CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 18 Jeugd(zorg) (33) 4 Was-wordt-tabel toelichting verordening

RAAD 1 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Wijzigen van de verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021 VN2021-03009620.161 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Was-wordt-tabel Toelichting Verordening op de Zorg voor de Jeugd Amsterdam 2021 Was

Toelichting

Wordt

Algemene toelichting Verordening als verplichting op grond van de Jeugdwet Met inwerkingtreding van de Jeugdwet op 1 januari 2015 is de gemeente naast het preventieve jeugdbeleid ook verantwoordelijk geworden voor de jeugdhulp en jeugdbescherming en jeugdreclassering. Op grond van de Jeugdwet is de gemeenteraad verplicht een verordening vast te stellen. Deze verplichting was er vóór 2015 niet. De inhoud van de gemeentelijke verordening is vooral vastgelegd in artikel 2.9 van de Jeugdwet: “De gemeenteraad stelt bij verordening en met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet in ieder geval regels: a. over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige voorzieningen, met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening; b. over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen; c. de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 wordt vastgesteld, en d. voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet.”

Daarnaast is de gemeente ook verplicht bij verordening regels te stellen over de beleidsparticipatie (Jeugdwet, artikel 2.10) en ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor

1

de levering van jeugdhulp (Jeugdwet, artikel 2.12) en kan zij dit doen als het gaat om de voorwaarden rond het verstrekken van een persoonsgebonden budget voor informele zorg (Jeugdwet, artikel 8.1.1, derde lid). Aanpassing inkoop specialistische jeugdhulp en herziening verordening 2021 De huidige herziening van de verordening is vooral ingegeven door de aanpassingen in de inkoop van de hoogspecialistische jeugdhulp per 1 januari 2021 en de positionering van deze hulp in het jeugdstelsel van Amsterdam. De vernieuwing is erop gericht om vanaf 2021 de jeugdhulp anders te organiseren en bekostigen. Net als in voorgaande jaren staat het gezin centraal, wordt een integraal plan opgesteld en wordt gewerkt aan de beoogde resultaten uit dit plan. In het nieuwe stelsel is er een nauwere samenwerking tussen aanbieders en verwijzers. De gemeente kiest hierbij voor een lumpsum financiering. De aanbieder is zo beter in staat om de meest passende jeugdhulp te bieden. De aanbieders hebben hierbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid om alle Amsterdamse jeugdigen en ouders die het nodig hebben jeugdhulp te bieden. Met ingang van het schooljaar 2021-2022 wijzigt de Specialistische Jeugdhulp in het Speciaal Onderwijs (SJSO) van een algemene naar een individuele voorziening.

De vernieuwing leidt tot een vereenvoudiging voor gezinnen, lokale teams en jeugdhulpaanbieders en brengt de volgende verbeteringen ten opzichte van de voorgaande situatie: - het lokale team en de jeugdhulpaanbieder werken nauwer samen. Het Ouder- en Kindteam kan gebruik maken van consulatie en advies gegeven door de

2

hoogspecialistische jeugdhulpaanbieder, blijvende afstemming en samenwerking gedurende het toegangsproces en tijdens de uitvoering van de jeugdhulp; - de financiering voor hoogspecialistische jeugdhulp is lumpsum, waardoor de aanbieder financiële ruimte heeft om voor elke hulpvraag passende jeugdhulp te bieden; - voor hoogspecialistische jeugdhulp is er een administratieve lastenverlichting; - het SJSO is integraal onderdeel van de nieuwe inkoop; - er is een beperkt aantal kernpartners om zo de samenwerking effectief uit te voeren. Afbakening verordening Deze gemeentelijke verordening gaat alleen over de algemene en individuele jeugdhulpvoorzieningen. Het jeugdbeschermings- en reclasseringsaanbod betreffen volgens de Jeugdwet geen jeugdhulpvoorzieningen en zijn daarom niet geregeld in deze verordening. Hetzelfde geldt voor de toegang door de gecertificeerde instellingen richting de specialistische jeugdhulp. Op grond van de Jeugdwet (artikel 3.5) hebben de gecertificeerde instellingen hierin een eigen bevoegdheid, hoewel zij wel verplicht zijn om hierover te overleggen met het college. Afspraken over deze afstemming zijn vastgelegd in een samenwerkingsprotocol, maar maken geen deel uit van deze verordening. In deze verordening zijn ook tal van andere zaken niet geregeld omdat zij al in de Jeugdwet of andere landelijke wetgeving geregeld zijn.

Denk aan zaken als de kwaliteitseisen voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen, het werk van de vertrouwenspersonen in het jeugdstelsel en privacyregels rond het delen van informatie en het instemmen met hulp.

3

Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen Begrippen die in de Jeugdwet (en Besluit Jeugdwet) gedefinieerd worden, worden – in de regel – niet opgenomen in de begripsbepaling van de verordening. Algemene voorziening De term ‘algemene voorziening’ komt uit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). In de Jeugdwet wordt (maar alleen in artikel 2.9) van ‘overige voorziening’ gesproken. Deze laatste term kan verwarrend werken en doet geen recht aan de belangrijke positie van de vrij toegankelijke voorzieningen in het nieuwe jeugdstelsel. Zij zijn geen restcategorie. Daarom wordt toch de term uit de Wmo gebruikt. Buurtteam De Ouder- en Kindteams werken samen met de in 2021 nieuw te vormen buurtteams. Het Ouder- en Kindteam en de buurtteams ondersteunen Amsterdammers op verschillende leefgebieden, waarbij de Ouder- en Kindteams verantwoordelijk zijn voor de inzet van (hoog)specialistische jeugdhulp.

Buurtteam De Ouder- en Kindteams werken samen met de in 2021 nieuw te vormen buurtteams. Het Ouder- en Kindteam en de buurtteams ondersteunen Amsterdammers op verschillende leefgebieden, waarbij de Ouder- en Kindteams (of in Weesp het Wijkteam) verantwoordelijk zijn voor de inzet van specialistische jeugdhulp.

Familiegroepsplan Hier is de definitie van het familiegroepsplan uit de Jeugdwet (artikel 1.1) overgenomen, omdat de term een aantal keer in de verordening gebruikt wordt en geen algemeen bekend begrip is. Hoogspecialistische jeugdhulp

Hoogspecialistische jeugdhulp

4

Wijkteam Weesp opgenomen. Hoogspecialistisch verwijderd.

In de verordening wordt als het gaat om niet vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen een onderscheid gemaakt tussen specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp. Het onderscheidende karakter van de hoogspecialistische jeugdhulp ten opzichte van specialistische jeugdhulp is vooral gelegen in de hoogte van de kosten en de schaarste van het aanbod. Hoogspecialistische jeugdhulp kan vanuit de aard van de zorg slechts geboden worden door een beperkt aantal jeugdhulpaanbieders, die vaak bovenregionaal of zelfs landelijk werken. De kosten van de trajecten voor hoogspecialistische jeugdhulp liggen in de regel aanmerkelijk boven die van specialistische jeugdhulp (zie hieronder).

In de verordening wordt als het gaat om niet vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen een onderscheid gemaakt tussen specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp. Het onderscheidende karakter van de hoogspecialistische jeugdhulp ten opzichte van specialistische jeugdhulp is vooral gelegen in de hoogte van de kosten en de schaarste van het aanbod. Hoogspecialistische jeugdhulp kan vanuit de aard van de zorg slechts geboden worden door een beperkt aantal jeugdhulpaanbieders, die vaak bovenregionaal of zelfs landelijk werken. De kosten van de trajecten voor hoogspecialistische jeugdhulp liggen in de regel aanmerkelijk boven die van specialistische jeugdhulp (zie hieronder).

Vervalt omdat er in de verordening alleen nog over specialistische jeugdhulp wordt gesproken.

