8 Monitoringsrapport Haven-Stad 2021.pdf
Tekst van het document
rt
De geluidverkaveling is van toepassing op Alfadriehoek en Coen- en Vlothaven. 1151 11751177 1180 11301152
3474 3495
3469 3464
3467
1063
69 1248-4 68
1065 1248-3
3452 63
4084
50
98
86
62
3411
3406
3409
4055
3385 3381 3375 3378 33763374 3372 3367 3359
67
51
PHAV1 52
1248-1
1248-2
1235 1225 1210
1214
3200
2353
3800
1505
1772 1785
3219 3776 3702 3210 3797 3761 3770 3751 3746 3704 3753 3900
1205
1740 1762
3430
2400
35
1490
61 1337 1246 13661361 1330 1420 1327 1240
53
3361
MANWB
1495
1395 1380
1019 34393440 3438 3434
3403
4080
1185 Toekomst E
1182
1095
1425
1699
1525
1601 1665 1540 1552 1555 1570 1661 1650 1584 1630 1715 MEOLI
1695
Luchthavenbesluit Amsterdam Heliport De bestaande vergunning van Amsterdam Heliport moest worden omgezet in een luchthavenbesluit (LHB) conform de regelgeving voor burgerluchthavens. Op 1 februari 2021 stemden Provinciale Staten in met het Luchthavenbesluit Amsterdam Heliport. Dit LHB maakt een verplaatsing van de standplaats van de traumahelikopter naar Amsterdam Heliport in Westpoort mogelijk. Bij de omzetting is de vergunning op drie punten geactualiseerd: aanpassing van de route, het aantal vluchten waarbij rekening is gehouden met ruimte voor traumahelikoptervluchten, en het voldoen aan de stikstofvereisten. De plaatsgebonden risicocontouren vallen niet binnen Haven-Stad. De 48 dB(A)-contour van de helihaven is kleiner geworden in vergelijking met de oude vergunde situatie. Er zijn geen beperkingen opgenomen (zie pagina 80). Actieplan Geluid 2020-2023 In het Actieplan Geluid (december 2020) wordt aangegeven welke mogelijkheden er zijn om het geluid van het verkeer in de stad terug te dringen, waarbij aan de verplichtingen vanuit de EU-richtlijn Omgevingslawaai wordt voldaan. Het actieplan heeft potentieel effect op het omgevingslawaai dat gemonitord wordt door de indicator ‘verandering milieucontouren geluid’. Regionale Energiestrategie (RES) De RES (zie pagina 27) volgt de Windvisie Amsterdam uit 2012 op.
Bij de Windvisie behorende MER werden drie locaties nabij Haven-Stad (Westpoort, Noorder IJ-plas en de Noordelijke IJ-oevers) als voorlopig kansrijk beoordeeld. In het RES zijn deze drie locaties opgenomen als voorkeurslocatie voor nieuwe windturbines.
1798
Afbeelding 9. Uitsnede kaart geluidverkaveling Westpoort met kavelnummers. Bron: Bestemmingsplan Geluidverdeelplan Westpoort
Gemeente Amsterdam
29 Esri Nederland, Community Maps Contributors
De zoekgebieden voor windturbines hebben een potentieel effect op de milieucontouren geluid. Actieplan Schone Lucht In oktober 2019 publiceerde de gemeente het Actieplan Schone Lucht voor de periode tot 2030. Het actieplan heeft potentieel (positief) effect op de luchtkwaliteit die gemonitord wordt door de indicator ‘verandering milieucontouren luchtkwaliteit’. Programma Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht, Meerjarenprogramma 2018-2021 Het meerjarenprogramma is het programmatische kader voor de voortgaande uitvoering van de Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht. De missie is dat alle Amsterdamse kinderen op gezond gewicht zijn in 2033 en dat geen kind meer ongezond opgroeit in Amsterdam. De voortgang van de inspanningen wordt bijgehouden in een Uitvoeringsmonitor. Het MJP heeft potentieel (positief) effect op de indicatoren onder de subdoelstelling ‘gezond gedrag’.
Amsterdamse Gezondheidslogica, 12 logsiche principes voor een gezonde stad In januari 2021 publiceerde de stuurgroep Gezonde Stad de Amsterdamse Gezondheidslogica, met 12 ruimtelijke principes (bouwstenen) voor een gezonde leefomgeving: fietsers en voetgangers krijgen ruim baan; een gezonde stad is een groene stad; de stad is een speeltuin; sport is om de hoek; er is ruimte voor ontmoeting en verbinding; drukte wordt afgewisseld met rust en stilte; gezond voedsel is logisch en overal; buurten zijn prettig voor ouderen; de schoolomgeving is gezond in het bijzonder; er is gezonde lucht voor iedereen; de stad is bestand tegen klimaatverandering; en gebouwen en buitenruimten dragen bij aan gezondheid.
bevorderen van gezondheid in ruimtelijke plannen, zoals die voor Haven-Stad.
Landelijke ontwikkelingen Schone Lucht Akkoord Begin 2020 ondertekende het kabinet met provincies en gemeenten het Schone Lucht Akkoord. Doel van het akkoord is gezamenlijk de luchtkwaliteit in Nederland permanent te verbeteren. Met de aanpak van binnenlandse bronnen wordt er gestreefd naar een gezondheidswinst van minimaal 50% in 2030 ten opzichte van 2016. Dat betekent dat mensen langer, gezonder en met meer kwaliteit leven. Het akkoord heeft potentieel (positief) effect op de luchtkwaliteit die gemonitord wordt door de indicator ‘verandering milieucontouren luchtkwaliteit’. Wet stikstofreductie en natuurverbetering Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering ingegaan. De nieuwe wet regelt onder meer drie resultaatsverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura 2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben, in 2030 minimaal 50% en in 2035 minimaal 74%. Met de inwerkingtreding van de wet is ook de bouwvrijstelling voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten ingegaan. De vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase van wat wordt gebouwd of aangelegd. Ten noorden van het plangebied Haven-Stad ligt het Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld en Twiske (brakwaterlaagveencomplex).
De resultaatsverplichten hebben potentieel effect op de luchtkwaliteit die gemonitord
De Amsterdamse Gezondheidslogica is een handreiking en inspiratiebron voor het
30
Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021
de indicator ‘verandering milieucontouren geluid’. Dashboard gezondheid per buurt, wijk en gemeente (RIVM) Op de website van het RIVM worden kaarten en cijfers gepresenteerd over gezondheid en -gerelateerde thema’s op gemeente-, wijk- en buurtniveau, waaronder cijfers over obesitas, eenzaamheid en geluidhinder. Het dasboard biedt een referentiekader. Door middel van het dashboard kan de gezondheid in Haven-Stad worden vergeleken met andere buurten, wijken en gemeenten. Afbeelding 10. Ligging Natura 2000-gebieden t.o.v. plangebied. Bron: MER Haven-Stad
wordt door de indicator ‘verandering milieucontouren luchtkwaliteit’. Meerjarenprogramma Geluidsanering Net als voor de rijkswegen en de gemeentelijke wegen loopt ook voor het spoor een (rijks)saneringsprogramma, dat gericht is op het verminderen van geluidsoverlast langs het spoor. Dit is het Meerjarenprogramma Geluidsanering (MJPG), waarin de geluidhinder op woningen wordt aangepakt. Binnen het programma wordt het gehele spoortraject in Amsterdam opnieuw berekend en beoordeeld op de noodzaak van geluidsmaatregelen. Resultaten van dit onderzoek volgen eind 2020. Daarna wordt een landsdekkend saneringsprogramma opgesteld en dan zal vanuit het MJPG project worden afgestemd met omwonenden. Het MJPG heeft potentieel effect op de geluidhinder die gemonitord wordt door
Gemeente Amsterdam
31
6. Externe ontwikkelingen
Niet alleen de ontwikkelingen binnen HavenStad zijn van belang. Externe factoren kunnen een grote impact hebben op de ontwikkeling van Haven-Stad. Dit hoofdstuk beschrijft deze ontwikkelingen en hoe ze het behalen van de ambities voor HavenStad kunnen beïnvloeden, in negatieve en positieve zin. Het bijhouden van externe ontwikkelingen wordt bij het monitoren van de ontwikkelingen in Haven-Stad gebruikt voor het verklaren van de waarden van de indicatoren. Zo kan bijvoorbeeld geconcludeerd worden dat de waarde van een indicator niet afhangt van de ontwikkeling van Haven-Stad, maar van een ontwikkeling elders.
6.1 Ruimtelijke ontwikkelingen rondom Haven-Stad In het MER worden een aantal raakvlakprojecten genoemd; ruimtelijke plannen die niet in het MER Haven-Stad passen, maar mogelijk wel invloed hebben. Per raakvlakproject wordt hieronder de voortgang van het project beschreven en de (toekomstige) invloed op de ontwikkelingen in Haven-Stad, indien die veranderd is ten opzichte van de beschrijving in hoofdstuk 6.2 van het MER. Westerpark West De voormalige ING-kantoren aan de Haarlemmerweg worden getransformeerd naar woningen. Eind 2017 is het bestemmingsplan Westerpark West vastgesteld voor de bouw van maximaal 925 woningen, waarvan er op dit moment 396 in uitvoering zijn: De Voortuinen (94 woningen), Blend (128 woningen) en Pepper & Salt (174 woningen). Het voormalige parkeerterrein is aangekocht door de gemeente en het bestemmingsplan Westerpark West Kavel X (vastgesteld eind 2019), maakt het mogelijk dat deze kavel naar aanleiding van een aangenomen amendement een groene inrichting krijgt.
