CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Was wordt-document.pdf

RAAD 13 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 – actualisatie 2025 (VN2025-012779)45.158 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Was/wordt-document bij de actualisatie van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 In dit document worden alle voorgestelde wijzigingen genoemd voor het actualiseren van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. Zo maken we alle wijzigingen inzichtelijk. Dit document bestaat uit twee onderdelen: 1. Algemene wijzingen 2. Was/wordt De twee onderdelen worden in de betreffende hoofdstukken kort toegelicht.

1 Algemene wijzigingen Bij de actualisatie van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 waren voor bepaalde onderwerpen zo vaak identieke wijzigingen nodig, dat deze hier generiek worden benoemd. Op deze manier zijn wijzigingen transparant zonder dat deze nota onnodig lang wordt. Onderstaand staan alle generieke wijzingen: • De term ‘stad’ is veelal komen te vervallen voor de term ‘gemeente’ of een verwijzing naar Amsterdam als gemeente. De reden hiervoor is de fusie met Weesp. Hiermee is de gemeente Amsterdam niet langer één gemeente bestaande uit één stad, maar één gemeente bestaande uit twee steden. • Het voorwoord komt bij de actualisatie te vervallen. • De diagrammen in hoofdstuk 3 komen te vervallen bij de actualisatie. Ze ondersteunden de tekst, maar waren vooral terugblikkend van aard, terwijl het hoofdstuk juist de focus legt op de toekomst. Bovendien waren sommige diagrammen niet meer actueel, mede door de fusie met Weesp. Sinds 2023 is er daarnaast een monitor voor de omgevingsvisie beschikbaar, die elke twee jaar wordt geactualiseerd. In deze monitor komen onderwerpen als woningbouwproductie, werkgelegenheid en modal split eveneens aan bod. • Als gevolg van het gereedmaken van de OVA2050 voor het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) verdwijnen citaten, foto’s en colofon grotendeels uit de omgevingsvisie. Kaartbeeld komt wel overal terug.

Dit heeft te maken met de technische beperkingen die het DSO met zich meebrengt op het gebied van vormgeving. • Ontwikkelbuurten zijn van naam veranderd naar voorrangsbuurten. • De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) is van naam veranderd in de Commissie Omgevingskwaliteit (COK). • De coronapandemie kwam veelvuldig aan bod in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. Anno 2025 is dit veel minder relevant. Om die reden is dit verwijderd op plekken waar dit niet meer noodzakelijk is.

• • • • • • • •

• •

Teksten over de Omgevingswet zijn naar de huidige tijd gebracht. Toen de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 werd vastgesteld, moest de Omgevingswet nog in werking treden. Inmiddels is dit het geval. In navolging hierop is ook de term bestemmingsplan overal aangepast naar omgevingsplan. Kenniskwartieren zijn van naam veranderd in innovatiedistricten. Verwijzingen naar opleidingsniveau zijn veranderd van ‘laag- en hoogopgeleid’ naar ‘MBO, HBO en WO’. De uitvoeringsagenda is geschrapt, omdat deze afwisselend werd gebruikt met uitwerkingsopgaven. Bij de actualisatie is ervoor gekozen om enkel de term ‘uitwerkingsopgaven’ te gebruiken. Dat is één geactualiseerde lijst geworden. De uitwerkingsopgaven (hoofdstuk 18) zijn alfabetisch geordend en niet meer per ambitiethema ingedeeld. Dit heeft te maken met de integrale aard van veel uitwerkingsopgaven. De nog relevante actiepunten uit de Agenda Samen stadmaken zijn onderdeel gemaakt van de uitwerkingsopgaven. De lijst aan het eind van hoofdstuk 21 komt hiermee te vervallen. Zo wordt dit overzichtelijker. Verwijzingen in de tekst naar andere paginanummers gaan uit de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. Dit heeft te maken met het gereed maken van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 voor het Digitaal Stelsel Omgevingwet (DSO). Hierin vervallen paginanummers.

De Nieuwe Hollandse Waterlinie (waaronder onder andere Fort Vechten, Fort bij Rijnauwen en andere verdedigingswerken vallen) werd in 2021 toegevoegd aan het bestaande werelderfgoed van de Stelling van Amsterdam. Sindsdien wordt de gecombineerde werelderfgoedinschrijving officieel aangeduid als de Hollandse Waterlinies. Bij de actualisatie wordt daarom met die naam naar het Unesco-werelderfgoed verwezen. De OVA2050 sprak van ‘bodem- en grondwatersysteem’. Omdat grondwater formeel nog een onderdeel is van de bodem is de term ‘bodem- en watersysteem’ correcter. Dit is hersteld bij de actualisatie. De term Rainproof is vervangen door de actuele term Weerproof.

2 Was/wordt In de tabel hieronder staan: • In kolom 1 de paginanummers van de oorspronkelijke tekst van de omgevingsvisie Amsterdam; • in kolom 2 (‘Was’) de oorspronkelijke tekst van de Omgevingsvisie Amsterdam (2021); • in kolom 3 (‘Wordt’) de voorgestelde aangepaste tekst. Teksten die nieuw zijn toegevoegd staan enkel in de kolom 3, maar zijn in de voorgestelde tekst van geactualiseerde Omgevingsvisie Amsterdam 2050 in context te lezen (zie separate document).

Pagina 16 16

17

18 18 19 19

19 22

22

29

Was

Wordt Publiekssamenvatting Amsterdam en de Amsterdammers beleven een spannende tijd. Jaren van snelle groei zijn Met deze omgevingsvisie zet Amsterdam de ruimtelijke lijnen uit naar 2050. abrupt afgebroken door een ontregelende pandemie, die op de korte termijn voor onzekerheid zorgt. Tegelijk is er de voortdenderende trein van internationalisering en technologische ontwikkeling die maatschappelijke tegenstellingen verscherpt. Daarbovenop komt de noodzakelijke omschakeling vanwege de klimaatverandering en klimaatbestendigheid. Deze omgevingsvisie komt daarom op het goede moment. Het stadsbestuur zet ermee de lijnen uit naar 2050. De grootste uitdaging is de overstap naar meer duurzaamheid, met andere energiebronnen en De grootste veranderingen worden de overstap naar meer duurzaamheid, met andere een minder verspillende manier van leven. De inrichting van stad en regio gaat wezenlijk energiebronnen, bestendigheid tegen een veranderend klimaat, en een minder verspillende veranderen. Deze plannen staan deels al op de rol, een ander deel is nieuw. In de omgevingsvisie manier van leven. Deze plannen staan deels al op de rol, een ander deel is nieuw. In de staat vooral de samenhang centraal en het kiezen van een koers naar 2050. omgevingsvisie staat vooral de samenhang centraal en het kiezen van een koers naar 2050. In het landschap rond de stad maken we ruimte voor windmolens.

In het landschap rond Amsterdam en in de haven maken we ruimte voor windmolens. We hebben een drieledig doel: ruimte, schonere lucht en gezonder bewegen. We hebben vier doelen: ruimte, schonere lucht, gezonder bewegen, en een toegankelijker Amsterdam voor iedereen. Hoe de omgevingsvisie in de praktijk haar doorwerking zal krijgen, wordt uitgewerkt in een Tekst geschrapt. Uitvoeringsagenda omgevingsvisie Amsterdam. Groeien binnen grenzen Groeien binnen grenzen Verdichting door complete en duurzame wijkontwikkeling Verdichting door complete en duurzame wijkontwikkeling Ruimte voor 150.000 woningen erbij in complete buurten. Ruimte voor 150.000 woningen erbij in complete buurten. Verduurzamen bestaande buurten en woningen. Verduurzamen bestaande buurten en woningen. Behoud van productieve bedrijvigheid in Amsterdam. Behoud van productieve bedrijvigheid in Amsterdam. Ruimte voor schone energie en duurzame initiatieven. Ruimte voor schone energie en duurzame initiatieven. Verduurzaming van de haven. Verduurzaming van de haven. Rekening houden met klimaatverandering, het water- en het bodemsysteem. Buurtbatenovereenkomsten en buurtomgevingsvisies. Buurtrechten en buurtplatformrecht.