Individuele voorziening ‘Individuele voorziening’ is de term die in de Jeugdwet gebruikt wordt voor wat in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 een ‘maatwerkvoorziening’ heet. De term individuele voorziening wordt in de Jeugdwet niet gedefinieerd, vandaar dat in de verordening een begripsbepaling is toegevoegd. Ofschoon de term (net als de term ‘overige voorziening’) verwarring op kan roepen – het gaat niet alleen om individueel geboden hulp, maar ook om groepsaanbod– is in dit geval wel de formele term uit de Jeugdwet gebruikt, aangezien deze in meerdere bepalingen van de Jeugdwet een rol speelt. Integraal plan Het integraal plan is de weerslag van het gesprek dat de jeugdige en/of zijn ouders voeren met de betrokken professional van het lokale team (of huisarts, jeugdarts of medisch specialist), de jeugdhulpverlener en eventueel ook anderen uit het bredere sociale netwerk van de jeugdige en zijn ouders over de hulpvraag. Het integraal plan bundelt hulpvraag en afspraken over de ondersteuning, niet alleen op het terrein van jeugdhulp, maar ook op andere terreinen. Denk hierbij aan hulp voor een van de ouder(s), broertjes en/of zusjes met een

Integraal plan Het integraal plan is de weerslag van het gesprek dat de jeugdige en/of zijn ouders voeren met de betrokken professional van het lokale team (of huisarts, jeugdarts of medisch specialist), de jeugdhulpverlener en eventueel ook anderen uit het bredere sociale netwerk van de jeugdige en zijn ouders over de hulpvraag. Het integraal plan bundelt hulpvraag en afspraken over de ondersteuning, niet alleen op het terrein van jeugdhulp, maar ook op andere terreinen. Denk hierbij aan hulp voor een van de ouder(s), broertjes en/of zusjes met een

5

Aangepast omdat alleen nog over specialistische jeugdhulp wordt gesproken. Verwijzing aangepast

hulpvraag, schuldproblematiek, huisvestingsproblematiek en zo verder. Deze context is van belang bij het bepalen van de hulpvraag voor het kind en is specifiek van belang bij de inzet van hoogspecialistische jeugdhulp.

hulpvraag, schuldproblematiek, huisvestingsproblematiek en zo verder. Deze context is van belang bij het bepalen van de hulpvraag voor het kind.

Wanneer besloten wordt dat de inzet van specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp nodig is, wordt ook dit in het integraal plan vastgelegd. Voor de jeugdhulpaanbieder is het integraal plan vervolgens uitgangspunt voor het verder vormgeven van het hulpverleningstraject (zie verder de toelichting bij artikel 3.6 vierde lid). Het integraal plan kan echter ook gebruikt worden wanneer specialistische jeugdhulp (nog) niet nodig is en het lokale team bijvoorbeeld zelf met de jeugdige en zijn ouders aan de slag gaat.

Wanneer besloten wordt dat de inzet van specialistische jeugdhulp nodig is, wordt ook dit in het integraal plan vastgelegd. Voor de jeugdhulpaanbieder is het integraal plan vervolgens uitgangspunt voor het verder vormgeven van het hulpverleningstraject (zie verder de toelichting bij artikel 3.5 vierde lid). Het integraal plan kan echter ook gebruikt worden wanneer specialistische jeugdhulp (nog) niet nodig is en het lokale team bijvoorbeeld zelf met de jeugdige en zijn ouders aan de slag gaat.

Er zijn diverse soorten plannen in de Jeugdwet. Hieronder worden de belangrijkste toegelicht, te weten het hulpverleningsplan van de jeugdhulpaanbieder (vaak ook behandelplan genoemd), het plan van aanpak van de gecertificeerde instelling en het familiegroepsplan van het gezin – die alle in de Jeugdwet zelf verankerd zijn. - Het hulpverleningsplan (of behandelplan) beschrijft hoe door de jeugdhulpaanbieder wordt gewerkt aan het behalen van de gestelde doelen (beoogde resultaten) in het integraal plan. - Het plan van aanpak (in de regel gezinsplan genoemd) van de gecertificeerde instelling is een vorm van het integraal plan, omdat hierin ook altijd breed de gezinssituatie in ogenschouw genomen wordt. - Het familiegroepsplan is het plan opgesteld door de jeugdige en zijn ouders dat in principe zonder betrokkenheid van hulpverleners (lokale team, jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling) wordt opgesteld. Hulpverleners kunnen wel

Er zijn diverse soorten plannen in de Jeugdwet. Hieronder worden de belangrijkste toegelicht, te weten het hulpverleningsplan van de jeugdhulpaanbieder (vaak ook behandelplan genoemd), het plan van aanpak van de gecertificeerde instelling en het familiegroepsplan van het gezin – die alle in de Jeugdwet zelf verankerd zijn. - Het hulpverleningsplan (of behandelplan) beschrijft hoe door de jeugdhulpaanbieder wordt gewerkt aan het behalen van de gestelde doelen (beoogde resultaten) in het integraal plan. - Het plan van aanpak (in de regel gezinsplan genoemd) van de gecertificeerde instelling is een vorm van het integraal plan, omdat hierin ook altijd breed de gezinssituatie in ogenschouw genomen wordt. - Het familiegroepsplan is het plan opgesteld door de jeugdige en zijn ouders dat in principe zonder betrokkenheid van hulpverleners (lokale team, jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling) wordt opgesteld. Hulpverleners kunnen wel

6

Intensiteiten vervallen.

informatie inbrengen voor het familiegroepsplan en voorwaarden voor veiligheid stellen. NB Het integraal plan wordt door de Ouder- en Kindteams in de regel perspectiefplan genoemd.

informatie inbrengen voor het familiegroepsplan en voorwaarden voor veiligheid stellen. NB Het integraal plan wordt door de Ouder- en Kindteams in de regel perspectiefplan genoemd.

Intensiteit Er worden diverse ondersteuningsprofielen onderscheiden (zie hieronder). Binnen de specialistische jeugdhulp kent elk ondersteuningsprofiel vervolgens een zekere ‘intensiteit’ die iets zegt over de duur en omvang (en daarmee de kosten) van de jeugdhulp. Er worden (vastgelegd in de nadere regels) vier intensiteiten onderscheiden: perspectief, intensief en duurzaam licht en duurzaam zwaar. Bij de eerste twee intensiteiten wordt gewerkt met een vaste trajectprijs, bij de laatste twee met een vaste maandprijs.

Intensiteit Er worden diverse ondersteuningsprofielen onderscheiden (zie hieronder). Binnen de specialistische jeugdhulp kent elk ondersteuningsprofiel vervolgens een zekere ‘intensiteit’ die iets zegt over de duur en omvang (en daarmee de kosten) van de jeugdhulp. Er worden (vastgelegd in de nadere regels) vier intensiteiten onderscheiden: perspectief, intensief en duurzaam licht en duurzaam zwaar. Bij de eerste twee intensiteiten wordt gewerkt met een vaste trajectprijs, bij de laatste twee met een vaste maandprijs.

Lokaal team De term ‘lokaal team’ heeft in deze verordening betrekking op de Ouder- en Kindteams en de uitvoerders van intensieve vrijwillige zorg. Deze voorzieningen staan beschreven in hoofdstuk 2 Algemene voorzieningen (zie verdere toelichting onder betreffende artikelen hieronder). Zij worden in deze verordening samengevat onder de overkoepelende term ‘lokaal team’, omdat zij dezelfde bevoegdheden hebben in het kader van verlenen van individuele jeugdhulpvoorzieningen in het vrijwillig kader.

Lokaal team De term ‘lokaal team’ heeft in deze verordening betrekking op de Ouder- en Kindteams, het wijkteam Weesp en de uitvoerders van intensieve vrijwillige zorg. Deze voorzieningen staan beschreven in hoofdstuk 2 Algemene voorzieningen (zie verdere toelichting onder betreffende artikelen hieronder). Zij worden in deze verordening samengevat onder de overkoepelende term ‘lokaal team’, omdat zij dezelfde bevoegdheden hebben in het kader van verlenen van individuele jeugdhulpvoorzieningen in het vrijwillig kader.

Ondersteuningsprofiel Het ondersteuningsprofiel probeert de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en zijn ouders in te delen naar verschillende categorieën. Dit is vooral belangrijk in het kader van het inkoop- en toewijzingsproces richting aanbieders. Op deze manier kan de specifieke expertise van aanbieders goed beschreven worden. Het integraal plan (zie hierboven) is bedoeld om de hulpvraag breed in beeld te

Ondersteuningsprofiel Het ondersteuningsprofiel probeert de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en zijn ouders in te delen naar verschillende categorieën. Dit is vooral belangrijk in het kader van het inkoop- en toewijzingsproces richting aanbieders. Op deze manier kan de specifieke expertise van aanbieders goed beschreven worden. Het integraal plan (zie

7

Wijkteam Weesp toegevoegd.

