7. Nota van Antwoord Actualisatie NvU Sprong over het IJ.pdf
Tekst van het document
De samenwerking met de projectteams van HavenStad en de Houthaven is al opgezocht ten tijde van het formaliseren van het advies "Genereus Verbonden" en wordt ook verder uitgebouwd. Bij de uitwerking van de maatregelen en in samenwerking met de projectteams van HavenStad en Houthaven, zal ook gekeken worden naar de inrichting van de openbare ruimte op en om de bruggen. De uitgevoerde verkeersstudie laat zien dat de Westbrug een goede vervoerswaarde heeft en zorgt voor een veel betere verbinding tussen West en Noord. Door de fiets en OV binnenring te voltooien zorgt Amsterdam dat ook de verbinding met stadsdeel West /Nieuw West en Noord wordt verbeterd.
West
W4
Voor kennisgeving Kansen OV Het stadsdeel ziet kansen voor openbaar vervoer (tunnels bieden deze De kansen voor OV zijn nader onderzocht in de OVnetwerkanalyse aangenomen mogelijkheid niet), zeker in relatie met het sluiten van de metroring. Sprong over het IJ. Uit deze studie volgt dat OV over de bruggen een belangrijke bijdrage levert aan een duurzaam mobiliteitsnetwerk om op deze manier de toekomstige groei van AmsterdamNoord beter op te kunnen vangen.
West
W5
De Westbrug kan een bijdrage leveren aan de culturele identiteit van het gebied. Dit biedt kansen wanneer de brug als integraal onderdeel van de gebiedsontwikkeling van HavenStad wordt ontwikkeld: realisatie van groen, een hoogwaardige openbare ruimte en voorzieningen rondom de aanlanding van de brug en wellicht zelfs op de brug zelf.
Voor kennisgeving aangenomen
Het college onderschrijft deze kansen en mogelijkheden. Bij de verdere Meenemen naar uitwerking van de Westbrug zal in samenwerking met de projectteams volgende planfase voor de gebiedsontwikkeling van HavenStad en Houthaven gekeken worden naar de mogelijkheden om de gebiedsontwikkeling te integreren en te betrekken bij de inrichting van de openbare ruimte en voorzieningen op en om de bruggen.
70
West
W6
Participatie vervolg We zouden graag zien dat er een breed draagvlak onder bewoners is voor de gekozen oplossing voor de Westbrug. Er moet ook mogelijkheid zijn tot toetsing van de inhoudelijke onderbouwing van de verschillende varianten (Stenen Hoofd, Pontsteiger).
De keuze voor een Westbrug op deze locatie is gebaseerd op het advies Meenemen naar van de commissie D’Hooghe. De commissie heeft om tot haar advies te volgende planfase komen de eerdere alternatieve locaties uit het in 2017 door de raad vastgestelde Voorkeursbesluit Sprong over het IJ betrokken (waaronder ook het Stenen Hoofd). De commissie heeft verschillende nieuwe locaties en diverse varianten (voor zowel een brug als een tunnel) voor de oeververbinding over het IJ onderzocht en afgewogen, dit is te lezen in haar advies. Het college heeft deze studie bij haar afweging voor het voorkeursbesluit betrokken. Er zullen door het college in de volgende fase geen nieuwe studies anders dan de studie die er al liggen, worden uitgevoerd voor nadere toetsing van de afgevallen brugvarianten Pontsteiger en Stenenhoofd – die beiden nautisch niet haalbaar zijn. Deze afweging is in het kader van dit voorkeursbesluit gemaakt. De gemeente heeft in de periode feb – december 2021 de haalbaarheid en de vervoerswaarde van onder meer de geadviseerde Westbrug ter hoogte van de Haparandadadam verder onderzocht. Dit heeft ertoe geleid dat de gemeente met dit Voorkeursbesluit en de daarbij behorende Actualisatie Nota van Uitgangspunten de voorkeur uitspreekt voor de locatie en aanlanding van de Westbrug voor langzaam verkeer en mogelijk ook OV.
Gedurende de inspraakperiode is er een inspraakavond georganiseerd in West. Na afloop van de inspraakperiode is er nog een extra bewonersavond georganiseerd. Ook in de volgende fase waar de inpassing van de brug verder wordt uitgewerkt geldt dat bewoners en andere belanghebbenden geïnformeerd en betrokken worden. Daarbij worden de omgevingsteams van de buurten nauw betrokken bij de participatie en bevraagd op hun kennis. Bij de Westbrug komt in de participatie extra nadruk op het betrekken van de omwonenden bij de aanlandingen in West en Noord, op zowel verkeersveiligheid als inrichting van en rond de aanlandingen. De samenwerking met de teams van NDSM, Haven Stad en Houthaven bestond al ten tijde van het formaliseren van het advies "Genereus Verbonden" en zal ook daarna doorgezet worden.
71
West
W7
Het is belangrijk dat het plusnetwerk Fiets (en aantakking daarop) kritisch tegen het licht wordt gehouden, wordt aangepast en voltooid in aansluiting op de Westbrug. Dat moet onder andere zijn beslag krijgen (financieel en ruimtelijk) in de Spaarndammerstraat e.o. Ook moet onderzocht worden wat eventuele effecten zijn op het netwerk in de Houthaven. Daarbij is de afwijking van de logische route binnenring een aandachtspunt.
In de concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021 en het Integraal Raamwerk voor HavenStad komen voorstellen aan bod over de aansluiting van de Westbrug op het bestaande en toekomstige fietsnetwerk in West en HavenStad. De Spaarndammerbuurt vormt hierbij een belangrijke schakel tussen Westbrug en Binnenring. Verdere uitwerking van dit fietsnetwerk in relatie tot de komst van de Westbrug en ook de transformatie van de eerste deelgebieden van HavenStad vindt in een volgende fase plaats.
West
W8
Het voorstel voor de Westbrug bij de Haparandadam betekent geen brug in het deelgebied CoenVlothaven. Hiervoor zijn te zijner tijd wellicht andere oeververbindingen noodzakelijk (veerverbindingen en wellicht kabelbaan).
