerlingen in brede zin. Voor ouders was er niet alleen expliciete aandacht voor hun rol als ouder en opvoeder, maar ook voor hun rol als individuele volwassenen met vragen over hun welbevinden, hulpbronnen en participatie.

Vragenlijsten Daarnaast is in de inventarisatiefase een verkennende kwantitatieve meting uitgevoerd met gevalideerde vragenlijsten bij een aantal leerlingen en ouders in de groepen 4 t/m 6 waarin is gevraagd naar het welzijn, de schoolprestaties en de ervaren sociale veiligheid. De steekproef van deelnemers met toestemming (‘informed consent’) was echter klein (N= 64 ouders, N= 60 leerlingen) en geeft geen breed, representatief beeld van alle familiescholen. Bovendien konden enkele scholen (Al Wafa, Bredero en de Dapper) de vragenlijst om uiteenlopende redenen niet uitzetten. Voor de volledigheid geven we hieronder nog een beknopt overzicht van de vragenlijsten. De betrouwbaarheid van de meetinstrumenten voor de leerlingen in het AFSonderzoek was goed tot zeer goed. De betrouwbaarheid (interne consistentie, Cronbach’s α) was goed voor de subschalen van de KIDScreen (fysiek: .82, welbevinden: .69, participatie: .76, vriendschappen/’ peers’: .78; school: .66). De Schoolvragenlijst bleek eveneens betrouwbaar (.80). Ook de betrouwbaarheid van de vragenlijsten voor de ouders in het AFS-onderzoek was over het algemeen (zeer) goed. De betrouwbaarheid (interne consistentie, Cronbach’s α) is goed voor de subschalen van de KIDScreen, die de ouders over hun kind hebben ingevuld (fysiek: .79, welbevinden: .73, participatie:.71, vriendschappen en ’peers’: .77; school: .76).

Ook de betrouwbaarheid van de subschalen van de uit het Engels vertaalde Me As A Parentvragenlijst was in orde (personal agency: .70; self-sufficiency: .83; self-efficacy: .76; selfmanagement: .75). De totaalscore, berekend over deze vier subschalen, bleek ook betrouwbaar 12

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 (.81). De Cantril-ladder, ten slotte, kent maar één vraag en de interne consistentie kan daarom hier niet worden bepaald. Kinderen KIDScreen

Domein Welbevinden van het kind:

(Robitail et al., 2007; RavensSieverer et al., 2007) Schoolvragenlijst

Schoolwelbevinden

Scores liggen tussen 1 en 5 Welbevinden op school

(SVL, Smits & Voort, 1982) Cantril-Ladder

Satisfactie

Scores liggen tussen 1 en 3 Tevredenheid met leven in algemeen

(Cantril, 1965) Ouders ‘Me as a Parent’-vragenlijst (Hamilton et al., 2014) Relatie Familie School (REFAS, Fukkink et al., 2021)

Cantril-Ladder (Cantril, 1965)

Scores liggen tussen 1 en 10 Zelfregulatie van ouders in hun rol als opvoeder Vragen m.b.t. didactisch partnerschap, onderwijsondersteunend gedrag, contact met school, school-buurtfunctie Satisfactie

Psychological Inventory of Financial Scarcity (PIFS; Van Dijk, Van der Werf & Van Dillen, 2019).

Financiële stress

Overige

o.a. demografische kenmerken

13

Toelichting Fysiek welbevinden, algemeen-psychologisch welbevinden, schoolwelbevinden, sociale relaties

Zelfperceptie van ouder over opvoeding: Scores liggen tussen 1 en 5 Bv.: In mijn gezin steunen we ons kind bij het leren; Mijn contact met de school is goed; De school kan veel praktische zaken regelen voor mij (zoals stadspas, sportpas, laptop, formulieren). Scores liggen tussen 1 en 5 Tevredenheid met leven Scores liggen tussen 1 en 10 Geldgebrek, controlegebrek, geldzorgen en kortetermijn denken. Scores liggen tussen 1 en 5 Gezinssituatie, dagbesteding

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023

3. RESULTATEN INVENTARISATIEFASE

14

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023

3.1 Inventarisatiefase: projectplannen Tabel 1 geeft een overzicht van een inventarisatie vanuit de gemeente op basis van de projectplannen van de 10 familiescholen. De matrix laat zien dat de AFS-aanpak niet één interventie is met voor alle scholen gezamenlijk gedefinieerde doelen en activiteiten voor elk van de drie pijlers van het project: leerlingen, ouders en samenwerkingsverbanden met partners in de wijk/stad De projectaanvragen van de scholen verschillen in de breedte van hun programma en, samenhangend daarmee, in de geformuleerde aandachtspunten (zie de onderste rij van de tabel). Alle scholen noemen ‘extra activiteiten’ voor leerlingen in hun projectplan. Tabel 1: Overzicht activiteiten van de 10 AFS-scholen (bron: Gemeente Amsterdam)

V

V

V

V

V

4

V

5

V V

6

V

V

7

V

V

8

V

V

9 10 Aantal activiteit en per thema

6

V

V

V

V V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

14

V

V

9

V V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

2

10

8

5

5

7

6

4

7

3

4

V

9

V

13 V

V

4

10

V

V

V

4

4

11

V

11

V

5

V

9

V

11

8

1

Bij de andere onderdelen is er sprake van variatie: hun aantal varieert van 1 tot en met 8. Ouderbetrokkenheid is een populair thema, net als het versterken van bestaande samenwerkingen. Er is ook variatie in de breedte van het programma (zie de laatste kolom van de tabel). Het aantal activiteiten varieert van 5 tot 14.

