9. Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Havenstraatterrein GEANONIMISEERD_def.pdf
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’
Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Adressant 28 28.1 Adressant geeft aan dat de Havenstraat plannen voor het bouwen van huizen (voor immigranten) in verband met uitbreiding van nijverheid vernietiging van een mooi en prettig gebied inhouden. Antwoord: De gemeente deelt de mening van adressant niet. In de huidige situatie is sprake van een kwalitatief laagwaardige invulling. De locatie heeft echter veel potentie. Om die reden heeft de gemeente besloten tot transformatie van het terrein tot gemengd woon-werkgebied. Dit zorgt voor een grote kwaliteitsimpuls voor het gebied en de directe omgeving. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 28.2 Adressant verwijst naar het rapport van de Club van Rome (1972) en andere geschriften waarin aarde- en delfstoffenkundigen hebben gezegd dat de delfstoffen opraken en het miljoenen jaren duurt voor er weer nieuwe delfstoffen zijn ontstaan. Adressant vindt dat er geen uitbreiding van industrie en bevolkingstoename mag plaatsvinden, want dat is toename van het gebruik van delfstoffen. Antwoord: De gemeente onderkent het belang van duurzaamheid en geeft dit ook een plek in ruimtelijke plannen. Dit onderdeel van de zienswijze gaat de reikwijdte van het bestemmingsplan echter te boven.
Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 28.3 Adressant is van mening dat de Havenstraat plannen, net als veel andere gedeeltelijk al uitgevoerde plannen, wetenschapsschennis. Volgens adressant moet, omdat wetenschapsschennis niet in het wetboek staat, de Bijzondere Rechtspleging weer worden ingesteld voor de wetenschapsschennis door verspilling van delfstoffen en het aanmoedigen van bevolkingstoename. Antwoord: Dit onderdeel van de zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
94
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Adressant 29 29.1 Adressant geeft aan zich niet te kunnen vinden in de stedenbouwkundige opzet van het plan. Volgens adressant is het Olympisch Kwartier met het Havenstraatterrein deel uit van het ensemble van gebouwen met bijbehorende bouwhoogten en stijlen van AmsterdamZuid en dus ook Berlage. Om die reden kan het plangebied volgens adressant niet als een losstaande wijk worden ontwikkeld. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.15. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 29.2 Adressant stelt dat nergens in de directe omgeving van het Havenstraatterrein noch in andere delen van Amsterdam-Zuid hoogbouw met een dergelijke hoogte historisch gezien aanwezig is. Volgens adressant klinkt het excuus dat op het Havenstraatterrein kan worden geëxperimenteerd met hoogbouw als een ‘opspanning’ van het plan ongeloofwaardig en (historisch) niet relevant. Antwoord: Het bestemmingsplan maakt geen hoogbouw meer mogelijk. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 29.3 Adressant vraagt zich af waarom gesproken wordt over de hoogbouw aan de zijde van de Schinkel als entree van de stad.
