9. Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Havenstraatterrein GEANONIMISEERD_def.pdf
Tekst van het document
70
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 22.8 Adressant geeft aan grondig kennis te hebben genomen van alle geldende bestemmingsplannen, voordat zij hier kwam wonen. Daarin werd gesproken over laagbouw, nijverheid, verkeerswegen en een verbod op bewoning. Adressant geeft aan op basis daarvan in 2006 het huurcontract te hebben getekend. Adressant meldt dat het huidige ontwerp een muur van hoogbouw is en dat dit niet past binnen de huidige bestemmingsplannen voor het Havenstraatterrein. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.8. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 22.9 Adressant geeft aan in 2006 door de gemeente zijn geïnformeerd dat het terrein onderdeel zou gaan uitmaken van de groenstrook die de fiets- en voetganger verbinding zou moeten leggen tussen het Haarlemmermeercircuit en het Amsterdamse Bos. Ook de afgelopen jaren heeft de gemeente altijd bericht dat zij grote waarde hecht aan het verbeteren van die verbinding in het kader van veiligheid van fietsers en voetgangers en het vergemakkelijken van de toegang tot het Amsterdamse Bos.
Adressant vraagt zich af wat er van deze plannen terecht komt met huizen in het plangebied. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.9. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 22.10 Adressant vindt dat wordt doorgegaan met het in stand houden van een verwarrende lappendeken aan bestemmingsplannen voor het Havenstraatterrein met postzegelbestemmingsplannen, soms zelfs per gebouw en met veel overlap in de bestemmingsgebieden. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.10. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
71
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ 22.11 Adressant is van mening dat er een overzichtelijk bestemmingsplan zou moeten zijn voor een gebied als het Havenstraatterrein, zeker nu alle bestemmingsplannen van dit gehele gebied ter herziening worden voorgesteld door de gemeente. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 12.11. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 22.12 Adressant stelt dat met de blokken met hoogbouw zodanig zijn geplaatst dat het uitzicht volledig wordt ontnomen. Adressant geeft aan dat er tijdens de inspraakperiode van 2013 meermaals om impressietekeningen vanaf de Afroditekade is gevraagd en dat deze informatie pas na de inspraakperiode door het stadsdeel is verstrekt. Adressant meldt dat in de communicatie naar de gemeenteraad het stadsdeel ten onrechte stelt dat deze informatie tijdens de inspraakperiode is verstrekt. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.13. Conclusie: Voor de conclusie wordt verwezen naar de conclusie onder 11.13.
22.13 Adressant heeft gevraagd om de gevolgen van schaduwwerking op zijn woning en straat, de bezonningsstudie laat echter niet zien wat de schaduwwerking is van de geplande hoogbouw na 18.00 uur. Adressant geeft aan dat de afgelopen maanden meermaals om deze informatie is gevraagd en dat deze informatie pas na de inspraakperiode door het stadsdeel is verstrekt. Adressant meldt dat in de communicatie naar de gemeenteraad het stadsdeel ten onrechte stelt dat deze informatie tijdens de inspraakperiode is verstrekt. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.14. Conclusie: Voor de conclusie wordt verwezen naar de conclusie onder 11.14. 22.14 Adressant vindt dat in de voorontwerpen weinig tot geen architectonische verrijkingen van de buurt zitten en dat de hoogte en vormgeving van de beoogde complexen niet aansluiten bij Plan Zuid van Berlage en de Amsterdamse Stijl. Adressant stelt dat architectuur en vormgeving belangrijk zijn, aangezien de complexen het uitzicht volledig gaan belemmeren van honderden bewoners en van verre zichtbaar is voor passanten. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.15. 72
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’
Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 22.15 Adressant is van mening dat de voorgestelde hoogte-accenten niet passen binnen de A10, omdat Amsterdam binnen de Ring immers geen skyline of hoogbouw heeft. Antwoord: Het bestemmingsplan is aangepast en maakt geen hoogteaccenten meer mogelijk. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 22.16 Adressant vindt dat er te veel hoogbouw in de omgeving ontstaat, terwijl er juist behoefte is aan laagbouw vanwege de leefbaarheid in de buurt. Adressant vindt het vreemd dat nieuwe hoogbouw wordt geplaatst naast bestaande hoogbouw, omdat de leefbaarheid hierdoor sterk afneemt en er te weinig speelruimte is voor de kinderen. Antwoord: Het bestemmingsplan is aangepast en maakt geen hoogbouw meer mogelijk. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 22.17 Adressant meldt dat in 2012 het plan nog voor een aanzienlijk deel uit laagbouw inclusief eengezinswoningen bestond, met als achtergrond het grote tekort aan eengezinswoningen in Oud Zuid. Volgens adressant zijn de laagbouw-eengezinswoningen uit het project verdwenen en lijkt het vooral een project om zoveel mogelijk appartementen te creëren voor mensen die nog niet in Amsterdam wonen.
Adressant stelt dat de eengezinswoningen zijn opgeofferd voor financiële winstmaximalisatie, terwijl een hogere leefbaarheid toegevoegde waarde zou moeten hebben voor Amsterdam. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.18. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 22.18 Adressant stelt dat door uit te gaan van huurwoningen, een onbalans tussen koopwoningen en vrije- en sociale huurwoningen ontstaat. Adressant stelt dat mensen met een koopwoning vaak langer in een buurt wonen dan huurders en daarmee voor een goede sociale basis en leefbaarheid zorgen. Adressant vindt dat buurtbewoners die thans huren en graag in de directe omgeving zouden willen kopen, onnodig worden beperkt in hun mogelijkheden, omdat er in de huidige omgeving te weinig koopwoningen zijn.
73
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.19. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 22.19 Adressant stelt dat de politieke wenselijkheid van betaalbare huurwoningen voor middeninkomens niet aansluit bij de financiële realiteit. Daarbij wordt aangegeven dat dit soort projecten alleen mogelijk zijn als de ontwikkelaar/aannemer een grote korting geeft aan de gemeente en als de opdrachtgever drastisch bezuinigt op het ontwerpbestek waardoor woningen van een matige kwaliteit worden. Volgens adressant zijn vergelijkbare projecten voor betaalbare huurwoningen gefaald en moesten de woningen bij heraanbesteding als koop- of vrije sectorwoningen worden verkocht. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.20. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 22.20 Adressant stelt dat investeerders bouwprojecten voor middeninkomens als te risicovol zien wat de kernoorzaak is van het tekort aan woningen voor deze doelgroep.