15

Aantal activiteiten per school

V

V

V

Nieuwe aangaan

V

V V

Huidig versterken

V

V

V V

Armoede

V

V

Welzijn

V

Thuissituatie

V V V

V

Hulp/ondersteuning V

Activiteiten

V

Hulpverlening

V

3

V

Met buurt

2

V

Samenwerkingen

Stage/werk

V

Betrokkenheid

V

Gezondheid

School 1

Ouders Extra ondersteuning

Welbevinden

Extra activiteiten

Werkhouding

Extra lestijd

Leerlingen

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023

3.2 Inventarisatiefase: interviews/focusgroepen De eerste interviews/focusgroepen op de scholen lieten zien dat de diversiteit in geplande activiteiten zeer divers is. In totaal werden er 38 verschillende typen activiteiten genoemd die scholen willen (gaan) uitvoeren. De genoemde activiteiten hadden grotendeels betrekking op de leerling (28), een krappe helft (ook) op de ouder (16) en zeven activiteiten vielen binnen de pijler van samenwerking; sommige activiteiten vielen onder meerdere pijlers tegelijk en de aantallen tellen daarom niet op tot 38. De ouderactiviteiten kwamen vaker voor bij een basisschool. De doelen en inhoud van de activiteiten waren divers. De genoemde activiteiten binnen de leerling-pijler waren gericht op het stimuleren van de taalontwikkeling, hun cognitieve ontwikkeling, hun gezondheid, hun algemene ontwikkeling, inclusief sociale vaardigheden, burgerschap en culturele kennis. Activiteiten binnen de ouder-pijler hadden als doel ouders ondersteuning bij opvoeding en/of financiële zaken te bieden, sommige activiteiten waren gericht op het stimuleren van ouderbetrokkenheid bij school en sommige activiteiten zijn specifiek gericht op ouderbetrokkenheid bij de taalontwikkeling van de leerlingen. Ten slotte waren er activiteiten gericht op het versterken van de gehele school of het creëren van meer samenhang in de wijk.

De lijst van partners waar scholen mee samen (willen gaan) werken is divers: van de gemeente tot woningcorporatie Ymere, van logopedie tot het Tropenmuseum, van de muziekschool tot commerciële onderwijsadviesdiensten, van de bibliotheek tot aanbieders van diverse leerprojecten, zoals ‘Discussiëren kun je leren’. Meerdere scholen noemden als partner het Ouder-Kind Team, Stichting Studiezalen en een wijkgerichte organisatie voor maatschappelijke dienstverlening (zoals Stichting SEZO in Nieuw-West). Overigens, ten tijde van de eerste interviewronde bij de inventarisatie verkeerde de samenwerking vaak nog in een opstartfase. Van de voorgenomen activiteiten besproken in de interviews was het merendeel nog niet opgestart, tijdelijk gestopt of vertraagd, of in voorbereiding. Als redenen waarom activiteiten nog niet opgestart waren, noemden respondenten vaak de situatie rondom de coronapandemie en de hectiek in het onderwijs door die situatie. Met name ouderactiviteiten waren ten tijde van de interviews op veel scholen nog nauwelijks van de grond gekomen, doordat ouders toen de school niet in mochten.

3.3 Nieuw aanbod: coachingstraject voor familiescholen Uit de inventarisatie in de eerste maanden van 2021 kwam naar voren dat vier scholen zich bezig wilden houden met het bestrijden van armoede en schulden, om zo de kansenongelijkheid van leerlingen op hun school te bevorderen. Het gaat om de basisscholen Al Wafa, de IJdoornschool, Oranje-Nassau en de Dapper. Deze scholen wilden dit doen door onder 16

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 meer het instellen van een familieloket/ servicepunt (de naam wisselt per school), waar ouders onder andere met financiële vragen/ problemen terecht kunnen. Het lectoraat Armoede Interventies van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) werd gevraagd om deze scholen te ondersteunen bij de ontwikkeling van deze aanpakken in een nieuw samenwerkings- en coachingstraject. Over het coachingstraject wordt apart gerapporteerd.

3.4 Uitkomsten vragenlijstonderzoek Een klein onderdeel van de eerste inventarisatiefase was, zoals gezegd, een ‘nulmeting’ bij een kleine steekproef van leerlingen en hun ouders met korte vragenlijsten. Leerlingen in beeld De kleine steekproef van leerlingen die deelnamen aan het vragenlijstdeel van het onderzoek was, gemiddeld genomen, tevreden over hun fysieke gezondheid, participatie, sociale leven en school. Het algemene welbevinden werd iets lager beoordeeld (zie Figuur 1, Tabel 1). Als we de oordelen van de bescheiden steekproef van ouders hiernaast plaatsen, dan zien we dat het beeld van de ouders over hun kinderen, gemiddeld genomen, aansluit bij het beeld dat de kinderen zelf geven. De ouders zijn gemiddeld net iets positiever over het welbevinden van het kind dan de kinderen zelf (zie Figuur 5, Tabel 2). Figuur 5: Resultaten van de KIDScreen: Leerlingen en hun ouders in beeld (N= 64 ouders, 60 leerlingen) 5 4,5 4 3,5 3 2,5 2 1,5 1 Fysiek

Welbevinden

Participatie Leerlingen

17

Ouders

Sociaal

School

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 Het schoolwelbevinden, zoals gemeten met de Schoolvragenlijst, is gemiddeld 2.52 op een schaal van 1 tot en met 3 (SD = 0.46; min-max: 1-3). De leerlingen geven hun leven, gemeten met de zgn. Cantrill-ladder, een 8.41 op een schaal van 1 tot en met 10 (SD = 2.03; min-max: 110). Deze score is volgens de normering van dit instrument positief (in het Engels wel aangeduid met ‘blooming-thriving’); scores tussen 1-3 zijn zorgwekkend (‘suffering’), scores tussen 4-6 zijn matig (‘struggling’) en scores van 7 en hoger gelden als positief. Tabel 2: Descriptieve gegevens voor de KIDScreen De leerlingen over hun …: Fysieke toestand Welbevinden Participatie Vriendschappen/’peers’ Leven op school