32
Brediuslocatie In 2018 heeft besluitvorming plaatsgevonden over de ontwikkeling van de Brediuslocatie als woningbouwlocatie. In 2020 is het bestemmingsplan onherroepelijk geworden en is de tender gestart voor de ontwikkeling van circa 11.000 m2 bvo woningbouw en circa 1.000 m2 bvo maatschappelijke en/of consumentverzorgende dienstverlening. De verwachte uitvoering is in 2023-2025. Multatuli en Arlandaweg-Oost Geen wijzigingen ten opzichte van het MER Haven-Stad. Hembrugterrein In 2019 is het bestemmingsplan Omgevingsplan Hembrug e.o. vernietigd. De ambitie voor het gebied is echter ongewijzigd gebleven en op 17 december 2020 is een voorbereidingsbesluit genomen voor het maken van een nieuw bestemmingsplan om de transformatie van het Hembrugterrein tot een gemengd woon-werkgebied mogelijk te maken. De visie op de (her)ontwikkeling van Hembrug staat beschreven in het Masterplan Hemburg, vastgesteld op 22 april 2021. Zoekgebied windturbines De ontwikkeling van Haven-Stad is randvoorwaardelijk voor de locatie van de toekomstige windturbines (zie pagina 27). Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) Amsterdam Centraal Op 14 januari 2021 is het Tracébesluit PHS Amsterdam Centraal vastgesteld. Hiermee is het besluit genomen voor de aanpassingen aan het spoor, de vrije kruising bij de Dijksgracht en de aanpassingen aan station Amsterdam Centraal.
De spoorinfrastructuur gaat tussen 2021-2028 op de schop, zodat er vanaf 2030 meer treinen van en naar het station kunnen rijden. Het bijbehorende Milieueffectrapport is in 2020 voorzien van een aanvulling. In de Westhaven wordt een emplacement aangelegd voor het opstellen
Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021
van reizigerstreinen. De enkelsporige aansluiting naar dit opstelterrein ter hoogte van de Transformatorweg wordt aangepast (ontvlechting). De sporen van en naar het opstelterrein worden losgelegd van de sporen Schiphol - Amsterdam Centraal, zodat er voldoende capaciteit is om reizigers- en goederentreinen inen uit te kunnen laten voegen naar het emplacement. Sprong over het IJ Op 25 juni 2020 heeft de commissie D’Hooghe het eindadvies Genereus Verbonden gegeven op het Voorkeursbesluit Sprong over het IJ dat de gemeenteraad in 2017 nam. Geadviseerd is om voor de vaste oeververbinding ter hoogte van het Stenen Hoofd een brug te maken die meer westelijk ligt, tussen de NDSM-werf en de Haparandadam, aansluitend op de binnenring voor fiets en OV. Daarnaast is geadviseerd om de Passenger Terminal Amsterdam (PTA) te verplaatsen naar de Coenhaven. Het Westerhoofd in de Coenhaven is aangewezen door het college als voorgenomen voorkeurslocatie. Naar verwachting wordt een aangepast voorkeursbesluit in het eerste kwartaal van 2022 aan de gemeenteraad voorgelegd. MIRT Sloterdijk In het kader van het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT) hebben rijk en regio afspraken gemaakt over de transformatie van Sloterdijk:
Verplaatsing emplacement Zaanstraat: Het emplacement Zaanstraat vormt een belangrijke barrière tussen de Spaarndammerbuurt, Westerpark en Sloterdijk. De verplaatsing van het emplacement wordt onderzocht, waarbij Emplacement Westhaven een optie is. Als gevolg van het PHS (zie pagina 30) wordt op dit moment het huidige goederenemplacement in Westhaven uitgebreid en geschikt gemaakt voor het opstellen van reizigerstreinen. MIRT-verkenning Corridorstudie Amsterdam-Hoorn (A7/A8) De MIRT-verkenning is in 2019 afgerond en de structuurvisie Corridor AmsterdamHoorn is op 19 december 2019 vastgesteld door de Minister van I&W. De bereikbaarheid in de regio AmsterdamHoorn wordt verbeterd door een pakket aan maatregelen bestaande uit verbeteringen op het wegennet, fiets- en OV-netwerk. MIRT-onderzoek Stedelijke Bereikbaarheid Metropoolregio Amsterdam Uit het MIRT-onderzoek uit 2017 blijkt dat de stedelijke bereikbaarheid in de MRA onder druk staat. In het stedelijk gebied hebben vooral de eerste en laatste kilometer diverse zwakke elementen en bieden goede kans om de kwaliteit van de gehele deur-tot-deurreis te verbeteren. Het Rijk en de MRA werken sinds 2018 in het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid de mobiliteitsvraagstukken uit die voortkomen uit de Verstedelijkingsstrategie voor de MRA (zie pagina 12).
Afwaardering status N200/Haarlemmerweg: Tussen oktober 2018 en november 2020 is de N200 afgewaardeerd van autoweg tot lokale stedelijke weg (maximaal 50 km/ uur), zodat langs de N200 woningbouw mogelijk is geworden. Er zijn ook drie oversteekplaatsen (bruggen) voor langzaam verkeer gerealiseerd om de verbindingen tussen de bestaande buurten en Sloterdijk en Haven-Stad te verbeteren.
Gemeente Amsterdam
33
De volgende externe ontwikkeling was nog niet opgenomen als raakvlakproject in het MER Haven-Stad. Deze wordt in het overzicht van wijzigingen opgenomen (zie bijlage 1). ZaanIJ De gemeenten Amsterdam en Zaanstad werken samen aan de ontwikkeling van de oevers van Zaan en IJ. Dit is één van de gebieden die door het Rijk in de Structuurvisie is aangewezen als verstedelijkingslocaties. Het programma ZaanIJ heeft als doelstelling om nieuw leven te blazen in terreinen en panden langs het waterfront van Zaan en IJ. In 2040 is ZaanIJ een goed bereikbaar stedelijk gebied met ruimte voor hoge woondichtheden, schoen en kleinschalige bedrijvigheid, en groen en recreatie. De Achtersluispolder is één van de plangebieden. Dit bedrijventerrein in Zaandam, direct ten westen van de Noorder IJ-plas, wordt de komende 10 jaar getransformeerd naar een gemengd gebied. Er wordt geïnvesteerd in infrastructuur om het gebied beter te ontsluiten: betere verbindingen met Amsterdam voor openbaar vervoer en langzaam verkeer via de Noorder IJ-plas.
6.2 Technologische ontwikkelingen Er hebben zich geen relevante technologische ontwikkelingen voorgedaan sinds de vaststelling van het MER Haven-Stad die aanleiding geven om bij te sturen, ambities aan te scherpen of het MER aan te vullen.
6.3 Sociaal-economische ontwikkelingen Er hebben zich geen relevante sociaaleconomische ontwikkelingen voorgedaan sinds de vaststelling van het MER HavenStad die aanleiding geven om bij te sturen, ambities aan te scherpen of het MER aan te vullen.
6.4 Politieke ontwikkelingen Er hebben zich geen relevante politieke ontwikkelingen voorgedaan sinds de vaststelling van het MER Haven-Stad die aanleiding geven om bij te sturen, ambities aan te scherpen of het MER aan te vullen.
6.5 Klimaatverandering Amsterdam bereidt zich voor en past zich aan op meer hitte, droogte, wateroverlast door hevige regenbuien en kans op overstromingen. In mei 2021 is de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Amsterdam gelanceerd, bedoeld om te agenderen, inspireren en handvatten te bieden om hiermee samen aan de slag te gaan. Om op de mogelijk sneller optredende klimaatverandering voorbereid te zijn, zal gekeken worden waar vooruitlopend op nieuwe wet- en regelgeving bijgestuurd kan worden richting nog meer klimaatrobuuste oplossingen.
34
Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021
7.1 Hoogstedelijkheid De ambitie is om in Haven-Stad 40.000 - 70.000 woningen en 45.000 - 58.000 arbeidsplaatsen te realiseren. Bewoners van Haven-Stad kunnen een levendige wijk verwachten met een mix aan functies, activiteiten en hoogstedelijke woningtypen in verschillende prijscategorieën. Er wordt een woonmilieu gerealiseerd met hoge dichtheden. Voor de hoofddoelstelling Hoogstedelijkheid zijn subdoelstellingen geformuleerd die gaan over de volgende aspecten: hoge dichtheid, functiemenging, sociale diversiteit, voorzieningen en economische vitaliteit. Doelstellingen functiemenging: hoogstedelijk en economisch vitaal Wonen in hoge dichtheid Hoog aantal arbeidsplaatsen Voldoende aanbod van voorzieningen
Bestaande woningvoorraad Op dit moment zijn er circa 10-20 bestaande woningen verspreidt over de deelgebieden in Haven-Stad. Dit zijn oude bedrijfs- of portierswoningen. Een bedrijfswoning mag niet door derden bewoond worden en in sommige gevallen geldt er een lager beschermingsniveau. Deze woningen zijn niet als onderdeel van de transformatie van Haven-Stad gebouwd, en worden daarom niet als ‘vergunde woningen’ meegenomen in dit monitoringsrapport (wel als bebouwing). Dat geldt ook voor de circa 40 bestaande woningen in de twee groengebieden, aangezien deze gebieden niet worden getransformeerd.
