CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 33 Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling (47) Integraal zorg akkoord

RAAD 30 november 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het Integraal Zorg AkkoordVN2022-03726560.266 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 7

Bij de midtermreview zal daarom ook worden gekeken naar de kostenontwikkeling dure geneesmiddelen.

Verbeteren pakketbeheer dure geneesmiddelen a. Partijen (ZN, NVZ, NFU, FMS, Patiëntenfederatie) hebben behoefte aan een sterkere regie door het Zorginstituut en VWS bij de toelating van geneesmiddelen tot het pakket: • VWS verkent hoe het huidige pakketbeheer en de beheerste instroom verbeterd kan worden met oog op betaalbaarheid en toegankelijkheid van dure geneesmiddelen in de medische specialistische zorg. Deze maat­regelen vormen een aanvulling op de bestaande maatregel uit het coalitieakkoord om de (financiële) criteria voor de toepassing van de sluis voor dure geneesmiddelen aan te passen.8 Zo wordt gekeken naar eerder gedane onderzoeken met betrekking tot pakketbeheer en beheerste instroom en naar ervaringen in het buitenland. In afstemming met partijen in Q1 2023 geeft VWS als input voor een Kamerbrief op hoofdlijnen aan wat voor type maatregelen zij voor ogen heeft, en in hoeverre dit een aanpassing van het wettelijk kader behoeft. Deze verkenning en besluitvorming met betrekking tot deze maatregelen wordt, in consultatie met de genoemde partijen, afgerond in de periode waarvoor de afspraken gelden. Daarbij is de inzet dat eventuele aanpassingen die uitgevoerd kunnen worden binnen het bestaande wettelijk kader nog binnen de komende vier jaar aantoonbaar bijdragen aan de ombuigingen van de geraamde kostengroei voor (dure) geneesmiddelen, zoals ATMP’s.

• Partijen hebben de ambitie om dure geneesmiddelen na pakkettoelating periodiek te laten herbeoordelen. Dit wordt in 2023 met de partijen, VWS en het Zorginstituut verder uitgewerkt als onderdeel van het traject verbeteren en verbreden van de toets op het basispakket. • Om passende zorg in het pakket de norm te laten zijn, beziet VWS in het kader van het verbeteren en verbreden toets op het basispakket of het wettelijk criterium effectiviteit aangevuld kan worden met een criterium kosteneffectiviteit. • Partijen vinden het van belang dat het financieel risico van dure geneesmiddelen waarover onzekerheid bestaat m.b.t. de effectiviteit na pakkettoelating zoveel mogelijk bij fabrikanten wordt belegd. Daartoe zal het Zorginstituut gevraagd worden om, voordat een geneesmiddel is opgenomen in het basispakket, in zijn advisering aan VWS extra aandacht te besteden aan middelen waarbij de onzekerheid over (kosten-)effectiviteit niet is afgedekt.

8

Om de doorlooptijd van de sluis voor dure geneesmiddelen niet op te laten lopen, wordt met de uitbreiding van de sluis aanvullende beoordelings- en onderhandelcapaciteit bij het Zorginstituut en VWS georganiseerd.

Integraal Zorgakkoord 2022 | 37

Aanpak en maatregelen voor realiseren maatschappelijk aanvaardbare prijzen aan nieuwe middelen b. Bij de instroom van nieuwe middelen en nieuwe indicaties van bestaande middelen wordt de rol van geneesmiddelcommissies van de wetenschappelijke verenigingen bij de plaatsbepaling van het geneesmiddel binnen het Nederlandse behandellandschap versterkt. De FMS maakt afspraken met ZN, Zorginstituut, VWS en de Patiëntenfederatie over het proces van plaatsbepalingen door wetenschappelijke verenigingen. Bij het opstellen van een plaatsbepaling wordt, waar mogelijk, over gepast gebruik en doelmatigheidsonderzoek geadviseerd. En een partij kwaliteitscriteria opstelt, wordt dit in gezamenlijkheid met de betrokken partijen vastgesteld. c. Momenteel wordt door de FMS samen met de wetenschappelijke verenigingen een structuur en methodiek ingericht voor het afgeven van beoordelingen en plaatsbepalingen van geneesmiddelen. Dit traject wordt ondersteund door een subsidie van VWS. Partijen spreken met elkaar af dat structurele borging van deze geneesmiddelencommissies van de wetenschappelijke verenigingen gewenst en noodzakelijk is. Na afronding van de VWS subsidie en uiterlijk in 2024 zal daarom de financiering van deze geneesmiddelencommissies een plek krijgt binnen het MSZ-kader, als dat juridisch en financieel mogelijk blijkt.

VWS onderzoekt of en op welke wijze daartoe een structureel geoormerkt bedrag toegevoegd kan worden aan het MSZ-kader. d. VWS, ziekenhuizen, UMC’s en zorgverzekeraars ontwikkelen, in afstemming met de FMS, nieuwe inkoopconcepten waarbij het financiële risico van onvoldoende effectiviteit wordt gelegd bij de fabrikant en passen deze toe. Voorbeelden hiervan zijn pay for performance, Drug Access Protocol en een lager instaptarief zolang de meerwaarde van een geneesmiddel in de praktijk onvoldoende is aangetoond. We willen met elkaar proberen om duidelijke onderhandelingslijnen ten opzichte van de farmaceutische industrie te ontwikkelen die tot lagere prijzen leiden. e. VWS, ziekenhuizen, UMC’s en zorgverzekeraars nemen maatregelen gericht op het realiseren van redelijke en maatschappelijk aanvaardbare prijzen en het beter laten functioneren van het systeem van het ontwikkelen en vermarkten van dure geneesmiddelen en stemmen deze af in consultatie met partijen. Vanwege het internationale karakter van de ontwikkeling en vermarkting van geneesmiddelen is samenwerking nodig op Europees niveau. Nederland stelt zich actief op in internationale discussies die moeten bijdragen aan duurzame betaalbaarheid van geneesmiddelen. Partijen werken met VWS samen om te bezien welke additionele maatregelen nationaal kunnen worden genomen in aanvulling op de Europese inzet. f.

Zorg wordt versterkt door te sturen op meer netwerkvorming en indien nodig concentratie in een beperkt aantal specialistische centra die voldoende patiënten behandelen en die

over de mogelijkheden beschikken om de effectiviteit van de middelen te toetsen. Dit is van belang wanneer concentratie - onderbouwd met evidence - tot betere uitkomsten van zorg leidt, of wanneer concentratie schaalvoordelen biedt. In andere gevallen is het wenselijk om de zorg zoveel mogelijk lokaal te laten plaatsvinden, ondersteund door kennis- en behandelcentra in de regio. Gepast gebruik van dure geneesmiddelen: agendering, onderzoek, implementatie en evaluatie g. Vanuit (een deel van) de partijen van het Landelijk Overleg Dure Geneesmiddelen (FMS, Patiëntenfederatie, NZa, NVZ, NFU en ZN, ZKN en het Zorginstituut) wordt een werkgroep opgericht die gaat werken aan een gestructureerde aanpak van gepast gebruik van dure geneesmiddelen in samenhang met het programma ZE&GG. 1 februari 2023 ligt hiervoor een plan van aanpak. Hieronder vallen de volgende acties: • In de praktijk blijkt dat kennis over initiatieven rond gepast gebruik van geneesmiddelen versnipperd is en dat de kansen voor gepast gebruik onvoldoende worden benut. Het is zaak dat praktijkvariatie in de toepassing van gepast gebruik initiatieven tussen ziekenhuizen en UMC’s nauwgezet wordt gemonitord en wordt geduid door zorgprofessionals. Verder is het zaak dat gepast gebruik minder vrijblijvend wordt en succesvolle trajecten landelijk worden overgenomen. Gepast gebruik kan plaatsvinden bij alle ziektegebieden.

