CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Adviezen stadsdelen wijzigingen Hvv2022.pdf

Raadscommissie Wonen en Bouwen 3 november 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen wijzigingen in de Huisvestingsverordening per 2022 (ZD2021-013800)29.190 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De regeling wordt als een instrument gezien om de leefbaarheid in complexen of buurten te kunnen verbeteren. Het toevoegen van de beroepssector van de politie is in dat licht ook positief. Er is veel vraag vanuit de gebieden om beroepsgroepen zoals onderwijzend personeel, politie en verplegend personeel in hun buurt te huisvesten. e. Optimalisering toewijzingsregels woonwagens en rolstoelwoningen; Het optimaliseren van deze regels zien we als positief. f. Invoering enkele vrijstellingen (woningvormen voor kamers, anti-kraak en landingsplekken internationale studenten). Er zal in de vergunningaanvraag en toekenning aandacht moeten zijn voor de rol van VVE’s. De voorstellen kunnen leiden tot een beter afgestemde manier van handhaven en een verbeterde inzet op de problematiek, het stadsdeel wil deze verbeteringen meegeven als advies. De aanpassingen die nu worden voorgesteld met betrekking tot de vrijstellingen zijn vooral technisch van aard, het maakt de vergunningsverplichting makkelijker. Bij kamerverhuur en woningdelen in een woning wordt vooral voorkomen dat een woningeigenaar gelijktijdig meerdere aanvragen moet doen. De woningeigenaar krijgt dan een vergunning voor een bepaald aantal te verhuren eenheden. Als de verhuurder later meer kamers in het pand maakt, wijzigt de situatie en moet de verhuurder opnieuw een vergunning voor woningdelen aanvragen.

Het lijkt hierdoor op een verruiming van de mogelijkheden maar de instrumenten om te handhaven op verhuurders die zich niet aan de regels voor woningvormen houden blijven in de huidige vorm tact.

Voor de anti-kraak en de landingsplekken komt een vrijstelling op de onttrekkingsvergunning, dit is een juridische aanpassing die nodig is. Dit heeft alleen betrekking op de plekken die zijn aangewezen voor de internationale studenten die aangemeld zijn door het hoger onderwijs. Wij overzien dat dit te weinig consequenties heeft voor het handhaven op de verhuurders waar we niet positief tegenover staan. G. Advies voor nieuw beleid woningdelen Het beleid om middels woningdelen meer groepen, zoals studenten en starters, aan een woning te helpen is plausibel, maar de vraag is of de woningen ook naar die groepen gaan. Het gaat de Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 18 van 60

initiatiefnemers in toenemende mate om geld verdienen, en volstrekt niet om huisvesting. Dat betekent dat huizen tegen veel hogere prijzen (+€ 50.000) dan de ‘marktwaarde’ worden opgekocht, en dat ‘gewone’ kopers, gezinnen, het nakijken hebben. Dit leidt mede tot het verdwijnen van gezinnen uit Amsterdam. Mede hierdoor (het geld moet worden terugverdiend) worden de huren opgeschroefd. Daar waar een gezin voor een woning van 80 vierkante meter €1200 euro betaalt, wordt voor 4 kamers in zo’n woning € 3200 euro gevangen. Het is hierom de vraag of de kamers terecht komen bij de groepen waarvoor het beleid bedoeld is. De leefbaarheid in het stadsdeel komt door deze verkamering steeds vaker onder druk te staan, de adviezen hieronder lichten toe hoe je dit zou kunnen aanpakken. 

Combineren van quotering voor alle vormen van woningdelen of gedeeltelijke verhuur, woningdelen, woningsplitsing, bed and breakfast etc. Je ziet dat, nu bij woningdelen de regelgeving door quotering iets strenger wordt, er naar andere vormen van woningdelen, zoals woningsplitsing, wordt geswitcht. Daarom is het wenselijk om een integrale quotering te hebben voor alle vormen van dit soort woninggebruik. 

Toets bij de vergunningverlening en de bezwaarprocedure ook op andere regelgeving, zoals bestemmingsplan en bouwbesluit.  Probeer bij de vergunningverlening niet alleen op de tekeningen af te gaan, maar ga ter plekke kijken Het gedrag loopt tijdens de bouw vaak niet goed, van veel te vroeg beginnen met bouwen, het slopen van eigendommen van bewoners tot intimidatie. Handhaven op dit soort zaken is lastig, omdat het om privaatrechtelijke zaken gaat. De vergunningverlening gebeurt vrijwel altijd op basis van tekeningen, en niet door een schouw ter plekke. Sommige grondgebonden woningen worden (incl. garage) opgedeeld in 6-13 kamers, dit zorgt per definitie voor ‘verdichting’, en de kans op overlast tussen woningen, maar ook (door dunne wandjes) binnen de woning is groot. Door bewoners wordt vaak twijfel uitgesproken of men zich houdt aan de voorwaarden waaronder de vergunning is verleend . Dit geldt vooral voor brandveiligheid en geluidsbelasting, maar ook aantal kamers. Handhaven op al deze aspecten is vaak de zwakke schakel. Bij melding van overlast is ‘op heterdaad constateren’ noodzaak, dan pas wordt er geregistreerd, dat is lastig, evenals het punt waar moet worden gemeld (politie, meldpunt zorg en overlast, 14020 e.d.), er is geen coördinatie van registratie. De toetsing vindt plaats op grond van de Huisvestingsverordening.

Maar er vindt, wellicht juridisch terecht, geen toetsing plaats aan andere regelgeving, zoals het bestemmingsplan. Cie B&B: “Het feit dat omzetting en gebruik in strijd is met het bestemmingsplan heeft geen gevolgen voor de omzettingsvergunning, aangezien met het bestemmingsplan strijdig gebruik geen intrekkingsgrond en geen weigeringsgrond is voor de omzettingsvergunning”. In het bouwbesluit 2012 (art. 7.18 1e lid) waarin staat dat een woonfunctie niet mag worden bewoond dan door meer dan één persoon per 12m2 gebruiksopp. Wordt niet getoetst. Dan is er nog het punt dat volgens de Huisvestingsverordening een omzetting kan worden geweigerd als ‘het belang van de behoud of de samenstelling van de woningvoorraad groter is dan het met de onttrekking, omzetting of samen voegen gediende belang’, lees het private belang van de aanvrager van de vergunning. In de praktijk wordt door vergunningverlener en cie. B&B het (private) belang van de omzetting altijd hoger ‘gewaardeerd’ dan het behoud van woningvoorraad in een gebied.  Maximeren aantal kamers per woning, en aantal bewoners per kamer Het bestemmingsplan verstaat onder wonen in een woning: ‘een gezin of max. 4 personen die niet tot een huishouden behoren’, maar de cie. B&B toetst dus niet op het bestemmingsplan. Cie. B&B: “het beperken van het aantal mensen op grond van de Huisvestingsverordening is niet

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 19 van 60

mogelijk, in die zin dat niet kan worden voorkomen dat een huishouden zich vestigt, woont, in de kamer, ondanks de beperking die per 1 april 2020 in de Huisvestings-verordening is opgenomen dat een kamer niet door meer dan 1 volwassene mag worden bewoond’. Dit betekent dat, ook als we in de Huisvestingsverordening vastleggen ‘max. 1 bewoner per kamer’ dat er blijkbaar gewoon ‘een getrouwd stel, zelfs met kinderen’, mag wonen. De kans is dus aanwezig dat er in kamers meer mensen wonen dan waarvoor is vergund.  Standaard opnemen in de vergunningverlening van een alinea over de rol van de VVE’s. VVE’s hebben een bijzondere rol, omdat deze in hun statuten een verbod tot woningdelen kunnen opnemen. Veel VVE’s verwijten de gemeente dat ze een vergunning geven, waardoor de initiatiefnemer de indruk heeft dat hij kan beginnen. Maar een initiatiefnemer moet ook toestemming krijgen vanuit de VVE, Publiekrechtelijke toestemming betekent nog geen privaatrechtelijke toestemming. Samenvattend komen we dan op de volgende voorstellen ter verbetering van het beleid dat ten grondslag ligt aan de huisvestingsverordening:  Combineren van quotering voor alle vormen van woningdelen of gedeeltelijke verhuur, woningdelen, woningsplitsing, bed and breakfast etc.  Toets bij de vergunningverlening en de bezwaarprocedure ook op andere regelgeving, zoals bestemmingsplan en bouwbesluit.

