A - 33 Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling (47) Integraal zorg akkoord
Tekst van het document
Dat komt door structurele krapte op de arbeidsmarkt in combinatie met een stijgende zorgvraag en hogere verwachtingen van patiënten over het altijd beschikbaar zijn van zorg. Daarbij speelt bovendien de toenemende complexiteit van een deel van de spoedzorgvraag als gevolg van multi-morbiditeit en domeinoverstijgende problematiek. Ook wachttijden bij de planbare zorg spelen een rol. Het acute zorglandschap moet binnen enkele jaren ingrijpend transformeren, om met de beperkte beschikbare mensen en middelen de toegankelijkheid en kwaliteit van zorg voor elke Nederlander te kunnen blijven garanderen. Afwachten is geen optie. Passende acute zorg is ketenzorg die past bij de regionale context. Daarbij zijn afstemming en samenwerking nodig om te zorgen voor een sluitend netwerk van spoedzorgvoorzieningen in elke regio, met een passend aanbod voor de verschillende patiëntgroepen. De komende jaren wordt actief ingezet op
het voorkomen van acute zorg en het stimuleren van het maatschappelijk debat hierover. In de acute zorgketen moet vergaand worden samengewerkt om te zorgen dat iedereen spoedzorg van goede kwaliteit krijgt, de in-, door- en uitstroom van patiënten binnen de keten te stroomlijnen, de juiste zorg op de juiste plek en het juiste moment te leveren, zwaardere zorg(vragen) waar mogelijk te voorkomen en het daarbij optimaal inzetten van bijvoorbeeld digitale zorg. Voor de inrichting van het acute zorglandschap worden er duidelijke keuzes gemaakt ten aanzien van de inzet van schaars personeel en concentratie van faciliteiten, waarbij het borgen van de toegankelijkheid van de acute zorg een belangrijke randvoorwaarde is. Belangrijke randvoorwaarden om deze veranderopgave te realiseren moeten zijn ingevuld. Het Kwaliteitskader Spoedzorgketen met landelijke afspraken over de organisatie van en eisen aan de acute zorgketen vormt een belangrijke leidraad. Om de acute zorg toekomstbestendig te maken, hebben de betrokken IZA-partijen onderstaande afspraken gemaakt.
1.
Voorkomen van acute zorg
a. Partijen spreken af om het voorkomen van acute zorg een prioriteit te maken in hun beleid. Dit betreft onder meer het inzetten op goede voorlichting, preventie en vroegsignalering, advance care planning, het borgen en versterken van goede samenwerking tussen eerstelijn inclusief wijkverpleging, ouderenzorg, GGZ, jeugdzorg en sociaal domein. Digitale hulpmiddelen kunnen daarbij een belangrijke rol spelen. Deze aspecten komen terug in andere hoofdstukken van het IZA alsook afspraken tussen zorgpartijen. b. Een belangrijk deel van de spoedzorgvragen kan ook thuis of in de eerste lijn geadresseerd worden, door een wijkverpleegkundige, verloskundige, huisarts, specialist ouderengeneeskunde, revalidatiearts, verpleegkundig specialist, jeugdverpleegkundige, iemand van een ambulant geriatrisch team of professional uit het sociaal domein. Daarbij is waar van toepassing ook aandacht voor de sociale situatie, eventuele multimorbiditeit en combinatieproblematiek. Deze zorg thuis is in het bijzonder relevant voor mentaal kwetsbare doelgroepen en ouderen met een kwetsbare gezondheid. Zo kan (zwaardere) acute zorg worden voorkomen. c.
Voor mensen waarbij multiproblematiek speelt en die te vaak een appél doen op de acute zorg via de meldkamer ambulancezorg, huisartsenpost of SEH, wordt door betere samenwerking tussen partijen in de regio ingezet op snellere toeleiding naar passende hulp; hetzij binnen de zorg, hetzij daarbuiten. Hierover zijn concrete afspraken gemaakt in de IZA-onderdelen ‘Versterking organisatie basiszorg’ en ‘Samenwerking sociaal domein-huisartsenzorg-ggz’. d. Zoals beschreven in het IZA-onderdeel ‘Digitalisering en gegevensuitwisseling’ wordt vanuit de medisch specialistische zorg ingezet op telemonitoring van patiënten
Integraal Zorgakkoord 2022 | 49
met chronische ziekten als hartfalen en COPD, waardoor verslechtering tijdig kan worden herkend en behandeld. e. Gepast gebruik van spoedzorg moet zoveel mogelijk worden gestimuleerd. Partijen dragen ieder actief bij aan goede informatievoorziening aan patiënten over verwachtingen ten aanzien van acute zorg en met welke zorgvraag patiënten waar terecht kunnen (een niet-medische zorgvraag hoort niet in medisch domein thuis). Het Ministerie van VWS heeft daarin een faciliterende rol en stelt budget beschikbaar om dit verder vorm te geven. f. Een belangrijk deel van de spoedzorgvragen betreft patiënten met een onderliggende (chronische) aandoening. Het gaat bijvoorbeeld om patiënten met complicaties van een oncologische behandeling of patiënten met toenemende benauwdheidsklachten bij COPD met comorbiditeit. Om de al dan niet ongedifferentieerde en vaak meer complexe spoedzorgvragen van deze patiënten effectief, tijdig en passend te kunnen behandelen en verergering van de acute situatie te voorkomen, is het van belang dat relevante medische informatie over hun onderliggende aandoening(en) beschikbaar is in de acute setting en om deze patiënten waar mogelijk zorg te verlenen vanuit hen bekende behandelaren/ instellingen. g.
Bovenstaande beleidsmaatregelen moeten onder meer resulteren in een afname van het percentage kwetsbare ouderen en patiënten met GGZ-problematiek op de SEH en van het aantal SEH-bezoeken van patiënten met hartfalen en COPD.
2.
Zorgcoördinatie en triage
a. Iedere patiënt is uniek en iedere patiënt heeft een unieke (spoed)zorgvraag. Het is van belang om te zorgen dat iedere patiënt goede informatie en een zo passend mogelijk zorgaanbod krijgt. b. Zorgcoördinatie draagt bij aan betere samenwerking binnen de acute zorgketen, zodat iedereen de juiste acute zorg op de juiste plek krijgt en de doorstroom goed verloopt. Daarvoor is nodig: • Eenduidige toegang voor acute zorgvragen; • Goede, eenduidige, multidisciplinaire triage; • Inzicht in beschikbare capaciteit en beschikbaarheid relevante medische gegevens; • Doorgeleiding naar het meest passende zorgaanbod; • Regie op vervolgzorg. c. LNAZ, AZN, ZN, InEen en ActiZ werken op basis van de opdrachtbrief van de minister van VWS dd. 10 mei 2022 scenario’s uit voor bovengenoemde aspecten van zorgcoördinatie in onderlinge samenhang, en in overleg met relevante partijen zoals organisaties van zorgaanbieders, waaronder de NVZ, NFU professionele netwerken en beroepsorganisaties, uitgaande van zorgcoördinatie per ROAZ-regio of subregio daarvan. Deze scenario’s zijn voor de zomer van 2023 gereed. VWS stelt voor deze uitwerking
50 | Integraal Zorgakkoord 2022
subsidie beschikbaar. Na besluitvorming over de inrichting van zorgcoördinatie wordt deze regionaal geïmplementeerd, met als doel landelijk dekkende zorgcoördinatie; zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk met ingang van 1 januari 2025. d. De overeenkomst met LNAZ voor inzicht in capaciteit en patiëntenspreiding is verlengd voor de periode tot 1 juli 2023. VWS neemt in overleg met de betrokken zorgpartijen initiatief om te voorzien in een structurele inbedding van deze regionale en landelijke functies in regelgeving en bekostiging voor na deze periode. Met het oog op de gewijzigde rol van het LNAZ wordt, aansluitend op de afspraken in het IZA, door betrokken partijen in samenspraak met VWS overlegd over een aangepaste governance van het LNAZ waar mogelijk met ingang van 1 januari 2023.
3.