Gepast gebruik kan doelmatige inzet van geneesmiddelengebruik bevorderen. Doelmatigheidspotentieel ligt vooral in de hematologie, oncologische zorg en chronische immuunziekten.9 • Partijen voeren de landelijke vervolgacties uit die geformuleerd zijn vanuit het Programma Gepast Gebruik Dure Geneesmiddelen, als onderdeel van de voortzetting, focus en vereenvoudiging van programma’s/projecten zoals eerder genoemd. Partijen geven eveneens invulling aan de acties die bij instroom van nieuwe geneesmiddelen door het Zorginstituut wordt geadviseerd. • Partijen werken een aanpak uit voor gepast gebruik van dure geneesmiddelen die aansluit en samen optrekt met de cyclus voor gepast gebruik van het Programma ZE&GG. Hierbij worden kansrijke gepast gebruik interventies voor dure geneesmiddelen geagendeerd, wordt op een gestructureerde wijze onderzoek gedaan naar deze interventies, worden bewezen effectieve interventies breed in de praktijk geïmplementeerd en wordt geëvalueerd in hoeverre implementatie heeft plaatsgevonden. Dit alles om te zorgen dat de interventies daadwerkelijk in praktijk bij de patiënt worden toegepast. Daarbij is oog voor mogelijke implementatie-barrières en worden deze waar mogelijk beslecht. Deze afspraken worden uitgevoerd in lijn met de doelstellingen onder ”Passende zorg in uitvoering - cyclus van gepast gebruik’’.

9

38 | Integraal Zorgakkoord 2022

SiRM kostenprognose dure geneesmiddelen.

•

In ieder ziekenhuis en UMC zal vanaf Q2 2023 een PDCA-cyclus actief zijn waarbij aantoonbaar de landelijk bekende interventies zijn geanalyseerd, implementatie is voorbereid en uitvoering wordt gemonitord op kwaliteit, (kosten)effectiviteit, doelmatigheid en transparantie voor patiënten, verzekerden en verzekeraars zodat implementatie kan worden versneld middels de contractering. Deze maatregel wordt in de werkgroep gepast gebruik nader uitgewerkt.

h. Gepast gebruik interventies; financiering en contractering • De werkgroep, zoals benoemd onder punt g, zal kijken naar een optimaal gebruik van bestaande financieringsstromen (o.a. Treatmeds/ZonMw) voor gepast gebruik onderzoek met specifieke focus op bijv. oncologische zorg en de chronische immuunziekten. • Bij bewezen gepast gebruik interventies van door zorgverzekeraars gezamenlijk geaccordeerde en gefinancierde interventies zal er sprake zijn van gelijkgericht inkopen door zorgverzekeraars waarbij contractvorm en prijs bilateraal blijven. Zorgverzekeraars bezien de wenselijkheid van het gezamenlijk inkopen van gepast gebruik interventies die in (relatief) kleine patiëntgroepen onderzocht zijn. Het beoogd resultaat van deze acties is dat uiterlijk in 2026 gepast gebruik van dure geneesmiddelen integraal onderdeel is van het reguliere zorgproces (cyclus van gepast gebruik). Aanvullend op de bovengenoemde gepast gebruik afspraken hebben partijen de mogelijkheid om gepaste zorg ook bilateraal overeen te komen, met als doel om aanjaagfunctie te creëren voor landelijk opschaalbare projecten.

9. •

•

Risicoverevening De risicoverevening heeft als doel het creëren van een gelijk speelveld en het voorkomen van prikkels tot risicoselectie. Het is wenselijk en noodzakelijk om de risicoverevening verder te verbeteren. VWS, het Zorginstituut en zorgverzekeraars onderzoeken jaarlijks verbeteringen van de risicoverevening, waardoor het doel van de risicoverevening beter bereikt wordt, en waardoor preventie en passende zorg wordt bevorderd (c.q. niet wordt ontmoedigd) zonder dat dat ten koste gaat van de verevenende werking. Een betere verevening van ongezonde verzekerden (en spiegelbeeldig van gezonde verzekerden) versterkt de gelijkheid van het speelveld en voorkomt risicoselectie, en het versterkt tegelijkertijd de prikkels tot passende zorg en regionale samenwerking, omdat ongezonde verzekerden vanuit het perspectief van verzekeraars aantrekkelijker zijn geworden. Daarnaast blijkt uit recent onderzoek van het Zorginstituut dat in enkele gevallen vanuit de huidige vormgeving van het risicovereveningsmodel (door het werken met modelkenmerken op basis van zorgdeclaratiegegevens) een belemmering

•

voor passende zorg kan ontstaan; verbetering hiervan zal tevens onderwerp zijn van vervolgonderzoek. Knelpunten en oplossingen met betrekking tot de transitie naar passende zorg en regionale samenwerking liggen ook buiten de risicoverevening (zie andere paragrafen IZA). Ook kunnen oplossingen om eventuele ongewenste neveneffecten in de verevening m.b.t. transitie naar passende zorg te voorkomen buiten de verevening liggen.

Vanuit voorgaande spreken partijen concreet af: a. Alle partijen erkennen en herkennen dat de doelstelling van de risicoverevening is om te zorgen voor een gelijk speelveld tussen verzekeraars, zodat verzekeraars met een relatief ongezonde verzekerdenpopulatie door de voorspelbaar hogere kosten van zorg niet op achterstand staan ten opzichte van verzekeraars met een relatief gezonde populatie, en daarmee het voorkomen van prikkels tot risicoselectie. Alle partijen erkennen en herkennen dat de bedoeling is dat verzekeraars zich richten in de inkoop van kwalitatief goed, toegankelijke en betaalbare zorg, en zich niet richten op bepaalde subpopulaties van verzekerden puur omdat de risicoverevening voor zo’n subgroep niet of nog niet perfect genoeg is. b. Alle partijen zijn van mening dat de kwaliteit van de Nederlandse risicoverevening zeer hoog is. Alle partijen zijn desalniettemin ook van mening dat verdere verbetering van de risicoverevening wenselijk en noodzakelijk is om de energie van en prikkels voor zorgverzekeraars scherp te richten op de zorginkoop van goede, passende en doelmatige zorg. c.

Alle partijen zijn ervan overtuigd dat de belangrijkste verbeteringsopgave is om ondercompensatie op ongezonde verzekerden en overcompensatie op gezonde verzekerden substantieel te verminderen, zowel vanuit het perspectief van het gelijke speelveld en het voorkomen van prikkels tot risicoselectie, als vanuit het besef dat zo’n vermindering de prikkels tot inkoop van passende zorg, preventie en regionale samenwerking versterkt. Partijen steunen daarom vol de onderzoeksagenda risicoverevening zoals bekrachtigd door de Minister van VWS, bestuurders van ZN en zorgverzekeraars en de bestuurder van het Zorginstituut in het Bestuurlijk Overleg Risicoverevening van 1 september 2022 en publiek gemaakt in de Kamerbrief van 13 september 202210. d. Alle partijen zijn er ook van overtuigd dat het wenselijk is om daar waar in de uitwerking van het risicovereveningsmodel concrete belemmeringen voor inzet op specifieke en concrete paden van passende zorg blijken, onderzoek gedaan wordt naar de mogelijkheden om deze belemmeringen gericht vanuit het huidige risicovereveningsmodel te adresseren. Het onderzoek in opdracht van Zorginstituut Nederland is daarbij het vertrekpunt Het zwaartepunt van het onderzoeksprogramma risicoverevening ligt volgens alle partijen echter bij de opgave genoemd in punt c:

10

Definitieve Besluitvorming Risicoverevening 2023 | Kamerbrief | Rijksoverheid.nl.

Integraal Zorgakkoord 2022 | 39

het verbeteren van de compensatie voor gezonde en ongezonde verzekerden. e. Alle partijen beseffen dat verbeteringen ook van nieuwe typen modelaanpassingen zullen moeten komen, omdat klassieke risicovereveningsoplossingen inmiddels benut zijn. Alle partijen erkennen daarmee, dat nieuwe oplossingen ook met risico’s en onzekerheden gepaard gaan, en committeren zich aan de bereidheid om zulke risico’s en onzekerheden, na gedegen onderzoek en voor zover binnen de grenzen van de wet en de grenzen van het redelijke en haalbare, te accepteren. f. Voorts zijn alle partijen ervan overtuigd dat nieuwe bronnen van data die voorspellend zijn voor de toekomstige zorgkosten van verzekerden zeer welkom zijn, zeker naarmate die data dichter aansluiten bij de gezondheid van de verzekerde en minder een weerslag zijn van de behandeling van de verzekerde. Data die dicht bij gezondheid aansluiten zijn immers minder gevoelig voor het risico dat vanuit de risicoverevening belemmeringen op de prikkels tot passende zorg zouden uitgaan.

