6. Adviezen stadsdelen wijzigingen Hvv2022.pdf
Tekst van het document
Politie toevoegen aan de voorrangsregeling voor beroepsgroepen; In Amsterdam is per 2020 een voorrangsregeling in de Huisvestingsverordening opgenomen voor maatschappelijke beroepsgroepen waarbij sprake is van een groot tekort aan personeel. Op dit moment komen alleen werknemers in de onderwijs- en zorgsector die aan de voorwaarden van de regeling voldoen in aanmerking. Het voorstel is om ook de beroepsgroep ‘politie’ toe te voegen aan de regeling. Uit onderzoek blijkt dat onder andere een tekort aan woonruimten in Amsterdam leidt tot een personeelstekort bij de politie. De verruiming van de regeling voor politie is verbonden aan een breed integraal plan van de politie om werken bij de politie te bevorderen. De groep politie die in aanmerking komt wordt afgebakend op basis van werktijden. Hiervoor wordt voorgesteld aan te sluiten bij een arbeidscontract van minimaal 28 uur dat ook geldt voor onderwijs- en zorgpersoneel.
e. Optimalisering toewijzingsregels woonwagens en rolstoelwoningen; Wat betreft de toewijzingsregels voor woonwagenstandplaatsen worden aanpassingen in de toewijzing voorgesteld die zijn voortgekomen uit het woonbehoeftenonderzoek en uit overleg met de bewonerscommissie die ook als input dienden voor het nieuwe Beleidskader Woonwagens en standplaatsen dat in 2022 aan de raad zal worden aangeboden. De wijziging van de toewijzingsregels voor woonwagens en standplaatsen worden reeds nu voor de inspraak vrijgegeven, samen met de overige wijzigingsvoorstellen van de Huisvestingsverordening, om dat gebundeld bij elkaar te houden. De aanpassingen zien met name op het verbeteren van de positie van spijtoptanten en starters. Voor starters wordt voorgesteld dat ze hun plek op de Amsterdamse wachtlijst behouden indien ze tijdelijk in een andere gemeente wonen en studeren, en ook indien ze een aangeboden standplaats met een huurwoonwagen accepteren op een andere locatie dan waar ze met hun ouders/verzorgers hebben gewoond. Hiermee wordt getracht te voorkomen dat starters niet naar een standplaats met huurwagen gaan maar blijven wachten op een plek op hun eigen woonwagenlocaties. Wel verliest men de status van starter nadat men een aanbieding voor een standplaats op de eigen woonwagenlocatie heeft gehad. Voor spijtoptanten worden ook enkele maatregelen voorgesteld.
Spijtoptanten zijn oud-bewoners van een woonwagenlocatie die daar graag willen terugkeren. Er wordt voorgesteld om de huidige termijn van drie jaar die men mag zijn vertrokken om nog voorrang te hebben op nieuwe standplaatsen als spijtoptant te verlengen te laten vervallen zodat meer aan Amsterdam gebonden voormalige woonwagenbewoners hun status als spijtoptant behouden. Daarmee behouden spijtoptanten langer een hogere positie op de wachtlijst ten opzichte van woningzoekenden zonder binding met Amsterdam en/of zonder woonwagenverleden. Daarnaast wordt op nieuwe locaties speciaal een plek gereserveerd voor een spijtoptant.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 55 van 60
Om tot een betere verdeling te komen van rolstoelwoningen wordt voorgesteld om de toewijzingsvolgorde aan te passen wat betreft grotere rolstoelwoningen. Het voorstel is om gezinnen met één of twee kinderen voorrang te geven op rolstoelwoningen met drie kamers en op rolstoelwoningen met vier kamers voorrang te geven aan gezinnen met drie of meer kinderen. Momenteel krijgen grotere gezinnen voorrang op rolstoelwoningen met vijf kamers, maar omdat er daar erg weinig van zijn moet deze groep vaak lang wachten op een woning. In afwijking van de in het voorstel opgenomen algemene inwerkingtreding op 1 januari 2022 wordt dit onderdeel per 1 juli 2022 voorgesteld in werking te treden in verband met aanpassingen die in WoningNet nodig zijn. f. Invoering enkele vrijstellingen (woningvormen voor kamers, anti-kraak en landingsplekken internationale studenten). In Amsterdam wordt kamerverhuur gereguleerd met de omzettingsvergunning waarvoor quota zijn ingevoerd in 2020. Daarnaast bestaat er woningvormen, wat in de Huisvestingswet wordt gedefinieerd als het verbouwen van een woonruimte tot twee of meer woonruimten. In Amsterdam werd dit geïnterpreteerd als het verbouwen van een zelfstandige woning naar meerdere zelfstandige woningen.
