CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Afwegingskader Signalen uit de stad 13-01-2022.pdf

Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven, Duurzaamheid 10 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Eerste resultaten van de Reflectiefase windenergie waaronder het “afwegingskader windturbines Amsterdam - signalen uit de stad” (ZD2021-017540)24.597 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Signalen uit de stad

• Bewoners willen weten hoe de plannen voor windturbines zich verhouden tot nieuwbouwplannen. Zorg is dat die niet meer gerealiseerd kunnen worden. • Zorg dat de komst van een windturbine effect heeft op de waardebepaling van een (nieuwbouw) woning. Bewoners vinden het van belang dat mogelijke waardedaling als gevolg van windturbines zo goed mogelijk in beeld wordt gebracht en wat de gemeente hieraan kan doen. • Het uitzicht op een gebied met windturbines op het water is volgens de insprekers ook reden voor de waardedaling.

“Het zoekgebied voor wind ligt vooral in het IJmeer. Er zijn ook plannen om een aantal eilanden en nieuwe woongebieden op dezelfde locatie te bouwen. Wat is de status van de nieuwe eilanden en behoort een combinatie van nieuwbouw en windmolens tot de opties?” – Informatieavond, bewoner Amsterdam “Waardedaling van verkoopprijzen van bestaande woningen nabij windmolens is een belangrijk aspect. Deze waardedaling kan oplopen tot 20%. Ik begrijp dat dit argument niet doorslaggevend zal zijn bij u besluit, maar waar kan een huiseigenaar terecht met dit kostenverhaal?” – Raadadres, bewoner Amsterdam Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?

Inhoudelijk • Bij het vaststellen van de zoekgebieden is er rekening gehouden met 350 meter tot bestaande woningen en met vastgestelde bestemmingsplannen. • Er geldt een regeling voor planschadevergoeding (onder de Omgevingswet heet dit nadeelcompensatie).

29

Proces • Bij het ruimtelijk besluit wordt een planschaderisicoanalyse opgesteld. Verzoeken om een planschadevergoeding worden afzonderlijk beoordeeld. • Nieuwbouwplannen waarvoor al een bestemmingsplan is vastgesteld, worden gezien als een autonome ontwikkeling in het MER.

1.5.3 Landschapskwaliteit Wat is het?

Een windturbine in het landschap staat niet op zichzelf, maar vormt onderdeel van een geheel: een plek waar mensen wonen, werken en recreëren, waar mogelijk historisch erfgoed ligt, waar natuur is, dieren en planten leven, kortom (stedelijk) landschap. Mensen ontlenen er een identiteit aan en beleven dit landschap als waardevol. De komst van een windturbine heeft impact op dit landschap. Hoe deze impact en de verandering van de omgeving ervaren wordt is subjectief. Het gaat daarbij zowel om de context op grotere schaal, zoals de horizon als mede de concrete impact in de nabijheid van de leefgebieden van mensen. Echter is niet alles subjectief, cultuurhistorisch waardevolle landschappen en/of gebieden met UNESCO status worden door de wet beschermd volgens duidelijke criteria. De provincie zorgt momenteel als bevoegd gezag voor het behoud van deze waarden en de doorontwikkeling ervan in een specifieke context, zoals klimaatverandering. De inpassing van een windturbine in de landschappelijke context en in het (stads)landschap kan vormgegeven worden aan de hand van een aantal criteria. Bijvoorbeeld de opstellingen van de windturbines ten opzichte van elkaar, de horizon en het silhouet in het landschap, of de inpassing van de voet. Horizon en landschap zijn constant aan verandering onderhevig. Molens maken samen met andere hoge elementen de horizon.

Omdat het landschap aan verandering onderhevig is vereist dit een brede manier van kijken.

Signalen uit de stad

• Verschillende bewoners uiten zorgen over het veranderende landschap en geven aan dat windturbines niet in elk landschap passen. • Er zijn zorgen over verrommeling van het landschap. • Zorgen over oude historische karakteristieken in het landschap worden verstoord. • Zorgen over de mogelijke aantasting van UNESCO werelderfgoed, zoals de Stelling van Amsterdam. • Sommige bewoners vinden vervuiling van de horizon in mindere mate een zorg, omdat er ook al op veel plekken elektriciteitsmasten staan. • Andere mensen geven aan de verandering van het landschap als gevolg van de plaatsing van windturbines voor lief te zullen nemen omdat groene stroom een belangrijk doel is. • Bewoners geven aan het open polderlandschap open te willen houden. • Er zijn bewoners die vinden dat de windturbines geclusterd geplaatst moeten worden, in plaats van 1 molen, zodat een verrommeling van het landschap beperkt blijft. • Sommige bewoners hebben voorkeur om op plekken windturbines clusteren. Op die manier kan de overlast beperkt worden. Daarnaast is het aansluiten van windturbines op het netwerk goedkoper en er wordt meer natuur bespaard op die manier.

“Versnippering is niet fraai; daarom is het belangrijk te kijken naar een paar clusters i.p.v. te verspreiden over alle zoekgebieden in de stad” – Interactieve sessie, bewoner Amsterdam

30

“Ik ben in eerste plaats heel erg bang dat we met deze windturbines de unieke aanzichten van de Amsterdamse stad onherstelbare schade aanbrengen.” – Inspreekavond, bewoner Amsterdam Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?

Inhoudelijk • Tijdens de reflectiefase wordt gewerkt aan een gemeentelijk kader voor de ruimtelijke kwaliteit. • De provincie Noord-Holland heeft een handreiking ruimtelijke kwaliteit opgesteld om gemeenten en initiatiefnemers te ondersteunen. Proces • In het participatieplan van de initiatiefnemer wordt aangegeven hoe het thema wordt behandeld in het participatieproces. Het participatieproces mag pas starten nadat het participatieplan is goedgekeurd door de gemeente. • In het participatieproces wordt gebruik gemaakt van visualisaties en audiovisuele simulatietechnieken om de effecten op de ruimtelijke kwaliteit en landschap te tonen. • In een MER worden effecten op het landschap, cultuurhistorie en de horizon onderzocht. Wanneer windturbines binnen of in de nabijheid van de Stelling van Amsterdam of elementen daarvan (schootcirkel of zichtlijnen) worden gepositioneerd zal er een Heritage Impact Assessment (HIA) moeten worden uitgevoerd. De HIA geeft inzicht in de mogelijk effecten van de windturbines op het UNESCO werelderfgoed en zal onderdeel gaan uitmaken van het MER. • Mogelijke initiatieven moeten ook getoetst worden aan het beschermingsregime Bijzonder Provinciaal Landschap en bij inpassing ook aan de ruimtelijke kwaliteitseis die stelt dat rekening gehouden dient te worden met Leidraad Landschap en Cultuurhistorie.

“De transitie naar veiligere stroom is cruciaal. Uitzicht is aan te wennen, een onleefbare planeet niet.” – Bijlage Draagvlakonderzoek OIS, bewoner Amsterdam “Windmolens zijn een onderdeel van de Nederlandse cultuur, en de moderne vallen daar voor mij ook onder.” – Bijlage Draagvlakonderzoek OIS, bewoner Amsterdam

31

Maatschappelijke betrokkenheid en democratische legitimatie De wil en inzet van (bevlogen) Amsterdammers, bewoners van buurgemeenten en andere belanghebbenden is nodig om onze ambities te realiseren. De gemeente spant zich in om ieder die dat wenst te betrekken in het proces om alle wensen, zorgen en behoeften in beeld te brengen. In Nederland bestaan democratische instrumenten om de zorgen van eenieder te borgen en af te wegen in het democratisch besluitvormingsproces. Dit gebeurt o.a. in een MER die uitgevoerd bij alle windinitiatieven in Amsterdam. Daarin worden alle mogelijke gevolgen voor de omgeving onderzocht, afgewogen en alternatieven benoemt. Amsterdam zet met dit document en de reflectiefase een extra stap. Onder dit hoofdthema worden thema’s en onderwerpen toegelicht die relevant zijn voor het proces om alle belanghebbenden en betrokkenen op juiste wijze te betrekken zoals bijvoorbeeld ruimte voor inspraak en dialoog, het betrekken van alle lagen van de bevolking maar ook aandacht voor de opbrengsten van een windinitiatief.

