CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

B_004R_Ruimtelijke_Onderbouwing_Iambe.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 8 september 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief in reactie op vragen van de raadsleden Bakker (SP) en Van Renssen (GL) inzake transformatieproject Iambe (ZD2021-010678)21.184 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De bouwenvelopbeschrijving is als bijlage 1 opgenomen bij deze ruimtelijke onderbouwing. In de bouwenvelopbeschrijving zijn een aantal programmatische, stedenbouwkundige, cultuurhistorische opgenomen waar het planvoornemen aan getoetst moet worden. Deze toetsing vindt hieronder plaats. Programmatische uitgangspunten  Programmatische vrijheid met handhaving van een maatschappelijke bestemming In het ‘orde 2 pand’ worden 10 sociale huurwoningen (studio’s) gerealiseerd. Op de plek van de voormalige stallingsgarage komt een nieuwbouwblok met 16 studio’s (sociale huurwoningen) met een gemeenschappelijke ruimte (woonkamer/keuken) voor mensen met een zorgindicatie

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|33

die niet zelfstandig kunnen wonen en zijn aangewezen op de zorg van de betrokken zorgpartij (maatschappelijke functie). De maatschappelijke bestemming blijft hierdoor (gedeeltelijk) gehandhaafd. Hetgeen in lijn is met de programmatische uitgangspunt van de Bouwenvelopbeschrijving. Toevoegen van woningen is gewenst Met het planvoornemen worden 10 sociale huurwoningen (studio’s) in het ‘orde 2 pand’ gerealiseerd. Hetgeen gewenst is. Parkeren op eigen terrein bij nieuwbouw Parkeren is toegelicht in paragraaf 3.2 van de toelichting.

Stedenbouwkundige uitgangspunten  Voorkeur voor behoud van oorspronkelijke kazernegebouw Het kazernegebouw aan de Van Ostadestraat zal met het planvoornemen behouden blijven. Alleen een dakterras en zonnepanelen worden hier op het dak gerealiseerd en de functie van het gebouw zal wijzigen naar wonen.  Bij eventuele nieuwbouw zal aan de zijde van de Ostadestraat de bestaande voorgevelrooilijn worden gehandhaafd en kan het bouwvolume slechts beperkt worden vergroot. Dit uitgangspunt is meegenomen in het ontwerp.  Aan de Willibrordiusstraat kan ter plekke van- of bovenop de garage nieuwbouw worden gepleegd met een bouwhoogte van circa 15 meter. Daarbij dient rekening te worden gehouden met het feit dat in beide zijgevels op de erfgrens van de aanpalende gebouwen ramen aanwezig zijn. In Willibrordusstraat 45 zijn de raampartijen vlak bij de voorgevel. Bij Willibrordusstraat 43 is een grote raampartij midden op de gevels aanwezig. Bij nieuwbouw dient rekening te worden gehouden met de privaatrechtelijke belemmeringen die aanwezig zijn. Dit uitgangspunt is meegenomen in het ontwerp.  Lichttoetreding op het binnenterrein dient niet te verslechteren Dit uitgangspunt is meegenomen in het ontwerp.  Stedenbouwkundig wordt de mogelijkheid geboden om de bestaande traforuimte aan de Van Ostadestraat te overbouwen. Deze ruimte behoort niet tot het te verkopen perceelsrecht.

Een ontwikkelaar die deze ruimte wenst te benutten zal hierover privaatrechtelijke afspraken dienen te maken met de eigenaar van de traforuimte. Liander zal in dit geval de inpasbaarheid van de woonfunctie gelet op de traforuimte ruimtelijk dienen te onderbouwen. Rond de traforuimte vinden geen wijzigingen plaats.  Voor de bouwhoogte wordt aansluiting gezocht bij de gemiddelde bouwhoogte in het bouwblok. Dit uitgangspunt is meegenomen in het ontwerp. Cultuurhistorie  Welstandcriteria Het ontwerp is conform de welstandcriteria uit de Welstandnota: De Schoonheid van Amsterdam 2013 opgesteld. Het planvoornemen is voorgelegd en akkoord bevonden door Welstand.  Archeologie Wanneer tijdens het bouwrijp maken van het terrein of de uitvoering van de bouwwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische sporen worden aangetroffen, documentatie en berging van de bodemvondsten vanwege de Monumentenwet noodzakelijk is, dient dit gemeld te worden bij de afdeling Archeologie van BMA. In gezamenlijk overleg kan worden bepaald of en in welke mate maatregelen nodig zijn voor archeologische zorg. Dit uitgangspunt wordt ter informatie meegenomen door initiatiefnemer. Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|34 Geconcludeerd kan worden dat het planvoornemen in lijn is met bovenstaande uitgangspunten uit het Bouwenvelop Van Ostadestraat 341 / Sint Willibrordusstraat 43a. Agenda Duurzaamheid De gemeenteraad heeft op 11 maart 2015 ‘Duurzaam Amsterdam, agenda voor duurzame energie, schone lucht, een circulaire economie en een klimaatbestendige stad’ vastgesteld. Er wordt daarbij ingezet op vijf transitiepaden. Voor elk transitiepad geldt dat ‘omdenken’ de essentie is: om te komen tot nieuwe manieren van productie, consumptie en distributie om zo te verduurzamen. a. Duurzame energie De ambitie is om per inwoner 20 procent meer op te wekken ten opzichte van 2013. Daarbij wordt ingezet op extra windmolens, extra zonnepanelen en een groei van het aantal aansluitingen op duurzame stadswarmte. De ambitie is ook om in 2020 per inwoner 20 procent minder energie te verbruiken dan in 2013. De gemeente ziet kansen deze versnelling te realiseren door de bestaande woningvoorraad te verduurzamen, energiebesparing in woningen, bedrijven en maatschappelijk vastgoed te realiseren en door energieneutraal bouwen te stimuleren. b. Schone lucht Om de luchtkwaliteit te verbeteren stimuleert en faciliteert de gemeente slimmer en schoner gemotoriseerd verkeer. De meetlat wordt hoger gelegd en de focus wordt verschoven van 'normen' naar 'gezondheid'.

Verder wordt uitstoot van roet teruggedrongen, een schadelijke stof waarvoor nog geen normen gelden. Doel daarbij is om in 2025 uitstootvrij of zo schoon mogelijk te rijden. De ingestelde milieuzones worden gereguleerd en gehandhaafd. Daarnaast wordt sterker ingezet op elektrisch vervoer. c. Circulaire economie In de regio Amsterdam is de afgelopen periode via enkele pilots geëxperimenteerd met de overgang naar een circulaire economie. In een circulaire economie wordt slim omgegaan met energie, water, grondstoffen en voedsel. De gewenste omschakeling vraagt om stimuleren van bedrijvigheid, onderzoek en innovatie. De ambitie is om in 2020, 65 procent van het huishoudelijk afval te scheiden voor nuttig hergebruik. d. Klimaatbestendige stad Klimaatadaptatie is bij uitstek een samenwerkingsopgave. Uitgangspunt is dat wateroverlast geaccepteerd zal moeten worden, maar nu al kan de stad worden aangepast op méér water, en op droge periodes. e. Gemeente Duurzaam De gemeente Amsterdam verduurzaamt de eigen bedrijfsvoering. In 2025 is de eigen CO2-uitstoot 45 procent minder dan in 2012. Daarnaast zal de gemeente het percentage gescheiden afval van de gemeentelijke kantoren omhoog brengen van circa 40% nu tot 75%. Het gemeentelijk beleid staat het planvoornemen niet in de weg. Het planvoornemen draagt bij aan het verduurzamen van de woningvoorraad.

