A - 33 Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling (47) Integraal zorg akkoord
Tekst van het document
Integraal Zorg Akkoord Samen werken aan gezonde zorg
September 2022
Dit is een uitgave van ActiZ De Nederlandse ggz Federatie Medisch Specialisten InEen Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen Nederlandse Zorgautoriteit Patiëntenfederatie Nederland Vereniging van Nederlandse Gemeenten Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland Zelfstandige Klinieken Nederland Zorginstituut Nederland Zorgthuisnl Zorgverzekeraars Nederland Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
versie 1.0 September 2022
2 | Integraal Zorgakkoord 2022
Integraal Zorgakkoord Samen werken aan gezonde zorg Inhoud 1 2
Inleiding Integraal Zorgakkoord – het moet en kan beter, anders lopen we vast Waar gaan we naartoe: passende zorg en ondersteuning, samen met de patiënt, op de juiste plek en met de nadruk op gezondheid 3 Afspraken: wat gaan we doen de komende jaren? 3.1 Passende zorg: waardegedreven - samen met de patiënt, pakket en kwaliteit 3.2 Regionale samenwerking 3.2.1 Algemeen 3.2.2 Samenwerking in de acute zorg 3.2.3 Toekomstbestendig zorglandschap door concentratie en spreiding 3.3 Versterking organisatie eerstelijnszorg 3.4 Samenwerking sociaal domein, huisartsenzorg en ggz 3.5 Gezond leven en preventie 3.6 Arbeidsmarkt en ontzorgen zorgprofessionals 3.7 Digitalisering en gegevensuitwisseling 3.8 Contractering 4 Financiën 4.1 Algemeen 4.1.1 Algemene uitgangspunten 4.1.2 Financiële afspraken 4.1.3 Macrobeheersing en omgang met overschrijdingen 4.2 Inzet transformatiemiddelen 4.2.1 Algemene afspraken 4.2.2 Inzet transformatiemiddelen via VWS 4.2.3 Inzet transformatiemiddelen via zorgverzekeraars 5 Monitoring 5.1 Zicht op de voortgang 5.2 Leren en verbeteren tijdens de uitvoering 5.3 Effecten op de gezondheid van mensen en de financiële en personele houdbaarheid van het zorgsysteem 6 Governance 7 Evaluatiemoment
4 8 9 12 13 13 13 13 14 14 14 14 15 15 16 17 17 17 18 18 18 19 20 22 24 24 24 25 27
WERKAGENDA Onderdeel A. Passende zorg: Waardegedreven - samen met de patiënt, pakket en kwaliteit Onderdeel B. Regionale samenwerking - algemeen Onderdeel C. Regionale samenwerking – samenwerking in de acute zorg Onderdeel D. Regionale samenwerking – toekomstbestendig zorglandschap door concentratie en spreiding Onderdeel E. Versterking organisatie eerstelijnszorg Onderdeel F. Samenwerking sociaal domein, huisartsenzorg en ggz Onderdeel G. Gezond leven en preventie Onderdeel H. Arbeidsmarkt en ontzorgen zorgprofessionals Onderdeel I. Digitalisering en gegevensuitwisseling Onderdeel J. Contractering Onderdeel K. Financiën Onderdeel L. Monitoring
29 30 43 49 56 63 70 80 85 92 98 105 113
Integraal Zorgakkoord 2022 | 3
1 Inleiding Integraal Zorgakkoord Het moet en kan beter, anders lopen we vast
4 | Integraal Zorgakkoord 2022
Gezondheid is voor iedereen belangrijk. Het helpt mensen om een goed leven te leiden, zelf en met elkaar. Wanneer de gezondheid wankelt, wil iedereen kunnen rekenen op goede, toegankelijke en betaalbare zorg en ondersteuning op basis van de (para)medische, verpleegkundige en gemeentelijke expertise. Die zorg staat echter toenemend onder druk. Als we niets doen, dreigt de zorg vast te lopen. We moeten daarom aan de slag. De zorgsector, de politiek en de samenleving als geheel; alleen samen kunnen we de zorg toekomstbestendig maken. De toegankelijkheid van de zorg staat onder druk De vraag naar zorg stijgt sneller dan het aanbod. We leven langer en er zijn daardoor steeds meer ouderen ten opzichte van het aantal werkenden. Ook het aantal chronisch zieken en mensen met meerdere aandoeningen neemt toe. Juist ook in de zorg komen we handen tekort. Die tendens bestaat al langer, maar werd tijdens de coronacrisis extra zichtbaar. In alle zorgsectoren zien we nu de spanning tussen vraag en aanbod toenemen: de druk op de eerste lijn is buitengewoon hoog, in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) en de medisch-specialistische zorg (msz) bestaan voor meerdere behandelingen lange wachttijden, er zijn tekorten aan zorgprofessionals en door piekbelasting en volle verpleegafdelingen moeten spoedeisende-hulpafdelingen steeds vaker tijdelijk sluiten.
Ook gemeenten ervaren grote uitdagingen in het bieden van passende ondersteuning voor kwetsbare mensen. Deze problemen hebben als gevolg dat zorgprofessionals overbelast raken en dat mensen niet altijd (tijdig) de juiste zorg en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Dat heeft negatieve impact op hun kwaliteit van leven, functioneren en participeren en leidt tot uitval van mensen die essentieel zijn voor het functioneren van onze maatschappij. Daarnaast is de fysieke en mentale gezondheid en de sociale basis van mensen helaas nog te vaak afhankelijk van de plaats waar hun wieg heeft gestaan, waar ze zijn opgegroeid, waar ze wonen en welke opleiding en baan ze hebben. De sociaaleconomische positie van mensen kan eraan bijdragen dat zij minder gezond (kunnen) leven of minder participeren, waardoor zij fysieke of psychische klachten krijgen. Mensen in een sociaaleconomisch kwetsbare positie en mensen met een (verstandelijke) beperking hebben niet altijd goede toegang tot zorg, omdat ze te maken hebben met een stapeling van (complexe) problematiek, of omdat ze de weg in het zorgsysteem niet kennen of een beperkte sociale basis hebben. Zij hebben vaak de meeste last van de juridische en financiële schotten in ons systeem van zorg en ondersteuning. De zorg en ondersteuning zijn daarmee in de praktijk niet voor iedereen even toegankelijk.
Ook de uitkomsten voor mensen in termen van kwaliteit van leven, gezondheid, welzijn en levensverwachting, verschillen.
Onvoldoende samenwerking tussen domeinen Voor veel Nederlanders is gezondheid een bepalende factor voor hun geluk en de mate waarin zij kunnen meedoen in de maatschappij en zelfredzaam kunnen zijn. Roken, overgewicht, alcoholgebruik, te weinig bewegen en een slechte mentale gezondheid hebben een grote impact op de ziektelast en zorgvraag. Ongezond gedrag (in een ongezonde leefomgeving) is verantwoordelijk voor bijna 20 procent van de ziektelast. Daarom is het van belang om gezonde keuzes te stimuleren en ongezonde keuzes te ontmoedigen. Prijsmaatregelen zijn hierbij voorwaardelijk voor een effectieve aanpak en om voldoende effect te sorteren vanuit een lokale aanpak. Naast de inzet op een gezonde leefstijl is het ook van belang om aandacht te hebben voor inzet op mentale gezondheidsvaardigheden en achterliggende oorzaken van gezondheidsachterstanden zoals schulden, eenzaamheid, huisvesting en een ongezonde leefomgeving. Gemeenten zijn – gezien hun brede verantwoordelijkheid in het sociale en preventieve domein – goed in staat om passende en integrale ondersteuning en zorg te bieden aan (kwetsbare) mensen en de sociale basis, waaronder mantelzorgers. Om tot een effectieve aanpak te komen is het van belang dat de medische, de verpleegkundige en de gemeentelijke sociale expertise goed worden benut. Niet alle vraagstukken vragen om een medisch antwoord.
