CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Nota van Antwoord Actualisatie NvU Sprong over het IJ.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 9 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het geactualiseerde Voorkeursbesluit Sprong over het IJ (ZD2021-017784)44.017 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Wel acht de gemeente bij een gecombineerde fiets­ en OV­brug een breder profiel van 21,5 meter nodig om voldoende ruimte voor alle verkeersdeelnemers te verkrijgen en zodoende de verkeersveiligheid te optimaliseren (dit in tegenstelling tot de 17m breedte die door de commissie D’Hooghe was geadviseerd). Op dit moment is er nog geen openingsregime bepaald. Afspraken aangaande bediening maken we in volgende fase in overleg met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Rijkswaterstaat. Port of Amsterdam en Centraal Nautisch Beheer en andere belanghebbenden worden hierbij betrokken. Het regime van de Schellingwouderbrug wordt als referentie worden meegenomen. Belanghebbenden worden betrokken bij het uitwerken van een goed regime. Ten aanzien van de Westbrug is het verkenningsgebied op de noordoever uitgebreid naar het Kraanspoor. Het bepalen van de definitieve aanlandplekken van de Westbrug gebeurt in de volgende fase en is ook mede afhankelijk van de keuze of er naast de fiets ook OV over de brug gaat rijden en de uitwerking van de potentiële toevoerroutes voor fiets en OV. We onderschrijven de noodzaak om ook vóór de aanleg van de vaste oeververbindingen, te zorgen voor voldoende verbindingen. Dit wordt opgepakt vanuit programma Veren. . In de Update Nota 51

Gemeente Amsterdam Verkeer en Openbare Ruimte Nota van antwoord publieke reacties en stadsdeeladviezen

11 januari 2022

Veren 2021 is berekend hoe de drukte op de veerponten zich ontwikkelt tot 2030. De verwachting is dat, onder andere door de gebiedsontwikkeling in Amsterdam Noord, het aantal reizigers toeneemt. In de Update Nota Veren gaan we daarom uit van een benodigde uitbreiding van 14 veerponten in 2021 en 18 veerponten in 2030. Op een aantal verbindingen gaan de veren vaker varen. Vanaf 2023 wordt op de route IJpleinveer / Buiksloterweg gevaren met 6 veerponten. Daarmee komt het aantal vertrekken per uur per verbinding op 15 te liggen. Ter vergelijking: op het IJpleinveer is dat anno 2021 nog slechts 8 keer per uur. Deze frequentie hangt samen met de ingebruikname van een langzaam verkeersbrug over het Noordhollandsch Kanaal. Hiermee wordt het IJpleinveer een gelijkwaardig alternatief voor het druk bezette Buiksloterwegveer. Ook op andere verbindingen wordt de komende jaren meer gevaren of de dienstverlening uitgebreid.

5.10 Het Fort Onroerend Goed BV (via Akd) Samenvatting inspraakreactie Eigenaar van bedrijfspanden aan de Johan van Hasseltweg 102 – 108 en 114 – 118. Ter plekke van de panden wil de gemeente de noordaansluiting van de Oostbrug landschappelijk inpassen. Op termijn zouden de panden dus moeten worden gesloopt. Eigenaar vindt de huidige locatiekeuze onhoudbaar en vraagt de gemeente om de voorlopige keuze om de aanlanding van de Oostbrug te positioneren ter plaatse van de bedrijfspanden te heroverwegen. Redenen:  slopen van bedrijfspanden staat haaks op uitgangspunten gemeentebeleid. Het is niet duurzaam om relatief jonge panden te slopen. Bovendien is er in Amsterdam schaarste aan bedrijfspanden, slopen van bedrijfspanden staat haaks op bestemmingsplan Hamerkwartier 1e herziening  (Raadsbesluit 8 juli 2021) waarin de bedrijfspanden positief zijn bestemd. Eigenaar voelt zich slachtoffer van salamitactiek omdat zij tot voor kort in gesprek was over ophoging van de panden. Dat deze ophoging is weg bestemd en vervolgens de panden helemaal weg moeten, is ongehoord. Eigenaar en huurders verzetten zich tegen gekozen uitvoeringsvariant. Eigenaar verliest, als de plannen doorgaan, een rendabele belegging. De huurders moeten dan op zoek naar een andere plek en lijden schade.

De gekozen uitvoeringsvariant is erg duur omdat bedrijfspanden moeten worden verworven (binnen planperiode, desnoods door onteigening). Er wordt niet ingegaan op de consequenties van de gekozen uitvoeringsvariant voor de eigenaar en de huurders. Voor een zuivere belangenafweging door de raad is dit wel noodzakelijk. Er bestaan alternatieven waarnaar (tot nu toe) onvoldoende onderzoek naar is gedaan. In een volgende fase moet een m.e.r. worden opgesteld waarin alternatieven moeten worden opgenomen. Waarom dit nu niet is gebeurd, begrijpt de eigenaar niet. Gekozen aanlanding is niet in overeenstemming met goede ruimtelijke ordening (fysieke scheiding van verkeer). Indien de gemeente vasthoud aan de huidige plannen, vraagt de eigenaar om deze keuze deugdelijk te motiveren. Ook zal de gemeente in dat geval de schade volledig moeten compenseren. Beantwoording Met het vaststellen van dit voorkeursbesluit wijzigt de gemeente de voorkeurslocatie van de Javabrug naar een brug tussen het Azartplein en de Johan van Hasseltweg (de Oostbrug). De keuze voor een Oostbrug op deze locatie is gebaseerd op het advies van de commissie D’Hooghe. 52

Gemeente Amsterdam Verkeer en Openbare Ruimte Nota van antwoord publieke reacties en stadsdeeladviezen

11 januari 2022

De commissie heeft om tot haar advies te komen de eerdere locaties uit het in 2017 door de raad vastgestelde voorkeursbesluit Sprong over het IJ bij haar advies betrokken. Daarnaast heeft de commissie verschillende locaties en diverse varianten (voor zowel een brug als een tunnel) voor de oeververbindingen over het IJ onderzocht. Op basis hiervan adviseert de commissie in het advies “Genereus verbonden” een Oost­ en een Westbrug en een voetgangerspassage. De gemeente heeft vervolgens de haalbaarheid en de vervoerswaarde van deze drie vaste oeververbindingen over het IJ verder onderzocht. Dit heeft ertoe geleid dat de gemeente met dit voorkeursbesluit en de daarbij behorende Nota van Uitgangspunten de voorkeur uitspreekt voor de locatie en aanlanding van de Oostbrug voor langzaam verkeer en mogelijk ook OV. Door een verkenningsgebied op te nemen wordt verduidelijkt dat de aanlanding en de exacte ligging van de Oostbrug nog niet vastligt. Ook de keuze voor OV over de bruggen volgt in de volgende fase. De gemeente begrijpt dat dit voorkeursbesluit gevolgen kan hebben voor eigenaren, bewoners en gebruikers van bestaande gebouwen in de verkenningsgebieden voor de aanlanding.

De gevolgen van de Oostbrug kunnen positief zijn omdat een brug kan leiden tot een betere en een aantrekkelijke ontsluiting van het gebied, maar er zijn begrijpelijkerwijs ook zorgen over bijvoorbeeld de toename van het verkeer over de Johan van Hasseltweg, het ruimtebeslag van de aanlanding en de wegprofielen en de invloed op de bestaande bebouwing. De precieze ligging van de Oostbrug en de keuze of er al dan niet OV over de brug gaat rijden, is bepalend voor het ruimtebeslag van de brug, de aanlanding en de toevoerroutes (het wegprofiel van de Johan van Hasseltweg). De belangen van eigenaren, bewoners en gebruikers zijn meegenomen in de afweging voor dit voorkeursbesluit, maar in het kader van dit voorkeursbesluit kan nog niet worden gezegd of de bestaande bebouwing aan de Johan van Hasseltweg behouden kan blijven. Dit volgt in een volgende fase. Bovendien is de uitvoering van het investeringsbesluit voor Hamerkwartier hiervoor ook van belang. In deze fase van de besluitvorming bestaat geen aanleiding om bedrijfspanden al weg te bestemmen. Daarom wordt er ook nog geen bestemmingsplan voorbereid om de brug in te passen. Als verwerving van de panden aan de orde is, wil de gemeente met u in overleg treden om minnelijk tot overeenstemming te komen. Mocht onverlet onteigening op termijn nodig zijn dan worden hiervoor de benodigde procedures gevolgd.