Woningen volgens de BAG De meetgegevens over de vergunde woningen hebben op dit moment als bron de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Daarin zijn in september 2021 de volgende woningen geregistreerd, die in dit monitoringsrapport worden meegenomen als ‘vergunde woningen’: Wasa Student Village: 358 woningen Barajasblokken: 247 woningen Lycka: 118 woningen Lab4you: 29 woningen Floating Gardens: 192 woningen Crossroads: 240 woningen Amsterdam Vertical: 144 woningen MO*town: 135 woningen Naritaweg 199: 56 woningen
Afbeelding 11. Onderzoeksmaquette van Haven-Stad. Bron: Programma Haven-Stad
Gemeente Amsterdam
35
HOOGSTEDELIJKHEID Indicator
Definitie
Doelstelling Ontwikkelstrategie
Herijking doelstelling
Opname in monitoringsrapport
Aantal woningen
Aantal vergunde woningen
40.000 - 70.000 woningen
Nee
Ja
Gemiddelde woninggrootte
Gemiddelde woninggrootte vergunde woningen
80 m² bvo
Nee
Ja
Floor Space Index (FSI)
Verhouding totale m² vloeroppervlak gebouwen en totale m² terreinoppervlak op buurtniveau
FSI 2,0
Nee
Ja
Aantal arbeidsplaatsen
Al opgenomen onder de subdoelstelling economische vitaliteit
Bijsturing
Actualisatie MER
_
_
_
_
Hoge dichtheid
Functiemenging Verhouding wonen/ niet-wonen
Verhouding in vloeroppervlak tussen woonfuncties en nietwoonfuncties
80% wonen, 20% niet-wonen (m.u.v. Sloterdijk-Centrum)
Nee
Ja
Verhouding bewoners/ arbeidsplaatsen
Verhouding tussen aantal bewoners en aantal arbeidsplaatsen
Tussen 1:1 en 3:1
Nee
Ja
Functies in de plint
Aandeel voorzieningen en bedrijvigheid in de plint (in m² bvo van totaal vloeroppervlak plint)
75% (25% voor ontsluiting van verdiepingen)
Nee
Nee, nog niet goed meetbaar (beperkt aantal plintfuncties gerealiseerd)
Typering bedrijven
Al opgenomen onder de subdoelstelling economische vitaliteit
Sociale diversiteit Verdeling woningbouwprogramma
Verdeling vergunde woningen over segmenten (sociale huur, middeldure huur, dure huur en koop)
Woonbeleid van Amsterdam (Woningbouwprogramma 20182025)
Nee
Ja
Variatie woninggrootte
Categorisering van aantallen woningen naar grootte (<50 m², 50-80 m², 80-120 m², >120 m²)
Diversiteit aan woninggroottes, inclusief voldoende aanbod aan middensegment huurwoningen
Nee
Ja
Beschikbaarheid voorzieningen
Hoeveelheid beschikbare voorzieningen per woning of per deelgebied (afhankelijk van referentienorm)
Referentienorm voorzieningen (Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen)
Nee
Ja
Verhouding groenvoorzieningen/ woningen
Hoeveelheid beschikbare groenvoorzieningen per woning
Referentienorm voorzieningen: 22 m2 groen per woning waarvan 16 m2 gebruiksgroen en 6 m2 ecologische structuur.
Nieuwe indicator
Ja
Verhouding groenvoorzieningen/ verhard oppervlak
Al opgenomen onder Duurzaamheid - Klimaatbestendigheid
Functies in de plint
Al opgenomen onder Hoogstedelijkheid - Functiemenging
Voorzieningen
Economische vitaliteit Aantal arbeidsplaatsen
Totaal aanwezige arbeidsplaatsen
45.000 - 58.000
Nee
Ja
Bedrijfsverplaatsingen
Overzicht van aantallen nieuwvestiging en verplaatsingen van bedrijven
Bedrijfsverplaatsingen in verschillende deelgebieden van Haven-Stad
Nee
Ja
Gebruik kantoorgebouwen
Mate van leegstand van kantoorgebouwen
Amsterdams gemiddelde
Nee
Ja
Typering bedrijven
Overzicht van aanwezige bedrijven per milieucategorie, sector en gemiddelde oppervlakte per arbeidsplaats
Gewenste werkmilieus
Nee
Nee, meetgegevens niet tijdig beschikbaar
Beschikbaarheid voorzieningen
Al opgenomen onder Hoogstedelijkheid - Voorzieningen
36
Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021
Hoge dichtheid Aantal woningen Definitie Aantal vergunde woningen. Doelstelling De ambitie is om in Haven-Stad 40.000 70.000 woningen te realiseren. Conform de Ontwikkelstrategie worden er in totaal 72.650 woningen gerealiseerd in Haven-Stad. Meetresultaten In figuur 1 is het aantal vergunde woningen afgezet tegen het woningbouwprogramma uit de Ontwikkelstrategie, uitgezet in de tijd. Het ontwikkeltempo van het woningbouwprogramma in de Ontwikkelstrategie is gebaseerd op de ontwikkeling van gemiddeld 500 woningen per deelgebied per jaar.
Stand van zaken Er zijn 1.674 woningen vergund in Haven-Stad (allemaal in Sloterdijk-Centrum), waarvan 605 in 2017, 29 in 2018, 286 in 2019, 248 in 2020 en 506 in 2021 (zie pagina 18-19). In de grafiek is te zien dat het ontwikkeltempo achterloopt op de geprognoticeerde gemiddelde ontwikkeling van 500 woningen per deelgebied per jaar. Dat komt omdat de ontwikkeling van Sloterdijk I Zuid en Zaanstraat Emplacement, beide onderdeel van fase 1a, nog niet gestart is. Bijsturing Er is vooralsnog geen reden om aan te nemen dat de doelstelling niet gehaald gaat worden. Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER n.v.t. Optimalisatie meetmethode n.v.t.
80.000
72.650
70.000
60.000 doelstelling: 40.000 - 70.000 woningen 50.000
40.000
30.000
20.000
10.000 1.674
0 2018
2021
2035
2029
2055
2040
fase 1a fase 1b fase 2
fase 3 fase 4
Fase 1a
Ontwikkellocaties buiten convenantgrens (> 2018: Sloterdijk-Centrum, Sloterdijk I Zuid en Zaanstraat Emplacement
Fase 1b
Ontwikkellocaties binnen convenantgrens (> 2018): Sloterdijk-Centrum Noord en Sloterdijk I Noord
Fase 2
Ontwikkellocaties na aflopen convenant (> 2029): Hemknoop, Minervahaven Zuid, Cornelis Douwes 2-3 en Melkweg Oostzanerwerf
Fase 3
Ontwikkellocaties mits optimalisatie milieucontouren Coen- en Vlothaven: Alfadriehoek, Minervahaven Noord en Cornelis Douwes 0-1
Fase 4
Indien bestuurlijk besluit in 2025 voor transformatie Coen- en Vlothaven (> 2040): Coen- en Vlothaven
Ontwikkeling Haven-Stad volgens de Ontwikkelstrategie (o.b.v. gemiddeld 500 woningen per deelgebied per jaar) Ontwikkeling vergunde woningen in Haven-Stad Figuur 1. Vergunde woningaantallen uitgezet in de tijd. Bron: Ontwikkelstrategie Haven-Stad en vergunningverlening
Gemeente Amsterdam
37
Gemiddelde woninggrootte Definitie Gemiddelde woninggrootte (in m² bvo) van de vergunde woningen. Doelstelling Gemiddelde woninggrootte van 80 m² bvo. Een bruto vloeroppervlakte van 80 m2 komt neer op een gebruiksoppervlakte van 60 m2 (gemiddeld is 25% van het vloeroppervlakte nodig voor ontsluiting). Een gebruiksoppervlakte van 60 m2 is nagenoeg gelijk aan het Amsterdamse gemiddelde voor een hoogstedelijk/centrummilieu. Meetresultaten In figuur 2 is de ontwikkeling van de gemiddelde grootte van vergunde woningen in Haven-Stad als geheel weergegeven. De meetgegevens komen uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en daarin zijn nog niet alle vergunde woningen in HavenStad opgenomen (zie pagina 34). Figuur 3 geeft de gemiddelde woninggrootte weer per deelgebied. Stand van zaken De huidige gemiddelde woninggrootte is met 51,2 m² bvo lager dan de beoogde 80 m² bvo. Er is wel een duidelijke toename zichtbaar sinds het begin van de ontwikkeling van Sloterdijk-Centrum. Vóór 2020 was de gemiddelde woninggrootte nog relatief laag door de (studenten)woningen in Wasa Student Village en de Barajasblokken. In het ambitieprogramma voor Sloterdijk I Zuid is de gemiddelde woninggrootte 82,9 m² bvo per woning, uitgaande van 4.691 woningen met een totaal woonoppervlak van 388.749 m² bvo.