Kwaliteit van acute zorg
a. Partijen spreken af dat het huidige Kwaliteitskader Spoedzorgketen overal is geïmplementeerd op basis van de reeds vastgestelde deadlines. De voortgang van de implementatie wordt gemonitord binnen de Landelijke Spoedzorgtafel. Voorts werken organisaties van zorgaanbieders, professionals, patiënten en zorgverzekeraars, verenigd in de Landelijke Spoedzorgtafel, aan verdere doorontwikkeling van het Kwaliteitskader. Het is van belang om bij volgende versies ook andere partijen zoals de acute psychiatrie, spoedeisende farmaceutische zorg, de acute verpleegkundige zorg aan huis en de geriatrische en medisch specialistische revalidatie gefaseerd te betrekken. LNAZ en het Zorginstituut nemen hierbij een coördinerende en faciliterende rol.
4.
Differentiatie, concentratie en spreiding
a. In de verschillende ROAZ-regio’s wordt bij alle ketenpartners in kaart gebracht hoe de samenwerking in de gehele acute zorgketen kan worden verstevigd, hoe het schaarse personeel en de dure faciliteiten optimaal kunnen worden ingezet, om zo de toegankelijkheid en kwaliteit van de acute zorg binnen de regio voor de lange termijn te borgen. Hierbij moet in ogenschouw worden genomen dat personeel op de SEH in de nacht ook beschikbaar moet zijn voor patiënten in de kliniek en personeel niet zomaar bereid is in een verder gelegen ziekenhuis of UMC te gaan werken. Daarbij wordt ook gekeken naar de differentiatie, concentratie en spreiding van acute zorgvoorzieningen binnen de regio, zoals huisartsenposten, SEH’s, acute verloskunde, acute GGZ, ELV, farmaceutische spoedzorg en wijkverpleging voor spoedzorgvragen. De gevolgen voor de ambulancezorg worden hierbij betrokken. Hiervoor wordt door het ROAZ een zorgvuldige ketenimpactanalyse uitgevoerd, inclusief cascade-effecten, waarbij alle stakeholders inclusief inwoners worden betrokken. Daarbij dient nadrukkelijk aandacht te zijn voor de effecten op de continuïteit van
acute zorg en de samenhang met concentratie en spreiding van niet-acute zorg. In die context wordt ook gekeken naar de gevolgen voor het profiel van academische, topklinische, algemene en categorale ziekenhuizen en de continuïteit van de bedrijfsvoering; dit kan een reden zijn voor de inzet van transformatiemiddelen conform de algemene afspraken in het IZA-hoofdstuk ‘Financiële randvoorwaarden’. Tevens worden de uiteindelijke totale kosten in ogenschouw genomen; de structurele besparingen door efficiënte inzet zorginfrastructuur moeten opwegen tegen tijdelijke inzet transformatiemiddelen. Zorgverzekeraars ondersteunen/ stimuleren deze ontwikkeling. b. Partijen conformeren zich aan het vervangen van de 45-minutennorm voor bereikbaarheid van SEH’s en acute verloskunde door een bredere set (kwaliteits)normen met een gedifferentieerde normstelling ten aanzien van tijdkritische aandoeningen. De 45-minutennorm is een spreidingsnorm, gebaseerd op de bestaande spreiding van ziekenhuizen en UMC’s toen de norm in 2002 werd geïntroduceerd. De norm is niet medisch onderbouwd. Sinds de introductie van de norm hebben de acute zorg, waaronder zeker ook de ambulancezorg en de traumazorg (met de inzet van mobiele medische teams), zich sterk ontwikkeld. De nieuwe normen worden zo goed mogelijk medisch onderbouwd.
In het verlengde daarvan moet ook gekeken worden naar de effecten op de rest van het acute zorglandschap zoals de huisartsenposten, regionale ambulancevoorziening en acute GGZ. Deze aanpassing is noodzakelijk om meer ruimte te bieden voor optimale inrichting van het acute zorglandschap met het oog op goede kwaliteit van zorg voor iedereen. VWS komt uiterlijk eind 2022 met een procesvoorstel over te zetten stappen om de 45-minutennorm te vervangen, in nauwe samenspraak met alle betrokken veldpartijen. c. Zorgaanbieders en zorgprofessionals maken concrete afspraken om ervoor te zorgen dat alle multitraumapatiënten (Injury Severity Score (ISS) >15) worden behandeld in een level 1 traumacentrum, met de gestelde regionale norm van 90% als absolute ondergrens. Het Zorginstituut komt in samenspraak met de direct betrokken zorgpartijen uiterlijk in Q1 2023 met een advies hoe de implementatie van deze bestaande norm kan worden bevorderd. Alle level 1 traumacentra dienen te voldoen aan de minimumnorm van 240 patiënten per locatie per jaar; locaties die niet voldoen mogen vanaf 1 januari 2024 geen multitraumazorg meer leveren. De IGJ ziet hierop toe.
5.
Samenwerken in de keten
a. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars zetten in op het intensiveren van het gebruik van gezamenlijke acute zorgvoorzieningen door verschillende partijen in de keten, waardoor de beschikbare (zorg)professionals slim worden ingezet en samenwerking in de keten wordt gestimuleerd. Denk hierbij
aan intensieve samenwerking en gezamenlijke faciliteiten (balie, triage, personeelsruimte) op spoedpleinen dan wel integrale spoedposten tussen huisartsenposten, SEH’s, farmaceutische spoedzorg, ambulancezorg en waar mogelijk onplanbare wijkverpleging en acute ggz. Partijen delen daarbij kennis op het gebied van effectieve vernieuwingen en slimme oplossingen die bijdragen aan de houdbaarheid van de acute zorg (opschalen best practices cq. valorisatie). LNAZ en zorgverzekeraars spelen daarbij een stimulerende rol. Er wordt aangesloten bij huidige regionale ontwikkelingen en afspraken. Wat goed werkt wordt voortgezet en uitgebouwd. b. De noodzaak en het belang van het behoud van huisartsenzorg voor patiënten in de avond, nacht en weekenden wordt door alle partijen onderkend en zij zijn bereid om hier vanuit de onderlinge samenwerking aan bij te dragen. Om Nederlanders van deze zorg te kunnen blijven voorzien, dragen de LHV, InEen en Zorgverzekeraars Nederland een oplossing aan voor een betere, meer evenwichtige verdeling van de ANW diensten onder alle huisartsen per 2023 (praktijkhouders, huisartsen in loondienst en waarnemers/ ZZP). Het door de huisartsen opgestelde Actieplan Werkdruk in de ANW vormt hiervoor het vertrekpunt.
InEen en de LHV werken dit actieplan in overleg met ZN nader uit en stellen - teneinde uniformiteit in de uitvoering te bereiken - een leidraad voor de HDS’en en de aangesloten huisartsen en een landelijke modelovereenkomst op waarin de verantwoordelijkheidsverdeling tussen HDS, praktijkhouders en niet-praktijkhouders wordt vastgesteld. In aanvulling vraagt VWS de NZa om (in overleg met partijen) het ANW-tarief voor huisartsen te herijken en te differentiëren. Het streven is om het herijkte en gedifferentieerde NZa-tarief per 1 januari 2023 in te voeren. De toepassing van dat herijkte, gedifferentieerde tarief treedt voor een HDS in werking als regionaal een adequate verdeling van diensten tussen alle huisartsen is overeengekomen In lijn met het herijkte honorarium dient zo nodig ook het maximum budget van de HDS te worden aangepast. Voorwaarde voor akkoord geven op een tariefsverhoging en -differentiatie door de zorgverzekeraar wordt gebaseerd op het door de betreffende HDS aangeleverde implementatieplan en daadwerkelijke uitvoering van dit plan.
Dit plan is gebaseerd op het Actieplan Werkdruk in de ANW en de leidraad en treedt uiterlijk drie maanden na het akkoord van de zorgverzekeraar in werking, waarbij ten minste is voldaan aan de volgende landelijke uitgangspunten: • Sluitende dekking voor alle benodigde diensten; • Afspraken over een evenwichtige en solidaire verdeling van de diensten over de binnen de regio werkzame huisartsen (praktijkhouders, loondienst en waarnemers/ZZP), rekening houdend met het effect van deze afspraken op andere/naastgelegen regio’s;
Integraal Zorgakkoord 2022 | 51
•
Tarieven die voor alle dienstdoende huisartsen in de regio gelijkelijk van toepassing zijn, waarbij ook wat aan zzp’ers wordt betaald niet hoger mag zijn dan het NZa tarief. Bovenstaande afspraken en de regionale maatregelen kunnen ook landelijke aanpassingen vragen in wet- en regelgeving. Indien uit een juridische toetsing blijkt dat deze nodig zijn, onderzoekt VWS de mogelijkheden daartoe. Zorgverzekeraars en HDS’en monitoren periodiek de realisatie het implementatieplan. Als gedurende het jaar blijkt dat er problemen ontstaan bij de effectuering en uitvoering van de goedkeurde plannen, treden betrokken partijen in overleg. Dit kan leiden tot herijking van afspraken. Daarnaast dient de HDS inzichtelijk te maken welke acties de HDS onderneemt om het beroep op de HAP te verminderen (in ieder geval voor onnodige spoedvragen die op een regulier tijdstip kunnen worden beoordeeld), in aanvulling op (landelijke) activiteiten zoals publiekscampagnes van de overheid en andere partijen, en hoe middels Thuisarts/online een deel van de spoedvragen kan worden afgevangen. Als bovengenoemde aanpak eind 2023 niet tot de gewenste effecten leidt, onderneemt VWS passende maatregelen op basis van de uitkomsten van de verkenning zoals benoemd in afspraak vier van de bijlage H Arbeidsmarkt en ontzorgen zorgprofessionals.