 Probeer bij de vergunningverlening niet alleen op de tekeningen af te gaan, maar ga ter plekke kijken.  Maximeren aantal kamers per woning, en aantal bewoners per kamer  Standaard opnemen in de vergunningverlening van een alinea over de rol van de VVE’s. Om de leefbaarheid te kunnen verbeteren zijn er een aantal meer verregaande acties nodig om ook de organisatie te kunnen verbeteren;  Zorg voor één aanspreekpunt voor meldingen van overlast, of zorg voor coördinatie  Weeg bij de bezwaarprocedure ook de door bewoners aangedragen veiligheids- en leefbaarheidsaspecten mee, eventueel als bijzondere omstandigheid  Handhaaf strikt op basis van de signalen, en maak hier in het handhavingsbeleid, eventueel per gebied, een prioriteit van.

Het stadsdeel ziet de ontwikkelingen van de wet voor de opkoopbescherming bestaande bouw positief tegemoet, dit wetsvoorstel voor de huisvestingswet ligt nu ter besluitvorming in de eerste kamer. Wat er echter nu aan de hand is in het stadsdeel als het gaat om de aanpak van leefbaarheid vraagt om meer prioriteit. Concluderend adviseren we enkel positief over de punten a t/m f in de voorgestelde wijzigingen in de huisvestingsverordening per 1 januari 2022 maar het dagelijks bestuur onderschrijft dat er meer mogelijkheden zijn om woningdelen en verkamering tegen te gaan. Het stadsdeel gaat er vanuit dat haar adviezen over verkamering snel opgepakt worden om nieuw beleid te ontwikkelen.

Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB

Het concept advies van het dagelijks bestuur is unaniem door de stadsdeelcommissie aangenomen. Daarnaast zijn de onderstaande adviezen aangenomen. Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 20 van 60

Advies stadsdeelcommissie (E.Tienstra): Oneigenlijk gebruik woonruimte en verkamering: 1. Bewoners geven aan niet alleen druk te ervaren op de leefbaarheid van hun buurt of straat door verkamerde wooneenheden. Ook van andere vormen van verbruik van woningen (zoals Airbnb of Short Stay) hebben invloed op de leefbaarheid van een buurt of wijk. Door ander verbruik van woningen in de omgevingsvisie te kluisteren in één quota, kunnen woonvormen, maar ook de druk op de leefbaarheid worden verspreid. Met generiek beleid is dit moeilijk. Er is maatwerk per buurt nodig om dit resultaat te behalen. De stadsdeelcommissie Nieuw-West adviseert om de druk die de verschillende vormen van woningonttrekking geven op een buurt of wijk, mee te nemen in de omgevingsvisie om zo woonvormen, maar ook de druk op de leefbaarheid van een buurt of wijk te spreiden over de stad. Dit door ander verbruik van woningen te clusteren in één quota. Het voorstel is aangenomen met 12 stemmen voor 2. In de situatie waarin een onttrekkingsvergunning wordt aangevraagd om te splitsen of te verkameren wordt vaak te vroeg begonnen met de voorbereidingen om het splitsen of verkameren mogelijk te maken. Waardoor de vergunningsaanvraag in de praktijk moeilijk is terug te draaien, ook al wordt deze afgewezen.

Om deze reden adviseert de stadsdeelcommissie om te onderzoeken waar en in welke vorm afspraken te maken zijn rondom het termijn en de wijze waarop voorbereidingen/verbouwingen om het splitsen/verkameren in verhouding tot de vergunningverstrekking. Het voorstel voor onderzoek is Unaniem aangenomen. 3. Er wordt een wijziging voorgesteld voor uitzonderingen vergunning woonvormen. Namelijk om niet onverlet een vergunning te verplichten bij het vormen van een onzelfstandige woonvorm. Al lijkt het een praktische oplossing, in de praktijk kan dit als gevolg hebben dat er alsnog “hokjes” worden gevormd. Ook bestaat er de kans dat op deze wijze een woning dubbel kan worden opgesplitst. Met een gebrek aan handhaving hiervoor maken wij ons dan ook zorgen over de controle hierop. Om deze reden adviseert de stadsdeelcommissie Nieuw-West om deze wijziging te schrappen. Het voorstel is aangenomen met 9 stemmen. 4. In sommige stadsdelen zijn (sociale)huur en koopwoningen evenredig verdeeld over het stadsdeel. In andere stadsdelen, zoals Nieuw-West, zijn er gebieden met een hoge concentratie huurwoningen en gebieden met een hoge concentratie koopwoningen. Het splitsen en verkameren van woningen vindt met name plaats bij koopwoningen.

Waardoor je de situatie kan krijgen dat het quota in een gebied nog niet is gehaald, maar de druk op de leefbaarheid enorm is toegenomen omdat het intrekken van woningen zich concentreert in een kleiner gebied dan waarop de quota zijn gebaseerd. Stadsdeelcommissie Nieuw-West adviseert om quota aan te scherpen naar de lokale situatie. Door de gebiedsindelingen te herzien en deze op te knippen in wijken of buurten. De gebieden verschillen in grootte. Ook is de verdeling van koop en huurwoningen per gebied anders, wat invloed heeft op de verdeling van de verkamerde woningen en de druk op de leefbaarheid per wijk of buurt. Door het opknippen van wijken en quota te laten gelden voor kleinere gebieden kan er meer gestuurd worden op de lokale situatie. Het voorstel is unaniem aangenomen. 5. Als we willen dat de gestelde quota effect hebben, moeten illegale vormen van verkamering worden tegengegaan. De stad kan illegale vormen van verkamering of ander verbruik van woningen tegengaan door meer middelen beschikbaar te maken om te handhaven Ook moeten bewoners op een veilige en anonieme manier aangifte kunnen doen over wantoestanden en illegale vormen van verkamering. Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 21 van 60

○ De Stadsdeelcommissie Nieuw-West adviseert de Commissie Wonen en Bouwen meer in te zetten op middelen om handhaving op illegale vormen van ander gebruik van woningen mogelijk te maken. ○ De stadsdeelcommissie Nieuw-West adviseert om een veilig en toegankelijk meldpunt te starten waar bewoners wantoestanden en illegale vormen van verkamering kunnen melden. Het voorstel is unaniem aangenomen. Toegankelijkheid woningmarkt: 1. Om dit moment zien we dat het opkopen van woningen om het vervolgens te verkameren of splitsen een prijsopdrijvend effect heeft op huizen in de omgeving. Onwenselijk, want dit prijsopdrijvend effect heeft gevolgen voor de toegankelijkheid van de Amsterdamse woningmarkt. De stadsdeelcommissie adviseert om te onderzoeken in hoeverre prijsafspraken mogelijk zijn in combinatie met het verstrekken van de vergunning om te splitsen of te verkameren. Om op deze manier de huurprijzen te reguleren en de stijging van woonkosten zoveel mogelijk tegen te gaan. Het voorstel voor onderzoek is aangenomen met 11 stemmen. 2. De stadsdeelcommissie adviseert het DB en de gemeenteraad om een woonplicht, waar mogelijk, zo spoedig mogelijk in te voeren. Woonplicht gaat naar onze mening verder dan het verhuurverbod, omdat woonplicht speculatie middels doorverkoop van woningen, voordat deze zijn bewoond, tegengaat.

