CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

8 Monitoringsrapport Haven-Stad 2021.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 9 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het Integraal Raamwerk Haven-Stad, het Financieel Perspectief , de Monitorrapportage, het Uitvoeringsprogramma Haven-Stad 2021-2025 en de afhandeling van de moties die in het kader van Haven-Stad zijn ingediend (ZD2021-015610)30.946 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

ƒ Opwekking op de kavel vindt ‘achter de meter’ plaats en telt in de data mee als reductie van energiegebruik; om inzicht te krijgen in het werkelijke gebruik zullen hier aannames op moeten worden gedaan.

55

Energiemix Definitie Energiegebruik naar wijze van opwekking (en herkomst: binnen of buiten Haven-Stad). Doelstelling 100% duurzaam, waar mogelijk lokaal opgewekt zodat de lasten van energieopwekking zo min mogelijk worden afgewenteld op andere gebieden en lokale bronnen worden benut. Referentiescenario Landelijk en Amsterdams gemiddelde. Stand van zaken De energiemix toont hoe duurzaam de benodigde energie is opgewerkt en kan worden door vertaald naar CO2-uitstoot. Op basis van de Amsterdamse (voor warmte) en landelijke (voor gas en elektriciteit en brandstoffen) energiemix is een sunburstgrafiek opgemaakt (zie figuur 19).

Zowel landelijk als binnen Amsterdam wordt hard gewerkt aan het uitbreiden van duurzame energieopwekking en het vervangen van fossiele energiebronnen. In Haven-Stad wordt onderzocht of de energie opwekking ‘vóór de meter’ kan plaatsvinden: • Windenergie: op het Cornelis Douwesterrein staat een windturbine en onder andere de Noorder IJ-plas is aangewezen als zoeklocatie voor nieuwe windturbines. Deze opbrengst zal echter niet specifiek worden toegerekend aan dit gebied omdat de lusten en de lasten van deze turbines door een groter deel van Amsterdam gedragen worden. Eventueel zou het aandeel van de opwekking naar rato van het aantal inwoners en omwonenden kunnen worden meegerekend. ƒ Zonne-energie: langs infrastructuur en mogelijk op de Noorder IJ-plas is ruimte voor zonne-energie in de openbare ruimte. ƒ Verduurzamen van de Amsterdamse Energiemix (levering aan bestaande gebouwen door Westpoort Warmte B.V.) en de Nederlandse elektriciteitsmix (invulling resterende elektriciteitsvraag). ƒ Warmte: benutten van lokale duurzame warmte kan bijdragen aan een groter aandeel duurzaam in de energiemix. Bijsturing Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER n.v.t.

Duurzame bronnen Niet-duurzame bronnen Figuur 19. Sunburst-diagram van de verdeling van het huidige energiegebruik naar type energiebron (Amsterdamse energiemix 2019). Bron: Werkplan Duurzaamheid Haven-Stad

56

Optimalisatie meetmethode ƒ Er is nog geen onderscheid gemaakt tussen lokale warmte-opwekking en opwekking buiten Haven-Stad (maar wel binnen Amsterdam) ƒ Er is nog geen onderscheid gemaakt tussen lokale elektricitieitsopwek en opwek buiten Haven-Stad (Amsterdam en landelijk) ƒ Idealiter wordt inzicht in de kavelgebonden opwekking verwerkt in de cijfers. Geaggregeerde data van slimme meters kunnen mogelijk gebruikt worden.

Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021

CO2-emissie

Referentiescenario In figuur 20 is rechts de prognose te zien hoe de CO2-uitstoot zich zonder verder ingrijpen zou ontwikkelen als Haven-Stad zich zou ontwikkelen volgens de bouwstandaard van het referentiegebied op gas en zonder PV. Hierin zijn zowel gebouw-, gebruik-, als mobiliteitgebonden energiegebruik meegenomen. De reductiedoelstelling van 95% is ook weergegeven. Daarbij moet gezegd worden dat de reductie doelstellingen stedelijk en in de Ontwikkelstrategie in 2017 zijn gesteld op basis van referentiejaar 1990 en dat de gemiddelde gebouwvoorraad in Amsterdam in 1990 een stuk minder goed geïsoleerd is dan in de referentiewijk. Dat betekent dat de CO2 ‘winst’ van nieuwbouw ten opzichte van de referentiewijk minder groot zal zijn dan de ‘winst’ ten opzichte van de gemiddelde gebouwvoorraad in Amsterdam. In figuur 20 is de impact van één voorbeeldmaatregel geplot waar op dit moment een onderzoek voor loopt: het toepassen van een warmtevoorziening op basis van lokale bronnen (datacenter-warmte), waarmee een flinke reductie van de CO2Gemeente Amsterdam

0% -20%

194.413

reductie: 25-35%

-40% -60% -80%

2058

2056

2054

2052

2050

2048

2046

2044

2042

2040

2038

2036

2034

2032

2030

2028

2026

2024

2022

-100% 2020

Doelstelling Reductie van 55% in 2030 en 95% in 2050 conform de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050. Er wordt een vergelijking gemaakt met het Amsterdamse gemiddelde (1990) én de voor Haven-Stad meer representatieve referentiewijk Oostelijk Havengebied, vanwege de ontwerp- en bouwperiode rond 1990-1995 en enigszins vergelijkbare kenmerken (binnenstedelijk, dichtheid, functiemix). Voor een goede nul-situatie is wel het energiegebruik en de bijbehorende CO2-uitstoot berekend alsof deze wijk op gas was aangesloten in plaats van op stadswarmte (en geen lokale energie opwekking zou hebben). Het Amsterdamse gemiddelde en de bestaande situatie van Haven-Stad bevat ook veel oudbouw en industrie, waardoor die vergelijking geen representatieve uitkomst geeft.

302.390

2018

Definitie Totale hoeveelheid CO2-emissie (in kiloton) per jaar, en omgerekend per inwoner en werknemer. Dit wordt berekend op basis van het energiegebruik en de energiemix.

Referentiescenario: ontwikkeling o.b.v. aardgas en techniek 1995-2015 Voorbeeldmaatregel Haven-Stad: warmtenet op restwarmte uit datacenters Figuur 20. Prognose CO2 emissie Haven-Stad in CO2 equivalent (in ton) in het refentiescenario en na het toepassen van een voorbeeldmaatregel. Bron: Werkplan Duurzaamheid Haven-Stad

uitstoot te behalen is. Daarnaast zullen andere maatregelen bijdragen aan een verdere CO2reductie (zie de indicatoren ‘Energiegebruik’ en ‘Energiemix’). Stand van zaken In de huidige situatie wordt nieuwbouw niet meer aangesloten op gas en wordt gebruik gemaakt van lokale WKObronnen of collectieve bronnen, al dan niet aangevuld met stadswarmte. Daarnaast vindt energieopwekking plaats (op daken en via een bestaande windturbine). Het onderzoek naar meer lokale opwekking voor zonne- en windenergie loopt, net als het onderzoek naar de inkoppeling van duurzame warmtebronnen zoals oppervlaktewater en datacenter-warmte. Bijsturing Er is nog geen accuraat inzicht in de huidige CO2-uitstoot in Haven-Stad om te kunnen adviseren op bijsturing. Actualisatie MER n.v.t. Optimalisatie meetmethode ƒ De indicator CO2-uitstoot is afhankelijk van goed inzicht in het energiegebruik en de energiemix. ƒ Voor het vervolledigen van een goede prognose zal in volgende jaren gekeken worden naar het Energietransitie model, zodat gebruikte aannames en kengetallen gedragen en navolgbaar zijn.

57

Emissievrij autogebruik Definitie Aandeel voertuigen zonder emissie ten opzichte van het totaal aantal voertuigen. Doelstelling Conform het Actieplan Schone Lucht Amsterdam (zie pagina 26): ƒ 100% uitstootvrij in 2025 voor vrachten bestelwagens, taxi’s, OV-bussen en touringcars binnen de ring A10; passagiersvaart en GVB-veren op Amsterdams binnenwater; pleziervaart in het centrum; en brom- en snorfietsen in de bebouwde kom ƒ 100% uitstootvrij in 2030 voor alle modaliteiten in de bebouwde kom Vanuit het Regeerakkoord 2017-2021 is het streven dat uiterlijk in 2030 alle nieuwe auto’s emissievrij zijn. Meetresultaten Er is op dit moment geen inzicht in het aantal uitstootvrije voertuigen en het aantal voertuigkilometers dat uitstootvrij wordt afgelegd binnen Haven-Stad. Wel is het aantal publieke laadpunten bekend. Stand van zaken Het aantal publieke laadpunten neemt toe. Bij alle nieuwe inpandige parkeergelegenheden

worden private laadpunten aangelegd. In de nabije omgeving van Haven-Stad worden in 2021 twee tankstations voor waterstof geopend. Bijsturing Het is belangrijk om bij iedere ontwikkeling te blijven sturen op voldoende laadpunten, elektrische deelauto’s en Light Electric Vehicles (LEV’s) zodat uitstootvrij vervoer voor zoveel mogelijk mensen bereikbaar wordt. De benodigde meetgegevens zijn nog niet beschikbaar om deze indicator te evalueren. Actualisatie MER n.v.t. Optimalisatie meetmethode Naast het monitoren van de publieke laadpunten en waterstoftankstations, zou idealiter inzicht moeten komen in het aantal private en semi-publieke laadpunten in parkeergarages. Dit is te verkennen in samenwerking met Liander. In combinatie met de (idealiter lokaal gemeten) modal split en aandeel emissievrije bestelauto’s en vrachtwagens in Amsterdam kunnen dan meer betrouwbare aannames gedaan worden over het aandeel emissievrije voertuigen in HavenStad.