De nieuwe bebouwing aan de Sint Willibrordusstraat zal voldoen aan het bouwbesluit en is daarmee energiezuiniger dan veel van de bestaande bebouwing binnen de gemeente Amsterdam. Het ‘orde 2 pand’ aan de Van Ostadestraat 341 zal bij de herontwikkeling verduurzaamd worden. Tevens worden zonnepanelen aangebracht op het dak van het ‘orde 2 pand’.

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|35 De klimaatbestendige stad, gaat over wateroverlast en hoe daarmee om te gaan. Het aspect over water is verder uitgewerkt in paragraaf 5.10 water. Het planvoornemen sluit daarmee aan bij de ‘Agenda Duurzaamheid’. Welstandsnota ‘De Schoonheid van Amsterdam 2016’ De gemeenteraad van Amsterdam heeft op 14 september 2016 de welstandsnota ‘De Schoonheid van Amsterdam 2016’ vastgesteld. In aanvulling op de Nota Schoonheid van Amsterdam is er op 18 juli 2018 specifiek welstandsbeleid voor wonen op water vastgesteld. Met de nota zijn de inhoudelijke gronden van het welstandstoezicht helder onder woorden gebracht en is inzichtelijk gemaakt wat de toetsingscriteria zijn waarop een bouwplan wordt beoordeeld. Als een bouwwerk volgens het bestemmingsplan mag worden gebouwd, kan aan de hand van de welstandscriteria worden beoordeeld of het uiterlijk ervan past in zijn omgeving. Daarbij neemt de nota het aanzien van de stad en de verdeling in ruimtelijke systemen als uitgangspunt. Het planvoornemen maakt onderdeel uit van het volgende gebied:  De 19e eeuwse Ring: Het grootste deel van De Pijp, tussen de Stadhouderskade en de Lutmastraat, is in de welstandsnota onderdeel van de 19e eeuwse Ring. De 19e eeuwse Ring bevat stenige woonbuurten met voornamelijk middelhoge gesloten woonblokken. Blokken bestaan uit individuele panden en samenhangende ensembles van hoogstens vijf bouwlagen.

De waarde ligt vooral in de stedenbouwkundige structuur met de gesloten bouwblokken en doorgaande straatwanden met individuele woningen. Het beleid is gericht op het behoud en herstel van de visuele samenhang in de straatwanden. Bij de beoordeling wordt in dit verband met name aandacht geschonken aan de opeenvolging van de gevels in het straatbeeld alsmede de verdere architectonische uitwerking met inbegrip van materiaal en kleur. Bij renovatie of nieuwbouw is het wenselijk de hoofdkenmerken van dit ruimtelijk systeem als uitgangspunt te nemen. De oorspronkelijk architectonische kwaliteit vormt een belangrijke context voor eventuele veranderingen. Bij de beoordeling van plannen wordt onder meer aandacht geschonken aan het bloksgewijze karakter met aaneengesloten rooilijnen en plastiek in de gevels, waarbij het uitgangspunt is dat panden en ensembles onderling subtiel verschillen. De voormalige brandweerkazerne aan de Van Ostadestraat is op de ‘Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit’ gekwalificeerd als ‘orde 2 pand’. Dit zijn bouwwerken van vóór 1940, die vanwege hun hoge architectonische kwaliteit of hun plaats in de stedenbouwkundige structuur en/of als toonaangevend element in de gevelwand een belangrijke bijdrage leveren aan het stadsbeeld. Het uitgangspunt bij ‘orde 2 panden’ is behouden/restauratie.

Bij aanwijzing van De Pijp als Rijksstadsgezicht wordt een ‘orde 2 pand’ extra beschermd. Met het planvoornemen wordt het ‘orde 2 pand’ behouden/gerestaureerd. Daarbij moet worden opgemerkt dat de duurzaaamheidsambities van zowel gemeente als initiatiefnemer op onderdelen conflicterend kunnen zijn met het voornemen het pand in oorspronkelijke staat te brengen (denk hierbij bijvoorbeeld aan zonnepanelen). Dit onderdeel zal echter nog overlegd worden met de gemeente.

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|36

Afbeelding 26: Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit. De planlocatie is globaal aangegeven met een blauwe cirkel.

Verder is de planlocatie gelegen in het welstandsniveau ‘bijzonder’, dit is weergegeven op afbeelding 26. De welstandsgebieden ‘bijzonder’ worden als volgt omschreven in de toelichting bij de kaart: “Bijzonder zijn gebieden waar van een ontwerp mag worden verwacht, dat het een bijdrage levert aan de kwaliteit van de omgeving en aan de kwaliteit van het bouwwerk op zichzelf. Dit zijn onder meer de gebieden met een groot belang voor het aanzien van de stad. Het bijzondere niveau is ook van toepassing op gebieden, die in transformatie zijn of in opbouw en waar van de ontwerper of aanvrager een grotere inspanning mag worden verwacht om de kwaliteit van het gebied te helpen opbouwen.”

Afbeelding 27: Welstand – De schoonheid van Amsterdam. De planlocatie is globaal aangegeven met een blauwe cirkel.

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|37 Het ‘orde 2 pand’ van het voormalige brandweerkazerne wordt met dit planvoornemen behouden. De huidige bebouwing van de voormalige stallingsgarage heeft het welstandniveau ‘bijzonder’ gekregen. Deze bebouwing is echter niet als bijzonder te kenmerken (verouderd en niet meer van deze tijd) en zal gesloopt worden. De toekomstige bebouwing moet voldoen aan de welstandscriteria die behoren bij het welstandsniveau ‘bijzonder’ uit de welstandsnota ‘De Schoonheid van Amsterdam 2016’. Conclusie Uit de bovenstaande toetsing blijkt dat het planvoornemen past binnen het gemeentelijk beleid. De nieuwbouw, ter plaatse van de stallingsgarage, zal aan het welstandsniveau ‘bijzonder’ uit de welstandsnota ‘De Schoonheid van Amsterdam 2016’ voldoen.

4.5

Stadsdeel beleid

Gebiedsplan De Pijp en Rivierenbuurt 2018 Het gebiedsplan voor De Pijp/Rivierenbuurt 2018 is op 20 december 2017 vastgesteld door de bestuurscommissie in stadsdeel Zuid. De Pijp bestaat uit drie buurten: Oude Pijp, Nieuwe Pijp en Zuid-Pijp. De wijk wordt gekenmerkt door een levendige mix van wonen met winkels, horeca, kleine bedrijven en maatschappelijke voorzieningen. Ook de Rivierenbuurt, een populaire woonbuurt, bestaat uit drie wijken: de Rijnbuurt, de IJselbuurt en de Scheldebuurt. De Veluwebuurt en de Diamantbuurt zijn onderdeel van respectievelijk de Scheldebuurt en de Zuid-Pijp, maar worden in het gebiedsplan apart benoemd. Het ‘gebiedsplan De Pijp/Rivierenbuurt 2018’ biedt een overzicht van onderwerpen die komend jaar extra aandacht krijgen. Het is geen uitputtende lijst van alle projecten in het gebied. De thema’s in het plan komen voort uit de gebiedsagenda, die in 2015 door de gemeenteraad is vastgesteld. In De Pijp/Rivierenbuurt wordt extra aandacht gegeven aan:  Het verbeteren van de leefbaarheid door het aanpakken van horecaoverlast, fietsparkeren, zwerfvuil en vrachtvervoer.  Meer ruimte in de straat voor voetgangers en mensen met een beperking.  Ondersteuning van kwetsbare bewoners door armoede en eenzaamheid te verlichten, en speciale aandacht voor de jongeren in Zuid.