De Raad van State heeft in een recente uitspraak echter geoordeeld dat wanneer in een woning een extra kamer wordt gerealiseerd voor kamerverhuur ook sprake is van woningvormen. Dat betekent dat er overlap tussen beide bestaat. Een handeling is dan zowel kamerverhuur als woningvormen, waarvoor beide een vergunning aangevraagd zou moeten worden. Omdat woningvormen naar kamers nu niet in de Huisvestingsverordening is opgenomen, kan hiervoor echter geen vergunning worden verleend. Hierdoor is het op dit moment niet mogelijk een extra kamer te realiseren in een woning die wordt gebruikt voor kamerverhuur. Bijvoorbeeld door een grote zolder in tweeën te delen. Voorgesteld wordt een vrijstelling op te nemen voor het woningvormen van kamers bij kamerverhuur. De wijziging herstelt de situatie van voor de uitspraak van de Raad van State. Het realiseren van een extra kamer bij kamerverhuur wordt weer mogelijk, terwijl er slechts één vergunning nodig is: een vergunning voor kamerverhuur. Kamerverhuur blijft daarnaast gereguleerd via het kamerverhuurbeleid, waarin voorwaarden zijn opgenomen over bijvoorbeeld het aantal kamers, aantal bewoners per kamer en de geluidsisolatie. Dit maakt het beleid niet nodeloos complex en beperkt de bureaucratische last voor de burger.
De wijziging beoogt het beleid weer zo te maken zoals dat gold tot aan de uitspraak van de Raad van State, maar dan op een juridisch juiste manier. Daarnaast wordt voorgesteld een juridische verbetering aan te brengen ten aanzien van antikraak en landingsplekken voor internationale studenten van instellingen voor hoger onderwijs. Juridisch gezien is alleen sprake van wonen wanneer de hoofdfunctie wonen is en bewoners voornemens zijn minimaal zes maanden in de woning te wonen. Bij antikraaksituaties en de huisvesting van internationale studenten door hoger onderwijsinstellingen kan juridisch sprake van onttrekking omdat er korter wordt gewoond maar er worden in de praktijk geen onttrekkingsvergunningen voor aangevraagd. Hierdoor ontstaan formeel illegale situaties. Voor deze twee vormen van onttrekking wordt daarom voorgesteld een vrijstelling op de onttrekkingsvergunningplicht op te nemen in de verordening. In het geval van anti-kraak moet het gaan om in gebruik geven om niet als bedoeld in artikel 1777 van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek en de landingsplekken voor internationale studenten moeten door instellingen voor hoger onderwijs worden verhuurd als landingsplek en voor kort verblijf. Met de invoering van de Wet toeristische verhuur is er de mogelijkheid om vrijstelling te verlenen op de vergunningplicht voor vormen van onttrekken.
Het is daarom mogelijk voor deze situaties een vrijstelling op de vergunningplicht te geven. Dit betreft een beleidsneutrale juridische oplossing. *zie de bijgevoegde beleidstoelichting voor een uitgebreide toelichting op bovenstaande punten. Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 56 van 60
Vervolgproces Na verwerking van uw advies en de reacties uit de inspraakronde, worden definitieve voorstellen gedaan aan de gemeenteraad voor vaststelling. Inspraak vindt plaats tussen 31 mei tot en met 11 juli 2021. Besluitvorming voor definitieve vaststelling van de wijzigingen per 1 januari 2022 in het najaar. Aan het dagelijks bestuur van stadsdeel Zuidoost wordt gevraagd uiterlijk 9 juli 2021 advies uit te brengen over deze wijzigingsvoorstellen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022.
Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies
Het dagelijks bestuur van het Stadsdeel Zuidoost kan zich vinden in de Wijziging van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022. Op een aantal punten hebben we een reactie en/of aanvullend advies. Voorrang voor zittende bewoners van een stadsdeel op bepaalde nieuwbouw- of transformatiecomplexen Het bestuur van het Stadsdeel Zuidoost is groot pleitbezorger van het geven van voorrang aan huidige bewoners bij een deel van de nieuwbouw. Hierdoor blijft de buurtbetrokkenheid die bewoners hebben intact, en ontstaat er doorstroming in een buurt. Verder worden nieuwe buurten en/of complexen vanaf de eerste bewoning “opgenomen” in de Zuidoost gemeenschap. Het stadsdeel Zuidoost is dan ook zeer verheugd dat deze voorrang een plek heeft gekregen in de Huisvestingsverordening. Bovendien wordt met het aanwijzen van complexen in Zuidoost uitvoering gegeven aan een van de doorbraken van het Masterplan. Quotumvoorwaarden omzettingsvergunning In de Huisvestingsverordening 2022 is in artikel 3.3.11 een quotum opgenomen per wijk en ook per gebouw/ galerij. Dit houdt in dat er in een bepaalde wijk een maximum aantal woningen omgezet mag worden ten behoeve van kamergewijze verhuur. Omdat er in de stad een grote variatie zit in de omvang van de verschillende wijken, varieert het aantal mogelijke vergunningen per wijk ook sterk.
Doordat in Zuidoost wijken relatief veel woningen bevatten, is het gevaar van concentratie van verkamering aanwezig en pleiten wij ervoor om de gebieden te verkleinen. Raadslid De Jong heeft hiertoe eind 2020 een motie ingediend om te onderzoeken of de wijkindeling adequaat is voor het gebruik van quota of dat er maatwerk toegepast moet worden. Vanuit Zuidoost stelt het dagelijks bestuur voor om de quota te hanteren op het niveau van de buurtindelingen (39 in Zuidoost). Dit sluit aan bij de huidige systematiek van de gemeente. Wij verzoeken om op korte termijn de uitkomsten van het onderzoek met ons te delen. Coöptatieruimte voor woongemeenschappen De gemeente wil het oprichten van dit soort woongemeenschappen stimuleren omdat het leidt tot een grotere betrokkenheid tot elkaar, de buurt en de stad. Belangrijk onderdeel van een dergelijke woongemeenschap is dat nieuwe bewoners kunnen worden gekozen middels coöptatie. Het stadsdeel onderschrijft de noodzaak van verruiming van de coöptatie. Het stadsdeel wordt met enige regelmaat benaderd door groepen bewoners die gezamenlijk een woongemeenschap willen oprichten,
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 57 van 60
bijvoorbeeld op basis van een gemeenschappelijke etnische achtergrond. Het zelf kunnen bepalen van de instroom is vaak een wens van deze groepen. Toeristische verhuur Geen opmerkingen. Wijzigingen voorrangsregeling maatschappelijke beroepsgroepen Het dagelijks bestuur van het Stadsdeel Zuidoost kan zich vinden in de toevoeging van de politie aan de beroepsgroepen die gebruik kunnen maken van de voorrangsregeling. Uitzonderingen op de vergunning woningvorming (Er is hierover een vraag uitgezet bij de stellers van de HVV) In artikel 3.1.5 staat het volgende: Onverlet de verplichting van een omzettingsvergunning die nodig is voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten, is voor het vormen van een onzelfstandige woonruimte geen vergunning voor woningvormen nodig als bedoeld in artikel 3.1.1., derde lid, onderdeel d. Het dagelijks bestuur was juist zo blij met de uitspraak dat dit ook woningvorming is. Want dan blijven de appartementen en eengezinswoningen min of meer geschikt om – terug- in gebruik te nemen als gezinswoning, nadat de omzettingsvergunning wordt ingetrokken of opgezegd…. Met dit artikel kan nu niet alleen ieder appartement, maar ook een rijtjeswoning volledig ‘verhokt’ worden. Tot wel 12 kamers in een rijtjehuis/pand van 80 m2. Of 6 kamers in een middelgroot appartement, waar eerst één gezin met hooguit 2 kinderen zou wonen.
