CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 18 Jeugd(zorg) (33) 4 Was-wordt-tabel toelichting verordening

RAAD 1 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Wijzigen van de verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021 VN2021-03009620.161 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

48

Nummering aangepast.

veilig, doeltreffend en cliëntgericht wordt ingezet. Uiteraard moet het college het verzoek motiveren en – met inachtneming van de daarvoor geldende regels – de SVB van voldoende informatie voorzien op grond waarvan de SVB over kan gaan tot deugdelijke besluitvorming ten aanzien van het al dan niet nemen van een besluit tot opschorting van de betaling. Verder kan er voor ten hoogste dertien weken worden opgeschort. Hierbij is aansluiting gezocht bij de termijn zoals deze ook wordt gehanteerd in artikel 4:56 van de Awb en onder de Wet langdurige zorg. Tweede lid: In lid twee wordt specifiek de mogelijkheid geboden om de betalingen uit het Pgb gedeeltelijk of geheel op te schorten en de SVB dit gemotiveerd te verzoeken, in het geval er sprake is van een (tijdelijke) opname in het kader van de Wet langdurige zorg. Derde lid: In lid drie wordt bepaald dat de budgethouder schriftelijk op de hoogte wordt gesteld van het verzoek om geheel of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het Pgb op basis van lid een of twee.

Hoofdstuk 4 Afstemming voorzieningen

met

andere Hoofdstuk 4 Afstemming met andere voorzieningen

Op basis van de Jeugdwet artikel 2.9 zijn gemeenten verplicht in hun verordening op te nemen hoe de afstemming met andere voorzieningen geregeld is. Afstemming met andere voorzieningen is belangrijk in het kader van het integraal plan, dat immers alle domeinen betreft (voor zover van toepassing voor de adequate hulpverlening). In de afstemming met andere voorzieningen is het ook belangrijk dat er oog is voor jeugdigen die niet primair zelf een jeugdhulpvraag hebben, maar doordat zij mantelzorger zijn wel behoefte hebben aan ondersteuning.

49

Artikel 4.1 Overgang naar volwassenheid Eerste lid In dit lid is verwoord dat er tijdig afstemming plaatsvindt. Er is niet gekozen voor een vast moment omdat dit per hulpvraag kan verschillen. In de regel zal de afstemming plaatsvinden als de jeugdige 16,5 jaar is. Tweede lid Als er sprake is van verlengde jeugdhulp vindt het moment van afstemming logischerwijs op een nader moment plaats. Dit moment is mede afhankelijk van de verwachte duur van de ingezette jeugdhulp. In ieder geval is er altijd sprake van een tijdige afstemming waarbij rekening wordt gehouden met de doorloop- en wachttijden om voor een andere voorziening in aanmerking te komen. Derde lid Er is een rol weggelegd voor het lokale team door ouders er op te wijzen dat er sprake is van een andere voorziening vanaf het 18e jaar. Ook is er een inspanningsverplichting opgenomen voor het lokale team als het gaat om zorgcontinuïteit. Er wordt over inspanning gesproken omdat het lokale team niet beslist over de inzet van de andere voorziening. Artikel 4.2 Afstemming gezondheidszorg Eerste lid In dit lid wordt gedoeld op de specialistische jeugdhulp die voorheen viel onder de geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen. Deze zorg valt vanaf de achttiende verjaardag van de jeugdige onder de Zorgverzekeringswet. Zorgverzekeraars stellen aan zorgaanbieders eisen met betrekking tot de toegang.

Zo moet er een rechtmatige verwijzer zijn in de vorm van een huisarts, jeugdarts of medisch specialist. Het Ouderen Kindteam kan voor een dergelijke verwijzing zorgen, of door contact op te (laten) nemen met de huisarts, of door de jeugdarts een verwijzing te laten schrijven.

Artikel 4.2 Afstemming gezondheidszorg Eerste lid In dit lid wordt gedoeld op de specialistische jeugdhulp die voorheen viel onder de geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen. Deze zorg valt vanaf de achttiende verjaardag van de jeugdige onder de Zorgverzekeringswet. Zorgverzekeraars stellen aan zorgaanbieders eisen met betrekking tot de toegang. Zo moet er een rechtmatige verwijzer zijn in de vorm van een huisarts, jeugdarts of medisch specialist. Het Ouderen Kindteam of het wijkteam kan voor een dergelijke verwijzing zorgen, of door contact op te (laten) nemen met de huisarts, of door de jeugdarts een verwijzing te laten schrijven.

50

Wijkteam Weesp toegevoegd.