 Het versterken van de saamhorigheid in de wijk door extra ondersteuning bij burenhulp en vrijwilligerswerk.  Het stimuleren van vele vormen van participatie, van ‘meepraten’ over de agenda tot ‘zelf doen’ in maatschappelijke initiatieven.  Begeleiding van de ontwikkelingen op Kop Zuidas, rond de RAI en de Noord/Zuidlijn en de eventuele aansluiting op het Amstelkwartier.  Verbetering van de verkeersveiligheid. Het planvoornemen bevat geen onderdelen uit het gebiedsplan De Pijp en Rivierenbuurt 2018 en heeft geen negatief effect op de uitwerking van de aandachtspunten. Conclusie Uit de bovenstaande toetsing blijkt dat het planvoornemen past binnen het Stadsdeel beleid.

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|38

5.

RANDVOORWAARDEN

5.1

Inleiding

Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bij de onderbouwing van een ruimtelijke ontwikkeling verplicht om inzicht te bieden in de relevante planologische en milieuhygiënische aspecten. In dit hoofdstuk is een verantwoording voor deze aspecten opgenomen.

5.2

Archeologie

Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Daarin is bepaald dat bij de vaststelling van bestemmingsplan archeologische waarden in acht moeten worden genomen. Het archeologiebeleid van gemeente Amsterdam is opgenomen in de vigerende bestemmingsplannen. Het voor de planlocatie geldende archeologiebeleid is opgenomen in het bestemmingsplan “De Pijp 2018”. In het vigerend bestemmingsplan geldt voor de planlocatie de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Volgens deze dubbelbestemming dient bij het uitvoeren van grondbewerkingen met een groter oppervlak dan 100 m2 of een diepte groter dan 2 meter onder maaiveld archeologisch onderzoek plaats te vinden. In onderhavige situatie is de bodem binnen de planlocatie al verstoord en wordt de grond niet dieper verstoord dan reeds sprake van is. Een archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.3

Bedrijven en milieuzonering

De Wet milieubeheer zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken, moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer. In aanvulling op de milieuvergunning worden er in voorkomende gevallen ook afstanden vastgelegd tussen bedrijven en woonbuurten. De benodigde afstand tussen bedrijven en woonbuurten is afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. De richtafstanden zijn vastgelegd in de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ van 2009. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijk gebieden. De planlocatie is aan te merken als ‘gemengd gebied’. In onderstaande tabel is te zien dat daardoor de richtafstanden met één stap verlaagd mogen worden.

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|39 De minimale afstand per categorie is als volgt: Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied 1 10 m 2 30 m 3.1 50 m 3.2 100 m 4.1 200 m 4.2 300 m 5.1 500 m 5.2 700 m 5.3 1.000 m 6 1.500 m

Richtafstand tot omgevingsplan gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Onderzoek De afstand tussen het planvoornemen en de omliggende bedrijven, zijn in de onderstaande tabel getoetst aan de richtafstanden van de bijbehorende milieucategorie. Adres Functie Milieucategorie Richtafstand Werkelijke afstand Sint Wonen met bedrijven van 2 10 m 0m Willibrordusstraat categorie 1 en 2, daarnaast 41 parkeervoorzieningen in vorm van parkeergarage in de eerste bouwlaag (SBI-2008: 5221) Sint Moskee 2 10 m 15 m Willibrordusstraat (SBI-2008: 9491) 53-55 Sint Wonen met bedrijven van 2 10 m 15 m Willibrordusstraat categorie 1 en 2, daarnaast 12 parkeervoorzieningen in vorm van parkeergarage in de eerste bouwlaag. (SBI-2008: 5221) Servaes Fietsenmaker 1 0m 20 m Noutsstraat 14 Van Ostadestraat Personenautoverhuurbedrijf 2 10 m 40 m 360-370 (SBI-2008: 7711) Van Ostadestraat Biologische Bakkerij 1 0m 19 m 386 (SBI-2008: 4724) Van Ostadestraat Traforuimte gemeente PM PM 0m 341 Capaciteit niet bekend Van Woustraat Meubelwinkel 1 0m 64 m 111 (SBI-2008: 47) De richtafstand van Sint Willibrordusstraat 41 is gelegen over het planvoornemen. De functies die zijn toegestaan op dit adres zijn echter goed verenigbaar met woningen. Het gaat om bedrijven die zijn opgenomen in de ‘Staat Bedrijfsactiviteit functiemening’ onder categorie A. Dit zijn bedrijven met maximaal een milieucategorie 2.

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|40 Op de locatie Van Ostadestraat 341 is ten westen van de voormalige brandweerkazerne (‘orde 2 pand’) een traforuimte aanwezig van de gemeente Amsterdam. De traforuimte is voor het metronetwerk van het Gemeentevervoersbedrijf (GVB). Het planvoornemen is binnen de richtafstand van de traforuimte gelegen. Het gaat er bij de traforuimte vooral om of de aspecten ‘gevaar’ en ‘geluid’ aanvaardbaar zijn voor de toekomstige woonfunctie. De traforuimte ligt naast de hoofdingang van het ‘orde 2 pand’ en sluit aan de andere zijde direct aan op de woonbebouwing van de buren. Door de situering van de hoofdingang van het ‘orde 2 pand’ op deze plek is een buffer aanwezig, zodat er voldoende afstand wordt aangehouden voor de aspecten ‘gevaar’ en ‘geluid’ en geen gevaar of overlast kan ontstaan. Geconcludeerd kan worden dat de traforuimte geen belemmering vormt voor het planvoornemen. Het planvoornemen ligt verder niet binnen richtafstanden van omliggende bedrijven. De bedrijven hebben geen invloed op het planvoornemen en vice versa. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.4

Bezonning

Voor de nieuwbouw van 16 studio’s (sociale huurwoningen) met een gemeenschappelijke ruimte (woonkamer/keuken) aan de Sint Willibrordusstraat 43A te Amsterdam is een bezonningsonderzoek verricht. In onderstaande afbeeldingen is te zien hoe de schaduw van de vigerende situatie veranderd door het nieuwe ontwerp. De vigerende situatie geeft de huidige maximale planologische mogelijkheden uit het bestemmingsplan ‘De Pijp 2018’ weer. Het bezonningsonderzoek is verricht op 4 verschillende data (1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober) en steeds om 9:00 uur, 12:00 uur en 16:00 uur. Hierdoor ontstaat er een jaarrond beeld van de bezonning. Voor het bezonningsonderzoek is bij de toekomstige situatie uitgegaan van een bouwhoogte van 15,5 meter.