In de plannen van HavenStad (o.a. het Integraal Raamwerk) wordt rekening gehouden met een brug tussen de Minervahaven en de Coen en Vlothaven (over de Mercuriushaven). Deze brug gaat overigens niet over Rijkswater. Deze brug is pas vanaf 2040 aan de orde als kan worden gestart met de transformatie van de Coen en Vlothaven. Deze brug is dan bedoeld voor OV, fiets en voetgangers. Verkeersonderzoek heeft aangetoond dat ook de kabelbaan van betekenis kan zijn voor het netwerk in dit deel van de stad. Er is wel een wisselwerking met de Westbrug want zonder kabelbaan trekt deze brug ca. 2.000 reizigers meer. Een Westbrug met OV trekt ook beduidend meer reizigers en draagt bij aan meer gestrekte OVroutes over langere afstand. Tegelijk kan de kabelbaan weer een andere groep OVreizigers bedienen, bijvoorbeeld reizigers die hun bestemming in de Minervahaven hebben of (nieuwe) overstappers op metrostation Isolatorweg. De gemeente en de initiatiefnemers hebben in oktober 2021 een Intentieovereenkomst ondertekend waarin afspraken zijn gemaakt over het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek. Als de haalbaarheid is aangetoond dan kan de stap worden gezet naar een Realisatieovereenkomst. In de toekomst zullen daarbij ook, vanuit programma Veren, veerverbindingen over het IJ ter hoogte van HavenStad worden onderzocht.
Het college deelt het standpunt dat besluitvorming over de Westbrug verschillende randvoorwaarden kent. Het gaat daarbij in ieder geval om het verplaatsen van de PTA en het afwaarderen van het IJ als maritieme toegangsweg. Deze randvoorwaarden zijn ook als zodanig benoemd in het advies van de commissie, overgenomen door het college en ook bestendigd met de (Rijks)partners. Op 16 februari 2021 heeft het college het Westerhoofd in de Coenhaven aangewezen als voorgenomen voorkeurslocatie voor de mogelijke verplaatsing van de PTA. Nader onderzoek naar de haalbaarheid en de financiering van de verplaatsing PTA wordt uitgevoerd indien de aanleg van een westelijke vaste oeververbinding
West
W9
In zijn algemeenheid zien wij de afhankelijkheid van diverse (financieel risicovolle) besluiten, zoals het sluiten van de metroring, het verplaatsen van de PTA en afwaardering van de vaarweg door het Rijk als een groot risico.
Meenemen naar volgende planfase
Meenemen naar volgende planfase
Voor kennisgeving aangenomen
72
West
W1 0
Centrum
C1
(Westbrug of Voetgangerspassage CS) concreet aan de orde is. Ten aanzien van de maritieme afwaardering heeft het Rijk aangegeven om haar medewerking te verlenen om het IJ vanaf de Westbrug tot de Oranjesluizen af te waarderen als maritieme toegangsweg. Participatie vervolg Het Dagelijks Bestuur van stadsdeel West wijst op de impact Voor elk van de maatregelen geldt dat bewoners en andere van diverse ruimtelijke ingrepen in dit deel van stadsdeel West, zowel lokaal als betrokkenen geïnformeerd en betrokken worden wanneer de plannen stedelijk als ook regionaal. Het stadsdeel wijst daarom op het belang van voor de maatregel verder uitgewerkt gaan worden. Daarbij worden de communicatie en samenspraak met belanghebbenden om de adviezen te vertalen omgevingsteams van de buurten nauw betrokken bij de participatie en naar ruimtelijke ingrepen. Daarbij moet er ook samenhang en afstemming met bevraagd op hun kennis. Bij de Westbrug komt in de participatie extra nadruk op het betrekken van de omwonenden bij de aanlandingen in omliggende projecten zijn, zoals HavenStad, NDSMwerf, Houthaven en mogelijk de (toekomstige) HOVverbinding langs het IJ richting Zaanstad, en zijn West en Noord, op zowel verkeersveiligheid als inrichting van en rond de aanlandingen. De samenwerking met de teams van NDSM, Haven stadsdelen een belangrijke speler.
Stad en Houthaven bestond al ten tijde van het formaliseren van het advies "Genereus Verbonden" en zal ook daarna voortgezet worden. Bij de uitwerking van de maatregelen en in samenwerking met Haven Stad en NDSM (en indien nog relevant ook Houthaven), zal ook gekeken worden naar de inrichting van de openbare ruimte op en om de bruggen. Hierbij wordt ook rekening gehouden met aansluiting op de HOVverbinding richting Zaanstad. De ontwikkeling van de oeververbindingen biedt kansen om voor nautische In haar advies benoemt de commissie inderdaad bijvangsten, zoals een functies extra ruimte te creëren, om zodoende het parkeren van schepen en beter gebruik van de blauwe ruimte buiten de vaarwegen (zoals schuiten niet of minder in de woonwijken te laten plaatsvinden. Ook commissie rondom het Kompaseiland). van D’Hooghe spreekt in haar advies over deze bijvangsten voor de stad. Met Dergelijke bijvangsten zullen zeker onderzocht worden in een name bij de ontwikkeling van de Oostelijke Oeververbinding rondom inrichtingsplan, waarin we nautische en stedelijke ruimtevragers Kompaseiland wordt ruimte gewonnen voor nautische stedelijke functies. Het zorgvuldig tegen elkaar afwegen.
Dit geldt voor het gehele gebied waar dagelijks bestuur adviseert dan ook om in de herziende Nota van Uitgangspunten het inrichtingsplan op ziet, en focust zich niet enkel op bijvoorbeeld de de opgave op te nemen om binnen het plangebied van de oeververbindingen te nautische ruimtevraagstukken rondom de oostelijke oeververbinding. zoeken naar de mogelijkheden voor ligplaatsen, zoals t.b.v. natte aannemerij en Ook de Kompasdam waar nautisch programma aan gekoppeld zou nachtplaatsen voor de rederijen, ter ontlasting van de druk op het kunnen worden wordt hierbij nader uitgewerkt. Juist een binnenstedelijke water in de woonwijken. inrichtingsplan voor het gebruik van de wateren en de relatie met de ruimtevraagstukken rondom de aanlandingen voor het geheel geeft een mogelijkheid om te schuiven en met brede blik dergelijke bijvangsten te integreren in de planvorming. In deze fase van de besluitvorming is op dit schaalniveau nog geen aandacht besteed aan dergelijke mogelijke bijvangsten en waar die het beste kunnen worden ingepast.
Meenemen naar volgende planfase
Meenemen naar volgende planfase
73
rum
C2
Stadsdeel Centrum uit zorgen over de effecten van alle verkeersstromen die bij elkaar komen op het Haarlemmerplein.
Centrum
C3
Het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum pleit ervoor een openbaar vervoer knooppunt in de buurt van de zeecruiseterminal als voorwaardelijk te stellen. Vervoer over water zou in deze ook andere manier kunnen ontlasten.