Adressant wijst erop dat als het project faalt, de beoogde betaalbare huurwoningen voor middeninkomens waarschijnlijk zullen veranderen in koop/huurappartementen voor hogere inkomens, de kosten van her-aanbesteding hoog zullen zijn en nieuwe aannemers zullen risico’s van een over te nemen project verrekenen in de intekenprijs. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.21. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 22.21 Adressant vindt dat belanghebbenden onvoldoende gelegenheid hebben gekregen om kennis te nemen van de projectrisico’s en de (on)haalbaarheid van de huurwoningen in het midden-inkomenssegment, aangezien de financiële paragraaf geheim wordt gehouden. Adressant stelt dat de kans groot is dat het project anders kan eindigen dan vooraf aan omwonenden is voorgesteld, waardoor omwonenden worden geschaad in hun inspraakrechten. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.22. 74
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’
Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Adressant 23 23.1
Adressant geeft aan grote persoonlijke, zakelijke en emotionele binding te hebben met het terrein waar hij met zijn ouders sinds zijn geboorte woonachtig is geweest en sinds jaar en dag terrein met daarop gehuurde opstallen huurt. Volgens adressant is sprake van historische grond met historische bebouwing, daterend van voor de oorlog, waarvan de kans stijgt dat deze wordt opgeofferd aan een onduidelijk doel. Antwoord: De gemeente onderkent dat het plangebied een gebied met een bijzondere geschiedenis betreft. Uit het cultuurhistorisch verkenning blijkt echter dat er, met uitzondering van het Haarlemmermeerstation en de naastgelegen voormalige directeurswoning, geen sprake is van cultuurhistorische waardevolle bebouwing die moet worden behouden. De gemeente deelt de mening van adressant dat het terrein wordt opgeofferd voor een onduidelijk doel niet. Het bestemmingsplan maakt de transformatie tot gemengd woon-werkgebied mogelijk. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
23.2 Adressant stelt dat het plan op geen enkele wijze rekening houdt met de bestaande bedrijvigheid op het terrein, waarvoor op geen enkele wijze voorziening is getroffen. Volgens adressant is zijn bedrijf rechtmatig en rechtsgeldig gevestigd. Antwoord: In het kader van de transformatie van het plangebied is het niet mogelijk om de huidige bebouwing, met uitzondering van het Haarlemmermeerstation en de naastgelegen voormalige directeurswoning, te behouden. De meeste bedrijven in het plangebied, waaronder ook adressant, zijn hier gevestigd op basis tijdelijke grondhuurcontracten. Deze contracten worden gefaseerd opgezegd door de gemeente, zodat de bestaande opstallen tijdig kunnen worden verwijderd. Het eventueel verstrekken van een vergoeding aan loodshouders is een zaak tussen de gemeente en de betreffende huurder. De basis hiervoor is het contract dat elke huurder met de gemeente heeft en de daarbij geldende wetgeving. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 23.3 Adressant meldt dat het enige doel van het bestemmingsplan lijkt te zijn het mogelijk maken van bebouwing en het wegkrijgen van de huidige bedrijvigheid.
Volgens adressant heeft het de bestemming van de huidige terreinen tot woningbouw tot gevolg dat ofwel de bestaande bedrijven moeten wijken ofwel zodanig in hun functioneren worden belemmerd dat wij wel moeten verdwijnen teneinde woningbouw mogelijk te maken.
75
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 23.2. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 23.4 Adressant geeft aan dat bij het maken van de plannen geen sprake is geweest van enige inspraak over overleg of ook maar het onderzoeken van de mogelijkheid dat de bedrijvigheid kan worden behouden, bijvoorbeeld op de begane grond van de toekomstige bouwblokken. Daarbij refereert adressant aan stadswijken als De Pijp waar een mix wordt gevonden tussen bedrijvigheid op de begane grond met daarboven woningen. Adressant stelt dat niet is onderzocht of dit uitvoerbaar zou zijn, laat staan dat er overlegd is met de rechtmatige bedrijfsexploitanten op het terrein. Antwoord: Indien bedrijven dat willen worden zij door de gemeente ondersteund bij het vinden van een nieuwe locatie. Aangezien het bestemmingsplan ruimte biedt voor bedrijvigheid in de begane grond, kunnen bedrijven die passen binnen de beoogde bestemming mogelijk een ruimte in een van bouwblokken huren. De gemeente gaat echter niet over de toewijzing van bedrijfsruimtes in het plangebied. Over de invulling van de nieuwe bedrijfsruimtes wordt beslist door de toekomstige eigenaren.
Wel kan de gemeente bij die eigenaren een aanbeveling doen als dat bedrijf binnen de bestemming past. Ten aanzien van de inspraak en het gevoerde overleg met de huurders wordt verwezen naar de beantwoording onder 8.2. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 23.5 Adressant is van mening dat er van inspraak feitelijk geen sprake is geweest, omdat de insprekers die het woord hebben gevoerd geen enkele binding met de buurt hebben noch daar woonachtig zijn dan wel enig belang bij de inspraak hebben gehad anders dan zichzelf te horen. Antwoord: De gemeente betreurt dat adressant het gevoel heeft gehinderd te zijn in de inspraak. Eenieder krijgt tijdens de commissievergadering dezelfde hoeveelheid spreektijd. Tijdens informatiebijeenkomsten staat het eenieder vrij om vragen te stellen en de discussie met vertegenwoordigers van de gemeente aan te gaan. De belangen van omwonenden en ondernemers zijn betrokken bij de besluitvorming over het bestemmingsplan. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
76
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ 23.6 Adressant stelt dat in het bestemmingsplan sprake is van een bestemming van een klein stukje van het Havenstraatterrein, namelijk de bebouwing zelf, terwijl voor de terreinen die direct aangelegen zijn zoals het stuk waarover de museumtramlijn rijdt, geen bestemmingsplan wordt gemaakt. Volgens adressant lijkt de begrenzing van het postzegelplan zodanig te zijn gekozen met als enig doel de bedrijfsgebouwen van de exploitanten zo direct mogelijk te treffen en daarmee weg te krijgen. Antwoord: Het bestemmingsplan voorziet in een nieuw juridisch-planologisch kader voor de transformatie van het Havenstraatterrein. Het bestemmingsplangebied Havenstraatterrein is gelijk aan het plangebied, waarvoor het Investeringsbesluit en bijbehorende grondexploitatie zijn vastgesteld. De veronderstelling van adressant dat het bestemmingsplan alleen zou zien op de beoogde bebouwing en niet op de direct aangelegen terreinen is niet juist. Voor het gebied rondom het Havenstraatterrein is in 2013 het bestemmingsplan Olympisch Stadion e.o. vastgesteld. Het plangebied Havenstraatterrein is destijds, vanwege de planvoorbereiding, bewust buiten dat bestemmingsplan gelaten.