Naar ons inziens in de invoering van woonplicht noodzakelijk om speculatie op de woningmarkt tegen te gaan. Het voorstel is unaniem aangenomen. 3. De stadsdeelcommissie adviseert het DB en de Gemeenteraad om de mogelijkheden te onderzoeken om het huishoudelijk reglement van VvE’s te koppelen aan de onttrekkingsvergunning. Deze koppeling kan middels een brief die wordt meegestuurd als bijlage bij de onttrekkingsvergunning en het vastleggen van afspraken. In deze brief wordt de aanvrager van de vergunning erop wordt gewezen dat regels vanuit het huishoudelijk reglement van de betreffende VVE het verkameren en splitsen van een woning kan tegengaan. Nu heb je de situatie dat een VvE middels haar reglementen verkamering of splitsing verbiedt, maar er toch een onttrekkingsvergunning vergeven wordt, waardoor de VvE in conflict komt met een eigenaar. Deze situatie vinden wij onwenselijk Het voorstel voor onderzoek is aangenomen met 11 stemmen. Wooncarrière: 1. Voor woningzoekende binnen een gebied wordt nu aan bewoners met binding met het stadsdeel, voor 25% voorrang geboden op de woningmarkt van het stadsdeel. De stadsdeelcommissie wil adviseren om dit maatwerk aan te leveren op gebiedsniveau om de kansen van jongeren op de woningmarkt te vergroten en jongeren dichtbij hun maatschappelijk netwerk te houden. Het voorstel is aangenomen met 11 stemmen. 2.

Op dit moment investeert de stad in middenhuur. Hier zijn wij enorm blij mee. Echter maken wij ons zorgen over de betaalbaarheid van de middenhuur. Om deze reden wil de stadsdeel, als toevoeging aan de huisvestingsverordening, adviseren om een knip aan te brengen in het aanbod van middenhuur. Om op deze wijze een stabiel aanbod in het laag segment middenhuur te stabiliseren zodat het maken van een wooncarrière ook werkelijk nodig is. Het voorstel is aangenomen met 11 stemmen.

Definitief advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders

Het dagelijks bestuur is positief over de punten a t/m f in de voorgestelde wijzigingen in de huisvestingsverordening per 1 januari 2022.

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 22 van 60

Het stadsdeel is negatief over de mogelijkheden om woningdelen en verkamering tegen te gaan. Er zijn voorstellen ter verbetering van het beleid dat ten grondslag ligt aan de huisvestingsverordening. Daarnaast zijn om de leefbaarheid te kunnen verbeteren een aantal meer verregaande acties nodig om ook de organisatie te kunnen verbeteren. Zie voor een verdere toelichting het conceptadvies van het dagelijks bestuur dat unaniem is aangenomen door de stadsdeelcommissie. Daarnaast voegt het dagelijks bestuur naar aanleiding van de bespreking in de stadsdeelcommissie nog een set adviezen toe over de volgende onderwerpen;  Oneigenlijk gebruik woonruimte en verkamering  Toegankelijkheid woningmarkt  Wooncarrière. Zie voor een toelichting onder Advies stadsdeelcommissie.

Het stadsdeel gaat er vanuit dat haar adviezen snel opgepakt worden om beter beleid te ontwikkelen, we willen daarover in gesprek.

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 23 van 60

Adviesaanvraag B&W aan stadsdeelbestuur Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Wijzigingsvoorstellen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022

Wonen Wonen Datum behandeling college 25 mei 2021 Datum adviesaanvraag: 26 mei 2021 Deadline ontvangst advies: 9 juli 2021 Portefeuille: Directie:

Advies mailen naar: Meegestuurde stukken:

-

-

Heeft er consultatie vooraf plaatsgevonden?

Collegevoordracht vrijgave voor inspraak van de wijzigingsvoorstellen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022 Wijzigingsvoorstel Huisvestingsverordening per 1 januari 2022 Toelichting op het voorgenomen nieuwe beleid in het Wijzigingsvoorstel Huisvestingsverordening per 1 januari 2022

Naar aanleiding van advisering van de stadsdelen over de wijzigingen van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2021 is een voorstel uitgewerkt om in de Huisvestingsverordening mogelijk te maken dat huidige bewoners uit het stadsdeel voorrang krijgen op nieuwbouwwoningen in dat stadsdeel.

Invullen door stadsdeel: Noord … … Datum stadsdeelcommissie: … Datum dagelijks bestuur: … Registratienr. (optioneel): … Stadsdeel:

Procesbegeleider: Datum weekstart/staf:

Over gevraagde adviezen: conform art. 12 van de verordening op het lokaal bestuur vraagt B&W advies aan een DB over besluiten die (lid 1) betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van het DB of (lid 2) op de belangen van het stadsdeel . Het DB legt deze adviezen voor aan de stadsdeelcommissie (art. 19). Het DB neemt het advies van de stadsdeelcommissie over indien het is vastgesteld met een meerderheid van stemmen en binnen de budgettaire kader past (art. 19 lid 5). Afwijkingen van het advies motiveert het DB.

Adviesvraag B&W Formuleer hier de vraag aan het stadsdeel

Het college geeft voorgenomen wijzigingen van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022 vrij voor inspraak. Het voorstel omvat onder andere verplichtingen voor platforms voor toeristische verhuur, zoals het verwijderen van een advertentie indien een registratienummer ontbreekt, met de mogelijkheid een boete aan het platform op te leggen als zij zich hier niet aan houden. Daarnaast bevat het voorstel mogelijkheden voor woongemeenschappen om zelf nieuwe bewoners te selecteren en de mogelijkheid zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang te geven op woningen in bepaalde nieuwbouw- of transformatiecomplexen.

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 24 van 60

De thema’s in het wijzigingsvoorstel van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (HVV) per 1 januari 2022 zijn*: m. Verplichtingen platforms toeristische verhuur; De Wet toeristische verhuur die hiervoor vorig jaar is aangenomen door het parlement geeft nieuwe mogelijkheden, zoals de registratieplicht voor toeristische verhuur die Amsterdam dit jaar heeft ingevoerd. Tijdens de behandeling van het Wetsvoorstel toeristische verhuur van woonruimte in de Tweede Kamer zijn amendementen aangenomen en heeft de regering ook in een laat stadium zelf nog dingen aangepast. Dit was te laat om nog mee te nemen met de HVV 2021. Bovendien trad een deel van deze bepalingen ook pas in werking wanneer zij groen licht kregen van de Europese Commissie (EC). Het Rijk heeft deze bepalingen inmiddels bij de EC genotificeerd en er is groen licht op gekomen. Dat betekent dat deze in werking treden per 1 juli 2021. Twee verplichtingen voor platforms gelden direct op basis van de Huisvestingswet zelf maar worden volledigheidshalve in de verordening opgenomen en twee verplichtingen dienen gemeenten echt zelfstandig in te voeren middels een huisvestingsverordening (zie onderscheid hieronder). De boetebedragen en verplichtingen worden meegenomen in de inspraak voor wijziging van de HVV per 1 januari 2022.

Regel staat in de Huisvestingswet en geldt direct voor heel Nederland, maar ter verduidelijking wordt regel opgenomen in i.c.m. het vastleggen van een boete bij overtreding: - Een verbod om advertenties zonder registratienummer te publiceren voor platforms + boete van €8.700 bij overtreding - Een verplichting om aanbieders te informeren over de geldende wet- en regelgeving voor het legaal aanbieden van woonruimte voor toeristische verhuur + boete van €8.700 bij overtreding Regel wordt van kracht na implementatie in de Huisvestingsverordening per 2022: - Verhuurverbod van een jaar bij recidive + de aanwijzing dat platforms die advertenties moeten verwijderen (geen boete mogelijk) - Mogelijkheid om platforms te verbieden om advertenties t.a.v. een huis dat over het nachtencriterium heen is, te tonen op hun website + boete van €8.700 bij overtreding. n. Regeling voor beheercoöperaties (‘woongemeenschappen’); Het college heeft in 2020 voorgesteld in de Huisvestingsverordening te regelen dat beheercoöperaties voor ouderen en woon-zorginitiatieven als laatste selectiestap een gemotiveerde keuze zouden kunnen gaan maken uit vijftig kandidaten die WoningNet op basis van inschrijfduur zou aandragen.