Centrum
C4
Het dagelijks bestuur van Stadsdeel Centrum stelt dat de druk op de zuidelijk IJ oever hoog is. Ze opperen om de ruimte die vrijkomt wanneer de zeecruiseterminal verplaatst wordt, te gebruiken voor de riviercruise. Dit biedt daarbij de kans om voor de Ruijterkade Oost een kwalitatief ruimtelijk plan te maken waarbij meer verblijfkwaliteit kan worden toegevoegd aan de hectische IJ zijde van het CS en de kwaliteit van het waterfront ten bate kan komen van de bewoners van het Oosterdok en omgeving. Het stadsdeel wil in overleg over deze nieuwe invulling.
Het college begrijpt de wens van het stadsdeel Centrum. Echter in het kader van deze besluitvorming wordt geen besluit genomen over het verplaatsen van de PTA. Wanneer besluitvorming over de verplaatsing van de PTA en de nieuwe invulling aan de orde is, gaat het college hierover graag met het stadsdeel Centrum in gesprek.
Meenemen naar een volgende planfase.
Oost
O1
Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost is bijzonder tevreden met de concept actualisatie van de Nota van Uitgangspunten.
Het college waardeert de deze positieve reactie en is verheugd dat het stadsdeel Oost de plannen steunt.
Voor kennisgeving aangenomen
Oost
O2
Kansen OV Het vervangen van de Javabrug door de Oostbrug zorgt voor een betere gebiedsinpassing voor het stadsdeel. Daarnaast sluit de aanlanding beter
Het college deelt de meerwaarde die OV over de Oostbrug kan bieden Voor kennisgeving voor Noord en Oost. De keuze over OV en type OV is pas aan de orde in aangenomen
Het Haarlemmerplein ligt tussen de projecten Binnenring en Meenemen naar fietsverbinding Haarlemmer Houttuinen. Met name de inpassing van de volgende planfase fietsverbinding Haarlemmer Houttuinen en de consequenties van maatregel 17 (Agenda Autoluw) zijn bepalend voor de nieuwe inrichting van het Haarlemmerplein. De toegenomen fietsstromen van en naar de Westbrug hebben ook invloed op de drukte in dit gebied. Bij genoemde nieuwe inrichting van het Haarlemmerplein e.o. dient hiermee rekening te worden gehouden. De uitvoering van de fietsverbinding Haarlemmer Houttuinen staat gepland na 2026. Bij verdere besluitvorming over de Haarlemmer Houttuinen wordt ook de invloed de Westbrug betrokken. Het verplaatsen van de PTA is randvoorwaardelijk voor de Niet overgenomen besluitvorming van de Westbrug en een ondiepe voetgangerstunnel. Op 16 februari 2021 heeft het college het Westerhoofd in de Coenhaven aangewezen als voorgenomen voorkeurslocatie voor de mogelijke verplaatsing van de PTA. Nader onderzoek naar de haalbaarheid en de financiering van de verplaatsing PTA wordt pas uitgevoerd indien de aanleg van een westelijke vaste oeververbinding (Westbrug of Voetgangerspassage) concreet aan de orde is. In dat kader zal het advies om een openbaar vervoerknooppunt in de buurt van de PTA te realiseren worden betrokken.
74
Oost
O3
Oost
O4
Oost
O5
aan bij de bestaande, en in de toekomst voorziene (fiets)routes en doorgaande verbindingen. Ook het uitgangspunt om de verbinding in te richten op het gebruik door het openbaar vervoer kan op steun rekenen van het DB, daar dit een meerwaarde zou bieden aan de bereikbaarheid van zowel de stadsdelen Oost en Noord. Daarnaast biedt deze verplaatsing ook kansen voor de verdere ontwikkeling voor de Kop van Java nu er op deze locatie geen aanlandingen voor een brug meer zijn voorzien. Het DB ondersteunt het voorstel om in plaats van de extra brug over de IJhaven het bestaande wegennet te verbeteren. Op het moment dat de doorstroming van het verkeer en de leefbaarheid in de buurt in gevaar komen en er wordt overgegaan op het oppakken van de uitwerking van deze brug over de IJhaven, vraagt het DB bijzondere aandacht voor de juiste inpassing gezien de gevolgen voor deze woonwijk en de transformatie van de rietlanden/oostelijke handelskade en vraagt dan ook financiële middelen te reserveren voor deze inpassing.
de volgende fase. De plannen en verdere invulling voor Kop van Java zijn geen onderdeel van de Sprong over het IJ.
Het college deelt de zorg van het stadsdeel en betrekt het stadsdeel graag opnieuw wanneer de inpassing in de volgende fase verder wordt uitgewerkt. Wanneer de raad in een volgende fase wordt gevraagd om in te stemmen met een investeringsbesluit voor de Oostbrug zal ook de noodzaak om financiële middelen te reserveren voor deze inpassing worden betrokken. In het kader van de aandachtspunten vanuit de publieke reacties op het advies van Het college onderschrijft dit aandachtspunt. De plek van aanlanding, commissie D’Hooghe, zou het DB de oproep om de integraliteit te bewaken extra het Azartplein, is per definitie een verbindende schakel waarin willen onderstrepen zodat deze nieuwe verbinding niet leidt tot een fysieke grens infrastructurele maar ook stedenbouwkundige en landschaps architectonische uitwerking randvoorwaarde is. De openbare ruimte is tussen het Java en KNSM eiland. de drager. Deze moet van betekenis zijn en goed en doordacht en integraal ontworpen worden. Zeker omdat de gebruiksintensiteit van deze plek (en dit geldt voor alle plekken van aanlanding) toeneemt. Het DB Oost zet vraagtekens bij de wenselijkheid voor meer ligplaatsen aan de De noodzaak om meer ligplaatsen te realiseren is reeds door RWS Sumatrakade. In het Oostelijk Havengebied zijn namelijk in het verleden onderzocht. In de volgende fase wordt dit verder uitgewerkt.
Daarbij spanningen ontstaan tussen de functies van het water (haven) en het land worden bewoners, belanghebbenden, de nautische partijen en de (wonen). Deze functies zijn vastgelegd in het Bestemmingsplan Oostelijk afspraken uit het convenant uit 2016 betrokken. In de NVU is de Havengebied Noord en de Watervisie Amsterdam 2040 (vastgesteld in september markering van een strekdam inclusief ligplaatsen als uitgangspunt 2016), als ook in de voorafgaande Watervisie Amsterdam, maar bij de genomen. De exacte invulling op het water is in de NVU niet nader uitgewerkt, en komt aan bod in de volgende fase. transformatie van het havengebied naar woongebied van het KNSMeiland is destijds vanuit de stedelijke ontwikkeling het uitgangspunt geweest dat het water, waaronder het open IJ, voor de bewoners een zeer belangrijke kwaliteit is (blauw is groen). Door de aanvraag van het Havenbedrijf Amsterdam en vergunningverlening door de bestuurscommissie Oost voor de bouw van drie steigers aan de Surinamekade voor grote binnenvaartschepen ontstond er een disbalans in het (toekomstige) gebruik van de functies.