Figuur 21. Uitsnede kaart oplaadpunten elektrische auto. Bron: Maps Amsterdam

58

Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021

Energieprestatie per gebouw Definitie De energetische efficiëntie van een gebouw. Doelstelling De landelijke EPC-regeling (energieprestatieefficiënte) als meetinstrument voor de energieprestatie van gebouwen, is op 1 januari 2021 vervangen door de nieuwe BENG-normering (Bijna Energie Neutrale Gebouwen). Aanscherping van de BENG naar Amsterdamse waardes die beter overeenkomen met de oude ambities van EPC < 0,2 is in verkenning. De voorgestelde BENG-eisen voor Amsterdam, waarmee rekening moet worden gehouden dat deze na 1 juli 2022 gaan gelden, gelden als ambitie voor de nieuwbouw in Haven-Stad. In de Investeringsnota Sloterdijk I Zuid is als ambitie een EPC van 0,15 opgenomen. Stand van zaken Het merendeel van de woningen in HavenStad is vergund voordat de BENG-normering in gebruik is genomen om de energieprestatie te berekenen. Deze woongebouwen, waarvan de EPC worden buiten beschouwing gelaten.

Bijsturing Er zijn nog niet voldoende meetgegevens beschikbaar om deze indicator te evalueren. Actualisatie MER n.v.t. Optimalisatie meetmethode Via vergunningverlening kan de vergunde energieprestatie gemonitord worden. De werkelijke energieprestatie kan bepaald worden door controle op de bouwplaats, controle van de ingeregelde energiesystemen en (geaggregeerd) analyseren van de slimme meters en gegevens van de warmteexploitanten. Het verdient de voorkeur om bij een aantal projecten ook de werkelijke energieprestatie te monitoren om hiervan te leren voor toekomstige projecten. Daarnaast kan inzicht in de energetische kwaliteit van het opgeleverde gebouw en het goed inregelen van de systemen tot een grote besparing leiden.

Voor het gebouw Amsterdam Vertical in Sloterdijk-Centrum zijn voorlopige BENGindicatoren afgegeven: 44,1 / 30,1 / 59,7.

100

100%

kWh/m2/jaar

80%

80 max. 65 (60) 60

40

max. 50 (20)

0

59,7 min. 40% (70%)

40%

44,1 30,1

20

60%

2021

2021

BENG 1 (energiebehoefte)

BENG 2 (primair fossiel energiegebruik)

20%

0

2021

BENG 3 (aandeel hernieuwbare energie)

Figuur 21-1. BENG-scores gestapelde nieuwbouwwoningen in Haven-Stad. In het zwart zijn de landelijke BENG-eisen weergegeven. In het grijs daarachter tussen haakjes is het voorstel voor aangescherpte BENGeisen in Amsterdam (inwerkingtreding op zijn vroegst op 1 juli 2022). Bron: Vergunningverlening (peildatum oktober 2021)

Gemeente Amsterdam

59

Duurzaam grondstoffengebruik Hergebruik grondstoffen bij nieuwbouw en in de openbare ruimte Definitie Mate van hergebruik en biobased oorsprong van grondstoffen in nieuwbouw.

Grondstofstromen bouw bij ‘business as usual’, CO2-uitstoot naar 71.000 woningen: 2.306.350 kton

1

Doelstelling 50% in 2029 en 100% in 2050 conform de Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025. Referentiescenario Amsterdamse gemiddelde en het landelijke gemiddelde waar mogelijk. Meetmethodes zijn nog in ontwikkeling. Op basis van landelijke cijfers is het uitgangspunt dat 12-16 % (in gewicht) van de toegepaste materialen gemiddeld al uit hergebruikte materialen bestaat en dan met name in de openbare ruimte, en dat 0,1% van de nieuwe materialen nu biobased is. In samenwerking met het AMS Institute en Metabolic is bekeken wat het potentieel is van hergebruik van materialen uit dit gebied, biobased bouwen (nu nog voornamelijk houtbouw) en het reduceren van grondstoffengebruik (lichter/slimmer bouwen). Het lijkt, uitgaande van de materiaalstromen, mogelijk om op de middellange termijn de CO2-uitstoot door hergebruik en toepassing van biobased bouwmaterialen met 40-80% te reduceren. Dit is echter niet alleen een kwestie van het gebruik van andere materialen, maar ook van marktwerking en systeeminnovaties. Het zal daarom niet vanaf project één haalbaar zijn, maar per project beter worden. Wanneer vol wordt ingezet op reduceren van materialen en hergebruik van materialen kan dit al 43% van de CO2-uitstoot schelen. Als ingezet wordt op biobased bouwen (houtbouw) of een combinatie van reduceren, hergebruiken en biobased bouwen kan dat oplopen tot circa 78%.

De grootste CO2-winst is te behalen door het verminderen van gebruik en hergebruik van respectievelijk staal, beton, aluminium, zandcementen en betonklinkers en het vervangen van constructiematerialen zoals beton en staal door hout.

60

6

2

7

3 4

8

5

Grondstofstromen bouw bij ‘gemengd scenario’, CO2-uitstoot naar 71.000 woningen: 497.652 kton, reductie -1.808.698 kton (78%)

1

6

2 3

7

4 8 5 1. aanvoer hernieuwbare materialen 2. aanvoer nieuwe materialen 3. aanvoer secundaire materialen 4. opgeslagen in gebouwen (2017) 5. opgeslagen in openbare ruimte (2017) 6. opgeslagen in gebouwen (2050) 7. opgeslagen in openbare ruimte (2050) 8. verwerking buiten Haven-Stad Figuur 22. Grondstofstromen bouw bij ‘business as usual’ (boven) en bij ‘gemengd scenario’ (onder). Bron: Werkplan Duurzaamheid Haven-Stad

Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021

Behoud casco’s hoogbouw De meest impactvolle maatregelen tot het verlagen van de CO2-equivalent uitstoot zijn het reduceren van gebruik van en/of het gebruik maken van secundaire of biobased materiaalstromen voor metalen: vooral aluminium en staal. Beton creëert vooral een grote impact als het gebruik (primair en secundair) ervan wordt beperkt. Stand van zaken Er is nog geen of beperkt inzicht in de hoeveelheid hergebruikt materiaal in lopende bouwprojecten. De meetmethodes zijn daarnaast nog in ontwikkeling, zowel voor gebouwen als voor de openbare ruimte. Bijsturing Bijsturing is nog niet aan de orde. Naast de vereiste MPG-normering, is het materiaalgebruik ook onderdeel van de gesprekken met ontwikkelaars. Actualisatie MER n.v.t. Optimalisatie meetmethode Voor de openbare ruimte wordt verwacht dat in de komende jaren een stadsbreed systeem wordt ontwikkeld voor materiaalhergebruik en ook de administratie daarvan. Diverse pilots daarvoor lopen nu. Tot die tijd zal per project het materiaalgebruik moeten worden geëvalueerd. Voor gebouwen is hergebruik van materialen één van de componenten in de MPG-score die nodig is bij de vergunningverlening. Waarschijnlijk kan op basis van de vergunningaanvraag het percentage hergebruik uitgelezen worden.

Gemeente Amsterdam

Definitie Verhouding hergebruikte, gesloopte en onaangetaste casco’s hoogbouw. Hoogbouw zijn gebouwen met 5 of meer verdiepingen. Doelstelling Zo min mogelijk slopen van bruikbare casco’s, omdat zowel het slopen, het toepassen van primair beton en ook secundair beton een hoge milieu impact heeft, evenals het toepassen van primair staal. Stand van zaken Er zijn tot nu toe drie transformatieprojecten in Sloterdijk-Centrum gerealiseerd of in uitvoering: Barajasblokken, Naritaweg 199 en Floating Gardens (voormalige SITAkavel). Bij geen van de projecten betreft het transformatie van hoogbouw. De fase waarin grootschalig bestaande gebouwen worden getransformeerd met behoud van (een deel van) het casco, is nog niet gestart. Kansen hiertoe zijn er de komende jaren in SloterdijkCentrum, Sloterdijk I Zuid en Sloterdijk I Noord. Bijsturing Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER n.v.t. Optimalisatie meetmethode n.v.t.