Dit stuitte op praktische en uitvoeringstechnische bezwaren van zowel bestaande woongemeenschappen die werken met eigen wachtlijsten als van woningcorporaties die dit niet mogelijk achten in overeenstemming met privacywetgeving in de Algemene verordening Gegevensbescherming uit te voeren. Het college heeft daarop besloten deze wijzigingsvoorstellen in te trekken en nieuwe voorstellen voor te bereiden voor wijziging van de Huisvestingsverordening per 2022. In afstemming met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (hierna: BZK) wat betreft de mogelijkheden binnen de Huisvestingswet en met woningcorporaties over uitvoerbaarheid en bestaande situaties is nu het volgende voorstel gevormd: Woongemeenschappen worden uitgezonderd van de huisvestingsvergunningplicht en dus van de woonruimteverdelingsregels in de Huisvestingsverordening. Op deze manier kan coöptatie naar eigen inzicht worden ingericht, waaronder het aanhouden van een eigen wachtlijst. De woningen blijven evenwel deel uitmaken van de sociale woningvoorraad. De hiervoor geldende inkomenseisen uit hoofde van de Woningwet blijven onverminderd van toepassing. Woongemeenschappen zullen door woningcorporaties bij de gemeente worden aangemeld voor de uitzondering. Daarop worden de

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 25 van 60

woongemeenschappen in een bijlage bij de verordening genoemd en uitgezonderd van de huisvestingsvergunningplicht. Ouderen- en zorginitiatieven, maar ook niet nader te typeren woongemeenschappen, zoals Copekcabana, kunnen met dit voorstel worden geaccommodeerd. Hierbij wordt voorgesteld het experimentenartikel met een bevoegdheid voor het college om experimenten met woonruimteverdeling vast te stellen te laten vervallen, alsook de hierover vastgestelde nadere regels, omdat dit voor woongemeenschappen niet meer gebruikt hoeft te worden en het niet in overeenstemming is met de Huisvestingswet 2014. Woonruimteverdelingsregels kunnen sinds inwerkingtreding van deze wet alleen door de gemeenteraad in een huisvestingsverordening worden bepaald. Het blijft overigens mogelijk om bepaalde regels voor een beperkte duur in de verordening vast te stellen en na het tijdbestek te evalueren of de regeling structureel gewenst is. Op die manier worden regels in feite ook eerst als experiment vastgesteld. Het verschil is dat de gemeenteraad de regeling vaststelt in de Huisvestingsverordening zoals de Huisvestingswet 2014 verlangt. Deze wijzigingen worden nu voorgesteld voor de inspraak vrij te geven.

Daadwerkelijk besluit van het college om de nadere regels over experimenten met woongemeenschappen te laten vervallen volgt in het najaar na inspraak als de wijzigingen in de verordening met een structurele regeling voor woongemeenschappen ter vaststelling aan de gemeenteraad worden aangeboden. o. Voorrang voor bewoners uit het gebied op bepaalde nieuwbouw/transformatiecomplexen; Op verzoek van enkele stadsdelen, zoals stadsdeel Zuidoost, wordt voorgesteld het per 2022 mogelijk te maken in de Huisvestingsverordening complexen aan te wijzen waarop zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang krijgen bij eerste verhuur (nieuwbouw of transformatiecomplexen). Dit wordt als volgt voorgesteld: - Na afstemming met de eigenaar kunnen complexen in een bijlage van de Huisvestingsverordening aangewezen worden als complex waarvoor geldt dat voor 25% van de woningen in het complex bij eerste oplevering zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang hebben. Desgewenst kunnen, na overleg met de eigenaar, complexen door stadsdeelbestuurders worden voorgedragen voor deze regeling. - De bewoners die stadsdeelvoorrang krijgen, zijn bewoners die de afgelopen tien jaar minstens zes jaar onafgebroken in het stadsdeel waarin het complex staat, wonen of hebben gewoond. Dit is de definitie van lokale binding op basis van de Huisvestingswet.

Of een bewoner aan dit criterium voor maatschappelijke binding uit de Huisvestingswet voldoet, kan gecontroleerd worden door middel van een uittreksel van het bevolkingsregister. Deze controle kan handmatig plaatsvinden, maar kan ook worden geautomatiseerd als de aanbieder gebruik maakt van apps als Qii of Ockto. Woningcorporaties zijn voornemens met de app Qii te gaan werken. - Voor complexen op de grens van stadsdelen kunnen bewoners uit beide stadsdelen voorrang krijgen. - De voorrang geldt alleen bij eerste verhuring (bij nieuwbouwcomplexen, maar mogelijk bijvoorbeeld ook bij transformatieprojecten). Na het jaar van eerste verhuring wordt het complex uit de bijlage bij de verordening verwijderd. - De voorrang kan gelden voor complexen van marktpartijen en op den duur ook voor complexen van woningcorporaties met sociale huurwoningen. De reden voor dit voorstel is dat het op plekken waar er veel nieuw wordt gebouwd, vaak zo is dat er bijna geen uitwisseling is tussen de bewoners van de nieuwe buurt en de bewoners van de omliggende bestaande buurten. De band tussen nieuwe en bestaande buurt kan versterkt worden door zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang te geven op woningen in de nieuwbouwcomplexen. Ook kunnen eigenaren bij de bouw van de nieuwe complexen de wensen van bewoners uit de buurt meenemen en op die manier ‘bouwen voor de buurt’.

Door de zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang te geven op de woningen, kunnen zij in hun eigen omgeving doorstromen naar een passende woning. De

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 26 van 60

bewoners uit het stadsdeel die voorrang krijgen, moeten wel aan op de woning betrekking hebbende passendheidseisen voldoen. Zo moet de woning qua grootte passend zijn voor het huishouden en mogen zij bijvoorbeeld niet te veel verdienen voor het betreffende woningsegment. Als er meerdere kandidaten die stadsdeelbinding hebben en voldoen aan de passendheidscriteria reageren, komt in het geval van een sociale huurwoning van een woningcorporatie degene met de langste inschrijfduur als eerste aan de beurt en in het geval van een particuliere eigenaar dient er op basis van de voorgestelde bepaling in de verordening te worden geloot. p. Politie toevoegen aan de voorrangsregeling voor beroepsgroepen; In Amsterdam is per 2020 een voorrangsregeling in de Huisvestingsverordening opgenomen voor maatschappelijke beroepsgroepen waarbij sprake is van een groot tekort aan personeel. Op dit moment komen alleen werknemers in de onderwijs- en zorgsector die aan de voorwaarden van de regeling voldoen in aanmerking. Het voorstel is om ook de beroepsgroep ‘politie’ toe te voegen aan de regeling. Uit onderzoek blijkt dat onder andere een tekort aan woonruimten in Amsterdam leidt tot een personeelstekort bij de politie. De verruiming van de regeling voor politie is verbonden aan een breed integraal plan van de politie om werken bij de politie te bevorderen.

De groep politie die in aanmerking komt wordt afgebakend op basis van werktijden. Hiervoor wordt voorgesteld aan te sluiten bij een arbeidscontract van minimaal 28 uur dat ook geldt voor onderwijs- en zorgpersoneel. q. Optimalisering toewijzingsregels woonwagens en rolstoelwoningen; Wat betreft de toewijzingsregels voor woonwagenstandplaatsen worden aanpassingen in de toewijzing voorgesteld die zijn voortgekomen uit het woonbehoeftenonderzoek en uit overleg met de bewonerscommissie die ook als input dienden voor het nieuwe Beleidskader Woonwagens en standplaatsen dat in 2022 aan de raad zal worden aangeboden. De wijziging van de toewijzingsregels voor woonwagens en standplaatsen worden reeds nu voor de inspraak vrijgegeven, samen met de overige wijzigingsvoorstellen van de Huisvestingsverordening, om dat gebundeld bij elkaar te houden. De aanpassingen zien met name op het verbeteren van de positie van spijtoptanten en starters. Voor starters wordt voorgesteld dat ze hun plek op de Amsterdamse wachtlijst behouden indien ze tijdelijk in een andere gemeente wonen en studeren, en ook indien ze een aangeboden standplaats met een huurwoonwagen accepteren op een andere locatie dan waar ze met hun ouders/verzorgers hebben gewoond.

