CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 18 Jeugd(zorg) (33) 4 Was-wordt-tabel toelichting verordening

RAAD 1 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Wijzigen van de verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021 VN2021-03009620.161 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Vierde lid, besluit na artsverwijzing specialistische jeugdhulp In dit lid wordt duidelijk gemaakt dat het college feitelijk een besluit tot inzet van specialistische jeugdhulp na een verwijzing van de huisarts, jeugdarts, of medisch specialist neemt op het moment dat de jeugdhulpaanbieder zich bij de gemeente meldt met een verzoek tot toewijzing van zorg.

Zesde lid, artsverwijzing naar hoogspecialistische jeugdhulp Voor hoogspecialistische jeugdhulp wordt ervan uitgegaan dat altijd – ook bij een artsverwijzing –een integraal plan nodig is. Het gaat in die gevallen immers bijna altijd om hoogcomplexe en veelomvattende / meervoudige jeugdhulp, waarbij een integrale aanpak en continuïteit van het hoogste belang zijn. Het plan kan ook door de jeugdhulpaanbieder worden opgesteld. Waar nodig wordt het lokale team betrokken als er een hulpvraag is op meerdere leefdomeinen.

Vijfde lid, artsverwijzing naar specialistische jeugdhulp Voor specialistische jeugdhulp waar sprake is van een hulpvraag op meerdere levensgebieden wordt ervan uitgegaan dat altijd – ook bij een artsverwijzing –een integraal plan nodig is. Het gaat in die gevallen immers bijna altijd om hoogcomplexe en veelomvattende / meervoudige jeugdhulp, waarbij een integrale aanpak en continuïteit van het hoogste belang zijn. Het plan kan ook door de jeugdhulpaanbieder worden opgesteld. Waar nodig wordt het lokale team betrokken. Het signaal betreft in de praktijk het bericht in het berichtenverkeer.

Nummering verspringt. Hoogspecialistische vervalt in het verwijsproces Levensgebieden toegevoegd omdat daarmee het onderscheid voor wel of geen integraal plan is gewaarborgd. Dit onderscheid is namelijk vervallen doordat er alleen naar specialistische jeugdhulp wordt verwezen.

Zevende lid, hoogspecialistische jeugdhulp door zorgteam Dit lid treedt in werking op 1 augustus 2021 en beschrijft de nieuwe werkwijze van jeugdhulp door een zorgteam van een speciaal onderwijslocatie.

Zesde lid, specialistische jeugdhulp door zorgteam Dit lid beschrijft de werkwijze van jeugdhulp door een zorgteam van een speciaal onderwijslocatie.

Nummering verspringt Hoogspecialistische vervalt in het verwijsproces.

Achtste lid, intensiteit

Achtste lid, intensiteit

24

Nummering verspringt. Hoogspecialistische vervalt in het verwijsproces.

Nummering verspringt. Hoogspecialistische vervalt in het verwijsproces.

Een ondersteuningsprofiel kent binnen de specialistische jeugdhulp een intensiteit. Zoals eerder verwoord maakt de intensiteit geen onderdeel uit van het besluit, maar gelet op de volledigheid is opgenomen dat er wel altijd een intensiteit verbonden is aan het ondersteuningsprofiel.

Een ondersteuningsprofiel kent binnen de specialistische jeugdhulp een intensiteit. Zoals eerder verwoord maakt de intensiteit geen onderdeel uit van het besluit, maar gelet op de volledigheid is opgenomen dat er wel altijd een intensiteit verbonden is aan het ondersteuningsprofiel.

Negende lid, nadere regels toegangsproces De nadere invulling van het toegangsproces ligt niet vast in de verordening, maar in de nadere regels. Hiervoor is gekozen omdat de verwachting is het proces zich de komende jaren nog verder zal ontwikkelen en de nadere regels sneller aangepast kunnen worden.

Zevende lid, nadere regels toegangsproces

Tiende lid: nadere regels De nadere invulling van de zorgvormen, ondersteuningsprofielen en intensiteiten ligt niet vast in de verordening, maar in de nadere regels. Hiervoor is gekozen omdat de verwachting is dat deze zich de komende jaren nog verder zullen ontwikkelen en de nadere regels sneller aangepast kunnen worden.

Tiende lid: nadere regels De nadere invulling van de zorgvormen, ondersteuningsprofielen en intensiteiten ligt niet vast in de verordening, maar in de nadere regels. Hiervoor is gekozen omdat de verwachting is dat deze zich de komende jaren nog verder zullen ontwikkelen en de nadere regels sneller aangepast kunnen worden.

Artikel 3.6 Het gesprek en integraal plan Eerste lid: het gesprek Er wordt in de verordening (en nadere regels) niets vastgelegd over de wijze waarop het gesprek gevoerd wordt tussen lokaal team en jeugdige en/of zijn ouders (en eventuele andere betrokken). Dit zou de handelingsvrijheid van de jeugdige, zijn

Achtste lid Voor sommige specialistische jeugdhulp die niet bestaat uit een diagnose- of behandeltraject, maar een langdurig begeleidingstraject (in de regel vanwege de ernstige beperkingen van het kind) kan het gewenst zijn dat het lokale team namens college periodiek herbeoordeelt of en zo ja welke voortzetting van hulp nodig is. De regels hierover liggen niet vast in de verordening zelf maar in de nadere regels. Artikel 3.5 Het gesprek en integraal plan

25

Ondersteuningsprofielen vervallen.

Nummering verspringt.

Vervalt, want nieuwe verwijzen is naar specialistische jeugdhulp.

Verplaatst vanuit 3.8.

Nummering verspringt.

ouders én professionals te veel beperken. In de verordening ligt alleen vast wat er in het gesprek aan de orde kan komen (indien van belang), niet welke methodiek of instrumentarium gebruikt moet worden of wie er precies bij betrokken dienen te zijn, of hoe vaak en hoe lang de gesprekken gevoerd worden. Natuurlijk gelden hierbij wel de eisen die de Jeugdwet en het Besluit Jeugdwet stellen aan de kwaliteit van de toegang. Tweede lid: betrekken jeugdhulpaanbieder In het belang van efficiënte en doeltreffende jeugdhulp vindt er bij hoogspecialistische jeugdhulp overleg plaats tussen het lokale team en de jeugdhulpaanbieder. Op deze manier is er sprake van een gezamenlijke verantwoordelijkheid en warme overdracht tussen verwijzer en aanbieder. Vanzelfsprekend worden de jeugdige en ouders hierbij betrokken.

Tweede lid: betrekken jeugdhulpaanbieder In het belang van efficiënte en doeltreffende jeugdhulp vindt er bij specialistische jeugdhulp overleg plaats tussen het lokale team en de jeugdhulpaanbieder. Op deze manier is er sprake van een gezamenlijke verantwoordelijkheid en warme overdracht tussen verwijzer en aanbieder. Vanzelfsprekend worden de jeugdige en ouders hierbij betrokken. De manier van afstemming kan verschillen en is afhankelijk van de benodigde jeugdhulp.

Derde lid: familiegroepsplan Het kan voorkomen dat een ouder of jeugdige al zelf een familiegroepsplan heeft opgesteld voordat hij/zij binnenkomt bij het lokale team. In dat geval wordt dit plan als uitgangspunt genomen voor het gesprek. Het is dus niet zo dat op basis van het familiegroepsplan alleen besloten wordt tot de inzet van (hoog) specialistische jeugdhulp.

Derde lid: familiegroepsplan Het kan voorkomen dat een ouder of jeugdige al zelf een familiegroepsplan heeft opgesteld voordat hij/zij binnenkomt bij het lokale team. In dat geval wordt dit plan als uitgangspunt genomen voor het gesprek. Het is dus niet zo dat op basis van het familiegroepsplan alleen besloten wordt tot de inzet van specialistische jeugdhulp.

