CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Was wordt-document.pdf

RAAD 13 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 – actualisatie 2025 (VN2025-012779)45.158 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Het doel is om Amsterdam beter bestand te maken tegen langdurige perioden van droogte en het voorkomen en beperken van schade aan gebouwen, groen, infrastructuur, water en dijken.

Wordt duurzaamheidsvoorwaarden wordt voldaan. (Het voorbereiden op) de uitkoppeling van restwarmte is hiermee een vereiste voor eventuele nieuw te vestigen datacenters. Dat gaat gepaard met een ruimtevraag van meerdere honderden vierkante meters, die dus tevoren in de nabije omgeving van datacenters moet worden gevonden De Strategie Klimaatadaptatie Amsterdam uit 2020 zet een stip op de horizon om als gemeente in 2050 zo goed mogelijk voorbereid te zijn op het veranderende klimaat en wat daarvoor nodig is. In 2021 volgde de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie en in 2024 de Agenda klimaatadaptatie 2024-2026. Om de doelstelling uit de Strategie te halen zal klimaatadaptatie de komende jaren een prioriteit moeten zijn bij ruimtelijke planning en investeringen. In de MRA werken we samen aan regionale opgaven zoals klimaatbestendige nieuwbouw en gebiedsontwikkeling, en op de vitale en kwetsbare infrastructuur in de MRA. In lijn met het landelijke Deltaprogramma werken we aan vier thema’s, met ieder een eigen doelstelling: 1.

2.

3.

4.

Wateroverlast. De laatste jaren is er een trend van steeds meer extreme buien. De risicokaart laat zien op welke plekken in Amsterdam dat tot schade leidt. Het doel is om schade te voorkomen en tegelijkertijd regenwater te laten bijdragen aan een aantrekkelijke, comfortabele en leefbare gemeente. Overstromingen. Overstromingen kunnen nu in Amsterdam optreden vanuit de Noordzee (via IJmuiden), het Markermeer, de Lek en de regionale watersystemen. Voor het watersysteem zijn de limieten in zicht. Het doel is om de kans op overstromingen klein te houden en de gevolgen bij een eventuele overstroming te beperken. Hitte. Het huidige klimaat meet gemiddeld twintig zomerse dagen in de regio Amsterdam. Dit aantal gaat flink oplopen. Op tropische dagen is het stedelijk gebied een hitte-eiland, tot twaalf graden hoger dan het ommeland. Hittestress kan leiden tot tal van fysieke en geestelijke problemen bij de mens en kan maatschappelijk ontwrichtend zijn. Vooral kwetsbare groepen zoals ouderen en jonge kinderen zullen steeds vaker gezondheidsproblemen ervaren door hitte. Het doel is om Amsterdam beter bestand te maken tegen hitte. Droogte. Regenbuien nemen toe, maar de droogte tussen de buien door ook. Droogte kan schade veroorzaken aan stedelijk groen en funderingen.

Ook veroorzaakt het veen-oxidatie, slechtere (zwem)waterkwaliteit, verzilting en bodemdaling en kan droogte het proces van verzakkingen met beschadigingen aan leidingen en netwerkkabels versnellen. Het doel is om Amsterdam beter bestand te maken tegen langdurige perioden van droogte en het voorkomen en beperken van schade aan gebouwen, groen, infrastructuur, water en dijken.

Pagina

173

173

173

Was

Zeespiegelstijging zet de afvoer binnen dit hele watersysteem onder druk. In de toekomst kan het nodig zijn om in het Noordzeekanaal, maar ook het IJmeer en het Markermeer, meer ruimte in verticale zin in te bouwen. Het huidige streefpeil voor het Noordzeekanaal is -0,40 m NAP en het maximaal toelaatbare peil is nu 0,00 m NAP. In de toekomst is het verhogen van het maximaal toelaatbare peil naar +0,20 m NAP mogelijk nodig. Voor het IJmeer is na 2050 mogelijk een extra peilopzet van 30 cm ten opzichte van het huidige peilbesluit nodig. Het is wenselijk om hiermee rekening te houden bij de bepaling van maaiveldhoogtes en inrichting van de ondergrond in ruimtelijke ontwikkelingen langs de genoemde wateren en in de vrijwaringszones van primaire keringen. Ook werkt peilverhoging onder meer door in de doorvaarthoogten van de bruggen in de binnenstad, de Schellingwouderbrug en (in de toekomst) de bruggen over het IJ. Hierover zullen in de daarvoor bestemde trajecten nadere afspraken gemaakt moeten worden.

Amsterdam Rainproof is een netwerkaanpak van meer dan honderd partijen in de stad. Gezamenlijk doel: Amsterdam beter bestand maken tegen hoosbuien. Rainproof gaat over de hele stad: private en publieke ruimte. Daarvoor wordt hemelwater tijdens hoosbuien tijdelijk opgevangen en via de oppervlakte afgevoerd, dus bovengronds verwerkt, wegens betere effectiviteit en doelmatigheid dan bij volledige verwerking in de riolering Hemelwaterverordening De gemeente heeft wettelijk de zorg om afvloeiend hemelwater te verwerken. Het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam (GRPA) 2016-2021, vastgesteld in 2016, geeft hieraan invulling. Het GRPA formuleert de ambitie dat de stad, op zowel privaat als publiek terrein, een bui met een herhalings- kans van 1 keer per 100 jaar (toen zijnde een bui van 60 mm in 1 uur) kan verwerken zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur. Hiertoe is in de Hemelwaterverordening een verplichting ingesteld om bij nieuwe bouwwerken het hemelwater op eigen perceel te bergen. Voor alle fysieke projecten van de gemeente zelf is

Wordt De KNMI ’23-klimaatscenario’s bevestigen de bovenstaande trends en ze laten bovendien zien dat klimaatverandering sneller gaat en het weer vaker extremer wordt dan voorheen gedacht. Zelfs in de meest optimistische scenario’s heeft klimaatverandering grote gevolgen voor Amsterdam. Zeespiegelstijging zet de afvoer binnen dit hele watersysteem onder druk. In de toekomst kan het nodig zijn om in het Noordzeekanaal, maar ook het IJmeer en het Markermeer, meer ruimte in verticale zin in te bouwen. Het huidige streefpeil voor het Noordzeekanaal is -0,40 meter NAP en het maximaal toelaatbare peil is nu 0,00 meter NAP. In de toekomst is het verhogen van het maximaal toelaatbare peil naar +0,20 meter NAP mogelijk nodig. Voor het IJmeer is na 2050 mogelijk een extra peilopzet van 30 cm ten opzichte van het huidige peilbesluit nodig. Het is noodzakelijk om hiermee rekening te houden bij de bepaling van maaiveldhoogtes en inrichting van de ondergrond in ruimtelijke ontwikkelingen langs de genoemde wateren en in de vrijwaringszones van primaire keringen. Ook werkt peilverhoging onder meer door in de doorvaarthoogten onder bruggen, bijvoorbeeld de bruggen over het IJ, het AmsterdamRijnkanaal, bij IJburg en delen van de binnenstad. Om hier als Amsterdam, waterbeheerders, regiopartners en Rijk op samen te werken, is in 2023 het Deltaprogramma Centraal Holland opgericht.

Naast peilverhogingen worden belangrijk: het vasthouden van water in de (veen)polders, het toevoegen van ruimte in het watersysteem, het extra bergen van water in bergingsgebieden, en het afvoeren van water uit het boezemsysteem met extra pompen en gemalen. Ook op zoetwaterbeschikbaarheid wordt in genoemd Deltaprogramma samengewerkt. De Ontwikkelstrategie 2035 kiest voor ontwikkellocaties die klimaatadaptief zijn, of zijn te maken. Watersysteem, bodemdaling en gevolgbeperkingen worden bepalender in de planvorming. Amsterdam Weerproof is een netwerkaanpak van meer dan honderd partijen in de gemeente. Gezamenlijk doel: Amsterdam beter bestand maken tegen de gevolgen van klimaatverandering. Weerproof gaat over de hele gemeente: private en publieke ruimte. Het is een netwerk dat met onder andere bewoners, bedrijven en woningcorporaties kansen, kennis en ervaringen deelt, samenwerkt en kansen benut. Hemelwaterverordening De gemeente heeft wettelijk de zorg om afvloeiend hemelwater te verwerken. Het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam (GRPA) 2016-2021, vastgesteld in 2016, gaf hieraan invulling en vormde daarmee de basis van de Hemelwaterverordening.

