6. Was wordt-document.pdf
Tekst van het document
Weesp wordt bediend door een regionaal OV-netwerk, met een spoorverbinding en buslijnen die Weesp verbinden met verschillende steden en gebieden, zoals Muiderpoort, Naarden, Bussum, Amsterdam Zuidoost en het buitengebied ten zuiden van de stad. Er is een duidelijke vraag naar verbeterde ov-verbindingen en meer toegankelijkheid, mogelijk door nieuwe mobiliteitsconcepten, zoals deelmobiliteit. Het is denkbaar dat Weesp in de toekomst een tweede station krijgt voor een sprinter of lightrailverbinding vanuit Amsterdam. Aan de Hogeweyselaan
Pagina
Was
Wordt kan het station Weesp-West goed bedienen. Door de ligging aan de hoofdontsluitingsweg kan dit station de P+R-functie van het huidige station Weesp overnemen, waardoor het zich nog meer kan richten op stedelijke functies. De plannen voor een spooruitbreiding rond Weesp van zes naar acht sporen (OV-SAAL) zijn daarentegen van de baan, waardoor er ruimtelijke reserveringen vrijvallen. Hiervoor kunnen nu plannen worden gemaakt. Net als de stadsdelen kent Weesp specifieke opgaven vanwege klimaatverandering. De polders en het westelijk deel van Leeuwenveld, én grotere delen van de bebouwde omgeving zoals rondom het sportcomplex Papelaan, bedrijventerrein Noord en de golfbaan zijn gevoelig voor wateroverlast. Een andere opgave is de ontwatering van veen. Ontwatering van veen veroorzaakt bodemdaling, CO2-uitstoot, verontreinigd water en infrastructuurproblemen. Tegelijkertijd maken hoge waterpeilen landbouw moeilijker. In Weesp zijn enkele veengronden veranderd in natuurgebieden. Het streven is naar een drooglegging van 60 cm, met lagere bodemdaling en CO2-uitstoot door kleibedekking. Er wordt gezocht naar landbouwmethoden met minder CO2uitstoot. Aandacht voor het buitengebied is belangrijk in Weesp. Het buitengebied is van grote waarde. Het kent een rijke historie en heeft zich weten te ontwikkelen tot een gebied met meerdere functies.
Het is productielandschap voor agrarisch ondernemers en recreatief landschap voor rust en ruimtezoekers. Het heeft een waterbergende functie en kent hoge ecologische eigenschappen. Bij ontwikkeling is behouden van de agrarische identiteit het uitgangspunt, evenals behoud van de kenmerkende openheid, plus het zichtbaar en herkenbaar maken van de ontstaansgeschiedenis. Dat verhoogt de cultuurhistorische waarde en beleving. Om agrariërs en andere belanghebbenden in het landelijk gebied een wenkend toekomstperspectief te bieden wordt de komende tijd een werkprogramma uitgewerkt. Hierbij moet aandacht zijn voor het mogelijke realiseren van kleinschalige verblijfsrecreatie in het buitengebied van Weesp om de landbouwtransitie te faciliteren. Waar de gemeente Amsterdam kringlooplandbouw ambieert, geldt voor Weesp dat de nadruk ligt op multifunctionele landbouw. Evenals in de rest van Amsterdam wordt het bestaande groen in Weesp – binnen- en buitenstedelijk – beschermd. In afwachting van nieuw vast te stellen gemeentebreed groenbeleid na het Burgerberaad Groene Stad, vindt bescherming plaats op grond van beleid van de voormalige gemeente Weesp en het omgevingsplan. De energietransitie in Weesp zal vooral plaatsvinden door individuele oplossingen, zoals isolatie en toepassing van warmtepompen.
Oplossingen in de bestaande bouw moeten bij voorkeur plaats vinden op natuurlijke momenten, zoals verhuizingen of grootschalige renovaties. Als er een
Pagina
140 140
141
Was
Wordt warmtenet wordt aangelegd, dan zijn er verschillende mogelijke warmtebronnen: bedrijventerrein Noord (met daarop de RWZI), de chemische installaties van Abbott en het te ontwikkelen datacenter. De toename van het elektriciteitsverbruik vraagt om uitbreiding van het onderstation in de Aetsveldsepolder. Ook wordt gezocht naar een locatie voor een tweede onderstation. Er is geen ruimte voor windturbines op het grondgebied van Weesp. Het zoekgebied voor windturbines is beperkt tot het buitengebied van Driemond aan de overzijde van het Amsterdam-Rijnkanaal. De ruimte voor zonnepanelen moet vooral op daken of boven parkeerplaatsen worden gevonden.
Belangrijkste elementen op de stadsdeelkaart • Om de barrièrewerking van het spoor te verminderen wordt gezocht naar nieuwe verbindingen onder het spoor. • De Weesper bedrijventerreinen worden gemoderniseerd en verdicht, maar in hun functie beschermd om voldoende werkgelegenheid te blijven bieden. • Het bestaande onderstation in de Aetsveldsepolder wordt in de toekomst uitgebreid om netcongestie te voorkomen. • Bedrijventerrein Noord (met daarop de RWZI), Van Houten, de chemische installaties van Abott en het te ontwikkelen datacenter zijn mogelijke warmtebronnen voor een eventueel warmtenet in Weesp. • Om het fietsnetwerk in Weesp te verbeteren zijn een aantal ontbrekende schakels in het fietsnetwerk geïdentificeerd, met name tussen het centrum en Weespersluis en Aetsveld. • De sportparken in Weesp worden waar mogelijk geïntensiveerd, om voldoende ruimte te bieden aan Weespers om te sporten. • De buitengebieden van Weesp zijn aandachtsgebieden voor het zoveel als mogelijk voorkomen van negatieve effecten van bodemdaling. 9. Een samenhangende en adaptieve fasering Met deze fasering geven we vanaf het begin invulling aan de strategische keuze voor Met deze fasering geven we vanaf het begin invulling aan de strategische keuze voor meerkernige meerkernige ontwikkeling. Rondom de stedelijke centra Osdorpplein, Amsterdamse Poort, ontwikkeling.
Rondom de stedelijke centra Osdorpplein, Amsterdamse Poort, Buikslotermeerplein en in verschillende stationskwartieren bouwen we aan nieuwe stedelijke Buikslotermeerplein en in verschillende stationskwartieren bouwen we aan nieuwe stedelijke kwaliteit en realiseren we stedelijke voorzieningen, zoals een nieuw theater De Meervaart en kwaliteit en realiseren we stedelijke voorzieningen. een bibliotheek in Zuidas. Oplevering infrastructuur Oplevering infrastructuur • Hov Zaan-IJ • Hov Zaan-IJ Busverbindingen vanaf metrohaltes Noorderpark en Noord richting Zaandam. Busverbindingen vanaf metrohaltes Noorderpark en Noord richting Zaandam. • Hov IJburg • Hov IJburg
Pagina
141
155 156 156
Was Gekoppelde trams tussen Centraal Station en IJburg II. Volwaardige ov-verbinding IJburgAmsterdam-Oost. • Snelle busverbindingen Met omliggende kernen, waarmee we met relatief lage kosten betrouwbare, snelle en hoogfrequente verbindingen tussen stad en regio creëren. • Eerste brug over het IJ • Investeringen in NS-stations en omgevingen Lelylaan, Zuid, Amstel, Sloterdijk, Bijlmer ArenA om betere spreiding van treinreizigers mogelijk te maken. Oplevering infrastructuur • Zuidasdok Ondergronds brengen van de A10-Zuid en capaciteitsuitbreiding Station Zuid. • Metro Ringlijn sluiten Isolatorweg-Centraal Station Aansluiten van de oostbuis op doorgetrokken Ringlijn. Maakt een intensievere bediening van de Oostlijn en de Ringlijn mogelijk en ontsluit ontwikkellocaties in Haven-Stad. • Metro Noord/Zuidlijn verlengen naar Hoofddorp Ontlasten intercityknoop Schiphol en spoor, waardoor ruimte voor meer intercity’s en internationale treinen ontstaat. Nieuwe halte bij Schinkelkwartier/SADC-strook langs de A4 maakt ontwikkelingen hier mogelijk. • Metro IJmeer Aansluiting van Almere op het Amsterdamse metronet ontsluit nieuwe ontwikkellocaties aan de westzijde van Almere en ontlast het nationaal spoor tussen Almere en Amsterdam. • Tweede brug • Hov Zaan-I Eventuele ombouw van de zuidelijke busverbinding over de Klaprozenweg tot hoogwaardige, snelle bus of gekoppelde sneltram.