Hiermee wordt getracht te voorkomen dat starters niet naar een standplaats met huurwagen gaan maar blijven wachten op een plek op hun eigen woonwagenlocaties. Wel verliest men de status van starter nadat men een aanbieding voor een standplaats op de eigen woonwagenlocatie heeft gehad. Voor spijtoptanten worden ook enkele maatregelen voorgesteld. Spijtoptanten zijn oudbewoners van een woonwagenlocatie die daar graag willen terugkeren. Er wordt voorgesteld om de huidige termijn van drie jaar die men mag zijn vertrokken om nog voorrang te hebben op nieuwe standplaatsen als spijtoptant te verlengen te laten vervallen zodat meer aan Amsterdam gebonden voormalige woonwagenbewoners hun status als spijtoptant behouden. Daarmee behouden spijtoptanten langer een hogere positie op de wachtlijst ten opzichte van woningzoekenden zonder binding met Amsterdam en/of zonder woonwagenverleden. Daarnaast wordt op nieuwe locaties speciaal een plek gereserveerd voor een spijtoptant. Om tot een betere verdeling te komen van rolstoelwoningen wordt voorgesteld om de toewijzingsvolgorde aan te passen wat betreft grotere rolstoelwoningen. Het voorstel is om gezinnen met één of twee kinderen voorrang te geven op rolstoelwoningen met drie kamers en op rolstoelwoningen met vier kamers voorrang te geven aan gezinnen met drie of meer kinderen.

Momenteel krijgen grotere gezinnen voorrang op rolstoelwoningen met vijf kamers, maar omdat er daar erg weinig van zijn moet deze groep vaak lang wachten op een woning. In afwijking van de in het voorstel opgenomen algemene inwerkingtreding op 1 januari 2022 wordt dit onderdeel per 1 juli 2022 voorgesteld in werking te treden in verband met aanpassingen die in WoningNet nodig zijn. Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 27 van 60

r. Invoering enkele vrijstellingen (woningvormen voor kamers, anti-kraak en landingsplekken internationale studenten). In Amsterdam wordt kamerverhuur gereguleerd met de omzettingsvergunning waarvoor quota zijn ingevoerd in 2020. Daarnaast bestaat er woningvormen, wat in de Huisvestingswet wordt gedefinieerd als het verbouwen van een woonruimte tot twee of meer woonruimten. In Amsterdam werd dit geïnterpreteerd als het verbouwen van een zelfstandige woning naar meerdere zelfstandige woningen. De Raad van State heeft in een recente uitspraak echter geoordeeld dat wanneer in een woning een extra kamer wordt gerealiseerd voor kamerverhuur ook sprake is van woningvormen. Dat betekent dat er overlap tussen beide bestaat. Een handeling is dan zowel kamerverhuur als woningvormen, waarvoor beide een vergunning aangevraagd zou moeten worden. Omdat woningvormen naar kamers nu niet in de Huisvestingsverordening is opgenomen, kan hiervoor echter geen vergunning worden verleend. Hierdoor is het op dit moment niet mogelijk een extra kamer te realiseren in een woning die wordt gebruikt voor kamerverhuur. Bijvoorbeeld door een grote zolder in tweeën te delen. Voorgesteld wordt een vrijstelling op te nemen voor het woningvormen van kamers bij kamerverhuur. De wijziging herstelt de situatie van voor de uitspraak van de Raad van State.

Het realiseren van een extra kamer bij kamerverhuur wordt weer mogelijk, terwijl er slechts één vergunning nodig is: een vergunning voor kamerverhuur. Kamerverhuur blijft daarnaast gereguleerd via het kamerverhuurbeleid, waarin voorwaarden zijn opgenomen over bijvoorbeeld het aantal kamers, aantal bewoners per kamer en de geluidsisolatie. Dit maakt het beleid niet nodeloos complex en beperkt de bureaucratische last voor de burger. De wijziging beoogt het beleid weer zo te maken zoals dat gold tot aan de uitspraak van de Raad van State, maar dan op een juridisch juiste manier. Daarnaast wordt voorgesteld een juridische verbetering aan te brengen ten aanzien van anti-kraak en landingsplekken voor internationale studenten van instellingen voor hoger onderwijs. Juridisch gezien is alleen sprake van wonen wanneer de hoofdfunctie wonen is en bewoners voornemens zijn minimaal zes maanden in de woning te wonen. Bij anti-kraaksituaties en de huisvesting van internationale studenten door hoger onderwijsinstellingen kan juridisch sprake van onttrekking omdat er korter wordt gewoond maar er worden in de praktijk geen onttrekkingsvergunningen voor aangevraagd. Hierdoor ontstaan formeel illegale situaties. Voor deze twee vormen van onttrekking wordt daarom voorgesteld een vrijstelling op de onttrekkingsvergunningplicht op te nemen in de verordening.

In het geval van anti-kraak moet het gaan om in gebruik geven om niet als bedoeld in artikel 1777 van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek en de landingsplekken voor internationale studenten moeten door instellingen voor hoger onderwijs worden verhuurd als landingsplek en voor kort verblijf. Met de invoering van de Wet toeristische verhuur is er de mogelijkheid om vrijstelling te verlenen op de vergunningplicht voor vormen van onttrekken. Het is daarom mogelijk voor deze situaties een vrijstelling op de vergunningplicht te geven. Dit betreft een beleidsneutrale juridische oplossing. *zie de bijgevoegde beleidstoelichting voor een uitgebreide toelichting op bovenstaande punten.

Vervolgproces Na verwerking van uw advies en de reacties uit de inspraakronde, worden definitieve voorstellen gedaan aan de gemeenteraad voor vaststelling. Inspraak vindt plaats tussen 31 mei tot en met 11 juli 2021. Besluitvorming voor definitieve vaststelling van de wijzigingen per 1 januari 2022 in het najaar. Aan het dagelijks bestuur van stadsdeel Noord wordt gevraagd uiterlijk 9 juli 2021 advies uit te brengen

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 28 van 60

over deze wijzigingsvoorstellen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022.

Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies

Bewoners van Noord zien hun leefomgeving in toenemende mate veranderen door de grote bijdrage die wordt geleverd aan de uitbreiding van het aantal woningen in de stad. Het stadsdeel stelt bij die toename als voorwaarde ‘Ongedeeld Noord’. Wat onder andere betekent dat nieuwbouw ook meerwaarde moet opleveren voor de zittende bewoners van Noord. Het bestuur van stadsdeel Noord maakt daarom graag gebruik van de door het college van B&W geboden mogelijkheid om te reageren op de voorgenomen wijzigingsvoorstellen voor de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022, en in het bijzonder het voorstel om voorrang te geven bij de toewijzing van nieuwbouwwoningen aan de zittende bewoners van een stadsdeel. Noord beperkt zich in dit advies tot die onderwerpen, met betrekking tot de woonruimtevoorraad en de woonruimteverdeling, waarvan de uitvoering bij stadsdeel Noord ligt of die het belang van het stadsdeel direct raken. Wijzigingsvoorstellen kunnen ook technisch van aard zijn of buiten de bevoegdheden van stadsdeel Noord liggen. Stadsdeelvoorrangsregeling voor bepaalde nieuwbouw/transformatiecomplexen Noord is blij met het voorstel om voorrang te kunnen geven bij nieuwbouw en transformatiecomplexen in het stadsdeel aan zittende bewoners van Noord. Lokale voorrang voor nieuwe woningen is een veelgehoorde wens onder Noorderlingen en draagt bij aan het draagvlak voor nieuwbouw.

