CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Adviezen stadsdelen wijzigingen Hvv2022.pdf

Raadscommissie Wonen en Bouwen 3 november 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen wijzigingen in de Huisvestingsverordening per 2022 (ZD2021-013800)29.190 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Adviesaanvraag B&W aan stadsdeelbestuur Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Portefeuille: Directie: Datum behandeling

Wijzigingsvoorstellen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022 Wonen Wonen 25 mei 2021

college Datum adviesaanvraag: Deadline ontvangst advies:

26 mei 2021 9 juli 2021

Advies mailen naar: Meegestuurde stukken:

-

-

Collegevoordracht vrijgave voor inspraak van de wijzigingsvoorstellen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022 Wijzigingsvoorstel Huisvestingsverordening per 1 januari 2022 Toelichting op het voorgenomen nieuwe beleid in het Wijzigingsvoorstel Huisvestingsverordening per 1 januari 2022

Naar aanleiding van advisering van de stadsdelen over de wijzigingen van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2021 is een voorstel uitgewerkt om in de vooraf Huisvestingsverordening mogelijk te maken dat huidige bewoners uit het plaatsgevonden?stadsdeel voorrang krijgen op nieuwbouwwoningen in dat stadsdeel. Heeft er

consultatie

Invullen door stadsdeel: Centrum Trees Tiesinga 14 juni 2021 Datum stadsdeelcommissie: 22 juni 2021 Datum dagelijks bestuur: N.v.t. Stadsdeel:

Procesbegeleider: Datum weekstart/staf:

Registratienr. (optioneel):

Over gevraagde adviezen: conform art. 12 van de verordening op het lokaal bestuur vraagt B&W advies aan een DB over besluiten die (lid 1) betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van het DB of (lid 2) op de belangen van het stadsdeel. Het DB legt deze adviezen voor aan de stadsdeelcommissie (art. 19). Het DB neemt het advies van de stadsdeelcommissie over indien het is vastgesteld met een meerderheid van stemmen en binnen de budgettaire kader past (art. 19 lid 5). Afwijkingen van het advies motiveert het DB.

Adviesvraag B&W Formuleer hier de vraag aan het stadsdeel

Het college geeft voorgenomen wijzigingen van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022 vrij voor inspraak. Het voorstel omvat onder andere verplichtingen voor platforms voor toeristische verhuur, zoals het verwijderen van een advertentie indien een registratienummer ontbreekt, met de mogelijkheid een boete aan het platform op te leggen als zij zich hier niet aan houden. Daarnaast bevat Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 1 van 60

het voorstel mogelijkheden voor woongemeenschappen om zelf nieuwe bewoners te selecteren en de mogelijkheid zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang te geven op woningen in bepaalde nieuwbouw- of transformatiecomplexen. De thema’s in het wijzigingsvoorstel van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (HVV) per 1 januari 2022 zijn*: a. Verplichtingen platforms toeristische verhuur; De Wet toeristische verhuur die hiervoor vorig jaar is aangenomen door het parlement geeft nieuwe mogelijkheden, zoals de registratieplicht voor toeristische verhuur die Amsterdam dit jaar heeft ingevoerd. Tijdens de behandeling van het Wetsvoorstel toeristische verhuur van woonruimte in de Tweede Kamer zijn amendementen aangenomen en heeft de regering ook in een laat stadium zelf nog dingen aangepast. Dit was te laat om nog mee te nemen met de HVV 2021. Bovendien trad een deel van deze bepalingen ook pas in werking wanneer zij groen licht kregen van de Europese Commissie (EC). Het Rijk heeft deze bepalingen inmiddels bij de EC genotificeerd en er is groen licht op gekomen. Dat betekent dat deze in werking treden per 1 juli 2021.

Twee verplichtingen voor platforms gelden direct op basis van de Huisvestingswet zelf maar worden volledigheidshalve in de verordening opgenomen en twee verplichtingen dienen gemeenten echt zelfstandig in te voeren middels een huisvestingsverordening (zie onderscheid hieronder). De boetebedragen en verplichtingen worden meegenomen in de inspraak voor wijziging van de HVV per 1 januari 2022. Regel staat in de Huisvestingswet en geldt direct voor heel Nederland, maar ter verduidelijking wordt regel opgenomen in i.c.m. het vastleggen van een boete bij overtreding: - Een verbod om advertenties zonder registratienummer te publiceren voor platforms + boete van €8.700 bij overtreding - Een verplichting om aanbieders te informeren over de geldende wet- en regelgeving voor het legaal aanbieden van woonruimte voor toeristische verhuur + boete van €8.700 bij overtreding Regel wordt van kracht na implementatie in de Huisvestingsverordening per 2022: - Verhuurverbod van een jaar bij recidive + de aanwijzing dat platforms die advertenties moeten verwijderen (geen boete mogelijk) - Mogelijkheid om platforms te verbieden om advertenties t.a.v. een huis dat over het nachtencriterium heen is, te tonen op hun website + boete van €8.700 bij overtreding. b.