Daarnaast onderzoekt VWS met partijen welke verdergaande maatregelen mogelijk zijn om het onnodige beroep op de HAP terug te dringen. c. Partijen onderzoeken in 2023 welke oorzaken ten grondslag liggen aan de piekbelasting van de SEH en welke maatregelen genomen kunnen worden. NVZ en NFU nemen het voortouw bij dit onderzoek, in afstemming met de andere betrokken partijen. Partijen spreken af om op basis van de uitkomsten van dit onderzoek gezamenlijk concrete maatregelen te nemen om de piekbelasting op SEH’s te verminderen. d. Samenwerking in de ANW-uren tussen SEH’s binnen de regio en tussen SEH’s en huisartsenposten zal worden onderzocht binnen de ROAZ-en. Differentiatie en concentratie van acute zorgfaciliteiten zoals SEH’s, huisartsenposten en klinische verloskunde betekent dat het nog belangrijker wordt om de samenwerking met de andere onderdelen van de acute zorgketen zoals Regionale Ambulance Voorziening, GGZ, ELV, geriatrische revalidatiezorg, verloskundige zorg en (onplanbare) wijkzorg te organiseren, om te zorgen voor een goede spreiding en het beschikbaar blijven van voorzieningen dichtbij de patiënt en passend bij de acute zorgvraag van de verschillende patiëntengroepen. Gemeenten hebben ook een belangrijke
52 | Integraal Zorgakkoord 2022
taak in het voorkomen van oneigenlijke instroom in de acute zorg door te zorgen voor goede voorzieningen en ondersteuning bij sociale problematiek. Partijen spreken af om deze samenwerking in de regio’s te bevorderen en te zorgen voor de juiste randvoorwaarden, zoals zorgcoördinatie, beschikbaarheid van medische gegevens, contractering en bekostiging. Op deze manier kan het percentage kwetsbare ouderen en patiënten met GGZ-problematiek op de huisartsenpost en SEH afnemen, waardoor deze worden ontlast. e. De implementatie van de generieke module acute psychiatrie (GMAP) wordt voortgezet. Deze generieke module beschrijft de benodigde inhoud en organisatie van hulpverlening voor personen (alle leeftijdscategorieën) in een crisissituatie, over wie het vermoeden bestaat dat zij een acute psychische stoornis hebben (inclusief verslavingsproblematiek). Het streven is dat de GMAP in 2024 in alle 28 regio’s volledig is geïmplementeerd. f. Acute verloskunde kan het beste integraal worden bezien en in samenhang worden geleverd en gefinancierd, zeker met oog op de uitdagingen van capaciteit en beschikbaarheid die ook de geboortezorgsector kent. Dit vraagt om intensieve samenwerking in de geboortezorgketen.
Dit vindt plaats binnen de regionale netwerken van Verloskundig Samenwerkingsverbanden (VSV’s), waarin zowel de eerstelijnsverloskundigen, kraamzorgorganisaties als ziekenhuizen en UMC’s vertegenwoordigd zijn (soms verenigd in een Integrale Geboortezorg Organisatie), als ook tussen VSV’s in een regio. In het ROAZ vindt overleg plaats om de benodigde geboortezorg in een regio te coördineren en de beschikbare capaciteit zo optimaal mogelijk in te zetten.
6.
ROAZ en ROAZ-plan
a. Voor de acute zorg spelen specifieke vraagstukken rondom regionale samenwerking. Ketenpartners in acute zorg zoals huisartsen, huisartsenposten, ziekenhuizen, UMC’s, regionale ambulancevoorzieningen, wijkverpleging, verloskundigen, GGZ, VVT, GHOR en GGD zijn samen met de zorgverzekeraars verbonden in het ROAZ. (Wanneer in deze tekst wordt gesproken over het ROAZ, wordt daarmee dit samenwerkingsverband van ketenpartners bedoeld; niet het ROAZ-bureau.) b. Partijen zullen op basis van de IZA afspraken overleggen over verantwoordelijkheden, bevoegdheden en governance van en binnen het ROAZ op basis van de AMvB acute zorg, met het oog op aanpassingen per 1 januari 2023. Daarbij wordt ook meegenomen hoe de betrokkenheid van de zorgprofessionals (vanwege de medisch inhoudelijke aspecten van het organiseren van acute zorg(keten) en het bewaken van de inhoudelijke samenhang en uitvoerbaarheid van acute zorg en aanpalende zorg in capaciteit en expertise) en het patiënten perspectief binnen het ROAZ kunnen worden geborgd.
c. Elk ROAZ stelt een plan van aanpak op voor acute zorg in de regio. Waar nodig kan een ROAZ-regio nog onderverdeeld zijn in subregio’s. Het ROAZ-plan komt tot stand op basis van drie stappen: 1. Criteria: Zorgverzekeraars, zorgaanbieders, zorgprofessionals en vertegenwoordigers vanuit het burgerperspectief (waaronder het patiëntenperspectief), LNAZ en de overheid stellen in gezamenlijkheid criteria op voor het ROAZ-beeld en ROAZ-plan. De overheid neemt hiertoe het initiatief en komt uiterlijk 14 oktober 2022 met een procesvoorstel hiervoor. Deze criteria gaan over beschikbare data, welke onderwerpen aan bod moeten komen en de wijze waarop de ROAZ-beelden en ROAZ-plannen transparant worden gemaakt. De criteria worden uiterlijk eind Q4 2022 bestuurlijk vastgesteld. 2. ROAZ-beeld: Eind Q2 2023 heeft elke ROAZ-regio een ROAZ-beeld opgesteld. Een ROAZ-beeld geeft ten minste inzicht in regionale acute zorgvraag en zorgaanbod, patiëntenstromen, de arbeidsmarkt en (10-jaars) prognoses. Hierbij wordt ook expliciet inzicht gegeven in specifieke expertisegebieden van zorgaanbieders en volumes in relatie tot kwaliteitsnormen. Het Ministerie van VWS faciliteert de ROAZ-en waar nodig en wenselijk met datasets waarin voor het ROAZ relevante data toegankelijk is en transparant wordt gemaakt.