Het Nederlandse systeem rondom ondersteuning en zorg kent verschillende stelsels met verschillende vormen van bekostiging en een verschillend wetgevend kader. Dit zorgt voor versnippering van ondersteuning en zorg en leidt soms tot moeizame samenwerking tussen (zorg)aanbieders uit verschillende (zorg) sectoren. Om de maatschappij leefbaar te houden, en mensen waar nodig te ondersteunen bij hun sociale leven, gezondheid, participatie en omgang met hun gezondheid en kwetsbaarheid, is het essentieel dat er een goede verbinding is tussen de medische expertise (artsen), de verpleegkundige expertise (verzorgenden en verpleegkundigen) en de gemeentelijk sociale expertise (o.a. sociaal werkers en medewerkers publieke gezondheidszorg) en dat zij in staat worden gesteld om over de grenzen van wetten en deelsystemen (waaronder de zorgverzekeringswet) samen te werken. De kwaliteit van de zorg staat onder druk Nederland heeft een hoogstaande gezondheidszorg, met een breed en fijnmazig aanbod en uitstekend gekwalificeerde en betrokken zorgprofessionals. Maar niet alle zorg die wordt geleverd is aantoonbaar effectief. Sterker, zorg waarvan is aangetoond dat deze niet effectief is, wordt in de praktijk soms toch geleverd. Dat is niet goed voor de cliënt of patiënt. We zien ook dat de ons omringende landen het bij bepaalde aandoeningen echt beter doen dan wij.
Gegeven onze gunstige uitgangspositie in termen van budget, infrastructuur en geografie kan en moet de zorg in Nederland nog beter; we hebben de middelen om tot de internationale top te behoren, maar dreigen – als we geen
Integraal Zorgakkoord 2022 | 5
actie nemen – naar de middenmoot te zakken. Consequentie hiervan is dat de mantelzorger ook extra belast wordt en uitvalt o.a. op de werkvloer. Zorgprofessionals staan onder druk Professionals die werken in de zorg, doen dat met veel kennis van zaken, professionaliteit en een grote motivatie, dat werd nog eens extra duidelijk door hun enorme inzet tijdens de coronacrisis. Ze doen dat werk steeds vaker onder zware omstandigheden. In de zorg is de werkdruk hoog en de uitval groot. Ook ervaren sommige zorgprofessionals een gebrek aan vertrouwen, gebrek aan waardering, is er te veel regeldruk en administratieve rompslomp, te weinig autonomie bij de invulling van het dagelijkse werk en in sommige gevallen zelfs een onveilige werkomgeving. Dat drukt op het werkplezier en leidt tot een vicieuze cirkel van meer ziekteverzuim (veel hoger dan in andere sectoren) en meer mensen die de zorg verlaten, waardoor de arbeidsmarktkrapte en de werkdruk nog verder toenemen. Een voorbeeld hiervan is dat huisartsen in de afgelopen periode hebben aangegeven dat de werkdruk te hoog is en dat ze te weinig tijd te hebben voor de patiënt. Ook de zorg heeft een opgave om te verduurzamen De komende jaren zal de zorgvraag fors toenemen ook als gevolg van klimaatverandering.
We krijgen meer en andersoortige gezondheidsproblemen, zoals meer last van hittestress, allergieën en luchtwegklachten, met bijbehorende stijgende druk op de zorg. De zorgsector draagt zelf ook bij aan milieuvervuiling en klimaatverandering en de daarmee gepaard gaande gezondheidsschade voor mensen. De zorgsector kan (en moet) daarom een bijdrage leveren aan het tegengaan hiervan. Dat besef leeft breed bij partijen in de zorg. Meer geld is niet de oplossing De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) becijferde het in 2021: als we niet in actie komen verdrievoudigen tussen nu en 2060 onze zorguitgaven. We geven nu al 13% van ons nationale inkomen uit aan zorg en welzijn. Zonder maatregelen stijgt dit naar 19-21%. Dat is niet realistisch en bovendien niet wenselijk: we hebben als samenleving immers ook nog andere grote uitdagingen die noodzakelijke voorwaarden vormen voor de kwaliteit van leven van iedereen in Nederland. Daar zijn ook (veel) mensen en is veel geld voor nodig: klimaat, veiligheid, onderwijs, wonen, etc. We besteden nu al meer geld aan zorg dan aan begrotingen van de ministeries van Onderwijs, Defensie en Justitie en Veiligheid bij elkaar. We blijven de komende jaren meer geld uitgeven aan de zorg, maar die stijging moet minder snel gaan om de zorg ook straks betaalbaar te houden. Meer geld lost bovendien niet de arbeidstekorten in de zorg op.
Nu al werkt in Nederland volgens de WRR 1 op de 6 werknemers in de zorg. Als we doorgaan zoals nu, zou in het
6 | Integraal Zorgakkoord 2022
jaar 2040 1 op de 4 werknemers in de zorg moeten werken. Dat is niet haalbaar. We willen daarom 1 op de 6 werknemers in de zorg als uitgangspunt houden. We zullen dus met grofweg hetzelfde aantal mensen aan de groeiende zorgvraag moeten voldoen. Ook dat vraagt om verandering. Kortom, de ambitie is om de zorg voor iedereen toegankelijk, kwalitatief goed en betaalbaar te houden. We willen anders (meer gericht op gezondheid en wat we kunnen, minder op ziekte); we moeten anders (arbeidsmarktkrapte, complexiteit, kwaliteit en uitgaven) en we kunnen anders (zie ook de goede voorbeelden later in het volgende hoofdstuk). Dit kan door de volgende opgaven centraal te stellen: •
•
•
•
• •
Waarborgen van een gelijke toegang tot zorg van goede kwaliteit voor alle groepen in de samenleving, zodat mensen tijdig de zorg krijgen die ze nodig hebben. Daarbij is het van belang rekening te houden met de (culturele en sociaaleconomische) diversiteit van de bevolking en voldoende keuzevrijheid te respecteren. Inzetten op gezondheid en welzijn door middel van (wijkgerichte) preventie en ondersteuning, zodat mensen zo gezond en vitaal mogelijk zijn en zorgvragen worden voorkomen of minder zwaar worden. Daarbij gaat het zowel om het bevorderen van een gezonde leefstijl en mentale gezondheidsvaardigheden in een gezonde leefomgeving als om het versterken van de sociale omgeving en zelfredzaamheid van mensen. Ondersteuning vanuit het sociaal en publiek domein en het aanpakken van niet-zorggerelateerde vraagstukken zijn hierbij van groot belang. Gemeenten vervullen hierin een essentiële rol. Afremmen van medicalisering: niet elke hulpvraag is een zorgvraag en niet bij elke zorgvraag past een medisch antwoord. Vroege signalering en waar nodig een brede en snelle probleemverheldering zijn essentieel om bij een hulpvraag de juiste vorm van ondersteuning te bepalen. Dat kan zorg zijn, maar ook hulp in het sociale (welzijns-) domein, lotgenoten, (beweeg)aanbod in het publieke domein of een combinatie.
Optimaal inzetten van de beschikbare capaciteit die we hebben, zonder verspilling van de tijd en energie van mensen en geld. Verminderen van de administratieve lasten om zorgprofessionals te ontlasten. Behouden van de beschikbare zorgprofessionals door het werkplezier te vergroten, creëren van zeggenschap van zorgprofessionals over strategie, beleid en uitvoering van de zorg (shared governance), te werken vanuit vertrouwen in plaats van wantrouwen, aandacht te hebben voor een veilige werkomgeving en de fysieke en mentale gezondheid van zorgprofessionals, de uitstroom van zorgprofessionals te verminderen en blijvende aandacht te hebben voor nieuwe (zij-)instroom.
•
•
•
•
Inzetten op elektronische gegevensuitwisseling als essentiële randvoorwaarde voor goede en veilige zorg voor de patiënt/cliënt. Verder verbeteren van de uitkomsten van zorg door beter samen te werken ondersteund door een goed werkende (digitale) infrastructuur en door bewezen innovaties snel en effectief op te schalen en zorg die niet (meer) passend is af te schalen. Gericht ondersteunen of vervangen van schaarse capaciteit aan zorgmedewerkers door technologische toepassingen (eHealth) waardoor mensen zelf meer regie hebben over hun gezondheid. Inzetten op zorg met laagst mogelijke impact op klimaat, milieu en leefomgeving. Dat vraagt om ‘groene en klimaatneutrale zorg’ met minimale uitstoot van broeikasgassen en impact op de leefomgeving, geleverd met oog voor spaarzaam en circulair gebruik van grondstoffen en materialen.
Met de afspraken in dit Integraal Zorgakkoord (IZA) willen de ondertekenaars invulling geven aan deze ambitie en opgaven. Dit akkoord tussen de bij het IZA betrokken partijen bestaat uit zeven hoofdstukken en een werkagenda. De focus van dit akkoord ligt op de zorg die onder de Zorgverzekeringswet valt, waarbij waar relevant ook de langdurige zorg, ondersteuning (Wmo), inzet op publieke gezondheid en het bredere sociaal domein wordt betrokken.
