Bijlage 1 Aanwijzingen voor de regelgeving Amsterdam.pdf
Tekst van het document
aanwijzing 50). Bijvoorbeeld zo geclausuleerd: ‘Het college kan van het verbod (…) ontheffing verlenen als … [de activiteit waarvoor ontheffing wordt verleend] slechts verwaarloosbare gevolgen heeft voor het doel dat dit artikel wil beschermen of als de belangen van de aanvrager veel zwaarder zijn dan de door het verbod beschermde belangen en de … [activiteit] slechts korte tijd duurt.’ gelijkwaardigheidsbepaling: deze komen voor in het omgevingsrecht (zie bijvoorbeeld artikel 1.8 Activiteitenbesluit milieubeheer (inmiddels vervallen)). De aanpak kan ook buiten het omgevingsrecht worden toegepast wanneer bij of krachtens verordening specifieke maatregelen zijn voorgeschreven, zoals bijvoorbeeld in artikel 3.16, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Regionale havenverordening Noordzeekanaalgebied geval is. De ‘gelijkwaardigheidsbeslissing’ kan overigens een bekende vorm krijgen door daarvoor de ontheffingsfiguur te gebruiken: Het college kan van een of meer van de voorgaande leden ontheffing verlenen als de aanvrager aannemelijk maakt dat met zijn voorgenomen handelwijze de met die leden beoogde doelen ten minste even goed worden bereikt. Lid 2 Het zijn vooral financiële regelingen die nogal eens een hardheidsclausule kennen. In andere gevallen kan een ontheffingsbevoegdheid meestal voldoende soelaas bieden (zie hierboven. 67
Lid 6 De afwijkingsgrond ‘onbillijkheid van overwegende aard’ is ruimer dan die van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, ‘gevolgen die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen’: het hoeft niet per se te gaan om bijzondere omstandigheden, de regeling kan ook in sommige categorieën van gevallen blijken te ‘streng’ te zijn. Als dat zo blijkt te zijn, moet de regeling natuurlijk wel zo spoedig mogelijk worden aangepast. Lid 7 Om toepassing te kunnen geven aan het zevende lid, is het aan te raden om het gebruik van de hardheidsclausule te evalueren. 80. Bijlagen 1. Alleen tabellen, formulieren, modellen, kaarten of lijsten van regelingen, bepalingen of tarieven, worden in een bijlage opgenomen. 2. Bij een regeling kunnen alleen bijlagen worden opgenomen die zijn vastgesteld door het orgaan dat ook de regeling zelf heeft vastgesteld. 3. In het opschrift van een bijlage wordt vermeld bij welk artikel van de regeling de bijlage hoort. In het artikel wordt ook verwezen naar de bijlage. 4. Als je een afbeelding of kaart opneemt in de bijlage, zet er dan een beschrijving onder met wat er te zien is. Dit maakt de afbeelding of kaart toegankelijker voor mensen met een visuele beperking. Lid 2 Bijlagen bij een regeling maken deel uit van de regeling, zij worden dus ook door het bestuursorgaan vastgesteld.
Een aanvraagformulier wordt nooit als bijlage bij een raadsverordening gevoegd: de bevoegdheid tot het vaststellen daarvan berust niet bij de raad maar bij het college of (soms) de burgemeester, zo volgt uit artikel 4:4 Algemene wet bestuursrecht. Zie ook aanwijzing 52, toelichting bij het tweede lid, over het gebruik van een aanvraagformulier. De bijlagen bij een verordening hebben zelf ook het karakter van algemeen verbindend voorschrift. Zou men in de officiële bekendmaking ook een door het college vastgestelde bijlage bijvoegen, zoals enkele jaren geleden in Groningen gebeurde, dan kan dat leiden tot onnodig procederen; zie bijvoorbeeld ABRvS 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4023, (Nieuwstad Red Lights District). Zie voor de publicatie van een regeling ook de tips voor het opnemen van verschillende objecten als bijlage in het betreffende sjabloon. Lid 3 Voorbeeld uit de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024: Artikel 4.2.1 Bestuurlijke boete 1. Burgemeester en wethouders kunnen een bestuurlijke boete opleggen als bedoeld in artikel 35 en 45 van de Huisvestingswet. 68
2.
Indien burgemeester en wethouders gebruikmaken van de bevoegdheid uit het eerste lid leggen zij een boete op overeenkomstig de tabellen opgenomen in bijlage 3.
(…) Bijlage 3 behorende bij artikel 4.2.1 Bestuurlijke boete (…) 81. Rechtsmiddelenclausule 1. Wanneer tegen een regeling bezwaar en beroep openstaat, wordt het volgende model als uitgangspunt genomen voor de rechtsmiddelenclausule:
Oneens met dit besluit? Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na de dag waarop het besluit in het Gemeenteblad is gepubliceerd bezwaar maken. Bent u belanghebbende? Dan leest u hier hoe u bezwaar kunt maken. Het beste en het snelste kunt u via de website bezwaar maken: • Kijk op [website]. • Vul het formulier in. U hebt hiervoor DigiD of E-herkenning nodig. • Stuur het formulier op via de website. • U kunt ook als gemachtigde digitaal bezwaar maken. • Na digitaal bezwaar maken kunt u de voortgang van afhandeling van uw bezwaarschrift inzien op MijnAmsterdam. Als u niet in Nederland woont of u geen DigiD/E-herkenning kunt gebruiken. Een brief versturen met daarin: • De datum • Uw naam, adres en telefoonnummer en eventueel uw e-mailadres • Het jaargang en nummer van de Gemeentebladpublicatie van het besluit (te vinden bovenaan het besluit) • Waarom u het niet eens bent met het besluit • Uw handtekening • Maak een kopie van het besluit en stuur deze mee De termijn van zes weken is heel belangrijk. Misschien heeft u meer tijd nodig omdat u nog niet alle informatie heeft verzameld. Of omdat u nog met iemand wilt overleggen. Dan kunt u een voorlopig (pro forma) bezwaarschrift indienen. U zet in het voorlopige bezwaar dat u de redenen waarom u bezwaar maakt zo snel mogelijk opstuurt. Daarna hoort u van ons wanneer u de redenen uiterlijk moet opsturen.
Dient iemand anders namens u het bezwaarschrift in? Stuur dan een machtiging mee. U stuurt uw brief naar: … [adres]
69
Spoed? Voorlopige voorziening Het indienen van een bezwaarschrift heeft geen schorsende werking. Dat wil zeggen: het besluit waartegen u bezwaar maakt, blijft geldig totdat over uw bezwaar is beslist. Bij grote spoed kunt u (tegen kosten) een zogeheten voorlopige voorziening aanvragen. Dat is een spoedprocedure waarmee het genomen besluit tijdelijk kan worden gestopt en/of andere maatregelen kunnen worden getroffen. Een voorlopige voorziening vraagt u digitaal aan via http://mijn.rechtspraak.nl/start/burger (via ‘In (hoger) beroep tegen een beslissing van de overheid’). Ook daarvoor hebt u DigiD/eHerkenning nodig. of per post: [adres]
2. Als tegen een regeling enkel beroep openstaat, wordt het volgende model als uitgangspunt genomen voor de rechtsmiddelenclausule: Oneens met dit besluit? U kunt tegen dit besluit niet in bezwaar gaan. Belanghebbenden kunnen wel beroep instellen bij de rechtbank binnen zes weken na de dag waarop het besluit is gepubliceerd in het Gemeenteblad. Dat betekent dat de rechtbank binnen die zes weken uw beroep moet hebben ontvangen. Bent u belanghebbende? Dan leest u hier hoe u beroep kunt instellen. Digitaal beroep indienen U kunt digitaal beroep indienen bij de rechtbank Amsterdam via http://mijn.rechtspraak.nl/start/burger (via ‘In (hoger) beroep tegen een beslissing van de overheid’). U hebt dan wel een elektronische handtekening nodig (DigiD/eHerkenning). Kijk op de website voor de precieze voorwaarden. Per post beroep indienen U kunt ook beroep indienen door aan de rechtbank een brief te versturen. Zet in de brief: • De datum • Uw naam, adres en telefoonnummer en eventueel uw e-mailadres • Het jaargang en nummer van de Gemeentebladpublicatie van het besluit (te vinden bovenaan het besluit) • Waarom u het niet eens bent met het besluit • Uw handtekening U mag zich laten bijstaan door een advocaat of een persoon die u machtigt, maar dat hoeft niet. Als de persoon die u machtigt het beroep indient, zorg dan dat diegene een machtiging meestuurt.