Tweede lid Vanaf hun achttiende verjaardag zijn jeugdigen niet meer automatisch meeverzekerd met hun ouders. Zij dienen zelf een zorgverzekering af te sluiten. Bovendien geldt voor hen vanaf die leeftijd ook een eigen risico. Beide kunnen een belemmering vormen voor de jeugdige om de behandeling voort te zetten. Het lokale team is hier alert op en kan de jeugdige zo nodig bij deze veranderingen en nieuwe verantwoordelijkheden ondersteunen. Artikel 4.3 Afstemming langdurige zorg Eerste lid Wanneer jeugdigen levenslang en levensbreed zorg nodig hebben vallen zij onder de Wet langdurige zorg (Wlz). Bij kinderen is dit echter nog niet altijd makkelijk vast te stellen, omdat zij nog volop in ontwikkeling zijn. De lokale teams, en dan met name de Ouder- en Kindteams, ondersteunen de jeugdige en zijn ouders, zo nodig, bij de aanvraag bij het Centraal indicatieorgaan zorg (CIZ), die over toegang tot de langdurige zorg gaat.

Artikel 4.3 Afstemming langdurige zorg Eerste lid Wanneer jeugdigen levenslang en levensbreed zorg nodig hebben vallen zij onder de Wet langdurige zorg (Wlz). Bij kinderen is dit echter nog niet altijd makkelijk vast te stellen, omdat zij nog volop in ontwikkeling zijn. De lokale teams, en dan met name de Ouder- en Kindteams en het wijkteam, ondersteunen de jeugdige en zijn ouders, zo nodig, bij de aanvraag bij het Centraal indicatieorgaan zorg (CIZ), die over toegang tot de langdurige zorg gaat.

Tweede lid Dit lid is gebaseerd op de Jeugdwet, artikel 1.2 eerste lid onderdeel c:”Het college is niet gehouden een voorziening op grond van deze wet te treffen:...indien het college gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg en de jeugdige of zijn wettelijke vertegenwoordiger weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit daartoe.” Hierbij zal natuurlijk altijd het belang van het kind voorop staan. De jeugdige mag nooit het slachtoffer mogen worden van onwillige ouders. Artikel 4.4 Afstemming voorschoolse voorzieningen, onderwijs en leerplicht Eerste lid

Artikel 4.4 Afstemming voorschoolse voorzieningen, onderwijs en leerplicht Eerste lid

51

Wijkteam Weesp toegevoegd.

In artikel 2.7 eerste lid van de Jeugdwet staat: “Het college treedt bij het treffen van een individuele voorziening zo nodig in overleg met het bevoegd gezag van een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of van een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, waar de jeugdige schoolgaand is.” In Amsterdam is ervoor gekozen om aan elk zorgteam het Ouder- en Kindteam te verbinden. De ondersteuning gebeurt natuurlijk altijd in overleg met (en in bijzijn van) de jeugdige en zijn ouders. Het zorgteam kijkt samen met de ouders en jeugdige welke ondersteuning nodig is, zowel binnen de school als in de thuis- en gezinssituatie. Het Ouder- en Kindteam besluit - in overleg met het zorgteam en ouders en jeugdige - welke ondersteuning noodzakelijk is.

In artikel 2.7 eerste lid van de Jeugdwet staat: “Het college treedt bij het treffen van een individuele voorziening zo nodig in overleg met het bevoegd gezag van een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of van een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, waar de jeugdige schoolgaand is.” In Amsterdam is ervoor gekozen om aan elk zorgteam het Ouder- en Kindteam te verbinden. De ondersteuning gebeurt natuurlijk altijd in overleg met (en in bijzijn van) de jeugdige en zijn ouders. Het zorgteam kijkt samen met de ouders en jeugdige welke ondersteuning nodig is, zowel binnen de school als in de thuis- en gezinssituatie. Het Ouder- en Kindteam of het wijkteam besluit - in overleg met het zorgteam en ouders en jeugdige - welke ondersteuning noodzakelijk is.

Tweede lid De leerplichtambtenaren van gemeente zijn verantwoordelijk voor de handhaving van de Leerplichtwet. Problemen van jeugdigen uiten zich niet zelden in de vorm van (langdurig of frequent) schoolverzuim of voortijdig schoolverlaten. Afstemming tussen leerplichtambtenaar, school én professional van het Ouder- en Kindteam is in dergelijke gevallen van groot belang. Artikel 4.5 Afstemming maatschappelijke ondersteuning Het hier gestelde betekent dat het lokale team of buurtteam, indien de situatie zich voordoet, afstemming zoekt met een passende Wmo-aanbieder. De jeugdige wordt begeleid en voorbereid op de veranderingen na het 18e jaar, met als beoogd resultaat continuïteit van zorg. Artikel 4.6 Afstemming werk en inkomen Het hebben van schulden en/of het leven in armoede kan gezinnen veel stress opleveren. Deze stress maakt dat mensen op een andere manier beslissingen nemen. Armoede- en

Tweede lid De leerplichtambtenaren van gemeente zijn verantwoordelijk voor de handhaving van de Leerplichtwet. Problemen van jeugdigen uiten zich niet zelden in de vorm van (langdurig of frequent) schoolverzuim of voortijdig schoolverlaten. Afstemming tussen leerplichtambtenaar, school én professional van het Ouder- en Kindteam/wijkteam Weesp is in dergelijke gevallen van groot belang.