Daarnaast zal VWS zich er in overleg met de Autoriteit Persoonsgegevens en de Autoriteit Consument en Markt voor inspannen het uitwisselen van de noodzakelijke data mogelijk te maken en waar nodig wet- en regelgeving hiervoor aan te passen. 3. ROAZ-plan: Eind Q4 2023 heeft elke ROAZ-regio een ROAZ-plan geformuleerd op basis van het ROAZ-beeld, het Kwaliteitskader Spoedzorgketen en andere in dit document genoemde uitgangspunten, waarbij urgentie van de regionale knelpunten op het gebied van toegankelijkheid en kwaliteit leidend is. Het ROAZ-plan bestaat uit twee delen: i. ROAZ-opgaven: De ROAZ-partijen bepalen wat de belangrijkste transformatieopgaven in de regio zijn om de toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van de acute zorg duurzaam te borgen. Hierbij wordt nadrukkelijk focus aangebracht; het streven is om te komen tot niet meer dan een handvol opgaven die met prioriteit moeten worden aangepakt. ii. ROAZ-afspraken: Voor de prioritaire regio-opgaven maken zorgpartijen afspraken welke partijen met welke oplossingen aan de slag gaan en op welke schaal, op welke (meetbare) resultaatafspraken daarbij wordt gestuurd (werkagenda) en hoe de voortgang inzichtelijk wordt gemaakt. Deze algemene afspraken zijn transparant. De regionale zorgpartijen committeren zich aan deze afspraken; deze zijn dus niet vrijblijvend en worden meegenomen in
de contractering. In het ROAZ-plan komen in ieder geval de volgende elementen terug: het verstevigen van de samenwerking in de gehele acute zorgketen, (sub) regionale zorgcoördinatie, verhogen kwaliteit en naleven kwaliteitsnormen die betrekking hebben op de keten, differentiatie, concentratie (o.a. multitraumazorg) en spreiding (van basis acute zorg) en gezamenlijke voorzieningen in de keten (zoals een spoedplein/integrale spoedpost). De ROAZ-plannen moeten worden gekoppeld aan concrete te behalen resultaten, bijvoorbeeld het aantal kwetsbare ouderen op de SEH. Het is een regionaal plan op maat, waardoor de aanpak per ROAZ of subregio’s kan verschillen voor wat betreft de focus en tijdspad van eventuele transformatie van de inrichting van de acute zorgketen. De regioplannen behelzen nadrukkelijk afspraken op hoofdlijnen en betreft de prioritaire regio-opgaven. Specifieke afspraken worden dan ook decentraal tussen zorgpartijen gemaakt in verschillende specifieke transformatieplannen. d. Proces en verantwoordelijkheden: Elk ROAZ draagt zorg voor het opstellen van het ROAZ-plan. De ROAZ-voorzitter en de marktleider zorgverzekeraars hebben daarbij een duale verantwoordelijkheid, elk vanuit hun respec tievelijke rol. • Het initiatief tot het opstellen van het ROAZ-beeld en ROAZ-plan wordt genomen door de marktleider zorgverzekeraars samen met de ROAZ-voorzitter.
Samen maken zij een procesvoorstel en planning voor de totstandkoming van het ROAZ-plan in hun regio en leggen dit ter goedkeuring voor aan het ROAZ. Zij vervullen een aanjagende rol en dragen zorg voor en zijn aanspreekbaar op de totstandkoming van een plan met door het ROAZ gedragen afspraken die voldoende concreet zijn om de regionale knelpunten in de acute zorg duurzaam op te lossen én uitvoerbaar zijn. Zorgaanbieders in de acute zorgketen zijn er verantwoordelijk voor om hierover zorginhoudelijke, organisatorische en financiële afspraken te maken met zorgverzekeraars. Van alle ROAZ-partijen mag een actieve rol worden verwacht in de totstandkoming van het ROAZ-plan. Het is van belang dat de ROAZ-bureaus voldoende capaciteit krijgen om het opstellen van de ROAZ-plannen te faciliteren. De ROAZ-en worden bij het opstellen van het ROAZ-plan ondersteund door onder meer het LNAZ, Zorgverzekeraars Nederland en de overheid; bijvoorbeeld op het gebied van data, kennisuitwisseling en randvoorwaarden zoals wet- en regelgeving. • De ROAZ-partijen beoordelen gezamenlijk of het ROAZ-plan voldoende concreet is, in lijn is met de uitgangspunten van het IZA en voldoende bijdraagt aan het duurzaam oplossen van de regionale knelpunten
Integraal Zorgakkoord 2022 | 53
•
•
•
13
in de acute zorg. Het ROAZ plan wordt daarvoor ook ter consultatie voorgelegd aan patiëntenorganisaties. Daarbij wordt ook gekeken naar de consequenties van het ROAZ-plan voor profielen van ziekenhuizen in relatie tot een samenhangend regionaal zorgaanbod, mede in het verlengde van de regioplannen op zorgkantoorregioniveau en de Acute GGZ-regio’s. Waar nodig kan het ROAZ-plan vervolgens worden aangescherpt. Het ROAZ-plan wordt na vaststelling als basis gebruikt voor (inkoop)afspraken tussen individuele zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Zorgverzekeraars hebben altijd de ruimte om met individuele zorgaanbieders aanvullende transformatieafspraken te maken in de individuele contractering; ook over zaken die niet in het ROAZ-plan staan, waarbij het borgen van de kwaliteit en toegankelijkheid van de acute zorg en de geboortezorg een belangrijke randvoorwaarde is. Zorgverzekeraars kopen de acute zorg in op individuele basis; waar nodig gelijkgericht op basis van landelijke kaders voor kwaliteit en de noodzakelijke transformaties binnen de acute zorg in de regio, zoals beschreven in de desbetreffende transformatieplannen13. Waar nodig worden door zorgverzekeraars hierbij flankerende (financiële) afspraken gemaakt om de transformatie te realiseren en de toegankelijkheid van zorg en de continuïteit te borgen.
(Zie ook hoofdstuk 4.2 Inzet transformatiemiddelen.) Teneinde de toegankelijkheid van acute zorg te borgen, spreken partijen af dat gecontracteerde capaciteit niet tussentijds kan worden afgeschaald zonder afstemming in ROAZ-verband en goedkeuring van de betrokken zorgverzekeraars en in lijn met de besluitvormingsprocedure in de AMvB acute zorg. Wanneer de ROAZ-zorgpartijen in gezamenlijkheid niet voor 1 januari 2024 komen tot een ROAZ-plan met afspraken die voldoende scherp zijn om de transformatieopgaven voor elkaar te krijgen, treden zorgverzekeraars in overleg met betreffende zorgaanbieders over aanvullende maatregelen als dat nodig is om vanuit hun zorgplicht de toegankelijkheid en kwaliteit van acute zorg in de regio te borgen. Het opstellen van de ROAZ-plannen moet niet leiden tot vertraging. Als de toegankelijkheid en/of kwaliteit van zorg in het gedrang komt, worden direct maatregelen getroffen. Ook met het uitwisselen en door zorgpartijen implementeren van best practices die in lijn zijn met de beweging naar passende acute zorg, hoeft niet te worden gewacht op het vaststellen van de ROAZ-plannen.
Transformatieplannen worden hier in brede zin bedoeld, o.a. ROAZ-plannen, regioplannen en individuele contractafspraken.
54 | Integraal Zorgakkoord 2022
e. Specifieke transformatieplannen: Ook voor de acute zorg geldt dat de daadwerkelijke transformatie gebeurt op basis van specifieke transformatieplannen in lijn met de ROAZ-plannen. Deze plannen worden decentraal, op het bijpassende niveau gemaakt tussen de betrokken acute zorgpartijen. (Zie ook Onderdeel B. Regionale samenwerking - algemeen.)
7.
Data-uitwisseling en capaciteitsinformatie
a. Inzicht in de (benodigde en beschikbare) capaciteit van de gehele (regionale) acute zorgketen is noodzakelijk voor zorgcoördinatie en het optimaal inrichten van de regionale acute zorg. Artificial Intelligence kan bijdragen aan het beter voorspellen van benodigde capaciteit. Regionaal wordt vastgesteld wat de gedifferentieerde minimale benodigde acute zorgcapaciteit is, als een van de uitgangspunten voor de ROAZ-afspraken. Dit betreft in ieder geval SEH-capaciteit, acute verloskunde, huisartsenpost en acute GGZ. Het ROAZ is verantwoordelijk voor het vaststellen van deze capaciteit in nauw overleg met de desbetreffende zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Relevante zorgaanbieders waaronder aanbieders van ELV en acute WLZ-zorg sluiten aan bij het Landelijk Platform Zorgcoördinatie (LPZ) en delen verplicht de noodzakelijke capaciteitsinformatie. Partijen spreken af om voor de wijkverpleging verder te inventariseren welke elementen in het LPZ moeten terugkomen op een praktisch uitvoerbare manier; dit betreft in ieder geval onplanbare wijkverpleging en ‘herkenbaar & aanspreekbaar wijkverpleging’. b.
VWS stelt in 2023 en 2024 middelen beschikbaar voor een vervolg van het programma Met Spoed Beschikbaar met het oog op de verdere implementatie van de Richtlijn Gegevensuitwisseling huisarts – huisartsenpost – ambulancedienst – afdeling spoedeisende hulp (hierna: Richtlijn Gegevensuitwisseling Acute zorg). De uitwisseling van (een selectie van) de uitwisselingen uit de Richtlijn Gegevensuitwisseling Acute zorg zal in 2023 op de Meerjarenagenda van de Wegiz worden geplaatst, in welk kader op initiatief van VWS zal worden onderzocht of de gegevensuitwisseling aangewezen wordt, zodat er een wettelijke verplichting komt op de elektronische uitwisseling van de gegevens. Een wetsvoorstel m.b.t. het zonder toestemming uitwisselen van patiëntgegevens in geval van acute zorg wordt voorbereid en zal rond de zomer van 2023 worden ingediend bij het parlement. Partijen nemen onder leiding van het Nictiz het initiatief om de reikwijdte van de Richtlijn Gegevensuitwisseling Acute zorg uit te breiden met het oog op effectieve zorgcoördinatie.