Stuur uw beroepschrift naar het volgende adres: De rechtbank Amsterdam Afdeling Publiekrecht, team bestuursrecht Postbus 75850 1070 AW Amsterdam Het maakt niet uit of u het beroepschrift per post verstuurt of zelf bij de rechtbank aflevert (bij Parnassusweg 280).
70
De termijn van zes weken De termijn van zes weken is heel belangrijk. Misschien heeft u meer tijd nodig omdat u nog niet alle informatie heeft verzameld. Of omdat u nog met iemand wilt overleggen. Dan kunt u een voorlopig (pro forma) beroep indienen. U zet in het voorlopige beroep dat u de redenen waarom u het beroep indient zo snel mogelijk opstuurt. Daarna hoort u van de rechtbank wanneer u de redenen uiterlijk moet opsturen. Kosten voor beroep Voor het indienen van een beroepschrift betaalt u griffierecht. Dit is een bedrag dat u moet betalen aan de rechtbank bij de start van de beroepsprocedure. Mocht de rechter uw beroep gegrond verklaren, dan vergoedt het bestuursorgaan de griffierechten die u betaald heeft. In andere gevallen staat soms in de uitspraak dat u toch het griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoed krijgt. Spoed? Voorlopige voorziening Het indienen van een beroepschrift heeft geen schorsende werking. Dat wil zeggen: het besluit waartegen u bezwaar maakt, blijft geldig totdat over uw bezwaar is beslist. Bij grote spoed kunt u (tegen kosten) een zogeheten voorlopige voorziening aanvragen. Dat is een spoedprocedure waarmee het genomen besluit tijdelijk kan worden gestopt en/of andere maatregelen kunnen worden getroffen.
Een voorlopige voorziening vraagt u digitaal aan via: http://mijn.rechtspraak.nl/start/burger (via ‘In (hoger) beroep tegen een beslissing van de overheid’. Ook daarvoor hebt u DigiD/eHerkenning nodig.
Vaak bevat een regeling algemeen verbindende voorschriften, daartegen staat geen bezwaar of beroep open. Tegen beleidsregels ook niet (artikel 8:3 van de Algemene wet bestuursrecht). Tegen overige regelingen staat wel bezwaar en beroep, of alleen beroep, open. Deze regelingen moeten dus een rechtsmiddelenclausule bevatten (artikel 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht). Lid 1 Het model voor de rechtsmiddelenclausule in het eerste lid wordt als uitgangspunt gebruikt voor besluiten waartegen men eerst in bezwaar moet, voordat in beroep kan worden gegaan. Lid 2 Het model in het tweede lid wordt als uitgangspunt genomen voor besluiten waartegen men niet in bezwaar kan, maar rechtstreeks in beroep moet. Dat is aan de orde bij de uitzonderingen omschreven in artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht. Een belangrijke uitzondering in dat artikel is sub d, een besluit dat is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (uniforme openbare voorbereidingsprocedure). Als aan een besluit een inspraakprocedure (artikel 6 van de Participatieverordening gemeente Amsterdam) is voorafgegaan, waarin toepassing wordt gegeven aan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, dan kan men tegen het besluit daarom niet in bezwaar en moet dus het model in het tweede lid van deze aanwijzing worden gebruikt. 82. Tijdelijke regeling 1.
Als het de bedoeling is dat een regeling slechts voor een bepaalde tijd zal gelden, wordt dat in de regeling uitdrukkelijk bepaald.
71
2. Voor het regelen van de werkingsduur van een tijdelijke regeling wordt het volgende model als uitgangspunt genomen: Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2025 en vervalt op 1 januari 2026.
3. De tijdelijkheid van een verordening wordt ook in de citeertitel tot uitdrukking gebracht. 4. Gaat het om een tijdelijk artikel, dan luidt het laatste lid van het artikel: x. Dit artikel vervalt op ….
Tijdelijke regelingen komen vooral voor als het om financiën gaat: belastingen, subsidies. Voor een tijdelijke regeling kan ook plaats zijn wanneer de regeling bedoeld is als proef, aan de hand waarvan zal worden nagegaan of op dezelfde voet kan worden doorgegaan. Ook bij experimenteerbepalingen kan een beperkte geldingsduur voor de hand liggen. In bijzondere gevallen kan het gewenst zijn tijdelijk van een bestaande regeling af te wijken. Een voorbeeld is een experiment in 2023 met een externe bezwaaradviescommissie. Hierbij werd afgeweken van de Regeling bezwaar en beroep (college en burgemeester). Zie voor de vormgeving van een tijdelijke afwijking aanwijzing 5.73 van de Aanwijzingen voor de regelgeving van de Rijksoverheid. Lid 3 Fictief voorbeeld: Tijdelijke regeling transformatie-impuls Amsterdam. Lid 4 In geval van een tijdelijk hoofdstuk of paragraaf wordt de vervalbepaling opgenomen als laatste artikel van het hoofdstuk of de paragraaf: ‘Dit hoofdstuk/Deze paragraaf vervalt op …’. 83. Geen bekendmakingsbepalingen in verordening In een regeling worden geen bepalingen opgenomen over de wijze waarop de regeling zelf of daarop berustende regelingen worden bekendgemaakt.
De manier waarop gemeentelijke vaststellings-, wijzigings- en intrekkingsbesluiten moeten worden bekendgemaakt en beschikbaar gesteld, is namelijk geregeld in de Bekendmakingswet, het daarop berustende Besluit elektronische publicaties en enkele ministeriële regelingen. 84. Beleidsregels 1. Maak beleidsregels niet onnodig rigide: ze mogen nooit leiden tot onaanvaardbare uitkomsten. 2. Beleidsregels worden in artikelvorm opgeschreven. 3. In beleidsnota’s die door de gemeenteraad worden vastgesteld, worden geen beleidsregels opgenomen over de uitvoering van bevoegdheden van het college. Bij beleidsregels gaat het doorgaans om regels die een bestuursorgaan vaststelt voor de manier waarop het van een bestaande bevoegdheid gebruik zal maken. Beleidsregels lijken op algemeen verbindende voorschriften, doordat ze een algemeen karakter hebben. Gewone beleidsregels zijn 72
echter niet tot de buitenwacht gericht, maar tot het bestuursorgaan zelf en daarmee zijn ondergeschikten, daarin verschillen ze van algemeen verbindende voorschriften. Inwoners kunnen dus ook nooit de rechtstreeks geadresseerden zijn van een beleidsregel. Beleidsregels zijn ook minder bindend dan algemeen verbindende voorschriften, want de hardheidsclausule van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht geldt altijd. De toepassingsmogelijkheden van dit artikel zijn vanaf 2020 verruimd. Als afwijking van een beleidsregel vaak nodig is om tot evenredige besluiten te komen, dan moet de beleidsregel zelf worden aangepast (zie ook aanwijzing 79, zevende lid). Lid 1 Er zijn verschillende mogelijkheden om te voorkomen dat een beleidsregel te rigide is. Zo kunnen bepaalde in een beleidsregeling opgenomen regels of criteria ‘als uitgangspunt worden gehanteerd’. Dat impliceert ruimte voor afweging. Ook kan worden bepaald dat ‘in elk geval wordt gelet op ...’, en dan volgen de in elk geval relevante factoren. Een derde mogelijkheid is, in de beleidsregels zelf een hardheidsclausule opnemen die ruimer is dan artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht (zie ook aanwijzing 79, derde lid). Lid 2 Deze aanwijzingen zijn onverkort van toepassing op beleidsregels (aanwijzingen 1 en 2). Dat betekent ook dat beleidsregels in artikelvorm worden opgeschreven en niet in prozavorm.
Dit dwingt om duidelijke beslisregels te formuleren. Het creëert ook een duidelijkere afbakening tussen de beslisregels en de toelichting daarop. Lid 3 Beleidsnota’s kunnen betrekking hebben op allerlei vormen van beleid. Meestal worden deze nota’s vastgesteld door de gemeenteraad. Het gaat dan om een invulling van de kaderstellende rol van de raad. De inhoud van de beleidsnota kan later uitgewerkt worden in een verordening of concrete projecten. Maar het komt ook voor dat er beleidsregels in worden opgenomen. De raad heeft echter sinds de dualisering geen zeggenschap meer over de bevoegdheden van het college en mag daarover dus ook geen beleidsregels vaststellen. Er moet dus op gelet worden dat het college zelf beleidsregels vaststelt over haar eigen bevoegdheden en dat die niet in een beleidsnota zitten die door de raad wordt vastgesteld. Beleidsregels moeten ook in een geconsolideerde versie beschikbaar worden gesteld, beleidsnota’s niet.