Volgens adressant moet juist sprake zijn van een vloeiende overgang van park naar stad en is in het verleden altijd gesproken over een vloeiende overgang c.q. corridor van sport en groen vanuit het Amsterdamse Bos naar het Vondelpark. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.9 en 26.9. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 29.4 Adressant stelt dat een vloeiende overgang zelfs in de huidige functie kan worden gerealiseerd, waarbij het terrein samen met ondernemers wordt geherstructureerd in een groen wonen/werken gebied. Adressant geeft aan dat indien dit niet gewenst is, gezien het voornemen tot totale functiewijziging, dan een vloeiende overgang kan worden gecreëerd door een andere wijze van inrichten c.q. andersoortige gebouw. Volgens adressant is hoogbouw een keiharde en afsluitende overgang van park naar stad en zeker geen entree of doortrekking van de beloofde groene structuur. 95
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’
Antwoord: De bebouwingsdichtheid op het Havenstraatterrein is een van de consequenties van de keuzes die zijn gemaakt in de Structuurvisie Amsterdam (2011). In de Structuurvisie was al opgenomen dat het Havenstraatterrein wordt getransformeerd tot gemengd woon-werkgebied, welk beleid met de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is voortgezet. Dit is nader uitgewerkt in het Projectbesluit en later het Investeringsbesluit. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de juridisch-planologische vertaling daarvan. Gezien de potentie van de locatie is niet gekozen voor een herstructurering met behoud van bestaande ondernemers. Ten aanzien van de overgang van park naar stad wordt verwezen naar de beantwoording onder 26.9. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 29.5 Adressant wijst op de zorgvuldige wijze waarop het nieuwe Olympisch Kwartier tot stand is gekomen, dat qua architectuur en invulling een prachtige aanvulling is op de Stadionbuurt en overig Amsterdam-Zuid. Adressant stelt dat het een compacte en aansprekende wijk is geworden, waar hoogbouw achterwege is gelaten en zelfs vanuit gemeentelijk oogpunt destijds ongewenst was. Volgens adressant wordt het uitzicht op het levendige en historisch prachtige Havenstraatterrein niet als storend ervaren.
Antwoord: De gemeente onderkent dat het Olympisch Kwartier een geslaagde gebiedsontwikkeling is die aansluit op de Stadion- en Beethovenbuurt. Bij de planontwikkeling voor het Havenstraatterrein is rekening gehouden met de positie van het plangebied ten opzichte van het aangrenzende Plan Zuid en het Olympisch Kwartier Noord. De bouwhoogtes zijn daarom gelijk of lager dan de bebouwing in het Olympisch Kwartier Noord, aan de Amstelveenseweg en aan de Karperstraat. De opmerking dat het uitzicht op het huidige Havenstraatterrein niet als storend wordt ervaren wordt voor kennisgeving aangenomen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 29.6 Adressant vindt dat het lijkt alsof het nieuwe plan voor het Havenstraatterrein zonder enige historisch besef, laat staan met besef van c.q. respect voor de ontwikkelingen van het laatste jaren (het Olympisch Kwartier) tot stand is gekomen. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 11.15 en 28.5. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 96
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’
29.7 Adressant stelt dat draagvlakcreatie tot een versnelling leidt bij het samenstellen van plannen en dat niemand zit te wachten op plannen die niet aansluiten bij lokale wensen en behoeften en die vanuit het oude aanbodgerichte denken tot stand zijn gekomen. Adressant is van mening dat de aanpak voor het Havenstraatterrein ouderwets is en dat de aanpak zichtbaar tot veel weerstand bij buurtbewoners, belanghebbenden en ondernemers leidt. Antwoord: De gemeente onderkent dat ruimtelijke plannen moeten aansluiten op de behoefte die er in de samenleving is. Gezien de grote woningbehoefte in Amsterdam, met name binnen de Ring A10, heeft de gemeente met de vaststelling van de Structuurvisie in 2011 al nadrukkelijk gekozen voor verdichting binnen de bestaande stad. Dat beleid is met de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 voortgezet. Dergelijke plannen raken bestaande belangen en zorgen om die reden begrijpelijkerwijs voor weerstand. Een zorgvuldige belangenafweging is dan ook van groot belang. De gemeente heeft er in het geval van de planontwikkeling voor Havenstraatterrein niet gekozen voor co-creatie waarbij samen met buurtbewoners en ondernemers een plan wordt gemaakt. Na de inspraakperiode is een begeleidingsgroep opgericht, waarin belanghebbenden elkaar ontmoeten en met het stadsdeel van gedachten wisselen.