Regeling voor beheercoöperaties (‘woongemeenschappen’); Het college heeft in 2020 voorgesteld in de Huisvestingsverordening te regelen dat beheercoöperaties voor ouderen en woon-zorginitiatieven als laatste selectiestap een gemotiveerde keuze zouden kunnen gaan maken uit vijftig kandidaten die WoningNet op basis van inschrijfduur zou aandragen. Dit stuitte op praktische en uitvoeringstechnische bezwaren van zowel bestaande woongemeenschappen die werken met eigen wachtlijsten als van woningcorporaties die dit niet mogelijk achten in overeenstemming met privacywetgeving in de Algemene verordening Gegevensbescherming uit te voeren. Het college heeft daarop besloten deze wijzigingsvoorstellen in te trekken en nieuwe voorstellen voor te bereiden voor wijziging van de Huisvestingsverordening per 2022. In afstemming met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (hierna: BZK) wat betreft de mogelijkheden binnen de Huisvestingswet en met woningcorporaties over uitvoerbaarheid en bestaande situaties is nu het volgende voorstel gevormd: Woongemeenschappen worden uitgezonderd van de huisvestingsvergunningplicht en dus van de woonruimteverdelingsregels in de Huisvestingsverordening. Op deze manier kan coöptatie naar eigen

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 2 van 60

inzicht worden ingericht, waaronder het aanhouden van een eigen wachtlijst. De woningen blijven evenwel deel uitmaken van de sociale woningvoorraad. De hiervoor geldende inkomenseisen uit hoofde van de Woningwet blijven onverminderd van toepassing. Woongemeenschappen zullen door woningcorporaties bij de gemeente worden aangemeld voor de uitzondering. Daarop worden de woongemeenschappen in een bijlage bij de verordening genoemd en uitgezonderd van de huisvestingsvergunningplicht. Ouderen- en zorginitiatieven, maar ook niet nader te typeren woongemeenschappen, zoals Copekcabana, kunnen met dit voorstel worden geaccommodeerd. Hierbij wordt voorgesteld het experimentenartikel met een bevoegdheid voor het college om experimenten met woonruimteverdeling vast te stellen te laten vervallen, alsook de hierover vastgestelde nadere regels, omdat dit voor woongemeenschappen niet meer gebruikt hoeft te worden en het niet in overeenstemming is met de Huisvestingswet 2014. Woonruimteverdelingsregels kunnen sinds inwerkingtreding van deze wet alleen door de gemeenteraad in een huisvestingsverordening worden bepaald. Het blijft overigens mogelijk om bepaalde regels voor een beperkte duur in de verordening vast te stellen en na het tijdbestek te evalueren of de regeling structureel gewenst is. Op die manier worden regels in feite ook eerst als experiment vastgesteld.

Het verschil is dat de gemeenteraad de regeling vaststelt in de Huisvestingsverordening zoals de Huisvestingswet 2014 verlangt. Deze wijzigingen worden nu voorgesteld voor de inspraak vrij te geven. Daadwerkelijk besluit van het college om de nadere regels over experimenten met woongemeenschappen te laten vervallen volgt in het najaar na inspraak als de wijzigingen in de verordening met een structurele regeling voor woongemeenschappen ter vaststelling aan de gemeenteraad worden aangeboden. c. Voorrang voor bewoners uit het gebied op bepaalde nieuwbouw/transformatiecomplexen; Op verzoek van enkele stadsdelen, zoals stadsdeel Zuidoost, wordt voorgesteld het per 2022 mogelijk te maken in de Huisvestingsverordening complexen aan te wijzen waarop zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang krijgen bij eerste verhuur (nieuwbouw of transformatiecomplexen). Dit wordt als volgt voorgesteld: - Na afstemming met de eigenaar kunnen complexen in een bijlage van de Huisvestingsverordening aangewezen worden als complex waarvoor geldt dat voor 25% van de woningen in het complex bij eerste oplevering zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang hebben. Desgewenst kunnen, na overleg met de eigenaar, complexen door stadsdeelbestuurders worden voorgedragen voor deze regeling.

- De bewoners die stadsdeelvoorrang krijgen, zijn bewoners die de afgelopen tien jaar minstens zes jaar onafgebroken in het stadsdeel waarin het complex staat, wonen of hebben gewoond. Dit is de definitie van lokale binding op basis van de Huisvestingswet. Of een bewoner aan dit criterium voor maatschappelijke binding uit de Huisvestingswet voldoet, kan gecontroleerd worden door middel van een uittreksel van het bevolkingsregister. Deze controle kan handmatig plaatsvinden, maar kan ook worden geautomatiseerd als de aanbieder gebruik maakt van apps als Qii of Ockto. Woningcorporaties zijn voornemens met de app Qii te gaan werken. - Voor complexen op de grens van stadsdelen kunnen bewoners uit beide stadsdelen voorrang krijgen. - De voorrang geldt alleen bij eerste verhuring (bij nieuwbouwcomplexen, maar mogelijk bijvoorbeeld ook bij transformatieprojecten). Na het jaar van eerste verhuring wordt het complex uit de bijlage bij de verordening verwijderd. - De voorrang kan gelden voor complexen van marktpartijen en op den duur ook voor complexen van woningcorporaties met sociale huurwoningen. De reden voor dit voorstel is dat het op plekken waar er veel nieuw wordt gebouwd, vaak zo is dat er bijna geen uitwisseling is tussen de bewoners van de nieuwe buurt en de bewoners van de omliggende bestaande buurten. De band tussen nieuwe en bestaande buurt kan versterkt worden door zittende