73
3.
Wijzigen en intrekken van een regeling
§1. Wijzigen 85. Wijzigen door besluit van vaststellend orgaan Een gemeentelijke regeling kan alleen worden gewijzigd (en ingetrokken) door een besluit van het bestuursorgaan dat de regeling heeft vastgesteld. Een raadsverordening wordt vastgesteld bij raadsbesluit; de verordening kan daarom alleen worden gewijzigd (en ingetrokken) bij nieuw raadsbesluit. Nadere regels van het college worden vastgesteld bij collegebesluit; voor het wijzigen (of intrekken) ervan is dus een nieuw besluit van het college nodig. Niet de aanduiding van het besluit (verordening, nadere regels, enz.) maar het orgaan dat het besluit nam of neemt, is daarbij van belang. Over het van rechtswege vervallen van nadere regels als de verordeningsbepaling waarop ze berusten komt te vervallen, zie aanwijzingen 99 en 100. Daarover gaat deze aanwijzing niet. 86. Omvangrijke wijziging: hele regeling vervangen? – Omhangen, overgangsrecht 1. Als het voornemen bestaat een regeling op veel punten te wijzigen, kan ervoor worden gekozen de regeling in te trekken en te vervangen door een nieuwe. Dan zal wel vrijwel zeker overgangsrecht nodig zijn of ook ‘omhangen’ van bestaande uitvoeringsbesluiten; zie aanwijzingen 66 en 99, vijfde lid. 2. Betreft het niet een heel omvangrijke wijziging, dan worden de wijzigingen in de bestaande regeling aangebracht. 3.
Regelingen die niet in geconsolideerde vorm beschikbaar zijn gesteld op lokaleregelgeving.overheid.nl worden niet gewijzigd, maar vervangen. Leden 1 en 2 Er zijn twee manieren om een regeling te wijzigen: 1) de regeling laten voortbestaan en daarin wijzigingen aanbrengen of 2) de hele regeling vervangen door een nieuwe, die op bepaalde onderdelen dus verschilt van de oude regeling. De hoofdregel in deze aanwijzing is dat de eerste methode wordt toegepast. Zo is gemakkelijker te zien wat er verandert en waar het gesprek in bijvoorbeeld het college over moet gaan. Ook voorkomt dit ingewikkelde vragen over overgangsrecht. Als bijvoorbeeld een oude verordening wordt ingetrokken en vervangen door een nieuwe, dan verliezen de vergunningen die onder de oude verordening zijn verleend hun geldigheid. Ze moeten dan worden ‘gered’ door een overgangsbepaling die bepaalt dat de oude vergunningen gelden als vergunningen die onder de ‘nieuwe’ verordening zijn verleend. De aanwijzing komt erop neer dat alleen als de beoogde wijzigingen zo ingrijpend zijn dat het resultaat echt het etiket ‘Nieuw!’ verdient, gekozen kan worden voor het intrekken van de oude verordening en vervanging door een nieuwe. Bijvoorbeeld als er een nieuw stelsel wordt ingevoerd, als het om heel veel wijzigingen gaat of als de structuur van de regeling moet worden aangepast.
Wordt de verordening in haar geheel vervangen, dan moet wel goed worden gelet op de vraag of overgangsrecht nodig is en of besluiten moeten worden ‘omgehangen’; zie aanwijzingen 66 en 94.
74
Lid 3 Deze uitzondering gaat vooral over concretiserende besluiten van algemene strekking, zoals aanwijzingsbesluiten van locaties voor afvalcontainers of de vaststelling van een subsidieplafond. Die worden in principe niet in geconsolideerde vorm beschikbaar gesteld. Als een regeling niet is opgenomen in de databank met geconsolideerde regelingen is na de bekendmaking van een wijziging nergens meer de volledige, actuele versie te vinden. Daarom is het in dat geval wenselijk om een nieuw besluit te nemen en het oude besluit in te trekken. Zie voor meer over concretiserende besluiten van algemene strekking de toelichting bij aanwijzing 2. 87. Schrappen uitgewerkte bepalingen Bij wijziging van een regeling kunnen soms sommige oude bepalingen worden geschrapt, zoals: bestaande bepalingen van de regeling die niet meer worden gebruikt; bepalingen die uitsluitend de wijziging van andere regelingen inhouden; uitgewerkte overgangsbepalingen. Het gaat dan om een operatie ‘kappen dood hout’. Juridisch is dat niet van betekenis, maar het maakt wel dat de regeling overzichtelijker en dus beter toegankelijk wordt. Let op: Het vervallen van artikelen leidt niet tot vernummering (zie aanwijzing 93, vierde en vijfde lid). In de geconsolideerde versie van de verordening worden vervallen hoofdstukken, paragrafen en artikelen door de publicist aangeduid als ‘[vervallen]’.
Komen artikelleden te vervallen, dan wordt de nummering van de overgebleven leden wel aangepast; zie aanwijzingen 90 en 93. 88. Wijziging van opschrift en aanhef Het opschrift en de aanhef van een regeling worden niet gewijzigd. Het opschrift en de aanhef van een regeling vormen met het slotformulier het deel van de regeling dat een eenmalige, aan het tijdstip van totstandkoming gebonden, betekenis heeft. Dit deel, en dus ook de considerans en de passage ‘gelet op ...’ in de aanhef van een regeling, kan bij een latere wijziging van de regeling niet meer worden gewijzigd. Als de strekking van een regeling wordt gewijzigd, kan dit tot uitdrukking worden gebracht in het opschrift van de wijzigingsregeling. 89. Wijzigingstechniek 1. Als een wijziging moet worden aangebracht in een artikellid of een artikel (zonder leden), dan wordt dat lid of dat artikel in zijn geheel opnieuw vastgesteld. Worden twee of meer leden van een artikel gewijzigd, dan wordt bij voorkeur het hele artikel opnieuw vastgesteld.
75
2. Daarbij wordt gehandeld overeenkomstig de volgende voorbeelden: Artikel 10, derde lid, komt te luiden: 3. … [nieuwe tekst]. Artikel 16 komt te luiden: Artikel 16 … [opschrift] 1. … 2. …
3. Als men een onderdeel wil laten vervallen, gebeurt dat overeenkomstig de volgende voorbeelden: Artikel 6 vervalt. Hoofdstuk 8 vervalt.
4. In bijzondere gevallen kan het wenselijk zijn om niet het hele artikel of artikellid opnieuw vast te stellen, maar alleen bepaalde woorden of cijfers daarin te vervangen. Bijvoorbeeld bij indexaties. In dat geval wordt gehandeld overeenkomstig de volgende voorbeelden: In artikel 5, derde lid, wordt ‘€ 12,50’ vervangen door ‘€ 14,00’. In artikel 13, eerste lid, wordt ‘Algemene inspraakverordening’ vervangen door ‘Participatieverordening gemeente Amsterdam’.
In artikel 5, tweede lid, wordt na ‘scooters’ toegevoegd ‘en e-bikes’.
5. In de toelichting wordt duidelijk gemaakt wat er precies wordt gewijzigd. Een goede manier daarvoor is een was/wordt-tabel. Daarin worden de oude en de nieuwe tekst naast elkaar afgedrukt. In de oude, te vervangen of te wijzigen tekst worden de gedeelten die zullen worden geschrapt of vervangen, gecursiveerd. In de nieuwe tekst worden de nieuwe teksten of tekstgedeelten vetgedrukt. In een derde kolom wordt de wijziging toegelicht. Lid 1 ln een algemene subsidieverordening moeten bijvoorbeeld de volgende wijzigingen worden aangebracht: in het eerste lid van artikel 5 (aanvraag- en beschikkingstermijn) worden de termijnen gewijzigd; aan artikel 9 (voorschotten) wordt een tweede lid toegevoegd. Het lichaam van het ontwerp-wijzigingsbesluit kan dan luiden: Artikel I De Algemene subsidieverordening wordt gewijzigd als volgt. A 76
Artikel 5, eerste lid, komt te luiden: 1. Een aanvraag van een subsidie díe per kalenderjaar wordt aangevraagd (‘jaarsubsidie’) wordt uiterlijk 15 augustus voor het begin van het betrokken jaar ingediend. Daarop wordt uiterlijk op 1 november beschikt. ln bijzondere gevallen kan het college toestaan dat de aanvraag later wordt ingediend; daarop wordt dan zo spoedig mogelijk beschikt. B Voor de bestaande tekst van artikel 9 wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst. Toegevoegd wordt een nieuw lid, dat luidt: 2. Boekjaarsubsidies worden jaarlijks verhoogd met de door de raad vastgestelde nominale verhoging. Artikel ll Dit besluit treedt in werking op ... . Lid 5 ln de toelichting op het ontwerpbesluit wordt de wijziging als volgt voorgesteld in een ‘was/wordttabel’: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Toelichting
Artikel 5 Aanvraag- en beschikkingstermijnen 1. Een aanvraag van een subsidie die per kalenderjaar wordt aangevraagd (‘jaarsubsidie’) wordt uiterlijk 1 juni voor het begin van het betrokken jaar ingediend. Daarop wordt uiterlijk op 1 oktober beschikt. ln bijzondere gevallen kan het college deze termijn verlengen.