8.
Bekostiging
a. Acute zorg heeft een spoedeisend karakter, wordt gekenmerkt door piek- en dalbelasting en kan op elk moment nodig zijn. Tegelijkertijd is de benodigde capaciteit goed planbaar. De fysieke en personele infrastructuur en capaciteit moet op orde en beschikbaar zijn, ongeacht het aantal patiënten. Dit vraagt om een goede spreiding van beschikbare voorzieningen, goede samenwerking in de acute zorgketen en optimale inzet van schaars personeel. De wijze van bekostiging en inkoop van acute zorg moet de juiste beweging stimuleren en effectieve sturing hierop mogelijk maken. Partijen spreken daarover het volgende af: • VWS zal de NZa opdracht geven om met alle zorgpartijen aan tafel kansen en knelpunten rondom de bekostiging van acute zorg verder in kaart te brengen. Daarbij geldt: geld volgt inhoud. Oftewel bekostiging op basis van gezamenlijk door partijen vastgestelde functionele specificaties die voor de acute zorg van belang zijn. Het onderzoek wordt eind 2023 opgeleverd; parallel aan de inhoudelijke ROAZ-afspraken, in verband met eerdergenoemde koppeling van inhoud en bekostiging. Uiteindelijk is het aan de NZa om eventuele aanpassing van de bekostiging vast te stellen, op basis van de kaders door het Ministerie van VWS.
• Eventuele veranderingen in de wijze van bekostiging en inkoop stimuleren de door partijen onderkende noodzakelijk herinrichting van het acute zorglandschap en mogen daar geen beperkingen voor opwerpen. Huisartsen-inschrijftarieven zijn geen onderdeel van acute zorg financiering. • Er wordt onderscheid gemaakt tussen bekostiging via het reguliere zorginkoopproces en eventuele tijdelijke financiële afspraken om de transformatie te realiseren en de toegankelijkheid van zorg en de continuïteit te borgen gedurende het transformatieproces. • De huidige beschikbaarheidbijdrage voor SEH’s en acute verloskunde is gebaseerd op de 45-minutennorm. Bij vervanging van de 45-minutennorm door kwaliteitsnormen voor tijdkritische aandoeningen wordt ook gekeken wat de gevolgen zijn voor deze beschikbaarheidsbijdragen die zijn bedoeld om de beschikbaarheid van SEH’s en acute verloskundige zorg te borgen. VWS en de NZa zullen in overleg met de betrokken zorgpartijen deze gevolgen onderzoeken, zodat waar nodig tijdig mitigerende afspraken worden gemaakt.
Integraal Zorgakkoord 2022 | 55
Onderdeel D. D. Regionale samenwerking – toekomstbestendig zorglandschap door concentratie en spreiding
blijft nodig, maar de geschetste ontwikkelingen vragen om een heroriëntatie op hoe we de zorg in ons land hebben georganiseerd en ingericht. Wanneer op plekken zorg moet worden opof afgeschaald moet mogelijk herverdeling plaatsvinden met andere aanbieders in de regio. De concentratie en spreidingsopgave is een onderdeel van de gehele set aan opgaves die nodig zijn binnen het zorglandschap zoals deze ook beschreven zijn in andere hoofdstukken in dit akkoord. Voor concentratie van zorg wordt (in eerste instantie) gekeken naar zorg op het terrein van de brede oncologische zorg (inclusief diagnostiek en palliatieve zorg), de zorg rond hart- en vaatziekten en bepaalde vormen van acute zorg. Aanpassing van volumenormen dienen in samenhang te worden bezien met de afspraken in dit Integrale Zorgakkoord over acute zorg, deze zijn nevengeschikt aan elkaar.
De zorg is in ontwikkeling. We krijgen steeds beter inzicht in ziekteprocessen en de mogelijkheden voor de patiënt op het gebied van diagnostiek en behandeling breiden zich uit. Ook komt er steeds meer data en informatie over de uitkomsten van behandelingen. Hierdoor kunnen aandoeningen beter en specifieker worden gediagnosticeerd en patiënten gerichter worden behandeld. Dit leidt tot kwalitatief betere zorg voor de patiënt maar stelt ook meer eisen aan de expertise van zorgprofessionals.
Daarnaast wordt er ook gekeken naar de zorg voor patiënten met een zeldzame aandoening: welke zorg dient binnen de door VWS erkende expertisecentra te worden geleverd, welke zorg kan ook lokaal worden geleverd maar met kennis- en expertise uitwisseling vanuit het door VWS erkende expertisecentrum en wat moet er nog worden ingericht om dat te kunnen realiseren. Dit vanuit het belang van de juiste zorg op de juiste plek en vanuit de samenhang en schaalvoordelen voor kwaliteit en kennisontwikkeling. Dit gebeurt in aansluiting op de trajecten en werkprocessen die hiervoor al zijn ingericht.
Om toekomstbestendige medisch specialistische zorg te organiseren willen de partijen gezamenlijk de kwaliteit en continuïteit van de zorg voor de patiënt verder verbeteren, de transparantie daarover verhogen, het innoverend vermogen bevorderen en de samenwerking in en tussen goed opgeleide teams waarborgen. De ontwikkelingen in diagnostiek en behandelingen gaan zo snel dat het zowel nodig is om kennis en expertise verder vorm te geven, te specialiseren/differentiëren en te concentreren, alsmede samenwerking in netwerken te bevorderen. Dit vraagt een behoorlijke aanpassing van de organisatie van zorg. Passende zorg betekent ook het passend organiseren van de zorg. Om dit te bereiken moeten partijen meer dan ooit samenwerken. Concentreren van zorg is geen doel op zich. Het is een instrument om passende zorg van goede kwaliteit voor de patiënten te bevorderen, de houdbaarheid van het zorglandschap – ook op de langere termijn – te borgen en om de professionele inzet van de zorgprofessionals en middelen zo effectief mogelijk in te richten. Tegelijkertijd gaat het ook om spreiding: zorg die vaak voorkomt en laagcomplex is, moet voor iedereen dicht(er)bij beschikbaar zijn.
Het uitgangspunt daarbij is “nabij als het kan, veraf als het moet”, met oog voor samenhangend zorgaanbod voor de patiënt, het voorkomen van versnippering en waarbij de patiënt uiteraard ook de vrijheid heeft om te kiezen voor een zorgaanbieder veraf. Alle beschikbare zorgcapaciteit is en
Verdere concentratie van zorg zal er toe leiden dat er meer differentiatie ontstaat. Ziekenhuizen, UMC’s en klinieken zullen zich daarbij toeleggen en profileren op de onderdelen waar zij goed in zijn en specifieke expertise in hebben ontwikkeld. Ontwikkeling, bundeling en deling van kennis en kunde, transparantie over de resultaten en samenwerking en netwerkvorming op zowel regionaal niveau als op landelijk en internationaal niveau zijn essentieel bij deze beweging. Dit binnen de context van de uitdagingen op de arbeidsmarkt waarin alle zorgprofessionals nodig zijn. De samenhangende bewegingen van concentratie enerzijds en spreiding anderzijds zijn niet nieuw en ze zijn ook al gaande, maar ze vragen wel om een versnelling gezien eerder geschetste ontwikkelingen. Spreiding van planbare zorg is in het belang van de toegankelijkheid van de zorg nu en de komende jaren, dit vraagt om samenwerking binnen zorgnetwerken en tussen ziekenhuizen, UMC’s, zelfstandige behandelcentra en zorgverzekeraars. Concentratie kan betekenen dat de patiënt verder moet reizen om de kwalitatief best mogelijke zorg te krijgen en/of dat expertise met de patiënt meebeweegt waar dat mogelijk en zinvol is, om zo de kwalitatief best mogelijke zorg voor de patiënt te bereiken.
Concentratie van zorg maakt verdergaande samenwerking en het aanbieden van zorg in netwerken (shared care) van belang, om de voor- en nazorg dichtbij14 te
14
In ziekenhuizen zonder voor die aandoening gespecialiseerde differentiatie te organiseren.