61

MilieuPrestatie Gebouwen (MPG)

Definitie Verdeling MPG-scores van bouwplannen. De milieuprestatie van een gebouw is de som van de schaduwkosten van alle toegepaste materialen in het gebouw per m2 bvo per jaar, waarbij ook rekening wordt gehouden met de materialen die worden vervangen tijdens de levensduur van het gebouw.

max. 1,0

1,0

0,89 max. 0,8

0,8 0,67

0,6

0,4

Doelstelling Wettelijke norm en beleid. Per 1 januari 2018 geldt voor de MPG een maximum grenswaarde van 1,0. Op 1 juli 2021 is de MPG voor nieuwe woningen aangescherpt naar 0,8. Het doel is om de eis stapsgewijs scherper te stelen en uiterlijk in 2030 te halveren. Het Omgevingsplan, naar verwachting in werking per 1 juli 2022, gaat mogelijkheden bieden om voor aan te wijzen gebieden een scherpere milieuprestatie-eis te stellen. Tot die tijd wordt de ambitie in deelprojecten waar mogelijk scherper gesteld, zoals in Sloterdijk I Zuid met een MPG van 0,5.

0,2

0 vergunningaanvragen tot 1 juli 2021

vergunningaanvragen na 1 juli 2021

Figuur 23-1. Spreiding MPG-scores Haven-Stad. Bron: Vergunningverlening (peildatum oktober 2021)

4% 19%

Fundering

17%

Stand van zaken Berekende MPG-scores voor de vergunde woongebouwen in Sloterdijk-Centrum: ƒ Amsterdam Vertical: 0,72 ƒ Lab4you: 0,67 ƒ Lycka: 0,78 ƒ MO*town Track 6: 0,82 ƒ MO*town Track 8: 0,89 Deze waarden zijn exclusief een eventuele aftrek van 0,40 die mag worden toegepast als er is gerekend met een Nationale Milieudatabase release 2.0 of hoger. De gebouwen voldoen allemaal ruimschoots aan de maximale grenswaarde van 1,0 die nog gold op het moment van de vergunningaanvraag.

Vloeren Draagconstructie

3% 16%

Gevels Daken Installaties

6% 35%

Inbouw

Figuur 23-2. Gemiddeld resultaat MPG-scores per bouwdeel. Bron: Vergunningverlening (peildatum oktober 2021)

Bijsturing Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER n.v.t. Optimalisatie meetmethode Zie de indicator ‘hergebruik grondstoffen bij nieuwbouw en in de openbare ruimte’ (vorige pagina).

62

Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021

Scheidingspercentage en hoeveelheid huishoudelijk afval

Definitie ƒ De hoeveelheid gescheiden huishoudelijk afval als percentage van de totale hoeveelheid huishoudelijk afval ƒ De hoeveelheid afval en restafval per huishouden (in kilogram) per jaar Doelstelling ƒ Scheiding (inclusief nascheiding): per direct 65% en 100% in 2050. ƒ Hoeveelheid afval: gemeentebreed is het streven om in 2025 20 kg minder restafval per inwoner te produceren. In Haven-Stad waar de voorzieningen voor scheiding beter zullen zijn dan gemiddeld in Amsterdam, zou de reductie nog hoger moeten zijn. Referentiescenario Als referentie wordt gekeken naar andere nieuwbouwgebieden in Amsterdam en Amsterdam als geheel. In Amsterdam is er jaarlijks per huishouden 358 kg afval. 31% van dit afval wordt gescheiden, zowel via bronals nascheiding. Van de overige 247 kg afval (69%) kan 173 kilo beter gescheiden worden. Stand van zaken In Sloterdijk-Centrum en Sloterdijk I Zuid is de afvaldata van de aanwezige containers voor huishoudelijk afval geanalyseerd. Zonder correctie voor nascheiding leverde dat een hoeveelheid op van 724 kg in totaal per huishouden, met een scheidingspercentage van 73%. Deze data zijn echter niet representatief; het is onbekend hoeveel bedrijven afval in de containers storten en huishoudens hebben in het jaar van verhuizen significant meer afval.

De focus de komende jaren moet liggen op het gescheiden inzamelen van GF-afval en het voorkomen van het ontstaan van afval, bijvoorbeeld door grof huishoudelijk afval zoals meubels te hergebruiken. Daarnaast speelt de gedragscomponent een grote rol. Monitoring hierop moet worden opgestart vanaf het moment van ingebruikname van de eerstvolgende blokken in Sloterdijk-Centrum en Sloterdijk I Zuid. Bijsturing Een deel van de bijsturing ligt bij het voorzien in geschikte voorzieningen zoals GF-inzamelsystemen en locaties voor tweedehandswinkels. Actualisatie MER n.v.t. Optimalisatie meetmethode ƒ De directie Afval en Grondstoffen werkt aan een monitoringsdashboard die inzicht geeft in inzamelmethode, hoeveelheid en scheidingspercentage per buurt. Naar verwachting is dit bij het volgende monitoringsrapport gereed. Dan kan ook een betere vergelijking gemaakt worden met andere transformatie- en nieuwbouwgebieden. ƒ Uitbreiden van de indicator met bedrijfsafval. Inzicht in deze stromen is echter moeilijk omdat contracten commercieel worden gesloten. Er worden proeven gedaan met gemengd inzamelen. Deze worden op de voet gevolgd en waar mogelijk in Haven-Stad gestart.

358 kg

69%

restafval

73% 31% gescheiden

Figuur 24-1. Huishoudelijk afval in Amsterdam (gescheiden afval via bron- en nascheiding). Bron: Afval en Grondstoffen (peildatum 2020)

Gemeente Amsterdam

27% restafval

724 kg

gescheiden

Figuur 24-2. Scheiding ‘huishoudelijk’ afval in Sloterdijk-Centrum en Sloterdijk I Zuid (via bron- en nascheiding). Bron: Analyse afvaldata aanwezige containers (peildatum 2019-2020)

63

Beschikbaarheid voorzieningen afvalscheiding in de wijk

Stand van zaken In Sloterdijk-Centrum zijn al enkele ondergrondse containers aanwezig nabij de nieuwe woningen. In Sloterdijk I Zuid is het streven (bedrijfs- en bewoners)afval inpandig gescheiden in te zamelen.

Definitie Beschikbaarheid van mogelijkheden om huishoudelijk afval te scheiden. Doelstelling Doelpercentage van 0% restafval in de wijk vervalt. Beleid (Uitvoeringsplan afval en grondstoffen, 2020) is om niet alles (bijv. PMD) aan de voorkant te scheiden omdat de nascheidingsinstallaties goede resultaten laten zien. Wel komt er meer focus op groente- en fruitafvalscheiding aan de bron, omdat dit afval niet alleen veel waarde heeft bij goed gescheiden inzameling, maar ook het overige afval sterk vervuilt en daardoor onbruikbaar maakt voor recycling. Referentiescenario Andere nieuwbouwgebieden in Amsterdam en Amsterdam als geheel. De mogelijkheden tot afvalscheiding verschillen per wijk. Bij nieuwbouw is de ondergrondse container de standaard voor de verschillende afvalfracties.

Er is tot op heden geen verschil gesignaleerd in prestaties van de verschillende systemen op de mate van afvalscheiding. Sterke focus op gescheiden groente- en fruitafvalinzameling is aan te bevelen om ook de overige scheiding eenvoudiger te maken. Hiervoor worden de komende jaren diverse pilots geëvalueerd. De lessen hieruit moeten direct meegenomen worden in de toekomstige blokpaspoorten voor Haven-Stad. Bijsturing Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER n.v.t. Optimalisatie meetmethode n.v.t.

Restafval

Groente-, fruiten tuinafval

Cornelis Douwes 0-1

5

0

4

2

1

0

0

Sloterdijk-Centrum

8

5

4

2

2

0

0

In de overige deelgebieden staan geen afvalcontainers.