Artikel 5 Aanvraag- en beschikkingstermijnen 1. Een aanvraag van een subsidie die per kalenderjaar wordt aangevraagd (‘jaarsubsidie’) wordt uiterlijk 15 augustus voor het begin van het betrokken jaar ingediend. Daarop wordt uiterlijk op 1 november beschikt. ln bijzondere gevallen kan het college deze termijn verlengen.
In artikel 5 worden de data voor de aanvraag en de beschikking aangepast, omdat in de praktijk is gebleken dat aanvragers meer tijd nodig hebben om een aanvraag te doen voor het opvolgende kalenderjaar.
2. Andere aanvragen om subsidie worden uiterlijk vier weken voor het begin van de te subsidiëren activiteiten ingediend. Daarop wordt zo mogelijk binnen vier, maar in elk geval binnen acht weken beschikt. ln bijzondere gevallen kan het college deze termijn verlengen. Artikel 9 Voorschotten Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de beschikking tot subsidievaststelling binnen vier weken na de subsidievaststelling betaald. Indien een voorschot is verleend, wordt dit voorschot op het subsidiebedrag in mindering gebracht.
2. Andere aanvragen om subsidie worden uiterlijk vier weken voor het begin van de te subsidiëren activiteiten ingediend. Daarop wordt zo mogelijk binnen vier, maar in elk geval binnen acht weken beschikt. ln bijzondere gevallen kan het college deze termijn verlengen. Artikel 9 Voorschotten 1. Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de beschikking tot subsidievaststelling binnen vier weken na de subsidievaststelling betaald. Indien een voorschot is verleend, wordt dit voorschot op het subsidiebedrag in mindering gebracht. 2. Boekjaarsubsidies worden jaarlijks verhoogd met de door de raad vastgestelde nominale verhoging.
Aan artikel 9 wordt een tweede lid toegevoegd om ervoor te zorgen dat de meerjarige boekjaarsubsidies standaard jaarlijks verhoogd worden met de door de raad vastgestelde nominale verhoging.
77
Er zijn twee manieren om wijzigingen te formuleren in een wijzigingsbesluit. Je kunt (1) een artikel of artikellid in zijn geheel opnieuw vaststellen (zie het eerste en tweede lid van deze aanwijzing) of je kunt (2) heel precies aangeven wat er wordt aangepast door woorden of zinsdelen te vervangen of toe te voegen (zie het vierde lid van deze aanwijzing). In de hoofdregel gebruiken we de eerste manier, omdat dit eenvoudiger is om te doen en makkelijker is om te lezen. In uitzondering gebruiken we de tweede manier. Een nadeel van de eerste manier is dat je in de tekst van het wijzigingsbesluit niet precies kunt zien wat er wordt gewijzigd. Daarom leg je dat uit in de toelichting. Een goede manier om dat te doen is een was/wordt-tabel. Door in de toelichting oud en nieuw naast elkaar zo af te drukken dat duidelijk is waaruit de voorgestelde veranderingen bestaan, kan bewust worden besloten en eventueel geamendeerd. De opstellers voorkomen dat ze onderdelen vergeten of andere fouten maken, en ook bij collegiaal overleg, advisering en inspraak en besluitvorming door het college zien alle betrokkenen precies waar het om gaat. 90. Nummering artikelleden bij wijziging (vernummeren) 1.
Als een artikellid moet worden tussengevoegd, gebeurt dat overeenkomstig het volgende voorbeeld: In artikel 5 worden de leden 3 tot en met 5 vernummerd tot 4 tot en met 6, en wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende: 3. De aanvraag wordt uiterlijk drie weken voor de dag van het voorgenomen evenement ingediend. In bijzondere gevallen kan het college afwijking van deze termijn toestaan.
2. Wordt een artikellid geschrapt, dan wordt de doorlopende nummering van de artikelleden gehandhaafd door te handelen overeenkomstig het volgende voorbeeld: In artikel 6 vervalt het derde lid en worden de leden 4 tot en met 6 vernummerd tot 3 tot en met 5.
Zo blijft de nummering van de artikelleden mooi doorlopend. Wel moet secuur worden nagaan of er geen verwijzingen naar de omgenummerde leden zijn die ook moeten worden aangepast. 91. Invoegen of toevoegen? Aan het einde van een reeks wordt een bepaling ‘toegevoegd’, ergens tussen het eerste en het laatste onderdeel van een reeks wordt een bepaling ‘ingevoegd’. In het voorbeeld van aanwijzing 90, eerste lid, wordt midden in de reeks leden 1 tot en met 6 een nieuw lid 3 ‘ingevoegd’. Had het nieuwe lid als laatste kunnen worden geplaatst, dan kon de nummering van de bestaande leden intact blijven en zou een nieuw lid als zesde worden ‘toegevoegd’. Zie de volgende voorbeelden:
78
Aan artikel 2 wordt een lid toegevoegd, luidende: 4.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op aanvragen tot verblijf.
Na artikel 4 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 4a …[opschrift] (…)
92. Indeling wijzigende regeling of ander wijzigingsbesluit 1. Bevat een nieuwe regeling tevens wijzigingen van één of meer bestaande regelingen, dan worden die geplaatst in het hoofdstuk of de paragraaf ‘Slotbepalingen’ of ‘Overgangs- en slotbepalingen’. Alle wijzigingen in één regeling worden in één artikel van de wijzigingsregeling samengebracht. 2. In een besluit dat uitsluitend bestaat uit de wijziging van één of meer bestaande regelingen (wijzigingsbesluit), wordt voor elke te wijzigen regeling een Romeins genummerd artikel gebruikt. Ook de inwerkingtredingsbepaling van de wijzigingsregeling wordt dan Romeins genummerd. 3. Binnen zo’n Romeins genummerd artikel worden de verschillende wijzigingen van één regeling aangeduid met hoofdletters. Verschillende wijzigingen in één bestaand artikel worden vervolgens aangeduid met kleine letters. Daarbij worden de aanwijzingen 89 en 90 gevolgd. Lid 1 Soms is een nieuwe regeling aanleiding om enkele andere te wijzigen. Dan wordt voor die wijzigingen geen apart besluit genomen maar wordt dat ‘geregeld’ in de slotbepalingen van de nieuwe regeling. Bijvoorbeeld: er komt een nieuwe subsidieregeling, waar bepaalde activiteiten uit een bestaande subsidieregeling naar worden overgeheveld. Of door de inwerkingtreding van een nieuwe verordening moeten verwijzingen naar de oude verordening in andere regelgeving worden veranderd.
Fictief voorbeeld: [hoofdtekst nieuwe subsidieregeling]
Paragraaf 4 Slotbepalingen
Artikel 13 Wijziging van de Subsidieregeling aangepast sporten Amsterdam De Subsidieregeling aangepast sporten Amsterdam wordt als volgt gewijzigd: a.
b.
Artikel 3, eerste lid, komt te luiden: 1. Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten op het gebied van sporten en bewegen voor mensen met een beperking. Artikel 6, tweede lid, vervalt.
Wordt een regeling ingetrokken omdat ze wordt vervangen door een nieuwe, dan behoren die intrekking en het eventuele overgangsrecht ook in de slotbepalingen van de nieuwe regeling te worden opgenomen.
79
Lid 2 Zie het voorbeeld bij aanwijzing 89. Ook bij het enkel intrekken van een of meerdere regelingen worden de artikelen Romeins genummerd. Lid 3 Voorbeeld: A
Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd: a.
Het eerste lid komt te luiden: 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de legestabel in de bijlage. Er wordt een lid toegevoegd, luidende: 4. Tenzij in de legestabel in de bijlage met betrekking tot een bepaald onderdeel anders is vermeld, wordt van de leges geen teruggaaf verleend.
b.