56 | Integraal Zorgakkoord 2022
organiseren wanneer bijvoorbeeld chirurgische interventies en complexe diagnostiek zijn geconcentreerd. Om de beweging naar een optimale balans in het zorglandschap middels concentratie en spreiding van zorg te versnellen, is regie en sturing nodig en dient te worden voorzien in een aantal randvoorwaarden die ook aan de orde komen in andere hoofdstukken in dit akkoord zoals bijvoorbeeld digitalisering, gegevensuitwisseling en bekostiging. Daarover maken partijen afspraken in de rest van dit hoofdstuk. Verder zal VWS met de veldpartijen een gezamenlijk traject starten om afspraken te maken over in elk geval de volgende aspecten: • De verdere ontwikkeling van de kwaliteit van de zorg en de transparantie daarover (inclusief de verhoging van de volumenormen alsmede gerichter inkoopbeleid door de verzekeraars); • De (door)ontwikkeling van netwerk, - en expertzorg op zowel regionaal, landelijk niveau als internationaal niveau; • De implementatie, met tussentijds ruimte voor evaluatie, van expertiseconsulten voor zeldzame aandoeningen; • De ondersteuning van de beoogde concentratiebewegingen via de transformatiemiddelen.
Inzet middel concentratie van zorg en (door)ontwikkeling netwerk,- en expertzorg Om de beweging rondom concentratie van zorg te versnellen en netwerkzorg te versterken, is meer regie en sturing nodig. Daarbij wordt gekozen voor een stapsgewijze aanpak in de vorm van tranches, waarbij wordt gekeken naar waar de grootste voordelen zijn te verwachten zoals t.a.v. kwaliteit, patiënten aantallen en samenwerkingsmogelijkheden. Voor de eerste tranche en tweede tranche wordt in elk geval ingezet op de hoogcomplexe oncologische zorg en vaatchirurgie15 waarbij wordt gekeken naar zowel de zorg die landelijk georganiseerd moet worden, als de zorg waar regionale sturing en regie nodig is. Daarover maken partijen onderstaande afspraken, a. De huidige bestaande volume normen moeten worden nageleefd en gehandhaafd. VWS gaat het Zorginstituut verzoeken om een Ronde Tafeloverleg in te richten die in overleg met de veldpartijen (FMS, NVZ, NFU, ZN en (aandoening-specifiek) ZKN) en in verplichte samenspraak met de desbetreffende patiëntenorganisatie(s) op een zorgvuldige wijze komt tot het vaststellen van hogere volumenormen voor zorginterventies in de eerste tranche en tweede tranche en de versterking van samenwerking in netwerken. De ambitie is te komen tot 15- 20 zorginterventies in 2 tranches.
De Ronde Tafel zal - puttend uit de interventies zoals genoemd in voetnoot 14 - een realistische selectie maken van interventies die in aanmerking komen voor de richtinggevende volumenormen van 50 tot 100. Er zal regulier toetsing op haalbaarheid en uitvoerbaarheid plaatsvinden.
15
Deze selectie zal verdeeld worden over de eerste en de tweede tranche met het oog op een snelle en succesvolle implementatie van de ambitie. Het aangrijpingspunt voor volumenormen is een zorginterventie die aangeboden wordt binnen de context van een zorgnetwerk gericht op een specifieke patiëntengroep, uitgevoerd door een vaste groep zorgprofessionals vanuit het netwerk op een (1) specifieke locatie. Betrokken zorgaanbieders en professionals zorgen waar gepast voor een evenwichtige verdeling van zorg en zorginterventies in het netwerk (gegeven het hanteren van de volumenormen). Het versterken en versnellen van de organische beweging die reeds bestaat, is uitgangspunt. b. De vastgestelde normen door de Ronde Tafel zijn bindend. Waar behulpzaam, wordt uitgegaan van lopende trajecten en programma’s. Dit met als achterliggend doel om voor het toenemend aantal patiënten de beste zorg te kunnen (blijven) bieden met de beste kwaliteit en de toegankelijkheid te borgen door schaars personeel en dure infrastructuur optimaal in te zetten. Het gaat daarbij om zowel diagnostiek, behandeling, nazorg en palliatieve zorg. Bij verregaande medische ontwikkelingen, specialisatie en toenemende personalisering van zorg, draagt concentratie van zorg en samenwerking in netwerken ertoe bij dat elke patiënt, ongeacht de plaats waar deze het zorgtraject start de beste zorg zal krijgen.
Hierbij wordt voor de interventies als uitgangspunt genomen dat de volumenorm in de eerste tranche op een richtinggevende norm van 50 tot 100 ingrepen per locatie per jaar wordt gesteld (waar relevant wordt een hogere norm gesteld). Het aangrijpingspunt voor volumenormen is een zorginterventie die aangeboden wordt binnen de context van een zorgnetwerk gericht op een specifieke patiëntengroep, uitgevoerd door een vaste groep zorgprofessionals vanuit het netwerk op een (1) specifieke locatie. Daarnaast moet deze norm ook gezien worden in relatie met het gehele zorgtraject (voor- en nazorg, de diagnostiek en palliatieve zorg) en kan deze norm, waar wenselijk, ook bij deze onderdelen van toepassing zijn. c. Er zijn situaties waarin (beredeneerd) afwijken van deze volumenorm mogelijk wordt, in principe beperkt tot: 1. Voor specifieke interventies liggen de bestaande volumenormen al hoger dan 100 en/of zal verdere verhoging van de volumenormen wenselijk zijn om de kwaliteit te verhogen en het zorgproces te optimaliseren. 2. Als het Ronde Tafeloverleg op wetenschappelijke wijze aantoont dat het aanhouden van een richtinggevende volumenorm van 50 tot 100 ten koste gaat van de kwaliteit van zorg.
Interventies genoemd in het normeringsrapport van Soncos en genoemde interventies vaatchirurgie in de normering Chirurgische Behandelingen 9.0 Nederlandse Vereniging voor Heelkunde.
Integraal Zorgakkoord 2022 | 57
3. Als de totale patiëntaantallen op jaarbasis zo klein zijn dat een richtinggevende volumenorm van 50 tot 100 nooit gehaald kan worden, ongeacht het aantal instellingen dat die zorg biedt. d. Partijen zetten zich in om de netwerkzorg te optimaliseren, waarbij aandacht is voor variatie tussen regio’s op gebied van populatie-, gezondheidsproblematiek en indicaties. Sommige vraagstukken zullen om oplossingen vragen waarbij over de grenzen van de huidige regionale samenwerkingen moet worden gekeken. In een netwerk wordt op basis van diverse uitkomstmaten vastgesteld hoe de beste passende zorg vormgegeven wordt. Concentratie van zorg is een van de middelen om dit te bereiken. Voor de genoemde aandoeningen in de eerste tranche wordt ingezet op het vaststellen van normen op basis van uitkomstmaten en op de transparantie hiervan. Ook uitkomstmaten zoals mortaliteit, complicaties en kwaliteit van leven zijn van belang. Ruimte voor maatwerk naar indicatie is van belang in verband met de heterogeniteit van ziektebeelden en bijpassende expertise en infrastructurele voorzieningen. Bijvoorbeeld differentiatie per tumortype. e. Het Ronde Tafeloverleg gaat zoveel mogelijk uit van bestaande kennis en lopende trajecten.
Bronnen daarvoor zijn de uitkomsten uit wetenschappelijk onderzoek, kennisinstituten, op basis van registraties en daaruit voortvloeiende informatie van wetenschappelijke verenigingen die vaak al inzicht hebben in aandachtsgebieden, de Europese Referentienetwerken voor zeldzame aandoeningen en het Zorginstituut. Vaststelling van de volumenormen, inclusief eventuele onderbouwde afwijkingen van de richtinggevend norm van 50 tot 100 ingrepen per locatie per jaar, voor de interventies in de eerste tranche is uiterlijk 1 januari 2024 gereed. f. De NZa wordt gevraagd om, in afstemming met de Ronde Tafel, in kaart te brengen in welke instellingen deze ingrepen thans worden uitgevoerd, wat de bijbehorende volumes zijn en wat verhoging van de volumenormen betekent in termen van concentratie. De NZa levert de resultaten hiervan uiterlijk eind 2023 op. Dit kan als verrijkende input op de regiobeelden gezien worden. De NZa zal tevens de voortgang van de beweging naar toekomstbestendig medisch zorglandschap meenemen in een nieuwe monitor, waarbij de inhoud van de monitor per jaar verschilt en aansluit bij de informatiebehoefte van het veld om beweging van concentratie en spreiding te genereren. Voor de kinderhartchirurgie binnen UMC's wordt in dit kader reeds een impactanalyse uitgevoerd door de NZa. g.