Deze omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Amsterdam 2040, op één ding na: het hoofdstuk De omgevingsvisie vervangt na vaststelling door de gemeenteraad de huidige Structuurvisie Hoofdgroenstructuur uit de Structuurvisie Amsterdam 2040 blijft van kracht als Amsterdam 2040. Hierop zijn twee uitzonderingen: de Hoofdgroenstructuur en het hoofdgroenstructuurbeleid, totdat nieuw beleid hiervoor is vastgesteld. hoogbouwbeleid, die integraal opgenomen waren in de structuurvisie. Deze blijven van kracht tot vervangend beleid is vastgesteld. Op termijn, maar niet eerder dan 2022, zullen Weesp en Amsterdam één gemeente vormen. De ambtelijke organisaties zijn op 1 juni 2019 gefuseerd. Tot die tijd blijft Weesp een zelfstandige gemeente en maakt ze een eigen omgevingsvisie. Daarom doet deze omgevingsvisie nog geen uitspraken over het grondgebied van Weesp. Nadat de gemeenteraad van Weesp zijn omgevingsvisie heeft vastgesteld, wordt deze integraal in deze visie opgenomen.

Tekst is geschrapt.

I VISIE

Pagina 30 32

Was

Wordt 1. Amsterdam in de wereld De invloed van de mensheid op de planeet neemt steeds verder toe. De in Amsterdam geboren De invloed van de mens op de planeet is vergelijkbaar met een geologische kracht. Volgens de Nobelprijswinnaar Paul Crutzen opperde als eerste de term ‘antropoceen’. De invloed van de Nederlandse Nobelprijswinnaar Paul Crutzen leven we daarom niet langer in het Holoceen, maar mens is vergelijkbaar met een geologische kracht en de effecten van onze soort op de planeet in het tijdperk gekenmerkt door de mens: het Antropoceen. De mens veroorzaakt meetbare zullen over honderdduizenden jaren nog voelbaar zijn. De aantasting van het milieu heeft een overschrijdingen van wetenschappelijk vastgestelde planetaire grenzen, de voorwaarden die de steeds directer en doordringender effect op onze leefomgeving. De coronacrisis maakt dat planeet stelt aan veilig kunnen leven door mens en dier. De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 duidelijk. Een besmettelijk virus springt op een markt over van dier op mens en in enkele streeft naar een groei binnen deze grenzen. maanden tijd wordt de hele wereld er door geraakt. De klimaatcrisis verloopt langzamer, maar is bedreigender en fundamenteler. Amsterdam ligt op een kwetsbare plek. Zeespiegelstijging, Met name klimaatverandering heeft fundamentele en kostbare gevolgen.

De gemeente droogte en extreme neerslag en een dalende bodem bedreigen op langere termijn de Amsterdam ligt op een kwetsbare plek. Zeespiegelstijging, droogte, extreme neerslag en een bewoonbaarheid van heel laag Nederland. dalende bodem bedreigen op langere termijn de bewoonbaarheid van heel laag Nederland. Sinds 2020 heeft Nederland te maken gehad met stijgende temperaturen en vaker voorkomende en Lokaal zijn de effecten van klimaatverandering al voelbaar: Nederland maakte in 2020 alweer intensere hittegolven, een toename van droogte en verzilting die ecosystemen en landbouw een ongebruikelijk lange hittegolf mee, grote delen van ons land kampen met structurele bedreigt, en zware regenval die tot risicovolle situaties leidde. Het KNMI verwacht tot 2100 droogte en extreem weer trekt een zware wissel op de leefbaarheid van dichtbebouwde steden. nattere winters, vaker extreme regenval, en zomers die droger en (tropisch) heter worden met Er is terecht reden tot grote zorg en somberheid. De doelstelling de opwarming van de aarde tot meer piekbuien. Deze ervaring en verwachting zetten de gemeente ertoe aan te investeren in een 1,5 graad te beperken raakt steeds verder buiten beeld. Wellicht bereiken we het moment van klimaatbestendige zero-emissiegemeente. Er is terecht reden tot grote zorg. De doelstelling om 1,5 graad opwarming al vlak na 2030 en van 2 graden nog voor 2050.

Dat is nog binnen de de opwarming van de aarde tot 1,5 graden Celsius te beperken is nagenoeg buiten beeld. Het horizon van deze omgevingsvisie. Het overschrijden van de tweegradengrens zal leiden tot Intergouvernementeel Panel voor Klimaatverandering (IPCC) verwacht met de huidige koers een onbeheersbare wereldwijde klimaatproblemen, zoals hitte, droogte, overstromingen, jaargemiddelde van 2 graden warmer tegen 2040, wat nog ruim binnen de horizon van deze misoogsten, en klimaatvluchtelingen. omgevingsvisie ligt. Een toekomstbestendig Amsterdam overschrijdt de draagkracht van de planeet niet. Feit is dat we op dit moment al ver boven onze stand leven. Alleen al het aanpassen van de bestaande stad aan klimaatdoelen en extremer weer stelt ons voor enorme opgaven en kosten. Op termijn is een omschakeling op een grotendeels circulaire samenleving noodzakelijk. Dit heeft grote gevolgen voor de leefomgeving en de wijze waarop de stad zich ontwikkelt. In de circulaire stad is meer ruimte nodig voor energievoorziening en afvalverwerking. Dit betekent een extra ruimtevrager waar we in de verdichtende stad rekening mee moeten houden. Het opwaarderen van grondstoffen, lokale productie, het opslaan van energie vraagt om milieuruimte. Dat betekent dat mengen van deze activiteiten met wonen en werken niet vanzelfsprekend is.

40

2. Ideeën en zorgen vanuit de stad, voor de stad

Een toekomstbestendig Amsterdam overschrijdt de draagkracht van de planeet niet. Feit is dat we op dit moment al ver boven onze stand leven. Alleen al het aanpassen van het bestaande stedelijk gebied aan klimaatdoelen en extremer weer stelt ons voor enorme opgaven en kosten. Op termijn is een omschakeling op een grotendeels circulaire samenleving noodzakelijk. Dit heeft grote gevolgen voor de leefomgeving en de wijze waarop de gemeente zich ontwikkelt. In een circulaire gemeente hebben bepaalde bedrijven voldoende hoge milieuzwaarte nodig voor circulaire activiteiten en een aansluiting op infrastructuurnetwerken voor aanvoer, retourstromen en afvoer. Een circulaire economie heeft baat bij beschikbaarheid van aan water gelegen bedrijventerreinen die transport over water faciliteren. Diverse circulaire activiteiten gaan gepaard met transport van grote en zware materialen en goederen. Denk aan afvalverwerkende bedrijven, reparatie en revisie van grote apparaten, recycling en circulaire bouwactiviteiten. Dat betekent dat mengen van deze activiteiten met wonen en werken niet vanzelfsprekend is en dat we zuinig dienen om te springen met de hoge milieuruimte (aan het water) die er nog is. 2. Ideeën en zorgen vanuit de samenleving

Pagina 40

42 47

47

47

Was Voor de totstandkoming van de omgevingsvisie hebben we gesprekken gevoerd met verschillende groepen in de stad: bewoners, ondernemers, jong en oud, geboren Amsterdammers en nieuwe Amsterdammers. In de zeven stadsdelen van Amsterdam hebben zeven verhalenvangers korte verhalen verzameld over wat mensen in de toekomst nodig hebben. In alle gesprekken kwamen gedeelde waarden over de inclusieve, duurzame en verbonden stad naar voren. Een stad met ruimte voor verschillende gemeenschappen, waar mensen zich thuis kunnen voelen, een toekomst kunnen opbouwen en waar ze zeggenschap hebben over hun eigen leefomgeving. De ideeën en visies vanuit de stad hebben een grote bijdrage geleverd aan de inhoud van deze omgevingsvisie. Een aantal uitspraken zijn letterlijk in de vorm van quotes in deze visie opgenomen. Stuk voor stuk laten de quotes zien wat nodig is en waarom. Een groot aantal van de ideeën vindt zijn weerslag in de delen WAAR, WAT en HOE. Soms zijn ze concreet te herkennen en soms zijn ze abstracter verwoord, vanwege de schaal van de omgevingsvisie. Dit zijn de belangrijkste thema’s van de stad, voor de stad:

Wordt Voor de totstandkoming van de omgevingsvisie hebben we gesprekken gevoerd met verschillende groepen in de gemeente: bewoners, ondernemers, jong en oud, geboren Amsterdammers en nieuwe Amsterdammers. In de zeven stadsdelen van Amsterdam hebben zeven verhalenvangers korte verhalen verzameld over wat mensen in de toekomst nodig hebben. Na de fusie van Weesp met Amsterdam is Weesp in 2025 onderdeel gemaakt van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. Weesp had tot 2025 haar eigen omgevingsvisie, eveneens opgebouwd met ideeën uit de samenleving. Het verhaal van Weesp is zorgvuldig onderdeel gemaakt van het verhaal voor de gemeente Amsterdam.