Profielen vervallen.

brengen, maar uiteindelijk wordt de hulpvraag altijd gecategoriseerd in termen van één ondersteuningsprofiel. Gekozen wordt dan voor het ondersteuningsprofiel dat het beste bij de hulpvraag van de jeugdige en/of zijn ouders past, ook al zouden wellicht meerdere profielen passend zijn. Ouder De hier opgenomen definitie is overgenomen uit de begripsbepaling van de Jeugdwet zelf, met dien verstande dat de inperking ‘niet zijnde de pleegouder’ hier is weggelaten. In de verordening wordt in de regel gesproken van ’de jeugdige en/of zijn ouders.’ Bij de definitie van ‘jeugdige’ wordt de Jeugdwet gevolgd (zie ook toelichting artikel 1.2). Het kan overigens ook zo zijn dat de jeugdige (zeker vanaf 16 jaar, maar in bijzondere gevallen ook daarvoor, vanaf 12 jaar) zonder betrokkenheid van zijn ouders jeugdhulp ontvangt. Ook andere opvoeders dan de ouders of verzorgers (denk aan naaste familieleden, een leerkracht, of anderen die dichtbij staan) kunnen natuurlijk betrokken raken bij de jeugdhulp.

hierboven) is bedoeld om de hulpvraag breed in beeld te brengen, maar uiteindelijk wordt de hulpvraag altijd gecategoriseerd in termen van één ondersteuningsprofiel. Gekozen wordt dan voor het ondersteuningsprofiel dat het beste bij de hulpvraag van de jeugdige en/of zijn ouders past, ook al zouden wellicht meerdere profielen passend zijn.

Professional Met de professional wordt de jeugdhulpverlener bedoeld in het kader van de Jeugdwet, en de uitvoerder van de jeugdgezondheidszorg in het kader van de Wet publieke gezondheid. Deze professionals staan in de regel geregistreerd in een beroepsregister (BIG of SKJ), waarmee bepaalde kwaliteitsgaranties worden geboden. Specialistische jeugdhulp Het onderscheidende karakter van specialistische jeugdhulp ten opzichte van hoogspecialistische jeugdhulp is dat zij in de regel minder specifieke kennis en een minder intensieve en veelomvattende aanpak vraagt. De kosten zijn daardoor in de regel lager. Specialistische jeugdhulp kan door een grote groep jeugdhulpaanbieders geboden worden (waaronder

Specialistische jeugdhulp Specialistische jeugdhulp is een individuele voorzieningen voor jeugdhulp, zoals bedoeld in artikel 3.1. Specialistische jeugdhulp ziet op alle vormen van individuele voorzieningen. In de verordening wordt hier geen onderscheid in gemaakt. De gemeente heeft de jeugdhulp wel ingekocht via verschillende contracten met daarbij behorende administratieve afspraken.

8

Aangepast omdat alleen nog over specialistische jeugdhulp wordt gesproken.

vrijgevestigden), waarvoor ook een eenvoudiger proces geldt om gecontracteerd te worden. Zorgteam Het zorgteam kent een rol in de toegang tot de hoogspecialistische jeugdhulp die direct beschikbaar is op het Speciaal Onderwijs. De Ouder- en Kindteams zijn ook vertegenwoordigd in het zorgteam.

Zorgteam Het zorgteam kent een rol in de toegang tot de specialistische jeugdhulp die direct beschikbaar is op het Speciaal Onderwijs. De Ouder- en Kindteams zijn ook vertegenwoordigd in het zorgteam.

Zorgvorm De hoogspecialistische jeugdhulp is nader onderverdeeld in zeven zorgvormen. Het besluit tot het verlenen van hoogspecialistische jeugdhulp wordt genomen in termen van toegang tot een van de zeven zorgvormen. De zorgvormen komen overeen met de jeugdhulpvormen zoals vastgelegd in de Regeling Jeugdwet in het kader van de beleidsinformatie Jeugd (gegevensaanlevering door instellingen bij CBS). Artikel 1.2 Doelgroep Eerste lid

Zorgvorm De hoogspecialistische jeugdhulp is nader onderverdeeld in zeven zorgvormen. Het besluit tot het verlenen van hoogspecialistische jeugdhulp wordt genomen in termen van toegang tot een van de zeven zorgvormen. De zorgvormen komen overeen met de jeugdhulpvormen zoals vastgelegd in de Regeling Jeugdwet in het kader van de beleidsinformatie Jeugd (gegevensaanlevering door instellingen bij CBS).

Jeugdigen Doelgroep van de voorzieningen zoals beschreven in de verordening zijn alle jeugdigen in Amsterdam. Voor de definitie van jeugdigen geldt de definitie van de wet. Volgens artikel 1.1 van de wet is een jeugdige: “een persoon die: 1. de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, 2. de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en ten aanzien van wie op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht recht is gedaan overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg van het Wetboek van Strafrecht, of 3. de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar heeft bereikt, en voor wie de voortzetting van jeugdhulp als bedoeld in onderdeel 1, die was aangevangen, of voor wie het college vóór het

9

Aangepast omdat alleen nog over specialistische jeugdhulp wordt gesproken.

Zorgvormen vervallen.

bereiken van de leeftijd van achttien jaar heeft bepaald dat een voorziening op het gebied van jeugdhulp noodzakelijk is of voor wie, na beëindiging van jeugdhulp die was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, binnen een termijn van een half jaar hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is.” Het tweede onderdeel doelt op jongvolwassenen (tot 23 jaar) die op grond van het jeugdstrafrecht berecht zijn. Het derde onderdeel is overgenomen uit de oude Wet op de jeugdzorg en beperkt zich dan ook tot de jeugdzorg en heeft dus geen betrekking op geestelijke gezondheidszorg of begeleiding voor jeugdigen (die bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar vallen onder respectievelijk de Zorgverzekeringswet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015). … en hun ouders Naast jeugdigen behoren ook de ouders van de jeugdigen tot de doelgroep. Voor de definitie van ouder wordt uitgegaan van de definitie van de wet: een ouder is “de gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder.” De laatste zinsnede, ‘niet zijnde een pleegouder,’ is geschrapt omdat ook pleegouders in aanmerking kunnen komen van voorzieningen genoemd in deze verordening.

De mate waarin jeugdigen zelfstandig (zonder toestemming van zijn ouders) benaderd kunnen worden – en jeugdhulp mogen ontvangen – verschilt per leeftijdscategorie. Op grond van de wet (artikel 7.3.4) is expliciete toestemming nodig van: a) een ouder of voogd van een jeugdige die jonger is dan twaalf jaren, of; b) een ouder of voogd van een jeugdige van twaalf jaar of ouder, die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen, of;

10

c) een ouder of voogd van een jeugdige tussen twaalf en zestien jaar, alsmede van de betrokken jeugdige zelf, of; d) de betrokken jeugdige van zestien jaar of ouder zelf. e) Deze bepalingen zijn in de wet opgenomen naar analogie van hetgeen bepaald is in het Burgerlijk wetboek met betrekking tot de geneeskundige behandelingsovereenkomst. …in Amsterdam De gemeente Amsterdam is alleen verantwoordelijk om voorzieningen te treffen voor jeugdigen en hun ouders die in Amsterdam hun woonplaats hebben. Voor het woonplaatsbeginsel geldt de bepalingen in de wet.

…in Amsterdam De gemeente Amsterdam is alleen verantwoordelijk om voorzieningen te treffen voor jeugdigen en hun ouders die in Amsterdam hun woonplaats hebben. Voor het woonplaatsbeginsel geldt de bepalingen in de wet.

Het woonplaatsbeginsel wijzigt per 1 januari 2022. Vanaf dat moment is de gemeente waar de jeugdige zijn woonadres heeft volgens de Basisregistratie Personen (de BRP) het uitgangspunt voor jeugdhulp zonder verblijf. Dit zorgt voor meer eenvoud en duidelijkheid. Bij jeugdhulp met verblijf is het uitgangspunt dat als woonplaats geldt de gemeente waar de jeugdige onmiddellijk voorafgaande aan zijn verblijf zijn woonadres in de zin van de Wet basisregistratie personen had. De gemeente waar de jeugdige vandaan komt, blijft dus verantwoordelijk voor de jeugdige en voor de kosten van de jeugdhulp voor deze jeugdige.

