CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

B_004R_Ruimtelijke_Onderbouwing_Iambe.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 8 september 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief in reactie op vragen van de raadsleden Bakker (SP) en Van Renssen (GL) inzake transformatieproject Iambe (ZD2021-010678)21.184 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Natura 2000 De Natura 2000 richtlijn is een Europese richtlijn die sinds oktober 2005 de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn vervangt. Het doel van deze richtlijn is het bieden van bescherming en ontwikkelingsperspectief voor leefgebieden van zeldzame en bedreigde soorten en habitattypen. De gebiedsbescherming is door middel van beide richtlijnen vastgelegd in aangewezen speciale Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|61 beschermingszones, die het meest geschikt zijn als leefgebied voor beschermde vogelsoorten. Deze zijn van belang voor de instandhouding van bepaalde natuurlijke habitats en bepaalde flora en fauna. Voor ieder project of plan in of nabij een speciale beschermingszone kunnen de bevoegde overheden, pas toestemming geven voor uitvoering nadat zij op basis van een passende beoordeling de zekerheid hebben gekregen dat het project of plan de natuurlijke kenmerken en/of soorten van het betrokken gebied niet significant aantast. Ook bestaand grondgebruik is aan deze onderzoeksplicht onderworpen. Alle Natura-2000 gebieden zijn opgenomen in de Ecologische Hoofdstructuur van de provincie Noord-Holland. Onderzoek De planlocatie Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 34A in Amsterdam betreft een voormalig kazerne met garage. Beoogd is de kazerne te transformeren naar 10 woningen voor de sociale verhuur en de garage te slopen en nieuwbouw te realiseren. Voor de planlocatie Van is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De rapportage ‘quickscan flora en fauna, Iambe, De Pijp te Amsterdam’ is uit januari 2019 (bijlage 4). Gebiedsbescherming In het kader van de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland dient er getoetst te worden of de beoogde ontwikkelingen een negatieve invloed hebben op beschermde gebieden.

De planlocatie in Amsterdam ligt niet in of nabij het NNN of een gebied dat is aangewezen als speciale beschermingszone als bedoeld in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming is op deze locatie niet aan de orde. Soortenbescherming In het kader van de Wet natuurbescherming – hoofdstuk 3 moet worden getoetst of ter plaatse van de ruimtelijke ingrepen sprake is of kan zijn van negatieve effecten op beschermde planten en dieren. De beoogde ontwikkelingen kunnen biotoopverlies of verstoring (indirect biotoopverlies) tot gevolg hebben. De meeste van de mogelijk in de planlocatie voorkomende soorten zoals algemeen voorkomende (spits)muizen zijn beschermd, maar vallen onder een algemene vrijstelling van de provincie NoordHolland. Voor deze soorten geldt dat aantasting van vaste rust- en verblijfplaatsen op basis van een vrijstelling mogelijk is, zonder dat er sprake is van procedurele consequenties. De provincie NoordHolland kent wel een meldingsplicht voor de vrijgestelde soorten. De zorgplicht (zie bijlage 2 van de quickscan flora en fauna) blijft onverminderd van toepassing. Op basis van de verspreidingsgegevens, de aanwezige habitattypen en biotoopeisen van de mogelijk in de omgeving voorkomende soorten worden er geen nationaal of internationaal beschermde planten- en/of diersoorten verwacht.