Zorgverzekeraars geven deze normen, zoals vastgesteld door de Ronde Tafel onder voorzitterschap van het Zorginstituut, in ieder geval een plek in de contracten per 1 januari 2026 en toezichthouders zien toe op opvolging van deze normen per 1 januari 2026. Op deze manier hebben de veldpartijen voldoende tijd om de concentratie van
58 | Integraal Zorgakkoord 2022
deze interventies te organiseren. Dit gebeurt op basis van specifieke transformatieplannen zoals beschreven in de IZA-hoofdstukken Regionale samenwerking en Contractering. Met als aanvulling dat de bijzondere complexe situatie van een patiënt, kan leiden tot een incidentele uitzondering. h. Daar waar vanuit toegankelijkheid concentratie al wordt ingezet in gezamenlijkheid en brede gedragenheid van de betrokken partijen naar aanleiding van regioplannen, hoeft niet gewacht te worden op het resultaat van de Ronde Tafel. i. Wanneer op plekken zorg moet worden op- of afgeschaald moet mogelijk herverdeling plaatsvinden met andere aanbieders in de regio. Er moet daarom aandacht zijn voor de mogelijke algemene gevolgen ten aanzien van de continuïteit en de profielen van ziekenhuizen, shared care, beschikbaarheid van kennis en kunde en opleidingsaspecten. Zorgverzekeraars gaan daarom in de verschillende regio’s proactief het gesprek aan over transformatie in de regio, waaronder concentratie en spreiding van zorg. Gezien de huidige zorgvraag en de te verwachte zorgvraag in de toekomst is het uitgangspunt - als deze afspraken gevolgd worden - dat alle personele zorgcapaciteit nodig blijft. Inzicht in o.a. profielkeuzes van de ziekenhuizen helpt hierin. j.
Mocht het verder aanscherpen van volumenormen en de implementatie hiervan niet van de grond komen, dan wordt bekeken of landelijke sturing via bijvoorbeeld het inzetten van doorzettingsmacht of het inzetten of aanpassen van wet- en regelgeving nodig is. VWS zal dit de komende periode verder onderzoeken. k. Vanaf 2024 wordt gestart met een tweede tranche. Partijen selecteren onder leiding van het Zorginstituut nieuwe interventies waarvoor de volumenormen worden verhoogd, waarbij ook weer als uitgangspunt een richtinggevende norm van 50 tot 100 ingrepen per locatie per jaar wordt aangehouden. Bij deze selectie geldt het uitgangspunt dat er een substantiële impact te verwachten moet zijn; daarbij wordt breed gekeken naar de mogelijke interventies die in deze tranche worden opgenomen. Vaststelling van de volumenormen voor de interventies in de tweede tranche, inclusief eventuele onderbouwde afwijkingen van de richtinggevende norm van 50 tot 100 ingrepen per locatie per jaar, is uiterlijk 1 januari 2026 gereed. Contractering door verzekeraars en toezien op de opvolging van normen door toezichthouders vindt plaats per 1 januari 2028. l. Verdere intensivering van deze beweging gebeurt in de derde tranche vanaf 2026.
Bij de selectie van interventies geldt het uitgangspunt dat er een substantiële impact te verwachten moet zijn; daarbij wordt breed gekeken naar de mogelijke interventies die in deze tranche worden opgenomen.
m. Spreiding van planbare zorg is in het belang van de toegankelijkheid van de zorg nu en de komende jaren. De wettelijke zorgplicht is daarbij het vertrekpunt. Daarom maken de partijen de volgende afspraken: • Partijen werken samen om de kwaliteit, actualiteit en transparantie van de data over wachttijden te verbeteren. • Ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra met wachttijden boven de treeknorm zoeken actief naar oplossingen om wachtlijsten te verkorten. • De zorginkoop door zorgverzekeraars is aantoonbaar gericht op het optimaal benutten van de beschikbare zorgcapaciteit voor planbare zorg in relatie tot de zorgplicht. Daar waar wachtlijsten boven de treeknorm zijn, zoeken de zorgverzekeraar en de betreffende zorgaanbieder actief naar oplossingen om de wachtlijst te verkorten. Zij informeren hierover IGJ en NZa. IGJ en NZa monitoren in welke mate deze inspanningen leiden tot het verbeteren van de toegankelijkheid en continuïteit van zorg. • Partijen zetten zich in op een betere informatievoorziening richting patiënten over de mogelijkheid van zorgbemiddeling, zowel via de zorgaanbieders als de zorgverzekeraars. Besluitvorming Bij besluitvorming over de inzet van het middel concentratie van zorg wordt onderscheid gemaakt tussen zorg op landelijk (en internationaal) niveau en concentratie van zorg binnen de regionale context: a.
VWS is eindverantwoordelijk voor de besluitvorming en coördinatie ten aanzien van concentratie van laagvolume hoogcomplexe zorg op landelijk (en internationaal) niveau, voor zover de veldpartijen hier zelf niet uitkomen. Het vergunningensysteem van de WBMV kan hierbij als uiterste middel worden ingezet. Het uitgangspunt hier is dat laagvolume hoogcomplexe zorg geconcentreerd wordt uitgevoerd. In dit kader zal verkend moeten worden wat de concentratie betekent voor de taakuitvoering door de ACM. b. Besluitvorming ten aanzien van concentratie van hoogvolume al dan niet hoogcomplexe zorg vindt plaats in de regionale context in nieuwe of bestaande netwerken. De gestelde volumenormen spelen hierbij een belangrijke rol evenals doelmatigheid overwegingen. Hierbij dient ook gekeken te worden welke (complexe) zorg bij elkaar hoort om die waar mogelijk bij elkaar te concentreren. Zorgverzekeraars en zorgaanbieders maken hierover afspraken binnen de reguliere zorginkoop. Er is voldoende schaal nodig om hier afspraken over te kunnen maken. Het niveau van de zorgkantoorregio zal vaak te klein zijn. Andere niveaus zoals het ROAZ niveau, als grote eenheid in de regio in samenspel met de oncologische netwerken,
zijn eerder van toepassing. Zorgverzekeraars zijn daarbij vanuit hun zorgplicht verantwoordelijk voor het borgen van een passend integraal zorgaanbod en samenhangend zorglandschap in de regio en tussen regio’s; zorgaanbieders ondersteunen hierbij door maximaal transparant te zijn over de (kwalitatieve en kwantitatieve) resultaten en uitkomsten van hun zorgverlening. c. Door concentratie en spreiding van zorg zal de komende jaren meer differentiatie tussen ziekenhuizen en UMC’s ontstaan, met verschillen in zorgportfolio. Dit leidt ertoe dat ziekenhuizen de komende jaren in meer of mindere mate te maken krijgen met verschuivingen in het zorgaanbod. Het is van groot belang om voor deze verschuivingen van tevoren een concreet transformatieplan te maken en een impactanalyse uit te voeren. De zorgverzekeraar(s) en de grootste aanbieder in de regio nemen het initiatief tot het opstellen van het transformatieplan en impactanalyse en met betrokkenheid van de betrokken zorgaanbieders, (oncologische) zorgnetwerken, zorgprofessionals en patiënten opgesteld. Doel van de impactanalyse is om op verschillende onderdelen systematisch in kaart te brengen in welke mate en op welke manier concentratie van zorg de patiënt en de betrokken zorgprofessionals, zorgaanbieders en zorgnetwerken raakt en te beoordelen of deze impact maatschappelijk gezien wenselijk is.