Het woonplaatsbeginsel is per 1 januari 2022 gewijzigd. Vanaf dat moment is de gemeente waar de jeugdige zijn woonadres heeft volgens de Basisregistratie Personen (de BRP) het uitgangspunt voor jeugdhulp zonder verblijf. Dit zorgt voor meer eenvoud en duidelijkheid. Bij jeugdhulp met verblijf is het uitgangspunt dat als woonplaats geldt de gemeente waar de jeugdige onmiddellijk voorafgaande aan zijn verblijf zijn woonadres in de zin van de Wet basisregistratie personen had. De gemeente waar de jeugdige vandaan komt, blijft dus verantwoordelijk voor de jeugdige en voor de kosten van de jeugdhulp voor deze jeugdige.

Tweede lid Met dit lid is bepaald dat ook jeugdigen die in Amsterdam op school zitten, maar in een andere gemeente hun woonplaats hebben, tot de doelgroep horen, maar alleen in zoverre het gaat om het aanbod verzorgd in het kader van de basisvoorzieningen Jeugd(welzijn), de Ouder- en Kindteams en opvoed- en opgroeiondersteuning. Deze keuze is gemaakt, omdat we het niet wenselijk achten dat bepaalde groepen

Tweede lid Met dit lid is bepaald dat ook jeugdigen die in Amsterdam op school zitten, maar in een andere gemeente hun woonplaats hebben, tot de doelgroep horen, maar alleen in zoverre het gaat om het aanbod verzorgd in het kader van de basisvoorzieningen Jeugd(welzijn), de Ouder- en Kindteams en opvoed- en opgroeiondersteuning. Deze keuze is gemaakt, omdat we het niet wenselijk achten dat bepaalde groepen

11

Aangepast aan woonplaatsbeginsel.

nieuw

leerlingen (en hun ouders) van dit aanbod zouden moeten worden uitgezonderd. Het gaat overigens niet alleen om groepsaanbod, maar ook om individuele contactmomenten, bijvoorbeeld van de Ouder- en Kindteams.

leerlingen (en hun ouders) van dit aanbod zouden moeten worden uitgezonderd. Het gaat overigens niet alleen om groepsaanbod, maar ook om individuele contactmomenten, bijvoorbeeld van de Ouder- en Kindteams.

Wanneer een professional van een Ouder- en Kindteam meent dat voor een jeugdige een individuele voorziening nodig is dan zal de professional van het Ouder- en Kindteam de jeugdige en zijn ouders verwijzen naar zorg binnen de gemeente waar zij woonachtig zijn. Het is dan ook aan die gemeente om een individuele voorziening toe te kennen. Amsterdam maakt met de regiogemeenten afspraken over de afstemming in deze gevallen (en ook over de overdracht bij een verhuizing).

Wanneer een professional van een Ouder- en Kindteam of het wijkteam Weesp meent dat voor een jeugdige een individuele voorziening nodig is dan zal de professional de jeugdige en zijn ouders verwijzen naar zorg binnen de gemeente waar zij woonachtig zijn. Het is dan ook aan die gemeente om een individuele voorziening toe te kennen. Amsterdam maakt met de regiogemeenten afspraken over de afstemming in deze gevallen (en ook over de overdracht bij een verhuizing).

Hoofdstuk 2 Algemene voorzieningen Artikel 2.1 Sociale basis jeugd In alle gebieden in Amsterdam is er een sociale basis. Dit zijn veelal activiteiten die door Amsterdammers en professionals georganiseerd worden. Binnen de sociale basis zijn er ook activiteiten voor jeugdigen. De doelgroep zijn jeugdigen die in hun directe omgeving weinig beschermende en stimulerende factoren hebben voor talentontwikkeling, gezond opgroeien en zelfontplooiing. Extra aandacht is daarbij nodig voor jonge kinderen (-9 maanden tot 2,5 jaar) en hun ouders in het kader van een gezonde en kansrijke start, risicojongeren, jongeren die zich uitgesloten voelen, kwetsbare meiden en jongeren in de overgang naar volwassenheid. De sociale basis is verwoord in het beleidskader Samen Vooruit, op weg naar een stevige sociale basis in Amsterdam. Uitgangspunten hierin zijn: - de gebiedsopgaven zijn leidend om de sociale basis op orde te krijgen;

12

Wijkteam Weesp toegevoegd

-

er is integraliteit en samenhang in het aanbod binnen de sociale basis en met het (jeugd)zorg- en veiligheidsdomein en onderwijs; - er wordt aangesloten bij de leefwereld van jonge Amsterdammers. Artikel 2.2 Ouder- en Kindteams Eerste lid Amsterdam kent 22 Ouder- en Kindteams, die in elk gebied te vinden zijn en samenwerken met de voorzieningen in de buurt en de scholen, 1 team dat werkzaam is op het voortgezet onderwijs en 1 team voor het middelbaar onderwijs.

Artikel 2.2 Ouder- en Kindteams en wijkteam Eerste lid Amsterdam kent 22 Ouder- en Kindteams, die in elk gebied te vinden zijn en samenwerken met de voorzieningen in de buurt en de scholen, 1 team dat werkzaam is op het voortgezet onderwijs en 1 team voor het middelbaar onderwijs.

De Ouder- en Kindteams vormen multidisciplinaire teams waarin professionals met elkaar samenwerken. Kernfunctionarissen zijn de ouder- en kindadviseur (een generalistische functionaris met een hbo-opleiding op het terrein van pedagogiek of maatschappelijk werk), de jeugdverpleegkundige, de jeugdarts en de jeugdpsycholoog (kinder- en jeugdpsycholoog / GZ-psycholoog / orthopedagoog generalist). De grootte van het Ouder- en Kindteam en de precieze samenstelling verschilt naar de populatie en behoefte in het gebied / op de scholen.

De Ouder- en Kindteams vormen multidisciplinaire teams waarin professionals met elkaar samenwerken. Kernfunctionarissen zijn de ouder- en kindadviseur (een generalistische functionaris met een hbo-opleiding op het terrein van pedagogiek of maatschappelijk werk), de jeugdverpleegkundige, de jeugdarts en de jeugdpsycholoog (kinder- en jeugdpsycholoog / GZ-psycholoog / orthopedagoog generalist). De grootte van het Ouder- en Kindteam en de precieze samenstelling verschilt naar de populatie en behoefte in het gebied / op de scholen.

De Ouder- en Kindteams zijn onafhankelijk. Ze werken vanuit hun inhoudelijke professionaliteit binnen de gestelde kaders van de Jeugdwet.

De Ouder- en Kindteams zijn onafhankelijk. Ze werken vanuit hun inhoudelijke professionaliteit binnen de gestelde kaders van de Jeugdwet.

De jeugdgezondheidszorg zoals die in Amsterdam uitgevoerd wordt door de GGD Amsterdam en de Stichting Amsterdamse Gezondheidscentra (SAG), maakt integraal onderdeel uit van de Ouder- en Kindteams. Het landelijk vastgestelde basispakket jeugdgezondheidszorg valt onder de Wet publieke gezondheid. Het maatwerk deel onder de Jeugdwet. Beide onderdelen worden uitgevoerd vanuit de Ouder- en Kindteams.

De jeugdgezondheidszorg zoals die in Amsterdam uitgevoerd wordt door de GGD Amsterdam en de Stichting Amsterdamse Gezondheidscentra (SAG), maakt integraal onderdeel uit van de Ouder- en Kindteams. Het landelijk vastgestelde basispakket jeugdgezondheidszorg valt onder de Wet publieke gezondheid. Het maatwerk deel onder de Jeugdwet. Beide onderdelen worden uitgevoerd vanuit de Ouder- en Kindteams.

13

Tweede lid onderdeel a De Ouder- en Kindteams bieden preventie en voorlichting. Te denken valt aan trainingen voor ouders en/of jeugdigen, voorlichting in het kader van de vaste contactmomenten van de jeugdgezondheidszorg, voorlichtingsbijeenkomsten op school en het verzorgen van voorlichtingsmateriaal.