B
(…)
Deze techniek is meestal niet nodig. Stel bij voorkeur het artikel helemaal opnieuw vast als je meerdere wijzigingen in één artikel wil doen (zie aanwijzing 89). 93. Nummering en verletteren 1. Bij wijziging in te voegen hoofdstukken, paragrafen en artikelen worden genummerd door aan het voorgaande nummer een letter toe te voegen, te beginnen met de ‘a’. 2. In de wijzigingsregeling vindt dit plaats volgens het volgende model: Na artikel 3 worden twee artikel ingevoegd, luidende: Artikel 3a [opschrift] …
Artikel 3b [opschrift] …
3. De bestaande wijze van nummeren (1, 2, 3, enz., of 2.1, 2.2, 2.3, enz.) wordt gehandhaafd. 4. Bij wijziging van een regeling worden hoofdstukken, paragrafen en artikelen niet vernummerd. 5. In de geconsolideerde versie van de regeling worden vervallen hoofdstukken, paragrafen en artikelen door de publicist aangeduid met: [vervallen]. 6. De leden van een artikel en de met een letter aangeduide artikelonderdelen worden zo nodig vernummerd of opnieuw geletterd.
80
7. Wijziging van de letteraanduiding van een artikelonderdeel vindt plaats overeenkomstig het volgende voorbeeld: De onderdelen c tot en met f worden geletterd d tot en met g en er wordt een onderdeel ingevoegd, luidende: c. …;
Lid 5 De aanduiding ‘[vervallen]’ wordt voorgeschreven door bijlage 3, artikel 3.15, bij de Regeling elektronische publicaties. Lid 6 Zie voor voorbeelden van vernummering aanwijzing 90. 94. Wijzigingstechniek toelichting 1. Wanneer de tekst van een regeling wordt aangepast, wordt ook de toelichting aangepast, zodat dat de geconsolideerde toelichting klopt met de gewijzigde tekst. 2. De toelichting bij een artikel wordt niet gewijzigd, zonder dat het artikel wordt gewijzigd. 3. Als de toelichting bij een artikel wordt aangepast, wordt bij voorkeur de toelichting bij het artikel in zijn geheel opnieuw vastgesteld. 4. Daarbij wordt gehandeld overeenkomstig het volgende voorbeeld: Artikel II De toelichting bij de Subsidieregeling sportparticipatie Amsterdam wordt als volgt gewijzigd:
A
De toelichting bij artikel 4 komt als volgt te luiden: Artikel 4: Doel subsidieregeling Het doel van deze subsidieregeling is om sportdeelname te verhogen, omdat de sportparticipatie van mensen met een beperking aanzienlijk lager is dan bij mensen zonder een beperking.
B
De toelichting bij artikel 6 komt als volgt te luiden: (…)
Door de toelichting ook aan te passen in het wijzigingsbesluit wordt gezorgd dat de toelichting upto-date blijft en de lezer altijd de actuele toelichting kan raadplegen. Het is niet wenselijk om alleen de toelichting aan te passen. De tekst van de artikelen is namelijk leidend, dus de betekenis van een artikel kan niet worden gewijzigd door de toelichting aan te passen. 81
De toelichting wordt gewijzigd door een nieuw Romeins artikelnummer toe te voegen en vervolgens net als bij de artikelen voor de wijziging van verschillende onderdelen van de toelichting hoofdletters te gebruiken. Zie het voorbeeld hierboven. Er wordt een apart Romeins artikelnummer gebruikt om de wijziging van de tekst van de regeling te scheiden van de wijziging van de toelichting. Dit is overzichtelijker dan wijzigingen van de artikelen en de toelichting meteen achter elkaar zetten en benadrukt ook dat de wijziging van de artikelen van een andere juridische aard is dan de wijziging van de toelichting.
§2. Intrekken en laten vervallen van een regeling 95. Intrekken Een regeling kan alleen worden ingetrokken bij een besluit van hetzelfde orgaan dat de regeling heeft vastgesteld. Zie de toelichting bij aanwijzing 85. 96. Intrekken oude regeling 1. Bij vervanging van een regeling door een nieuwe wordt de oude regeling uitdrukkelijk ingetrokken. 2. Het intrekken van een regeling gebeurt overeenkomstig het volgende voorbeeld: De Participatieverordening Amsterdam wordt ingetrokken.
3. Bij intrekking van meer dan één regeling tegelijk wordt elk van deze regelingen afzonderlijk genoemd. Het uitdrukkelijk intrekken van de oude regeling betekent dat er geen misverstand kan bestaan over de vraag of het de bedoeling is de oude en de nieuwe naast elkaar te laten voortbestaan of de oude te vervangen door de nieuwe. De intrekkingsbepaling wordt opgenomen in de slotbepalingen van de nieuwe regeling (zie aanwijzing 65). Aan de intrekkingsbepaling wordt niet toegevoegd ‘bij de inwerkingtreding van dit besluit’ of ‘bij de inwerkingtreding van deze regeling’: dat is automatisch zo. Alleen als het besluit waarbij de nieuwe regeling wordt vastgesteld verschillende tijdstippen van inwerkingtreding voor verschillende onderdelen daarvan kent, kan het nodig zijn het tijdstip van vervallen van de oude regeling te specificeren. Na samenvoeging van gemeenten kan het nodig zijn, verordeningen van de oude gemeenten in te trekken en te vervangen door één nieuwe van de nieuwe gemeente. Alleen dan worden, in afwijking van het derde lid, die verordeningen in één bepaling ingetrokken, volgens dit voorbeeld: De Inspraakverordening Bernisse en de Inspraakverordening Spijkenisse worden ingetrokken. (Zo zou een slotbepaling van de Inspraakverordening Nissewaard kunnen luiden. De gemeenten B. en S. zijn enige tijd geleden samengevoegd tot N.)
82
97. Intrekken met in stand laten enkele artikelen? 1. Een regeling wordt niet ingetrokken ‘met uitzondering van een of meer artikelen’. 2. Als van een regeling die ingetrokken wordt de werking van sommige bepalingen wel in stand moet blijven, kies dan voor het laten vervallen van specifieke artikelen of hoofdstukken van de regeling of voor onderbrenging van de te handhaven artikelen in een nieuwe regeling. Dan moet wel worden nagegaan of aanpassing van de tekst aan de nieuwe ‘omgeving’ nodig is. Als een regeling wordt ingetrokken, komt ze in haar geheel te vervallen. Bij intrekking ‘met uitzondering van de artikelen x en y’ komen deze artikelen in de lucht te hangen en is de kans groot dat onduidelijkheden gaan ontstaan; zo bestaat het risico dat ze niet kunnen worden toegepast zonder een of meer definitiebepalingen, of ook dat ze geen roepnaam meer hebben (citeertitel). Daarom moet de weg van het tweede lid worden gevolgd: van de oude regeling komen wel een groot aantal hoofdstukken of artikelen te vervallen, maar er blijft nog wel een complete regeling over; of de artikelen worden ingepast in de nieuwe regeling en zo nodig daaraan aangepast. 98. Intrekken of laten vervallen? Het intrekken van een hele regeling wordt aangeduid met ‘intrekken’, het schrappen van een of meer artikelen of andere onderdelen met ‘vervallen’.
Deze aanwijzing heeft uitsluitend terminologische betekenis. In juridische zin komen de termen ‘ingetrokken worden’ en ‘vervallen’ op hetzelfde neer: ingetrokken of vervallen regels gelden niet meer, ze zijn ‘juridisch dood’. 99. Uitgewerkte en vervallen regelingen intrekken of omhangen? 1. Regelingen met een tijdelijke werking die zijn uitgewerkt, worden niet ingetrokken. Wel kunnen ze door de publicist worden verwijderd uit het bestand geldende regelingen. 2. Uitvoeringsregelingen waaraan de grondslag komt te ontvallen doordat de regelingen waarop ze waren gebaseerd zijn ingetrokken, zijn vanaf dat moment vervallen en kunnen door de publicist worden verwijderd uit het bestand geldende regelingen. 3. Waar nodig en mogelijk wordt voor uitvoeringsregels die zijn gebaseerd op een in te trekken verordening, de nieuwe wettelijke grondslag in de nieuwe regeling aangewezen (‘omhangen’). Daarvoor kan het volgende model als uitgangspunt worden gebruikt: De … [citeertitel bestaande nadere regels of andere regeling] berust/berusten op artikel … van deze verordening.