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|41

Afbeelding 28: Bezonning 1 januari 9:00 uur, 12:00 uur en 16:00 uur nieuwbouw 16 studio’s (Negen graden architectuur)

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|42

Afbeelding 29: Bezonning 1 april, 9:00 uur, 12:00 uur en 16:00 uur nieuwbouw 16 studio’s (Negen graden architectuur)

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|43

Afbeelding 30: Bezonning 1 oktober, 9:00 uur, 12:00 uur en 16:00 uur nieuwbouw 16 studio’s (Negen graden architectuur)

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|44 Conclusie Gezien de geringe schaduwverschillen in de vigerende en nieuwe situatie kan geconcludeerd worden dat qua bezonning geen sprake is van negatieve invloed op de omliggende percelen van omwonenden en op de gebouwen onderling. Het aspect bezonning vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.5

Bodemkwaliteit

Op grond van het Bro dient een bodemonderzoek te worden verricht met het oog op de beoordeling van de realiseerbaarheid van een bepaalde (bestemming)wijziging. In de praktijk wordt begonnen met een historisch onderzoek conform de NEN 5725. Wanneer uit dit onderzoek blijkt dat de locatie of een deel ervan verdacht is voor bodemverontreiniging, dient een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740, dan wel een daarvan afgeleid grofmaziger onderzoek dat is toegesneden op het stadium van planvorming, te worden uitgevoerd. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is bevonden of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd. Onderzoek De gemeente Amsterdam heeft een bodemkwaliteitskaart waarbij de gemeente opgedeeld is in verschillende zones. In afbeelding 31 is te zien dat de planlocatie is gelegen in ‘Zone 6’ van de bodemkwaliteit ‘zonekaart’. In ‘zone 6’ is het gebiedsspecifieke beleidskader van toepassing.

Afbeelding 31: Uitsnede bodemkwaliteit ‘Zonekaart’. De planlocatie is globaal aangegeven met een gele cirkel.

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|45 Toepassen van grond binnen deze zone Toe te passen grond binnen deze zone moet voldoen aan de Lokale Maximale Waarden. De grond vanuit zone 1 mag hier vrij worden toegepast. De grond vanuit andere deelzones van Amsterdam mag worden toegepast mits bodemonderzoek of partijkeuring uitwijst dat de grond voldoet aan de Lokale Maximale Waarden. De grond afkomstig van buiten Amsterdam mag worden toegepast mits bodemonderzoek of partijkeuring uitwijst dat de grond voldoet aan de generieke toepassingseisen (dubbele toets). Toepassen van grond binnen deze sterk verontreinigde zone wordt gezien als een saneringsmaatregel, waarbij getoetst moet worden aan de Wet Bodembescherming; een saneringsplan of BUS-melding is noodzakelijk. Het ontgraven grond vanuit deze zone De grond afkomstig uit ‘zone 6’ mag niet zonder onderzoek elders worden toegepast. Als na onderzoek blijkt dat de grond toch voldoet aan de Lokale Maximale Waarde van de toepassingslocatie is toepassing toegestaan. Naast de bodemkwaliteit zonekaart heeft de gemeente Amsterdam ook een bodemkwaliteit bodemfunctiekaart. In afbeelding 32 is te zien dat de planlocatie is gelegen in ‘Wonen’.

Afbeelding 32: Uitsnede bodemkwaliteit ‘Bodemfunctiekaart’. De planlocatie is globaal aangegeven met een blauwe cirkel.

De ondergrond ter plaatse van het planvoornemen voldoet volgens de bodemkwaliteit aan de kwaliteitsnorm voor:  Toplaag > Industrie;  Diepe laag > Industrie;  Oorspronkelijk maaiveld: Industrie. Uit de bodemkwaliteit kaarten blijkt dat de grond niet direct geschikt is voor woningen. De indeling in ‘zone 6’ geeft aan dat de kans op vervuiling hoog is. Er worden in deze zone sterk verhoogde

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|46 gehalten zware metalen en minerale olie, en licht tot sterk verhoogde gehalten lood en PAK verwacht. Verkennend bodem- en asbestonderzoek Stantec B.V. (1 september 2017) Op 3 mei 2017 is door Gemeente Amsterdam, afdeling Gemeentelijk Vastgoed aan Stantec B.V., voorheen MWH B.V., opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodem- en asbestonderzoek ter plaatse van de locatie Van Ostadestraat 341 te Amsterdam. De aanleiding voor het onderzoek was toentertijd de voorgenomen verkoop van het perceel. Het onderzoek is in de bijlage 2 opgenomen. Voorgaand bodemonderzoek Op en nabij de onderzoekslocatie zijn in het verleden de volgende bodemonderzoeken zijn uitgevoerd: 1. Historische onderzoeken Risico locaties 2005-2009, Locatie Sint Willibrordusstraat 41-43, opengesteld door Ingenieursbureau Gemeente Amsterdam, gedateerd 18 december 2006; 2. Rapport betreffende een milieukundig bodemonderzoek op de locatie Van Ostadestraat 362 370 te Amsterdam, opgesteld door IDDS B.V., gedateerd 21 december 2007; 3. Oriënterend milieukundig bodemonderzoek voor een terrein aan de Sint Willibrordusstraat 41 t/m 43 te Amsterdam, opgesteld door UDM west B.V., gedateerd 11 april 2008; 4. Rapportage bodemonderzoek Van Ostadestraat 341 te Amsterdam, opgesteld door AA & C Nederland B.V., gedateerd 3 december 2013.

Uit de onderzoeken 1 tot en met 3 blijkt dat zich in de omgeving van de onderzoekslocatie in het verleden diverse bodembedreigende activiteiten bevonden. In de grond zijn ter plaatse van de onderzochte percelen maximaal matig verhoogde gehalten minerale olie (over het algemeen gerelateerd aan historische activiteiten zoals tanks etc.) en zware metalen (als gevolg van de aanwezige ophooglaag) aangetoond. Het grondwater bevat plaatselijk sterk verhoogde gehalten van enkele zware metalen, vermoedelijk als gevolg van het niet filtreren van het grondwater tijdens de monsternamen. Onderzoek 4 heeft betrekking op de huidige onderzoekslocatie en richt zich met name op de locaties van de diverse(voormalige) ondergrondse brandstoftanks. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat ter plaatse van boring 8, centraal op de locatie, sprake is van een matig verhoogd gehalte minerale olie van 1,0 tot 1,5 m –mv en van sterk verhoogde gehalten koper, lood en zink in het traject van 2,5 tot 3,0 m –mv. Met uitzondering van deze verontreinigingen zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie maximaal licht verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters aangetoond. Op basis van de analyseresultaten is een indicatieve risicobeoordeling uitgevoerd.

Aangezien uit de risicobeoordeling bleek dat als gevolg van de verontreiniging met zware metalen geen sprake is van onaanvaardbare risico’s, werd nader onderzoek naar de omvang van de sterke verontreinigingen met koper, lood en zink niet noodzakelijk geacht. Wel werd geadviseerd nader onderzoek uit te voeren naar de omvang van de verontreiniging met minerale olie. Resultaten veldwerk Het veldwerk is uitgevoerd op 28 juli 2017. Voor aanvang van de boorwerkzaamheden is de locatie visueel geïnspecteerd.

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|47

Afbeelding 33: Boorpunten onderzoeksgebied.

Asbest in bodem De monsters ten behoeve van het verkennend asbest in grondonderzoek ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn samengesteld uit de puinhoudende zandige ophooglaag ter plaatse van de boringen 01 en 02. In de opgeboorde grond is visueel géén asbestverdacht materiaal aangetroffen. Uit analyses blijkt dat in de bodem geen asbest is aangetoond (concentraties beneden of gelijk aan de bepalingsgrens). De locatie is niet verontreinigd met asbest, dit komt overeen met de verwachtingen op basis van de periode van ophogen en bebouwen (rond 1904).