Het wijkteam Weesp is in ontwikkeling wat betreft de samenwerking en uitvoering van taken waardoor andere partijen hier een (tijdelijke) rol hebben.

Tweede lid onderdeel b De Ouder- en Kindteams kunnen ouders ondersteunen bij het opstellen van een integraal plan (zie artikel 3.6), maar ook wijzen op de mogelijkheid om zelf, of met ondersteuning van derden, een familiegroepsplan op te stellen.

Tweede lid onderdeel b De Ouder- en Kindteams kunnen ouders ondersteunen bij het opstellen van een integraal plan (zie artikel 3.5), maar ook wijzen op de mogelijkheid om zelf, of met ondersteuning van derden, een familiegroepsplan op te stellen.

Tweede lid onderdeel c De Ouder- en Kindteams geven advies aan beroepskrachten die met jeugdigen werken, zoals pedagogisch medewerkers van de kinderopvang en leerkrachten en docenten in het onderwijs. Hiermee voldoet de gemeente Amsterdam in belangrijke mate via de Ouder- en Kindteams aan artikel 2.6 eerste lid onderdeel c van de wet: “het college is er in ieder geval verantwoordelijk voor dat:… degenen die beroepsmatig met jeugdigen werken deskundig advies kunnen krijgen over vragen en problemen met betrekking tot opgroeien opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen.” Tweede lid, onderdeel d De Ouder- en Kindteams zijn voor de meeste jeugdigen en ouders de eerste ingang bij een hulpvraag. De Ouder- en Kindteams hebben als belangrijke taak om de vraag te verhelderen. Zij kunnen daarbij ook een deel van de basisdiagnostiek doen, zeker omdat ook jeugdartsen en jeugdpsychologen werkzaam zijn binnen de Ouder- en Kindteams. Voor nadere diagnostiek zal het team specialistische jeugdhulpverleners betrekken van buiten het Ouder- en Kindteam.

14

Ontwikkeling wijkteam Weesp toegevoegd.

Verwijzing aangepast.

Tweede lid onderdeel e De Ouder- en Kindteams bieden ook zelf jeugdhulp. Als het nodig is verwijzen ze door naar (hoog)specialistische jeugdhulp. De Ouder- en Kindteams en de jeugdhulpaanbieder zijn complementair aan elkaar als het gaat om het bieden van jeugdhulp en werken hierin samen.

Tweede lid onderdeel e De Ouder- en Kindteams bieden ook zelf jeugdhulp. Als het nodig is verwijzen ze door naar specialistische jeugdhulp. De Ouder- en Kindteams en de jeugdhulpaanbieder zijn complementair aan elkaar als het gaat om het bieden van jeugdhulp en werken hierin samen.

Tweede lid onderdeel f Zorgcoördinatie is een lastig begrip in de hulpverlening. De regie ligt allereerst bij de jeugdige en zijn ouders zelf. Daarnaast zal de verantwoordelijkheid om zorg te coördineren in de regel bij de hulpverlener liggen die het meest intensief bij de ondersteuning van de jeugdige en zijn ouders betrokken is. Als er sprake is van (hoog)specialistische jeugdhulp heeft de jeugdhulpaanbieder in de regel deze taak. In bepaalde gevallen (bijvoorbeeld wanneer naast jeugdhulp ook veel andere zorg geboden wordt) kan het Ouder- en Kindteam de coördinatie (tijdelijk) op zich te nemen. Als de veiligheid van het kind in het geding is kan de regie van de ouders – op aanwijzing van de rechter – (gedeeltelijk) overgenomen worden door een gecertificeerde instelling.

Tweede lid onderdeel f Zorgcoördinatie is een lastig begrip in de hulpverlening. De regie ligt allereerst bij de jeugdige en zijn ouders zelf. Daarnaast zal de verantwoordelijkheid om zorg te coördineren in de regel bij de hulpverlener liggen die het meest intensief bij de ondersteuning van de jeugdige en zijn ouders betrokken is. Als er sprake is van specialistische jeugdhulp heeft de jeugdhulpaanbieder in de regel deze taak. In bepaalde gevallen (bijvoorbeeld wanneer naast jeugdhulp ook veel andere zorg geboden wordt) kan het Ouder- en Kindteam de coördinatie (tijdelijk) op zich te nemen. Als de veiligheid van het kind in het geding is kan de regie van de ouders – op aanwijzing van de rechter – (gedeeltelijk) overgenomen worden door een gecertificeerde instelling.

Tweede lid onderdeel g De Ouder- en Kindteams zijn ook verantwoordelijk voor het bieden van ondersteuning van (minder zelfredzame) gezinnen met complexe problematiek op meerdere leefdomeinen. De medewerker van het Ouder- en Kindteam stemt waar nodig af met andere professionals (bijvoorbeeld op het gebied van wonen, schulden en veiligheid) om de problemen van het gezin aan te pakken. Derde lid Gekwalificeerde professionals van het Ouder- en Kindteam die opgenomen zijn in een beroepsregister (BIG-register of Kwaliteitsregister Jeugd) worden gemandateerd om namens

Derde lid Gekwalificeerde professionals van het Ouder- en Kindteam of het Wijkteam Weesp die opgenomen zijn in een beroepsregister (BIG-register of Kwaliteitsregister Jeugd)

15

Hoogspecialistisch verwijderd.

Hoogspecialistisch verwijderd.

het college besluiten te nemen voor het toekennen (of weigeren) van specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp. Voor de duidelijkheid wordt deze belangrijke taak van de Ouder- en Kindteams toch hier in de door de gemeenteraad vast te stellen verordening opgenomen. Artikel 2.3 Opvoed- en opgroeiondersteuning De Ouder- en Kindteams bieden zelf opvoed- en opgroeiondersteuning aan de jeugdige en hun ouders in de vorm van opvoedcursussen en trainingen voor de kinderen en jongeren zelf. Daarnaast heeft de gemeente ook een aanvullend aanbod aan opvoed- en opgroeiondersteuning ingekocht. Dit aanbod wordt in de gebieden georganiseerd in nauwe afstemming met de Ouder- en Kindteams. Het aanbod is vrij toegankelijk. Sommige aanbod richt zich echter wel op specifieke doelgroepen. In die zin kan er toch een beperking in de toegang gelden. Artikel 2.4 Jeugdhulpvoorzieningen in het kader van speciaal onderwijs Veel leerlingen in het speciaal (basis)onderwijs en praktijkonderwijs hebben extra ondersteuning nodig in de vorm van specialistische jeugdhulp. Ook de ouders van deze leerlingen hebben geregeld behoefte aan extra ondersteuning bij de begeleiding en opvoeding van hun kind.

Amsterdam heeft een deel van dit aanbod aan specialistische jeugdhulp (in aanvulling op de ondersteuning die geboden wordt door de Ouder- en Kindteams op de scholen) laagdrempelig en dicht bij de school willen organiseren, dat wil zeggen als algemene in plaats van individuele voorziening. Het gaat om aanbod aan ambulante jeugdhulp geboden naast het onderwijs (eerste lid onderdeel a), of jeugdhulp die in gezamenlijkheid met een onderwijsinstelling geboden wordt in een aparte klas (eerste lid onderdeel b).

worden gemandateerd om namens het college besluiten te nemen voor het toekennen (of weigeren) van specialistische jeugdhulp. Voor de duidelijkheid wordt deze belangrijke taak van de Ouder- en Kindteams toch hier in de door de gemeenteraad vast te stellen verordening opgenomen.

Wijkteam Weesp toegevoegd en hoogspecialistisch verwijderd.

Artikel 2.4 Jeugdhulpvoorzieningen in het kader van speciaal onderwijs Veel leerlingen in het speciaal (basis)onderwijs en praktijkonderwijs hebben extra ondersteuning nodig in de vorm van specialistische jeugdhulp. Ook de ouders van deze leerlingen hebben geregeld behoefte aan extra ondersteuning bij de begeleiding en opvoeding van hun kind. Amsterdam heeft een deel van dit aanbod aan specialistische jeugdhulp (in aanvulling op de ondersteuning die geboden wordt door de Ouder- en Kindteams op de scholen) laagdrempelig en dicht bij de school willen organiseren, dat wil zeggen als algemene in plaats van individuele voorziening. Het gaat om aanbod aan ambulante jeugdhulp geboden naast het onderwijs (eerste lid onderdeel a), of jeugdhulp die in gezamenlijkheid met een onderwijsinstelling geboden wordt in een aparte klas (eerste lid onderdeel b).