Zoals in de concept Nota van Uitgangspunten al vermeld, wordt in de volgende fase verder beoordeeld of er een m.e.r. (beoordelings)plicht is. In dat kader worden de daarvoor benodigde onderzoeken uitgevoerd en, waar nodig, worden eventuele alternatieven betrokken. Welke procedure wordt gevolgd is mede afhankelijk van de vraag of er OV over de bruggen gaat rijden. De omgeving zal actief worden geïnformeerd en de gemeente blijft de belangen van deze eigenaren en gebruikers betrekken bij de verdere uitwerking in de volgende fase.

5.11 Interne monitoringscommissie Surinamekade (bewoners KNSM‐eiland) Samenvatting inspraakreactie Reactie op hoofdstuk 3 (maatregel 3 Oostbrug). Onaangenaam verrast door ingetekende strekdam (kompasdam genoemd) waarmee 26 ligplaatsen worden gecreëerd. Ze constateren dat deze plannen strijdig zijn met het afgesloten convenant van november 2016. Zij houden zich aan 53

Gemeente Amsterdam Verkeer en Openbare Ruimte Nota van antwoord publieke reacties en stadsdeeladviezen

11 januari 2022

de afspraken in dat convenant. Vrees : bestuurlijk vastleggen zonder discussie met betrokkenen. Ze willen betrokken worden bij:  het bepalen van de plaats van de Kompasdam,  gebruik van de dam en de gevolgen voor het bestaande gebruik van het open water en de kades. Genoemde uitgangspunten, behoud uitzicht, vermindering milieulast (lucht) en stank­ en (nachtelijk) lawaaioverlast, geen verdere verstoring woonbeleving. Vragen over uitvoering dam. Beantwoording De gemeente begrijpt dat de in de concept Actualisatie van Uitgangspunten ingetekende Kompasdam voor onduidelijkheid zorgt bij de insprekers. Commissie D’Hooghe heeft geadviseerd om naast het realiseren van vervoerswaarde over land ook te voorzien in de groei behoefte van modaliteit binnenvaart. Bij de aanlanding van de Oostbrug aan de zuidzijde zal daarom ruimte worden gezocht voor het realiseren van nieuwe ligplaatsen aan de nieuwe Kompasdam. In de NvU is de markering van een strekdam inclusief ligplaatsen indicatief met een stippellijn aangeduid. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat de exacte invulling en positie van de strekdam op het water in de volgende fase nader wordt uitgewerkt. De nautische ruimte hiervoor ligt op het Slik, niet langs de Suriname­ of Sumatrakade en daarmee verder van de bewoning af.

In de volgende fase wil de gemeente samen met de bewoners en de nautische partijen verdere invulling geven aan de plannen. Bezwaren van bewoners tegen eerdere plannen voor (extra) ligplaatsen voor het KNSM­eiland en de afspraken die hierover tussen bewoners, de gemeente en het Havenbedrijf zijn gemaakt worden hierin ook betrokken. Plannen voor (nieuwe) ligplaatsen worden in overleg met de buurt gemaakt.

5.12 Johan van Hasselt Vastgoed en Stichting Waldorf & Statler Vastgoed (via Hemwood) Samenvatting inspraakreactie Johan van Hasselt Vastgoed en Stichting Waldorf & Statler Vastgoed zijn erfpachters van het perceel aan de J van Hasseltweg 2­32. In de bebouwing op het perceel zijn circa 60 bedrijven gevestigd. Volgens het vigerende bestemmingsplan “Hamerstraatkwartier”’ is de bestemming “Gemengd­2”. De varianten voor aanlanding staan in bijlage 2, deze bijlage is door deze bedrijven niet gevonden tussen de ter inzage gelegde stukken. Bij deze bedrijven bestaat nog veel onduidelijkheid over de effecten van de aanleg van de Oostbrug op de normale bedrijfsvoering en ­activiteiten op het perceel, de ontsluiting en de bereikbaarheid. En over de positie van de bedrijven. Dezelfde onduidelijkheid bestaat over de te leiden schade gedurende en na de aanleg van de Oostburg. Bedrijven vinden (op basis van de ter inzage gelegde stukken) nog onduidelijk:  locatie aanlanding en hoe die eruit zal zien,  gevolgen aanlanding voor perceel en omgeving,  hoe verbindingen aangesloten worden op bestaande structuur (en gevolgen voor perceel),  hoe lang de werkzaamheden duren, hoe de benodigde machines en materialen worden aangevoerd en opgeslagen, 54

Gemeente Amsterdam Verkeer en Openbare Ruimte Nota van antwoord publieke reacties en stadsdeeladviezen

11 januari 2022

leiden werkzaamheden tot wegafsluiting en omleidingen?

De plannen voor de Oostbrug brengen voor deze bedrijven veel onduidelijkheid en rechtsonzekerheid met zich mee. Zij willen graag een nadere toelichting en een uiteenzetting over hoe de belangen van deze bedrijven zijn meegenomen in de belangenafweging. De bedrijven vernemen graag wanneer de gemeente een concreet en definitief besluit neemt en wanneer de gemeente deze informatie denkt te kunnen verstekken. Bedrijven verwachten dat de plannen voor de Oostbrug (aanlanding en aftakking) leiden tot aanzienlijke (plan) schade: waardedaling, verslechtering verhuurbaarheid, kosten voor aanpassing perceel, schade aan perceel door werkzaamheden, noodzakelijke verplaatsing dan wel faillissement, omzetdaling door verminderde bereikbaarheid. Graag horen zij hoe deze schade bij de plannen voor de Oostbrug wordt meegenomen. De bedrijven verzoeken gemeente om duidelijkheid te verschaffen omtrent de gevolgen van de realisatie Oostbrug voor hen, het gebruik van het perceel en de termijn en wijze waarop nadere besluitvorming zal plaatsvinden. En hoe hun belangen en mogelijke schade in dit proces worden meegenomen. Beantwoording De gemeente begrijpt dat dit voorkeursbesluit impact kan hebben voor eigenaren, bewoners en gebruikers van bestaande gebouwen in de gebieden waar de aanlanding is voorzien.

De gevolgen van de Oostbrug kunnen positief zijn omdat een brug kan leiden tot een betere en een aantrekkelijke ontsluiting van het gebied. Maar er zijn begrijpelijkerwijs ook zorgen over bijvoorbeeld de toename van verkeer over de Johan van Hasseltweg, het ruimtebeslag van de aanlanding en de wegprofielen en de invloed op de bestaande bebouwing. De verschillende varianten waar inspreker naar verwijst zijn opgenomen in de Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing, dat als bijlage bij de concept Nota van Uitgangspunten ter inzage heeft gelegen en ook is terug te vinden op de website van Sprong over het IJ. Het gaat hierbij overigens niet om inpassingsvarianten waarover nu al een keuze is gemaakt. Met het definitieve voorkeursbesluit en de bijbehorende Nota van Uitgangspunten spreekt de gemeenteraad de voorkeur uit voor de locatie van de Oostbrug voor langzaam verkeer met mogelijk OV. Door een verkenningsgebied op te nemen wordt verduidelijkt dat de aanlanding en de exacte ligging van de Oostbrug nog niet vastligt. Ook de keuze voor OV over de bruggen volgt in de volgende fase. De precieze ligging en de keuze of er al dan niet OV over de Oostbrug gaat rijden, is bepalend voor het ruimtebeslag van de brug, de aanlanding en de toevoerroutes (het wegprofiel van de Johan van Hasseltweg).

De belangen van eigenaren, bewoners en gebruikers zijn meegenomen in de afweging voor dit voorkeursbesluit, maar in het kader van dit voorkeursbesluit kan nog niet worden gezegd of de bestaande bebouwing aan de Johan van Hasseltweg behouden kan blijven. Dit volgt in een volgende fase. Bovendien is de uitvoering van het investeringsbesluit voor Hamerkwartier hiervoor ook van belang. Na dit voorkeursbesluit gaat de gemeente, op aangeven van het nieuwe college, verder met de voorbereiding van de besluitvorming voor de volgende fase. Op basis van het advies van de commissie D’Hooghe is een eerste globale uitvoeringsplanning opgesteld. Uitgangspunt hierbij is om te starten met de Oostbrug. Indien het nieuwe college besluit om de voorbereiding in 2022

55

Gemeente Amsterdam Verkeer en Openbare Ruimte Nota van antwoord publieke reacties en stadsdeeladviezen

11 januari 2022

met een voorbereidingsteam Oostbrug te starten, is de vroegst mogelijke oplevering van deze brug omstreeks 2029. In de volgende fase wordt de optimale inpassing en de aansluiting van de Oostbrug op de bestaande infrastructuur in de aanlandingsgebieden verder onderzocht in samenspraak met bewoners, bedrijven en belanghebbenden. De omgeving wordt hierover actief betrokken en tijdig geïnformeerd. Uiteraard houdt de gemeente bij de financiering ook rekening met eventuele planschade of onteigening, voor zover dat aan de orde is.