Bijsturing Er is vooralsnog geen reden om aan te nemen dat de doelstelling niet gehaald gaat worden. Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER n.v.t.
Optimalisatie meetmethode De gemiddelde woninggrootte is voor dit monitoringsrapport gebaseerd op de BAG (zie pagina 34). Het streven is om deze meetgegevens in het vervolg op te halen bij de projecten en/of vergunningverlening en doorlopend te verzamelen en te archiveren in de functiedatabase (zie pagina 8). 100
doelstelling: 80 m² bvo
80
60 46,5
51,2
41,3
40 25,0 20
0
1-1-2019
1-1-2020
1-1-2021
huidig
prognose eindbeeld
Figuur 2. Gemiddelde woninggrootte (in m² bvo) van de vergunde woningen in Haven-Stad. Bron: BAG (peildatum 1-9-2021)
51,2
geen vergunde woningen < 40 m² bvo 40-80 m² bvo > 80 m² bvo Figuur 3. Gemiddelde woninggrootte (in m² bvo) van de vergunde woningen per deelgebied in Haven-Stad. Bron: BAG (peildatum 1-9-2021)
38
Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021
Floor Space Index (FSI) Definitie Verhouding totale bruto vloeroppervlakte van de bebouwing op het totale terreinoppervlakte op buurtniveau (dit is exclusief openbare ruimte zoals straten, pleinen en kleine parken op wijkniveau). Doelstelling Gemiddelde FSI voor Haven-Stad van 2,0 (op buurtniveau). Meetresultaten De gemiddelde FSI in Haven-Stad was begin 2019 0,7. In figuur 5 is de huidige FSI per deelgebied weergegeven. De twee groengebieden (het Westerpark en de Noorder IJ-plas) worden buiten beschouwing gelaten.
2,5
doelstelling: gemiddelde FSI van 2,0
2 1,5 1
0,7
0,5 0 prognose eindbeeld
1-1-2019
Figuur 4. Gemiddelde FSI in Haven-Stad. Bron vloeroppervlak gebouwen: OIS (peildatum 1-1-2019) Bron terreinoppervlak: Ontwikkelstrategie, kengetallen Haven-Stad
Stand van zaken Wat opvalt is de relatief hoge FSI in SloterdijkCentrum (2,6) en Minervahaven Noord (3,1). Dit heeft te maken met de aanwezige kantoorgebouwen, met een relatief groot aantal bouwlagen.
0
In de investeringsnota voor Sloterdijk I Zuid is de verwachte FSI ruim 3,7.
0,3 0,4
Bijsturing Er is vooralsnog geen reden om aan te nemen dat de doelstelling niet gehaald gaat worden. Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER De FSI is onder meer van belang voor de in het kader van het MER uitgevoerde verkeersen milieuonderzoeken. Bij een te grote afwijking van de in het MER gehanteerde FSI, zal voor de onderbouwing van de voorziene ontwikkelingen niet meer kunnen worden verwezen naar de uitgevoerde onderzoeken en zal een aanvulling van het MER nodig zijn. Dat is vooralsnog niet aan de orde.
0,2
0,5 0,8 0,8
3,1
0,5
0,1 0,2
2,6
< 0,5 0,5 - 2 >2 Figuur 5. FSI per deelgebied (peildatum 1-1-2019) Bron vloeroppervlak gebouwen: OIS (peildatum1-1-2019) Bron terreinoppervlak: Ontwikkelstrategie, kengetallen Haven-Stad
Optimalisatie meetmethode Nader uitwerken indeling totale bruto vloeroppervlakte van de deelgebieden naar buurtniveau. In figuur 5 is hiervoor een voorstel gedaan.
Gemeente Amsterdam
39
Functiemenging Verhouding wonen/niet-wonen Definitie Verhouding in vloeroppervlak (in m² bvo) tussen woonfuncties en niet-woonfuncties. Doelstelling 80% wonen en 20% niet-wonen (bedrijven en/of voorzieningen), met uitzondering van Sloterdijk-Centrum (50% wonen en 50% nietwonen). Meetresultaten Figuur 6 laat de verhouding tussen woon- en niet-woonfuncties in heel Haven-Stad zien, uitgedrukt als % wonen. In figuur 7 worden de niet-woonfuncties verder uitgesplitst. Figuur 8 geeft ditzelfde inzicht, maar dan alleen voor het deelgebied Sloterdijk-Centrum.
1,1%
Stand van zaken Sloterdijk-Centrum staat nog aan het begin van de transformatie. In de eindsituatie wordt gestreefd naar een evenredige verhouding tussen wonen en niet-wonen (50/50). Dit is (vooralsnog) de enige uitzondering in HavenStad op de doelstelling 80/20. Het ambitieprogramma conform de investeringsnota voor Sloterdijk I Zuid voorziet in 78,5% wonen en 21,5% niet-woonfuncties. Dit sluit aan bij de ambitie 80/20. Bijsturing Begin 2021 was het aandeel wonen in Sloterdijk-Centrum slechts 1,1%. Inmiddels is 23% van het aantal gewenste woningen in het eindbeeld gerealiseerd of vergund (zie pagina 17-19). Of een aandeel van 50% wonen gehaald wordt is voor een groot deel afhankelijk van de bereidheid van erfpachters om hun kavel te transformeren van kantoor naar woningbouw. Bij transformaties heeft de gemeente veel minder sturing dan bij de uitgifte van nieuwe kavels (door middel van tenders). Vooralsnog hoeft er voor de doelstelling voor Haven-Stad in zijn geheel niet te worden bijgestuurd. Actualisatie MER n.v.t. Optimalisatie meetmethode n.v.t.
40
geen woonfuncties < 20% 20-40% 41-60% 61-80% > 80% Figuur 6. Verhouding wonen/niet-wonen per deelgebied, uitgedrukt als % wonen. Bron: BAG (peildatum 1-1-2021)
100 80
doelstelling Haven-Stad: 80% wonen
60 43,3% 40
26,8%
29,3%
industrie
overige
20 0
0,6% wonen
kantoor
prognose eindbeeld
Figuur 7. Aandeel woon- en niet-woonfuncties in heel Haven-Stad (in %). Bron: BAG (peildatum 1-1-2021)
100 80
71,5%
60
doelstelling: 50% wonen
40
27,3%
20 0
1,1% wonen
0,1% kantoor
industrie
overige
prognose eindbeeld
Figuur 8. Aandeel woon- en niet-woonfucties in SloterdijkCentrum (in %). Bron: BAG (peildatum 1-1-2021)
Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021
Verhouding bewoners/ arbeidsplaatsen Definitie Verhouding tussen het aantal bewoners en het aantal arbeidsplaatsen. Doelstelling Verhouding bewoners/arbeidsplaatsen tussen 1:1 en 3:1.
1-1-2018
974
33.915
1:35
1-1-2019
974
37.785
1:39
Stand van zaken Er zijn op dit moment nog geen representatieve delen van Haven-Stad gerealiseerd waarvoor de verhouding bewoners/arbeidsplaatsen kan worden getoetst aan de doelstelling. De huidige prognose voor 2055 is dat de verhouding bewoners op arbeidsplaatsen voor heel Haven-Stad tussen 1,2 en 2,7 uit komt.
Meetresultaten De ambitie voor het aantal woningen is 40.000 tot 70.000. Uitgaande van een gemiddelde woningbezetting van 1,75 komt dat neer op 70.000 tot 122.500 bewoners. De bandbreedte in het aantal woningen heeft te maken met de gemiddelde woninggrootte. De doelstelling voor het aantal arbeidsplaatsen is 45.000 - 58.000. Deze bandbreedte heeft te maken met de verhouding tussen kantoren en bedrijven en het verschil daarbij in aantal m2 per arbeidsplaats.
Bijsturing Er is vooralsnog geen reden om aan te nemen dat de doelstelling niet gehaald gaat worden. Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER n.v.t.
De verhouding tussen het aantal bewoners en het aantal arbeidsplaatsen in 2018 was circa 1:35 en in 2019 circa 1:39.
Optimalisatie meetmethode n.v.t.
aantal arbeidsplaatsen 1:1 70.000 1,2
60.000 bandbreedte arbeidsplaatsen
50.000
2,1
doelstelling 1,6
40.000
3:1
2,7
1:39 (2019) 1:35 (2018)
30.000 20.000
bandbreedte aantal bewoners
10.000 0 0
17.500
35.000
52.500
70.000
87.500
105.000 122.500 140.000 157.500 175.000
0
10.000
20.000
30.000
40.000
50.000
60.000
70.000
80.000
90.000
100.000
aantal bewoners aantal woningen
Doelstelling verhouding bewoners/arbeidsplaatsen (tussen 1:1 en 3:1) Bandbreedte doelstelling aantal bewoners en aantal arbeidsplaatsen Figuur 9. Verhouding bewoners/arbeidsplaatsen 2018 en 2019. Bron: OIS (peildatum 1-1-2018 en 1-1-2019)
Gemeente Amsterdam
41
Sociale diversiteit Verdeling woningvoorraad Definitie Verdeling vergunde woningen over segmenten (sociale huur, middeldure huur en koop, dure huur en koop). Doelstelling Inclusief bouwen is één van de strategische keuzes voor Haven-Stad. Als doelstelling geldt het huidig woonbeleid van Amsterdam. Het nu geldende stedelijke uitgangspunt voor de woningbouwprogrammering is 40% sociaal (gereguleerde huur), 40% middelduur (huur en koop) en 20% duur (huur en koop) conform de Woonagenda 2025, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 juli 2017.