Restafval Papier Glas Plastic Textiel Groente-, fruit- en etensresten (gfe) Brood

Figuur 25. Afvalcontainers in Amsterdam. Bron: Maps Amsterdam (peildatum augustus 2021)

64

Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021

Klimaatbestendigheid Hoogte maaiveld en grondwaterniveau (regenwater en overstromingen) Definitie Beoordeling of het maaiveld en de grondwaterstand op het juiste niveau zijn voor voor een waterveilige en droogtebestendige ontwikkeling. Doelstelling I.v.m. grondwater- en overstromingsrisico’s moeten delen van Haven-Stad worden opgehoogd. Een juist grondwaterniveau is ook voor het voorkomen van schade in droge periodes van belang. Aanvullend wordt vitale infrastructuur zoals datacentra en essentiële installaties voor de stroomvoorzieningen niet op de begane grond gerealiseerd. Tot slot wordt ingezet op zorgvuldige risicocommunicatie en –strategieën over evacuatie. Wat de juiste maaiveldhoogte per deelgebied is, is maatwerk per deelgebied. Referentiescenario Andere gebiedsontwikkelingen in de MRA. Stand van zaken In de Ontwikkelstrategie Haven-Stad is aangegeven hoeveel deelgebieden ongeveer moeten worden opgehoogd op basis van de uitgangssituatie en klimaatscenario’s van dat moment (2017). Voor Sloterdijk I Zuid heeft dat geresulteerd in ophoging tussen 0,3 en 0,8 m tot een streefpeil van ca. 1 m NAP in het Investeringsbesluit. De aanleg hiervan is op dit moment nog niet gestart. Voor volgende deelgebieden is de hoogte van het maaiveld nog niet bepaald. De loop van de hoofdwatergangen is inmiddels wel bepaald. De loop van de secundaire watergangen wordt per deelgebied bepaald.

In combinatie met o.a het maaiveldpeil beïnvloed dit oppervlaktewatersysteem de nieuwe grondwaterstand. Bijsturing Najaar 2021 start de tweede fase van een onderzoek naar aanscherpingen van de waterveiligheidsmaatregelen, waaronder aanpassingen van het streefpeil voor het maaiveld. Daarin wordt vooruitgekeken naar extremere klimaatscenario’s en naar de mogelijke aanpassingen in het regionale watersysteem, zoals het vaker optreden en een hoger piekpeil van het Noordzeekanaal.

Gemeente Amsterdam

Dat kan leiden tot een hoger maaiveld waar dat nog mogelijk is. Omdat volledig ophogen niet overal mogelijk of doelmatig is, moet altijd per deelgebied naar de exacte maaiveldhoogte en maaiveldplooiing worden gekeken, en altijd i.c.m. andere maatregelen t.b.v. waterveiligheid en grondwater. In 2023 worden de nieuwe KNMI klimaatscenario’s verwacht (zie ‘optimalisatie meetmethode’) Uitgangspunten voor de volgende deelgebieden worden idealiter op basis van die scenario’s pas vastgesteld, tenzij besluiten hierover eerder nodig zijn. Tot die tijd is het verstandig om bij bandbreedtes te kiezen voor de meest robuuste hoogte. Actualisatie MER Actualisatie van het MER is op dit moment niet nodig. Optimalisatie meetmethode ƒ De maaiveldhoogte is af te lezen uit het nationaal hoogtebestand. De grondwaterstand kan worden gemeten via de verschillende peilbuizen. Daarnaast geven meldingen over verdroging en wateroverlast informatie over de huidige situatie. Dit wordt gedaan door het IB en Waternet en is input voor het wateradvies per deelgebied. ƒ Naast de huidige situatie moet periodiek vooruitgeblikt worden wat de impact zal zijn van de periodiek aangescherpte klimaatscenario’s en keuzes in het regionale watersysteem. Dit zal doorwerken in de noodzakelijke maaiveldhoogte, streefpeil voor het grondwater en afsluitbaarheid van hoofdwatersysteem ten opzichte van het regionale systeem.

Naar verwachting leidt het recente IPCC rapport (zomer 2021) in het najaar van 2021 tot een eerste KNMI klimaatsignaal en in 2023 tot nieuwe uitgewerkte KNMI scenario’s voor heel Nederland. ƒ Naast de hoogte van het grondwater is ook de kwaliteit van belang. Dat wordt reeds door Waternet gemeten. Aandachtspunt daarbij is de mate van verzilting die door klimaatverandering toe neemt en van invloed is op het bodemleven en welke planten goed gedijen. In volgende monitors kan dit aspect dieper worden uitgewerkt.

65

Knelpunten klimaatadaptatie Definitie Aanwezige knelpunten klimaatadaptatie, zoals hittestress, droogtestress, regenwateroverlast en overstromingsbestendigheid. Doelstelling Geen kwantitatieve doelstelling. Verhelpen bestaande en voorkomen nieuwe knelpunten. Stand van zaken Meldingen van wateroverlast worden bijgehouden door Waternet. Daarnaast wordt door de afdeling beheer elk jaar bepaald wat het percentage uitval is van beplanting door droogte. Dit type monitoring bestaat nog niet voor hitte.

ƒ De gegevens over het risico op droogte in dit gebied zijn te grofmazig om specifieke uitspraken te doen voor delen van HavenStad. De droogte opgave wordt per deelgebied meer in detail bekeken. Direct langs het IJ is het risico op droogte klein. Voor Sloterdijk I Zuid is voor het eerst een hittestresstest gedaan op basis van de voorgestelde stedenbouwkundige configuratie. Hieruit bleek het gebied relatief goed te presteren. Mogelijke optimalisaties die uit deze scan naar voren kwamen worden verwerkt in het DO maaiveld en worden meegenomen in de blokgesprekken met ontwikkelaars.

In de Klimaatatlas van het waterschap wordt getoond wat het risico op overlast is; waar dus knelpunten kúnnen optreden. Deze kaarten geven een modelmatige benadering van de huidige situatie. NB: dit geeft slechts zeer beperkte informatie over de situatie nadat gebiedsontwikkeling heeft plaatsgevonden (zie “optimalisatie meetmethoden”). Aandachtsgebieden in de huidige situatie zijn: ƒ Sloterdijk-Centrum en -Zuid kennen nu al diverse plekken waar die temperatuur overdag 12 graden hoger kan liggen dan in het Sportpark en het Westerpark (klimaatatlas AGV) en mogelijk boven de 46 graden (gevoelswaarde) uitkomt tijdens hete dagen. Dat geldt ook voor een heel aantal kades. Hoewel een dergelijke extremiteit nu slechts eens per ca 5 jaar voorkomt, gaat dat richting 2050 toenemen. Ook zal het aantal warme nachten toenemen, waardoor Haven-Stad minder goed afkoelt. ƒ Bij 60 millimeter regen per uur: 30 centimeter of meer wateroverlast op maaiveld op diverse plaatsen in Sloterdijk Centrum, Parkzone Sloterdijk I Zuid, rond het Mediacollege, Archangelweg, Alfadriehoek en laaggelegen parken (Zonnehoek, Groot westerpark). Mogelijk onbegaanbaar voor hulpdiensten: delen Basisweg, Hatostraat, div delen Kabelweg, verlaagde deel Transformatorweg. (klimaatatlas AGV). Bij 100 millimeter per uur: grote delen van SDI Z en SD1N 30 cm water of meer op maaiveld (MER, 2017)

66

Daarnaast is voor het gehele toekomstige Haven-Stad de waterbestendigheid voor regenwater berekend en beoordeeld. Dit is gedaan op basis van de huidige waterbergingseisen aan gebouwen (60mm) en heftiger buien dan nu standaard in de modelberekening (90 mm/2h). Hierop is de beoogde hoofdwaterstructuur ontworpen (zie Integraal raamwerk Openbare Ruimte Haven-Stad (2021) en zijn een aantal huidige knelpunten gesignaleerd (Sloterdijken, Minervahaven) waarvoor de oplossingen in de plannen van de betreffende gebieden direct mee genomen worden. Daarnaast zijn in afwachting van de doorvertaling van het huidige IPCC rapport naar nieuwe KNMI klimaatscenario’s alvast zones aangewezen waar nog extra water kan worden geborgen als het klimaat nog extremer wordt.

Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021

Waterbergend vermogen Bijsturing Hoewel er nog niet voldoende monitors zijn geweest om een trend in Haven-Stad te ontwaren, wordt door verschillende experts aangeraden om (flink) hoger in te zetten bij het voorkomen van hitte, droogte en wateroverlast. De recente publicatie van het nieuwe IPCC rapport bekrachtigt de noodzaak hiertoe nogmaals. Zie voor voorgestelde aanpassingen het Werkplan Duurzaamheid. Bij nieuwe investeringsbesluiten voor de volgende Haven-Stad deelgebieden wordt locatie specifiek gekeken hoe hoog moet worden ingezet. Stedelijk beleid en (concept) MRA basisveiligheidsniveaus vormen een ondergrens. Actualisatie MER n.v.t. Optimalisatie meetmethode ƒ Opnemen meldingen wateroverlast en verdroging in en rond Sloterdijk Centrum en Sloterdijk I Zuid ƒ In ieder volgend deelgebied: 0-situatie en prognose beter in beeld brengen ƒ Integreer droogte en hitte in het klimaatadaptatie advies in plaberumfase 1 van alle volgende deelgebieden. Doe in een vroeg stadium (plaberum fase 2 of begin fase 3) een stresstest o.b.v. de eerste schets van de stedenbouwkundige configuratie. Dit levert als het ware de 0-situatie en prognose per deelgebied. ƒ Idealiter zou de monitor gevoed worden door meer gemeten data, naast modellen.