Vierde lid: het integraal plan Ook de inhoud van het integraal plan is in de verordening niet in detail beschreven. Wel dát de uitkomsten van het gesprek altijd in het integraal plan vastgelegd worden. De wederzijdse ondertekening is vooral bedoeld om het karakter van het integraal plan als gezamenlijk plan te bekrachtigen en zeker niet om het karakter van een privaatrechtelijk overeenkomst te geven. De ondertekening is de gebruikelijke manier waarop de instemming wordt vastgelegd. In bijzonder gevallen kan de

Vierde lid: het integraal plan Ook de inhoud van het integraal plan is in de verordening niet in detail beschreven. Wel dát de uitkomsten van het gesprek altijd in het integraal plan vastgelegd worden. De wederzijdse ondertekening is vooral bedoeld om het karakter van het integraal plan als gezamenlijk plan te bekrachtigen en zeker niet om het karakter van een privaatrechtelijk overeenkomst te geven. De ondertekening is de gebruikelijke manier waarop de instemming wordt vastgelegd. In bijzonder gevallen kan de

26

Hoogspecialistisch vervalt in het verwijsproces.

Hoogspecialistisch vervalt in het verwijsproces.

instemming ook op een andere manier gegeven worden, wel moet deze altijd ondubbelzinnig zijn en worden vastgelegd. NB het besluit tot inzet van (hoog)specialistische jeugdhulp wordt toegevoegd aan het integraal plan (zie artikel 3.8), maar is juridisch gezien een eenzijdige, publiekrechtelijke, beslissing van het college (de facto de gemandateerde professional van het lokale team). Het besluit wordt wel genomen op grond van het integraal plan.

instemming ook op een andere manier gegeven worden, wel moet deze altijd ondubbelzinnig zijn en worden vastgelegd. NB het besluit tot inzet van specialistische jeugdhulp wordt toegevoegd aan het integraal plan, maar is juridisch gezien een eenzijdige, publiekrechtelijke, beslissing van het college (de facto de gemandateerde professional van het lokale team). Het besluit wordt wel genomen op grond van het integraal plan.

Hoogspecialistisch vervalt in het verwijsproces. Verwijzing verwijderd.

Vijfde lid: evaluatie integraal plan In het integraal plan worden doelen (beoogde resultaten) geformuleerd: wanneer worden door wie welke resultaten behaald. De jeugdige en/zijn ouders kunnen in het integraal plan afspraken maken om na een bepaalde tijd de resultaten met het lokale team, de eventueel betrokken jeugdhulpaanbieders en/of anderen te bespreken en zo het integraal plan te evalueren. NB de jeugdhulpaanbieder is zelf verantwoordelijk voor de evaluatie van het opgestelde hulpverleningsplan en daarin opgenomen behandeldoelen. Wel kan met het lokale team samen bekeken worden hoe de in het integraal plan geformuleerde beoogde resultaten zich verhouden tot de behaalde resultaten op de later in het hulpverleningsplan geformuleerde doelen. Zesde lid: vastlegging integraal plan in administratie lokale team Het (ondertekende) integraal plan kan worden opgeslagen door het lokale team als onderbouwing en toelichting op het besluit om te komen tot de inzet van (hoog)specialistische jeugdhulp, dan wel dat het in de vorm van een gespreksverslag of eigen ondertekende documentatie van het lokale team gebeurt die deze inhoud weergeeft. Het integraal plan blijft eigendom van het gezin en kan ook na toekenning aangepast en bijgesteld worden.

Zesde lid: vastlegging integraal plan in administratie lokale team Het (ondertekende) integraal plan kan worden opgeslagen door het lokale team als onderbouwing en toelichting op het besluit om te komen tot de inzet van specialistische jeugdhulp, dan wel dat het in de vorm van een gespreksverslag of eigen ondertekende documentatie van het lokale team gebeurt die deze inhoud weergeeft. Het integraal plan blijft eigendom van het gezin en kan ook na toekenning aangepast en bijgesteld worden.

Zevende lid: delen integraal plan met de jeugdhulpaanbieder

Zevende lid: delen integraal plan met de jeugdhulpaanbieder

27

Hoogspecialistisch vervalt in het verwijsproces.

Het integraal plan is van de jeugdige en/of zijn ouders. Als er tot de inzet van (hoog)specialistische jeugdhulp besloten is, is het wel van het grootste belang dat de aldus betrokken jeugdhulpaanbieder weet heeft van de gezinssituatie en afspraken en doelen (beoogde resultaten) zoals vastgelegd in het integraal plan. De relevante informatie uit het integraal plan kan door de jeugdige en/of zijn ouders zelf of door het lokale team aan de betrokken jeugdhulpaanbieder overgedragen worden. De ouders / jeugdige zijn hier in eerste instantie zelf de verantwoordelijke partij voor.

Het integraal plan is van de jeugdige en/of zijn ouders. Als er tot de inzet van specialistische jeugdhulp besloten is, is het wel van het grootste belang dat de aldus betrokken jeugdhulpaanbieder weet heeft van de gezinssituatie en afspraken en doelen (beoogde resultaten) zoals vastgelegd in het integraal plan. De relevante informatie uit het integraal plan kan door de jeugdige en/of zijn ouders zelf of door het lokale team aan de betrokken jeugdhulpaanbieder overgedragen worden. De ouders/jeugdige zijn hier in eerste instantie zelf de verantwoordelijke partij voor.

Natuurlijk gelden bij het delen van het integraal plan de privacyregels zoals die onder andere vastgelegd zijn in de Jeugdwet zelf (zie § 7.3 rond dossiervorming). Ouders worden niet gedwongen privacygevoelige informatie te delen. Het is aan de ouders om in samenspraak met het lokale team (of arts) te bepalen welke informatie in het integraal plan terecht moet komen en gedeeld moet worden met de jeugdhulpaanbieder om een effectieve ondersteuning mogelijk te maken. Bij verschil van inzicht tussen de jeugdige en/of zijn ouders aan de ene kant en het lokaal team (of arts) aan de andere kant over de noodzaak om bepaalde informatie te delen dient het recht op privacy en het belang van het kind tegen elkaar afgewogen te worden. De principes van subsidiariteit (kan het doel ook op een andere manier bereikt worden), noodzakelijkheid en proportionaliteit (staat het doorbreken van het recht op privacy in verhouding tot het doel: effectieve hulp) staan daarbij centraal. In de privacy protocollen van de uitvoerders (lokale teams) zal hieraan aandacht besteed worden.

Natuurlijk gelden bij het delen van het integraal plan de privacyregels zoals die onder andere vastgelegd zijn in de Jeugdwet zelf (zie § 7.3 rond dossiervorming). Ouders worden niet gedwongen privacygevoelige informatie te delen. Het is aan de ouders om in samenspraak met het lokale team (of arts) te bepalen welke informatie in het integraal plan terecht moet komen en gedeeld moet worden met de jeugdhulpaanbieder om een effectieve ondersteuning mogelijk te maken. Bij verschil van inzicht tussen de jeugdige en/of zijn ouders aan de ene kant en het lokaal team (of arts) aan de andere kant over de noodzaak om bepaalde informatie te delen dient het recht op privacy en het belang van het kind tegen elkaar afgewogen te worden. De principes van subsidiariteit (kan het doel ook op een andere manier bereikt worden), noodzakelijkheid en proportionaliteit (staat het doorbreken van het recht op privacy in verhouding tot het doel: effectieve hulp) staan daarbij centraal. In de privacy protocollen van de uitvoerders (lokale teams) zal hieraan aandacht besteed worden.

Achtste lid Dit lid biedt de mogelijk aan het college om nadere regels te stellen met betrekking tot het gesprek en door wie dat op welke wijze gevoerd wordt.

28

Hoogspecialistisch vervalt in het verwijsproces.