32

2.1 Inspraak en dialoog Tijdens het proces in aanloop naar de RES 1.0 zijn verschillende zorgen en aandachtspunten benoemd die raken aan het hoofdthema maatschappelijke betrokkenheid. Dit gaat over betrokkenheid van verschillende groepen, feitenkennis, belevingswerelden en transparantie over het proces en de besluitvorming.

> 2.1.1 Betrokkenheid verschillende groepen > 2.1.2 Gedeelde feitenkennis > 2.1.3 Verschillende waarden in de stad > 2.1.4 Transparantie over het proces en de besluitvorming

33

2.1.1 Betrokkenheid verschillende groepen Wat is het?

Het is belangrijk dat zoveel mogelijk bewoners en belanghebbenden met verschillende perspectieven bekend zijn met de plannen en zo mogelijk ook worden betrokken bij de plannen voor windenergie. Zodat er wederzijds begrip ontstaat voor elkaars perspectieven en mogelijk acceptatie ontstaat voor de bestuurlijke keuzes die gemaakt worden.

Signalen uit de stad

• Verzoek om de totale samenleving te betrekken, vanuit alle lagen in de wijk en van jong tot oud. • Een zorg is dat er waarschijnlijk groepen mensen zijn die wel een belang hebben, maar die niet worden gehoord. Dit kan komen door een beperkte toegang tot internet en of media, door een taalbarrière of opleidingsniveau, maar mogelijk ook door beperkte interesse in het onderwerp of andere prioriteiten.

“Mensen hebben eigenlijk nog geen idee wat van wat ze boven het hoofd hangt. Ik maak mij daar best wel zorgen over, want ze hebben eigenlijk nog niet goed mee kunnen denken. De enquête die gedaan is was ook niet in hun eigen taal en was ook online. Hoe hebben zij tot nu toe mee kunnen denken?” – Bijeenkomst Noord, bewoner Amsterdam Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?

Inhoudelijk • De gemeente organiseert nieuwe vormen van betrokkenheid zoals Mini-Burgerberaad, Maakbank en de Online raadpleging. • De gemeente houdt rekening met verschillende bewoners en bevolkingsgroepen tijdens het uitvoeren van de jaarlijkse enquête over de houding van Amsterdammers ten aanzien van duurzaamheid, hier worden ook straatinterviews gehouden om bredere doelgroepen te bereiken. Proces • In het participatieplan van de initiatiefnemer wordt aangegeven hoe het participatieproces wordt vormgegeven. Dit gebeurt in samenspraak met omwonenden. Zie voor een voorbeeld: het participatieplan Noorder IJplas. • Het participatieproces mag pas starten nadat het participatieplan is goedgekeurd door de gemeente. • In het vervolg op dit document levert de gemeente een handreiking op met input van belanghebbenden waarin richtlijnen voor participatie, samenwerking en sturing uitgewerkt zijn en maakt deze openbaar.

34

2.1.2 Gedeelde feitenkennis Wat is het?

Met gedeelde feitenkennis wordt bedoeld dat het van belang is dat alle betrokkenen – gemeente, bewoners, initiatiefnemers - uitgaan van hetzelfde kader aan feiten. Die gedeelde feiten vormen het fundament voor het gesprek dat in en met de stad gevoerd wordt.

Signalen uit de stad

• Volgens bewoners is er genoeg ruimte op zee om alle windturbines te plaatsen. Om deze reden willen zij de belangenafweging van de doelstelling van 49 TWh op zee beoordelen. • Er zijn bewoners die stellen dat de doelstelling van 35 TWh op land al gehaald is. Zij willen de aannames van het PBL, de RVO en het EZK kunnen beoordelen. • Bewoners trekken de degelijkheid van het onderzoek van het RIVM over windturbinegeluid en gezondheid in twijfel, terwijl de overheid het beleid hierop baseert. • Ook maken bewoners zich zorgen over de vergelijkbaarheid van onderzoeken omdat veel van de onderzoeken zich niet specifiek richten op Nederland en de gestelde normen.

“De rapporten waar geluidsoverlast op gebaseerd zijn meestal gebaseerd op turbines die verouderd zijn. Technologie in deze sector gaat ongelofelijk hard, geluidsoverlast van verminderd wordt.” – Inspreekavond, bewoner Amsterdam “Wordt er nog nader onderzoek gedaan naar de gezondheidseffecten, aangezien experts elkaar tegen spreken en het moeilijk is om op basis van de huidige onderzoeken echt goed inzicht te hebben in de gezondheidseffecten?” – Raadsadres, bewoner Amsterdam Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?

Inhoudelijk • Gemeente Amsterdam vindt gedeelde feitenkennis belangrijk en streeft dan ook naar het verkrijgen hiervan. Dit doet de gemeente door kennis te delen, transparant te zijn over het proces en door zoveel mogelijk verschillende invalshoeken in het proces mee te nemen. • Gedeelde feitenkennis speelt op verschillende schaalniveaus. Gemeente maakt gebruik van uitgangspunten die door landelijk beleid zijn opgesteld. De uitgangspunten voor wind op land komen voort uit landelijk beleid. Het gesprek over deze uitgangspunten moet dan ook op dat schaalniveau besproken worden. Er wordt daarom mogelijk een landelijke dialooggroep over wind op land gestart. • Als onderdeel van de reflectiefase voert de gemeente het gesprek over feiten ook in de verschillende klankbordgroepen, bijvoorbeeld worden vragen over de feiten in rapporten over gezondheid gesteld in de klankbordgroep gezondheid.

35

Proces • In het participatieplan van de initiatiefnemer wordt aangegeven hoe kennisdeling en -uitwisseling wordt vormgegeven in het participatieproces. Dit gebeurt in samenspraak met omwonenden. • Het participatieproces mag pas starten nadat het participatieplan is goedgekeurd door het college van de gemeente. • In het vervolg op dit document levert de gemeente een handreiking op met input van belanghebbenden waarin richtlijnen voor participatie, samenwerking en sturing uitgewerkt zijn en maakt deze openbaar.

2.1.3 Verschillende waarden in de stad Wat is het?

In de stad bestaan verschillende ideeën en waarden over windenergie in Amsterdam. In het debat lijkt dit vaak plat geslagen tot voor- en tegenstanders. Er zijn verschillende groepen te identificeren omdat er verschillen zijn in onder andere de houding ten opzichte van windenergie en onderliggende waarden. Door oog te hebben voor dergelijke factoren en te zoeken naar mogelijk gedeelde waarden ontstaat de mogelijkheid om een dialoog te voeren tussen individuen en/of groepen met verschillende perspectieven in de stad.

Signalen uit de stad

Op basis van de online raadpleging wordt geconstateerd dat er verschillende perspectieven op windenergie in de stad zijn. De onderzoekers konden een aantal groepen deelnemers identificeren onder andere op basis van hun perceptie van de ambitie om extra windturbines in de stad plaatsen en de wens zoveel mogelijk duurzame energie op Amsterdams grondgebied op te wekken. • Een groep deelnemers die positief is over extra windenergie in de stad, zij kiezen bijvoorbeeld relatief vaak voor de eis ‘zorg dat omwonenden van de windturbines direct voordeel hebben van de energie. Binnen deze groep zijn er mensen die vinden dat alles uit de kast moet worden gehaald om klimaatverandering tegen te gaan. Een andere groep is gematigder en noemt meer voorwaarden over bijvoorbeeld afstand tot woningen en overlast. • Een groep deelnemers die negatief is over extra windenergie in Amsterdam, leden van deze groep kiezen relatief vaak voor eisen over bescherming van het landschap en het bewaren van afstand tot natuurgebieden aan de randen van Amsterdam. Binnen deze groep kunnen we ook weer twee groepen onderscheiden, waarvan een het bouwen van windturbines in Amsterdam een slecht en irreëel plan vindt. Een andere deel van de groep is negatief over windenergie, maar vindt wel dat Amsterdam zoveel mogelijk moet doen om energie binnen de gemeentegrenzen op te wekken.

• Een groep die neutraal is over het bouwen van extra windturbines in Amsterdam. Een ruime meerderheid in die groep vindt dat Amsterdam zoveel mogelijk doen om energie binnen de gemeentegrenzen op te wekken, zij stellen hier wel voorwaarden aan zoals het beperken van overlast voor mens en natuur, eerst te kijken naar alternatieven voor windenergie, en locaties te zoeken in de buurt van industrie. Uit de online raadpleging volgt ook dat voor een ruime meerderheid van de Amsterdammers gezondheid, verant­ woordelijkheid, duurzaamheid, rechtvaardigheid en natuur/landschap belangrijke thema’s zijn bij keuzes die moeten worden gemaakt rond de duurzame energie ambities van Amsterdam. Twee relevante kanttekeningen hierbij zijn dat: • Bewoners van Amsterdam soms heel anders denken over de concrete invulling van deze waarden. • Verschillende groepen Amsterdammers deze waarden anders prioriteren.

Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?

Inhoudelijk • In het vervolg op dit document levert de gemeente een handreiking op met input van belanghebbenden waarin richtlijnen voor participatie, samenwerking en sturing uitgewerkt zijn. De inzichten uit de online raadpleging worden gebruikt bij de totstandkoming van deze handreiking.

36

Proces • Het volledige rapport over de online raadpleging wordt gedeeld met de gemeenteraad en wordt openbaar toegankelijk gemaakt. • De resultaten van de online raadpleging kunnen worden gebruikt om een dialoog te voeden tussen de verschillende groepen in de stad.

2.1.4 Transparantie over het proces en de besluitvorming Wat is het?

Transparantie over het proces en de besluitvorming betekent onder meer dat het proces begrijpelijk, toegankelijk, betrouwbaar en voorspelbaar is. En het moet duidelijk zijn wat, wanneer gebeurt in het proces en wanneer welk besluit genomen gaat worden. Bovendien moet het helder zijn hoe en wanneer belanghebbenden kunnen meepraten in het proces. Daarnaast moet duidelijk zijn waarover belanghebbenden kunnen mee praten en op welke manier hun input wordt meegenomen in het proces dan wel besluit. Ook gaat het over de vraag hoe snel en adequaat je als overheid reageert op signalen die uit de samenleving worden overgebracht. Transparantie over het proces en de besluitvorming gaat gepaard met heldere communicatie.

Signalen uit de stad

• Vragen gaan over het proces en wanneer ze in het proces worden geïnformeerd: hoor ik het wel op tijd wanneer jullie voornemens zijn in mijn buurt een windturbine te plaatsen? • Zorgen zijn dat het proces wellicht zo is ingericht dat bewoners geen echte inspraak meer hebben, maar voor voldongen feiten komen te staan. • Zorgen gaan over het tot stand komen van de besluitvorming en hoe inspraak de besluitvorming beïnvloedt. Sommige bewoners hebben het gevoel dat besluiten al genomen zijn en dat er daarna pas geparticipeerd wordt. • Een zorg is dat het proces nogal snel en gehaast is, met het risico dat er windturbines worden geplaatst op locaties waar niet goed over na is gedacht. • Vragen gaan over waar het proces zich bevindt; waarom is een zoekgebied wel of niet geschikt is; wat is daarvoor doorslaggevend? • Vragen gaan ook over hoelang het proces duurt van het plaatsen van een windturbine van start tot einde. • Er worden ook complimenten gegeven over een helder en transparant proces.

“Het is echter onduidelijk welk belang de gemeente hecht aan deze inspraak.” – Bijlage Draagvlakonderzoek OIS, bewoner Amsterdam Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?

Inhoudelijk • Het plaatsen van windturbines is een meerjarig proces. Echter, om in 2030 de ambitie voor windenergie (een extra vermogen van 50 megawatt t.o.v. 2019) te realiseren, is afgesproken dat alle (omgevings-)vergunningen verleend zijn in 2025. • In de RES 1.0 heeft de gemeente Amsterdam de ambitie voor zon en wind en de zoekgebieden vastgelegd. Hiervoor zijn meerdere informatie- en participatiemomenten georganiseerd. • Stapsgewijs wordt verder onderzocht hoe en waar de ambitie voor windturbines kan worden uitgevoerd. De gemeente wil hiervoor dialoog en samenwerking met de lokale omgeving. Richtlijnen voor participatie en samenwerking worden uitgewerkt in de handreiking Participatie, samenwerking en sturing. • Gemeente Amsterdam deelt informatie over het proces en besluitvorming via de website www.amsterdam.nl/windenergie en de nieuwsbrieven ‘Duurzaam020’ en ‘Duurzame energie’.

37

Proces • Het besluitvormingsproces is beschreven in het processchema begin van dit document. • In het vervolg op dit document levert de gemeente een handreiking op met input van belanghebbenden waarin richtlijnen voor participatie, samenwerking en sturing uitgewerkt zijn en maakt deze openbaar.

2.2 Meedoen in de opbrengsten Wat is het?

In Amsterdam wordt er gestreefd naar 50% lokaal eigendom bij een windproject. Amsterdammers en bewoners van buurgemeenten kunnen op verschillende manieren profteren: via lidmaatschap, via een omgevingsfonds of via een omwonendenregeling. Ook mensen met een kleine portemonnee kunnen profiteren. Dit wordt ook wel financiële participatie genoemd.

Signalen uit de stad

• Vragen gaan over de mogelijkheden om financieel mee te doen, op welke wijze meeprofiteren mogelijk is en of meeprofiteren voor iedereen toegankelijk is. • Er zijn vragen waarom niet ingezet wordt op 100% lokaal eigendom, door een combinatie van zoveel mogelijk burgerenergie coöperaties en een gemeentelijk duurzaam energiebedrijf. • Zorgen geuit over het meeprofiteren van ‘anderen’, niet bewoners maar grote partijen zoals datacenters. • Zorgen geuit over de verdeling van de lusten en laten: het mag niet zo zijn dat de ene Amsterdammer de lusten heeft als mede-eigenaar en de andere Amsterdammer de lasten als omwonenden van windturbine. • Vragen gaan over wat de mogelijkheid is om als directe omwonende van een windturbine méér gecompenseerd te worden: hoe dichter bij een windturbine hoe meer privileges bijvoorbeeld.

“Financieel voordeel hierbij ondervinden is wel een vereiste en geen financieel nadeel ondervinden van plaatsing bijvoorbeeld als gevolgen van mijn verzekering et cetera.” – Bijlage draagvlakonderzoek OIS, bewoner Amsterdam Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?

Inhoudelijk • Amsterdam verleent alleen medewerking aan initiatiefnemers die streven naar minimaal 50% lokaal eigendom. • In de landelijke Handreiking RES 2.0 worden vier vormen van financiële participatie onderscheiden: medeeigenaarschap, financiële deelneming, omgevingsfonds en omwonendenregeling. • In Amsterdam zet in elk geval in op omgevingsfondsen, waarmee een windpark een vast bedrag per geproduceerde eenheid elektriciteit afdraagt aan een omgevingsfonds dat ten goede komt aan de directe omgeving van het project. • Ook streeft de gemeente naar het uitwerken van een Omwonendenregeling, voor diegenen in de directe omgeving die niet willen of kunnen investeren. Proces • In het participatieproces gaat de initiatiefnemer in gesprek met omwonenden en belanghebbenden over mogelijkheden voor financiële participatie en samenwerking. • In het vervolg op dit document levert de gemeente een handreiking op met input van belanghebbenden waarin richtlijnen voor participatie, samenwerking en sturing uitgewerkt zijn en maakt deze openbaar.

38

2.3 Sociale cohesie Wat is het?

Sociale cohesie gaat over de verbinding die bewoners voelen met hun stad of buurt. De verbinding wordt gevoeld doordat er sprake is van een bepaalde mate van variatie, veelvormigheid en diversiteit. Zowel in mensen als functies. Doorgaans is er een bepaalde mate van samenhang tussen sociale dan wel fysieke factoren waardoor de verbondenheid met een gebied door een bepaalde groep (bijvoorbeeld buurtbewoners) wordt gevoeld. Fysieke veranderingen in de buurt en/of veranderingen in de samenstelling van de buurt kan de cohesie positief of negatief beïnvloeden.

Signalen uit de stad

• Zorg dat samenstelling van de buurt verandert door de komst van turbines, dat mensen die zich dat kunnen permitteren wegtrekken. • Zorg dat ongelijkheid in de stad toeneemt en dat in specifieke buurten een neerwaartse spiraal ontstaat. Bijvoorbeeld dat door vertrek van bewoners ook voorzieningen etc. wegvallen.

Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?