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 3 van 60

bewoners uit het stadsdeel voorrang te geven op woningen in de nieuwbouwcomplexen. Ook kunnen eigenaren bij de bouw van de nieuwe complexen de wensen van bewoners uit de buurt meenemen en op die manier ‘bouwen voor de buurt’. Door de zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang te geven op de woningen, kunnen zij in hun eigen omgeving doorstromen naar een passende woning. De bewoners uit het stadsdeel die voorrang krijgen, moeten wel aan op de woning betrekking hebbende passendheidseisen voldoen. Zo moet de woning qua grootte passend zijn voor het huishouden en mogen zij bijvoorbeeld niet te veel verdienen voor het betreffende woningsegment. Als er meerdere kandidaten die stadsdeelbinding hebben en voldoen aan de passendheidscriteria reageren, komt in het geval van een sociale huurwoning van een woningcorporatie degene met de langste inschrijfduur als eerste aan de beurt en in het geval van een particuliere eigenaar dient er op basis van de voorgestelde bepaling in de verordening te worden geloot. d. Politie toevoegen aan de voorrangsregeling voor beroepsgroepen; In Amsterdam is per 2020 een voorrangsregeling in de Huisvestingsverordening opgenomen voor maatschappelijke beroepsgroepen waarbij sprake is van een groot tekort aan personeel. Op dit moment komen alleen werknemers in de onderwijs- en zorgsector die aan de voorwaarden van de regeling voldoen in aanmerking.

Het voorstel is om ook de beroepsgroep ‘politie’ toe te voegen aan de regeling. Uit onderzoek blijkt dat onder andere een tekort aan woonruimten in Amsterdam leidt tot een personeelstekort bij de politie. De verruiming van de regeling voor politie is verbonden aan een breed integraal plan van de politie om werken bij de politie te bevorderen. De groep politie die in aanmerking komt wordt afgebakend op basis van werktijden. Hiervoor wordt voorgesteld aan te sluiten bij een arbeidscontract van minimaal 28 uur dat ook geldt voor onderwijs- en zorgpersoneel. e. Optimalisering toewijzingsregels woonwagens en rolstoelwoningen; Wat betreft de toewijzingsregels voor woonwagenstandplaatsen worden aanpassingen in de toewijzing voorgesteld die zijn voortgekomen uit het woonbehoeftenonderzoek en uit overleg met de bewonerscommissie die ook als input dienden voor het nieuwe Beleidskader Woonwagens en standplaatsen dat in 2022 aan de raad zal worden aangeboden. De wijziging van de toewijzingsregels voor woonwagens en standplaatsen worden reeds nu voor de inspraak vrijgegeven, samen met de overige wijzigingsvoorstellen van de Huisvestingsverordening, om dat gebundeld bij elkaar te houden. De aanpassingen zien met name op het verbeteren van de positie van spijtoptanten en starters.

Voor starters wordt voorgesteld dat ze hun plek op de Amsterdamse wachtlijst behouden indien ze tijdelijk in een andere gemeente wonen en studeren, en ook indien ze een aangeboden standplaats met een huurwoonwagen accepteren op een andere locatie dan waar ze met hun ouders/verzorgers hebben gewoond. Hiermee wordt getracht te voorkomen dat starters niet naar een standplaats met huurwagen gaan maar blijven wachten op een plek op hun eigen woonwagenlocaties. Wel verliest men de status van starter nadat men een aanbieding voor een standplaats op de eigen woonwagenlocatie heeft gehad. Voor spijtoptanten worden ook enkele maatregelen voorgesteld. Spijtoptanten zijn oudbewoners van een woonwagenlocatie die daar graag willen terugkeren. Er wordt voorgesteld om de huidige termijn van drie jaar die men mag zijn vertrokken om nog voorrang te hebben op nieuwe standplaatsen als spijtoptant te verlengen te laten vervallen zodat meer aan Amsterdam gebonden voormalige woonwagenbewoners hun status als spijtoptant behouden. Daarmee behouden spijtoptanten langer een hogere positie op de wachtlijst ten opzichte van woningzoekenden zonder binding met Amsterdam en/of zonder woonwagenverleden. Daarnaast wordt op nieuwe locaties speciaal een plek gereserveerd voor een spijtoptant.

Om tot een betere verdeling te komen van rolstoelwoningen wordt voorgesteld om de toewijzingsvolgorde aan te passen wat betreft grotere rolstoelwoningen. Het voorstel is om gezinnen met één of twee kinderen voorrang te geven op rolstoelwoningen met drie kamers en op rolstoelwoningen met vier kamers voorrang te geven aan gezinnen met drie of meer kinderen. Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 4 van 60

Momenteel krijgen grotere gezinnen voorrang op rolstoelwoningen met vijf kamers, maar omdat er daar erg weinig van zijn moet deze groep vaak lang wachten op een woning. In afwijking van de in het voorstel opgenomen algemene inwerkingtreding op 1 januari 2022 wordt dit onderdeel per 1 juli 2022 voorgesteld in werking te treden in verband met aanpassingen die in WoningNet nodig zijn. f. Invoering enkele vrijstellingen (woningvormen voor kamers, anti-kraak en landingsplekken internationale studenten). In Amsterdam wordt kamerverhuur gereguleerd met de omzettingsvergunning waarvoor quota zijn ingevoerd in 2020. Daarnaast bestaat er woningvormen, wat in de Huisvestingswet wordt gedefinieerd als het verbouwen van een woonruimte tot twee of meer woonruimten. In Amsterdam werd dit geïnterpreteerd als het verbouwen van een zelfstandige woning naar meerdere zelfstandige woningen. De Raad van State heeft in een recente uitspraak echter geoordeeld dat wanneer in een woning een extra kamer wordt gerealiseerd voor kamerverhuur ook sprake is van woningvormen. Dat betekent dat er overlap tussen beide bestaat. Een handeling is dan zowel kamerverhuur als woningvormen, waarvoor beide een vergunning aangevraagd zou moeten worden. Omdat woningvormen naar kamers nu niet in de Huisvestingsverordening is opgenomen, kan hiervoor echter geen vergunning worden verleend.