Omdat zittende bewoners op deze manier eenvoudiger kunnen doorstromen naar in de bestaande bouw schaarse of ontbrekende woningtypes, bijvoorbeeld ouderenwoningen met lift. Als het aan Noord had gelegen had de voorrangsregeling op een lager ruimtelijk schaalniveau, bijvoorbeeld op wijkniveau in plaats van stadsdeelniveau, mogen gelden. Zodat de woningbehoefte en woningvoorraad op wijkniveau door toevoeging van nieuwbouw beter op elkaar afgestemd kan worden. Overige wijzigingsvoorstellen Het is fijn voor o.a. wooncoöperatie Copekcabana dat de coöptatieregeling juridisch goed geregeld wordt, zodat beheercoöperaties op de eigen manier gelijkgestemden kunnen blijven selecteren als een woning vrij komt en er tegelijkertijd rekening gehouden wordt met de passendheid qua ink0men van dit woningcorporatiebezit.

Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB

De stadsdeelcommissie wil adviseren over de wijzigingsvoorstellen in de huisvestingsverordening per 1 januari 2022. Ons advies heeft betrekking op het volgende punt: 3.2. Voorrang voor zittende bewoners van een stadsdeel op bepaalde nieuwbouw- of transformatiecomplexen aldaar. De stadsdeelcommissie krijgt met enige regelmaat te horen dat bewoners zich zorgen maken dat ze na opknappen van buurten geconfronteerd worden met te hoge huren (hoewel binnen de grens voor sociale huur). De stadsdeelcommissie adviseert dat er in de huisvestigingsverordening wordt opgenomen dat bij Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 29 van 60

de herhuisvesting en de toewijzing van woningen in de transformatiegebieden aan zittende bewoners er rekening wordt gehouden dat het niveau van de huur overeenkomt met de draagkracht van deze bewoners.

Definitief advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders

Bewoners van Noord zien hun leefomgeving in toenemende mate veranderen door de grote bijdrage die wordt geleverd aan de uitbreiding van het aantal woningen in de stad. Het stadsdeel stelt bij die toename als voorwaarde ‘Ongedeeld Noord’. Wat onder andere betekent dat nieuwbouw ook meerwaarde moet opleveren voor de zittende bewoners van Noord. Het bestuur van stadsdeel Noord maakt daarom graag gebruik van de door het college van B&W geboden mogelijkheid om te reageren op de voorgenomen wijzigingsvoorstellen voor de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022, en in het bijzonder het voorstel om voorrang te geven bij de toewijzing van nieuwbouwwoningen aan de zittende bewoners van een stadsdeel. Noord beperkt zich in dit advies tot die onderwerpen, met betrekking tot de woonruimtevoorraad en de woonruimteverdeling, waarvan de uitvoering bij stadsdeel Noord ligt of die het belang van het stadsdeel direct raken. Wijzigingsvoorstellen kunnen ook technisch van aard zijn of buiten de bevoegdheden van stadsdeel Noord liggen. Stadsdeelvoorrangsregeling voor bepaalde nieuwbouw/transformatiecomplexen Noord is blij met het voorstel om voorrang te kunnen geven bij nieuwbouw en transformatiecomplexen in het stadsdeel aan zittende bewoners van Noord. Lokale voorrang voor nieuwe woningen is een veelgehoorde wens onder Noorderlingen en draagt bij aan het draagvlak voor nieuwbouw.

Omdat zittende bewoners op deze manier eenvoudiger kunnen doorstromen naar in de bestaande bouw schaarse of ontbrekende woningtypes, bijvoorbeeld ouderenwoningen met lift. Noord gaat er van uit dat er bij de doorstroming naar de sociale en middeldure huurwoningen in de complexen met lokale voorrang, rekening gehouden wordt met het inkomen en de huishoudenssamenstelling (passend wordt toegewezen). Als het aan Noord had gelegen had de voorrangsregeling op een lager ruimtelijk schaalniveau, bijvoorbeeld op wijkniveau in plaats van stadsdeelniveau, mogen gelden. Zodat de woningbehoefte en woningvoorraad op wijkniveau door toevoeging van nieuwbouw beter op elkaar afgestemd kan worden. Overige wijzigingsvoorstellen Het is fijn voor o.a. wooncoöperatie Copekcabana dat de coöptatieregeling juridisch goed geregeld wordt, zodat beheercoöperaties op de eigen manier gelijkgestemden kunnen blijven selecteren als een woning vrij komt en er tegelijkertijd rekening gehouden wordt met de passendheid qua ink0men van dit woningcorporatiebezit.

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 30 van 60

Adviesaanvraag B&W aan stadsdeelbestuur Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Wijzigingsvoorstellen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022

Wonen Wonen Datum behandeling college 25 mei 2021 Datum adviesaanvraag: 26 mei 2021 Deadline ontvangst advies: 9 juli 2021 Portefeuille: Directie:

Advies mailen naar: Meegestuurde stukken:

Heeft er consultatie vooraf plaatsgevonden?

-

Collegevoordracht vrijgave voor inspraak van de wijzigingsvoorstellen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022 - Wijzigingsvoorstel Huisvestingsverordening per 1 januari 2022 - Toelichting op het voorgenomen nieuwe beleid in het Wijzigingsvoorstel Huisvestingsverordening per 1 januari 2022 Naar aanleiding van advisering van de stadsdelen over de wijzigingen van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2021 is een voorstel uitgewerkt om in de Huisvestingsverordening mogelijk te maken dat huidige bewoners uit het stadsdeel voorrang krijgen op nieuwbouwwoningen in dat stadsdeel.

Invullen door stadsdeel: Oost ??? Datum weekstart/staf: 21 juni 2021 Datum stadsdeelcommissie: 6 juli 2021 Datum dagelijks bestuur: 29 juni conceptadvies, 13 juli 2021 finaal advies Registratienr. (optioneel): Z-21-52490 Stadsdeel: Procesbegeleider:

Over gevraagde adviezen: conform art. 12 van de verordening op het lokaal bestuur vraagt B&W advies aan een DB over besluiten die (lid 1) betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van het DB of (lid 2) op de belangen van het stadsdeel . Het DB legt deze adviezen voor aan de stadsdeelcommissie (art. 19). Het DB neemt het advies van de stadsdeelcommissie over indien het is vastgesteld met een meerderheid van stemmen en binnen de budgettaire kader past (art. 19 lid 5). Afwijkingen van het advies motiveert het DB.

Adviesvraag B&W Formuleer hier de vraag aan het stadsdeel

Het college geeft voorgenomen wijzigingen van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022 vrij voor inspraak. Het voorstel omvat onder andere verplichtingen voor platforms voor toeristische verhuur, zoals het verwijderen van een advertentie indien een registratienummer ontbreekt, met de mogelijkheid een boete aan het platform op te leggen als zij zich hier niet aan houden. Daarnaast bevat het voorstel mogelijkheden voor woongemeenschappen om zelf nieuwe bewoners te selecteren en de mogelijkheid zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang te geven op woningen in bepaalde nieuwbouw- of transformatiecomplexen. De thema’s in het wijzigingsvoorstel van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (HVV) per 1 januari 2022 zijn*: s.