Inhoudelijk • Gemeente Amsterdam begrijpt dat de mogelijke komst van windturbines in een buurt een ingrijpende verandering is. Een dergelijke verandering vindt niet plaats zonder een gesprek met de stad. Dit gebeurt in de reflectiefase, maar ook daarna wanneer er specifieke locaties voor windturbines bekend zijn. • Gemeente Amsterdam erkent het belang om mee te kunnen bepalen hoe stad en buurt eruit gaan zien. Die betrokken­ heid is essentieel, want de stad maken we samen. Proces • In het vervolg op dit document levert de gemeente een handreiking op met input van belanghebbenden waarin richtlijnen voor participatie, samenwerking en sturing uitgewerkt zijn en maakt deze openbaar.

39

2.4 Betrokkenheid buurgemeenten Wat is het?

Nederland is opgedeeld in 30 energieregio’s, zodat over gemeentegrenzen heen samengewerkt wordt aan de opgave om duurzame energie op te wekken. Amsterdam is een eigen deelregio binnen de energieregio Noord-Holland Zuid. Amsterdam wordt omringd door meerdere buurgemeenten, die onderdeel zijn van andere deelregio’s binnen de energieregio Noord-Holland Zuid en energieregio U16.

Signalen uit de stad

• Vragen gaan over het verkrijgen van duidelijkheid over hoe de Amsterdamse zoekgebieden zich verhouden tot de ambities en wensen van buurgemeenten en de bewoners van buurgemeenten. • Vanuit buurgemeenten zijn er zorgen geuit in relatie tot de eigen toekomstige gebiedsontwikkeling op de grens van zoekgebieden.

“Woongenot wordt van meerdere kanten ernstig bedreigd. Langs het Gein is namelijk sprake van een aantal megawindmolens. Houden de verschillende buurgemeenten wel rekening met elkaars plannen?” – Bijlage draagvlakonderzoek OIS, bewoner Amsterdam Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?

Inhoudelijk • De belangen van buurgemeenten en hun inwoners worden meegenomen gedurende het gehele proces van de uitwerking van windzoekgebieden naar specifieke locaties. • Wanneer er specifieke locaties voor windturbines bekend zijn, worden omwonenden uitgenodigd voor informatie- en participatiemomenten. Ook wanneer de omwonenden in een buurgemeente wonen. • Voor elk project wordt een MER opgesteld. In de MER worden ook autonome ontwikkelingen van buurgemeenten, waaronder bestemmingsplannen, meegenomen. Proces • Amsterdam werkt continu samen met haar buurgemeenten binnen het traject van de RES. Met de buurgemeenten is een lokaal ambtelijke samenwerking opgezet, ook bestuurlijk wordt met de buren aanvullend op de energieregio afgestemd. • Gemeente Amsterdam heeft tweewekelijks overleg met buurgemeenten en stadsdelen over voortgang reflectiefase en vraagt buurgemeenten en stadsdelen na te denken over participatie en sturing in de vervolgfase. • In het Uitvoeringsprogramma van de energieregio spreken gemeente af hoe om te gaan met zoekgebieden die aan gemeentegrenzen liggen, of grensoverschrijdend zijn.

40

Samenhangend & betaalbaar energiesysteem De Amsterdamse ambities op het gebied van windenergie staan niet op zichzelf, maar zijn onderdeel van de energietransitie in brede zin. De duurzame elektriciteit die door windturbines wordt opgewekt, is nodig voor onder andere koken, verwarmen van woningen en vervoer. Naast dat er wordt ingezet op windenergie, zet Amsterdam ook in op maatregelen voor het besparen van energie en het opwekken van duurzame elektriciteit door zonne-energie en andere energie­ bronnen. Amsterdam heeft in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 meer dan 300 maatregelen beschreven die bijdragen aan het verminderen van CO2-uitstoot. Amsterdam groeit snel, waardoor de vraag naar energie verder toeneemt. Amsterdam wil daarom verantwoordelijkheid nemen en zoveel mogelijk van de elektriciteit binnen de stads­ grenzen opwekken, zodat in 2030 80% van de huishoudens duurzame elektriciteit uit Amsterdam kunnen gebruiken. Energieneutraliteit zal daarentegen niet mogelijk zijn. Vooral voor de stijgende vraag naar elektriciteit moet het netwerk de komende jaren fors worden uitgebreid. In Amsterdam wordt de piekvraag naar elektriciteit vrijwel overal hoger dan het piekaanbod. Daarom is het inpassen van duurzame opwek op het elektriciteitsnet over het algemeen goed mogelijk.

Vanuit het oogpunt van systeemefficiëntie is het slim om de vraag zo dicht mogelijk bij het aanbod te realiseren. Ook zorgt een goede verdeling van zon en wind voor een efficiëntie benutting van het elektriciteitsnetwerk. De combinatie leidt tot lagere maatschappelijke kosten dan wanneer er alleen ingezet wordt op wind of zon, want door de combinatie hoeft de netbeheerder het elektriciteitsnet op minder plekken te verzwaren.

41

3.1 Zonne-energie Wat is het?

Zonne-energie is een gangbare manier om duurzaam elektriciteit op te wekken. Het gebruik van daken voor het opwekken van zonne-energie kan veel bijdragen aan de groei van opgewekte duurzame elektriciteit. In Amsterdam is veel dakoppervlak, die ruimte wil de gemeente optimaal benutten voor het opwekken van zonne-energie. Op alle daken samen kan elektriciteit worden opgewekt voor 400.000 tot 500.000 huishoudens. Naast op daken kan zonne-energie opgewekt worden op alternatieve locaties waar bijvoorbeeld dubbel ruimtegebruik mogelijk is.

Signalen uit de stad

• Een signaal is dat er veel meer aandacht moet zijn voor zon op daken. Amsterdammers zien veel potentie in de vele ongebruikte daken om zich heen, zowel op industrieterreinen als op woningen. • Vragen gaan over of er voldoende infrastructuur en capaciteit is om alle opgewekte stroom van zon en wind te vervoeren.

“We willen meer structurele oplossingen zoals toch meer zoncapaciteit op dak gebruik in een stad als Amsterdam die zich daar uitstekend voor leent.” – Bijeenkomst Oost, bewoner Amsterdam “We moeten alles elektrisch gaan doen maar er is geen infrastructuur voor de toe en afvoer van zoveel stroom.” – Bijlage draagvlakonderzoek OIS, bewoner Amsterdam Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?

Inhoudelijk • Naast de ambitie voor windenergie is er ook een ambitie voor zonne- energie: 400 MW aan zonne-energie op grote daken en zonnepanelen in restruimtes. • Amsterdam zet in op een duurzame, stabiele elektriciteitsvoorziening en daarvoor zijn zonne-energie en windenergie beide nodig. In de winter wordt er meer elektriciteit geproduceerd door windturbines, omdat het vaker waait en de zon minder schijnt. In de zomer wordt er meer elektriciteit geproduceerd door zonnepanelen, omdat de zon vaker schijnt en het minder waait. Een windturbine op land van 3MW levert ongeveer evenveel elektriciteit als 12 voetbalvelden met zonnepanelen. Dit staat gelijk aan de elektriciteitsbehoefte van ongeveer 4.000 Amsterdamse huishoudens. Proces • De aanpak voor zonne-energie staat beschreven in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 en RES 1.0.

42

3.2 Inzet van alternatieve technieken en innovaties Wat is het?

De energietransitie kent niet maar één oplossing. Er zijn meerdere technieken (denk aan zon en waterstof) en maatregelen (denk aan besparing) mogelijk om de transitie naar duurzame elektriciteit te maken. Naast dat er alternatieven denkbaar zijn, gaat de ontwikkeling van bestaande en nieuwe technieken door. Innovaties volgen elkaar in een hoog tempo op. Met als gevolg dat technieken duurzamer, efficiënter en goedkoper worden, en in het geval van windturbines mogelijk stiller. Er worden ook innovaties verwacht in relatie tot het elektriciteitsnet, zoals tijdelijke opslag van elektriciteit.

Signalen uit de stad

• Bewoners vragen zich af of windturbines door technologische ontwikkelingen op den duur niet overbodig worden. Er zijn zorgen of deze tijdelijkheid zorgt voor overbodige plaatsing. • De zorg die bij bewoners leeft is dat de keuzes die nu gemaakt worden in beleid en RES-proces ertoe leiden dat nieuwe technologieën later minder goed kunnen worden ingepast. • De opslag van energie is een zorgpunt. Zo benadrukken bewoners dat het elektriciteitsnet niet is ingericht op de fluctuatie tussen vraag en aanbod. Ook is gevraagd waar eventuele overproductie naartoe gaat. • Bewoners hebben vraagtekens bij de recyclebaarheid van windturbines en zien het risico ontstaan van een toekomstige schroothoop. • Het is naar voren gekomen dat bewoners zich afvragen of inzetten op alléén besparing niet al voldoende is om de ambities te bereiken. • Bewoners willen weten of er bijvoorbeeld vanuit de gemeente een platform is dat zich inzet voor nieuwe technologieën, zoals thoriumcentrales.