10.

Kwaliteit en transparantie in de ggz

De ggz in Nederland is van hoog niveau, maar het kan beter. Door meer inzicht te krijgen in zorgopbrengsten en kwaliteit en effectiviteit van behandeling kunnen we de zorg aan patiënten verder verbeteren, zodat: • Patiënten kunnen rekenen op goede zorg. • Zorgverzekeraars meer gericht kunnen inkopen. • Behandelaren meer inzicht krijgen in wat werkt (en wat niet) en hun beroepspraktijk kunnen verbeteren.

Afspraken a. Er is versnelling nodig in het transparant maken van kwaliteitsgegevens in de ggz. Partijen gaan onder procesbegeleiding van het Zorginstituut werken aan meer uitkomstinformatie ten behoeve van toezicht, samen beslissen, leren en verbeteren en voor ondersteuning van zorgverzekeraars bij het contracteren van de juiste zorgaanbieder middels kwalitatieve en kwantitatieve uitkomstindicatoren. b. De ggz werkt verder aan het vergroten van de transparantie en het verschaffen van uitkomstinformatie. In het komende jaar ontwikkelen we een realistisch tijdpad via de doorontwikkeling van zorgvraagtypering en CQI waarlangs we onder de juiste randvoorwaarden (privacy ed.) deze ambitie kunnen invullen, met als deadline voor beide doorontwikkelingen 1-1-2025. Informatie is nodig voor het maken van keuzes voor passende zorg. In afstemming tussen professionals, aanbieders en verzekeraars wordt bekeken welke exacte dataset per 1-1-2025 ter beschikking gesteld wordt gesteld aan patiënten en verzekeraars en op welke manier dat gebeurt.

40 | Integraal Zorgakkoord 2022

c. Randvoorwaarde voor het beschikbaar zijn van deze informatie is de tijdige realisatie van de benodigde voorwaarden voor gegevensuitwisseling. Zie voor concrete afspraken voor de realisatie van de voorwaarden voor gegevens vastlegging, uitwisseling, beschikbaarheid en secundair hergebruik van data het digitalisering en gegevensuitwisseling (zie onderdeel I). d. Verbeteren sturingsmogelijkheden van verzekeraars op ongecontracteerde zorg, zie ook bredere discussie over contractering.

Randvoorwaarden

11.

Bijdrage aan de financiële en maatschappelijke opgave

In het financiële hoofdstuk is omschreven hoe het Integraal Zorgakkoord in zijn geheel bijdraagt aan de financiële opgave. De afspraken over de inzet op de transitie naar passende zorg dragen bij aan de maatschappelijke en financiële opgave uit het Integraal Zorgakkoord. VWS werkt in samenspraak met het veld uiterlijk 1 juli 2023 een aantal scenario’s uit voor het geval de financiële opgave niet gehaald gaat worden. Onderdeel van deze scenario’s is een overzicht van welke (pakket)maatregelen er in dat geval moeten worden genomen.

12.

Communicatie en Dialoog

Het is essentieel dat de dialoog met burger en professional over de noodzakelijke veranderingen in de zorg zo snel als mogelijk wordt opgestart. Onderdeel daarvan is in ieder geval de boodschap dat de veranderingen in de zorg, de urgentie die daarbij hoort en het feit dat partijen alle zeilen bijzetten om de toegankelijkheid zo veel en zo lang mogelijk te borgen, maar dat nadere maatregelen niet uitgesloten kunnen worden VWS neemt in het najaar van 2022 initiatief om, samen met de IZA-partijen, een communicatiestrategie over passende zorg op te zetten. Onderdeel daarvan is een aanpak voor communicatie richting burger en de zorgprofessional. De overige IZA-partijen streven naar congruentie in hun communicatie-uitingen met deze communicatiestrategie. VWS zorgt daarnaast ook voor de noodzakelijke politieke sondering.

13.

Inzicht in de toepassing van passende zorg

a. Passende zorg praktijken: De transformatie naar passende zorg betekent inzetten op de zorgvraag, het zorgaanbod (waaronder pakketbeheer) en hoe de zorg in de praktijk georganiseerd is. Voor de beweging naar passende zorg is daarmee niet alleen van belang te kijken naar of zorg effectief en van goede kwaliteit is, maar juist ook inzicht te krijgen in organisatie van zorg: dit samen vormt passende zorgpraktijken. Om de transformatie te versnellen, is het

van belang om gezamenlijk, in dialoog met alle partijen, inzicht te krijgen in hoe de zorg passend wordt georganiseerd en deze praktijken via het Zorginstituut breder kenbaar te maken. In de dialoog is het Kader passende zorg leidend, waarna het Zorginstituut de passende praktijken kan vaststellen. De vastgestelde passende zorg praktijken zijn vervolgens de basis voor contractering en praktijk; niet-passende zorg praktijken worden gedeïmplementeerd. Door passende zorg praktijken van overheidswege te erkennen en kenbaar te maken welke zorgaanbieders deze praktijken toepassen worden zorgprofessionals en zorgaanbieders gestimuleerd passende zorg te leveren en voorlopers beloond, worden zorgverzekeraars en aanbieders beter in positie gebracht om de beweging naar passende zorg via contractering af te dwingen. En patiënten kunnen erop vertrouwen dat de overheid erop toeziet dat het werken aan een financieel en personeel houdbaar stelsel niet ten koste gaat van de kwaliteit en toegankelijkheid van zorg. b. Goede informatie is cruciaal om de transformatie in beweging te krijgen én te houden. Om op basis van een kortcyclische leer- en verbetercyclus gericht te kunnen werken aan passende zorg, is inzicht in uitkomsten, waaronder kwaliteit, (kosten)effectiviteit, en doelmatigheid van zorg van doorslaggevend belang.

Dit is belangrijk voor patiënten en zorgprofessionals om goede keuzes te kunnen maken in de behandeling, voor zorgaanbieders om zorgprocessen beter in te richten, voor zorgverzekeraars om te kunnen sturen op passende zorg in de contractering en voor de NZa en de IGJ in hun toezichthoudende rol. c. Daarom wordt ten behoeve van de implementatie en monitoring van passende zorg, in aanvulling op de monitoring rondom de impactvolle transformaties, uniforme spiegelinformatie opgesteld en op aanbiederniveau transparant gemaakt voor aanbieders, zorgprofessionals, patiënten en verzekeraars. Deze spiegelinformatie omvat tenminste kwalitatieve en administratieve gegevens die inzicht opleveren over kosten(effectiviteit) in relatie tot kwaliteit en doelmatigheid. Deze spiegelinfrastructuur komt tot stand in samenwerking tussen de relevante partijen (beroepsgroepen, Zorginstituut, patiënten, zorgverzekeraars en zorgaanbieders). Spiegelinformatie heeft als doel leren om te verbeteren, beter inkopen, monitoren en sturen op voortgang op de maatschappelijke doelen. Voor de transformatie is ook inzicht in de organisatie en inrichting van zorg nodig. Hiervoor is inzicht nodig in praktijken waarvan vastgesteld kan worden dat het passende zorg is zodat deze normerend gaan werken voor de uitvoering en contractering. d.

Onder regie van VWS, spreken IZA-partijen af om per 1 juli 2023 een infrastructuur voor spiegelinformatie op te zetten die ondersteunt bij de monitoring van passende zorg.

14.

Meervoudig gebruik op basis van eenmalige vastlegging (zie ook thema digitalisering en gegevensuitwisseling)

a. Randvoorwaarde is het realiseren van meervoudig gebruik op basis van eenmalige vastlegging en informatie- en data uitwisseling voor meerdere doeleinden mogelijk wordt. Zo wordt grote registratielast voorkomen. b. Partijen geven, onder regie en participatie van VWS, uitvoering aan de inventarisatie en het oplossen van technisch/ juridische/financiële belemmeringen voor vastleggen, uitwisselen, ontsluiten en gebruik van gegevens (op basis van data van zowel zorgaanbieders als zorgverzekeraars en eventueel andere databronnen zoals CBS) ten behoeve van 1) leren en verbeteren, 2) zorguitkomsten en keuze-informatie voor patiënten, 3) zorginkoop, 4) verantwoording, 5) wetenschappelijk onderzoek, 6) pakketcyclus, 7) gepast gebruik en 8) benchmarks of spiegelinformatie. Zie voor de concrete afspraken op het terrein van secundair datagebruik het thema Digitalisering en gegevensuitwisseling.

