Bijlage 1. Afwegingskader Signalen uit de stad 13-01-2022.pdf
Tekst van het document
Signalen uit de stad Afwegingskader windturbines Amsterdam
definitief concept 13-01-2022
Inhoudsopgave
2
VOORWOORD: WAT IS HET AFWEGINGSKADER WEL EN NIET Wat is het afwegingskader en hoe wordt het gebruikt? Wat is het afwegingskader niet? Interactief en overzichtelijk
3 3 3 3
INTRODUCTIE Reflectiefase: een extra stap Proces na de reflectiefase
4 4 4
OPBOUW VAN HET AFWEGINGSKADER Reactie van klankbordgroepen Gemeentebreed en per zoekgebied Toelichting online raadpleging PWE Toelichting nderzoek naar de leefomgeving
5 5 5 6 6
DEEL 1 AFWEGINGSKADER
8 9
BESTAANDE WET- EN REGELGEVING, AMSTERDAMS BELEID
10
1 LEEFOMGEVING 1.1 Hinderbeleving en gezondheidseffecten 1.1.1 Geluid en trilling 1.1.2 Slagschaduw 1.1.3 Knipperlichten 1.1.4 Schadelijke stoffen 1.2 Recreatie & belevingswaarde 1.2.1 Buitenactiviteiten 1.2.2 Volkstuinen 1.3 Natuur 1.3.1 Behoud en bescherming natuur en landschap 1.3.2 Vogels 1.3.3 Vleermuizen 1.4 Veiligheid 1.4.1 Technische veiligheid en normen 1.5 Ruimtelijke inrichting en landschapskwaliteit 1.5.1 Ruimtelijke inrichting 1.5.2 Woningen (nieuwbouw en woningwaarde) 1.5.3 Landschapskwaliteit
11 12 13 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30
2 MAATSCHAPPELIJKE BETROKKENHEID EN DEMOCRATISCHE LEGITIMATIE 32 2.1 Inspraak en dialoog 33 2.1.1 Betrokkenheid verschillende groepen 34 2.1.2 Gedeelde feitenkennis 35 2.1.3 Verschillende waarden in de stad 36 2.1.4 Transparantie over het proces en de besluitvorming 37 2.2 Meedoen in de opbrengsten 38 2.3 Sociale cohesie 39 2.4 Betrokkenheid buurgemeenten 40 3 SAMENHANGEND & BETAALBAAR ENERGIESYSTEEM 3.1 Zonne-energie 3.2 Inzet van alternatieve technieken en innovaties 3.3 Lokale productie 3.4 Energieafnemers
41 42 43 45 46
4 BIJDRAGE AAN CO2-DOELSTELLING 4.1 Ambitie windenergie van Amsterdam en het Rijk 4.2 Opwekpotentie van windturbines
47 48 50
DEEL 2 AFWEGINGSKADER PER ZOEKGEBIED
51 52
WINDZOEKGEBIEDEN Havengebied-zuid Ten noorden van de ring A10 Noord Strandeiland/Buiteneiland Science Park Diemerscheg-Amsterdam Waterleidingenterrein/Gein Knooppunt Holendrecht
53 56 60 63 65 68 71
Voorwoord: Wat is het afwegingskader wel en niet Voor u ligt het document ‘Signalen uit de stad: afwegingkader windturbines Amsterdam’. Met dit document wil de gemeente inzichtelijk maken welke signalen Amsterdammers en bewoners van buurgemeenten1 meegeven als het gaat om de windzoekgebieden die vastgesteld zijn in de Regionale Energie strategie 1.0. Daarnaast wordt in dit afwegingskader ingegaan op de wijze waarop deze signalen door de gemeente meegenomen zullen worden. Dit afwegingskader is onderdeel van de reflectiefase, zoals toegelicht in de raadsbrief van 7 september 2021. De reflectiefase is door de gemeente Amsterdam opgezet om tegemoet te komen aan de brede behoefte om mee te doen en te denken over de komst van windturbines in Amsterdam. De reflectie fase heeft als doel inventariseren van- en luisteren naar de verschillende zorgen en behoeften van een brede groep belanghebbenden. De reflectiefase is een extra tussenstap in het proces van de Regionale Energiestrategie (RES) die boven op de wettelijke verplichtingen plaatsvindt. Het proces van de RES 1.0 en het uitwerken windzoekgebieden richting RES 2.0 en verder, is in lijn met de Amsterdamse Routekaart.
Wat is het afwegingskader en hoe wordt het gebruikt?
In dit document zijn de signalen gebundeld die tijdens het besluitvormings proces rondom de RES 1.0 zijn meegegeven vanuit de samenleving. De praktische vertaling van het afwegingskader wordt tijdens de reflectiefase geborgd in een handreiking met richtlijnen voor participatie, samenwerking en sturing. Het afwegingskader en de handreiking worden door de gemeente gebruikt bij de procedure voor de behandeling van de aanvraag van een vergunning. Dit is naast het bestaande juridische kader waaraan getoetst moet worden en waar onderzoeken voor worden uitgevoerd, zoals het uitvoeren van een Milieueffectrapportage (MER) en een Gezondheideffectanalyse (GEA) voor elk windinitiatief. In het afwegingskader hebben de zorgen en aandachtspunten een plek gekregen die tot nu toe vanuit de stad zijn meegegeven tijdens de verschil lende gesprek- en participatiemomenten, die plaatsvonden zowel in aanloop naar de RES 1.0 als tijdens de reflectiefase. Met dit document geven we geen duiding of weging aan de verschillende signalen, in het document bestaan perspectieven naast elkaar zonder dat de gemeente daarin prioriteert. Het bevat een inventarisatie van onderwerpen die in ieder geval in het vervolg proces aan de orde komen en van de wijze waarop.
3
1
Een raadslid of andere betrokkenen kunnen dit document erbij pakken wanneer een (advies)aanvraag of voornemen tot initiatief besproken wordt in de raad. Dit document vormt een achtergronddocument dat geraadpleegd kan worden: zijn alle benoemde thema’s aanbod gekomen in een aanvraag dan wel het proces van een initiatiefnemer?
Wat is het afwegingskader niet?
Dit afwegingskader maakt geen nieuwe keuzes ten opzichte van de RES 1.0. Dat betekent dat met dit kader niet opnieuw een keuze gemaakt wordt om windzoekgebieden te schrappen of toe te voegen. Het is geen beslisboom waarmee gebieden af kunnen vallen aan de hand van de signalen die meegegeven zijn. Ook bepaalt dit document niet welke inbreng belangrijker of minder belangrijk is. Tijdens de tweede helft van de reflectiefase wordt wel het gesprek gevoerd over de wijze waarop de samenwerking vormt krijgt, de gemeente gaat sturen en waaraan de participatie moet voldoen. Dit alles komt in de handreiking.
Interactief en overzichtelijk
Door de informatie uit de stad op een overzichtelijke manier te presenteren (deel 1) en per voorkeursgebied te ordenen (deel 2), ziet u snel welke zorgen en behoeften zijn meegegeven. • Het document dat voor u ligt is een interactieve pdf. Dat betekent dat u met behulp van verschillende knoppen door het document kunt scrollen om de gewenste informatie te lezen. • Door op een van de 4 grote vlakken (bijvoorbeeld Leefomgeving) te klikken komt u terecht bij de toelichting op het hoofdonderwerp. Door te klikken op een van de thema’s daaromheen, komt u direct bij de uitwerking van het thema terecht. • Bij elk kwadrant kun u altijd terug door rechtsboven te klikken (in geval van Leefomgeving de dame met de kat). • Doorklikken in de tekst kan rechtsonder door de pijlen < en > te gebruiken. • Terug naar het afwegingskader kan via de X tusen de < en >. • Terug naar de inhoudsopgave door op het paginacijfer te klikken. • Deel 2 van het bestand bevat een overzichtskaart windzoekgebieden met bijbehorende lokale kaders.
In de tekst wordt af en toe “Amsterdammers” gebruikt om de leesbaarheid te vergroten. Goed om te benadrukken dat we “Amsterdammers, bewoners van buurgemeenten en belanghebbenden” bedoelen.