Niet alleen uit de peilbuizen en overlast meldingen, maar ook door slimme klimaatmeetstations in verschillende kenmerkende deelgebieden Haven-Stad (bijvoorbeeld Sloterdijken en een kademillieu). Samenwerking met onderzoeksinstellingen biedt kansen voor opzet van een pilot hiervoor.

Definitie Vermogen van een kavel en openbare ruimte om piekbuien te kunnen bergen. Referentiesituatie Amsterdamse nieuwbouwgebieden. De nieuwe Hemelwaterverordening (in werkinggetreden op 11 mei 2021) schrijft een langere periode voor voor het afvoeren van het hemelwater, namelijk 60 uur in plaats van 24 uur. Op kavels met een hoog risico op wateroverlast, streven we naar 90-120 mm/2h bufferen, vertraagd afvoeren en lokaal hergebruiken. In de openbare ruimte streven we naar 70-90 mm/2h probleemloos kunnen opvangen en verwerken. Daarnaast voorkomen we onnodig direct lozen op regionale watersysteem (IJ). Stand van zaken Op basis van de knelpuntenkaarten van Rainproof en de modelberekeningen voor het nieuwe hoofdwatersysteem blijkt dat in de huidige situatie knelpunten optreden bij 90mm/2h. De conclusie is dat de huidige situatie nog niet volledig voldoet aan de doelstellingen. Knelpunten worden in het ontwerp voor de openbare ruimte en gebiedsontwikkelingprojecten meegenomen. In de Klimaatatlas van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht is de wateroverlast op het maaiveld gemonitord. Bijsturing Ja, op plekken met een hoog risico op wateroverlast. Actualisatie MER n.v.t. Optimalisatie meetmethode Hogere frequentie actualisatie data van meldingen.

Figuur 28. Kaart met een simulatie van wateroverlast op straat bij een extreme bui van 100 m/h met daaroverheen de meldingen van wateroverlast bij een extreme bui in 2014.

Gemeente Amsterdam

67

Verhouding groenvoorzieningen/ verhard oppervlak Definitie Verhouding tussen groenvoorzieningen en het verhard oppervlak. De groenvoorzieningen betreft het totaal oppervlak groene buitenruimte (stadsparken, wijkparken en buurtgroen), inclusief sportveLden. Referentie Raamwerk openbare ruimte. Het Integraal Raamwerk Haven-Stad gaat uit van de normen zoals deze zijn opgenomen in “Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen”, vastgesteld door het College van B&W op 9 januari 2018. Hierin zijn geen normen opgenomen over verharding.

Bijsturing Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER n.v.t. Te onderzoeken optimalisatie meetmethode n.v.t.

Meetgegevens In 2019 was circa 29% van Haven-Stad groen, 40% water en 31% verhard (zie figuur 26 en 27). Stand van zaken In de planvorming voor Sloterdijk I Zuid wordt verdere ontharding meegenomen in het ontwerp voor de openbare ruimte en wordt geborgd dat het inrichten van dit gebied geen negatieve gevolgen heeft voor de omliggende gebieden Figuur 26. Water, groen en verharding in Haven-Stad. Bron: BGT (peildatum 2019)

< 15%

< 15%

15-30%

15-30%

40% 56%

30-45%

37%

8%

46%

46%

2% 15%

7%

83%

34%

27% 62%

56%

21%

66%

48%

26%

49%

38%

6%

39%

> 60%

47%

11%

7%

7%

45-60%

> 60%

27%

50%

30-45%

45-60%

> 60%

31%

15-30%

10%

30-45%

45-60%

16%

< 15%

46%

20% 62% 38% 82%

5%

55%

1%

73% 28%

39%

55%

79%

3%

74% 35%

6%

3%

0% 9%

Figuur 27. Percentage water, groen en verharding in de deelgebieden van Haven-Stad. Bron: BGT (peildatum 2019)

68

54% 11%

Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021

1%

Aantal bomen en bladerdek Definitie Aantal bomen en oppervlakte van het bladerdek. Doelstelling Er is nog geen kwantitatieve doelstelling bepaald. Zowel Haven-Stad als het stedelijke beleid zetten in op maximaal vergroenen. Ook uit de hittestress-scan voor Sloterdijk I Zuid blijkt het toevoegen van bomen voor schaduw een van de meest effectieve methodes om een gebied koel te houden. Bomen leveren daarnaast nog veel andere ‘ecosysteemdiensten’: CO2-opname en -opslag, waterafvang, filteren van vervuilende stoffen, leefomgeving voor andere belangrijke planten, schimmels en dieren, eventueel productie van voedsel, en het verbeteren van de kwaliteit van de woon-werk omgeving.

Stand van zaken Het huidige aantal bomen is circa 8.060 volgens de kaart ‘Bomen in beheer van de Gemeente Amsterdam’ (zie figuur 29). In de planvorming voor Sloterdijk I Zuid wordt het aantal bomen vergroot van circa 300 naar circa 1.000. Bijsturing Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER n.v.t. Optimalisatie meetmethode Monitoren welke soorten en welke plantwijze de meeste voordelen opleveren voor het gebied.

Figuur 29. Bomen in Haven-Stad. De kaart toont bomen die in beheer zijn bij de gemeente. Bomen op particuliere terreinen staan hier niet op. Ook ontbreken nog bomen die in grote groepen of tussen andere beplanting staan. Bron: Maps Amsterdam (peildatum augustus 2021, de weergave van bomen loopt 1-3 jaar achter op peildatum).

Gemeente Amsterdam

69

Koele plekken Definitie Voldoende koele plekken op loopafstand. Koele plekken zijn bijvoorbeeld groene plekken met veel schaduw die in droge periodes niet verdrogen, gebouwde locaties waarbinnen koelte kan worden opgezocht en zwemlocaties. Ook de gebouwvorm en de morfologie van de wijk kan bijdragen aan het verkoelen van de wijk. Doelstelling Binnen 200-300 meter lopend bereikbare koele plekken van minimaal 200 m2. Stand van zaken Uit de quickscan van het Concept Integraal Raamwerk Openbare Ruimte is gekeken of er voldoende koele plekken nabij woningen gepland zijn o.b.v. de grotere groene structuren en parken. Hieruit zijn een aantal gebieden af te lezen waar extra aandacht moet zijn voor het voorzien van voldoende koele plekken op loopafstand (oranje en rode gebieden). In de gele gebieden zou de loopafstand idealiter nog verder kunnen

worden teruggebracht naar maximaal 200 meter. Maatregelen op het gebied van hittestress zijn naar verwachting op termijn nodig in de omgevingen van de stations Sloterdijk, Isolatorweg en Hemknoop. In de oranje en rode gebieden moet bij de uitwerking van de deelgebieden met extra aandacht worden gekeken naar het voorzien in voldoende koele plekken op loopafstand. Bijsturing Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER n.v.t. Optimalisatie meetmethode ƒ In kaart brengen en monitoren inpandige en gerealiseerde koele plekken. ƒ In beeld brengen kwetsbare groepen en gebruikersdichtheden.

Noorder IJ-plas

Loopafstand (in tijd) van bebouwing tot koele plek: < 30 seconden 30 seconden - 1 minuut

Keerkringpark

1-2 minuten 2-5 minuten 5-10 minuten > 10 minuten koele plek

Dokpark

Haparandadam

De Bretten

Zonnehoek

Westerpark Figuur 30. Loopafstand tussen bebouwing en koele plekken. Bron: Quickscan Integraal Raamwerk Haven-Stad

70

Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021

7.4 Gezondheid Met de ontwikkeling van Haven-Stad wordt nadrukkelijk ingezet op het borgen van een gezonde leefomgevingskwaliteit en het bevorderen van gezondheid. Gezondheid is een speerpunt bij de ontwikkeling van Haven-Stad en daarmee meer dan alleen het toetsen aan milieunormen. Zeker in een overgangsgebied van haven en stad waar sprake is van een relatief hoge milieubelasting en waar tegelijkertijd hoge dichtheden worden gerealiseerd vraagt dat om duidelijke keuzes. Voor de hoofddoelstelling Gezondheid zijn subdoelstellingen geformuleerd die gaan over de volgende aspecten: milieuhinder, gezond gedrag en veiligheid.

GEZONDHEID Indicator

Definitie

Doelstelling (Ontwikkelstrategie)

Herijking doelstelling

Opname in monitoringsrapport

Verandering milieucontouren voor geluid

Kaartbeelden van de verandering van de contouren voor geluid (industriegeluid, individuele bedrijven en windturbines, spoorweg- en metrogeluid, wegverkeersgeluid, scheepvaartgeluid en luchtvaartgeluid)

n.v.t.

n.v.t.