15.

Commitment en gelijkgerichtheid

a. Het realiseren van de beoogde transformatie naar passende zorg vraagt om commitment van zowel zorgaanbieders als zorgprofessionals en patiëntenorganisaties voor lastige portfoliokeuzes die te maken hebben met verstevigen van de (regionale) samenwerking over ketens heen, met meer regie op kwaliteit, toegankelijkheid en met spreiding en concentratie van zorg. b. Zorgaanbieders handelen gelijkgericht, zowel onderling als intern. In de MSZ is het een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het ziekenhuis en alle zorgprofessionals, waaronder medisch specialisten om gelijkgericht te werken aan de beoogde transformatie. Het ziekenhuisbestuur ontwikkelt in gezamenlijkheid met (een gemandateerde afvaardiging van) de besturen (voor zover lokaal aanwezig) van de Coöperatie Medisch Specialisten, de Vereniging Medische Staf, het Medisch Specialistisch Bedrijf (MSB) en de Vereniging Medisch Specialisten in Dienstverband de visie, strategie en beleid van het ziekenhuis ten aanzien van het realiseren van de beoogde transformatie naar Passende zorg en Gepast Gebruik.

Gegeven de professionele verantwoordelijkheid van de medisch specialisten in het kader van de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst en de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur in het kader van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg wordt transparant met elkaar samengewerkt aan het afstemmen van het beleid gericht op die strategische doelen. Dit moet leiden tot een gezamenlijk commitment van raad van bestuur en medisch specialisten die te maken hebben met Passende Zorg, Gepast gebruik, het verstevigen van de regionale samenwerking over ketens heen, met meer gezamenlijke regie op kwaliteit en spreiding & concentratie van zorg.

Integraal Zorgakkoord 2022 | 41

Belangrijke randvoorwaarde om gelijkgericht te kunnen samenwerken is het behouden/organiseren van één overlegtafel tussen raad van bestuur met een gemandateerde vertegenwoordiging van alle medisch specialisten. De afspraken tussen ziekenhuis en zorgverzekeraars worden door vertaald in de afspraken tussen ziekenhuis en MSB, waarbij de financiële prikkels en stuurindicatoren van het interne verdeelmodel hiermee in lijn moeten liggen alsmede met de gezamenlijke visie en strategie. Het MSB is hierover transparant naar de raad van bestuur. De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen en de Federatie Medisch Specialisten werken dit najaar gezamenlijk aan een handreiking ‘Gelijkgerichtheid’. De NZa monitort de ontwikkeling naar passende zorg en bestuurbaarheid van de ziekenhuizen. Conform het Regeerakkoord moet op dat vlak binnen twee jaar (2023-2024) aanzienlijke en aantoonbare verbetering optreden.

16.

d. De kwaliteitsgelden om in samenwerking tussen zorgprofessionals en patiënten te werken aan de continu leer- en verbetercyclus, en keuze-ondersteuning voor de patiënt gericht op passende zorg in de praktijk zijn door VWS structureel geborgd.12 De maatschappelijke opgaven en publieke kaders zijn leidend bij de prioritering van de inzet van kwaliteitsgelden. e. Voor 1 maart 2023 zijn afspraken gemaakt over de noodzakelijke (structurele) financiering en bekostiging van de gevraagde investeringen en inspanningen die noodzakelijk zijn hetgeen bij randvoorwaarde 11 staat beschreven (meervoudig gebruik op basis van eenmalige vastlegging) en wie daarbij een verantwoordelijkheid heeft in financiële zin. f. Er komt vanuit de transformatiemiddelen aanvullende financiering beschikbaar voor grote doelmatigheidsstudies die tijdens de studieduur de investering al terug verdienen door lagere zorgkosten in een van de studiegroepen. Deze zullen na brede implementatie (bij positieve studieresultaten) substantieel bijdragen aan het ombuigen van de groei in de MSZ, met name bij de kosten aan geneesmiddelen.

Financiële middelen

a. De specifieke programma’s zoals Uitkomstgerichte Zorg en ZE&GG die bijdragen aan passende zorg worden door VWS voorzien van voldoende financiële middelen. Partijen voorzien gezamenlijk in een adequate governance. b. VWS zorgt, onder voorbehoud van de haalbaarheid en wenselijkheid, dat in het kader van onderzoek potentieel (meer) passende zorg gericht gefinancierd kan worden (bij deelnemende instellingen voor deelnemende patiënten) ten behoeve van pakketbeheer. VWS streeft ernaar een eerste ontwerp van de evt. benodigde regelgeving gereed te hebben in het voorjaar 2023. c. De financiële middelen van de huidige financiers (m.n. VWS en zorginstellingen) van MSZ-kwaliteitsregistraties worden vanaf januari 2023 bij de getoetste registraties overgeheveld naar Zorgverzekeraars Nederland als centrale financier, conform de afspraken met betrekking tot de centrale financiering van het Kwaliteitsregistratielandschap11. Op die manier kan de maatschappelijke business case die ten grondslag ligt aan het streven naar grotere doelmatigheid en synergie in de processen van kwaliteitsregistraties en hun dataverwerkers worden bereikt en dubbele en ondoelmatige financiering worden voorkomen. Nog moet worden bepaald hoe Regie op Registers (RoR op DGM) aansluit bij de governance en financiering zoals bepaald in Rapport Keuzenkamp.

Vervolgens moet de vraag beantwoord worden hoe de financiering wordt geborgd. Dit geldt ook voor landelijke kwaliteitsregistraties van niet-msz-sectoren.

11

Overeenkomstig het eindrapport van de kwartiermaker gaat het om 70% en 100%, maar deze percentages zijn nog onder voorbehoud van nadere invulling. Ook zullen partijen de rol van ZN als financier evalueren en op basis daarvan opnieuw kijken naar het principiële besluit van financiering van kwaliteitsregistraties door zorgverzekeraars.

42 | Integraal Zorgakkoord 2022

12

Zie hiervoor de VWS-begroting.

Onderdeel B. Regionale samenwerking – algemeen Eén van de basisprincipes van passende zorg is de Juiste Zorg op de Juiste Plek. Daarbij gaat het om het voorkomen van zorg, het verplaatsen van zorg (dichterbij mensen thuis waar dat kan, verder weg als dat moet) en het vervangen van zorg door andere (effectievere en/of efficiëntere) vormen, zoals digitale en hybride zorg. Doel van de beweging is integrale gezondheidszorg te bereiken waarin de inwoner en patiënt centraal gesteld is. Voor het organiseren van de Juiste Zorg op de Juiste Plek voor mensen in Nederland is regionale en lokale samenwerking nodig. Niet alleen binnen het zorgdomein, maar ook tussen het gemeentelijk domein en het zorgdomein is samenwerking van belang om de gezondheid en welzijn van mensen te bevorderen en (zwaardere) zorg te voorkomen. Samenwerken is noodzakelijk, maar complex; het vraagt van zorgpartijen en de overheid om verder te kijken dan hun individuele belangen, te staan voor moeilijke keuzes in het afbakenen en toekomstbestendig organiseren van zorg. Regionale samenwerking is niet de panacee voor alle opgaven in de zorg; het vraagt ook het patiëntbelang uitdrukkelijk mee te nemen; het kan bijdragen, met hele stevige dwarsverbanden naar andere elementen als passende zorg, digitalisering en arbeidsmarkt. IZA-partijen maken de onderstaande afspraken over regionale samenwerking.

1.

