CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 33 Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling (47) Integraal zorg akkoord

RAAD 30 november 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het Integraal Zorg AkkoordVN2022-03726560.266 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 7

4.2.3 Inzet transformatiemiddelen via zorgverzekeraars Voor een groot deel van de noodzakelijke transformaties geldt dat deze kunnen en zullen worden vormgegeven binnen reguliere contractafspraken, zonder de inzet van aanvullende transformatiemiddelen. Wanneer de transformatie echter niet, of niet snel genoeg, mogelijk is binnen reguliere contractafspraken, kan de inzet van transformatiemiddelen door zorgverzekeraars noodzakelijk zijn. Daarover maken we onderstaande afspraken. •

•

Gerichte inzet transformatiemiddelen: Transformatiemiddelen worden door zorgverzekeraars gericht ingezet bij transformaties. Daarmee wordt voorkomen dat de transformatiemiddelen worden besteed waar dat niet leidt tot de wezenlijke transformatie. Inzet van transformatiemiddelen dient gekoppeld te zijn aan een transformatieplan voor een impactvolle transformatie, zoals beschreven in het onderdeel Contractering. Transformatieplannen kunnen op ieder moment worden ingediend, er hoeft niet te worden gewacht op een grote verzameling plannen voordat de beoordeling plaats vindt. De plannen worden direct beoordeeld of ze worden aangemerkt als ‘impactvolle transformatie’. Ieder transformatieplan wordt op eigen merites beoordeeld, in samenhang met beschikbare regiobeelden en regioplannen. Partijen houden daarbij uiteraard wel rekening met de overeengekomen financiële kaders per sector en over de jaren. Dat wordt tijdens de bestuurlijke IZA-kwartaaloverleggen besproken, mede op basis van informatie van de NZa en zorgverzekeraars. Stappen: De IZA-partijen spreken af om voor de inzet van transformatiemiddelen onderstaande stappen te hanteren: 1.

Transformatieplan inclusief aanvraag transformatiemiddelen: Indien er sprake is van een verzoek tot inzet van transformatiemiddelen, bevat het ingediende transformatieplan een onderbouwde aanvraag voor transformatiemiddelen en geeft voor zover mogelijk de samenhang met een regioplan aan. Voor indiening vindt een zelftoets plaats op de criteria van het ‘Beoordelingskader impactvolle zorgtransformaties’ (zie onderdeel J. Contractering).

20 | Integraal Zorgakkoord 2022

•

•

2. Beoordeling transformatieplan en aanvraag transformatiemiddelen: De betrokken zorgverzekeraar(s) beoordelen een transformatieplan en de aanvraag van transformatiemiddelen op basis van het “Beoordelingskader impactvolle zorgtransformaties”. Wanneer het transformatieplan voldoet aan de voorwaarden uit het “Beoordelingskader impactvolle zorgtransformaties” en de inzet van transformatiemiddelen zijn goedgekeurd door de betrokken marktleider zorgverzekeraars, informeren zij de aanvragende zorgaanbieders en de andere zorgverzekeraars over de uitkomsten van de beoordeling. Vervolgens stellen alle zorgverzekeraars hun “fair share” van de transformatiemiddelen beschikbaar, zonder een aanvullende inhoudelijke beoordeling. Op die manier kunnen de transformatiemiddelen laagdrempelig en zonder onnodige administratieve lasten worden ingezet. In het onderdeel Contractering wordt het bijbehorende toezicht op dit proces beschreven. 3. Betaling: Betaling is gekoppeld aan het behalen van overeengekomen resultaten of overeengekomen inspanningen. Hierover worden namens de zorgverzekeraars afspraken gemaakt door de zorgverzekeraar(s) met de bij het transformatieplan betrokken zorgaanbieder(s). 4. Monitoring: De betrokken zorgverzekeraars monitoren de resultaten die gekoppeld zijn aan de toekenning van transformatiemiddelen in het desbetreffende transformatieplan.

Er is een bestuurlijk overleg IZA dat eventueel benut kan worden voor escalatie. Ingaan nieuwe werkwijze: De bovenstaande werkwijze ten aanzien van de inzet van transformatiemiddelen door zorgverzekeraars gaat gelden per 1 januari 2023. Transformatieplannen die al lopen dan wel voor 1 januari 2023 starten, kunnen in aanmerking komen voor transformatiemiddelen in het kader van het IZA, als zij bij (her) beoordeling aan de gestelde voorwaarden voor “impactvolle transformaties” voldoen. Technische uitvoering transformatiemiddelen: IZA-partijen spreken af dat de inzet van transformatiemiddelen op een zo eenvoudig mogelijke en transparante wijze dient plaats te vinden, die niet mag leiden tot aantasting van de onderlinge concurrentieposities tussen zorgverzekeraars en daarmee tot premieverschillen voor de individuele verzekerden. Voor de technische uitvoering is er een onderscheid in twee fasen: - In 2023, en indien noodzakelijk ook in 2024, vindt de inzet van transformatiemiddelen plaats door continuering van de bestaande werkwijze. De transformatiemiddelen worden daarom voor 2023 toegevoegd aan het macro-prestatiebedrag en hierbij via het somatische en ggz risicovereveningsmodel verdeeld over de zorgverzekeraars. Via hernieuwde prijsafspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders komen deze trans-

-

formatiemiddelen vervolgens terecht bij zorgaanbieders die deel uitmaken van een gehonoreerd transformatieplan. Deze werkwijze heeft niet de voorkeur, maar biedt VWS, Zorginstituut, NZa en Zorgverzekeraars Nederland de tijd om onderstaande voorkeursvariant zo spoedig mogelijk uit te werken en juridisch mogelijk te maken. VWS neemt daarbij het initiatief. Vanaf 2024 of 2025: De voorkeursvariant is dat betaling van transformatiemiddelen gebeurt op basis van een aparte (lump sum) prestatie, geboekt als zogenaamde vaste kosten component onder het UPZ/Macroprestatiebedrag. Daarmee zijn de uitgegeven transformatiemiddelen ook goed te monitoren, zodat eventuele landelijke over- of onderschrijdingen snel zichtbaar zijn. Deze route borgt de concurrentieneutraliteit, bevordert transparantie, voorziet met nacalculatie in het ‘use-itor-lose-it’ principe en is daarmee het meest effectief en eenvoudig.

Integraal Zorgakkoord 2022 | 21

5 Monitoring

22 | Integraal Zorgakkoord 2022

Met dit akkoord willen we een grote impact hebben op de zorg, en merkbare resultaten behalen voor iedere inwoner van Nederland. Daarvoor is monitoring nodig. De monitor moet zowel richting geven aan de agenda van de bestuurlijke overleggen als aan de samenleving kunnen verantwoorden dat de IZA leidt tot merkbare verbeteringen op de korte en middellange termijn. Voor deze beide functies van de monitor heeft een doelgroepenbenadering een duidelijke meerwaarde. Enerzijds maakt het concreet wat de uitvoering van afspraken betekent voor de zorgverlening aan patiënten; anderzijds geeft het een focus op het realiseren van de (middel)lange termijndoelen voor een aantal grote doelgroepen waardoor de impact van het IZA duidelijk wordt niet alleen voor de patiënt maar ook voor het zorgpersoneel en de financiën. Het monitoren heeft doelen op verschillende niveaus: 1. Zicht houden op de voortgang van planvorming en uitvoering van de afspraken en plannen: het niveau van procesafspraken. 2. Leren en verbeteren tijdens de uitvoering van de afspraken en plannen door tijdig bij te sturen waar nodig is: het niveau van output. 3. Volgen wat de effecten zijn van alle inspanningen op de gezondheid van mensen en de financiële en personele houdbaarheid van het zorgsysteem op de (middel)lange termijn: het niveau van outcome.

De monitor van de procesafspraken volgt min of meer automatisch uit de afspraken die in het kader van het IZA-akkoord zijn gemaakt. Deze zullen worden vastgelegd en bewaakt in een overkoepelend programmaplan. De monitor van de output volgt de randvoordwaarden en streefdoelen die ten grondslag liggen aan het IZA-akkoord.