Gem 4,16 3,48 4,07 4,23 4,02

SD 0,75 0,56 0,67 0,87 0,75

Min 2,40 1,86 2,29 1,00 2,50

Max 5,00 5,00 5,00 5,00 5,00

De ouders over … van hun kind Over de fysieke toestand van hun kind Over het welbevinden van hun kind Over de participatie van hun kind Over de vriendschappen/’peers’ van kind Over hun kind op school

Gem 3,75 4,21 4,29 3,95 4,14

SD 0,53 0,44 0,51 0,57 0,61

Min 2,40 2,57 1,67 2,50 2,33

Max 4,60 5,00 5,00 5,00 5,00

Ouders in beeld De deelnemende ouders schetsen een overwegend positief beeld van hun rol als opvoeder. Ze voelen zich, gemiddeld genomen, sterk als opvoeder, kunnen zelfstandig opvoeden en kunnen allerlei zaken rond de opvoeding regelen. Tabel 3: Descriptieve gegevens voor de ‘Me As A Parent’-vragenlijst Ouders over hun rol als ouder Totaalscore Subschalen Personal agency Self-sufficiency Self-efficacy Self-management

Gem 4,26

SD 0,44

Min 3,06

Max 5,00

4,20 4,29 4,28 4,27

0,68 0,52 0,46 0,53

1,25 3,00 3,25 3,00

5,00 5,00 5,00 5,00

Tabel 4 laat zien dat de ouders het leren van hun kind thuis ondersteunen. Er is enige variatie in bedtijd en veel maar niet alle kinderen ontbijten voor school. De andere vragen uit deze tabel gaan over wat de school kan betekenen bij vragen of zorgen in de thuissituatie. De school is 18

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 voor een aantal ouders ingang naar een breder netwerk en/of andere diensten, zoals de antwoorden van enkele ouders laten zien. De school is niet voor alle ouders een plek om over de opvoeding van hun kind te praten, hoewel het contact met de school wel als positief werd beoordeeld; mogelijk heeft men hier geen behoefte aan. De ouders geven, ten slotte, hun leven op een schaal van 1 tot en met 10 gemiddeld een 7,95 (SD = 1,06), variërend van een 5 tot en met een 10. Gemiddeld betekent dit een positieve score met spreiding van een matige score (5) tot de allerhoogste score (10). Tabel 4: Descriptieve gegevens REFAS-vragenlijst Gem 4,33 3,63 4,21

SD 0,70 1,26 0,92

Min 3 1 2

Max 5 5 5

Door de school kom ik in contact met mensen die mij kunnen helpen. De school kan veel praktische zaken regelen voor mij (zoals stadspas, sportpas, laptop, formulieren). Als er iets is, dan kunnen wij hier op school met iemand over praten.

2,93 3,16

1,23 1,32

1 1

5 5

4,21

0,71

3

5

Mijn contact met de school is goed. Op school kan ik met iemand praten over hoe ik mijn kind kan opvoeden. Als er iets is, dan kunnen wij hier op school met iemand over praten.

4,21 2,15

0,90 1,06

1 1

5 4

2,77

1,03

1

5

Als er thuis een probleem is, dan kan ik daarover met iemand van de school praten. Ik praat liever niet met de school over hoe het bij ons thuis gaat.

2,48

0,83

1

4

2,28

0,88

1

5

In mijn gezin helpen we ons kind bij het leren. In ons gezin gaan de kinderen door de week voor 20.30 uur naar bed. Mijn kind ontbijt altijd voor hij/zij naar school gaat.

19

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023

4. RESULTATEN EVALUATIEFASE

20

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023

In dit hoofdstuk beschrijven we de resultaten van het onderzoek naar de ontwikkelingen op de acht Amsterdamse familiescholen op basis van focusgroepen met de leraren en andere professionals in scholen, de ouders en de leerlingen. Telkens wordt het perspectief van de verschillende stakeholders onderscheiden om na te gaan of de ervaringen van verschillende betrokkenen samenvallen of juist uiteenlopen.

4.1 Kenmerken van de populatie 4.1.1 Behoeften van de leerlingen en ouders De scholen hebben een gemengde populatie wat betreft de achtergronden en (onderwijs)behoeften van hun ouders en leerlingen. Met de activiteiten proberen zij als familieschool in te spelen op deze verschillende behoeften. Een van de professionals legt uit hoe zij dit benaderen: “We hebben ouders en leerlingen, onze populatie, met belemmerende factoren, bijvoorbeeld een laag inkomen, dat zijn feiten. En we kunnen bij die feiten, en de consequenties daarbij, zeggen ‘het is wat het is’. Maar je kan het ook op een andere manier benaderen, door te zeggen ‘Dit is een feit, ik heb daar geen invloed op, maar waar heb ik wel invloed op? Hoe kan ik ze helpen? Hoe kan ik ze dan toch dat stapje laten zetten?’ Want het zijn heel pientere kinderen bij ons op school. Maar ze staan gewoon met 2, 3, sommige met 10-0 achter, vanwege de thuissituatie en alle factoren eromheen die daar invloed op hebben. Zoals Marjolein Moorman altijd zegt: door ongelijk te investeren kunnen we ze geen voorsprong, maar wel een gelijke start geven. Gelijke kansen.”

