9. Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Havenstraatterrein GEANONIMISEERD_def.pdf
Tekst van het document
Adressant 16 16.1 Adressant is van mening dat het een slecht plan is omdat het unieke verleden van het Havenstraatterrein, de bedrijvigheid en het stoere dynamische karakter van het gebied in het plan om zeep worden geholpen. Volgens adressant wordt dit belangrijke stukje Amsterdam vol geschiedenis en cultuur volledig van de kaart gewist en getransformeerd tot een smakeloze hoogbouwwijk zonder enig karakter en van 13 in een dozijn. Antwoord: In de huidige situatie dragen de aanwezigheid van het stationsgebouw, de woonvilla aan de Amstelveenseweg, de sporen, de trams en bijbehorende elementen bij aan de beleving van de historie in het plangebied. Binnen de herontwikkeling van het Havenstraatterrein tot gemengd woon-werkgebied is het niet mogelijk om de huidige bebouwing te handhaven. Wel blijven het Haarlemmermeerstation en naastgelegen villa behouden. Het bestemmingsplan voorziet in een gevarieerde bouwhoogte, zodat van een hoogbouwwijk geen sprake is. De vormgeving van de nieuwbouw is een uiting van de functies. Er zal gebouwd worden in diverse materialen en kleuren, in diverse bouwhoogtes, -breedtes en -dieptes. Het Havenstraatterrein wordt daardoor een gebied met een geheel eigen karakter, waarvoor bewoners en ondernemers bewust kiezen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
46
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ 16.2 Adressant stelt dat de woonblokken hoge muren vormen die licht wegnemen en geluid weerkaatsen. Adressant is van mening dat de massieve muur na het projectbesluit nog niet is verdwenen en dat het hoogste flatgebouw een paar centimeter wordt verschoven. Volgens adressant is het plan nog steeds een aantasting van de leefbaarheid en veiligheid. Antwoord: Zoals aangegeven in de beantwoording onder 11.13 en 11.14 zijn naar aanleiding van de zienswijzen de bouwmogelijkheden voor bouwblok 4 aangepast. Daardoor is geen sprake van een muur van hoogbouw en worden de schaduweffecten geminimaliseerd. De bebouwing op het Havenstraatterrein leidt niet tot nadelige geluidseffecten ter plaatse van de Afroditekade. Sterker nog, de bebouwing zorgt ervoor dat het geluid van de tramremise Havenstraat wordt afgeschermd, zodat dit geluid (nog) minder waarneembaar zal zijn. Conclusie: Voor de conclusie wordt verwezen naar de conclusie onder 11.13 en 11.14. 16.3 Adressant wijst op de ambulances die met bloedspoed moeten vertrekken uit een drukke woonwijk. Antwoord: In de planvoorbereiding is uitvoerig aandacht besteed aan de gevolgen van de ontwikkeling van het Havenstraatterrein voor de bedrijfsvoering van de ambulance.
Uitgangspunt is dat ambulances zonder oponthoud ongehinderd kunnen uitrukken tussen de garage en de kruising met de Amstelveenseweg. De Karperweg krijgt in het bestemmingsplan een ruim profiel, waar voldoende ruimte is voor de beoogde weggebruikers, waaronder de uitrukkende ambulances. De gemeente houdt in het ontwerp voor de openbare ruimte rekening met een zo veel mogelijk vrije uitrijstrook voor ambulances die met spoed moeten uitrukken. Het ontwerpvoorstel is voorgelegd aan adressant en akkoord bevonden. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 16.4 Adressant roept op een alternatief plan op te stellen, rekening houdend met de aanwezige situatie en in samenwerking met diverse betrokken partijen. Antwoord: Sinds de vaststelling van de strategienota in 2010 is al bekend dat de gemeente inzet op ontwikkeling van het Havenstraatterrein. Bij de planontwikkeling is rekening gehouden met de aanwezige situatie en de belangen van betrokken partijen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 16.5 Adressant heeft gevraagd om de gevolgen van schaduwwerking op haar woning en straat, de bezonningsstudie laat echter niet zien wat de schaduwwerking is van de geplande hoogbouw na 18.00 uur.
Adressant geeft aan dat de afgelopen maanden meermaals om deze informatie is gevraagd en dat deze informatie pas na de inspraakperiode door het 47
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ stadsdeel is verstrekt. Adressant meldt dat in de communicatie naar de gemeenteraad het stadsdeel ten onrechte stelt dat deze informatie tijdens de inspraakperiode is verstrekt. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.14. Conclusie: Voor de conclusie wordt verwezen naar de conclusie onder 11.14. 16.6 Adressant stelt dat het onjuist is dat het plangebied uitstekend bereikbaar is per auto, zoals is opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan staat. Volgens adressant is het plangebied vrij geïsoleerd dat per auto slechts vanuit de Amstelveenseweg bereikbaar is. Antwoord: Niet duidelijk is op welke passage in de plantoelichting adressant doelt. Volledigheidshalve wordt gemeld dat de tekst over bereikbaarheid per auto van het plangebied betrekking heeft op de ontsluiting via de Amstelveenseweg en niet op de huidige gebrekkige doorstroming. In de toekomstige situatie wordt het plangebied ontsloten via de Havenstraat en de Karperweg. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
16.7 Adressant geeft aan dat tijdens de ochtend- en avondspits al jarenlang een file staat vanaf de Amstelveenseweg tot aan de Zeilstraat, mede veroorzaakt door een aaneensluitende stroom fietsers die de doorstroom op het Haarlemmermeercircuit blokkeert. Volgens adressant wordt deze problematiek door de nieuwe bouwplannen nog vele malen erger. Adressant wijst op de voorbereiding van de reconstructie van de Amstelveenseweg om de doorstroming rond het circuit te verbeteren, maar stelt dat een doorwrocht verkeersplan voor de ontsluiting en bereikbaarheid van de omgeving vooralsnog ontbreekt en daarmee een onacceptabel open einde vormt. Adressant vindt dat er eerst een gedegen en goed uitgevoerde oplossing voor de verkeerssituatie gerealiseerd moet zijn voordat dit bestemmingsplan kan worden aangenomen. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 2.4. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 16.8 Adressant geeft aan dat de begeleidingsgroep Havenstraatterrein, bestaande uit een vertegenwoordiging van de ondernemers op het terrein en omwonenden, is geïnformeerd over het verschijnen van het ontwerpbestemmingsplan.