Wordt Gekoppelde trams tussen Centraal Station en IJburg II. Volwaardige ov-verbinding IJburgAmsterdam-Oost. • Snelle busverbindingen Met omliggende kernen, waarmee we met relatief lage kosten betrouwbare, snelle en hoogfrequente verbindingen tussen stad en regio creëren. • Investeringen in NS-stations en omgevingen Lelylaan, Zuid, Amstel, Sloterdijk, Bijlmer ArenA om betere spreiding van treinreizigers mogelijk te maken.
Oplevering infrastructuur • Zuidasdok Ondergronds brengen van de A10-Zuid en capaciteitsuitbreiding Station Zuid. • Metro Ringlijn sluiten Isolatorweg-Centraal Station Aansluiten van de oostbuis op doorgetrokken Ringlijn. Maakt een intensievere bediening van de Oostlijn en de Ringlijn mogelijk en ontsluit ontwikkellocaties in Haven-Stad. • Metro Noord/Zuidlijn verlengen naar Hoofddorp Ontlasten intercityknoop Schiphol en spoor, waardoor ruimte voor meer intercity’s en internationale treinen ontstaat. Nieuwe halte bij Schinkelkwartier/SADC-strook langs de A4 maakt ontwikkelingen hier mogelijk. • Metro IJmeer Aansluiting van Almere op het Amsterdamse metronet ontsluit nieuwe ontwikkellocaties aan de westzijde van Almere en ontlast het nationaal spoor tussen Almere en Amsterdam. • Bruggen over het IJ Aan het begin van deze fase leveren we de Oostbrug op. Deze brug wordt geschikt gemaakt voor voetgangers en fietsers. Tegen het einde van deze fase wordt de Westbrug opgeleverd. Deze brug wordt niet alleen toegankelijk voor voetgangers en fietsers, maar ook geschikt gemaakt voor openbaar vervoer. • Hov Zaan-I Eventuele ombouw van de zuidelijke busverbinding over de Klaprozenweg tot hoogwaardige, snelle bus of gekoppelde sneltram. III WAT 11.
Een beleidsagenda richting 2050 In Deel I VISIE is uiteengezet hoe Amsterdam de groei van de stad en de metropoolregio wil In Deel I VISIE is uiteengezet hoe Amsterdam de groei van de gemeente en de metropoolregio wil aanwenden om een betere stad te worden en richting te geven aan transities en deze waar aanwenden om een betere gemeente te worden en richting te geven aan transities en deze waar mogelijk te versnellen. De keuzes voor Meerkernige ontwikkeling, Groeien binnen grenzen, mogelijk te versnellen. De vijf strategische keuzes vragen deels om nieuwe richtingen in het Duurzaam en gezond bewegen, Rigoureus vergroenen en Samen stadmaken vragen deels om Amsterdamse beleid voor de fysieke leefomgeving. Dit deel biedt een samenvattend overzicht
Pagina
158 158
158
159
159
Was nieuwe richtingen in het Amsterdamse beleid voor de fysieke leefomgeving. Dit deel biedt een overzicht van al het Amsterdamse beleid voor de fysieke leefomgeving en bevat voorstellen voor uitwerking en aanpassing daarvan. Daarmee vormt dit deel van de omgevingsvisie een samenhangende agenda voor vernieuwing en uitwerking. Het is geen vervanging van het bestaande beleid. Het Amsterdamse beleid voor de fysieke leefomgeving is grotendeels op orde en actueel. Sinds het vaststellen van de Structuurvisie Amsterdam 2040 is veel beleid in overeenstemming gebracht met het bouwen aan een intensief bebouwde en gemengde, compacte stad. Toch ontstaan er steeds weer spanningen en kansen tussen de verschillende beleidsthema’s. Een reden daarvoor is de doorgaande groei van de stad en de oplopende druk op de ruimte. Daarnaast vragen relatief nieuwe opgaven, zoals de energietransitie en circulaire economie, om een meer integrale benadering, die vaak lastig past bij de bestaande sectorale indeling in beleidsthema’s. Wat ook meespeelt, is dat er nieuwe inzichten zijn, bijvoorbeeld over kansengelijkheid en ruimtelijke segregatie, die doorwerken in verschillende beleidsthema’s. Deze ontwikkelingen vragen om uitwerking en aanpassing van beleid vanuit een integraal perspectief, maar ook om ruimtelijke keuzes op stedelijk niveau.
In het Deel II WAAR wordt al een aantal keuzes op stedelijk niveau toegelicht en uitgewerkt in een ruimtelijk-programmatisch kader. 12. Inclusieve stad Amsterdam wil een inclusieve stad zijn. Een stad waar Amsterdammers en nieuwkomers zich kunnen thuis voelen en die kansen biedt om je te ontwikkelen. Gemeentelijk ruimtelijk beleid kan inclusiviteit en kansengelijkheid niet rechtstreeks waarborgen. Daarvoor is het ook een te breed begrip. Die waarborging verloopt via tientallen vormen van sectoraal beleid, zoals onderwijsbeleid, woonbeleid dat sociale huur in alle stadsdelen beschermt, beleid voor de openbare ruimte, economisch beleid dat ruimte reserveert voor maakbedrijven en werk voor alle opleidingsniveaus, of sportbeleid dat regelt dat in de hele stad kan worden gesport. Deze en andere vormen van inclusief beleid zijn in deze omgevingsvisie terug te vinden in de betreffende hoofdstukken. Inclusieve doelstellingen worden vrijwel allemaal overgenomen in deze omgevingsvisie en hier en daar zelfs van een extra accent voorzien. Onder de naam Expeditie Vrije Ruimte introduceren we ook een breder programma voor broedplaatsen.
Verspreid door de stad zijn talloze bijzondere culturele, sociale en groene plekken te vinden die zijn vormgegeven en worden beheerd door burgers en maatschappelijke organisaties: We willen bestaande vrije ruimte beschermen en nieuwe vrije ruimte beschikbaar stellen voor Amsterdammers, zowel in gebouwvorm als in de openbare ruimte.
Wordt van al het geldende Amsterdamse beleid voor de fysieke leefomgeving en bevat voorstellen voor uitwerking en ontwikkeling daarvan. Het Amsterdamse beleid voor de fysieke leefomgeving is de afgelopen jaren grotendeels in overeenstemming gebracht met de ambitie van een intensief bebouwd en gemengd, compact stedelijk gebied. Toch ontstaan er steeds weer spanningen en kansen tussen de verschillende beleidsthema’s. Een reden daarvoor is de oplopende druk op de ruimte. Daarnaast vragen relatief nieuwe opgaven, zoals de energietransitie en circulaire economie, om een meer integrale benadering, die vaak lastig past bij de bestaande sectorale indeling in beleidsthema’s. Ook zijn er nieuwe inzichten, bijvoorbeeld over kansengelijkheid en ruimtelijke segregatie, die doorwerken in verschillende beleidsthema’s. Deze ontwikkelingen vragen om uitwerking en aanpassing van beleid vanuit een integraal perspectief, maar ook om ruimtelijke keuzes. In het Deel II WAAR wordt al een aantal keuzes toegelicht en uitgewerkt in een ruimtelijk-programmatisch kader. Alle in de beleidsagenda genoemde beleidsdocumenten staan achterin deze beleidsagenda onder elkaar, met hyperlinks naar de betreffende documenten.
12. Inclusief Amsterdam Amsterdam wil een inclusieve gemeente zijn. Een gemeente waar Amsterdammers en nieuwkomers zich kunnen thuis voelen en die gelijke kansen biedt om je te ontwikkelen naar behoefte en talent. De invloed van gemeentelijk ruimtelijk beleid en ontwerp op inclusie en kansengelijkheid is begrensd, maar moet niet worden onderschat. Er zijn tientallen vormen van beleid die het verschil kunnen maken voor een gelijkwaardige en toegankelijke samenleving, zoals onderwijsbeleid, woonbeleid dat sociale huur in alle stadsdelen en het stadsgebied beschermt, beleid voor de openbare ruimte, mobiliteitsbeleid, economisch beleid dat ruimte reserveert voor maakbedrijven en werk voor alle vaardigheden, of sportbeleid dat regelt dat in de hele gemeente kan worden gesport. Deze en andere vormen van inclusief beleid zijn in deze omgevingsvisie terug te vinden in de betreffende hoofdstukken. Onder de naam Expeditie Vrije Ruimte is een breder programma voor broedplaatsen geïntroduceerd. Verspreid door de gemeente zijn talloze bijzondere culturele, sociale, groene en circulaire plekken te vinden die zijn vormgegeven en worden beheerd door burgers en maatschappelijke organisaties We beschermen bestaande vrije ruimte en stellen nieuwe vrije ruimte beschikbaar voor Amsterdammers, zowel in gebouwen als in de openbare ruimte.