Artikel 3.7 Criteria en afwegingsfactoren In de verordening worden de criteria en afwegingsfactoren bij de beoordeling tot toekenning van specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp alleen in algemene termen beschreven. In het tweede lid is een kan-bepaling opgenomen. Criteria kunnen uitgewerkt worden in nadere regels. Artikel 3.8 Inhoud en geldigheidsduur van het besluit Het uitgangspunt is om in samenspraak tussen jeugdige en zijn ouders, de medewerker van het lokaal team en – bij hoogspecialistische jeugdhulp – de te betrekken jeugdhulpaanbieder te komen tot een besluit. Bij de totstandkoming van dit besluit zijn vaak ook het eigen netwerk van de jeugdige en zijn ouders betrokken, omdat ook zij een rol spelen. In deze verordening is opgenomen wat de route (toegangsproces) is tot het komen van een besluit en wanneer er een besluit wordt genomen. Op het moment dat de jeugdige en zijn ouders en het lokale team er niet uitkomen, kan er door de jeugdige en/of zijn ouders en plan worden ingediend dat dient als aanvraag. Op basis hiervan wordt dan door het lokale team een besluit genomen en op schrift gesteld, met daarop vervolgens de mogelijkheid om gebruik te maken van de juridische instrumenten van bezwaar en beroep.

Artikel 3.6 Criteria en afwegingsfactoren In de verordening worden de criteria en afwegingsfactoren bij de beoordeling tot toekenning van specialistische jeugdhulp alleen in algemene termen beschreven. In het tweede lid is een kan-bepaling opgenomen. Criteria kunnen uitgewerkt worden in nadere regels. Artikel 3.8 Inhoud en geldigheidsduur van het besluit Het uitgangspunt is om in samenspraak tussen jeugdige en zijn ouders, de medewerker van het lokaal team en – bij hoogspecialistische jeugdhulp – de te betrekken jeugdhulpaanbieder te komen tot een besluit. Bij de totstandkoming van dit besluit zijn vaak ook het eigen netwerk van de jeugdige en zijn ouders betrokken, omdat ook zij een rol spelen. In deze verordening is opgenomen wat de route (toegangsproces) is tot het komen van een besluit en wanneer er een besluit wordt genomen. Op het moment dat de jeugdige en zijn ouders en het lokale team er niet uitkomen, kan er door de jeugdige en/of zijn ouders en plan worden ingediend dat dient als aanvraag. Op basis hiervan wordt dan door het lokale team een besluit genomen en op schrift gesteld, met daarop vervolgens de mogelijkheid om gebruik te maken van de juridische instrumenten van bezwaar en beroep.

Eerste lid, onderdeel a: inhoud besluit ZIN Beschikking en het besluit zijn termen vanuit de Algemene wet bestuursrecht. Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Van een beschikking is sprake als een besluit van individuele en concrete strekking is. Om deze reden worden besluiten genomen in het kader van de Jeugdwet in een beschikking verwoord.

Eerste lid, onderdeel a: inhoud besluit ZIN Beschikking en het besluit zijn termen vanuit de Algemene wet bestuursrecht. Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Van een beschikking is sprake als een besluit van individuele en concrete strekking is. Om deze reden worden besluiten genomen in het kader van de Jeugdwet in een beschikking verwoord.

In het besluit wordt vastgelegd of er sprake is van specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp.

In het besluit wordt vastgelegd of er sprake is van specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp.

29

Nummering verspringt. Hoogspecialistisch vervalt in het verwijsproces.

Verplaatst naar nadere regels om op deze manier sneller te kunnen acteren op ontwikkelingen in het stelsel (o.a. als gevolg van inrichting taakgerichte bekostiging)

De inhoud van het besluit (beschikking) is beperkt. Andere zaken – zoals omschrijving hulpvraag en het resultaat – worden vastgelegd in het integraal plan. Hiermee wordt ook voorkomen dat te veel privacygevoelige gegevens in de gemeentelijke beschikkingenadministratie vast komen te liggen. De keuze voor een bepaalde aanbieder ligt niet vast in het besluit.

De inhoud van het besluit (beschikking) is beperkt. Andere zaken – zoals omschrijving hulpvraag en het resultaat – worden vastgelegd in het integraal plan. Hiermee wordt ook voorkomen dat te veel privacygevoelige gegevens in de gemeentelijke beschikkingenadministratie vast komen te liggen. De keuze voor een bepaalde aanbieder ligt niet vast in het besluit.

Eerste lid, onderdeel b: inhoud besluit specialistische jeugdhulp Voor specialistische jeugdhulp geldt dat in het besluit het ondersteuningsprofiel is opgenomen.

Eerste lid, onderdeel b: inhoud besluit specialistische jeugdhulp Voor specialistische jeugdhulp geldt dat in het besluit het ondersteuningsprofiel is opgenomen.

Eerste lid, onderdeel c: inhoud besluit hoog specialistische jeugdhulp Voor hoogspecialistische jeugdhulp geldt dat in het besluit de zorgvorm is opgenomen.

Eerste lid, onderdeel c: inhoud besluit hoog specialistische jeugdhulp Voor hoogspecialistische jeugdhulp geldt dat in het besluit de zorgvorm is opgenomen.

Eerste lid, onderdeel d: inhoud besluit Pgb In een besluit voor het toekennen van een persoonsgebonden budget (Pgb) is ook altijd de hoogte van het persoonsgebonden budget en hoe dit berekend is opgenomen.

Eerste lid, onderdeel d: inhoud besluit Pgb In een besluit voor het toekennen van een persoonsgebonden budget (Pgb) is ook altijd de hoogte van het persoonsgebonden budget en hoe dit berekend is opgenomen.

Tweede lid, onderdeel a: geldigheidsduur besluit ZIN Het besluit voor zorg in natura wordt in de regel afgegeven voor onbepaalde tijd. Dat wil zeggen dat bij het afgeven van het besluit de duur niet vaststaat. De gecontracteerde jeugdhulpaanbieder moet (binnen de afspraken die daarover in het contract gesteld zijn) hulp kunnen inzetten zo lang als nodig is om het beoogde resultaat te bereiken. De geldigheidsduur van het besluit eindigt als het jeugdhulptraject (met wederzijdse instemming) is beëindigd. De jeugdhulpaanbieder brengt de gemeente hiervan op de hoogte middels het stop-zorgbericht. Dit is contractueel vastgelegd.

Tweede lid, onderdeel a: geldigheidsduur besluit ZIN Het besluit voor zorg in natura wordt in de regel afgegeven voor onbepaalde tijd. Dat wil zeggen dat bij het afgeven van het besluit de duur niet vaststaat. De gecontracteerde jeugdhulpaanbieder moet (binnen de afspraken die daarover in het contract gesteld zijn) hulp kunnen inzetten zo lang als nodig is om het beoogde resultaat te bereiken. De geldigheidsduur van het besluit eindigt als het jeugdhulptraject (met wederzijdse instemming) is beëindigd. De jeugdhulpaanbieder brengt de gemeente hiervan op de hoogte middels het stop-zorgbericht. Dit is contractueel vastgelegd.

Tweede lid, onderdeel b: geldigheidsduur besluit Pgb

30

Pgb-besluiten worden wel altijd met een beperkte geldigheidsduur afgegeven. De systematiek van het stopzorgbericht bestaat niet in het Pgb, waardoor een besluit zonder einddatum eindeloos door zou blijven lopen. Het lokale team bepaalt in goed overleg met de jeugdige en zijn ouders hoe lang het besluit geldig zou moeten zijn (bijvoorbeeld één of meerdere jaren). Als een langere periode afgesproken wordt, zullen in de regel afspraken gemaakt worden over tussentijdse evaluatiegesprekken om te bepalen of de hulp nog steeds nodig en passend is. Derde lid: garantietermijn Dit lid regelt een garantietermijn in bepaalde gevallen en alleen bij specialistische jeugdhulp. Wanneer de jeugdige en/zijn ouders zich binnen vier maanden nadat het hulpverleningstraject succesvol is afgerond opnieuw bij de jeugdhulpaanbieder melden met dezelfde hulpvraag, is de jeugdhulpverlener verplicht de jeugdige en/of zijn ouders opnieuw te helpen. Het oude besluit wordt daarmee opnieuw van kracht. De jeugdige en/of zijn ouders hoeven in die gevallen dus ook niet opnieuw langs de verwijzende arts of lokale team. NB deze garantietermijn geldt alleen voor jeugdhulptrajecten die gericht waren op herstel, niet op duurzame trajecten.