De opbrengsten van alle gesprekken en het harmoniseren van de Omgevingsvisie Weesp 2050 met die van Amsterdam vinden hun weerslag in de delen WAAR, WAT en HOE. Soms zijn ze concreet te herkennen en soms zijn ze abstracter verwoord, vanwege de schaal van de omgevingsvisie. Dit zijn de belangrijkste thema’s vanuit de lokale samenleving. 3. Amsterdam naar 2050 Voor de deels nog onbekende ruimtevraag voor energie en circulariteit reserveren we voldoende Voor de deels nog onbekende ruimtevraag voor energie en circulariteit reserveren we voldoende milieuruimte in het havengebied buiten de A10. Het zijn twee nieuwe sectoren waar Amsterdam hoge milieuruimte in het havengebied buiten de A10. Amsterdam kan zich onderscheiden op het zich mee kan onderscheiden. gebied van energie en circulariteit, bijvoorbeeld in sectoren zoals hoogwaardige recycling, waterstof, biochemie en (retour)- logistiek. Ruimte voor duurzaamheid Ruimte voor duurzaamheid Amsterdam zet vol in op de transitie naar schone energie en een circulaire economie. Dit zal Amsterdam zet vol in op de transitie naar schone energie, klimaatbestendigheid en een circulaire binnen en buiten de stad ruimtelijke impact hebben. Energieopwekking krijgt deels een plek in economie. Dit zal binnen en buiten de gemeente ruimtelijke impact hebben. Klimaatadaptatie het landschap rond de stad en op de daken in bestaande buurten.

Schone energie vraagt om vraagt om plek voor waterberging en -afvoer, en verkoeling. nieuwe infrastructuur. Die moet in bestaande en nieuwe buurten en in de ondergrond ingepast worden. Omdat de techniek nog sterk in ontwikkeling is, weten we niet met zekerheid met Energieopwekking krijgt deels een plek in het landschap en op daken in bestaande buurten. welke ruimtevraag we tot 2050 rekening moeten houden. Dat betekent niet dat we helemaal in Schone energie vraagt om nieuwe infrastructuur. Die moet in bestaande en nieuwe buurten en in het duister tasten. Voor bijvoorbeeld warmtenetten en uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk de ondergrond ingepast worden. Voor warmtenetten en uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk hebben we de ruimtevraag goed in beeld. We kunnen die ook inpassen, al vraagt dat wel om het hebben we de ruimtevraag goed in beeld. Verder is het vooral een zaak van het reserveren van maken van keuzes. Verder is het vooral een zaak van het reserveren van voldoende ruimte. Dat voldoende ruimte, zonder dat dit wordt afgewenteld op bijvoorbeeld groen en water. Dat geldt geldt meer bepaald voor de circulaire economie. De haven is al gestart met de transitie tot vooral voor de circulaire economie, waarin de haven draaischijf wordt. draaischijf in de circulaire economie. Duurzaam zijn betekent ook dat we ons voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering.

Duurzaam zijn betekent ook dat we ons voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering. De De zeespiegel stijgt en het weer wordt onvoorspelbaarder en extremer. Amsterdam ligt op een zeespiegel stijgt en het weer wordt onvoorspelbaarder en extremer. Amsterdam ligt op een kwetsbare plek, met een slappe bodem en hoge kosten voor het in stand houden van de stad. kwetsbare plek, met een slappe bodem en hoge kosten voor het in stand houden van wat we Denk alleen al aan de kades en bruggen. Dit brengt voor onze stad extra grote uitdagingen met hebben. Denk alleen al aan de kades en bruggen. Dit brengt extra grote uitdagingen met zich mee zich mee bij het tegengaan van wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte. Deze opgave bij het tegengaan van wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte. Dat heeft ook gevolgen

Pagina

48

49 52

54

Was heeft ook gevolgen voor hoe we met het landschap omgaan. We willen bodemdaling tegengaan en zullen en ons waterbeheer en de landbouw hierop aan moeten passen. Meer Amsterdammers zullen de schaarse ruimte met elkaar delen. En die gedeelde ruimte moet groener worden. Om verschillende redenen is er behoefte aan meer en beter groen in de stad. Groen als ontmoetingsruimte en als ruimte om in te sporten en te bewegen, voor de biodiversiteit en voor een goede omgang met de gevolgen van klimaatverandering. Dit is ook een van de redenen waarom Amsterdam ruimte wil bieden aan groei: om de waardevolle landschappen te ontzien. Maar het gevolg is wel dat de druk op de groene ruimte juist binnen de stadsgrenzen hoger wordt. Het creëren van nieuwe parken en het vergroten van de kwaliteit en de gebruiksmogelijkheden van bestaande groengebieden voor alle Amsterdammers is daarom een grote opgave. Deze opgave kan gekoppeld worden aan de mobiliteitstransitie, omdat er mede door duurzaam en ruimte-efficiënt vervoer kansen ontstaan voor een andere inrichting van wegen, straten en pleinen. Tegelijkertijd vragen ruige en stille groengebieden als de volkstuinparken om bescherming. Deze hebben een belangrijke ecologische functie en bieden de stedeling plek voor rust en ontspanning. Ten slotte ligt er de enorme opgave om de stad goed te beheren.

Dat gaat deels over onderhoud, maar ook over de zeer kostbare aanpak van kades en bruggen.

Wordt voor hoe we met het landschap omgaan. We willen bodemdaling en verzilting tegengaan en zullen ons waterbeheer en de landbouw hierop moeten aanpassen. Meer Amsterdammers zullen de schaarse ruimte met elkaar delen. En die gedeelde ruimte moet groener en blauwer worden. Om verschillende redenen is er behoefte aan meer en beter groen en blauw in de gemeente. Groen als ontmoetingsruimte en als ruimte om in te sporten en te bewegen, voor de biodiversiteit en voor een goede omgang met de gevolgen van klimaatverandering. Water heeft veel vergelijkbare functies en werkt verkoelend in tijden van hitte. Dit is ook een van de redenen waarom Amsterdam ruimte wil bieden aan groei: om de waardevolle landschappen te ontzien. Maar het gevolg is wel dat de druk op de groene en blauwe ruimte juist binnen de gemeentegrenzen hoger wordt. Het creëren van nieuwe parken en het vergroten van de kwaliteit en de gebruiksmogelijkheden van bestaande groengebieden voor alle Amsterdammers is daarom een grote opgave. Deze opgave kan gekoppeld worden aan de mobiliteitstransitie, omdat er mede door duurzaam en ruimte-efficiënt vervoer kansen ontstaan voor een andere inrichting van wegen, straten, pleinen en ruimte op het water. Tegelijkertijd vragen ruige en stille groengebieden als de volkstuinparken om bescherming.

Deze hebben een belangrijke ecologische functie en bieden bewoners plek voor rust en ontspanning. Ten slotte ligt er de enorme opgave om de gemeente goed te beheren. Dat gaat deels over onderhoud, maar ook over de zeer kostbare aanpak van kades en bruggen. 4. Vijf strategische keuzes Groeien binnen grenzen betekent dat Amsterdam de ecologische voetafdruk wil beperken. Groeien binnen grenzen betekent dat Amsterdam de ecologische voetafdruk wil beperken. Compacte verstedelijking is daar een belangrijk middel voor. Compact betekent immers dat Compacte verstedelijking is daar een belangrijk middel voor. Compact betekent immers dat landschappen buiten de stad open kunnen blijven, dat reisafstanden kort zijn en we efficiënt landschappen buiten het stedelijk gebied open kunnen blijven, dat reisafstanden kort zijn en we omgaan met infrastructuur en voorzieningen. Amsterdam maakt tot 2050 binnen de huidige efficiënt omgaan met infrastructuur, energie en voorzieningen. Amsterdam maakt tot 2050 stadsgrenzen ruimte voor minimaal 150.000 woningen voor 250.000 Amsterdammers, in met binnen het huidige stedelijk gebied ruimte voor minimaal 150.000 woningen voor 250.000 werken en voorzieningen gemengde buurten. Deze groei zetten we in om de sociale kwaliteit Amsterdammers, in met werken en voorzieningen gemengde buurten.