Algemene afspraken

a. Een ander perspectief op zorg waarbij gezondheid en leefstijl centraal staat, in combinatie met het borgen van de toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van ouderenzorg, geestelijke gezondheidszorg, gehandicaptenzorg (voor zover relevant vanuit Zvw perspectief), chronische zorg, basis medisch specialistische zorg én de hiermee verbonden preventie-inzet binnen het gemeentelijk domein, bepalen grotendeels de transformatie-opgave waar zorgpartijen in de regio voor staan. Onnodige regionale regie of regionale sturing op de electieve patiënt die niet tot doelmatigheid leidt moet voorkomen worden. b. Zorgpartijen zetten in op het organiseren van passende en integrale zorg in het regionale verzorgingsgebied. Daarbij verbinden zorgpartijen zich aan het uitvoeren van noodzakelijke transformaties in de regio. Dat doen

zij zowel individueel, als met elkaar in diverse professionele netwerken en samenwerkingsverbanden in lokale, regionale of landelijke werkgebieden van langdurige en/of curatieve zorg, basiszorg en steeds in verbinding met het gemeentelijk domein. c. Zorgpartijen spreken af om de samenwerking in de regio te bevorderen. Dit begint met het goed in kaart brengen van de feitelijke situatie in een zogenaamd “regiobeeld”. De toenemende druk op de toegankelijkheid van zorg door de mismatch tussen zorgvraag en zorgaanbod is daarbij het grootste punt van aandacht. Partijen hebben afgesproken om voor het opstellen van regiobeelden de schaal van de zorgkantoorregio te hanteren. Op basis van het regiobeeld wordt door de regionale zorgpartijen een “regioplan” opgesteld. Onder regionale zorgpartijen worden steeds alle voor de samenwerking relevant geachte partijen verstaan, dus bijvoorbeeld inclusief relevante UMC’s, welzijn, gemeenten patiëntenorganisaties etc. In dit plan is inzichtelijk wat de prioritaire regio-opgaven zijn. Dit kan bijvoorbeeld gaan over specifieke doelgroepen als kwetsbare ouderen, maar ook over onderwerpen als het borgen van voldoende specialistische (GGZ) zorg. Daarnaast bevatten de regioplannen afspraken over hoe partijen deze regio-opgaven gecommitteerd gaan aanpakken en wie daarbij betrokken zijn. d.

Het regiobeeld en de regioplannen zijn geen doel op zich, maar een instrument dat zorgpartijen in de regio helpt om op een onderbouwde en gedragen wijze te komen tot een gerichte en afgestemde aanpak van de transformatieopgaven in de regio. Deze transformaties kunnen vervolgens regionaal, lokaal of individueel zijn. Het borgen van de toegankelijkheid staat daarbij voorop; niet de besparingsdoelstelling. De regioplannen worden opgebouwd vanuit regionaal perspectief op basis van de landelijke afspraken in het IZA, GALA en WOZO-programma. Het opstellen van regiobeelden en regioplannen gebeurt zonder nieuwe (overheids)bestuurslagen te creëren. e. Decentraal worden waar nodig specifieke transformatieplannen gemaakt tussen de zorgpartijen die de daadwerkelijke zorgtransformatie moeten realiseren. Deze kunnen verschillen per doelstelling, ziektebeeld, doelgroep en/of (deel van de) regio. Daarbij wordt de juiste balans gezocht tussen wat lokaal en regionaal en landelijk moet worden georganiseerd. Het opstellen van transformatieplannen is dus maatwerk, waarbij wordt voortgeborduurd op de bestaande plannen, initiatieven en natuurlijke samenwerkingsverbanden. Specifieke transformatieplannen kunnen ook los van het regiobeeld en regioplan tot stand komen, of al gemaakt zijn voordat er een regioplan is. Urgentie is leidend; er is dus niet altijd sprake van een vaste volgordelijkheid.

Uiteraard dient daarbij te worden geborgd dat dergelijke transformatieplannen niet in tegenspraak zijn met de afspraken die in de regioplannen of elders zijn gemaakt.

Integraal Zorgakkoord 2022 | 43

f.

2.

Vanuit het bestaande traject van ZN, VNG en VWS dat gericht is op het realiseren van een regionale preventie-infrastructuur zal worden uitgewerkt hoe de lokale situatie binnen gemeenten op het terrein van preventie en het sociaal domein een plek krijgt in de regiobeelden en regioplannen en hoe de inhoudelijke afspraken uit het IZA mede in relatie tot het GALA kunnen worden uitgevoerd. Per gemeente/regio kan op basis van het regiobeeld verschillen welke inzet wordt gekozen (regionaal maatwerk).

Opstellen regiobeelden en regioplannen

a. IZA-partijen maken heldere afspraken over de totstandkoming van regiobeelden en regioplannen. Op die manier beschikken de regionale zorgpartijen over een model waarop ze kunnen terugvallen als het niet lukt om voldoende voortgang te realiseren ten aanzien van de transformatieopgaven. Het doel is om de transformatieopgaven uit het IZA, verbijzonderd voor de regionale context, effectief te realiseren. Regiobeelden en regioplannen zijn slechts een middel. Partijen zijn aanspreekbaar op het realiseren van het doel (de transformatieopgaven en bijbehorende resultaatafspraken); ze worden niet afgerekend op het middel (maken van beelden, afspraken het installeren van governance). b. Het opstellen van regiobeelden en regioplannen gebeurt in drie stappen: 1. Criteria: Zorgverzekeraars, gemeenten, zorgaanbieders, zorgprofessionals, vertegenwoordigers vanuit burgerperspectief (waaronder patiëntperspectief) en de overheid stellen in gezamenlijkheid criteria op voor de regiobeelden en -plannen, gebaseerd op goede voorbeelden uit de praktijk. Hierbij zijn niet alleen algemene, maar ook cruciale, categorale zorgaanbieders vertegenwoordigd. Er is specifiek oog voor het betrekken van zowel kleinere, als nieuwe en innovatieve zorgaanbieders. De criteria worden getoetst bij de achterban. De overheid neemt hiertoe het initiatief en komt uiterlijk 14 oktober 2022 met een procesvoorstel hiervoor.

Deze criteria gaan onder meer over beschikbare data, welke onderwerpen aan bod moeten komen en de wijze waarop de regiobeelden en -plannen transparant worden gemaakt. De criteria strekken zich ook uit over hoe een sterke koppeling met het gemeentelijk domein kan worden gemaakt, waaronder ondersteuning bij werk, wonen en inkomen. Partijen spreken af deze criteria eind Q4 2022 bestuurlijk vast te stellen. Deze criteria vertalen zich in het beleidskader regionale samenwerking. Indien de veldpartijen hier niet (tijdig) in onderling overleg uitkomen, wordt dit besproken in het bestuurlijk overleg IZA dat elk kwartaal plaatsvindt. Verlenging van deze deadline kan alleen door de Minister van VWS gegeven worden.

44 | Integraal Zorgakkoord 2022

2. Regiobeeld: Eind Q2 2023 heeft elke regio het regiobeeld indien nodig herijkt. Het regiobeeld geeft inzicht in enerzijds de capaciteit en prestaties van de gezondheidszorg in de regio en anderzijds de prognoses en ontwikkelingen in zorgbehoefte en andere relevante aspecten van inwoners. Het ministerie van VWS en de NZa faciliteren de regio’s waar nodig en wenselijk met datasets, waaronder regioanalyses en data over de regionale arbeidsmarkt, waarin voor de regio relevante data toegankelijk is en transparant wordt gemaakt. Daarnaast levert VWS eind 2022 in overleg met de Autoriteit Persoonsgegevens en de Autoriteit Consument en Markt een analyse op van de knelpunten en oplossingsrichtingen voor het uitwisselen van de noodzakelijke data en eind Q1 2023 een plan voor de aanpassing van wet- en regelgeving, voor zover nodig. 3. Regioplannen: • De regionale zorgpartijen bepalen op basis van het regiobeeld wat de belangrijkste opgaven in de regio zijn. Hierbij wordt nadrukkelijk focus aangebracht; het streven is om te komen tot niet meer dan een beperkt aantal opgaven die met prioriteit moeten worden aangepakt.