Dit leidde tot een conflict tussen bewoners, de gemeente Amsterdam en het Havenbedrijf waarbij uiteindelijk besloten is om gezamenlijk en in consensus te zoeken naar een constructieve oplossing voor het ontstane probleem via een vaststellingsovereenkomst die in november van 2016 is bekrachtigd. Het DB zou daarom verzoeken om de vraag om meer ligplaatsen te realiseren goed te onderzoeken bij de diverse belanghebbenden om te voorkomen dat deze
Meenemen naar de volgende fase
Meenemen naar volgende planfase
(Deels) overgenomen en meenemen naar de volgende planfase
75
discussie opnieuw gaat spelen. Oost
O6
Oost
O7
Oost
O8
Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost vraagt om opnieuw te kijken naar de plannen van de Czaar Peterstraat in het licht van een oostelijke oeververbinding. Een intensivering van verkeer van scooters en fietsers op het traject van de Veemkade via het Rietlandpark naar de Czaar Peterstraat is niet gewenst. De Fred Petterbaan zou te smal zijn voor het aantal fietsers, maar er lijkt toch voldoende ruimte: er liggen bosjes, een fietspad, een voetpad en dubbele tramrails. Maak hier, net als in de Czaar Peterstraat, een enkel spoor van en je hebt ruimte genoeg. De voorstellen hebben grote impact op de verkeersveiligheid en woonkwaliteit van de woonomgeving.
Verkeersveiligheid van alle verkeerdeelnemers is een randvoorwaarde bij de verdere uitwerking van de toevoerroutes voor fiets en OV. Een aandachtspunt in deze is voldoende brede en verkeersveilige fietspaden voor fietsverkeer van/naar de bruggen. De huidige situatie en kwaliteiten in bestaande gebieden worden hierbij zo min mogelijk verstoord en betrokken bij de vormgeving en uitwerking. De Czaar Peterstraat is onderdeel van de Binnenring (geen onderdeel van Programma Sprong over het IJ), met meer ruimte voor comfortabel fietsen en goede doorstroming voor het OV. De fietsverbinding tussen Oostbrug en Binnenring wordt in de volgende fase verder uitgewerkt waarbij een zo optimaal mogelijke aansluiting op de nieuwe inrichting van de Czaar Peterstraat van belang is. De Fred Petterbaan is een belangrijke schakel in deze route en ook als route naar de tijdelijke pont naar het Zeeburgereiland. Wij zien kansen voor een nieuw éénrichtings fietspad aan de noordzijde van de trambaan en in afstemming met de omgeving maken wij hier in de vervolgfase schetsen van. De route Veemkade – Rietlandpark zien wij als minder kansrijk en wenselijk voor een goede aansluiting op de Binnenring. Het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Oost merkt op dat de in het advies genoemde Het spiegelen van de Haparandadam is een voorzet in het advies van commissie D’Hooghe en vergt verder onderzoek.
De dam is gedeeltelijk argument voor een dam als spiegelbeeld van de Haparandadam, voor de buurt niet relevant of overtuigend is. nodig voor toegang tot de brug, voor voetgangers. Qua hoofdmaatvoering (breedte ontsluitingsweg en armen) is het wel leidend. De definitieve vorm kan pas bepaald worden als gemeente, Rijkswaterstaat en Centraal Nautisch Beheer met het Inrichtingsplan en de vervolgstudie aan de slag gaan. Het is van belang om tijdens de vervolgstudie te onderzoeken of de aanlanding van de brug en een eventueel Kompaspark zoals door de Commissie is aangedragen op deze plek in te passen en of deze eventueel gecombineerd kunnen worden met het Kompaseiland. In de verkenningskaarten is om deze reden de gespiegelde dam als stippellijn aangeduid. In veel reacties van bewoners uit stadsdeel Oost worden zorgen geuit over de Het college begrijpt deze zorgt en heeft hier net als het stadsdeel verandering waar het Oostelijk Havengebied voor staat (en al gedeeltelijk aandacht voor. De verandering van leefomgeving in Oost wordt doorheen gaat) en de effecten daarvan op de leefbaarheid en (verkeers)veiligheid. expliciet meegenomen in de samenwerking tussen het gebiedsteam Ook het Dagelijks Bestuur van Stadsdeel Oost vraagt hier aandacht voor. Locaties van het stadsdeel en het projectteam en ook in de participatie.
Het die daarbij specifiek genoemd worden zijn Sporenburg, Rietlandpark, Azartplein, wordt ook een aandachtspunt in de verdere uitwerking van de Bogortuin en de Piet Heijnkade. Ook de extra ligplaatsen worden genoemd in de projecten, na het raadsbesluit. context van leefbaarheid.
Meenemen naar volgende planfase
(Deels) overgenomen en meenemen naar de volgende planfase
Meenemen naar volgende planfase
76
Oost
Oost
O9
Met betrekking tot de pontverbinding SluisbuurtSporenburg zijn veel zorgen over de inpassing in de omgeving, de effecten op leefbaarheid van Sporenburg en de verkeersknelpunten aldaar. Er worden alternatieve aanlandingslocaties voorgesteld, zoals bij de Verbindingsdam, ten noorden van of bij Azartplein, bij Kompaseiland of juist westelijker – dichter bij de Piet Heintunnel. Het Dagelijks Bestuur van Stadsdeel Oost vraagt ook aandacht voor het beslag op de Ertskade waar de afgelopen periode land is gemaakt voor meer openbare ruimte. Het Dagelijks Bestuur onderschrijft de noodzaak voor een verbinding met Zeeburgereiland. Ze adviseren zo snel mogelijk te starten met de tijdelijke pontverbinding, zodat ervaring opgedaan kan worden en eventuele aanpassingen gedaan kunnen worden voor de definitieve verbinding. Anderzijds vinden ze de onderbouwing voor een pontverbinding onvoldoende en roept het stadsdeelbestuur op om toch een vaste oeververbinding tussen Sluisbuurt en Sporenburg te realiseren. Daarnaast merken zowel het Dagelijks Bestuur als bewoners van het Oostelijk Havengebied op dat de klankbordgroep Zeeburgereiland al veel inzichten heeft vergaard m.b.t. een fietsverbinding naar de Sluisbuurt. Geadviseerd wordt deze inzichten te gebruiken in de vervolgtrajecten.
O10 Het Dagelijks Bestuur stadsdeel Oost ziet een grote kans in het verbreden van de Amsterdamsebrug voor verbetering van de fietsverbindingen en een robuustere ontsluiting voor het openbaar vervoer van IJburg. In de reacties wordt het verbeteren van de brug o.a. als kans gezien: de brug kan fietsvriendelijk gemaakt worden met brede fietspaden. Een uitdaging is om veilige voetgangersverbindingen te realiseren. Er zijn zorgen over de verkeersveiligheid in de tijdelijke situatie bij de aanpak van de brug.