Adressant vindt de veronderstelling in het ontwerpbestemmingsplan dat er maatschappelijk overleg heeft plaatsgevonden, pertinent onjuist en misleidend. Volgens adressant is er vanaf het prille begin onvoldoende overleg geweest en was de voorlichting onvolledig, onjuist en te laat. Volgens adressant 48
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ heeft de deelraad Zuid dit toegegeven in december 2013 en heeft de gemeenteraad hierover gesproken in haar vergadering in juni 2014. Antwoord: Vooruitlopend op de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan hebben bijeenkomsten plaatsgevonden waarbij de Belangvereniging gebruikers Havenstraatterrein en de begeleidingsgroep Havenstraatterrein zijn geïnformeerd over het ontwerpbestemmingsplan. Verder heeft op 15 september 2015 een inloopavond over het ontwerpbestemmingsplan plaatsgevonden. Eenieder heeft gedurende de periode van terinzagelegging een zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan naar voren kunnen brengen. Ten aanzien van het maatschappelijk overleg in de periode voorafgaand aan het ontwerpbestemmingsplan wordt verwezen naar de beantwoording onder 8.2. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Adressant 17 17.1
Adressant geeft aan teleurgesteld te zijn over de gevolgde procedure in de eerste inspraakperiode, waarbij de inspraakperiode is ingekort van de gangbare zes naar vier weken, waarvan deels in de vakantiemaand augustus. Adressant geeft aan dat de informatieavond normaliter aan het begin van de inspraakperiode wordt gehouden, dit keer was dit halverwege de periode. Adressant stelt hierdoor onvoldoende in staat te zijn gesteld om informatie in te winnen, eigen onderzoek te doen en te reageren op alle voor inspraak relevante facetten. Adressant vindt dat hij in zijn wettelijke inspraakrechten is beperkt. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.1. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
17.2
Adressant geeft aan dat de grote politieke partijen in de deelraadsvergadering van december 2013 hebben aangegeven dat het inspraakproces niet goed is verlopen maar dat de inspraak toch niet tot andere besluitvorming zou leiden. Adressant stelt dat de publieke tribune wordt ontruimd, maar dat er eigenlijk geen reden was voor ontruiming. Adressant vindt het opmerkelijk dat de politie buiten al klaar stond voor ontruiming en veronderstelt dat de ontruiming vooraf is ingepland om na ontruiming direct tot stemming over het Havenstraatterrein over te kunnen gaan. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.2.
49
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 17.3
Adressant is van mening dat het bijwonen van een raadsvergaderingen een democratisch recht is en dat een omwonende middels de vergadering kennis kan vergaren ten behoeve van de inspraakprocedure. Adressant vindt dat de omwonenden met de ontruiming van de publieke tribune zijn geschaad in hun rechten. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.3. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
17.4
Adressant meldt dat de videobeelden van de raadsvergadering van de website van stadsdeel Zuid zijn verwijderd, terwijl beelden van alle eerdere en later vergaderingen nog in te zien zijn. Adressant vermoedt dat de politieke uitspraken en de onterechte ontruiming van de publieke tribune in het nadeel zouden zijn van het stadsdeel en in het juridische voordeel van omwonenden bij toekomstige bezwaarprocedures. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.4. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
17.5
Adressant meldt dat bij het Investeringsbesluit verkeerde informatie is verstrekt aan de gemeenteraad, in die zin dat wordt gesteld dat het bestemmingsplan per 1 juni 2013 is gewijzigd, terwijl deze wijziging nooit is gepubliceerd en nooit ter inspraak is aangeboden. Adressant stelt dat deze tekst strijdig is met eerder door het stadsdeel verstrekte informatie tijdens de inspraakperiode met betrekking tot vigerende bestemmingsplannen. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.5. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
17.6
Adressant stelt als omwonende ernstig te zijn gehinderd in de inspraak door de grote hoeveelheid spreektijd die is gegeven aan niet-belanghebbenden. Daarbij is het hem opgevallen dat twee zeer mondige insprekers geen enkele binding hebben met de buurt maar wel langdurig namens de buurt menen in te moeten spreken over zaken die niet tot 50
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ bewoners- en ondernemersbelangen behoren. Adressant geeft aan dat het opvallend is dat gemeenteraadsleden opmerkingen hebben gemaakt over het ontbreken van buurtbinding van deze insprekers en dat het gaat om insprekers die inspreken als liefhebberij hebben maar eigenlijk niets te zoeken hebben op de inspraakmeetings. Adressant vindt dat door heftige reacties van deze insprekers de goede naam van bewoners is geschaad, opbouwend discussiëren moeizaam heeft gemaakt en veel tijd verloren is gegaan aan non-issues. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.6. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 17.7
Adressant distantieert zich van de zeer persoonlijke bedreigingen van een ondernemer richting de toenmalig wethouder van het stadsdeel, waardoor hij werd vrijgesteld van antwoord geven op vragen over de slecht verlopen inspraakronde. Adressant verwacht nog wel een formeel antwoord van de opvolger van de toenmalig wethouder over de slecht verlopen inspraakrondes en hoe deze alsnog vormgegeven zal worden. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.7. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
17.8
Adressant geeft aan grondig kennis te hebben genomen van alle geldende bestemmingsplannen, voordat hij hier kwam wonen. Daarin werd gesproken over laagbouw, nijverheid, verkeerswegen en een verbod op bewoning. Adressant geeft aan op basis daarvan in 2006 de woning te hebben gekocht en de erfpachtovereenkomst te hebben getekend. Adressant meldt dat het huidige ontwerp een muur van hoogbouw is en dat dit niet past binnen de huidige bestemmingsplannen voor het Havenstraatterrein. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.8. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
17.9
Adressant geeft aan in 2006 door de gemeente zijn geïnformeerd dat het terrein onderdeel zou gaan uitmaken van de groenstrook die de fiets- en voetganger verbinding zou moeten leggen tussen het Haarlemmermeercircuit en het Amsterdamse Bos. Ook de afgelopen jaren heeft de gemeente altijd bericht dat zij grote waarde hecht aan het verbeteren van die
51
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ verbinding in het kader van veiligheid van fietsers en voetgangers en het vergemakkelijken van de toegang tot het Amsterdamse Bos. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.9. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 17.10 Adressant vindt dat wordt doorgegaan met het in stand houden van een verwarrende lappendeken aan bestemmingsplannen voor het Havenstraatterrein met postzegelbestemmingsplannen, soms zelfs per gebouw en met veel overlap in de bestemmingsgebieden. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.10. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 17.11 Adressant is van mening dat er een overzichtelijk bestemmingsplan zou moeten zijn voor een gebied als het Havenstraatterrein, zeker nu alle bestemmingsplannen van dit gehele gebied ter herziening worden voorgesteld door de gemeente. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.11. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
17.12 Adressant stelt dat door het eenzijdig creëren van een nieuwe situatie door de gemeente een basis ontstaat voor de herziening van de erfpacht over de resterende looptijd van het erfpachtcontract. Adressant vindt dat de gemeente zich niet houdt aan de erfpachtovereenkomst uit 2006, want het uitzicht en omgeving zit verwerkt in de overeengekomen prijs. Adressant verzoekt de gemeente om een voorstel voor erfpachtherziening per 2015 met inachtneming van de wijziging van het bestemmingsplan. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.12.