In het GRPA stond de ambitie dat de gemeente, op zowel privaat als publiek terrein, een bui met een herhalingskans van 1 keer per 100 jaar (toen zijnde een bui van 60 mm in 1 uur) kan verwerken zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur. Hiertoe is in de Hemelwaterverordening een verplichting ingesteld om bij nieuwe bouwwerken het hemelwater op eigen perceel te bergen. Voor alle fysieke projecten van de

Pagina

173

Was dit een bindende norm. De opvolger van de GRPA, het Omgevingsprogramma Riolering 2022 – 2027, zal op basis van de actuele kennis van klimaatverandering, aan de hand van het Klimaatsignaal ’21, een strengere norm bui introduceren, te differentiëren per gebied, waardoor rekening gehouden moet worden met een hogere norm aan hemelwateropvang en met bijhorende ruimtelijke consequenties. Overstromingen De zorg voor veilige waterkeringen en zo laag mogelijke overstromingskansen ligt bij de waterbeherende partijen. De gemeente heeft hierbij de verantwoordelijkheid dat binnen ruimtelijke projecten de huidige primaire en regionale keringen niet doorsneden of verzwakt worden, en er voldoende ruimte blijft voor toekomstige versterkingen. Amsterdam maakt deel uit van een regionaal watersysteem. Het Noordzeekanaal-IJAmsterdam-Rijnkanaal is onderdeel van het hoofdwatersysteem en is daarin de hoofdtransportas, met de gemalen IJmuiden en Zeeburg als spuimogelijkheden voor overtollig water. De boezemwatersystemen, zoals de Amstel en de Amsterdamse grachten, zijn hierop aangesloten. Aanvoerroutes naar genoemde gemalen, waaronder dus de grachten, dienen voldoende vrije ruimte te bieden voor berging en doorstroming van water. Zeespiegelstijging zet de afvoer binnen dit hele watersysteem onder druk.

In de toekomst kan het nodig zijn om in het Noordzeekanaal, maar ook het IJmeer en het Markermeer, meer ruimte in verticale zin in te bouwen. Het huidige streefpeil voor het Noordzeekanaal is -0,40m NAP en het maximaal toelaatbare peil is nu 0,00 m NAP. In de toekomst is het verhogen van het maximaal toelaatbare peil naar +0,20 m NAP mogelijk nodig. Voor het IJmeer is na 2050 mogelijk een extra peilopzet van 30 cm ten opzichte van het huidige peilbesluit nodig. Het is wenselijk om hiermee rekening te houden bij de bepaling van maaiveldhoogtes en inrichting van de ondergrond in ruimtelijke ontwikkelingen langs de genoemde wateren en in de vrijwaringszones van primaire keringen. Ook werkt peilverhoging onder meer door in de doorvaarthoogten van de bruggen in de binnenstad, de Schellingwouderbrug en (in de toekomst) de bruggen over het IJ. Hierover zullen in de daarvoor bestemde trajecten nadere afspraken gemaakt moeten worden. We wapenen we ons de komende decennia op vier manieren tegen overstromingen: 1. Handhaving huidige keringen. Enkele jaren geleden is prioriteit gelegd bij de primaire keringen langs de hoofdwateren voor Amsterdam: de Lekdijk, IJmuiden en de Markermeerdijk. Daarmee zijn de eisen aan de keringen langs het Amsterdam-Rijnkanaal en Noordzeekanaal minder streng geworden.

Toch is het vanwege klimaat- verandering belangrijk om ook deze keringen in de huidige staat te handhaven. 2. Meer ruimte voor het watersysteem. Het Noordzeekanaal / IJ krijgt steeds meer water te verwerken. Oplossingen in het ruimtelijke domein zijn: het vasthouden van water in de

Wordt gemeente zelf is dit een bindende norm. De opvolger van de GRPA, het Omgevingsprogramma Riolering 2022 – 2027, heeft op basis van de actuele kennis van klimaatverandering, aan de hand van het KNMI-Klimaatsignaal uit 2021, een strengere normbui geïntroduceerd voor de openbare ruimte (70 mm in 1 uur), met nog steviger consequenties voor hemelwateropvang. Overstromingen We wapenen ons de komende decennia op drie manieren tegen overstromingen: 1. Handhaving huidige keringen Enkele jaren geleden is prioriteit gelegd bij de primaire keringen langs de hoofdwateren voor Amsterdam: de Lekdijk, IJmuiden en de Markermeerdijk. Daarmee zijn de eisen aan de keringen langs het Amsterdam-Rijnkanaal en Noordzeekanaal minder streng geworden. Toch is het vanwege (versnelde) klimaatverandering belangrijk om ook deze keringen in de huidige staat te handhaven. 2. Gevolgbeperking Overstromingsrisico’s zijn in Amsterdam niet overal gelijk. Daarom is op kaart gezet in welke categorie een gebied valt, en welke maatregelen kunnen worden genomen. De gevolgen van een overstroming kunnen worden beperkt door onder andere aangepast bouwen, evacuatieroutes en shelters, en veilige locatiekeuzes voor vitale en kwetsbare functies, zoals ziekenhuizen en installaties voor elektriciteit, data en ICT.

Er zijn gebieden met een relatief grote overstromingskans en een grote overstromingsdiepte (zie kaart ‘Maximale overstromingsdiepte’, met overstromingskansen 1:100 en 1:1.000, dit zijn met name gebieden in Zuidoost, Noord en Nieuw-West en de Watergraafsmeer/Science Park). De kwetsbaarheid wordt verhoogd door de aanwezigheid van vitale en kwetsbare functies, zoals onderstations voor elektriciteit en ziekenhuizen. Ook in Weesp zijn kwetsbare gebieden, vooral de onbebouwde polders en het westelijk deel van Leeuwenveld. 3. Verdichtingslocaties Voor de verdichtingslocaties in Amsterdam is veel informatie beschikbaar over welke maatregelen kunnen worden genomen voor waterveilige projecten, zoals de Themastudie Waterveiligheid. Ook aangrenzende gebieden kunnen daardoor veiliger worden

Pagina

176

176

176 176-177

Was veenpolders, het toevoegen van ruimte in watersysteem, droogmakerijen en stad, het mogelijk maken van een peilverhoging in het systeem, het extra bergen van water in bergingsgebieden en het afvoeren van water met extra pompen en gemalen. 3. Gevolgbeperking. Overstromingsrisico’s zijn in Amsterdam niet overal gelijk. Daarom is op kaart gezet in welke categorie een gebied valt, en welke maatregelen kunnen worden genomen. De gebieden met een egale arcering kennen een grotere overstromingskans (meer dan eens in de 3.000 jaar). De gevolgen van een overstroming kunnen worden beperkt door aangepast bouwen, evacuatieroutes en shelters, en veilige locatiekeuzes voor vitale en kwetsbare functies, zoals ziekenhuizen en installaties voor elektriciteit, data en ICT. Deze maatregelen zijn extra van belang in het licht van zeespiegelstijging op de lange termijn. 4 Verdichtingslocaties. Voor de verdichtingslocaties in Amsterdam is bekend welke maatregelen kunnen worden genomen voor waterveilige projecten. Ook aangrenzende gebieden in de bestaande stad kunnen daardoor veiliger worden. Als samenleving gaan we fundamenteel anders consumeren en produceren. De circulaire economie levert veel kansen op. Allereerst stelt het ons in staat om de waarde van schaarse grondstoffen en materialen op grote schaal te behouden.

Dit vergroot de beschikbaarheid van producten die we nodig hebben voor onze welvaart en technologische vooruitgang, maar ook om de energietransitie kracht bij te zetten. Daarnaast gaat het hergebruik van materialen, grondstoffen en goederen zorgen voor meer lokale werkgelegenheid in de reparatie- en verwerkingssector. In een circulaire economie consumeren we minder en produceren we veel efficiënter. Ook zorgen we ervoor dat organische grondstoffen zoals voedsel en (drink)water terugvloeien in het ecosysteem. En we gebruiken materialen langer en telkens opnieuw, zodat hun waarde wordt behouden en afval wordt voorkomen.