Ook geldt deze garantietermijn niet wanneer de jeugdhulpaanbieder aan de ene kant of de jeugdige en/of zijn ouders aan de andere kant het traject eenzijdig (voortijdig) beëindigd hebben. Vierde lid: beperking geldigheidsduur besluit Wanneer bij het afgeven van een besluit nog niet bekend is welke jeugdhulpaanbieder betrokken wordt, dient de jeugdige en/of zijn ouders binnen zes maanden een jeugdhulpaanbieder te vinden, zich daar te melden en de jeugdhulpaanbieder gestart te zijn met de zorg. De jeugdhulpaanbieder meldt de start van de zorg aan de gemeente. Wanneer de

Tweede lid, onderdeel b: geldigheidsduur besluit Pgb Pgb-besluiten worden wel altijd met een beperkte geldigheidsduur afgegeven. De systematiek van het stopzorgbericht bestaat niet in het Pgb, waardoor een besluit zonder einddatum eindeloos door zou blijven lopen. Het lokale team bepaalt in goed overleg met de jeugdige en zijn ouders hoe lang het besluit geldig zou moeten zijn (bijvoorbeeld één of meerdere jaren). Als een langere periode afgesproken wordt, zullen in de regel afspraken gemaakt worden over tussentijdse evaluatiegesprekken om te bepalen of de hulp nog steeds nodig en passend is. Derde lid: garantietermijn Dit lid regelt een garantietermijn in bepaalde gevallen en alleen bij specialistische jeugdhulp. Wanneer de jeugdige en/zijn ouders zich binnen vier maanden nadat het hulpverleningstraject succesvol is afgerond opnieuw bij de jeugdhulpaanbieder melden met dezelfde hulpvraag, is de jeugdhulpverlener verplicht de jeugdige en/of zijn ouders opnieuw te helpen. Het oude besluit wordt daarmee opnieuw van kracht. De jeugdige en/of zijn ouders hoeven in die gevallen dus ook niet opnieuw langs de verwijzende arts of lokale team. NB deze garantietermijn geldt alleen voor jeugdhulptrajecten die gericht waren op herstel, niet op duurzame trajecten.

Ook geldt deze garantietermijn niet wanneer de jeugdhulpaanbieder aan de ene kant of de jeugdige en/of zijn ouders aan de andere kant het traject eenzijdig (voortijdig) beëindigd hebben. Vierde lid: beperking geldigheidsduur besluit Wanneer bij het afgeven van een besluit nog niet bekend is welke jeugdhulpaanbieder betrokken wordt, dient de jeugdige en/of zijn ouders binnen zes maanden een jeugdhulpaanbieder te vinden, zich daar te melden en de jeugdhulpaanbieder gestart te zijn met de zorg. De jeugdhulpaanbieder meldt de

31

jeugdhulpaanbieder niet binnen zes maanden gestart is, kan het besluit ingetrokken worden. De gemeente is van mening dat na die periode de omstandigheden binnen het gezin dusdanig gewijzigd kunnen zijn dat een nieuw gesprek noodzakelijk is om de ondersteuningsbehoefte opnieuw vast te stellen. Ook wordt hiermee voorkomen dat besluiten die niet ‘verzilverd‘ worden eindeloos open blijven staan. Het gaat hier om een kan-bepaling, omdat er ook bijzondere omstandigheden denkbaar zijn waarin de termijn van zes maanden overschreden wordt en een nieuw besluit toch niet nodig is. Vijfde lid, onderdeel a: toekenningsbesluit op grond van een integraal plan Als de jeugdige en zijn ouders en de professional van het lokale team het eens zijn over de inhoud van het integraal plan bekrachtigen zij dit door ondertekening van het integraal plan. Op dat moment is er ook overeenstemming over de in te zetten specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp, indien van toepassing, en kan de beschikking snel afgegeven worden.

Vijfde lid, onderdeel b: weigeringsbesluit op grond van een integraal plan Wanneer de jeugdige en/of zijn ouders en het lokale team geen overeenstemming kunnen bereiken over de inhoud van het integraal plan en de noodzaak of de aard van de inzet van specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp, dienen zij een aanvraag tot een individuele voorziening in de vorm van een door hen eenzijdig ingevuld integraal plan. Het lokale team besluit dan binnen vijf werkdagen op deze aanvraag. In de regel gaat het dan om een weigeringsbesluit. Vijfde lid, onderdeel c: toekenningsbesluit zonder integraal plan In artikel 3.5 vierde lid is bepaald dat bij verwijzing van een huisarts, jeugdarts, of medisch specialist naar specialistische

start van de zorg aan de gemeente. Wanneer de jeugdhulpaanbieder niet binnen zes maanden gestart is, kan het besluit ingetrokken worden. De gemeente is van mening dat na die periode de omstandigheden binnen het gezin dusdanig gewijzigd kunnen zijn dat een nieuw gesprek noodzakelijk is om de ondersteuningsbehoefte opnieuw vast te stellen. Ook wordt hiermee voorkomen dat besluiten die niet ‘verzilverd‘ worden eindeloos open blijven staan. Het gaat hier om een kan-bepaling, omdat er ook bijzondere omstandigheden denkbaar zijn waarin de termijn van zes maanden overschreden wordt en een nieuw besluit toch niet nodig is. Vijfde lid, onderdeel a: toekenningsbesluit op grond van een integraal plan Als de jeugdige en zijn ouders en de professional van het lokale team het eens zijn over de inhoud van het integraal plan bekrachtigen zij dit door ondertekening van het integraal plan. Op dat moment is er ook overeenstemming over de in te zetten specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp, indien van toepassing, en kan de beschikking snel afgegeven worden.

Vijfde lid, onderdeel b: weigeringsbesluit op grond van een integraal plan Wanneer de jeugdige en/of zijn ouders en het lokale team geen overeenstemming kunnen bereiken over de inhoud van het integraal plan en de noodzaak of de aard van de inzet van specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp, dienen zij een aanvraag tot een individuele voorziening in de vorm van een door hen eenzijdig ingevuld integraal plan. Het lokale team besluit dan binnen vijf werkdagen op deze aanvraag. In de regel gaat het dan om een weigeringsbesluit. Vijfde lid, onderdeel c: toekenningsbesluit zonder integraal plan

32

jeugdhulp en in crisissituaties een gesprek met het lokale team niet verplicht is. In die gevallen maakt de jeugdhulpaanbieder zich via een verzoek om zorgtoewijzing bekend bij de gemeente. Op basis van dit verzoek (JW315) wijst de gemeente dan de jeugdhulpaanbieder de zorg toe (via een JW301bericht). De facto neemt het college hiermee een besluit over de inzet van specialistische jeugdhulp. Er is in die gevallen geen integraal plan opgesteld in samenspraak met het lokale team. Zesde lid beschikking In de reguliere route is de beschikking onderdeel van het integraal plan. NB Het integraal plan is niet in zijn totaliteit een beschikking. In een aantal gevallen is het noodzakelijk om een aparte beschikking af te geven. In dit lid zijn deze gevallen beschreven. Als het een beschikking op verzoek betreft gaat het in de regel om een huisartsverwijzing die bekrachtigd wordt in de vorm van een beschikking. Zevende lid Voor sommige specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp die niet bestaat uit een diagnose- of behandeltraject, maar een langdurig begeleidingstraject (in de regel vanwege de ernstige beperkingen van het kind) kan het gewenst zijn dat het lokale team namens college periodiek herbeoordeelt of en zo ja welke voortzetting van hulp nodig is. De regels hierover liggen niet vast in de verordening zelf maar in de nadere regels.