4. Het tweede en het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op concretiserende besluiten van algemene strekking die op de ingetrokken regeling berusten, zoals besluiten tot het aanwijzen van plaatsen waar en dagen waarop markt kan worden gehouden krachtens de Marktverordening en beleidsregels. 83
5. Als het wenselijk is dat uitvoeringsbeschikkingen (vergunningen, ontheffingen en dergelijke) blijven gelden, dan worden ze omgehangen volgens onderstaand model: Vergunningen en ontheffingen, verleend op grond van de …[citeertitel in te trekken verordening] (‘oud’), gelden als vergunning of ontheffing op grond van deze verordening (‘nieuw’) volgens het volgende schema: Oud
Nieuw
artikel … (vergunning)
artikel … (vergunning)
artikel … (ontheffing)
artikel … (vergunning)
artikel … (ontheffing)
artikel … (ontheffing)
6. De in deze aanwijzing bedoelde artikelen volgen direct op het artikel waarbij de ‘oude’ verordening wordt ingetrokken. Leden 1 en 2 Met ‘regelingen met een tijdelijke werking’ in het eerste lid wordt bedoeld regelingen waarin is opgenomen wanneer ze vervallen. Dat uit de regelingen blijkt dat ze zien op een tijdelijke situatie is niet voldoende. Als een regeling vervallen is, maar in de lokale wettenbank op lokaleregelgeving.overheid.nl onbedoeld nog wel staat dat de regeling ‘geldend t/m heden’ is, laat het dan weten aan het Juridisch Bureau via regelgeving@amsterdam.nl. Dan kan de regeling in het systeem een uitwerkingtredingsdatum krijgen. Lid 5 Hebben de betrokken vergunningen, ontheffingen en dergelijke, een naam (bijvoorbeeld ‘terrasvergunning’), dan wordt die naam hier ook vermeld. Wordt de lijst te lang, dan kan die in een bijlage bij de verordening worden opgenomen. 100.
Gevolg van intrekken of vervallen voor uitvoeringsbesluiten
Bij een besluit tot intrekking van een verordening of tot het laten vervallen van enkele artikelen wordt er, indien van toepassing, in de toelichting op gewezen dat de op die verordening of de betrokken artikelen gebaseerde besluiten zoals vergunningen, sanctiebesluiten en dergelijke op hetzelfde moment tevens vervallen. Als een artikel met een verbod-behoudens-vergunning is vervallen, is de grondslag voor de vergunning ook verdwenen, die laatste vervalt dus vanzelf. Daarmee verdwijnen ook de vergunningsvoorschriften; voortaan gelden alleen eventuele algemene regels voor de voorheen vergunde activiteit. Zie bijvoorbeeld de wijziging, begin 2015, van de Opiumwet, waarover de VNG ledenbrief Lbr. 15/011 van 11 februari 2015, Gevolgen wijziging Opiumwet voor vergunningen growshops. Een last onder dwangsom vervalt ook zodra de overtreden bepaling vervalt. Maar zijn al enkele dwangsommen verbeurd (de dwangsom was bijvoorbeeld vastgesteld per dag of per overtreding), dan vervallen die niet: toen ze verbeurd werden, gold de overtreden bepaling nog. (Of het nog opportuun is de verbeurde dwangsommen in te vorderen, is echter een andere kwestie.) Hetzelfde geldt voor opgelegde boetes. 84
101.
Gevolg van intrekken wijzigingsbepalingen
1. De intrekking van een regeling waarbij wijzigingen in een andere regeling zijn aangebracht, maakt die wijzigingen niet ongedaan. 2. Een ingetrokken regeling of een vervallen bepaling herleeft niet door intrekking van het besluit waarbij ze is ingetrokken of vervallen. Een bepaling waarbij een wijziging wordt aangebracht in een bestaande regeling, is uitgewerkt zodra ze in werking is getreden; daarna gelden de gewijzigde bepalingen. Wil men een wijziging ongedaan maken, dan zal de gewijzigde bepaling moeten worden ‘teruggewijzigd’, en wel zo dat ze haar oorspronkelijke tekst herkrijgt. Ga in zo’n geval wel na of overgangsrecht nodig is. Een ingetrokken regeling of vervallen bepaling is ‘dood’ en kan niet meer tot leven worden gewekt. Is het gewenst de regeling of de bepaling opnieuw te laten gelden, dan zal ze dus opnieuw moeten worden vastgesteld. Dat is ook het stelsel van de artikelen 122 en 121 van de Gemeentewet. Een regeling die van rechtswege is komen te vervallen doordat een nieuwe wet in het onderwerp daarvan heeft voorzien – zie artikel 122 – maar die inhoudelijk geheel of gedeeltelijk heel goed kan bestaan naast de wettelijke regeling op grond van de algemene aanvullingsbevoegdheid ingevolge artikel 121, zal volgens laatstgenoemd artikel opnieuw moeten worden vastgesteld.
85
Overzicht ArA Hoofdstuk 1. Algemeen – verstandig regelgeven §1.1 Algemeen 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Reikwijdte Soorten regelingen Vermenging van regels Bevoegdheid tot vaststellen van avv’s, delegatie Geen delegatie of mandaat aan ambtenaren Gedragsnormen, beslissingsbevoegdheid en beslisregels
§1.2 Verstandig regelen 7. 8. 9.
Nieuwe regels: nodig en verstandig? Beperking lasten, empathie Algemene kwaliteitseisen, VNGmodellen
Hoofdstuk 2. Het ontwerpen van een regeling §2.1. Vormgeving algemeen a. 10. 11. 12. b. 13.
Afstemming op andere regelingen Afstemming op hogere regels, overschrijfverbod De artikel 122-formule Harmonisatie
17. 18. 19. 20.
Indeling Elementen van een vaststellings- of wijzigingsbesluit Artikelen: wijze van nummeren Indeling in hoofdstukken en paragrafen: samenhang Opschriften van hoofdstukken, paragrafen en artikelen Volgorde onderwerpen Onderverdeling van artikelen Opsommingen, staartteksten Aanduiden karakter opsomming
c. 21. 22.
Taalgebruik Formulering Eén term, één begrip
14. 15. 16.
23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. d. 31. 32. 33. 34. 35. 36. 37. 38. 39.
Aanduiding gemeentelijke bestuursorganen Afkortingen Hoofdletters en namen Geen ficties Geen ‘moeten’ en ‘dienen’ Indien en voor zover, en/of, geen haakjes, tot en met Respectievelijk en c.q. Overeenstemming en overleg Verwijzen en aanhalen Verwijzingen Modellen verwijzing Aanhaling zin en zinsdeel (Als) genoemd en bedoeld Van (overeenkomstige) toepassing Voorbereidingsprocedure afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderd, in afwijking van Verwijzing naar regeling met en zonder citeertitel Modellen aanhaling veel voorkomende bronnen
§2.2. Bestanddelen van een regeling a. 40. 41. 42. 43. 44.
Opschrift en aanhef Opschrift, citeertitel Model aanhef vaststellingsbesluit verordening en wijzigingsbesluit ‘Gelet op’ ‘Gezien’ Considerans
b. 45. 46. 47.
Definities Definities, geen materiële regels Verkorte aanduidingen Formulering definitiebepalingen
c. 48.
Mandaat en delegatie Modellen mandaatverlening en verbod van mandaat Begrenzen delegatie, nadere regels of aanwijzen
49.
d. 50. 51.
Bijzondere besluiten Vergunning, ontheffing, vrijstelling en melding: model Schaarse vergunningen 86
52. 53. 54. 55. e. 56. 57. 58. 59.
f. 60. 61. 62. 63. 64.
g. 65. 66. 67. 68. 69. 70. 71. 72. 73. 74. 75. h. 76. 77.
Voorschriften, verplichtingen en beperkingen Weigeringsgronden Beslistermijn: silencio positivo? Intrekken en wijzigen beschikking Sancties Sanctiebevoegdheid regelen Strafsanctie: overleg met OM, ook bij bestuurlijke boete bezinning vooraf Geen bepalingen over last onder bestuursdwang of dwangsom Intrekken, schorsen of wijzigen van beschikking als sanctie Toezicht en opsporing Onderscheid toezicht en opsporing Gebruik van modelbepalingen voor toezicht en opsporing Model aanwijzing toezichthouders Model beperking toezichtsbevoegdheden Geen aanwijzing van bijzondere opsporingsambtenaren Overgangs- en slotbepalingen Volgorde slotbepalingen Noodzaak en plaats overgangsrecht Onmiddellijke werking, tenzij anders geregeld Terugwerkende kracht Model terugwerkende kracht Eerbiedigende of uitgestelde werking Regeling inwerkingtreding Inwerkingtreding uitvoeringsregeling Modellen inwerkingtredingsbepaling Inwerkingtredingsbesluit Citeertitel
78.