• Voor deze regio opgaven maken zorgpartijen afspraken in regioplannen, met daarin tenminste welke partijen met welke oplossingen aan de slag gaan en op welke schaal, op welke (meetbare) resultaatafspraken daarbij wordt gestuurd (werkagenda’s) en hoe de voortgang inzichtelijk wordt gemaakt. • De regionale zorgpartijen committeren zich aan deze afspraken; deze zijn dus niet vrijblijvend. Zorgverzekeraars en gemeenten houden hier rekening mee in hun inkoop. • Deze regioplannen kunnen een deel van de zorgkantoorregio bestrijken of groter dan de zorgkantoorregio zijn. • Partijen streven inhoudelijke congruentie tussen voor de regio relevante regioplannen en op elkaar aansluitende processen na, met name voor wat betreft acute zorg plannen en transitieplannen. Partijen die bij meer van deze plannen betrokken zijn delen actief de informatie waar mogelijk en houden het grotere geheel in ogenschouw. • Zorgverzekeraars signaleren indien de regioplannen en andere thematische plannen, zoals ROAZ-plan en het transformatieplan inhoudelijk conflicterend zijn en de processen daarrond niet gecoördineerd zijn. c. Proces en verantwoordelijkheden: Elke regio draagt zorg voor het opstellen van het regiobeeld en regioplannen. Zorgverzekeraars, zorgprofessionals, zorgaanbieders en gemeenten hebben daarbij een gedeelde

verantwoordelijkheid, elk vanuit hun eigen rol. Zij betrekken steeds het inwoner- en patientperspectief. • Het initiatief tot het opstellen van regiobeelden en regioplannen wordt genomen door de marktleider zorgverzekeraar in de betreffende zorgkantoorregio samen met de door de gemeenten in de regio aangewezen gemeente. Samen maken zij een procesvoorstel en planning en betrekken hierbij de relevante regionale zorgpartijen en gemeenten. Zij vervullen een aanjagende rol en dragen zorg voor en zijn aanspreekbaar op de totstandkoming van door de regionale zorgpartijen gedragen afspraken die voldoende concreet zijn om de regionale knelpunten in de zorg duurzaam op te lossen én zorginhoudelijk en organisatorisch uitvoerbaar zijn. Daarbij wordt ook gekeken naar de consequenties voor profielen van instellingen in relatie tot een samenhangend, toegankelijk regionaal zorgaanbod. • Wanneer, naar de mening van regionale zorgpartijen, zij in gezamenlijkheid niet voor 1 januari 2024 komen tot regioafspraken die voldoende scherp zijn om de transformatieopgaven voor elkaar te krijgen, kunnen zij dat voorleggen aan de NZa. (zie hieronder onder randvoorwaarden 5k.) • Zorgverzekeraars, gemeenten, zorgaanbieders en burger- en patiëntorganisaties behouden de ruimte om aanvullende transformatieafspraken, netwerken en initiatieven voor te stellen; ook over zaken die niet in de regioplannen staan.

3.

Organisatie van de regionale samenwerking

a. Zorgaanbieders, zorgverzekeraars, patiëntvertegenwoordigers en gemeenten werken samen aan de grote transformatieopgaven in de regio, vanuit het perspectief van de patiënt en vanuit de opdracht om samen integrale en passende zorg te bewerkstelligen. De IZA-partijen erkennen het belang van de samenhang tussen het zorgdomein, het sociaal domein en de publieke gezondheid. De VNG heeft commitment uitgesproken om op dit punt regionaal niveau bij te dragen aan de regiobeelden en regioplannen en laat zich daarbij ondersteunen door de GGD als kennispartner. b. Het opstellen/herijken van regiobeelden en regioplannen gebeurt gezamenlijk door een afvaardiging van relevante zorgaanbieders, zorgverzekeraars en gemeenten. Vervolgens toetsen deze partijen het bij hun achterban, waaronder informele zorg, patiëntvertegenwoordigers (o.a. cliëntenraden), zorgprofessionals, andere medewerkers en gemeenteraden. Op deze manier wordt het perspectief van de gehele zorgketen geborgd, inclusief gemeentelijk domein en patiëntperspectief. Daarbij wordt gewerkt met mandatering om te voorkomen dat de groep te groot is om

tot plannen te komen. Hierbij zijn niet alleen algemene, maar ook betrokken, categorale zorgaanbieders vertegenwoordigd. Bijzondere aandacht in dit proces verdient de inbreng van burgers en patiënten. Om dit effectief te realiseren zal gebruik gemaakt worden van de versterking van de infrastructuur voor patiëntvertegenwoordiging in de regio, die met de extra intensivering voor de patiëntenorganisaties gerealiseerd zal gaan worden. Rondom specifieke transformatieplannen of netwerken wordt daarentegen gewerkt met kleinere groepjes van natuurlijke partners die daadwerkelijk met elkaar de transformatie voor elkaar moeten krijgen. c. Voor het opstellen van het regiobeeld en regioplan realiseren zorgpartijen in onderlinge samenspraak een werkbare organisatie waarin partijen zorgbreed en verbindend zijn gerepresenteerd. In veel regio’s bestaat reeds een dergelijk samenwerkingsverband. Daarom wordt gewerkt vanuit en voortgebouwd op bestaande structuren. Ook gemeenten zijn hierin vertegenwoordigd en hebben onderling een duidelijke mandaatstructuur afgesproken. In plaats van nieuwe bestuurslagen streven partijen naar shared governance voor wat betreft de totstandkoming en uitvoering van regioplannen. d.

Zorgverzekeraars, zorgprofessionals en zorgaanbieders benutten de ruimte binnen de bekostigingssystematiek om afspraken te maken over passende zorg en de transformatie van zorg, waar nodig passend bij de regioplannen. Zorgverzekeraars en gemeenten werken gelijkgericht aan de grote transformatieopgaven in de regio, in nauwe samenspraak met de regionale zorgpartijen. Dat betekent dat zij via hun individuele inkoopafspraken dezelfde beweging stimuleren. Daarbij is passende ruimte voor kleine aanbieders, innovatieve spelers en nieuwe toetreders die dezelfde transformatieopgaven in de regio nastreven. Zie de tekst over Contractering voor de afspraken hierover. e. Zorgverzekeraars en gemeenten stemmen hun inkoopbeleid af op regioplannen en houden hier rekening mee in hun inkoop. Aan de kant van de zorgverzekeraars zijn de twee marktleider zorgverzekeraars in een regio aanspreekbaar op het transformatieproces (in de regio en voor de verschillende onderwerpen) en om te zorgen dat er regie is; waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van (bestaande) samenwerkingsstructuren van de regionale zorgpartijen. Zorgverzekeraars zien te allen tijde toe op een samenhangende set van afspraken met de verschillende zorgaanbieders en over de verschillende zorgsectoren heen.

Daarbij wordt ook gekeken naar de samenhang tussen de regioplannen en andere afspraken zoals bijvoorbeeld de ROAZ-plannen of regio-overstijgend arbeidsmarktbeleid. Bij maatschappelijke gevoelige keuzes is actieve en zichtbare ruggensteun van de overheid (vooral VWS) randvoorwaardelijk.

Integraal Zorgakkoord 2022 | 45

4.

Specifieke transformatieplannen

a. In de praktijk ligt het zwaartepunt bij het maken van specifieke, praktische transformatieplannen tussen zorgaanbieders, zorgprofessionals. zorgverzekeraars gemeenten. Het maken van dergelijke afspraken gebeurt vanzelfsprekend al; de afgelopen jaren is er bovendien sterk geïnvesteerd in de samenwerking tussen zorgpartijen. De afzonderlijke transformatieplannen geven samen invulling aan het aanpakken van de (belangrijkste) transformatieopgaven, welke al dan niet benoemd zijn in de regioplannen. b. De transformatieplannen sluiten aan bij de praktijk doordat ze op de juiste schaal gemaakt worden, met de juiste betrokken partijen, passend bij de eerder genoemde niveaus van samenwerking. Deze afspraken worden decentraal, op het bijpassende niveau gemaakt tussen de betrokken zorgpartijen. Die ruimte voor maatwerk moet er blijven; knellende centrale kaders, landelijke blauwdrukken of verantwoordingseisen zijn onwenselijk. Doordat afspraken de juiste maatvoering hebben, passen ze dus precies bij de gewenste transformatie of verandering.

5.