Verplichtingen platforms toeristische verhuur; Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 31 van 60

De Wet toeristische verhuur die hiervoor vorig jaar is aangenomen door het parlement geeft nieuwe mogelijkheden, zoals de registratieplicht voor toeristische verhuur die Amsterdam dit jaar heeft ingevoerd. Tijdens de behandeling van het Wetsvoorstel toeristische verhuur van woonruimte in de Tweede Kamer zijn amendementen aangenomen en heeft de regering ook in een laat stadium zelf nog dingen aangepast. Dit was te laat om nog mee te nemen met de HVV 2021. Bovendien trad een deel van deze bepalingen ook pas in werking wanneer zij groen licht kregen van de Europese Commissie (EC). Het Rijk heeft deze bepalingen inmiddels bij de EC genotificeerd en er is groen licht op gekomen. Dat betekent dat deze in werking treden per 1 juli 2021. Twee verplichtingen voor platforms gelden direct op basis van de Huisvestingswet zelf maar worden volledigheidshalve in de verordening opgenomen en twee verplichtingen dienen gemeenten echt zelfstandig in te voeren middels een huisvestingsverordening (zie onderscheid hieronder). De boetebedragen en verplichtingen worden meegenomen in de inspraak voor wijziging van de HVV per 1 januari 2022. Regel staat in de Huisvestingswet en geldt direct voor heel Nederland, maar ter verduidelijking wordt regel opgenomen in i.c.m.

het vastleggen van een boete bij overtreding: - Een verbod om advertenties zonder registratienummer te publiceren voor platforms + boete van €8.700 bij overtreding - Een verplichting om aanbieders te informeren over de geldende wet- en regelgeving voor het legaal aanbieden van woonruimte voor toeristische verhuur + boete van €8.700 bij overtreding Regel wordt van kracht na implementatie in de Huisvestingsverordening per 2022: - Verhuurverbod van een jaar bij recidive + de aanwijzing dat platforms die advertenties moeten verwijderen (geen boete mogelijk) - Mogelijkheid om platforms te verbieden om advertenties t.a.v. een huis dat over het nachtencriterium heen is, te tonen op hun website + boete van €8.700 bij overtreding. t. Regeling voor beheercoöperaties (‘woongemeenschappen’); Het college heeft in 2020 voorgesteld in de Huisvestingsverordening te regelen dat beheercoöperaties voor ouderen en woon-zorginitiatieven als laatste selectiestap een gemotiveerde keuze zouden kunnen gaan maken uit vijftig kandidaten die WoningNet op basis van inschrijfduur zou aandragen. Dit stuitte op praktische en uitvoeringstechnische bezwaren van zowel bestaande woongemeenschappen die werken met eigen wachtlijsten als van woningcorporaties die dit niet mogelijk achten in overeenstemming met privacywetgeving in de Algemene verordening Gegevensbescherming uit te voeren.

Het college heeft daarop besloten deze wijzigingsvoorstellen in te trekken en nieuwe voorstellen voor te bereiden voor wijziging van de Huisvestingsverordening per 2022. In afstemming met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (hierna: BZK) wat betreft de mogelijkheden binnen de Huisvestingswet en met woningcorporaties over uitvoerbaarheid en bestaande situaties is nu het volgende voorstel gevormd: Woongemeenschappen worden uitgezonderd van de huisvestingsvergunningplicht en dus van de woonruimteverdelingsregels in de Huisvestingsverordening. Op deze manier kan coöptatie naar eigen inzicht worden ingericht, waaronder het aanhouden van een eigen wachtlijst. De woningen blijven evenwel deel uitmaken van de sociale woningvoorraad. De hiervoor geldende inkomenseisen uit hoofde van de Woningwet blijven onverminderd van toepassing. Woongemeenschappen zullen door woningcorporaties bij de gemeente worden aangemeld voor de uitzondering. Daarop worden de woongemeenschappen in een bijlage bij de verordening genoemd en uitgezonderd van de huisvestingsvergunningplicht. Ouderen- en zorginitiatieven, maar ook niet nader te typeren woongemeenschappen, zoals Copekcabana, kunnen met dit voorstel worden geaccommodeerd.

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 32 van 60

Hierbij wordt voorgesteld het experimentenartikel met een bevoegdheid voor het college om experimenten met woonruimteverdeling vast te stellen te laten vervallen, alsook de hierover vastgestelde nadere regels, omdat dit voor woongemeenschappen niet meer gebruikt hoeft te worden en het niet in overeenstemming is met de Huisvestingswet 2014. Woonruimteverdelingsregels kunnen sinds inwerkingtreding van deze wet alleen door de gemeenteraad in een huisvestingsverordening worden bepaald. Het blijft overigens mogelijk om bepaalde regels voor een beperkte duur in de verordening vast te stellen en na het tijdbestek te evalueren of de regeling structureel gewenst is. Op die manier worden regels in feite ook eerst als experiment vastgesteld. Het verschil is dat de gemeenteraad de regeling vaststelt in de Huisvestingsverordening zoals de Huisvestingswet 2014 verlangt. Deze wijzigingen worden nu voorgesteld voor de inspraak vrij te geven. Daadwerkelijk besluit van het college om de nadere regels over experimenten met woongemeenschappen te laten vervallen volgt in het najaar na inspraak als de wijzigingen in de verordening met een structurele regeling voor woongemeenschappen ter vaststelling aan de gemeenteraad worden aangeboden. u.

Voorrang voor bewoners uit het gebied op bepaalde nieuwbouw/transformatiecomplexen; Op verzoek van enkele stadsdelen, zoals stadsdeel Zuidoost, wordt voorgesteld het per 2022 mogelijk te maken in de Huisvestingsverordening complexen aan te wijzen waarop zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang krijgen bij eerste verhuur (nieuwbouw of transformatiecomplexen). Dit wordt als volgt voorgesteld: - Na afstemming met de eigenaar kunnen complexen in een bijlage van de Huisvestingsverordening aangewezen worden als complex waarvoor geldt dat voor 25% van de woningen in het complex bij eerste oplevering zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang hebben. Desgewenst kunnen, na overleg met de eigenaar, complexen door stadsdeelbestuurders worden voorgedragen voor deze regeling. - De bewoners die stadsdeelvoorrang krijgen, zijn bewoners die de afgelopen tien jaar minstens zes jaar onafgebroken in het stadsdeel waarin het complex staat, wonen of hebben gewoond. Dit is de definitie van lokale binding op basis van de Huisvestingswet. Of een bewoner aan dit criterium voor maatschappelijke binding uit de Huisvestingswet voldoet, kan gecontroleerd worden door middel van een uittreksel van het bevolkingsregister. Deze controle kan handmatig plaatsvinden, maar kan ook worden geautomatiseerd als de aanbieder gebruik maakt van apps als Qii of Ockto.

Woningcorporaties zijn voornemens met de app Qii te gaan werken. - Voor complexen op de grens van stadsdelen kunnen bewoners uit beide stadsdelen voorrang krijgen. - De voorrang geldt alleen bij eerste verhuring (bij nieuwbouwcomplexen, maar mogelijk bijvoorbeeld ook bij transformatieprojecten). Na het jaar van eerste verhuring wordt het complex uit de bijlage bij de verordening verwijderd. - De voorrang kan gelden voor complexen van marktpartijen en op den duur ook voor complexen van woningcorporaties met sociale huurwoningen. De reden voor dit voorstel is dat het op plekken waar er veel nieuw wordt gebouwd, vaak zo is dat er bijna geen uitwisseling is tussen de bewoners van de nieuwe buurt en de bewoners van de omliggende bestaande buurten. De band tussen nieuwe en bestaande buurt kan versterkt worden door zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang te geven op woningen in de nieuwbouwcomplexen. Ook kunnen eigenaren bij de bouw van de nieuwe complexen de wensen van bewoners uit de buurt meenemen en op die manier ‘bouwen voor de buurt’. Door de zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang te geven op de woningen, kunnen zij in hun eigen omgeving doorstromen naar een passende woning. De bewoners uit het stadsdeel die voorrang krijgen, moeten wel aan op de woning betrekking hebbende passendheidseisen voldoen.