Werkprogramma inzet gemeenten Gemeenten hebben een belangrijke rol om de doelstellingen van het Integraal Zorgakkoord te kunnen realiseren. Gemeenten hebben een (wettelijke) taak in het bieden van passende ondersteuning in de zelfredzaamheid van mensen en het bevorderen van een gezond en actief leven. Daarmee leveren gemeenten ook een belangrijke bijdrage aan het realiseren van een gezonde samenleving en het voorkomen of uitstellen dat mensen ziek worden. E zodoende in het beperken van de instroom in (duurdere) zorgvoorzieningen in de curatieve zorg. Met gemeenten worden in het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) gezondheidsdoelen en doelen voor de sociale basis geformuleerd en acties afgesproken. De komende maanden zal de VNG, in afstemming met VWS en de andere partijen bij het Integraal Zorgakkoord, een werkprogramma opstellen, waarin wordt uitgewerkt op welke wijze gemeenten concreet invulling kunnen geven aan hun rol en wat hiervoor randvoorwaardelijk nodig is. De doelstellingen van het Integraal Zorgakkoord dienen daarbij als vertrekpunt. Tevens wordt een verbinding gelegd met de doelen en activiteiten uit het GALA en kunnen concrete afspraken hierin bestuurlijk worden verankerd.
Het werkprogramma van de VNG wordt betrokken bij de bestaande werkstructuur tussen zorgverzekeraars en gemeenten, de (bestuurlijke) overleggen die hierover tussen VNG, ZN en VWS al plaatsvinden en de (bestuurlijke) afspraken die al zijn gemaakt over het toewerken naar een regionale preventie infrastructuur. In een addendum bij zowel het IZA als GALA worden hierover nadere bestuurlijke afspraken gemaakt. Zie hierover verder de thematekst gezond leven en preventie (onderdeel G van de werkagenda).
Samenhang met andere trajecten vanuit het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) Om samen de benodigde veranderingen te realiseren in de samenleving in brede zin en in de zorg in het bijzonder, onderschrijft het kabinet het belang om gezondheid te verankeren in alle beleidsterreinen. Op het gebied van VWS zet het kabinet daarom naast het IZA deze kabinetsperiode onder meer in op: • Het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Het doel van het GALA is om de beweging naar mentale en fysieke gezondheid en preventie met gemeenten kracht bij te zetten. • Het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO). Het WOZO-programma draagt bij aan een brede maatschappelijke beweging en de transitie in wonen, ondersteuning en zorg voor ouderen. WOZO zet in op een gemeenschappelijke opgave met veldpartijen; het lange termijn perspectief en een expliciete norm: zelfstandig als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan. • Het programma ‘Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg; Samen anders leren en werken’ (TAZ). De inzet van TAZ gaat langs de lijnen ‘ruimte voor het vergroten van werkplezier’, ‘ruimte voor zorgmedewerkers om te leren en zich te blijven ontwikkelen’ en ‘ruimte voor nieuwe werkvormen’. • De Green Deal Duurzame Zorg 3.0.
In de Green Deal worden doelstellingen en afspraken opgenomen waarmee de zorgsector toewerkt naar een onomkeerbare transformatie naar zorg en ondersteuning met minimale impact op klimaat en milieu. • De Hervormingsagenda Jeugd (HA). Deze bevat een pakket aan maatregelen om de jeugdzorg te verbeteren en het stelsel houdbaar te maken. Rijk en gemeenten werken hier samen aan met cliëntenorganisaties, professionals, en aanbieders van jeugdzorg. Streven is om de agenda eind van dit jaar vast te stellen voor de periode 2023-2028.
Integraal Zorgakkoord 2022 | 7
2 Waar gaan we naartoe Passende zorg en ondersteuning, samen met de patiënt, op de juiste plek en met de nadruk op gezondheid
8 | Integraal Zorgakkoord 2022
De ondertekenende partijen willen volop en in de breedte van alle aspecten en terreinen van de zorg inzetten op passende zorg. Passende zorg is waardegedreven, komt samen met en rondom de patiënt tot stand, vindt plaats op de juiste plek en gaat over gezondheid in plaats van ziekte. Om de groeiende zorgvraag te kunnen opvangen, moet deze passen binnen de beschikbare mensen en middelen. Passende zorg is daarmee ook arbeidsbesparende zorg. Partijen streven daarmee te voorkomen dat het nodig is om ‘harde’ pakketmaatregelen te nemen, zoals het niet meer uit de basisverzekering vergoeden van bepaalde vormen van zorg, ongeacht de indicatie of mate van effectiviteit van zorg. De beweging richting passende zorg is al langer in gang gezet en er lopen al veel mooie programma’s en initiatieven waar met veel energie en motivatie aan gewerkt wordt. Partijen constateren echter ook dat er nog veel te winnen valt, met name als het gaat om congruent samenwerken en het laten landen van kennis en inzichten op de werkvloer. Om de zorg met elkaar toegankelijk te houden, is een brede transformatie nodig waar alle partijen vol op inzetten. Iedere partij heeft zijn rol, taak of verantwoordelijkheid voor passende zorg.
De Rijksoverheid stelt de (wettelijke) kaders op voor pakketbeslissingen, maakt indien nodig pakketkeuzes en voert de regie op de transformatie en communicatie hierover en monitort de voortgang op het bereiken van de maatschappelijke doelen. Zorgaanbieders en zorgprofessionals zijn verantwoordelijk voor implementatie van passende zorg en monitoring van de uitvoering in de praktijk, de zorgverzekeraars voor de contractering en uitvoering van de verzekering en het ondersteunen van de transformatie, en toezichthouders motiveren en controleren. Het recent verschenen Kader Passende Zorg1 beschrijft wat er moet gebeuren om de zorg toekomstbestendig te maken. De ondertekenaars van dit Integraal Zorgakkoord sluiten zich aan bij de ambitieuze missie uit het Kader Passende Zorg: “In 2040 draagt de zorg optimaal bij aan het gezond (samen)leven van alle mensen in Nederland, in het besef dat daarvoor verhoudingsgewijs niet meer mensen en middelen beschikbaar zijn dan nu en dat dit gepaard moet gaan met de laagst mogelijke impact op klimaat en milieu.” In lijn met datzelfde Kader Passende Zorg werken we met de vier principes van passende zorg: •
•
• •
1
Passende zorg is waardegedreven (dat betekent dat zorg op de eerste plaats effectief is, voldoet aan de stand van wetenschap & praktijk en meerwaarde heeft voor de patiënt, met daarnaast een doelmatige inzet van mensen, middelen en materialen.). Passende zorg komt samen met en gezamenlijk rondom de patiënt tot stand, ondersteund door informatie passend bij de vaardigheden van de patiënt. Passende zorg is de Juiste Zorg op de Juiste Plek. Passende zorg gaat over gezondheid in plaats van over ziekte.
Daarnaast is passende zorg alleen te realiseren met voldoende zorgprofessionals, die met plezier aan het werk zijn én blijven in de zorgsector. •
Passende zorg vindt plaats in een prettige en goede werkomgeving voor zorgprofessionals.
Samen vormen deze vijf principes de basis van dit akkoord. Ze geven richting bij de uitwerking ervan. Vanuit het kader passende zorg spreken partijen af dat ieder vanuit diens taak en verantwoordelijkheid de volgende uitgangspunten hanteert: 1. Passende zorg moet waarde toevoegen aan de gezondheid van mensen tegen een proportionele inzet van middelen, personeel en grondstoffen (en is dus ‘groen en klimaatneutraal’). 2. Passende zorg is zorg waarvan op basis van de stand van de wetenschap en praktijk aannemelijk is dat het op groepsniveau effectief en doelmatig is. 3. Passende zorg geeft specifieke aandacht aan mensen met gezondheidsachterstanden. 4. Passende zorg komt tot stand in een gezamenlijk besluitvormingsproces met en rondom de patiënt/cliënt. 5. In het gezamenlijke besluitvormingsproces van passende zorg worden ook passende antwoorden van buiten de zorg besproken. 6. In het gezamenlijke besluitvormingsproces van passende zorg is gerichte aandacht voor mensen met gezondheidsachterstanden. 7. Passende zorg begint bij zelfzorg en informele zorg. Pas als dit onvoldoende bijdraagt, sluit formele zorg aan. 8. Passende zorg vindt dichtbij plaats als het kan, en verder weg als het moet vanwege kwaliteitseisen of doelmatige inzet van dure infrastructuur en/of schaars personeel. 9. Passende zorg vindt digitaal plaats als het kan en fysiek als het moet. 10.