5.13 Luxury hotels Amsterdam Samenvatting inspraakreactie LuxuryHotels is samenwerkingsverband van vijfentwintig 4 & 5 sterrenhotels. Bezwaar tegen de Westbrug vanwege verplaatsing PTA. Cruiseschepen zijn essentieel voor de komst van internationale bezoekers (78.000 per jaar) en zijn dus een belangrijke inkomstenbron voor hotels, culturele instellingen, middenstand (mkb) en de stad. Nu lopen cruisegasten naar de stad. Vanuit de Coenhaven moeten ze per bus (slecht voor autoluw, klimaatdoelstellingen). Kans dat gasten dan overnachten in randgemeenten. Ze willen liefst vasthouden aan advies van de commissie: eerst de ontwikkeling van de Oostbrug, en daarna besluitvorming over de andere twee verbindingen; Westbrug tussen Haparandadam en NDSM en de voetgangerspassage tussen CS en Tolhuistuin. Beantwoording Een essentiële randvoorwaarde voor de realisatie van de Westbrug is verplaatsing van de Passenger Terminal Amsterdam (PTA) naar een locatie ten westen van de Westbrug. De voorkeurslocatie hiervoor is de Coenhaven, gelegen naast de zuidelijke tunnelmond van de Coentunnel. Bij deze Nota van Uitgangspunten is geen verplaatsingsbesluit over de PTA opgenomen. In de Nota van Uitgangspunten wordt wel een ontwikkelproces voorgesteld waarbij de Oostbrug als eerste wordt ontwikkeld en later de Westbrug en Voetgangerspassage.

We onderschrijven de zorgen ten aanzien van bereikbaarheid, duurzaamheid en klimaat die een rol spelen bij de verplaatsing van de PTA. Bij een toekomstig definitief verplaatsingsbesluit moet aan deze aspecten voldoende aandacht worden geschonken. De Coenhaven is gelegen in het ontwikkelingsgebied Havenstad. Bij de planontwikkeling wordt veel aandacht geschonken aan bereikbaarheid, duurzaamheid, biodiversiteit, en de plannen voor de inpassing van de PTA moeten hier vanzelfsprekend ook in passen. Een eventuele overloop van (de groei van) overnachtingen van internationale bezoekers naar buurgemeenten zien wij niet per se als een negatief effect. Ergo, dit zou ertoe kunnen leiden dat de leefbaarheid van (de centrumgebieden van) Amsterdam niet nog verder onder druk komt te staan.

5.14 MMZ Properties Samenvatting inspraakreactie 56

Gemeente Amsterdam Verkeer en Openbare Ruimte Nota van antwoord publieke reacties en stadsdeeladviezen

11 januari 2022

Ondergetekende reageert namens MMZ Properties Adam One BV, eigenaar van gebouw The One gelegen aan de Mt. Lincolnweg / Kraanspoor. De gebruikers in ons gebouw (Hema, RSM, TPS, Multipay) geven allen aan dat bereikbaarheid een issue is. De verbinding met Amsterdam CS via de pont kost veel tijd en is met minder weer een barrière. Een nieuwe verbinding zal de bereikbaarheid sterk verbeteren en de drempel om in Noord te wonen of te werken verlagen. Beantwoording De gemeente is verheugd met deze positieve reactie en hoopt met dit voorkeursbesluit een volgende stap te zetten op de verbinding tussen Noord en de rest van Amsterdam verder te verbeteren.

5.15 Ondernemersvereniging Spaarndammerbuurt & Houthavens Samenvatting inspraakreactie De ondernemersvereniging steunt de plannen om de noordelijke en zuidelijke IJ oevers te verbinden maar uit ook verontrusting over het plan Sprong over het IJ dat zij niet los zien van de ontwikkeling van het plan Haven­Stad. Een fiets en ov­brug is een mooi plan maar de vereniging maakt zich zorgen over de hoeveelheid fietsers die door hun buurt zal gaan. Deze fietsers komen bovenop de al bestaande fietsstromen. De (smalle) Spaarndammerstraat kan de huidige verkeerstromen al amper afwikkelen zonder problemen. Van de eventuele OV is nog niet bekend welke route deze zou gaan volgen. De vereniging maakt zich grote zorgen en heeft bedenkingen over of de straat alle verkeersstromen wel aan kan maar ook over de fysieke belasting van de straat en de staat van de panden (funderingen). Vereniging wil een schets zien van hoe de Spaarndammerstraat eruit gaat zien, wordt de straat geheel geherprofileerd, wordt de straat afgesloten en op welke termijn, monitoring panden, compensatie ondernemers? Zijn alle opties (andere routes) goed overdacht? Ondergronds? Vereniging ziet liever dat zij maar één keer hoeven in te spreken in plaats van twee keer op twee projecten die beide over verkeerstromen door hun buurt gaan.

Vanuit Haven­Stad is toegezegd dat er één ambtenaar aanspreekpunt wordt voor de ondernemersvereniging voor beide projecten. Beantwoording De gemeente is blij dat de Ondernemersvereniging Spaarndammerbuurt & Houthavens de plannen voor de drie nieuwe oeververbindingen steunt. Daarnaast hecht de gemeente eraan te vermelden dat de plannen van Sprong over IJ in nauwe afstemming met de plannen voor Haven­ Stad worden gemaakt. Echter, omdat het verschillende opgaven met een eigen besluitvormingstraject zijn, is het niet mogelijk om – zoals u vraagt – deze plannen gecombineerd in de inspraak te brengen. De gemeente hoopt op uw begrip hiervoor. Op dit moment is er zicht op de potentiële toevoerroutes voor fiets en OV en de aandachtspunten die hierbij spelen. In de volgende fase worden deze routes in afstemming met de omgeving en andere betrokken partijen, waaronder de Ondernemersvereniging, verder uitgewerkt (paragraaf 4.2 NvU). Hierbij wordt ook onderzocht in hoeverre bestaande straten zoals de 57

Gemeente Amsterdam Verkeer en Openbare Ruimte Nota van antwoord publieke reacties en stadsdeeladviezen

11 januari 2022

Spaarndammerstraat kunnen worden aangepast om de toegenomen verkeersdruk als gevolg van de bruggen goed en verkeersveilig te kunnen verwerken. Uw zorgen met betrekking tot de belasting van de (smalle) Spaarndammerstraat neemt de gemeente ter harte. De door u gestelde vragen met betrekking tot de uitvoering, komen tijdens de afstemming met de omgeving over de uitwerking van de plannen aan bod. Tot slot wil de gemeente u bevestigen dat er inderdaad voor de Ondernemersvereniging één aanspreekpunt zal worden aangesteld die het overzicht en de kennis van beide plannen heeft.

5.16 ORAM Samenvatting inspraakreactie ORAM is verheugd dat de gemeente het advies D’Hooghe omarmt. Ook de fasering wordt gedeeld.  Over de oeververbindingen over het Amsterdam Rijnkanaal: ORAM pleit ervoor dat de integrale conclusies hun weg vinden in de uitvoering en dat er niet opnieuw belangenafweging plaatsvindt in een andere context. ORAM wil dit als uitgangpunt benoemd zien. Over verplaatsing Passenger Terminal (PTA): graag in Nota van Uitgangspunten (NvU)  opnemen dat de Westbrug niet kan worden gerealiseerd voordat de PTA verplaatst en operationeel is. Een eventuele verhuizing van de PTA naar de Coenhalen moet in overleg plaatsvinden en met inbegrip van de belangen van bedrijven. De locatie stuit op bezwaren van bedrijven in de Coenhaven.  Aanlanding Oostbrug en Albemarle: de veiligheid en ongehinderde bedrijfsvoering zouden hier belangrijke uitgangspunten moeten zijn. Bij richtlijnen en randvoorwaarden bruggen: toevoegen van het uitgangpunt “het belang van ongehinderde doorgang voor de beroepsvaart”. Beantwoording De verplaatsing van de PTA is een randvoorwaarde om de Westbrug te kunnen realiseren. Dit was in de concept NvU opgenomen en wordt nu nogmaals bevestigd. Zie ook paragraaf 6.2 van de NvU. Bij het besluit over de verplaatsing worden de belangen van de bedrijven in de Coenhaven meegewogen.