In artikel 3.5 vierde lid is bepaald dat bij verwijzing van een huisarts, jeugdarts, of medisch specialist naar specialistische jeugdhulp en in crisissituaties een gesprek met het lokale team niet verplicht is. In die gevallen maakt de jeugdhulpaanbieder zich via een verzoek om zorgtoewijzing bekend bij de gemeente. Op basis van dit verzoek (JW315) wijst de gemeente dan de jeugdhulpaanbieder de zorg toe (via een JW301bericht). De facto neemt het college hiermee een besluit over de inzet van specialistische jeugdhulp. Er is in die gevallen geen integraal plan opgesteld in samenspraak met het lokale team. Zesde lid beschikking In de reguliere route is de beschikking onderdeel van het integraal plan. NB Het integraal plan is niet in zijn totaliteit een beschikking. In een aantal gevallen is het noodzakelijk om een aparte beschikking af te geven. In dit lid zijn deze gevallen beschreven. Als het een beschikking op verzoek betreft gaat het in de regel om een huisartsverwijzing die bekrachtigd wordt in de vorm van een beschikking. Zevende lid Voor sommige specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp die niet bestaat uit een diagnose- of behandeltraject, maar een langdurig begeleidingstraject (in de regel vanwege de ernstige beperkingen van het kind) kan het gewenst zijn dat het lokale team namens college periodiek herbeoordeelt of en zo ja welke voortzetting van hulp nodig is.

De regels hierover liggen niet vast in de verordening zelf maar in de nadere regels.

Paragraaf 3: Toegang dyslexiezorg

Paragraaf 3: Toegang dyslexiezorg

Artikel 3.9 Toegang tot dyslexiezorg Eerste lid Het besluit tot toekennen van een individuele voorziening voor dyslexiezorg geeft recht op diagnostisch onderzoek door een

Artikel 3.7 Toegang tot dyslexiezorg

33

Nummering verspringt

erkende (gecontracteerde) dyslexiebehandelaar. Wanneer op basis van het onderzoek vastgesteld wordt dat het inderdaad om ernstige enkelvoudige dyslexie gaat, kan de dyslexiebehandelaar ook gelijk verder met de behandeling. Hiervoor is dan geen tweede besluit nodig. Bij ernstige enkelvoudige dyslexiezorg gaat het om hardnekkige problemen bij het leren lezen en/of schrijven (spellen), die ook met extra ondersteuning in de klas niet verholpen kunnen worden. ‘Enkelvoudig’ slaat op het feit dat er geen sprake dient te zijn van een algemene ontwikkelingsachterstand (verstandelijke beperking) of ernstige gedragsproblematiek, die de behandeling van de ernstige dyslexie onmogelijk maken. Het onderzoek en de behandeling dient plaats te vinden conform de professionele (landelijk) standaard voor dyslexiezorg (zie onder ander het Masterplan dyslexie). Hierover worden afspraken gemaakt in de contracten met de aanbieders. Tweede lid Een door het college (in samenspraak met het onderwijs) aangewezen poortwachter is verantwoordelijk voor de controle van het leerling-dossier. Indien dit niet volledig is koppelt de poortwachter dit terug naar de verwijzende school, zodat zij alsnog passende extra begeleiding kunnen inzetten.

Indien het leerling-dossier op orde is geeft de poortwachter goedkeuring aan de doorverwijzing en kunnen ouders en school contact leggen met een gecontracteerde dyslexieaanbieder naar keuze. Daarnaast spreekt de poortwachter scholen aan op het moment dat zij signaleren dat er veel onvolledige dossiers worden aangeleverd. Derde lid De poortwachter werkt volgens de landelijke, professionele, standaard voor dyslexiezorg. Met dit derde lid wordt de

34

mogelijkheid opgehouden dat college (kern)elementen van deze standaard ook vastlegt in nadere regels.

Paragraaf 4. Toegang voorzieningen jeugdhulp

overige

individuele Paragraaf 4. Toegang voorzieningen jeugdhulp

overige

individuele

Artikel 3.10 Toegang overige individuele voorzieningen jeugdhulp In dit artikel wordt de toegang beschreven tot het aanbod van niet door de gemeente gecontracteerde jeugdhulpaanbieders en de landelijke raamcontracten.

Artikel 3.8 Toegang overige individuele voorzieningen jeugdhulp In dit artikel wordt de toegang beschreven tot het aanbod van niet door de gemeente gecontracteerde jeugdhulpaanbieders en de landelijke raamcontracten.

Bij niet gecontracteerd aanbod neemt het college een besluit tot inzet van jeugdhulp door een niet gecontracteerde aanbieder op basis van een aanvraag van het lokale team of een andere bevoegde professional (bijvoorbeeld arts of gecertificeerde instelling). De gemeente heeft hiervoor een aanvraagformulier en procedure opgesteld, die niet vastliggen in de verordening zelf.

Bij niet gecontracteerd aanbod neemt het college een besluit tot inzet van jeugdhulp door een niet gecontracteerde aanbieder op basis van een aanvraag van het lokale team of een andere bevoegde professional (bijvoorbeeld arts of gecertificeerde instelling). De gemeente heeft hiervoor een aanvraagformulier en procedure opgesteld, die niet vastliggen in de verordening zelf.

Bij het landelijke aanbod liggen afspraken over de toegang vast in de landelijke raamcontracten. Deze afspraken komen erop neer dat de betreffende jeugdhulpaanbieder de cliënt accepteert op basis van een verwijzing (van arts of andere bevoegde professional) en de aanbieder de gemeente na het opstellen van een hulpverleningsplan op de hoogte stelt van de start zorg. Deze jeugdhulpaanbieders hoeven dus niet te wachten met het starten van de zorg totdat het college een besluit heeft genomen. De route naar overige individuele voorzieningen verloopt over het algemeen hetzelfde als die voor (hoog)specialistische jeugdhulp. Dit houdt onder meer in dat het in het geval van betrokkenheid van het lokale team er een integraal plan wordt opgesteld.

Bij het landelijke aanbod liggen afspraken over de toegang vast in de landelijke raamcontracten. Deze afspraken komen erop neer dat de betreffende jeugdhulpaanbieder de cliënt accepteert op basis van een verwijzing (van arts of andere bevoegde professional) en de aanbieder de gemeente na het opstellen van een hulpverleningsplan op de hoogte stelt van de start zorg. Deze jeugdhulpaanbieders hoeven dus niet te wachten met het starten van de zorg totdat het college een besluit heeft genomen. De route naar overige individuele voorzieningen verloopt over het algemeen hetzelfde als die voor specialistische jeugdhulp. Dit houdt onder meer in dat het in het geval van betrokkenheid van het lokale team er een integraal plan wordt opgesteld.

Paragraaf 5: Persoonsgebonden budget

Paragraaf 5: Persoonsgebonden budget 35

Nummering verspringt.

Hoogspecialistisch vervalt in het verwijsproces.

Artikel 3.11 Het Pgb-plan Het Pgb-plan vormt een aanvulling op het integraal plan, maar vervangt deze niet. Hulpvraag en doelen (beoogde resultaten) liggen vast in het integraal plan. Alleen de details met betrekking tot de uitvoerder van de Pgb-zorg liggen vast in het Pgb-plan. Artikel 3.12 Onderscheid formele en informele hulp Eerste lid: Voor de bepaling van het Pgb-tarief wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp. Voor formele hulp geldt het hogere Pgb-tarief en voor informele hulp geldt het lagere tarief op basis van het wettelijk minimumloon. Dit sluit aan bij de systematiek die binnen de Wet langdurige zorg (Wlz) en Zorgverzekeringswet (Zvw) wordt gehanteerd.

Artikel 3.9 Het Pgb-plan

Nummering aangepast.

Artikel 3.10 Onderscheid formele en informele hulp

Nummering aangepast.

Tweede lid: Van formele hulp is, kortweg, sprake als de hulp verleend wordt in het kader van de uitoefening van een bedrijf of beroep. De hulp wordt dan verleend door een jeugdhulpaanbieder of door een zelfstandige jeugdhulpverlener (ZZP-er). Van formele hulp is ook sprake als de hulpverlener een BIG of SKJ-registratie heeft. Hierop geldt één (belangrijke) uitzondering en dat is wanneer de hulpverlener een bloed- of aanverwant is in de 1e of 2e graad van de budgethouder.