Met deze groei vergroten van de bestaande stad te vergroten en onze duurzaamheidsdoelstellingen te halen. Groeien we tevens de kwaliteit van het bestaande stedelijk gebied. Groeien binnen grenzen geeft daarmee binnen grenzen geeft daarmee mede invulling aan de donut-stad, met een stevig sociaal mede invulling aan de donut-gemeente, met een stevig sociaal en klimaatbestendig fundament fundament en het minimaliseren van het fysieke ruimtebeslag van de stad, van gebruik van en het minimaliseren van ruimtebeslag, van gebruik van grondstoffen en van de bijdrage aan grondstoffen en van de bijdrage aan klimaatverandering. klimaatverandering. Nabijheid is daarvoor van groot belang. Nabijheid en toegankelijkheid zijn daarvoor van groot belang. Naast de scheggen is er aandacht voor het landschap rond Weesp. Het gebied rond Weesp omvat de Vechtstreek, met onder andere de Keverdijksepolder, die wordt gekenmerkt door stuifduintjes, en de Heijntjesrak- en Broekerpolder. Verder naar het oosten bevinden zich meren en lage veenplassen, gevolgd door de hogere zandgronden van ’t Gooi. Aan de noordzijde liggen de Bloemendalerpolder en Gemeenschapspolder en in het zuiden de Aetsveldse polder. In de Bloemendalerpolder wordt de komende periode het natuurcompensatiegebied ’t Breedland

Pagina

Was

56 56-57

tweede stadsbos Keuzes in de openbare ruimte blijven nodig. Beter groen betekent soms minder groen oppervlak. Sociale veiligheid speelt hierbij een rol. Zowel boven- als ondergronds zal er vaak onvoldoende ruimte zijn om alles een plek te geven.

57 60

65 67 71 74 76 85 85

87

88

88

Wordt aangelegd. De grenzen van Weesp worden bepaald door het Amsterdam-Rijnkanaal, de Vecht en omliggende polders, waarvan een deel, zoals de Aetsveldse polder, als aardkundig monument is aangewezen. 5e Amsterdamse Stadsbos Keuzes in de openbare ruimte blijven nodig.

Zowel boven- als ondergronds zal er vaak onvoldoende ruimte zijn om alles eenvoudig een plek te geven. Groeien binnen grenzen Groeien binnen grenzen Verdichting door complete en duurzame wijkontwikkeling Verdichting door complete en duurzame wijkontwikkeling Ruimte voor 150.000 woningen erbij in complete buurten. Ruimte voor 150.000 woningen erbij in complete buurten. Verduurzamen bestaande buurten en woningen. - Behoud van productieve Verduurzamen bestaande buurten en woningen. bedrijvigheid in Amsterdam. Behoud van productieve bedrijvigheid in Amsterdam. Ruimte voor schone energie en duurzame initiatieven. Ruimte voor schone energie en duurzame initiatieven. Verduurzaming van de haven. Verduurzaming van de haven. Rekening houden met klimaatverandering, het water- en het bodemsysteem. II WAAR 5. Metropoolregio Amsterdam Met kleinere milieucontouren en minder hinder. Met minder vluchten en dus minder hinder. 6. Amsterdam en de agglomeratie Voldoende groen in de buurt, in de openbare ruimte en goede verbindingen met het landschap Voldoende groen in de buurt, in de openbare ruimte en goede verbindingen met het landschap en en het water zorgen voor een leefbare en klimaatbestendige stad het water dragen bij aan een leefbare en klimaatbestendige gemeente. 7.

Ruimtelijk-programmatisch kader De netwerken voor verkeer en vervoer, water en het netwerk van stadsstraten en stadslanen Tekst geschrapt. zullen in de vorm van ruimtelijke reserveringen, samen met de hoofdgroenstructuur, onderdeel worden van ruimtelijke planvorming in projecten en het stadsbrede omgevingsplan. De ruimtevraag van het klimaatneutraal maken van de stad is deels nog een grote onbekende. Binnen de gemeentegrenzen geven we de aangewezen gebieden voor grootschalige windenergie Binnen de gemeentegrenzen geven we de voorkeursgebieden voor windenergie aan. Daarnaast uit het Programma Windenergie Amsterdam aan. Ook warmtebronnen gaan op diverse plekken in kunnen datacenters bronnen van warmte zijn. De haven krijgt een belangrijke rol in de opwek en de gemeente ruimte innemen, zoals bij geothermie, het gebruiken van datacenter restwarmte of opslag van duurzame energie. installaties voor piekcapaciteit. De haven krijgt een belangrijke rol in de opwek en opslag van duurzame energie. Omdat groen belangrijker is dan ooit en de druk op het groen toeneemt, handhaven we het Omdat groen belangrijker is dan ooit en de druk op het groen toeneemt, handhaven we het instrument van de hoofdgroenstructuur en wordt met deze omgevingsvisie ingezet op instrument van een hoofdgroenstructuur en wordt met deze omgevingsvisie ingezet op uitbreiding en versterking. uitbreiding en versterking.

Waar de hoofdgroenstructuur tot nu toe nog een mozaïek vormde van groengebieden, werken Waar de hoofdgroenstructuur tot nu toe nog een mozaïek vormde van groengebieden, werken we we met de nieuwe hoofdgroenstructuur aan een aaneengesloten groen netwerk op de schaal met een nieuwe hoofdgroenstructuur aan een aaneengesloten groen netwerk op de schaal van de

Pagina

89 96

96

98

98

Was van de stad. De nieuwe hoofdgroenstructuur sluit naadloos aan op de groengebieden en groene routes in de gebieden rondom de stad. Dit netwerk bestaat uit grote groengebieden die onderling met elkaar worden verbonden door ecologische en recreatieve verbindingen. Bovendien voegen we de bestaande ecologische structuur van Amsterdam toe aan de hoofdgroenstructuur, zodat er aandacht is voor mens én dier. Deze ecologische structuur stamt uit 2012 en kende tot nu toe een eigen beschermingsregime. Door deze in de hoofdgroenstructuur op te nemen krijgt deze dezelfde status. Gebieden en verbindingen die onderdeel zijn van de nieuwe hoofdgroenstructuur binnen de gemeentegrenzen met hoge natuurwaarden en overwegend extensief recreatief (mede)gebruik: De ontwikkeling van het toekomstig openbaarvervoernetwerk is onderdeel van een regionale schaalsprong en draagt ook in hoge mate bij aan het verbeteren van de nationale bereikbaarheid. De ambities van Amsterdam tot 2050 bouwen voort op bestaande afspraken binnen de MRA en met het Rijk. Daar waar ze verder gaan dan de bestaande afspraken, zijn het denkrichtingen en voorzetten voor een gesprek.

3. Dragend openbaar vervoer: Het tram- en busnet voor de verbinding en ontsluiting van wijken en buurten. 4. Onderliggend openbaar vervoer: a. Aanvullend net van tram- en buslijnen voor ontsluiting van buurten. b. Aanvullend net van vraagafhankelijke (MaaS-)diensten voor ontsluiting van dunbevolkte buurten en vervoer op maat. Veel van het openbaarvervoernetwerk is al aanwezig. In de periode tot 2050 stellen we voor het bestaande netwerk te versterken of om te bouwen in aansluiting op de bovenstaande hiërarchie. Verder stellen we voor het systeem (afhankelijk van het ontwikkeltempo) geleidelijk uit te bouwen, veelal met dragend openbaar vervoer om gebiedsontwikkelingen mogelijk te maken. Bij de systeemkeuzes bus-tram-metro is de omvang van de (verwachte) vervoervraag en stedelijke structuur leidend. De vervoervraag wordt uiteraard sterk bepaald door keuzes als dichtheden, functiemix en parkeerregimes.

Vergroten van het aantal knooppunten, waardoor de stad op meerdere plekken goed bereikbaar is (o.a. via Zuid, Sloterdijk, CS, Bijlmer/ArenA, Muiderpoort, Lelylaan) en op termijn toevoegen regionale treinstations.