Algemene behoeften Op de familiescholen zijn veel meertalige leerlingen en ouders: zij gebruiken naast Nederlands ook een andere taal (of talen) in hun dagelijks leven. Bij veel van hen is vaak (nog) sprake van beperkte Nederlandse taalvaardigheden, geven de professionals aan in de interviews. Het gaat bijvoorbeeld om gezinnen die gevlucht zijn naar Nederland. Dit leidt er voor ouders oe dat zij moeite hebben met zaken als het aanvragen van verzekeringen, het invullen van formulieren voor de gemeente en het lezen van etiketten in de supermarkt. Daarnaast hebben ouders vaak beperkte kennis van het Nederlandse onderwijssysteem. Het gaat hier vaak om ouders die zelf geen opleiding, of geen opleiding in Nederland, hebben gevolgd. Hierdoor is het voor hen lastig om hun kind in dit proces goed te ondersteunen. Ook hebben sommige leerlingen beperkte algemene kennis, bijvoorbeeld over het nieuws. Volgens enkele professionals heeft dit er onder meer mee te maken dat deze leerlingen nooit eerder de wijk uit zijn geweest. Tot slot is door enkele professionals genoemd dat ouders zich niet altijd bewust zijn van beschikbare voorzieningen in de buurt, dat moeders vaak weinig vertrouwen hebben in zichzelf wanneer 21

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 het gaat om loopbaanoriëntatie, en dat er in de omgeving van de school problematiek is op het gebied van veiligheid en criminaliteit. Behoeften voortkomend uit armoedeproblematiek Bij veel gezinnen is tevens sprake van armoedeproblematiek, zo geven alle acht familiescholen aan. Verschillende professionals geven aan dat dit het merendeel van de leerlingen betreft. Ze zien bijvoorbeeld regelmatig dat leerlingen in een groot gezin in een kleine woning wonen, waar ze geen rust hebben om te leren. Hierbij speelt ook een rol dat kinderen een zorg-rol hebben gekregen, bijvoorbeeld omdat ze hun broertjes of zusjes van school moeten halen, of met familieleden mee moeten naar afspraken om als tolk te fungeren. Daarnaast zien professionals dat leerlingen zonder ontbijt naar school komen en geen lunch mee hebben, en dat veel gezinnen dus gebruik maken van de gratis maaltijden die de school aanbiedt. Ook konden leerlingen niet altijd deelnemen aan naschoolse activiteiten, omdat er soms om een ouderbijdrage werd gevraagd en sommige ouders dit geld niet konden missen. Verder krijgen de professionals van ouders hulpvragen over zaken als schulden en toeslagen. Buiten deze voorbeelden om, is er ook sprake van armoedeproblematiek die niet altijd zichtbaar is, bijvoorbeeld in gezinnen die niet in aanmerking komen voor financiële regelingen.

Armoedeproblematiek zorgt voor veel stress in gezinnen, merken professionals op. Een van de professionals zegt in deze context het volgende: “Als je statistisch kijkt naar het percentage kinderen met ouders met een laag inkomen, dan zit onze school daar ver boven. Dus voorzieningen zijn echt nodig, want als er in gezinnen problemen zijn met geld, dan geeft dat heel veel stress, bij ouders, maar ook bij kinderen. En dat heeft weer weerslag op de schoolontwikkeling. Dus als wij kunnen helpen, dan is dat in het belang van het kind.”

Wat vinden ouders? Ook ouders geven aan dat armoedeproblematiek speelt bij ouders van de familiescholen. Hoewel de scholen al veel inzetten om gezinnen te helpen (zie paragraaf 4.2), en er al verschillende opbrengsten zichtbaar zijn (zie paragraaf 4.3), spreken ouders verschillende behoeften uit. Allereerst is meerdere keren genoemd dat er (meer) financiële hulp nodig is voor ouders die ‘net buiten de boot vallen’: ouders die (net) niet in aanmerking komen voor de stadspas, maar ook niet genoeg verdienen om rond te komen. Ook hebben ouders behoefte aan activiteiten die niet inkomensafhankelijk zijn, maar voor alle gezinnen beschikbaar zijn, zoals ontbijtpakketten. Ook geven zij aan dat er nog meer aandacht moet zijn voor het informeren van ouders over de financiële steun die er mogelijk is via de school: veel ouders zijn hier niet van op de hoogte en het is niet altijd toegankelijk genoeg voor ouders om zich

22

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 hiervoor aan te melden, bijvoorbeeld omdat de aanmelding niet in meerdere talen mogelijk is, of omdat ouders zich niet op een vertrouwelijke manier kunnen aanmelden.

4.2 Activiteiten van de familiescholen De familiescholen zetten de subsidieregeling in om verschillende verdiepende en/of verbredende activiteiten aan te bieden aan leerlingen en hun ouders. Er zijn ook activiteiten gericht op de professionalisering van leraren, waarbij het uiteindelijke doel is om de ontwikkeling van leerlingen te stimuleren. De scholen zoeken bij de ontwikkeling en implementatie van de activiteiten, waar mogelijk, verbinding met partners in de wijk. 4.2.1 Activiteiten voor leerlingen Talentontwikkeling Alle scholen richten zich op talentontwikkeling van leerlingen. Het doel is vaak de kennis en leefwereld van leerlingen te vergroten, maar ook om leerlingen te helpen ontdekken wat hun talenten en interesses zijn. Het vindt zowel tijdens schooltijd als na schooltijd plaats. Het aanbod is bedoeld als verdieping en verbreding ten opzichte van het reguliere aanbod. Vaak wordt het aanbod dan ook aangesloten op de thema’s uit de reguliere vakken of (in het voortgezet onderwijs) de examenrichtingen. Er zijn vaak externe vakdocenten bij betrokken, zoals een sportcoach of muziekdocent. Leerlingen krijgen lessen in een breed scala aan thema’s, namelijk wetenschap, techniek, drama, dans, robotica, programmeren, muziek, schaken, kickboksen, beeldende vorming, kunst, koken, moestuin, yoga en mindfulness.