Voor een deel van het plangebied Olympisch Stadion e.o., te weten bedrijventerrein Karperweg-Zuid (de bebouwing tussen de Karperweg en de Stadiongracht), was er aanleiding om een nieuw bestemmingsplan vast te stellen. Daarmee is voor dat betreffende gebied, dat geen onderdeel uitmaakt van het projectgebied Havenstraatterrein, het vigerende bestemmingsplan vervangen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 23.7
Adressant vindt het uitermate onredelijk dat aan de ondernemers die ter plaatse hun bedrijf exploiteren tot op heden op geen enkele wijze een acceptabele vorm van financiële compensatie is geboden, te meer omdat de in erfpacht uit te geven grond een regelmatige inkomstenbron voor de gemeente betekent. Adressant stelt dat een bestemmingsplan bij een reële afweging voorzien moet zijn van een dergelijke overgangs- c.q. planregeling, temeer daar in de stadsdeelvergadering uitdrukkelijk om is verzocht. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 23.2. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de ondernemers op het terrein de grond al lange tijd ver beneden de marktwaarde huren en dat de huursom lange tijd niet door gemeente Amsterdam is verhoogd. Het Havenstraatterrein is een centraal stedelijke locatie, waardoor de grond in de huidige markt veel waard is. Door transformatie van het gebied komt deze waarde via erfpachtinkomsten ten goede aan de gemeente als geheel en aan meer mensen dan alleen de gevestigde gebruikers, die hier al jaren voor een extreem lage huur zijn gevestigd. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
23.8 Adressant geeft aan dat het financiële verhaal en de exploitatiebegroting niet ter inzage zijn gelegd zodat de financiële onderbouwing en ondersteuning van het plan onduidelijk is en 77
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ niet in de afweging is/wordt betrokken. Volgens adressant lijkt het dat de gemeente zich in financiële zin rijk rekent zonder daarbij rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van adressant en zijn collega bedrijven. Antwoord: Dit onderdeel van de zienswijze heeft betrekking op de financiële paragraaf bij het Investeringsbesluit en valt daarmee buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan. Om de financiële belangen van de gemeente niet te schaden is de financiële paragraaf bij het Investeringsbesluit geheimgehouden. De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van het Investeringsbesluit hier wel kennis van genomen. Niet valt in te zien op welke wijze belanghebbenden hierdoor in hun inspraakrechten zijn geschaad. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 23.9 Adressant verzoekt om het bestemmingsplan te herzien dan wel aan te passen zodat de bestaande bedrijven en bebouwing kunnen blijven bestaan en indien woningbouw moet worden doorgevoerd, een adequate en fatsoenlijke compensatieregeling voor de aanwezige bedrijven wordt gerealiseerd. Antwoord: Zoals aangegeven is het niet mogelijk om de bestaande bebouwing in het kader van de herontwikkeling van het Havenstraatterrein te behouden.
Ten aanzien van compensatie wordt verwezen naar de beantwoording onder 23.2. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Adressant 24 24.1 Adressant geeft aan een akoestisch onderzoek te hebben laten opstellen, waaruit blijkt dat de geluidsbelasting ter plaatse van de maatgevende woningen van het nieuwbouwplan ten hoogste 54 dB(A) bedraagt. Om de bedrijfsvoering voort te kunnen zetten, waarbij wordt voldaan aan de vereiste normstelling van 50 dB(A) op de maatgevende woningen, zijn geluidmaatregelen noodzakelijk. Adressant treedt hierover graag met de gemeente in gesprek. Antwoord: Adressant is voornemens om de huidige transformatoren ter plaatse van het onderstation Karperweg te vervangen door nieuwe (tevens stillere) transformatoren. De vervanging is noodzakelijk om voor een groot deel van stadsdeel Zuid de leveringszekerheid van elektriciteit te kunnen blijven garanderen. Deze nieuwe transformatoren worden geplaatst in nieuwe trafocellen. Hierover hebben adressant en de gemeente uitvoerig overleg over gevoerd. In goed overleg met de gemeente heeft adressant akoestisch onderzoek laten uitvoeren dat als basis heeft gediend voor het geluidsonderzoek bij bestemmingsplan Havenstraatterrein.
Met dat onderzoek heeft adressant aangetoond dat de vervanging van de transformatoren en het plaatsen in nieuwe trafo-cellen ter plaatse van de maatgevende woningen op het 78
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Havenstraatterrein kan worden voldaan aan de standaard grenswaarden Activiteitenbesluit van 50 dB(A). Daarbij is rekening is gehouden met een toeslag van 5 dB(A) vanwege het tonale karakter van het geluid. Over onder meer de vervanging van de huidige transformatoren heeft de gemeente inmiddels afspraken gemaakt met adressant. Op basis van de huidige planning is de vervanging van de transformatoren afgerond voordat de aangrenzende woningen op het Havenstraatterrein in gebruik worden genomen. Met de afspraken is vastgelegd dat de bedrijfsvoering van adressant niet wordt beperkt en dat ter plaatse van de woningen in het plangebied aan de geluidsnormen wordt voldaan. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 24.2 Adressant verzoekt om de in hoofdstuk 8.7 de tekst over magnetische veldsterkte aan te passen, in die zin dat het gaat om een jaargemiddelde magnetische veldsterkte van 0,4 microtesla. Antwoord: De reactie van adressant is gegrond. In de plantoelichting is toegevoegd dat de magnetische veldsterkte een jaargemiddelde betreft. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel is paragraaf 7.7 van de plantoelichting aangepast.
24.3 Adressant geeft aan dat een zwak statistisch verband is gevonden tussen het wonen in de directe nabijheid van een bovengrondse hoogspanningslijn en een licht verhoogde kans op kinderleukemie bij kinderen tot 15 jaar. Adressant stelt dat dus geen sprake is van een gevonden statistisch verband tussen blootstelling aan magnetische velden en ziekten en aandoeningen. Adressant verzoekt deze tekst in paragraaf 8.7.1 van de plantoelichting aan te passen. Antwoord: De gemeente heeft uitvoerig overleg gehad met adressant over de tekst over magnetische veldsterkte in de plantoelichting van het bestemmingsplan. Op basis daarvan is overeenstemming bereikt over de tekst in de plantoelichting over onderzoek en mogelijke risico’s. Uit onderzoek volgt dat kinderen die langdurig verblijven in de directe nabijheid van een bovengrondse hoogspanningslijn, mogelijk een extra risico lopen op leukemie. Dit verhoogde risico tekent zich af bij langdurige blootstelling aan magneetvelden sterker dan 0,4 microtesla bij bovengrondse hoogspanningslijnen. Het is echter niet duidelijk of het magneetveld de oorzaak is van deze correlatie. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel is paragraaf 7.7.1 van de plantoelichting aangepast.