Bijsturing De woningbouwprogrammering vindt in de loop van de tijd per deelgebied plaats conform het dan geldende stedelijke beleid. Het stedelijk uitgangspunt 40-40-20 geldt voor nieuwbouw, maar ook als inzet bij de onderhandelingen bij transformatieprojecten en ontwikkelingen op particuliere grond (zie Spelregels voor woningbouwprogrammering). Afwijken van het stedelijke uitgangspunt is mogelijk op grond van specifieke omstandigheden. Het transformatiegebied Hamerkwartier hanteert de verdeling 30-40-30 (zie concept investeringsnota Hamerkwartier). Er is vooralsnog geen reden om aan te nemen dat de doelstelling in de eindsituatie niet gehaald wordt. Bijsturing is op dit moment niet nodig.
Meetresultaten Figuur 10 laat zien dat in de huidige situatie 31% van de vergunde woningen in HavenStad sociale huurwoningen zijn, 16% middeldure huur en koop, en het merendeel (53%) dure huur en koop.
Actualisatie MER n.v.t.
Stand van zaken De huidige verdeling van de segmenten loopt niet in lijn met de 40-40-20 regeling. Er zijn in verhouding te weinig sociale en middeldure woningen vergund.
Optimalisatie meetmethode De segmentering van de vergunde woningen is voor dit monitoringsrapport gebaseerd op de BAG (zie pagina 34). Het streven is om deze meetgegevens in het vervolg op te halen bij de projecten en/of vergunningverlening en doorlopend te verzamelen en te archiveren in de functiedatabase (zie pagina 8).
100 sociale huur
middeldure huur en koop
dure huur en koop
80
60
56%
53% 42%
40
40%
40%
44%
47%
47%
53%
20%
31% 20
11% 0%
0
2019 2020 2021
huidig
16%
0%
2019 2020 2021 huidig
2019 2020 2021
huidig
prognose eindbeeld (conform Woonagenda 2025)
Figuur 10. Aandeel vergunde woningen per segment in Haven-Stad (in %). Bron: Projecten (peildatum 1-1-2019, 1-1-2020, 1-1-2021 en huidig (1-9-2021)). Bron eindbeeld: Woonagenda 2025
42
Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021
Verdeling woninggrootte Definitie Categorisering van de vergunde woningen naar grootte (kleiner dan 40 m², 40-80 m², 81120 m² en groter dan 120 m²). Doelstelling Diversiteit aan woninggroottes (inclusief voldoende aanbod aan middensegment huurwoningen). Meetresultaten Figuur 11 laat zien dat veruit het grootste aantal vergunde woningen kleiner zijn dan 40 m2 of tussen 40-80 m2. Stand van zaken De kans op menging op sociaal-economisch gebied wordt vergroot door een diversiteit aan woninggroottes te realiseren. De gewenste mix aan bewoners in Haven-Stad vertaalt zich in een mix van woninggroottes. 85% van de woningen is kleiner dan 80 m2. Het aandeel grote woningen (> 80 m2) zal verder moeten toenemen om een divers aanbod te realiseren.
Als uitwerking van de motie ‘Stop de Blokhokken’ die op 31 januari 2017 is aangenomen, mogen er geen vrije sector huurwoningen kleiner dan 40 m² gebouwd worden. Voor woningen kleiner dan 40 m² geldt een maximale huurprijs onder de liberalisatiegrens. Er is vooralsnog geen reden om aan te nemen dat de doelstelling in de eindsituatie niet gehaald wordt. Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER n.v.t
In het ambitieprogramma van Sloterdijk I Zuid is 5% van de woningen relatief klein (35-57 m2), 35% 58-85 m2, 38% 86-128 m2 en 22% 129 m2 of groter.
100
Bijsturing De gewenste gemiddelde woninggrootte is één van de maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed kan zijn op de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden in Haven-Stad. Het sturen op woninggrootte is een belangrijk aandachtspunt.
Optimalisatie meetmethode De woninggroottes van de vergunde woningen zijn voor dit monitoringsrapport gebaseerd op de BAG (zie pagina 34). Het streven is om deze meetgegevens in het vervolg op te halen bij de projecten en/ of vergunningverlening en doorlopend te verzamelen en te archiveren in de functiedatabase (zie pagina 8).
90%
80 67% 60
53%
40
31%
40%
45%
18%
20 7% 0
2019 2020 2021 huidig
< 40 m2
2%
2019 2020 2021 huidig
8%
11% 10%
2019 2020 2021 huidig
40-80 m2
81-120 m2
7% 1%
6%
4%
2019 2020 2021 huidig
> 120 m2
Figuur 11. Verdeling woningvoorraad in Haven-Stad. Bron: BAG (peildatum 1-9-2021)
Gemeente Amsterdam
43
Voorzieningen Beschikbaarheid voorzieningen Definitie Hoeveelheid beschikbare voorzieningen per woning of per deelgebied (afhankelijk van de refentienorm). Doelstelling De huidige referentienorm voorzieningen staat beschreven in de ‘Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen’, vastgesteld door het college in januari 2018. Dit is een instrument dat handvatten biedt voor ruimte-reserveringen voor maatschappelijke voorzieningen, groen, sport en spelen. Het biedt een richtlijn voor het bepalen van de ruimtelijke en programmatische opgave. De referentienormen zijn dynamisch van aard, want ze zijn gebaseerd op actueel beleid. Ook trends en ontwikkelingen spelen daarbij een rol. Het is een onderbouwde benadering van de verwachte behoefte. Verdere inkleuring per gebied is altijd noodzakelijk, evenals afstemming in de tijd.
Onderwijs Jeugd Zorg Basisvoorziening Kunst en cultuur (niet aanwezig)
Meetresultaten Een hoogstedelijke stadswijk kenmerkt zich onder meer door een ruim, gevarieerd en steeds weer veranderd pakket aan voorzieningen die ‘om de hoek’ te vinden zijn. Omdat de ontwikkeling van Haven-Stad gefaseerd zal verlopen, zal het draagvlak voor maatschappelijke voorzieningen geleidelijk groeien. In het Integraal Raamwerk is een inschatting gemaakt van de benodigde hoeveelheid maatschappelijke voorzieningen.
Sport en spelen Figuur 12. Aanwezige maatschappelijke voorzieningen in HavenStad. Bron: BAG (peildatum 1-1-2019). Een actueel overzicht van niet-woonfuncties is te vinden op Maps Amsterdam.
Stand van zaken De referentienorm voor primair onderwijs is 1 school per 1.440 woningen. In SloterdijkCentrum is momenteel 1 VO-school en 1 nieuwe alles-in-één school is vergund. De overige benodigde ruimte voor voorzieningen wordt meegenomen in de plannen van de deelgebieden. Bijsturing Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER n.v.t Optimalisatie meetmethode Bepalen referentienorm voor commerciële voorzieningen.
44
Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021
Verhouding groenvoorzieningen / woningen Stand van zaken Voor Haven-Stad is tot in detail uitgezocht of met de geplande groenvoorzieningen voldaan kan worden aan de referentienormen gebruiksgroen en ecologie behorend bij het aantal geplande huishoudens in Haven-Stad. Dit is opgenomen in de Groenbalans HavenStad (8 februari 2021).
Definitie Hoeveelheid beschikbare groenvoorzieningen per woning. Doelstelling De referentienorm voor groenvoorzieningen is 22 m2 groen per huishouden (woning) waarvan 16 m2 gebruiksgroen en 6 m2 ecologische structuur (zie Integraal Raamwerk Haven-Stad).
Op dit moment is er in fase 1A 256 m2 groen per woning beschikbaar. De prognose is dat dit uiteindelijk uitkomt op 32 m2 groen per woning. Fase 2, 3 en 4 voldoen niet. Maar voor Zuid als geheel is het wel haalbaar om voldoende groen te realiseren, net als Noord.
Meetresultaten Als uitgangspunt voor de berekening van de verhouding groenvoorzieningen ten opzichte van het aantal woningen, is uitgegaan van 54.550 woningen in Zuid en 18.100 woningen in Noord (in totaal 72.650 woningen), conform het programma in de Ontwikkelstrategie Haven-Stad.
Bijsturing Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER n.v.t. Optimalisatie meetmethode n.v.t.
