6. Adviezen stadsdelen wijzigingen Hvv2022.pdf
Tekst van het document
Vervolgproces Na verwerking van uw advies en de reacties uit de inspraakronde, worden definitieve voorstellen gedaan aan de gemeenteraad voor vaststelling. Inspraak vindt plaats tussen 31 mei tot en met 11 juli 2021. Besluitvorming voor definitieve vaststelling van de wijzigingen per 1 januari 2022 in het najaar. Aan het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost wordt gevraagd uiterlijk 9 juli 2021 advies uit te brengen over deze wijzigingsvoorstellen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 35 van 60
Definitief advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders
Het Dagelijks Bestuur van Stadsdeel Oost onderschrijft de voorgestelde wijzigingen van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022. De voorstellen zijn verbeteringen ten opzichte van de huidige regels. Het gaat bijvoorbeeld om aanvullende verplichtingen voor toeristische platforms, ruimte voor voorrang voor politiefunctionarissen bij woningtoewijzing, beter toegesneden regels bij de toewijzing van rolstoelwoningen en woonwagens en minder bureaucratische regels t.a.v. de toewijzing van woningen binnen beheer coöperaties en bij zaken als woningvorming voor kamers, anti-kraak en landingsplekken voor internationale studenten. Op een viertal punten gaan wij nader in: Verplichtingen platforms toeristische verhuur Op basis van de Wet toeristische verhuur gaan enkele aanvullende verplichtingen gelden voor de platforms van toeristische verhuur. Het Dagelijks Bestuur kan zich vinden in deze verplichtingen. De verplichtingen komen het realiseren van doelen van regulering van toeristische verhuur ten goede zoals het tegengaan van oneigenlijk gebruik van woonruimte en het risico op het aantasten van de leefbaarheid in de woonomgeving. Voorrang voor bewoners uit het gebied op bepaalde nieuwbouw/transformatiecomplexen Wij onderschrijven de voorrang voor huishoudens uit het eigen gebied voor 25% van de woningen in nieuwbouw- of transformatiecomplexen.
Maar dit willen wij graag uitgebreid zien naar de bestaande voorraad als er in een gebied geen ruimte is voor nieuwbouw of transformatie, maar er wel projectmatig een deel van de bestaande voorraad wordt gereserveerd voor bijv. ouderen. Als voorbeeld: ouderen in Betondorp zijn zeer gehecht aan hun buurt en hebben daar hun sociale netwerk. Zij wonen vaak niet passend. Er is geen ruimte voor nieuwbouw of grootschalige transformatie, maar het stadsdeel onderzoekt nu met corporaties of het realiseren van bijvoorbeeld een ouderenhofje in de bestaande voorraad mogelijk is. Hierbij kan gedacht worden aan het vrijhouden van bij elkaar liggende woningen voor deze groep. De voorrangsbepaling is ook in een dergelijk geval noodzakelijk. Vrijstelling voor woningvorming bij kamerverhuur De door het college voorgestelde vrijstelling van woningvormen bij kamerverhuur herstelt de duidelijkheid van de geldende regelgeving voor burgers en voorkomt onnodige bureaucratische last. Deze duidelijkheid is tevens behulpzaam voor het behandelen van aanvragen door VTH waarvan het mandaat bij de stadsdelen ligt. Uitvoering vergunningenverlening op basis van de Huisvestingsverordening Ook al heeft deze adviesaanvraag alleen betrekking op wijzigingen in de Huisvestingsverordening een opmerking over de uitvoering van de eerder genoemde taken van het stadsdeel.
VTH is vanuit het mandaat van het stadsdeel verantwoordelijk voor de vergunningverlening, de directie Wonen voor toezicht en handhaving. Vergunningen, toezicht en handhaving zijn een keten van activiteiten. En soms is er op adressen sprake van een samenloop van aanvragen voor vergunningen op basis van deze verordening en aanvragen voor omgevingsvergunningen. Bij de omgevingsvergunningen liggen de taken voor toezicht en handhaving weer bij het stadsdeel. Een goede samenwerking in de keten van activiteiten door de directie Wonen en VTH is een voorwaarde om tot een effectieve en efficiënte uitvoering te komen. VTH en de directie Wonen werken hierin intensiever samen. Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 36 van 60
Inzet van toezicht en handhaving op basis van de Huisvestingsverordening is sterk verweven met lokale gebiedsopgaven, maar is het resultaat van de bestuurlijke prioriteitstelling van wethouder Ivens c.q. het college. Indien daar aanleiding toe is agenderen bestuurders van de stadsdelen de inzet van toezicht en handhaving in relevante bestuurlijke overleggen.
Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB
De Stadsdeelcommissie heeft het concept-advies in verband met de lopende termijnen op 6 juli 2021 aangenomen. Door DB lid Ivar Manuel is toegezegd dat ten aanzien van het ongevraagde advies van de heer B. van Vliet in gezamenlijkheid met de stadsdeelcommissie een nazending zal worden opgesteld, en toegestuurd. Ook zouden wij aandacht willen vragen voor de voorgenomen afschaffing van de vergunningplicht voor het woningvormen. De situatie van voor de uitspraak van de Raad van State was dat er geen dubbelde vergunningsplicht gold als bijvoorbeeld op een zolderverdieping een onzelfstandige unit werd gerealiseerd. Hiervoor gold enkel de plicht tot het aanvragen van een omzettingsvergunning. Nu de rechter heeft beslist dat een dergelijke handeling ook woningvormen betreft, en er dus een vergunning zou moeten worden aangevraagd voor het woningvormen, moet de vraag worden gesteld of het laten vervallen of niet invoeren van een dergelijke vergunningsplicht zal bijdragen aan met name het voorkomen van het feitelijk verkameren van woningen tot te kleine onzelfstandige woonruimten.
Het nadeel van het laten vervallen van een vergunningsplicht tot woningvormen is vooral dat aan dergelijke verkameringen dan geen voorwaarden meer kunnen worden verbonden terwijl in de omzettingsvoorwaaden van artikel 3.3.13 geen minimum eisen zijn gesteld aan oppervlakte van de te vormen onzelfstandige woonruimte, alleen aan de gezamenlijke verblijfsruimte.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 37 van 60
Adviesaanvraag B&W aan stadsdeelbestuur Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Wijzigingsvoorstellen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022
Wonen Wonen Datum behandeling college 25 mei 2021 Datum adviesaanvraag: 26 mei 2021 Deadline ontvangst advies: 9 juli 2021 Portefeuille: Directie:
Advies mailen naar: Meegestuurde stukken:
-
-
Heeft er consultatie vooraf plaatsgevonden?
Collegevoordracht vrijgave voor inspraak van de wijzigingsvoorstellen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022 Wijzigingsvoorstel Huisvestingsverordening per 1 januari 2022 Toelichting op het voorgenomen nieuwe beleid in het Wijzigingsvoorstel Huisvestingsverordening per 1 januari 2022
Naar aanleiding van advisering van de stadsdelen over de wijzigingen van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2021 is een voorstel uitgewerkt om in de Huisvestingsverordening mogelijk te maken dat huidige bewoners uit het stadsdeel voorrang krijgen op nieuwbouwwoningen in dat stadsdeel.
Invullen door stadsdeel: West P. Harmsen 7 en 14 juni 2021 Datum stadsdeelcommissie: 15 juni en 7 juli 2021 Datum dagelijks bestuur: 15 juni 2021 Stadsdeel:
Procesbegeleider: Datum weekstart/staf:
Over gevraagde adviezen: conform art. 12 van de verordening op het lokaal bestuur vraagt B&W advies aan een DB over besluiten die (lid 1) betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van het DB of (lid 2) op de belangen van het stadsdeel. Het DB legt deze adviezen voor aan de stadsdeelcommissie (art. 19). Het DB neemt het advies van de stadsdeelcommissie over indien het is vastgesteld met een meerderheid van stemmen en binnen de budgettaire kader past (art. 19 lid 5). Afwijkingen van het advies motiveert het DB.