Soms is er een koppeling tussen de verschillende lessen, bij een school worden bijvoorbeeld tijdens het koken de groenten en fruit gebruikt die de leerlingen in de moestuin hebben laten groeien. De frequentie van de lessen varieert: sommige scholen hebben elke dag een les, andere scholen wekelijks of maandelijks. Wanneer het gaat om talentontwikkeling tijdens schooltijd, wordt het aanbod bijvoorbeeld gegeven tijdens wekelijkse ‘themamiddagen’ of tijdens de pauze op het schoolplein. Wanneer het gaat om het naschoolse aanbod, worden in of rondom de school lessen aangeboden na schooltijd. Taal- en rekenonderwijs Het merendeel van de scholen richt zich op extra investeren in het taal- en rekenonderwijs. In veel gevallen krijgt dit vorm met een nieuwe bibliotheek in de school. Het viel professionals op dat, hoewel de gemeentelijke bibliotheek gratis is voor de kinderen, het veel ouders niet lukt om met hun kind naar de bibliotheek te gaan. Dankzij de bibliotheek die scholen hebben opgezet in de school, komen alle kinderen nu in aanraking met verschillende leesboeken. De 23

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 aangeboden boeken zijn vaak verbonden aan de boekbesprekingen en aan de thema’s die in de lessen worden behandeld. Scholen richten zich ook op extra onderwijs in Nederlandse taal, onder meer voor leerlingen voor wie Nederlands de tweede taal is. Dit betreft vooral begrijpend lezen en woordenschat. Enkele scholen bieden ook extra rekenonderwijs. Zij werken samen met studenten die bij leerlingen thuis aan rekendoelen werken. Hier worden ouders ook bij betrokken, zodat zij na afloop hun kind mogelijk beter kunnen helpen met rekenhuiswerk. Excursies Het merendeel van de scholen organiseert excursies met leerlingen. Dit betreft enerzijds excursies in de wijk, bijvoorbeeld naar de kinderboerderij of een museum. Vaak worden museumbezoeken gekoppeld aan (kunst)lessen in de school. Anderzijds zijn de excursies juist bedoeld om de wijk uit te komen – bijvoorbeeld naar andere stadsdelen in Amsterdam – met als doel de wereld van leerlingen te vergroten. Extra ondersteuning Enkele scholen richten zich op extra ondersteuning, bijvoorbeeld door extra onderwijsassistenten, of door les te geven aan kleinere groepen. In dit kader wordt ook mentoring aangeboden, waarbij leerlingen driehoeksgesprekken houden met de leraar en ouders, of lessen krijgen in thema’s als plannen, omgaan met geld en discussiëren.

Verder wordt er aan leerlingen die dit nodig hebben huiswerkbegeleiding geboden door externe partners waar de scholen mee samenwerken. Wat vinden ouders over de activiteiten voor leerlingen? De deelnemende ouders geven aan dat zij tevreden zijn dat er extra hulp is voor leerlingen die dat nodig hebben. Dit gaat met name over de hulp die hun kinderen krijgen tijdens huiswerkbegeleiding en de extra lessen in de Nederlandse taal voor leerlingen die de Nederlandse taal nog niet goed beheersen Ook zijn ouders tevreden over de (naschoolse) activiteiten: de leerlingen gaan er met plezier heen en komen enthousiast thuis. Ze vinden het prettig als deze activiteiten in de school zijn omdat dit toegankelijk is. Ook vinden ze het fijn dat hun kinderen tijdens deze activiteiten contact hebben met leeftijdsgenootjes, waardoor ouders ook weer meer contact krijgen met de ouders van deze leeftijdsgenootjes. Ook vinden ouders het positief dat hun kinderen tijdens de activiteiten geprikkeld worden om nieuwe dingen te proberen, zoals koken of programmeren. Verder zijn ouders tevreden wanneer leerlingen elke drie maanden nieuwe activiteiten kunnen kiezen, zodat ze niet het hele jaar dezelfde activiteiten krijgen, wat bij sommige scholen wel het geval is. Tot slot zijn ouders tevreden over 24

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 de driehoeksgesprekken die scholen in het kader van AFS houden, omdat hierbij veel aandacht en ruimte is voor het bespreken van de ontwikkeling van de leerlingen: “Maar over die driehoeksgesprekken wou ik nog wat zeggen, ik vond het zó sterk hier hoe dat gebeurde. Ik werk ook in het onderwijs, dus ik ken het op zich wel, maar dat de docenten hier zo meegaand zijn met de kinderen, nou, ik stond daar echt van te kijken. Mijn dochters ervaren dat als zo positief. Het is heel fijn dat ze echt vragen van; Heb je nog vragen? Wil je nog wat zeggen? Zowel aan mij als aan mijn kinderen. Zo een rust, ik vond het zó fijn”

Ouders zijn met name ontevreden over de frequentie van de activiteiten: er zijn niet genoeg activiteiten. Zo geven zij bijvoorbeeld aan dat één uur in de week begeleiding van een taalbuddy niet voldoende is voor een leerling met een taalachterstand. Ook willen ouders meer bijles, meer huiswerkbegeleiding en meer activiteiten als sport, drama en verkeer. In dit kader is ook meerdere keren genoemd dat er binnen de activiteiten niet altijd genoeg plek is voor leerlingen. Bij meerdere scholen moeten leerlingen zich inschrijven of is er een loting, waarbij de activiteiten al snel vol zitten. Verder is genoemd dat de activiteiten al eerder zouden moeten starten. Zo wordt bij een school extra ondersteuning bij taal pas vanaf groep 7 gegeven, terwijl ouders graag willen dat het al in groep 3 begint: “Ik ben het inderdaad wel met de rest eens dat het in de wat lagere groepen toegankelijker wordt dat er ondersteuning komt. Niet alleen in groep 7 of 8, maar de basis ligt echt in groep 3. Niet alleen voor leerlingen van wie Nederlands niet de moedertaal is, er zijn ook kinderen van wie Nederlands wel de moedertaal is die de Nederlandse taal niet goed beheersen.”