Hierdoor is het op dit moment niet mogelijk een extra kamer te realiseren in een woning die wordt gebruikt voor kamerverhuur. Bijvoorbeeld door een grote zolder in tweeën te delen. Voorgesteld wordt een vrijstelling op te nemen voor het woningvormen van kamers bij kamerverhuur. De wijziging herstelt de situatie van voor de uitspraak van de Raad van State. Het realiseren van een extra kamer bij kamerverhuur wordt weer mogelijk, terwijl er slechts één vergunning nodig is: een vergunning voor kamerverhuur. Kamerverhuur blijft daarnaast gereguleerd via het kamerverhuurbeleid, waarin voorwaarden zijn opgenomen over bijvoorbeeld het aantal kamers, aantal bewoners per kamer en de geluidsisolatie. Dit maakt het beleid niet nodeloos complex en beperkt de bureaucratische last voor de burger. De wijziging beoogt het beleid weer zo te maken zoals dat gold tot aan de uitspraak van de Raad van State, maar dan op een juridisch juiste manier. Daarnaast wordt voorgesteld een juridische verbetering aan te brengen ten aanzien van anti-kraak en landingsplekken voor internationale studenten van instellingen voor hoger onderwijs. Juridisch gezien is alleen sprake van wonen wanneer de hoofdfunctie wonen is en bewoners voornemens zijn minimaal zes maanden in de woning te wonen.

Bij anti-kraaksituaties en de huisvesting van internationale studenten door hoger onderwijsinstellingen kan juridisch sprake van onttrekking omdat er korter wordt gewoond maar er worden in de praktijk geen onttrekkingsvergunningen voor aangevraagd. Hierdoor ontstaan formeel illegale situaties. Voor deze twee vormen van onttrekking wordt daarom voorgesteld een vrijstelling op de onttrekkingsvergunningplicht op te nemen in de verordening. In het geval van anti-kraak moet het gaan om in gebruik geven om niet als bedoeld in artikel 1777 van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek en de landingsplekken voor internationale studenten moeten door instellingen voor hoger onderwijs worden verhuurd als landingsplek en voor kort verblijf. Met de invoering van de Wet toeristische verhuur is er de mogelijkheid om vrijstelling te verlenen op de vergunningplicht voor vormen van onttrekken. Het is daarom mogelijk voor deze situaties een vrijstelling op de vergunningplicht te geven. Dit betreft een beleidsneutrale juridische oplossing. *zie de bijgevoegde beleidstoelichting voor een uitgebreide toelichting op bovenstaande punten. Vervolgproces Na verwerking van uw advies en de reacties uit de inspraakronde, worden definitieve voorstellen gedaan aan de gemeenteraad voor vaststelling. Inspraak vindt plaats tussen 31 mei tot en met 11 juli 2021. Besluitvorming voor definitieve vaststelling

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 5 van 60

van de wijzigingen per 1 januari 2022 in het najaar. Aan het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum wordt gevraagd uiterlijk 9 juli 2021 advies uit te brengen over deze wijzigingsvoorstellen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022.

Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies

Het dagelijks bestuur kan zich vinden de volgende wijzigingsvoorstellen: - Toevoegen politie aan voorrang beroepsgroepen. - Optimaliseren toewijzingsregels woonwagens & rolstoelwoningen - Invoering vrijstelling woningvormen voor kamers - Invoering vrijstelling anti-kraak en internationale studenten Het DB legt in dit advies de focus op een aantal onderwerpen, waar zij ruimte ziet voor verbeteringen of aanpassingen. 1. Regeling voor beheercoöperaties (‘woongemeenschappen’) 2. Voorrang voor bewoners uit het gebied op bepaalde nieuwbouw/transformatiecomplexen 3. Vrijstelling onttrekken aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van het gebruik als tweede woning 4. Koppeling Huisvestingsverordening en Wabo 5. Verbodsgebieden toeristische verhuur 1. Regeling voor beheercoöperaties (woongemeenschappen) Woongemeenschappen zijn tot nu toe mogelijk gemaakt via een experimentenartikel met een bevoegdheid voor het college om experimenten met woonruimteverdeling vast te stellen. Voor wooncoöperaties (woongemeenschappen) gevormd met sociale huurwoningen van woningcorporaties wordt nu een nieuw voorstel gedaan. Hiermee wil het college ruimte geven aan de doelstelling uit het Programmaplan ouderenhuisvesting 2019-2022 om initiatieven voor woongemeenschappen voor ouderen te ondersteunen en faciliteren.