Nader onderzoek naar eventueel binnen de planlocatie voorkomende beschermde soorten is dan ook niet nodig. Zoals al eerder vermeld kunnen nesten van vogels worden verstoord als in het broedseizoen wordt gestart met werkzaamheden. Consequenties Een tweetal algemene voorwaarden is vanuit de Wet natuurbescherming – hoofdstuk 3 altijd van toepassing:  In het broedseizoen van vogels mogen, zonder controle voorafgaand door een ecoloog, de vegetatie, bosjes en opstallen in de planlocatie niet worden verwijderd. De start van werkzaamheden tijdens deze periode zouden kunnen leiden tot verstoring, beschadiging of vernieling van nesten, rustplaatsen en eieren. Alle vogels zijn beschermd. Storing van nesten is

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|62

onder artikel 3.1 (vogelrichtlijn) toegestaan mits niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende vogelsoort. Voor vogels die ook staan vermeld onder artikel 3.5 (habitatrichtlijn, inclusief Verdragen van Bern en Bonn) is verstoren niet toegestaan. Op basis van de zorgplicht volgens artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming dient bij de uitvoering van de werkzaamheden voldoende zorg in acht te worden genomen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Dit houdt in dat bij het uitvoeren van werkzaamheden altijd rekening moet worden gehouden met aanwezige planten en dieren. Zo dienen maatregelen te worden getroffen om bijvoorbeeld verstoring tot een minimum te beperken. Daarnaast moeten dieren de gelegenheid hebben om uit te wijken en mogen niet opzettelijk worden gedood. Dit kan door: o Het beperken van verlichting tijdens de avonduren in voorjaar, zomer en herfst ten behoeve van vleermuizen en andere nachtdieren; o Het slopen en rooien starten buiten het voortplantingsseizoen en het winter(slaap)seizoen.

Conclusie Het aspect Natuurwetgeving vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.12

Water

Beleid Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet- en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2) is opgesteld op basis van de Waterwet. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 20162021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 zet het Rijk een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart.

Hierbij streeft het Rijk naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zoveel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|63 voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat (RWS) neemt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer om deze strategische doelen te bereiken. Het NWP is kaderstellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen. Bestuursakkoord Water Het Bestuursakkoord Water volgt op het Nationaal Bestuursakkoord Water en bevat hernieuwde afspraken over bestuur, financiën en richtinggevende kaders voor onder andere water. De maatregelen uit het Bestuursakkoord Water zijn gericht op:  heldere verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte;  beheersbaar programma voor de waterkeringen;  doelmatig beheer van de waterketen;  werkzaamheden slim combineren;  het waterschapsbestuur. De doelstellingen van het ‘oude’ Nationaal Bestuursakkoord blijven van kracht. Watervisie 2021 ‘Buiten de oevers’ De Provinciale Watervisie van kracht sinds 23 december 2015 en geldt tot 2021. Het plan geeft duidelijkheid over de strategische waterdoelen tot 2040 - 2050 en de acties tot 2021.

De volgende doelen worden nagestreefd:  waarborgen van voldoende bescherming van mens, natuur en bedrijvigheid tegen overstromingsrisico’s;  zorgen voor schoon en voldoende drinkwater;  kader stellen voor regionale waterkeringen;  beoordelen versterkingsplannen primaire waterkeringen en bevorderen ruimtelijke kwaliteit;  waterrobuust inrichten bevorderen;  bijdragen aan schoon en voldoende oppervlaktewater;  zorgen voor schoon en voldoende grondwater. Een belangrijk middel voor het realiseren van deze waterdoelen is het via integrale gebiedsontwikkeling pro-actief zoeken naar kansrijke combinaties met veiligheid, economie, recreatie, landbouw, milieu, landschap, cultuur en natuur. Het Waterplan heeft voor de ruimtelijke aspecten de status van een structuurvisie op basis van de Wro. Waterbeheersplan AGV 2016-2021 Het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) heeft de zorg voor het regionale watersysteem. Het Waterschap streeft op een duurzame en kosteneffectieve wijze naar optimale bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van schoon water en efficiënte zuivering van afvalwater. Daarnaast draagt het AGV bij aan verbetering op het gebied van recreatie, landschap en cultuurhistorie. Het Waterbeheerplan 2016-2021, vastgesteld op 8 oktober 2015, bouwt voort op het plan voor de periode 2010-2015 en houdt tegelijk rekening met nieuwe ontwikkelingen.