Adviesvraag B&W Formuleer hier de vraag aan het stadsdeel
Het college geeft voorgenomen wijzigingen van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022 vrij voor inspraak. Het voorstel omvat onder andere verplichtingen voor platforms voor toeristische verhuur, zoals het verwijderen van een advertentie indien een registratienummer ontbreekt, met de mogelijkheid een boete aan het platform op te leggen als zij zich hier niet aan houden. Daarnaast bevat het voorstel mogelijkheden voor woongemeenschappen om zelf nieuwe bewoners te selecteren en de mogelijkheid zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang te geven op woningen in bepaalde nieuwbouw- of transformatiecomplexen. Vervolgproces Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 38 van 60
Na verwerking van uw advies en de reacties uit de inspraakronde, worden definitieve voorstellen gedaan aan de gemeenteraad voor vaststelling. Inspraak vindt plaats tussen 31 mei tot en met 11 juli 2021. Besluitvorming voor definitieve vaststelling van de wijzigingen per 1 januari 2022 in het najaar. Aan het dagelijks bestuur van stadsdeel West wordt gevraagd uiterlijk 9 juli 2021 advies uit te brengen over deze wijzigingsvoorstellen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022.
Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB
Onderstaande advies is aangenomen tijdens de stadsdeelcommissievergadering van 7 juli 2021 (13 stemmen voor, 1 tegen) Wij hebben twee adviezen ter aanvulling op het advies van het DB van Stadsdeel West. Vergunningsvrij meer kamers realiseren middels een vrijstelling? Waarom, dit gaat in tegen staand en gewenst beleid en regelgeving: De wethouder verwoordt het staande en gewenste beleid en regelgeving van de raad betreft het omzetten voor kamerverhuur in antwoord op bezorgde vragen vanuit de raad op 4 februari 2020 als volgt: “Bij het verbouwen van onzelfstandige woonruimten gold inderdaad een eis van minimaal twaalf vierkante meter. In de nieuwe HVV is het verbouwen tot onzelfstandige woonruimten volledig uitgesloten en mogen er alleen zelfstandige woonruimten worden verbouwd. Amsterdam wil niet dat een woning eerst bouwkundig kleiner wordt gemaakt, en daarnaast ook nog wordt omgezet. Dan wordt een woning namelijk twee keer ‘opgeknipt’. In die zin is juist tegemoet gekomen aan de wens om ‘ophokking’ te voorkomen.“ Oftewel: verbouwen en daarmee extra kamers creëren voor de verhuur door opknippen van de al aanwezige kamers, wordt ongewenst geacht en is daartoe in de achtereenvolgende verordeningen uitgesloten.
Verbouwen/opknippen doen we in Amsterdam uitsluitend naar zelfstandige woonruimtes zoals studio’s/appartementjes die dan ook onder andere een minimale grootte moeten hebben. En dus verbouwen/opknippen naar onzelfstandige kamertjes voor verhuur behoort niet tot de mogelijkheden. Wel is het mogelijk om een woning te verhuren aan meerdere mensen, waarbij de verschillende bestaande vertrekken als kamers verhuurd kunnen worden (mits ruimte in het quotum en wordt voldaan aan overige eisen). Zo heeft de Raad dat in Amsterdam met onze instemming geregeld. De nu voorgestelde vrijstelling artikel 3.1.5 staat daar lijnrecht tegen over, omdat het nu juist het verbouwen naar onzelfstandige kamer(tjes) opeens helemaal vergunningsvrij wil gaan maken. ADVIES 1 a: Wij adviseren ofwel deze vrijstelling artikel 3.1.5 te schrappen ofwel te onderbouwen hoe de voorgestelde vrijstelling in bedoeling en effect in overeenstemming kan zijn met het staande en door raad en wethouder gewenste en vastgestelde beleid en regelgeving, zoals is beschreven en bevestigd in bovengenoemd citaat. Hierbij wijzen we op het feit dat voorgestelde vrijstelling in de praktijk tot gevolg zal hebben dat veelvuldig verbouwd zal worden naar kleine kamertjes van bijvoorbeeld slechts 6 vierkante meter
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 39 van 60
ter winst maximalisatie. De verbodsbepalingen in de Huisvestingsverordening sinds 2016 of eerder zijn er niet voor niks, de andere regelgeving, waaronder het Bouwbesluit, zal kleine kamertjes in de praktijk niet kunnen voorkomen. Enerzijds omdat voldoende handhaving daarop niet realistisch en uitvoerbaar is. Anderzijds en vooral omdat ook aan de voorkant bij de toetsing van een verkamerings-aanvraag helemaal niet aan het Bouwbesluit zal en kan worden getoetst. Ook wat dit betreft gaat de voorgestelde vrijstelling lijnrecht in tegen de breed gedeelde wens van de raad en stadsdeelcommissie West om het verbouwen naar hokjes tegen te gaan. Daarom hebben wij nog een aansluitend advies: b: Indien niet wordt besloten de voorgestelde vrijstelling te schrappen adviseren we om aanvullend een regeling op te nemen zodat het gestelde beleidsdoel om verbouwingen naar kleine hokjes tegen te gaan toch gehaald zal worden. ADVIES 2: We adviseren om de berekening en de uitvoering van de pand- en wijk-quota in verband met voorstel A tot wijziging van het woning-begrip te onderzoeken en aan te passen. Toelichting: Bij de voorgestelde wijziging A ( een verkamerde woning is geen woning meer ) missen we dat het berekenen van de pand- en wijk-quota ook moet worden gewijzigd.
Immers, de verkamerde woningen zijn geen woning meer zodat ze bij het berekenen van de quota in mindering moeten worden gebracht. De nieuw gevormde appartementjes moeten uiteraard niet extra meetellen want dan komen de quota stelselmatig steeds hoger uit. Dat kan niet de bedoeling zijn. Achtergrond: In de Huisvestingsverordening HVV en in de vergunningverlening is niet goed rekening gehouden met de systematiek van art 21 van de Huisvestingswet, het praktische en ook cruciale onderscheid tussen het voor kamergewijze exploitatie omzetten van een woning en het daarvoor verbouwen van een woning, in de HVV in synoniem aangeduid met woningvormen. Vaak is de HVV-aanvraag een combinatie van deze twee: de woning kamergewijs willen exploiteren en daartoe de woning willen verbouwen met tussenwanden om zo veel mogelijk kamers te realiseren en de huuropbrengst te maximeren. Op deze systematiek hebben we destijds gewezen in schriftelijke vragen, oa met een casus betreft een aanvraag voor omzetten waarbij ook een tussenwand zou worden geplaatst. Helaas is dat toen niet opgepakt maar beantwoord als niet ter zake. Nu is door een uitspraak van de Raad van State dd. 18-11-2020 bevestigd dat er in de vergunningverlening inderdaad een probleem is. Daardoor zijn vele vergunningen voor omzetten / woningvormen onterecht verleend. Best een ernstig probleem.