Daarbij gaat het onder meer om de uitputting van de financiële kaders en de transformatiebudgetten en ontwikkelingen op het gebied van de personele houdbaarheid. Daartoe zal de financiële monitor van de uitgaven vier keer per jaar door het Zorginstituut Nederland worden geactualiseerd; de NZa zal vier keer per jaar inzicht geven in de uitputting van de transformatiegelden5 en VWS zal vier keer per jaar op het niveau van output een update geven van de stand van zaken m.b.t. de afspraken op het terrein van de arbeidsmarkt. Daarnaast zullen in het kader van de afspraken onder de afzonderlijke thema’s nog separate onderwerpen gemonitord worden. Deze volgen uit de specifieke themabijlagen. In de analysefase kunnen deze thema’s nog verder worden aangevuld met andere doelen en indicatoren zoals bijvoorbeeld over wachtlijsten. De doelgroepenbenadering is hierbij een middel om de voortgang meer concreet te maken. Bij de monitor van de outcome ligt de focus op wat alle inspanningen vanuit het IZA ons opleveren en in hoeverre de IZA-afspraken ons dichter bij onze (lange termijn-) doelen brengen op het gebied van de maatschappelijke doelen, kwaliteit en toegankelijkheid. In onderstaand figuur zijn deze doelen weergegeven in een schematisch proces van alle IZA-activiteiten met hun effecten.

We onderscheiden afspraken over inspanningen (IZA afspraken, uitwerkingsafspraken en opstellen transformatieplannen), de uitvoering daarvan, de gewenste output (dat wat volgens alle afspraken in het IZA en in de transformatieplannen uitgevoerd of gemaakt wordt) en outcomes (het beoogde effect van de output en de uitkomsten voor de samenleving waar het ons uiteindelijk om gaat: een gezonde samenleving en een houdbaar zorgsysteem)6.

zicht op de voortgang

IZA

detailering IZA

transformatieplannen

verantwoording aan de samenleving

uitvoering

output • Bijvoorbeeld leefstijlinterventie wordt aangeboden

proximale outcome

distale outcome

• Bijvoorbeeld minder kwetsbare ouderen onnodig op SEH

• Bijvoorbeeld lagere ziektelast hart- en vaatziekten

leren en verbeteren tijdens de uitvoering

5

De technische inrichting hiervan moet door de NZa nog worden vormgegeven. Uitgangspunt van de NZa daarbij is dat er zo min mogelijk extra administratie lasten zullen worden toegevoegd.

6

Outcomes kunnen proximaal of distaal zijn; proximale uitkomsten staan dichter in verbinding tot acties dan distale outcomes. Distale outcomes zijn ook moeilijker direct te beïnvloeden omdat daar heel veel factoren van invloed op zijn (denk aan ziektelast of gezonde levensjaren). Integraal Zorgakkoord 2022 | 23

De afspraken per thema en de acties die daaruit voortvloeien hebben als uiteindelijk doel om de lange termijn doelstellingen te bereiken. De doelgroepbenadering helpt om de inzet te richten op daar waar de noodzaak of impact het grootst is.

5.1

Zicht op de voortgang

Vanaf het moment van ondertekening is het nodig om zicht te hebben op de voortgang. In het begin zal gekeken worden naar de inspanningen en mate van uitwerking van de plannen. Daarna verschuift de focus naar de uitvoering: in hoeverre worden de plannen ook ten uitvoer gebracht en wordt de output volgens planning opgeleverd? Hiervoor zal een mijlpalen planning worden opgesteld.

5.2

Leren en verbeteren tijdens de uitvoering

Om tijdens de looptijd van het IZA een zo goed mogelijk resultaat neer te zetten, willen de partijen samen leren en verbeteren. De partijen spreken af om regelmatig kennis en ervaring uit te wisselen tussen regio’s en op landelijk niveau. Monitoring van de uitvoering en de output en het spiegelen van de voortgang aan partijen is noodzakelijk om dit gesprek goed te kunnen voeren en te kunnen bijsturen waar nodig. Leren en verbeteren kan plaatsvinden op verschillende niveaus (landelijk, regionaal, bilateraal) en op basis van diverse bronnen – voorbeelden, cijfers, verhalen of benchmarks.

5.3

Effecten op de gezondheid van mensen en de financiële en personele houdbaarheid van het zorgsysteem

We moeten ons straks kunnen verantwoorden aan de samenleving: wat hebben alle inspanningen vanuit het IZA opgeleverd? Hoe weten we of de IZA-afspraken ons dichter bij onze (lange termijn-) doelen brengen? Met dit akkoord willen we merkbare resultaten behalen voor iedere inwoner van Nederland. Focus is belangrijk bij doorvoeren van veranderingen; we kunnen immers niet alles tegelijk veranderen voor iedereen. Door te focussen op concrete resultaten voor een aantal grote doelgroepen waarvoor de maatschappelijke impact het grootst is, kunnen we goed meten of we op de goede weg zijn en waar nodig plannen bijstellen. Voor de maatschappelijke verantwoording willen we een aantal outcomes kunnen monitoren. De doelgroepen zijn gekozen op basis van het WRR-rapport ‘Kiezen voor houdbare zorg’ (2021), waarbij er ruimte is voor het toevoegen van extra doelgroepen. De doelgroepen dekken een groot deel af van het zorggebruik in Nederland. De veronderstelling is dat goede resultaten voor deze doelgroepen een goede indicatie zijn voor de toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid over de volle breedte van de zorg.

24 | Integraal Zorgakkoord 2022

Het betreft: • mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden (1 op de 3 Nederlanders, 36,4%) heeft beperkte gezondheidsvaardigheden); • ouderen met een kwetsbare gezondheid; en een aantal patiëntgroepen die veel zorg vragen zoals mensen met; • psychische klachten (circa 1,4 miljoen mensen met een psychische stoornis in 2019); • (risico op) kanker (circa 125.000 nieuwe kankerdiagnoses per jaar); • (risico op) hart- en vaatziekten (circa 1,9 miljoen mensen met hart- en vaatziekten). Om deze concrete resultaten voor verschillende doelgroepen te halen zal iedere medewerker in de zorg de komende jaren hard nodig zijn. Gezonde en gelukkige medewerkers zijn daarmee essentieel. We moeten onze zorgprofessionals daarom gezond en gemotiveerd houden zodat zij duurzaam inzetbaar zijn, met ruimte voor werkplezier en ontwikkeling. Ook hiervoor zullen outcomedoelen worden geformuleerd. In bijlage L is een nadere uitwerking te vinden van de doelgroepen en wordt een voorstel gedaan voor de beoogde resultaten per doelgroep. De doelgroepen en resultaten zullen de komende tijd verder worden uitgewerkt in overleg met alle betrokken partijen. Een toets op de haalbaarheid van de resultaten (‘reality check’) is onderdeel van deze nadere uitwerking.

Daarbij zal er ruimte zijn voor hoe we gaan meten, of er doelgroepen moeten worden toegevoegd, of de beoogde resultaten nog moeten worden aangepast en hoe we de beoogde resultaten interpreteren in de bestuurlijke overleggen. Belangrijk daarbij is dat de outcomes een directe relatie hebben met de afspraken zoals die op de verschillende thematafels zijn gemaakt. Soms zal het lastig zijn om al in 2026 voor de doelgroep een merkbare verandering teweeg te brengen; in dat geval moet in ieder geval al wel de beweging is ingezet.

6 Governance

Integraal Zorgakkoord 2022 | 25

Het IZA legt de basis voor een beweging naar passende zorg in de komende jaren. Samenwerking tussen alle partijen is de sleutel naar succes. Bij het opstellen van het IZA zijn door 14 partijen afspraken gemaakt over de uitwerking. Het is essentieel dat bij de uitwerking die intensieve samenwerking wordt gecontinueerd. In de governance van het IZA moet dit ook terug komen. Dit temeer daar op diverse onderdelen nog verdere concretisering van de afspraken nodig is. De voortgang van de uitwerking moet worden gemonitord. Hieronder wordt nader ingegaan op de monitoring. De monitoring van het geheel kan ook worden gebruikt om te leren en tussentijds bij te sturen. Escalatie is nodig als afspraken niet worden nagekomen of de voortgang onvoldoende is. Bij de governance gaat het enerzijds om wie waarvoor verantwoordelijk en afrekenbaar is; niet op de outcome wel op de output. Anderzijds gaat het om het evalueren en leren; uitgevoerde acties kunnen immers ook niet tot gewenste uitkomst leidt. Onderdeel van de governance is om duidelijkheid te hebben over wat de gevolgen zijn als er op output-niveau een afspraak niet is nagekomen. In het eerste bestuurlijke overleg zal worden afgestemd, voor elk niveau, waar de monitor over moet gaan. De periode daarna wordt gebruikt om tot uitgewerkt en bruikbaar monitoringsysteem te komen inclusief een 0-meting en voorstel voor de streefwaarden.