Zo moet de woning qua grootte passend zijn voor het huishouden en mogen zij bijvoorbeeld niet te veel verdienen voor het betreffende woningsegment. Als er meerdere kandidaten die stadsdeelbinding hebben en voldoen aan de passendheidscriteria reageren, komt in het

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 33 van 60

geval van een sociale huurwoning van een woningcorporatie degene met de langste inschrijfduur als eerste aan de beurt en in het geval van een particuliere eigenaar dient er op basis van de voorgestelde bepaling in de verordening te worden geloot. v. Politie toevoegen aan de voorrangsregeling voor beroepsgroepen; In Amsterdam is per 2020 een voorrangsregeling in de Huisvestingsverordening opgenomen voor maatschappelijke beroepsgroepen waarbij sprake is van een groot tekort aan personeel. Op dit moment komen alleen werknemers in de onderwijs- en zorgsector die aan de voorwaarden van de regeling voldoen in aanmerking. Het voorstel is om ook de beroepsgroep ‘politie’ toe te voegen aan de regeling. Uit onderzoek blijkt dat onder andere een tekort aan woonruimten in Amsterdam leidt tot een personeelstekort bij de politie. De verruiming van de regeling voor politie is verbonden aan een breed integraal plan van de politie om werken bij de politie te bevorderen. De groep politie die in aanmerking komt wordt afgebakend op basis van werktijden. Hiervoor wordt voorgesteld aan te sluiten bij een arbeidscontract van minimaal 28 uur dat ook geldt voor onderwijs- en zorgpersoneel. w.

Optimalisering toewijzingsregels woonwagens en rolstoelwoningen; Wat betreft de toewijzingsregels voor woonwagenstandplaatsen worden aanpassingen in de toewijzing voorgesteld die zijn voortgekomen uit het woonbehoeftenonderzoek en uit overleg met de bewonerscommissie die ook als input dienden voor het nieuwe Beleidskader Woonwagens en standplaatsen dat in 2022 aan de raad zal worden aangeboden. De wijziging van de toewijzingsregels voor woonwagens en standplaatsen worden reeds nu voor de inspraak vrijgegeven, samen met de overige wijzigingsvoorstellen van de Huisvestingsverordening, om dat gebundeld bij elkaar te houden. De aanpassingen zien met name op het verbeteren van de positie van spijtoptanten en starters. Voor starters wordt voorgesteld dat ze hun plek op de Amsterdamse wachtlijst behouden indien ze tijdelijk in een andere gemeente wonen en studeren, en ook indien ze een aangeboden standplaats met een huurwoonwagen accepteren op een andere locatie dan waar ze met hun ouders/verzorgers hebben gewoond. Hiermee wordt getracht te voorkomen dat starters niet naar een standplaats met huurwagen gaan maar blijven wachten op een plek op hun eigen woonwagenlocaties. Wel verliest men de status van starter nadat men een aanbieding voor een standplaats op de eigen woonwagenlocatie heeft gehad. Voor spijtoptanten worden ook enkele maatregelen voorgesteld.

Spijtoptanten zijn oudbewoners van een woonwagenlocatie die daar graag willen terugkeren. Er wordt voorgesteld om de huidige termijn van drie jaar die men mag zijn vertrokken om nog voorrang te hebben op nieuwe standplaatsen als spijtoptant te verlengen te laten vervallen zodat meer aan Amsterdam gebonden voormalige woonwagenbewoners hun status als spijtoptant behouden. Daarmee behouden spijtoptanten langer een hogere positie op de wachtlijst ten opzichte van woningzoekenden zonder binding met Amsterdam en/of zonder woonwagenverleden. Daarnaast wordt op nieuwe locaties speciaal een plek gereserveerd voor een spijtoptant. Om tot een betere verdeling te komen van rolstoelwoningen wordt voorgesteld om de toewijzingsvolgorde aan te passen wat betreft grotere rolstoelwoningen. Het voorstel is om gezinnen met één of twee kinderen voorrang te geven op rolstoelwoningen met drie kamers en op rolstoelwoningen met vier kamers voorrang te geven aan gezinnen met drie of meer kinderen. Momenteel krijgen grotere gezinnen voorrang op rolstoelwoningen met vijf kamers, maar omdat er daar erg weinig van zijn moet deze groep vaak lang wachten op een woning. In afwijking van de in het voorstel opgenomen algemene inwerkingtreding op 1 januari 2022 wordt dit onderdeel per 1 juli 2022 voorgesteld in werking te treden in verband met aanpassingen die in WoningNet nodig zijn. x.

Invoering enkele vrijstellingen (woningvormen voor kamers, anti-kraak en landingsplekken internationale studenten). In Amsterdam wordt kamerverhuur gereguleerd met de omzettingsvergunning waarvoor quota zijn Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 34 van 60

ingevoerd in 2020. Daarnaast bestaat er woningvormen, wat in de Huisvestingswet wordt gedefinieerd als het verbouwen van een woonruimte tot twee of meer woonruimten. In Amsterdam werd dit geïnterpreteerd als het verbouwen van een zelfstandige woning naar meerdere zelfstandige woningen. De Raad van State heeft in een recente uitspraak echter geoordeeld dat wanneer in een woning een extra kamer wordt gerealiseerd voor kamerverhuur ook sprake is van woningvormen. Dat betekent dat er overlap tussen beide bestaat. Een handeling is dan zowel kamerverhuur als woningvormen, waarvoor beide een vergunning aangevraagd zou moeten worden. Omdat woningvormen naar kamers nu niet in de Huisvestingsverordening is opgenomen, kan hiervoor echter geen vergunning worden verleend. Hierdoor is het op dit moment niet mogelijk een extra kamer te realiseren in een woning die wordt gebruikt voor kamerverhuur. Bijvoorbeeld door een grote zolder in tweeën te delen. Voorgesteld wordt een vrijstelling op te nemen voor het woningvormen van kamers bij kamerverhuur. De wijziging herstelt de situatie van voor de uitspraak van de Raad van State. Het realiseren van een extra kamer bij kamerverhuur wordt weer mogelijk, terwijl er slechts één vergunning nodig is: een vergunning voor kamerverhuur.

Kamerverhuur blijft daarnaast gereguleerd via het kamerverhuurbeleid, waarin voorwaarden zijn opgenomen over bijvoorbeeld het aantal kamers, aantal bewoners per kamer en de geluidsisolatie. Dit maakt het beleid niet nodeloos complex en beperkt de bureaucratische last voor de burger. De wijziging beoogt het beleid weer zo te maken zoals dat gold tot aan de uitspraak van de Raad van State, maar dan op een juridisch juiste manier. Daarnaast wordt voorgesteld een juridische verbetering aan te brengen ten aanzien van anti-kraak en landingsplekken voor internationale studenten van instellingen voor hoger onderwijs. Juridisch gezien is alleen sprake van wonen wanneer de hoofdfunctie wonen is en bewoners voornemens zijn minimaal zes maanden in de woning te wonen. Bij anti-kraaksituaties en de huisvesting van internationale studenten door hoger onderwijsinstellingen kan juridisch sprake van onttrekking omdat er korter wordt gewoond maar er worden in de praktijk geen onttrekkingsvergunningen voor aangevraagd. Hierdoor ontstaan formeel illegale situaties. Voor deze twee vormen van onttrekking wordt daarom voorgesteld een vrijstelling op de onttrekkingsvergunningplicht op te nemen in de verordening.

In het geval van anti-kraak moet het gaan om in gebruik geven om niet als bedoeld in artikel 1777 van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek en de landingsplekken voor internationale studenten moeten door instellingen voor hoger onderwijs worden verhuurd als landingsplek en voor kort verblijf. Met de invoering van de Wet toeristische verhuur is er de mogelijkheid om vrijstelling te verlenen op de vergunningplicht voor vormen van onttrekken. Het is daarom mogelijk voor deze situaties een vrijstelling op de vergunningplicht te geven. Dit betreft een beleidsneutrale juridische oplossing. *zie de bijgevoegde beleidstoelichting voor een uitgebreide toelichting op bovenstaande punten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10691048/1