Enerzijds kunnen al die foute vergunningen mogelijk niet meer ongedaan worden gemaakt. Anderzijds moet er een juridische oplossing gevonden worden om de HVV op dit punt te repareren. Wij constateren dat de nu daartoe voorgestelde wijziging een tegengesteld effect zal hebben aan wat beoogd is door de raad. De raad, evenals de stadsdeelcommissie West, wil immers niet verbouwen toestaan naar kleine hokjes. De voorgestelde wijziging zou daar nu juist wel toe gaan leiden: in plaats van het huidige verbod daarop stelt de wijziging namelijk een vrijstelling voor. Anders gezegd: met deze vrijstelling kun je een vergunning krijgen voor omzetten naar kamers (mits ruimte in pand- en wijk- quotum) en daarbij ter maximering van de huuropbrengst kamertjes creëren middels verbouwen, hoe klein de kamertjes ook zijn. De voorgestelde vrijstelling luidt: “Artikel 3.1.5 Uitzonderingen op de vergunning woningvorming Onverlet de verplichting van een omzettingsvergunning die nodig is voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten, is voor het vormen van een onzelfstandige Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 40 van 60
woonruimte geen vergunning voor woningvormen nodig als bedoeld in artikel 3.1.1., derde lid, onderdeel d.” De vrijstelling is in strijd met de besluitvorming van de Raad in 2016 of eerder, nl de in de HVV 2016 opgenomen minimale kamergrootte van 12m2. Voorts is dit in de nieuwe HVV 2020 verder aangescherpt met een stop op het verbouwen naar onzelfstandige kamers überhaupt. Slechts het verbouwen naar zelfstandige woonruimtes (studio’s/appartementen) is immers mogelijk, met daarbij passend nog de aangescherpte eisen aan de minimale grootte daarvan sinds 2021. Bouwbesluit Het vaak gehoord argument dat de minimale kamergrootte wel afdoende geregeld zou zijn in het Bouwbesluit klopt volgens ons niet. In de Huisvestingsverordening van 2016 of nog eerder is niet voor niks een minimum opgenomen van 12 vierkante meter, en in de nieuwe verordening aangescherpt tot een verbod op verbouwen naar kamers van welke grootte dan ook. Dat het Bouwbesluit niet werkt blijkt uit voorbeelden ook afgelopen jaar met kamertjes van slechts 8 vierkante meter (at5 oa). In het Bouwbesluit gaat het slechts om een gemiddelde per persoon over de hele woning dus dat sluit hele kleine hokjes niet uit. Bovendien kan voor zover wij weten en zoals de vergunning-praktijk uitwijst, een HVV-aanvraag helemaal niet getoetst worden aan de eisen van het Bouwbesluit.
En biedt dus ook om die reden het Bouwbesluit geen bescherming voor een minimale kamergrootte. Kortom, we hebben bezwaar tegen dit nieuwe artikel 3.1.5. De vrijstelling is in strijd met het beleid om verbouwen voor kamergewijze exploitatie in de belangen van woningvoorraad en leefbaarheid tegen te gaan.
Definitief advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders
Met onderstaande advies is unaniem ingestemd tijdens de stadsdeelcommissievergadering van 7 juli 2021 (14 stemmen voor) Het dagelijks bestuur is positief over de voorgenomen wijzigingen van in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022. Het geeft invulling aan de richting die wij op willen met betrekking tot een gezonde woningmarkt in Amsterdam. In aanvulling op de voorgestelde wijzigingen geven wij het volgende advies. Voorrang voor zittende bewoners van een stadsdeel op bepaalde nieuwbouw- of transformatiecomplexen aldaar Met betrekking tot de regeling lokale voorrang voor bepaalde nieuwbouw- en/of transformatiecomplexen: Door de zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang te geven op de woningen, kunnen zij in hun eigen omgeving doorstromen naar een passende woning. Het beleidsdoel om de band tussen nieuwe en bestaande buurt te versterken door te ‘bouwen voor de buurt’ kan hiermee gediend worden, maar het is ook een ingrijpende maatregel aangezien hiermee ook weer anderen worden uitgesloten. Uit projecten in West blijkt wel dat de wens voor voorrangsregels minder geldt op het niveau van het stadsdeel, maar veel sterker op wijkniveau of gebiedsniveau. De voorrangsregeling zou moeten bijdragen aan behoud en versterken van de lokale binding in de wijk, en doorstromingsmogelijkheid binnen de wijk bij stadsvernieuwing.
Wij zien bijvoorbeeld in projecten in de Kolenkit en Spaarndammerbuurt dat dat het gewenste niveau voor een voorrangsregeling is. Dus per gebied/buurt/wijk en niet per stadsdeel. Wij adviseren de mogelijkheid te creëren om specifieker voorrangsregels te kunnen formuleren. Regeling voor beheercoöperaties (‘woongemeenschappen’) Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 41 van 60
Woongemeenschappen worden uitgezonderd van de huisvestingsvergunningplicht en dus van de woonruimteverdelingsregels in de Huisvestingsverordening. De woningen blijven evenwel deel uitmaken van de sociale woningvoorraad. De hiervoor geldende inkomenseisen uit hoofde van de Woningwet blijven onverminderd van toepassing. Wij adviseren om toe te lichten hoe de naleving van de regels geborgd blijft. Behoud van grote woningen voor gezinnen Afgelopen jaar heeft Stadsdeel West een advies ingediend inhoudende dat wij woningen groter dan 100 m2 zoveel mogelijk willen behouden omdat deze geschikt zijn voor gezinnen. Het advies luidde als volgt: Het behoud van woningen groter dan 100 m2 kan worden bewerkstelligd door het stellen van een quotum per pand/portiek en per wijk (zoals bij voorwaarden woningomzetting). Daardoor kan het aandeel te vormen woningen beperkt blijven en wordt een diverse woningvoorraad in een wijk behouden en beschermd. Wij adviseren om de mogelijkheid hiertoe te onderzoeken en eventueel alsnog toe te voegen aan de nieuwe regels. Op initiatief van de stadsdeelcommissie is hieraan toegevoegd dat indien het advies niet zou worden overgenomen, wij pleiten voor tenminste een pandquotum bij deze woningen. Gelijk aan de vernieuwde regels bij omzetten.
De reactie van het college hierop was dat het college laat onderzoeken in hoeverre de invoering van quota voor woningvormen bij een volgende wijziging van de Huisvestingsverordening mogelijk is. Wij adviseren aan de woningvoorraad van grote woningen in de monitor extra aandacht te geven met betrekking tot de effecten van de reeds ingestelde regels en indien daar aanleiding toe bestaat alsnog deze adviezen in te willigen.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 42 van 60
Adviesaanvraag B&W aan stadsdeelbestuur Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Wijzigingsvoorstellen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022
Wonen Wonen Datum behandeling college 25 mei 2021 Datum adviesaanvraag: 26 mei 2021 Deadline ontvangst advies: 9 juli 2021 Portefeuille: Directie:
Advies mailen naar: Meegestuurde stukken:
-
-
Heeft er consultatie vooraf plaatsgevonden?
Collegevoordracht vrijgave voor inspraak van de wijzigingsvoorstellen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022 Wijzigingsvoorstel Huisvestingsverordening per 1 januari 2022 Toelichting op het voorgenomen nieuwe beleid in het Wijzigingsvoorstel Huisvestingsverordening per 1 januari 2022
Naar aanleiding van advisering van de stadsdelen over de wijzigingen van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2021 is een voorstel uitgewerkt om in de Huisvestingsverordening mogelijk te maken dat huidige bewoners uit het stadsdeel voorrang krijgen op nieuwbouwwoningen in dat stadsdeel.
Invullen door stadsdeel: Zuid Koos Gouweloos 14 juni 2021 Datum stadsdeelcommissie: 29 juni 2021 Datum dagelijks bestuur: 6 juli 2022 Registratienr. (optioneel): … Stadsdeel:
Procesbegeleider: Datum weekstart/staf:
Over gevraagde adviezen: conform art. 12 van de verordening op het lokaal bestuur vraagt B&W advies aan een DB over besluiten die (lid 1) betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van het DB of (lid 2) op de belangen van het stadsdeel. Het DB legt deze adviezen voor aan de stadsdeelcommissie (art. 19). Het DB neemt het advies van de stadsdeelcommissie over indien het is vastgesteld met een meerderheid van stemmen en binnen de budgettaire kader past (art. 19 lid 5). Afwijkingen van het advies motiveert het DB.