In 2030 gebruiken we in Amsterdam 50% minder nieuwe grondstoffen. In 2022 is 10% van de gemeentelijke inkoop circulair, en ten minste 50% in 2025. Vanaf 2022 zijn alle nieuwe ontwerpen voor gebieds-ontwikkelingen (inclusief transformatie) en openbare ruimte gebaseerd op circulaire criteria. In 2023 zijn alle uitvragen in de gebouwde omgeving vanuit de gemeente circulair

Wordt

Als samenleving gaan we fundamenteel anders consumeren en produceren. De circulaire economie levert veel kansen op: behoud van schaarse grondstoffen, betere beschikbaarheid van producten die we nodig hebben voor welvaart en energietransitie, meer lokale werkgelegenheid in de reparatie- en verwerkingssector, en tegengaan van verdere schade aan leefomgeving en biodiversiteit.

In een circulaire economie consumeren we minder en produceren we veel efficiënter. Ook zorgen we ervoor dat organische grondstoffen zoals voedsel en (drink)water terugvloeien in het ecosysteem. En we gebruiken materialen langer en telkens opnieuw, zodat hun waarde wordt behouden en afval wordt voorkomen. We nemen maatregelen voor schonere straten, minder (rest)afval en het zoveel mogelijk scheiden en hoogwaardig verwerken van de grondstoffen die we inzamelen. We zetten in op afvalpreventie door vroeg in de keten in te grijpen. Wat er niet is, hoeven we ook niet op te ruimen. In 2030 gebruiken we in Amsterdam 50% minder nieuwe, niet-herwinbare grondstoffen. In 2022 is 10% van de gemeentelijke inkoop circulair, ten minste 50% in 2025 en 100% in 2030. Vanaf 2025 zijn alle nieuwe ontwerpen voor gebiedsontwikkelingen (inclusief transformatie) en openbare ruimte gebaseerd op circulaire indicatoren uit Het Nieuwe Normaal (HNN). In 2023 zijn alle uitvragen in de gebouwde omgeving vanuit de gemeente circulair. In 2026 is de gemeentelijke organisatie in staat circulair te werken.

-

In 2030 gebruikt de gemeente 20% minder materiaal dan in 2018.

Pagina 177

Was

Wordt

Waardeketens, ambities en branches

Waardeketens, ambities en branches

1.

Voor de transitie naar een circulaire economie hanteren we voor alle drie de waardeketens de volgende vier strategieën (4V's), te weten Voorkomen, Verlengen, Verwaarden en Vervangen.

Voedsel en organische restromen. Bij deze waardeketen draait het om de voedselkringloop: het duurzaam lokaal verbouwen en maken van producten die worden geconsumeerd in de stad, waarbij organische reststromen zo hoogwaardig mogelijk worden verwerkt en terugkeren in de keten. Consumenten en bedrijven verminderen de voedselverspilling vóór 2030 met ten minste 50%. Amsterdam test nieuwe, innovatieve manieren om organisch afval in te zamelen en te verwerken. We stimuleren stadslandbouw om voedsel dichter bij de Amsterdammers te krijgen. De gemeente koopt regionaal geproduceerd voedsel in. We ondersteunen kringlooplandbouw en werken samen met duurzame ketenpartijen om productie en consumptie van regionaal en duurzaam voedsel te vergroten. Dit sluit aan bij de ambities voor voedsel en stadslandbouw zoals beschreven in het hoofdstuk Gezonde Stad.

177

Hierbij draait het om ons koop-, gebruik- en afdankgedrag van producten, zoals elektronica, textiel en meubels. Hoe behouden we hun waarde langer, hoe voorkomen we dat de grondstoffen en materialen als afval worden verbrand en hoe zorgen we ervoor dat we meer gaan repareren en met elkaar gaan delen? In de paragraaf over economie in het hoofdstuk Vitale stad wordt de rol van reparatiebedrijven benoemd. Als gemeente geven we het goede voorbeeld door vanaf 2030 alleen nog maar circulair in te kopen en willen we onze consumptie met ten minste 20% verminderen.

177

Hiermee verwijzen we naar het ontwerp, de bouw en de renovatie van woningen, gebouwen en alles in de openbare ruimte, inclusief de ondergrond. Vanaf 2022 zijn alle nieuwe ontwerpen voor gebiedsontwikkelingen, transformaties en openbare ruimte in Amsterdam gebaseerd op circulaire criteria. Daaronder verstaan we materiaalgebruik met weinig milieudruk en een lange levensduur, of adaptief en demontabel bouwen om wisselende functies te ondersteunen. Denk hierbij aan bouwen met hout en andere biobased materialen en bouwen met secundaire bouwmaterialen die vrijkomen bij sloop en renovatie. De ambitie om waarde te behouden, zowel materieel als immaterieel, draagt ook bij aan het behoud van bijzondere Amsterdamse plekken zoals pleinen, parken en wijken. We streven naar waarde-inventarisaties volgens de genoemde donutmethodiek, om op zowel stedelijk als gebiedsniveau te kunnen sturen. In de hoofdstukken Leefbare stad en Compacte stad komen veel van deze onderwerpen terug.

1.

Voedsel en organische restromen. Hier draait het om het duurzaam lokaal verbouwen en maken van voedsel dat wordt geconsumeerd in de gemeente, waarbij organische reststromen zo hoogwaardig mogelijk worden verwerkt en terugkeren in de keten. Voedselverspilling vermindert vóór 2030 met ten minste 50%. Amsterdam overweegt daartoe juridische maatregelen, bijvoorbeeld door het melden en monitoren van voedselverspilling en het doneren van voedsel te verplichten. Decentrale initiatieven van burgers en bedrijven krijgen de ruimte om gft te scheiden en te verwaarden tot compost of andere bodemverbeteraars. De gemeente test nieuwe manieren om organisch afval in te zamelen en te verwerken. De met CircuLaw geïnventariseerde gemeentelijke instrumenten worden uitgewerkt. Stadslandbouw wordt gestimuleerd om voedsel dichter bij de Amsterdammers te krijgen. De gemeente koopt regionaal geproduceerd voedsel in. We ondersteunen kringlooplandbouw en werken samen met duurzame ketenpartijen om productie en consumptie van regionaal en duurzaam voedsel te vergroten. Hierbij draait het om ons koop-, gebruik- en afdankgedrag van producten, zoals elektronica, textiel en meubels.

Hoe behouden we hun waarde langer, hoe voorkomen we dat de grondstoffen en materialen als afval worden verbrand en hoe zorgen we ervoor dat we meer gaan repareren en met elkaar gaan delen? Als gemeente gaan we te werk volgens het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030, de Visie en Routekaart van de MRA voor een circulaire textielsector en de Green Deals van de Rijksoverheid die van toepassing zijn op Amsterdam. Als gemeente geven we daarnaast het goede voorbeeld door vanaf 2030 alleen nog maar circulair in te kopen en willen we onze consumptie met ten minste 20% verminderen. Hiermee verwijzen we naar het ontwerp, de bouw en de renovatie van woningen, gebouwen en alles in de openbare ruimte, inclusief de ondergrond. Vanaf 2022 zijn alle nieuwe ontwerpen voor gebiedsontwikkelingen, transformaties en openbare ruimte in Amsterdam gebaseerd op de indicatoren uit Het Nieuwe Normaal (HNN) en de bijbehorende circulaire ontwerp- en bouwprincipes. Denk hierbij aan bouwen met biobased materialen, zoals hout en bouwen met secundaire bouwmaterialen die vrijkomen bij sloop en renovatie. De ambitie om waarde te behouden, zowel materieel als immaterieel, draagt ook bij aan het behoud van bijzondere Amsterdamse plekken zoals pleinen, parken en wijken. We streven naar waarde-inventarisaties volgens de genoemde donutmethodiek, om op zowel stedelijk als gebiedsniveau te kunnen sturen.

In de hoofdstukken Leefbaar Amsterdam en Compact Amsterdam komen veel van deze onderwerpen terug.