Introductie Amsterdam wil haar verantwoordelijkheid nemen, voor nu en voor generaties na ons. Daarom leveren we een bijdrage aan de oplossingen tegen de klimaat crisis. Op 27 mei 2021 stemde de Amsterdamse gemeenteraad in met de Regionale Energiestrategie 1.0 (RES 1.0), waarmee een stap gezet is om in 2030 de ambitie te realiseren om 127 MW wind (huidig vermogen in Q1 2021 is 75 MW), 400 MW zonnepanelen op grote daken en 150 MW zonnepanelen op kleine daken te plaatsen.
Reflectiefase: een extra stap
De gemeente wil de stappen naar een duurzamer Amsterdam zorgvuldig en samen met Amsterdammers zetten. Na het vaststellen van de RES 1.0 is daarom een extra fase ingelast: de reflectiefase2. Nog voordat initiatiefnemers die windturbines willen plaatsen zich kunnen melden, reflecteert de gemeente met deze fase eerst op wat Amsterdammers belangrijk vinden bij de mogelijke realisatie van windturbines. Deze reflectiefase kent drie producten die in de raadsbrief van 7 september 2021 uiteen zijn gezet: • Een afwegingskader • Richtlijnen voor participatie (onderdeel van de handreiking) • Richtlijnen voor governance (samenwerking en sturing) (onderdeel van de handreiking) Deze drie producten geven richting aan de verdere besluitvorming over windturbines. Ze moeten de raad en het bestuur helpen een zo goed mogelijke afweging te maken in het vervolgproces, en dienen als handvatten voor een gesprek met de stad. Het afwegingskader dat voor u ligt is het eerste van deze drie producten.
Proces na de reflectiefase
Ná de reflectiefase volgt het proces waar initiatiefnemers 3 zich bij de gemeente kunnen melden voor het ontwikkelen van een plan in een zoekgebied. De gemeente vraagt de initiatiefnemer een participatieplan, afgestemd met omwonenden, op te stellen en te streven naar 50% lokaal eigendom. Het afwegingskader dient bij deze stappen voor alle betrokkenen als een helder overzicht van alle geluiden die in de stad en specifiek per zoekgebied leven.
• Initiatiefnemer maakt een participatieplan in overleg met omwonenden en belanghebbenden om aan te geven hoe de procesparticipatie en het streven naar minimaal 50% lokaal eigendom eruitziet. • Participatieplan wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het college. Na goedkeuring volgt de uitvoering van het plan en wordt verantwoording afgelegd over de uitvoering. • Tijdens het participatieproces gaat initiatiefnemer met omwonenden en andere belanghebbenden in gesprek. • Initiatiefnemer bereidt de onderzoeken voor, waaronder een milieueffect rapport (MER4) en een afzonderlijke gezondheidseffectenanalyse. Deze beoogde aanpak wordt vastgelegd in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) en door het College ter inzage gelegd zodat iedereen hierop kan reageren.5 Het college geeft advies op de NRD en betrekt hierbij de ingediende zienswijzen. • De initiatiefnemers voeren vervolgens de onderzoeken uit. Mogelijk volgen er nog andere onderzoeken in deze fase, die niet in een MER aan de orde komen. • Uit het participatieproces en de onderzoeken blijkt of de realisatie van windturbines inpasbaar en uitvoerbaar is. • De vergunning voor het realiseren van een windpark wordt verleend als, na afweging van alle betrokken belangen, dit aanvaardbaar wordt geacht.
Het college van burgemeester en wethouders (en het college van Gedeputeerde Staten) is bevoegd de vergunning te verlenen.6 Het college heeft met de gemeenter aad van Amsterdam afgesproken dat de gemeenteraad de mogelijkheid wordt geboden zich over de vergunningverlening uit te spreken.
e windzoekgebieden Noorder IJ-plas & Cornelis Douwesterrein en Havengebied zijn in de RES 1.0 aangewezen als voorkeursgebied, maar zijn geen onderdeel van de reflectiefase. D Onder initiatiefnemers verstaan we alle vormen van initiatiefnemers: o.a. burgerinitiatieven, energiecoöperaties, verenigingen, bedrijven etc. in alle verschillend mogelijke samenwerkingsvormen en combinaties. 4 De afkorting MER betekent het milieueffectrapport zelf; de afkorting mer betekent de procedure van Milieueffectrapportage 5 In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) wordt aangegeven welke milieu-informatie het MER zal gaan bevatten. 6 Het college van B&W is bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning voor bouwen en gebruik, het college van GS voor de omgevingsvergunning voor de milieuactiviteit. De gemeente is momenteel in gesprek met de provincie of het college van B&W ook over de milieuvergunning kan besluiten 2 3
4
De handreiking geeft onder andere aan waar het participatieproces en de samenwerking aan moeten voldoen. Stapsgewijs ziet het besluitvormingsproces er zo uit: (klik hier voor de schematische weergave)
Opbouw van het afwegingskader Het afwegingskader dat voor u ligt is opgebouwd met drie ‘’lagen’’ aan informatie: • De geldende wet- en regelgeving. • De onderverdeling in vier hoofdthema’s, voortkomend uit de Handreiking van de RES 2.0. • Deze vier hoofdthema’s zijn ingevuld met signalen die door Amsterdammers en andere belanghebbenden zijn meegegeven. Vier hoofdthema’s Met de wet- en regelgeving en het Amsterdamse beleid dat daarop gestoeld is, kijkt de gemeente naar een logische inhoudelijke onderverdeling voor het afwegingskader. We sluiten aan bij de systematiek zoals genoemd in de Landelijke handreiking RES 2.0, waarin vier afwegingsaspecten genoemd zijn. Deze aspecten maken het mogelijk om de Amsterdamse signalen een plek te geven.7 De vier hoofdthema’s zijn: • Leefomgeving • Maatschappelijke betrokkenheid en democratische legitimatie • Samenhangend & betaalbaar energiesysteem • CO2-doelstelling Input vanuit de samenleving De indeling van het afwegingskader is gebaseerd op deze vier hoofdthema’s. Per hoofdthema is in het afwegingskader de informatie te vinden die in alle zienswijzen en reacties naar voren is gebracht. Tijdens en naar aanleiding van inspreekavonden en andere bijeenkomsten van de RES en de Omgevingsvisie en tijdens de reflectie fase.
Hieronder volgt de lijst van alle input die is meegenomen en verwerkt: • Informatie- en participatieavonden in november en december 2020 • Reacties die gegeven zijn bij het draagvlakonderzoek door OIS uit najaar 2020 • Vijf informatiebijeenkomsten in april 2021 ten behoeve van de RES 1.0 • Expertsessie van de gemeenteraad in februari 2021 • De Nota van Beantwoording voor de Omgevingsvisie 2050 • Reactienota Noord-Holland Zuid Op weg naar de RES 1.0 van december 2020 • Inspreekavonden georganiseerd door de gemeenteraad in januari, maart en mei 2021 • Alle raadsadressen over windturbines/RES
5
• Mails van bewoners en belangengroepen die via het RES e-mailadres zijn ontvangen en via het contactformulier op de website van gemeente Amsterdam • Uitkomsten Onderzoek naar de leefomgeving (PM zie toelichting hieronder) • Online raadpleging (PM zie toelichting hieronder)
Reactie van klankbordgroepen
De klankbordgroepen zijn gevraagd te reageren op een conceptversie van dit document door aan te geven of ze belangrijke thema’s of onderwerpen missen. Alle klankbordgroepen hebben een conceptversie van dit document ontvangen en gevraagd naar voor de groep relevante onderdelen te kijken. Zo is de Stedelijke klankbordgroep gevraagd te reageren op het document met signalen die gelden voor de hele stad. De expertgroepen zijn gevraagd te reageren op de voor hen relevante thema’s, Gezondheid en Natuur en landschap. En de Lokale klankbord groepen zijn gevraagd om aan te vullen op de lokale onderdelen van dit document. De ontvangen reacties zijn gesorteerd, beoordeeld en verwerkt. Additionele opmerkingen op thema’s en onderwerpen zijn direct verwerkt in het afwegings kader. Reacties op het proces worden meegenomen als input voor de handreiking participatie, samenwerking en sturing. Daarnaast zijn reacties ontvangen die buiten de scope van de reflectiefase RES vallen. Een overzicht van de ontvangen reacties en de verwerking ervan is te vinden op deze website.