Adviesvraag B&W Formuleer hier de vraag aan het stadsdeel
Het college geeft voorgenomen wijzigingen van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022 vrij voor inspraak. Het voorstel omvat onder andere verplichtingen voor platforms voor toeristische verhuur, zoals het verwijderen van een advertentie indien een registratienummer ontbreekt, met de mogelijkheid een boete aan het platform op te leggen als zij zich hier niet aan houden. Daarnaast bevat het voorstel mogelijkheden voor woongemeenschappen om zelf nieuwe bewoners te selecteren en de mogelijkheid zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang te geven op woningen in bepaalde nieuwbouw- of transformatiecomplexen.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 43 van 60
De thema’s in het wijzigingsvoorstel van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (HVV) per 1 januari 2022 zijn*: y. Verplichtingen platforms toeristische verhuur; De Wet toeristische verhuur die hiervoor vorig jaar is aangenomen door het parlement geeft nieuwe mogelijkheden, zoals de registratieplicht voor toeristische verhuur die Amsterdam dit jaar heeft ingevoerd. Tijdens de behandeling van het Wetsvoorstel toeristische verhuur van woonruimte in de Tweede Kamer zijn amendementen aangenomen en heeft de regering ook in een laat stadium zelf nog dingen aangepast. Dit was te laat om nog mee te nemen met de HVV 2021. Bovendien trad een deel van deze bepalingen ook pas in werking wanneer zij groen licht kregen van de Europese Commissie (EC). Het Rijk heeft deze bepalingen inmiddels bij de EC genotificeerd en er is groen licht op gekomen. Dat betekent dat deze in werking treden per 1 juli 2021. Twee verplichtingen voor platforms gelden direct op basis van de Huisvestingswet zelf maar worden volledigheidshalve in de verordening opgenomen en twee verplichtingen dienen gemeenten echt zelfstandig in te voeren middels een huisvestingsverordening (zie onderscheid hieronder). De boetebedragen en verplichtingen worden meegenomen in de inspraak voor wijziging van de HVV per 1 januari 2022.
Regel staat in de Huisvestingswet en geldt direct voor heel Nederland, maar ter verduidelijking wordt regel opgenomen in i.c.m. het vastleggen van een boete bij overtreding: - Een verbod om advertenties zonder registratienummer te publiceren voor platforms + boete van €8.700 bij overtreding - Een verplichting om aanbieders te informeren over de geldende wet- en regelgeving voor het legaal aanbieden van woonruimte voor toeristische verhuur + boete van €8.700 bij overtreding Regel wordt van kracht na implementatie in de Huisvestingsverordening per 2022: - Verhuurverbod van een jaar bij recidive + de aanwijzing dat platforms die advertenties moeten verwijderen (geen boete mogelijk) - Mogelijkheid om platforms te verbieden om advertenties t.a.v. een huis dat over het nachtencriterium heen is, te tonen op hun website + boete van €8.700 bij overtreding. z. Regeling voor beheercoöperaties (‘woongemeenschappen’); Het college heeft in 2020 voorgesteld in de Huisvestingsverordening te regelen dat beheercoöperaties voor ouderen en woon-zorginitiatieven als laatste selectiestap een gemotiveerde keuze zouden kunnen gaan maken uit vijftig kandidaten die WoningNet op basis van inschrijfduur zou aandragen.
Dit stuitte op praktische en uitvoeringstechnische bezwaren van zowel bestaande woongemeenschappen die werken met eigen wachtlijsten als van woningcorporaties die dit niet mogelijk achten in overeenstemming met privacywetgeving in de Algemene verordening Gegevensbescherming uit te voeren. Het college heeft daarop besloten deze wijzigingsvoorstellen in te trekken en nieuwe voorstellen voor te bereiden voor wijziging van de Huisvestingsverordening per 2022. In afstemming met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (hierna: BZK) wat betreft de mogelijkheden binnen de Huisvestingswet en met woningcorporaties over uitvoerbaarheid en bestaande situaties is nu het volgende voorstel gevormd: Woongemeenschappen worden uitgezonderd van de huisvestingsvergunningplicht en dus van de woonruimteverdelingsregels in de Huisvestingsverordening. Op deze manier kan coöptatie naar eigen inzicht worden ingericht, waaronder het aanhouden van een eigen wachtlijst. De woningen
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 44 van 60
blijven evenwel deel uitmaken van de sociale woningvoorraad. De hiervoor geldende inkomenseisen uit hoofde van de Woningwet blijven onverminderd van toepassing. Woongemeenschappen zullen door woningcorporaties bij de gemeente worden aangemeld voor de uitzondering. Daarop worden de woongemeenschappen in een bijlage bij de verordening genoemd en uitgezonderd van de huisvestingsvergunningplicht. Ouderen- en zorginitiatieven, maar ook niet nader te typeren woongemeenschappen, zoals Copekcabana, kunnen met dit voorstel worden geaccommodeerd. Hierbij wordt voorgesteld het experimentenartikel met een bevoegdheid voor het college om experimenten met woonruimteverdeling vast te stellen te laten vervallen, alsook de hierover vastgestelde nadere regels, omdat dit voor woongemeenschappen niet meer gebruikt hoeft te worden en het niet in overeenstemming is met de Huisvestingswet 2014. Woonruimteverdelingsregels kunnen sinds inwerkingtreding van deze wet alleen door de gemeenteraad in een huisvestingsverordening worden bepaald. Het blijft overigens mogelijk om bepaalde regels voor een beperkte duur in de verordening vast te stellen en na het tijdbestek te evalueren of de regeling structureel gewenst is. Op die manier worden regels in feite ook eerst als experiment vastgesteld.
Het verschil is dat de gemeenteraad de regeling vaststelt in de Huisvestingsverordening zoals de Huisvestingswet 2014 verlangt. Deze wijzigingen worden nu voorgesteld voor de inspraak vrij te geven. Daadwerkelijk besluit van het college om de nadere regels over experimenten met woongemeenschappen te laten vervallen volgt in het najaar na inspraak als de wijzigingen in de verordening met een structurele regeling voor woongemeenschappen ter vaststelling aan de gemeenteraad worden aangeboden. aa. Voorrang voor bewoners uit het gebied op bepaalde nieuwbouw/transformatiecomplexen; Op verzoek van enkele stadsdelen, zoals stadsdeel Zuidoost, wordt voorgesteld het per 2022 mogelijk te maken in de Huisvestingsverordening complexen aan te wijzen waarop zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang krijgen bij eerste verhuur (nieuwbouw of transformatiecomplexen). Dit wordt als volgt voorgesteld: - Na afstemming met de eigenaar kunnen complexen in een bijlage van de Huisvestingsverordening aangewezen worden als complex waarvoor geldt dat voor 25% van de woningen in het complex bij eerste oplevering zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang hebben. Desgewenst kunnen, na overleg met de eigenaar, complexen door stadsdeelbestuurders worden voorgedragen voor deze regeling.
- De bewoners die stadsdeelvoorrang krijgen, zijn bewoners die de afgelopen tien jaar minstens zes jaar onafgebroken in het stadsdeel waarin het complex staat, wonen of hebben gewoond. Dit is de definitie van lokale binding op basis van de Huisvestingswet. Of een bewoner aan dit criterium voor maatschappelijke binding uit de Huisvestingswet voldoet, kan gecontroleerd worden door middel van een uittreksel van het bevolkingsregister. Deze controle kan handmatig plaatsvinden, maar kan ook worden geautomatiseerd als de aanbieder gebruik maakt van apps als Qii of Ockto. Woningcorporaties zijn voornemens met de app Qii te gaan werken. - Voor complexen op de grens van stadsdelen kunnen bewoners uit beide stadsdelen voorrang krijgen. - De voorrang geldt alleen bij eerste verhuring (bij nieuwbouwcomplexen, maar mogelijk bijvoorbeeld ook bij transformatieprojecten). Na het jaar van eerste verhuring wordt het complex uit de bijlage bij de verordening verwijderd. - De voorrang kan gelden voor complexen van marktpartijen en op den duur ook voor complexen van woningcorporaties met sociale huurwoningen.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 45 van 60
De reden voor dit voorstel is dat het op plekken waar er veel nieuw wordt gebouwd, vaak zo is dat er bijna geen uitwisseling is tussen de bewoners van de nieuwe buurt en de bewoners van de omliggende bestaande buurten. De band tussen nieuwe en bestaande buurt kan versterkt worden door zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang te geven op woningen in de nieuwbouwcomplexen. Ook kunnen eigenaren bij de bouw van de nieuwe complexen de wensen van bewoners uit de buurt meenemen en op die manier ‘bouwen voor de buurt’. Door de zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang te geven op de woningen, kunnen zij in hun eigen omgeving doorstromen naar een passende woning. De bewoners uit het stadsdeel die voorrang krijgen, moeten wel aan op de woning betrekking hebbende passendheidseisen voldoen. Zo moet de woning qua grootte passend zijn voor het huishouden en mogen zij bijvoorbeeld niet te veel verdienen voor het betreffende woningsegment. Als er meerdere kandidaten die stadsdeelbinding hebben en voldoen aan de passendheidscriteria reageren, komt in het geval van een sociale huurwoning van een woningcorporatie degene met de langste inschrijfduur als eerste aan de beurt en in het geval van een particuliere eigenaar dient er op basis van de voorgestelde bepaling in de verordening te worden geloot. bb.