Passende zorg vergt (digitale en technologische) innovaties die bijdragen aan de maatschappelijke missie om zorg mensgericht, houdbaar en duurzaam te maken. 11. Passende zorg gaat niet alleen over biomedische aspecten van gezondheid, maar ook over andere levensterreinen. 12. Passende zorg is niet alleen een individueel zorgantwoord op gezondheidsvragen, maar verhoudt zich ook tot het collectief versterken van veerkracht en het voorkomen van gezondheidsvragen.
Passende zorg en duurzame zorg De beweging die we maken naar passende zorg en het verduurzamen van de zorg liggen in elkaars verlengde en overlappen elkaar ook deels. Met de inzet op het voorkomen van zorg, op het leveren van de juiste zorg op de juiste plek, op het afremmen van medicalisering, op gepast gebruik, op
Kader Passende Zorg | Rapport | Rijksoverheid.nl
Integraal Zorgakkoord 2022 | 9
meer gebruik van digitale/hybride zorg e.d. wordt tevens bijgedragen aan het leveren van zorg met zo min mogelijk impact op klimaat, milieu en leefomgeving. Immers de meest duurzame vorm van zorg is het voorkomen van zorg en het niet leveren van niet-zinnige zorg (gepast gebruik). Daarna volgt zorg die dichterbij huis of thuis kan worden geleverd, met mindere of lichtere behandelwijzen of digitaal/hybride. Dit draagt allemaal bij aan zorg die minder milieubelastend is, onder meer door minder gebruik van medische gebruiksmaterialen, minder energieverbruik en minder reisbewegingen van patiënten, medewerkers en toeleveranciers. Passende Zorg geleverd op de juiste plek met oog voor milieu- en klimaatimpact ís duurzame zorg. In toenemende mate zijn professionals zich bewust dat zorg en ondersteuning impact hebben op het klimaat en milieu en dat dit vraagt om te kijken naar de manier waarop die zorg en ondersteuning geleverd wordt. In het coalitieakkoord is afgesproken dat in 2030 een minimale CO2-reductie is van 55% t.o.v. 1990, waarbij het beleid zicht richt op 60% CO2 reductie, en klimaatneutraal in 2050. CO2 reductie is één van de vijf pijlers van de Green Deal Duurzame Zorg 3.0.
De ondertekenaars van het IZA erkennen de maatschappelijke verantwoordelijkheid om verduurzaming zo snel en efficiënt mogelijk te bewerkstelligen – iedere partij vanuit zijn eigen rol, verantwoordelijkheid en mogelijkheden. In het IZA is duurzaamheid daarom een toets-criterium bij elke transitie. Inhoudelijke afspraken over de uitvoering en financiering van verdere verduurzaming van de zorg krijgen een plek in de Green Deal Duurzame Zorg 3.0. en maken daarom verder geen onderdeel uit van het IZA. De minister van VWS is in gesprek met de minister van EZK om de zorg mee te laten lopen in de programma’s die vanuit EZK lopen op het gebied van verduurzaming, waarbij tevens wordt voorzien in financiering van de verduurzaming.
Vier voorbeelden van passende zorg Om de opgaven die voor ons liggen aan te pakken, willen en moeten we de zorg anders en beter organiseren. Op tal van plaatsen in ons land zien we al hoe het anders kan. Zo zien we intensievere samenwerking in de regio, zien we meer samenwerking tussen de eerste en tweede lijn en zijn er goede lokale initiatieven gericht op samenwerking tussen de zorg en het sociaal domein. We noemen hier vier inspirerende voorbeelden. Geïntegreerde aanpak psychische problemen Hulp voor mensen met langdurige psychische problemen vergt maatwerk, maar is nog vaak versnipperd. In de samenwerking ‘Optimaal Leven’ bundelen Drentse gemeenten, twee grote zorgverzekeraars en de zorg-
10 | Integraal Zorgakkoord 2022
organisaties Cosis, GGZ Drenthe en VNN de krachten om te komen tot geïntegreerde zorg en begeleiding voor deze kwetsbare groep. De korte lijnen binnen de teams, en met samenwerkingspartners, cliënten en naasten zorgen ervoor dat medewerkers meer voor cliënten kunnen betekenen en dat cliënten zich meer gezien voelen en de voordelen ervaren van één loket. In de proeftuinfase is gebleken dat deze samenwerking bijdraagt aan de participatie en zelfredzaamheid van cliënten. Door de positieve resultaten is Optimaal Leven sinds 1 januari 2022 onderdeel gemaakt van de reguliere zorg. Hartzorg dichtbij huis Voor grotere ingrepen moeten hartpatiënten vaak naar een ziekenhuis dat verder weg is. Terwijl ze zelf het liefst dicht bij huis worden geholpen. Dat is voor hun familie ook veel prettiger. Alle ziekenhuizen in Groningen en Drenthe werken daarom samen in HartNet Noord Nederland. Een grotere ingreep wordt gedaan door een specialist in het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en de patiënt kan na de ingreep herstellen in zijn vertrouwde ziekenhuis dichtbij huis. Voor controles kan hij bij zijn eigen cardioloog of bij de huisarts terecht. En daar varen hartpatiënten wel bij. Samenwerken aan beter bewegen Beweging is belangrijk om fysiek en mentaal gezond te blijven. Toch hebben steeds meer mensen beweegklachten.
Wanneer klachten niet worden behandeld, kunnen chronische aandoeningen ontstaan zoals hart- en vaatziekten, diabetes en depressie. Om mensen met beweegklachten effectief te helpen bij het voorkomen of behandelen van klachten is het Beweeghuis gestart; een regionaal zorgnetwerk in Maastricht-Heuvelland. In het netwerk werken medisch specialisten van het Maastricht Universitair Medisch Centrum+, huisartsen, fysiotherapeuten en beweegcoaches intensief samen om behandelingen zo persoonlijk en passend mogelijk te maken. Daarnaast verzamelt en analyseert het netwerkgegevens over diagnostiek en behandeling. Hiermee ontwikkelen zij nieuwe kennis en inzichten. De nieuwe inzichten worden gedeeld tijdens scholingsbijeenkomsten, zodat alle professionals effectief werken volgens de laatste wetenschappelijke inzichten. Ouderenzorg Onder het mom ‘Eenvoudig als het kan, bijzonder als het moet’ werken huisartsen, het ziekenhuis, VVT-instellingen en de gemeente Maastricht samen om de zorg voor ouderen in Maastricht en het Heuvelland beter stroomlijnen. Hiertoe zijn tal van interventies uitgewerkt. Van een zorgprogramma Complexe zorg voor ouderen, een VVT-coördinatie- en expertisepunt, videoconsultatie ouderenzorg, de inzet van een wijkverpleegkundige op de HAP tot de ontwikkeling van een expertisecentrum kortdurende ouderenzorg.
Dit alles met als doel geen ouderen (onnodig) lang in het ziekenhuis.
3 Afspraken Wat gaan we doen de komende jaren?
Integraal Zorgakkoord 2022 | 11
Kiezen voor passende zorg vraagt om fundamentele veranderingen. Die verandering gaan we niet binnen een paar jaar of binnen één kabinetsperiode realiseren. De richting waarvoor we in het IZA kiezen is daarom niet alleen bepalend voor ons denken, handelen en doen tijdens de loop van het akkoord, maar ook voor de langere termijn. Tegelijkertijd moeten we vandaag beginnen. Kiezen voor passende zorg en ondersteuning vraagt ook om scherpe keuzes en goede randvoorwaarden. Dit wordt onderschreven door tal van rapporten die de afgelopen jaren zijn verschenen, zoals het rapport van de Taskforce ‘De juiste zorg op de juiste plek’, het WRR-rapport ‘Kiezen voor houdbare zorg. Mensen, middelen maatschappelijk draagvlak’, de SER-verkenning ‘Zorg voor de Toekomst’, de discussienota ‘Zorg voor de toekomst’ van VWS en het adviesrapport ‘Samenwerken aan passende zorg: de toekomst is nú’ van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Zorginstituut. Deze rapporten laten zien dat passende zorg iets van ons allemaal vraagt: van patiënten, zorgprofessionals, zorgaanbieders, zorginkopers en de overheid. Elk met zijn eigen verantwoordelijkheid. Commitment op een werkagenda De ondertekende IZA partijen onderkennen het belang van de omslag naar passende zorg en ondersteunen de doelen die worden gesteld.