Dit geldt ook voor de belangen van Albemarle die meegewogen zullen worden bij ontwerp en realisatie van de Oostbrug. Zie paragraaf 3.2.1 van de NvU. De belangen van de scheepvaartsector zijn zorgvuldig betrokken bij het opstellen van de NvU. Dit betreft onder andere veiligheid en het belang van een goede doorvaart. In de NvU is dit uitgangspunt als volgt expliciet toegevoegd: “Zowel de beroepsvaart als de recreatievaart zal de bruggen vlot en veilig kunnen blijven passeren.” Zie ook paragraaf 2.2.2 van de NvU. Uitgangspunten hierbij zijn bijvoorbeeld de doorvaarthoogte van 12,5 meter, de twee bewegende delen waardoor kruisend verkeerd wordt voorkomen, de indeling van de vaarweg met een hoofdgeul van 160 meter nevengeulen van elk 35 meter nevengeul, bruggen loodrecht op de vaarweg , goede zichtlijnen op deze locaties en voldoende wachtplaatsen. Ook zullen zorgvuldige afspraken over bediening worden gemaakt. Bij het ontwerp van de bruggen is Richtlijnen Vaarwegen 2020 het uitgangspunt.

58

Gemeente Amsterdam Verkeer en Openbare Ruimte Nota van antwoord publieke reacties en stadsdeeladviezen

11 januari 2022

5.17 Port of Amsterdam Samenvatting inspraakreactie Port of Amsterdam en Centraal Nautisch Beheer staan positief tegenover NvU omdat zij aan het vertrekpunt hiervoor, het advies commissie D’Hooghe, hebben meegewerkt. De nautische ruimte lijkt goed geborgd. Bij het in detail uitwerken hiervan moet aandacht zijn voor de bestaande voorzieningen zoals wachtplaatsen, deze moeten worden verplaatst ten behoeve van de oeververbindingen. Hiervoor moeten nadere afspraken worden gemaakt met stakeholders. Ze vragen aandacht voor het vasthouden van de voorgestelde volgorde (de Oostbrug als eerste aanleggen) zodat de PTA nog bereikbaar blijft en zij in staat gesteld worden om benodigde werkzaamheden en procedures te kunnen uitvoeren. Het “openen op aanbod” is van groot belang voor de beroepsvaart. Zij zien dit graag opgenomen in de NvU. Ze werken graag constructief verder. De directe en korte lijnen worden gewaardeerd. Beantwoording De gemeente is verheugd dat de Port of Amsterdam en Centraal Nautisch Beheer positief staan tegenover de NvU, en dat de nautische ruimte daarin goed is meegenomen en geborgd (zie hiervoor ook de beantwoording op de reactie van de ORAM). Bij de verdere uitwerking hebben wij aandacht voor het vinden van oplossingen voor de bestaande nautische voorzieningen. Hierover gaat de gemeente met de stakeholders in overleg.

De voorgestelde fasering (Oostbrug, Westbrug, Voetgangerspassage) uit het advies van de commissie D’Hooghe is beschreven in de NvU, zie bijvoorbeeld paragraaf 6.1 van de NvU. Hierbij is het uitgangspunt opgenomen dat de PTA verplaatst moet zijn voor de aanleg van de Westbrug. Wij beamen dat het maken van goede afspraken ten aanzien van de bediening van belang is. De opgave hierbij is dat een goede en veilige doorstroom op het water, én op het land gewaarborgd moet worden. Afspraken hierover worden in de volgende fase gemaakt met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Rijkswaterstaat. Port of Amsterdam, Centraal Nautisch Beheer en andere belanghebbenden worden hierbij betrokken. Hierbij wordt ook de mogelijkheid van `openen op aanbod´ meegenomen. Wij waarderen de constructieve en prettige samenwerking en met Port of Amsterdam en Centraal Nautisch Beheer en zetten deze graag voort in 2022 en verder.

5.18 Principal Real Estate Spezialfondsgesellschaft mbH (via Cushman& Wakefield) Samenvatting inspraakreactie Cushman en Wakefield vertegenwoordigen Principal, die eigenaresse is van kantoorgebouw Kraanspoor (kraanspoor 12­58). Aangezien het kantoorgebouw direct aan de mogelijke aanlanding van de Westbrug is gesitueerd en de brug vanuit optiek eigenaresse zowel voor­ als nadelen met zich meebrengt, ziet eigenaresse zich als belanghebbende. Principal benadrukt dat de toekomstige Westbrug 59

Gemeente Amsterdam Verkeer en Openbare Ruimte Nota van antwoord publieke reacties en stadsdeeladviezen

11 januari 2022

consequenties heeft voor het dagelijks gebruik van het kantoorgebouw en haar huurders. Zij wil worden geïnformeerd over de voortgang van het project en in de toekomst uitgenodigd worden om haar zienswijze te geven op de realisatie van de Westbrug aan Kraanspoor. Beantwoording De gemeente ziet de eigenaresse ook als belanghebbende en zij wordt ook in de toekomst tijdig betrokken bij de verdere uitwerking, de te maken keuzes en uiteindelijk bij de benodigde besluitvorming.

5.19 Provincie Noord‐Holland Samenvatting inspraakreactie De Provincie Noord­Holland is nauw betrokken geweest bij gewijzigde NvU en kan zich vinden in de verwerking van de adviezen van commissie D’Hooghe. Een paar aandachtspunten:  De twee verbindingen zijn belangrijke schakels in stedelijke, maar ook regionale fietsverplaatsingen. Hou rekening bij het aanleggen van fietspaden met het regionale fietsnetwerk en sluit erop aan.  Ze stimuleren goederenvervoer over water. Bij verdere inpassing van bruggen en tunnel een veilige doorvaarroute van de scheepvaart in acht te nemen en de route, basisnet gevaarlijke goederen. te garanderen. Aandacht voor diepteligging tunnel.  Provincie is niet voor het gesloten blijven van bruggen tijdens de spits in verband met schade binnenvaartsector. Anders ruimte reserveren voor wachtende schepen, inclusief risicocontour, en binnenvaart dan ruimhartig compenseren voor negatieve gevolgen.  Provincie verwacht geen effecten op de regionale wateren en de mogelijkheden voor scheepvaart daar. Bij wijzigingen die toch van invloed zijn, vragen zij om contact.  Nota “Zeecruise op koers”: Zeecruise is welkom in het NZKG (belangrijke motor voor het toerisme) maar grenzen aan kwantiteit en ten aanzien van de (milieu) kwaliteit en duurzaamheid. Neem bij verplaatsing PTA de uitgangspunten van deze nota in acht.

Beantwoording De gemeente dankt de provincie voor haar reactie. Wij delen het standpunt van de provincie dat de twee vaste oeververbindingen zowel een belangrijke schakel zijn voor het stedelijke netwerk als het regionale fietsnetwerk. In de volgende fase wordt de inpassing en verder onderzocht. Daarbij wordt ook rekening gehouden hoe deze routes aansluiten op het netwerk van metropolitane fietsroutes in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). In 2025 is er een netwerk van deze routes, waarlangs fietsers vlot tussen de dorpen en vanuit de steden de natuur in kunnen fietsen. Bij het opstellen van de Nota van Uitgangspunten zijn de nautische belangen en het scheepvaartverkeer zorgvuldig betrokken. Net als de provincie onderkent de gemeente het belang van een goede en veilige doorvaart voor schepen. De nautische partijen zijn dan ook veelvuldig betrokken en hebben meegewerkt aan de Nota van Uitgangspunten. Bij de verdere inpassing wordt uiteraard rekening gehouden met de richtlijn vaarwegen, de benodigde wachtplaatsen en de wet­ en regelgeving die geldt voor het vervoer van voor gevaarlijke stoffen over het water. Verder gaat de gemeente in de volgende fase samen met het Rijk en de nautische partijen het openings­ en bedieningsregime van de bruggen verder onderzoeken. Daarbij wordt ook het standpunt van de provincie betrokken. 60

Gemeente Amsterdam Verkeer en Openbare Ruimte Nota van antwoord publieke reacties en stadsdeeladviezen

11 januari 2022

Het verplaatsen van de PTA is een randvoorwaarde voor het kunnen realiseren van de Westbrug en een ondiepe voetgangerspassage, maar er wordt in deze fase nog geen besluit over genomen. Bij de besluitvorming over het verplaatsen van de PTA worden de relevante geldende beleidskaders betrokken. Hierbij zijn de drukte in het Noorzeekanaalgebied en bijbehorende grenzen aan kwantiteit, (milieu)kwaliteit en duurzaamheid voor de gemeente, net als voor de Provincie, belangrijke aandachtspunten.