Pagina 178

178

Was Het raamwerk CGO (Circulaire Gebiedsontwikkeling) geeft een overzicht van de belangrijkste onderdelen waarover beslissingen moeten worden genomen in de gebiedsontwikkeling. Door criteria te stellen, worden de nieuwe ontwerpen voor gebiedsontwikkeling en transformatie circulair gemaakt. Ook socialere aspecten zoals identiteit, aanwezigheid hechte gemeenschappen, specifieke functies, toegankelijkheid, samenwerkingspartners, leefbaarheid en deelmobiliteit worden in dat overzicht meegenomen. Opschalen van bouwen met hout De mogelijkheden van bouwen met hout zijn groot en krijgen wereldwijd steeds meer momentum. Door nieuwe technische mogelijkheden en de positieve eigenschappen en prestaties willen we met het bouwen met hout opschalen. Hout slaat CO2 op en kent, uitgaande van duurzame bosbouw, een veel circulairder productie- en bewerkingsproces dan bijvoorbeeld beton. Houtbouw draagt daarmee bij aan het behalen van klimaatdoelstellingen en vermindert de behoefte aan primaire grondstoffen. Daarnaast is houtbouw flexibeler en levert het lokale werkgelegenheid op. Hout kan worden toegepast in de openbare ruimte en in veel gebouwen, tot hoogbouw aan toe. Specifiek voor woningen werken we in de Metropoolregio Amsterdam toe naar een Green Deal die ertoe leidt dat vanaf 2025 minimaal 20% van de woningproductie in hout wordt uitgevoerd.

De komende tijd zal worden verkend wat dit voor Amsterdam gaat betekenen.

179 179

14. Vitale Stad Belangrijke randvoorwaarden voor een vitale economie zijn een hoogwaardige kennisinfrastructuur, aantrekkelijke en diverse stedelijke milieus en werkmilieus, vrije ruimte (zie ook het hoofdstuk Inclusieve stad), een goed ondernemersklimaat, een goede relatie tussen onderwijs en arbeidsmarkt en goede infrastructuurnetwerken, ook onder de grond.

179

Amsterdam wil meer dan voorheen de economische dynamiek in de kennis- en innovatieeconomie aanwenden om een betere stad te worden voor alle Amsterdammers.

Wordt Het raamwerk Circulaire Gebiedsontwikkeling (CGO) geeft een overzicht van de belangrijkste onderdelen in de gebiedsontwikkeling. Door de indicatoren uit het raamwerk van Het Nieuwe Normaal (HNN) aan te houden in beleid, aanbestedingen en gronduitgifte, worden de nieuwe ontwerpen voor gebiedsontwikkeling en transformatie circulair gemaakt. Ook socialere aspecten zoals identiteit, aanwezigheid hechte gemeenschappen, specifieke functies, toegankelijkheid, samenwerkingspartners, leefbaarheid en deelmobiliteit worden in dat overzicht meegenomen. Opschalen van bouwen met hout en andere biobased materialen Specifiek voor woningen heeft de Metropoolregio Amsterdam (MRA) in de Green Deal Houtbouw vastgelegd dat vanaf 2025 jaarlijks minimaal 20% van de gehele woningproductie in de MRA (en dus in de gemeente Amsterdam) in houtbouw moet worden uitgevoerd en onder welke voorwaarden van houtbouw sprake is. Bouwen met biobased materialen draagt bij aan de biodiversiteit, een kwalitatief hoogwaardig landschap, voorkomen van klimaatverandering door reductie van CO₂ in de atmosfeer (zowel minder uitstoot als opslag van CO₂) en aan reductie van stikstof.

Daarnaast hebben biobased materialen afkomstig uit duurzame bosbouw en landbouw een substantieel meer circulair productie- en bewerkingsproces, met minder negatieve milieueffecten dan traditionele primaire bouwmaterialen zoals beton of staal. De MRA Woondeal heeft als doel om vanaf 2030 minimaal 50% van het aantal woningen circulair en industrieel te laten bouwen. De Rijksoverheid heeft in de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) verschillende doelstellingen vastgesteld over het gebruik van biobased materialen. De gemeente Amsterdam wil hierin voorop lopen, zoals in de doelstelling om vanaf 2030 minimaal 30% van de nieuwbouwwoningen te realiseren met tenminste 30% biobased materialen. Toekomstige doelstellingen - vastgesteld in MRA-verband of vanuit het Rijk - die aansluiten op dit streven, zullen worden overgenomen. Praktisch gaan we ermee aan de slag en houden we de voortgang bij. 15. Vitaal Amsterdam Belangrijke randvoorwaarden voor een vitale economie zijn een hoogwaardige kennisinfrastructuur, aantrekkelijke en diverse stedelijke milieus en werkmilieus, behoud en toevoegen van voldoende (betaalbare) bedrijfsruimte op de juiste plek, vrije ruimte (zie ook het hoofdstuk Inclusief Amsterdam), een goed ondernemersklimaat, een goede relatie tussen onderwijs en arbeidsmarkt en goede infrastructuurnetwerken, ook onder de grond.

Amsterdam wil meer dan voorheen de economische dynamiek in de kennis- en innovatieeconomie aanwenden om een betere gemeente te worden voor alle Amsterdammers. Dit doen wij bijvoorbeeld via de Strategie Innovatiedistricten Amsterdam 2023.

Pagina 179

Was Behoud en inpassing van bedrijvigheid in nieuwe gemengde wijken is daarbij cruciaal, juist ook voor praktisch geschoolde werkgelegenheid. Veel bedrijfsfuncties zoals bakkerijen, reparatiebedrijven of logistiek hebben een lokale, stadsverzorgende functie.

179

Ons beleid in Ruimte voor de Economie van Morgen uit 2017 laat onder andere zien hoe we ongelijkheid en uitsortering voorkomen.

179180

Amsterdam wil meewerken aan het opstellen van een regionale economische strategie waarbij mensen in de hele regio profiteren van de economische dynamiek. Inclusie, innovatie, en interactie moeten daarin een centrale plek krijgen.

180

We scherpen ons beleid aan om kleinschalige bedrijvigheid te integreren in primair op wonen gerichte stadsbuurten met een verdichtingsopgave. Doel is om in ontwikkelingen ook kleinschalige werkruimte te realiseren. Dat doel wordt vertaald naar realistische streefgetallen per gebiedsontwikkeling, op basis van marktonderzoek en de koppeling aan lokaal onderwijs en arbeidsaanbod. Hoe groot de schaarste aan ruimte wordt, hangt af van het succes van integreren van bestaande en nieuwe lichte vormen van bedrijvigheid (ambachten, kleinschalige productie, distributie en reparatiebedrijven) in de geplande woon-werkwijken en het verdichten van bedrijventerreinen. Dit vergt een blijvende inspanning. Al sinds de structuurvisie uit 2011 sturen wij hierin, maar de doelen worden daarbij slechts ten dele behaald, omdat autonome krachten sterk zijn. Het is een flinke uitdaging die mét de markt, ondernemers en betrokkenen gerealiseerd moet worden.

181

181

Verdringing van kwetsbare economische functies moet worden voorkomen. De omgevingsvisie bouwt wat dit betreft voort op bestaand beleid, dat recent is ingezet met de ‘Bedrijvenstrategie 2020-2030’ (2020) om bedrijfsruimte in de stad te behouden en (her)ontwikkelen.

181

Gezien het belang van bedrijven voor een inclusief Amsterdam zetten we in deze omgevingsvisie extra in op het tegengaan van economische verdringing.

Wordt Het tekort aan (betaalbare) werkruimte in de gemeente neemt toe. Behoud en toevoeging van bedrijvigheid in bestaande en nieuwe wijken is daarom cruciaal, specifiek voor praktische werkgelegenheid. Veel bedrijfsfuncties zoals bakkerijen, reparatiebedrijven of logistiek hebben een lokale, stadsverzorgende functie. De snel veranderende omgeving en trends vragen om een herijking van de visie Ruimte voor de Economie van Morgen, met aandacht voor de ambities uit Een nieuw Amsterdam economisch peil en ruimtelijke gevolgen van bijvoorbeeld de energie- en circulaire transitie. Om ongelijkheid tussen buurten beter te begrijpen, analyseren we verschillen in niet-woonprogramma’s en regels. Zo werken we aan een betere balans tussen wonen en niet-wonen, en binnen niet-wonen. Dit sluit aan bij acties uit de Agenda voor Amsterdams Ondernemerschap. Amsterdam wil meewerken aan het opstellen van een regionale economische strategie waarbij mensen in de hele regio profiteren van de economische dynamiek. Inclusie, innovatie, en interactie moeten daarin een centrale plek krijgen. De opgaven en schaarse ruimte vragen om afstemming en instrumentarium op regionaal niveau. We scherpen ons beleid aan om niet-woonprogramma beter te integreren in lopende en nieuwe gebiedsontwikkelingen. Doel is om in ontwikkelingen ook kleinschalige en betaalbare werkruimte en ander niet-woonprogramma te realiseren.