79
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ 24.4 Adressant wijst op de tekst in paragraaf 8.7.2 van de plantoelichting waarin is vermeld dat voor 50 Hz magnetische velden een grenswaarde geldt van 500 microtesla voor mensen die langdurig aan magnetische velden worden blootgesteld. Adressant geeft aan dat dit op basis van de EU richtlijn 2013_13_EU dit 1000 microtesla is en dat dit ook geldt voor kortstondige blootstelling. Adressant verzoekt de tekst hierop aan te passen. Antwoord: De reactie van adressant is gegrond. In de plantoelichting is toegevoegd dat de grenswaarde voor langdurige blootstelling aan magnetische velden is bijgesteld naar 1000 microtesla. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel is paragraaf 7.7.2 van de plantoelichting aangepast. 24..5 Adressant geeft aan dat in werksessies met de gemeente is gekeken naar haalbare tracés voor eventuele kabelverleggingen en wat een voorkeurstracé zou zijn, maar dat daarbij niet specifiek naar EM-velden is gekeken. Adressant geeft aan in dat verband geen uitspraak te kunnen doen over de invloed van tracé-aanpassingen op de aanwezige EM-velden en dat indien gewenst EM-veldberekeningen moeten worden gemaakt. Adressant verzoekt de plantoelichting op dit punt aan te passen.
Antwoord: In het kader van de herontwikkeling van het plangebied worden diverse hoog- en middenspanningskabels in overleg met adressant verlegd. De 50 kV hoogspanningskabels worden in zuidelijke richting verlegd en komen daarmee op dusdanige afstand van nieuwe bebouwing te liggen dat deze wat magnetische veldsterkte betreft geen belemmering vormen. Ook enkele 10 kV middenspanningskabels worden in het kader van de ontwikkeling verlegd. De beoogde kabeltracés worden in mantelbuizen gelegd en lopen ten zuidoosten van blok 1 en 2 en tussen blok 1 en 2. In dat kader heeft adressant op 9 juni 2017 nader onderzoek gedaan naar de magneetvelden in de nieuwe situatie. Daaruit volgt dat de jaargemiddelde 0,4 microtesla contour geen overlap heeft met de nieuwe bebouwing. Wel is sprake van een minimale overlap met het meest zuidoostelijke puntje van het beoogde schoolplein (0,5 m2). Dit vormt echter geen probleem, omdat hier nauwelijks extra blootstelling is doordat kinderen niet langdurig op precies die plek zullen verblijven. Dit is ook door de GGD Amsterdam bevestigd. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel is paragraaf 7.7.3 van de plantoelichting aangepast. 24.6 Adressant merkt op dat het gebruik van de woorden ‘onaanvaardbare stralingsniveau’ onduidelijk is.
Daarbij stelt adressant dat de Europese aanbeveling voor blootstelling aan burgers aan EM-velden 100 microtesla is voor 50 Hz magneetvelden. Adressant verzoekt de tekst op dit punt aan te passen. Antwoord: De aanvaardbaarheid van het stralingsniveau heeft betrekking op Europese grenswaarde, rijksbeleid en gemeentelijk beleid. De betreffende zinsnede ‘onaanvaardbare stralingsniveau’ in paragraaf 7.7.2 van de plantoelichting is inmiddels in overleg met adressant aangepast.
80
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ In Europa geldt dat ten aanzien van blootstelling van de algehele bevolking een grenswaarde van 100 microtesla wordt aangehouden. Het rijksbeleid voor magnetische veldsterkte richt zich uitsluitend op nieuwe situaties rond bovengrondse hoogspanningslijnen, zoals nieuw te bouwen woningen of nieuw aan te leggen bovengrondse hoogspanningslijnen. De rijksoverheid probeert het beleidsdoel te bereiken door gemeenten en netbeheerders te vragen om geen gevoelige bestemmingen te realiseren binnen een zone langs bovengrondse hoogspanningslijnen waar de jaargemiddeld magnetische veldsterkte hoger is dan 0,4 microtesla. Het college van B&W van Amsterdam heeft op 4 juli 2006 beleid vastgesteld voor magnetische velden veroorzaakt door onderstations en transformatorstations in Amsterdam. Dit beleid is gebaseerd op advies van de GGD. De kern van het collegebeleid is dat er in nieuwe situaties naar wordt gestreefd dat kinderen niet langdurig kunnen verblijven op plaatsen waar de jaargemiddelde magnetische fluxdichtheid hoger is dan 0,4 microtesla. Dat betekent dat er bij voorkeur geen nieuwe gevoelige functies waar kinderen langdurige kunnen verblijven (zoals woningen, kinderdagverblijven en scholen) op die plaatsen worden gerealiseerd.
Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel is paragraaf 7.7.2 van de plantoelichting aangepast. Adressant 25 25.1 Adressant vindt dat het besluitvormingsproces nergens op lijkt en door het stadsdeelbestuur en de centrale stad is gefrustreerd. Zeker in de beginfase van het besluitvormingsproces is volgens adressant met opzet de hand gelicht met de vereiste voorlichting aan en inspraakmogelijkheid voor bewoners en belanghebbenden, terwijl de bestuurders/vertegenwoordigers van het stadsdeel de indruk probeerden te wekken dat aan alle voorwaarden voor een correcte procedure was voldaan. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 8.2 en 11.1. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 25.2 Adressant geeft aan dat de commissie- en deelraadvergaderingen van 4 en 18 december 2013 cruciaal zijn, omdat daar woedende protesten van buurtbewoners en terreingebruikers over de raadsleden zijn uitgestort. Volgens adressant bleken de tientallen inspraakbijdragen, 115 bezwaarschriften en bijna drieduizend protesthandtekeningen van gebruikers en omwonenden tegen het plan niet meer te zijn dan een formaliteit en inhoudelijk niet van belang voor een als correct gepresenteerde procedure.
Antwoord: Dit onderdeel van de zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.
81
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 25.3 Adressant vindt het feit dat de laatste vergadering op een ontruiming van de publieke tribune door de politie uitliep niet bepaald reclame is voor de aanpak van de gehele procedure door de bestuurders van stadsdeel Zuid. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.3. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 25.4 Adressant stelt dat de raadsleden zich tijdens beide vergaderingen overrompeld waren door de golf van negatieve reacties en waren verbaasd dat pas ruim een jaar na het nemen van een principebesluit over de toekomst van het Havenstraatterrein, zo velen hun protest lieten horen. Volgens adressant is een dergelijk heftig protest op dat moment bij een correct gevolgde procedure onverklaarbaar. Antwoord: Over de strategienota (2010) en het projectbesluit (2012) heeft geen inspraak plaatsgevonden. Het concept Investeringsbesluit en het voorontwerpbestemmingsplan hebben in 2013 in het kader van de inspraak ter inzage gelegen. Dat was het eerste moment dat belanghebbenden en betrokkenen hun reactie kenbaar hebben kunnen maken bij het stadsdeelbestuur.