Voor de komende periode heeft het AGV per thema een aantal wensbeelden voor 2030 genoemd. Thema’s  Waterveiligheid Insteek van het AGV is een waterrobuuste inrichting van de omgeving. Wanneer de veiligheid in het gedrang dreigt te komen houdt het AGV rekening met economische, Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|64

landschappelijke en natuurwaarden. Voor de primaire waterkeringen heeft het Rijk het vereiste veiligheidsniveau opnieuw bepaald. De wettelijke verankering van de nieuwe veiligheidsnormering is voorzien voor 2017. De nieuwe veiligheidsnormering is gebaseerd op een risicobenadering: bij grote gevolgen (veel schade en slachtoffers) hoort een strengere norm voor primaire waterkeringen; bij minder grote gevolgen is een minder strenge norm voor de primaire waterkeringen acceptabel. Voldoende water Doel voor 2021 is dat er sprake is van een robuust watersysteem dat de functies van gebieden faciliteren, en wateroverlast en watertekort voorkomen. Er is voldoende water beschikbaar voor vitale functies, nu en in de toekomst. Schoon water Het bepalende reguleringskader hiervoor is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Die verplicht alle Europese lidstaten maatregelen te nemen om de ecologische en chemische kwaliteit in hun wateren te herstellen. Het AGV wil zorgen dat al het water in het beheergebied geschikt is voor de vastgestelde gebruiksfunctie: voor veeteelt en akkerbouw, als grondstof voor drinkwater, voor recreatie en visserij, als proceswater en voor de natuur. Het doel is dat inwoners en bezoekers het water in het gebied ervaren als een verrijking van de omgeving.

Waterketen (voorheen de term afvalwater) Het AGV zorgt ervoor dat het stedelijk afvalwater volgens de gemaakte afspraken wordt afgenomen, vervoerd en gezuiverd. Dat gebeurt volledig conform de effluenteisen. Om te kunnen voldoen aan de lozingseisen wordt de komende periode gewerkt aan onder meer de effectiviteit van de rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s). Daarnaast ontwikkelt het AGV een strategie om ervoor te zorgen dat microverontreinigingen geen belemmeringen gaan vormen voor het hergebruik van het effluent of voor lozing van het effluent op het oppervlaktewater. Verder heeft het AGV als doel om in 2020 klimaatneutraal te zijn. Hiervoor worden extra maatregelen genomen. Onder meer bij gemalen, rwzi’s en gebouwen van het waterschap wordt duurzame energie gebruikt en opgewekt. Op en om het water Het AGV heeft als doel voor 2030 in een groot deel van het beheersgebied de integrale uitvoerder te zijn van alle watertaken. In de komende planperiode wordt nagegaan of het wenselijk en haalbaar is om vaarwegbeheer en nautisch beheer tot zelfstandige taken van het waterschap te maken.

Naast de bovenstaande doelen richt het AGV zich ook op een intensieve samenwerking met gemeenten, provincie, het Rijk en de waterschappen, burgers, bedrijfsleven en de landbouw- en agrarische sector. Daarnaast wordt ook op internationaal niveau samenwerking gezocht om onder andere te komen tot innovatie oplossingen. Keur 2017 Amsterdam valt binnen het werkingsgebied van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Binnen dit Waterschap is de Keur 2017 van kracht, dit is de opvolger van de Keur 2011. De Keur is één van de instrumenten van beheer die de waterbeheerder ter beschikking staat om de doelstellingen van waterbeheer te behalen. De drie hoofddoelstellingen die vanuit de Waterwet zijn aangegeven zijn:  voorkomen van overstroming, wateroverlast en waterschaarste;  beschermen en verbeteren van de waterkwaliteit en ecologische kwaliteit van watersystemen;  vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|65 Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam De gemeente Amsterdam is wettelijk verantwoordelijk voor drie watertaken. Deze zogenaamde zorgplichten betreffen:  de inzameling en transport van stedelijk afvalwater;  de inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater;  het nemen van grondwatermaatregelen in openbaar gebied. In het gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016-2021, dat op 17 december 2015 door de gemeenteraad is vastgesteld, staat hoe deze drie zorgplichten door de gemeente Amsterdam worden ingevuld. Doel van het plan is om aan het bevoegd gezag te verantwoorden op welke wijze de gemeente Amsterdam haar watertaken uitvoert, en in hoeverre zij afdoende middelen heeft om dit in de toekomst te blijven doen. Hiermee voldoet de gemeente aan de planverplichting zoals doe in de Wet milieubeheer (artikel 4.22) is opgenomen. De primaire doelen van de gemeentelijke watertaken zijn:  het beschermen van de volksgezondheid;  het bijdragen aan schoon en helder water;  het zorgen voor droge voeten;  het zorgen voor een goede leefomgeving. Per gemeentelijke watertaak is de algemene beleidslijn aangegeven.