Dat doel wordt vertaald naar realistische streefgetallen per gebiedsontwikkeling, maar vraagt ook om (nieuwe) sturingsinstrumenten. Toekomstige ruimte voor bedrijvigheid hangt af van de mate waarin bestaande en nieuwe lichte bedrijvigheid (zoals ambachten, kleinschalige productie, distributie en reparatie) in woonwerkwijken worden geïntegreerd, en van het verdichten van bedrijventerreinen. Dit vraagt blijvende inzet. Hoewel we hier sinds de Structuurvisie van 2011 op sturen, worden doelen slechts deels gehaald door sterke autonome krachten. Het is een grote uitdaging die samen met de markt, ondernemers en betrokkenen moet worden aangepakt. Om die reden verdiepen we in het ruimtelijk-programmatisch kader de balans tussen niet-woonfuncties en ontwikkelen we instrumenten om het behoud en de toevoeging daarvan beter te regisseren in gebiedsontwikkelingen. Verdringing van kwetsbare economische functies moet worden voorkomen. De omgevingsvisie bouwt wat dit betreft voort op bestaand beleid, dat recent is ingezet met de ‘Bedrijvenstrategie 2020-2030’ (2020) en ‘Toekomstbestendige bedrijventerreinen MRA’ (2024) om bedrijfsruimte in de gemeente te behouden en (her)ontwikkelen. Gezien het belang van bedrijven voor een inclusief Amsterdam zetten we in deze omgevingsvisie extra in op het tegengaan van economische verdringing.

We gaan scheefwerken en ongewenste verkleuring van bedrijventerreinen in kaart brengen en ontwikkelen beleid om dat tegen te gaan.

Pagina 182

Was Het is onmisbaar hier een realistische doelstelling en financiële onderbouwing voor te hebben.

182

We ontwikkelen een plan voor naoorlogse wijken om in de stedelijke vernieuwing meer ruimte te krijgen voor verschillende vormen van bedrijvigheid. Hoewel de coronacrisis de onzekerheid van kantoorontwikkelingen vergroot, is de leegstand in Amsterdam eind 2020 historisch laag. Met de voorspelde groei van de stad is het reëel uit te gaan van aanhoudende vraag naar kantoorruimte. Hierbij zullen we marktontwikkelingen nog scherper monitoren. Kantoren worden bij voorkeur op goed per openbaar vervoer bereikbare locaties gebouwd. Daarbij geldt: hoe beter de ov-ontsluiting, hoe groter de kantoorvolumes mogen zijn. Bij Zuidas of Sloterdijk zijn er dus grootschaliger kantoorontwikkelingen mogelijk dan bijvoorbeeld rondom een willekeurige metrohalte. Zie ook Stationskwartieren in Deel II WAAR. Kenniskwartieren In de visie ‘Ruimte voor de Economie van Morgen’ (2017) worden innovatiedistricten benoemd als belangrijke plekken voor de stedelijke economie. De gebieden zijn divers; de nadruk kan liggen op onderwijs en kennisdeling, wetenschap en onderzoek of ondernemerschap en startups. In alle gebieden ligt de focus op het stimuleren van interactie en het ontwikkelen van kennis en ideeën. Verdere ontwikkelingen van deze gebieden vindt op drie manieren plaats. 1. Fysieke inrichting van het gebied moet interactie stimuleren.

Functiemening, bereikbaarheid en de inrichting van de openbare ruimte met plek voor experimenten zijn daarbij van groot belang. 2. Ruimte bieden aan innovatieve bedrijven en instellingen die elkaar versterken.

182

182

182183

183

Bouwen aan een netwerk tussen bedrijven en instellingen gericht op het ontwikkelen en uitwisselen van ideeën. Door de combinatie van de drie bovenstaande onderdelen ontstaat een innovatief ecosysteem. Gezien het belang van de kenniskwartieren voor de ontwikkeling van de stedelijke economie gaan we de komende jaren hier verder op inzetten. Dat doen we door de visie ‘Ruimte voor de Economie van Morgen’ (2017) specifiek voor het onderdeel kenniskwartieren/innovatiedistricten verder uit te werken. In die uitwerking nemen we naast de ruimtelijke component ook de nietruimtelijke componenten van die gebieden mee. We brengen in beeld wat het economische belang van deze gebieden is voor de economie en hoe we dit kunnen vergroten. De belangrijkste locaties komen qua profiel en ambitie aan de orde en we kijken ook naar netwerken en governance. Daarnaast werken we de komende jaren verder aan de ontwikkeling van twee nieuwe kenniskwartieren in de stad: Riekerpolder/Nieuwe Meer en Marineterrein

Wordt Het is onmisbaar om hiervoor een (financieel) instrumentarium voor te ontwikkelen om hier meer in te kunnen sturen. We ontwikkelen een plan om meer ruimte te krijgen voor verschillende vormen van bedrijvigheid. Sindsdien is de kantorenmarkt alweer veranderd, met meer leegstand op specifieke plekken. Om die reden wordt een nieuw kantorenplan opgesteld, welke het huidige kantorenplan gaat vervangen. Kantoren worden bij voorkeur gebouwd op locaties die goed bereikbaar zijn per openbaar vervoer. Daarbij geldt dat de kantoorvolumes groter mogen zijn naarmate deze beter zijn ontsloten. Nabij Intercitystations zijn grootschaliger kantoorontwikkelingen mogelijk dan rondom willekeurige metrohaltes. Voor een verdere duiding zie Stationskwartieren in Deel II WAAR. Innovatiedistricten In de Strategie Innovatiedistricten Amsterdam (2023) worden innovatiedistricten genoemd als belangrijke plekken voor de stedelijke economie. Deze gebieden zijn divers, met een focus op onderwijs, wetenschap, onderzoek, ondernemerschap of start-ups. Centraal staat het stimuleren van interactie en kennisontwikkeling. De verdere ontwikkeling van innovatiedistricten vindt op drie manieren plaats: 1. Fysieke inrichting: Creëer een omgeving die interactie bevordert, met gemengde functies, goede bereikbaarheid en openbare ruimte voor experimenten. 2.

Ruimte voor innovatie: Faciliteer innovatieve bedrijven en instellingen die elkaar versterken. 3. Netwerkvorming: Bouw aan samenwerkingen tussen bedrijven en instellingen om kennis en ideeën uit te wisselen, ook met het MBO.

Tekst geschrapt, het nieuwe beleid is er al.

Pagina 183

Was Doordat deze vraag steeds meer gaat knellen, is er op middellange termijn nog beperkte groei van datacenters mogelijk, onder strenge voorwaarden. We verwijzen hierbij naar het ‘Vestigingsbeleid datacenters 2020 – 2030: Amsterdam Duurzaam Digitaal’.

184185

Toerisme en overnachtingsbeleid De afgelopen jaren is door de stormachtige groei van het toerisme de leefbaarheid en de balans tussen bewoners en bezoekers in delen van de stad onder druk komen te staan. Voor de komende jaren wensen wij een evenwichtiger stad met minder toeristendominantie in het centrum en een steviger positie van bewoners. De herpositionering van de binnenstad als plek waar bezoekers én Amsterdammers zich thuis moeten voelen, in plaats van waar bezoekers zich ten koste van Amsterdammers thuis voelen krijgt een stevige impuls met de Aanpak Binnenstad en het bijbehorende uitvoeringsprogramma.

Wordt De gemeente Amsterdam staat ambigue tegenover datacenters. Enerzijds zijn ze een essentieel onderdeel van de huidige en toekomstige economie en kunnen ze warmte leveren. Grote innovaties zijn te verwachten in de mobiliteit, energievoorziening, gezondheidszorg enzovoorts. Anderzijds zijn er het hoge elektriciteits- en watergebruik, en het beslag op schaarse onder- en bovengrondse ruimte. Daarom is het vestigingsbeleid aangescherpt. Voortaan geldt een ‘nee tenzij’-beleid; bestaande aanvragen worden nog wel regulier in behandeling genomen. Toerisme en overnachtingsbeleid De afgelopen jaren is door de stormachtige groei van het toerisme de leefbaarheid en de balans tussen bewoners en bezoekers in delen van de gemeente onder druk komen te staan. Voor de komende jaren wensen wij een evenwichtiger gemeente met minder toeristendominantie in het centrum en een steviger positie van bewoners. De herpositionering van de binnenstad als plek waar bezoekers én Amsterdammers zich thuis moeten voelen, in plaats van waar bezoekers zich ten koste van Amsterdammers thuis voelen krijgt een stevige impuls met de Aanpak Binnenstad en het bijbehorende uitvoeringsprogramma.