Het voorstel is om de woongemeenschappen uit te zonderen van de huisvestingsvergunningplicht. Hierdoor zijn deze woningen niet gehouden aan de toewijzingsregels in de Huisvestingsverordening en ontstaat ruimte voor coöptatie. Op deze manier kan coöptatie naar eigen inzicht worden ingericht, waaronder het aanhouden van een eigen wachtlijst. Advies DB: Op dit moment is niet bekend hoeveel woongemeenschappen er zijn en hoe deze functioneren. Daarom adviseert het DB om eerst de woongemeenschappen te evalueren voordat het besluit wordt genomen om nieuwe woongemeenschappen voor alle bewonersgroepen mogelijk te maken. Het is lastig om in de binnenstad geschikte woningen aan te bieden voor ouderen. Daarom stellen wij voor om in de regeling op te nemen dat, naast het mogelijk maken van behoud van de bestaande woongemeenschappen, deze regeling vooral zal worden ingezet om nieuwe initiatieven voor woongemeenschappen voor ouderen en woon-zorg te ondersteunen. Een huisvestingsvergunning is verplicht voor een woning met een huurprijs (kale huur per maand) tot € 752,33 per maand. In de regeling wordt voorgesteld om woongemeenschappen uit te zonderen van de huisvestingsvergunningplicht. De woningen blijven evenwel deel uitmaken van de sociale woningvoorraad. De hiervoor geldende inkomenseisen uit de Woningwet blijven onverminderd van toepassing.

Advies DB: In het voorstel wordt niet duidelijk hoe zal worden gecontroleerd dat nieuwe bewoners van woongemeenschappen voldoen aan de gestelde inkomenseis. Het advies is om in de huisvestingverordening een voorstel op te nemen. Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 6 van 60

2. Voorrang voor bewoners uit het gebied op bepaalde nieuwbouw/transformatiecomplexen Na afstemming met de eigenaar kunnen complexen in een bijlage van de Huisvestingsverordening aangewezen worden als complex waarvoor geldt dat voor 25 procent van de woningen in het complex bij eerste verhuring zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang hebben. De voorrang geldt alleen bij eerste verhuring. Na het jaar van eerste verhuring wordt het complex uit de bijlage bij de verordening verwijderd. Uit verschillende onderzoeken is al gebleken dat ouderen (vooral in stadsdeel Centrum) graag in hun eigen buurt willen blijven wonen. Hierdoor woont een groot deel van de ouderen in een ongeschikte woning. Advies DB: Omdat stadsdeel Centrum deze regeling vooral voor ouderen willen inzetten, stellen wij voor dat deze regeling niet alleen geldt voor de eerste verhuring maar dat deze ouderenwoningen blijvend met voorrang aan bewoners uit stadsdeel Centrum worden aangeboden. 3.Vrijstelling onttrekken aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van het gebruik als tweede woning In het voorstel tot wijziging is ook de vrijstelling onttrekking tot bewoning ten behoeve van het gebruik als tweede woning opgenomen. Deze vrijstelling geldt niet voor sociale huurwoningen. Voor pied-à-terres geldt al sinds 2011 geen officiële meldplicht.

Geschat wordt dat ongeveer 1.500 woningen in Amsterdam als tweede woning worden gebruikt waarvan een groot deel in stadsdeel Centrum. Stadsdeel Centrum wil graag een overzicht van het aantal tweede woningen dat mogelijk voor een groot deel van het jaar leeg staat. Omdat een meldplicht vrijblijvend is en geen sancties heeft, is het voorstel om een vergunningplicht in te voeren. Niet om direct een verbod of regulering voor te stellen maar wel om te weten om hoeveel woningen het eigenlijk gaat en of het aantal ook toeneemt. Als duidelijk wordt om hoeveel woningen het precies gaat kan pas beoordeeld worden of nadere maatregelen t.a.v. tweede woningen wenselijk wordt geacht. Advies DB: Voor stadsdeel Centrum is het van belang om een beeld te krijgen van het aantal woningen dat gebruikt wordt als tweede woning en of het aantal tweede woningen in aantal toeneemt. Het voorstel is om voor stadsdeel Centrum de vergunningplicht voor tweede woningen weer in te voeren. 4. Koppeling Huisvestingsverordening en Wabo Het komt vaak voor dat een plan alleen gerealiseerd kan worden als er én een vergunning op grond van de Huisvestingswet (bijvoorbeeld woningonttrekking, woningvorming, samenvoeging) én een vergunning op grond van de Wabo (bijvoorbeeld bouwen, wijzigen monument, afwijken bestemmingsplan) wordt verleend.

De beoordelingskaders van deze vergunningen zijn echter gescheiden, zodat het geregeld voorkomt dat de ene vergunning wel, en de andere niet wordt verleend. Dit wekt verwarring, zowel bij aanvragers als andere belanghebbenden. Die verwarring is op te lossen met een wijziging van de verordening. Tegen dit voorstel zou kunnen worden ingebracht dat dit wordt opgelost met de Omgevingswet. Dat gaat echter nog vele jaren duren. Advies DB: Wij verzoeken u om in de huisvestingsverordening op te nemen dat een vergunning op basis van deze verordening niet wordt verleend als er strijd is met andere regelgeving zoals het bestemmingsplan of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Concreet betekent dat als er strijd is met andere regels de vergunning op grond van de huisvestingsverordening geweigerd wordt. Tenzij de strijd met andere regels kan worden opgelost, door aanpassing van het plan of verlening van een vergunning. In dat geval wordt vergund op basis van de huisvestingsverordening na, of gelijktijdig met, het oplossen van de strijd met de andere regels. Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 7 van 60