Wordt gemeente. Zo’n nieuwe hoofdgroenstructuur zou dan naadloos aansluiten op de groengebieden en groene routes in de gebieden rondom de gemeente. Dit netwerk zal bestaan uit grote groengebieden die onderling met elkaar worden verbonden door ecologische en recreatieve verbindingen. We streven in Amsterdam de ambities na uit de Ecologische Visie uit 2012 en voegen deze en de onderliggende ecologische structuur toe in een nieuwe hoofdgroenstructuur, zodat er aandacht is voor mens én dier. Disclaimer: bovenstaande ambities wachten op adviezen van het Burgerberaad Groene Stad en een daaruit volgende nieuwe bestuursopdracht. Gebieden en verbindingen die onderdeel worden van een nieuwe hoofdgroenstructuur binnen de gemeentegrenzen met hoge natuurwaarden en overwegend extensief recreatief (mede)gebruik: In de gemeente en regio van 2050 speelt het OV een duale rol. Enerzijds is een schaalsprong nodig om een groei in OV-gebruik van circa 40%-50% te faciliteren, met regionale toegangs- en overstappoorten, nieuwe verbindingen en - waar dat in de omgeving past - frequentieverhogingen op bestaande hoofdverbindingen. Tegelijk vereist een leefbare, autoluwe gemeente fijnmazigheid en directheid in het lijnennet. Amsterdammers en bezoekers zullen in 2050 afhankelijker zijn van het openbaar vervoer, ouderen en mensen met een beperking des te meer.

Het gaat dan om bezoek aan ziekenhuizen en gezondheidscentra, mantelzorg en sociaal-recreatieve bestemmingen. Dit vraagt om OV dat diep doordringt tot in de Amsterdamse wijken. De ambities van Amsterdam tot 2050 bouwen voort op bestaande afspraken binnen de MRA en met het Rijk. Daar waar ze verder gaan, zijn het denkrichtingen en voorzetten voor een gesprek. 3. Verbindend openbaar vervoer: Het tram- en busnet voor de verbinding en ontsluiting van wijken en buurten. 4. Ontsluitend openbaar vervoer: a. Aanvullend net van tram- en buslijnen voor ontsluiting van buurten. b. Aanvullend net van vraagafhankelijke (MaaS-)diensten voor ontsluiting van dunbevolkte buurten en vervoer op maat. In de periode tot 2050 stellen we voor het bestaande OV-netwerk te versterken of om te bouwen in aansluiting op de bovenstaande hiërarchie. Verder stellen we voor het systeem geleidelijk uit te bouwen, waarbij zowel hoogwaardig als fijnmazig OV nodig is om autoluwe, inclusieve gebiedsontwikkelingen mogelijk te maken. Bij de systeemkeuzes bus-tram-metro is de omvang van de (verwachte) vervoervraag en stedelijke structuur leidend. De combinatie van hoge dichtheden en een autoluwe gemeente zorgt voor een hoge vervoersvraag en maakt het vaak mogelijk om zowel hoogwaardig als ontsluitend OV aan te bieden.

De (IC-)stations en grotere metrostations in de gemeente krijgen een belangrijke knooppuntfunctie en moeten daarop worden ingericht. Het meer gelijkmatig verknopen van onderliggend OV op alle knooppunten in de gemeente in plaats van primair op Amsterdam Centraal, waardoor Amsterdam op meerdere plekken goed

Pagina

98

98-99 104

110

110

118

Was

Waar mogelijk verbeteren loop- en fietsroutes naar HOV-netwerk, creëren extra opgangen bij metrostations.

Wordt bereikbaar is (o.a. via Zuid, Sloterdijk, CS, Bijlmer/ArenA, Muiderpoort, Lelylaan) en op termijn toevoegen regionale treinstations. Verbeteren loop- en fietsroutes naar HOV-netwerk, creëren extra opgangen bij metrostations. 1.

Dragend openbaar vervoer Verbeteren stedelijke verbindingen door ov over de Westbrug. Nieuwe tram-/busverbindingen in Nieuw-West, Zuidoost/Oost en Noord om gebiedsontwikkeling mogelijk te maken. Door de combinatie van verdichting, meerkernigheid en het toevoegen van OV en voorzieningen kan het aantal te bereiken voorzieningen binnen 15 minuten sterk toenemen. Optimaliseren langzaamvervoernetwerk naar toegankelijke bus- en tramhaltes.

2. Onderliggend openbaar vervoer Aanvullende openbaarvervoerdiensten, eventueel op maat, waar bovenstaande transformaties (nog) niet te realiseren zijn. Waar mogelijk verbeteren fijnmazigheid OV, met name in gebieden waar de loopafstanden naar het OV groot zijn.

Onderliggend openbaar vervoer Verbeteren fijnmazigheid en toegankelijkheid OV, met name in gebieden waar loopafstanden naar het OV groot zijn Onderzoeken of fijnmazig, vraaggestuurd OV mogelijk is, overdag en/of in de nacht, waarbij slimme combinaties met andere vormen van vervoer worden gezocht (WMO, leerlingenververvoer).

Onderzoeken of het mogelijk is om fijnmazig, vraaggestuurd OV mogelijk te maken ter verbetering fijnmazigheid, overdag en/of in de nacht, waarbij slimme combinaties met andere vormen van vervoer worden gezocht (WMO, leerlingenververvoer). Drie faseringskaartjes ‘Ontwikkelingen OV’ met begeleidende tekst in de alinea ervoor Amsterdam bestaat uit buurten en stadsdelen met een eigen karakter en betekenis in de gemeente. Ze vormen dankzij een doorlopend netwerk van stadsstraten en stadslanen een vanzelfsprekend geheel. De groei brengt een opgave voor stedelijk groen met zich mee: de ontwikkeling van een aantal landschapsparken dicht tegen het stedelijk gebied (kop Brettenzone, Tuinen van West en Ookmeerpark, Oeverlanden, kop Amstelscheg, Diemerbos, Waterlandsportlandschap en Noorder IJplas). De vergroting van de betekenis van deze plekken draagt bij aan de ontwikkeling van alle stadsdelen in de stad tot eigenstandige gebieden. Daarmee werken we aan een evenwichtige ontwikkeling van de hele stad binnen de regio. Kenniskwartieren Economische toegevoegde waarde komt in deze tijd steeds meer voort uit innovatie. Innovatie komt voort uit kennis- en ideeënontwikkeling die zeer goed gedijt in grote steden. De afgelopen

Geschrapt, op de laatste zin over ‘ontbrekende verbinding dragend ov tram/bus’ na. Amsterdam bestaat uit buurten, stadsdelen en een stadsgebied met een eigen karakter en betekenis in de gemeente. Ze vormen dankzij een doorlopend netwerk van stadsstraten en stadslanen een vanzelfsprekend geheel. De groei brengt een opgave voor stedelijk groen met zich mee: de ontwikkeling van een aantal landschapsparken dicht tegen het stedelijk gebied (kop Brettenzone, Tuinen van West en Ookmeerpark, Oeverlanden, ’t Breedland, kop Amstelscheg, Diemerbos, Waterlandsportlandschap en Noorder IJplas). De vergroting van de betekenis van deze plekken draagt bij aan de ontwikkeling van alle stadsdelen en het stadsgebied in de gemeente tot eigenstandige gebieden. Daarmee werken we aan een evenwichtige ontwikkeling van de hele gemeente binnen de regio. Innovatiedistricten Onze samenleving staat voor grote uitdagingen die creatieve en innovatieve oplossingen vereisen. Innovatie biedt niet alleen economische waarde, maar ook brede maatschappelijke voordelen.

1.

Dragend openbaar vervoer Verbeteren stedelijke verbindingen door ov over IJ-bruggen de Westbrug. Nieuwe tram-/busverbindingen in Nieuw-West, Zuidoost/Oost en Noord om gebiedsontwikkeling mogelijk te maken. Door de combinatie van verdichting, meerkernigheid en het toevoegen van OV en voorzieningen kan het aantal te bereiken voorzieningen binnen 15 minuten sterk toenemen. Optimaliseren langzaamvervoernetwerk naar bus- en tramhaltes.

2.