Gemeentebreed en per zoekgebied
Met de hiervoor beschreven opbouw is gekomen tot een gemeentebreed afwegingskader, dat de hoofdstukken 1 t/m 4 beslaat. Het tweede deel van dit document gaat in op de zoekgebieden8. Om dit onderscheid duidelijk te maken onderscheiden we in dit document een Deel 1 voor het gemeentebrede deel en Deel 2 voor ieder voorkeurszoekgebied. Om te komen tot een afwegingskader per zoekgebied is, naast informatie uit de inspreekavonden, raadsadressen en e-mails, ook informatie gebruikt die is opgehaald tijdens deze reflectiefase door middel van een ‘Onderzoek naar de leefomgeving’. Voor dit onderzoek zijn er door 259 respondenten tijdens een reeks van 19 workshops in de zoekgebieden werkboeken ingevuld die lokale (buurt) informatie hebben opgehaald. De methode die gehanteerd is, vraagt deelnemers om een reeks gegevens te verstrekken over of voor hun buurt, waaronder
eze vier hoofdthema’s volgen uit de landelijke Handreiking RES 2.0. Bij de invulling van deze hoofdthema’s alsook de thema’s en onderwerpen die eronder vallen, is het primaire D uitgangspunt de situatie in Amsterdam geweest, en niet de (soms generiekere) omschrijvingen en definiëringen vanuit de Handreiking zelf. 8 Per zoekgebied houdt in: voor de voorkeursgebieden uit de RES 1.0. 7
1) huidige beschrijving, 2) toekomstige prioriteiten, en 3) verwachte effecten van de komst van windturbines. Door middel van vragenlijsten en een reeks kaartgebaseerde activiteiten, is een palet aan lokale en ruimtelijke informatie verzameld over ervaringen, ideeën, zorgen en dynamieken die belangrijk zijn voor lokale bewoners. Het volledige rapport, dat ook ingaat op de samenhang van deze thema’s en de relatie tussen buurt ervaring en zorgen over de komst van windturbines is hier te lezen. Belangrijk is te benadrukken dat in deel 2 er een afwegingskader per voorkeurs gebied op hoofdlijnen is opgesteld dat inzicht geeft in de signalen die zijn mee gegeven over dat gebied. Wanneer we de visualisaties naast elkaar liggen is te zien dat sommige thema’s niet of nauwelijks genoemd zijn in bepaalde gebieden, die hebben in de visualisatie dus geen plek gekregen. Dit betekent echter niet dat deze thema’s geen rol spelen in dat gebied, enkel dat ze niet expliciet benoemd zijn. Alle thema’s worden indien relevant voor het gebied meegenomen in het vervolg. Bovendien in alle gevallen worden mogelijke effecten op natuur en gezondheid onderzocht in een Milieueffectrapportage, in een Gezondheids effectanalyse of in andere onderzoeken.
Toelichting online raadpleging PWE
Met een online raadpleging in de vorm van een zogeheten participatieve waardenevaluatie (PWE), kan in korte tijd een brede afspiegeling van belang hebbenden worden geïnformeerd en geraadpleegd over bestuurlijke dilemma’s. Door middel van deze methode worden burgers als het ware op de stoel van de bestuurder gezet. Zij ervaren zo de dilemma’s waar bestuurders voor staan en krijgen een overzicht van voor- en nadelen van de verschillende opties. Vervolgens krijgen ze de vraag wat zij zouden adviseren en waarom. De uitkomsten van de online raadpleging zijn op hoofdlijnen opgenomen in paragraaf ‘2.1.3 Verschillende waarden in de stad’ van dit document. Het volledige
6
rapport van de PWE is beschikbaar op deze website. De uitkomsten van de online raadpleging vormen basis voor vervolggesprekken met belanghebbenden en worden meegenomen in de uitwerking van de handreiking participatie, samen werking en sturing.
Toelichting onderzoek naar de leefomgeving
Het onderzoek naar de leefomgeving met de methodiek Context Mapping is opgezet om meer inzicht te verkrijgen in specifieke aspecten per windzoekgebied. Context Mapping is een participatieve ontwerpmethode, die bestaat uit twee stappen: 1) het inzichtelijk maken van behoeften en waarden van mensen in relatie tot hun leefomgeving (hun buurt of plek die zij bezoeken), en welke invloed de komst van windturbines hierop kan hebben, en 2) het gezamenlijk in gesprek gaan over en bedenken van oplossingen. Op deze manier kan de ‘gebruikerscontext’ mee genomen worden in het gemeentelijk beleid over de plaatsing van windturbines. Stap 1 heeft geleid tot het rapport “Onze stad en windmolens: Een onderzoek naar lokale wensen en zorgen over windenergie”. Relevante bevindingen uit het rapport zijn verwerkt in het afwegingskader. Bijvoorbeeld een duidelijke zorg die naar voren kwam vanuit het onderzoek naar de leefomgeving is de mogelijke komst van windturbines gevolgen kan hebben op de sociale cohesie in een buurt. Sociale cohesie is om die reden als onderwerp toegevoegd aan het afwegings kader (zie paragraaf 2.3). Ook zijn onderliggende sociale dynamieken toegevoegd aan de lokale signalen per zoekgebied. Het volledige rapport is openbaar is en te vinden op de website van de gemeente Amsterdam. Stap 2 van de context mapping methode is nog niet uitgevoerd.
Het rapport wordt nog met de klankbordgroepen besproken, waarbij ook de deelnemers aan het onderzoek worden uitgenodigd. Hier kunnen ook de bevindingen gerelateerd aan proces aan de orde komen. Dit gesprek geeft aanknopingspunten voor de handreiking participatie, samenwerking en sturing.
7
Deel 1
be
van t ie te n e s in k po we d t u r b win
Re c l ev r e a t i ng ie & sw aa rde
Hinder belevin g en gezond heidse f fec ten
Op
N
B CO ijdr a 2 -d oe
gh
ap nh pe l e eid ijke le g it e n im a t ie
I ns p r a
ei d
ak e n
Me e op doe br e n n in gs de te n
le co he
gie
r
ichting lijke inr Ruimte aliteit ha p s k w c s d n en la
c ia s ie
I te nzet ch ni e v a n ke alt n e er n n i at i n n ev ov e at i es
od
m
h tsc ke a Ma r o k c h s t b e r a ti c o de m
eid kkenh n Bet ro nte e me e b uur g
9
k
pr
e
uu
ili Ve
So
Lo
al e
ti uc
e g i nd & es ys t ee m
- e ner
er
ng
Zo n n e
er s
fo
g
ha en n Sam ar e a alb
af ne m
L ee
Wet & regelgeving
be t a
ie En e r g
n a a l ing e g stel l
v in ge
Am b A m i t ie w in s te r d a d e ne rg me n h ie v a et R n ij k
at
dialoo
g
Bestaande wet- en regelgeving, Amsterdams beleid De basis voor alle besluitvorming in de stad wordt gevormd door de bestaande wet- en regelgeving. De gemeente handelt en toetst binnen de geldende juridische kaders. Dat geldt ook voor het zoeken naar geschikte plekken voor het plaatsen van windturbines. Zo is er bij het bepalen van de zoeklocaties gekeken naar geldende beperkingen en beleidskaders met betrekking tot landschap, natuur- en milieu en zijn landelijke veiligheidsregels ten aanzien van afstanden van windturbines het uitgangspunt geweest. Hieronder wordt aangegeven met welke wet- en regelgeving in ieder geval rekening gehouden moet worden: Bij de afweging om windturbineparken ruimtelijk mogelijk te maken is (onder andere) het geluid, slagschaduw en externe veiligheid (plaatsgebonden risico voor (beperkt) kwetsbare objecten) van een windturbine op de omgeving van belang. In het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer zijn hiervoor waarden opgenomen. Vanwege een recente uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRS9) mogen deze waarden niet toegepast worden en zal daarom nader onderzoek aan de besluitvorming ten grondslag worden gelegd.