Verandering is dringend nodig om de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg te behouden en te verbeteren. De IZA partijen maken in dit akkoord afspraken om de hierboven beschreven transitie te realiseren. In totaliteit is het een werkagenda waar we ons aan verbinden. We zullen de voortgang en haalbaarheid regulier toetsen. Die werkagenda heeft een aantal kenmerken: •
• •
•
Partijen verwachten dat de uitvoering van de werkagenda ervoor zorgt dat de noodzakelijke veranderingen in de zorg tot stand komen. Dit zal niet vanzelf gaan. Alle zeilen moeten worden bijgezet. De werkagenda vraagt inzet en commitment van alle partijen. De werkagenda is niet vrijblijvend maar vraagt dat ieder zijn verantwoordelijkheid neemt. De werkagenda moet worden gemonitord op zowel de voortgang van de afgesproken activiteiten als op het realiseren van de beoogde verbeteringen van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg. Zie ook hoofdstuk 5. De werkagenda is ambitieus. Dit zal de komende tijd goed georganiseerd moeten worden, waarbij oog is voor de haalbaarheid, waaronder de impact op de administratieve lastendruk en de (juridische) uitvoerbaarheid van alle plannen. Onderdeel van de IZA plannen kan zijn dat overheden zich, waar nodig, inspannen om wet- en regelgeving aan te passen.
12 | Integraal Zorgakkoord 2022
•
•
De werkagenda is dynamisch: op basis van de monitoring zal indien nodig worden bijgestuurd om de doelen te realiseren. Mogelijk moeten toch scherpere keuzes worden gemaakt om de inhoudelijke doelen te bereiken binnen de afgesproken financiële randvoorwaarden. Het is dan aan de overheid en de politiek om deze keuzes te maken. VWS brengt in overleg met partijen in beeld aan wat voor keuzes dan gedacht kan worden. De overheid heeft een verantwoordelijkheid om die keuzes te verdedigen en heeft de primaire verantwoordelijkheid op terrein van pakketbeheer. De IZA partijen hebben, afhankelijk van hun rol in het zorgveld, een belangrijke rol in het kweken van begrip voor het collectieve belang van het maken van deze keuzes in de samenleving. Er zijn budgettaire kaders vastgelegd waarbinnen deze werkagenda moet worden uitgevoerd. Het is op dit moment nog onvoldoende scherp gekwantificeerd in hoeverre de budgettaire kaders realiseerbaar zijn met de maatregelen die uitgewerkt zijn in de inhoudelijke thema’s. De komende periode zal deze kwantificering worden uitgewerkt.
De beoogde verandering is uitgewerkt in inhoudelijke thema’s en meer algemene thema’s. Zie ook hiernaast staand schema. Hieronder gaan we in op de thema’s waarlangs we dit akkoord uitwerken en waarbinnen we de afspraken maken die voor de komende vier jaar de verandering in gang zetten. Dit hoofdstuk bevat een samenvatting van de verschillende onderdelen. De volledige teksten zijn te vinden in de werkagenda.
Kwaliteit
Toegankelijkheid
H1
Betaalbaarheid
Uitgangspunten IZA (H2) Principes Kaders Passende zorg Passende zorg is waardegedreven
Passende zorg: waardegedreven - samen met de patiënt, pakket, kwaliteit (3.1) Regionale samenwerking (3.2) Samenwerking in de acute zorg (3.2.2)
Passende zorg komt samen met en gezamenlijk rondom de patiënt tot stand
Toekomstbestendig zorglandschap door concentratie en spreiding (3.2.3)
Passende zorg vindt plaats op de juiste plek
Samenwerking sociaal domein, huisartsenzorg en ggz (3.4)
Passende zorg gaat over gezondheid in plaats van ziekte De zorg wordt verleend in een prettige werkomgeving
3.1
Monitoring (H5), Governance (H6) en Evaluatie (H7)
Versterking organisatie eerstelijnszorg (3.3)
Gezond leven en preventie (3.5) Arbeidsmarkt en ontzorgen professionals (3.6)
Passende zorg: waardegedreven samen met de patiënt, pakket en kwaliteit
Passende zorg is waardegedreven. Dat betekent dat zorg op de eerste plaats effectief is, voldoet aan de stand van wetenschap & praktijk en meerwaarde heeft voor de patiënt, met daarnaast een doelmatige inzet van mensen, middelen en materialen. In onderdeel A van de werkagenda worden de afspraken die gemaakt zijn voor dit thema uitgebreid beschreven. De afspraken zien op de volgende zaken: • Algemene afspraken • Pakketbeheer en passende zorgpraktijken • Passende zorg in uitvoering - cyclus van gepast gebruik • Continue leer- en verbetercyclus door zorgprofessionals en patiënten • Voortzetting en integrale resultaatgerichte aanpak van programma’s/projecten • Naar een beheersbaar en efficiënt kwaliteitsregistratielandschap • Uitkomstinformatie die er voor de patiënt toe doet • Dure geneesmiddelen • Risicoverevening • Randvoorwaarden
3.2
Regionale samenwerking
3.2.1 Algemeen Passende zorg is de Juiste Zorg op de Juiste Plek. IZA-partijen maken afspraken over samenwerking in de regio. Partijen maken regiobeelden (per zorgkantoorregio) op basis waarvan
Digitalisering en gegevensuitwisseling (3.7)
Contractering (3.8)
Inzet transformatiemiddelen (4.2)
Budgettaire kaders (4.1)
zij concrete regioplannen opstellen. Zo organiseren zij de nodige transformaties met als doel de integrale gezondheidszorg in de regio te waarborgen. Partijen spreken af criteria op te stellen voor regiobeelden en regioplannen. Partijen zijn door middel van mandaat vertegenwoordigd. Indien zij er niet uitkomen bespreken zij dat in het bestuurlijke IZA-kwartaaloverleg en kunnen zij, zoals dat nu ook kan, escaleren naar de NZa. De overheid verbindt zich tot een aantal randvoorwaarden, zoals het oplossen van knelpunten zoals bekostiging, het (financieel) ondersteunen van (domeinoverstijgende) samenwerkingsverbanden en het beschikbaar stellen van basisdata en regioanalyses. In onderdeel B van de werkagenda worden de afspraken die gemaakt zijn voor dit thema uitgebreid beschreven.
3.2.2 Samenwerking in de acute zorg De kwaliteit en toegankelijkheid van de acute zorg staan onder druk. Om met de beperkt beschikbare mensen en middelen de toegankelijkheid en kwaliteit van zorg te kunnen blijven borgen, maken we afspraken over het voorkomen van acute zorg, zorgcoördinatie en triage, kwaliteit van acute zorg, differentiatie, concentratie en spreiding, samenwerken in de keten, ROAZ-plannen, delen van informatie en bekostiging. In onderdeel C van de werkagenda worden de afspraken die gemaakt zijn voor dit thema uitgebreid beschreven. Daarbij worden ook maatregelen beschreven die de continuïteit en kwaliteit van de Avond, Nacht en Weekendzorg waarborgen.
Integraal Zorgakkoord 2022 | 13
3.2.3
Toekomstbestendig zorglandschap door concentratie en spreiding Om toekomstbestendige medisch specialistische zorg te organiseren willen de partijen gezamenlijk de kwaliteit en continuïteit van de zorg voor de patiënt verder verbeteren, de transparantie daarover verhogen, het innoverend vermogen bevorderen en de samenwerking in netwerken en, in en tussen goed opgeleide teams waarborgen, zodat voor het toenemend aantal patiënten de beste zorg geboden blijft worden met de beste kwaliteit, doelmatigheid en doeltreffendheid. Het gaat daarbij om zowel diagnostiek, behandeling, nazorg als palliatieve zorg. Om dit te bereiken, moeten partijen meer dan ooit samenwerken. De ontwikkelingen in diagnostiek en behandelingen gaan zo snel dat het van belang is om de kennis en expertise van zorg verder vorm te geven, meer te specialiseren/differentiëren en te concentreren, evenals de samenwerking in netwerken te bevorderen. Doel is om door verdere concentratie de kwaliteit van zorg te verhogen en de toegankelijkheid van zorg te borgen door schaars personeel en dure infrastructuur optimaal in te zetten. Ook spreiding van planbare zorg vraagt om samenwerking binnen zorgnetwerken en tussen ziekenhuizen, UMC’s, zelfstandige behandelcentra en zorgverzekeraars. In onderdeel D van de werkagenda worden de afspraken die gemaakt zijn voor dit thema uitgebreid beschreven.