Ja

Verandering milieucontouren voor luchtkwaliteit

Kaartbeelden van de verandering van de contouren voor luchtkwaliteit

De EU-grenswaarde voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) is een jaargemiddelde van 40 μg/m3, voor zeer fijn stof (PM2.5) is dit 25 μg/m3.

Nee

Ja

Verandering milieucontouren voor geur

Kaartbeelden van de verandering van de contouren voor geur (cumulatieve geurbelasting en individuele bedrijven)

n.v.t.

n.v.t.

Ja

Verandering milieucontouren voor grof stof

Kaartbeelden van de verandering van de contouren voor grof stof

n.v.t.

n.v.t.

Ja

Verandering milieucontouren voor externe veiligheid

Kaartbeelden van de verandering van de contouren voor externe veiligheid (aanwezige bedrijven met een risicocontour, ondergrondse transportroutes, wachtplaatsen en bunkerschepen en transportroutes voor gevaarlijke stoffen

n.v.t.

n.v.t.

Ja

Aantal woningen binnen milieucontouren

Het aantal vergunde woningen dat binnen de milieucontouren van de Leefomgevingsfoto ligt

n.v.t.

n.v.t.

Ja

Geluidbelasting woningen

Aantal vergunde woningen, verdeeld over woningtypen, met respectievelijk een stille zijde, een hogere waarde en een geluidbelasting boven de maximaal te ontheffen waarde

Spelregels geluid en compensatie

Nee

Ja

Toepassing informatieplicht

Percentage vergunde woningen waarbij de informatieplicht is toegepast

Spelregels compensatie als referentie.

Nee

Nee, op een later moment.

Bijsturing

Actualisatie MER

Milieuhinder

Gemeente Amsterdam

71

Indicator

Definitie

Doelstelling (Ontwikkelstrategie)

Herijking doelstelling

Opname in monitoringsrapport

Toepassing compensatiemaatregelen en innovatieve wetgeving

Aantal toegepaste compensatiemaatregelen per bouwplan, gerelateerd aan ligging binnen/buiten milieuhindercontouren

Spelregels compensatie als referentie.

Nee

Nee, meetgegevens zijn nog niet beschikbaar.

Afstand tussen woningen en aanlegsteigers voor binnenvaartschepen

De afstand tussen vergunde aanlegsteigers voor binnenvaartschepen en de dichtstbijzijde woningen

Richtafstand, te bepalen aan de hand van de eerste vergunningaanvraag met een luchtkwaliteitsonderzoek.

Nee

Nee, op een later moment. De locatie van aanlegsteigers in Haven-Stad is nog niet bepaald.

Autogebruik

Al opgenomen onder de doelstelling bereikbaarheid (subdoelstelling beperkt autoverkeer)

Emissievrij autogebruik

Al opgenomen onder de doelstelling duurzaamheid (subdoelstelling duurzame energievoorziening)

Bijsturing

Actualisatie MER

Gezond gedrag Beschikbaarheid groen-, sport- en speelvoorzieningen

Hoeveelheid beschikbare groen-, sport- en speelvoorzieningen per woning of deelgebied (afhankelijk van referentienorm)

Referentienorm voorzieningen

Nee

Nee, op een later moment. Er zijn nog onvoldoende woningen gerealiseerd.

_

_

Afstand tussen scholen en verkooppunten ongezond voedsel

De afstand tussen scholen en snackbars, cafetaria’s en soorgelijke eetgelegenheden waarmen voornamelijk snacks kan kopen en nuttigen

Minimale afstand van 250 meter

Nee

Nee

_

_

Aanwezigheid watertappunten

Beoordeling van een voldoende beschikbaarheid van watertappunten

Nog te bepalen in samenwerking met GGD

Nee

Ja

Kwaliteit fiets- en wandelpaden

Al opgenomen onder Bereikbaarheid - Langzaam verkeer

Ruimte voor fietsers en voetgangers

Al opgenomen onder Bereikbaarheid - Langzaam verkeer

Veiligheid Blackspots

Plaatsen waar veel verkeersongevallen plaatsvinden

Geen onaanvaardbare effecten op de verkeersveiligheid

Nee

Ja

Aandachtspunten omgevingsveiligheid

Locatie van vitale infrastructuur; functies met grote bezoekersaantallen; opslag van gevaarlijke stoffen; energieknooppunten; kwetsbare functies met niet-zelfredzame personen

Locaties moeten goed bereikbaar zijn en eventuele calamiteiten goed te beheersen

Nee

Nee, op een later moment.

_

_

Aandachtspunten sociale veiligheid

Locaties waar de openbare ruimte onvoldoende verlicht is, er onvoldoende levendigheid op straat is en/of sprake is van een tunnel in de openbare ruimte

Geen onaanvaardbare effecten op de sociale veiligheid

Nee

Nee, op een later moment.

_

_

Functies in de plint

Al opgenomen onder Hoogstedelijkheid - Functiemenging

Hoogte maaiveld en grondwaterniveau

Al opgenomen onder Duurzaamheid - limaatbestendigheid

Waterbergend vermogen

Al opgenomen onder Duurzaamheid - Klimaatbestendigheid

Verandering milieucontouren

Al opgenomen onder Gezondheid - Milieuhinder

72

Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021

Milieuhinder Verandering milieucontouren geluid Definitie Kaartbeelden van de verandering van de geluidcontouren. Doelstelling Er is geen doelstelling bepaald voor de verandering van de geluidcontouren. De trend in de verandering biedt contextinformatie. De actuele geluidcontouren worden weergeven op de Leefomgevingsfoto HavenStad. Meetresultaten Haven-Stad is gelegen in een gebied met geluid afkomstig van de gezoneerde industrieterreinen, de A10, het spoor, de metro, de stedelijke wegen en individuele bedrijven. Bij geluid wordt in de wetgeving altijd per bron gekeken en gelden ook per bron andere normen. Daarnaast is het van belang hoe deze bronnen cumulatief leiden tot een bepaalde geluidsbelasting. De volgende geluidbronnen worden gemonitord:

Stand van zaken Geluid is één van de belangrijkste milieuthema’s, met een grote impact op de transformatieopgave. In Haven-Stad zijn vanwege industrie, rijkswegen en spoorwegen geluidbelastingen boven de voorkeursgrenswaarde aanwezig. De huidige gecumuleerde geluidbelasting in het plangebied is daardoor aanzienlijk. Met name de geluidbelasting vanuit industrie vraagt om een creatieve en gebiedsgerichte aanpak om woningbouw mogelijk te maken. Op de volgende pagina’s worden per geluidbron de betreffende contouren weergegeven en de eventuele verandering daarvan.

1. Industrielawaai 2. Individuele bedrijven 3. Windturbines 4. Spoorweggeluid 5. Verkeersgeluid metro 6. Wegverkeersgeluid 7. Luchtvaartgeluid Scheepvaartgeluid wordt niet gemonitord. De maatgevende geluidcontour vanwege scheepvaart op het IJ (50 dB(A)) reikt niet verder dan de vaargeul en vormt daarmee geen beperking voor het realiseren van geluidgevoelige objecten. Huidige, referentie- en plansituatie Er is geen significant verschil in geluidbelasting tussen de huidige situatie en de referentiesituatie. Alleen als gevolg van de toename van verkeer neemt het wegverkeersgeluid licht toe.

Gemeente Amsterdam

73

1. Industrielawaai In Haven-Stad liggen twee gezoneerde industrieterreinen: Westpoort (deelgebieden Coen- en Vlothaven en Alfadriehoek) en Cornelis Douwes (deelgebieden Cornelis Douwes 0-1 en 2-3). Tot 50 dB(A) mogen geluidsgevoelige objecten, waaronder woningen, gebouwd worden. Dat is de voorkeursgrenswaarde. Tot 55 dB(A) kan de gemeente middels het vaststellen van hogere waarden geluidsgevoelige objecten toestaan, mits sprake is van één stille zijde. Boven de 55 dB(A) zijn geluidsgevoelige objecten alleen met dove gevels toegestaan. Deze regels zijn conform het Amsterdams geluidbeleid. In figuur 31 is te zien dat de 55 dB(A) contour over heel Haven-Stad heen ligt; woningbouw of andere geluidgevoelige objecten zijn niet zonder meer mogelijk. Er bestaan in de wetgeving wel mogelijkheden om hogere geluidbelastingen toe te staan, door middel van het toepassen van innovatieve wetgeving zoals de Zeehavennorm (Wet geluidhinder artikel 50 en 60) of de Interimwet stad-en-milieubenadering. Bij de Stad- en Milieubenadering is dit gekoppeld aan compenserende maatregelen. Bij de Zeehavennorm is het mogelijk om nieuwe woningen te bouwen met een maximale gevelbelasting van 60 dB(A) in plaats van 55 dB(A) in de zones rond gezoneerde industriegebieden met zeehavengebonden activititeiten.