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|48 Algemene kwaliteit grond (Wet bodembescherming) Uit de analyseresultaten blijkt dat verspreid van de gehele locatie sprake is van licht tot sterk verhoogde gehalten van diverse zware metalen en PAK. Tevens zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten PCB en minerale olie aangetroffen. Deze verontreinigingen hangen vermoedelijk samen met de aanwezige ophooglaag en de hierin aanwezige antropogene bijmengingen. Op basis van de analyseresultaten alsmede de resultaten van het in 2013 uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie heterogeen verontreinigd met zware metalen en PAK, waarbij verspreid over het gehele perceel sterke verontreinigingen kunnen worden verwacht. Gezien het heterogene karakter van de verontreinigingen is het afperken van de omvang van de verontreinigingen niet zinvol. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Ter plaatse van boring 04 is in de zintuiglijk met minerale olie verontreinigde bodemlaag (1,2 tot 1,7 m –mv) een sterk verhoogd gehalte minerale olie aangetroffen. Dit verhoogde gehalte is te relateren aan de aanwezige (voormalige) ondergrondse opslagtanks. De omvang van de sterke verontreinigingen met minerale olie is met het uitgevoerde onderzoek in combinatie met de resultaten van het voorgaand bodemonderzoek binnen de perceelgrenzen globaal in kaart gebracht.

Naar schatting is binnen de perceelgrenzen sprake van circa 20 m 2 (10 m3 op basis van een dikte van de sterk verontreinigde laag van 0,5 meter) sterk met minerale olie verontreinigde grond. Aangezien de verontreiniging aan de zijde van St. Willibrordusstraat 43 vermoedelijk de perceelgrens overschrijdt is de omvang van de verontreiniging nog niet volledig in kaart en kan momenteel nog niet worden uitgesloten dat sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Aangezien de omvang van de verontreinigingen binnen de onderzoekslocatie voldoende in kaart is gebracht is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in het kader van de voorgenomen verkoop van het perceel niet noodzakelijk. Uit de analyseresultaten blijkt dat in het grondwater licht verhoogde concentraties arseen, barium en zink zijn gemeten. Deze verontreinigingen zijn vermoedelijk deels van natuurlijke herkomst (barium en arseen). De herkomst van de verhoogde concentratie zink is onbekend. Tijdens voorgaand onderzoek zijn in het grondwater maximaal licht verhoogde concentraties minerale olie aangetoond. Ter plaatse van het matig verhoogde gehalte minerale olie in grond (boring 8) was sprake van een licht verhoogde concentratie. Conclusie bodem  De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat tot 1,6 á 2,7 m-mv globaal uit ophoogzand, gevolgd door een veenlaag.

Plaatselijk (boring 04) is onder de veenlaag wederom een laag zand waargenomen;  er plaatse van de gehele locatie zijn zowel in de aanwezige zandlaag als in de veenlaag plaatselijk bijmengingen met baksteen en beton aangetroffen. Daarnaast is ter plaatse van boring 04 in het traject van 1,2 tot 2,2 m–mv een zwakke tot matige olie-waterreactie waargenomen;  Verspreid over de gehele locatie zijn gerelateerd aan de aanwezige ophooglaag en de hierin aanwezige antropogene bijmengingen sterk verhoogde gehalten van diverse zware metalen en (plaatselijk) PAK aangetoond;  Ter plaatse van boring 04 is in de zintuiglijk met olie verontreinigde grond (1,2 tot 1,7 m –mv) een sterk verhoogd gehalte minerale olie aangetoond;  Conform het Besluit bodemkwaliteit is de grond niet toepasbaar en kan derhalve niet buiten de onderzoekslocatie worden hergebruikt;  Als gevolg van de verontreinigingen met zware metalen en PAK geldt conform de CROW 132 de veiligheidsklasse 3T voor werken in de verontreinigde grond; Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|49  

Het grondwater is licht verontreinigd met arseen, barium en zink; Uit de analyseresultaten blijkt dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (>25 m3 sterk verontreinigde grond) met zware metalen en PAK. De verontreiniging is waarschijnlijk heterogeen over de locatie verspreid aanwezig, als gevolg van de stedelijke ophoging; De omvang van de olieverontreiniging binnen de perceelgrenzen bedraagt circa 10 m 3. Aangezien de omvang van de verontreiniging buiten de perceelgrenzen nog niet in kaart in gebracht kan op basis van het huidige onderzoek niet worden uitgesloten dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging; Op basis van de risicobeoordeling met behulp van Sanscrit is sprake van een geval van ernstige verontreiniging, maar hoeft de locatie niet met spoed gesaneerd te worden.

Conclusie asbest  Op basis van het historisch onderzoek conform NEN 5725 is de locatie onverdacht voor aanwezigheid van asbest;  In het opgegraven materiaal is plaatselijk een puinhoudende bijmenging aangetroffen. Er is visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen;  Uit analyse van de mengmonsters blijken deze geen asbest te bevatten. Aanbevelingen  De verontreinigde ophooglaag is door vrijwel de gehele binnenstad van Amsterdam aanwezig. Uitkartering van de verontreiniging is derhalve niet zinvol;  Om de exacte omvang van de verontreiniging met minerale olie vast te stellen is nader bodemonderzoek noodzakelijk, met name om de omvang buiten de perceelgrenzen in kaart te brengen. Aangezien de omvang van de verontreinigingen binnen de huidige onderzoekslocatie in voldoende mate in kaart is gebracht achten wij het uitvoeren van nader onderzoek in het kader van de voorgenomen eigendomsoverdracht niet noodzakelijk;  Door de aard en concentraties van de in de grond aanwezige stoffen kent bij graafwerkzaamheden vrijkomende grond een beperkt hergebruik;  Ter plaatse van de onderzoekslocatie dient bij toekomstige graafwerkzaamheden een melding in het kader van Besluit Uniforme Saneringen (BUS-melding) gedaan te worden bij het bevoegd gezag (OD NZKG), danwel een saneringsplan te worden ingediend.

Na uitvoering van de werkzaamheden dient tevens een evaluatieverslag ingediend te worden. Na overleg tussen initiatiefnemer en gemeente is gebleken dat een saneringsplan en evaluatieverslag volstaat. Het saneringsplan en evaluatieverslag zullen door initiatiefnemer aan de gemeente worden overhandigd zodra deze stukken afgerond;  Vijf dagen voorafgaand aan de saneringswerkzaamheden dient een startmelding te worden gedaan bij de OD NZKG;  Gedurende graafwerkzaamheden dienen arbeidshygiënische maatregelen te worden nageleefd. Voor de bijbehorende veiligheidsvoorzieningen, metingen en maatregelen wordt verwezen naar publicatie 132 van het CROW;  Tevens dient voor de locaties waar een veiligheidsklasse van toepassing is een V&G-plan (ontwerpfase en uitvoeringsfase) opgesteld te worden conform de veiligheidsklasse uit de CROW;  Het verdient ten slotte altijd aanbeveling om tijdens grondwerkzaamheden alert te zijn op een eventuele onvoorziene verontreiniging van de bodem.