De algemene uitgangspunten zijn: Gemeentelijke Algemene uitgangspunten watertaak Stedelijk  zoveel mogelijk scheiding aan de bron van de componenten van stedelijk afvalwater afvalwater  waar mogelijk decentrale zuivering in plaats van de huidige centrale, zolang dit duidelijk aanwijsbare voordelen biedt Hemelwater  de perceeleigenaar is in principe zelf verantwoordelijk voor de verwerking van hemelwater op eigen terrein  de verwerking van hemelwater is een inspannings- en geen resultaatverplichting voor de gemeente  uitgangspunt is om verontreinigd hemelwater gescheiden te houden van het overige hemelwater  gebruik heeft de voorkeer boven direct lozen  gemeente houdt bij de inrichting van de openbare ruimte rekening met het tijdelijk opvangen van extreme buien Grondwater  duurzaam functionerend grondwatersysteem: o Nieuwe hinder voorkomen o Bestaande hinder wegnemen  de perceeleigenaar is in principe zelf verantwoordelijk voor het grondwater op eigen terrein Watertoets De watertoets is wettelijk verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening en verplicht tot het opnemen van ‘een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding’.

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|66 De hoeveelheid oppervlakteverharding binnen de planlocatie neemt met het planvoornemen iets af. Tussen de bebouwing aan de Van Ostadestraat en de nieuwe bebouwing aan de Sint Willibrordusstraat ontstaat een onbebouwde zone van circa 6 meter diep. Afvalwater De bestaande en nieuwe bebouwing wordt aangesloten op de bestaande riolering van de Van Ostadestraat en Sint Willibrordusstraat. Hemelwater Het hemelwater van de planlocatie zal via de daken en verharding naar de putten/riolering lopen, net zoals in de bestaande situatie gebeurt. Grondwater De gemeente Amsterdam hanteert een grondwaternorm voor nieuw in te richten stedelijke gebieden. De norm luidt dat de grondwaterstand gemiddeld niet vaker dan eens in de 2 jaar en niet vaker dan 5 dagen achtereen hoger mag zijn dan:  0,5 meter onder maaiveld bij kruipruimteloos bouwen.  0,9 meter onder maaiveld bij bouwen met kruipruimtes. Als aan deze grondwaternorm wordt voldaan, zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk. Indien maatregelen wel noodzakelijk zijn, dan gaat daarbij de voorkeur in algemene volgorde uit naar:  Kruipruimteloos bouwen;  Ophogen;  Ontwatering middels nieuw te graven open waterlopen (in overleg met Waternet) of eventueel andere robuuste ontwateringsmiddelen (vb. drainage). Deze normen gelden alleen ter plaatse van bebouwing en tuinen in binnenstedelijke gebieden.