Pagina 159
159
159
160 160
Was Er komt nog een pakket aan maatregelen en initiatieven voor vrije ruimte. Onderdeel hiervan is het voornemen om in Amsterdam ruimte te maken voor een grote experimentele woonwerkgemeenschap. Het zijn plekken waar mensen elkaar ontmoeten, waar ze reflecteren en waar ze kunnen experimenteren. De kracht van deze vorm van ruimtegebruik is dat het initiatief bij burgers ligt, in de luwte van marktwerking en overheidsbeleid. Als ordeningsprincipe helpt het streven naar “homogene straten in heterogene buurten”. Dat zijn dus diverse buurten met daarbinnen straten waarin mensen wonen met ongeveer dezelfde sociaal-economische status. Met dit niveau van menging wordt het negatieve buurteffect geminimaliseerd. De meeste ruimtelijke consequenties voor de groei van de stad zijn vastgelegd in de in 2018 vastgestelde Referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen. Daarnaast biedt een scala aan beleid kaders voor maatschappelijke voorzieningen van de 21e eeuw. Van de Sportvisie 2025, het Actieplan Age Friendly City tot de Amsterdamse Impuls Schoolpleinen.
160
Wij constateren dat huisartsenposten zich vanwege stijgende huren moeilijker in verschillende Amsterdamse buurten kunnen vestigen of handhaven.
161
De referentienormen zullen worden gespecificeerd naar deze beoogde stadsmilieus.
161
Deze aspecten komen samen in het concept van woon-zorgzones. Naast voldoende aangepaste of levensloopbestendige woningen met mogelijkheid tot domotica, kenmerkt een woonzorgzone zich door een verhoogd voorzieningenniveau van ondersteunings-, welzijns- en zorgdiensten. Voor een deel kan dat in broedplaatsen en vrije ruimtes, maar ook in het voorzieningenbeleid zelf moet meer ruimte komen voor nadere invulling door cocreatie en lokale initiatieven.
161
162
162
Steden als Amsterdam zijn populair. De druk op de ruimte vertaalt zich bij woningen in lange wachttijden voor sociale huur, een groot gebrek aan middeldure woningen en sterk gestegen prijzen in de vrije sector. Woningzoekenden vinden tegenwoordig alleen met lang wachten en veel geld of geluk nog een woning in Amsterdam. Ook op regionaal niveau is er schaarste, maar niet overal evenveel. Het is niet aannemelijk dat op lange termijn de druk op de stad minder groot wordt. Daarmee blijft er ook grote vraag naar woningen. Toegang tot de stad, betaalbaarheid,omgaan met schaarste, tegengaan van negatieve effecten van segregatie woningkwaliteit: woonbeleid is en blijft een belangrijk instrument voor het
Wordt Er komt nog een pakket aan maatregelen en initiatieven voor vrije ruimte. Onderdeel hiervan is het voornemen om in Amsterdam ruimte te maken voor een permanente experimentele woonwerkgemeenschap. Het zijn plekken waar mensen elkaar ontmoeten, waar ze reflecteren en waar ze kunnen experimenteren. Als ordeningsprincipe helpt het streven naar “homogene blokken in heterogene buurten”. Dat zijn dus diverse buurten met daarbinnen woongebouwen waarin mensen wonen met ongeveer dezelfde sociaal-economische status. Met dit niveau van menging wordt het negatieve buurteffect geminimaliseerd. De meeste ruimtelijke consequenties voor de groei van de gemeente zijn vastgelegd in de in 2024 geactualiseerde Referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen. Daarnaast biedt een scala aan beleid kaders voor maatschappelijke voorzieningen van de 21e eeuw: van de Visie Amsterdamse sportparken - Gastvrij en verbonden, het Bouwstenenboek Groei van de Stad, tot richtlijnen en programma's van eisen voor de bouw van voorzieningen als scholen, buurtkamers en opvanglocaties. Wij constateren dat steeds meer semi- commerciële maatschappelijke partijen zoals huisartsen zich vanwege stijgende huren moeilijker in verschillende Amsterdamse buurten kunnen vestigen of handhaven. De referentienormen zijn in 2024 gespecificeerd naar deze stadsmilieus.
Voor buitensport, spelen en groen moet dat nog gebeuren. Dat doen we in woon-zorgzones, wooncirkels of lang leven thuis flats. Naast voldoende aangepaste of levensloopbestendige woningen met mogelijkheid tot domotica, kenmerkt een woonzorgcirkel zich door een verhoogd voorzieningenniveau van ondersteunings-, welzijns- en zorgdiensten. Voor een deel kan dat in broedplaatsen en vrije ruimtes, daarnaast bieden de in 2024 geactualiseerde referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen expliciet ruimte voor maatschappelijk initiatief. Steden als Amsterdam zijn populair. Ook Weesp, met haar kleinschalige karakter en dicht bij de grote stad, is in trek. In de vrije sector zijn prijzen sterk gestegen. Ook zijn er lange wachttijden voor sociale huur en een groot gebrek aan middeldure woningen. Ook op regionaal niveau is er woningschaarste, maar niet overal even veel. Het is niet aannemelijk dat op lange termijn de druk op de gemeente minder groot wordt. Daarmee blijft er ook grote vraag naar woningen. Toegang tot Amsterdam, betaalbaarheid, woningkwaliteit, omgaan met schaarste, tegengaan van negatieve effecten van segregatie: woonbeleid is en blijft een belangrijk instrument voor het
Pagina
Was behalen van veel doelen in deze omgevingsvisie. Het Amsterdamse woonbeleid omvat onder andere de in 2017 vastgestelde Woonagenda 2025, de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020, de Doelgroepenverordening Woningbouw Amsterdam, de Actualisatie Bestuursopdracht Ontwikkelbuurten 2019-2022 en Samenwerkingsafspraken 2020-2023 met de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties en de Amsterdamse Huurderskoepels.
162
Iedere twee jaar wordt onderzoek gedaan naar de leefbaarheid in Amsterdamse buurten (WiA). De indicatoren zijn buurttevredenheid, ervaren overlast, schoon en heel, veiligheid en prettig samenleven. Sociale cohesie in een buurt speelt een belangrijke rol bij het prettig samenleven, maar voor de leefbaarheid is veiligheid en het onderhoud van de openbare ruimte ook belangrijk. De jaarlijkse rapportcijfers voor de woonomgeving spreken duidelijke taal: waarderingen van een 7 of een 8 in een ruim centrumgebied en lagere waarderingen in de naoorlogse wijken. De opgave voor de toekomst is om die verschillen te verkleinen. De Woondeal tussen Rijk en Metropoolregio Amsterdam uit 2019 Prettige woningen Het uitgangspunt dat een woning is om in te wonen blijft ook de komende jaren van kracht. Meer regulering moet de uitwassen van onder meer speculatie, verkamering en vakantieverhuur verminderen. Alleen dan kunnen buurten vitaal worden en blijven. Verder verdienen bouwkundige staat en binnenklimaat van Amsterdamse woningen de komende jaren meer aandacht, zoals voldoende oppervlak, flexibiliteit in de indeling, buitenruimte, daglicht en doorluchting. Daarvoor zijn drie redenen. Ten eerste verandert het klimaat, kansen op extreme hitte, wateroverlast en droogte nemen toe. Dat vereist steeds meer aanpassingen aan daken, afwatering, zonweringen, funderingen enzovoorts.
Zie ook de paragraaf Klimaatbestendig in het hoofdstuk Duurzame stad. Ten tweede maakt de populariteit van Amsterdam dat ook slechte woningen goed verhuurbaar zijn. Goed onderhoud, het wegwerken van achterstallig onderhoud en goed verhuurderschap moeten dan vaker worden afgedwongen. De Amsterdamse woningcorporaties en particuliere verhuurders zijn hierin belangrijke partners. Tot slot heeft de corona-epidemie extra duidelijk gemaakt dat de tendens tot meer thuiswerken gevolgen kan hebben voor basiseisen die we stellen aan woningen. Details en sturingsmogelijkheden zijn nog niet helder, maar er zijn zeker redenen voor meer beleidsmatige aandacht voor dit punt in de toekomst.