Vervalt op 1 augustus 2021 i.v.m. aanpassing SJSO (zie artikel 7.1)

16

Doordat het aanbod zoals bedoeld in dit artikel wijzigt met ingang van het schooljaar 2021-2022 is dit artikel geldig tot 1 augustus 2021. Artikel 2.5 Intensieve vrijwillige zorg De gecertificeerde instellingen die in Amsterdam de jeugdbescherming en –reclassering uitvoeren mogen in opdracht van het college ook gezinnen begeleiden zonder dat er sprake is van een kinderbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregel. In die gevallen wordt gesproken van intensieve vrijwillige zorg. In de meeste gevallen zal een lokaal team in goed overleg met de jeugdige en zijn ouders een gezin aanmelden bij de gecertificeerde instelling. Ook een melding bij Veilig Thuis kan aanleiding zijn om een gezin in contact te brengen met een gecertificeerde instelling. De intensieve vrijwillige zorg is altijd vrijwillig. De gecertificeerde instellingen worden gemandateerd om in het kader intensieve vrijwilliger zorg ook besluiten te nemen over de inzet van (hoog)specialistische jeugdhulp. In die zin worden zij dus op één lijn gesteld met de Ouder- en Kindteams.

Doordat het aanbod zoals bedoeld in dit artikel wijzigt met ingang van het schooljaar 2021-2022 is dit artikel geldig tot 1 augustus 2021. Artikel 2.4 Intensieve vrijwillige zorg De gecertificeerde instellingen die in Amsterdam de jeugdbescherming en –reclassering uitvoeren mogen in opdracht van het college ook gezinnen begeleiden zonder dat er sprake is van een kinderbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregel. In die gevallen wordt gesproken van intensieve vrijwillige zorg. In de meeste gevallen zal een lokaal team in goed overleg met de jeugdige en zijn ouders een gezin aanmelden bij de gecertificeerde instelling. Ook een melding bij Veilig Thuis kan aanleiding zijn om een gezin in contact te brengen met een gecertificeerde instelling. De intensieve vrijwillige zorg is altijd vrijwillig. De gecertificeerde instellingen worden gemandateerd om in het kader intensieve vrijwillige zorg ook besluiten te nemen over de inzet van specialistische jeugdhulp. In die zin worden zij dus op één lijn gesteld met de Ouder- en Kindteams en het wijkteam.

Nummering verspringt. Hoogspecialistisch verwijderd en wijkteam ingevoegd.

Hoofdstuk 3 Individuele voorzieningen Paragraaf 1 Soorten individuele voorzieningen Artikel 3.1 Specialistische jeugdhulp Eerste lid Specialistische jeugdhulp wordt gezien als aanvullend op het vrij toegankelijke aanbod aan preventie en jeugdhulp omschreven in hoofdstuk 2. In veel gevallen zal de hulpverlener vanuit het lokale team ook betrokken blijven bij de ondersteuning van de jeugdige en zijn ouders als specialistische jeugdhulp betrokken wordt. Zie ook de toelichting bij de begripsbepaling Specialistische jeugdhulp.

Artikel 3.1 Specialistische jeugdhulp Eerste lid Specialistische jeugdhulp wordt gezien als aanvullend op het vrij toegankelijke aanbod aan preventie en jeugdhulp omschreven in hoofdstuk 2.

Tweede lid, onderdeel a Specialistische jeugdhulp wordt voor het grootste gedeelte ambulant gegeven. Dat wil zeggen dat de jeugdhulpverlener

Tweede lid, onderdeel a Specialistische jeugdhulp wordt voor een groot gedeelte ambulant gegeven. Dat wil zeggen dat de jeugdhulpverlener

17

Aangepast door alleen nog te spreken over specialistische jeugdhulp. Kenmerk van het brede spectrum specialistische Jeugdhulp opgenomen.

Hoogspecialistsich geïntegreerd in deze

is tekst

met de jeugdige en of zijn ouders op de locatie van de aanbieder, thuis of op school ondersteuning biedt, kortom in het netwerk van de jeugdige. Specialistische jeugdhulp kent een lage intensiteit, in tegenstelling tot hoogspecialistische jeugdhulp dat een hoge intensiteit kent. Het woord intensiteit moet hier niet verward worden met de intensiteiten zoals beschreven in de begripsbepaling. In dit artikel ziet het op de generieke beschrijving van het soort voorziening en niet op de intensiteit zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 8.

met de jeugdige en of zijn ouders op de locatie van de aanbieder, thuis of op school ondersteuning biedt, kortom in het netwerk van de jeugdige.

d.m.v. tweede lid onderdeel c en d.

Tweede lid, onderdeel b Naast ambulant, kan specialistische jeugdhulp ook geboden worden als daghulp en kortdurend verblijf (als logeervoorziening) op de locatie van de aanbieder. Doel is dan de ontlasting van de ouders (respijtzorg). Tweede lid, onderdeel c Ambulante hulp kan ook als behandeling op de locatie van de aanbieder plaatsvinden. Dit is vaak het geval als er sprake is van een hoge intensiteit. Ook vormen van daghulp behoren tot specialistische jeugdhulp.

Artikel 3.2 Hoogspecialistische jeugdhulp Eerste lid Ook hoogspecialistische jeugdhulp wordt gezien als aanvullend op het vrij toegankelijke aanbod aan preventie en jeugdhulp omschreven in hoofdstuk 2. Omdat het aanbod van de hoogspecialistische jeugdhulp in de regel een stuk intensiever en veelomvattender is, zal de rol van de professionals vanuit de algemene voorzieningen (met name

Tweede lid, onderdeel d Verblijfsvoorzieningen waar de jeugdige in een instelling of gezinshuis verblijft vallen behoren tot de specialistische jeugdhulp. Ook gesloten jeugdzorg en pleegzorg valt onder deze categorie. Artikel 3.2 Hoogspecialistische jeugdhulp Eerste lid Ook hoogspecialistische jeugdhulp wordt gezien als aanvullend op het vrij toegankelijke aanbod aan preventie en jeugdhulp omschreven in hoofdstuk 2. Omdat het aanbod van de hoogspecialistische jeugdhulp in de regel een stuk intensiever en veelomvattender is, zal de rol van de professionals vanuit de algemene voorzieningen (met name

18

Verplaatst naar 3.1

lokale teams) in de regel (in verhouding) beperkter zijn. De aard van de hoogspecialistische jeugdhulp betekent ook dat deze soms niet in de directe woonomgeving van de jeugdige geboden kan worden. In sommige gevallen zal de jeugdige voor een (dag)behandeling een eind moeten reizen of zelf korter of langer elders dan in het ouderlijk huis verblijven. Ook in die gevallen is het streven om het lokale team betrokken te houden, zodat een terugkeer naar de normale opvoedsituatie bevorderd wordt. Zie ook de toelichting bij artikel 1.1 de begripsbepaling Hoogspecialistische jeugdhulp. In de regel is er een besluit voor specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp en geen combinatie van twee besluiten. De grond hiervoor is er in gelegen dat het besluit is gebaseerd op de zwaarte van de hulpvraag.

lokale teams) in de regel (in verhouding) beperkter zijn. De aard van de hoogspecialistische jeugdhulp betekent ook dat deze soms niet in de directe woonomgeving van de jeugdige geboden kan worden. In sommige gevallen zal de jeugdige voor een (dag)behandeling een eind moeten reizen of zelf korter of langer elders dan in het ouderlijk huis verblijven. Ook in die gevallen is het streven om het lokale team betrokken te houden, zodat een terugkeer naar de normale opvoedsituatie bevorderd wordt. Zie ook de toelichting bij artikel 1.1 de begripsbepaling Hoogspecialistische jeugdhulp. In de regel is er een besluit voor specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp en geen combinatie van twee besluiten. De grond hiervoor is er in gelegen dat het besluit is gebaseerd op de zwaarte van de hulpvraag.