“Zonder een mix van energiebronnen gaan we de CO2-reductie doelen nooit halen.” – Online raadpleging, bewoner Amsterdam “Wel vind ik de nadruk op opwekking in geen verhouding staan tot de noodzaak van isolatie. Niet verbruiken blijft beter dan duurzaam opwekken” – Bijlage draagvlakonderzoek OIS, bewoner Amsterdam

43

Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?

Inhoudelijk • Met de ambitie voor windenergie geeft de gemeente invulling aan één van de afspraken uit het Nederlands Klimaatakkoord, namelijk dat 30 energieregio’s onderzoeken waar en hoe hernieuwbare elektriciteit op land het beste opgewekt kan worden met zonne- en windenergie. • Bovendien zijn in de Routekaart Klimaatneutraal 2050 meer dan 300 acties en maatregelen beschreven die ervoor moeten zorgen dat de CO2-uitstoot daalt. • Een mini-burgerberaad heeft recent advies uitgebracht over een reeks van maatregelen waarmee de uitstoot versneld gereduceerd kan worden. Proces • Het RES-proces is een cyclisch proces. Voortschrijdende inzichten uit technische ontwikkelingen en innovatie worden zo nodig meegenomen in de RES 2.0, RES 3.0, et cetera. • De aandacht voor het behalen van de besparingsopgave wordt o.a. uitgewerkt in de opgave voor de gebouwde omgeving en de transitie naar aardgasvrije wijken. Naar verwachting zal er bij de RES 2.0 meer aandacht hiervoor zijn. Dit sluit ook aan bij de Amsterdamse Routekaart en de activiteiten die hieruit worden georganiseerd.

44

3.3 Lokale productie Wat is het?

Productie van elektriciteit kan op diverse schaalniveaus worden gedaan. In het huidige energiesysteem wordt aardgas elders (buiten de landsgrenzen) opgekocht en omgezet in elektriciteit. Technieken zoals wind en zon maken het mogelijk om lokaal elektriciteit op te wekken. In het Klimaatakkoord is afgesproken om te onderzoeken waar en hoe gemeenten, waterschappen en provinciën in staat zijn hernieuwbare elektriciteit op te wekken. Amsterdam geeft gehoor aan deze afspraak en onderzoekt dus wat er lokaal kan worden opwekt door zon en wind.

Signalen uit de stad

• Bewoners vinden dat een stad als Amsterdam, vergeleken andere gebieden in Nederland, geen gunstige plek is voor het plaatsen van windturbines. Afstemming over windenergie moet niet lokaal niveau geadresseerd worden, maar op nationaal niveau.

“Elke stad/wijk dient zijn eigen energie op te wekken. Dat is voor een stad als Amsterdam niet rationeel. Ook niet al ons brood, melk en groente wordt in de stad verbouwd! Dit vergt een nationale aanpak.” – Informatieavond, bewoner Amsterdam Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?

Inhoudelijk • Het Rijk heeft iedere gemeente opgeroepen om inzet te plegen op de lokale opwek van duurzame energie. • Amsterdam levert met zonnepanelen op daken en ongeveer 17 extra windturbines in 2030 een lokale bijdrage aan de nationale verduurzaming van de elektriciteitsvoorziening. • Amsterdam erkent dat niet alle energie lokaal kan worden opgewekt. Proces • Amsterdam werkt verder aan hoe en waar de ambitie voor zon en wind te realiseren. De voortgang hiervan is onderdeel van de Regionale Energiestrategie. • De Regionale Energiestrategie is een dynamisch document dat iedere twee jaar wordt herijkt. Actuele ontwikkelingen als aanpassingen in zoekgebieden, belanghebbende innovaties, aangepaste rekenmethodieken krijgen daarin een plaats. Ook samenwerkingsafspraken kunnen tegen het licht worden gehouden en verbeterd.

45

3.4 Energieafnemers Wat is het?

Het onderwerp energieafnemers gaat over de vraag wie gebruik maakt van de opgewekte energie. De energie kent verschillende afnemers: bewoners, bedrijven, verkeer, etc. Ook datacenters zijn hier een onderdeel van.

Signalen uit de stad

• Bewoners maken zich zorgen dat energie die opgewekt wordt door de windturbines wordt opgekocht door datacenters. • Bewoners willen niet de lasten dragen, bijvoorbeeld in de vorm van overlast en horizonvervuiling, terwijl datacenters de lusten van windenergie plukken. • Tech giganten worden ook in algemene zin genoemd als partijen waar de opgewekte energie niet naartoe zou moeten gaan. • Ook wordt gesteld dat door het aantal datacenters te verminderen, de opgave minder groot wordt. • Er zijn bewoners die aangeven dat er regels opgesteld moeten worden die beperkingen stellen aan de hoeveelheid energie die datacenters gebruiken.

“Maar gaat het wel echt over voorzien in onze eigen energiebehoefte? En niet zoals in Noord-Holland voor datacenters uit het buitenland?” – Informatieavond, bewoner Amsterdam Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?

Inhoudelijk • Technisch gezien gaat de opgewekte stroom het elektriciteitsnet op (op de grote hoop), tenzij er lokale afspraken zijn gemaakt om dit niet te doen. Administratief gezien kan de elektriciteit worden gekoppeld aan particulieren en/of bedrijven (die dan de lokale duurzame elektriciteit afnemen). Dit gebeurt bij de coöperatieve ontwikkeling van windturbines. • Amsterdam verleent medewerking aan initiatieven waar gestreefd wordt naar minimaal 50% lokaal eigendom. • Voor datacenters heeft de gemeente Amsterdam recent nieuw beleid vastgesteld. Dit is een restrictief beleid met beperking van het aantal en alleen onder (duurzame) voorwaarden. Proces • In het vervolg op dit document levert de gemeente een handreiking op met input van belanghebbenden waarin richtlijnen voor participatie, samenwerking en sturing uitgewerkt zijn en maakt deze openbaar.

46

Bijdrage aan CO2-doelstelling

47

Als stad hebben we ons gecommitteerd aan de uitvoering van het Akkoord van Parijs (2015) en het landelijke Klimaatakkoord (2019). Om invulling te geven aan deze uitvoering heeft de gemeente de Routekaart ‘Amsterdam Klimaatneutraal 2050’ opgesteld. Hierin staan de langetermijnvisie op de Amsterdamse energietransitie, de strategie en ook de acties voor de korte termijn. De gemeente streeft naar een vermindering van de CO2-uitstoot in Amsterdam met 55% in 2030, en 95% in 2050. Vóór 2040 moet de stad aardgasvrij zijn en over 10 jaar mag er alleen nog uitstootvrij vervoer over de weg en over het water.13 Op het moment van vaststellen zijn die doelstellingen ambitieuzer dan de landelijke doelstellingen. Het proces van de (concept) RES 1.0 en het uitwerken windzoekgebieden richting RES 2.0 en verder, is in lijn met de Amsterdamse Routekaart en de ambitieuze houding van de gemeente Amsterdam. Recent internationaal onderzoek op gebied van klimaat wijst uit dat klimaatverandering sneller voortschrijdt en strategieën voor CO2-reductie over het algemeen te langzaam tot stand komen en concreetheid missen. De komende jaren is er een inhaalslag nodig om de klimaatcrisis aan te pakken. Daarom moet Nederland de overstap maken van fossiele brandstoffen naar duurzame, groene energiebronnen.