Noord
N1
Het Dagelijks Bestuur stadsdeel Noord vindt het fijn dat er na een lange tijd van heroverweging stappen worden gezet om ‘de Sprong’ echt te nemen.
Noord
N2
Gezien de ontwikkeling van Noord verwacht het stadsdeel Noord dat het tempo erin blijft. Zij wil dan ook benadrukken dat het noodzakelijk is dat er in een groeiend stadsdeel zo snel mogelijk meer verbindingen voor voetgangers en fietsers moeten komen over (of onder) het IJ.
Op basis van het advies van de commissie D’Hooghe en de uitgevoerde variantenstudies heeft het college besloten de planvorming voor een vaste oeververbinding tussen Sluisbuurt en Sporenburg te stoppen. In plaats daarvan komt er een (tijdelijke) pontverbinding en wordt de verbinding via de Amsterdamsebrug verbeterd. Volgens planning zal de tijdelijke pontverbinding vanaf de herfst van 2022 gaan varen voor een periode van zeven jaar. In die periode zal onderzocht worden of en hoe een definitieve pontverbinding haalbaar is. Beide projecten zijn onderdeel van programma Bereikbaarheid Zeeburgereiland en IJburg. Hier vindt afstemming mee plaats.
Wordt meegenomen in Programma Bereikbaarheid Zeeburgereiland en IJburg
Het college heeft in haar reactie op het advies van de commissie aangegeven dat het voorstel voor het verbeteren van de fietsverbinding via de Amsterdamsebrug wordt overgenomen. De uitwerking vindt plaats in het kader van het Programma Bereikbaarheid Zeeburgereiland en IJburg. In 2022 onderzoekt het project Verbinding Zeeburgereiland (onderdeel van programma) welke maatregelen precies nodig zijn om de fietsroute via de Amsterdamsebrug geschikt te maken voor het toenemende aantal fietsers van en naar Zeeburgereiland en IJburg. De onderzochte varianten zijn opgenomen in de Notitie Reikwijdte & Detailniveau (NRD) van dit project. Verwacht wordt dat begin 2023 een besluit wordt genomen over de te realiseren voorkeursvariant. Het college beaamt dit.
Wordt meegenomen in Programma Bereikbaarheid Zeeburgereiland en IJburg
Het college zal op basis van de Actualisatie Nota van Uitgangspunten een geactualiseerd Uitvoeringsprogramma opstellen waarin opgenomen een meerjarig financieringsperspectief en een uitvoeringsplanning en – fasering voor de oeververbindingen. Op basis van het geactualiseerde uitvoeringsprogramma kunnen voor één of meerdere oeververbindingen projectorganisaties worden ingericht. Dit hangt mede af van de prioritering van het nieuwe college na de verkiezingen.
Overgenomen
Voor kennisgeving aangenomen
77
Noord
N3
Noord
N4
Noord
N5
Het stadsdeel maakt zich zorgen over het tempo dat gedurende de inspraakperiode is ingezet betreffende een voorkeursaanlanding van de Westelijke brug. Zij vindt een spoedig principebesluit over aanleg van de brug belangrijk, maar om te komen tot een voorkeursaanlanding, moet een zorgvuldige afweging worden gemaakt van alle ruimtelijke, economische en vervoerskundige aspecten.
Het college begrijpt de zorg van het stadsdeel. De afgelopen maanden is er een inpassingstudie NDSM uitgevoerd, om de mogelijke inpassing van de aanlanding in NDSM verder te onderzoeken. De uitkomsten van dit onderzoek hebben er toe geleid dat het college een voorkeur uitspreekt voor een aanlanding voor een gecombineerde OV/ fietsbrug over het Kraanspoor. Voor de aanlanding van een brug zonder OV blijft het Hellingpark ook mogelijk. Deze mogelijke aanlandingsgebieden zijn opgenomen in een kaart waarin het Verkenningsgebied voor de brug is opgenomen. In de volgende fase wordt de inpassing verder onderzocht en zal een keuze worden gemaakt voor een definitieve variant. Het stadsdeel en de belanghebbenden in NDSM worden betrokken bij de verdere uitwerking. Hierbij wordt een zorgvuldige afweging gemaakt tussen ruimtelijke economische en vervoerskundige aspecten. Kansen OV De stadsdeelcommissie Noord ziet een meerwaarde in de optie om de Het college hecht er net als het stadsdeel waarde aan dat bij de keuze bruggen toegankelijk te maken voor OV. Deze extra OVverbindingen moeten voor OV over de Westbrug ook de bereikbaarheid voor inwoners en ook ten goede komen aan de bewoners die verder van het IJ af wonen of ten gebruikers die verder van het IJ en de bruggen wonen, goed wordt minste geen nadeel voor hen opleveren. Zoals eerder voor sommige bewoners wel meegenomen.
is gebeurd na aanleg NoordZuidlijn. Bruggen met OV zorgen er voor dat er nieuwe verbindingen ontstaan tussen bestaande en nieuwe buurten en wijken op beide oevers. In de eindsituatie en in het hoge scenario zijn er rond de 30.000 OVreizigers. Dit zijn deels nieuwe reizigers vanwege gebiedsontwikkelingen zoals HavenStad en deels reizigers voor wie de meer gestrekte OVroutes over de bruggen aantrekkelijker zijn dan de huidige verbindingen (zoals de Noord/Zuidlijn of bus 36 door de Coentunnel). Bijvoorbeeld reizigers met het OV tussen Molenwijk en de westelijke binnenstad reizen nu via station Sloterdijk of het Centraal Station en kunnen in de toekomst met een bus (of tram) over de Westbrug reizen. De keuze voor het nieuwe systeem op de HOV ZaanIJ (de OVverbinding over de Johan van Hasseltweg, de Klaprozenweg en de Cornelis Douwesweg naar Zaanstad) is bepalend voor de keuze tram en/of bus over de bruggen. De afweging ten aanzien van OV wordt pas in de volgende fase gemaakt, bekostiging speelt hierbij een rol. Zie bovenstaand antwoord. Kansen OV Stadsdeelcommissie Noord steunt het voorstel om de nieuw gesitueerde bruggen over het IJ uit te rusten voor gebruik door zowel langzaam verkeer als OV.