In dat opzicht is te verklaren dat de pas op dat moment reacties kenbaar werden gemaakt. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 25.5 Adressant is van mening dat het stadsdeel en de projectgroep meer belang hechtten aan het op hoge snelheid doordrijven van een aan alle kanten rammelend plan dan aan de inhoud ervan. Adressant geeft aan dat het baseren van een bestemmingsplan op een vermoedelijk met opzet niet correct gevolgde besluitvormingsprocedure een doodzonde is in de moderne stedelijke democratie. Antwoord: De gemeente deelt de mening van adressant dat de besluitvormingsprocedure niet correct zou gevolgd niet. Bovendien wordt deze veronderstelling door adressant niet onderbouwd. In het kader van het concept Investeringsbesluit en het voorontwerpbestemmingsplan heeft inspraak plaatsgevonden. Na verwerking van de inspraakreacties is het Investeringsbesluit op 18 december 2013 door de stadsdeelraad Zuid vastgesteld. In 2015 is het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.
82
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 25.6 Adressant vindt dat het opgestelde overzicht van de procedure en contactmomenten met de buurt en de gebruikers van het terrein opvallend onzorgvuldig, onjuist en suggestief was. Volgens adressant werd het falen van het stadsdeelbestuur overduidelijk, toen de belangenvereniging met een eigen verslag kwam. Adressant stelt dat de verantwoordelijke bestuurders alle protesten tegen deze gang van zaken zonder commentaar naast zich neer hebben gelegd. Antwoord: Dit onderdeel van de zienswijze heeft geen betrekking op het bestemmingsplan, maar op de besluitvorming over het Investeringsbesluit Havenstraatterrein in de stadsdeelraad Zuid. Voor de inspraak wordt verwezen naar de beantwoording onder 8.2 en 11.1. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 25.7 Adressant vraagt zich af waarom is gekozen voor een dicht bebouwde stadswijk, met een voor wat betreft architectuur en bewoningsdichtheid geheel ander karakter dan de rest van de woningbouw daar omheen. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.15 en 11.17.
Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 25.8 Adressant zich af waarom niet is gekozen voor een meer open karakter van bebouwing, meer ruimte voor kleinbedrijf en voor het unieke terrein achter het Haarlemmermeerstation met perrons, fraaie remise en veel groen. Volgens adressant zou dit veel beter passen bij de achterliggende park-eilanden en een meer geleidelijke overgang bieden van stad naar park. Adressant vraagt zich af of een alternatieve indeling van het gebied, die tegen lagere investeringen kan worden gerealiseerd, te weinig oplevert voor de stad. Antwoord: Een belangrijke pijler van de Structuurvisie Amsterdam was intensivering van het grondgebruik in Amsterdam, waardoor meer mensen woon- en werkruimte wordt geboden. Dat beleid is met de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 voortgezet. Deze intensivering leidt tot de uitrol van het centrumgebied, die zich het sterkst manifesteert via het aantal extra woningen die zullen worden gebouwd in monofunctionele werkgebieden, maar in de nabije toekomst tot het (hoog)stedelijke centrumgebied gaan behoren. Er zullen met name appartementen in een stedelijke, gemengde setting zullen worden gebouwd, waarbij het gaat om locaties die net binnen of buiten de Ringweg A10 zijn gelegen. Het Havenstraatterrein is één van deze locaties.
83
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Het bestemmingsplan voorziet in een gemengd programma, waarin in de begane grond van de bouwblokken ook ruimte is voor bedrijvigheid. De gehele oever langs de Stadiongracht blijft vrij van bebouwing en de aangrenzende parkstrook krijgt een hoogwaardige groene inrichting zodat een aantrekkelijke overgang gerealiseerd kan worden tussen park en stad. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 25.9 Adressant stelt dat in de plannen de nadruk wordt gelegd op het bijzondere karakter van het gebied, maar dat dit slechts spaarzaam tot uitdrukking wordt gebracht in de huidige plannen. Antwoord: In de huidige situatie dragen de aanwezigheid van het stationsgebouw, de woonvilla aan de Amstelveenseweg, de sporen, de trams en bijbehorende elementen bij aan de beleving van de historie in het plangebied. Dit wordt onderschreven in het cultuurhistorisch onderzoek dat als bijlage bij de plantoelichting is gevoegd. Het Haarlemmermeerstation was oorspronkelijk een kopstation. In de afgelopen decennia is deze situatie echter al gewijzigd, er zijn diverse loodsen op het voormalige emplacement gerealiseerd en de trams rijden nu via een grote keerlus achter het stationsgebouw langs.
Binnen de herontwikkeling van het Havenstraatterrein tot gemengd woon-werkgebied is het niet mogelijk om de functie van het kopstation in oude luister te herstellen. Wel blijven het Haarlemmermeerstation en naastgelegen villa behouden en is een locatie gereserveerd voor het verplaatsen van het voormalige wisselwachtershuis. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 25.10 Adressant geeft aan dat de belangenvereniging van gebruikers van het Havenstraatterrein in het verleden, vanaf circa 2000, het stadsdeel Zuid verschillende malen uitgewerkte ideeën voorgelegd ten aanzien van een herinrichting van het terrein als dynamisch bedrijventerrein, gekoppeld aan behoud van het unieke karakter van dit laatste rafelrandje van de oude stad. Adressant meldt dat deze plannen waren gebaseerd op de nota Kleinschalige bedrijfshuisvesting Amsterdam (1999). Volgens adressant werd, behalve in 2000, nooit op de inhoud van deze ideeën ingegaan. Adressant vraagt waarom er niet meer moeite is gedaan om de belangenvereniging in de plannen te betrekken.