Het toerisme moet kwalitatief hoogwaardiger worden en zich meer verspreiden over stad en regio. Daarom willen we het aantal toeristenattracties in het centrum de komende jaren langzaam verminderen, en in wijken buiten de ring A10 en de regio juist vergroten. Dat sluit goed aan op onze strategische keuze voor een meerkernige stad.

Het toerisme moet kwalitatief hoogwaardiger worden en zich meer verspreiden over gemeente en regio. Daarom willen we het aantal toeristenattracties in het centrum de komende jaren langzaam verminderen, en in wijken buiten de ring A10 en de regio juist vergroten. Dat sluit goed aan op onze strategische keuze voor een meerkernige Amsterdam.

Een van de maatregelen om de overlast van toerisme in de hand te houden is beperking van de groei van het aantal hotelkamers en aanscherping van regels voor vakantieverhuur van woningen. De huidige coronacrisis heeft veel impact op de hotelbranche en hoe zij uit de crisis zal komen is nog onzeker. Enkele hotels verkennen tijdelijk wonen in hotelkamers.

Na het volksinitiatief ‘Amsterdam heeft een keuze’ is in 2021 de verordening ‘Toerisme in balans Amsterdam’ vastgesteld. De verordening stelt een maximum aan het aantal toeristenovernachtingen en dagbezoeken in de gemeente: 20 miljoen bezoekers per jaar. Er dient te worden ingegrepen als er meer dan 18 miljoen bezoekers naar Amsterdam komen.

Met de vaststelling van de Regionale Hotelstrategie 2016-2022 wordt al sinds 2013 niet meer ingezet op een algemene stimulering van hotelontwikkeling, maar regionaal ingezet op hotelontwikkelingen die lokaal waarde toevoegen. In 2016 is het Amsterdamse deel van de regionale hotelstrategie herzien: ‘Van hotelbeleid naar overnachtingsbeleid’, met als doel om de groei van het aantal hotels af te remmen. Ondanks de huidige crisis is de verwachting dat op lange termijn de interesse voor hotelontwikkeling zal blijven bestaan. Het strenge overnachtingsbeleid blijft de komende jaren dan ook overeind.

Een van de maatregelen om de overlast van toerisme in de hand te houden is beperking van de groei van het aantal hotelkamers en aanscherping van regels voor vakantieverhuur van woningen. Met het Hotelbeleid 2024 wordt geen medewerking meer verleend aan hotelinitiatieven die niet passen in het geldende omgevingsplan.

Nieuwe richtingen Een belangrijk doel van deze omgevingsvisie is een evenwichtiger verdeling van onder meer werkgelegenheid, voorzieningen en toeristen in de metropoolregio. Met de vaststelling van het

Nieuwe richtingen Een belangrijk doel van deze omgevingsvisie is een evenwichtiger verdeling van onder meer werkgelegenheid, voorzieningen en toeristen in de metropoolregio. Met de vaststelling van het MRA ontwikkelkader verblijfsaccommodaties in 2020 is hierop al ingezet. Amsterdam en de regiogemeenten hechten belang aan realisatie van hoogwaardige en gebiedsversterkende hotels in de regio.

Pagina

Was MRA ontwikkelkader verblijfsaccommodaties in 2020 is hierop al ingezet. Amsterdam en de regiogemeenten hechten belang aan realisatie van hoogwaardige en gebiedsversterkende hotels in de regio. De komende jaren gaan we verkennen welke extra mogelijkheden de Omgevingswet biedt om de groei van het aantal hotels in Amsterdam te beperken. We zoeken daarbij aansluiting bij twee doelen van de Omgevingswet: beter inzicht in wat op bepaalde plekken wel en niet mag en meer samenhang in beleid, besluitvorming en regelgeving. Tijdelijke vakantieverhuur van reguliere woningen heeft via grootschalige internationale vakantieverhuurplatforms in de jaren voorafgaand aan de COVID-19-crisis een zodanig hoge vlucht genomen dat beperkingen nodig waren. In drie Amsterdamse wijken is de toeristische draagkracht het meest in het geding gebleken: Burgwallen-Oude Zijde, Burgwallen-Nieuwe Zijde en Grachtengordel-Zuid. De overige wijken met relatief hoge toeristische druk bevinden zich in Centrum en Zuid. In de drie genoemde wijken is vakantieverhuur vanaf 2020 verboden er geldt er een vergunningplicht in de overige wijken. De vergunningplicht geldt ook voor bed-andbreakfastadressen. Vanaf 2021 treden er extra controlemogelijkheden in werking, zoals een registratieplicht van vakantieverhuurders.

185

Het aangescherpte uitgangspunt dat woningen vooral zijn om in te wonen, wordt ook tot uitdrukking gebracht in de paragraaf Wonen in het hoofdstuk Inclusieve stad. Voorafgaand aan de coronapandemie werd de stad steeds drukker en was er grote vraag naar horeca, gebruik van openbare ruimte door terrassen en vervaging van de grenzen tussen horeca, detailhandel, cultuur en dienstverlening. Het vigerende horecabeleid bood onvoldoende mogelijkheden om hierin mee te gaan en tegelijk een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen. Na corona blijft horeca belangrijk voor onze stad, voor ontmoeting, ontspanning en – steeds vaker – als werkplek. We zoeken daarom naar een evenwicht tussen ruimte voor horecaondernemers, gastvrijheid, en een prettig leefklimaat voor bewoners.

Wordt Om van Amsterdam een meerkernige gemeente te maken, zijn levendige en complete kernen nodig buiten de historische binnenstad. Naast wonen, werken en horeca zijn hierbij ook andere functies noodzakelijk waar mensen hun vrije tijd graag doorbrengen. Het vrijetijdsvoorzieningenbeleid zorgt voor een langetermijnvisie op dit soort functies in een meerkernig Amsterdam en een stimuleringskader om initiatiefnemers te laten kijken naar de nieuwe kernen van Amsterdam. Verhuur van woningen aan toeristen heeft via grootschalige internationale vakantieverhuurplatforms een zodanig hoge vlucht genomen dat beperkingen nodig waren. De wijken met hoge toeristische druk bevinden zich vooral in de stadsdelen Centrum en Zuid. Om de bed & breakfast’s (B&B) en vakantieverhuur beter te reguleren zijn er extra voorwaarden gesteld. Verhuurders moeten zich voor zowel voor een B&B als voor vakantieverhuur registreren en een vergunning aanvragen. Voor vakantieverhuur geldt een maximum aantal nachten per jaar en een meldplicht bij verhuur. Voor wat betreft B&B’s is per wijk een maximum gesteld aan het aantal beschikbare vergunningen. De meest actuele regels over het verhuren van een woning aan toeristen zijn te vinden in de Huisvestingsverordening en webpagina’s over B&B’s en vakantieverhuur in Amsterdam.

Het aangescherpte uitgangspunt dat woningen vooral zijn om in te wonen, wordt ook tot uitdrukking gebracht in de paragraaf Wonen in het hoofdstuk Inclusief Amsterdam. Horeca is belangrijk voor Amsterdam. Het is een plek voor ontmoeting, ontspanning en – steeds vaker – een werkplek. Met de groeiende drukte in de gemeente neemt de vraag naar horecavoorzieningen toe, evenals het gebruik van openbare ruimte door terrassen. Tegelijkertijd vervagen de grenzen tussen horeca, detailhandel, cultuur en dienstverlening. We zoeken daarom naar een evenwicht tussen ruimte voor horecaondernemers, gastvrijheid en een prettig leefklimaat voor bewoners. Het oude horecabeleid schiet tekort om deze ontwikkelingen in goede banen te leiden, terwijl het waarborgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat centraal blijft staan. Om die reden is er nieuw horecabeleid. Dit speelt in op de nieuwste ontwikkelingen in de markt en legt verbindingen met aanverwante beleidsthema’s. Met het nieuwe beleidskader voor horeca en terrassen streven we de volgende doelen na: -

Horeca-initiatieven worden vooraf beoordeeld op hun impact op de omgeving. Eenduidige regels voor horeca en terrassen die gelden voor de hele gemeente. Er is ruimte voor nieuwe trends en ontwikkelingen in de horeca.