Meenemen naar volgende planfase
Meenemen naar volgende planfase
Voor kennisgeving aangenomen
78
Noord
N6
Ondersteuning van het advies van de commissie om rond dit pakket een integrale visie op het IJ te ontwikkelen en een projectbureau in te stellen. Dat maakt het mogelijk om langjarig te sturen op planning en samenhang van zowel vaste verbindingen, veerverbindingen als daarop aan te sluiten of te verbeteren routes. Wij vinden de NvU op deze punten onvoldoende uitgewerkt.
Het college erkent de noodzaak tot een integrale sturing en visie op de IJoeververbindingen. Vanuit programma Sprong over het IJ wordt hierbij nauw samengewerkt en afgestemd met het Programma Veren en de andere programma’s en projecten uit het Inrichtingsplan van de commissie D’Hooghe.
Wij adviseren om bij actualisering van het raadsbesluit Sprong over het IJ 2017, het rapport van de commissie D’Hooghe duidelijker te volgen op de volgende punten: Combinatie voetganger, fiets én OV op de 2 bruggen; ‐ In het eindbeeld voorzien in een verensysteem dat op de binnenflanken van het IJ een fijnmazig fietsnetwerk aan weerszijden ondersteunt; ‐ Verbindingen benaderen vanuit integrale visie op het IJ: neem een hernieuwd besluit over het volledige pakket (vaste verbindingen, veerverbindingen en gerelateerde ruimtelijke opgaven); ‐ Integrale, projectmatige aansturing van het pakket: neem in de besluitvorming op dat een projectorganisatie de regie voert over planning en uitvoering.
Het Voorkeursbesluit dat door het college ter besluitvorming wordt aangeboden heeft uitsluitend betrekking op het actualiseren van het voorkeursbesluit uit 2017 ten aanzien van de vaste oeververbindingen op en onder het IJ (Oost en Westbrug en de voetgangerstunnel). In paragraaf 1.4 van de Actualisatie Nota van Uitgangspunten is de afbakening van de Actualisatie toegelicht. In de afbeelding is schematisch weergegeven hoe de verschillende opgave zich tot elkaar verhouden. Overkoepelend vindt er een regie plaats op de inrichting van de Rijkswateren in Amsterdam die worden opgenomen op een kaart “Inrichtingsplan” waarin alle besluiten zijn opgenomen. Het door commissie D’Hooghe opgeleverde concept ‘Inrichtingsplan Rijkswateren Amsterdam’ wordt door Rijk, partners (Provincie, Vervoerregio, Port of Amsterdam, Centraal Nautisch Beheer) en Gemeente Amsterdam gezamenlijk regelmatig bijgewerkt op basis van ontwikkelingen en besluiten in projecten die binnen de grenzen van de Rijkswateren in Amsterdam vallen. Op basis van de kaart van het Inrichtingsplan is een integrale regie op de samenhang van alle projecten mogelijk. Het college neemt het advies op de integrale, projectmatige aansturing ter harte.
In de besluitvorming is opgenomen om op basis van de Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ een geactualiseerd Uitvoeringsprogramma op te stellen waarin opgenomen een meerjarig financieringsperspectief en een uitvoeringsplanning voor de oeververbindingen. Het college vindt het ook belangrijk om bewoners en belanghebbende goed te betrekken bij de verdere uitwerking. In de volgende fase wordt een keuze gemaakt ten aanzien van verschillende varianten binnen het verkenningsgebied. Hierbij is de kennis en kunde van de belanghebbenden uit het gebied van groot belang. Hiertoe zal een participatieplan worden opgesteld, mogelijk in samenspraak met belanghebbenden. De bekostiging van de vaste oeverbindingen wordt in de volgende fase uitgezocht. Dan wordt ook besloten of er wel of geen OV over de bruggen komt.
Noord
N7
Participatie Verder adviseert stadsdeel Noord aanvullend over participatie rond uitwerking en inpassing van de verbindingen: Betrek bewoners en belanghebbenden goed bij de uitwerking van elke verbinding of ruimtelijk plan en stel daarbij steeds als eerste stap gezamenlijk een participatieplan op.
Noord
N8
Kansen OV Wat de twee bruggen betreft vindt stadsdeel Noord een brug zonder OV dan ook geen optie. Gezien de ervaring met de NoordZuidlijn, waardoor de OVbereikbaarheid van sommige wijken verslechterde, vinden wij het overigens wel van belang dat bewoners die verder van het IJ af wonen van deze extra OV
Niet overgenomen
Meenemen naar de volgende planfase.
Meenemen naar de volgende planfase
79
verbindingen meeprofiteren.
Noord
Noord
Noord
Noord
N9
Participatie Binnen de ruimtelijke bandbreedte van gemaakte afspraken over de Westbrug met Rijkswaterstaat, lijkt het dat alleen aanlanding ten oosten van het Kraanspoor een haalbare optie zou zijn. Wij begrijpen dat aanlanding op het NDSMterrein problematisch is. Het gebied is immers al volop in ontwikkeling. Maar wij vinden dat ook bij een eventuele aanlanding langs het Kraanspoor een zorgvuldige afweging, in samenspraak met belanghebbenden in het gebied (bewoners, ondernemers en school), voorop moet staan. N10 Stadsdeel Noord adviseert om ten aanzien van inpassing van de westelijke brug in Noord in ieder geval een integrale afweging te maken van ruimtelijke, economische en vervoerskundige aspecten, waaronder ook: ruimtelijke kwaliteit, verkeersveiligheid en toegankelijkheid.
N11
Het is goed dat in de NvU bij de brugprofielen aandacht wordt besteed aan de plaats van de voetganger en de toegankelijkheid voor de voetganger. Dat vindt stadsdeelcommissie Noord overigens ook een belangrijk ontwerpcriterium voor de voetgangerstunnel. N12 In verband met toegankelijkheid voor fietsers adviseerde Noord naar aanleiding van het rapport D’Hooghe om nog eens goed met Rijkswaterstaat te overleggen over de minimale doorvaarthoogte. Die wordt gesteld op 12.50 meter, terwijl dit in 2017 was gesteld op 11.35 meter. De NvU geeft aan dat met de brugdikte meegerekend, de feitelijke hoogte zelfs op 14 meter komt te liggen. Wij zijn daarom blij te horen dat in overleg met Rijkswaterstaat bij de constructieve uitwerking per brug nader kan worden bepaald of een lagere doorvaarthoogte in de range tussen beide genoemde maten gewenst is. Toegankelijkheid is daarbij wat ons betreft een belangrijk criterium.
Meenemen naar de Voor het bepalen van de precieze aanlandlocatie bestaan op dit volgende planfase moment er nog twee verschillende mogelijkheden waarbij er veel samenhang is met de aansluitingen op het bestaande (en nieuwe) fiets en OV netwerk in dit deel van de stad. Dit gebeurt in nauw overleg met de buurt en de betrokken partijen.