Tot slot is in 2022 genoemd dat ouders de activiteiten die horen bij AFS niet terugzagen, dit is in 2023 niet meer genoemd.

25

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 4.2.2 Activiteiten voor ouders/gezinnen Thematische ouderbijeenkomsten Een meerderheid van de scholen organiseert wekelijks of maandelijks bijeenkomsten voor ouders. In de ochtend, middag of avond worden ouders uitgenodigd en krijgen ze voorlichting over verschillende thema’s. Dit betreft bijvoorbeeld een ‘koffieochtend’, ‘inspiratieochtend’ of ‘slotavond’. Voorbeelden van thema’s zijn gezonde voeding, opvoeding, leerstoornissen, energie en de stadspas. Zo heeft een van de scholen een voorlichting gegeven over waarom ontbijt belangrijk is voor leerlingen, waarbij ouders vervolgens een boodschappentas mee kregen naar huis met daarin gezonde producten. Soms wordt de voorlichting gegeven door een externe partij. Zo heeft Bureau Halt bij een van de scholen een voorlichting aan ouders gegeven over sociale media, die werd gekoppeld aan een voorlichting voor leerlingen. Scholen betrekken regelmatig een groepje ouders bij het vaststellen van de thema’s die tijdens de bijeenkomsten behandeld gaan worden. Ouders is ook om input gevraagd, bijvoorbeeld om mee te denken over het aanschaffen van een nieuwe taalmethode voor de school. Een belangrijke functie van de bijeenkomsten is dat er ruimte is voor de ontmoeting tussen ouders en het onderling delen van ervaringen.

Hulp bij opvoedkundige, medische en financiële vragen De meeste scholen bieden ouders informatie en ondersteuning bij diverse hulpvragen op pedagogisch of financieel vlak en gezondheid. Dit wordt soms gedaan door een externe specialist die op vaste momenten in de school aanwezig is, bijvoorbeeld tijdens een wekelijks inloopspreekuur of in een (soms net opgestart) familieservicepunt. Scholen werken hiervoor samen met verschillende partijen. De externe specialisten op verschillende scholen zijn onder andere afkomstig uit het OKT, het Buurtteam, Studiezalen, De Gidsen of De Ouderkring. Deze specialist is toegankelijk voor ouders en gaat samen met hen en op zoek naar een passend advies of passende oplossing. Zij werken hierbij samen met de school en indien nodig andere instanties, zoals (jeugd)zorg of het Jeugd Educatiefonds. Er worden bijvoorbeeld vragen gesteld over de stadspas, een woning vinden, een paspoort aanvragen en toeslagen aanvragen. De specialisten hebben ouders in de afgelopen jaren onder meer geholpen bij het vinden van een woning of het kopen van een fiets, bed of laptop (gefinancierd via de school). Er wordt onder andere hulp gevraagd door ouders weinig verdienen, maar net niet in aanmerking komen voor de stadspas – door de professionals ook wel ‘niet zichtbare armoede’ genoemd.

Een van de belangrijkste elementen bij hulpvragen is de toeleiding naar voorzieningen en hulpverlening, een belangrijk onderdeel van het familiepakket. Afhankelijk van welke casussen aangedragen worden, bijvoorbeeld tijdens een inloopspreekuur, bekijkt een team 26

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 samen welke hulpverlening zij daarbij laten aansluiten. Vaak blijkt dat ouders zich niet bewust zijn van welke voorzieningen er in de wijk zijn. Zo leiden scholen ouders bijvoorbeeld toe naar een instituut waar zij een taalcursus kunnen volgen. Taalonderwijs voor ouders Meer dan de helft van de scholen biedt ouders onderwijs in de Nederlandse taal. Soms wordt dit gegeven door een externe partij. Tijdens deze cursus wordt ook een koppeling gemaakt met schoolzaken, bijvoorbeeld door te oefenen met het lezen van de nieuwsbrief van de school, het stellen van vragen tijdens rapportgesprekken. Zo oefenen ze niet alleen met taal, maar krijgen zij ook informatie over de school. Voorzien in maaltijden, kleding en apparatuur Meerdere scholen bieden leerlingen en (soms ook) gezinnen dagelijks ontbijt, lunch en fruit aan. Daarnaast krijgen leerlingen van de school een laptop (middelbare school) wanneer hun ouders dit niet kunnen aanschaffen, en is er soms een plek in de school waar kleding gratis wordt weggegeven. Loopbaanbegeleiding Tot slot bieden sommige scholen ouders hulp bij het oriënteren op werk, bijvoorbeeld door met ouders verschillende bedrijven te bezoeken. Een van de professionals zegt het volgende over het belang van de toeleiding naar werk: “De weg uit de armoede is een stukje richting werk.

Je kan financiële ondersteuning blijven geven, de potjes en alle voorzieningen vanuit de gemeente. Maar je wil eigenlijk ook een structurele aanpak, of oplossing, en dat is richting werk. Het doet natuurlijk heel wat met ouders die in aanmerking komen, en echt onderdeel worden van de maatschappij. Dat is natuurlijk ook de grote bijvangst.”