Pagina

118

119

Was jaren is een nieuw type werkmilieu ontstaan: innovatiedistricten of kenniskwartieren. Kenniskwartieren zijn werkgebieden in de stad waar kennisontwikkeling, onderzoek en innovatie centraal staan. Een aantal kenniskwartieren in Amsterdam is ontstaan rond wetenschappelijke kennisinstellingen zoals de Knowledge Mile – rond UVA Roeterseiland en HVA Wibautstraat, Sciencepark bij de Bètafaculteit van de UVA, kenniskwartier Zuidas rond de VU, en het health & medical cluster in de Bijlmer rond het AUMC. In het verleden waren dit voornamelijk campuslocaties, maar ze ontwikkelen zich steeds meer als stedelijke gebieden waar interactie wordt bevorderd en ruimte is voor innovatieve bedrijven die academische kennisontwikkeling benutten voor nieuwe businessmodellen. Amsterdam heeft de ambitie de economische kracht van kenniskwartieren ruimtelijk te versterken, en werkt via de gebiedsontwikkeling aan twee nieuwe kenniskwartieren in Riekerpolder en op het Marineterrein, met o.a. veel ruimte voor interactie en talentontwikkeling. In kenniskwartieren is er ruimte voor werken, wonen en voorzieningen, en de ambitie is om de interactie te bevorderen. Wel bieden ze, anders dan gemengde stadsbuurten, plek aan grote werkgebouwen, onderzoeks- en onderwijsinstellingen. Maar altijd in combinatie met kleinschaliger werkplekken en vrije ruimte voor experimenten.

Veelal hebben de gebieden een ‘anchor’ (een groot kennisintensief bedrijf of instelling) en een netwerk van kleinschalige bedrijven eromheen. Vaak zijn dit start-ups en spin-offs. Dit stimuleert de concentratie en netwerkvorming. Ook hebben kenniskwartieren een bepaalde schaal nodig ten behoeve van uitwisseling, gedeelde voorzieningen en zichtbaarheid. Multimodale knooppunten of stationskwartieren zijn door de aanwezigheid van meerdere verkeersmodaliteiten zoals trein, metro, tram en autowegen, goed verbonden met zowel de stad als de metropoolregio. Door de optimale bereikbaarheid zijn deze locaties uitermate geschikt voor hoge werkconcentraties, omdat veel werknemers deze locaties in relatief korte tijd kunnen bereiken. Kantoorontwikkeling en andere grootschalige functies passen op deze multimodale knopen zoals Zuidas, Amstelstation, ArenApoort, Sloterdijk en Centraal Station. De komende jaren gaat het knooppunt Duivendrecht ook ruimte bieden aan grootschalige economische functies, en bij de doortrekking ervan biedt station Haven-Stad/Hemknoop kansen op de ontwikkeling van grootschalige economische functies. Kleinere stationskwartieren liggen rond metro-/treinstations Lelylaan, Holendrecht en op langere termijn Muiderpoort.

Waar kantoormilieus gebaat zijn bij menging van functies en concentratie, is dit voor bedrijfslocaties en bedrijventerreinen minder het geval. Veel grootschalige productie, logistiek en ondersteunende diensten als schoonmaak- en bouwbedrijven zijn meer gebaat bij een bereikbare en betaalbare plek dan bij een gemengde, centrale locatie. Daarom wijzen we een

Wordt Het ontstaat uit kennis- en ideeënontwikkeling, die floreert in grote steden. In dit kader zijn de afgelopen jaren innovatiedistricten ontstaan: stedelijke werkgebieden gericht op kennisontwikkeling, onderzoek en innovatie. Amsterdam heeft negen innovatiedistricten aangewezen, elk in een ander ontwikkelstadium. Veel van deze districten zijn ontstaan rondom kennisinstellingen of clusters van innovatieve bedrijven. Waar ze voorheen vaak campussen waren, ontwikkelen ze zich tot stedelijke gebieden die interactie bevorderen en ruimte bieden aan innovatieve bedrijven die academische kennis vertalen naar nieuwe businessmodellen. Met de Strategie Innovatiedistricten Amsterdam stimuleert Amsterdam deze transformatie van campus naar innovatiedistrict. Deze districten zijn beter geïntegreerd in het stedelijk weefsel, met ruimte voor werken, wonen en voorzieningen. Anders dan reguliere stadsbuurten bieden ze plaats aan grote werkgebouwen en onderzoeks- of onderwijsinstellingen, gecombineerd met kleinschalige werkplekken en experimenteerruimte. Ze hebben vaak een 'anchor' (een groot kennisintensief bedrijf of instelling) en een netwerk van start-ups en spin-offs, wat concentratie en samenwerking bevordert. Daarnaast vraagt een innovatiedistrict om voldoende schaalgrootte voor uitwisseling, gedeelde voorzieningen en zichtbaarheid.

De strategie richt zich op de ontwikkeling van negen gebieden tot volwaardige innovatiedistricten.

Multimodale knooppunten of stationskwartieren zijn door de aanwezigheid van meerdere verkeersmodaliteiten zoals trein, metro, tram en autowegen, goed verbonden met zowel de stad als de metropoolregio. Door de optimale bereikbaarheid zijn deze locaties uitermate geschikt voor hoge werkconcentraties, omdat veel werknemers deze locaties in relatief korte tijd kunnen bereiken. Kantoorontwikkeling en andere grootschalige functies passen op deze multimodale knopen zoals Zuidas, Amstelstation, ArenApoort, Sloterdijk en Centraal Station. De komende jaren gaat het knooppunt Duivendrecht ook ruimte bieden aan grootschalige economische functies, en bij de doortrekking ervan biedt station Haven-Stad/Hemknoop kansen op de ontwikkeling van grootschalige economische functies. Kleinere stationskwartieren liggen rond metro-/treinstations Lelylaan, Holendrecht en op langere termijn Muiderpoort. Ook Weesp is een kleiner stationskwartier, dat ligt tussen Amsterdam en Almere. Dit wordt de komende jaren verder ontwikkeld tot een stedelijk milieu. Waar kantoormilieus gebaat zijn bij menging van functies en concentratie, is dit voor bedrijfslocaties en bedrijventerreinen minder het geval. Veel grootschalige productie, logistiek en ondersteunende diensten als schoonmaak- en bouwbedrijven zijn meer gebaat bij een bereikbare en betaalbare plek dan bij een gemengde, centrale locatie.

Daarom wijzen we een aantal plekken

Pagina

Was aantal plekken in de stad aan waar bedrijvigheid niet met woningbouw wordt gemengd. Het grootste deel van de bestaande bedrijventerreinen in de stad (die nog niet aangewezen zijn als transformatiegebied) blijft behouden om ruimte te behouden in de stad voor bedrijven die een functie vervullen in de stedelijke economie. Wel is ook op deze terreinen een opgave om efficiënt met de ruimte om te gaan en indien mogelijk de werkfunctie flink te verdichten. Dat betekent compacte bebouwing en een differentiatie in terreinen, afhankelijk van de ligging in de stad.

120/121

Amsterdam heeft de ambitie om in 2030 minstens 127 megawatt vermogen windenergie te realiseren. Hiervoor zijn circa 17 nieuwe windmolens van 3 megawatt nodig. Amsterdam heeft daarvoor in de concept-Regionale Energiestrategie (concept-RES) zeven zoekgebieden, en een reservezoekgebied benoemd. In de RES 1.0 zijn de zoekgebieden verkleind en worden binnen die zoekgebieden voorkeursgebieden aangewezen. Hier gaat de gemeente onder voorwaarden medewerking verlenen aan initiatiefnemers van windprojecten.

121

Voorkeursgebied windenergie op Amsterdams grondgebied: Op deze locaties zal de gemeente onder voorwaarden medewerking verlenen aan initiatiefnemers van windprojecten. Hier zal een integrale afweging gemaakt worden ten opzichte van andere functies en iedere plaatsing vraagt een zorgvuldige inpassing. De veiligheid en gezondheid van mens en natuur mogen hierdoor niet in het gedrang komen.

121/122

Om tot de voorkeursgebieden te komen is een afweging gemaakt op basis van vier criteria, die voortkomen uit het nationaal afwegingskader voor de RES: de hoeveelheid duurzame elektriciteit die opgewekt kan worden, maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak, natuur- en milieubelangen in combinatie met de mogelijkheden voor een ruimtelijke inpassing, en de efficiëntie van het energiesysteem. Om de afweging tussen die verschillende belangen te kunnen maken, zijn voor de RES verschillende aspecten onderzocht. De uitgangspunten die daaraan ten grondslag liggen, blijven van kracht, ook in het vervolg bij het komen tot voorkeurslocaties, en bij uiteindelijke plaatsing. Iedere locatie vraagt een integrale afweging ten opzichte van andere functies en iedere plaatsing een zorgvuldige inpassing. De veiligheid en gezondheid van mens en natuur mogen hierdoor niet in het gedrang komen.