5.20 ROVER afdeling Rover Amsterdam Samenvatting inspraakreactie Rover ziet graag OV­verbindingen over beide bruggen. Voorkeur voor versterking van het stedelijk tramnetwerk door lijnen door te trekken naar Noord en Zaandam. Er is behoefte aan meer verbindingen tussen wijken, stadsdelen voor meer samenhang tussen stadsdelen en ontwikkeling HOV­corridor (Zaanstad). Maak van binnenring een OV­ring. OV Westbrug aansluiten op de binnenring. Op­ en afritten OV benutten voor dubbelgebruik: bedrijfsruimten en horeca.   

Planning Westbrug omkeren: maak het verplaatsen van de terminal afhankelijk van wanneer de Westbrug wenselijk is vanuit verstedelijkingsbeleid. Vragen over openingstijden bruggen: hoe vaak, wanneer en hoe lang? Korte openingen overdag en afstemming met de tram. Voetgangerspassage: Wordt door de gemeente afgewogen tegen metrostation Sixhaven terwijl zij verschillende invloedsgebieden hebben. Voetgangerspassage heeft kleiner voedingsgebied. Waarborg sociale veiligheid en vergelijk met soortgelijke tunnels. Vraag is of voetgangers –vanwege looptijden – wel gebruik maken van de tunnel als de ponten (voor fietsers, scooters etcetera) frequent blijven varen. Kabelbaan. Onderzoek vervoersmarkt en reistijden nodig. Vragen over ritprijs, keuze voor alleen voetgangers of ook fietsers en dergelijke, keuze wel/niet tussenstations, overstapmogelijkheden, capaciteit? Maken mensen gebruik van de kabelbaan tegen betaling als er ook gratis ponten en brug zijn? Veiligheid zowel gemeten als ervaren (schommelen), en onderhoud. Eventuele subsidie gaat ten kosten van subsidie voor andere OV­verbindingen. Concurrentie tussen kabelbaan en Westbrug benadeelt het draagvlak van beide projecten.

Beantwoording De gemeente heeft uw voorkeur voor OV over de bruggen en het versterken van het stedelijk tramnet met nieuwe tramverbindingen over beide bruggen naar Noord en Zaanstad tot zich genomen. Samen met Rover onderkent de gemeente dat OV over de bruggen, naast beide oevers, ook verschillende bestaande en nieuwe wijken met elkaar kan verbinden waardoor de samenhang tussen delen van de stad kan worden vergroot. De keuze voor het nieuwe systeem op de HOV ZaanIJ (de OV­verbinding over de Johan van Hasseltweg, de Klaprozenweg en de Cornelis Douwesweg naar Zaanstad) is mede bepalend voor de keuze tram en/of bus over de bruggen. Indien op genoemde verbinding naar Zaanstad straks een tram gaat rijden, dan ligt een keuze voor ook een tram over één (of beide) brug(gen) meer voor de hand. Een brug die ook geschikt is voor OV is ongeveer twee keer zo duur als een fietsbrug. De financiering van de vaste oeverbindingen wordt in de volgende fase uitgezocht. Dan zal definitief besloten worden of er wel of geen OV over de bruggen gaat rijden.

61

Gemeente Amsterdam Verkeer en Openbare Ruimte Nota van antwoord publieke reacties en stadsdeeladviezen

11 januari 2022

Na het voorkeursbesluit over de locatie van de bruggen wordt op aangeven van het nieuwe college gewerkt aan de planning en de financiering van de drie nieuwe vaste oeverbindingen Oostbrug, Westbrug en Voetgangerspassage. Op basis hiervan wordt de raad geïnformeerd waarbij, wat betreft de planning van de drie vaste oeververbindingen, ook een relatie wordt gelegd met de metrostation Sixhaven. De planning van de Westbrug en de (ondiepe) voetgangerspassage zijn afhankelijk van de verplaatsing van de Passenger Terminal (PTA). Wij beamen dat het maken van goede afspraken ten aanzien van bediening van belang is. Kern hierbij is dat een goede en veilige doorstroom op het water én op het land gewaarborgd moet worden. Deze afspraken worden in de volgende fase gemaakt met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Rijkswaterstaat. Port of Amsterdam en Centraal Nautisch Beheer en andere belanghebbenden zullen hierbij betrokken worden. De kabelbaan betreft een particulier initiatief waar geen subsidie aan wordt verleend door de gemeente of de Vervoerregio Amsterdam (VRA). In oktober 2021 is door de Stichting IJbaan (de initiatiefnemers), gemeente en de VRA een Intentieovereenkomst ondertekend waarin afspraken zijn gemaakt over een haalbaarheidsonderzoek.

Indien de haalbaarheid van het initiatief en het beoogde tracé wordt aangetoond dan kan een Realisatieovereenkomst worden aangegaan met de Stichting IJbaan. Onderdeel van het haalbaarheidsonderzoek is ook de financiële haalbaarheid van het initiatief en dit hangt samen met het trekken van voldoende reizigers. Samen met Rover onderkent de gemeente dat OV over de bruggen, naast beide oevers, ook verschillende bestaande en nieuwe wijken met elkaar verbindt waardoor de samenhang tussen delen van de stad wordt vergroot. Een brug die ook geschikt is voor OV is ongeveer twee keer zo duur als een fietsbrug. De financiering van de vaste oeverbindingen wordt in de volgende fase uitgezocht, en dan zal definitief besloten worden of er wel of geen OV over de bruggen gaat rijden.

5.21 Red Amsterdam Noord Samenvatting inspraakreactie Amsterdam heeft besloten om in totaal 50.000 woningen in Noord bij te bouwen. De consequenties hiervan worden onderschat. De aanpassing en uitbreiding van de infrastructuur is sterk vertraagd. Nu eindelijk twee mobiliteitsplannen en update nota Veren. Plannen worden los van elkaar in procedures gebracht ondanks evidente samenhang. Beide plannen kosten in totaal 1 miljard. Ze vinden het niet kunnen dat het huidige college de financiering over laat aan volgende college. Zij eisen een stop op nieuwe verdichtingsplannen zolang de bijbehorende infrastructuur niet is geregeld en het instellen van de werkgroepen financiering lange termijnplannen en prioriteiten korte termijn. Beiden met bewonersraadpleging vooraf. Beantwoording Het programma “Sprong over het IJ” heeft als doel de oversteek verbeteren voor fietsers, voetgangers en mogelijk ook voor OV. Met het geactualiseerde voorkeursbesluit wordt gekozen voor twee bruggen en een voetgangerspassage. Het eindbeeld is een combinatie tussen vaste oeververbindingen en veren. Binnen de gemeente wordt door het team van Sprong over het IJ nauw samengewerkt met het programma Veren en het Mobiliteitsplan Noord. 62

Gemeente Amsterdam Verkeer en Openbare Ruimte Nota van antwoord publieke reacties en stadsdeeladviezen

11 januari 2022

De gemeente begrijpt de voorkeur voor het gezamenlijk in inspraak brengen van plannen die samenhang hebben. Dit zorgt echter voor vertraging, omdat projecten dan ‘op elkaar’ moeten wachten. De gemeente neemt de oproep een stop te zetten op verdichtingsplannen zolang de infrastructuur niet is geregeld, voor kennisgeving aan. De gemeente erkent de urgentie om voortvarend verder te werken aan het verbeteren van de infrastructuur in Noord, gezien de ontwikkeldruk in dit stadsdeel. Op korte termijn staat verbetering van de oversteekbaarheid over het IJ op stapel door middel van het verbeteren van de IJpleinveer­route. Deze verbetering behelst de verplaatsing van de zuidelijke aanlanding, de toevoeging van een fietsbrug over het Noordhollandsch Kanaal en een intensivering van de dienstregeling. Deze maatregelen zijn eind 2022/begin 2023 gereed, en kunnen naar verwachting, in combinatie met een verdere intensivering van bestaande veerdienstregelingen, de groei van Amsterdam Noord van de komende jaren voldoende faciliteren. De gemeente zet verder liever in op parallel werken aan enerzijds de verdere verbetering van de infrastructuur op de langere termijn en anderzijds aan de gebiedsontwikkeling, gelet op de onverminderd grote druk op de woningmarkt in de regio, in combinatie met het feit dat met deze ontwikkelingen zulke lange doorlooptijden gemoeid zijn.