Hierbij hoort ook de inrichting van de bijbehorende governance. Op 1 april 2023 wordt deze analysefase afgerond met een breed gedragen voorstel dat kan worden gebruikt voor besluitvorming. Het programmateam heeft hierin het voortouw; commitment, inzet en eigenaarschap van de verschillende thema’s zijn noodzakelijk om tijdig tot de beoogde resultaten te komen. Het programmateam maakt een actielijst wie wat moet doen. De IZA partijen spreken ten aanzien van de governance het volgende af: • Onder regie van het ministerie van VWS zal een programmateam worden opgezet dat de voortgang bewaakt. Doel van het programmateam is om, eventueel met externe ondersteuning, de uitwerking van het IZA aan te jagen, de inspanningen te volgen en waar nodig bij te sturen. • Elk kwartaal zal er een bestuurlijk overleg IZA worden georganiseerd. Op die dag zal in het licht van de transformatie naar passende zorg een inhoudelijk onderwerp worden besproken. Ook zal op die dag de voortgang worden besproken aan de hand van een monitor van de afspraken en de outcome monitoring van Zorginstituut, NZa en VWS. Partijen kunnen elkaar aanspreken over het niet nakomen van afspraken of knelpunten die moeten worden opgelost. Ook kan op basis van de monitor worden bijgestuurd. • De bestuurdersdag zal door het programmateam worden voorbereid in samenwerking met een aantal veldpartijen.

26 | Integraal Zorgakkoord 2022

•

• •

•

Als bij de uitwerking verschil van inzicht ontstaat dan zal onder leiding van VWS en samen met de relevante toezichthouders dit besproken worden. Indien nodig wordt een bestuurlijk overleg met de verantwoordelijke bewindspersoon van VWS georganiseerd. De Tweede Kamer zal ook regulier worden geïnformeerd over de voortgang van de uitwerking van het IZA. Ten aanzien van de inzet van de transformatiemiddelen zullen de NZa, ZN en VWS regulier overleg hebben over de voortgang. Daarnaast hebben NZa en het Zorginstituut hun reguliere taken ten aanzien van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg. Vanuit die rollen zullen zij toezien op de effectiviteit van de door partijen in het IZA gemaakte afspraken.

7 Evaluatiemoment

Integraal Zorgakkoord 2022 | 27

De looptijd van het Integraal Zorgakkoord is 2023 t/m 2026. De IZA-partijen zetten zich maximaal in om de doelen en plannen uit het IZA te realiseren en bespreken elk kwartaal de voortgang in het bestuurlijk overleg IZA. Partijen van het IZA spreken daarnaast met elkaar af dat er in 2024, boven op het kwartaal overleggen, een tussentijds evaluatiemoment plaatsvindt (mid-term review). Bij de evaluatie worden verschillende onderdelen betrokken: • Een eerste voorlopig beeld van de financiële realisatiecijfers over 2023. • Een beeld welke inspanningen partijen hebben gepleegd en in hoeverre de afspraken in het IZA worden nagekomen. • Een overzicht welke concrete transformatieplannen zijn ingediend en gehonoreerd voor de transformatiemiddelen. • Het beeld over in hoeverre zorgverzekeraars in staat zijn om aan hun zorgplicht voor hun verzekerden te voldoen. Op basis van de evaluatie wordt uiterlijk 1 juni 2024 in een BO een besluit genomen over het eventueel bijsturen van de gemaakte financiële en inhoudelijke afspraken in het IZA. De totale taakstelling staat daarbij niet ter discussie. Hierbij zijn een aantal opties mogelijk voor de jaren 2025 en 2026. Als blijkt dat de gewenste transitie niet voldoende plaats vindt dan wordt ingezet op a) het alsnog verder aanscherpen en intensivering van inhoudelijke afspraken in het IZA; en b) gewijzigde inzet van transformatiemiddelen.

We zetten erop in om met deze twee opties eventueel benodigde aanpassingen af te spreken. Als terugvaloptie kan ook bezien worden of er c) verschuiven van de groeiruimte tussen IZA-sectoren (macro-budgetneutraal) moeten plaats vinden; en d) of er aanpassingen van het basisniveau per 2025 (bij significant afwijkend beeld op basis van realisatiecijfers) nodig zijn. Op basis van de uitkomsten van de evaluatie (uitgevoerd door een onafhankelijke partij) zal VWS, na consultatie van de IZA-partijen, hierover een besluit nemen. De bewijslast over de inspanningen om de inhoudelijke doelen en besparingen te realiseren ligt bij de betreffende partijen: aanbieders, verzekeraars en uiteraard ook VWS. Mochten de afspraken het uit het IZA aantoonbaar niet leiden tot de beoogde besparingen, dan neemt VWS het initiatief voor overleg en besluitvorming over aanvullende besparingsvoorstellen. Hierbij wordt een onafhankelijke partij betrokken. Randvoorwaarde bij deze afspraak is dat alle partijen commitment uitspreken en maximale inspanning leveren om uitvoering te geven aan de beoogde transformatie uit te voeren en bij te dragen aan de IZA doelen. Over de precieze vormgeving van de evaluatie zullen partijen nadere afspraken maken en vastleggen in het bestuurlijk overleg IZA.

28 | Integraal Zorgakkoord 2022

> Werkagenda

Integraal Zorgakkoord 2022 | 29

Onderdeel A. Passende zorg: Waardegedreven – samen met de patiënt, pakket en kwaliteit De overheid en veldpartijen willen duidelijke keuzes gaan maken door volop en in de breedte van alle aspecten en terreinen van de zorg in te zetten op passende zorg. Passende zorg is waarde gedreven, dat betekent allereerst dat zorg in de eerste plaats effectief is, voldoet aan de stand van wetenschap & praktijk en meerwaarde heeft voor de patiënt, met daarnaast een doelmatige inzet van mensen, middelen en materialen. Zorg wordt geleverd op basis van professionele richtlijnen en kwaliteitsstandaarden, en deze zijn opgesteld op basis van de uitgangspunten van het Kader passende zorg. Passende zorg komt samen met en gezamenlijk rondom de patiënt tot stand, ondersteund door informatie passend bij de vaardigheden van de patiënt (Samen Beslissen). Passende zorg is ook de juiste zorg op de juiste plek. En passende zorg gaat over gezondheid in plaats van over ziekte. Daarnaast is passende zorg óók zorg met zo min mogelijk impact op klimaat- en milieu. En passende zorg kan alleen worden vormgegeven in een prettige en goede werkomgeving voor zorgprofessionals. Partijen geven met de hieronder weergegeven afspraken nader invulling aan de hierboven beschreven transitie naar passende zorg.

1.