Meetresulaten In het Achtergrondrapport Geluid (bijlage 4 van het MER Haven-Stad) is de geluidbelasting op Haven-Stad gemodelleerd. Voor industrie is gerekend conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (1999). De uitgangspunten voor het opstellen van het omgevingsmodel zijn niet veranderd. Voor industrielawaai zijn een aantal varianten doorgerekend, die nog steeds relevant zijn.

Stand van zaken Op de Leefomgevingsfoto Haven-Stad worden de contouren van het industrielawaai weergegeven op 5, 10, 25 en 50 meter hoogte. Deze contouren zijn gemodelleerd. Er is vooralsnog geen aanleiding om het modelleringsrapport te vernieuwen. Het veranderen van een gezoneerd industrieterrein kan alleen via het bestemmingsplan waarbij het industrieterrein verkleind, vergroot of opgeheven wordt. Bijsturing en actualisatie MER Bijsturing in het kader van industrielawaai is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER n.v.t. Optimalisatie meetmethode Gebruik van (real-time) sensordata in plaats van modelgegevens.

Cornelis Douwes Westpoort

Gezoneerd industrieterrein

> 65 dB(A) 60-65 dB(A) 55-60 dB(A) 50-55 dB(A) Figuur 31. Industriegeluid (op 25 meter hoogte). Bron: Leefomgevingsfoto Haven-Stad, gebaseerd op Achtergrondrapport Geluid, bijlage 4 van het MER Haven-Stad (peildatum 1-11-2017)

74

Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021

2. Individuele bedrijven Meetresultaten In het Achtergrondrapport Geluid (bijlage 4 van het MER Haven-Stad) is de geluidbelasting op Haven-Stad gemodelleerd. De bedrijvigheid is in beeld gebracht door de bedrijfscategorisering van de bestaande bedrijven (categorie 3.1 en hoger).

Bedrijven waarbij sprake is van een hoge geluidbelasting zijn over het algemeen gelegen op een gezoneerd industrieterrein. Maar ook buiten de gezoneerde industrieterreinen zijn bedrijven met een hogere geluidbelasting mogelijk (op basis van vergunde geluidruimte en/of het Activiteitenbesluit).

Stand van zaken In 2017 waren er 157 geluidproducerende bedrijven in Haven-Stad met milieucategorie 3.1 of hoger. Buiten de gezoneerde industrieterreinen waren er 4 bedrijven in milieucategorie 4.2 (richtafstand 200 meter).

In figuur 32 zijn de geluidproducerende bedrijven vanaf milieucategorie 3.1 opgenomen. Bij milieucategorie 3.2 en hoger is menging met wonen lastig uitvoerbaar doordat bedrijven meer geluid mogen produceren. De groene cirkels geven de richtafstanden aan, waarbinnen wonen lastig uitvoerbaar is. Voor het Zaanstraat Emplacement (milieucategorie 4.2) geldt een indicatieve richtafstand van 500 meter op basis van de vergunde geluidruimte. Bij invulling van het gebied rondom het emplacement met woningbouw is daarom te zijner tijd aanvullend onderzoek naar de geluidbelasting nodig.

In 2021 waren er 73 geluidproducerende bedrijven.

Het treffen van bronmaatregelen om de geluidbelasting te beperken is lastig, omdat dit ingrijpt op de bedrijfsvoering. Uitgangspunt van de Ontwikkelstrategie Haven-Stad is dat bedrijven niet belemmerd worden in hun bedrijfsvoering.

Indicatieve hinderafstand geur

Hoort bij milieucategorie

Aantal bedrijven

10 meter

2

2

30 meter

3.1

3

50 meter

3.2

38

100 meter

4.1

10

200 meter

4.2

10

300 meter

5.1

8

500 meter

5.2

0

700 meter

5.3

Aantal bedrijven per milieucategorie 3.1

3.2

4.1

1

4.2

5.1

5.2

5.3

1 3

34

1

3

8

2 10

1

2

7

2

73

Figuur 32-1. Industriegeluid (op 25 meter hoogte). Bron: Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Gemeente Amsterdam

75

Bijsturing Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER De Leefomgevingsfoto wordt aangepast op basis van geactualiseerde data over de geluidproducerende bedrijven. Optimalisatie meetmethode Gebruik van (real-time) sensordata in plaats van richtafstanden.

Geluidproducerende bedrijven met milieucategorie 3.1 en hoger richtafstand:

30 meter

50 meter

100 meter

200 meter

300 meter

milieucategorie:

3.1

3.2

4.1

4.2

5.1

Figuur 32-2. Richtafstanden geluidproducerende bedrijven tot gemengd gebied. Links: 2017. Rechts: 2021. Bron: Leefomgevingsfoto Haven-Stad

76

Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021

3. Windturbines Een windturbine is een apparaat voor het opwekken van elektrisch of thermisch vermogen uit wind. Een wind(turbine)park is een verzameling van 3 of meer windturbines.

Ook hiervan lag in de oude situatie de maatgevende 47 dB Lden-contour voor een deel in Sloterdijk-Centrum. In de nieuwe situatie is dit niet meer het geval.

Stand van zaken In Haven-Stad staat één windturbine, in het deelgebied Cornelis Douwes 0-1. Rondom windturbines geldt een geluidcontour. Het jaargemiddelde geluidniveau Lden dat veroorzaakt wordt door een windturbine of windpark, mag bij een geluidgevoelig object, bijvoorbeeld een woning, niet meer bedragen dan 47 dB.

Bijsturing Bijsturing is op dit moment niet nodig.

Nabij Haven-Stad zijn ook windturbines aanwezig: ƒ Op 7 juli 2021 opende het Windpark Nieuwe Hemweg. Er zijn 6 windturbines geplaatst ter vervanging van 8 oude langs de Nieuwe Hemweg (en 4 oude bij Medemblik). De geluidcontour in de oude situatie reikte over de plangrens van HavenStad. In de nieuwe situatie is dit niet meer het geval (zie figuur 33 en 34). ƒ Het bestaande Windpark Havenwind, langs de spoorlijn Amsterdam-Zaanstad, is geherstructureerd. Van de 12 windturbines zijn er 8 vervangen door 4 nieuwe.

Vanuit de Regionale Energiestrategie (zie pagina 30) zijn er in en nabij Haven-Stad gebieden aangewezen als zoeklocatie voor nieuwe windturbines. Pas bij een concrete nieuwe locatie, waarvan de geluidcontour binnen Haven-Stad ligt, wordt deze toegevoegd aan de Leefomgevingsfoto.

2017 Nu

Actualisatie MER De Leefomgevingsfoto is geactualiseerd naar aanleiding van de nieuwe locaties van de windturbines. Voor Windpark Nieuwe Hemweg is de nieuwe geluidcontour zichtbaar gemaakt.

Optimalisatie meetmethode Gebruik van (real-time) sensordata in plaats van modelgegevens.

2021 Nu

Windpark Nieuwe Hemweg

Windpark Havenwind

NB. De contour rondom de windturbine in het deelgebied Cornelis Douwes 0-1 ontbreekt nog op dit kaartje. De betreffende contour is gelijk aan die in figuur 33.

Bestaande windturbine

Bestaande windturbine

48 dB Lden-contour

48 dB Lden-contour rondom Windpark Nieuwe Hemweg

Figuur 33. Geluidcontouren rondom de windturbines. Bron: Leefomgevingsfoto Haven-Stad (peildatum 2017)

Gemeente Amsterdam

Figuur 34. Geluidcontouren rondom de windturbines. Bron: Leefomgevingsfoto Haven-Stad (peildatum 2021)

77

4. Spoorweggeluid In Haven-Stad liggen enkele drukke spoorlijnen voor zowel personen- als goederenvervoer. Geluidbelasting In het Achtergrondrapport Geluid (bijlage 4 van het MER Haven-Stad) is de geluidbelasting op Haven-Stad gemodelleerd. Voor het spoor is gerekend conform het Reken- en meetvoorschrift geluid (2012). Het railverkeersmodel is opgesteld met behulp van data uit het geluidregister van ProRail. Daarnaast is een analyse gemaakt van het verwachte effect van het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) (zie pagina 31). Het effect op de geluidbelastingen in HavenStad van de toename van het aantal bakken per uur is verwaarloosbaar.

tracé (zie figuur 35). Hier zijn geluidgevoelige bestemmingen niet zonder meer mogelijk. Bijsturing Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER Op de Leefomgevingsfoto Haven-Stad worden de contouren van het spoorweggeluid weergegeven op 5, 10, 25 en 50 meter hoogte. Deze contouren zijn gemodelleerd. Er is vooralsnog geen aanleiding om het modelleringsrapport te vernieuwen. Optimalisatie meetmethode Gebruik van (real-time) sensordata in plaats van modelgegevens.