Politie toevoegen aan de voorrangsregeling voor beroepsgroepen; In Amsterdam is per 2020 een voorrangsregeling in de Huisvestingsverordening opgenomen voor maatschappelijke beroepsgroepen waarbij sprake is van een groot tekort aan personeel. Op dit moment komen alleen werknemers in de onderwijs- en zorgsector die aan de voorwaarden van de regeling voldoen in aanmerking. Het voorstel is om ook de beroepsgroep ‘politie’ toe te voegen aan de regeling. Uit onderzoek blijkt dat onder andere een tekort aan woonruimten in Amsterdam leidt tot een personeelstekort bij de politie. De verruiming van de regeling voor politie is verbonden aan een breed integraal plan van de politie om werken bij de politie te bevorderen. De groep politie die in aanmerking komt wordt afgebakend op basis van werktijden. Hiervoor wordt voorgesteld aan te sluiten bij een arbeidscontract van minimaal 28 uur dat ook geldt voor onderwijs- en zorgpersoneel. cc. Optimalisering toewijzingsregels woonwagens en rolstoelwoningen; Wat betreft de toewijzingsregels voor woonwagenstandplaatsen worden aanpassingen in de toewijzing voorgesteld die zijn voortgekomen uit het woonbehoeftenonderzoek en uit overleg met de bewonerscommissie die ook als input dienden voor het nieuwe Beleidskader Woonwagens en standplaatsen dat in 2022 aan de raad zal worden aangeboden.
De wijziging van de toewijzingsregels voor woonwagens en standplaatsen worden reeds nu voor de inspraak vrijgegeven, samen met de overige wijzigingsvoorstellen van de Huisvestingsverordening, om dat gebundeld bij elkaar te houden. De aanpassingen zien met name op het verbeteren van de positie van spijtoptanten en starters. Voor starters wordt voorgesteld dat ze hun plek op de Amsterdamse wachtlijst behouden indien ze tijdelijk in een andere gemeente wonen en studeren, en ook indien ze een aangeboden standplaats met een huurwoonwagen accepteren op een andere locatie dan waar ze met hun ouders/verzorgers hebben gewoond. Hiermee wordt getracht te voorkomen dat starters niet naar een standplaats met huurwagen gaan maar blijven wachten op een plek op hun eigen woonwagenlocaties. Wel verliest men de status van starter nadat men een aanbieding voor een standplaats op de eigen woonwagenlocatie heeft gehad. Voor spijtoptanten worden ook enkele maatregelen voorgesteld. Spijtoptanten zijn oud-bewoners van een woonwagenlocatie die daar graag willen terugkeren. Er wordt voorgesteld om de huidige termijn van drie jaar die men mag zijn vertrokken om nog voorrang te hebben op nieuwe standplaatsen als spijtoptant te verlengen te laten vervallen zodat meer aan Amsterdam gebonden voormalige woonwagenbewoners hun status als spijtoptant behouden.
Daarmee behouden spijtoptanten langer een hogere positie op de wachtlijst ten opzichte van woningzoekenden zonder binding met Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 46 van 60
Amsterdam en/of zonder woonwagenverleden. Daarnaast wordt op nieuwe locaties speciaal een plek gereserveerd voor een spijtoptant. Om tot een betere verdeling te komen van rolstoelwoningen wordt voorgesteld om de toewijzingsvolgorde aan te passen wat betreft grotere rolstoelwoningen. Het voorstel is om gezinnen met één of twee kinderen voorrang te geven op rolstoelwoningen met drie kamers en op rolstoelwoningen met vier kamers voorrang te geven aan gezinnen met drie of meer kinderen. Momenteel krijgen grotere gezinnen voorrang op rolstoelwoningen met vijf kamers, maar omdat er daar erg weinig van zijn moet deze groep vaak lang wachten op een woning. In afwijking van de in het voorstel opgenomen algemene inwerkingtreding op 1 januari 2022 wordt dit onderdeel per 1 juli 2022 voorgesteld in werking te treden in verband met aanpassingen die in WoningNet nodig zijn. dd. Invoering enkele vrijstellingen (woningvormen voor kamers, anti-kraak en landingsplekken internationale studenten). In Amsterdam wordt kamerverhuur gereguleerd met de omzettingsvergunning waarvoor quota zijn ingevoerd in 2020. Daarnaast bestaat er woningvormen, wat in de Huisvestingswet wordt gedefinieerd als het verbouwen van een woonruimte tot twee of meer woonruimten. In Amsterdam werd dit geïnterpreteerd als het verbouwen van een zelfstandige woning naar meerdere zelfstandige woningen.
De Raad van State heeft in een recente uitspraak echter geoordeeld dat wanneer in een woning een extra kamer wordt gerealiseerd voor kamerverhuur ook sprake is van woningvormen. Dat betekent dat er overlap tussen beide bestaat. Een handeling is dan zowel kamerverhuur als woningvormen, waarvoor beide een vergunning aangevraagd zou moeten worden. Omdat woningvormen naar kamers nu niet in de Huisvestingsverordening is opgenomen, kan hiervoor echter geen vergunning worden verleend. Hierdoor is het op dit moment niet mogelijk een extra kamer te realiseren in een woning die wordt gebruikt voor kamerverhuur. Bijvoorbeeld door een grote zolder in tweeën te delen. Voorgesteld wordt een vrijstelling op te nemen voor het woningvormen van kamers bij kamerverhuur. De wijziging herstelt de situatie van voor de uitspraak van de Raad van State. Het realiseren van een extra kamer bij kamerverhuur wordt weer mogelijk, terwijl er slechts één vergunning nodig is: een vergunning voor kamerverhuur. Kamerverhuur blijft daarnaast gereguleerd via het kamerverhuurbeleid, waarin voorwaarden zijn opgenomen over bijvoorbeeld het aantal kamers, aantal bewoners per kamer en de geluidsisolatie. Dit maakt het beleid niet nodeloos complex en beperkt de bureaucratische last voor de burger.
De wijziging beoogt het beleid weer zo te maken zoals dat gold tot aan de uitspraak van de Raad van State, maar dan op een juridisch juiste manier. Daarnaast wordt voorgesteld een juridische verbetering aan te brengen ten aanzien van anti-kraak en landingsplekken voor internationale studenten van instellingen voor hoger onderwijs. Juridisch gezien is alleen sprake van wonen wanneer de hoofdfunctie wonen is en bewoners voornemens zijn minimaal zes maanden in de woning te wonen. Bij anti-kraaksituaties en de huisvesting van internationale studenten door hoger onderwijsinstellingen kan juridisch sprake van onttrekking omdat er korter wordt gewoond maar er worden in de praktijk geen onttrekkingsvergunningen voor aangevraagd. Hierdoor ontstaan formeel illegale situaties. Voor deze twee vormen van onttrekking wordt daarom voorgesteld een vrijstelling op de onttrekkingsvergunningplicht op te nemen in de verordening. In het geval van anti-kraak moet het gaan om in gebruik geven om niet als bedoeld in artikel 1777 van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek en de landingsplekken voor internationale studenten moeten door instellingen voor hoger onderwijs worden verhuurd als landingsplek en voor kort verblijf. Met de invoering van de Wet toeristische verhuur is er de
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 47 van 60
mogelijkheid om vrijstelling te verlenen op de vergunningplicht voor vormen van onttrekken. Het is daarom mogelijk voor deze situaties een vrijstelling op de vergunningplicht te geven. Dit betreft een beleidsneutrale juridische oplossing. *zie de bijgevoegde beleidstoelichting voor een uitgebreide toelichting op bovenstaande punten. Vervolgproces Na verwerking van uw advies en de reacties uit de inspraakronde, worden definitieve voorstellen gedaan aan de gemeenteraad voor vaststelling. Inspraak vindt plaats tussen 31 mei tot en met 11 juli 2021. Besluitvorming voor definitieve vaststelling van de wijzigingen per 1 januari 2022 in het najaar. Aan het dagelijks bestuur van stadsdeel Zuid wordt gevraagd uiterlijk 9 juli 2021 advies uit te brengen over deze wijzigingsvoorstellen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022.
Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies
Het DB van stadsdeel Zuid is positief over de voorgesteld wijzigingen in de Huisvestingsverordening 2022, met uitzondering van punt c, de nieuwe regels voor voorrang voor bewoners uit het stadsdeel op bepaalde nieuwbouw/transformatiecomplexen. Wat betreft de voorrangsregels voor bewoner uit het stadsdeel op bepaalde nieuwbouw/transformatiecomplexen vindt het DB het niet noodzakelijk om hekjes te plaatsen tussen de stadsdelen. Het DB maakt zich daarnaast zorgen over de kansen van woningzoekenden woonachtig in stadsdelen met minder nieuwbouw. Zo worden er in stadsdelen Noord en NieuwWest de komende jaren twee tot vier keer zoveel woningen toegevoegd dan in stadsdeel Zuid1. Daarnaast blijkt er in 2022 geen particuliere sociale woningen of middeldure huurwoningen worden opgeleverd in stadsdeel Zuid. Het DB vindt een lokale voorrangsregeling alleen wenselijk op een lager schaalniveau (wijk of buurt) en voor specifieke doelgroepen zoals gezinnen of ouderen. Het advies van DB Zuid is: 1. Op punt c adviseert het DB om deze in de huidige vorm niet op te nemen in de nieuwe huisvestingsverordening. Het DB en adviseert het college om de regeling enkel op wijk-of buurtniveau te laten gelden en toe te spitsen op specifieke doelgroepen.
Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB
De stadsdeelcommissie van stadsdeel Zuid staat positief tegenover de wijzigingsvoorstellen ten aanzien van de Huisvestingsverordening die per 1 januari 2022 zullen ingaan. De voorstellen bouwen goed voort op het stedelijk beleid dat in de afgelopen jaren is ingezet. Zo wordt toeristische verhuur beter beheers- en handhaafbaar, krijgen woongemeenschappen de ruimte om coöptatie naar eigen inzicht in te richten en wordt de politie terecht toegevoegd aan de voorrangsregeling voor beroepsgroepen. In dit stuk zullen wij per adviespunt ons advies uitbrengen.
1
https://maps.amsterdam.nl/woningbouwplannen_monitor/ Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 48 van 60
a) Verplichtingen platforms toeristische verhuur De stadsdeelcommissie adviseert positief t.a.v. dit punt. Wij zien in het verhuurverbod bij recidive, verbod op advertenties zonder registratienummer, verplichting om aanbieders te informeren over geldende wet- en regelgeving en verbod op advertenties van een huis waar het nachtencriterium is overschreden solide voorstellen, die toezicht op en handhaving van illegale toeristische verhuur vergemakkelijken. b) Regeling voor beheercoöperaties (‘woongemeenschappen’) De stadsdeelcommissie staat positief tegenover dit wijzigingsvoorstel. Woongemeenschappen dienen een zeer belangrijke functie in onze stad. De gemeenschappen zijn een goede aanvulling op het woonaanbod. We zijn het eens met het inzicht dat woongemeenschappen de ruimte dienen te krijgen om coöptatie naar eigen inzicht in te richten.
c) Voorrang voor bewoners uit het gebied op bepaalde nieuwbouw- en transformatiecomplexen Het college van B&W heeft voorgesteld om per 2022 zittende bewoners in een stadsdeel voorrang te verlenen voor de eerste 25% van woningen die worden opgeleverd bij een nieuwbouwproject. Het college stelt hierover het volgende: “De band tussen nieuwe en bestaande buurt kan versterkt worden door zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang te geven op woningen in de nieuwbouwcomplexen. Ook kunnen eigenaren bij de bouw van de nieuwe complexen de wensen van bewoners uit de buurt meenemen en op die manier ‘bouwen voor de buurt’.” De fracties van PvdA, D66 en VVD zijn tegen dit voorstel en adviseren negatief. Het betekent dat zittende bewoners in stadsdelen waar weinig woningbouw plaatsvindt minder kans zullen hebben op een nieuwe woning in Amsterdam. GroenLinks staat positief tegenover het experiment dat plaatsvindt in stadsdeel Zuidoost gezien de bevolkingssamenstelling in het stadsdeel en de unieke binding die veel zittende bewoners met dit stadsdeel hebben. De gehele stadsdeelcommissie stelt vast dat er per geval wel gekeken kan worden of er voorrangverlening mogelijk is bij de oplevering van nieuwe projecten aan specifieke doelgroepen binnen een buurt/wijk (bijv. ouderenwoningen, rolstoelwoningen).
d) Politie toevoegen aan voorrangsregeling voor beroepsgroepen De stadsdeelcommissie staat achter dit voorstel. Het heeft meerwaarde voor de stad wanneer een politiefunctionaris woont in de stad waar hij/zij werkt. Bovendien neemt dit barrières weg op de Amsterdamse arbeidsmarkt voor politiefunctionarissen. e) Optimalisering toewijzingsregels rolstoelwoningen De stadsdeelcommissie adviseert positief t.a.v. dit punt. Dit wijzigingsvoorstel draagt bij aan een eerlijkere verdeling van rolstoelwoningen onder (grotere) gezinnen. f) Invoering enkele vrijstellingen (woningvormen voor kamers, anti-kraak en landingsplekken internationale studenten) De stadsdeelcommissie staat positief tegenover deze voorstellen. Dit betreft een beter juridisch proces voor huidig beleid. De stadsdeelcommissie stelt tevens voor om in 2022 een evaluatie te doen van de impact van de nieuwe restrictieve regels t.a.v. verkamering zoals deze per 1/1/2020 zijn ingevoerd.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 49 van 60
f.I) Als besloten in de wijkvergadering van Buitenveldert/Zuidas van 23 juni 2021: Uit beantwoording van vragen (07-06-2021) door de stadsdeelcommissie inzake verkamering in Buitenveldert, blijkt dat het wijkquotum voor verkameringsvergunningen is gebaseerd op 5% van het totale aantal woningen groter dan 60 m2. Aangezien dat er relatief veel zijn in Buitenveldert, ligt ook het aantal beschikbare vergunningen hoog (307 in Buitenveldert-West en 183 in Buitenveldert-Oost om precies te zijn). Met toenemende klachten van bewoners, dat de leefbaarheid van de buurt wordt aangetast, en de kwetsbare sociale cohesie verder afneemt, lijkt het nu de tijd om actie te ondernemen. Mede omdat het aantal vergunningen altijd verhoogd maar niet zomaar weer verlaagd kan worden als ze eenmaal zijn uitgegeven, adviseren de fracties van de PvdA, VVD en GroenLinks om het aantal beschikbare vergunningen in Buitenveldert naar beneden bij te stellen.