3.3
Versterking organisatie eerstelijnszorg
Als gevolg van de vergrijzing, de beweging naar passende zorg en omdat mensen langer thuis blijven wonen, zullen steeds meer mensen voor complexere zorgvragen een beroep doen op eerstelijnszorg. De eerstelijnszorg is grotendeels kleinschalig en monodisciplinair georganiseerd. Patiënten hebben daardoor ook vaak te maken met meerdere zorgaanbieders. De huidige structuur van de eerstelijnszorg betekent tegelijkertijd dat er veel op individuele zorgverleners aankomt en zij steeds minder met zorgverlening en steeds meer met randzaken bezig zijn. De huisarts staat als spil van die eerstelijnszorg onder grote druk, net als de (eerstelijns) zorgverleners waar hij mee samenwerkt. Met de afspraken werken we toe naar een eerstelijnszorg die blijvend beschikbaar en toegankelijk is voor iedereen. In onderdeel E van de werkagenda worden de afspraken die gemaakt zijn voor dit thema uitgebreid beschreven. De afspraken zien op de volgende zaken: • Visie en plan van aanpak • Optimaal benutten van beschikbare personele capaciteit en expertise • Meer tijd voor de patiënt • Organiseren en samenwerken • Inhoud en kwaliteit van zorg • Beschikbaarheid en inzet van financiële middelen
14 | Integraal Zorgakkoord 2022
3.4
Samenwerking sociaal domein, huisartsenzorg en ggz
Het aantal mensen met psychische klachten dat een beroep doet op ondersteuning bij gemeenten, de huisartsenzorg en/ of de ggz stijgt al jaren. Dit zet deze voorzieningen in combinatie met een schaarste aan personeel onder hoge druk. Vanwege lange wachttijden zijn huisartsen lang verantwoordelijk voor mensen met een complexe ggz-hulpvraag. Professionals in het sociaal domein ervaren een toename van het aantal mensen met complexe problematiek dat geen of geen tijdige behandeling kan krijgen. Tegelijkertijd zien we dat de ggz zich nog te vaak direct richt op behandeling van psychische klachten, die voortkomen uit problemen op andere levensgebieden. Ook is het in de praktijk vaak moeilijk om snel de juiste expertise te organiseren. Een van de oorzaken hiervan is dat de samenwerking in de driehoek sociaal domein – huisarts/ POH - ggz nog niet altijd en overal optimaal verloopt. In onderdeel F van de werkagenda worden de afspraken die gemaakt zijn voor dit thema uitgebreid beschreven. De afspraken zien op de volgende zaken: • Versterken sociale basis • Verbeteren samenwerking tussen sociaal domein, huisartsenzorg en ggz-zorg • Wettelijke en financiële mogelijkheden domeinoverstijgende samenwerking
3.5
Gezond leven en preventie
Gezondheid is een breed begrip. Het betreft het fysieke, mentale én maatschappelijk welzijn van mensen en wordt beïnvloed door de leefomgeving, leefstijl, (mentale) gezondheidsvaardigheden, sociale netwerk en de mate waarin iemand mee kan doen in de samenleving. Een gezonde leefstijl met aandacht voor een gezonde leefomgeving, vanaf het prille begin van het leven, moet onderdeel uitmaken van het dagelijks leven van burgers. Als daarbij ondersteuning nodig is, is het publieke of sociale domein daarvoor de eerstaangewezen plek. De bijdrage vanuit de Zvw-verzekerde zorg ligt op geïndiceerde preventie (mensen met verhoogd risico op ziekte), zorggerelateerde preventie, het versterken van gezondheidsvaardigheden en zelfzorg, leefstijl als (onderdeel van de) behandeling en de verbinding met de gemeentelijke domeinen. Hierop inzetten draagt bij aan het kwalitatief goed, toegankelijk en betaalbaar houden van de zorg. In onderdeel G van de werkagenda worden de afspraken voor dit thema uitgebreid beschreven. De afspraken gaan over: • Ketenafspraken preventie en leefstijl • Afspraken vanuit of in het Zvw-domein • Randvoorwaarden, zoals health in all policies
3.6
Arbeidsmarkt en ontzorgen zorgprofessionals
De krapte op de arbeidsmarkt stelt de zorg voor een grote uitdaging. Een houdbare arbeidsmarkt vraagt brede inzet om met minder meer personeel aan de zorgvraag te voldoen. Met de afspraken onder dit thema wordt ingezet op het vergroten van werkplezier en het behoud van zorgprofessionals die de sleutel vormen tot een toegankelijke en kwalitatief hoogwaardige zorg. Op het gebied van zingeving en de daarmee samenhangende bevlogenheid van medewerkers scoort de zorg al uitstekend. Op andere gebieden moet het verbeteren. In onderdeel H van de werkagenda worden de afspraken die gemaakt zijn voor dit thema uitgebreid beschreven. Zij gaan over: • Professionele ruimte • Goed werkgeverschap/dialoog voor behoud en inzetbaarheid • Vermindering regeldruk • Bevorderen aantrekkelijkheid werken in loondienst • Sociale en technologische innovaties • Opleiden en begeleidingscapaciteit • Eén financieel arrangement vanuit TAZ • Ruimte voor arbeidsvoorwaardenontwikkeling in de tarieven
3.7
3.8
Contractering
Het grootste deel van de zorg binnen de Zorgverzekeringswet wordt concurrentieel ingekocht en individueel gecontracteerd. Dat is en blijft het uitgangspunt van ons zorgstelsel. De contractrelatie is van belang voor zorgverzekeraars en zorgaanbieders om de transformaties naar passende zorg te realiseren. Om de contractrelatie te verbeteren, spreken we af dat we het contracteerproces verbeteren en dat we de prikkels tot contractering vergroten. Voor impactvolle transformaties is het bovendien nodig dat zorgverzekeraars gelijkgericht contracteren. Hierover worden in dit thema ook afspraken gemaakt. In onderdeel J van de werkagenda worden de afspraken die gemaakt zijn voor dit thema uitgebreid beschreven. Zij gaan over: • Verbetering contracteerproces • Gelijkgerichte contractering bij “impactvolle transformaties” • Sturingsmogelijkheden door contractering • Doorvertaling loon- en prijsbijstelling
Digitalisering en gegevensuitwisseling
Elektronische gegevensuitwisseling draagt bij aan goede en veilige zorg voor de patiënt/cliënt, verlicht de werkdruk van zorgverleners en is een essentiële randvoorwaarde om de andere doelen uit het IZA te behalen. Om optimaal gebruik te maken van patiëntgegevens moeten deze goed beschikbaar, bereikbaar en voor primair en secundair gebruik herbruikbaar zijn voor andere zorgverleners in het netwerk van de patiënt en de patiënt zelf via een Persoonlijke Gezondheidsomgeving. Partijen in het IZA werken onder regie van VWS aan het wegnemen van knelpunten om ervoor te zorgen dat elektronische gegevensuitwisseling de standaard wordt. Het belang van privacy en gegevensbescherming wordt altijd meegewogen. Passende zorg betekent steeds vaker ook hybride zorg: een mix van digitaal en fysiek aangeboden zorg en ondersteuning van gezondheid, waar mogelijk gepersonaliseerd en op maat. Uitgangspunten hierbij zijn: zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan. Partijen werken samen aan brede opschaling en toepassing van hybride zorg. In onderdeel I van de werkagenda worden de afspraken die gemaakt zijn voor dit thema uitgebreid beschreven.