52
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 17.13 Adressant stelt dat met de blokken met hoogbouw zodanig zijn geplaatst dat het uitzicht volledig wordt ontnomen. Adressant geeft aan dat er tijdens de inspraakperiode van 2013 meermaals om impressietekeningen vanaf de Afroditekade is gevraagd en dat deze informatie pas na de inspraakperiode door het stadsdeel is verstrekt. Adressant meldt dat in de communicatie naar de gemeenteraad het stadsdeel ten onrechte stelt dat deze informatie tijdens de inspraakperiode is verstrekt. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.13. Conclusie: Voor de conclusie wordt verwezen naar de conclusie onder 11.13. 17.14 Adressant heeft gevraagd om de gevolgen van schaduwwerking op zijn woning en straat, de bezonningsstudie laat echter niet zien wat de schaduwwerking is van de geplande hoogbouw na 18.00 uur. Adressant geeft aan dat de afgelopen maanden meermaals om deze informatie is gevraagd en dat deze informatie pas na de inspraakperiode door het stadsdeel is verstrekt. Adressant meldt dat in de communicatie naar de gemeenteraad het stadsdeel ten onrechte stelt dat deze informatie tijdens de inspraakperiode is verstrekt.
Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.14. Conclusie: Voor de conclusie wordt verwezen naar de conclusie onder 11.14. 17.15 Adressant vindt dat in de voorontwerpen weinig tot geen architectonische verrijkingen van de buurt zitten en dat de hoogte en vormgeving van de beoogde complexen niet aansluiten bij Plan Zuid van Berlage en de Amsterdamse Stijl. Adressant stelt dat architectuur en vormgeving belangrijk zijn, aangezien de complexen het uitzicht volledig gaan belemmeren van honderden bewoners en van verre zichtbaar is voor passanten. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.15. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 17.16 Adressant is van mening dat de voorgestelde hoogte-accenten niet passen binnen de A10, omdat Amsterdam binnen de Ring immers geen skyline of hoogbouw heeft.
53
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.16. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 17.17 Adressant vindt dat er te veel hoogbouw in de omgeving ontstaat, terwijl er juist behoefte is aan laagbouw vanwege de leefbaarheid in de buurt. Adressant vindt het vreemd dat nieuwe hoogbouw wordt geplaatst naast bestaande hoogbouw, omdat de leefbaarheid hierdoor sterk afneemt en er te weinig speelruimte is voor de kinderen. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.17. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 17.18 Adressant meldt dat in 2012 het plan nog voor een aanzienlijk deel uit laagbouw inclusief eengezinswoningen bestond, met als achtergrond het grote tekort aan eengezinswoningen in Oud Zuid. Volgens adressant zijn de laagbouw-eengezinswoningen uit het project verdwenen en lijkt het vooral een project om zoveel mogelijk appartementen te creëren voor mensen die nog niet in Amsterdam wonen.
Adressant stelt dat de eengezinswoningen zijn opgeofferd voor financiële winstmaximalisatie, terwijl een hogere leefbaarheid toegevoegde waarde zou moeten hebben voor Amsterdam. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.18. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 17.19 Adressant stelt dat door uit te gaan van huurwoningen, een onbalans tussen koopwoningen en vrije- en sociale huurwoningen ontstaat. Adressant stelt dat mensen met een koopwoning vaak langer in een buurt wonen dan huurders en daarmee voor een goede sociale basis en leefbaarheid zorgen. Adressant vindt dat buurtbewoners die thans huren en graag in de directe omgeving zouden willen kopen, onnodig worden beperkt in hun mogelijkheden, omdat er in de huidige omgeving te weinig koopwoningen zijn. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.19. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 54
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’
17.20 Adressant stelt dat de politieke wenselijkheid van betaalbare huurwoningen voor middeninkomens niet aansluit bij de financiële realiteit. Daarbij wordt aangegeven dat dit soort projecten alleen mogelijk zijn als de ontwikkelaar/aannemer een grote korting geeft aan de gemeente en als de opdrachtgever drastisch bezuinigt op het ontwerpbestek waardoor woningen van een matige kwaliteit worden. Volgens adressant zijn vergelijkbare projecten voor betaalbare huurwoningen gefaald en moesten de woningen bij heraanbesteding als koop- of vrije sectorwoningen worden verkocht. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.20. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 17.21 Adressant stelt dat investeerders bouwprojecten voor middeninkomens als te risicovol zien wat de kernoorzaak is van het tekort aan woningen voor deze doelgroep. Adressant wijst erop dat als het project faalt, de beoogde betaalbare huurwoningen voor middeninkomens waarschijnlijk zullen veranderen in koop/huurappartementen voor hogere inkomens, de kosten van her-aanbesteding hoog zullen zijn en nieuwe aannemers zullen risico’s van een over te nemen project verrekenen in de intekenprijs.
Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.21. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 17.22 Adressant vindt dat belanghebbenden onvoldoende gelegenheid hebben gekregen om kennis te nemen van de projectrisico’s en de (on)haalbaarheid van de huurwoningen in het midden-inkomenssegment, aangezien de financiële paragraaf geheim wordt gehouden. Adressant stelt dat de kans groot is dat het project anders kan eindigen dan vooraf aan omwonenden is voorgesteld, waardoor omwonenden worden geschaad in hun inspraakrechten. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.22. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
55
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Adressant 18 18.1
Adressant vindt dat de huurders op het terrein in geen enkel opzicht inspraak hebben gehad bij de planontwikkeling, al heeft de gemeente keer op keer verzekerd dat de huurders als gesprekspartner werden aangemerkt. Volgens adressant zijn de huurders altijd achteraf geïnformeerd over voldongen feiten en is er nooit sprake geweest van dialoog. Adressant stelt dat voormalig wethouder van het stadsdeel het niet nodig vond de huurders in de plannen te betrekken omdat ervan uitgegaan werd dat zij toch niet terug zouden kunnen komen na de voltooiing van het project. Antwoord: De gemeente deelt deze mening van adressant niet. Voor een toelichting op de mogelijkheden van belanghebbenden om een reactie op de plannen in te dienen wordt verwezen naar de beantwoording onder 8.2. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
18.2 Adressant stelt dat de begeleidingsgroep waarin naast een aantal huurders, omwonenden en andere belanghebbenden zitting hebben, een wassen neus is. Volgens adressant maakt de gemeente eenzijdig plannen en informeert betrokkenen pas achteraf, waarbij als voorbeeld de keerlus als tijdelijke voorziening voor de museumtram wordt genoemd zonder de tramstichting daarbij de betrekken. Antwoord: Na de inspraakperiode is een begeleidingsgroep opgericht, waarin belanghebbenden elkaar ontmoeten en met het stadsdeel van gedachten wisselen. Voor het stadsdeel is het prettig om met een vaste groep mensen de plannen te kunnen bespreken en te kunnen toetsen. Het is niet zo dat de begeleidingsgroep besluiten neemt. De gemeente voert en heeft intensief overleg gevoerd met de tramorganisaties over een mogelijke inpassing van de historische (tram)spoorlijn. Over een tijdelijke keerlus ten tijde van de bouw van het Havenstraatterrein is wel degelijk overleg gevoerd met de tramorganisaties. Partijen hebben gezamenlijk geconcludeerd dat er in de tijdelijke situatie geen tijdelijke keerlus wordt gerealiseerd, maar dat wordt gekeken naar andere keeroplossingen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
18.3 Adressant stelt dat, nog los van het feit dat de plannen voor bouw op geen enkele manier rekening houden met de huidige leefomgeving, een groter aantal woningen in de buurt grote gevolgen zal hebben voor de verkeersdruk en daarmee voor de veiligheid en het milieu (fijnstof). Adressant is van mening dat er nog steeds geen bevredigend verkeersplan is opgesteld, ondanks dat omwonenden en huurders de gemeente hierop gewezen hebben. Volgens adressant zal er eerst een oplossing voor het verkeersprobleem moeten worden gevonden voordat de planontwikkeling doorgang kan vinden.
56
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 2.4. Ten aanzien van veiligheid wordt opgemerkt dat bij de inrichting van de openbare ruimte en de aansluiting op de Amstelveenseweg verkeersveiligheid een belangrijk uitgangspunt is. In het verkeersonderzoek is aangetoond dat sprake is van een verkeersveilige inrichting. Ook de gevolgen voor geluid en luchtkwaliteit zijn uitgebreid in beeld gebracht. Deze aspecten vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel is hoofdstuk 6 van de plantoelichting aangepast op basis van het geactualiseerde verkeersonderzoek. 18.4 Adressant geeft aan dat de eerder ingediende zienswijze met betrekking tot ontwerpbestemmingsplan Bedrijventerrein Karperweg-Zuid, dat volgens adressant nauw samenhangt met het te ontwikkelen Havenstraatterrein, nog altijd niet is beantwoord. Adressant meldt dat de gemeente door wil gaan met de ontwikkeling van het Havenstraatterrein, terwijl dit volgens adressant niet los te koppelen valt van de ontwikkeling van de Karperweg. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 8.6.
Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 18.5 Adressant vindt het oplossen van de voorziene geluidsoverlast veroorzaakt door de tramremise door eenvoudigweg de toegestane geluidsnorm te verhogen geen oplossing. Antwoord: Het Havenstraatterrein wordt gekenmerkt door een relatief hoge geluidbelasting vanwege het specifieke stedelijke, dynamische karakter. In dergelijke gebieden is naleving van de standaardgrenswaarden in het algemeen niet nodig om een goed woon- en leefklimaat te garanderen. Aan de voorwaarde, dat er sprake moet zijn van een gegarandeerd binnenniveau van maximaal 35 dB(A) etmaalwaarde in de geluidgevoelige ruimten kan, zeker nu het gaat om de realisatie van nieuwe woningen, gemakkelijk worden voldaan. In het kader van het Havenstraatterrein wordt voor de bedrijven, waaronder de tramremise, een grenswaarde van 55 dB(A) etmaalwaarde en 75 dB(A) etmaalwaarde voor de geluidpieken gehanteerd. Mede in het kader van bestemmingsplan Havenstraatterrein zijn maatwerkvoorschriften vastgesteld, waarmee de geluidsbelasting van de tramremise op de gevels van de beoogde woningbouw op het Havenstraatterrein is gemaximeerd. De gemeente handhaaft op deze maximaal toegestane waarden. De vastgestelde maatwerkvoorschriften hebben betrekking op de bestaande geluidsbelasting van de GVB tramremise.
Het is niet zo dat hiermee een hogere geluidsbelasting is toegestaan. Voor een groot deel van de noordelijke gevels van de beoogde bouwblokken op het Havenstraatterrein is de geluidsbelasting vanwege de tramremise hoger
57
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ dan de hierboven genoemde maximale waarden. Om die reden is in het bestemmingsplan een verplichting tot uitvoeren met een dove gevel of geluidwerend vlies verplicht gesteld. Voor een nadere toelichting over geluid vanwege de tramremise wordt verder verwezen naar paragraaf 7.3.4 van de plantoelichting van bestemmingsplan Havenstraatterrein. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 18.6 Adressant geeft aan dat nog onduidelijk is wat er gaat gebeuren met het transformatorhuis van Liander en het problematische kabelbed dat onder het terrein ligt. Antwoord: Het transformatorstation Karperweg wordt aangepast om aan de toenemende vraag naar elektriciteit te kunnen voldoen. De aanpassing bestaat uit het vervangen van de bestaande transformatoren door nieuwe (stillere) transformatoren. Voor de nieuwe transformatoren worden nieuwe trafo-boxen gebouwd. Deze aanpassing van het transformatorstation leidt ertoe dat ter plaatse van de woningbouw op het Havenstraatterrein aan de standaard geluidgrenswaarden Activiteitenbesluit kan worden voldaan. Hierover heeft de gemeente afspraken gemaakt met het betreffende nutsbedrijf.