Voor het bepalen van de precieze aanlandlocatie bestaan op dit moment er nog twee verschillende mogelijkheden waarbij er veel samenhang is met de aansluitingen op het bestaande (en nieuwe) fiets en OV netwerk in dit deel van de stad. Zie hiertoe de verkenningskaart van de Westbrug in de NVU. De inpassing is per definitie een afweging tussen de hier genoemde belangen. Het college erkent dit en dit zal in de volgende fase als dit aan de orde is nader worden uitgewerkt.
Voor kennisgeving aangenomen.
Meenemen naar de volgende planfase
Niet overgenomen Het college erkent dat toegankelijkheid een belangrijk criterium is. Toegankelijkheid kan worden gewaarborgd, ook bij een doorvaarthoogte van 12.5 meter. Met een doorvaarthoogte van 12,5 meter doorvaarthoogte ten opzichte van de maatgevende hoogwaterstand (MGW) kunnen de bruggen de vlotte en veilige doorstroming van het scheepvaartverkeer goed faciliteren. (Lege) 4 laags highcube containers kunnen dan onder de brug doorvaren, zonder dat de stuurhut hoeft te zakken (wat het zicht belemmert). Ter bevordering van het fietscomfort hebben de hellingbanen een stijgingspercentage van gemiddeld maximaal 2,7%. Dit is in lijn met de nationaal geldende richtlijnen van CROW. De hellingbaan bestaat uit hellende delen met ertussen twee vlakstanden van 25 meter lang. Een vergelijkbare hellingbaan is die van de Nesciobrug aan noordzijde, naar de Diemerdijk toe. Het is niet aan de orde dat er een lagere doorvaarthoogte wordt aangehouden. Uitgangspunt is 12,50 meter doorvaarthoogte. Hiervan kan alleen worden afgeweken als aantoonbaar is dat deze hoogte leidt tot onmogelijkheden bij de aanlanding (de ‘ondergrens’ is dan 11.35 meter conform het advies), maar de inpassingsstudies laten vooralsnog
80
zien dat dit niet het geval is.
Noord
N13
Noord
N14
Noord
N15
Noord
N16
Noord
N17
Sluit de bruggen logisch aan op de fietsverbindingen in Noord richting de verschillende wijken en naar Zaandam. Staar je niet blind op de fietsring.
Het college beaamt dit. Een deel van de fietsers is gericht op de gesloten fiets en OV binnenring in Noord (Johan van Hasseltweg, Mosplein, Papaverweg, NDSMstraat) maar een aanzienlijk deel is ook gericht op diverse andere windrichtingen. Vandaar dat het essentieel is dat de aanlandplekken goed aansluiten op een bredere fietsnetwerk in Noord dank enkel de binnenring. Op dit moment hebben wij zicht op de potentiële toevoerroutes en de aandachtspunten hierbij. In de volgende fase werken we deze routes verder uit in afstemming met de omgeving en andere betrokken partijen zoals de Fietsersbond. De doelgroepen van de bruggen zijn voetgangers, fietsers (incl. e Maak de bruggen ook toegankelijk voor hulpdiensten. (Met het oog op de ruimtelijke impact van de aanlandingen vragen wij u om te onderzoeken of de bikes), bromfietsers (incl. snorfietsen en speed pedelecs), openbaar bereikbaarheid voor noodhulpdiensten te realiseren is bij een profielbreedte van vervoer en nood en hulpdiensten. Het advies van de commissie D’Hooghe geeft als profiel voor de bruggen een maatvoering aan van 17 17 meter, uitgaande van medegebruik van de OVbaan.) meter vrije breedte. Maar in de Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing wordt gerekend met een profiel van 21,5 meter. Dit profiel biedt ook ruimte aan het gebruik door nood en hulpdiensten.
Onderzoek of de voetgangerstunnel ook toegankelijk kan worden voor fietsers die In de definitieve Nota van Uitgangspunten wordt aangegeven dat de de fiets aan de hand nemen. optie ‘fiets aan de hand’ afhankelijk is van nader uit te voeren haalbaarheidsonderzoeken in de volgende planfase. Deze onderzoeken betreffen bijvoorbeeld de organisatie en maatvoering van de ontsluiting, de veiligheid bij de stijgpunten, de breedte en indeling van de tunnel, waarmee veiligheid en doorstroom voor de fiets ‘aan de hand’ onderzocht kan worden. Maak de voetgangerstunnel toegankelijk voor mensen met een beperking. Voor voetgangers en mensen met een beperking zullen er trappen en liften komen op beide oevers. Deze stijgpunten zullen zo dicht mogelijk bij het hoogste punt van de bruggen liggen en vragen om een goede, prettige en veilige inpassing vanuit de openbare ruimte. Advies om de dit jaar geactualiseerde ‘Update Nota Veren’ te betrekken bij De samenwerking met programma Veren en GVB Veren is al opgezocht hernieuwde besluitvorming door de raad en ook in de toekomst verband te blijven ten tijde van het uitwerken van het advies . Ook bij de uitwerking van leggen tussen de realisatie van vaste verbindingen en de ontwikkeling van de de NvU is hierin samen opgetrokken. veren.
Meenemen naar volgende planfase
Overgenomen
(Deels) overgenomen en meenemen naar de volgende planfase
Overgenomen
Overgenomen
81
Noord
N18
Houd de capaciteit van alle veren in de gaten en stel de frequentie tijdig bij.
De capaciteit van de veren wordt gemonitord vanuit programma Veren. Zie hiervoor ook de beantwoording op vraag 27 in de Nota van Antwoord.
Wordt meegenomen in Programma Veren.
Noord
N19
Specifiek voor de Buiksloterwegveer wil de commissie meegeven dat frequentie voorop moet staan bij deze veer en dit leidend moet zijn.
De frequentie van de veren wordt bepaald vanuit programma Veren.
Wordt meegenomen in Programma Veren.
Noord
N20
Stadsdeelcommissie Noord ziet graag twee veren indicatief toegevoegd op de locatie van de twee vervallen vaste verbindingen uit het raadsbesluit Sprong over het IJ van 2017. En adviseert onderzoek te doen of er een (extra) veerverbinding tussen Buiksloterham (Distelweg) en Stenenhoofd kan worden gerealiseerd om de (toekomstige) bewoners van Buiksloterham te faciliteren en NDSM en Buiksloterweg te ontlasten. N21 Geef voorrang aan fietsend en lopend woon/werkverkeer ten opzichte van recreatieve zeilers (staande mast route). Beperk daarom het aantal momenten dat de bruggen opengaan en maak daar vaste tijden van zodat reizigers er van te voren rekening mee kunnen houden. De stadsdeelcommissie vindt te vaak openstellen van de brug te belemmerend voor doorstroming van fietsers en voetgangers.