Voor het buitengebied gelden geen grondwaternormen. Op de peilbuizen kaart van waternet staan de peilbuizen die aanwezig zijn in en rond de gemeente Amsterdam. Een peilbuis is gelegen bij Van Ostadestraat 341. Dit is de peilbuis E06488. Deze is nog actief. De hoogste grondwaterstand die gemeten is op die locatie is 1,03 m –NAP op 24 januari 2018. Aan de grondwaternorm wordt voldaan. Waterkwaliteit Om verontreiniging van afstromend hemelwater, oppervlaktewater en grondwater te voorkomen wordt geadviseerd duurzaam te bouwen. Dit houdt in dat het gebruik van uitlogende materialen zoals lood, zink, koper, bitumineuze materialen en geïmpregneerd hout voorkomen dienen te worden. Toe te passen duurzame materialen:  Hellende daken: dakpannen van beton of keramisch materiaal;   

Platte daken: beton of bekleed met EPDM rubber; APP en/of SBS gemodificeerd bitumen; Dakgoten en afvoerpijpen: PVC/PP/PE/ staal, aluminium of zink, alle gecoat; Ontsluitingspaden, wegen, terrassen: voorzien van niet uitloogbare materialen zoals beton of keramische producten.

Wateradvies De uitwerking van het voorliggende plan in deze waterparagraaf is in het kader van het wettelijk vooroverleg aan Waternet, de uitvoerende instantie van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht,

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|67 toegezonden. Waternet heeft per e-mail laten weten geen opmerkingen over de waterparagraaf te hebben. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|68

6.

RANDVOORWAARDEN

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder f Bro dient de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen te worden aangetoond. De panden en gronden binnen het plangebied zijn van de gemeente Amsterdam en worden aan de woningcorporatie Eigen Haard uitgegeven in erfpacht. Hiervoor wordt een erfpachtovereenkomst met de gemeente afgesloten. De erfpachtkosten worden aan de hand van het gebruik vastgesteld en op die manier terugverdiend door Eigen Haard. Verder gaat Eigen Haard een plan- en realisatieovereenkomst met de gemeente aan. Een planschaderisicoanalyse maakt hier deel van uit. Hiermee is het verhaal van kosten voor de grondexploitatie over in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd en hoeft er daarom geen exploitatieplan conform Wro te worden opgesteld.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Op 6 oktober 2020 is door Eigen Haard een brief verstuurd naar omwonenden om ze te informeren over de nieuwbouwplannen aan de Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A. In de brief wordt het planvoornemen toegelicht aan de hand van tekeningen en aangegeven dat de toekomstige bewoners geen parkeervergunning kunnen aanvragen. Dit voorkomt dat de parkeerdruk in de buurt toeneemt. Verder wordt in de brief de planning aangegeven voor het project. De eerste helft van 2021 wordt gestart met de sloop waarna vervolgens de bouw start. Over de definitieve planning en werkzaamheden worden de omwonenden nog geïnformeerd. In de brief wordt tenslotte de mogelijkheid geboden om binnen twee weken te reageren op de plannen. De brief is als bijlage 5 opgenomen bij deze ruimtelijke onderbouwing. Verschillende omwonenden hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren op de brief van Eigen Haard. Medio oktober 2020 ontving Eigen Haard een reactie van drie omwonenden. Een daarvan betreft een huurder van een woning in de voormalige brandweerkazerne (‘orde 2 pand’). De huurder vraagt zich af of hij een woning kan huren in het toekomstige ‘orde 2 pand’. Deze vraag is telefonisch beantwoord en aangegeven is dat hij zich kan inschrijven zoals alle andere burgers dit kunnen, voorrang verstrekken is daarbij helaas niet mogelijk.