Definitief advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders
Het DB Zuid is positief over de voorgesteld wijzigingen in de Huisvestingsverordening 2022, met uitzondering van punt c, de nieuwe regels voor voorrang voor bewoners uit het stadsdeel op bepaalde nieuwbouw/transformatiecomplexen. Wat betreft de voorrangsregels voor bewoner uit het stadsdeel op bepaalde nieuwbouw/transformatiecomplexen vindt het DB het niet noodzakelijk om hekjes te plaatsen tussen de stadsdelen. Het DB maakt zich daarnaast zorgen over de kansen van woningzoekenden woonachtig in stadsdelen met minder nieuwbouw. Zo worden er in stadsdelen Noord en NieuwWest de komende jaren twee tot vier keer zoveel woningen toegevoegd dan in stadsdeel Zuid2. Daarnaast blijkt er in 2022 geen particuliere sociale woningen of middeldure huurwoningen worden opgeleverd in stadsdeel Zuid. Het DB vindt een lokale voorrangsregeling alleen wenselijk op een lager schaalniveau (wijk of buurt) en voor specifieke doelgroepen zoals gezinnen of ouderen. Het advies van DB Zuid is: 1.
Punt c, de stadsdeelvoorrang voor bepaalde nieuwbouw/transformatiecomplexen, in de huidige vorm niet op te nemen in de nieuwe huisvestingsverordening. Er wordt geadviseerd om de regeling enkel op wijk-of buurtniveau te laten gelden en toe te spitsen op specifieke doelgroepen.
Stadsdeelcommissie Zuid heeft ook gereageerd en staat positief tegenover punten a, b, d, e en f van de wijzigingsvoorstellen in de Huisvestingsverordening 2022. Op enkele punten is de stadsdeelcommissie niet positief en wordt het volgende geadviseerd:
I.
Met betrekking tot punt c zijn de fracties van PvdA, D66 en VVD tegen dit voorstel en adviseren negatief. Het betekent dat zittende bewoners in stadsdelen waar weinig woningbouw plaatsvindt minder kans zullen hebben op een nieuwe woning in Amsterdam. GroenLinks staat positief tegenover het experiment dat plaatsvindt in stadsdeel Zuidoost gezien de bevolkingssamenstelling in het stadsdeel en de unieke binding die veel zittende bewoners met dit stadsdeel hebben.
2
https://maps.amsterdam.nl/woningbouwplannen_monitor/ Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 50 van 60
De gehele stadsdeelcommissie stelt vast dat er per geval wel gekeken kan worden of er voorrangverlening mogelijk is bij de oplevering van nieuwe projecten aan specifieke doelgroepen binnen een buurt/wijk (bijv. ouderenwoningen, rolstoelwoningen). Het DB Zuid maakt hieruit op dat de stadsdeelcommissie, net als het DB, tegen de stadsdeelvoorrangsregeling is en daarnaast het DB adviseert om indien deze regeling wel wordt ingevoerd, per casus te bekijken of hij wordt ingezet. Het DB zal het definitieve advies aan het college niet wijzigen. II.
Met betrekking tot verkamering (Zie punt f.I uit advies Stadsdeelcommissie). Als besloten in de wijkvergadering van Buitenveldert/Zuidas van 23 juni 2021: Uit beantwoording van vragen (07-06-2021) door de stadsdeelcommissie inzake verkamering in Buitenveldert, blijkt dat het wijkquotum voor verkameringsvergunningen is gebaseerd op 5% van het totale aantal woningen groter dan 60 m2. Aangezien dat er relatief veel zijn in Buitenveldert, ligt ook het aantal beschikbare vergunningen hoog (307 in Buitenveldert-West en 183 in BuitenveldertOost om precies te zijn). Met toenemende klachten van bewoners, dat de leefbaarheid van de buurt wordt aangetast, en de kwetsbare sociale cohesie verder afneemt, lijkt het nu de tijd om actie te ondernemen. Mede omdat het aantal vergunningen altijd verhoogd maar niet zomaar weer verlaagd kan worden als ze eenmaal zijn uitgegeven, adviseren de fracties van de PvdA, VVD en GroenLinks om het aantal beschikbare vergunningen in Buitenveldert naar beneden bij te stellen. Het college heeft besloten om het kamerverhuurbeleid, inclusief de wijkquota, in 2022 grondig te evalueren. Het DB Zuid neemt om deze reden dit advies niet over.
Aan de hand van bovenstaande adviezen van het DB Zuid en de stadsdeelcommissie is het finale advies van het DB Zuid: 1) Het DB Zuid is positief over de voorgesteld wijzigingen in de Huisvestingsverordening 2022, met uitzondering van punt c. 2) Om punt c, de stadsdeelvoorrang voor bepaalde nieuwbouw/transformatiecomplexen, in de huidige vorm niet op te nemen in de nieuwe huisvestingsverordening. Er wordt geadviseerd om de regeling enkel op wijk-of buurtniveau te laten gelden en toe te spitsen op specifieke doelgroepen.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 51 van 60
Adviesaanvraag B&W aan stadsdeelbestuur Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Portefeuille: Directie: Datum behandeling college Datum adviesaanvraag: Deadline ontvangst advies: Advies mailen naar: Meegestuurde stukken:
Wijzigingsvoorstellen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022 Wonen Wonen 25 mei 2021 26 mei 2021 9 juli 2021 e.de.groot@amsterdam.nl - Collegevoordracht vrijgave voor inspraak van de wijzigingsvoorstellen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022 - Wijzigingsvoorstel Huisvestingsverordening per 1 januari 2022 - Toelichting op het voorgenomen nieuwe beleid in het Wijzigingsvoorstel Huisvestingsverordening per 1 januari 2022
Heeft er consultatie vooraf plaatsgevonden?
Invullen door stadsdeel: Stadsdeel: Procesbegeleider: Datum weekstart/staf: Datum stadsdeelcommissie: Datum dagelijks bestuur: Registratienr. (optioneel):
Naar aanleiding van advisering van de stadsdelen over de wijzigingen van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2021 is een voorstel uitgewerkt om in de Huisvestingsverordening mogelijk te maken dat huidige bewoners uit het stadsdeel voorrang krijgen op nieuwbouwwoningen in dat stadsdeel.
Zuidoost Katja Schinkel 8 juni 2021 10 en 24 juni 2021 6 juli 2021 …
Over gevraagde adviezen: conform art. 12 van de verordening op het lokaal bestuur vraagt B&W advies aan een DB over besluiten die (lid 1) betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van het DB of (lid 2) op de belangen van het stadsdeel. Het DB legt deze adviezen voor aan de stadsdeelcommissie (art. 19). Het DB neemt het advies van de stadsdeelcommissie over indien het is vastgesteld met een meerderheid van stemmen en binnen de budgettaire kader past (art. 19 lid 5). Afwijkingen van het advies motiveert het DB.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 52 van 60
Adviesvraag B&W Formuleer hier de vraag aan het stadsdeel
Het college geeft voorgenomen wijzigingen van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022 vrij voor inspraak. Het voorstel omvat onder andere verplichtingen voor platforms voor toeristische verhuur, zoals het verwijderen van een advertentie indien een registratienummer ontbreekt, met de mogelijkheid een boete aan het platform op te leggen als zij zich hier niet aan houden. Daarnaast bevat het voorstel mogelijkheden voor woongemeenschappen om zelf nieuwe bewoners te selecteren en de mogelijkheid zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang te geven op woningen in bepaalde nieuwbouw- of transformatiecomplexen. De thema’s in het wijzigingsvoorstel van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (HVV) per 1 januari 2022 zijn*: a. Verplichtingen platforms toeristische verhuur; De Wet toeristische verhuur die hiervoor vorig jaar is aangenomen door het parlement geeft nieuwe mogelijkheden, zoals de registratieplicht voor toeristische verhuur die Amsterdam dit jaar heeft ingevoerd. Tijdens de behandeling van het Wetsvoorstel toeristische verhuur van woonruimte in de Tweede Kamer zijn amendementen aangenomen en heeft de regering ook in een laat stadium zelf nog dingen aangepast. Dit was te laat om nog mee te nemen met de HVV 2021. Bovendien trad een deel van deze bepalingen ook pas in werking wanneer zij groen licht kregen van de Europese Commissie (EC).