5. Verbodsgebieden toeristische verhuur Met ingang van 1 januari 2021 is de Huisvestingswet op grond van het Wetsvoorstel toeristische verhuur van woonruimte zodanig gewijzigd dat toeristische verhuur onder een apart regime gereguleerd kan worden. Dit maakt het mogelijk, om mits goed onderbouwd, wel verbodsgebieden voor toeristische verhuur aan te wijzen. Advies DB: Stadsdeel Centrum wil benadrukken dat alle toeristische overnachtingen in centrum, bij een opleving van het toerisme, in belangrijke mate debet zijn aan de aantasting van de leefbaarheid in het centrum. Wij pleiten daarom voor verdere inperking van alle vormen van toeristische verhuur in woningen zodra dat juridisch haalbaar is.

Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB

In de vergadering van 22 juni 2021 heeft de stadsdeelcommissie een aanpassing op de huisvestingsverordening besproken en kennisgenomen van het advies van het DB hierover. De stadsdeelcommissie wil van dit advies afwijken op onderstaand punt. Regeling voor beheercoöperaties (woongemeenschappen). Beheercoöperaties, woongemeenschappen en andere vormen waarmee bewoners zelf een samen-woon-vorm opzetten, lijken ons een waardevolle toevoeging aan de bestaande manieren van bij elkaar wonen en een heel nodige mogelijkheid gezien de huidige woningnood. Bij deze woonvormen wordt vaak gebruik gemaakt van vormen van coöptatierecht. De stadsdeelcommissie waardeert het dat het DB zich extra wil inzetten voor woongemeenschappen voor ouderen en zorgbehoevenden en is het hiermee eens. Wel wil zij de mogelijkheden tot coöptatierecht in de toekomst niet beperken tot alleen deze groepen maar open willen houden voor alle groepen die dit zouden willen. Zij roept daarom het DB op deze mogelijkheid voor iedereen open te houden. Toelichting Huisvestingsverordening, tweede woning Het DB wil een vergunning verplicht stellen voor het gebruik van een tweede woning. Het doel is een beeld te krijgen van het aantal woningen dat gebruikt wordt als tweede woning of het aantal tweede woningen in aantal toeneemt.

Overwegende dat: ● de woningproblematiek in Amsterdam en met name in het centrum knellend is, maar zuiverheid van openbaar bestuur staat voorop ● burgers zullen vergunningplicht aanvoelen als een opmaat naar een vergunning met meer beperkende maatregelen of zelfs verbod. ● een vergunningplicht primair als beleidsinstrument bedoeld is en niet als statistische inzamelmethode ● het een normale gang van zaken is en betrouwbaar bestuur om eerst de omvang van een probleem in kaart te brengen voordat een mogelijk probleem in proportie met extra regelgeving wordt opgelost ● onroerend goed juist zeer goed geregistreerd wordt in het kadaster, in de belastingaangiftes voor de inkomstenbelasting en gemeentelijke belastingen en daaruit voortvloeiende gedetailleerde CBS Vermogensstatistiek en andere statistieken al beschikbaar zijn; ● het dus wel degelijk mogelijk moet zijn om op normale wijze een beeld te krijgen van de omvang en verloop van de tweede woning De stadsdeelcommissie adviseert het dagelijks bestuur het advies voor een vergunningplicht Tweede woning te veranderen in een opdracht voor een uitgebreide studie naar het gebruik van Tweede woningen in Amsterdam en in het centrum in het het bijzonder. Het advies aan Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 8 van 60

het dagelijks bestuur is om met een Plan van Aanpak te komen over welke onderzoeksmethoden er zijn om het aantal tweede woningen in stadsdeel Centrum te bepalen. En de stadsdeelcommissie hier na de zomer over te informeren. Onder de voorwaarden dat er aandacht is voor transparantie van beleidsintenties en effectiviteit van de gekozen methode. Definitief advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders

Het dagelijks bestuur kan zich vinden de volgende wijzigingsvoorstellen: - Toevoegen politie aan voorrang beroepsgroepen. - Optimaliseren toewijzingsregels woonwagens & rolstoelwoningen - Invoering vrijstelling woningvormen voor kamers - Invoering vrijstelling anti-kraak en internationale studenten Het DB legt in dit advies de focus op een aantal onderwerpen, waar zij ruimte ziet voor verbeteringen of aanpassingen. 1. Regeling voor beheercoöperaties (‘woongemeenschappen’) 2. Voorrang voor bewoners uit het gebied op bepaalde nieuwbouw/transformatiecomplexen 3. Vrijstelling onttrekken aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van het gebruik als tweede woning 4. Koppeling Huisvestingsverordening en Wabo 5. Verbodsgebieden toeristische verhuur 1. Regeling voor beheercoöperaties (woongemeenschappen) Woongemeenschappen zijn tot nu toe mogelijk gemaakt via een experimentenartikel met een bevoegdheid voor het college om experimenten met woonruimteverdeling vast te stellen. Voor wooncoöperaties (woongemeenschappen) gevormd met sociale huurwoningen van woningcorporaties wordt nu een nieuw voorstel gedaan. Hiermee wil het college ruimte geven aan de doelstelling uit het Programmaplan ouderenhuisvesting 2019-2022 om initiatieven voor woongemeenschappen voor ouderen te ondersteunen en faciliteren.