De tweede reactie betreft de buurman die vooral wil weten of het mogelijk is dat de aannemer te zijner tijd ook zijn schuur verbouwd. Hierop is ook telefonisch gereageerd door Eigen Haard en er is aangegeven dat Eigen Haard dit helaas niet kan doen voor hem. De buurman heeft verder aangegeven positief te staan tegenover de plannen en heeft verder geen bezwaar. De derde reactie is van een omwonende. Deze brief is als bijlage 6 opgenomen bij deze ruimtelijke onderbouwing. De vragen die in deze brief zijn gesteld over onderdelen die geen deel uitmaken van de ruimtelijke onderbouwing en de realisatie van dit project zullen door de gemeente afzonderlijk direct aan de schrijver worden beantwoord. Op de onderdelen 4 en 5 (bezwaren en geschil en verdacht element) van de brief heeft Eigen Haard gereageerd. Hieronder de reactie van Eigen Haard.

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

|69 4. Bezwaren en geschil Er is overeenstemming gevonden met de bewoners waarvan de woning noodzakelijke bouwkundige aanpassingen behoeven voor de realisatie van de onderhavige plannen. Deze overeenstemming is vastgelegd in een overeenkomst die in samenspraak met de bewoners zelf en andere belanghebbende tot stand is gekomen. De inhoud van de overeenkomst is voor beide partijen acceptabel en op de juiste manier tot stand gekomen. De planschadeanalyse verschaft duidelijkheid over welke invloed de onderhavige plannen op de overige bebouwing heeft. De nieuwbouw aan de Sint Willibrordusstraat blijft volgens het bestemmingsplan “maatschappelijk”. Hierin worden cliënten van de Raphaelstichting gehuisvest. Het doel van het project IAMBE is om met de Raphaelstichting jongeren met een beperking te kunnen huisvesten in dit deel van Amsterdam. Het ontwerp van het nieuwe gebouw aan de Sint Willibrordusstraat en Van Ostadestraat is tijdens de concept-aanvraag omgevingsvergunning besproken met de commissie ruimtelijke kwaliteit (Welstand) van de gemeente Amsterdam. Alleen het deel van de brandweergarage aan de Van Ostadestraat heeft een dubbelbestemming en een Orde 2-status. De Welstand heeft op hoofdlijn positief geoordeeld ten aanzien van de renovatieplan van de oude brandweergarage met Orde 2status en de nieuwbouw aan de Sint Willibrordusstraat.

Het pand wordt op dit moment tijdelijk verhuurd door de gemeente Amsterdam in afwachting van de realisatie van het bouwplan van Eigen Haard. De huidige huurders zijn geïnformeerd over de bouwplannen. 5. Verdacht element Voor de realisatie van de 16 sociale huurwoningen voor jongeren met een beperking volstaat het vigerend bestemmingsplan. De bestemming Maatschappelijk blijft ongewijzigd en zorgt ervoor dat de woningen alleen verhuurd kunnen worden aan huurders met een zorgindicatie. De erfpachtuitgifte van de grond door de gemeente Amsterdam gaat uit van sociale huurwoningen en zorgt ervoor dat ander gebruik dan sociale huurwoningen niet mogelijk is zonder aanpassing van de erfpachtovereenkomst. Door de planologische en erfpacht beperkingen behoudt de gemeente zeggenschap over het gebruik van het pand. De hoofdactiviteit van Eigen Haard is het verhuren van sociale huurwoningen in en rond Amsterdam, wat altijd zo is geweest en ook zal blijven. De reactie van Eigen haard zal worden verstuurd naar de schrijver van de brief. In de brief die Eigen Haard naar omwonenden heeft gestuurd staat dat op basis van de reactie van omwonenden wordt bepaald of een bijeenkomst wordt georganiseerd. Tot op heden zijn er niet voldoende reacties binnengekomen voor het organiseren van een bijeenkomst voor omwonenden.

De brieven zijn op correcte wijze beantwoord en de meeste omwonenden staan positief tegenover het planvoornemen. Hiermee is er voldoende maatschappelijk draagvlak om het planvoornemen te realiseren

Ruimtelijke onderbouwing Van Ostadestraat 341 en Sint Willibrordusstraat 43A

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10469551/1