Antwoord: In de nota ‘Kleinschalige bedrijfshuisvesting in Amsterdam‘ (vastgesteld door college van B&W op 14 december 1999) worden beleid en maatregelen beschreven om bestaande kleinschalige bedrijvenconcentraties te behouden en om het aanbod van nieuwe kleinschalige bedrijfsruimten te vergroten. Ook het gebied Karperweg/Haarlemmermeerstation wordt daarin genoemd als bedrijvenlocatie met een bijzondere bescherming. Deze door adressant aangehaalde beleidsnotitie is geen aanvullend toetsingskader op het Structuurplan Amsterdam 1996. Deze nota is al in 2003 herroepen, toen de Schinkelreservering van het Havenstraatterrein werd gehaald en werd gestart met ideevorming voor herbestemming. Bovendien, de visie op de ontwikkeling van Amsterdam heeft de afgelopen jaren niet stilgestaan. In de Structuurvisie
84
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Amsterdam (2011) was het plangebied aangewezen als gemengd woon-werkgebied, welk beleid met de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is voortgezet. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 25.11 Adressant geeft aan dat, ondanks alle mooie woorden in het ontwerpbestemmingsplan over de museumtram, dat dit voor de stad unieke instituut veel ruimte moet inleveren in ruil voor een enorme verhoging van de huurprijs. Adressant stelt dat de vrije markt in de huursector blijkbaar belangrijker is voor de gemeente dan de instandhouding van dit cultuurgoed. Adressant vindt dat de museumtram de beschikking moet krijgen over meer ruimte tegen een veel lagere huurprijs en vindt dat projectontwikkelaars en de gemeente niet de gelegenheid mogen krijgen de museumtram van de kaart te vegen. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 12.2, 12.3 en 12.5. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
25.12 Adressant geeft aan dat de rotonde Amstelveenseweg een brandpunt van verkeersstremming en oponthoud is, zeker in de spitstijden en blijft de rotonde, ondanks pogingen van de gemeente inrichting overzichtelijker te maken en de doorstroming te bevorderen, een overbelast verkeersobstakel. Volgens adressant is de belofte van een goede bereikbaarheid van het gebied via de Havenstraat en Karperweg volledig inhoudsloos. Daarbij meldt adressant dat de plannen tot overmaat van ramp voorzien in een basisschool, met alle problemen van af- en aanvoeren van kinderen, vaak per auto. Adressant kan zich niet voorstellen dat de gemeenteraad zal denken over vaststelling van het bestemmingsplan, zonder een grondige studie van de verkeerstechnische problemen en het vinden van oplossingen. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 2.4. Ten aanzien van de basisschool wordt opgemerkt dat deze is voorzien in bouwblok 2. Voor die locatie is gekozen opdat ouders die per auto hun kinderen brengen niet ver het plangebied in hoeven. Het afzetten zal plaatsvinden in de straat tussen bouwblok 1 en 2. Naar verwachting wordt slechts een deel van de kinderen per auto gebracht en zal de toename van autoverkeer ten gevolge van de inpassing van de school beperkt zijn.
Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel is hoofdstuk 6 van de plantoelichting aangepast op basis van het geactualiseerde verkeersonderzoek. 25.13 Adressant stelt dat de brug over de Stadiongracht, noodzakelijk genoemd ter ontsluiting van een dicht bewoond Havenstraatterrein, voor de bevordering van de doorstroming volstrekt onvoldoende is en ook niet als zodanig is bedoeld. 85
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’
Antwoord: De nieuwe brug over de Stadiongracht maakt een verbinding tussen het Havenstraatterrein en Olympisch Kwartier Noord. De meerwaarde vanuit stedenbouwkundig oogpunt is dat een fijnmazig fietsnetwerk ontstaat. De brug is geenszins bedoeld voor de ontsluiting van het plangebied voor gemotoriseerd verkeer, maar is uitsluitend bedoeld voor fietsers en voetgangers. Het gemotoriseerd verkeer wordt via de Havenstraat en de Karperweg afgewikkeld op de Amstelveeenseweg. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 25.14 Adressant geeft aan dat om onduidelijke redenen is gekozen voor het presenteren van een apart ontwerpbestemmingsplan voor het Karperweg-gebied, terwijl dit volgens adressant werkzaam onderdeel vormt van de totaalplanning voor het Havenstraatterrein. Adressant veronderstelt dat dit een strategische keuze is geweest van de plannenmakers, omdat het ene plan zodanige voorwaarden voor de realisering van het andere bevat dat de raad hier wel mee in moet stemmen. Antwoord: De veronderstelling van adressant dat het bestemmingsplan Bedrijventerrein Karperweg-Zuid is opgesteld om de noodzakelijke voorwaarden te scheppen voor het bestemmingsplan Havenstraatterrein is onterecht.
Het is wenselijk om voor het Havenstraatterrein een eigen ´projectbestemmingsplan´ op te stellen, waarvan het plangebied overeenkomt met die van het vastgestelde Investeringsbesluit en bijbehorende grondexploitatie. De planvoorbereiding voor het plangebied loopt al jaren en kent een geheel eigen dynamiek. Zo is het project Havenstraatterrein aangewezen als ontwikkelingsgebied in het kader van de Crisis- en herstelwet. Bedrijventerrein Karperweg-Zuid is geen onderdeel van het gebied dat getransformeerd wordt tot gemengd woon-werkgebied. De ontwikkelingen die aanleiding hebben gegeven voor het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor het bedrijventerrein Karperweg-Zuid staan los van het project Havenstraatterrein. Zo voorziet dat bestemmingsplan in het planologisch mogelijk maken van een tweetal initiatieven: de ontwikkeling van een bedrijfsverzamelgebouw op Karperweg 33 en een aanpassing ter plaatse van het transformatorstation Karperweg. Deze ontwikkelingen waren niet mogelijk op grond van het vigerende bestemmingsplan Olympisch Stadion e.o. Voor wat betreft de aanpassing van het transformatorstation geldt dat deze aanpassing noodzakelijk is om voor een groot deel van stadsdeel Zuid de leveringszekerheid van elektriciteit te kunnen garanderen.
Gunstige bijkomstigheid is dat deze aanpassing tot een reductie van de geluidsbelasting leidt, wat van belang is voor de ontwikkeling van het aangrenzende Havenstraatterrein. In ieder geval leiden deze ontwikkelingen in geen enkel opzicht tot de noodzaak dat de bestemmingsplannen voor het Havenstraatterrein en bedrijventerrein Karperweg-Zuid moeten worden samengevoegd.
86
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 25.15 Adressant geeft aan een zienswijze te hebben ingediend over ontwerpbestemmingsplan voor het Karperweg-gebied, maar tot op heden geen antwoord is ontvangen. Adressant vindt het onacceptabel dat een zienswijze met betrekking tot ontwerpbestemmingsplan Havenstraatterrein moet worden ingediend, terwijl de zienswijzen over het belendende ontwerpbestemmingsplan nog niet eens zijn beantwoord. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 8.6. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 25.16 Adressant stelt dat de bodemgesteldheid van het Havenstraatterrein reeds vele jaren geleden, onder andere in het kader van eerdere bouwplannen voor een stadsdeelkantoor, een groot probleem voor het realiseren van bebouwing ter plaatse. Daarbij geeft adressant aan dat loodseigenaren in 1999, bij het aangaan van een nieuw huurcontract, werd aangeraden nulmetingen te doen om later niet aansprakelijk te worden gesteld voor bodemverontreiniging. Adressant vindt het opmerkelijk dat de zware verontreiniging voor de bouw van woonblokken blijkbaar geen bezwaar is.
Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 9.4. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 25.17 Adressant stelt dat het door de houding van de verantwoordelijke bestuurders en plannenmakers lijkt alsof sprake is van een gemakkelijk beheersbare bodemverontreiniging. Adressant veronderstelt dat dit hen goed uitkomt, omdat niet te voorziene kostenoverschrijdingen voor bodemsanering het plan wel eens op losse schroeven zou kunnen zetten. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 9.4. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
87
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ 25.18 Adressant geeft aan dat contact met specialisten doet vermoeden dat het niet meevalt met de verontreiniging, dat het terrein meer dan een halve eeuw door de spoorwegen is gebruikt voor de opslag van steenkool en brandstoffen. Adressant vindt dat dit probleem grondig onderzocht moet worden, voordat dit gebied met woningen en een school bebouwd zal worden. Adressant geeft aan dat belanghebbenden en buurtbewoners zich anders genoodzaakt voelen te investeren in eigen, onafhankelijk onderzoek. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 9.4. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 25.19 Adressant is van mening dat de hoogbouw voor voldoende woonvolume moet zorgen om de zaak winstgevend te maken voor investeerders. Adressant stelt dat het lelijk is dat de eerste woontoren bij de Amstelveenseweg direct achter het Haarlemmermeerstation zal oprijzen. Antwoord: Het bestemmingsplan maakt geen hoogbouw meer mogelijk. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
25.20 Adressant meldt dat de woonblokken aan de zijde van de tramremise dove gevels krijgen, wat volgens adressant betekent dat deze invulling vanuit stedenbouwkundig oogpunt elke kwaliteit en charme mist. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 14.5. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 25.21 Adressant stelt dat het probleem van geluidsoverlast op krukkige wijze wordt ondervangen door de toegestane waarden van de Wet geluidhinder op te hogen. Antwoord: Omdat op enkele gevels van de bouwblokken de voorkeursgrenswaarden Wet geluidhinder vanwege wegverkeersgeluid worden overschreden wordt gebruik gemaakt van de wettelijke mogelijkheid om hogere waarden vast te stellen. Deze hogere waarden worden vooruitlopend op de vaststelling van het bestemmingsplan door het college van B&W vastgesteld. Van het zomaar verhogen van de geluidsnormen is dan ook geen sprake.
88
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 25.22 Adressant stelt dat het verleggen van tramsporen vallend onder de Spoorwegwet een probleem is. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 12.1. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 25.23 Adressant stelt dat het verleggen van stroomkabelpakketten voor de energievoorziening van een heel stadsdeel een probleem is. Antwoord: De bestaande hoog- en middenspanningskabels op het terrein worden in het kader van de herontwikkeling verlegd, zodat deze geen belemmering vormen voor de beoogde ontwikkeling van de bouwblokken. De hoogspanningskabels worden in zuidwestelijke richting verlegd, op afstand van de beoogde bebouwing. Ook hierover zijn afspraken gemaakt met het betreffende nutsbedrijf. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Adressant 26 26.1 Adressant stelt dat het ontwerpbestemmingsplan Karperweg-Zuid integraal onderdeel zou moeten zijn van het onderhavige bestemmingsplan, omdat de twee betreffende gebouwen en de weg niet los te zien zijn van de plannen met het Havenstraatterrein.
Volgens adressant is het maken van dergelijke postzegelbestemmingsplannen politiek gezien een lachertje. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.10 en 24.14. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 26.2 Adressant geeft aan dat in het kader van bestemmingsplan Karperweg-Zuid geen maatschappelijk overleg is gevoerd en dat op de ingediende bezwaarschriften niet is gereageerd, er heeft beantwoording plaatsgevonden. Adressant heeft haar bezwaarschrift bijgesloten, met de vermelding dat het is afgewezen omdat het te laat zou zijn ingediend. 89
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’
Antwoord: Op deze plaats kan worden bevestigd dat de zienswijze van adressant tegen ontwerpbestemmingsplan Bedrijventerrein Karperweg-Zuid, dat op 25 november 2015 door de gemeenteraad is vastgesteld, na de termijn van terinzagelegging is ontvangen. Voor het overige wordt verwezen naar de beantwoording onder 8.6. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 26.3 Adressant stelt dat de aanloop naar ontwerpbestemmingsplan Havenstraatterrein verre van ideaal is geweest, dat omwonenden niet zijn geïnformeerd en de eerste inspraakperiode tijdens de zomervakantieperiode is ingekort van de gangbare zes naar vier weken. Volgens adressant zijn belanghebbenden daarmee onvoldoende in staat gesteld om informatie in te winnen over voor de inspraak relevante zaken. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.1. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 26.4 Adressant vindt dat stadsdeel Zuid het besluit op de laatste vergadering in maart 2014 erdoorheen heeft gejast, na een totaal gebrek aan beantwoording van de inspraakpunten en bezwaarschriften.
Antwoord: Verondersteld wordt dat adressant doelt op de behandeling van het Investeringsbesluit in de vergadering van de stadsdeelraad Zuid op 18 december 2013. De inspraakreacties over het concept Investeringsbesluit en het voorontwerpbestemmingsplan en de beantwoording daarvan zijn betrokken bij de besluitvorming over het Investeringsbesluit. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 26.5 Adressant is van mening dat de reputatie van stadsdeel Zuid op het gebied van inspraak niet onberispelijk is, gezien de uitspraak van de Raad van State over de Boerenweteringgarage. Antwoord: Deze mening van adressant wordt voor kennisgeving aangenomen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
90
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ 26.6 Adressant vindt dat er geen doordacht verkeersplan is, wat een voorwaarde was van de gemeenteraad om in te stemmen met de plannen. Volgens adressant zal het plan om een basisschool in het plangebied te vestigen, de toch al moeizame doorstroming alleen maar verergeren. Adressant vindt dat aan deze voorwaarde moet worden voldaan voordat met de ontwikkeling van het plangebied kan worden gestart. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 2.4 en 24.12. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel is hoofdstuk 6 van de plantoelichting aangepast op basis van het geactualiseerde verkeersonderzoek. 26.7 Adressant meldt dat zich 200 meter verder al een basisschool bevindt, de Elout. Antwoord: In stadsdeel Zuid neemt de het aantal leerlingen in het basisonderwijs volgens de prognoses sterk toe. Uitbreiding van bestaande scholen in dit gebied kan deze toename maar gedeeltelijk opvangen. Daarom is behoefte aan nieuwe schoollocaties. Het Havenstraatterrein is de enige locatie dat de mogelijkheid biedt om in die behoefte te voorzien. Op basis van prognoses is een reservering in bouwblok 2 opgenomen voor een basisschool.