Het voorstel is om de woongemeenschappen uit te zonderen van de huisvestingsvergunningplicht. Hierdoor zijn deze woningen niet gehouden aan de toewijzingsregels in de Huisvestingsverordening en ontstaat ruimte voor coöptatie. Op deze manier kan coöptatie naar eigen inzicht worden ingericht, waaronder het aanhouden van een eigen wachtlijst. Advies DB: Op dit moment is niet bekend hoeveel woongemeenschappen er zijn en hoe deze functioneren. Daarom adviseert het DB om het functioneren van woongemeenschappen te evalueren. Een huisvestingsvergunning is verplicht voor een woning met een huurprijs (kale huur per maand) tot € 752,33 per maand. In de regeling wordt voorgesteld om woongemeenschappen uit te zonderen van de huisvestingsvergunningplicht. De woningen blijven evenwel deel uitmaken van de sociale woningvoorraad. De hiervoor geldende inkomenseisen uit de Woningwet blijven onverminderd van toepassing. Advies DB: In het voorstel wordt niet duidelijk hoe zal worden gecontroleerd dat nieuwe bewoners van woongemeenschappen voldoen aan de gestelde inkomenseis. Het advies is om in de huisvestingverordening een voorstel op te nemen. 2.

Voorrang voor bewoners uit het gebied op bepaalde nieuwbouw/transformatiecomplexen Na afstemming met de eigenaar kunnen complexen in een bijlage van de Huisvestingsverordening aangewezen worden als complex waarvoor geldt dat voor 25 procent van de woningen in het complex bij eerste verhuring zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang hebben. De voorrang geldt alleen bij eerste verhuring. Na het jaar van eerste verhuring Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 9 van 60

wordt het complex uit de bijlage bij de verordening verwijderd. Uit verschillende onderzoeken is al gebleken dat ouderen (vooral in stadsdeel Centrum) graag in hun eigen buurt willen blijven wonen. Hierdoor woont een groot deel van de ouderen in een ongeschikte woning. Advies DB: Omdat stadsdeel Centrum deze regeling vooral voor ouderen willen inzetten, stellen wij voor dat deze regeling niet alleen geldt voor de eerste verhuring maar dat deze ouderenwoningen blijvend met voorrang aan bewoners uit stadsdeel Centrum worden aangeboden. 3.Vrijstelling onttrekken aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van het gebruik als tweede woning In het voorstel tot wijziging is ook de vrijstelling onttrekking tot bewoning ten behoeve van het gebruik als tweede woning opgenomen. Deze vrijstelling geldt niet voor sociale huurwoningen. Voor pied-à-terres geldt al sinds 2011 geen officiële meldplicht. Geschat wordt dat ongeveer 1.500 woningen in Amsterdam als tweede woning worden gebruikt waarvan een groot deel in stadsdeel Centrum. Stadsdeel Centrum wil graag een overzicht van het aantal tweede woningen dat mogelijk voor een groot deel van het jaar leeg staat. Als duidelijk wordt om hoeveel woningen het precies gaat kan pas beoordeeld worden of nadere maatregelen t.a.v. tweede woningen wenselijk wordt geacht.

Advies DB: Voor stadsdeel Centrum is het van belang om een beeld te krijgen van het aantal woningen dat gebruikt wordt als tweede woning en of het aantal tweede woningen in aantal toeneemt. Het verzoek is om een uitgebreide studie naar het gebruik van tweede woningen in Amsterdam en in het centrum in het het bijzonder te doen. Onderdeel van het advies van de stadsdeelcommissie is de vraag aan het dagelijks bestuur hiertoe met een plan van aanpak te komen over welke onderzoeksmethoden er zijn om het aantal tweede woningen in stadsdeel Centrum te bepalen. Het dagelijks bestuur zal dit gaan uitwerken. 4. Koppeling Huisvestingsverordening en Wabo Het komt vaak voor dat een plan alleen gerealiseerd kan worden als er én een vergunning op grond van de Huisvestingswet (bijvoorbeeld woningonttrekking, woningvorming, samenvoeging) én een vergunning op grond van de Wabo (bijvoorbeeld bouwen, wijzigen monument, afwijken bestemmingsplan) wordt verleend. De beoordelingskaders van deze vergunningen zijn echter gescheiden, zodat het geregeld voorkomt dat de ene vergunning wel, en de andere niet wordt verleend. Dit wekt verwarring, zowel bij aanvragers als andere belanghebbenden. Die verwarring is op te lossen met een wijziging van de verordening. Tegen dit voorstel zou kunnen worden ingebracht dat dit wordt opgelost met de Omgevingswet. Dat gaat echter nog vele jaren duren.