Tweede lid Van formele hulp is, kortweg, sprake als de hulp verleend wordt in het kader van de uitoefening van een bedrijf of beroep. De hulp wordt dan verleend door een jeugdhulpaanbieder of door een zelfstandige jeugdhulpverlener (ZZP-er). Van formele hulp is ook sprake als de hulpverlener een BIG of SKJ-registratie heeft. Hierop geldt één (belangrijke) uitzondering en dat is wanneer de hulpverlener een bloed- of aanverwant is in de 1e of 2e graad van de budgethouder. Overigens kunnen niet alle professionals (zoals vrijgevestigde vaktherapeuten) binnen de jeugdhulp zich registeren bij het SKJ.

Tekstuele aanpassing

Derde en vierde lid: Bij hulpverlening door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad, is altijd sprake van informele hulp. Ook al gaat het om een hulpverlener die bijvoorbeeld BIG-geregistreerd is en voldoet aan de criteria genoemd in het tweede lid van deze bepaling; dan nog geldt dat in het kader van deze verordening als informele hulp. De achtergrond daarvan is dat ook familieleden met een zorg-gerelateerd beroep of opleiding in eerste instantie een affectieve relatie hebben met de

36

budgethouder. Dat is dan ook doorslaggevend voor het bijbehorende Pgb-tarief. Informele hulp is derhalve alle hulp die geboden wordt door bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad, of door personen die niet beroeps- of bedrijfsmatig jeugdhulp verlenen. In de praktijk gaat het dan eigenlijk altijd om personen uit het sociaal netwerk. Bloedverwantschap ontstaat door geboorte, afstamming van dezelfde voorvader, erkenning, gerechtelijke vaststelling van het vaderschap of adoptie. Bloedverwanten in de eerste graad zijn:  (adoptie)ouders;  (adoptie)kinderen. Bloedverwanten in de tweede graad zijn:  grootouders;  kleinkinderen;  broers en zussen. Artikel 3.13 Vaststellen hoogte persoonsgebonden budget Eerste lid: Met jeugdhulpaanbieders waarmee de gemeente een contract heeft afgesloten zijn afspraken gemaakt over de tarieven voor de te leveren zorg. Voor jeugdhulpverleners die in het kader van een persoonsgebonden budget door ouders zelf betaald worden gelden deze afspraken niet. De jeugdige en zijn ouders wordt gevraagd in goed overleg met het lokale team een inschatting te maken van de benodigde inzet, uitgedrukt in aantal uren, dagdelen of etmalen (afhankelijk van de aard van de zorg). Het lokale team maakt vervolgens een inschatting of het door de Pgb-zorgverlener gevraagde aantal uren, dagdelen of etmalen en tarief reëel is en neemt hierover een besluit.

Voor het berekenen van de maximale hoogte van het budget wordt uitgegaan van een vast tarief per zorgsoort.

Artikel 3.11 Vaststellen hoogte persoonsgebonden budget

37

Nummering aangepast.

In een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 mei 2017 heeft de rechter in een zaak van de gemeente Emmen bepaald dat de essentialia van het voorzieningenpakket in de verordening dienen te worden vastgelegd. Hieronder valt ook de tariefdifferentiatie van het Pgb. De rekentarieven zijn als gevolg van voornoemde uitspraak in de verordening opgenomen. De hier vastgelegde tarieven zijn rekentarieven die gebruikt worden om de hoogte van het Pgb te berekenen. Het staat budgethouders vrij om een zorgverlener te contracteren die een hoger of lager tarief hanteert. Bij een hoger tarief dan het rekentarief dient de budgethouder zelf de extra kosten voor zijn/haar rekening te nemen (of genoegen te nemen met minder uren, dagdelen of etmalen inzet). Wanneer het tarief lager is dan het rekentarief heeft de budgethouder de vrijheid om meer uren zorg in te zetten. Tweede lid, onderdeel a, categorie I: Onder formele hulp als het gaat om ambulante hulpverlening door inzet van praktische begeleiding en ondersteuning wordt verstaan: het (langdurig) aansturen en/of inslijten van gedrag, sociale vaardigheden en algemene dagelijks levensverrichtingen.

Tweede lid, onderdeel a, categorie II: Onder formele hulp als het gaat om ambulante hulpverlening door inzet van specialistische begeleiding wordt verstaan: specialistische begeleiding gericht op jeugdige en/of gezin waarbij het zwaartepunt ligt op het aanleren van vaardigheden en/of gedrag. Tweede lid, onderdeel a, categorie III: Onder formele hulp als het gaat om ambulante hulpverlening door inzet van specialistische behandeling wordt verstaan:

38

(Kortdurende) GGZ-behandeling waarbij de bron/oorzaak aangepakt wordt om problemen op te lossen of hanteerbaar te maken. Hiervoor is betrokkenheid van een behandelverantwoordelijke (gedragsdeskundige en/of medisch specialist) noodzakelijk. Tweede lid, onderdeel b, categorie I: Onder formele hulp als het gaat om dagbehandeling of – begeleiding in groepsverband door inzet van praktische begeleiding en ondersteuning in groepsverband wordt verstaan: het in groepsverband (langdurig) aansturen en/of inslijten van gedrag, sociale vaardigheden en algemene dagelijks levensverrichtingen. Tweede lid, onderdeel b, categorie II: Onder formele hulp als het gaat om dagbehandeling of – begeleiding in groepsverband door inzet van specialistische behandeling in groepsverband wordt verstaan: specialistische begeleiding in groepsverband gericht op jeugdige en/of gezin waarbij het zwaartepunt ligt op het aanleren van vaardigheden en/of gedrag en/of waarbij de bron/oorzaak aangepakt wordt om problemen op te lossen of hanteerbaar te maken. Hiervoor is betrokkenheid van een behandelverantwoordelijke (gedragsdeskundige en/of medisch specialist) noodzakelijk.

Tweede lid, onderdeel c, categorie I: Onder formele hulp als het gaat om verblijf met lichte begeleiding wordt verstaan: 24-uurs verblijf gericht op ontlasting van het gezin en op aansturen en/of inslijten van gedrag, sociale vaardigheden en algemene dagelijks levensverrichtingen. Inclusief begeleiding en/of persoonlijke verzorging. Tweede lid, onderdeel c, categorie II:

39

Onder formele hulp als het gaat om verblijf binnen een jeugdhulpinstelling door inzet van verblijf met specialistische begeleiding wordt verstaan: 24-uurs verblijf gericht op jeugdige en/of gezin waarbij het zwaartepunt ligt op het aanleren van vaardigheden en/of gedrag, in groepsverband aangevuld met individuele begeleiding. Tweede lid, onderdeel c, categorie III: Onder formele hulp als het gaat om verblijf binnen een jeugdhulpinstelling door inzet van verblijf met specialistische behandeling wordt verstaan: 24-uurs verblijf voor jeugdigen met (ernstige) (lichamelijke) beperkingen waarbij specialistische kennis nodig is en/of medische handelingen uitgevoerd moeten worden waarbij de bron/oorzaak aangepakt wordt om problemen op te lossen of hanteerbaar te maken. Hiervoor is betrokkenheid van een behandelverantwoordelijke (gedragsdeskundige en/of medisch specialist) noodzakelijk. Tweede lid, onderdeel d: Onder formele hulp als het gaat om vervoer van de jeugdige wordt verstaan: het vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden, voor zover naar het oordeel van het lokale team noodzakelijk in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid (Jeugdwet artikel 2.3, tweede lid).

Derde lid: Onder informele hulp en verblijf/logeervoorziening wordt verstaan: hulp en ondersteuning die geboden wordt door een familielid, iemand uit het sociale netwerk of een persoon die niet SKJ of BIG-geregistreerd is maar wel lichte vormen van zorg zoals praktische ondersteuning kan leveren (zie hiervoor artikel 3.12). Voor logeeropvang binnen het sociale netwerk gericht op ontlasting van het gezin wordt uitgegaan van een

Derde lid: Voor het informele hulp gelden lagere tarieven. Logeeropvang wordt gezien als een tegemoetkoming, waardoor geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, zie hiervoor de Regeling Jeugdwet.