Als grote stad neemt Amsterdam de verantwoordelijkheid om zelf alles te doen wat binnen haar mogelijkheden ligt. Het plaatsen van windturbines, ook in de stedelijke omgeving, is een van de alternatieven om op duurzame wijze elektriciteit op te wekken. Tijdens het proces voor de RES 1.0 zijn verschillende zorgen en aandachtspunten geuit die gaan over het behalen van de CO2-doelstelling en de keuzes die gemaakt worden bij de inrichting van ons toekomstig energiesysteem. De afname van CO2 wordt ook in MER inzichtelijk gemaakt. Deze wordt in Amsterdam voor alle windinitiatieven uitgevoerd. 13

Bron: Omgevingsvisie Amsterdam 2050

4.1 A  mbitie windenergie van Amsterdam en het Rijk Wat is het?

In het Klimaatakkoord zijn de volgende doelstellingen voor windenergie opgenomen: 49 TWh op zee (waarvoor het Rijk verantwoordelijk is) en 35 TWh op land (waarvoor energieregio’s verantwoordelijk zijn). Het Rijk heeft bij de totstand­ koming van de 49 TWh en belangenafweging gemaakt tussen de beschikbare ruimte op zee voor windparken en andere belangen zoals die voor de scheepvaart, visserij en de natuur. Op regionaal en lokaal niveau onderzoeken 30 energieregio’s waar en hoe het beste de 35 TWh hernieuwbare elektriciteit op land opgewekt kan worden met zonne- en windenergie. De energieregio’s hebben in de RES 1.0 met behulp van het landelijk RES-afwegingskader ook een belangenafweging gemaakt en op basis daarvan zoekgebieden voor wind- en/of zonne-energie aangewezen. Energieregio Noord-Holland-Zuid, waar Amsterdam als deelregio onderdeel van is, heeft als ambitie om 2,7 TWh hernieuwbare elektriciteit op land op te wekken. Amsterdam biedt aan om in 2030 in totaal circa 0,7 TWh hernieuwbare elektriciteit op te wekken met tenminste 127 megawatt (MW) opgesteld vermogen windenergie in de windzoekgebieden (opgesteld vermogen in 1e kwartaal 2021 is 75 MW) en 400 MW opgesteld vermogen zonne-energie op grote daken en via dubbelgebruik van stedelijke ruimtes. Dit zijn in 2030 ca. 17 windturbines van ongeveer 3 MW en de helft van de geschikte daken in Amsterdam met zonnepanelen.

Al voorafgaand aan de Regionale Energiestrategie heeft Amsterdam de ambitie om windenergie te realiseren in de Windvisie 2012 en later in het coalitieakkoord (mei 2018) door de volgende ambitie op te nemen: “maximum potentie van windenergie benutten.”

Signalen uit de stad

• Bewoners geven aan de ambitie voor Amsterdam niet realistisch te vinden, dit moet op nationaal niveau worden opgelost. • Het is beter windturbines op zee te realiseren in plaats van op land, en zeker niet in Amsterdam.

“Waarom wil Amsterdam zoveel meer windmolens als gevraagd wordt aan het RES-gebied?” – Informatieavond, bewoner Amsterdam

48

Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?

Inhoudelijk • In Nederland is in het Klimaatakkoord afgesproken meer hernieuwbare elektriciteit op te wekken op zee en op land. Er komen dus ook meer windturbines op zee. Dat gebeurt in opdracht van de Rijksoverheid. 60% van onze hernieuwbare elektriciteit komt in 2030 van windturbines van zee. 40% komt van land met windturbines en zonnepanelen. • In het Klimaatakkoord is een belangenafweging gemaakt bij het bepalen van de doelstelling voor meer windturbines op zee. De ruimte voor windturbines op zee is schaars vanwege andere belangen, zoals die van de scheepvaart, visserij, natuur- en recreatiegebieden, de zandwinning voor onze kustverdediging, oefenterreinen van Defensie, etc. Bovendien is de Noordzee op sommige plekken te diep voor windturbines. Meer over wind op zee in de factsheet van het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie. • Amsterdam levert met haar inspanning een bijdrage aan de landelijke verduurzaming van de elektriciteitsvoorziening. • De recente prognose uit Klimaatrapportage 2021 voor de CO2-uitstoot in Amsterdam geeft een belangrijk inzicht. Namelijk dat, ondanks de acties en maatregelen uit de Routekaart Klimaatneutraal 2050 die in uitvoering zijn of nog worden gebracht, er nog onvoldoende gebeurt om de gewenste ambities te behalen. Vandaar dat Amsterdam ook de mogelijkheden voor windenergie verder onderzoekt.

• De ‘Najaarsfoto’ van Nationaal Programma Regionale Energiestrategieën (NP RES) laat zien de ambitie “haalbaar is als er in de uitvoering voldoende kennis, middelen, menskracht en urgentie is om het tempo hoog te houden.” Proces • Amsterdam werkt verder aan hoe en waar de ambitie voor zon en wind te realiseren. De voortgang hiervan is onderdeel van de Regionale Energiestrategie. • De Regionale Energiestrategie is een dynamisch document dat iedere twee jaar wordt herijkt. Actuele ontwikkelingen als aanpassingen in zoekgebieden, belanghebbende innovaties, aangepaste rekenmethodieken krijgen daarin een plaats. Ook samenwerkingsafspraken kunnen tegen het licht worden gehouden en verbeterd.

49

4.2 Opwekpotentie van windturbines Wat is het?

De opwekpotentie van een windturbine wordt beïnvloed door vaste factoren zoals het type, het nominaal vermogen (bepaald door de generator), het rendement van de omzetting van windenergie naar elektriciteit en de locatie en omliggende omgeving. En door variabele factoren zoals de windsnelheid, de tijd die een windturbine kan draaien, de seizoensinvloeden en dag- en nachtritme. Het vermogen wordt uitgedrukt in Megawatt (MW).

Signalen uit de stad

• Het rendement van de windturbines op zee ligt hoger dan nabij de stad, bewoners vragen zich daarom af of en waarom de windturbines nabij de stad geplaats moeten worden. • Andere bewoners vragen zich af of nieuwe vormen van windturbines goed bij de stad kunnen passen. Veel gehoord zijn de zogenaamde ‘windwokkels’ en de vraag aan de gemeente dit type windturbine terug te laten komen in de zoekgebieden – het zoeken naar alternatieve plaatsen – locaties voor de windwokkels. • Men twijfelt ook over het rendement en efficiency. Vanuit de zorg dat windturbines vaak stil komen te staan, om overlast te voorkomen, waardoor het rendement van een windturbine omlaaggaat. • Zou het vergroten van de bestaande (kleinere) windturbine in grotere, bijvoorbeeld wanneer deze aan vervanging toe zijn, niet voldoende kunnen zijn om aan de vraag te voldoen? Dit is een vraag die leeft onder de bewoners.

“Kunt u uitleggen waarom er windmolen locaties worden gezocht dichtbij bewoning, terwijl bewezen is dat windmolens in clusters en op zee veel efficiënter en effectiever zijn?” – Informatieavond, bewoner Amsterdam “Waarom geen windmolens in de binnenstad? Bijvoorbeeld windwokkels op de daken.” – Bijlage draagvlakonderzoek OIS, bewoner Amsterdam Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?

Inhoudelijk • Als specifieke locaties in zicht komen zal een initiatiefnemer tot een haalbare business case moeten komen. Het rendement van een windturbine zal hier een belangrijk onderdeel van zijn. Uit onderzoeken zal onder andere blijken of er omgevingsfactoren zijn die ervoor zullen zorgen dat een molen vaker stil moet worden gezet, waardoor het rendement omlaaggaat. • Vanuit het Klimaatakkoord en het NP RES wordt ingezet om deze elektriciteit grootschalig en efficiënt op te wekken. Daarom is de Regionale Energiestrategie gericht op alleen grote windturbines en grootschalige installaties van zonnepanelen.

50

Proces • Het RES-proces is een cyclisch proces. Voortschrijdende inzichten uit technische ontwikkelingen en innovatie worden zo nodig meegenomen in de RES 2.0, RES 3.0, et cetera.

Deel 2

Afwegingskader per zoekgebied: input uit ‘Onderzoek naar de leefomgeving’ Er zijn signalen opgehaald die iets zeggen over de hele stad, maar ook signalen die lokaal zijn en die inzicht bieden per zoekgebied. Per zoekgebied houdt in: voor de voorkeursgebieden uit de RES 1.0. Zie het kaartje hieronder.

Om te komen tot een overzicht van signalen per zoekgebied is, naast informatie uit de inspreekavonden, raadsadressen en e-mails, ook informatie gebruikt die is opgehaald tijdens deze reflectiefase door middel van een onderzoek naar de leefomgeving.

52

Belangrijk is te benadrukken dat elk overzicht per zoekgebied op hoofdlijnen inzicht geeft in de signalen die vanuit de stad zijn meegegeven over dat specifieke zoekgebied. Er is te zien dat sommige thema’s niet of nauwelijks genoemd zijn in bepaalde gebieden, die hebben in de visualisatie dus geen plek gekregen. Dit betekent echter niet dat deze thema’s geen rol meer zullen spelen in het vervolg. In alle gevallen worden in de realisatiefase van een windturbine mogelijke effecten op natuur en gezondheid onderzocht in de verplichte milieueffectrapportage, in een Gezondheidseffectanalyse of in andere onderzoeken.