Voor de afstanden van windturbines tot infrastructuur en overige externe veiligheidsobjecten wordt uitgegaan van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de richtlijnen uit de Handreiking Risicozonering Windturbines. De afstanden in de handreiking betreffen generieke toetsafstanden, waarbij lokaal maatwerk mogelijk is. Ten behoeve van de veiligheid en geluidbelasting heeft de Rijksoverheid het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) vastgesteld. De LIB regelt welk gebied bestemd is voor gebruik als luchthaven en voor welk gebied daaromheen beperkingen gelden, bijvoorbeeld in de vorm van bouwhoogtebeperkingen voor windturbines. De bescherming van natuur komt voort uit de Wet natuurbescherming. In deze verkenning is bepaald in hoeverre er ecologische waardevolle gebieden in of in de nabijheid van het projectgebied aanwezig zijn en in hoeverre effecten op de waarden van deze gebieden te verwachten zijn. Natura 2000-gebieden kennen een beschermingsregime met een externe werking. Dit betekent dat naast windturbines binnen deze gebieden, ook windturbines buiten deze gebieden van invloed kunnen zijn op de natuurlijke waarden waarvoor deze gebieden zijn aangewezen. Als uit de voortoets blijkt dat belangrijke nadelige gevolgen op N2000-gebieden niet zijn uitgesloten, dan zal een passende beoordeling opgesteld worden.
N oord-Holland kent 32 bijzondere provinciale landschappen. Dat zijn landschappen met bijzondere eigenschappen en waarde. Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) is een beschermingsregime binnen de Omgevingsverordening NH2020 bedoeld om de meest waardevolle landschappen in Noord-Holland te beschermen. De kernkwaliteiten van deze landschappen mogen in principe niet worden aangetast. Plannen binnen een gebied in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), moeten voldoen aan regels van de provinciale omgevingsverordening Noord-Holland. In de basis geldt dat de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN mogen niet worden aangetast, de oppervlakte van het NNN en de onderlinge samenhang van de NNN-gebieden mag niet verminderen.” Er zijn verschillende Rijksmonumenten en Rijksbeschermde dorps- en stadsgezichten. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) adviseert een afstand tot windturbines van 1.800 meter, zodat het contrast tussen de windturbines en het beschermde dorpsgezicht wordt afgezwakt. Dit is geen voorgeschreven norm en vormt daarom geen ‘harde belemmering’, echter wel een belangrijk aandachtspunt. Wanneer windturbines binnen of in de nabijheid van de Stelling van Amsterdam of elementen daarvan (schootcirkel of zichtlijnen) worden gepositioneerd zal er een Heritage Impact Assessment (HIA) moeten worden uitgevoerd.
De HIA geeft inzicht in de mogelijk effecten van de windturbines op het UNESCO werelderfgoed. De Provincie Noord-Holland wijst stiltegebieden aan, onder andere om waar mogelijk, flora en fauna te beschermen. Binnen deze gebieden gelden regels en richtwaarden om geluidhinder te beperken of te voorkomen. Deze regels zijn vastgelegd in de Provinciale Omgevingsverordening van Noord-Holland. Dit vormt echter geen uitsluitingscriterium voor de plaatsing van windenergie. Daarnaast vormen beleidsregels en beleidsvisies die eerder vastgesteld zijn onderdeel van de kaders waarbinnen de gemeente verder uitwerkt. Dit gaat onder meer over de NOVI en POVI, Windvisie 2012, de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050, de Groenvisie 2020-2050 en de Omgevingsvisie 2050 en (de zoekgebieden van) RES1.0. De wet- en regelgeving op het moment van indiening van de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van een windpark is geldend.
10 9
Zie ABRvS 30 juni 2021 inzake Windpark Delfzijl-Zuid, ECLI:NL:RVS:2021:1395
Leefomgeving Amsterdam leeft en bruist. In onze stadsdelen en buitengebieden maken Amster dammers gebruik van de fysieke leefomgeving om te wonen, werken en recreëren. In de eigen straat of buurt, of in parken en recreatiegebieden. Elk gebied heeft zijn eigen unieke kenmerken en karakteristieken dat door verschillende Amsterdammers op verschillende manieren wordt beleefd, waar de één juist komt om tot rust te komen en de ander om bijvoorbeeld te sporten of te varen. De leefomgeving is altijd aan verandering onderhevig. Drukte, rust, aantasting of juist verbetering van een gebied zijn allemaal onderdeel van de dynamiek van de stad. Door het vaststellen van onder andere de Omgevingsvisie anticipeert de gemeente op al deze thema’s en zorg zij ervoor dat de stad toekomstbestendig ingericht wordt. Ook de energietransitie heeft gevolgen voor de leefomgeving. Het is één van de grootste ruimtelijke opgaven in de komende decennia, die zal leiden tot veranderingen in onze leefomgeving en in de inrichting van de stad. Ondergrondse leidingen en bovengrondse installaties voor het opwekken en transporteren van nieuwe energie zullen veel ruimte in beslag nemen, terwijl de ruimte al beperkt is in een compacte en groeiende stad als Amsterdam, zowel boven als onder de grond. Dat kan tot dilemma’s en weerstand leiden.
Er is ook een positief effect van de energietransitie op de leefomgeving te noemen: het stoppen met het gebruik van fossiele brandstoffen levert een gezondheidswinst op.
11
Binnen het hoofdstuk Leefomgeving zullen we in gaan op de verschillende signalen die vanuit de stad zijn meegegeven als het gaat om de omgeving waarin we wonen, werken en recreëren. Per thema lichten we toe wat Amsterdammers meegegeven hebben in het proces rondom de RES 1.0.
1.1 Hinderbeleving en gezondheidseffecten Hinderbeleving gaat over de hinder die bewoners verwachten te ervaren door de komst van windturbines. Er is geen harde grens te trekken tussen hinderbeleving en gezondheid. In lijn met de WHO-definitie van gezondheid beschouwt het RIVM geluidshinder als een mogelijk gezondheidseffect. Naast mogelijke geluidshinder, worden ook andere elementen van windturbines door participanten benoemd die kunnen leiden tot hinder en/of gezondheidseffecten, waaronder slagschaduw, knipperlichten en vrijkomen van fijnstof.
Geluid en gezondheid: context
In een dichtbevolkt land als Nederland accepteren we een bepaalde mate van hinder door geluidsbronnen, zoals windturbines. Zo zijn er afspraken gemaakt over hoeveel geluid windturbines mogen veroorzaken, op bijvoorbeeld gevels van huizen. Echter zijn recentelijk deze afspraken omtrent geluidsnormen buiten toepassing gesteld. Op 30 juni 2021 heeft de Raad van State geoordeeld dat de algemene regels voor windturbines in het Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en de Activiteitenregeling milieubeheer (Arm) buiten toepassing moeten worden gelaten. Voor deze rijksregels is niet de juiste procedure gevolgd. De rijksregels zijn wel gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek naar de milieugevolgen, maar op grond van een EU-richtlijn had een milieueffectrapport moeten worden gemaakt. Overheden, zoals de gemeente Amsterdam, moeten nu voor nieuwe windturbineparken een eigen afweging maken over welk milieubeschermingsniveau zij lokaal aanvaardbaar achten. De Amsterdamse expertgroep gezondheid is gestart tijdens de reflectiefase om de gemeente te adviseren over o.a. geluidsnormen en effecten op gezondheid.
> 1.1.1 Geluid en trilling > 1.1.2 Slagschaduw > 1.1.3 Knipperlichten > 1.1.4 Schadelijke stoffen
12
Meer informatie hierover vindt u op de site van het RVO De Lden is een Europese maat om de geluidsbelasting door omgevingslawaai over een heel etmaal uit te drukken 11 Om een beeld te krijgen van de huidige geluidsniveaus in de Amsterdamse leefomgeving, zie hier 9
10
1.1.1 Geluid en trilling Wat is het?
Draaiende wieken van een windturbine en de wind die langs stilstaande wieken waait, kunnen geluidsoverlast en trillingen veroorzaken. Afhankelijk van de hoogte, omvang van de molen en de snelheid en richting van deze wind, kan deze overlast door geluid en trilling in meer of mindere optreden. Windturbines produceren geluid over het hele spectrum van lage tot hoge tonen, net als andere geluidbronnen, en dus ook laagfrequent geluid (LFG) en infrageluid (geluid onder de 20Hz). Het aandeel LFG en infrageluid van windturbinegeluid is gemiddeld vergelijkbaar met dat van bijvoorbeeld wegverkeer.