5.22 Stichting IJbaan Amsterdam Samenvatting inspraakreactie Op 7 oktober 21 tekende de gemeente een intentieovereenkomst (samen met Vervoersregio Amsterdam) om gezamenlijk onderzoek te doen naar de realisatie van de IJbaan, een stedelijke kabelbaan als OV­verbinding in Haven­Stad. Het eerste voorstel voor de IJbaan werd op 16 nov 2020 aan de raad aangeboden (tracé bij C. Douwesweg/ Mirandahaven). Nadat de gemeente het standpunt innam dat de IJbaan de realisatie van de toekomstige Westbrug in de weg zou staan, werd een nieuw onderzoek gestart naar een meer westelijke locatie voor de IJbaan. Het resultaat van dit onderzoek werd vastgelegd in de intentieovereenkomst. Na ondertekening werd de stichting verrast door het besluit van b&w om het zoekgebied van de Westbrug uit te breiden waardoor een herhaling dreigt van de discussie over de nabijheid van IJbaan en Westbrug. De stichting vraagt om duidelijkheid: een schriftelijke bevestiging dat de gemeente niet nogmaals het in de intentieovereenkomst beschreven IJbaan­tracé ter discussie zal stellen. Ook wil de stichting een schriftelijke bevestiging dat mocht de Westbrug westelijker opschuiven waardoor de exploitatie van de IJbaan negatief raakt, er gezamenlijk naar een passende oplossing gezocht zal worden.

Beantwoording Met de actualisatie van het voorkeursbesluit Sprong over het IJ wordt het verkenningsgebied van de drie oeververbindingen 0p het IJ vastgelegd. De precieze locaties liggen hiermee nog niet vast. Uitgangspunt is dat de oeververbindingen, waaronder de Westbrug, binnen deze drie verkenningsgebieden worden gerealiseerd. De gemeente verwacht dat hiermee voldoende duidelijkheid is gegeven tot welke zone de Westbrug maximaal kan “opschuiven”. Met het 63

Gemeente Amsterdam Verkeer en Openbare Ruimte Nota van antwoord publieke reacties en stadsdeeladviezen

11 januari 2022

vaststellen van het verkenningsgebied wordt door de gemeente het in Intentieovereenkomst beschreven IJbaan­tracé niet ter discussie gesteld. Inmiddels is met de Stichting IJbaan de afspraak gemaakt dat begin 2022 de onderlinge invloed van een Westbrug die aanlandt op het Kraanspoor en de IJbaan wordt onderzocht.

5.23 Syb van Breda & Co Architects Samenvatting inspraakreactie Deze inspreker betoogt aan de hand van tien punten waarom de gemeente voor de IJ­klopper zou moeten kiezen in plaats van de bruggen, en te stoppen met de korte pontoversteek naar CS. Hij noemt de twee bruggen in de voorgestelde vorm onbetaalbaar, het openen is hinderlijk voor fietsers die zelfs opgesloten kunnen raken tussen de twee te openen delen. Vrije uitzicht over het IJ gaat verloren. De Oostbrug heeft weinig vervoerswaarde, nu én in de toekomst. De centrale ponten kunnen de groei van de stad daarentegen niet aan, liggen en varen nautisch gevaarlijk in de bocht van het IJ, zijn duur in onderhoud en exploitatie. De chaos op de wal zal alleen maar groter worden. Inspreker bestrijd dat bruggen sociaal veiliger zijn. IJ­boulevard biedt ruimte voor een zeer ruime en veilige entree voor een fietstunnel. Laat in Oost de pontjes nog vele jaren varen. Verplaats de PTA naar West en verontdiep het IJ van 11m naar 7m. Zo hoeft de tunnel niet dieper te worden dan de bruggen hoog worden in de plannen van de gemeente. Volgens de inspreker garandeert de IJ­klopper een soepele en continue stroom van fietsers. Net als op de snelweg voorkomt een soepele doorstroming files en opstoppingen. De robuuste fietspaden achter CS en in Noord kunnen deze stroom aan.

Daarbij staat de IJ­klopper nooit open, scheepvaart, voetgangers en fietsers kunnen altijd ongehinderd door. Er is geen risico meer op aanvaringen tussen ponten en binnenvaartschepen. Het prachtige IJ blijft open. Daar hebben alle Amsterdammers recht op. Inspreker stelt dat de IJ­klopper honderden miljoenen euro’s goedkoper is dan het plan Sprong over het IJ, met meer comfort en vooral: de oversteek blijft op de plaats waar de vraag het grootst is. Welke fietser gaat er over een ring rijden? Beantwoording De gemeente begrijpt dat inspreker de voorkeur geeft aan een vaste fietsverbinding achter CS. Het door inspreker bedachte ontwerp voor de IJ­klopper sluit hier goed bij aan. Echter door een fietstunnel achter CS aan te leggen zou betekenen dat meer fietsers via het centrum de oversteek maken. Deze oplossing draagt niet bij aan de visie van Amsterdam (zoals vastgesteld door de raad in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050) om de stad te ontwikkelen tot een meerkernige stad; een stad met meerdere centra. De vaste oeververbindingen worden voor de lange termijn aangelegd en moeten daarom ook passen en bijdragen aan deze lange termijnvisie van de stad. Zo zullen er in de (nabije) toekomst nieuwe stadskernen ontstaan in Noord en aan de Oost­ en Westflank rondom het IJ.

De bruggen op de flanken dragen bij aan een goede verbinding van deze gebieden en het verder ontwikkelen van Amsterdam tot een meerkernige stad. Bovendien wordt door aantrekkelijke, vaste oeververbindingen op andere plekken te realiseren de drukte in de stad verspreid. De vervoerswaardenstudie laat zien dat zowel de Westbrug als de Oostbrug een goede vervoerswaarde hebben. De nieuwe bruggen zorgen voor een afname van 30 ­ 45% van het gebruik van de veren door fietsers, waardoor de druk op de veren afneemt.

64

Gemeente Amsterdam Verkeer en Openbare Ruimte Nota van antwoord publieke reacties en stadsdeeladviezen

11 januari 2022

Een fietstunnel achter CS heeft daarentegen een aanzuigende werking en zal de drukte in het centrum en specifiek achter CS alleen maar vergroten. Zoals inspreker terecht opmerkt, blijft de huidige veerverbinding bestaan. De voetgangerspassage is een aanvulling op de bestaande veren achter CS die voldoen aan de nautische eisen. Door een voetgangerspassage aan te leggen zorgt Amsterdam er voor dat de voetgangers gebruik kunnen maken van de tunnel waardoor er voldoende ruimte blijft op veren voor de andere vervoersmiddelen voor langzaam verkeer (zoals (brom)fietsers, Canta’s e.d.). Zo ontstaat een scheiding van verkeersstromen wat de afwikkeling ervan op nu al drukke punten straks verbetert. Inspreker merkt terecht op dat bruggen het zicht over het IJ veranderen. Dit veranderende uitzicht wordt door sommige Amsterdammers als negatief ervaren, maar veel Amsterdammers zien het ook als een verrijking van de stad. Ook wordt terecht opgemerkt dat de te openen delen van de bruggen ervoor zorgen dat gebruikers van de brug af en toe zullen moeten wachten wanneer de brug is geopend. Het openingsregime van de bruggen wordt in de volgende fase verder afgestemd met Rijkswaterstaat. Daarnaast speelt bij de keuze voor een voetgangerspassage achter CS een belangrijke rol dat er achter CS onvoldoende ruimte is om een fietstunnel goed en verkeersveilig in te passen.