Integraal Zorgakkoord 2022 | 15
4 Financiën
16 | Integraal Zorgakkoord 2022
4.1
Algemeen
4.1.2
4.1.1 Algemene uitgangspunten a. Het macrokader voor de Zvw is € 54,8 miljard in 2022 (bruto), inclusief loon- en prijsbijstelling 2022. De maatregelen uit het coalitieakkoord leiden per saldo tot een jaarlijkse ruimte voor volumegroei van € 0,8 miljard in 2023, oplopend tot € 2,9 miljard in 2026. b. Het macrokader voor de Zvw wordt doorvertaald in een beschikbaar financieel kader per sector. c. De financiële afspraken in het IZA betreffen de volgende sectoren: medisch-specialistische zorg (MSZ), geestelijke gezondheidszorg (GGZ), wijkverpleging, huisartsenzorg, multidisciplinaire zorg (MDZ), Eerstelijnsverblijf (ELV), Geriatrische Revalidatiezorg (GRZ) en geneeskundige zorg voor specifieke patiëntgroepen (GZSP). d. Centrale uitgangspunten bij de financiële afspraken zijn: i. De beschikbare (volume)groei per sector sluit aan bij de beleidsmatige beweging en doelen uit dit akkoord. Dit leidt tot minder groei in de tweedelijnszorg (MSZ en GGZ) en meer groei in de eerstelijnszorg (Huisartsenzorg, MDZ, Wijkverpleging, ELV, GRZ en GZSP). ii. Er zijn vanuit het coalitieakkoord tijdelijke transformatiemiddelen van in totaal € 2,8 miljard beschikbaar om de transformatie te ondersteunen. Daarnaast zijn er vanuit het coalitieakkoord specifieke investeringsmiddelen beschikbaar. iii.
Aanvullend zijn bij het coalitieakkoord aparte enveloppen beschikbaar gesteld, waaronder voor standaardisatie gegevensuitwisseling (€ 1 miljard in periode 2023-2026). iv. Goed werkgeverschap en arbeidsmarktvraagstukken vragen om een adequate/marktconforme loonontwikkeling voor personeel in de zorg. Alle partijen zijn van mening dat de loonontwikkeling door zorgaanbieders moet kunnen worden betaald. Binnen de gestelde financiële kaders is de overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (OVA) leidend. v. In 2024 vindt een tussentijds evaluatiemoment plaats.
Bedragen x € 1 miljoen MSZ
Financiële afspraken
a. Financiële kaders In de tabel onderaan deze pagina staan voor de jaren 20192022 de uitgaven op basis van de actuele inzichten (stand medio 2022). Voor 2022 betreft het een voorlopige jaarraming op basis van 2 kwartalen. Voor de jaren 2023-2026 laat deze tabel de beschikbare macrokaders zien op basis van de afspraken in het IZA (in prijspeil 2022, exclusief loonen prijsbijstellingen in de jaren 2023-2026).2 Deze tabel is exclusief de transformatie- en investeringsmiddelen (totaal € 2,8 miljard in de jaren 2023-2027). b. De afgesproken gemiddelde beschikbare volumegroei (verwerkt in onderstaande tabel), is per sector als volgt: 2023
2024
2025
2026
MSZ
1,0%
0,8%
0,4%
0,0%
GGZ
1,0%
0,8%
0,6%
0,4%
Wijkverpleging
2,0%
2,4%
3,0%
3,5%
Huisartsenzorg
2,0%
2,4%
3,0%
3,5%
MDZ
2,0%
3,0%
4,0%
5,0%
Dit betreffen landelijke maximum groeipercentages op het macrokader per sector en laat onverlet keuzes die worden gemaakt in de onderhandelingen tussen individuele zorgverzekeraars en zorgaanbieders waarbij sprake kan zijn van differentiatie. Voor de sector ELV/GRZ/GZSP zijn geen groeipercentages afgesproken, maar vinden partijen het wenselijk dat ook in deze sectoren een ruime groei mogelijk is. De groeiruimte voor deze sector wordt jaarlijks eenzijdig door VWS bepaald (voor 2023 gaat het om circa 3%).
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
23.598
24.652
25.859
26.369
26.201
26.468
26.578
26.579
GGZ*
3.976
4.340
2.973
4.625
4.620
4.658
4.655
4.674
Wijkverpleging
3.521
3.446
3.339
3.269
3.802
3.870
3.973
4.100
Huisartsenzorg
3.074
3.286
3.437
3.579
3.689
3.776
3.890
4.026
604
662
698
715
759
782
813
853
34.773
36.386
36.306
38.557
39.071
39.553
39.909
40.232
MDZ Totaal (Macrokader IZA)
* De GGZ laat in 2021 een eenmalige schadelastdip zien in verband met de invoering van het Zorgprestatiemodel.
2
Pandemische paraatheid is geen onderdeel van de genoemde kaders. Uitzondering hierop is de opschaling tot 1150 IC-bedden, deze is onderdeel van het kader MSZ (zie onderdeel K). Over dit onderwerp wordt nog separaat gesproken.
Integraal Zorgakkoord 2022 | 17
c. Het startniveau van de macrokaders per sector is meerjarig bijgesteld op basis van actuele inzichten over het gerealiseerde uitgavenniveau in recente jaren (reeds verwerkt in bovenstaande tabel) 3. d. Voor de partijen die deelnemen aan het IZA zijn in aanvulling op de beschikbare kaders transformatiemiddelen en specifieke investeringsmiddelen beschikbaar (€ 2,8 miljard totaal in 2023-2027).. Een van de uitgangspunten hierbij zal zijn het gelijkgericht inzetten bij impactvolle transformaties van transitiegelden door zorgverzekeraars op basis van criteria die van tevoren zijn opgesteld door IZA-partijen. Ander uitgangspunt is dat niet bestede transformatiemiddelen in een jaar die aan het Zvw-kader zijn toegevoegd beschikbaar blijven voor de transitie mits dit doelmatig en doeltreffend is. Daarnaast is afgesproken dat niet bestede transformatiemiddelen niet in de reserves van zorgverzekeraars terecht komen, de zogenaamde ‘use-it-or-lose-it’-afspraak. Ten aanzien van de transformatiemiddelen gaat het om in totaal € 2,8 miljard waarover aanvullend de volgende afspraken zijn gemaakt: • Van deze € 2,8 miljard is 50% (€ 1,4 miljard) geoormerkt beschikbaar voor de sectoren MSZ, GGZ, Wijkverpleging, Huisartsenzorg en MDZ naar rato van omvang van de sector.
Dit leidt tot de volgende verdeling: MSZ € 940 miljoen, GGZ € 160 miljoen, huisartsenzorg en MDZ € 160 miljoen, wijkverpleging € 140 miljoen. Vanuit de transformatiemiddelen MSZ is in de periode 2023-2026 € 100 miljoen beschikbaar voor de programma’s Topzorg, Citrien en Doelmatigheidsonderzoek. Vanuit de transformatiemiddelen MSZ is tevens in totaal € 4,4 miljoen aan tijdelijke middelen beschikbaar voor vervolgontwikkeling MSZ-vervolgopleiding (€ 1,1 miljoen per jaar). • De resterende transformatiemiddelen (€ 1,4 miljard) zijn beschikbaar voor alle partijen voor plannen die bijdragen aan de doelstellingen van het IZA. Van dit deel is € 40 miljoen geoormerkt beschikbaar voor de sector eerstelijnsverblijf/geriatrische revalidatiezorg. Onder alle partijen horen ook partijen uit het sociaal domein voor zover die onderdeel uitmaken van IZA-transformatieplannen. Tevens is uit dit deel van de transformatiemiddelen in totaal maximaal € 48 miljoen beschikbaar uit voor het onderzoeksprogramma V&V met focus op passende zorg, arbeidsbesparende interventies, technologie en behoud van zorgprofessionals, alsmede voor het ontwikkelen van richtlijnen en kwaliteitsstandaarden door V&VN i.s.m. relevante partijen voor alle Zvw-sectoren. e. Alle afspraken die in het kader van IZA worden gemaakt dienen te passen binnen de in het IZA beschreven
3
Dit leidt tot de volgende structurele bijstellingen: opwaarts bijstellen kader MSZ (€ 200 miljoen) en GGZ (€ 180 miljoen) en neerwaarts bijstellen wijkverpleging € 600 miljoen, huisartsenzorg (€ 80 miljoen) en MDZ (€ 20 miljoen).
18 | Integraal Zorgakkoord 2022
financiële middelen. Dit betreft zowel zorguitgaven als coalitieakkoordenveloppen.