Pagina

Was

Wordt Ondernemers kunnen een betere afweging maken tussen kansen en knelpunten bij het starten van een nieuwe horecaonderneming of het aanpassen van bestaande horeca. Maatwerk leveren voor bewoners en ondernemers in het gebied. Meer sturing van de gemeente op waar welke horeca zich vestigt. Tekst geschrapt, het nieuwe beleid is er al. -

185

In de loop van 2021 stellen we een nieuw beleidskader horeca vast, dat inspeelt op vernieuwingen in de markt en een relatie legt met aanpalende beleidsthema’s. Het bestaat uit drie pijlers: 1. Beperking van overlast voor bewoners. 2. Eenduidige regels met herleidbareafwegingen voor ondernemers. 3. Uniforme regulering voor de stad. We stellen de volgende wijzigingen voor ten opzichte van het oude beleid: 1. Een nieuwe onderverdeling van horecacategorieen, beter toegepast op de hedendaagse praktijk, generiek toepasbaar voor heel Amsterdam. 2. Een duidelijker keuze uit instrumenten ter regulering van horeca, zoals de APV, het omgevingsplan, algemene regels, meldingsplicht, vergunningsplicht enzovoorts. 3. Een inhoudelijk kader dat antwoord geeft op de vraag waar welke vormen van horeca(-activiteiten) wel of niet gewenst zijn.

186

Daarnaast introduceert het stedelijk beleidskader handvatten om de stedelijke regels lokaal en maatwerkgericht toe te kunnen passen, met bijvoorbeeld gebiedstypologieen. Maatwerk vindt verder plaats in horeca-ambitieplannen. Daarin wordt per gebied, buurt of wijk beschreven welke functies er thuishoren en welke relevante ontwikkelingen het gebied de komende jaren doormaakt. Met een dergelijke analyse wordt het mogelijk om passende keuzes te maken, zodat iedere horecavestiging op een positieve wijze bijdraagt aan de buurt. In het nieuwe beleidskader horeca komt ook aandacht voor een gezondere voedselomgeving in Amsterdam. Evenementen horen bij de stad en brengen Amsterdammers een rijk en breed aanbod, verbinden mensen, bieden kansen voor nieuw talent en maken deel uit van de identiteit van Amsterdam. In veel gevallen vervullen evenementen ook een functie voor de regio en ver daarbuiten. Evenementen in de openbare ruimte kunnen ook overlast geven. Hoewel in de afgelopen jaren veel is geïnvesteerd in overlastbeperkende maatregelen, neemt in de openbare ruimte de spanning tussen behoefte aan rust en de overlast van evenementen eerder toe dan af. Dit is het gevolg van de verdere verdichting van de stad en daarmee toenemende concurrentie in het gebruik van de openbare ruimte.

Dit maakt dat we voor evenementen de komende jaren een delicate middenkoers moeten bewandelen, met oog voor beide kanten van de zaak. Bij vernieuwing van het evenementenbeleid zal deels worden aangesloten op de strategische keuze voor meerkernige ontwikkeling in deze omgevingsvisie. Dat wil zeggen dat vergunningverlening

Amsterdam heeft een sterk gevarieerd aanbod aan evenementen en festivals. Zowel voor Amsterdammers als voor bezoekers uit binnen- en buitenland is er volop keuze. Onze evenementen kunnen traditiegetrouw rekenen op grote publieke belangstelling en hoge waardering van de bezoekers. Festivals en evenementen kunnen bijdragen aan een tolerante, inclusieve gemeente. Ze kunnen verschillende uitingen van cultuur of kunst met elkaar verbinden en vormen interessante plekken voor bezoekers van alle leeftijden, aard en geslacht, van verschillende culturele of sociaaleconomische achtergronden, en met verschillende opvattingen en interesses. Veel Amsterdammers ontdekken via festivals bovendien delen van de gemeente waar zij anders zelden of nooit komen. Ze vormen een veilige plek om op je eigen manier te genieten van de

Pagina

Was en spreiding van evenementen vaker op het niveau van de hele metropoolregio zal worden bezien.

Wordt programmering en je alleen of samen met anderen onder te dompelen in een onalledaagse ervaring. In 2024 legde Amsterdam in de Visie Festivals en Evenementen 2025-2035 vast waarom festivals en evenementen belangrijk zijn en waarom we die een plek geven in onze gemeente. Dit toekomstbeeld geeft richting aan de beleidskeuzes voor de komende jaren: vernieuwing van het evenementenbeleid, nieuw beleid voor vergunningen en subsidies, en via participatie aanpassen van locatieprofielen waar dat gewenst is.

187 188

190 191

1. Van fossiel naar uitstootvrij: de ambitie van Amsterdam is om in 2030 alleen nog uitstootvrije mobiliteit te hebben. Mobiliteit is voor iedereen in de stad belangrijk om mee te kunnen doen. Uitgangspunt is dat iedereen zich moet kunnen verplaatsen: mensen met een beperking, mensen met een kleine portemonnee, kinderen, ouderen. Dat uitgangspunt hoort bij een inclusieve stad, maar het levert soms ook dilemma’s op. Meer ruimte op de stoep betekent dat we minder ruimte geven aan een andere functie, vaak de auto. Maar dat kan weer betekenen dat mensen die afhankelijk zijn van de auto zich minder goed kunnen verplaatsen. Meer hoogwaardige ov-lijnen maken de regio beter bereikbaar, maar kan het openbaar vervoer in bepaalde wijken minder fijnmazig maken. Sommige keuzes veroorzaken ongewild vervoersarmoede bij mensen. Daarom formuleren we hier als uitgangspunt dat alle burgers tegen redelijke kosten – in termen van geld, tijd en moeite – de vervoersbewegingen moeten kunnen maken die nodig zijn voor volwaardig meedoen in de samenleving. Naast aantrekkelijk openbaar vervoer helpt een goed, sociaal veilig ontwerp van de openbare ruimte hierbij, evenals aandacht voor betaalbaarheid. Ook voor lichamelijk of visueel gehandicapten is meer ruimte nodig, met minder obstakels. Zie ‘openbare ruimte’ voor meer hierover.

Transport over water bedraagt nu nog maar 1% van de vaarbewegingen op het water. Wat ons betreft neemt dat de komende jaren toe. Het moet als vervoerwijze volwaardig gaan meedoen bij afwegingen over mobiliteitsoplossingen in de stad. Maar ook op het water is het druk en moeten er keuzes worden gemaakt. Overslag van kade naar water en vice versa kost ruimte. Logistieke processen moeten hierop worden aangepast, onder andere door de bouw van

Het aantal geschikte plekken voor grootschalige evenementen in de buitenruimte neemt om allerlei redenen af, met name vanwege de grote woningbouwopgave. Amsterdam werkt om die reden aan nieuw evenementenbeleid. Hierin zal worden ingezet op een zo gevarieerd mogelijk aanbod, binding van evenementen met de gemeente en de buurt, ruimte voor experiment en een goede spreiding van evenementen en festivals over de gemeente. 1.Van fossiel naar uitstootvrij: Amsterdam streeft naar volledig uitstootvrije mobiliteit. Uitgangspunt is dat iedereen zich zelfstandig moet kunnen verplaatsen: mensen met een beperking, mensen met een kleine portemonnee, met kinderwagens of met zware boodschappen, kinderen, ouderen. Alle tram- en bushaltes moeten daarom toegankelijk worden, met verbeterde, inclusieve informatievoorziening. Inclusieve uitgangspunten leveren soms ook dilemma’s op. Meer ruimte voor ov-haltes of voor de stoep betekent dat we minder ruimte geven aan een andere functie, vaak de auto. Maar dat kan weer betekenen dat mensen die afhankelijk zijn van de auto zich minder goed kunnen verplaatsen. Sommige keuzes veroorzaken ongewild vervoersarmoede bij mensen. Daarom formuleren we als uitgangspunt dat alle burgers tegen redelijke kosten – in termen van geld, tijd en moeite – de vervoersbewegingen moeten kunnen maken die nodig zijn voor volwaardig meedoen in de samenleving.