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|50 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek en asbest in grondonderzoek HB Adviesbureau (16 maart 2021)

Door de gemeente Amsterdam (Gemeentelijk Vastgoed) is aan HB Adviesbureau opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend en aanvullend bodemonderzoek en asbest in grondonderzoek ter plaatse van de Van Ostadestraat 341 en Sint Wilibrordusstraat 43A te Amsterdam. Het onderzoek is in de bijlage 3 opgenomen. Aanleiding voor het uitvoeren van het onderhavig onderzoek is de voorgenomen verkoop en uitgifte in erfpacht van de locatie. Aansluitend zal door de projectontwikkelaar de aanwezige garage aan de zijde van de Sint Wilibrordusstraat gesloopt worden, eventuele tanksanering(en) worden uitgevoerd en een nieuwbouwcomplex met tuin gerealiseerd worden. Doel van het onderzoek is het vastleggen van:  de milieuhygiënische kwaliteit van de grond (incl. asbest) en het grondwater (incl. lozingsparameters);  afperking van de in voorgaand onderzoek aangetoonde minerale olieverontreiniging in de grond en het vaststellen van de grondwaterkwaliteit ter plaatse;  verkrijgen van inzicht in de staat van de ondergrondse tanks (vol/leeg, afgezand of volgeschuimd, restproduct aanwezig);  de in acht te nemen veiligheidsklasse conform de CROW 400 tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

Op basis van het onderhavig onderzoek, alsook voorgaande onderzoeken op de locatie, wordt het onderstaande geconcludeerd: Grond  Verspreid over de onderzoekslocatie zijn sterke verontreinigingen met zware metalen (en PAK o.b.v. onderzoek van MWH/Stantec uit 2017) aanwezig;  In de ondergrond van boring 02 (traject 1,2 tot 1,4 m-mv en 2,5 tot 3,0 m-mv) zijn sterke oliewaarnemingen gedaan welke overeenkomen met het voorgaande onderzoek van MWH/Stantec. De grond met oliewaarnemingen is tijdens onderhavig onderzoek derhalve niet analytisch onderzocht. De minerale olieverontreiniging heeft naar verwachting een omvang van circa 10 m³ (oppervlakte 15 m² x laagdikte 0,7 m);  De overige geanalyseerde parameters zijn ten hoogste licht verhoogd aangetoond;  De grond is niet verontreinigd met PFAS. De matige tot sterke verontreinigingen met zware metalen en oliewaarnemingen komen overeen met voorgaande onderzoeken en zijn te relateren aan de historie van het terrein. Op het terrein is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen en PAK (op basis van onderhavig onderzoek en het onderzoek van MWH/Stantec uit 2017). De verontreinigingen zijn de relateren aan de ophooglaag en hebben een heterogeen karakter. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met minerale olie op de locatie (er is minder dan 25 m³ grond sterk verontreinigd).

Ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling van de locatie wordt het uitvoeren van aanvullend bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht. Grondwater  Het grondwater bevindt zich op een diepte van 1,5 à 1,6 m-mv en is ten hoogste licht verontreinigd met arseen, minerale olie, naftaleen en/of zink.

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|51 Asbest  In het zand met brokken beton onder de betonvloer is analytisch geen asbest aangetoond. Veiligheid (CROW 400)  Voor werkzaamheden ter plaatse van de zintuiglijke minerale olieverontreiniging (traject 1,2 tot 1,4 m-mv en 2,5 tot 3,0 m-mv) is op basis van de resultaten van het onderzoek van MWH/Stantec regime Rood Vluchtig van toepassing;  Voor werkzaamheden op het overige terrein wordt geadviseerd regime Rood Niet Vluchtig te hanteren op basis van de heterogeen met lood verontreinigde ophooglaag (op basis van onderhavig onderzoek en de resultaten van het onderzoek van MWH/Stantec). Opgemerkt wordt dat:  De veiligheidskundige van de uitvoerende partij voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden een definitieve uitspraak dient te doen over de te nemen veiligheidsmaatregelen;  De voor het werk te treffen veiligheidsmaatregelen opgenomen dienen te zijn in een Veiligheids- en Gezondheidsplan (V&G-plan). Bodemgebruik  Getoetst aan het toekomstig bodemgebruik, ‘wonen met siertuin’ zijn, als gevolg van de sterke verontreiniging met lood op de locatie onaanvaardbare humane risico’s aanwezig. Eindconclusie Aangezien op de locatie sterke verontreinigingen aanwezig zijn, zijn ten behoeve van de voorgenomen bouwwerkzaamheden zowel financieel als procedureel belemmerende factoren aanwezig.

Aanbevelingen Aanbevolen wordt:  de onderzoeksresultaten bij de erfpacht-aanbieding en de aanbestedingsbescheiden te voegen;  indien het bodemgebruik in de toekomst wijzigt naar ‘wonen met tuin’, de sterke verontreiniging met lood (ter plaatse van boring 05) te saneren (bijvoorbeeld afdekken met ‘schoon’ zand of deze grondlagen ontgraven en afvoeren);  als men ter plaatse van de sterke verontreinigingen graafwerkzaamheden en derhalve een sanerende actie zal gaan uitvoeren, een BUS-melding (Besluit Uniforme Saneringen) op te stellen. De BUS-melding dient vervolgens ter goedkeuring overlegd te worden aan het bevoegd gezag. Indien de bodemverontreiniging in de toekomstige situatie "onaangetast" blijft, behoeft er formeel gezien (uitgaande van het ontstaan van de verontreiniging voor 1987) geen sanerende maatregel genomen te worden met als voorwaarde dat de verontreiniging niet als spoedeisend wordt beschouwd;  (graaf)werkzaamheden in sterk verontreinigde grond onder milieukundige begeleiding (BRL 6000) en door een gecertificeerde aannemer (BRL 7000) uit te laten voeren;  de onderzoeksresultaten in het kader van de voorgenomen lozing van bemalingswater te overleggen aan de lozingsinstantie. Indien lozing op het riool plaatsvindt, dient een ontheffing bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied te worden aangevraagd.

Indien lozing op het oppervlaktewater plaatsvindt, dient een aanvraag in het kader van de Waterwet te worden gericht aan de waterkwaliteitsbeheerder;  tijdens de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden alert te zijn op afwijkende bodemlagen;

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|52  

bij de bouw- en herinrichtingswerkzaamheden rekening te houden met de aangetoonde bodemkwaliteit; eventueel vrijkomende sterk verontreinigde grond (‘Niet toepasbaar’) af te voeren naar een erkend verwerker.

Toetsing bodemonderzoeken door Omgevingsdienst Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied heeft de volgende bodemonderzoeken beoordeeld:  Verkennend en aanvullend bodemonderzoek en asbest in grondonderzoek Van Ostadestraat 341 en Sint Wilibrordusstraat 43A te Amsterdam’, van HB Adviesbureau, kenmerk 20HB0732A1, van 16 maart 2021;  ‘Verkennend bodem- en asbestonderzoek Van Ostadestraat 341 te Amsterdam’, van MWH, kenmerk m17a0229.r02v2, van 1 september 2017;  ‘Rapportage bodemonderzoek Van Ostadestraat 341 te Amsterdam’, van AA & C Nederland B.V., van 3 december 2013. Daarbij heeft de Omgevingsdienst op 27 november 2020 per brief (zaaknummer 9891298) verzocht aanvullend onderzoek ter plaatse van de geplande tuin te verrichten en onderzoek te verrichten naar de status van de tanks.

Uit de onderzoeken blijkt het volgende: Bodemonderzoek 2013  In het mengmonster van de toplaag van de bodem (0,05-1,0 m-mv) zijn licht verhoogde gehalten aan PAK aangetoond;  In de mengmonsters van de ondergrond (1,0-2,5 m-mv) zijn licht verhoogde gehalten aan koper, kwik, lood, zink, PAK en minerale olie aangetoond;  In boring 8 (1,5-2,0 m-mv) zijn matig verhoogde gehalten aan minerale olie en dieper (2,5-3,0 m-mv) zijn licht verhoogde gehalten aan minerale olie en sterk verhoogde gehalten aan koper, lood, en zink aangetoond;  Visueel zijn geen asbestverdachte materialen aangetoond;  In het grondwater zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten aan arseen, barium, zink, naftaleen en VOCl aangetoond. Aanvullend bodemonderzoek 2017  Ter plaatse van boring 4 (1,4-1,6 m-mv) (nabij boring 8 van onderzoek 2013) zijn sterk verhoogde gehalten aan minerale olie aangetoond;  Dieper in boring 4 (1,65-2,1 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie aangetoond.