Het Rijk heeft deze bepalingen inmiddels bij de EC genotificeerd en er is groen licht op gekomen. Dat betekent dat deze in werking treden per 1 juli 2021. Twee verplichtingen voor platforms gelden direct op basis van de Huisvestingswet zelf maar worden volledigheidshalve in de verordening opgenomen en twee verplichtingen dienen gemeenten echt zelfstandig in te voeren middels een huisvestingsverordening (zie onderscheid hieronder). De boetebedragen en verplichtingen worden meegenomen in de inspraak voor wijziging van de HVV per 1 januari 2022. Regel staat in de Huisvestingswet en geldt direct voor heel Nederland, maar ter verduidelijking wordt regel opgenomen in i.c.m. het vastleggen van een boete bij overtreding: - Een verbod om advertenties zonder registratienummer te publiceren voor platforms + boete van €8.700 bij overtreding - Een verplichting om aanbieders te informeren over de geldende wet- en regelgeving voor het legaal aanbieden van woonruimte voor toeristische verhuur + boete van €8.700 bij overtreding Regel wordt van kracht na implementatie in de Huisvestingsverordening per 2022: - Verhuurverbod van een jaar bij recidive + de aanwijzing dat platforms die advertenties moeten verwijderen (geen boete mogelijk) - Mogelijkheid om platforms te verbieden om advertenties t.a.v.
een huis dat over het nachtencriterium heen is, te tonen op hun website + boete van €8.700 bij overtreding. b. Regeling voor beheercoöperaties (‘woongemeenschappen’); Het college heeft in 2020 voorgesteld in de Huisvestingsverordening te regelen dat beheercoöperaties voor ouderen en woonzorginitiatieven als laatste selectiestap een gemotiveerde keuze zouden kunnen gaan maken uit vijftig kandidaten die WoningNet op basis van inschrijfduur zou aandragen. Dit stuitte op praktische en uitvoeringstechnische bezwaren van zowel bestaande woongemeenschappen die werken met eigen wachtlijsten als van woningcorporaties die dit niet mogelijk achten in overeenstemming met privacywetgeving in de Algemene verordening Gegevensbescherming uit te voeren. Het college heeft daarop besloten deze wijzigingsvoorstellen in te trekken en nieuwe voorstellen voor te bereiden voor wijziging van de Huisvestingsverordening per 2022. In afstemming met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (hierna: BZK) wat Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 53 van 60
betreft de mogelijkheden binnen de Huisvestingswet en met woningcorporaties over uitvoerbaarheid en bestaande situaties is nu het volgende voorstel gevormd: Woongemeenschappen worden uitgezonderd van de huisvestingsvergunningplicht en dus van de woonruimteverdelingsregels in de Huisvestingsverordening. Op deze manier kan coöptatie naar eigen inzicht worden ingericht, waaronder het aanhouden van een eigen wachtlijst. De woningen blijven evenwel deel uitmaken van de sociale woningvoorraad. De hiervoor geldende inkomenseisen uit hoofde van de Woningwet blijven onverminderd van toepassing. Woongemeenschappen zullen door woningcorporaties bij de gemeente worden aangemeld voor de uitzondering. Daarop worden de woongemeenschappen in een bijlage bij de verordening genoemd en uitgezonderd van de huisvestingsvergunningplicht. Ouderen- en zorginitiatieven, maar ook niet nader te typeren woongemeenschappen, zoals Copekcabana, kunnen met dit voorstel worden geaccommodeerd. Hierbij wordt voorgesteld het experimentenartikel met een bevoegdheid voor het college om experimenten met woonruimteverdeling vast te stellen te laten vervallen, alsook de hierover vastgestelde nadere regels, omdat dit voor woongemeenschappen niet meer gebruikt hoeft te worden en het niet in overeenstemming is met de Huisvestingswet 2014.
Woonruimteverdelingsregels kunnen sinds inwerkingtreding van deze wet alleen door de gemeenteraad in een huisvestingsverordening worden bepaald. Het blijft overigens mogelijk om bepaalde regels voor een beperkte duur in de verordening vast te stellen en na het tijdbestek te evalueren of de regeling structureel gewenst is. Op die manier worden regels in feite ook eerst als experiment vastgesteld. Het verschil is dat de gemeenteraad de regeling vaststelt in de Huisvestingsverordening zoals de Huisvestingswet 2014 verlangt. Deze wijzigingen worden nu voorgesteld voor de inspraak vrij te geven. Daadwerkelijk besluit van het college om de nadere regels over experimenten met woongemeenschappen te laten vervallen volgt in het najaar na inspraak als de wijzigingen in de verordening met een structurele regeling voor woongemeenschappen ter vaststelling aan de gemeenteraad worden aangeboden. c. Voorrang voor bewoners uit het gebied op bepaalde nieuwbouw/transformatiecomplexen; Op verzoek van enkele stadsdelen, zoals stadsdeel Zuidoost, wordt voorgesteld het per 2022 mogelijk te maken in de Huisvestingsverordening complexen aan te wijzen waarop zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang krijgen bij eerste verhuur (nieuwbouw of transformatiecomplexen).
Dit wordt als volgt voorgesteld: - Na afstemming met de eigenaar kunnen complexen in een bijlage van de Huisvestingsverordening aangewezen worden als complex waarvoor geldt dat voor 25% van de woningen in het complex bij eerste oplevering zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang hebben. Desgewenst kunnen, na overleg met de eigenaar, complexen door stadsdeelbestuurders worden voorgedragen voor deze regeling. - De bewoners die stadsdeelvoorrang krijgen, zijn bewoners die de afgelopen tien jaar minstens zes jaar onafgebroken in het stadsdeel waarin het complex staat, wonen of hebben gewoond. Dit is de definitie van lokale binding op basis van de Huisvestingswet. Of een bewoner aan dit criterium voor maatschappelijke binding uit de Huisvestingswet voldoet, kan gecontroleerd worden door middel van een uittreksel van het bevolkingsregister. Deze controle kan handmatig plaatsvinden, maar kan ook worden geautomatiseerd als de aanbieder gebruik maakt van apps als Qii of Ockto. Woningcorporaties zijn voornemens met de app Qii te gaan werken. - Voor complexen op de grens van stadsdelen kunnen bewoners uit beide stadsdelen voorrang krijgen. - De voorrang geldt alleen bij eerste verhuring (bij nieuwbouwcomplexen, maar mogelijk bijvoorbeeld ook bij transformatieprojecten). Na het jaar van eerste verhuring wordt het complex uit de bijlage bij de verordening verwijderd.
- De voorrang kan gelden voor complexen van marktpartijen en op den duur ook voor complexen van woningcorporaties met sociale huurwoningen. De reden voor dit voorstel is dat het op plekken waar er veel nieuw wordt gebouwd, vaak zo is dat Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 54 van 60
er bijna geen uitwisseling is tussen de bewoners van de nieuwe buurt en de bewoners van de omliggende bestaande buurten. De band tussen nieuwe en bestaande buurt kan versterkt worden door zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang te geven op woningen in de nieuwbouwcomplexen. Ook kunnen eigenaren bij de bouw van de nieuwe complexen de wensen van bewoners uit de buurt meenemen en op die manier ‘bouwen voor de buurt’. Door de zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang te geven op de woningen, kunnen zij in hun eigen omgeving doorstromen naar een passende woning. De bewoners uit het stadsdeel die voorrang krijgen, moeten wel aan op de woning betrekking hebbende passendheidseisen voldoen. Zo moet de woning qua grootte passend zijn voor het huishouden en mogen zij bijvoorbeeld niet te veel verdienen voor het betreffende woningsegment. Als er meerdere kandidaten die stadsdeelbinding hebben en voldoen aan de passendheidscriteria reageren, komt in het geval van een sociale huurwoning van een woningcorporatie degene met de langste inschrijfduur als eerste aan de beurt en in het geval van een particuliere eigenaar dient er op basis van de voorgestelde bepaling in de verordening te worden geloot. d.