Zonder enige restrictie of eis uit de Bouwbesluit waardoor kamers kleiner dan 5 m2 worden toegestaan. Vastgoedpartijen kunnen nu een rijtjeswoning boven de liberalisatiegrens kopen, en deze verbouwen tot allemaal hokjes van 6 m2. Resultaat is dat de buurt achteruit gaat. De huidige grenzen van extra eisen aan meer dan 6 gaat nu alleen op voor grote panden. En daar is het vaak al arbitrair wat het verschil is in overlastbeleving tussen 6 of 7, 7 of 8 of meer. In de toelichting van de verordening staat niet wanneer je een uitzondering bent. De ervaring in Zuidoost is dat dit een onwenselijke ontwikkeling is. In het Masterplan is het tegengaan van verkamering opgenomen als een doorbraak bij het thema wonen. Het dagelijks bestuur is dan ook geen voorstander van deze wijziging en geeft hierop een negatief advies. Uitvoerbaarheid/ handhaafbaarheid Het dagelijks bestuur vraagt aandacht voor de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de van de voorgestelde wijzigingen. Deze dienen scherp in de gaten gehouden te worden. De ervaringen o.a. ten aanzien van het quotum kamerverhuur/ de aanvraag van omzettingsvergunningen laat zien dat dit een belangrijk plek dient te krijgen. De rollen en verantwoordelijkheden voor de verschillende organisatieonderdelen van de gemeente zijn niet duidelijk. Het dagelijks bestuur wenst dat hier helderheid overkomt in de vorm van afspraken.
Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB
De stadsdeelcommissie heeft geen advies gegeven aan het dagelijks bestuur. Definitief advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 58 van 60
Het dagelijks bestuur van het Stadsdeel Zuidoost kan zich vinden in de Wijziging van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022. Op een aantal punten hebben we een reactie en/of aanvullend advies. Voorrang voor zittende bewoners van een stadsdeel op bepaalde nieuwbouw- of transformatiecomplexen Het bestuur van het Stadsdeel Zuidoost is groot pleitbezorger van het geven van voorrang aan huidige bewoners bij een deel van de nieuwbouw. Hierdoor blijft de buurtbetrokkenheid die bewoners hebben intact, en ontstaat er doorstroming in een buurt. Verder worden nieuwe buurten en/of complexen vanaf de eerste bewoning “opgenomen” in de Zuidoost gemeenschap. Het stadsdeel Zuidoost is dan ook zeer verheugd dat deze voorrang een plek heeft gekregen in de Huisvestingsverordening. Bovendien wort met het aanwijzen van complexen in Zuidoost uitvoering gegeven aan een van de doorbraken van het Masterplan. Quotumvoorwaarden omzettingsvergunning In de Huisvestingsverordening 2022 is in artikel 3.3.11 een quotum opgenomen per wijk en ook per gebouw/ galerij. Dit houdt in dat er in een bepaalde wijk een maximum aantal woningen omgezet mag worden ten behoeve van kamergewijze verhuur. Omdat er in de stad een grote variatie zit in de omvang van de verschillende wijken, varieert het aantal mogelijke vergunningen per wijk ook sterk.
Doordat in Zuidoost wijken relatief veel woningen bevatten, is het gevaar van concentratie van verkamering aanwezig en pleiten wij ervoor om de gebieden te verkleinen. Raadslid De Jong heeft hiertoe eind 2020 een motie ingediend om te onderzoeken of de wijkindeling adequaat is voor het gebruik van quota of dat er maatwerk toegepast moet worden. Vanuit Zuidoost stelt het dagelijks bestuur voor om de quota te hanteren op het niveau van de buurtindelingen (39 in Zuidoost). Dit sluit aan bij de huidige systematiek van de gemeente. Wij verzoeken om op korte termijn de uitkomsten van het onderzoek met ons te delen. Coöptatieruimte voor woongemeenschappen De gemeente wil het oprichten van dit soort woongemeenschappen stimuleren omdat het leidt tot een grotere betrokkenheid tot elkaar, de buurt en de stad. Belangrijk onderdeel van een dergelijke woongemeenschap is dat nieuwe bewoners kunnen worden gekozen middels coöptatie. Het stadsdeel onderschrijft de noodzaak van verruiming van de coöptatie. Het stadsdeel wordt met enige regelmaat benaderd door groepen bewoners die gezamenlijk een woongemeenschap willen oprichten, bijvoorbeeld op basis van een gemeenschappelijke etnische achtergrond. Het zelf kunnen bepalen van de instroom is vaak een wens van deze groepen.