162 163
163
Moderne combinaties van wonen en zorg worden de komende tijd uitgewerkt in een specifieke woon-zorgvisie.
Wordt behalen van veel doelen in deze omgevingsvisie. Het Amsterdamse woonbeleid omvat onder andere de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting, de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024, Masterplan Zuidoost, Nationaal Programma Samen Nieuw West, Aanpak Noord, het Beleidskader woonwagens en standplaatsen 2023, en Samenwerkingsafspraken 2024-2027 met de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties en de Amsterdamse huurderskoepels. Dit beleid wordt periodiek geactualiseerd. Iedere twee jaar wordt onderzoek gedaan naar de leefbaarheid in Amsterdamse buurten (WiA). De indicatoren zijn buurttevredenheid, ervaren overlast, schoon en heel, veiligheid en prettig samenleven. Sociale cohesie in een buurt speelt een belangrijke rol bij het prettig samenleven, maar voor de leefbaarheid is veiligheid en het onderhoud van de openbare ruimte ook belangrijk. De jaarlijkse rapportcijfers voor de woonomgeving zijn duidelijk: de waarderingen in een ruim centrumgebied liggen aanzienlijk hoger dan in de voorrangsbuurten. De opgave voor de toekomst is om die verschillen te verkleinen. De Woondeal tussen Rijk en Metropoolregio Amsterdam uit 2023 Duurzame woningen van goede kwaliteit Het uitgangspunt dat een huis is om in te wonen en niet om veel geld mee te verdienen, blijft de komende jaren van kracht.
Regulering en handhaving moeten de uitwassen van onder meer leegstand, speculatie, illegale toeristische verhuur en crimineel gebruik van woningen tegengaan. Verder is er extra aandacht voor de duurzaamheid en kwaliteit van Amsterdamse woningen. Iedere Amsterdammer heeft recht op een veilige en gezonde woning. Dit willen we realiseren door het wegwerken van achterstallig onderhoud, aanpak van vocht en schimmel en loden leidingen. Daarnaast heeft het isoleren van woningen de grootste prioriteit en stimuleren en begeleiden we bewoners en woningeigenaren om structureel energie te besparen, door het isoleren en verbeteren van woningen, zoals toegelicht in het Isolatieoffensief 2024-2026. De redenen hiervoor zijn dat het klimaat verandert, kansen op extreme hitte, wateroverlast en droogte nemen toe. Dat vereist steeds meer aanpassingen aan bijvoorbeeld daken, afwatering, zonweringen, en funderingen. Zie ook de paragraaf Klimaatbestendig in het hoofdstuk Duurzaam Amsterdam. Een andere reden is dat door de grote vraag naar woningen in Amsterdam, deze ook in slechte staat goed verhuurd kunnen worden. Goed onderhoud, het wegwerken van achterstallig onderhoud, het verbeteren van de woning en goed verhuurderschap moeten dan vaker afgedwongen worden. De Wet goed verhuurderschap en de Wet betaalbare huur geeft gemeenten instrumenten om hier adequater tegen op te treden.
Amsterdamse woningcorporaties en particuliere verhuurders zijn belangrijke partners bij de opgave voor het verduurzamen en verbeteren van woningen. Moderne combinaties van wonen en zorg zijn uitgewerkt in een woon-zorgvisie, als onderdeel van de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting.
Pagina 164
Was Geclusterd wonen past ook goed in het concept wooncirkel waar ook zorginfrastructuur aanwezig is. Een wooncirkel is een cirkel getrokken om een kern in een gewone buurt. Kern van de wooncirkel is een intramurale 24-uurszorgvoorziening voor verpleeg- en verzorging. In de cirkel wonen mensen zelfstandig, op maximaal 10 minuten afstand van de kern. Als zij zorg of ondersteuning nodig hebben, kunnen zij een beroep doen op de zorg en ondersteuning in de kern.
Wordt Een vorm van geclusterd wonen zijn de zorggeschikte woningen. Dit zijn woningen die bedoeld zijn voor mensen met een Wet langdurige zorg indicatie voor verpleeg- en verzorging, die niet meer naar het intramurale verpleeghuis kunnen of willen gaan. Zorggeschikte woningen moeten in de komende jaren worden bijgebouwd, door corporaties en marktpartijen. Behoud van de intramurale verpleeghuisplekken blijft echter voor de gemeente ook belangrijk. Een goede spreiding van dergelijke complexen over de gemeente is daarbij van belang.
Marktpartijen kunnen zich ook inzetten om de doorstroming in de stad te bevorderen door het nieuwe aanbod van woningen primair te richten op Amsterdammers die een woning achterlaten in de bestaande voorraad.
Om het langer zelfstandig thuis wonen van ouderen te bevorderen zijn ook nieuwe woonzorgconcepten nodig. Ingezet wordt op het realiseren van bijvoorbeeld Lang Leven Thuis Flats en meergeneratiewoningen, maar ook op zorgzame buurten. In een zorgzame buurt kijken mensen naar elkaar om. Alle bewoners, ook ouderen en kwetsbare doelgroepen, voelen en hebben eigenaarschap en zeggenschap over hun eigen zorg en welzijn. De voorzieningen en diensten in de buurt zijn voor iedereen toegankelijk en uitnodigend zodat iedereen zo lang mogelijk in de eigen buurt kan blijven wonen. Er is een breed samenwerkingsnetwerk, waarin bewoners een gelijkwaardige partij zijn. Zij geven met elkaar invulling aan de zorgzame buurt. Daarbij is het van belang dat voor alle doelgroepen betaalbare en kwalitatief goede woningen zijn in alle wijken. Daarom moeten we ons inzetten voor vergroting van de woningvoorraad in het sociale- en middenhuursegment. Voor bepaalde doelgroepen is extra aandacht, zoals ouderen, jongeren of essentiële beroepsgroepen die belangrijk zijn voor het goed functioneren van de gemeente. Denk aan leraren, politieagenten of zorgmedewerkers Tekst is geschrapt.
164
Daarbij is het van belang dat voor alle doelgroepen betaalbare en kwalitatief goede woningen zijn in alle wijken.
164
Voor bepaalde doelgroepen is extra aandacht, zoals beroepsgroepen die belangrijk zijn voor het goed functioneren van de stad.
164
Amsterdam heeft een richtlijn Aanpasbaar Bouwen, waarin basiseisen en -maten voor aanpasbare woningen zijn vastgelegd, zoals minimale draaicirkels en minimale breedtes van de deuren. Met de woningcorporaties is afgesproken dat ten minste 90% van de woningen aanpasbaar wordt gebouwd. Voor woningen in de marktsector wordt dit eveneens gestimuleerd. Daarnaast heeft de stad een fijnmazig netwerk van basisvoorzieningen, zoals huizen van de wijk, buurthuizen en andere locaties voor ontmoeting, activiteiten en dagbesteding. Ook is er aandacht voor de jongeren. Dit is een diverse doelgroep: praktisch of theoretisch opgeleid, werkend of studerend, Amsterdams of van buiten de stad. De studenten vormen hier een subgroep van. Voor omwonenden van nieuwe gebiedsontwikkelingen denken we na over het kunnen bieden van woonvoorrang voor een deel van de nieuwe huurwoningen. Een bepaalde woonvoorrang voor omwonenden kan bijdragen aan een inclusieve stad, draagvlak voor verdichting en samen stadmaken. Zie ook ‘Samen stadmaken’ elders in deze omgevingsvisie.
164
164
Tekst is geschrapt.
We willen stadsdeelvoorrang op bepaalde nieuwbouwcomplexen blijven inzetten om de band tussen bewoners van bestaande wijken en nieuwbouw te versterken en doorstroming te stimuleren. Dit kan voorts bijdragen aan een inclusieve gemeente, draagvlak voor verdichting en samen stadmaken. Woonvormen zoals woningdelen in woongroepen en hospitaverhuur zorgen voor lagere woonlasten en dragen bij aan het optimaal benutten van de woningvoorraad. In de
Pagina
Was
165
De 32 ontwikkelbuurten liggen in Noord, Nieuw West en Zuidoost en worden verdicht met extra woningen in verschillende woonsegmenten en voorzieningen en ruimte voor lokaal ondernemerschap.