Re c l ev r e a t i ng ie & sw aa rde

van t ie te n e s in k po we d t u r b win

be

Op

Hinder belevin g en gezond heidse f fec ten

Windzoekgebied Havengebied-zuid

N

B CO ijdr a 2 -d oe

od

m

r

gh

ei d

ichting lijke inr Ruimte aliteit ha p s k w c s d n en la

ap nh pe l e eid ijke le g it e n im a t ie

I ns p r a

h tsc ke a Ma r o k c h s t b e r a ti c o de m

ak e n

Me e op doe br e n n in gs de te n

c ia le co he s ie

eid kkenh n Bet ro nte e me e b uur g

I te nzet ch ni e v a n ke alt n e er n n i at i n n ev ov e at i es

k

pr

e

uu

ili Ve

So

Lo

al e

ti uc

e g i nd & es ys t ee m

gie

er

ng

- e ner

er s

Zo n n e

af ne m

fo

g

ie En e r g

ha en n Sam ar e a alb

53

Deze visualisatie geeft op hoofdlijnen inzicht in de signalen die vanuit de stad zijn meegegeven over dit zoek­ gebied. Sommige thema’s zijn niet of nauwelijks genoemd in dit gebied, die hebben in de visualisatie dus geen plek gekregen. Dit betekent echter niet dat deze thema’s geen rol meer zullen spelen in het vervolg. In alle gevallen worden mogelijke effecten op natuur en gezondheid onderzocht in de verplichte milieueffectrapportage, in een Gezondheidseffectanalyse of in andere onderzoeken.

L ee

Wet & regelgeving

be t a

Let op:

n a a l ing e g stel l

v in ge

Am b A m i t ie w in s te r d a d e ne rg me n h ie v a et R n ij k

at

dialoo

g

Havengebied-zuid Er hebben verschillende inspreekmomenten plaatsgevonden rondom de RES 1.0 waarbij bewoners, bezoekers, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden signalen konden meegeven gerelateerd aan de windzoek­ gebieden, zo ook voor het gebied Havengebied-Zuid (in de kaart van de RES1.0 aangeduid als Haven Zuid). Sommige van deze signalen zijn generiek van aard, maar komen wel uit dit zoekgebied. Andere gaan specifiek over dit zoekgebied. De gemeente is zich ervan bewust dat deze generieke en specifieke zorgen op verschillende plekken door elkaar lopen. Voor uitgebreidere informatie over de generieke zorgen kunt u hier klikken om terug te gaan naar deel 1 van dit document.

Leefomgeving

Hinderbeleving en gezondheidseffecten

• Zorgen over laagfrequent geluid bij de volkstuinen, de nabijgelegen woningen maar ook in de recreatiegebieden, die door geluidsoverlast hun functie van rust kunnen verliezen. Deze zorgen gelden ook voor woonboot­ bewoners, omdat woonboten doorgaans slechter geïsoleerd zijn dan huizen. • Zorgen over ‘cumulatie’ van geluid: de regio heeft al te maken met veel industriële geluidsbronnen, zoals het geluid van de A5, de haven en van Schiphol. Daarnaast is het gebied rondom de Tuinen van West en ook Spaarnwoude een geliefde plek voor festivals in de zomer, die incidenteel geluidsoverlast geven. • Benadrukt wordt dat hinderbeleving meer is dan alleen geluid, ook licht en slagschaduw kunnen meespelen, afhankelijk van de plek. • Bewoners die aan het water wonen maken zich zorgen over extra overlast. Geluid draagt namelijk verder over water.

Recreatie & belevingswaarde

54

• Het zoekgebied grenst aan recreatieparken en sportvelden, zoals Sportpark Spieringhorn. Deze sport- en recreatieparken worden ook gebruikt door Amsterdammers die niet uit Nieuw-West komen, en op zoek zijn naar rust aan de buitengrenzen van de stad. Een van de plekken die hier veel voor wordt gebruikt is het gebied rondom de Tuinen van West, waar zich ook moes- en pluktuinen bevinden. • Op Volkstuinpark De Bretten en volkstuinpark De Groote Braak zijn er in de zomer én wintermaanden mensen die verblijven op de tuinparken. • Naast dat de Bretten en het Geuzenbos rustgebieden zijn voor dieren, worden de gebieden veel gebruikt als recreatief natuurgebied, o.a. door wandelaars en fietsers.

Natuur

• Er zijn zorgen geuit over de impact van windturbines op de vogels. Bewoners hebben opgemerkt dat hier onder andere vogelkolonies van kokmeeuwen en visdieven bevinden. • De Bretten: het zoekgebied grenst aan De Bretten, een natuur/recreatie­ gebied met biodiversiteit, dat onderdeel is van het ‘Scheggen-netwerk’. Dit netwerk van Scheggen vormt de ‘groene long’ van Amsterdam. Ook is De Bretten een rustgebied voor dieren die leven in en rondom de stad. Ook voor het Geuzenbos geldt dat dit recreatie- en natuurwaarde heeft. • Er moet voldoende aandacht zijn voor de biodiversiteit.

Ruimtelijke inrichting en landschapskwaliteit

• In de toekomst staat woningbouw in en nabij het Havengebied (rondom Sloterdijk en in buurgemeenten) gepland, er wordt gevraagd: hoe gaat het omvangrijke stedenbouwkundige programma Haven-Stad samen met windturbines? • Er zijn zorgen over mogelijke vervuiling van de horizon. Tegelijkertijd zijn er ook geluiden van dat windturbines juist passen binnen het industriële karakter van het havengebied. • Clusteren van windturbines in het havengebied wordt gezien als fraaier voor het uitzicht ten opzichte van verspreide plaatsing • Bedrijfsleven in de regio Westpoort/Havengebied geeft aan zich zorgen te maken dat de ruimte voor bedrijfsvoering wordt ingeperkt door wind­ turbines, maar ook door de plannen voor woningbouw (Haven Stad). • Zorg geuit over het zoekgebied Havengebied, dat aan de oostzijde een ‘’punt’’ heeft richting het oosten, die vooral op het water getekend is. Zorg is dat deze punt dicht bij woningen in aanbouw rond het NDSM-terrein en de Houthavens komt, ook lijkt deze punt door de vaargeul van het Noordzee­ kanaal te lopen.

Maatschappelijke betrokkenheid en democratische legitimatie Inspraak en dialoog

• Er zijn vragen met betrekking tot de transparantie over het proces en besluitvorming: wat betreft de transparantie over het proces en de besluitvorming is het niet altijd even duidelijk waarom en hoeveel windturbines er in dit zoekgebied komen. Hier is meer duidelijkheid over gewenst. • Een probleem dat wordt benoemd is dat enkele doelgroepen niet worden bereikt in het (participatie-) proces. Voornamelijk bewoners met een migratieachtergrond en praktisch opgeleiden.

Meedoen in de opbrengsten

• Bewoners willen weten wat de plannen zijn om als omwonenden mee te profiteren van de baten van windturbines.

Betrokkenheid buurgemeenten

• Bewoners uit buurgemeenten dienen meegenomen te worden, zo wordt gewezen op de betrokkenheid van bewoners uit Halfweg in de gemeente Haarlemmermeer. • Er is niet geflyerd en geïnformeerd in Halfweg, terwijl dit wel is gebeurd op plekken in Amsterdam. Daarom zijn bezwaren vanuit deze omgeving niet in een eerder traject meegenomen. Rondom Halfweg zoeken bewoners rust en ruimte op.

Samenhangend en betaalbaar energiesysteem Zonne-energie

• Naast windturbines wordt gesteld dat zonne-energie wellicht aanvullend geschikt is in dit zoekgebied, bijvoorbeeld als op de geluidsschermen van de A5, waardoor opwek van zonne-energie hand in hand kan gaan met het tegengaan van geluidsoverlast.

Energieafnemers

• Bewoners storen zich eraan dat zij overlast zullen ervaren van stroomopwekking die vervolgens gaat naar buitenlandse datacenters die in Nederland staan. Aangegeven wordt dat bewoners niet erg gemotiveerd zijn offers te brengen door de komst van datacenters.