97,8
52,7
59,3 Ecologisch groen: voldoet aan norm 6 m2 per woning Ecologisch groen: voldoet niet aan norm 6 m2 per woning 28 Gebruiksgroen: voldoet aan norm 16 m2 per woning Gebruiksgroen: voldoet niet aan norm 16 m2 per woning 31,7 8,9
22,9
45 14,9 22,8
fase
14,1
3,7 11,3
9,3
13,6
22 m2
6,9 31,3
0,5 16,0
1A
1B
2
3
4
Zuid
Noord
7.410
4.690
15.350
11.700
15.400
54.550
18.100
aantal woningen
Figuur 13. Prognose verhouding groenvoorzieningen / woningen. Bron: Groenbalans Haven-Stad
Gemeente Amsterdam
45
Economische vitaliteit Aantal arbeidsplaatsen Definitie Totaal aanwezige arbeidsplaatsen. Doelstelling De ambitie voor Haven-Stad is om in 2055 45.000 - 58.000 arbeidsplaatsen te realiseren. Meetresultaten Figuur 14 laat zien dat het aantal arbeidsplaatsen is toegenomen van 33.915 in 2018 naar 37.785 in 2019. Er is geen actuelere data beschikbaar. Stand van zaken Er moeten tot 2055 nog minimaal 7.215 extra arbeidsplaatsen gerealiseerd worden om de ambitie te halen. Bijsturing Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de doelstelling niet behaald wordt. Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER n.v.t. Optimalisatie meetmethode n.v.t.
58.000
60.000
Doelstelling: 45.000 - 58.000
50.000
37.785
40.000 33.915 30.000
20.000
10.000
0 2018
2019
Prognose 2055
Figuur 14. Aantal arbeidsplaatsen in 2018, 2019 en de prognose voor 2055. Bron arbeidsplaatsen: OIS (peildatum 1-1-2018 en 1-1-2019) Bron prognose: Ontwikkelstrategie Haven-Stad
46
Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021
Gebruik kantoorgebouwen Definitie Mate van leegstand van kantoorgebouwen. Voor de meetmethode wordt aangesloten bij het monitoringsprogramma van de Monitor Kantoren Amsterdam.
Bijsturing Bijsturing is op dit moment niet nodig.
Doelstelling Als referentie geldt het Amsterdamse gemiddelde. Op 1 juli 2021 was de kantorenleegstand in Amsterdam 5,6%.
Optimalisatie meetmethode n.v.t.
Actualisatie MER n.v.t.
Meetgegevens Medio 2021 was de kantorenleegstand in Sloterdijk-Centrum 6,0%. Dit ligt iets boven het gemiddelde van Amsterdam. Figuur 15 laat zien dat de kantorenleegstand in Sloterdijk-Centrum steeds dichter bij het Amsterdamse gemiddelde komt. In Sloterdijk I, Alfadriehoek, Minervahaven en Cornelis Douwes was de leegstand hoger.
8,7%
16,3%
Stand van zaken De kantorenleegstand in Sloterdijk-Centrum is de afgelopen jaar sterk afgenomen. De leegstand was in 2016 nog bijna 20%, inmiddels is deze sinds 2019 onder de frictieleegstand gekomen. Wat het effect is van de coronacrisis op de kantorenmarkt in Amsterdam, zal zich de komende periode aftekenen.
7,5%
8,7% 6,0%
geen kantoren < 6% 6-8% 8-10% > 10% Figuur 16. Leegstand kantoren (kantoren ≥ 500 m2 vvo) in Haven-Stad. Bron: Monitor Kantoren Amsterdam (peildatum 1 juli 2021)
0,25
0,2 20%
0,15 15%
Sloterdijk-Centrum Amsterdam 0,1 10%
frictieleegstand: 6,5% 0,05 5%
0 0
2016 Q1
2016 2016 Q2 2016Q3
2016 Q4
2017 2017 2017 Q1 2017 Q2 Q3
2017 Q4
2018 2018 2018 Q1 2018 Q2 Q3
2018 Q4
2019 2019 2019 Q1 2019 Q2 Q3
2019 Q4
2020 2020 2020 Q1 2020 Q2 Q3
2020 Q4
2021
2021
Q1 Q2 2021
Figuur 15. Leegstand kantoren (kantoren ≥ 500 m2 vvo) tussen 1 april 2016 en 1 juli 2021. Bron: CBRE, Monitor Kantoren Amsterdam (peildatum 1 juli 2021)
Gemeente Amsterdam
47
7.2 Bereikbaarheid In Haven-Stad moeten ontsluiting en mobiliteit anders worden benaderd om de hoge dichtheden voor wonen en werken mogelijk te maken. De ambitie is om een mobiliteitsstrategie te hanteren, die gericht is op alternatieven voor automobiliteit. Bereikbaarheid en multimodale mobiliteit zijn voorwaarden om hoge woon-werkdichtheden te realiseren en tegelijk een instrument om een aantrekkelijke leefomgeving te creëren. Voor de hoofddoelstelling Bereikbaarheid zijn subdoelstellingen geformuleerd die gaan over de volgende modaliteiten: beperkt autoverkeer, openbaar vervoer (OV), langzaam verkeer (LV) en vervoer over water. Doelstellingen bereikbaarheid: Verbeteren van het openbaar vervoer in en naar Haven-Stad Beperken van het autoverkeer Aanleggen van een fijnmazig openbaar ruimtenetwerk Bevorderen van het vervoer over water
BEREIKBAARHEID Indicator
Definitie
Doelstelling Ontwikkelstrategie
Herijking doelstelling
Opname in monitoringsrapport
Verdeling vervoersbewegingen over autogebruik, OV-gebruik, fietsers en voetgangers
Auto 15%, OV 30%, fiets 30% en voetgangers 25%
Ja; auto 20%, OV 25%, fiets 35% en voetgangers 20%
Ja
Bijsturing
Actualisatie MER
Modal split Modal split
Beperkt autoverkeer Prognose kantelmomenten auto
Voorspelling kantelmomenten voor bereikbaarheidsmaatregelen in Haven-Stad (faseringsgrafiek zoals in Ontwikkelstrategie)
Meest recente prognose van de kantelmomenten
Nee
Nee, op een later moment.
_
_
Parkeerbezetting
Gemiddele bezetting van parkeerplaatsen
Max. 85% parkeerbezetting
Nee
Nee, op een later moment.
_
_
Autogebruik
Totaal aantal autokilometers per inwoner
Amsterdams gemiddelde of referentiewijk
Nee
Nee, op een later moment.
_
_
I/C-verhouding
Verhouding tussen de intensiteit van de weg en de capaciteit van de weg
I/C-verhouding van 0,7 is congestievrij
Nee
Nee, op een later moment.
_
_
Parkeergelegenheid
Beschikbare parkeerplaatsen per woning
Parkeernorm Haven-Stad: 0,2 parkeerplaats per woning
Nee
Nee, op een later moment.
_
_
Voor een toelichting op de stoplichtkleuren: zie pagina 10.
48
Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021
Indicator
Definitie
Doelstelling Ontwikkelstrategie
Herijking doelstelling
Opname in monitoringsrapport
Bijsturing
Actualisatie MER
Openbaar vervoer Prognose kantelmomenten OV
Voorspelling kantelmomenten voor bereikbaarheidsmaatregelen in Haven-Stad (faseringsgrafiek zoals in Ontwikkelstrategie)
Meest recente prognose van de kantelmomenten
Nee
Ja
Kwaliteit OV
Een beoordeling van de reistijd en de betrouwbaarheid van het OV
Dienstregeling
Nee
Nee, op een later moment.
_
_
Bezettingsgraad OV
De mate waarin de beschikbare capaciteit van het OV benut wordt
Beschikbare capaciteit OV
Nee
Nee, op een later moment.
_
_
Langzaam verkeer Kwaliteit fietsen wandelpaden
De bereikbaarheid van het langzaam verkeernetwerk, de mate van (dis)comfort dat een fietser of wandelaar ervaart tijdens het fietsen of het wandelen en de kwalitatieve toestand van de verharding van de fietsen wandelpaden
Kwaliteitscriteria Fietsersbond
Nee
Nee, op een later moment.
_
_
Kwaliteit fietsparkeerplekken
Een beoordeling van de nabijheid, de beschikbaarheid en het voorzieningenniveau van fietsparkeerplekken
CROW Leidraad fietsparkeren
Nee
Nee, op een later moment.
_
_
Prognose kantelmomenten langzaam verkeer
Voorspelling kantelmomenten voor bereikbaarheidsmaatregelen in Haven-Stad (faseringsgrafiek zoals in Ontwikkelstrategie)
Meest recente prognose van de kantelmomenten
Nee
Nee, op een later moment.
_
_
Ruimte voor fietsers en voetgangers
Beschikbare oppervlakte voor langzaam verkeer in relatie tot oppervlakte openbare ruimte
Amsterdams gemiddelde
Nee
Nee, op een later moment.
_
_
Meest recente prognose van de kantelmomenten
Nee
Nee, op een later moment.