Passende zorg - algemeen

De beweging richting passende zorg is al langer in gang gezet en er lopen al veel mooie programma’s en initiatieven. Partijen constateren echter ook dat er nog veel te winnen valt. Om de zorg met elkaar in de toekomst ook toegankelijk te houden is een echte transformatie nodig waar alle partijen vanuit ieders taak of verantwoordelijkheid volop op inzet. Deze transformatie richting passende zorg draait om: 1. Te leveren zorg die op de eerste plaats effectief is en voldoet aan de stand van wetenschap en praktijk. 2. Daarnaast is deze zorg doelmatig en gaat in tijd, plaats en inhoud uit van de behoefte of situatie van de patiënt/cliënt. 3. Het toegankelijk houden van zorg. Dit betekent zelfstandig als het kan, in de eigen omgeving als het kan en digitaal als het kan. Fysiek contact blijft waar dit noodzakelijk is voor de

30 | Integraal Zorgakkoord 2022

patiënt/cliënt. Daarbij prevaleren arbeidsbesparende interventies boven arbeidsintensieve interventies. En er wordt ingezet op het versterken van de regie en het eigen netwerk van mensen en het gepast inzetten van interventies uit het welzijnsdomein, door zorg aan te sluiten op de individuele situatie van mensen: wat willen mensen, wat kunnen mensen, wat past bij mensen. Dat leidt tot een partnership tussen welzijnsdomein, zorgaanbieder, zorgprofessional en patiënt tijdens behandeling en herstel waardoor minder vaak een vraag met een medisch antwoord hoeft te worden opgelost. 4. Voortzetting en integratie van met elkaar samenhangende programma’s (zoals Zorgevaluaties & Gepast Gebruik, Juiste Zorg op de Juiste Plek, Uitkomstgerichte Zorg, Samen Beslissen, Tijd voor Verbinding, etc.) die deze beweging ondersteunen, versnellen en verder brengen. 5. ‘Groene en klimaatneutrale zorg’ met laagst mogelijk uitstoot van broeikasgassen en impact op de leefomgeving, geleverd met oog voor spaarzaam en circulair gebruik van grondstoffen en materialen; 6.

Een heldere rolverdeling: • VWS: stelt de (wettelijke) kaders op, neemt indien nodig pakketmaatregelen, werkt een aantal scenario’s uit voor (pakket)maatregelen, voor het geval de financiële opgave niet gehaald gaat worden, monitort de voortgang op de maatschappelijke doelen, is verantwoordelijk voor de noodzakelijke politieke ruggensteun en neemt regie in de communicatie met de samenleving. • Zorgverleners en zorgaanbieders zijn verantwoordelijk voor operationalisering, implementatie en monitoring van de implementatie in de praktijk, door passende zorg aan te bieden. Zorgverzekeraars zijn verantwoordelijk voor de contractering van passende zorg en uitvoering van de verzekering. • Patiënten/cliënten willen zorg die past bij hun persoonlijke situatie en beslissen mee over de zorg die ze krijgen en willen op de hoogte zijn van de voor- en nadelen van de verschillende opties. Patiëntenorganisaties zorgen er onder andere voor dat patiënten worden geholpen met het uitspreken wat voor hen relevant is, door het ontwikkelen van methoden en instrumenten die daarbij helpen. • Uitvoeringsorganisaties en toezichthouders: i.

Zorginstituut Nederland: Het Zorginstituut heeft de wettelijke taak van onafhankelijk pakketbeheerder, waarin zij de minister adviseert over de benodigde maatregelen ten aanzien van het verzekerde pakket en voor aanbieders en verzekeraars de inhoud van het verzekerd pakket eenduidig uitlegt. Vanuit die rol adviseert het Zorginstituut de minister over de te nemen concrete pakket- en (de-)implementatiemaatregelen met het oog op passende zorg. Het Zorginstituut heeft in opdracht van VWS het

Kader passende zorg ontwikkeld dat als uitgangspunt dient voor de te verlenen zorg, in het bijzonder die uit de basisverzekering. Het geeft richting aan de beweging en geeft inzicht in de rollen en verantwoordelijkheden. Het geeft daarmee richting aan de levering van zorg en is leidend voor de professionele richtlijnen, voor de contractering door zorgverzekeraars van impactvolle passende zorg en voor toezicht en handhaving. Het Kader is dynamisch en past zich aan bij voortschrijdende inzichten in wisselwerking met de praktijk. Het Zorginstituut zorgt ervoor dat het Kader toepasbaar blijft in de praktijk. Het Zorginstituut neemt het initiatief om samen met de betrokken veldpartijen het Kader verder te concretiseren voor 1 januari 2023, zodat het onder meer voor richtlijnontwikkeling, de inrichting van passende praktijken, de contractering voor 2024 als ook binnen de lopende programma’s kan worden gehanteerd. Het Zorginstituut voert de procesregie als de hoeder van de cyclus van passende zorg. ii. Nederlands Zorgautoriteit: De NZa zet zich in op het ontwikkelen van passende bekostiging van zorg. Het is belangrijk dat financiële prikkels passende zorg ondersteunen. De prikkels liggen nu vooral nog bij interventies en te weinig bij bijvoorbeeld gezamenlijke besluitvorming. De NZa sluit daarbij nauw aan op het pakketbeheer van het Zorginstituut.

De NZa werkt hiervoor samen met het Zorginstituut aan een werkwijze die gericht is op het stimuleren van passende zorg en het afbouwen van niet passende zorg, ook in de bekostiging (inclusief betaaltitels). Dit proces wordt samen met aanbieders en verzekeraars vormgegeven, zodanig dat van een eerste versie gebruik kan worden gemaakt in de contractering voor 2024. Daarnaast richt de NZa haar toezicht zo in dat het bijdraagt aan passende zorg en gebruikt als leidraad hiervoor het Kader passende zorg. iii. Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd: De IGJ draagt bij aan het bevorderen van een actieve leercultuur gericht op passende zorg mede aan de hand van het Kader passende zorg. Ook werkt de IGJ uit hoe passende zorg via hun toezichtsrol versterkt kan worden daar waar de cultuurverandering onvoldoende van de grond komt.

2.

Pakketbeheer

De vraag naar zorg neemt toe, terwijl de krapte op de arbeidsmarkt ervoor zorgt dat er grenzen zijn aan de beschikbaarheid van personeel om de zorg te leveren. De afgelopen jaren is hierbij het pakket verder uitgebreid. De groeiende zorgvraag zorgt voor uitdagingen bij het beschikbaar en betaalbaar houden van de zorg. Om de toegankelijkheid en kwaliteit te borgen onderkennen partijen de noodzaak van de verbetering van het pakketbeheer om passende zorg te realiseren. In lijn met het WRR rapport moeten er scherpe keuzes gemaakt worden welke zorg valt onder het basispakket en welke zorg niet langer vergoed wordt. Beschikbare zorgprofessionals en zorgfaciliteiten worden daardoor ingezet voor het bieden van passende zorg die op de eerste plaats effectief is, voldoet aan de stand van wetenschap en praktijk en meerwaarde voor de patiënt heeft en tevens past binnen de daarvoor beschikbare middelen (financieel en personeel). Pakketbeheer gaat over aanspraak op zorg en is daarmee de basis voor passende zorg. Passende zorg omvat echter ook de afspraken tussen partijen over hoe de zorg binnen het pakket wordt georganiseerd en ingezet. Het Zorginstituut heeft een onafhankelijke rol in het bepalen van de aanspraak. In deze paragraaf gaat het over afspraken ter versterking van het pakketbeheer, ook binnen het open pakket.

Om met pakketbeheer bij te dragen aan het realiseren van de maatschappelijke opgave binnen het IZA wordt ingezet op het volgende:

a. Wat is passende zorg in relatie tot pakketbeheer Alle partijen onderschrijven de bedoeling dat zorg die niet of onvoldoende bijdraagt uit het pakket gaat en om waardevolle zorg te behouden. Uitgangspunt voor pakketwaardigheid is dat zorg op de eerste plaats effectief is en voldoet aan de stand van wetenschap en praktijk. Daarnaast geldt dat zorg digitaal wordt geleverd als dat kan, arbeidsbesparende interventies waar mogelijk voor gaan op arbeidsintensieve interventies. Fysieke zorg blijft bestaan waar dit noodzakelijk is voor de patiënt/cliënt. b. Verbeteren en verbreden toets basispakket • De toets op het basispakket wordt verbeterd en verbreed in lijn met het kader passende zorg. VWS maakt kort na de zomer, maar uiterlijk 1 januari 2023, duidelijk welke stappen moeten worden gezet om passende zorg in het pakketbeheer de norm te laten zijn. • Daarbij maakt VWS de inhoudelijke invulling van de verbetering en verbreding van de toets op het basispakket concreet met normerende criteria voor toelating tot het basispakket, en omschrijft VWS de rol- en taakverdeling in overleg met alle bij de toets op het basispakket betrokken partijen. • Bij het verbeteren van de toets op het basispakket wordt verduidelijkt op basis van welke inhoudelijke