55

Bijdrage CO2-doelstelling

Ambitie windenergie van Amsterdam en het Rijk

• Bewoners geven aan dat de groei van Schiphol meer vliegtuigen vlak boven hun hoofd en meer CO2 betekent. En tegelijkertijd komen er op dezelfde plek windturbines voor de reductie van CO2.

Opwekpotentie van windturbines

• Vragen gaan over of oude windturbines in het Havengebied vervangen kunnen worden door nieuwere, en meer rendabele windturbines. • Vragen gaan over de hoogte van de windturbines: het is niet duidelijk hoe hoog de windturbines zouden worden aangezien het zoekgebied een hoogtebeperking door Schiphol heeft.

be

van t ie te n e s in k po we d t u r b win

Re c l ev r e a t i ng ie & sw aa rde

Hinder belevin g en gezond heidse f fec ten

Op

Windzoekgebied Ten noorden van de ring A10 Noord

N

B CO ijdr a 2 -d oe

od

m

r

gh

ei d

ichting lijke inr Ruimte aliteit ha p s k w c s d n en la

ap nh pe l e eid ijke le g it e n im a t ie

I ns p r a

h tsc ke a Ma r o k c h s t b e r a ti c o de m

ak e n

Me e op doe br e n n in gs de te n

c ia le co he s ie

eid kkenh n Bet ro nte e me e b uur g

I te nzet ch ni e v a n ke alt n e er n n i at i n n ev ov e at i es

k

pr

e

uu

ili Ve

So

Lo

al e

ti uc

e g i nd & es ys t ee m

gie

er

ng

- e ner

er s

Zo n n e

af ne m

fo

g

ie En e r g

ha en n Sam ar e a alb

56

Deze visualisatie geeft op hoofdlijnen inzicht in de signalen die vanuit de stad zijn meegegeven over dit zoek­ gebied. Sommige thema’s zijn niet of nauwelijks genoemd in dit gebied, die hebben in de visualisatie dus geen plek gekregen. Dit betekent echter niet dat deze thema’s geen rol meer zullen spelen in het vervolg. In alle gevallen worden mogelijke effecten op natuur en gezondheid onderzocht in de verplichte milieueffectrapportage, in een Gezondheidseffectanalyse of in andere onderzoeken.

L ee

Wet & regelgeving

be t a

Let op:

n a a l ing e g stel l

v in ge

Am b A m i t ie w in s te r d a d e ne rg me n h ie v a et R n ij k

at

dialoo

g

Ten noorden van de ring A10 Noord Er hebben verschillende inspreekmomenten plaatsgevonden rondom de RES 1.0 waarbij bewoners, bezoekers, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden signalen konden meegeven gerelateerd aan de windzoek­ gebieden, zo ook de Ring A10 Noord (in de kaart van de RES1.0 aangeduid als Ring A10 Noord). Sommige van deze signalen zijn generiek van aard, maar komen wel uit dit zoekgebied. Andere gaan specifiek over dit zoekgebied. De gemeente is zich ervan bewust dat deze generieke en specifieke zorgen op verschillende plekken door elkaar lopen. Voor uitgebreidere informatie over de generieke zorgen kunt u hier klikken, om terug te gaan naar deel 1 van dit document.

Leefomgeving

Hinderbeleving en gezondheidseffecten

• Zorgen gaan over de effecten van geluid en trillingen op de gezondheid. In het bijzonder een zorgpunt wat op termijn de gezondheidseffecten op kinderen zijn en de consequenties van het opstapelende geluid afkomstig van de A10. • Bewoners van de sociale huurwoningen dicht bij de ringweg zullen veel hinder ervaren terwijl zij weinig mogelijkheden hebben om te verhuizen binnen Amsterdam. • Zorg dat voor woonboten mogelijk extra overlast geldt: dunne houten wanden en geluid wordt gedragen over water. • Zorgen over potentiële giflekken van bedrijven uit de Volgermeerpolder (extra reservegebied) door bodemtrillingen die windturbines geven. Dit dient door een onafhankelijke partij onderzocht te worden. • Zorgen over laagfrequent geluid en het verlies van rust (gezondheid in de vorm van rust) en slapeloosheid. • Zorg dat windturbines te dicht bij de leefomgeving komen: er moeten duidelijke normen worden gesteld die verantwoord kunnen worden met onafhankelijk onderzoek. • Er zijn zorgen geuit over de overlast van slagschaduw door de wieken van de windturbine. • Zorgen over de mogelijke overlast van knipperlichten en de mogelijke effecten op gezondheid of kans op irritatie.

Recreatie & belevingswaarde

57

• Dit is een rand van de stad: veel groen, landelijk karakter met UNESCOlocaties. • Amsterdammers uit het zoekgebied zelf en omliggende buurten gebruiken Landelijk Noord voor diverse buiten- en sportactiviteiten en om te

ontsnappen uit de drukte. Bewoners zijn bezorgd of deze recreatieve waarde verminderd door windturbines, doordat er ruimtelijk minder plek zal zijn, en doordat een windturbine de omgeving in ‘stukken hakt’. • De zes volkstuinparken in Noord zijn belangrijke recreatiegebieden. Bewoners uit dit gebied, volkstuinders en volkstuinbestuurders, maken zich zorgen over de effecten op de gezondheid, veiligheid van deze parken en biodiversiteit. • De volkstuinders maken zich zorgen over de geluidsoverlast en daardoor over hun gezondheid, zowel overdag buiten in de tuin, als ‘s nachts in de ongeïsoleerde tuinhuizen. Zij vinden dat voor bewoners van tuinhuizen dezelfde bescherming en regels moeten gelden als voor bewoners van woonhuizen.

Natuur

• Het gebied wordt ervaren als waardevol natuur- en groengebied. De zorg is dat windturbinewindturbines hierop in algemene zin een negatieve invloed zullen hebben. • De omgeving Ring A10 is een belangrijk leefgebied is (o.a. broedgebied en vogeltrek) voor verscheidende vogelsoorten. Te denken valt aan weide­ vogels zoals de grutto en roofvogels als de havik, buizerd, torenvalk, sperwer, wespendief en de bosuil. Er zijn zorgen over het beïnvloeden van het leefklimaat van deze vogels. • Er leven beschermde diersoorten in het groen langs de A10: de ringslang, rugstreeppad, noordse woelmuis, en de waterspitsmuis. • Zorgen geuit over de vleermuizenpopulatie van Amsterdam in relatie tot windturbines. • Het gebied wordt ervaren als waardevol natuur- en groengebied. De zorg is dat windturbines hierop in algemene zin een negatieve invloed zullen hebben. • In Waterland mogen geen bomen in het land geplant worden om het landschap weids te houden. Boeren die hun vee buiten hebben lopen voelen zich bedonderd dat er nu vanuit de gemeente opeens wel ruimte is voor een windturbine, terwijl een boom voor schaduw niet geaccepteerd wordt.

Ruimtelijke inrichting en landschapskwaliteit

• De identiteit van Noord hangt samen met het landelijke karakter van dit deel van de stad en de aanwezigheid van UNESCO-locaties. • Het gebied heeft een kostbaar open karakter wat geschaad zou worden wanneer de gemeente besluit hier windturbines te plaatsen. • Bewoners uit dit gebied geven aan hier te zijn komen wonen voor deze specifieke en unieke kenmerken. • Bewoners uit dit zoekgebied vrezen voor het dalen van de huidige woning­ waarde en vragen zich af wie en hoe dit dan gecompenseerd gaat worden. • Er zijn bewoners die aangeven dat de horizon al vervuild is door de snelweg en de hoogspanningsmasten. • Er zijn bewoners die aangeven dat windturbines ruimtelijk gezien niet passen in het zoekgebied van de Ring A10. • Bewoners wijzen op het beschermingsregime dat geldt voor AmsterdamNoord, zoals de status Bijzonder Provinciaal Landschap. Het gebied kent een lange geschiedenis van veenvorming, veenontginning en -ontwatering, dijkdoorbraken en inpolderingen. • De buurt wordt gezien als een buurt die momenteel erg kindvriendelijk is. Een signaal is dat de komst van windturbines hier invloed op kan hebben, gezien de ruimtelijke inpassing en bijbehorende veiligheid. • Vragen gaan over hoe windturbineplannen zich verhouden tot plannen voor nieuwbouw (onder meer in buurgemeenten Zaanstad, Oostzaan en Landsmeer).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11093621/1