Wordt in de stad aan waar bedrijvigheid niet met woningbouw wordt gemengd, zoals Landlust en het overgrote deel van de bedrijventerreinen in Weesp. Het grootste deel van de bestaande bedrijventerreinen in de gemeente (die nog niet aangewezen zijn als transformatiegebied) blijft behouden om ruimte te behouden in de gemeente voor bedrijven die een functie vervullen in de stedelijke economie. Wel is ook op deze terreinen een opgave om efficiënt met de ruimte om te gaan en indien mogelijk de werkfunctie flink te verdichten. Dat betekent compacte bebouwing en een differentiatie in terreinen, afhankelijk van de ligging in de gemeente. Amsterdam heeft de ambitie om in 2030 minstens 127 megawatt vermogen windenergie te realiseren. In de RES 1.0 zijn de zoekgebieden voor windenergie opgenomen en in het Programma Windenergie Amsterdam 2030 (PWA) zijn gebieden aangewezen voor grootschalige windturbines, naast de Noorder IJplas die al in ontwikkeling is. Hier gaat de gemeente onder voorwaarden medewerking verlenen aan initiatiefnemers van windprojecten. In de andere zoekgebieden van de RES 1.0 zijn kleinere windturbines met een vermogen tot 2 megawatt in beginsel mogelijk. Deze kleinere windturbines worden individueel beoordeeld op basis van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en het geldende planologische kader.

Kleine windturbines hebben geen effect op de doelstellingen van het PWA. Aangewezen gebieden windenergie op Amsterdams grondgebied: In deze gebieden (vastgelegd in het Programma Windenergie Amsterdam – PWA) zal de gemeente onder voorwaarden medewerking verlenen aan initiatiefnemers van windprojecten. Hier zal een integrale afweging gemaakt worden ten opzichte van andere functies en iedere plaatsing vraagt een zorgvuldige inpassing. De veiligheid en gezondheid van mens en natuur mogen hierdoor niet in het gedrang komen. Tekst geschrapt.

Pagina

122

Was Uitgangspunten voor een integrale afweging: • We kijken vanuit de regionale schaal en sluiten aan bij logische ruimtelijke structuren. Denk aan bestaande grote weg- en spoorinfrastructuur en kanalen, of bestaande industriële gebieden, zoals de haven. • Groepering heeft de voorkeur boven een enkele windmolen, om een versnipperd beeld te voorkomen, en om de impact op de landschappelijke kwaliteit en ecologische waarde zo veel mogelijk te beperken. • Bij de plaatsing houden we rekening met de invloed op cultuurhistorische elementen, zoals Unescogebied, beschermde dorps- en stadsgezichten, rijksmonumenten en belangrijke landschappelijke cultuurhistorische elementen. • We houden tussen de windmolens en geluidgevoelige stedelijke functies voldoende afstand, zodat onaanvaardbare hinder door bijvoorbeeld geluid of slagschaduw wordt voorkomen. • We houden rekening met geplande stedelijke ontwikkeling, zowel binnen Amsterdam als in onze buurgemeenten. • We beperken zo veel mogelijk verstoring van natuur in gebieden van ecologische waarde en kijken daarbij ook naar vlieg- en trekroutes van vogels. • We houden rekening met (hoogte)beperkingen in verband met Schiphol. • We houden rekening met externe veiligheid. • De gemeente gaat onder voorwaarden medewerking verlenen aan initiatiefnemers van windprojecten. De gemeente Amsterdam wil in 2040 helemaal aardgasvrij zijn.

Daarbij vindt de gemeente het belangrijk dat het alternatief duurzaam is, de overstap betaalbaar en dat verschillende bronnen de benodigde warmte kunnen leveren. De stad wordt aardgasvrij met de duurzame warmte die er al is. Bovendien verkent de gemeente nieuwe warmtebronnen. Om te voorzien in de toekomstige warmtevraag en om de opwek hiervan te verduurzamen, moeten alternatieve bronnen ontwikkeld worden, zoals aardwarmte (geothermie), lagetemperatuurwarmte uit aquathermie en restwarmte uit datacenters. Er is niet één type warmtebron/techniek die kan voorzien in de toekomstige warmtevraag: er is een slimme combinatie van technieken nodig om te komen tot een optimale mix van betaalbaar, duurzaam en leveringszekerheid. Amsterdam heeft de grootste concentratie van datacenters in Europa. Dat betekent veel locaties, veel vermogen aan servers en dus veel restwarmte. Deze restwarmte kan in de toekomst een belangrijke rol spelen voor de Amsterdamse warmtevoorziening. Veel van de Amsterdamse datacenters zijn geclusterd in en rond Science Park Amsterdam, Haven-Stad, Schinkelkwartier en Amstel III (bedrijvenstrook). Rond die locaties is vaak ook grootschalige gebiedsontwikkeling mogelijk.

Wordt

De gemeente Amsterdam wil in 2040 helemaal aardgasvrij zijn. Het is belangrijk dat het alternatief duurzaam is, dat de overstap betaalbaar is en dat verschillende bronnen de benodigde warmte kunnen leveren. Op dit moment worden de twee grote stadswarmtenetten (in eigendom van Westpoort Warmte en Vattenfall) voorzien van warmte van AEB (afvalverbranding) en Diemercentrale (aftapwarmte van gasgestookte elektriciteitscentrales). Deze twee bronnen zullen stap voor stap vervangen worden door andere bronnen. Ook voor de gebiedsontwikkeling is behoefte aan duurzame warmte. Om te voorzien in de toekomstige warmtevraag en om de opwek hiervan te verduurzamen, moeten alternatieve bronnen ontwikkeld worden, zoals aardwarmte (geothermie), aquathermie en restwarmte uit datacenters. Ook zijn er hulpwarmtecentrales nodig die kunnen bijspringen bij pieken in de warmtevraag. Er is niet één type warmtebron/-techniek die kan voorzien in de toekomstige warmtevraag: er is een slimme combinatie van technieken nodig om te komen tot een optimale mix van betaalbaar, duurzaam en leveringszekerheid.

Pagina 123 129

Was 8. Stadsdelen Amsterdamse Poort groeit samen met de Arenaboulevard binnen Amsterdam uit tot een centrum met regionale en (inter)nationale aantrekkingskracht. De uitstekende bereikbaarheid van het gebied, samen met de grootstedelijke functies als de Johan Cruyff ArenA en concertzalen, zijn hiervoor al ingrediënten. Station Bijlmer als een volwaardig intercitystation en het aansluiten op het nachtnet kan helpen om van ArenAPoort een echt stedelijk centrum te maken.

Wordt 8. Stadsdelen en stadsgebied Weesp Amsterdamse Poort groeit samen met het evenementengebied rond de Johan Cruijff Boulevard binnen Amsterdam uit tot een centrum met regionale en (inter)nationale aantrekkingskracht. De uitstekende bereikbaarheid van het gebied, samen met de grootstedelijke functies als de Johan Cruijff ArenA en concertzalen, zijn hiervoor al ingrediënten. Station Bijlmer als een volwaardig intercitystation en het aansluiten op het nachtnet zal helpen om van ArenAPoort een echt stedelijk centrum te maken. Gemeente Amsterdam, gemeente Ouder-Amstel, Vervoerregio, vervoerbedrijven en evenementenlocaties hebben in 2024 middels een convenant voor de komende 10 jaar afspraken gemaakt om de drukte in het gebied te beheersen.

133

Nauwkeurig bestemmen en maatwerk moet de overlast van massatoerisme en ondermijning terugdringen. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de mogelijkheden om buiten de binnenstad een erotisch centrum of ‘prostitutiehotel’ te vestigen, om zo het Wallengebied te ontlasten. Bewoners zijn onmisbaar als het gaat om leefbaarheid, vitaliteit, sfeer en betrokkenheid. We willen daarom meer bewoning in de binnenstad mogelijk maken, in samenwerking met corporaties, beleggers, verenigingen van eigenaren, individuele pandeigenaren en ontwikkelaars.

136

Denk hierbij aan maatschappelijke voorzieningen, zoals scholen en zorgvoorzieningen en grootstedelijke voorzieningen zoals de OBA Next, Sporthallen Zuid en nieuwe culturele initiatieven.