Dit onderdeel van de zienswijze wordt verder voor kennisgeving aangenomen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 26.8 Adressant vraagt zich af hoe het mogelijk is dat in het ontwerpbestemmingsplan de toegestane geluidsnorm moet worden opgerekt omdat er anders niet gebouwd zou kunnen worden. Adressant stelt dat de gemeente op grond van de Wet geluidhinder een hogere waarden besluit kan nemen, maar alleen als die hogere belasting wordt veroorzaakt door lawaai van industrieterreinen, wegen en spoorbanen. Adressant geeft aan dat de tramremise een inrichting is conform de Wet milieubeheer en niet is gelegen op een industrieterrein zoals gedefinieerd in de Wet geluidhinder. Volgens adressant is er geen grond voor het nemen van een besluit hogere waarden. Antwoord: De constatering dat er geen grond is om hogere waarden Wet geluidhinder vast te stellen is onjuist. Op grond van de Wet geluidhinder kan het college van burgemeester en wethouders hogere waarden dan de voorkeursgrenswaarde vaststellen. Het vaststellen van hogere waarden is alleen mogelijk in geval gezoneerde wegen, spoorlijnen en gezoneerde industrieterreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder.
De geluidsbelasting vanwege de Amstelveenseweg, Havenstraat en Krusemanstraat overschrijdt de voorkeursgrenswaarden (48 dB) op enkele gevels van beoogde geluidsgevoelige objecten (zoals woningen en een school). Het treffen van maatregelen om het wegverkeersgeluid te verminderen is in het geval van het Havenstraatterrein onvoldoende 91
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ doeltreffend gebleken. Ook zijn er overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke en financiële aard. Om deze redenen heeft het college besloten om in het kader van het bestemmingsplan Havenstraatterrein hogere waarden vast te stellen. Het besluit tot vaststelling hogere waarden Wet geluidhinder behorende bij bestemmingsplan Havenstraatterrein ziet uitsluitend op hogere geluidwaarden vanwege wegverkeersgeluid. De geluidsbelasting van de GVB tramremise valt niet onder het regime van de Wet geluidhinder, maar onder het Activiteitenbesluit. Mede in het kader van bestemmingsplan Havenstraatterrein zijn maatwerkvoorschriften vastgesteld, waarmee de geluidsbelasting van de GVB tramremise op de gevels van de beoogde woningbouw op het Havenstraatterrein is gemaximeerd. De gemeente handhaaft op deze maximaal toegestane waarden. De vastgestelde maatwerkvoorschriften hebben betrekking op de bestaande geluidsbelasting van de GVB tramremise. Het is niet zo dat hiermee een hogere geluidsbelasting is toegestaan. Voor een groot deel van de noordelijke gevels van de beoogde bouwblokken op het Havenstraatterrein is de geluidsbelasting vanwege de tramremise hoger dan de hierboven genoemde maximale waarden.
Om die reden is in het bestemmingsplan een verplichting tot uitvoeren met een dove gevel of geluidwerend vlies verplicht gesteld. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 26.9 Adressant meldt dat de hoogbouw in het plangebied wordt gepresenteerd als hoogteaccenten, terwijl het flatgebouwen worden die een muur vormen voor het zicht van bewoners Afroditekade maar ook een klap in het gezicht voor fietsers vanuit het Amsterdamse Bos naar het Vondelpark. Antwoord: Het bestemmingsplan maakt geen hoogbouw meer mogelijk. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 26.10 Adressant geeft aan dat het leuke hoogteaccent van het inmiddels te ontwikkelen Sporthotel een paar honderd meter zuidelijker is gelegen en dat voor dit meer dan 50 meter hoge hotel geen enkele inspraak is geweest. Adressant verzoekt om ten noorden van de lijn IJsbaanpad, Fred. Roeskestraat, Prinses Irenestraat niet hoger dan een meter of 15 hoog te bouwen en de prachtige Marathontoren niet uit het oog te verliezen. Antwoord: De inspraak over het hoogteaccent van het Sporthotel valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan Havenstraatterrein. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
92
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Adressant 27 27.1 Adressant geeft aan graag medezeggenschap te willen hebben over het nieuwe bestemmingsplan, aangezien hij graag op het terrein wil blijven en interesse heeft getoond in de nieuwe bedrijfsruimten om vanuit daar zijn bedrijf voort te zetten. Adressant meldt dat de gemeente hem hierover bij geen vergadering of gesprek duidelijkheid kon verschaffen. Antwoord: De gemeente betreurt dat adressant geen duidelijkheid heeft kunnen krijgen tijdens de georganiseerde informatiebijeenkomsten. In het kader van de transformatie van het Havenstraatterrein is het echter niet mogelijk om de bestaande bebouwing, met uitzondering van het Haarlemmermeerstation en de naastgelegen villa, te handhaven. Daartoe worden de tijdelijke grondhuurcontracten opgezegd alsmede het tijdelijke erfpachtcontract voor de locatie waar adressant is gevestigd. Voor de locatie waar adressant gevestigd is geldt bovendien dat de grond nodig is voor het realiseren van het buurtplein. Deze openbare ruimte is van groot belang in een gebied met een hoge dichtheid. Indien adressant dat wil dan kan hij door de gemeente worden ondersteund bij het vinden van een nieuwe locatie. Bedrijven die passen binnen de beoogde bestemming kunnen mogelijk een ruimte in een van bouwblokken huren.
De gemeente gaat echter niet over de toewijzing van bedrijfsruimtes in het plangebied. Over de invulling van de nieuwe bedrijfsruimtes wordt beslist door de toekomstige eigenaren. Wel kan de gemeente bij die eigenaren een aanbeveling doen als dat bedrijf binnen de bestemming past. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 27.2 Adressant geeft aan dat wel duidelijkheid is gegeven over de noodzaak om de bedrijfsruimte te verlaten, terwijl over een alternatief of financiële tegemoetkoming niet wordt gesproken. Antwoord: De gemeente maakt individuele afspraken met de ondernemers in het plangebied die als gevolg van de transformatie moeten vertrekken. Het eventueel verstrekken van een vergoeding is een zaak tussen de gemeente en de grondhuurder of erfpachter. De basis hiervoor is het tijdelijke erfpachtcontract dat voor de locatie van adressant geldt. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 27.3 Adressant verzoekt om een oplossing voor zijn problemen en wijst erop dat de buurtbewoners graag kleine bedrijfjes in de buurt willen houden. Antwoord: In het kader van het gefaseerd opzeggen van de contracten met de ondernemers in het plangebied zal de gemeente nader in overleg gaan met adressant. Verder wordt verwezen naar de beantwoording onder 26.1. 93