Integraal Zorgakkoord 2022 | 31

• •

•

•

•

criteria de pakketwaardigheid van zorg wordt getoetst. Hierbij wordt ook gekeken op basis van welke uitkomstmaten effectiviteit wordt vastgesteld. Bij het verbreden van de toets wordt bezien welke zorg getoetst wordt en op welk moment dit gebeurt. Uitgangspunt is dat meer zorg getoetst wordt. Omdat niet alle zorg tegelijkertijd getoetst kan worden, worden er selectiecriteria ontwikkeld voor te toetsen (bestaande of nieuwe) zorg en wordt door het Zorginstituut, in overleg met partijen, een agenda opgesteld. Doel is zorg te selecteren met grote impact (grote ziektelast, grote arbeidsinzet, veel praktijkvariatie, groot financieel beslag en klimaat- en milieu-impact). Als de voor toetsing geselecteerde zorg niet aantoonbaar voldoet aan stand van wetenschap en praktijk en daarbinnen doelmatigheid, is uitstroom van die zorg in beginsel van toepassing. Indien de uitkomst van de toetsing is dat de zorg aannemelijk effectief lijkt maar er onzekerheid is rond de mate van effectiviteit of doelmatigheid, kan bestaande en nieuwe potentieel passende zorg voor een beperkte tijd worden vergoed met de voorwaarde dat er onderzoek plaatsvindt. Kennisontwikkeling over effectiviteit en doelmatigheid wordt gestimuleerd door meer samenhang aan te brengen in subsidieprogramma’s voor onderzoek.

Via de transformatiegelden wordt doelmatigheidsonderzoek geïntensiveerd als verbreding van het Topzorg programma. Het traject van verbetering en verbreding van de toets op het basispakket wordt in verbinding met de betrokken veldpartijen opgezet en uitgevoerd.

c. Agendering • Pakketbeheer vraagt inzet van overheid en veldpartijen. Agenderen komt zowel vanuit de overheid (risicogericht) als vanuit het veld. Rekening houdend met ieders formele rol en verantwoordelijkheid, stelt het Zorginstituut met input van partijen een agenda van onderwerpen voor (cyclisch) pakketbeheer vast, deze is uiterlijk 1 juli 2023 gereed. Deze agenda over aanspraak (het WAT) wordt gekoppeld aan een bredere agenda gericht op passende zorg (het HOE en WAAR) zie afspraak 3b. Voor de medisch specialistische zorg wordt daarbij de ZE&GG- agenda betrokken. Tevens maakt het Zorginstituut, met in achtneming van zijn onafhankelijke positie, afspraken met de wetenschappelijke en beroepsverenigingen, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties, over hun betrokkenheid bij duiding van bewijs in kader van (cyclisch) pakketbeheer, en het gebruik van duidingen die reeds hebben plaatsgevonden in het kader van (modulaire)richtlijnontwikkeling. Hierdoor worden doublures geschrapt, administratieve last verminderd, het beoordelingsproces efficiënter en

32 | Integraal Zorgakkoord 2022

daarmee versneld. Daarbij heeft het Zorginstituut ook in het bijzonder aandacht voor de wijkverpleging en de betekenis van het uitgangspunt “zelfstandig als het kan” (nadere invulling van het in de regelgeving verankerde criterium dat je redelijkerwijs op zorg moet zijn aangewezen).

d. Uitvoering van het pakketbeheer Pakketuitspraken worden specifieker over welke zorg, op welke manier, voor welke (sub)indicatie effectief is. Dit kan in toenemende mate gevolgen hebben voor de organisatie en kwaliteit van zorg. De toetsing kan leiden tot de conclusie dat zorg niet (meer) of niet meer in deze situatie tot het basispakket behoort. Het Zorginstituut maakt dit kenbaar. Als deze zorg al wordt geleverd wordt deze zorg binnen een vastgestelde termijn gedeïmplementeerd (niet langer geleverd/vergoed) door veldpartijen. De toetsing kan ook leiden tot de conclusie dat er onzekerheid is over de (mate van) effectiviteit en daarmee pakketwaardigheid. Afhankelijk van de mate van onzekerheid, kan zorg voor een vooraf te bepalen periode vergoed blijven vanuit het basispakket. Tijdens deze periode vindt onderzoek plaats waarmee de vraag wordt beantwoord en een conclusie getrokken wordt of de zorg pakketwaardig is. Het Zorginstituut maakt afspraken met de wetenschappelijke en beroepsverenigingen, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties over welke onderbouwing nodig is en wat dit vraagt aan inzet van alle betrokkenen.

Bij het verstrijken van de afgesproken termijn zal het Zorginstituut vanuit zijn onafhankelijke positie onverwijld duiden of op basis van de beschikbare informatie zorg al dan niet aantoonbaar effectief is en van meerwaarde voor de patiënt/cliënt. e. Rollen en verantwoordelijkheden t.a.v. de cyclus van gepaste zorg pakket beheer De toets op het basispakket wordt per 1 januari 2023 verbeterd en verbreed in lijn met het Kader passende zorg. Alle zorgpartijen nemen ook t.b.v. pakketbeheer nadrukkelijk hun verantwoordelijkheid, elk vanuit hun eigen rol: • VWS: VWS is verantwoordelijk voor de (wettelijke) kaders van het pakketbeheer. VWS is er ook voor verantwoordelijk voor de politieke agendering en sondering bij (moeilijke) pakketbeslissingen. De volgende acties worden in ieder geval ingezet: • VWS stuurt in het najaar van 2022 een Kamerbrief over de verbetering en verbreding van de toets op het basispakket. Daarmee agendeert VWS pakketbeheer politiek. In 2023 wordt dit met partijen nader geconcretiseerd en de aanpassing van wet- en regelgeving voorbereid. Hierbij werkt VWS uit welke normerende keuzes en criteria gelden ten aanzien van de afbakening van het verzekerd pakket, om

•

passende zorg in het pakket de norm te laten zijn. Dit geldt zowel voor toelating tot én uitstroom uit het basispakket. • VWS formuleert in 2023 ook een opdracht aan het Zorginstituut om zijn rol in de verbeterde en de verbrede toets op het basispakket vorm te geven. • Tevens maakt VWS uiterlijk 1 maart 2023 de inhoudelijke en wettelijke invulling van de verbetering en verbreding van de toets op het basispakket concreet, inclusief de rol van het Zorginstituut, en borgt de uitvoerbaarheid daarvan. Onderdeel van de uitwerking is ook hoe om te gaan met lopende behandelingen indien er sprake is van uitstroom uit het basispakket. • VWS werkt voor 1 januari 2023 samen met de betrokken veldpartijen (Zorginstituut, zorgverzekeraars, zorgaanbieders, wetenschappelijke verenigingen, beroepsgroepen en patiëntenorganisaties) uit hoe kennis uit bestaande programma’s (o.a. ZE&GG, UZ, JZOJP) over passende zorg samengebracht en ontsloten kan worden ten behoeve van het zetten van stappen richting passende zorg bij de inkoop 2024 en hoe dit gekoppeld wordt aan passende zorgpraktijken. • Ten slotte werkt VWS, in lijn met de doelstellingen onder afspraak 1 in deze paragraaf, geformuleerd en in lijn met de verbetering en verbreding van de toets op het basispakket aan de (her)inrichting van het landschap voor onderzoek dat de pakketvraag kan beantwoorden en/of gepast gebruik bevordert.