40

Voor logeren is voortaan sprake van een tegemoetkoming.

feitelijke tijdsbesteding van 3 uur gedurende een etmaal. Het tarief van € 60,- is hierop gebaseerd. Vierde lid: In dit lid is opgenomen dat de bedragen in het vorige lid jaarlijks worden geïndexeerd. Omdat de consumentenprijsindex (cpi) pas lopende het jaar bekend is, wordt gekeken naar de cpi van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar. Voor de indexatie van het jaar 2022 geldt dus de consumentenprijsindex van 2020. Vijfde lid: Het college draagt zorg voor de bekendmaking van de geïndexeerde bedragen. Artikel 3.14 Verstrekken persoonsgebonden budget formele hulp en informele hulp De formele zorgverlener dient te voldoen aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in hoofdstuk 4 van de Jeugdwet. Deze kwaliteitseisen gelden ook voor de formele zorgverleners die door middel van een Pgb worden ingezet.

Vierde lid: In dit lid is opgenomen dat de bedragen in het tweede lid jaarlijks worden geïndexeerd. Omdat de consumentenprijsindex (cpi) pas lopende het jaar bekend is, wordt gekeken naar de cpi van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar. Voor de indexatie van het jaar 2022 geldt dus de consumentenprijsindex van 2020.

Artikel 3.12 Verstrekken persoonsgebonden budget formele hulp en informele hulp

In het jeugddomein komt het veelvuldig voor dat een persoonsgebonden budget gebruikt wordt om informele zorg, bijvoorbeeld geleverd door de ouder zelf, te bekostigen. Gemeenten mogen op grond van de Jeugdwet (artikel 8.1.1 derde lid) hieraan beperkingen stellen. De informele zorgverlener dient ook aan een aantal minimale kwaliteitscriteria te voldoen die horen bij de aard van de geboden ondersteuning. Dit betekent dat niet alle kwaliteitseisen die in de Jeugdwet gesteld worden aan jeugdhulpaanbieders onverkort voor de informele zorgverlener gelden, maar er wel basisvereisten zijn. Zo wordt geen registratie in een beroepsregister (SKJ of BIG) verwacht, maar kan de informele zorgverlener wel gevraagd worden aan te tonen over de juiste kennis en expertise te beschikken en/of

41

Tekstuele aanpassing.

Nummering aangepast

ondersteuning door een professionele zorgverlener richting de informele zorgverlener goed geregeld te hebben. Eerste lid, onderdeel a: Wanneer de Pgb-houder de hulp inkoopt van een formele hulpverlener, dan dient deze minimaal BIG en/of SKJ geregistreerd te zijn of onder supervisie van een BIG en/of SKJgeregistreerde professional zorg te verlenen. Het Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG)-register is een Nederlandse databank waarin een aantal officieel erkende gezondheidswerkers is geregistreerd. De Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) is het beroepenregister voor professionals in de jeugdsector. SKJ ziet toe op kwaliteit, toetsing en scholing. Wanneer de professional zich (nog) niet kan registreren in het Kwaliteitsregister Jeugd, wordt beoordeeld of de zorg van goed niveau is. Beoordeeld wordt of de hulpverlener beschikt over de juiste kwalificaties die relevant zijn voor het verlenen van de betreffende ondersteuning. Onder juiste kwalificaties kan worden verstaan: in het bezit van relevante diploma’s, aantoonbaar relevante werkervaring en aangesloten zijn bij een beroepsvereniging.

Eerste lid, onderdeel a: Zie de toelichting bij artikel 3.10.

Eerste lid, onderdeel b: Het hulpverleningsplan is in overleg met de jeugdige en ouders opgesteld. Het geeft planmatig aan welke activiteiten worden ingezet om de in het integraal plan geformuleerde doelen (beoogde resultaten) te realiseren. Het moet aannemelijk zijn dat deze activiteiten uitgevoerd zullen worden zoals in het hulpverleningsplan voorgenomen en dat deze activiteiten adequaat zijn om de beoogde resultaten te realiseren. Eerste lid, onderdeel c: De zorgaanbieder moet over een aantoonbaar werkzaam kwaliteitssysteem beschikken. Dit kan blijken uit een

42

Gewijzigd n.a.v. artikel 3.12.

aanpassing

certificaat van de volgende keurmerken: ISO 9001, EN 15224, HKZ, Prezo of Kiwa (ZZP en kleine ondernemers). Een zorgaanbieder die niet over een certificaat beschikt moet op een andere manier aantonen een werkend systeem te hebben voor het beheersen, bewaken, borgen en verbeteren van de kwaliteit van de hulpverlening. Eerste lid, onderdeel d: Spreekt voor zich. Eerste lid, onderdeel e: In dit lid is opgenomen dat de hulpverlener die formele hulp verleent het mogelijk maakt dat een vertrouwenspersoon zijn taak uit kan voeren. Vertrouwenspersonen kunnen onafhankelijk informatie en advies geven aan jeugdigen en ouders die vragen hebben over de jeugdhulp. De vertrouwenspersoon kan jeugdigen en ouders ondersteunen bij het bespreekbaar maken van vragen, problemen of klachten en daarover helderheid te krijgen. Tweede lid, onderdeel a: Met dit artikel wordt de verstrekking van een persoonsgebonden budget voor informele zorg beperkt tot specialistische jeugdhulp en wordt hoogspecialistische jeugdhulp daarvan dus uitgesloten. De sociale nabijheid van de informele hulpverlener staat – daar waar het om daghulp gaat – kwalitatieve zorg in de weg nu de vereiste professionele afstand dan niet geboden kan worden.

Tweede lid, onderdeel a: De sociale nabijheid van de informele hulpverlener staat – daar waar het om daghulp gaat – kwalitatieve zorg in de weg nu de vereiste professionele afstand dan niet geboden kan worden.

Tweede lid, onderdeel b: Deze bepaling is een uitwerking van artikel 8.1.1 derde lid van de Jeugdwet dat de gemeenteraad de bevoegdheid geeft te bepalen onder welke voorwaarden de Pgb-houder de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk.

43

Hoogspecialistisch vervalt in het verwijsproces. Er zijn inhoudelijke gronden om waar nodig het Pgb te weigeren.

Tweede lid, onderdeel c, categorie i: Spreekt voor zich. Tweede lid, onderdeel c, categorie ii: In dit lid is opgenomen dat de informele hulpverlener beschikt over een geldige verklaring omtrent het gedrag (VOG). Uitzondering hierop is als de informele hulpverlener een ouder is, zoals bedoeld in de Jeugdwet. De verlener van informele hulp is verplicht de VOG desgevraagd te overhandigen aan het lokale team. De VOG mag niet ouder zijn dan drie maanden.

Tweede lid, onderdeel c, categorie ii: In dit lid is opgenomen dat de informele hulpverlener beschikt over een geldige verklaring omtrent het gedrag (VOG). Uitzondering hierop is als de informele hulpverlener een ouder is, zoals bedoeld in de Jeugdwet. De verlener van informele hulp is verplicht de VOG desgevraagd te overhandigen aan het lokale team. De Jeugdwet maakt voor de geldigheid van de VOG onderscheid tussen wel en niet onder een rechtspersoon werkende jeugdhulpverleners. De Jeugdwet bepaalt dat voor niet onder een rechtspersoon werkende jeugdhulpaanbieders (en vertrouwenspersonen) de VOG niet ouder mag zijn dan drie jaar. De gedachte die daar achter zit is de volgende: Lid 4 (art. 4.1.6) regelt dat ook een jeugdhulpaanbieder die solistisch jeugdhulp verleent, dient te beschikken over een VOG van zichzelf. Het lijkt niet nodig om voor te schrijven dat een jeugdhulpaanbieder die solistisch jeugdhulp verleent de VOG steeds ongevraagd moet tonen aan elke jeugdige of ouder aan wie hij jeugdhulp verleent. Wel kan een jeugdige of ouder, bijv. bij de keuze voor een zzp’er, naar de VOG vragen en dan zal de zzp’er hem uiteraard een VOG moeten kunnen tonen.