_
_
Vervoer over water Prognose kantelmomenten vervoer over water
Voorspelling kantelmomenten voor bereikbaarheidsmaatregelen in Haven-Stad (faseringsgrafiek zoals in Ontwikkelstrategie)
Gemeente Amsterdam
49
Modal split Modal split Definitie Verdeling vervoersbewegingen over autogebruik, OV-gebruik, fiets en voetgangers. Doelstelling Om de bereikbaarheid te kunnen garanderen, moet het aandeel van de auto in de modal split omlaag. Uit de onderzoeken in het kader van het MER Haven-Stad is naar voren gekomen dat een auto-aandeel van maximaal 21% voldoet. In de Ontwikkelstrategie Haven-Stad is ingezet op een lager aandeel (15%). Op basis van nauwkeurig onderzoek met het Verkeersmodel Amsterdam (VMA) in de afgelopen periode, is geconcludeerd dat het geambieerde auto-aandeel van 15% niet realistisch is. In de Mobiliteitsstrategie (november 2020) is voorgesteld om de modal split als volgt te herijken:
Stand van zaken Het auto-aandeel was in 2017 met 37% nog aanzienlijk hoger dan de doelstelling (en prognose) van 20%. Gedurende de transformatie van Haven-Stad verandert het mobiliteitsgedrag en de modal split telkens en die verandering kan aanzienlijk zijn bij oplevering van omvangrijke ingrepen in het netwerk, zoals het sluiten van de Ringlijn (metro), waarbij de verwachting is dat het OVaandeel in de dagelijkse verplaatsingen fors stijgt. Ten behoeve van het Mobiliteitsplan Haven-Stad Zuidflank is met het VMA voor Sloterdijk I Zuid de modal split in 2030 berekend, die overeenkomt met de herijkte doelstelling voor Haven-Stad:
Sloterdijk I Zuid (2030)
Ontwikkelstrategie
15%
30%
30%
25%
Mobiliteitsstrategie
20%
25%
35%
20%
19%
37%
44% Doelstelling (Mobiliteitsstrategie)
20% 0%
25% 20%
40%
35% 60%
20% 80%
23%
35%
21%
De modal split is dankzij de VMAberekeningen niet langer gebaseerd op een gestelde ambtie, maar is de uitkomst van berekeningen.
Meetresultaten Figuur 17 laat de modal split zien in 2017 in verhouding tot de herijkte ‘mobiliteitsshift’ uit de Mobiliteitsstrategie.
2017
21%
100%
Bijsturing Met de herijkte modal split hoeven de eerder voorgestelde maatregelen uit de Ontwikkelstrategie niet aangepast te worden. Deze maatregelen zijn namelijk nog steeds de basis voor de maatregelen in de Mobiliteitsstrategie. Actualisatie MER Het auto-aandeel van 20% is nog onder de maximale waarde van 21% uit het MER Haven-Stad. In het spelregelkader staat als randvoorwaarde voor de gemeente sturing op een auto-aandeel van 15-20%. De eerder voorgestelde voorkeursalternatieven uit het MER hoeven niet heroverwogen te worden. Bij nieuwe onderzoeken geldt de herijkte modal split als uitgangspunt.
Auto Openbaar vervoer (OV) Fiets Voetganger
Figuur 17. Modal split Haven-Stad. Bron modal split 2017: Onderzoeken in het kader van het MER Haven-Stad. Bron referentie: Mobiliteitsstrategie Haven-Stad, o.b.v. nauwkeurig onderzoek met het Verkeersmodel Amsterdam (VMA)
50
Optimalisatie meetmethode De exacte model split kan in principe alleen modelmatig worden bepaald. Maar aan de hand van tellingen en het afnemen van enquêtes kan (jaarlijks) getracht worden een goed beeld van de voorkeursmodaliteiten en daarmee de modal split te verkijgen (inclusief daaraan gerelateerde indicatoren).
Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021
Prognose kantelmomenten OV Definitie Voorspelling kantelmomenten voor bereikbaarheids-maatregelen in Haven-Stad (faseringsgrafiek zoals in Ontwikkelstrategie). Referentie Meest recente prognose van de kantelmomenten. Het kantelmoment voor OV ligt bij 21.000 woningen. Meetresultaten In de Ontwikkelstrategie Haven-Stad lag het kantelmoment bij 15.000 woningen (ten zuiden van het IJ), geprognotiseerd in 2030. Naar aanleiding van verkeersonderzoek door V&OR (o.b.v. het VMA) is het kantelmoment verhoogd naar 21.000 woningen, waarvan nu de prognose is dat dit moment in de periode 2032-2036 plaatsvindt (afhankelijk van het scenario). Vanaf dat moment is een ‘systeemsprong’ nodig naar een ander OV-systeem met meer capaciteit, zoals een metro. In het Mobilititeitsonderzoek 2019 wordt beschreven dat de huidige HOV-bus verbinding tussen Zaanstad en Amsterdam
metro Kleine Ring in gebruik: 2031-2034 (indicatief)
een OV-oplossing biedt tot aan eind fase 2 van Haven-Stad (78.000 inwoners in HavenStad en 40.000 arbeidsplaatsen, waarvan in Noord 21.000 extra inwoners en 7.000 extra arbeidsplaatsen) en 50% ontwikkeling van de Achtersluispolder (6.000 woningen en 1.500 extra arbeidsplaatsen). Dit moment wordt verwacht rond 2035-2040. Stand van zaken Figuur 18 laat zien dat tussen 2032 en 2036 het huidige openbaar vervoersysteem niet meer voldoende zal functioneren. In de laatste planning gaat tussen 2031-2034 de metro in dienst (sluiting van de Kleine Ring). Bijsturing Aandacht voor voortgang en planning indienststelling metrolijn AmsterdamSchiphol-Hoofddorp. Sturing ligt buiten het programma Haven-Stad. Actualisatie MER n.v.t. Optimalisatie meetmethode n.v.t.
metro Zaan-IJ corridor in gebruik: rond 2042 (indicatief)
80.000 70.000 60.000 50.000 Kantelpunt OV (Haven-Stad Noord): 44.500 woningen
40.000 30.000
Kantelpunt OV (Haven-Stad Zuid): 21.000 woningen
20.000 10.000
20 60
20 42
20 29 20 32 20 34 20 36
20 17
0
Prognose volgens Ontwikkelstrategie Haven-Stad Prognose scenario o.v.v. maatregelen Coen- en Vlothaven (start fase 3 in 2029) Prognose scenario uitblijven maatregelen Coen- en Vlothaven (start fase 3 in 2040) Figuur 18. Aantal woningen per jaar in relatie tot kantelmomenten OV. Bronnen: Ontwikkelstrategie Haven-Stad en Eindrapportage hypotheseonderzoek MASH, 23 oktober 2020
Gemeente Amsterdam
51
7.3 Duurzaamheid De ontwikkeling van Haven-Stad betekent een kans om te verduurzamen op onderwerpen als energie, water, grondstoffen en schone lucht. Gebouwen worden vernieuwd of nieuw gebouwd, openbare ruimte aangepast en infrastructuren voor water, energie en afval gemoderniseerd. Haven-Stad is de duurzame stad van overmorgen: CO2neutraal, emissievrij, klimaatbestendig en circulair. Hiermee sluit Haven-Stad aan bij de duurzaamheidsdoelstellingen voor Amsterdam. Voor de hoofddoelstelling Duurzaamheid zijn subdoelstellingen geformuleerd die gaan over de volgende aspecten: duurzame energievoorziening, duurzaam grondstoffengebruik en klimaatbestendigheid. Doelstellingen duurzaamheid: Duurzame energie: reductie CO2-emissie van 55% in 2030 en 95% in 2050 Uitstootvrije mobiliteit: 100% uitstootvrij in 2025 binnen de ring voor OV-bussen, touringcars, passagiersvaart, taxi’s, bestel- en vrachtwagens, GVB-veren en brom- en snorfietsen in de bebouwde kom. Klimaatbestendige wijken: per direct verbetering van waterberging en hittestress in het gebied Grondstoffen: 50% hergebruik in openbare ruimte en gebouwen in 2029, en 100% in 2050 Afval: reductie van hoeveelheid afval en per direct 65% (na)scheiding van het huishoudelijk afval, en 100% in 2050
In 2020 heeft Metabolic de methode voor het meten van duurzaamheidsindicatoren uitgewerkt. Dit rapport is op aanvraag beschikbaar via havenstad@amsterdam.nl. Voor meer achtergrondinformatie ten aanzien van genoemde inzichten, data en inzet op de genoemde indicatoren, zie het Werkplan Duurzaamheid Haven-Stad 2020-2023 (en doorkijk 2030). Gemeente Amsterdam
*GTĎMKPIVGPQR\KEJVGXCPFG 1PVYKMMGNUVTCVGIKG
9GTMRNCP &WWT\CCOJGKF *CXGP5VCF FQQTMĎM
52
Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021
DUURZAAMHEID Indicator
Definitie
Doelstelling Ontwikkelstrategie
Herijking doelstelling
Opname in monitoringsrapport
Bijsturing
Actualisatie MER
Duurzame energievoorziening Jaarlijks energiegebruik
Energiegebruik per sector en in de openbare ruimte
Amsterdams gemiddelde of referentiewijk
Ja, vergelijkbaar of lager dan Amsterdamse nieuwbouw.