Zorginstituut Nederland: • Het Zorginstituut is als onafhankelijke partij medeverantwoordelijk voor het pakketbeheer in het algemeen belang: voor de methodiek van beoordelen en het doen van uitspraken bij geschillen. Het Zorginstituut concentreert zich op de uitvoering van de opdrachten die VWS geeft op basis van het coalitieakkoord en IZA ten behoeve van realisatie van de maatschappelijke opgaven voor zowel de korte als de lange termijn. Het Zorginstituut beheert daarvoor normatief, proactief en gestructureerd het basispakket, mede op basis van de principes van passende zorg. • Het Zorginstituut zal daarbij in de toekomst vaker uitspraken doen over de pakketwaardigheid, waaronder de effectiviteit en het voldoen aan het criterium stand van de wetenschap en praktijk als de normerende criteria die VWS in het kader van het verbeteren en verbreden van de toets op het basispakket in 2023 formuleert. • Het Zorginstituut draagt te allen tijde zorg voor door zorgverzekeraars en zorgaanbieders uitvoerbare pakketuitspraken. Het Zorginstituut geeft daarbij zo

•

•

•

concreet mogelijk aan welke zorg wel, niet of onder uitsluitend onder bepaalde leveringsvoorwaarden tot het verzekerd pakket behoort. Wetenschappelijke- en beroepsverenigingen: • Het inzichtelijk maken van de onderbouwing van en de bewijslast voor passende zorg ligt bij de wetenschappelijke- en beroepsverenigingen. Deze onderbouwing wordt gebruikt voor het opstellen van richtlijnen. Omdat Passende zorg een breed perspectief heeft, waar ook de organisatie van zorg onderdeel van is, zoals weergegeven in de 12 uitgangspunten worden patiëntorganisaties en relevante zorgaanbieders betrokken bij de opstelling van richtlijnen. • Waar zorg is geprioriteerd voor onderzoek, zijn de onderzoekers, onderzoeksinstellingen en zorgaanbieders verantwoordelijk voor correcte en tijdige opzet en uitvoering van het onderzoek en het monitoren en transparantie verlenen aan andere IZA-partijen. Zorginstellingen geven ruimte voor dit onderzoek en steunen implementatie van de gevonden inzichten. Zorgaanbieders/zorgverleners: • Zetten zich maximaal in om (doelmatigheids) onderzoek uit te voeren en patiënten te includeren ten behoeve van evaluatieonderzoek. • Op het gebied van richtlijnontwikkeling zorgen zij voor inbreng betreffende organisatorische en financiële consequenties. • Het voortvarend en transparant implementeren van passende zorg beslissingen en het de-implementeren van niet passende zorg.

Zorgverzekeraars: • Zorgverzekeraars zijn verantwoordelijk voor de rechtmatige uitvoering van de zorgverzekering. Zorgverzekeraars toetsen (risicogericht) in de uitvoering of zorg voldoet aan de pakketcriteria en passende zorg beslissingen, waaronder stand van wetenschap en praktijk en (kosten)effectiviteit en sturen hierop in de contractering en afspraken met zorgaanbieders. • Tevens kunnen zij een signaalfunctie vervullen richting het Zorginstituut in het kader van het pakketbeheer. Zorgverzekeraars kunnen dat individueel aangeven aan het Zorginstituut. Voor specifieke onderwerpen kunnen zorgverzekeraars samen ook een Zorg Advies Traject doorlopen en dat zo nodig bij het Zorginstituut agenderen voor duiding ten behoeve van pakketbeheer. • Op het gebied van richtlijnontwikkeling zorgen zij voor inbreng betreffende organisatorische en financiële consequenties.

Integraal Zorgakkoord 2022 | 33

•

3.

Patiëntenorganisaties: • De transitie naar passende zorg vergt een gelijkwaardige positie van de patiënt. Dit betekent een omslag van ‘zorgen voor mensen’ naar ‘zorgen met mensen’, waarbij preventie, gezondheid en kwaliteit van leven centraal staat. Voor de ontwikkeling naar patiënt/cliëntgerichte passende zorg, en dus ook bij het (toekomstig) pakketbeheer, hebben patiënt- en cliëntvertegenwoordigers een belangrijke positie als volwaardige gesprekpartners. Ze brengen behoeften, verwachtingen en ervaringen van patiënten in en werken mee aan monitoring van het perspectief van de patiënt in de zorg. Patiëntenorganisaties hebben ook een rol bij het aangaan van het gesprek over gezond gedrag en in de bewustwording bij patiënten van schaarste (arbeid/ financieel) in de zorg en dat niet bij alle zorgvragen een medisch antwoord het best passend is. En ook dat het iets kan betekenen voor de manier waarop de zorg wordt geleverd (bijvoorbeeld digitaal i.p.v. fysiek, of in het sociaal domein in plaats van het medisch domein).

c.

Passende zorg in uitvoering – cyclus van gepast gebruik

a. We hanteren de cyclus van gepast gebruik (agenderen, evalueren/duiden, implementeren resultaten, monitoren) als continue motor voor het concretiseren van Passende Zorg. Bij de toepassing van de cyclus in de praktijk staat patiëntgerichte zorg centraal, waarbij rekening wordt gehouden met de complexiteit van de zorgvraag en patiënt specifieke factoren. We continueren en versterken de werkwijze van ZE&GG voor de MSZ onder de governance van de hierbij betrokken partijen. We verbreden hierbij naar de onderwerpen Digitale en hybride Zorg en Organisatie van Zorg (JZOJP) zodat de transformatie naar passende digitale zorg en zorg op de juiste plek versneld kan worden. Gelijktijdigheid van de bewegingen is hierbij een aandachtspunt (als zorg verplaatst van bijvoorbeeld het ziekenhuis naar de huisarts, moet die daar wel voor geëquipeerd zijn). Partijen hanteren de cyclus van gepast gebruik in alle sectoren die onder de zorgverzekeringswet kunnen vallen, zo nodig toegespitst op het ontwikkelstadium van die specifieke sector en waar nodig sectoroverstijgend en met een programma-aanpak die goed aansluit bij de kennisvragen uit die sector. Deadline voor geconcretiseerde afspraken over het verbreden van deze cyclus en een bijbehorende werkagenda is 1 maart 2023. VWS is trekker en bewaakt de deadline. b.

Het Zorginstituut komt in samenspraak met veldpartijen per sector met een reguliere agenda voor kennisvragen en implementatievraagstukken in het open pakket (aanspraak: WAT) en passende zorg (afspraken: HOE en WAAR), zie ook afspraak 2c, die maatschappelijk het meest impactvol zijn.

34 | Integraal Zorgakkoord 2022

d.

e.

f.

g.

De prioriteringscriteria die hierbij gebruikt worden, sluiten aan op de uit te werken selectiecriteria voor de verbetering en verbreding van de toets op het basispakket. De prioriteringscriteria worden nog uitgewerkt door partijen en betreffen in ieder geval: grote ziektelast, grote arbeidsinzet, veel praktijkvariatie, groot financieel beslag en klimaat- en milieu-impact. Deadline voor deze agenda is 1 juli 2023. Het Zorginstituut agendeert ook zelfstandig, via signalementen passende zorg, welke vraagstukken opgepakt moeten worden om te komen tot passende zorg. De eerste signalementen worden gepubliceerd voor eind 2022. Bij geprioriteerde kennisvragen, spreken partijen steeds af wat een redelijke termijn is waarbinnen deze vraag in het kader van onderzoek beantwoord dient te worden en committeren zich daarvoor aan de uitvoering van het benodigde onderzoek en voor de inclusie van patiënten. Inclusie bij evaluatieonderzoek wordt door de bij ZE&GG betrokken partijen gestimuleerd door een benchmark op te zetten over inclusiepercentages waar partijen zich aan committeren en actief aan bijdragen. Indien de uitkomst van toetsing is dat het de zorg aannemelijk effectief lijkt maar er onzekerheid is rond de mate van effectiviteit of doelmatigheid, kan zorg worden vergoed met de voorwaarden dat er onderzoek plaatsvindt.

Deelname aan dit onderzoek wordt gestimuleerd en daarbij kunnen mogelijke aanvullende voorwaarden gesteld worden rekening houdend met bestaande ethische en juridische kaders en eventuele medische uitsluitingsgronden voor deelname aan onderzoek. Onderzoek naar deze kennisvragen en doelmatigheidsonderzoek wordt gestimuleerd middels onderzoeksprogramma’s. Deze programma's leveren brandstof voor de hele cyclus van passende zorg. Een voorbeeld van een dergelijk programma is het Topzorg programma, waarvoor een deel van de transformatiegelden wordt gealloceerd. Om passende verpleging en verzorging te faciliteren voor alle sectoren (wijk, huisartsenzorg, GGZ, MSZ en MDZ) en administratieve lasten te verlagen, spreken partijen af dat een inhaalslag gemaakt wordt in kennisontwikkeling en daaruit voortvloeiend in de ontwikkeling en implementatie van verpleegkundige kwaliteitsstandaarden, richtlijnen, en protocollen. Partijen spreken af dat (de)implementatie in principe binnen 1 jaar tot aantoonbaar resultaat leidt, waarbij partijen een andere redelijke termijn afspreken als dat meer passend is. De afspraken behelzen ook de reële termijn van aanpassing van de richtlijnen en aanpassing van de vergoedingen/ betaaltitels. Voor de volledige (de)implementatie spreken partijen steeds een redelijke termijn af.