Nauwkeurig bestemmen en maatwerk moeten de overlast van massatoerisme en ondermijning terugdringen. Onder meer om het Wallengebied te ontlasten, is in 2024 voorkeurslocatie Europaboulevard aangewezen voor de oprichting van een Erotisch Centrum. Deze locatie draagt bij aan de strategische keuze voor een meerkernige stad, aan intensivering van functies rondom stations en aan spreiding van toerisme. Zie ook de Aanpak Binnenstad uit 2024. Bewoners zijn onmisbaar als het gaat om leefbaarheid, vitaliteit, sfeer en betrokkenheid. We willen daarom meer bewoning in de binnenstad mogelijk maken, in samenwerking met corporaties, beleggers, verenigingen van eigenaren, individuele pandeigenaren en ontwikkelaars. Denk hierbij aan maatschappelijke voorzieningen, zoals scholen en zorgvoorzieningen en grootstedelijke voorzieningen zoals Sporthallen Zuid en nieuwe culturele initiatieven.

139

Kop Javaeiland geldt als voorkeurslocatie voor de oprichting van het Nationaal Slavernijmuseum. Deze locatie vormt onderdeel van het ‘kralensnoer’ van cultureel-maatschappelijke instellingen langs beide oevers van het IJ, zoals de NDSM-werf, het EYE filmmuseum en het Muziekgebouw. Door de ligging op enige afstand van de binnenstad draagt het niet bij aan de druk op het centrum. Weesp In maart 2022 fuseerde Weesp met Amsterdam. Nu is Weesp, samen met het dorp Driemond, een stadsgebied binnen de gemeente. Hiermee kreeg Amsterdam er een stad met een dorps karakter bij, dat trots is op haar rijke cultuurhistorie. Weesp onderscheidt zich onder andere door haar historische binnenstad (met ruim tweehonderd Rijksmonumenten en Unesco-werelderfgoed), de nieuwe wijk Weespersluis en een uitgestrekt buitengebied met landschappelijk waardevolle polders. Voor 2025 had Weesp een eigen omgevingsvisie, waarbij de ambities grotendeels overeenkwamen met die van Amsterdam. In dit onderdeel over stadsgebied Weesp worden de belangrijkste gebiedsspecifieke opgaven en richtingen geduid en is ook aandacht voor thema’s die in Weesp een andere nadruk krijgen.

Pagina

Was

Wordt Stadsgebied Weesp is de afgelopen jaren hard gegroeid; harder dan bij de vaststelling van de Omgevingsvisie Weesp 2050 in 2021 werd voorspeld. Het stadsgebied groeit ook de komende jaren sterk als gevolg van de ontwikkeling van Weespersluis en kleinere, gespreide ontwikkelingen. Na 2030 dreigt echter een tekort aan te ontwikkelen locaties, terwijl naar verwachting de vraag hoog blijft. Bij nieuwe woningbouw is vooral aandacht nodig voor betaalbare woningen in het lagere en middensegment, blijkt uit onderzoek onder bewoners. De focus ligt op binnenstedelijke verdichting en transformatie, met nadruk op goed bereikbare ovlocaties en subcentra, terwijl groen zoveel mogelijk wordt ontzien. In de historische binnenstad blijft hoogbouw uitgesloten om het karakter te beschermen. Weesp balanceert tussen erfgoedbehoud en stadsontwikkeling. Erfgoed wordt als inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen gebruikt. Diversificatie van woningtypen en functies wordt nagestreefd om inclusieve en leefbare wijken te creëren, met mogelijke uitbreidingen buiten de bebouwde grenzen als laatste optie, op lange termijn. Publieke voorzieningen, zoals onderwijsinstellingen, buurthuizen, sportfaciliteiten en gezondheidszorg, die door de overheid worden gefaciliteerd, zijn van essentieel belang voor de leefbaarheid en het functioneren van de wijken in Weesp.

De voorzieningen in Weesp zijn over het algemeen goed, maar de groei van Weesp zorgt voor toenemende druk. De ontwikkeling van Weespersluis is een belangrijk aandachtspunt, waar de ontwikkeling van voorzieningen achterblijft op die van de woningen, waaronder kinderopvang. Daarnaast is de vergrijzing van het stadsgebied een aandachtspunt. Het is belangrijk dat Weesp blijft voorzien in zorgwoningen, ontmoetingsplekken en wijkcentra. Ook het Regionaal Medisch Centrum Weesp moet goed beschermd worden. Daarnaast is het belangrijk dat Weespers in het stadsgebied kunnen blijven sporten. Het sportaanbod in Weesp is uitgebreid, maar kent een uitdaging in het combineren van de groeiende ruimtebehoefte van sportverenigingen met andere ruimteclaims, zoals woningbouw en natuurbehoud. Ook voor recreatieve buitenactiviteiten, zoals sportvisserij, dient daarbij voldoende ruimte behouden te blijven. Voor de sportverenigingen geldt dat bij uitbreiding eerst wordt gekeken binnen de grenzen van de bestaande sportparken, voordat buiten de grenzen naar ruimte wordt gezocht. Veel werkgelegenheid is geconcentreerd op de bedrijventerreinen zoals Noord, Nijverheidslaan en Van Houten, evenals zakelijke dienstverlening rond het stationsgebied. Richting 2050 worden de bedrijventerreinen beschermd, maar worden ze wel gemoderniseerd en geïntensiveerd om toekomstbestendig te blijven.

De Hogeweyselaan wordt daarnaast ingericht voor functiemenging, met ruimte voor maatschappelijke voorzieningen en dienstverlening, maar

Pagina

Was

Wordt zonder woningen en supermarkten. Ook is het verbeteren van de ov-bereikbaarheid van de bedrijventerreinen een aandachtspunt. Rond het stationsgebied wordt gekeken of het gebied verdicht kan worden met woon- en werkfuncties, om de economische positie op zakelijke dienstverlening te versterken. Het stationsgebied is een goed bereikbare locatie in de regio, wat het geschikt maakt voor het uitbreiden van de werkfunctie. Daarnaast richt Weesp zich op een duurzame groei van het toerisme, passend bij de schaal en het karakter van Weesp, gericht op het kwalitatief hogere gedeelte van de markt. Dit is goed voor de economie van het stadsgebied en sluit goed aan bij de ambitie om meerkernig te ontwikkelen en bezoekers te spreiden over de gemeente. De ambitie is dat Weesp, ondanks de stevige bevolkingsgroei, een gezonde woonwerkbalans behoudt van 0,9 banen per inwoner van de beroepsbevolking. De centrale ligging van Weesp is gunstig, maar brengt uitdagingen met zich mee. Het wegennet van Weesp is historisch gegroeid, waardoor er een gebrek aan hiërarchie en structuur is. Er zijn veel smalle straten, veel kruisingen en bochten. Dit veroorzaakt congestie en overlast, zoals geluidshinder, luchtvervuiling, parkeerdruk en verkeersonveiligheid.

Bedrijventerreinen zoals Noord, Nijverheidslaan en Van Houten trokken voor de realisatie van de rondweg om Weespersluis veel logistiek verkeer aan over de Korte Muiderweg en Weesperweg. Inmiddels worden deze minder gebruikt. Deze wegen worden daarom afgewaardeerd en krijgen een nieuw profiel met meer ruimte voor fietsers en voetgangers, en een verlaagde maximumsnelheid van 50 of zelfs 30 km/u. Ook de voormalige doorgaande route via onder andere de Herensingel en de M. Nijhoffstraat zal minder verkeer verwerken. Voor de Gooilandseweg, die Weesp doorsnijdt en druk blijft, wordt aanvullend onderzoek gedaan naar mogelijke herprofilering om de relatie tussen buurten als Aetsveld Noord en Zuid te versterken. Richting 2050 moeten oplossingen voor overlast gevonden worden. Het spoor en de Gooilandseweg (N236) snijden Weesp in drie delen: Weespersluis, het centrum en Aetsveld. Betere verbindingen zijn nodig, bijvoorbeeld door de aanleg van nieuwe fiets- en voetgangerspassages. Dit verbetert de positie van de fiets in Weesp, want duidelijke fietsroutes tussen de binnenstad en de omliggende wijken ontbreken. De fietsverbindingen met de regio zijn daarentegen goed op orde. Met betrekking tot de N236 streven we tenslotte naar een verlaging van de maximumsnelheid van 80 km p/u naar 60 km p/u.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16220801/1