Naast aantrekkelijk openbaar vervoer helpt een goed, sociaal veilig ontwerp van de openbare ruimte hierbij. Ook voor personen met een handicap is meer ruimte nodig, met minder obstakels. Zie ‘openbare ruimte’ voor meer hierover. Het vervoer van goederen, afval, bouwmaterialen en bevoorrading over water mag de komende jaren toenemen. Dit ontlast bijvoorbeeld kwetsbare bruggen en kademuren. Ook kan transport over water bijdragen aan emissieloze mobiliteit. Transport over water vindt al volop plaats voor waterbouwkundige doeleinden, zoals werkzaamheden aan kademuren en bruggen, maar is verder nog beperkt. Water moet volwaardig gaan meedoen bij afwegingen over mobiliteitsoplossingen.

Pagina

Was goederenhubs. Niet elk water is hiervoor geschikt, omdat watertransport vaak niet samengaat met ecologische doelstellingen. Zie het hoofdstuk ‘Water’ elders in deze beleidsagenda. Ter stimulering van transport over water gaan we de komende jaren het volgende doen: Uitbreiding van laad- en loslocaties, zowel nieuwe locaties als medegebruik van open afstaplocaties van de passagiersvaart. Invoeren venstertijden en aanpassen ligtijden, zodat er vooral gevaren wordt als andere gebruikers (passagiersvaart en pleziervaart) minder actief zijn.

191

In de openbare ruimte van Amsterdam liggen ongeveer 250.000 autoparkeerplaatsen. Met de Agenda Amsterdam Autoluw kiezen we ervoor om tot 2025 in drukke gebieden 10.000 parkeerplaatsen weg te halen, om ruimte te scheppen voor voetgangers, fietsers, openbaar vervoer, groen en laad- en losvoorzieningen. Aangezien we de mobiliteitstransitie willen blijven stimuleren voor meer leefbaarheid in de stad, gaan we ook na 2025 door met het verminderen van autoparkeerplaatsen. Dat betekent dat we minder parkeervergunningen gaan afgeven, gecombineerd met prijsbeleid en het stimuleren van deelmobiliteit.

192

… is soms ruimte voor parkeeroplossingen op maat.

192 193

Amsterdam heeft nu 11 treinstations en 38 metrostations. De toekomst van de Amsterdamse haven is geschetst in de Gemeentelijke Visie Haven (GVH), waarbij deze omgevingsvisie aansluit.

194

Het Havenbedrijf moet in 2030 10 MW extra windenergie gerealiseerd hebben.

194

Bedrijvigheid met de grootste risicocontouren gaat in beginsel zoveel mogelijk naar de Amerikaen Afrikahaven. In de visie Noordzeekanaalgebied 2040 is een eventuele uitbreiding van het havenarsenaal voorzien in de Noordelijke Houtrakpolder.

195

De (commerciële) pleziervaart, watersport-industrie en jachthavens zijn de afgelopen decennia fors gegroeid. De groei van watertoerisme is een internationale ontwikkeling. Amsterdam is een populaire bestemming. Sinds de ingebruikname van de PTA in 2000 is er elk jaar – tot aan de coronacrisis – een vrijwel doorlopend stijgende lijn in het aantal bezoekende zeecruiseschepen.

Wordt Maar ook op het water is het druk en moeten er keuzes worden gemaakt. Overslag van kade naar water en vice versa kost ruimte op het water en op de wal. Logistieke processen moeten hierop worden aangepast, onder andere door de bouw van goederenhubs. Niet elk water is hiervoor geschikt, omdat watertransport vaak niet samengaat met ecologische doelstellingen. Zie het hoofdstuk ‘Water’ elders in deze beleidsagenda. Ter stimulering van transport over water gaan we de komende jaren (verder) werken aan de uitbreiding van laad- en loslocaties, zowel nieuwe locaties als medegebruik van op- en afstaplocaties van de passagiersvaart. Met de Agenda Amsterdam Autoluw en de koers Amsterdam maakt Ruimte kiezen we ervoor om jaarlijks parkeervakken te herbestemmen. Dat doen we om meer ruimte te geven aan andere functies in de openbare ruimte zoals ruimte voor voetgangers, fietsers, groen en verblijven. Tussen 2019 en 2025 zijn een kleine 10.000 parkeervakken herbestemd. Tussen 2026 en 2030 continueren we dit beleid, waarbij de nadruk ligt op het herbestemmen van parkeervakken op de drukste plekken in de gemeente. Dit doen we met prijsbeleid en het verminderen van het aantal parkeervergunningen in combinatie met flankerend beleid zoals het stimuleren van deelmobiliteit. … is soms ruimte voor parkeeroplossingen op maat.

Deze denkrichtingen zullen landen in onder meer aan een nieuwe nota parkeernormen auto en fiets. Amsterdam heeft nu 12 treinstations en 38 metrostations. De toekomst van de Amsterdamse haven is geschetst in de Gemeentelijke Visie Haven (GVH) en het daarna verschenen bredere Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied, waarbij deze omgevingsvisie aansluit. De gemeente Amsterdam heeft daarnaast met het Havenbedrijf Amsterdam afgesproken dat het Havenbedrijf zich gaat inspannen om tot 2030 10 MW extra opgesteld vermogen windenergie te realiseren binnen haar beheergebied. Voor bedrijvigheid met de grootste risicocontouren is vooral aan de westkant van het havengebied meer ruimte voor zwaardere milieucategorieën nodig. Tevens moet strategisch rekening worden gehouden met minimaal 10 miljoen m3 piekwaterberging en moet voor het havengebied en westzijde van Amsterdam een groot 380 kV onderstation worden gerealiseerd. Een optie daarvoor is de Houtrakpolder, zoals is benoemd in het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied. De cruisevaart, (commerciële) pleziervaart, watersport-industrie en jachthavens zijn de afgelopen decennia fors gegroeid. Meer drukte op het water geeft een grotere kans op ongelukken. Dat betekent dat een goede afstemming nodig is tussen veel partijen met verschillende belangen.

De komende jaren wordt uitvoering gegeven aan het besluit om de zeecruise te verminderen en de

Pagina

195

195 195 195 197 198

198

198

200

Was Meer drukte op het water kan zorgen voor een grotere kans op ongelukken. Dat betekent dat een goede afstemming nodig is tussen veel partijen met verschillende belangen. Schiphol draagt bij aan de internationale verbondenheid van Amsterdam. Het is een multimodaal knooppunt met een uitgebreid netwerk van (inter)continentale bestemmingen. Met name dit netwerk is van groot belang voor de internationale positionering van de Metropoolregio Amsterdam. Het zorgt voor veel werkgelegenheid en is belangrijk voor de economische ontwikkeling van de metropool. Door geluidsoverlast en de uitstoot van schadelijke stoffen zoals CO2 conflicteert het vliegverkeer echter steeds sterker met het belang van een gezonde leefomgeving, klimaatbeleid en ruimtelijke claims.

Een stop voor internationale treinen op Schiphol versterkt de internationale hubfunctie en de internationale connectiviteit van Nederland. Amsterdam pleit voor het terugdringen van de milieucontouren van Schiphol. Amsterdam zet in op een duurzame, veilige en selectieve beweging van Schiphol naar multimodale hub. 15. Gezonde Stad Thema´s zijn: groei van de groene stad, arbeidsmarkt en onderwijs, data en technologie, acute en crisiszorg. Gericht op de vier groepen: ouderen, GGZ, Jeugd en Gezin en mensen met chronische aandoeningen. Het Amsterdamse gezondheidsbeleid is vastgelegd in de Nota Volksgezondheid Amsterdam. Deze dateert uit 2017, maar wordt in 2021 vernieuwd en aangescherpt op basis van de laatste, deels landelijke prioriteiten. Het bevorderen en beschermen van de gezondheid is ook een basis voor de Groenvisie, het programma Lucht- kwaliteit, Amsterdam Autoluw, het Meerjarenprogramma Fiets, het Actieplan Geluid, Amsterdam Age Friendly City, Sportvisie 2025 en het nieuwe Horeca- en terrassenbeleid. Ook is er Amsterdams Geluidsbeleid en de strategie Klimaatadaptatie. De essentie van al dit beleid is terug te vinden op verschillende plaatsen in deze omgevingsvisie en wordt hier dus ook bekrachtigd. Om gezondheid onderdeel te maken van de ruimtelijke ontwikkeling van de stad, is er de Amsterdamse Gezondheidslogica.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16220801/1