Toelichting Toelichting Vermelding voorgeschreven procedures, adviezen en participatie Geen nadere regels in toelichting
i.
Overige onderwerpen
79. 80. 81. 82. 83. 84.
Evenredigheid en hardheidsclausule? – model Bijlagen Rechtsmiddelenclausule Tijdelijke regeling Geen bekendmakingsbepalingen in verordening Beleidsregels
Hoofdstuk 3. Wijzigen en intrekken van een regeling §3.1. Wijzigen 85. 86.
87. 88. 89. 90. 91. 92. 93. 94.
Wijzigen door besluit van vaststellend orgaan Omvangrijke wijziging: hele regeling vervangen? – Omhangen, overgangsrecht Schrappen uitgewerkte bepalingen Wijziging van opschrift en aanhef Wijzigingstechniek Nummering artikelleden bij wijziging (vernummeren) Invoegen of toevoegen? Indeling wijzigende regeling of ander wijzigingsbesluit Nummering en verletteren Wijzigingstechniek toelichting
§3.2. Intrekken en laten vervallen van een regeling 95. 96. 97. 98. 99. 100. 101.
Intrekken Intrekken oude regeling Intrekken met in stand laten enkele artikelen? Intrekken of laten vervallen? Uitgewerkte en vervallen regelingen intrekken of omhangen? Gevolg van intrekken of vervallen voor uitvoeringsbesluiten Gevolg van intrekken wijzigingsbepalingen
87
Bijlage: verschillen ten opzichte van de 100 Ideeën voor de gemeentelijke regelgever Hieronder wordt toegelicht wat er in de Aanwijzingen voor de regelgeving Amsterdam (hierna: ArA) aangepast is ten opzichte van de 100 Ideeën voor de gemeentelijke regelgever (hierna: Igr). Eerst worden de algemene aanpassingen beschreven die in hele document zijn doorgevoerd. Vervolgens worden specifieke verschillen per aanwijzing met het corresponderende nummer van de Igr aangegeven. Daar worden de algemene aanpassingen niet per aanwijzing herhaald. Algemene aanpassingen Opzet: - Deel 1 van de Igr, de Algemene inleiding tot het regelgeven, is in de ArA niet overgenomen. De belangrijkste stukken uit deel 1 zijn opgenomen in de toelichting bij de aanwijzingen zelf. Daardoor is het niet nodig om steeds terug te bladeren naar een deel 1. In de inleiding van de ArA worden degenen die zich meer willen verdiepen in het vak regelgeven wel aangeraden om deel 1 van de Igr te lezen . Niet overgenomen en toegevoegd: - Igr 7 en 97 t/m 100 zijn niet overgenomen, omdat deze beter passen in een apart document met een procesbeschrijving. - Igr 81 is niet overgenomen, omdat het voor zich spreekt dat de eerdere hoofdstukken ook van toepassing zijn op het wijzigen van regelgeving. - Bepaalde zinnen en passages die te veel uitweidden of over een ander onderwerp gingen zijn niet overgenomen.
Dit maakt de ArA overzichtelijker. - Bepaalde uitgeschreven artikelen van bijvoorbeeld de Gemeentewet zijn niet overgenomen en vervangen door een hyperlink en soms door een omschrijving. - Er zijn een aantal aanwijzingen en leden toegevoegd. Daarbij is inspiratie gehaald uit de Aanwijzingen voor de regelgeving (hierna: Ar) van de Rijksoverheid. Taalgebruik en verduidelijking: - Afkortingen zijn zo veel mogelijk uitgeschreven om de leesbaarheid te verbeteren - Verwijzingen naar een andere ‘aanbeveling’ of ‘Igr’ zijn aangepast naar ‘aanwijzing’. - De term ‘verordening’ is vaak aangepast naar ‘regeling’, omdat de aanwijzing een breder bereik heeft dan alleen verordeningen. - De ArA zijn minder vrijblijvend dan de Igr. Daarop is de formulering aangepast. - De formulering is op verschillende plekken aangepast om beter aan te sluiten bij de Amsterdamse Schrijfwijzer, met name om de taal begrijpelijker te maken. - De tekst is aangepast op de toepassing in Amsterdam, voorbeelden van andere gemeenten zijn bijvoorbeeld vervangen door Amsterdamse voorbeelden. - Op verschillende plekken is meer toelichting toegevoegd of voorbeelden om de aanwijzing te verduidelijken Tabel ArA – Igr Nr. ArA 1
Titel ArA Reikwijdte
Nr. Igr 1
2
Soorten regelingen
-
Aanpassingen (naast algemene aanpassingen) Het artikel over de reikwijdte is aangepast aan de toepassing in Amsterdam. Toepassing door ambtenaren van het college is verplicht. De ArA kunnen ook gebruikt worden door de raadsgriffie en analoog door gemeenschappelijke regelingen. De reikwijdte wordt verduidelijkt door de soorten regelingen te
88
3
Vermenging van regels
-
4
Bevoegdheid tot vaststellen van avv’s; delegatie
2
omschrijven. Deze aanwijzing is toegevoegd om onwenselijke vermenging van verschillende soorten regelingen te voorkomen. -
5
Geen delegatie of mandaat aan ambtenaren Gedragsnormen, beslissingsbevoegdheid en beslisregels
3
-
-
7
Nieuwe regels: nodig en verstandig?
4
8
Beperking lasten; empathie
5
9
Algemene kwaliteitseisen; VNGmodellen
6
10
Afstemming op hogere regels; overschrijfverbod De artikel 122-formule Harmonisatie
11
13
Elementen van een vaststellings- of wijzigingsbesluit
14
14
Artikelen; wijze van nummeren
15
15
16
17
Indeling in hoofdstukken en paragrafen; samenhang Opschriften van hoofdstukken en artikelen Volgorde onderwerpen
18 19
Onderverdeling van artikelen Opsommingen, staartteksten
19 20
20
Aanduiden karakter opsomming
21
21
Formulering
22
22
Eén term, één begrip
23
De belangrijkste onderdelen van de ‘grammatica van rechtsregels’ uit deel 1, hoofdstuk 5, van de Igr zijn hier opgenomen in een nieuwe aanwijzing. In de toelichting is een verwijzing naar de Checkvragen voor ontwikkeling van beleid en regelgeving Amsterdam (CobrA) opgenomen. Er is toelichting toegevoegd, ontleend aan Ar 2.2: Noodzaak van regelgeving, Ar 2.3: Voorafgaand onderzoek, Ar 2.7: Handhaafbaarheid en Ar 2.9: Neveneffecten. Er is een nieuw tweede lid ingevoegd, ontleend aan Ar 2.10, tweede lid, over rekening houden met doenvermogen. Het vierde lid over empathie is naar de toelichting verplaatst, omdat het meer toelichtend is dan een aanwijzing. Er is toelichting toegevoegd, ontleend aan Ar 2.8: Conflictbeperking, Ar 2.10: Lasten voor de maatschappij en de overheid en Ar 2.11: Evenredigheid. Het tweede lid is aangepast. De belangrijkste reden om de VNG-modellen te gebruiken is dat ze voorkomen dat we onnodig het wiel opnieuw uitvinden. Het derde lid is geschrapt omdat het voor zich spreekt. Het vierde lid is geschrapt omdat dit over het proces gaat. Er is toelichting toegevoegd, ontleend aan Ar 2.6: Duidelijkheid, eenvoud en bestendigheid. Een nieuw eerste lid toegevoegd, ontleend aan Ar 2.15: verenigbaarheid met hoger recht.