Bij fietsers staan comfort en veiligheid centraal. De commissie heeft in haar advies een set richtlijnen voor het ontwerpvraagstuk meegegeven die mede gebaseerd op landelijke richtlijnen (CROW) die gelden voor tunnels. Het gaat daarbij om;  niet hoeven afstappen: liften, roltrappen of rolpaden voor fietsers moeten worden vermeden,  oriëntatie: gebruikers moeten weten waar ze zijn en in welke richting ze zich bewegen. Bij wokkels maken diverse verkeerstromen in tegengestelde richting met verschillende snelheden gebruik van dezelfde wokkel. Dit maakt het gebruik van wokkels (zoals bij de IJ­ klopper) verkeersonveilig en daarmee zeer onwenselijk,  hellingbanen mogen niet te steil zijn, dit maakt dat een mechanische installatie zoals een rolband niet te steil mag zijn en het om een rechte helling gaat. Daarmee wordt een rolband langer en is met een rechte helling ruimtelijk dus lastiger/niet inpasbaar (zeker achter CS),  sociale veiligheid: visueel overzicht is belangrijk en dit maakt een tunnel minder geschikt. Vanwege deze ontwerpcriteria is achter CS onvoldoende ruimte om een fietstunnel ruimtelijk en verkeerskundig in te passen. Daarbij komt dat het gebruik van mechanische installaties als rolbanden storingsgevoelig is, wat de doorstroming en daarmee de verkeersveiligheid achter het toch al drukke CS negatief kan beïnvloeden.

Het gebruik van wokkels voldoet niet aan de ontwerpcriteria die gelden bij tunnels, vanwege het gebrek aan zicht en oriëntatie. Het gebruik van wokkels, zoals bij de IJ­klopper, zou betekenen dat diverse verkeerstromen in tegengestelde richting met verschillende snelheden de wokkelhelling tegelijkertijd moeten gebruiken. Het gaat daarbij om verschil in snelheid tussen verkeer dat omhoog en omlaag gaat en daarnaast ook om het verschil in snelheid tussen fietsers, elektrische fietsers, bromfietsers, lev’s e.d.. Bovendien gaat het achter CS ook nog eens om grote aantallen fietsers, dat vanwege de aanzuigende werking van een fietstunnel alleen maar groter wordt. Dit levert verkeersonveilige situaties op en daarom is het gebruik van wokkels niet wenselijk en geschikt voor deze grote aantallen gebruikers. Het bovenstaande maakt dat de IJ­klopper geen reëel alternatief is en om die reden niet verder is onderzocht.

65

Gemeente Amsterdam Verkeer en Openbare Ruimte Nota van antwoord publieke reacties en stadsdeeladviezen

11 januari 2022

5.24 VEBAN Samenvatting inspraakreactie VEBAN is blij met een nieuwe stap richting vaste oeververbindingen tussen de IJ­oevers. Omdat in Noord de meest ingrijpende ontwikkeling in Amsterdam van de laatste jaren plaats vindt, zijn de verbindingen belangrijk en urgent. VEBAN vindt dat deze urgentie niet uit het stuk spreekt. Er zit geen planning bij en geen duidelijkheid over financiering, en de komende jaren zijn voor onderzoek en uitwerking. En dat terwijl de huidige verbindingen nu niet toereikend zijn en zeker niet in de toekomst, als het aantal inwoners – zoals geprognosticeerd – sterk groeit. VEBAN vraagt om voortvarendheid. 

 

Metrostation Sixhaven: uitstellen besluit is een gemiste kans. Dit is een triple A locatie. Kiezen voor een groene bestemming is wanbeleid. Halte Noorderpark is te ver weg voor bezoekers en bewoners Buiksloterham en Overhoeks. VEBAN pleit voor een "achteringang" van CS aan de noordzijde van het IJ. Voetgangerspassage: Kies ervoor de diepe variant te onderzoeken. Dan hoeft de aanleg niet te wachten op de verplaatsing van de PTA en de bouw van de brug. Passage is geen secundaire verbinding maar allereerste prioriteit. De kabelbaan: De capaciteit is te laag en de kosten te hoog om de kabelbaan als volwaardig OV­verbinding te zien. HOV Zaanlijn: VEBAN pleit voor een hoogwaardige OV verbinding tussen Noord en Zaandam die aansluit op de NZ lijn. Suggestie voor financiering: De Noordas, niet concurrerend maar complementair aan de Zuidas. Ontwikkel het nieuwe wonen en werken langs het noordelijke tracé van de NZ­lijn. De NZ lijn was bedoeld om de ontwikkelmogelijkheden van Noord te benutten. VEBAN vindt het hoog tijd voor een visionaire ontwikkeling van de Noordas.

Beantwoording De gemeente is net als VEBAN blij met deze nieuwe stap richting vaste oeververbindingen tussen de IJ­oevers. De roep van VEBAN om duidelijker te worden over de planning neemt de gemeente ter harte. Na het voorkeursbesluit over de locatie van de bruggen wordt, op aangeven van het nieuwe college, gewerkt aan de planning en de financiering van de drie nieuwe vaste oeverbindingen Oostbrug, Westbrug en Voetgangerspassage CS. Op basis hiervan wordt de raad geïnformeerd waarbij, wat betreft de planning van de drie vaste oeververbindingen, ook een relatie wordt gelegd met metrostation Sixhaven. In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is voorlopig gekozen voor een groene invulling van het gebied. In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is gekozen voor het concentreren van werklocaties rond de grotere treinstations. In de omgeving van de metrostations van de Noord/Zuidlijn zien we minder kansen voor grootschalige ontwikkeling van werken. Vanuit het streven naar een meerkernige stad wordt ingezet op het ontwikkelen van het Buikslotermeerplein tot een stedelijk centrum (Hart van Noord) waar gewoond, gewerkt en gerecreëerd wordt. Uw oproepen en opmerkingen met betrekking tot de diepte van de voetgangerspassage, de betekenis van de kabelbaan, de HOV Zaan IJ verbinding en de financiering betrekt de gemeente bij de uitwerking van de plannen in de vervolgfase.

66

Gemeente Amsterdam Verkeer en Openbare Ruimte Nota van antwoord publieke reacties en stadsdeeladviezen

11 januari 2022

5.25 Veiligheidsregio Amsterdam‐Amstelland Samenvatting inspraakreactie Verheugd te lezen dat het mogelijke gebruik van bruggen door nood & hulpdiensten onderzocht wordt. Met beperkte aanpassingen kan een brug (zowel voor bus als voor voetganger / OV) toegankelijk worden gemaakt voor deze diensten. De geplande uitbreidingen zijn van invloed op de benodigde brandweerzorg in Noord. De baten van de verbindingen geschikt te maken voor hulp­ en nooddiensten, kunnen worden meegenomen in de MKBA. Aan de voetgangerspassage worden hoge eisen gesteld aan brandveiligheidsaspecten (zelfredzaamheid en brandwerendheid). In het onderzoek naar de eventuele aansluiting op de verdeelhal Noord/Zuid­lijn dienen brandveiligheidsvoorzieningen te worden meegenomen. Beantwoording De beantwoording van de vraag of de bruggen ook toegankelijk worden voor hulp­ en nooddiensten is afhankelijk van de keuze tussen een brug voor enkel fietsers en een brug die ook toegankelijk is voor OV. Indien gekozen wordt voor een brug voor enkel fietsers, dan wordt deze niet toegankelijk voor de zwaardere voertuigen van deze hulp­ en nooddiensten. De keuze van wel of geen OV over de bruggen wordt in de volgende fase gemaakt en is onder andere afhankelijk van de mogelijkheid van de financiering van de drie nieuwe oeververbindingen.

In de MKBA­Lite die is opgesteld is niet specifiek naar de baten voor de hulp­ en nooddiensten gekeken maar enkel naar de baten voor fietsers, voetgangers en het OV. Brandveiligheid is voor de gemeente ook zeer belangrijk. Wij gaan in een volgende fase graag in gesprek met de brandweer om de aandachtspunten voor brandveiligheid verder te bespreken en te betrekken bij de ontwerpfase.