Signalen uit de stad
• Vragen gaan over of er onderzoeken zijn gedaan naar de (lange termijn) effecten van geluid op gezondheid. Lichamelijk klachten, stress en slapeloosheid zijn genoemd. • Zorgen over gezondheidseffecten voor kinderen. • Zorgen over gezondheidseffecten voor mensen met risicofactoren (zoals ouderen met vaak chronische aandoeningen). • Zorgen over gezondheidseffecten van laagfrequent geluid en infrageluid. • Vragen gaan over invloed van (tip)hoogte van windturbines op gezondheidseffecten. • Vragen over vergelijking van ervaren hinder door windturbines met andere geluidbronnen (zoals wegverkeer en vliegverkeer). • Zorgen over invloed van verschillende geluidbronnen op elkaar (cumulatie en maskering). • Vragen over de gehanteerde afstand om de zoekgebieden te verkleinen in de RES 1.0: waarom hanteert de gemeente Amsterdam slechts 350 meter? Er wordt verwezen naar afstandscriteria voor windturbines tot woningen in andere landen, die andere afstanden aanhouden. Aanvullende vragen zijn of gemeente zich niet op achterhaalde informatie baseert. • Vragen over de mate van geluid die verschillende type turbines produceren, en of de gemeente wel voor de stilste kiest. • Een andere zorg is de opeenstapeling van nieuwe ontwikkeling die leiden tot opstapeling van overlast, zoals cumulatief geluid van een drukke weg.
“Ik ben voorstander van duurzame energie, maar dat mag niet ten koste gaan van de gezondheid van Amsterdammers en al helemaal niet van onze kinderen.” – Inspreekavond, bewoner Amsterdam “Ik kan de geluidsoverlast en de gevolgen daarvan niet zelf bepalen en de hoeveelheid storend geluid zou ik willen ervaren voordat ik daar een mening over kan vormen.” – Online raadpleging, bewoner Amsterdam
13
Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?
Inhoudelijk • Alle windturbines in Amsterdam moeten voldoen aan de wettelijke normen (RVO). De rechter heeft deze normen voor windturbineparken buiten werking gesteld. • Hoe ver het geluid van een windturbine draagt is moeilijk aan te geven, omdat er geen algemene afstand aan te geven is. Dit is namelijk afhankelijk van de windrichting, windsnelheid en het type windturbine. Voor iedere windturbine is maatwerk nodig. Op basis van een precieze locatie wordt een geluidsberekening gemaakt en bepaald welk extra geluid aanvaardbaar is in het licht van hinder/gezondheid10. Proces • Zie processchema. • De Amsterdamse expertgroep gezondheid is gestart tijdens de reflectiefase om de gemeente te adviseren over o.a. geluidsnormen en effecten op gezondheid. • Het opstellen van een thematische klankbordgroep gezondheid. Deze kan vragen stellen of input geven aan de experts. De expertgroep reageert op deze vragen en/of input in de openbare verslagen. • Het uitvoeren van een Gezondheideffectanalyse (GEA) per windinitiatief. • Het opstellen van een notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) t.b.v. de MER. • Het uitvoeren van een Milieueffectrapportage (MER) per windinitiatief. • In het participatieproces wordt gebruik gemaakt van toegepaste audiovisuele simulatietechnieken die al worden gebruikt om vliegtuiglawaai in kaart te brengen.
14 10
Zie in dit verband ook hetgeen is opgemerkt onder wet- en regelgeving, eerste bullit, over de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
1.1.2 Slagschaduw Wat is het?
Slagschaduw is de schaduw die een object werpt op een ondergrond of een ander voorwerp. Dit kan bijvoorbeeld een windturbine of lantaarnpaal zijn. Bij een lantaarnpaal gaat het om een vaste schaduw terwijl het bij een windturbine een pulserende schaduw is. Het type molen is bepalend voor de contour van de slagschaduw. Het optreden van slagschaduw is ook afhankelijk van de weersomstandigheden, seizoenen en de positionering van een windturbine ten opzichte van de woning of bijvoorbeeld een sportveld.11
Signalen uit de stad
• De zorg is dat als de zon tegen de bewegende wieken van de windturbine schijnt, er een continu bewegende schaduw ervaren wordt over bijvoorbeeld ramen van woningen. De zorg van bewoners is dat omwonenden dit als hinderlijk zullen ervaren. • Bewoners noemen slagschaduw veelal als onderdeel van verschillende vormen van overlast zoals horizonvervuiling, vermindering van de woningwaarde en geluidsoverlast. • Een andere zorg is of de risico’s helder zijn rondom slagschaduw en verkeersveiligheid.
“Kunt u garanderen dat in een eventuele vergunning komt te staan dat de windturbines stilgezet dienen te worden zodra er slagschaduw optreedt?” – Informatieavond, bewoner Amsterdam Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?
Inhoudelijk • In de milieuregelgeving zijn normen opgenomen over slagschaduw, zoals o.a. een maximale duur van slagschaduw per jaar. De rechter heeft deze normen voor windturbineparken buiten werking gesteld. In het MER dat wordt uitgevoerd bij elk project worden de effecten van slagschaduw onderzocht en nader beschouwd. Proces • Zie processchema. • Het opstellen van een notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) t.b.v. de MER. • Het uitvoeren van een Milieueffectrapportage (MER) per windinitiatief, waarin ook mitigerende maatregelen en alternatieven aan bod komen. • In het participatieproces wordt gebruik gemaakt van visualisaties om slagschaduw te tonen.
15 11
Aanvullende informatie is te vinden in deze publicatie van het RVO
1.1.3 Knipperlichten Wat is het?
Bovenop windturbines met een tiphoogte van 150 m is verlichting aanwezig die knippert, met als doel het waarborgen van de veiligheid van het vliegverkeer. Dankzij knipperlichten blijven windturbines ’s avonds, ’s nachts en bij slecht weer namelijk zichtbaar voor het vliegverkeer. Afhankelijk van de weersomstandigheden wordt het licht sterker of minder sterk ingesteld. Bij de huidige windturbines zijn de knipperlichten vanaf de grond waarneembaar.
Signalen uit de stad
• Zorgen gaan over de (knipper)lichten op windturbines dat mogelijk als storend zou kunnen worden ervaren door omwonenden en recreanten. • De zorg is geuit dat het knipperen eventuele gezondheidsklachten als migraine kan verergeren. • Zorgen geuit over dat knipperlichten kunnen leiden tot het verstoren van de migratieroutes van dieren, in het bijzonder vleermuizen.
“Ik vrees ook voor de hinder die zal worden ondervonden van het knipperlicht die noodzakelijk is bij de mega windturbines.” – Inspreekavond, bewoner Amsterdam Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?
Inhoudelijk • In de MER dat wordt uitgevoerd bij elk project worden de effecten van knipperlichten onderzocht en nader beschouwd. Proces • Zie processchema. • Het opstellen van een notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) t.b.v. de MER. • Het uitvoeren van een Milieueffectrapportage (MER) per windinitiatief, waarin ook mitigerende maatregelen en alternatieven aan bod komen.
16
1.1.4 Schadelijke stoffen Wat is het?
Windturbines wekken stroom op zonder de lucht te vervuilen, zonder het klimaat te belasten en zonder grondstoffen uit te putten. Wel komt er wat CO2 vrij bij het bouwen, onderhouden en afbreken van de turbine, maar na 3 tot 6 maanden draaien heeft een turbine die hoeveelheid CO2-uitstoot al bespaard.
Signalen uit de stad
• Zorgen over vrijkomen van schadelijke stoffen (bijv. Bisfenol A) door eroderen wieken. • Zorg over verspreiding van fijnstof door windturbines.
Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?
Inhoudelijk • Bij elk project wordt een MER uitgevoerd. In de MER wordt schadelijke stoffen (en daarmee onder meer het vrijkomen of verspreiden daarvan) als thema verder onderzocht en nader beschouwd. Proces • Zie processchema. • Het uitvoeren van een Gezondheidseffectanalyse per windinitiatief. • Het opstellen van een notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) t.b.v. de MER. • Het uitvoeren van een Milieueffectrapportage (MER) per windinitiatief.