Voor het stadsdeel is het prettig om met een vaste groep mensen de plannen te kunnen bespreken en te kunnen toetsen. Het is niet zo dat de begeleidingsgroep besluiten neemt. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 29.8 Adressant pleit voor de samenstelling van een ander plan, met partijen die daadwerkelijk een belang hebben in de buurt, waarbij het oude denken wordt losgelaten (uiteraard met begrip voor de financiële paragraaf) en opgaan voor een breed gedragen plan waar iedereen aan meewerkt en trots op is. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 29.7. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 29.9 Adressant geeft aan zich aangemeld te hebben voor de begeleidingsgroep Havenstraatterrein, waarbij het als een uitdaging zag om tot een breed gedragen plan te komen mits er voldoende ruimte was om tot verbeteringen, aanpassingen en veranderingen te komen. Adressant meldt te hebben moeten constateren dat er voor inspraak geen plaats is geweest, iets wat ook in december 2013 door sommige fracties is uitgeroepen.
97
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 8.2 en 28.7. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 29.10 Adressant pleit voor een meer gedifferentieerd plan, te weten een mix van sociale woningbouw en middeldure en dure koopwoningen, in plaats van het inzetten op middeldure huur met appartementen als meest geëigende verschijningsvorm. Antwoord: Het bestemmingsplan voorziet in regels voor het bouwen en het gebruik in het plangebied, maar niet op de woningcategorieën. In de plantoelichting is wel opgenomen dat een divers woningbouwprogramma uitgangspunt voor het Havenstraatterrein met sociale huur, middensegment (huur en koop) en vrije sector. Omdat een grote behoefte is aan betaalbare woningen in het middensegment (zowel koop en huur) en het aanbod aanzienlijk achter blijft zet de gemeente vooral in op deze categorie. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 29.11 Adressant stelt dat het Haarlemmermeerstation dagelijks vaststaat, zowel in de ochtend als in de avond.
Adressant vraagt hoe de gemeente denkt over de afwikkeling van bestemmingsverkeer, aangezien de intensiteit met de toevoeging van het beoogde programma op het Havenstraatterrein alleen maar zal toenemen. Volgens adressant zal Amsterdam-Zuid slechter bereikbaar worden. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 2.4. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel is hoofdstuk 6 van de plantoelichting aangepast op basis van het geactualiseerde verkeersonderzoek. 29.12 Adressant stelt dat stadsgeluiden zoals de ringweg A10, de vliegtuigen en de remise Havenstraat voor nu acceptabel zijn, maar dat door toevoeging van extra woningen met bijbehorende verkeersbewegingen en weerkaatsing van geluid tussen de gebouwen de cumulatie van geluid zal toenemen hetgeen de overlast versterkt. Adressant vraagt hoe de geluidscumulatie wordt beperkt. Antwoord: In het kader van het bestemmingsplan is uitgebreid akoestisch onderzoek gedaan. Op grond van de Wet geluidhinder dient bij het vaststellen van hogere grenswaarden aandacht te worden besteed aan cumulatie van geluid. In het Amsterdams geluidbeleid is de wijze waarop dit moet 98
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ worden beoordeeld nader vastgelegd: cumulatie mag niet leiden tot een geluidbelasting die meer dan 3 dB uitstijgt boven de ten hoogste vast te stellen hogere grenswaarde. In de onderhavige situatie dienen er hogere grenswaarden voor het wegverkeersgeluid te worden vastgesteld. De daarbij ten hoogste vast te stellen grenswaarde is 63 dB, waarmee de maximaal toelaatbare gecumuleerde geluidbelasting uitkomt op 66 dB. Gelet op de in het gebied aanwezige geluidsbronnen (luchtvaartlawaai is gezien de zeer lage langtijdgemiddelde geluidbelasting niet relevant voor de cumulatie) en de daardoor veroorzaakte geluidbelastingen, blijft de gecumuleerde geluidbelasting aanzienlijk onder deze waarde. Vanuit het Amsterdams geluidbeleid gezien is er dan ook geen sprake van onaanvaardbare cumulatie van geluid. Vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening dient ook aandacht aan de cumulatie van geluid te worden besteed. Gezien het feit dat er in het onderhavige plangebied sprake is van een stedelijk gebied met intensief gebruik, meerdere functies en drukke infrastructuur in de nabije omgeving, is er vanzelfsprekend sprake van een relatief hoge geluidbelasting. Voor een belangrijk deel van het plangebied geldt dat geluidsluwe binnenterreinen zullen worden gerealiseerd, die van het omgevingsgeluid worden afgeschermd.