Ja
Energiemix
Energiegebruik naar wijze van opwekking (en herkomst: binnen of buiten Haven-Stad)
100% duurzaam
100% duurzaam, waar mogelijk lokaal opgewekt zodat de lasten van energieopwekking zo min mogelijk worden afgewenteld op andere gebieden en lokale bronnen worden benut.
Ja
CO2-emissie
Totale hoeveelheid CO2 emissie (in kton) Totale hoeveelheid CO2 emissie per jaar per inwoner
Ja, reductie van 55% in 2030 en 95% in 2050, in vergelijking met Amsterdams gemiddelde (1990) en referentiewijk Oostelijk Havengebied op gas en met de techniek van circa 1995.
Ja
CO2-emissie per inwoner
Reductie ten opzichte van 2016: 75% reductie per direct 85-100% reductie in 2050
Emissievrij autogebruik
Aandeel voertuigen zonder emissie ten opzichte van het totaal aantal voertuigen
100% emissievrij (in het zuidelijk deel van Haven-Stad vanaf 2029)
Ja, 100% uitstootvrij in 2025 binnen de ring voor OV-bussen, touringcars, passagiersvaart, taxi’s, bestelen vrachtwagens, GVB-veren en brom- en snorfietsen in de bebouwde kom.
Ja
Energieprestatie per gebouw
De energetische prestatie van een gebouw
EPC-eis van 0,2 (of volgende normen)
Ja, landelijke BENG-eis heeft EPC-eis vervangen (vanaf 1 januari 2021). Aanscherping van de BENG-eisen voor Amsterdam is in verkenning.
Ja
Duurzaam grondstoffengebruik Hergebuik grondstoffen in nieuwbouw en openbare ruimte
Mate van hergebruik en biobased oorsprong van grondstoffen in nieuwbouw
50% in 2029 100% in 2050
Nee
Ja
Behoud casco’s hoogbouw
Verhouding hergebruikt, gesloopte en onaangetaste casco’s hoogbouw
Niet slopen
Nee
Ja
MilieuPrestatie Gebouwen (MPG)
Verdeling MPG norm van bouwplannen
Wettelijke norm en beleid: MPG max. 1,0 (per 1 juli 2021 0,8 voor woningen)
Nee, maar het Omgevingsplan (verwacht per 1 juli 2022) gaat mogelijkheden bieden om voor aan te wijzen gebieden een (nog) scherpere milieuprestatie-eis te stellen. Tot die tijd wordt de ambitie in deelprojecten waar mogelijk scherper gesteld, zoals nu reeds in Sloterdijk I Zuid (MPG 0,5).
Ja
Beschikbaarheid voorzieningen afvalscheiding in de wijk
Beschikbaarheid van mogelijkheden om huishoudelijk afval te scheiden
0% restafval
Ja, doelpercentage is vervallen. Het beleid (2020) is om niet alles (bv. PMD) aan de voorkant te scheiden. De focus ligt op de GF-scheiding aan de bron.
Ja
Gemeente Amsterdam
53
Indicator
Definitie
Doelstelling Ontwikkelstrategie
Herijking doelstelling
Opname in monitoringsrapport
Scheidingspercentage huishoudelijk afval
De hoeveelheid gescheiden huishoudelijk afval als percentage van de totale hoeveelheid huishoudelijk afval
per direct 65% 100% in 2050
Ja, percentages blijven behouden, maar dan inclusief na-scheiding (zoals voor PMD).
Ja
Hoeveelheid afval
Aantal kg afval en aantal kg restafval per huishouden per jaar
Nieuwe indicator
Conform het Uitvoeringsprogramma afval en grondstoffen 2020-2025 is het streven om het restafval met 20 kg per inwoner te verminderen in 2025.
Ja
Bijsturing
Klimaatbestendigheid Hoogte maaiveld en grondwaterniveau
Beoordeling of het maaiveld en de grondwaterstand op het juiste niveau zijn voor voor een waterveilige en droogtebestendige ontwikkeling.
I.v.m. grondwater- en overstromingsrisico’s moeten delen van Haven-Stad worden opgehoogd. Aanvullend wordt vitale infrastructuur niet op de begane grond gerealiseerd. Tot slot wordt ingezet op zorgvuldige risicocommunicatie en -strategieën over evacuatie.
Ja, voorlopig (herijking wordt in 2022 verwacht): vitale functies op BG+1 situeren en waterhoogte van +1,3 meter NAP mag geen overlast in gebouwen geven en essentiële ontsluitingswegen niet belemmeren.
Ja
Knelpunten klimaatadaptatie
Aanwezige knelpunten klimaatadaptatie, zoals hittestress, droogtestress, regenwateroverlast en overstromingsbestendigheid
Vigerend beleid
Nee
Ja
Waterbergend vermogen
Vermogen van een kavel en openbare ruimte om piekbuien te kunnen bergen
Hemelwaterverordening: 60 mm/uur, in 24 uur afvoeren
Ja, Hemelwaterverordening (update). Op kavels met een hoog risico op wateroverlast, streven naar 90-120 mm/uur bufferen en lokaal hergebruiken. In de openbare ruimte streven naar 70-90 mm/uur, en op plekken met veel wateroverlast 90 mm per twee uur of meer. Daarnaast voorkomen van onnodig direct lozen op het regionale watersysteem (het IJ).
Ja
Verhouding groenvoorzieningen/verhard oppervlak
Verhouding tussen groenvoorzieningen en verhard oppervlak
Raamwerk publieke ruimte
Nee, wel groennormen (zie Hoogstedelijkheid)
Ja
Aantal bomen en bladerdek
Hoeveelheid bomen
Nieuwe indicator
Nog geen doelstelling bepaald.
Ja
Koele plekken
Voldoende koele plekken op loopafstand
Nieuwe indicator
Ja, voor elk ontwikkeld deelgebied wordt gestreefd naar lopend bereikbare koele plekken van minimaal 200 m².
Ja
54
Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021
Actualisatie MER
Duurzame energievoorziening Energiegebruik Definitie Energiegebruik per sector en in de openbare ruimte, uitgesplitst naar bron en herkomst (binnen of buiten Haven-Stad). Dit wordt gedaan voor de getransformeerde gebieden aangezien het energiegebruik van de bestaande industrie niet vergelijkbaar is met het energiegebruik van gemengde woon-werk wijken. Doelstelling Vergelijkbaar of lager dan Amsterdamse nieuwbouw. Referentiescenario Het energiegebruik wordt vergeleken met andere recente Amsterdamse gebiedsontwikkelingen. Daarnaast wordt gekeken naar het Oostelijk Havengebied, een wijk die is gebouwd vóór het Aardgasvrij tijdperk en dat qua kenmerken lijkt op HavenStad. Dit referentiescenario sluit ongeveer aan bij het basisjaar van de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050. Vergelijken met het energiegebruik van de industrie van destijds geeft een vertekend beeld. Stand van zaken Het energieverbruik van respectievelijk de kavels, openbare ruimte en mobiliteit van de te transformeren deelgebieden in HavenStad is in 2020 berekend door Metabolic. De berekening bevat zowel het gebouwals gebruiksgebonden energiegebruik, waartussen geen onderscheid te maken is in de data. De data is beperkt bruikbaar omdat er veel aannames moeten worden gedaan om bestaande bebouwing (nog te transformeren) en nieuwbouw (onderdeel van Haven-Stad) van elkaar te scheiden.
Daarnaast is voor de sector vervoer gebruik gemaakt van Amsterdamse gemiddelden. Daarom is ervoor gekozen de uitkomsten voor nu niet weer te geven in het monitoringsrapport (dit zal op een later moment gebeuren). Op basis van een advies van het AMS Institute (2020) kunnen de volgende algemene aanbevelingen gedaan worden voor kansrijke manieren om bij te dragen aan de doelstelling om het energebruik in Haven-Stad te reduceren:
Gemeente Amsterdam
Realisatie van gebouwen door energieneutraal of energie positief bouwen in plaats van met een EPC van 0,15/0,2 Andere modal split mobiliteit Openbare verlichting: mogelijk circa 40% efficiënter dan nu Via gedrag bewoners: circa 5% reductie Via gedrag gebruikers utiliteit: circa 2,5% reductie Opwekking van zonne-energie via daken: tot 15% reductie energiegebruik Opwekking van zonne-energie op gevels en andere vlakken Bijsturing Er is op dit moment nog niet voldoende inzicht in het energiegebruik om te kunnen adviseren op bijsturing. Actualisatie MER n.v.t. Optimalisatie meetmethode De methode om energiegebruik te meten moet aangescherpt worden, voortbouwend op de methode van Metabolic (zie pagina 52). De belangrijkste aanbevelingen zijn: Verkrijgen van de werkelijke gebruiksgegevens van stadswarmte. Ophalen brandstofgebruik van het beheer van groen en openbare ruimte. Voor een accuraat inzicht zijn metingen voor de lokale modal split en het aantal vervoerskilometers nodig. Gebruiksdata van gas- en elektriciteit zijn geclusterd en niet altijd acuraat; betere afstemming met Liander hierover geeft beter inzicht. Hoe meer elektrisch vervoer, hoe meer het werkelijke energiegebruik van mobiliteit ‘achter de meter’ komt te liggen; afstemmen met Liander over aannames om dit te splitsen is nodig.