17
1.2 Recreatie & belevingswaarde Recreëren gaat over ontspanning en vermaak. Voor veel Amsterdammers is het groen en de buitenruimte in en rondom Amsterdam een plek om te recreëren: sporten, wandelen, de hond uit te laten of van de natuur te genieten12. Veranderingen in het (stedelijke) landschap kunnen de beleving van iemand die recreëert in een gebied, beïnvloeden. Dit kan zowel een positieve als negatieve ervaring zijn. En daarmee kan ook de belevingswaarde veranderen. De belevingswaarde zegt iets over de mate waarin een gebruiker van een gebied, dat gebied als kwalitatief ervaart. Het gaat dus niet om de economische waarde van een gebied maar de zintuiglijke ervaring ervan. De belevingswaarde is sterk afhankelijk van individuele voorkeuren, de activiteiten en de persoonlijke associaties van iemand met een gebied.
> 1.2.1 Buitenactiviteiten > 1.2.2 Volkstuinen
18 12
Een overzicht van alle parken en recreatiegebieden in de gemeente is hier te vinden.
1.2.1 Buitenactiviteiten Wat is het?
Buitenactiviteiten die vaak genoemd zijn in het proces rondom de RES 1.0 zijn onder andere: fietsen, surfen, roeien, zwemmen, suppen, varen op het meer, kanoën, wandelen en hardlopen. Het gebruik van volkstuinen valt ook onder recreatie, dit wordt als apart onderwerp behandeld (zie PM). Kijkend naar de verschillende buitenactiviteiten is te zien dat deze op verschillende wijzen georganiseerd zijn: soms in een sportpark of binnen een vereniging, en soms gaat het over losse bewoners/bezoekers. Deze nuances komen ook terug wanneer ingezoomd wordt op de verschillende gebieden in het onderzoek leefomgeving, een samenvatting per voorkeursgebied is te vinden in Deel 2 van dit document.
Signalen uit de stad
• Bewoners noemen de vermindering van de belevingswaarde in het wandel/sport/hondenuitlaat gebied door de aanwezigheid van windturbines als zorg. De zorg bestaat dat recreatiewater voor watersporters wordt opgeofferd, dat windturbines ten koste gaan van groene plekken waar kinderen en volwassenen ontspannen en dat sportvelden het moeten ontgelden. • Men maakt zich in sommige gevallen ook zorgen over de toegankelijkheid van het gebied. • Er is een zorg geuit gerelateerd aan veiligheid: los van of je ergens mág sporten of recreëren, kan het nog wel veilig?
“Wat zijn de gevolgen voor recreatie ten gevolge van de molens nabij de oevers van Amsterdam met het IJmeer denk aan: surfen, roeien, zwemmen, suppen, varen op het meer, wandelen, hardlopen en andere sporten.” – Informatieavond, bewoner Amsterdam Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?
Inhoudelijk • Bij het inpassen van een windturbine in bestaand gebied moet rekening gehouden worden met de omgeving. Zie deel 2 voor specifieke opmerkingen per zoekgebied. • Een initiatiefnemer zal in het participatieproces samen met omwonenden en belanghebbenden spreken over eventuele gevolgen voor buitenactiviteiten op een potentiële locatie en hoe deze zo veel mogelijk te voorkomen. Proces • Zie processchema. • Het opstellen van een notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) t.b.v. de MER. • Het uitvoeren van een Milieueffectrapportage (MER) per windinitiatief, waarin ook de effecten op recreatie aan bod komen. • In het participatieplan van de initiatiefnemer wordt aangegeven hoe het thema wordt behandeld in het participatieproces. Het participatieproces mag pas starten nadat het participatieplan is goedgekeurd door de gemeente.
19
1.2.2 Volkstuinen Wat is het?
Volkstuinen vervullen een duurzame, ecologische, educatieve en recreatieve rol in het leven van verschillende Amsterdammers. In Amsterdam is ruim 300 hectare aan volkstuinparken. Het gaat in totaal om ongeveer 6000 volkstuinen op 43 verschillende parken. In december 2021 heeft het de gemeenteraad een nieuwe strategie voor volkstuinen vastgesteld.
Signalen uit de stad
• Er zijn in algemene zin zorgen geuit over het plaatsen van windturbines dicht bij volkstuinen. Bewoners wil weten of er minimale afstanden gelden voor windturbines in de nabijheid van volkstuinen. Bewoners met volkstuinen gaan daar juist heen om te ontsnappen aan het geluid en de drukte van de stad, zo wordt opgemerkt. • Men wil weten waarom voorbij is gegaan aan de Milieueffectrapportage bij Windvisie 2012: tuinparken zijn kwetsbare objecten? In PlanMER staat dat windturbines (max. 120) niet plaatsbaar zijn naast volkstuinparken omdat dit kwetsbare objecten zijn. • Men wil ook weten of er onderzocht kan worden of volkstuinparken de status van geluidsgevoelige objecten kunnen krijgen. • Er is meegegeven dat sommige mensen overnachten in de volkstuinen gedurende bepaalde perioden van het jaar. Omdat dat dit slecht geïsoleerde huisjes zijn, zullen windturbines negatieve gevolgen hebben voor de nachtrust. • Bewoners merken op dat niet alle betrokkenen vanuit de volkstuinen zich gezien voelen als stakeholder en/of direct belanghebbende in het RES-traject.
“Volkstuinparken moeten de status van geluidsgevoelig object kunnen krijgen. Veel tuinders wonen immers het grootste deel van het jaar op het tuinpark, dat ook door veel wandelaars wordt bezocht.” – Raadadres, bestuur Volkstuinpark Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?
Inhoudelijk • In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt gewogen of geluidsaspecten een belemmering kunnen opleveren voor de bouw van windturbines in de buurt van een volkstuincomplex. Proces • Het opstellen van een notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) t.b.v. de MER. • Het uitvoeren van een Milieueffectrapportage (MER) per windinitiatief, waarin ook de effecten op volkstuinparken aan bod komen.
20
1.3 Natuur Niet alleen Amsterdammers leven in onze stad, ook voor veel soorten dieren en planten is Amsterdam de thuishaven. Rondom de stad liggen verschillende gebieden rijk aan dier- en plantsoorten. En ook ín de stad, met bijvoorbeeld het Diemerpark dat ruimte biedt aan een groot aantal ringslangen, of het Amsterdamse Bos dat plek biedt aan een verscheidenheid van planten en dieren. Het aantal soorten is in Amsterdam de afgelopen decennia toegenomen, dit geldt bijvoorbeeld voor wilde bijen en dagvlinders, waarvoor ook midden in de stad belangrijke plekken liggen. Dat is het resultaat van initiatieven van bewoners, investeringen van de gemeente en zorgvuldig (ecologisch) beheer. Klimaatverandering heeft invloed op natuurlijke systemen: biodiversiteit gaat verloren en ecosystemen gaan achteruit. Ook in Amsterdam zal klimaatverandering impact hebben op de natuur. Door fossiele energievoorziening te vervangen voor duurzame energie wordt natuur beschermd tegen klimaatverandering. Daarnaast helpt meer natuur om ons beter aan te passen tegen de gevolgen van klimaatverandering: groen in de stad zorgt voor meer koelte en betere water opvang. Ten slotte kan het bevorderen van biodiversiteit veel geld schelen, dat anders nodig is voor achterstallig onderhoud, sanering of de bestrijding van plaagdieren.
Het behoud en bescherming van natuur en landschap is belangrijk, voor Amsterdam, maar ook op hogere schaalniveaus. Amsterdam houdt rekening met de bestaande regionale en provinciale groenstructuren en (inter-)nationale doelstellingen voor soorten en gebieden. Vanuit de verschillende signalen uit de stad over windturbines zijn onderwerpen genoemd in relatie tot natuur en landschap. Dit varieerde van het uitspreken van de algemene wens om natuur en landschap goed mee te nemen, dan wel te behouden en te beschermen tot het benoemen van mogelijk gevolgen voor specifieke soorten (met vooral aandacht voor vogels en vleermuizen). Deze zijn in de paragrafen hieronder verder toegelicht en uitgewerkt. Een expertgroep Natuur brengt advies uit of de bestaande wetten, normen en onderzoeken voldoen om aan de geuite zorgen tegemoet te komen en een goede afweging te maken op moment dat er een besluit genomen zal worden door de raad.