Wat vinden ouders over de activiteiten voor ouders/gezinnen? Ouders zijn tevreden dat zij tijdens bijeenkomsten meer hulp en informatie krijgen, met name over de Nederlandse taal, maar ook over privézaken. Zij hoeven hulp op deze manier niet meer buiten de school te zoeken: “Je hoeft dan de hulp niet van buitenaf te zoeken, er zijn bijvoorbeeld heel veel ouders die niet met een computer om kunnen gaan, al begrijp je de taal dan wel, maar je kan er weinig mee. Dan moet je aankloppen bij je buurman, buurvrouw, misschien bij familieleden, en dan ben je eigenlijk een beetje van je eigen omgeving afhankelijk. Nu hoef je met dit soort dingen niemand lastig te vallen en kan je het gewoon op school na laten kijken, hulp krijgen,

27

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 misschien nog wat uitleg: zodat je het zelf voor de volgende keer zelf kan doen. Je leert eigenlijk zonder dat je er erg in hebt, er iets bij.”

Door ouders is meerdere keren genoemd dat er niet genoeg bijeenkomsten voor ouders worden georganiseerd. Dit is aangegeven door ouders van in totaal zes scholen, dit is ter sprake gebracht in zowel 2022 als in 2023. Ook is genoemd dat bij deze bijeenkomsten het bereik buiten ‘het vaste groepje’ lastig is, het zijn vaak dezelfde ouders die deelnemen aan de bijeenkomsten. Zie voor meer informatie over beide punten paragraaf 4.4.2, ‘risicofactoren’. 4.2.3 Activiteiten voor het schoolteam De activiteiten die familiescholen aanbieden aan het teamschool, dragen indirect bij aan de ontwikkeling van leerlingen, geven professionals aan. Uitgangspunt is dat het werken aan kansengelijkheid complex is en om specifieke kennis, vaardigheden en houdingen van het schoolteam vraagt. Bovendien zijn de activiteiten bedoeld om draagvlak te creëren bij leraren voor de uitgangspunten van de familieschool en vanuit dezelfde visie te werken. Een van de scholen is bijvoorbeeld gestart met het aanbieden van theoretische bijeenkomsten over onderwerpen als de invloed van de verwachtingen die leraren hebben van leerlingen, gevolgd door klassenbezoeken waarbij leraren feedback krijgen op deze onderwerpen. Vervolgens was er een studiedag waarbij de onderwerpen nogmaals op de agenda stonden.

Andere scholen hadden bijeenkomsten over thema’s als kansengelijkheid, traumasensitief werken, communicatie met ouders, het signaleren van behoeften bij leerlingen en ouders, en het inschakelen van de juiste hulp. 4.2.4 Samenwerking met de wijk Alle acht scholen werken bij het bieden van de activiteiten aan samen met instanties uit de wijk/stad: er zijn ruim 35 instanties genoemd. Zij zijn gespecialiseerd in taal, huiswerkbegeleiding, sport, kunst, cultuur, muziek, opvoeding, hulpverlening, voeding, gezondheid, religie, onderwijsontwikkeling en energie. Voorbeelden zijn Studiezalen, GGD, Talententent van Dynamo, Rode Loper en Meervaart Theater. Ook wordt er samengewerkt met de voorschool uit de omgeving. Het doel is vaak tweeledig: het inzetten van specialisme uit de wijk/stad in de school, en het vergroten van de leefwereld door met leerlingen de wijk/stad te verkennen. In de meeste gevallen was er voor de AFS-subsidie nog geen samenwerking tussen scholen en de betreffende instanties uit de wijk. Deze zijn door de subsidie en de bijbehorende opdracht tot stand gekomen.

28

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023

4.3 Opbrengsten van de activiteiten De professionals merken dat de activiteiten van de familiescholen verschillende opbrengsten hebben voor leerlingen en gezinnen, en voor de relatie tussen ouders en school. Vrijwel alle scholen geven echter wel aan dat het lastig is om de opbrengsten te monitoren. Dit heeft verschillende oorzaken: • Allereerst is de ‘Amsterdamse Familie School’ geen geïsoleerd aanbod in de school, maar is het geïntegreerd in de schoolcultuur en het schoolbeleid; hier is het beleid van de gemeente juist ook op gericht. Hierdoor is het lastig voor de scholen om na te gaan welke opbrengsten de aanpak heeft gehad en dit te onderscheiden van andere interventies (die worden ingezet in het kader van andere subsidies). • Ten tweede verwachten scholen dat contextuele zaken als de Covid19-pandemie en het lerarentekort invloed hebben gehad op de ontwikkeling van leerlingen, waardoor het lastig is om de effecten van de Familieschool aanpak daarvan te onderscheiden. • Ten derde vinden scholen het naar eigen zeggen lastig om opbrengsten op het gebied van bijvoorbeeld welbevinden of armoedeproblematiek te meten, omdat deze concepten volgens hen lastig meetbaar zijn en zij hier niet volledig zicht op hebben. • Ten vierde vinden scholen het lastig om gezinnen waarbij ze opbrengsten verwachten te bereiken te vragen om bijvoorbeeld een vragenlijst in te laten vullen.