165
Wederkerigheid tussen oude en nieuwe bewoners en belangen staat centraal.
165
Welke keuzes daar ook uit volgen, een klimaatbestendige woning voor iedereen is een leidend principe. 13. Duurzame Stad Amsterdam neemt met een ambitieuze inzet op klimaatneutraliteit, duurzame energie en een circulaire stad zijn verantwoordelijkheid in het tegengaan van klimaatverandering. Tegelijk dwingt onze kwetsbare ligging ons tot een stevige inzet op klimaatadaptatie. De gevolgen van klimaatverandering zijn nu al merkbaar, met pieken in hitte en droogte, extremere neerslag en op termijn ook zeespiegelstijging. Het klimaatbestendig maken van de bestaande stad vraagt om meer ruimte voor bijvoorbeeld waterberging en verkoelend groen.
166 166
166
Wat betreft de energietransitie heeft het stadsbestuur stevige ambities geformuleerd. We streven naar een vermindering van de CO2- uitstoot in Amsterdam met 55% in 2030, en 95% in 2050. Voor 2040 moet de stad aardgasvrij zijn en over 10 jaar mag er alleen nog uitstootvrij vervoer over de weg en over het water. Bijdragen aan een duurzame wereld betekent ook een transitie naar circulaire processen. Oftewel van lineaire ketens van productie, consumptie en afval, naar een circulaire omgang met grondstoffen en materialen. Het gedachtegoed van de donut-economie van Kate Raworth speelt hierbij een centrale rol: Amsterdam als stad waar geleefd en gewerkt wordt binnen planetaire en sociale grenzen.
Het Amsterdamse klimaatbeleid bestaat in hoofdlijnen uit de volgende elementen: • Bij de gebouwde omgeving een verschuiving van aardgas naar duurzame warmte en elektriciteit. In 2040 moet Amsterdam aardgasvrij zijn. De wijkaanpak en het programma aardgasvrij leveren een flinke bijdrage: maximaal 400 kiloton minder CO2. • Bij mobiliteit een verschuiving van fossiele brandstoffen naar elektriciteit en invoering milieuzones: 500 kiloton minder CO2.
Wordt Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting is vastgelegd hoe we betaalbaar en passender wonen willen stimuleren en realiseren. Zie ook ‘Samen stadmaken’ elders in deze omgevingsvisie. De aandacht gaat daarbij vooral naar de gebieden in de gemeente waar we ongelijk investeren voor gelijke kansen: Zuidoost, Nieuw-West en Noord. Deze gebieden worden verdicht met extra woningen in verschillende woonsegmenten en voorzieningen en ruimte voor lokaal ondernemerschap. Wederkerigheid tussen oude en nieuwe bewoners en belangen staat centraal. De aanpak voor deze buurten is vastgelegd in het Nationaal Programma Samen Nieuw West, Masterplan Zuidoost en de Aanpak Noord. Welke keuzes daar ook uit volgen, een duurzame, toekomstbestendige woning van goede kwaliteit voor iedereen is een leidend principe. 13. Duurzaam Amsterdam Amsterdam neemt met een ambitieuze inzet op klimaatneutraliteit, duurzame energie en een circulaire gemeente zijn verantwoordelijkheid in het tegengaan van klimaatverandering. Tegelijk dwingt onze kwetsbare ligging ons tot een stevige inzet op klimaatadaptatie. De gevolgen van klimaatverandering zijn nu al merkbaar, met pieken in hitte en droogte, extremere neerslag en op termijn ook zeespiegelstijging. Het klimaatbestendig maken van het bestaand stedelijk gebied vraagt om meer ruimte voor bijvoorbeeld waterberging en verkoelend groen.
Deze opgave is op basis van de KNMI-klimaatscenario’s uit 2023 nog urgenter en groter geworden. We streven naar een vermindering van de CO2- uitstoot in Amsterdam met 55% in 2030, en 95% in 2050. Over 10 jaar mag er alleen nog uitstootvrij vervoer over de weg en over het water. Bijdragen aan een duurzame wereld betekent ook een transitie van lineaire ketens van productie, consumptie en afval naar een circulaire omgang met grondstoffen en materialen. Het gedachtegoed van de donut-economie van Kate Raworth speelt hierbij een centrale rol: leven en werken binnen planetaire en sociale grenzen. We streven naar een energietransitie die rechtvaardig is, lokaal verankerd en gedragen door de gemeenschap. De gemeente streeft naar netto nul CO2-uitstoot in scope 1 en 2 voor de eigen organisatie, in 2030. Dit is haar directe CO2uitstoot. Voor haar indirecte CO2-uitstoot, de zogenaamde ketenemissies, scope 3, streeft de gemeente naar 60% reductie in 2030, 90% in 2040 en 100% reductie in 2050. De reductiedoelstellingen voor CO2-uitstoot in scope 3 zijn in juli 2025 door het college vastgesteld. Het Amsterdamse klimaatbeleid bestaat in hoofdlijnen uit de volgende elementen: • Bij de gebouwde omgeving een verschuiving van aardgas naar duurzame warmte en elektriciteit. In 2040 moet Amsterdam aardgasvrij zijn.
De wijkaanpak en het programma aardgasvrij leveren een flinke bijdrage: maximaal 400 kiloton minder CO2. • Bij mobiliteit een verschuiving van fossiele brandstoffen naar elektriciteit en invoering milieuzones: 500 kiloton minder CO2.
Pagina •
•
167
168
Was Bij industrie volgen we de nationale trend, en maken we het Afval Energie Bedrijf (AEB) duurzamer. Het AEB zet in op carbon capture storage (CCS) of usage (CCU). Dat betekent dat de CO2 uit de schoorsteen wordt afgevangen en getransporteerd voor ondergrondse opslag of hergebruikt voor chemie en tuinbouw. Besparing: 450 kiloton CO2. Opwek van duurzame energie. Amsterdam doet een bijdrage met 127 megawatt windenergie in 2030; 550 MW zon in 2030 en 1.100 MW zon (= 640 hectare) in 2050. Samen levert dat 600 kiloton CO2-besparing op.
Duurzame opwek van warmte zal in de toekomst meer decentraal en op verschillende locaties plaatsvinden (zie verder in dit hoofdstuk over WKO, geothermie en aquathermie). De opwek van duurzame warmte gebeurt nu nog op twee plekken, namelijk het AEB en de Diemercentrale. Het westelijk havengebied heeft een belangrijk rol in de energietransitie. Hier ontstaat een duurzame energiehub. Een belangrijk aandachtspunt daarbij zijn de veiligheidsrisico’s die hiermee samenhangen, want sommige duurzame energievragers, zoals waterstof en ammoniak, vragen om veel risicoruimte. Zie ook thema omgevingsveiligheid. De gemeente Amsterdam heeft in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 een neetenzij-beleid ten aanzien van de verbranding van biomassa geformuleerd. Regionale Energiestrategie In het nationale Klimaatakkoord hebben de lokale overheden en de partners van het Rijk afgesproken dat dertig energieregio’s in Nederland een Regionale Energiestrategie (RES) opstellen. Overheden, netbeheerders, het bedrijfsleven en waar mogelijk bewoners maken regionaal gedragen keuzes voor duurzame opwek van 35 terawattuur aan elektriciteit. Ook de warmtetransitie en de daarvoor benodigde infrastructuur horen daarbij. Alles wordt vertaald naar gebieden en projecten.