> 1.3.1 Behoud en bescherming natuur en landschap > 1.3.2 Vogels > 1.3.3 Vleermuizen
21
1.3.1 Behoud en bescherming natuur en landschap Wat is het?
Amsterdam is omgeven door waardevolle natuurgebieden, waarvan ook een deel binnen de stadsgrenzen ligt. Ook aan de randen van de stad zijn er verschillende gebieden met hoge ecologische waarde. In een groeiende stad waar er steeds meer vraag is naar woonruimte en de openbare ruimte onze achtertuin is, is beleving van rust en ruimte in (beschermde) natuur en landschappen belangrijk.
Signalen uit de stad
• Zorgen gaan over de impact van turbines op de natuur. Hierbij worden zorgen genoemd waar het gaat over het verlies en beschadigen van natuurgebieden door de komst van windturbines. • Noodzaak om de nodige bescherming van natuurgebieden te bieden. • Zorgen over overlap tussen de zoekgebieden en compensatiegebieden (gebieden die eerder zijn ontwikkeld om te compenseren voor andere ruimtelijke ontwikkelingen, zoals snelwegen en gebrek aan natuur, bijvoorbeeld de mosselbanken in het IJmeer). • Een zorg is dat de toegankelijkheid tot natuurgebieden (voor zowel mens als dier) door de komst van windturbines afneemt. • Zorgen over de mogelijke gevolgen voor natuur en biodiversiteit bij het aanleggen van windturbines. • Ook mogelijke kansen voor biodiversiteit worden gezien, omdat door de plaatsing van windturbines sommige gebieden minder bezoekers zullen krijgen, wat ruimte en rust geeft voor biodiversiteit. • Mogelijke kans om de windopbrengsten te investeren in vergroting en verbetering broedgebieden.
“Ontzie belangrijke natuurgebieden bij het realiseren van de klimaatopgave.” – Raadsadres, bewoner Amsterdam” “Dieren hebben ook een veilig leefgebied nodig om te voorkomen dat deze hieruit zullen vertrekken.” – Online raadpleging, bewoner Amsterdam Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?
Inhoudelijk • Nederland heeft een (wettelijk gereguleerde) verantwoordelijkheid in het beschermen van soorten en in stand houden van de biodiversiteit, onder meer vastgelegd in de Wet natuurbescherming.
22
Proces • Zie processchema. • Een Amsterdamse expertgroep natuur is gevraagd advies uit te brengen over de effecten op landschap en natuur die betrokken moeten worden bij de afweging om tot plaatsing van windturbines te kunnen besluiten. • Naast de expertgroep is een thematische klankbordgroep natuur opgericht. Deze kan vragen stellen of input geven aan de experts. De expertgroep reageert op deze vragen en/of input in de openbare verslagen. • Er wordt een natuurtoets uitgevoerd en gedeeld met de expert- en klankbordgroep. • Het opstellen van een notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) t.b.v. de MER. • Het uitvoeren van een Milieueffectrapportage (MER) per windinitiatief.
1.3.2 Vogels Wat is het?
Vogels gebruiken vaak dezelfde vliegroutes om hun bestemming te bereiken. Maar dichter bij huis gebruiken vogels ook vaste routes om eten op te halen en uit te rusten nabij hun standplaats. Vogels kunnen last hebben van windturbines omdat de turbines hun vliegroutes doorkruizen. Dit kan als mogelijke gevolgen hebben dat er sprake is van verstoring van vogelbewegingen of sterfte.
Signalen uit de stad
• Er zijn verschillende zorgen geuit over de impact van windturbines op de vogelpopulatie, bijvoorbeeld doordat de aanleg van windturbines het landschap verandert waardoor vogels de bestaande migratieroutes mogelijk niet (meer) goed gebruiken. • Vogels raken gedesoriënteerd en in het uiterste geval kan daarmee de populatie van een soort afnemen. Bijvoorbeeld omdat vogels een gebied gaan mijden, waardoor het gebied ongeschikt wordt om te broeden, te rusten en voedsel te zoeken. • Ook maken bewoners zich zorgen dat windturbines zullen leiden tot lager broedsucces, omdat vogels langer op zoek moeten naar voedsel. • Een andere zorg die genoemd is zijn de effecten van het botsen op een windturbines. Door een botsing kunnen vogels zich verwonden of overlijden. • Bewoners maken zich zorgen over de gevolgen van laagfrequent geluid voor vogels, of daar onderzoek naar is gedaan. Door hen wordt verwezen naar de Nationale Windturbinerisicokaart van de Vogelbescherming. • Bewoners vragen zich af of het betrekken van ecologen en stichtingen zoals de Vogelbescherming voldoende gebeurt.
“Windturbines kunnen het welzijn van vogels sterk beïnvloeden. Vogels botsen tegen de wieken, verliezen foerageergebieden of moeten omvliegen om de molens te ontwijken...” – Raadsadres, Vogelwerkgroep Amsterdam Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?
Inhoudelijk • Momenteel vindt er ook onderzoek plaats naar de vormgeving en uitstraling van een windturbine om te kijken of hiermee het aantal botsingen van vogels kan afnemen: bijvoorbeeld door het clusteren van windturbines of het schilderen van een wiek. Proces • Een Amsterdamse expertgroep natuur is gevraagd advies uit te brengen over de effecten op landschap en natuur die betrokken moeten worden bij de afweging om tot plaatsing van windturbines te kunnen besluiten. • Naast de expertgroep is een thematische klankbordgroep natuur opgericht. Deze kan vragen stellen of input geven aan de experts. De expertgroep reageert op deze vragen en/of input in de openbare verslagen. • Er wordt een natuurtoets uitgevoerd en gedeeld met de expert- en klankbordgroep. • Het opstellen van een notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) t.b.v. de MER. • Het uitvoeren van een Milieueffectrapportage (MER) per windinitiatief.
23
1.3.3 Vleermuizen Wat is het?
Amsterdam kent een grote populatie vleermuizen. In onze stad komen minstens 6 soorten vleermuizen voor. Ook vleermuizen hanteren net als vogels vaste trekroutes tussen hun zomer- en winterplaats. Afhankelijk van de soort zijn de migratieroutes meer of minder lokaal van aard.
Signalen uit de stad
• Vleermuizen worden in de verschillende gesprek- en inspreekmomenten apart genoemd als categorie dieren die overlast kan ervaren door windturbines. • Bewoners geven aan dat er vleermuizen beschermde diersoorten zijn. • Op IJburg en boven het IJmeer zitten veel vleermuizen en bewoners willen weten hoe de veiligheid van de vleermuizen gewaarborgd kan worden als er windturbines worden geplaatst.
Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?
Inhoudelijk • Er zijn verschillende mitigerende maatregelen mogelijk om de gevolgen voor vleermuizen te beperken. Het bespreken van mitigerende maatregelen is pas aan de orde als er een precieze locatie bekend is. Proces • Een Amsterdamse expertgroep natuur is gevraagd advies uit te brengen over de effecten op landschap en natuur die betrokken moeten worden bij de afweging om tot plaatsing van windturbines te kunnen besluiten. • Naast de expertgroep is een thematische klankbordgroep natuur opgericht. Deze kan vragen stellen of input geven aan de experts. De expertgroep reageert op deze vragen en/of input in de openbare verslagen. • Er wordt een natuurtoets uitgevoerd en gedeeld met de expert- en klankbordgroep. • Het opstellen van een notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) t.b.v. de MER. • Het uitvoeren van een Milieueffectrapportage (MER) per windinitiatief.