Toeristische verhuur Geen opmerkingen Wijzigingen voorrangsregeling maatschappelijke beroepsgroepen Het dagelijks bestuur van het Stadsdeel Zuidoost kan zich vinden in de toevoeging van de politie aan de beroepsgroepen die gebruik kunnen maken van de voorrangsregeling. Uitzonderingen op de vergunning woningvorming In artikel 3.1.5 staat het volgende: Onverlet de verplichting van een omzettingsvergunning die nodig is voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten, is voor het vormen Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 59 van 60
van een onzelfstandige woonruimte geen vergunning voor woningvormen nodig als bedoeld in artikel 3.1.1., derde lid, onderdeel d. Het dagelijks bestuur was juist zo blij met de uitspraak dat dit ook woningvorming is. Want dan blijven de appartementen en eengezinswoningen min of meer geschikt om – terug- in gebruik te nemen als gezinswoning, nadat de omzettingsvergunning wordt ingetrokken of opgezegd…. Met dit artikel kan nu niet alleen ieder appartement, maar ook een rijtjeswoning volledig ‘verhokt’ worden. Tot wel 12 kamers in een rijtjehuis/pand van 80 m2. Of 6 kamers in een middelgroot appartement, waar eerst één gezin met hooguit 2 kinderen zou wonen. Zonder enige restrictie of eis uit de Bouwbesluit waardoor kamers kleiner dan 5 m2 worden toegestaan. Vastgoedpartijen kunnen nu een rijtjeswoning boven de liberalisatiegrens kopen, en deze verbouwen tot allemaal hokjes van 6 m2. Resultaat is dat de buurt achteruit gaat. De huidige grenzen van extra eisen aan meer dan 6 gaat nu alleen op voor grote panden. En daar is het vaak al arbitrair wat het verschil is in overlastbeleving tussen 6 of 7, 7 of 8 of meer. In de toelichting van de verordening staat niet wanneer je een uitzondering bent. De ervaring in Zuidoost is dat dit een onwenselijke ontwikkeling is. In het Masterplan is het tegengaan van verkamering opgenomen als een doorbraak bij het thema wonen.
Het dagelijks bestuur is dan ook geen voorstander van deze wijziging en geeft hierop een negatief advies. Uitvoerbaarheid/ handhaafbaarheid Het dagelijks bestuur vraagt aandacht voor de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de voorgestelde wijzigingen. Deze dienen scherp in de gaten gehouden te worden. De ervaringen o.a. ten aanzien van het quotum kamerverhuur/ de aanvraag van omzettingsvergunningen laat zien dat dit een belangrijk plek dient te krijgen. VTH is vanuit het mandaat van het stadsdeel verantwoordelijk voor de vergunningverlening, de directie Wonen voor toezicht en handhaving. Vergunningen, toezicht en handhaving zijn een keten van activiteiten. En soms is er op adressen sprake van een samenloop van aanvragen voor vergunningen op basis van deze verordening en aanvragen voor omgevingsvergunningen. Bij de omgevingsvergunningen liggen de taken voor toezicht en handhaving weer bij het stadsdeel. Een goede samenwerking in de keten van activiteiten door de directie Wonen en VTH is een voorwaarde om tot een effectieve en efficiënte uitvoering te komen. De rollen en verantwoordelijkheden voor de verschillende organisatieonderdelen van de gemeente zijn niet altijd duidelijk. Het dagelijks bestuur wenst helderheid in de vorm van afspraken.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 60 van 60