Na vaststelling van de eerste RES door gemeenteraden, Provinciale Staten en de algemeen besturen van de waterschappen in 2021, wordt de RES om de twee jaar geactualiseerd. Amsterdam valt onder de RES-regio Noord-Holland Zuid, waarin de stad een eigen deelregio vormt en dus zelf een energiebod doet. Amsterdam heeft de ambitie om in 2030 minstens 127 megawatt vermogen windenergie te realiseren, en 400 megawatt zonne-energie op grote daken en dubbelgebruik van stedelijke ruimtes. Daarnaast wil de gemeente 150 megawatt op kleine daken realiseren, zodat in 2030 de
Wordt Bij industrie volgen we de nationale trend, en maken we het Afval Energie Bedrijf (AEB) duurzamer. Het AEB zet in op carbon capture storage (CCS) of usage (CCU). Dat betekent dat de CO2 uit de schoorsteen wordt afgevangen en getransporteerd voor ondergrondse opslag of hergebruikt voor chemie en tuinbouw. Besparing: 450 kiloton CO2. • Opwek van duurzame energie. Amsterdam doet een bijdrage met 127 megawatt windenergie in 2030; 550 MW zon in 2030 en 1.100 MW zon (= 640 hectare) in 2050. Samen levert dat 600 kiloton CO2-besparing op. • Voor de eigen organisatie streeft de gemeente naar netto nul CO2-uitstoot in scope 1 en 2, in 2030. Dit is haar directe CO2-uitstoot. Voor haar indirecte CO2-uitstoot, de zogenaamde ketenemissies, scope 3, streeft de gemeente naar 60% reductie in 2030, 90% in 2040 en 100% reductie in 2050. De reductiedoelstellingen voor CO2-uitstoot in scope 3 zijn in juli 2025 door het college vastgesteld. Duurzame opwek van warmte zal in de toekomst decentraler plaatsvinden; zie verder in dit hoofdstuk over geothermie, datacenter restwarmte, aquathermie en bodemenergie. De opwek van duurzame warmte gebeurt nu nog op twee plekken: het AEB en de Diemercentrale. Dat worden er meer, met een grotere rol voor het Westelijk Havengebied als duurzame energiehub. •
De gemeente Amsterdam heeft in 2023 besloten dat terughoudend moet worden omgegaan met het gebruik van houtige biomassa voor de opwek van energie en dat zij streeft naar een warmtevoorziening zonder nieuwe houtige biomassa in 2030. In het nationale Klimaatakkoord hebben de lokale overheden en de partners van het Rijk afgesproken dat dertig energieregio’s in Nederland een Regionale Energiestrategie (RES) opstellen. Overheden, netbeheerders, het bedrijfsleven en waar mogelijk bewoners maken regionaal gedragen keuzes voor duurzame opwek van 35 terawattuur aan elektriciteit. Ook de warmtetransitie en de daarvoor benodigde infrastructuur horen daarbij. Alles wordt vertaald naar gebieden en projecten. Na vaststelling van de eerste RES door gemeenteraden, Provinciale Staten en de algemeen besturen van de waterschappen in 2021, wordt de RES om de twee jaar geactualiseerd. Amsterdam valt onder de RES-regio Noord-Holland Zuid, waarin de gemeente een eigen deelregio vormt en dus zelf een energiebod doet. Amsterdam heeft de ambitie om in 2030 minstens 127 megawatt vermogen windenergie te realiseren, en 400 megawatt zonne-energie op grote daken en dubbelgebruik van stedelijke ruimtes. Daarnaast wil de gemeente 150 megawatt op kleine daken realiseren, zodat in 2030 de helft van alle geschikte daken voor zonne-energie wordt gebruikt. Voor zon zijn extra
Pagina
168
168169
Was helft van alle geschikte daken voor zonne-energie wordt gebruikt. Voor zon zijn extra zoekgebieden opgenomen, met de toevoeging “nee, tenzij”.
Wordt zoekgebieden opgenomen, met de toevoeging “nee, tenzij”. Amsterdam zet in op zoveel mogelijk duurzame en circulaire zonnepanelen die zo lang mogelijk blijven liggen.
De huidige warmtebronnen zijn op lange termijn niet voldoende en niet duurzaam genoeg. De toekomstige verdeling van warmtebronnen wordt gezamenlijk met de buurgemeenten afgestemd in de Regionale Structuur Warmte (RSW). Deze RSW maakt deel uit van de RES. Amsterdam zet daarbij in op nieuwe duurzame en betaalbare warmtebronnen zoals geothermie, restwarmte van datacenters en aquathermie. De zoekgebieden zijn voor de Regionale Energie Strategie Noord-Holland Zuid 1.0 (RES 1.0) verkleind en geprioriteerd. De Amsterdamse gemeenteraad heeft op 26 mei 2021 ingestemd met de RES 1.0. In alle zoekgebieden is een grens gehanteerd van ten minste 350 meter afstand vanaf geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen. Vanwege de wettelijke geluidsnormen zijn binnen of op die grens windturbines zo goed als onmogelijk.
De huidige warmtebronnen zijn op lange termijn niet voldoende en niet duurzaam genoeg. De toekomstige verdeling van warmtebronnen wordt gezamenlijk met de buurgemeenten afgestemd in de Regionale Structuur Warmte (RSW). Deze RSW maakt deel uit van de RES. Amsterdam zet daarbij in op nieuwe duurzame en betaalbare warmtebronnen zoals geothermie, restwarmte van datacenters en aquathermie. In het Programma Windenergie Amsterdam zijn vijf zoekgebieden voor windenergie uit de RES 1.0 aangewezen voor de realisatie van windturbines. Dit betreft de Haven, de Noorder IJplas (reeds in ontwikkeling), de Diemerscheg, Weesperkarspel en knooppunt Holendrecht. In alle aangewezen gebieden geldt een grens van ten minste 350 meter afstand vanaf geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen. Vanwege de wettelijke geluidsnormen zijn binnen of op die grens windturbines zo goed als onmogelijk. Wind en zon in Amsterdam Om de ambitie van 127 megawatt voor windenergie te realiseren, zijn nieuwe windturbines nodig. Voor in potentie grootschalige windturbines heeft de gemeente het Programma Windenergie Amsterdam 2030 vastgesteld.
Wind en zon in Amsterdam Om de ambitie voor windenergie te realiseren zijn circa 17 nieuwe windturbines van 3 megawatt nodig. Hiervoor heeft de gemeente in het voorjaar 2020 zoekgebieden aangewezen. Van zoekgebieden naar voorkeursgebieden De zoekgebieden zijn voor de Regionale Energie Strategie Noord-Holland Zuid 1.0 (RES 1.0) verkleind en geprioriteerd. De Amsterdamse gemeenteraad heeft op 26 mei 2021 ingestemd met de RES 1.0. In alle zoekgebieden is een grens gehanteerd van ten minste 350 meter afstand vanaf geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen. Vanwege de wettelijke geluidsnormen zijn binnen of op die grens windturbines zo goed als onmogelijk. Daarnaast is voor elk zoekgebied een belangenafweging gemaakt. Welke aspecten per zoekgebied doorslaggevend zijn geweest is te lezen in de RES 1.0. De belangenafweging heeft geleid tot een prioritering van de gebieden in voorkeursgebieden, reservegebieden en extra reservegebieden. De groene gebieden zijn de voorkeursgebieden. Hier wil Amsterdam zo spoedig mogelijk medewerking onder voorwaarden verlenen aan initiatiefnemers. Waarschijnlijk kan de windambitie binnen de voorkeursgebieden gerealiseerd worden. Zo niet, dan wordt naar de gele gebieden gekeken. De rode gebieden komen pas aan bod als de ambitie niet gehaald wordt in de groene en gele gebieden.
Van zoekgebieden naar aangewezen gebieden Om de ambitie voor windenergie te realiseren zijn circa 17 nieuwe windturbines van 3 megawatt nodig. Hiervoor heeft de gemeente in het voorjaar van 2020 zoekgebieden aangewezen. Van zoekgebieden naar aangewezen gebieden In het Programma Windenergie Amsterdam 2030 zijn vier gebieden voor windenergie uit de RES 1.0 aangewezen voor de realisatie van grootschalige windturbines. Dit betreft de Haven, de Diemerscheg, Weesperkarspel en knooppunt Holendrecht. Daarnaast is de Noorder IJplas in ontwikkeling. Voor alle gebieden geldt dat er geen onaanvaardbare effecten op natuur en gezondheid mogen optreden. Van voorkeurslocatie naar initiatief De gemeente, initiatiefnemer(s), bewoners en belanghebbenden ontwikkelen samen een participatieplan voor het gebied. In het participatieplan wordt beschreven hoe het participatieproces (samenwerking tussen initiatiefnemers en omwonenden) wordt vormgegeven. Gezamenlijk wordt besloten hoe bewoners betrokken en geïnformeerd willen worden. In elke fase van het lokale participatieproces kunnen bewoners vragen stellen, adviseren, en soms ook
Pagina
Was Nieuwe dialoog in de tussenfase Na vaststelling van de RES 1.0 wordt een tussenfase ingelast. De gemeente zal in deze tussenfase samen met het betreffende stadsdeel en eventueel initiatiefnemer(s) in gesprek gaan met bewoners(groepen) en andere belanghebbenden over hoe windenergie het beste gerealiseerd kan worden in de zoekgebieden, welke andere opgaven tegelijkertijd onderdeel kunnen worden van de uitwerking en waar de ruimte zit voor optimalisatie. Ruimtelijke wensen zoals voorkeurslocaties zijn onderdeel van het gesprek.