Randvoorwaarden voor regionale samenwerking

IZA-Partijen spreken af dat wordt voorzien in de noodzakelijke randvoorwaarden om de zorgtransformatie in de regio voor elkaar te krijgen. De voor regionale samenwerking noodzakelijke randvoorwaarde van elektronische gegevensuitwisseling wordt behandeld in het hoofdstuk Digitalisering en gegevensuitwisseling. a. Transformatiemiddelen: Om de betrokken zorgpartijen in staat te stellen om zorgtransformaties in de regio en de beweging naar passende zorg te realiseren, kan tijdelijke extra financiering in de vorm van transformatiemiddelen nodig zijn. De transformatiemiddelen worden ingezet waar ze het meest bijdragen aan de gewenste zorgtransformatie of waar ze gericht kunnen helpen bij het wegnemen van belemmeringen. Dit kan ook bovenregionaal zijn. Deze middelen worden ingezet via zorgverzekeraars op basis van goede business cases voor transformatieplannen van individuele of verbanden van veldpartijen. Zie paragraaf 4.2 over de toekenning van transformatiemiddelen. b. Risicoverevening: Een van de noodzakelijke randvoorwaarden om zorgtransformaties in de regio voor elkaar te krijgen is een goed functionerende risicoverevening. Zie onderdeel A, paragraaf 9, voor de afspraken hierover. c. Sturingsinstrumenten: De overheid biedt zorgverzekeraars de juiste instrumenten om ongecontracteerde zorgaanbieders te laten committeren aan de noodzakelijke transformatieafspraken.

Zie de tekst over Contractering voor de afspraken hierover. d. Samenwerking faciliteren: De overheid faciliteert (regionale) samenwerking door het inventariseren, toetsen en oplossen van knelpunten bij de organisatie

46 | Integraal Zorgakkoord 2022

in (domeinoverstijgende) regionale samenwerkingsverbanden, in het bijzonder waar dat raakt aan regels over privacy, bekostiging en mededinging in concrete gevallen. Zorgaanbieders en zorgprofessionals krijgen de ruimte en worden gefaciliteerd om onderling samen te werken en de organisatiekracht te versterken. De overheid neemt initiatief om samen met zorgpartijen uit te werken welke interventies kunnen bijdragen om dit te stimuleren. Samenwerking tussen zorgpartijen en de gemeentelijke domeinen met het oog op investeren in gezondheid vraagt ook voor verzekeraars om een passende bekostigingswijze. De afspraken daarover zijn opgenomen in onderdeel G. Gezond leven en preventie. e. Nieuwe vormen van bekostiging: VWS stelt een werkgroep met relevante partijen in die met voorstellen komt met oplossingen voor de knelpunten in ‘domeinoverstijgende bekostiging’. Uitgangspunt is dat vervolgens gezamenlijk wordt toegewerkt naar nieuwe, toepasbare vormen van domeinoverstijgende bekostiging.

Deze werkgroep definieert de scope van de knelpunten die worden verstaan onder ‘domeinoverstijgende bekostiging’ en werkt in ieder geval oplossingen uit voor: (i.) financieren van zowel betalingen als investeringen alsook het verdelen van baten die in een ander domein vallen in het algemeen en (ii.) multidisciplinair overleg, coördinatie, levensloopregeling, medicatieadvies ggz en indien nodig respectievelijk voor zo ver nog niet geregeld voor verkennend gesprek en consultatie (iii.) projectleiders samenwerkingsorganisaties en andere indirecte kosten en (iv.) indirecte tijd door medewerkers van zorgaanbieders en welzijnsorganisaties in het bijzonder. Uitgangspunt voor de werkgroep is om domeinoverstijgende bekostiging zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de bestaande kaders van de betrokken zorgaanbieder(s). Voor de GGZ betekent dat zoveel mogelijk aansluiten bij de systematiek van het zorgprestatiemodel. Het doel moet zijn om domeinoverstijgende bekostiging in de uitvoer te versimpelen (dus met weinig/ minder lasten) en zoveel mogelijk zekerheid en duidelijkheid te geven over bekostiging. De werkgroep hanteert een tijdpad zodanig dat de contractering van 2024 hierop kan worden aangepast. f. Btw-vrijstelling: Een groot deel van de prestaties die door zorginstellingen worden verricht, is vrijgesteld voor de Btw; dat geldt echter niet voor alle prestaties.

Afgesproken wordt dat VWS in overleg met andere departementen onderzoekt of het mogelijk is om alle samenwerking tussen zorgaanbieders vrij te stellen van Btw. Een uitzondering hierop is het inhuren van personeel via detacheringbureaus. g. Experimenteermogelijkheden: De overheid geeft ruimte voor experimenten van (domeinoverstijgende) regionale samenwerkingsverbanden door middel van heldere criteria. Dit betreft (domeinoverstijgende) gezondheidszorg die bijdraagt aan de gezondheid en functioneren van

mensen en het toegankelijk houden van zorg door het voorkomen, verplaatsen (dichter bij huis) en/of vervangen van zorg. De overheid definieert de criteria waaronder zij uitzicht geeft op structurele bekostiging van initiatieven na de experimenteerfase, voor zover initiatieven doelmatig zijn, en maakt hier afspraken over met zorgverzekeraars en gemeenten als financiers. Dit geldt ook voor effectieve oplossingen buiten het medische domein zoals zelfhulpgroepen, welzijn op recept en schuldhulp. De overheid werkt deze criteria in een beleidskader regionale samenwerking uit, inclusief de uitwerking van de bekostiging tijdens de experimenteerfase en daarna. h. Regionale systeemfuncties: Binnen de zorg zijn een aantal functies die uitsluitend op bovenlokaal, regionaal niveau kunnen worden georganiseerd. Systeemfuncties kennen de eigenschappen dat zij alleen doelmatig bovenlokaal of regionaal niveau georganiseerd kunnen worden, samenhangt met een aparte organisatie van zorg voor bijvoorbeeld een voorziening of infrastructuur, deze functie niet door alle aanbieders georganiseerd hoeft te worden en dat het bovenlokaal of regionaal organiseren van de functie van wezenlijk belang voor het lokaal goed functioneren van een vorm van zorg, welzijn of preventie is.

Systeemfuncties zijn dus gericht op het onderhouden van een netwerk, infrastructuur en organisatie om de zorglevering heen en zijn niet individueel toewijsbaar. Hiermee is een systeemfunctie vooral een regionale organisatievorm en geen individuele zorgfunctie, die door een zorgaanbieder wordt geleverd. Dit betreft enerzijds functies die gericht zijn op coördinatie van zorg; zoals zorgcoördinatie in de acute zorg of ELV-coördinatiepunt. Anderzijds betreft het functies die qua schaal alleen doelmatig kunnen worden georganiseerd op regionaal niveau; zoals onplanbare nachtzorg, regionale ambulancevoorziening en huisartsenposten. Voor dergelijke ‘systeemfuncties’ geldt dat er sprake is van een regionale voorziening waarvan de beschikbaarheid moet zijn geborgd. Deze functies vragen een bijpassend inkoopmodel, waarin geborgd is dat deze functies congruent en kostendekkend wordt ingekocht; zowel inhoudelijk (kwaliteit, vormgeving, toegankelijkheid) alsook financieel (doelmatig). Het is niet uit te sluiten dat bepaalde systeemfuncties landelijk moeten worden ingekocht. Zorgverzekeraars, zorgaanbieders en overheid spreken af in 2023 gezamenlijk in kaart te brengen welke functies onder deze definitie vallen en afspraken te maken over het regionaal organiseren hiervan, gekoppeld aan transparante, kostendekkende en meest passende wijze van inkoop.

Als blijkt dat de realisatie van systeemfuncties binnen de bestaande kaders van wet- en regelgeving niet goed tot stand komt, zal VWS onderzoeken of aanpassing van wet- en regelgeving noodzakelijk en mogelijk is. i. Ondersteunen regionale organisatiekracht: De overheid faciliteert regionale zorgpartijen bij het samenwerken in de

regio. De regio’s kunnen daarbij aangeven welke kennisondersteuning zij nodig hebben; bijvoorbeeld informatie over good practices en opschaling daarvan, ondersteuning bij het koppelen en gebruik van data, uitleg van bekostigingsmogelijkheden en mededingingsaspecten. De overheid kan waar nodig ook gericht financiële ondersteuning inzetten. Deze verschillende vormen van ondersteuning vanuit de overheid zijn beschikbaar op het moment dat de regio’s starten met het herijken van de regiobeelden en regioplannen (vanaf 1 januari 2023). Ook via zorgverzekeraars kunnen waar nodig transformatiemiddelen worden ingezet om de regionale organisatiekracht te versterken gedurende het transformatieproces. IZA partijen borgen dat de regiobeelden en regioplannen netto niet leiden tot extra administratieve lasten bij zorgprofessionals of zorgaanbieders. De overheid stelt (basis-)data beschikbaar ten behoeve van het maken van regiobeelden en regioplan, alsmede regioanalyses en haar beschikbare gegevens over de regionale arbeidsmarkt. Tot slot kunnen regionale partijen aansluiten op de reeds opgezette Werkstructuur ZN/VNG en gebruik maken van de informatie die volgt uit de Gemeentezorgspiegel. j.