• Tot slot geven sommige scholen aan dat ze relatief kort geleden zijn begonnen met de aanpak en daardoor verwachten nog geen duidelijke opbrengsten waar te nemen. Zij hopen dat het na een langere periode beter mogelijk is om opbrengsten te meten. De opbrengsten die we hieronder beschrijven zijn dan ook vooral gepercipieerde opbrengsten. 4.3.1 Opbrengsten voor leerlingen Vergroten van de leefwereld van leerlingen Professionals op alle acht familiescholen geven aan dat zij zien dat de aanpak bijdraagt aan het vergroten van de leefwereld van leerlingen. Door de activiteiten komen leerlingen bijvoorbeeld in aanraking met meer boeken, zien zij meer van de wijk en de omgeving daarbuiten, komen zij in aanraking met nieuwe kennis en vaardigheden, en ontdekken zij hun eigen interesses en talenten. Dankzij de Amsterdamse Familie School-aanpak doen leerlingen mee aan activiteiten, zowel in als buiten de school, waar ze zonder deze aanpak waarschijnlijk niet mee in aanraking zouden zijn gekomen. De professionals zien bijvoorbeeld dat leerlingen zich na een naschoolse activiteit hebben ingeschreven bij een vereniging, of dat zij eerder de stap zetten om zelfstandig naar de bibliotheek in de wijk te gaan. 29

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 Door de leefwereld van leerlingen te vergroten, worden ook de kansen van leerlingen vergroot, geven de professionals aan. Het vergroot de algemene kennis van leerlingen en ook op de middelbare school kunnen zij volgens professionals putten uit alle (extra) ervaringen die ze hebben opgedaan. Ook hebben leerlingen volgens professionals dankzij de nieuwe kennis en vaardigheden de kans om door te stromen naar vervolgonderwijs dat bij hen past. In de woorden van één van de professionals: “De grootste kans die je een leerling kan geven is onderwijs, en daar ga je voor. Er moet hier verdraaid goed onderwijs gegeven worden, zodat leerlingen perspectief hebben om door te stromen naar het voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs, en ga zo maar door. Om uiteindelijk een goede plek te krijgen.”

Ook noemen enkele scholen socialisatie als opbrengst, omdat zij zien dat er meer ontmoeting is tussen leerlingen en ouders met verschillende achtergronden en dat (naschoolse) activiteiten ervoor zorgen dat leerlingen minder tijd op straat doorbrengen. Wat vinden ouders? Bij de meeste scholen geven ouders aan dat de activiteiten bijdragen aan het vergroten van de leefwereld van hun kind. Zij zien bijvoorbeeld dat hun kinderen, zowel tijdens school als in hun vrije tijd, vaker naar culturele voorstellingen en sportverenigingen (willen) gaan. Zij merken dat hun kinderen hierdoor hun eigen talenten ontdekken en ontwikkelen, en dat zij zich oriënteren op wat zij later voor opleiding of beroep zouden willen doen. Ook merken ouders dat hun kinderen verschillende interesses of bezigheden uit de activiteiten meenemen naar huis. Zo hebben de leerlingen tijdens de activiteiten kennisgemaakt met voeding uit verschillende culturen, waardoor zij thuis zelf koken en meer verschillende dingen lusten. Andere voorbeelden zijn dat kinderen naar aanleiding van een activiteit thuis willen schaken, websites maken, stopmotion video’s maken, en video’s opzoeken om meer informatie over bepaalde onderwerpen te krijgen. Ouders zien dat hun kinderen door de activiteiten in het algemeen nieuwsgieriger worden en thuis geconcentreerd met nieuwe onderwerpen bezig zijn.

De ouders zijn dan ook erg tevreden dat leerlingen via de familieschool te maken krijgen met een veel breder scala aan thema’s, zij vinden dit een belangrijke en waardevolle verrijking van het reguliere aanbod. Sommige ouders verwachten dat hun kinderen door de (gratis) activiteiten en ondersteuning later meer kansen in hun schoolloopbaan zullen krijgen.

30

EVALUATIE AMSTERDAMSE FAMILIE SCHOOL 2020-2023 “Qua sport of cultuur hebben ze meer gezien en meegemaakt dan wanneer je niet gaat sporten of naar een cultuurvoorstelling gaat. Want daarbuiten ontwikkelt een kind zich ook natuurlijk. En ja dat kan misschien straks zijn of haar beroep worden, dat weten we niet. Want het is voor hen ook nog lastig om een keuze te maken van: wat vind ik leuk. Maar doordat ze verschillende dingen zien denken ze van: ‘Oh dit bestaat ook! En dit bestaat ook!’. Zodat ze ook later kunnen denken van: ik vind dit toch leuker dan dat.”

Wat vinden leerlingen? Ook de leerlingen op alle acht familiescholen vertellen dat hun leefwereld vergroot wordt. Dit komt volgens leerlingen met name door naschoolse activiteiten en extra lessen die worden aangeboden. Veel leerlingen hebben deelgenomen aan activiteiten die zij daarvoor nog nooit hadden gedaan, bijvoorbeeld een nieuwe sport, maar ook een bezoek aan een museum, leren naaien en een les over robotica worden door leerlingen genoemd. Enkele leerlingen hebben door de naschoolse activiteiten een nieuwe hobby ontwikkeld die ze nu ook buiten school om beoefenen. Leerlingen vertellen dat zij zonder deze activiteiten zonder het aanbod vanuit school waarschijnlijk niet ontdekt hadden. “Je kan ook interesses krijgen voor dingen die je misschien later wil doen. Als baan of zo.”

De naschoolse activiteiten zorgen er bovendien voor dat leerlingen iets te doen hebben na school. Een aantal leerlingen geeft aan dat zij zonder deze activiteiten zich thuis zouden vervelen. Ze vertellen dat sommige leerlingen door een gebrek aan financiële middelen thuis niet op een sport of andere hobby zitten. De naschoolse activiteiten die vanuit de Amsterdamse Familie School worden aangeboden bieden voor deze leerlingen toch de mogelijkheid om na schooltijd te sporten of een andere hobby te beoefenen. “Sommige kinderen hebben geen geld en dan kunnen ze tenminste op school sporten, of tekenen of koken, gewoon dingen doen in plaats van de hele tijd thuis zitten.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14029159/1