Wordt meebeslissen. Bewoners kunnen onderwerpen inbrengen waarover ze willen worden geïnformeerd. Het college moet het participatieplan goedkeuren voordat het lokale participatieproces gestart wordt en verdere uitwerking van een wind-initiatief mogelijk is.
Ook worden belangen zoals (toekomstige) gebiedsontwikkeling, landschappelijke, recreatieve en natuurwaarden, en cultureel erfgoed (UNESCO Werelderfgoed zoals de grachtengordel en Stelling van Amsterdam) meegewogen tijdens de nadere uitwerking. Zie ook de RES 1.0, waarin per voorkeursgebied aandachtspunten beschreven worden.
Zonne-energie De doelstellingen voor het opwekken van zonne-energie in Amsterdam zijn vastgelegd in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 en de Regionale Energiestrategie (RES) NoordHolland Zuid.In 2050 worden alle geschikte daken benut voor het opwekken van duurzame energie. Realisatie van zonne-energie op grote daken, tijdelijke en braakliggende terreinen en parkeerterreinen wordt versneld. Via een samenwerking met het havenbedrijf werken we aan het benutten van het grote potentieel voor zonne-energie, zoals te lezen is in de Gemeentelijke Visie Haven 2020-2040. Ook kleine initiatieven van burgers worden op allerlei manieren gestimuleerd en geholpen.
Van voorkeurslocatie naar initiatief De gemeente, initiatiefnemer(s), bewoners en belanghebbenden ontwikkelen vervolgens samen een participatieplan voor het gebied. In het participatieplan wordt beschreven hoe het participatieproces (samenwerking tussen initiatiefnemers en omwonenden) wordt vormgegeven. Gezamenlijk wordt besloten hoe bewoners betrokken en geïnformeerd willen worden. In elke fase van het lokale participatieproces kunnen bewoners vragen stellen, adviseren, en soms ook meebeslissen. Bewoners kunnen onderwerpen inbrengen waarover ze willen worden geïnformeerd. Het college moet het participatieplan goedkeuren voordat er het lokale participatieproces gestart wordt en verdere uitwerking van een wind-initiatief mogelijk is.
170
170
De gemeente verbindt voorwaarden aan de medewerking van initiatieven. Ook in dit stadium staan de gezondheid en veiligheid van mens en natuur voorop. Een initiatiefnemer is verplicht onderzoek te doen naar onder andere de effecten op de ecologie, ruimtelijke inpassing, geluid, slagschaduw en veiligheid. Dit onderzoek moet uitwijzen of een locatie mogelijk is, en er wordt verplicht een milieueffectrapportage gemaakt. Bij het komen tot locaties wordt opnieuw rekening gehouden met de uitgangspunten voor een integrale afweging. Zie het deel WAAR, hoofdstuk 7. De bodem als energiefabriek De Amsterdamse ondergrond heeft een grote potentie voor het bufferen en leveren van warmte en koude. Er zijn verschillende systemen: open warmte-en-koudeopslagsystemen (wko) in watervoerende lagen, gesloten bodemenergiesystemen (bodemwarmtewisselaars, GBES), aquathermie en geothermie. WKO
De gemeente verbindt voorwaarden aan de medewerking van initiatieven. Ook in dit stadium staan de gezondheid en veiligheid van mens en natuur voorop. Een initiatiefnemer is verplicht nader onderzoek te doen.
Wegen en geluidsschermen Het project Energieroute Noord-Holland geeft verdere invulling aan de ambities uit de RES. In het kader van het Rijksprogramma Opwek Energie op Rijksvastgoed (OER) worden de mogelijkheden onderzocht voor het opwekken van hernieuwbare energie in bermen, op knooppunten en op geluidschermen langs de A9, A1, A5 en A22. Binnen de grenzen van Amsterdam bedraagt de potentie ruim 32 hectare, waarvan ruim 5 op eigen gronden. De eerste zonne-velden worden in 2027 verwacht. Ook worden de mogelijkheden voor het opwekken van zonne-energie langs de ring A10 onderzocht: op geluidschermen, taluds, bermen en knooppunten. Bij aanleg en onderhoud van overige weginfrastructuur worden de mogelijkheden voor de implementatie van zonne-energie zo mogelijk benut.
Naar een divers aanbod van warmtebronnen Het warmtebronnen-aanbod in Amsterdam zal in de periode tot 2040 veel diverser worden. Amsterdam wil onder andere gebruik maken van warmte uit de bodem (geothermie en bodemenergie), uit water (aquathermie), en van diverse soorten restwarmte (bijvoorbeeld van datacenters). Bodemenergie
Pagina
171
Was Bodemenergie is de warmte-en koudewinning en -opslag in de ondergrond tot 500 meter. Een bodemenergiesysteem heeft een warme en koude bel van grondwater die reageert op de bovengrondse vraag (in de winter warmte en in de zomer koude). Een bodemenergiesysteem moet in balans blijven en wordt daardoor vaak geregenereerd door een bron. Amsterdam telt al honderden open wko-systemen en gesloten energiesystemen. De komende jaren verwachten wij een flinke groei in bodemenergiesystemen, vooral in nieuwe gebiedsontwikkelingen en transformatiegebieden. De potentie van de ondergrond willen we daarbij benutten, met een goede gemeentelijke regie, waarbij we eventuele negatieve effecten op de omgeving voorkomen. Daartoe zijn er binnen Amsterdam nu zeven interferentiegebieden vastgesteld; dit aantal zal worden uitgebreid.
Er is nog weinig bekend over de potentie van geothermie in de Amsterdamse regio. Seismisch onderzoek wijst naar verwachting eind 2021 uit of en waar de ondergrond geschikt is. Op basis van deze informatie zal worden bepaald waar op welke diepte aardwarmte kan worden gewonnen: < 500 m levert warmte tot 30 °C, 500 m – 4000 m tot 120 °C, of >4000 m meer dan 120 °C. Dit onderzoek bepaalt daarmee sterk de locatie en diepte van de ruimtelijke reservering in de ondergrond. Een aardwarmtebron kan het beste nabij een warmtenet liggen. Dit bespaart kosten en warmteverlies. Bovengrondse ruimtelijke reserveringen voor geothermie zullen dus voornamelijk aan de randen van de stad komen te liggen, nabij het warmtenet. De bovengrondse minimale benodigde ruimte voor geothermie in de gebouwde omgeving bedraagt een half tot één voetbalveld voor boring, opslagruimte, logistiek en veiligheidszone. Als we in 2040 voor 20% van het warmteaanbod gebruik willen maken van geothermie, dan zullen er zo’n twintig boorlocaties van gemiddeld 10 MW ontwikkeld moeten worden. De komende jaren zullen er opsporingsvergunningen worden aangevraagd.
Wordt Bodemenergie is de winning en opslag van warmte en koude in de ondergrond tot 500 meter. Er zijn open en gesloten bodemenergiesystemen. Bij een open systeem, ook wel warmtekoudeopslag (WKO), wordt grondwater gebruikt. In de winter wordt water uit de warme bron opgepompt en extra verwarmd met een warmtepomp. Het water koelt dan af en wordt teruggepompt in de koude bron. In de zomer wordt er grondwater gehaald uit de koude bron, waarmee woningen worden gekoeld. Het opgewarmde water wordt teruggepompt in de warme bron. Bij een gesloten bodemenergiesysteem of bodemwarmtewisselaar wordt een vloeistof in buizen door de bodem geleid, zonder direct contact met en invloed op het grondwater. In de winter onttrekt het systeem warmte aan de bodem en in de zomer geeft het warmte af. De verwachting is dat het aantal bodemenergiesystemen flink blijft groeien, vooral in nieuwe gebiedsontwikkelingen en transformatiegebieden. De gemeente stuurt op goede benutting van bodemwarmte door het aanwijzen van interferentiegebieden en het vaststellen van bodemenergieplannen of beleidsregels. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de lozingslocaties van de open wko-bronnen bij aanleg en onderhoud in verband met het risico op verontreiniging. Aardwarmte of geothermie is warmte die tussen 500 en 4.000 meter diep in de ondergrond zit, in de vorm van warm water in doorlatende gesteentelagen.