Verwijzing in toelichting naar lid 3 verwijderd, want er is geen lid 3 Volgorde bijlagen en ondertekening is omgedraaid Tweede lid is toegevoegd met aanvullende zaken: toelichting en rechtsmiddelenclausule Gebruikelijke nummering per hoofdstuk is in Amsterdam niet 1:1, 1:2, enz., maar 1.1, 1.2, enz. De ‘regel van afnemende homogeniteit’ is begrijpelijker uitgelegd Verduidelijkt is dat artikelen altijd en artikelleden nooit een opschrift krijgen Bij onderdeel e is verduidelijkt dat bij nadere regels ook de volgorde van de verordening wordt aangehouden en de uitleg bij onderdeel f is naar de toelichting verplaatst. In de toelichting is uitleg toegevoegd over wat ‘kernbepaling’ en ‘rechtspositionele bepaling’ betekent. Verdere onderverdeling van een geletterd onderdeel met kleine Romeinse cijfers (i.,ii.,iii.) in plaats van 10., 20., 30., omdat Word dat laatste niet ondersteunt. In opsommingen wordt niet binnen een onderdeel met een nieuwe zin begonnen, want dat maakt de opsomming onoverzichtelijk. Er worden geen staartteksten opgenomen, tenzij dit onvermijdelijk is. Uit de toelichting zijn dubbelingen verwijderd. Er zijn meer voorbeelden toegevoegd. Er is een verwijzing naar de Amsterdamse schrijfwijzer opgenomen. De reikwijdte van de aanwijzing is uitgebreid naar de op de
6
11 12
16
12 13
17 18
89
23
Aanduiding gemeentelijke bestuursorganen
24
24 25 26 27
Afkortingen Hoofdletters en namen Geen ficties Geen ‘moeten’ en ‘dienen’
25 26 27 28
28
29
29 30 31
Indien en voor zover; en/of; geen haakjes; tot en met Respectievelijk en c.q. Overeenstemming en overleg Verwijzingen
32
Modellen verwijzing
33
33 34 35
Aanhaling zin en zinsdeel (Als) genoemd en bedoeld Van (overeenkomstige) toepassing
34 35 36
36
Voorbereidingsprocedure afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht
37
37
Onverminderd, in afwijking van
38
38
Verwijzing naar regeling met en zonder citeertitel
39
39
Modellen aanhaling veel voorkomende bronnen
-
40
Opschrift, citeertitel
40
41
Model aanhef vaststellingsbesluit verordening en wijzigingsbesluit
41
42
‘Gelet op’
42
43
‘Gezien’
43
44
Considerans
44
30 31 32
regeling gebaseerde uitvoeringsregelingen In Amsterdam is het gebruikelijk om ‘college’ te gebruiken, niet ‘burgemeester en wethouders’. Dat is dus als standaard opgenomen. In de titel is ‘geen’ toegevoegd, zo is de strekking van de aanwijzing meteen duidelijk Toevoeging van een zevende lid dat voor aanduiding van bedragen in euro’s het euroteken ‘€’ wordt gebruikt. In de aanwijzing zelf is opgenomen dat dynamische verwijzing de standaard is en de toelichting is begrijpelijker herschreven Een nieuw lid is opgenomen dat bij verwijzing naar een andere regeling een hyperlink wordt opgenomen Het overschrijfverbod is geschrapt, want dat staat al in aanwijzing 11. Er is een nieuw vijfde lid opgenomen voor een verkorte verwijzing in de bijlage vanwege ruimtegebrek In de toelichting is opgenomen dat er altijd naar de precieze citeertitel wordt verwezen Verduidelijkende aanpassingen, meer Ar 3.31 gevolgd. Deze aanwijzing komt overeen met Ar 3.32, maar het derde lid ontbrak. Dat is toegevoegd.
De toelichting over de inspraakverordening is geschrapt, want we hebben inmiddels een Participatieverordening, waarin de gelding van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht al is geregeld De voorbeelden in de toelichting van de Igr met de artikelen 3:24 en 3:25 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet meer actueel en zijn vervangen voor een voorbeeld in het huidig artikel 3:24 van de Algemene wet bestuursrecht. Er is een nieuw derde lid ingevoegd, dat regelt hoe je moet verwijzen naar een regeling die wel een citeertitel heeft, maar niet wordt geconsolideerd. Er is een nieuwe aanwijzing opgenomen met een modelverwijzing voor de meest voorkomende bronnen. Daarbij is geput uit de Ar. Hier volgen we niet de Igr, maar de Ar (4.2 en 4.3). Dit betekent dat het opschrift niet gelijk is aan de citeertitel, maar iets over de inhoud van de regeling zegt. Dit is vooral van belang bij wijzigingsverordeningen. De toelichting bij het tweede lid is aangepast. De suggestie om ‘besluit:’ samen te voegen met ‘de verordening x wordt als volgt gewijzigd’ klopt namelijk niet. Daartussen moet nog ‘Artikel I’ komen. Er is een derde lid toegevoegd dat bepaalt dat bij beleidsregels altijd artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht wordt genoemd en de specifieke bevoegdheid waarop de beleidsregels berusten.
De laatste alinea van de toelichting is geschrapt, het opnemen van de wettelijke grondslag achter de opschriften van hoofdstukken of paragrafen lijkt niet noodzakelijk. In Amsterdam is het gebruikelijk om ‘Gelezen’ te gebruiken in plaats van ‘Gezien’ bij gevraagde externe rapporten en adviezen, daarop is de formulering aangepast. In de Igr wordt het gebruik van een considerans aan het ‘plaatselijk gebruik’ overgelaten. In Amsterdam wordt soms een considerans gebruikt, dus de ArA
90
45 46 47 48
Definities; geen materiële regels Verkorte aanduidingen Formulering definitiebepalingen Modellen mandaatverlening en verbod van mandaat
45 46 47 48
49
Begrenzen delegatie; nadere regels of aanwijzen
49
50
Vergunning, ontheffing, vrijstelling en melding; model
50
51
Schaarse vergunningen
51
52
Voorschriften, verplichtingen en beperkingen
52
53 54 55 56 57
Weigeringsgronden Beslistermijn; silencio positivo? Intrekken en wijzigen beschikking Sanctiebevoegdheid regelen Strafsanctie; overleg met OM; ook bij bestuurlijke boete bezinning vooraf Geen bepalingen over last onder bestuursdwang of dwangsom Intrekken, schorsen of wijzigen van beschikking als sanctie Onderscheid toezicht en opsporing Gebruik van modelbepalingen voor toezicht en opsporing Model aanwijzing toezichthouders Model beperking toezichtbevoegdheden
53 54 55 56 57
maken dat mogelijk, maar niet verplicht. Het eerste en tweede lid zijn omgedraaid, omdat een mandaatverbod vaker voorkomt dan uitdrukkelijk bepalen dat mandaat mogelijk is. Meestal is dat laatste niet nodig. Het derde lid is geschrapt, omdat wethoudersmandaat nauwelijks voorkomt en in principe niet de bedoeling is. In de Amsterdamse praktijk worden uitvoeringsregels altijd ‘nadere regels’ genoemd. De mogelijkheden voor het geven van regelgevingsbevoegdheid zijn dus het stellen van nadere regels of het aanwijzen van bepaalde zaken. Over het verschil tussen de vergunning en ontheffing is een extra alinea in de toelichting opgenomen, ontleend aan deel 1 van de Igr. In de toelichting is toegevoegd dat ook subsidies transparant en onpartijdig moeten worden verdeeld. Er is een voorbeeld toegevoegd van een verplichting (gebruik maken van een aanvraagformulier) en van een opschortende voorwaarde (begrotingsvoorbehoud bij subsidies). -
58
-
59
-
60 61
-
62 63
Geen aanwijzing van bijzondere opsporingsambtenaren Volgorde slotbepalingen Noodzaak en plaats overgangsrecht
64
Uitgeschreven artikel Gemeentewet vervangen door hyperlink en korte omschrijving. -
67
68
Onmiddellijke werking, tenzij anders geregeld Terugwerkende kracht
69 70
Model terugwerkende kracht Eerbiedigende of uitgestelde werking
69 70
71
Regeling inwerkingtreding
71
72 73
Inwerkingtreding uitvoeringsregeling Modellen inwerkingtredingsbepaling
72 73
58 59 60 61 62 63 64 65 66
67
65 66
68
In toelichting is meer uitleg toegevoegd, ontleend aan deel 1 van de Igr. De toelichting bij het tweede lid is ingekort tot de kern. In de toelichting is het voorbeeld van een nieuwe subsidieregeling als begunstigende regeling geschrapt, omdat in de praktijk vaak toch bezwaar bestaat tegen terugwerkende kracht van subsidieregelingen. Aanvullende toelichting toegevoegd ontleend aan deel 1 van de Igr en voorbeelden toegevoegd. Toevoeging dat in de toelichting wordt uitgelegd waarom de inwerkingtredingsdatum passend is. Dat dwingt tot extra reflectie. Aan de modellen van het tweede lid is de mogelijkheid toegevoegd van inwerkingtreding op de dag na bekendmaking. Inwerkingtreding op een door het college te bepalen dag is naar het tweede lid verplaatst. Dit komt weinig voor en heeft niet de voorkeur omdat de inwerkingtredingsdatum dan lastiger te vinden is.