Wel zijn sterk verhoogde gehalten aan koper, lood en zink aangetoond;  De omvang van de sterke minerale olie verontreiniging binnen de perceelsgrenzen wordt geschat op circa 10 m3 en is daarmee beperkt van omvang;  Ter plaatse van boring 1 (0,9-2,0 m-mv) zijn sterk verhoogde gehalten aan barium, koper, lood, nikkel, zink en PAK aangetoond;  Visueel en analytisch is géén asbesthoudend materiaal aangetroffen;  In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan arseen, barium en zink aangetoond. Aanvullend bodemonderzoek 2021

In het algemeen zijn in de grond (0,18-1,7 m-mv) hoogstens licht verhoogde gehalten aan kobalt, koper, kwik, lood, zink, PAK en plaatselijk PCB aangetoond;

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|53      

In boring 5 ter plaatse van de toekomstige tuin (0,18-0,68 m-mv) zijn sterk verhoogde gehalten aan lood aangetoond; In boring 2 ter plaatse van de toekomstige tuin zijn vanaf 1,2 m-mv sterk verhoogde gehalten aan lood en zink aangetoond; Er is analytisch géén asbest boven detectieniveau aangetroffen; In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan arseen, naftaleen, minerale olie en zink aangetoond; Er zijn geen gehalten aan PFAS gemeten boven het detectieniveau; Uit de inspectie is gebleken dat de ondergrondse tank aan de noordwestzijde van de locatie volledig gevuld is met olie. In de tank direct ten oosten hiervan is een restproduct aanwezig (‘sludge’). De overige tanks op de locatie zijn afgevuld met zand. De tank aan de zuidoostzijde van de locatie is tijdens de inspectie niet aangetroffen.

Bodemnorm voor blijvende geschiktheid Het beoogde gebruik wordt geschaard onder de functie ‘wonen met tuin’. De bodemkwaliteit voldoet niet overal aan de bodemnorm voor blijvende geschiktheid voor ‘wonen met tuin’ (de optimale chemische bodemkwaliteit) zoals bepaald in de Circulaire bodemsanering 2013. Deze norm is gelijk aan de Maximale Waarde Wonen zoals vastgesteld in de Regeling bodemkwaliteit. Risicobeoordeling Uit de risicobeoordeling met Sanscrit en volgens het huidige loodbeleid van de gemeente Amsterdam blijkt dat er bij het beoogde gebruik als ‘wonen met siertuin’ geen sprake is van onaanvaardbare risico’s vanwege de bodemkwaliteit. Volgens de Nota Bodembeheer Amsterdam is echter bij loodgehalten in de toplaag boven 370 mg/kg ds en ‘nieuwbouw from scratch’ een leeflaagsanering ter plaatse van de toekomstige tuin verplicht. Conclusie Omgevingsdienst Op basis van bovenstaande concludeert de Omgevingsdienst het volgende:  Er is vermoedelijk sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen en PAK;  Ter plaatse van de geplande bebouwing is de bodemkwaliteit voldoende;  De toekomstige tuin moet gesaneerd worden door middel van het aanbrengen van een leeflaag;  De sterke minerale olieverontreiniging spot van 10m 3 ter plaatse van de toekomstige tuin moet worden verwijderd;  De ondergrondse tanks moeten worden verwijderd.

Ondergrondse tanks De ondergrondse tanks moeten verwijderd worden op grond van artikel 3.37 van de Activiteitenregeling milieubeheer. De werkzaamheden moeten plaatsvinden overeenkomstig het daartoe krachtens het Besluit bodemkwaliteit aangewezen normdocument door een bedrijf, dat daartoe beschikt over een erkenning op grond van dat besluit en moet ten minste tien dagen voor aanvang van de werkzaamheden schriftelijk bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied worden gemeld. De tekst van de regeling is te vinden op http://wetten.overheid.nl.

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|54 Conclusie bodemkwaliteit Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen. De toekomstige tuin wordt gesaneerd door middel van het aanbrengen van een leeflaag. De sterke minerale olieverontreiniging spot van 10m3 ter plaatse van de toekomstige tuin wordt verwijderd. De ondergrondse tanks worden ook verwijderd.

5.6

Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico’s die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Het gaat hierbij om de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en water en door buisleidingen. Risico’s die veroorzaakt worden door luchthavens worden in paragraaf 5.9 behandeld. Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die vallen onder het BRZO (Besluit Risico's Zware Ongevallen), LPG-tankstations en opslagplaatsen met gevaarlijke stoffen. Belangrijke begrippen in het kader van externe veiligheid zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is in het Bevi gedefinieerd als het "risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is".

Het groepsrisico is gedefinieerd als de "cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". Verder zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van belang. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld scholen, kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m 2 en woningen met een dichtheid van meer dan twee woningen per hectare. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder meer sporthallen, zwembaden en woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare. Het Bevi bevat eisen voor het plaatsgebonden risico en regels voor het groepsrisico. Voor het plaatsgebonden risico geldt onder meer een grenswaarde van 10-6 per jaar voor kwetsbare objecten in nieuwe situaties (PR-contour). Voor het groepsrisico geldt dat de gemeenteraad verantwoording moet afleggen over de wijze waarop het groepsrisico is meegewogen in de besluitvorming. Besluit externe veiligheid transportroutes Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is vanaf 1 april 2015 vastgelegd in de Wet Basisnet en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (WVGS).

Voor ruimtelijke ordening in relatie tot transportroutes is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit besluit is gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet milieubeheer (Wm). Volgens het Bevt mag op grond van een ruimtelijk besluit geen kwetsbaar object in de veiligheidszone worden gebouwd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten mogen alleen in uitzonderlijke gevallen in de

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|55 veiligheidszone worden toegestaan. Het Bevt gaat ook in op de hoogte van het groepsrisico. Wanneer het aannemelijk is dat het groepsrisico ver beneden de oriëntatiewaarde blijft of nauwelijks toeneemt is een verantwoording van het groepsrisico niet verplicht. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Het Besluit externe veiligheid buisleidingen regelt de taken en verantwoordelijkheden van leidingexploitanten en gemeenten. De belangrijkste eisen aan bestemmingplannen zijn: ruimtelijke reservering voor plaatsgebonden risico, verantwoording van het groepsrisico en een ruimtelijke reservering voor zogenoemde belemmeringenstroken met een aanlegvergunningenstelsel. Inventarisatie Voor de inventarisatie van de risicobronnen is gebruik gemaakt van de risicokaart van Nederland.

Afbeelding 34: Uitsnede risicokaart Nederland (nederland.risicokaart.nl, januari 2019). De planlocatie is globaal aangegeven met een gele cirkel.