Platform kennisuitwisseling: Het bestaande platform van het Programma de Juiste Zorg op de Juiste Plek wordt verbreed om tussen zorgaanbieders, zorgverzekeraars, gemeenten, vertegenwoordigers vanuit burgerperspectief, overheid en wetenschap expertise, kennis en ervaring uit te wisselen. Bijvoorbeeld ten aanzien van de transformatie en organisatie van zorg. Dit omvat ook het borgen van inbreng kennis, vertegenwoordigers vanuit burgerperspectief. Het platform is van en voor de veldpartijen en overheid samen en zal niet leiden tot dwingende participatie of aanvullende verantwoording. k. Monitoring: De NZa kan indien zij daartoe verzocht wordt of indien zij dat nodig acht wegens te weinig voortgang toetsten of in bepaalde zorgkantoorregio’s de regionale zorgpartijen in gezamenlijkheid voor 1 januari 2024 gekomen zijn tot regioafspraken die voldoende scherp zijn om de transformatieopgaven voor elkaar te krijgen op basis van de criteria die zijn opgesteld voor de regiobeelden en regioplannen. De NZa kan daartoe data verzamelen en analyseren en inzichtelijk maken of regio’s daadwerkelijk de juiste problemen in samenhang oppakken en oplossen. De NZa zal, passend bij haar wettelijke taken, in overleg met het ministerie van VWS, faciliteren en aanjagen of een bemiddelende rol spelen als regio’s achterblijven.

Dit volgt uiteraard op een eventuele bespreking in het bestuurlijke IZA-kwartaaloverleg.

Integraal Zorgakkoord 2022 | 47

6.

Regionale samenwerking in de ggz

•

In iedere regio wordt voldoende (zeer) complexe psychische zorg ingekocht en deze wordt passend bekostigd.

•

Doel Het zorgprestatiemodel draagt bij aan minder administratieve lasten voor behandelaren en ondersteunende afdelingen, een begrijpelijke factuur voor de patiënt en reële tarieven voor geleverde zorg. Met de invoering kunnen declaraties veel sneller worden verstuurd en verwerkt dan voorheen, waarmee ook veel sneller inzicht ontstaat in de ontwikkeling van de zorgkosten en tevens via de zorgvraagtypering en de settingen wordt ook bijgedragen aan een betere totstandkoming van zorginhoudelijke match tussen zorgvraag en -aanbod. Hierdoor ontstaat waardevolle sturingsinformatie die partijen houvast geeft bij het maken van contractafspraken. Partijen maken in de contractering optimaal gebruik van de mogelijkheden die het zorgprestatiemodel (ZPM) biedt om een passende vergoeding af te spreken voor (zware en/of complexe) multidisciplinaire zorg. Als het ZPM en de contractafspraken tussen partijen onverhoopt toch onvoldoende bijdragen aan een passende vergoeding van zorg voor patiënten met de zwaarste zorgvraag, dan worden deze hierop aangepast, met als doel dat: • er in iedere regio voldoende aanbod is van multidisciplinaire (zwaardere) zorg. • en patiënten in iedere regio toegang hebben tot deze zorg.

Partijen maken hiertoe de volgende afspraken: • In het kader van de invoering van het ZPM monitort de NZa de effecten, hierin zal ook aandacht zijn voor de toereikendheid van de bekostiging van ‘zwaardere’ multidisciplinaire zorg. • Partijen vinden het van eminent belang dat tarifering en contractering van deze doelgroepen in het ZPM voldoende mogelijk is. Dat betekent dat de zorg voldoende dekkend wordt bekostigd en gecontracteerd. Daarmee kan een motiverende werkomgeving worden vorm gegeven voor de professionals. • Eventuele aanpassingen in het ZPM worden nu eerst geobjectiveerd binnen het bestaande overleg tussen NZa, ZN en deNLggz. • De NZa zal ook bekijken in hoeverre zorgaanbieders en zorgverzekeraars gebruik maken van de mogelijkheden die het ZPM biedt om een passende vergoeding voor complexe, multidisciplinaire ggz (af te spreken zijn (bijvoorbeeld separate afspraken maken over outreachende en hoogspecialistische ggz en waar nodig gebruik maken van het max-max tarief).

48 | Integraal Zorgakkoord 2022

•

•

•

•

•

Waar nodig nemen partijen maatregelen om in de contractering beter gebruik te maken van de mogelijkheden die het ZPM hiervoor biedt. Waar nodig zal de NZa bekijken hoe het zpm kan worden aangepast om de prikkels en mogelijkheden voor partijen om tot goede afspraken te komen te versterken. De Zorgvraagtypering wordt verder doorontwikkeld en adequaat toegepast door zorgaanbieders en zorgverzekeraars om zo steeds scherper te krijgen hoe de kostenverdeling tussen ggz voor mensen met een (relatief) lichte en (relatief) zware zorgvraag zich ontwikkelt. Dit raakt ook de ggz afspraak over kwaliteit en transparantie. Uitgangspunt is dat de behandeling van hoog gespecialiseerde zorg wordt bekostigd vanuit het bestaande Zvwkader (gevat in het ZPM). Om tot een goede inrichting van het hoog gespecialiseerd zorg aanbod te komen dienen 2 aspecten nader uitgewerkt te worden: - Opstellen visie op concentratie en spreiding van de zorg. Wat zijn de indicatiecriteria voor deze zorg, aan welke criteria dient het zorgaanbod te voldoen en wat is de omvang en spreiding die dit zorgaanbod moet hebben. Deze uitwerking dient in samenhang met afspraak 2 opgepakt te worden. Specifiek voor topggz wordt eind Q1 2023 een besluit genomen (afgewogen tegen andere prioriteiten en inhoudelijke wenselijkheid) of en hoe dit bekostigd zal worden.

Technisch is een schuif mogelijk van premiekader ggz naar begroting VWS, maar moet wel ingepast worden binnen het beschikbare kader. Het voorstel dat eerder door veldpartijen naar VWS is gestuurd, is het vertrekpunt voor de inhoudelijke afweging. Uitgangspunt is hoe dan ook dat bekostiging van top ggz plaats zal vinden vanuit het staande kader.

Zorgvraagtypering 2022 en 2023 worden gebruikt voor een verdere doorontwikkeling ten aanzien van het Zorgprestatiemodel en de zorgvraagtypering en het formaliseren van het proces van ‘samen beslissen’.

Onderdeel C. Regionale samenwerking – samenwerking in de acute zorg Alle mensen in Nederland moeten erop kunnen rekenen dat wanneer zij een spoedzorgvraag hebben, zij tijdig toegang krijgen tot de juiste zorg, op de juiste plek, van goede kwaliteit. Daarbij gaat het zowel om het bredere begrip van acute zorg, waarmee zorg als antwoord op een vanuit de beleving van de patiënt acute zorgvraag wordt bedoeld, en het smallere begrip van acute zorg dat zorg betreft die zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen enkele minuten tot enkele uren, moet worden verleend om overlijden of onomkeerbare gezondheidsschade als gevolg van een acute levensbedreigende aandoening of een ongeval te voorkomen. Een beperkt deel van de acute zorg valt in de categorie levensbedreigende en/of complexe acute zorg die in een gespecialiseerd centrum dient plaats te vinden en waarvoor geldt: zo lang, zo intensief en zo veraf als het moet. De meeste acute zorg kan op een locatie dicht bij de patiënt of zelfs in de thuissituatie worden gegeven; daarbij geldt: zo kort en zo nabij als het kan. Het borgen van de toegankelijkheid tot en kwaliteit van acute zorg is een belangrijke maatschappelijke opgave voor alle partijen in de acute zorgketen. De toegankelijkheid van de acute zorg staat onder druk; vooral op piekmomenten en buiten kantoortijden is de capaciteit regelmatig ontoereikend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12083935/1