Huidige, referentie- en plansituatie In het MER Haven-Stad staat dan ook beschreven dat er geen noemenswaardig verschil is tussen de geluidbelasting in de huidige situatie, de referentiesituatie en de situatie als het PHS is gerealiseerd. De geluidbelasting, waarvan is uitgegaan in de referentiesituatie, kan toenemen als het railverkeer intensiever wordt (of door andere redenen). Bij een toename is Prorail gehouden aan de afgesproken geluidproductieplafonds en zal aanpassingen aan het spoor of in de overdracht moeten doen om de eventuele toegenomen geluidbelasting teniet te doen. Geluidsnormen spoorweggeluid ƒ Voorkeursgrenswaarde: 55 dB ƒ Max. te verlenen ontheffingswaarde: 68 dB Stand van zaken Voor een groot gedeelte van Haven-Stad zijn hogere waarden noodzakelijk om woningbouw of andere geluidgevoelige bestemmingen te realiseren. De geluidcontouren boven de maximale ontheffingswaarde liggen direct langs het

hogere waarden nodig Spoorwegen > 68 dB(A) 55-68 dB(A) < 55 dB(A) Figuur 35. Geluid spoorwegen (op 25 meter hoogte). Bron: Leefomgevingsfoto Haven-Stad, gebaseerd op Achtergrondrapport Geluid, bijlage 4 van het MER Haven-Stad (peildatum 1-11-2017)

boven de maximaal te verlenen ontheffingswaarde: geluidsgevoelige bestemmingen niet zonder meer mogelijk (bv. dove gevels nodig) geluidgevoelige bestemmingen mogelijk indien bevoegd gezag een hogere waarde verleend en er sprake is van één stille zijde voorkeursgrenswaarde (basisbeschermingsniveau): geluidsgevoelige bestemmingen zonder meer mogelijk

78

Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021

5. Metrogeluid Het huidige metrospoor in Haven-Stad loopt vanaf Centraal Station via Station Zuid naar de eindbestemming Isolatorweg (in Sloterdijk I Noord). Dit spoor (lijn 50 en 51) ligt bovengronds en heeft een relatief beperkte impact op het totale gebied. Geluidbelasting In het Achtergrondrapport Geluid (bijlage 4 van het MER Haven-Stad) is de geluidbelasting op Haven-Stad gemodelleerd. Voor de metro is gerekend conform het Reken- en meetvoorschrift geluid (2012).

worden de contouren van het metrogeluid weergegeven op 5, 10, 25 en 50 meter hoogte. Deze contouren zijn gemodelleerd. Er is vooralsnog geen aanleiding om het modelleringsrapport te vernieuwen. Optimalisatie meetmethode Gebruik van (real-time) sensordata in plaats van modelgegevens.

Een deel van het metrospoor (het spoor bij Isolatorweg) ligt op het gezoneerde industrieterrein Westpoort. Het geluid van de metro is daar opgenomen in het industrielawaai. Huidige, referentie- en plansituatie In het MER Haven-Stad is ervan uitgegaan dat in de toekomstige situatie de bestaande metrolijn ter hoogte van de Isolatorweg verlengd wordt richting het zuidoosten (sluiten Kleine Ring) en er een nieuwe verbinding komt vanuit Zaandam langs de Noordoever van het IJ. De intensiteiten over het bestaande metrovak nemen toe. Het sluiten van de metroring is onderdeel van het lopende MIRT-traject ZWASH (zie pagina 25). Geluidsnormen metrogeluid ƒ Voorkeursgrenswaarde: 48 dB ƒ Max. te verlenen ontheffingswaarde: 63 dB Stand van zaken De geluidcontouren boven de maximale ontheffingswaarde liggen direct langs het tracé (zie figuur 36). Hier zijn geluidsgevoelige bestemmingen niet zonder meer mogelijk.

hogere waarden nodig

> 63 dB(A) 48-63 dB(A) < 48 dB(A) Figuur 36. Verkeersgeluid metro (op 25 meter hoogte). Bron: Leefomgevingsfoto Haven-Stad, gebaseerd op Achtergrondrapport Geluid, bijlage 4 van het MER Haven-Stad (peildatum 1-11-2017)

Bijsturing Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER Op de Leefomgevingsfoto Haven-Stad

boven de maximaal te verlenen ontheffingswaarde: geluidsgevoelige bestemmingen niet zonder meer mogelijk (bv. dove gevels nodig) geluidgevoelige bestemmingen mogelijk indien bevoegd gezag een hogere waarde verleend en er sprake is van één stille zijde voorkeursgrenswaarde (basisbeschermingsniveau): geluidsgevoelige bestemmingen zonder meer mogelijk

Gemeente Amsterdam

79

6. Wegverkeersgeluid De dominante geluidbron voor wegverkeersgeluid is de A10. Ondanks de aanwezige geluidschermen, reikt de 50 dBcontour tot ver in het plangebied. Geluidbelasting In het Achtergrondrapport Geluid (bijlage 4 van het MER Haven-Stad) is de geluidbelasting op Haven-Stad gemodelleerd. Voor het wegverkeer is gerekend conform het Reken- en meetvoorschrift geluid (2012). Voor de rijkswegen is uitgegaan van data uit het geluidsregister van Rijkswaterstaat. Het geluid van de lokale wegen (inclusief tramverkeer) is onderbouwd door verkeerscijfers uit het Verkeersmodel Amsterdam (VMA). Geluidsnormen wegverkeer ƒ Voorkeursgrenswaarde: 48 dB ƒ Max. te verlenen ontheffingswaarde: 53 dB (rijkswegen) / 63 dB (lokale wegen)

Stand van zaken Op de Leefomgevingsfoto HavenStad worden de contouren van het wegverkeersgeluid weergegeven op 5, 10, 25 en 50 meter hoogte. Deze contouren zijn gemodelleerd. Er is vooralsnog geen aanleiding om het modelleringsrapport te vernieuwen. Rond de rijkswegen (A5 en A10) is een brede zone aanwezig waarbinnen de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden. De werkelijke geluidssituatie zal rond de lokale wegen wijzigen door het gewijzigde verkeersaanbod in de toekomst. Bijsturing Bijsturing is op dit moment niet nodig. Actualisatie MER n.v.t. Optimalisatie meetmethode Gebruik van (real-time) sensordata in plaats van modelgegevens.

A10

Basisweg

A5

Transformatorweg

Busstation Sloterdijk dove gevels nodig > 53 dB(A)

> 63 dB(A)

48-53 dB(A)

48-63 dB(A)

< 48 dB(A)

< 48 dB(A)

Figuur 37-1. Verkeersgeluid rijkswegen (op 25 meter hoogte). Bron: Leefomgevingsfoto Haven-Stad (peildatum 2017)

Figuur 37-2. Verkeersgeluid lokale wegen (op 25 meter hoogte). Bron: Leefomgevingsfoto Haven-Stad (peildatum 2017)

boven de maximaal te verlenen ontheffingswaarde: geluidsgevoelige bestemmingen niet zonder meer mogelijk (bv. dove gevels nodig) geluidgevoelige bestemmingen mogelijk indien bevoegd gezag een hogere waarde verleend en er sprake is van één stille zijde voorkeursgrenswaarde (basisbeschermingsniveau): geluidsgevoelige bestemmingen zonder meer mogelijk

80

Monitoringsrapportage Haven-Stad 2021

7. Luchtvaartgeluid Voor het luchtvaartgeluid in Haven-Stad moeten Schiphol en Amsterdam Heliport in beschouwing genomen worden. Schiphol Rondom Schiphol gelden vanuit het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol beperkingen voor woningbouw vanwege geluid. Dit beperkingengebied loopt op van een sloopzone vanwege geluid (zone 2) tot een afwegingsgebied voor geluid en externe veiligheid (zone 5). Haven-Stad ligt tussen de 48 en 58 Lden-contour en valt daarmee buiten de beperkingencontour. De contouren staan op de geluidsbelastingkaart van Provincie NoordHolland (30 juni 2017). Elke 5 jaar wordt een nieuwe kaart vastgesteld.

Amsterdam Heliport Het Luchthavenbesluit Amsterdam Heliport (vastgesteld op 1 februari 2021) maakt een verplaatsing van de standplaats van de traumahelikopter naar Amsterdam Heliport in Westpoort mogelijk. In de bijgeleidende notitie bij de m.e.r.-beoordeling zijn de geluidcontouren opgenomen (zie afbeelding 12). Volgens het Besluit burgerluchthavens geldt voor woningen binnen of op de volgende geluidcontouren: ƒ 70 dB(A) Lden-contour: woningen dienen aan bestemming te worden onttrokken ƒ 56 dB(A) Lden-contour: nieuwbouw van woningen is niet toegestaan ƒ 48 dB(A) Lden-contour: afweging Provinciale Staten over de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot het gebruik van de luchthaven Bij vaststelling van een ruimtelijk plan moeten deze beperkingengebieden in acht worden genomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11092658/1