52

Wijkteam Weesp toegevoegd

Wijkteam Weesp toegevoegd

schuldenproblematiek kunnen zo op de voorgrond treden dat ouders hun rol als opvoeder niet meer goed kunnen invullen, maar ook dat jeugdhulp minder of niet effectief is. Het is daarom belangrijk om armoede en financiële problemen tijdig te signaleren en ouders zo nodig snel naar de juiste financiële hulp en armoedevoorzieningen toe te leiden. Hierbij kan het lokale team, buurtteam of gecertificeerde instelling een actieve rol hebben: aanvragen van armoedevoorzieningen, het voeren van een gesprek over armoede, zelf een afspraak maken voor de ouder en de drempel zo laag mogelijk maken door bijvoorbeeld samenwerking met de maatschappelijke dienstverlening. Artikel 4.7 Afstemming wonen De Huisvestingswet 2014 (artikel 12) bepaalt dat gemeenten die willen sturen op de verdeling van sociale huurwoningen de regels op dat gebied moeten vastleggen in een huisvestingsverordening. De regels over urgentie en voorrang zijn in Amsterdam opgenomen in de Huisvestingsverordening Amsterdam en de Beleidsregels Urgenties. De beleidsregels geven de specifieke voorwaarden en criteria per urgentiecategorie en doelgroep, waaronder de urgentie uitstroom maatschappelijke opvang en de regeling voor multiprobleemgezinnen. In dit artikel zijn de afspraken zoals vastgelegd in de Beleidsregels Urgenties rond de multiprobleemgezinnen verwoord.

Als het gaat om multiprobleemgezinnen kan de procesmanager MPG bij de directie Wonen namens de cliënt(en) een aanvraag doen voor de MPG-urgentie. De procesmanager draagt in die gevallen ook zorg voor passende begeleiding (waaronder zo nodig specialistische jeugdhulp) en dat afspraken vastgelegd worden in een Integraal Traject Plan (ITP) oftewel persoonlijk begeleidingsplan.

Hoofdstuk 5 Waarborging prijs-kwaliteit 53

Op grond van artikel 2.12 van de wet dient de gemeente bij verordening regels te stellen ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan. Dit is gevat in dit artikel 5.1. Hierbij is gebruik gemaakt van de tekst uit de modelverordening van de VNG. Er is naast het bepaalde in de wet een Algemene Maatregel van Bestuur in voorbereiding die, in het verlengde van de AMvB voor de Wmo 2015, betrekking heeft op reële prijzen. Deze AMvB is na de inwerkingtreding van toepassing op toekomstige tarieven.

Hoofdstuk 6 Beleidsparticipatie Artikel 2.10 van de Jeugdwet verklaart artikel 2.1.3, derde lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 van overeenkomstige toepassing. Deze luidt: “In de verordening wordt bepaald op welke wijze ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, worden betrokken bij de uitvoering van deze wet, waarbij in ieder geval wordt geregeld de wijze waarop zij: a. in de gelegenheid worden gesteld voorstellen voor het beleid te doen; b. vroegtijdig in staat worden gesteld gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen; c. worden voorzien van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen; d. deel kunnen nemen aan periodiek overleg; e. onderwerpen voor de agenda van dit overleg kunnen aanmelden; f. worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie.”

54

In hoofdstuk 6 van deze verordening is in twee artikelen invulling gegeven aan deze verplichting uit de Wmo 2015. Kort worden het Jeugdplatform en de stedelijke adviesraad jeugd beschreven. De facto maakt de stedelijke adviesraad jeugd onderdeel uit van het Jeugdplatform Amsterdam.

Hoofdstuk 7 Slotbepalingen

Hoofdstuk 7 Slotbepalingen

Artikel 7.1 Overgangsbepalingen Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het recht op zorg dat een jeugdige heeft ontvangen op grond van de ‘oude’ verordening, en de afspraken die gemeente met jeugdhulpaanbieders maakt over de financiering van de hulp in de overgang van 2020 naar 2021. Door het recht op zorg te waarborgen is de continuïteit van jeugdhulp voor de jeugdige en/of zijn ouders gegarandeerd. Geen kind mag de dupe worden van de gewijzigde contractafspraken tussen gemeenten en jeugdhulpaanbieders. Artikel 7.2 Hardheidsclausule Spreekt voor zich. Artikel 7.3 Evaluatie Hiermee stelt de gemeenteraad het college verplicht binnen twee jaar een evaluatie van de verordening op te stellen. Artikel 7.4 Intrekken oude verordening Spreekt voor zich. Artikel 7.5 Inwerkingtreding De verordening treedt in werking op 1 januari 2021, hetzelfde moment als de start van de nieuwe inkoop hoogspecialistische jeugdhulp. Artikel 2.4 heeft een beperkte geldigheidsduur en artikel 3.5 lid 7 treedt op een later moment in werking (zie toelichting aldaar).

Artikel 7.5 Inwerkingtreding De verordening treedt in werking op 1 januari 2021.

55

Tekstuele aanpassing.

Artikel 7.6 Citeertitel Gekozen is om aan te sluiten op de titel van de oude verordening op de Jeugdwet van Amsterdam, met de toevoeging ‘2021.’

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10830363/1