Bovendien kan, aangezien het nieuw te realiseren woningen betreft, voldoende rekening worden gehouden met het realiseren van een aanvaardbaar geluidniveau in de woningen. Op grond daarvan kan worden geconcludeerd dat sprake is van een aanvaardbare ruimtelijke ordening waarin en kan een goed woon- en leefklimaat worden gewaarborgd. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat het realiseren van bebouwing op het Havenstraatterrein niet leidt tot nadelige geluidseffecten ter plaatse van de Afroditekade. Sterker nog, de bebouwing zorgt ervoor dat het geluid van de tramremise Havenstraat wordt afgeschermd, zodat dit geluid (nog) minder waarneembaar zal zijn. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 29.13 Adressant stelt dat de toevoeging van het grote aantal woningen zal leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Adressant verneemt graag de denkbeelden en beperkende maatregelen van de gemeente hieromtrent. Antwoord: In het kader van het bestemmingsplan is onderzoek gedaan naar de gevolgen voor luchtkwaliteit. Daarin is aannemelijk gemaakt dat de voorgenomen ontwikkeling van het Havenstraatterrein niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit.
In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) (NIBM) is vastgelegd wanneer een project/plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een NO 2 of PM10 als de toename van de concentraties in de buitenlucht niet meer bedraagt dan 3 procent van de jaargemiddelde grenswaarde. Dit komt voor beide stoffen overeen met een maximale toename van de concentraties met 1,2 µg/m3. Projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Wel moet aannemelijk worden gemaakt dat als gevolg
99
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Havenstraatterrein’ van het project de jaargemiddelde concentraties PM10 en NO2 niet met meer dan 1,2 µg/m3 toenemen. In de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteiteisen) zijn categorieën van gevallen aangewezen die per definitie niet in betekenende mate bijdragen. Voor deze categorieën van gevallen hoeft geen onderzoek plaats te vinden of hoeft niet aannemelijk gemaakt te worden dat ze niet in betekenende mate bijdragen. Eén van deze categorieën betreft de bouw van 1.500 woningen, waarbij is uitgegaan van een verkeersgeneratie van ten minste 7.500 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Indien een verkeersaantrekkende werking van een project of een planontwikkeling ruim beneden deze 7.500 motorvoertuigbewegingen per etmaal ligt en deze planontwikkeling niet direct valt onder de Regeling niet in betekenende mate bijdragen, dan is daarmee aannemelijk gemaakt dat dit project of plan niet in betekenende mate bijdraagt. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 29.14 Adressant meldt dat het Havenstraatterrein zeer ernstig is vervuild en dat sanering van dit gebied ten behoeve van woningbouw zeer kostbaar is en wellicht leidt tot onveilige situaties ten tijde van een eventuele sanering.
Adressant vraagt of het terrein überhaupt geschikt is voor de functie wonen. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 9.4. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 29.15 Adressant geeft aan dat het Havenstraatterrein onder de aanvliegroute naar Schiphol ligt en dat met name op stormachtige dagen de grote Boeings zeer laag overvliegen, wat een onbehagelijk gevoel geeft. Adressant vraagt hoe de gemeente (en de NV Luchthaven Schiphol) denkt over de relatie tussen vliegverkeer en bouwhoogte, waarbij hij zich afvraagt of de gemeente het kan maken om hoogbouw onder de aanvliegroute te realiseren. Adressant suggereert dat het wellicht verstandiger is om de huidige functie met haar gebruikers hier te laten of om minder hoog te gaan. Antwoord: Voor de beantwoording van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beantwoording onder 2.3. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 29.16 Adressant vraagt zich af hoe de nieuwbouw zich ten opzichte van haar omgeving verhoudt met betrekking tot schaduwwerking. 100