Ook is het van belang om bij het maken van keuzes in concentratie en spreiding rekening te houden met zorg geleverd door andere ketenpartners zoals klinieken (ZBC’s), tijdelijk verblijf en gespecialiseerde en acute wijkverpleging. Het transformatieplan en de impactanalyse worden aangeleverd aan de NZa. De NZa monitort op de publieke belangen en werkt daar waar het past binnen de verschillende rollen, samen met de IGJ en het Zorginstituut en kan aanbevelingen doen. Dat is met name aan de orde bij impactvolle transformaties. De NZa gebruikt de inzichten uit de impactanalyse die op dit moment wordt uitgevoerd naar concentratie voor interventies bij mensen met een aangeboren hartafwijking om te komen tot een werkwijze voor het maken van een impactanalyse en de beoordeling daarvan. d. Alle partijen spannen zich in om de maatschappij er van te doordringen dat onze zorgcapaciteit eindig is. Het zorglandschap moet anders ingericht worden en hierbij maken we keuzes over concentratie en spreiding van zorg. VWS vervult hierin een leidende rol. Randvoorwaarden a. Netwerkzorg: Bij concentratie van zorg is samenwerking in netwerken (shared care) belangrijk. Dat betekent dat voor- en nazorg en delen van de behandeling waar mogelijk dichtbij en met inzet van digitale zorg zoals beeldbellen en telemonitoring, thuis, wordt georganiseerd als interventies zijn geconcentreerd.
Tevens is het essentieel voor samenwerking t.a.v. klinisch onderzoek
Integraal Zorgakkoord 2022 | 59
(zie boven). Een duidelijk zorgpad met heldere uitleg aan patiënten is benodigd met heldere afspraken over hoofdbehandelaarschap en casemanagement. Optimaal functionerende netwerken in de regio zijn randvoorwaardelijk om de concentratie van zorg tot een succes te maken. Bij de organisatie netwerkzorg en MDO’s hebben de verschillende expertisecentra een belangrijke initiërende en ondersteunende rol. Door samenwerkingsafspraken wordt klinisch onderzoek zo georganiseerd dat patiënten hiervoor niet onnodig worden verwezen en waar mogelijk in een ziekenhuis of kliniek in hun eigen omgeving worden behandeld. De onderzoeksinfrastructuur van de UMC's wordt zo ook optimaal benut voor de regio. Om netwerkzorg te bevorderen, dienen onderstaande randvoorwaarden te zijn ingevuld: • Digitale gegevensuitwisseling: Om dit optimaal te organiseren is digitale gegevensuitwisseling randvoorwaardelijk. Daarbij is het nodig dat de mogelijkheden worden uitgebreid om hoogcomplexe en zeldzame diagnoses gestandaardiseerd toe te voegen in de EPD-systemen, zodat er meer inzicht ontstaat in waar welke behandelingen worden uitgevoerd en de afspraken gemonitord kunnen worden. • Passende bekostiging: Bekostiging is volgend op de inhoud. NZa onderzoekt de doorontwikkeling van DBC-systematiek.
Mochten door veranderingen in het zorglandschap de huidige bekostiging belemmerend werken, dan worden de regels hierop aangepast. Ook financiële afspraken rondom netwerkzorg (shared care) moeten worden geoptimaliseerd. Netwerkzorg wordt gefaciliteerd door de ontwikkeling van het expertiseconsult. In 2023 wordt met het ‘expertise advies voor zeldzame aandoeningen’ een eerste stap gezet om ziekenhuizen en UMC's beter gebruik te laten maken van elkaars expertise. Met het expertise advies komt er een prestatie beschikbaar waarmee zorgverleners advies kunnen inwinnen een door VWS erkend expertise centrum voor zeldzame aandoeningen. Doel hiermee is om patiënten sneller te diagnosticeren, zoveel mogelijk dichtbij huis te behandelen en kennisoverdracht te faciliteren. In 2024 bekijkt de NZa in hoeverre het expertiseconsult uitgebreid kan worden voor andere vormen van expertise, onder andere de brede oncologische zorg. • Kwaliteitsinformatie: De patiënt moet inzicht hebben in de kwaliteit van de zorg zodat op basis hiervan ook een keuze gemaakt kan worden. Maximaal inzicht en transparantie van kwaliteitsinformatie is ook nodig zodat de patiënt goede informatie heeft waar hij of zij terecht kan voor zowel voor- als natraject als voor zowel de diagnostiek, interventie en behandeling om evaluatie van de kwaliteit van de zorg in de keten mogelijk te maken. Ook voor de zorgverzekeraars is
60 | Integraal Zorgakkoord 2022
deze informatie relevant om de juiste zorg op de juiste plek te kunnen inkopen. b. Verschuiving medisch specialistische basiszorg: Tegenover de concentratie van hoogcomplexe zorg staat, dat UMC's, en topklinische ziekenhuizen, zich minder richten op medisch specialistische basiszorg (laagcomplexe zorg/ niet-topreferente zorg). Vanuit het brede perspectief van passende zorg wordt daarbij door het Zorginstituut verdiepend onderzoek gedaan naar basiszorg in UMC's en topklinische ziekenhuizen. Op basis van deze verdieping zal een richtinggevende normering (kwantitatief of kwalitatief) worden ontwikkeld, gericht op de spreiding van basiszorg. Dit betreft onder andere het punt dat patiëntenzorg die in beginsel kan worden beschouwd als laagcomplex niet-topreferent, uit oogpunt van onderzoek, opleiding en/of mogelijke toekomstige innovatie plaatsvindt in een UMC of topklinische instelling. UMC's en topklinische ziekenhuizen blijven zich hierbij inzetten om door samenwerkingsafspraken klinisch onderzoek, opleiding en innovatie zo te organiseren dat patiënten hiervoor niet onnodig worden verwezen en waar mogelijk in hun eigen ziekenhuis of kliniek worden behandeld. De onderzoeksinfrastructuur van de UMC's wordt zo ook optimaal benut met de regio.
De NZa zal in afstemming met de veldpartijen bezien op welk moment nieuwe inzichten over de ontwikkeling van basiszorg in de UMC's en ziekenhuizen in de nieuwe monitor MSZ kunnen worden opgenomen. Op basis hiervan kunnen eventuele knelpunten worden gesignaleerd en vervolgens worden opgepakt. c. Faciliteren transformatie: Voor de periode 2023 tot en met 2026 zijn door het kabinet transformatiemiddelen vrijgemaakt om de concentratie en spreiding van zorg te realiseren en gedurende dit proces de beweging van de instellingen naar een toekomstbestendig profiel te faciliteren gericht op het borgen van de toegankelijkheid van zorg en het beantwoorden van de transformatieopgave. De transformatiemiddelen zijn nodig om de transformatie in de regio te realiseren zoals voor de daadwerkelijke concentratie (inclusief effecten op de bedrijfsvoering van ontvangende en afbouwende zorgaanbieders) en het ontwikkelen van shared care in zorgnetwerken welke samen een duurzame oplossing creëren. Dit in lijn met het transformatieplan.
Inzicht in en borgen van voldoende (boven) regionale capaciteit, voorzieningen en infrastructuur voor cruciale GGZ zorg Doel is om zicht te krijgen op de benodigde capaciteit, voorzieningen en infrastructuur van (boven) regionaal cruciaal zorgaanbod, passend bij de zorgvraag van de patiënt. Aan de hand van regiobeelden waarin de totale behoefte aan zorgvraag wordt weergegeven, bepalen verzekeraars en aanbieders welke onderdelen van het aanbod aan zorg cruciaal is in de regio en
borgen partijen dat het noodzakelijke zorgaanbod regionaal en bovenregionaal passend en doelmatig wordt georganiseerd. Voor de (boven)regionale en landelijke noodzakelijke geachte capaciteit worden afspraken gemaakt, zodat: • Patiënten die een complexe zorgvraag hebben kunnen blijven rekenen op goede en passende zorg. • Op regionaal niveau voldoende cruciaal klinisch en ambulant aanbod beschikbaar is. • Op landelijk niveau de hoog specialistische zorg voldoende beschikbaar is, doelmatig georganiseerd wordt en voldoende verspreid over het land. • Kennis en kunde voor behandeling van dergelijke aandoeningen behouden blijft en breed beschikbaar zijn (ook voor professionals van andere instellingen). Partijen maken hiertoe de volgende afspraken: Voorbereidende Fase tot uiterlijk 1 januari 2023: Om regionaal tot een goed gesprek te komen over het borgen van cruciale ggz-capaciteit is belangrijk dat er een breed gedragen definitie ontwikkeld wordt van het begrip cruciale zorg. Om tot een zorgvuldige invullingen van dit begrip te komen wordt er eerst regionaal geïnventariseerd welke capaciteit in de regio als cruciaal wordt beschouwd. Dat kan leiden tot verschillende uitkomsten per regio, gezien het feit dat zowel zorgvraag als zorgaanbod niet gelijk over de regio’s verdeeld zijn.