Tweede lid, onderdeel a Voor de beschrijving van hoogspecialistische jeugdhulp is aangesloten bij de zorgvormen zoals gebruikt bij de landelijke gegevensverzameling door het CBS. Hoogspecialistische jeugdhulp kent een hoge intensiteit. Hoogspecialistische jeugdhulp kan ambulant aangeboden worden. In meer gevallen dan bij specialistische jeugdhulp zal dat dan gaan om behandeling op de locatie van de aanbieder, maar dit kan ook in het netwerk van de jeugdige plaatsvinden. Ook vormen van daghulp kunnen onder hoogspecialistische jeugdhulp vallen.

Tweede lid, onderdeel a Voor de beschrijving van hoogspecialistische jeugdhulp is aangesloten bij de zorgvormen zoals gebruikt bij de landelijke gegevensverzameling door het CBS. Hoogspecialistische jeugdhulp kent een hoge intensiteit. Hoogspecialistische jeugdhulp kan ambulant aangeboden worden. In meer gevallen dan bij specialistische jeugdhulp zal dat dan gaan om behandeling op de locatie van de aanbieder, maar dit kan ook in het netwerk van de jeugdige plaatsvinden. Ook vormen van daghulp kunnen onder hoogspecialistische jeugdhulp vallen.

Tweede lid, onderdeel b Verblijfsvoorzieningen waar de jeugdige in een instelling of gezinshuis verblijft vallen altijd onder hoogspecialistische jeugdhulp. Ook gesloten jeugdzorg en pleegzorg valt onder deze categorie. Artikel 3.3 Dyslexiezorg Dyslexiezorg voor jeugdigen met ernstige enkelvoudige dyslexie (EED) viel tot 1 januari 2015 onder de Zorgverzekeringswet en het regiem van de geestelijke

Tweede lid, onderdeel b Verblijfsvoorzieningen waar de jeugdige in een instelling of gezinshuis verblijft vallen altijd onder hoogspecialistische jeugdhulp. Ook gesloten jeugdzorg en pleegzorg valt onder deze categorie. Artikel 3.2 Dyslexiezorg

19

Nummering verspringt

gezondheidszorg. Met inwerkingtreding van de Jeugdwet is de gemeente verantwoordelijk geworden voor deze zorg en valt zij onder de noemer ‘jeugdhulp’. In de Jeugdwet (of het Besluit of Regeling Jeugdwet) is deze vorm van jeugdhulp niet nader afgebakend. Vanaf 1 januari 2015 is door gemeente de voor die tijd gegroeide praktijk voortgezet. Deze bestond eruit dat alleen dyslexiezorg voor jeugdigen met ernstige enkelvoudige dyslexie wordt vergoed en dat het in de regel jeugdigen in de leeftijd van 7 tot 13 jaar betreft (deze laatste inperking lag vast in de ministeriële regeling behorende bij de Zorgverzekeringswet). Er is voor gekozen deze leeftijdsafbakening niet te verankeren in de gemeentelijke verordening, maar in de nadere regels. Artikel 3.4 Overige individuele voorzieningen jeugdhulp Eerste lid In bijzondere gevallen kan het nodig zijn om een niet door de gemeente gecontracteerde jeugdhulpaanbieder in te schakelen om (hoog)specialistische jeugdhulp te bieden aan een jeugdige en zijn ouders. Feitelijk gaat het dan niet om andersoortige jeugdhulp dan beschreven in artikel 3.1 (specialistische jeugdhulp) en artikel 3.2 (hoogspecialistische jeugdhulp). In die gevallen kan de gemeente echter niet dezelfde eisen stellen aan de toegangsprocedure zoals beschreven in paragraaf 2 van hoofdstuk 3 van deze verordening en de nadere regels die daarop gebaseerd zijn.

De niet gecontracteerde jeugdhulpaanbieders werken bijvoorbeeld niet met zorgvormen en ondersteuningsprofielen waarin het gemeentelijk besluit tot de toegang geformuleerd is (zie artikel 3.5) en de nadere regels die daarover gesteld zijn. In dit artikel 3.4 worden vier situaties weergegeven waarin de gemeente kan besluiten tot inzet van jeugdhulp door een niet gecontracteerde jeugdhulpaanbieder. In artikel 3.10 wordt de toegang hiertoe apart beschreven.

Artikel 3.3 Overige individuele voorzieningen jeugdhulp Eerste lid In bijzondere gevallen kan het nodig zijn om een niet door de gemeente gecontracteerde jeugdhulpaanbieder in te schakelen om specialistische jeugdhulp te bieden aan een jeugdige en zijn ouders. Feitelijk gaat het dan niet om andersoortige jeugdhulp dan beschreven in artikel 3.1 (specialistische jeugdhulp). In die gevallen kan de gemeente echter niet dezelfde eisen stellen aan de toegangsprocedure zoals beschreven in paragraaf 2 van hoofdstuk 3 van deze verordening en de nadere regels die daarop gebaseerd zijn. In dit artikel 3.3 worden vier situaties weergegeven waarin de gemeente kan besluiten tot inzet van jeugdhulp door een niet gecontracteerde jeugdhulpaanbieder. In artikel 3.8 wordt de toegang hiertoe apart beschreven.

Tweede lid, onderdeel a

20

Nummering verspringt. Hoogspecialistische vervalt in het verwijsproces. Zorgvormen en ondersteuningsprofielen verwijderd.

Verwijzing aangepast.

Dit onderdeel betreft de zogenaamde buitenregionale plaatsingen. In bijzondere gevallen kan het voorkomen dat een jeugdige wiens ouders in Amsterdam wonen het beste op een locatie buiten de regio jeugdhulp kan ontvangen. Het komt bijvoorbeeld voor dat jeugdigen in een pleegzin buiten de regio worden geplaatst en daar dan ook jeugdhulp ontvangen. Op grond van het woonplaatsbeginsel van de Jeugdwet vallen deze jeugdigen nog steeds onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Amsterdam. In deze gevallen kan een niet gecontracteerde jeugdhulpaanbieder ingeschakeld worden. Tweede lid, onderdeel b Dit onderdeel betreft het aanbod van de jeugdhulpaanbieders met een specialistische functie waarvoor de Nederlandse gemeenten gezamenlijk een raamcontract hebben opgesteld. Het gaat om zeer specialistische hulp die alleen door landelijk opererende instellingen geboden kan worden. Deze jeugdhulpaanbieders kunnen in Amsterdam, maar ook daarbuiten gevestigd zijn. Tweede lid, onderdeel c Dit onderdeel betreft jeugdhulp die wordt gecontinueerd bij een niet gecontracteerde jeugdhulpaanbieder wanneer de jeugdige verhuist naar Amsterdam (NB het gaat dan om ambulante hulp). De oorspronkelijke jeugdhulp wordt dan in principe voor een jaar voortgezet, waarbij het kan voorkomen dat een jeugdige hulp ontvangt van een aanbieder die niet gecontracteerd is.

Afspraken hierover zijn opgenomen in het Convenant uitvoering woonplaatsbeginsel Jeugdwet. Tweede lid, onderdeel d Dit onderdeel betreft jeugdhulp die voortkomt uit een vonnis van de rechter. De gemeente is in deze gevallen gehouden om de jeugdhulp uit te voeren zoals daarin is opgenomen. Door afspraken te maken met rechters, de Gecertificeerde

21

instellingen en de Raad voor de Kinderbescherming wordt getracht zoveel als mogelijk aan te sluiten bij het door de gemeente ingekochte aanbod.

Paragraaf 2 Toegang tot hoogspecialistische jeugdhulp

specialistische

en Paragraaf 2 Toegang tot specialistische jeugdhulp

Hoogspecialistische vervalt in het verwijsproces.

Artikel 3.5 Algemeen Eerste lid: begripsbepaling Paragraaf 2 gaat over de toegang naar de (hoog)specialistische jeugdhulp. Waar in deze paragraaf gesproken wordt over jeugdhulpaanbieder wordt dan ook een jeugdhulpaanbieder van (hoog)specialistische jeugdhulp bedoeld zoals weergegeven in respectievelijk artikel 3.1 en 3.2, tenzij expliciet gemaakt wordt dat het om één van beide hulpvormen gaat. NB de term jeugdhulpaanbieder is gedefinieerd in de Jeugdwet zelf en kan bijvoorbeeld ook aanbieders van jeugdhulp als algemene voorziening betreffen (hoofdstuk 2). Vandaar de verduidelijking hier.