De bestaande hoog- en middenspanningskabels op het terrein worden in het kader van de herontwikkeling verlegd, zodat deze geen belemmering vormen voor de beoogde ontwikkeling van de bouwblokken. De hoogspanningskabels worden in zuidwestelijke richting verlegd, op afstand van de beoogde bebouwing. Ook hierover heeft de gemeente afspraken gemaakt met het betreffende nutsbedrijf. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 18.7
Adressant geeft aan dat de huidige huurders hun bedrijven moeten verhuizen en van de gemeente niet of nauwelijks compensatie krijgen. Adressant stelt dat in Amsterdam vrijwel geen betaalbare bedrijfsruimte meer te vinden is en dat een huizenbouwproject zonder ruimte voor bedrijven een slecht plan. Volgens adressant werkt het huidige plan verschraling van de economie in de hand, omdat bedrijvigheid meer en meer de stad uit wordt gedwongen. Antwoord: Reeds sinds 2010 is bekend dat het Havenstraatterrein wordt getransformeerd naar gemengd woon-werkgebied. Op basis van het vastgestelde Investeringsbesluit worden de tijdelijke grondhuurcontracten gefaseerd opgezegd door de gemeente, zodat de bestaande opstallen tijdig worden verwijderd. Het eventueel verstrekken van een vergoeding aan loodshouders is een zaak tussen de gemeente en de betreffende huurder. De basis hiervoor is het contract dat elke huurder met de gemeente heeft en de daarbij geldende wetgeving. Indien bedrijven dat willen worden zij door de gemeente ondersteund bij het vinden van een nieuwe locatie. Aangezien het bestemmingsplan ruimte biedt voor bedrijvigheid in de begane grond, kunnen
58
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ bedrijven die passen binnen de beoogde bestemming mogelijk een ruimte in een van bouwblokken huren. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 18.8 Adressant stelt dat de gemeente geen rekening houdt met de belangen van omwonenden, aangezien naast de toenemende verkeersdruk de beoogde hoogbouw licht en uitzicht zal wegnemen. Antwoord: Bij de vaststelling van het bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de belangen van omwonenden. In dat kader is uitvoerig onderzoek gedaan naar de verkeerseffecten. Hoogbouw wordt niet meer mogelijk gemaakt. Ten aanzien van verkeer wordt verwezen naar de beantwoording onder 2.4, ten aanzien van schaduw en uitzicht kan nog verwezen worden naar de beantwoording onder 11.13 en 11.14. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Adressant 19 19.1 Adressant geeft aan dat door de wijziging van het bestemmingsplan het uitzicht uit zijn appartement drastisch zal veranderen, terwijl het uitzicht een van de redenen was dat adressant zijn woning in 2011 heeft gekocht. Adressant vreest dat zijn woning in de schaduw zal staan, privacy wordt geschonden en meer geluidshinder zal optreden met als gevolg dat zijn woning minder waard zal worden.
Antwoord: In de strategienota (2010) en de Structuurvisie Amsterdam (2011) was reeds opgenomen dat het Havenstraatterrein zou worden getransformeerd, welk beleid is voortgezet met de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. In het kader van het bestemmingsplan is rekening gehouden met de belangen van omwonenden. Uiteindelijk maakt het bestemmingsplan geen hoogbouw meer mogelijk. Ten aanzien van de schaduweffecten kan nog verwezen worden naar de beantwoording onder 11.13 en ten aanzien van privacy wordt verwezen naar de beantwoording onder 19.3. De bebouwing op het Havenstraatterrein leidt niet tot nadelige geluidseffecten ter plaatse van de Afroditekade. De nieuwe bebouwing zorgt er eerder voor dat het geluid van de tramremise Havenstraat wordt afgeschermd, zodat dit geluid (nog) minder waarneembaar zal zijn. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 19.2 Adressant stelt dat op moment van aankoop er geen sprake was van aanpassing van het bestemmingsplan met hoogbouw, waardoor deze verslechtering niet voorzienbaar was.
59
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Antwoord: Het bestemmingsplan maakt geen hoogbouw meer mogelijk. Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze kan verder verwezen worden naar de beantwoording onder 11.8. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 19.3 Adressant geeft aan dat de woontoren voor zijn uitzicht wordt geplaatst, waardoor de privacy wordt geschonden. Adressant geeft aan dat als er een woontoren komt, hij genoodzaakt is om raambedekking aan te brengen waardoor hij kosten moet maken en het aangezicht van zijn woning zowel van binnen als van buiten verslechtert. Antwoord: Het plan voorziet niet meer in een woontoren. Overigens is de afstand tussen het beoogde bouwblok 4 op het Havenstraatterrein en het appartement van adressant ruim 75 meter. In een dichtbebouwde stedelijke omgeving is in de regel meestal sprake van veel kleinere afstanden tussen bebouwing. Ter vergelijking: de Apollolaan is 60 meter breed en de afstand tussen de bebouwing aan weerszijde van de Schinkel (ter hoogte van de Lightfactory) is 65 meter. In deze voorbeelden is de afstand tussen de woningen zo groot dat geen sprake is van inbreuk op de privacy door overburen.
Aangezien de afstand tussen bouwblok 4 en het appartement van adressant nog groter is, zal er in dit geval ook geen sprake zijn van inbreuk op de privacy. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 19.4 Adressant geeft aan in de lente en zomer tot zonsondergang (rond 21.30 - 22.00 uur) zon in zijn appartement te hebben en dat door de hoogbouw kwijt te raken. Adressant stelt dat uit de bezonningsstudies blijkt dat er vanaf 19.00 uur in het voorjaar en vanaf 20.00 uur in de zomer/najaar sprake is van schaduwwerking. Antwoord: Het bestemmingsplan maakt geen hoogbouw meer mogelijk. Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze kan verder verwezen worden naar de beantwoording onder 11.14. Conclusie: Voor de conclusie wordt verwezen naar de conclusie onder 11.14. 19.5 Adressant meldt dat in de bezonningsstudie geen rekening is gehouden met de positie van de mogelijke woontoren ten opzichte van zijn woning, namelijk recht voor de zon. Volgens adressant zal van eind maart tot en met begin oktober sprake zijn van schaduwwerking op zijn woning waardoor in de avonduren geen zon meer in zijn appartement zal staan (gemiddeld 2/3 uur per dag). Adressant geeft aan dat dit een van de redenen was om de woning aan te schaffen.
Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.14 en 19.4.
60
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Conclusie: Voor de conclusie wordt verwezen naar de conclusie onder 11.14. 19.6 Adressant stelt dat de aanpassing van het bestemmingsplan zal leiden tot planschade en gederfd woongenot. Antwoord: Om de beoogde transformatie planologisch mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan nodig. De basis voor die keuze is overigens reeds gelegd in 2003, toen de gemeente heeft besloten de reservering voor de Schinkelverbinding via het Havenstraatterrein te laten vallen. Dat besluit maakte de weg vrij voor herbestemming van het Havenstraatterrein. In de Structuurvisie Amsterdam (2011) was het Havenstraatterrein ook aangewezen als transformatiegebied wonen-werken, hetgeen in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is voortgezet. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen voor gronden vaststellen. In dit onderdeel van de zienswijze kan dan ook geen aanleiding worden gevonden het bestemmingsplan niet of gewijzigd vast te stellen. Het voorgaande neemt niet weg dat adressant een verzoek om planschade in kan dienen.
Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Adressant 20 20.1 Adressant geeft aan dat haar betrokkenheid bij het plangebied eruit bestaat dat zij huurder is van een stuk grond en door het Projectmanagement Bureau de mogelijkheid is geboden in de toekomst haar bedrijf in een iets andere vorm in de nieuwe situatie voort te zetten. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 2.1. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 20.2 Adressant vindt dat de inspraak voor het ontwerpbestemmingsplan volledig is mislukt omdat er geen rekening is gehouden met de flora en fauna. Adressant geeft aan dat zij heeft geconstateerd dat er in het gebied de volgende soorten aanwezig zijn: tongvaren, steenbreekvaren, rietorchis, huismus, ijsvogel, sperwer, rugstreeppad, matkop, nachtegaal en ransuil.
61
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Antwoord: Adressant heeft de stelling dat de genoemde soorten in het gebied aanwezig zouden zijn niet onderbouwd met een onderzoek. In het kader van het bestemmingsplan is een uitgebreid natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. Daaruit volgt dat er geen huismussen broeden binnen het plangebied broeden. Tijdens de veldbezoeken zijn ook geen vogelsoorten waargenomen waarvan het nest jaarrond is beschermd. In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Voor amfibieën is het gebied, vanwege de ongeschikte kades, niet geschikt. Bij de grond, kap- en snoeiwerkzaamheden wordt rekening gehouden met de werkrichting en werkperiode. Bomen en struiken worden buiten het broedseizoen gekapt en verwijderd. Daarnaast wordt bij voorkeur in één richting gewerkt, zodat een vluchtmogelijkheid wordt geboden aan de grondgebonden zoogdieren en vissen. Ten aanzien van de inspraak wordt verwezen naar de beantwoording onder 8.2. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 20.3 Adressant geeft aan dat de verkeerssituatie rondom Haarlemmermeercircuit dramatisch is en dat dit eerst opgelost moet worden voordat het bestemmingsplan kan worden aangenomen.
Adressant vindt dat het vertrouwen dat stadsdeel Zuid dit goed gaat doen door de voorgeschiedenis niet meer aanwezig is. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 2.4. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel is hoofdstuk 6 van de plantoelichting aangepast op basis van het geactualiseerde verkeersonderzoek. Adressant 21 21.1
Adressant geeft aan teleurgesteld te zijn over de gevolgde procedure in de eerste inspraakperiode, waarbij de inspraakperiode is ingekort van de gangbare zes naar vier weken, waarvan deels in de vakantiemaand augustus. Adressant geeft aan dat de informatieavond normaliter aan het begin van de inspraakperiode wordt gehouden, dit keer was dit halverwege de periode. Adressant stelt hierdoor onvoldoende in staat te zijn gesteld om informatie in te winnen, eigen onderzoek te doen en te reageren op alle voor inspraak relevante facetten. Adressant vindt dat zij in haar wettelijke inspraakrechten is beperkt. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.1. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 62
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’
21.2 Adressant geeft aan dat de grote politieke partijen in de deelraadsvergadering van december 2013 hebben aangegeven dat het inspraakproces niet goed is verlopen maar dat de inspraak toch niet tot andere besluitvorming zou leiden. Adressant stelt dat de publieke tribune wordt ontruimd, maar dat er eigenlijk geen reden was voor ontruiming. Adressant vindt het opmerkelijk dat de politie buiten al klaar stond voor ontruiming en veronderstelt dat de ontruiming vooraf is ingepland om na ontruiming direct tot stemming over het Havenstraatterrein over te kunnen gaan. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.2. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 21.3
Adressant is van mening dat het bijwonen van een raadsvergaderingen een democratisch recht is en dat een omwonende middels de vergadering kennis kan vergaren ten behoeve van de inspraakprocedure. Adressant vindt dat de omwonenden met de ontruiming van de publieke tribune zijn geschaad in hun rechten. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.3. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
21.4 Adressant meldt dat de videobeelden van de raadsvergadering van de website van stadsdeel Zuid zijn verwijderd, terwijl beelden van alle eerdere en later vergaderingen nog in te zien zijn. Adressant vermoedt dat de politieke uitspraken en de onterechte ontruiming van de publieke tribune in het nadeel zouden zijn van het stadsdeel en in het juridische voordeel van omwonenden bij toekomstige bezwaarprocedures. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.4. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 21.5 Adressant meldt dat bij het Investeringsbesluit verkeerde informatie is verstrekt aan de gemeenteraad, in die zin dat wordt gesteld dat het bestemmingsplan per 1 juni 2013 is gewijzigd, terwijl deze wijziging nooit is gepubliceerd en nooit ter inspraak is aangeboden. Adressant stelt dat deze tekst strijdig is met eerder door het stadsdeel verstrekte informatie tijdens de inspraakperiode met betrekking tot vigerende bestemmingsplannen. 63
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’
Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.5. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 21.6 Adressant stelt als omwonende ernstig te zijn gehinderd in de inspraak door de grote hoeveelheid spreektijd die is gegeven aan niet-belanghebbenden. Daarbij is het hem opgevallen dat twee zeer mondige insprekers geen enkele binding hebben met de buurt maar wel langdurig namens de buurt menen in te moeten spreken over zaken die niet tot bewoners- en ondernemersbelangen behoren. Adressant geeft aan dat het opvallend is dat gemeenteraadsleden opmerkingen hebben gemaakt over het ontbreken van buurtbinding van deze insprekers en dat het gaat om insprekers die inspreken als liefhebberij hebben maar eigenlijk niets te zoeken hebben op de inspraakmeetings. Adressant vindt dat door heftige reacties van deze insprekers de goede naam van bewoners is geschaad, opbouwend discussiëren moeizaam heeft gemaakt en veel tijd verloren is gegaan aan non-issues. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.6. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 21.7
Adressant distantieert zich van de zeer persoonlijke bedreigingen van een ondernemer richting de toenmalig wethouder van het stadsdeel, waardoor hij werd vrijgesteld van antwoord geven op vragen over de slecht verlopen inspraakronde. Adressant verwacht nog wel een formeel antwoord van de opvolger van de toenmalig wethouder over de slecht verlopen inspraakrondes en hoe deze alsnog vormgegeven zal worden. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.7. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
21.8 Adressant geeft aan grondig kennis te hebben genomen van alle geldende bestemmingsplannen, voordat zij hier kwam wonen. Daarin werd gesproken over laagbouw, nijverheid, verkeerswegen en een verbod op bewoning. Adressant geeft aan op basis daarvan in 2006 het huurcontract te hebben getekend. Adressant meldt dat het huidige ontwerp een muur van hoogbouw is en dat dit niet past binnen de huidige bestemmingsplannen voor het Havenstraatterrein.
64
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.8. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 21.9 Adressant geeft aan in 2006 door de gemeente zijn geïnformeerd dat het terrein onderdeel zou gaan uitmaken van de groenstrook die de fiets- en voetganger verbinding zou moeten leggen tussen het Haarlemmermeercircuit en het Amsterdamse Bos. Ook de afgelopen jaren heeft de gemeente altijd bericht dat zij grote waarde hecht aan het verbeteren van die verbinding in het kader van veiligheid van fietsers en voetgangers en het vergemakkelijken van de toegang tot het Amsterdamse Bos. Adressant vraagt zich af wat er van deze plannen terecht komt met huizen in het plangebied. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.9. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 21.10 Adressant vindt dat wordt doorgegaan met het in stand houden van een verwarrende lappendeken aan bestemmingsplannen voor het Havenstraatterrein met postzegelbestemmingsplannen, soms zelfs per gebouw en met veel overlap in de bestemmingsgebieden.
Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.10. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 21.11 Adressant is van mening dat er een overzichtelijk bestemmingsplan zou moeten zijn voor een gebied als het Havenstraatterrein, zeker nu alle bestemmingsplannen van dit gehele gebied ter herziening worden voorgesteld door de gemeente. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.11. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
65
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ 21.12 Adressant stelt dat met de blokken met hoogbouw zodanig zijn geplaatst dat het uitzicht volledig wordt ontnomen. Adressant geeft aan dat er tijdens de inspraakperiode van 2013 meermaals om impressietekeningen vanaf de Afroditekade is gevraagd en dat deze informatie pas na de inspraakperiode door het stadsdeel is verstrekt. Adressant meldt dat in de communicatie naar de gemeenteraad het stadsdeel ten onrechte stelt dat deze informatie tijdens de inspraakperiode is verstrekt. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.13. Conclusie: Voor de conclusie wordt verwezen naar de conclusie onder 11.13. 21.13 Adressant heeft gevraagd om de gevolgen van schaduwwerking op zijn woning en straat, de bezonningsstudie laat echter niet zien wat de schaduwwerking is van de geplande hoogbouw na 18.00 uur. Adressant geeft aan dat de afgelopen maanden meermaals om deze informatie is gevraagd en dat deze informatie pas na de inspraakperiode door het stadsdeel is verstrekt. Adressant meldt dat in de communicatie naar de gemeenteraad het stadsdeel ten onrechte stelt dat deze informatie tijdens de inspraakperiode is verstrekt. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.14.
Conclusie: Voor de conclusie wordt verwezen naar de conclusie onder 11.14. 21.14 Adressant vindt dat in de voorontwerpen weinig tot geen architectonische verrijkingen van de buurt zitten en dat de hoogte en vormgeving van de beoogde complexen niet aansluiten bij Plan Zuid van Berlage en de Amsterdamse Stijl. Adressant stelt dat architectuur en vormgeving belangrijk zijn, aangezien de complexen het uitzicht volledig gaan belemmeren van honderden bewoners en van verre zichtbaar is voor passanten. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.15. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 21.15 Adressant is van mening dat de voorgestelde hoogte-accenten niet passen binnen de A10, omdat Amsterdam binnen de Ring immers geen skyline of hoogbouw heeft. Antwoord: Het bestemmingsplan is aangepast en maakt geen hoogteaccenten meer mogelijk.
66
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 21.16 Adressant vindt dat er te veel hoogbouw in de omgeving ontstaat, terwijl er juist behoefte is aan laagbouw vanwege de leefbaarheid in de buurt. Adressant vindt het vreemd dat nieuwe hoogbouw wordt geplaatst naast bestaande hoogbouw, omdat de leefbaarheid hierdoor sterk afneemt en er te weinig speelruimte is voor de kinderen. Antwoord: Het bestemmingsplan is aangepast en maakt geen hoogbouw meer mogelijk. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 21.17 Adressant meldt dat in 2012 het plan nog voor een aanzienlijk deel uit laagbouw inclusief eengezinswoningen bestond, met als achtergrond het grote tekort aan eengezinswoningen in Oud Zuid. Volgens adressant zijn de laagbouw-eengezinswoningen uit het project verdwenen en lijkt het vooral een project om zoveel mogelijk appartementen te creëren voor mensen die nog niet in Amsterdam wonen. Adressant stelt dat de eengezinswoningen zijn opgeofferd voor financiële winstmaximalisatie, terwijl een hogere leefbaarheid toegevoegde waarde zou moeten hebben voor Amsterdam. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.18.
Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 21.18 Adressant stelt dat door uit te gaan van huurwoningen, een onbalans tussen koopwoningen en vrije- en sociale huurwoningen ontstaat. Adressant stelt dat mensen met een koopwoning vaak langer in een buurt wonen dan huurders en daarmee voor een goede sociale basis en leefbaarheid zorgen. Adressant vindt dat buurtbewoners die thans huren en graag in de directe omgeving zouden willen kopen, onnodig worden beperkt in hun mogelijkheden, omdat er in de huidige omgeving te weinig koopwoningen zijn. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.19. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 21.19 Adressant stelt dat de politieke wenselijkheid van betaalbare huurwoningen voor middeninkomens niet aansluit bij de financiële realiteit. Daarbij wordt aangegeven dat dit soort projecten alleen mogelijk zijn als de ontwikkelaar/aannemer een grote korting geeft aan de gemeente en als de opdrachtgever drastisch bezuinigt op het ontwerpbestek 67
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ waardoor woningen van een matige kwaliteit worden. Volgens adressant zijn vergelijkbare projecten voor betaalbare huurwoningen gefaald en moesten de woningen bij heraanbesteding als koop- of vrije sectorwoningen worden verkocht. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.20. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 21.20 Adressant stelt dat investeerders bouwprojecten voor middeninkomens als te risicovol zien wat de kernoorzaak is van het tekort aan woningen voor deze doelgroep. Adressant wijst erop dat als het project faalt, de beoogde betaalbare huurwoningen voor middeninkomens waarschijnlijk zullen veranderen in koop/huurappartementen voor hogere inkomens, de kosten van her-aanbesteding hoog zullen zijn en nieuwe aannemers zullen risico’s van een over te nemen project verrekenen in de intekenprijs. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.21. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
21.21 Adressant vindt dat belanghebbenden onvoldoende gelegenheid hebben gekregen om kennis te nemen van de projectrisico’s en de (on)haalbaarheid van de huurwoningen in het midden-inkomenssegment, aangezien de financiële paragraaf geheim wordt gehouden. Adressant stelt dat de kans groot is dat het project anders kan eindigen dan vooraf aan omwonenden is voorgesteld, waardoor omwonenden worden geschaad in hun inspraakrechten. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.22. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Adressant 22 22.1 Adressant geeft aan teleurgesteld te zijn over de gevolgde procedure in de eerste inspraakperiode, waarbij de inspraakperiode is ingekort van de gangbare zes naar vier weken, waarvan deels in de vakantiemaand augustus. Adressant geeft aan dat de informatieavond normaliter aan het begin van de inspraakperiode wordt gehouden, dit keer was dit halverwege de periode. Adressant stelt hierdoor onvoldoende in staat te zijn gesteld 68
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ om informatie in te winnen, eigen onderzoek te doen en te reageren op alle voor inspraak relevante facetten. Adressant vindt dat zij in haar wettelijke inspraakrechten is beperkt. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.1. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 22.2 Adressant geeft aan dat de grote politieke partijen in de deelraadsvergadering van december 2013 hebben aangegeven dat het inspraakproces niet goed is verlopen maar dat de inspraak toch niet tot andere besluitvorming zou leiden. Adressant stelt dat de publieke tribune wordt ontruimd, maar dat er eigenlijk geen reden was voor ontruiming. Adressant vindt het opmerkelijk dat de politie buiten al klaar stond voor ontruiming en veronderstelt dat de ontruiming vooraf is ingepland om na ontruiming direct tot stemming over het Havenstraatterrein over te kunnen gaan. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.2. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
22.3 Adressant is van mening dat het bijwonen van een raadsvergaderingen een democratisch recht is en dat een omwonende middels de vergadering kennis kan vergaren ten behoeve van de inspraakprocedure. Adressant vindt dat de omwonenden met de ontruiming van de publieke tribune zijn geschaad in hun rechten. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.3. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 22.4 Adressant meldt dat de videobeelden van de raadsvergadering van de website van stadsdeel Zuid zijn verwijderd, terwijl beelden van alle eerdere en later vergaderingen nog in te zien zijn. Adressant vermoedt dat de politieke uitspraken en de onterechte ontruiming van de publieke tribune in het nadeel zouden zijn van het stadsdeel en in het juridische voordeel van omwonenden bij toekomstige bezwaarprocedures. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.4. 69
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’
Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 22.5 Adressant meldt dat bij het Investeringsbesluit verkeerde informatie is verstrekt aan de gemeenteraad, in die zin dat wordt gesteld dat het bestemmingsplan per 1 juni 2013 is gewijzigd, terwijl deze wijziging nooit is gepubliceerd en nooit ter inspraak is aangeboden. Adressant stelt dat deze tekst strijdig is met eerder door het stadsdeel verstrekte informatie tijdens de inspraakperiode met betrekking tot vigerende bestemmingsplannen. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.5. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 22.6 Adressant stelt als omwonende ernstig te zijn gehinderd in de inspraak door de grote hoeveelheid spreektijd die is gegeven aan niet-belanghebbenden. Daarbij is het hem opgevallen dat twee zeer mondige insprekers geen enkele binding hebben met de buurt maar wel langdurig namens de buurt menen in te moeten spreken over zaken die niet tot bewoners- en ondernemersbelangen behoren.
Adressant geeft aan dat het opvallend is dat gemeenteraadsleden opmerkingen hebben gemaakt over het ontbreken van buurtbinding van deze insprekers en dat het gaat om insprekers die inspreken als liefhebberij hebben maar eigenlijk niets te zoeken hebben op de inspraakmeetings. Adressant vindt dat door heftige reacties van deze insprekers de goede naam van bewoners is geschaad, opbouwend discussiëren moeizaam heeft gemaakt en veel tijd verloren is gegaan aan non-issues. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.6. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 22.7 Adressant distantieert zich van de zeer persoonlijke bedreigingen van een ondernemer richting de toenmalig wethouder van het stadsdeel, waardoor hij werd vrijgesteld van antwoord geven op vragen over de slecht verlopen inspraakronde. Adressant verwacht nog wel een formeel antwoord van de opvolger van de toenmalig wethouder over de slecht verlopen inspraakrondes en hoe deze alsnog vormgegeven zal worden. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.7.