5.26 VolkerWessels Samenvatting inspraakreactie BMB ontwikkeling is dochter van VolkerWessels. Hebben samenwerkingsovereenkomst 2018 met gemeente ten behoeve van de ontwikkeling NDSM­west (B kavels). Ze zijn positief over de mogelijke komst van een brug om NDSM met Houthavens te verbinden. Ze wijzen ze op de grote impact hiervan:  veranderend zicht en de (economische) schade hiervan,  stedelijke inpasbaarheid,  gevolgen van geluid en trillingen,  impact op de samenwerkingsovereenkomst voor de nog te ontwikkelen kavels en  impact op de exclusiviteitsovereenkomst B11. Graag gesprekken hierover continueren. Ze nemen contact op met G&O. Groot voorstander van de realisatie van het voorgestelde stadspark (Hellingpark). Vraag naar aanleiding van tekst p 51: “de Westbrug wordt pas na afronding van de gebiedsontwikkeling gemaakt en leidt dus niet tot dwangpunten in de planning van de brug”. Wat zijn dwangpunten? Beantwoording 67

Gemeente Amsterdam Verkeer en Openbare Ruimte Nota van antwoord publieke reacties en stadsdeeladviezen

11 januari 2022

De gemeente is verheugd dat Volker Wessels positief is over de mogelijke komst van een Westbrug. Tegelijkertijd realiseert de gemeente zich dat de Westbrug en de aanlanding in NDSM gevolgen heeft voor de ontwikkeling van dit gebied. Een brug op deze locatie zorgt voor een veranderend zicht en heeft gevolgen voor de stedelijke inpassing van het gebied. De afgelopen maanden is de inpassing van de Westbrug NDSM verder onderzocht. De resultaten zijn opgenomen in de studie Inpassing Westbrug NDSM. Dit heeft ertoe geleid dat de gemeente in het voorkeursbesluit een Verkenningsgebied heef opgenomen waarbij zowel het Hellingpark als het Kraanspoor zijn opgenomen als mogelijk gebied waar de brug wordt ingepast. In de volgende fase wordt verder onderzocht op welke wijze de brug het beste kan worden ingepast. Dit hangt mede af van de keuze of er OV over de bruggen gaat rijden. Deze keuze heeft mogelijk ook gevolgen voor de geluidbelasting en mogelijke hinder van trillingen op de bestaande en toekomstige bebouwing in de omgeving. Zo lang deze keuze nog niet is gemaakt en er geen onderzoek naar is gedaan, kan de gemeente daar nog geen zekerheid over geven. Wel is en blijft de gemeente graag constructief in gesprek met Volker Wessels over de nadere inpassing van de brug en het waar mogelijk beperken van de gevolgen hiervan voor de stedelijke inpassing.

Hierbij worden aspecten als geluid, trilling en de gevolgen voor de samenwerkingsovereenkomst en de exclusiviteitsovereenkomst betrokken. Tot slot wordt terecht de vraag gesteld wat op p. 51 wordt bedoeld met “dwangpunten” in de planning. “Dwangpunten” kan gelezen worden als “knelpunten”. Er worden geen “knelpunten” verwacht die kunnen voortkomen uit het gelijktijdig realiseren van de brug en de gebiedsontwikkeling. De gebiedsontwikkeling van NDSM loopt vooruit op de planning voor de Westbrug. De verwachting is dat de gebiedsontwikkeling van NDSM al (grotendeels) gereed is voordat de brug wordt gerealiseerd. Dit betekent overigens niet dat bij de gebiedsontwikkeling geen rekening wordt gehouden met de aanlanding van de brug. Zoals hierboven is opgenomen is dit afhankelijk van de keuzes die worden gemaakt in de volgende fase en blijft de gemeente hierover in gesprek met belanghebbenden.

5.27 VvE Vogeldorp Samenvatting inspraakreactie Vogeldorp (270 woningen) is onderdeel van een monument van nationaal belang, en verdient de hoogste bescherming. Vogeldorp ligt in de invloedsfeer van de Oostbrug en langs de belangrijkste verkeersader (Johan van Hasseltweg). De woningen in Vogeldorp zijn niet onderheid en daardoor kwetsbaar. De VvE doet voorstellen om de kans op schade door de werkzaamheden te verminderen en om de toename van verkeersintensiteit, na realisatie van de Oostbrug, te verlagen. Concreet;  geen verkeer door Vogeldorp (fiets, auto, sluipverkeer),  trilvrije bouwtechnieken rond de aanlanding van de Oostbrug,  voorkom beïnvloeding van de grondwaterstand Vogeldorp,  geen bouwverkeer langs of door Vogeldorp. Voorkeur voor variant 3 van de ruimtelijke inpassing. Beantwoording In uw reactie vraagt u aandacht voor constructieve veiligheid en voor de toenemende verkeersintensiteit tijdens de bouw. De meeste vragen en opmerkingen hebben betrekking op de 68

Gemeente Amsterdam Verkeer en Openbare Ruimte Nota van antwoord publieke reacties en stadsdeeladviezen

11 januari 2022

uitvoeringsfase. Eerst volgt nu nog de ontwerpfase. Wanneer de uitvoeringsfase wordt voorbereid, zal er zeker rekening worden gehouden met de constructieve kwetsbaarheid en de verkeersluwe opzet van Vogeldorp. De keuze voor de exacte inpassing van de Oostbrug binnen het verkenningsgebied en uw vragen betreffende de constructieve kwetsbaarheid van Vogeldorp komen in de volgende fase aan de orde: de ontwerpfase.

5.28 Woonbootbewoners Ertshaven Samenvatting inspraakreactie De inspraakreactie is ingestuurd namens de verenigde woonbootbewoners Ertshaven en betreft de pontverbinding tussen Sporenburg en Sluisbuurt. Formeel valt de pontverbinding buiten de scope van de nota die ter inzage lag. Deze insprekers voelen zich niet gehoord na een eerdere reactie op het advies van de commissie D'Hooghe en dienen hun reactie nu opnieuw in. Concreet gaat het over de aanleglocatie bij de Steltloper. In het adviesrapport D'Hooghe staat de aanleglocatie midden in woon­ en recreatiegebied, naast de Steltloper. Deze aanleglocatie zou indicatief zijn maar dit geeft veel onrust onder woonbootbewoners omdat de onderbouwing/motivering voor deze keuze ontbreekt. Advies wordt onbegrijpelijk gevonden en is zonder overleg met bewoners tot stand gekomen. Insprekers verwijzen naar de eerdere inspraakreacties van het bewonerscollectief, twee brieven d.d. 1 september en 17 november 2020. Hierop is geen reactie ontvangen ondanks meerdere verzoeken hiertoe en de plannen zijn volgens insprekers niet aangepast, omdat ook in de concept Nota van Uitgangspunten de aanleglocatie van de pontverbinding zou zijn ingetekend bij de Steltloper. Dit onderdeel valt nu echter buiten de scope van deze inspraakperiode. Beantwoording De gemeente betreurt het dat uw eerdere reactie nog niet of naar uw mening onvoldoende is beantwoord.

Dat uw reactie niet wordt meegenomen in het kader van dit voorkeursbesluit houdt verband met de afbakening van het voorkeursbesluit, zoals dit is toegelicht in paragraaf 1.4 van de Nota van Uitgangspunten. Uw vragen en reactie ten aanzien van de aanleglocatie van de vaste veerverbinding bij de Steltloper wordt dan ook verder opgepakt en beantwoord bij de uitwerking van de plannen voor een definitieve veerverbinding naar de Sluisbuurt. Te zijner tijd zal dit worden opgepakt door het programma Veren. Uw vragen over de tijdelijke pontverbinding zijn of worden zo snel mogelijk beantwoord door de projectgroep die zich bezig houdt met de tijdelijk veerverbinding.

69

6. Stadsdeeladviezen

Stadsdeel

Nr. Stadsdeeladvies

Antwoord

Actie

West

W1

Het dagelijks bestuur is verheugd om kennis te nemen van de positieve inzichten over de mogelijkheden tot inpassing van de oeververbindingen over het IJ.

­

Voor kennisgeving aangenomen

West

W2

De Westbrug valt samen met gebiedsontwikkeling van en ligt centraal in Haven­ Stad. Ontsluiting en aansluiting van Haven­Stad met de bestaande woonwijken in Stadsdeel West is een grote uitdaging. Een vaste oeververbinding voor de fiets, mogelijk in de toekomst met OV zal een aanwinst zijn voor het gebied en de ontwikkelingsmogelijkheden vergroten.

Voor kennisgeving aangenomen

West

W3

Het voorstel voor de ligging van de Westbrug bij de Haparandadam zorgt hoogstwaarschijnlijk voor minder druk op de fietspaden Westerpark en betere verbinding van stadsdeel Noord en West/Nieuw West

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11092547/1