24
1.4 Veiligheid Veiligheid gaat over de veiligheid van de turbine zelf: de technische eisen en wettelijke normen -en regels waaraan een windturbine moet voldoen wanneer hij geplaatst wordt. Voor windturbines gelden er strenge veiligheidseisen die zijn terug te vinden in de Handreiking Risicozonering Windturbines. Voor windturbines gelden diverse veiligheidseisen vanuit verschillende soorten wet- en regelgeving, van de Spoorwegwet tot het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (bevb). De normen voor externe veiligheid kwetsbare objecten uit het Activiteitenbesluit Milieubeheer zijn net als de normen voor geluid en slagschaduw door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van Staten buiten werking gesteld. Deze worden per project in het MER onderzocht. Er gelden algemene richtlijnen voor veiligheid in Nederland. Op de website van RVO kan gelezen worden welke richtlijnen dit zijn, deze staan toegelicht in de Handreiking risicozonering Windturbines. Welke richtlijn van toepassing is hangt af van het type molen en de omgeving. Bij de aanleg nabij wegen hangt het er bijvoorbeeld vanaf of er ook gevaarlijke stoffen worden vervoerd over de weg en hoeveel mensen er rijden. Voor iedere windturbine moet een veiligheidsberekening van het risico worden gemaakt.
Op basis hiervan worden risicocontouren berekend die aangeven welke activiteit op welke afstand van de windturbine mag plaats vinden.
> 1.4.1 Technische veiligheid en normen
25
1.4.1 Technische veiligheid en normen Wat is het?
Windturbines moeten voldoen aan strenge veiligheidseisen. Daarmee wordt bijvoorbeeld gewaarborgd dat de molen onder alle weerscondities veilig in werking kan zijn, of dat, in geval van storingen aan de molen zelf, de veiligheids systemen ervoor zorgen dat de turbine tot stilstand komt. Daarnaast vindt er elk jaar een beoordeling door een deskundige plaats die het functioneren van de molen moet checken. En die bij het vermoeden van een defect, de windturbine direct buiten bedrijf moet laten stellen. Omdat deze eisen er zijn, is de kans dat een windturbine een veiligheidsrisico oplevert, zeer klein.
Signalen uit de stad
• Zorg bestaat over het risico op afbreken van de gondel, mastbreuk of het afbreken van een (deel van een) blad door wind of blikseminslag. Ook ijsafwerping gedurende de winter is genoemd als zorg. • Zorg dat turbines in brand kunnen vliegen door kortsluiting of overbelasting en dat daardoor onderdelen afbreken. • Vragen worden gesteld over een veilige afstand tussen windturbine en activiteiten (zoals wandelen).
“Hoe wordt de veiligheid gewaarborgd van de direct omwonende, denk bijvoorbeeld aan het afbreken van een wiek op volle snelheid?” – Informatieavond, bewoner Amsterdam Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?
Inhoudelijk • Bij elk project wordt een MER uitgevoerd. In de MER wordt veiligheid verder onderzocht en nader beschouwd. Proces • Op het moment dat concrete mogelijke locaties bekend zijn kunnen nadere uitspraken gedaan worden over welke activiteiten wel of niet mogelijk zijn in de buurt van een windturbine, uitgaande van bestaande wet- en regelgeving. • Het opstellen van een notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) t.b.v. de MER. • Het uitvoeren van een Milieueffectrapportage (MER) per windinitiatief, waarin ook mitigerende maatregelen en alternatieven aan bod komen.
26
1.5 Ruimtelijke inrichting en landschapskwaliteit Amsterdammers en bewoners uit buurgemeenten waarderen de ruimtelijke inrichting van Amsterdam als stad met groene scheggen en geven om de kwaliteit van het landschap. Door de groei van de Amsterdamse bevolking en woningnood staan deze waardes onder druk. Een deel van ons landschap wordt daarom beschermd door bestaande wet- en regelgeving. Dat is belangrijk, omdat het landschap in Amsterdam een bepaalde kwetsbaarheid kent, o.a. vanwege de grote historische waarde en de aanwezigheid van verschillend cultureel erfgoed in de stad en omgeving. Er zijn verschillende monumenten die UNESCO status hebben en daarmee beschermd worden tegen beschadiging. Binnen dit hoofdstuk worden de signalen benoemd die Amsterdammers belangrijk vinden als het gaat over de ruimtelijke inrichting en de kwaliteit van het landschap. Ruimtelijke inrichting benoemt de mogelijk conflicterende of elkaar aan vullende bestemmingen zoals woningbouw of natuurontwikkeling of functiecombinaties in de nabijheid van windturbines. Landschapskwaliteit bestaat uit zowel technische als sociale factoren. Bij technische factoren gaat het om de fysieke inrichting van het landschap zoals de inpassing van een windturbine in de horizon, de opstelling van molens onderling en de lokale inpassing van de voet van de molen.
Dit speelt op verschillende schaalniveaus, heel lokaal tot nagenoeg regionaal. Bij sociale factoren gaat het onder meer over beleving van landschap.
> 1.5.1 Ruimtelijke inrichting > 1.5.2 Woningen (nieuwbouw en woningwaarde) > 1.5.3 Landschapskwaliteit
27
1.5.1 Ruimtelijke inrichting Wat is het?
Ruimtelijke inrichting gaat over verschillende belangen in dezelfde ruimte die met elkaar kunnen conflicteren of elkaar kunnen aanvullen (meervoudig ruimtegebruik). Dit betreft bijvoorbeeld bestaande woningen in de buurt van mogelijke nieuwe windturbines, nieuwe woningbouwplannen of natuur. De gemeente kijkt dan ook of het in de ruimtelijke langetermijnstrategie past. Voor het Rijk is de Nationale omgevingsvisie vastgesteld. Ook in de NOVI is de voorkeur voor meervoudig ruimtegebruik uitgesproken. In Amsterdam is de langetermijnstrategie vastgelegd in de omgevingsvisie. De Omgevingsvisie 2050 heeft de voorkeursgebieden voor windenergie uit de RES 1.0 opgenomen. Vervolgens worden de zoekgebieden geborgd in de andere omgevingsinstrumenten. Daarbij wordt in het kader van een “goede ruimtelijke ordening” gekeken naar afwegingen van de hele stad en de buurgemeenten. Hoe verhoudt een windturbine zich tot de totale omgeving waar die zich in bevindt? Wat is de beste plek in relatie tot woningbouw en de andere opgaven in de stad? De relatie met bestaande woningen wordt daarbij veel genoemd.
Signalen uit de stad
• Bewoners zijn benieuwd of windturbines voor meerdere functies gebruikt kunnen worden, daar waar dat mogelijk is zou de gemeente daar meer over moeten communiceren.
“In welke mate vallen windmolens te combineren met ander ruimtegebruik? Kunnen windmolens bijvoorbeeld gecombineerd worden met bos en/of agrarische functies?” – Informatieavond, bewoner Amsterdam Hoe neemt de gemeente deze signalen mee?
Inhoudelijk • De RES is meegenomen in de Omgevingsvisie en wordt geborgd in omgevingsinstrumenten. • Onderzoek en gesprekken kunnen aangeven hoe en waar functies gecombineerd kunnen worden. Proces • In het participatieplan van de initiatiefnemer wordt aangegeven hoe het thema wordt behandeld in het participatieproces. Het participatieproces mag pas starten nadat het participatieplan is goedgekeurd door de gemeente. • Als onderdeel van een ‘goede ruimtelijke ordening’ wordt in de vergunning gekeken naar functies in de omgeving, ook in de buurgemeenten. Ook in het MER wordt inzichtelijk gemaakt in hoeverre meervoudig ruimtegebruik mogelijk is.
28
1.5.2 Woningen (nieuwbouw en woningwaarde) Wat is het?
De stad Amsterdam heeft een enorme woningbouwopgave: het is de ambitie om in 2050 150.000 woningen erbij gebouwd te hebben in de stad. Voor deze hoeveelheid woningen is ruimte nodig. Zoveel mogelijk benutten van de binnenstedelijke ruimte en de buitenruimte leeg houden, dat is een van de strategische keuzes die in de Omgevingsvisie is vastgesteld. De stad wil werken aan verdichting in bestaande buurten, het verduurzamen van de bestaande bouw en het vergroenen van de leefomgeving. Bij dit onderwerp gaat het zowel over de woningbouwopgave als de woningwaarde: de waarde van een woning kan dalen of stijgen als gevolg van veranderingen in de omgeving van de woning.