Artikel 3.4 Toegangsproces algemeen Eerste lid: begripsbepaling Paragraaf 2 gaat over de toegang naar de specialistische jeugdhulp. Waar in deze paragraaf gesproken wordt over jeugdhulpaanbieder wordt dan ook een jeugdhulpaanbieder van specialistische jeugdhulp bedoeld zoals weergegeven in respectievelijk artikel 3.1. NB de term jeugdhulpaanbieder is gedefinieerd in de Jeugdwet zelf en kan bijvoorbeeld ook aanbieders van jeugdhulp als algemene voorziening betreffen (hoofdstuk 2). Vandaar de verduidelijking hier.

Nummering verspringt. Hoogspecialistische vervalt in het verwijsproces

Tweede lid: aard besluit tot inzet individuele voorzieningen Bij specialistische jeugdhulp bepaalt de jeugdhulpaanbieder (eventueel op basis van het advies van het lokale team) de intensiteit van de jeugdhulp. De intensiteit voor specialistische jeugdhulp ligt daarom niet in het besluit van het college vast. Bij een wijziging van het ondersteuningsprofiel is – als het gaat om specialistische jeugdhulp - dus altijd een nieuw besluit nodig, maar bij een wijziging van de intensiteit niet. In de zorgtoewijzing die het college richting de jeugdhulpaanbieder afgeeft ligt de intensiteit altijd wel vast.

Tweede lid: aard besluit tot inzet individuele voorzieningen Bij specialistische jeugdhulp bepaalt de jeugdhulpaanbieder (eventueel op basis van het advies van het lokale team) de intensiteit van de jeugdhulp. De intensiteit voor specialistische jeugdhulp ligt daarom niet in het besluit van het college vast. Bij een wijziging van het ondersteuningsprofiel is – als het gaat om specialistische jeugdhulp - dus altijd een nieuw besluit nodig, maar bij een wijziging van de intensiteit niet. In de zorgtoewijzing die het college richting de jeugdhulpaanbieder afgeeft ligt de intensiteit altijd wel vast.

Hoogspecialistische vervalt in het verwijsproces. Verplaatst naar nadere regels.

Voor hoogspecialistische jeugdhulp geldt dat in het besluit de zorgvorm is opgenomen. Bij een wijziging van de zorgvorm is dus altijd een nieuw besluit nodig. Binnen de hoogspecialistische jeugdhulp wordt niet gewerkt met intensiteiten. Wel worden ook hier de ondersteuningsprofielen

Voor hoogspecialistische jeugdhulp geldt dat in het besluit de zorgvorm is opgenomen. Bij een wijziging van de zorgvorm is dus altijd een nieuw besluit nodig. Binnen de hoogspecialistische jeugdhulp wordt niet gewerkt met intensiteiten. Wel worden ook hier de ondersteuningsprofielen

22

gebruikt, maar enkel en alleen ter ondersteuning van de categorisering van de hulpvraag, niet in het kader van het besluit of de financiering.

gebruikt, maar enkel en alleen ter ondersteuning van de categorisering van de hulpvraag, niet in het kader van het besluit of de financiering.

Derde lid: besluit op grond van gesprek met lokale team In dit derde lid is als algemene regel geformuleerd dat de toegang verloopt via het gesprek dat het lokale team met de jeugdige en zijn ouders heeft (en het integraal plan dat daar een weerslag van is). In het vierde lid worden vervolgens de uitzonderingen benoemd.

Tweede lid: besluit op grond van gesprek met lokale team In dit tweede lid is als algemene regel geformuleerd dat de toegang verloopt via het gesprek dat het lokale team met de jeugdige en zijn ouders heeft (en het integraal plan dat daar een weerslag van is). In het derde lid worden vervolgens de uitzonderingen benoemd.

Nummering verspringt.

Vierde lid, onderdeel a: artsverwijzing naar specialistische jeugdhulp Huisarts, jeugdarts en medisch specialist hebben op grond van de Jeugdwet de eigenstandige bevoegdheid om toegang te verlenen tot alle jeugdhulp. In deze verordening wordt deze bevoegdheid voor specialistische jeugdhulp en hoogspecialistische jeugdhulp verschillend ingevuld. De laatste komt aan de orde in het zesde lid. De eerste hier in het vierde lid onderdeel a. Uitgangspunt bij een artsverwijzing naar specialistische jeugdhulp (dus niet zijnde hoogspecialistische jeugdhulp) is dat de afstemming met een lokaal team en daarmee de integrale afweging van zorgbehoeften in een integraal plan niet perse nodig is. Als het gaat om specialistische jeugdhulp kan een arts dus zonder betrokkenheid van een lokaal team naar een jeugdhulpaanbieder verwijzen. Ook de jeugdhulpaanbieder is dan niet verplicht contact op te nemen met het lokale team (maar wel met de gemeente in het kader van de zorgtoewijzing). NB jeugdartsen van het Ouder- en Kindteam voeren wel gewoon als professional van een lokaal team het gesprek met de jeugdige en zijn ouders en leggen afspraken vast in een integraal plan.

Derde lid, onderdeel a: artsverwijzing naar specialistische jeugdhulp Huisarts, jeugdarts en medisch specialist hebben op grond van de Jeugdwet de eigenstandige bevoegdheid om toegang te verlenen tot alle jeugdhulp. Uitgangspunt bij een artsverwijzing naar specialistische jeugdhulp is dat de afstemming met een lokaal team niet nodig is als er geen sprake is van een hulpvraag op meerdere levensgebieden. Een arts kan dan zonder betrokkenheid van een lokaal team naar een jeugdhulpaanbieder verwijzen. Ook de jeugdhulpaanbieder is dan niet verplicht contact op te nemen met het lokale team (maar wel met de gemeente in het kader van de zorgtoewijzing). NB jeugdartsen van het Ouder- en Kindteam voeren wel gewoon als professional van een lokaal team het gesprek met de jeugdige en zijn/haar ouders en leggen afspraken vast in een integraal plan.

Nummering verspringt

Vierde lid, onderdeel b: crisissituaties

Derde lid, onderdeel b: crisissituaties

23

Verwijzing aangepast

Hoogspecialistische vervalt in het verwijsproces. Levensgebieden toegevoegd omdat daarmee het onderscheid voor wel of geen integraal plan is gewaarborgd. Dit onderscheid is namelijk vervallen doordat er alleen naar specialistische jeugdhulp wordt verwezen.

In crisissituaties kan soms niet gewacht worden met de inzet van (hoog)specialistische jeugdhulp tot een integraal plan is opgesteld. In dit soort gevallen is het de jeugdhulpaanbieder toegestaan de spoedhulp te verlenen voordat een gesprek met het lokale team heeft plaatsgevonden en een integraal plan is opgesteld. NB het gaat dan om kortdurende inzet. Wanneer daarna langdurig (hoog)specialistische jeugdhulp nodig is, dient alsnog een integraal plan opgesteld te worden.

In crisissituaties kan soms niet gewacht worden met de inzet van specialistische jeugdhulp tot een integraal plan is opgesteld. In dit soort gevallen is het de jeugdhulpaanbieder toegestaan de spoedhulp te verlenen voordat een gesprek met het lokale team heeft plaatsgevonden en een integraal plan is opgesteld. NB het gaat dan om kortdurende inzet. Wanneer daarna langdurig specialistische jeugdhulp nodig is, dient alsnog een integraal plan opgesteld te worden.

Vijfde lid, besluit na artsverwijzing specialistische jeugdhulp In dit lid wordt duidelijk gemaakt dat het college feitelijk een besluit tot inzet van specialistische jeugdhulp (niet zijnde hoogspecialistische jeugdhulp) na een verwijzing van de huisarts, jeugdarts, of medisch specialist neemt op het moment dat de jeugdhulpaanbieder zich bij de gemeente meldt met een verzoek tot toewijzing van zorg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10830363/1