Dit warme water kan op sommige plekken omhoog worden gepompt en gebruikt worden om, via een warmtenet, woningen en andere gebouwen duurzaam te verwarmen. Vergeleken met andere delen van Nederland is er over de ondergrond in en rond Amsterdam nog weinig bekend. Recent onderzoek wijst op potentie voor aardwarmtewinning op circa 2 km diepte (temperatuur: ~82C), met de meeste kansen in Amsterdam Zuidoost. Daarnaast is daar een grote afzetmogelijkheid voor aardwarmte in dit gebied door de aanwezigheid van het Diemenwarmtenet. De Gemeente Amsterdam is samen met de warmtebedrijven en Energiebeheer Nederland actief bij onderzoek en ontwikkeling van geothermie. Naast onderzoek naar de ondergrond heeft de gemeente Amsterdam ook de bovengrondse ruimtevraag voor aardwarmteboring en bijbehorende installaties voor aardwarmtewinning in beeld gebracht. Eén conclusie is dat er ongeveer een voetbalveld aan bovengrondse ruimte nodig (8.400 m2) is voor één aardwarmtebron. Met één bron kunnen, afhankelijk van de omvang, duizenden huizen van warmte worden voorzien. Voor de beoogde verduurzaming van de Amsterdamse warmtenetten zijn meerdere "voetbalvelden" aan bovengrondse ruimte nodig. Deze zoektocht vindt op korte termijn vooral plaats in het zoekgebied aardwarmte/geothermie in
Pagina
171
Was
Aquathermie bestaat uit drie typen: Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO): warmte of koude uit oppervlaktewater zoals een meer of gracht wordt gebruikt voor het verwarmen of koelen van de gebouwde omgeving. Thermische energie uit afvalwater (TEA): warmte uit persriolen of rioolwaterzuiveringsinstallaties wordt gebruikt voor het verwarmen van de gebouwde omgeving. Thermische energie uit drinkwater (TED): warmte of koude uit grote drinkwaterleidingen wordt gebruikt voor het verwarmen van de gebouwde omgeving. De potentie van aquathermie in Amsterdam is groot, vooral die uit oppervlaktewater. In de transitievisie warmte (TVW) is berekend dat voor 46 Amsterdamse wijken een bronnet het voorkeurssysteem is. Door de warmte van een aquathermie-bron op te waarderen wordt de warmte ook geschikt voor minder goed geïsoleerde woningen via een warmtenet (40° of 70°). Dit kost extra elektrische capaciteit bij de bron en is vooral bij de 40°-wijken een reële optie. Aquathermie door middel van een bronnet is lokaal zeer geschikt voor het verwarmen en koelen van nieuwbouwwoningen en utiliteit (kantoren hebben naast warmte- ook een koudevraag). Grootschalige nieuwbouw en transformatiegebieden zoals Haven-Stad, maar ook gebieden met veel kantoren, zijn zeer geschikt voor aquathermie-toepassingen.
Bronnetten zijn lokaal, dus er zijn ruimteclaims te verwachten rondom de grote waterlopen en meren in de buurt van kantoorgebieden en gebiedsontwikkelingen (zie kaart hieronder). Een aquathermie-installatie bestaat uit een inlaat, uitlaat en een regelcentrale met apparatuur.
Wordt de omgeving van Amsterdam Zuidoost. Binnen Amsterdam is dit in heel stadsdeel Zuidoost, in delen van de stadsdelen Zuid en Oost, en in een deel van stadsgebied Weesp. Als er wordt gesproken over aquathermie dan gaat het over meerdere technieken voor het duurzaam verwarmen en/of koelen van woningen of andere gebouwen met water: Warmte uit oppervlaktewater (TEO). Het water wordt voornamelijk in de zomer verwarmd door de zon en kan in de winter gebruikt worden om gebouwen te verwarmen. Een voorbeeld hiervan is het project KetelhuisWG. Warmte uit afvalwater (TEA). Dit wordt ook wel riothermie genoemd. Deze warmte is het hele jaar te gebruiken voor de verwarming van gebouwen. Ook warmte beschikbaar bij rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) valt hieronder. Warmte uit drinkwater (TED). Deze warmte is het hele jaar te gebruiken voor de verwarming van gebouwen. De verkregen warmte wordt opgeslagen in de bodem (bijvoorbeeld in een warmte-koude-opslag) en daarna naar de juiste temperatuur verhoogd met een warmtepomp. In de winter kan het tegenovergestelde plaatsvinden. Er kan dan namelijk koude uit water gehaald worden. Ook de koude kan worden opgeslagen en in de zomer gebruikt worden om gebouwen te koelen. De warmte kan via lokale bronnetten bij gebouwen terecht komen.
De potentie van de ondergrond willen we zodoende benutten, met een goede gemeentelijke regie, waarbij we eventuele negatieve effecten op de omgeving voorkomen, bijvoorbeeld op de waterkwaliteit. Ook is het mogelijk om het stadswarmtenetwerk deels te voeden met aquathermie. Dan is vooral warmte uit RWZI's in combinatie met een warmtepomp een interessante bron. De theoretische potentie van aquathermie in Amsterdam is groot, vooral die uit oppervlaktewater. TEO is het meest geschikt om toe te passen in bronnetten. Bronnetten zijn lokale systemen, dus er zijn ruimteclaims te verwachten rondom de grote waterlopen en meren in de buurt van kantoorgebieden, gebiedsontwikkelingen en buurten met aquathermiepotentie. Een aquathermie-installatie bestaat uit een inlaat, uitlaat en een regelcentrale met apparatuur. Ook de benodigde en bijbehorende grootschalige warmtepompen hebben ruimte nodig. Restwarmte van datacenters Bij het koelen van de servers in datacenters komt veel warmte vrij. Deze restwarmte kan in de toekomst een belangrijke rol spelen voor de Amsterdamse warmtevoorziening. Sinds de herziening van het Vestigingsbeleid datacenters Amsterdam 2020-2030 in 2023 voert de gemeente Amsterdam een “nee, tenzij...” beleid ten aanzien van datacenters.
Nieuwe aanvragen voor vestiging of uitbreiding van bestaande datacenters worden alleen toegewezen als er een aantoonbaar en direct Amsterdams belang is én aan de (aangescherpte)
Pagina
171
Was
Amsterdam en waterbeheer gaan al eeuwenlang samen. Vanaf het moment dat de dam in de Amstel werd gelegd, werden maatregelen genomen om wonen en werken in een moerasgebied mogelijk te maken: het graven van sloten en grachten, het aanleggen van dijken en polders, het ophogen van land. Klimaatverandering brengt nieuwe problemen met zich mee. De zeespiegel stijgt, het weer wordt onvoorspelbaarder, extremen worden extremer. Deze nieuwe uitdagingen zijn onderverdeeld in vier thema’s, met ieder een eigen doelstelling: 1.
2.
3.
4.
Wateroverlast. De laatste jaren is er een trend van steeds meer extreme buien. De regenwaterknelpuntenkaart laat zien op welke plekken in Amsterdam dat tot schade leidt. Het doel is om schade te voorkomen en tegelijkertijd regenwater te laten bijdragen aan een aantrekkelijke, comfortabele en leefbare stad. Overstromingen. Overstromingen kunnen nu in Amsterdam optreden vanuit de Noordzee (via IJmuiden), het Markermeer, de Lek en de regionale watersystemen. Voor het watersysteem komen de limieten in zicht. Het doel is om de kans op overstromingen te verkleinen en de gevolgen bij een eventuele overstroming te beperken. Hitte. Het huidige klimaat meet gemiddeld twintig zomerse dagen in de regio Amsterdam. Dit aantal gaat flink oplopen. Op tropische dagen is de stad een hitte-eiland, tot twaalf graden hoger dan het ommeland. Hittestress kan leiden tot tal van fysieke en geestelijke problemen bij de mens en kan maatschappelijk ontwrichtend zijn. Het doel is om Amsterdam beter bestand te maken tegen hitte. Droogte. Regenbuien nemen toe, maar de droogte tussen de buien door ook. Droogte kan schade veroorzaken aan stedelijk groen en funderingen. Ook veroorzaakt het veenoxidatie, slechtere (zwem)waterkwaliteit, verzilting en bodemdaling en kan droogte het proces van verzakkingen met beschadigingen aan leidingen en netwerkkabels versnellen.