De onderzoeken naar nieuwe verbindingen worden opgepakt vanuit programma Veren.
Wordt meegenomen in Programma Veren.
Noord
Noord
N22
Stadsdeelcommissie Noord adviseert vaart achter realisatie voetgangerstunnel te zetten omdat dit punt de drukste oversteek van het IJ is.
Meenemen naar de Bediening (wie er bedient), bedieningsregime (de openingstijden en volgende planfase wijze van aanmelden voor een opening van de brug) en bedieningscyclusduur (hoeveel tijd er tussen een opening zit) zijn van belangrijke invloed op de afwikkeling van het verkeer op het water en op het land. Er zijn op dit moment nog geen afspraken gemaakt over de toekomstige bediening van de Oost en Westbrug. De gemeente zal samen met IenW en RWS in de volgende fase afspraken maken over de bediening van de bruggen, op basis van onder andere doorstroming van weg en waterverkeer, veiligheid op water en land, en bedieningskosten. CNB, PoA en andere belanghebbenden zullen hierbij betrokken worden. De realisatie van een tunnel op het centrale deel van het IJ, ter hoogte Niet overgenomen het huidige Buiksloterwegveer en IJpleinveer, is niet om het doorgaande fietsverkeer verder te faciliteren, maar bedoeld voor lokaal voetgangersverkeer. De realisatie van deze voetgangerstunnel kent een fysieke afhankelijkheid met huidige aanwezigheid van de PTA. De tunnel kan veel minder diep worden aangelegd, wat veel minder kostbaar is, als er geen zeecruiseschepen met hun bijbehorende diepgang meer hoeven te passeren.
Dit, in combinatie met de hiervoor genoemde ruimtelijke en bereikbaarheidsoverwegingen, leidt ertoe dat de voetgangerstunnel op het centrale deel van het IJ pas in voorbereiding wordt genomen nadat besluiten over de bruggen zijn genomen.
82
Noord
N23
De stadsdeelcommissie Noord adviseert om meer (bestuurlijke) prioriteit te geven aan het verplaatsen van de PTA en de start van de Westbrug. Niet eerst de Oostbrug en dan de Westbrug, maar aan beide kanten starten met wat nodig is om de bruggen en tunnel te realiseren. Amsterdammers en Noorderlingen in het bijzonder hebben lang genoeg gewacht op vaste verbinding tussen Noord en de rest van de stad.
Noord
N24
IJbaan: Stadsdeel Noord ziet de IJbaan als welkome, aanvullende fiets en OV verbinding in het toekomstige HavenStad. Niet als alternatief voor OV op de westelijke brug. Nu het college 14 oktober 2021 een voorkeur heeft aangegeven om de aanlanding van de westelijke brug verder in westelijke richting op te schuiven, vraagt het stadsdeel zich af welk effect dit heeft op de IJbaan. Zij adviseert ook dit te betrekken bij de totaalafweging over de aanlanding van de Westelijke brug.
Na de inspraakronde en de beantwoording van alle reacties neemt de gemeenteraad begin 2022 een voorkeursbesluit. Pas als dat er is kan er een projectorganisatie worden opgericht, op aanwijzing van het nieuwe college. Dat zal naar verwachting als eerste gebeuren voor de Oostbrug, omdat voor de Westbrug en de ondiepe tunnel eerst de Passenger Terminal Amsterdam (PTA) voor de cruiseschepen moet verhuizen. Het is echter aan het nieuwe college om richting te geven aan de planning van het inrichtingsplan IJ. De inzet is dat zij hiertoe een uitvoeringsprogramma opstelt waarin fasering, financiering en planning van het programma Sprong over het IJ aan de orde komt. Een uitkomst hiervan zou kunnen zijn dat de bruggen gelijktijdig worden voorbereid. De drie nieuwe vaste oeververbindingen en de kabelbaan kunnen goed samengaan. Verkeersonderzoek heeft aangetoond dat de kabelbaan van betekenis kan zijn voor het netwerk in dit deel van de stad. Er is wel een wisselwerking met de Westbrug want zonder kabelbaan trekt deze brug ca. 2.000 reizigers meer. Een Westbrug met OV trekt ook beduidend meer reizigers en draagt bij aan meer gestrekte OVroutes over langere afstand. Tegelijk kan de kabelbaan weer een andere groep OVreizigers bedienen, bijvoorbeeld reizigers die hun bestemming in de Minervahaven hebben of (nieuwe) overstappers op metrostation Isolatorweg.
Nu het zoekgebied van de aanlanding van de Westbrug in de NDSMwerf is uitgebreid met Kraanspoor, hebben de initiatiefnemers (Stichting IJbaan) en de gemeente afgesproken om de onderlinge invloed hiervan de onderzoeken. Dit wordt begin 2022 opgepakt en de uitkomst hiervan is onderdeel in de finale afweging van de opties qua aanlanding op deze plek.
Ter kennisgeving aangenomen
Meegeven aan Programma Haven Stad
83
Noord
N25
Met het nemen van een nieuw, nu ook door externe partners gedragen Voorkeursbesluit, wordt nog geen besluit wordt genomen over financiering van het pakket van verbindingen over het IJ. Het stadsdeel begrijpt dat een volgend college hier verdere stappen in moet zetten. Maar het gaat bij deze actualisering om forse investeringen in verbindingen die essentieel zijn voor de groeiende reizigersstromen en voor verstedelijking langs de Zaan en het IJ. Daarom verwacht zij dat bij dit Voorkeursbesluit toch een heel globaal meerjarig financieel perspectief kan worden geschetst van hoe Amsterdam dit in samenwerking met andere overheden zou kunnen realiseren.
De financiële ruimte bij de gemeente is in deze tijd beperkt. Er zijn veel nieuwe ambities op het gebied van wonen en mobiliteit en er zijn veel verplichtingen op het gebied van het onderhoud aan de bestaande stad.
Voor kennisgeving aangenomen
Het is daarom, zonder politieke richting over prioriteiten, op dit moment nog niet mogelijk om meerjarig beslag te leggen op gemeentelijke middelen. Met het Rijk is wel overeenstemming over het advies van de commissie D’Hooghe, maar er is nog niet gesproken over medefinanciering. Wel zijn de middelen die gereserveerd waren voor de Javabrug in het Meerjaren Investeringsplan van de gemeente nog beschikbaar voor de Oostbrug. Daarnaast heeft de Vervoerregio Amsterdam haar toezegging om mede te financieren gehandhaafd. De gemeente gaat in de volgende fase op zoek naar aanvullende financieringsmogelijkheden.
84