Ten behoeve van implementatie en monitoring wordt door partijen gezamenlijk spiegelinformatie opgesteld die transparant is voor aanbieders, verzekeraars, toezichthouders en zorggebruikers. Daarvoor wordt een infrastructuur voor spiegelinformatie ingericht onder regie van VWS (zie punt 13c en 13d).

h. Aansluitend hierop en bij het uitblijven van voldoende resultaat zullen overheidspartijen op basis van dezelfde hierboven genoemde criteria onderwerpen van zorg selecteren voor toetsing op de criteria van het basispakket. VWS neemt de vraag wanneer er sprake is van uitblijven van voldoende resultaat en de daarvoor geldende criteria, in overleg met het Zorginstituut, mee in de uitwerking van het verbeteren en verbreden van de toets op het basispakket.

4.

Continue leer- en verbetercyclus door zorgprofessionals en patiënten

a. Voor het toepassen van passende zorg in de praktijk (waardegedreven, op de juiste plek en op basis van samen beslissen), is een continu leer- en verbetercyclus door zorgprofessionals, zorgaanbieders en voor patiënten noodzakelijk. b. De verschillende zorgaanbieders, beroepsgroepen en patiënten hanteren met elkaar een continu leer- en verbetercyclus waarbij passende zorg volgens de laatste (wetenschappelijke) inzichten centraal staat. Het gaat daarbij zowel om de kwaliteit van diagnose en de gezamenlijke besluitvorming (de goede dingen doen) alsook de kwaliteit van de interventie (de dingen goed doen). De kwaliteit van de interventies wordt mede beoordeeld vanuit het patiëntperspectief door transparantie per zorgaanbieder en vakgroep aan patiënten en verzekeraars, zoals de Patient Reported Outcome Measures (PROM’s), Patient Reported Experience Measures (PREM’s) en kwaliteit van leven, en het maatschappelijke perspectief op toegankelijkheid en betaalbaarheid.

Dit gebeurt vanuit registraties waarvan de nut en noodzaak is getoetst (conform de afgesproken governance) en wordt onderschreven waarin de (generieke) PROM’s en PREM’s zijn meegenomen, maar ook aan de hand van aanvullende brondata (zie ook het thema digitalisering) zoals Vektis, DHD (Dutch Hospital Data) in relatie tot onder andere de kwaliteitsregistraties, Elektronisch voorschrijven (EVS) en Palga, zodat kwaliteitsgegevens in samenhang kunnen worden beoordeeld tot (kosten)effectiviteit en doelmatigheid. Deze leer- en verbetercyclus is afhankelijk van de aard van de sector en de focus en ontwikkeling van het kwaliteitsbeleid daarbinnen kan verschillen. c. De inzichten over passende zorg worden beschreven in kwaliteitsstandaarden en professionele richtlijnen, waar het patiëntperspectief integraal onderdeel van is, en worden waar nodig versneld (modulair) geactualiseerd. Ook zal voor verpleegkundigen specifiek financiële ruimte gemaakt worden om deze ontwikkeling te ondersteunen. Gedurende de looptijd van het IZA worden afspraken gemaakt over structurele financiering van verpleegkundige richtlijnen en kwaliteitsstandaarden. De prioriteringscriteria welke (module van de) richtlijn als eerste wordt geactualiseerd betreffen in ieder geval grote ziektelast, grote arbeidsinzet, veel praktijkvariatie, organisatorische impact, groot financieel

d.

e.

f.

g.

h.

i.

beslag en waar bekend ook klimaat- en milieu-impact. De beroepsgroepen betrekken hierbij ook zorgaanbieders, in verband met hun expertise en verantwoordelijkheid voor de organisatie van zorg en realisatie binnen de financiële kaders, en patiëntenorganisaties, in verband met hun ervaringsdeskundigheid op het terrein van specifieke aandoeningen. Dit is een cyclisch proces. 1 Juli 2023 liggen de werkprogramma’s van de verschillende richtlijn-makende partijen er. Inzichtelijk moet worden gemaakt hoe passende zorg is verwerkt in de cyclische kalender. Daarbij vindt vanuit de richtlijn makende organisaties een goede dialoog plaats met de betrokken IZA-partijen over een juiste aansluiting op de IZA-prioriteiten. Aanvullend worden hulpmiddelen ingezet om toepassing in de praktijk te realiseren en het samen beslissen te ondersteunen voor de zorgverlener en de patiënt. Om de cyclus rond te maken worden bij voorkeur vanuit registraties waarvan de nut en noodzaak is getoetst en wordt onderschreven continu data beschikbaar gemaakt voor zorgverleners, patiënten, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheidspartijen om vanuit maatschappelijk perspectief kennishiaten in kaart te brengen, te agenderen, te evalueren/duiden, de inzichten vervolgens te (de-)implementeren en resultaten ten aanzien van passende zorg te monitoren.

Patiënten en zorgverleners gebruiken keuze-/uitkomstinformatie en hulpmiddelen die hen helpen in de vraag of zorg nodig is en bij het “Samen Beslissen” over de beste zorg voor die patiënt in zijn persoonlijke situatie en context. Zorgverleners verzamelen en registreren, waar relevant, op systematische wijze gegevens over de kwaliteit van zorg om allereerst continu leren en verbeteren op lokaal niveau (bv huisartsen en ziekenhuizen), regionaal niveau en landelijk niveau mogelijk te maken. Binnen de GGZ gebeurt dit o.a. aan de hand van zorgvraagtypering. Om passende verpleging en verzorging te faciliteren voor alle sectoren (wijk, huisartsenzorg, GGZ, msz, mdz) en administratieve lasten te verlagen, spreken partijen af dat een inhaalslag gemaakt wordt in kennisontwikkeling en daaruit voortvloeiend in de ontwikkeling en implementatie van verpleegkundige kwaliteitsstandaarden, richtlijnen en protocollen. Hierbij ligt de focus op passende zorg zo dicht mogelijk bij huis, op arbeidsbesparende interventies, inzet van technologie en behoud van zorgprofessionals. Implementatie vindt vervolgens plaats via leernetwerken/ leerwerkplaatsen en/of zorginnovatiecentra en door het opleiden van implementatiecoaches. Zorgverleners, patiënten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars maken afspraken welke informatie zinvol is om structureel transparant te maken.

Dit met als vertrekpunt de landelijke transparantiekalender. Zorgaanbieders maken dit begrijpelijk beschikbaar voor patiënten om te kunnen gebruiken bij de keuze voor een zorgaanbieder en bij de

Integraal Zorgakkoord 2022 | 35

keuze voor een behandeling. Dit met als vertrekpunt de landelijke transparantiekalender. Zorgaanbieders maken deze informatie beschikbaar voor verzekeraars om op basis van passende zorg te kunnen inkopen. Hierover worden met zorgaanbieders heldere afspraken gemaakt. Partijen monitoren gezamenlijk de impact van de transformatie (implementatie en de-implementatie). Voor het beschikbaar zijn van de continue leer- en verbetercyclus is de tijdige realisatie van de benodigde voorwaarden voor gegevensuitwisseling ten behoeve van passende zorg. Zorgaanbieders zullen de implementatie van deze voorwaarden in hun instellingen met prioriteit vormgeven, VWS zal via de afspraken over gegevensuitwisseling en ICT de randvoorwaarden scheppen. De resultaten hiervan liggen op het kritische pad van de feitelijke realisatie van passende zorg. Zie voor concrete afspraken hierover het thema Digitalisering en gegevensuitwisseling.

j.