4.1.3
Macrobeheersing en omgang met overschrijdingen
Algemeen a. Indien onverhoopt het afgesproken financiële kader van een individuele sector wordt overschreden, treden betrokken partijen hierover in overleg, waarbij gekeken zal worden naar de aard en oorzaak van de overschrijding. b. Bij een eventuele overschrijding wordt ook bezien of er op totaalniveau sprake is van een overschrijding van het macrokader IZA. Als het totale macrokader IZA, zoals opgenomen in paragraaf 4.1.2, lid a van deze afspraken, niet is overschreden kan dit aanleiding voor VWS zijn om geen maatregelen te nemen. c. Partijen kunnen in overleg treden over kader- of tariefkortingen. VWS kan maatregelen nemen om de overschrijding te redresseren waaronder via inzet van het macrobeheersinstrument. d. Partijen volgen de lopende discussies over de forensische zorg en de gevolgen daarvan voor de budgettaire kaders van de Zorgverzekeringswet.
4.2
Inzet transformatiemiddelen
4.2.1 Algemene afspraken IZA-partijen maken de volgende algemene afspraken over de inzet van transformatiemiddelen: • Algemeen uitgangspunt: Transformatiemiddelen worden, de naam zegt het al, ingezet om de noodzakelijke zorgtransformatie naar arbeidsbesparende, passende zorg te realiseren en/of te versnellen. Transformatiemiddelen zijn niet bedoeld om de scherpe kantjes af te halen van de besparingsopdracht die in het IZA voor de verschillende sectoren is afgesproken; deze besparingsopdracht moet worden gerealiseerd door de maatregelen en transformaties zelf. De inzet van transformatiemiddelen is incidenteel, voor een bepaalde periode van maximaal 5 jaar, en dus niet structureel. Voor transformatiemiddelen geldt als uitgangspunt “use it or lose it”; niet ingezette transformatiemiddelen komen dus niet ten goede aan het eigen vermogen van de zorgverzekeraars of zorgaanbieders. Het inzetten van transformatiemiddelen is één van de instrumenten om de noodzakelijke zorgtransformaties te bevorderen. Het uitgeven van transformatiemiddelen is geen doel op zich. • Verdeling transformatiemiddelen over sectoren: Om te borgen dat de verschillende sectoren de noodzakelijke transformaties kunnen inzetten, spreken de IZA-partijen af dat 50% van de transformatiemiddelen voor zorgsectoren zijn
•
•
•
•
geoormerkt naar rato van hun gebudgetteerde omzet in 2023. Alle aan een sector toe te rekenen transformatiemiddelen tellen mee in deze 50%, ongeacht of die transformatiemiddelen via VWS of via zorgverzekeraars of anderszins worden betaald aan de betrokken zorgaanbieders. Als de beschikbare transformatiemiddelen in een bepaalde sector niet wordt uitgeput, komen deze beschikbaar voor andere sectoren. Beweging van onderop en bovenaf: Met de transformatiemiddelen kunnen individuele, lokale, regionale of landelijke initiatieven worden ondersteund die bijdragen aan de verwezenlijking van de inhoudelijke doelen en financiële opgave van het IZA. Dit zal veelal zijn met inzet van transformatiemiddelen via zorgverzekeraars op basis van specifieke transformatieplannen. Transformatiemiddelen zijn ook beschikbaar voor (landelijke) activiteiten zoals die zijn vastgelegd in de IZA-themateksten. Hierover wordt besloten tijdens de bestuurlijke IZAkwartaaloverleggen. Geen geoormerkt transformatiebudget per regio of thema: Het is niet wenselijk om het landelijk beschikbare budget op voorhand te verdelen naar regio’s of thema’s. De transformatieplannen zelf zijn immers leidend. Het kan dus zijn dat er in een bepaalde regio meer urgentie en budget nodig is om een transformatie te effectueren dan in andere regio’s. Datzelfde geldt voor de verschillende transformatiethema’s.
Daarnaast kunnen bepaalde transformaties ook landelijk aangestuurd worden. Landelijke monitoring transformatiemiddelen: Onderdeel van de landelijke monitoring van transformatieplannen is dat wordt gekeken naar de (onder)benutting en verdeling van transformatiemiddelen per sector, regio en/of thema. Door deze monitoring is er voldoende ruimte voor bijsturing, mochten bepaalde regio’s, sectoren of thema’s onterecht onvoldoende aandacht krijgen. De inzet van transformatiemiddelen maakt deel uit van de IZA-kwartaalmonitor. De NZa publiceert deze informatie steeds uiterlijk twee weken voor het bestuurlijke IZA-kwartaaloverleg. Toezicht op inzet transformatiemiddelen: Vanwege het ontbreken van de gewone concurrentiële doelmatigheidsprikkel tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars bij besteding van transformatiemiddelen ontwikkelt de NZa extra toezichtwaarborgen. VWS, NZa en Zorginstituut werken voor 1 januari 2023 een proces voor toezicht op rechtmatige en doelmatige besteding van de transformatiemiddelen uit, in overleg met ZN en andere IZA- partijen. Om bureaucratie en vertragingen te voorkomen gaat het dan met name om toetsing achteraf en niet om goedkeuring vooraf. Dit is uiteraard ook onderwerp van gesprek tijdens de bestuurlijke IZA-kwartaaloverleggen.
4.2.2 Inzet transformatiemiddelen via VWS Ten aanzien van de inzet van transformatiemiddelen wordt een onderscheid gemaakt tussen de inzet via de begroting van VWS en via zorgverzekeraars (macrokader voor de zorginkoop). De transformatiemiddelen worden grotendeels toegekend via de zorgverzekeraars. Daarvan kan worden afgeweken als financiering via VWS logischer is (in de vorm van subsidie, opdracht, inzet van VWS-uitvoeringsorganisaties e.d.). Uitgangspunt is dat een zeer substantieel deel van de transformatiemiddelen via zorgverzekeraars loopt en een beperkt deel via de VWS-begroting. Exacte bedragen worden jaarlijks uiterlijk in Q2 met IZA-partijen vastgesteld voor financiële verwerking in de VWS-begroting van het jaar t+1. De uitputting van alle transformatiemiddelen is onderwerp van gesprek in de bestuurlijke IZA-kwartaaloverleggen. Op basis van de bestuurlijke afspraken (zie onderdeel K) wordt bij VWS-begroting 2023 een specifiek, geoormerkt deel van de transformatiemiddelen direct toegewezen voor uitvoering via de VWS-begroting (zie tabel). Dit betreft € 22,2 miljoen in 2023, oplopend tot € 25,0 miljoen in 2026.
Reeds toegekende transformatiemiddelen, via VWS-begroting 2022 Zelfzorgmiddelen
2023
2024
2025
2026
2,5
3,5
5,0
6,0
2,2
0,5
0,5
1,5
2,0
2,0
2,0
13,0
13,0
13,0
13,0
(o.a. Thuisarts) Overbruggingskrediet gegevensuitwisseling huisartsen Nationale onderzoeksagenda Topzorg, Citrienfonds4 Flankerend beleid
3,0
4,0
4,0
4,0
Totaal
22,2
23,0
24,5
25,0
In aanvulling op deze toegekende transformatiemiddelen is afgesproken dat transformatiemiddelen worden ingezet voor medisch specialistische vervolgopleidingen, doelmatigheidsonderzoek in het msz domein, en een onderzoeksprogramma verpleging en verzorging. De verwachting is dat de uitgaven in 2023 beperkter zullen zijn dan in latere jaren voor de VWS-begroting 2023 is geraamd: € 280 miljoen als zorguitgaven onder het UPZ en € 22,2 miljoen via de VWS-begroting. De resterende transformatiemiddelen uit 2023 blijven beschikbaar voor de transformatie.4
4
Exclusief verhoging van € 52 miljoen naar € 100 miljoen in periode 2023-2026, die ook is bedoeld voor doelmatigheidsonderzoek in het msz-domein (zie par. 4.1.2, onder d, sub i).
Integraal Zorgakkoord 2022 | 19
De komende maanden moet op basis van nadere uitwerking door de thematafels duidelijk worden of en in hoeverre er andere (landelijke) initiatieven zijn waarvoor bij voorbaat financiering vanuit VWS aangewezen is. Uiterlijk in het eerste kwartaal 2023 moet hierover duidelijkheid bestaan. VWS communiceert richting IZA-partijen voor 1 november 2022 een proces voor toewijzing voor het transitiegeld via de VWS-begroting met toewijzingscriteria, rekening houdend met de afspraken die IZA-partijen hebben gemaakt over inzet van transformatiemiddelen via zorgverzekeraars en met regels voor de rechtmatige verstrekking van middelen.