Het zou te ver gaan van de solistisch werkende jeugdhulpaanbieder te verlangen dat hij bij iedere nieuwe opdracht die hij aanneemt, een nieuwe VOG aanvraagt en anderzijds moet worden voorkomen dat de VOG veroudert zonder dat er iemand is die zich vergewist van de geschiktheid van de zzp’er voor zijn werk. Om die reden is opgenomen dat de VOG niet ouder mag zijn dan drie jaar. Voor rechtspersonen geldt dat de VOG vóór aanvang van de werkzaamheden in bezit moet zijn van de jeugdhulpaanbieder

44

Tekstuele wijziging om dit punt te verduidelijken.

of de gecertificeerde instelling. De VOG mag daarom op het moment dat de betrokkene gaat werken voor de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling niet ouder zijn dan drie maanden. Tweede lid, onderdeel c, categorie iii: Spreekt voor zich. Tweede lid, onderdeel c, categorie iv: In dit lid is opgenomen dat de informele hulpverlener calamiteiten direct meldt aan het lokale team. Meer informatie hierover is te vinden in de meldplicht calamiteiten, de richtlijn van de Inspectie voor de Gezondheidzorg en Jeugd. Tweede lid, onderdeel c, categorie v: Spreekt voor zich. Tweede lid, onderdeel d: Deze bepaling is opgenomen ter voorkoming van overbelasting van de informele hulp. De overbelasting wordt getoetst aan de arbeidstijdenwet. Verricht een informele hulpverlener ook betaalde arbeid dan mag hij in totaal gemiddeld 48 uur per week werken, conform de Arbeidstijdenwet. Het Pgb kan in deze gevallen (deels) geweigerd worden om zo overbelasting te voorkomen. Derde lid: In dit lid is opgenomen dat als uit de toepassing van het afwegingskader voor een verantwoorde werktoedeling blijkt dat hulp geboden moet worden door een geregistreerde professional, dit de inzet van iemand uit het sociaal netwerk uitsluit. Vierde lid:

45

In dit lid is opgenomen dat er geen mogelijkheid is tot het opnemen van een verantwoordingsvrij bedrag. Vijfde lid: Artikel 8.1.1 tweede lid aanhef en onder a van de wet stelt – voor zover van belang – als voorwaarde voor het verstrekken van een Pgb dat de cliënt naar het oordeel van het college met hulp van zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat is te achten de aan een Pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Het betreft onder andere taken als het aangaan van een overeenkomst, het aansturen van de hulpverleners en het bijhouden van een administratie. Als een hulpverlener het Pgb beheert waaruit hij tevens bekostigd wordt, kan dit leiden tot belangenverstrengeling. Dit is ongewenst, omdat het belang van de hulpverlener niet boven dat van de cliënt mag gaan. Opgemerkt wordt dat het in gevallen denkbaar is dat de dubbelrol onvermijdelijk is. Het gaat dan om uitzonderlijke gevallen van bijvoorbeeld een eenoudergezin waarin er niemand anders is die het Pgb kan beheren. In deze uitzonderlijke gevallen kan het college (het Ouder- en Kindteam) toestemming voor de dubbelrol geven.

Paragraaf 6: Nieuwe feiten en omstandigheden

Paragraaf 6: Nieuwe feiten en omstandigheden

Artikel 3.15 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking en terugvordering Op grond van artikel 2.9 onderdeel d van de wet is de gemeente verplicht bij verordening regels te stellen voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of persoonsgebonden budget. De tekst van dit artikel is grotendeels ontleend aan de bepalingen rond bestrijding van misbruik die de wet stelt in het kader van het verstrekken van persoonsgebonden budgetten (artikel 8.1.2 tot en met 8.1.4). We herhalen in de verordening de wet om de leesbaarheid te vergroten. Bovendien wordt de toepassing van deze regels verbreed naar voorzieningen in natura. Ten slotte,

Artikel 3.13 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking en terugvordering

46

Nummering aangepast.

het intrekken of herzien van een besluit kan natuurlijk ook relevant zijn als in gevallen waar geen sprake is van misbruik, maar gewoon van een gewijzigde (inschatting van de) situatie. Artikel 3.16 Bestrijding oneigenlijk gebruik en misbruik Eerste lid: Het is van belang dat jeugdigen en ouders zich bewust zijn van de rechten, maar ook de plichten die verbonden zijn aan een jeugdhulpvoorziening. Denk bijvoorbeeld aan de plicht om het college op de hoogte te houden van alle relevante feiten en omstandigheden (informatieplicht, zie artikel 3.15 lid 1 van deze verordening). Of de regels rondom verantwoording van een Pgb. Het college moet de jeugdige en ouders hierover informeren en ook uitleggen welke mogelijke consequenties het kan hebben als men zich niet houdt aan deze verplichtingen.

Artikel 3.14 Bestrijding oneigenlijk gebruik en misbruik Eerste lid Het is van belang dat jeugdigen en ouders zich bewust zijn van de rechten, maar ook de plichten die verbonden zijn aan een jeugdhulpvoorziening. Denk bijvoorbeeld aan de plicht om het college op de hoogte te houden van alle relevante feiten en omstandigheden (informatieplicht, zie artikel 3.13 lid 1 van deze verordening). Of de regels rondom verantwoording van een Pgb. Het college moet de jeugdige en ouders hierover informeren en ook uitleggen welke mogelijke consequenties het kan hebben als men zich niet houdt aan deze verplichtingen.

Tweede lid: In deze bepaling is de grondslag gegeven om een toezichthouder aan te wijzen die zich bezig houdt met het toezicht op een rechtmatige uitvoering van de Jeugdwet (zie artikel 5:11 Awb). Anders dan in de Wmo 2015, is in de Jeugdwet niet bepaald dat het college een toezichthouder moet aanwijzen. Desalniettemin kan uit de wetsgeschiedenis worden afgeleid dat het mogelijk is een toezichthouder aan te wijzen. Zo wordt in de Memorie van Toelichting bijvoorbeeld de medewerkingsverplichting jegens de toezichthouder benoemd (zie TK 2013-2014, 33684, nr. 11). Het toezicht door de aangewezen toezichthouder ziet niet op de kwaliteit van de geleverde jeugdhulp. Dat toezicht is belegd bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Derde lid: In deze bepaling is vastgelegd dat het college nadere regels kan vaststellen over de (reikwijdte van) taken en bevoegdheden van de gemeentelijke toezichthouder Jeugd (zie ook artikel

47

Nummering aangepast.

Verwijzing aangepast

5:14 Awb). De toezichthouder is bij de uitoefening van zijn taak gebonden aan de regels zoals vastgelegd in de artikelen 5:11 t/m 5:20 van de Awb. Vierde lid: Spreekt voor zich. Artikel 3.17 Opschorting betaling uit het Pgb Eerste lid: In bepaalde situaties is (tijdelijke) opschorting van een betaling uit het Pgb naar aanleiding van een declaratie een beter instrument dan beëindiging of herziening van het verleningsbesluit. Met opschorting kan ruimte geboden worden voor herstelmaatregelen of nader onderzoek. Bijvoorbeeld als het gaat om de overeenkomsten die de budgethouder is aangegaan of bij herziening van de toekenningbeschikking. Daarom is de mogelijkheid voor het college toegevoegd om de SVB te verzoeken over te gaan tot opschorting. Het college kan een verzoek enkel doen als een ernstig vermoeden is gerezen dat: 1. de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; 2. de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de aan het persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden, of; 3. de jeugdige of zijn ouders het persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruiken.

Artikel 3.15 Opschorting betaling uit het Pgb

Van de onder 2 genoemde omstandigheid is ook sprake als de jeugdige niet langer voldoende in staat is op eigen kracht, dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren, en als niet langer is gewaarborgd dat de individuele voorziening

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10830363/1