5.

Voortzetting en integrale resultaatgerichte aanpak van programma’s

a. De ontwikkeling richting passende zorg komt tot stand door programma’s7 uit vorige Hoofdlijnen Akkoorden en binnen de sectoren of individuele contracten: deze zijn dus reeds in gang gezet. De programma’s worden geïntegreerd opgepakt. De doelstellingen van deze programma’s en de inzet daarop, zijn onverminderd van belang en worden waar nodig methodisch geharmoniseerd en resultaatgericht aangescherpt. b. Partijen stimuleren en bestendigen de programma’s en zorgen ervoor dat deze waar nodig worden gestroomlijnd en resultaatgericht aangescherpt. Daarbij wordt gefocust op opschaling, implementatie en doorontwikkeling en waar aan de orde de-implementatie. c. Van belang is synergie, focus en gelijkgerichtheid van programma’s, waarbij de besturing zorgt voor beweeglijkheid en voortgang (klein en passend). Daartoe maken partijen afspraken over de afstemming tussen deze programma’s voor wat betreft doelstellingen en aanpak en eventueel (tijdelijk) stoppen van onderdelen. Ook onderzoeken partijen de mogelijkheden en toepasbaarheid en verbreding van programma’s naar andere sectoren. De programma’s worden geïntegreerd opgepakt. Dit betekent dat we niet langer versnipperd in allerlei programma’s thema’s in de zorg oppakken, maar focus aanbrengen en daar integraal aan werken. Partijen zullen de programma’s van de afgelopen jaren evalueren.

Partijen inventariseren/identificeren voor 1 januari 2023 doublures in activiteiten en overleggen die geschrapt kunnen worden om daar in 2023 uitvoering aan te geven. Onder regie van VWS formuleren partijen doelen en tijdslijnen.

7

Dit betreft onder andere de volgende programma’s: Tijd voor verbinding, Uitkomstgerichte Zorg, Samen Beslissen, Juiste Zorg op de Juiste Plek, Zorgevaluatie en Gepast Gebruik, Leren en verbeteren met datagestuurde dialoog voor passende zorg en kwaliteitstransparantie, kwaliteitsstandaarden GGZ.

36 | Integraal Zorgakkoord 2022

6.

Naar een beheersbaar en efficiënt kwaliteitsregistratielandschap

Partijen zetten het traject om toe te werken naar een beheersbaar en efficiënt kwaliteitsregistratielandschap met kracht door (onder procesregie van het Zorginstituut en de inhoudelijk regie van governancecommissies). Daarnaast wordt gewerkt aan aansluiting van de registraties voor dure geneesmiddelen bij de governance voor kwaliteitsregistraties, evenals de landelijke kwaliteitsregistraties van niet-msz zorgsectoren rekening houdend met de specifieke bijzonderheden van die sectoren.

7.

Uitkomsten/Uitkomstinformatie die er voor de patiënt toe doen/doet

a. Waardegedreven zorg betekent dat uitkomsten die voor de patiënt het beste zijn een centrale rol hebben. Inzicht in uitkomsten (zoals PROM’s en PREM’s) over de gehele zorgketen heen, is van groot belang voor het Samen Beslissen van patiënten en hun zorgverleners, voor het leren en verbeteren door zorgprofessionals, zorgverzekeraars en zorgorganisaties, voor de keuze tussen zorgaanbieders door patiënten en cliënten voor een zorgaanbieder en voor waardegedreven zorginkoop door zorgverzekeraars. Dit belang onderschrijven de betrokken partijen. b. We continueren en versterken het programma Uitkomstgerichte Zorg voor de MSZ waarbij de gezamenlijke governance efficiënter wordt en gericht is op implementatie in de praktijk en transparantie. We stellen daarbij haalbare doelen op basis van de lessons learned en werken door aan wat mogelijk is aan implementatie, zolang de ICT technische belemmeringen niet zijn opgelost. Het oplossen van ICT belemmeringen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, waar nodig onder regie van VWS. Uitgangspunt is dat de administratieve lasten niet toenemen. Zie hiervoor het thema Digitalisering en gegevensuitwisseling. c. Partijen verbreden op basis van de lessons learned de inzet op uitkomstgerichte zorg naar andere sectoren, te beginnen met de paramedische zorg per 1 januari 2023.

Verbreding wordt toegespitst op het ontwikkelstadium van die specifieke sectoren en zet waar mogelijk in op het beschikbaar krijgen van uitkomstinformatie (zoals patiëntrelevante uitkomsten, PROMS en/of PREMS) over de keten heen. d. De ggz werkt verder aan het vergroten van de transparantie en het verschaffen van uitkomstinformatie. In het komende jaar ontwikkelen we een realistisch tijdpad via de doorontwikkeling van zorgvraagtypering en CQI waarlangs we onder de juiste randvoorwaarden (privacy ed.) deze ambitie kunnen invullen, met als deadline voor beide doorontwikkelingen 1 januari 2025. e. Zorgaanbieders in alle sectoren hebben uitkomstgericht werken (het werken met uitkomsten van zorg zoals PROMS, PREMS, medische uitkomsten) in de zorgverlening, in de spreekkamer bij Samen Beslissen en bij kwaliteitsverbetering in 2025 geïmplementeerd in de dagelijkse praktijk.

f.

Samen beslissen is in 2025 ingebed in de gehele zorg en dus alle domeinen. Advance Care Planning is daarvan een belangrijk onderdeel. g. Partijen in de msz maken uitkomstinformatie transparant beschikbaar. Daarbij is het de ambitie dat in 2025 voor 50% van de ziektelast gerealiseerd te hebben. h. Waar geen uitkomstmaten haalbaar zijn, zijn zorgaanbieders zo transparant mogelijk via proces en/of structuurindicatoren of kwaliteit audits. In die situaties ontwikkelen partijen een realistisch tijdpad waarlangs ze onder de juiste randvoorwaarden deze ambitie kunnen invullen. Randvoorwaarde voor het beschikbaar zijn van deze informatie is de tijdige realisatie van de benodigde voorwaarden voor gegevensuitwisseling ten behoeve van uitkomstgericht werken. Zie voor concrete afspraken hierover het thema Digitalisering en gegevensuitwisseling.

8.

Dure Geneesmiddelen

Dure geneesmiddelen met een bewezen toegevoegde waarde kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de gezondheid van patiënten. Partijen willen dat deze middelen snel op de markt komen tegen een reële prijs, als duidelijk is dat deze effectief zijn en voor welke groep patiënten deze gepast ingezet kunnen worden. Tegelijkertijd zien we dat de betaalbaarheid en daarmee de toegankelijkheid van deze geneesmiddelen onder grote druk staan. Door de komst van nieuwe middelen, de hoge prijzen en het groeiend aantal patiënten leggen de uitgaven aan dure geneesmiddelen een steeds groter beslag op de budgetten. Daarnaast vraagt de ontwikkeling van personalized medicine om steeds meer specialistische kennis van de voorschrijvers, waarvan niet verwacht kan worden dat deze overal kan worden opgebouwd. Partijen maken zich zorgen over de verdringing van reguliere zorg door de kostenontwikkeling van de dure geneesmiddelen. In de periode van het IZA willen we het pakketbeheer van dure geneesmiddelen merkbaar verbeteren. Ook zetten we in deze periode in op de rol van wetenschappelijke verenigingen, wetenschappelijk onderzoek, het verbeteren van de inkoop en op het verbeteren van de gepast gebruik afspraken voor dure geneesmiddelen. Om te bezien of deze maatregelen afdoende zijn verkennen partijen of het mogelijk is om regulier zicht te krijgen op de toekomstige kostengroei voor geneesmiddelen.

Voor enkele afspraken geldt dat deze al in bovenstaande paragrafen zijn genoemd, maar vanwege het zwaarwegende belang van dure geneesmiddelen opnieuw terugkomen in deze afspraken. We beogen met deze afspraken de kostengroei van dure geneesmiddelen af te remmen en daarmee de beschikbaarheid en toegankelijkheid van dure geneesmiddelen en de kwaliteit van de medische specialistische zorg beter te waarborgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12083935/1