Transport over de weg Uit de risicoatlas voor wegtransport van gevaarlijke stoffen blijkt dat in de planlocatie en in de directe omgeving geen wegen aanwezig zijn die relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Transport over Water Binnen de planlocatie of in de directe omgeving ervan zijn geen vaarwegen die relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Transport over spoor Op de planlocatie en de directe omgeving zijn geen spoorwegen aanwezig die relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Transport per buisleidingen In en rond de planlocatie zijn geen buisleidingen aanwezig die een beperking vormen in het kader van externe veiligheid. Inrichtingen De risicokaart geeft aan dat binnen de planlocatie en in de directe omgeving geen risicovolle bedrijven aanwezig zijn die de externe veiligheid beperken of risico’s met zich meebrengen. Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|56 Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

5.7

Geluid

Bij het opstellen of herzien van een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing worden de regels van de Wet geluidhinder (Wgh) toegepast. De Wgh kent drie soorten geluidsbronnen: industrie, wegverkeer en spoorwegen. De wet bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van deze bronnen. Indien het bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van deze bronnen, of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt, dient akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van het bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing. Planlocatie Het planvoornemen maakt nieuwe woningen mogelijk, deze woningen worden aangemerkt als een geluidsgevoelige bestemming. Het planvoornemen is gelegen aan de Sint Willibrordusstraat en Van Ostadestraat, deze bevinden zich in een 30 km/uur-zone. De planlocatie ligt binnen de geluidzones van de wegen Van Woustraat, Ceintuurbaan en Amsteldijk. Deze wegen zijn 50 km/uur wegen en hebben een geluidszone van 250 meter. Om te beoordelen of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat qua wegverkeerslawaai is de Geluidskaart van de gemeente Amsterdam geraadpleegd. Voor de planlocatie geldt een geluidsbelasting lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.

Geconcludeerd kan worden dat er plaatse sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Afbeelding 35: Uitsnede Geluidskaart gemeente Amsterdam (2018)

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|57 Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.8

Kabels en leidingen

Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. Klic-melding Op 16 december 2014 is een Klic-melding verricht. Een Klic-melding is noodzakelijk voordat de werkzaamheden binnen de planlocatie van start gaan. Bij de uitvoer van de werkzaamheden wordt rekening gehouden met de aangegeven kabels en leidingen in en rond de planlocatie.

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|58

Afbeelding 36: Klic-melding 16 december 2014

Conclusie Er zijn voor zover bekend geen kabels en/of leidingen gelegen in de planlocatie die een planologische bescherming vereisen. Een Klic-melding is op 16 december 2014 verricht. Bij de uitvoer van de werkzaamheden wordt rekening gehouden met de aangegeven kabels en leidingen in en rond de planlocatie. Hiermee vormt het aspect kabels en leidingen geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

5.9

Luchtkwaliteit

Wettelijk kader Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft de luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) nieuwbouwproject met maximaal 1500 woningen (bij 1 ontsluitingsweg). Onderzoek De realisatie van een woningbouwlocatie met een gemeenschappelijke ruimte (woonkamer/keuken) draagt ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Hetgeen betekent dat dat in principe geen nader onderzoek noodzakelijk is, tenzij de gemeente Amsterdam in het lader van een ‘goede’ ruimtelijke ordening een onderzoek luchtkwaliteit wenselijk acht. Vooralsnog gaan we er vanuit dat dit onderzoek niet noodzakelijk is. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.10

Luchtvaart

Luchthavenindelingbesluit Het rijksbeleid ten aanzien van de toekomstige ontwikkeling van Schiphol is geformuleerd in de Luchthavenindelingsbesluit (LIB) en in januari 2018 in werking getreden. Het LIB is een besluit op basis van de luchtvaartwet. Het LIB regelt welk gebied bestemd is voor gebruik als luchthaven en voor welk gebied daaromheen beperkingen opleggen aan bouwinitiatieven in zones rond de luchthaven Schiphol. Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|59

Primaire doelen zijn:  Voorkomen dat het gebruik van de grond en de bebouwing op en rond Schiphol een gevaar zou kunnen vormen voor de veiligheid van het luchtverkeer;  Beperken van het aantal nieuwe en bestaande door vliegtuiggeluid gehinderde bewoners en gebruikers. Planlocatie De planlocatie valt binnen verschillende gebieden van het Luchthavenindelingbesluit. Het planvoornemen is gelegen in de volgende relevante gebieden:  ‘Het beperkingsgebied’ (LIB bijlage 2);  ‘Maatgevende kaart toetshoogtes’ (LIB bijlage 4);  Toetshoogte i.v.m. Radar (LIB bijlage 4a). Het beperkingsgebied bevat voor dit planvoornemen beperkingen voor de hoogten van de bebouwing en bouwwerken. De toetsing aan deze beperking vindt hierna plaats onder ‘Beperkingen hoogten’. Beperkingen hoogten Maatgevende kaart toetshoogtes In bijlage 4 van het Luchthavenindelingbesluit worden de maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten gegeven, uitgaande van de maaiveldhoogte van Schiphol (-4 m NAP). In beginsel mogen geen objecten worden opgericht of geplaatst die hoger zijn dan op afbeelding 37 als maximale waarden is aangegeven. Voor de planlocatie geldt een maximale waarde van 130 tot 140 meter. De hier bedoelde objecten kunnen verschillend van aard zijn, zowel gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en werkzaamheden vallen hieronder.

Op de maatgevende kaart toetshoogtes (detailkaart) geldt voor de planlocatie een exacte maximale hoogte van 137 m +NAP.

Afbeelding 37: Uitsnede Bijlage 4 ‘Maatgevende kaart toetshoogtes’ (overzichtskaart) Luchthavenindelingsbesluit. De planlocatie is globaal met rood omcirkeld.

Het planvoornemen maakt geen bouwwerken rechtstreeks mogelijk die hoger zijn dan 137 m +NAP. Toetshoogte i.v.m. Radar In bijlage 4a van het Luchthavenindelingbesluit worden de maximaal toelaatbare hoogtes i.v.m. radar voor objecten gegeven, uitgaande van de maaiveldhoogte van Schiphol (-4 m NAP). In beginsel mogen geen objecten worden opgericht of geplaatst die hoger zijn dan op afbeelding 38 als maximale waarden is aangegeven. Voor de planlocatie geldt een maximale waarde van 50 tot 60 Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|60 meter. De hier bedoelde objecten kunnen verschillend van aard zijn, zowel gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en werkzaamheden vallen hieronder. In het Luchthavenindelingsbesluit is ook een detailkaart opgenomen. De maximale toelaatbare hoogte i.v.m. radar op de detailkaart voor de planlocatie is 59 m +NAP.

Afbeelding 38: Uitsnede Bijlage 4 ‘Maatgevende kaart toetshoogtes’ (overzichtskaart) Luchthavenindelingsbesluit. De planlocatie is globaal met rood omcirkeld.

Het planvoornemen maakt geen bouwwerken rechtstreeks mogelijk die hoger zijn dan 59 m +NAP. Conclusie Het aspect luchtvaart vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

5.11

Natuurwetgeving

Vanaf 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming van kracht. Deze wet vervangt drie wetten: De Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Deze nieuwe wet bestaat uit minder regels en is overzichtelijker dan de drie vervangen wetten. De uitvoering van de Wet natuurbescherming ligt grotendeels bij de provincie. Het doel van de wet is om de biodiversiteit in Nederland te beschermen. Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Deze zorgplicht houdt in dat werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, zo veel mogelijk worden voorkomen. Indien toch schadelijke werkzaamheden worden uitgevoerd, moeten maatregelen worden genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Dit betekent in de praktijk dat het gaat om het effect van activiteiten en ontwikkelingen op beschermde soorten. Vaak gaan activiteiten en de bescherming van soorten goed samen. Onder de Wet natuurbescherming geldt dat door de provincie onderzocht moet worden of ruimtelijke ingrepen effect hebben op de beschermde soorten, beschermde gebieden en beschermde bosopstanden en dat het project of plan de natuurlijke kenmerken en/of soorten van het betrokken gebied niet significant aantast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10469551/1