Advies DB: Wij verzoeken u om in de huisvestingsverordening op te nemen dat een vergunning op basis van deze verordening niet wordt verleend als er strijd is met andere regelgeving zoals het bestemmingsplan of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Concreet betekent dat als er strijd is met andere regels de vergunning op grond van de huisvestingsverordening geweigerd wordt. Tenzij de strijd met andere regels kan worden opgelost, door aanpassing van het plan of verlening van een vergunning. In dat geval wordt vergund op basis van de huisvestingsverordening na, of gelijktijdig met, het oplossen van de strijd met de andere regels. 5. Verbodsgebieden toeristische verhuur Met ingang van 1 januari 2021 is de Huisvestingswet op grond van het Wetsvoorstel toeristische verhuur van woonruimte zodanig gewijzigd dat toeristische verhuur onder een apart regime gereguleerd kan worden. Dit maakt het mogelijk, om mits goed onderbouwd, wel Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 10 van 60

verbodsgebieden voor toeristische verhuur aan te wijzen. Advies DB: Stadsdeel Centrum wil benadrukken dat alle toeristische overnachtingen in centrum, bij een opleving van het toerisme, in belangrijke mate debet zijn aan de aantasting van de leefbaarheid in het centrum. Wij pleiten daarom voor verdere inperking van alle vormen van toeristische verhuur in woningen zodra dat juridisch haalbaar is.

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 11 van 60

Adviesaanvraag B&W aan stadsdeelbestuur Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Wijzigingsvoorstellen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022

Wonen Wonen Datum behandeling college 25 mei 2021 Datum adviesaanvraag: 26 mei 2021 Deadline ontvangst advies: 9 juli 2021 Portefeuille: Directie:

Advies mailen naar: Meegestuurde stukken:

-

Heeft er consultatie vooraf plaatsgevonden?

Collegevoordracht vrijgave voor inspraak van de wijzigingsvoorstellen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022 Wijzigingsvoorstel Huisvestingsverordening per 1 januari 2022 Toelichting op het voorgenomen nieuwe beleid in het Wijzigingsvoorstel Huisvestingsverordening per 1 januari 2022

Naar aanleiding van advisering van de stadsdelen over de wijzigingen van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2021 is een voorstel uitgewerkt om in de Huisvestingsverordening mogelijk te maken dat huidige bewoners uit het stadsdeel voorrang krijgen op nieuwbouwwoningen in dat stadsdeel.

Invullen door stadsdeel: Nieuw West Christel Baeten, Mirte Verouden Datum weekstart/staf: 8 juni 2021 Staf, 14 juni 2021 weekstart Datum stadsdeelcommissie: 22 juni 2021 Datum dagelijks bestuur: 6 juli 2021 Registratienr. (optioneel): … Stadsdeel: Procesbegeleider:

Over gevraagde adviezen: conform art. 12 van de verordening op het lokaal bestuur vraagt B&W advies aan een DB over besluiten die (lid 1) betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van het DB of (lid 2) op de belangen van het stadsdeel . Het DB legt deze adviezen voor aan de stadsdeelcommissie (art. 19). Het DB neemt het advies van de stadsdeelcommissie over indien het is vastgesteld met een meerderheid van stemmen en binnen de budgettaire kader past (art. 19 lid 5). Afwijkingen van het advies motiveert het DB.

Adviesvraag B&W Formuleer hier de vraag aan het stadsdeel

Het college geeft voorgenomen wijzigingen van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022 vrij voor inspraak. Het voorstel omvat onder andere verplichtingen voor platforms voor toeristische verhuur, zoals het verwijderen van een advertentie indien een registratienummer ontbreekt, met de mogelijkheid een boete aan het platform op te leggen als zij zich hier niet aan houden. Daarnaast bevat het voorstel mogelijkheden voor woongemeenschappen om zelf nieuwe bewoners te selecteren en de mogelijkheid zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang te geven op woningen in bepaalde nieuwbouw- of transformatiecomplexen. De thema’s in het wijzigingsvoorstel van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (HVV) per 1 Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 12 van 60

januari 2022 zijn*: g. Verplichtingen platforms toeristische verhuur; De Wet toeristische verhuur die hiervoor vorig jaar is aangenomen door het parlement geeft nieuwe mogelijkheden, zoals de registratieplicht voor toeristische verhuur die Amsterdam dit jaar heeft ingevoerd. Tijdens de behandeling van het Wetsvoorstel toeristische verhuur van woonruimte in de Tweede Kamer zijn amendementen aangenomen en heeft de regering ook in een laat stadium zelf nog dingen aangepast. Dit was te laat om nog mee te nemen met de HVV 2021. Bovendien trad een deel van deze bepalingen ook pas in werking wanneer zij groen licht kregen van de Europese Commissie (EC). Het Rijk heeft deze bepalingen inmiddels bij de EC genotificeerd en er is groen licht op gekomen. Dat betekent dat deze in werking treden per 1 juli 2021. Twee verplichtingen voor platforms gelden direct op basis van de Huisvestingswet zelf maar worden volledigheidshalve in de verordening opgenomen en twee verplichtingen dienen gemeenten echt zelfstandig in te voeren middels een huisvestingsverordening (zie onderscheid hieronder). De boetebedragen en verplichtingen worden meegenomen in de inspraak voor wijziging van de HVV per 1 januari 2022. Regel staat in de Huisvestingswet en geldt direct voor heel Nederland, maar ter verduidelijking wordt regel opgenomen in i.c.m.

het vastleggen van een boete bij overtreding: - Een verbod om advertenties zonder registratienummer te publiceren voor platforms + boete van €8.700 bij overtreding - Een verplichting om aanbieders te informeren over de geldende wet- en regelgeving voor het legaal aanbieden van woonruimte voor toeristische verhuur + boete van €8.700 bij overtreding Regel wordt van kracht na implementatie in de Huisvestingsverordening per 2022: - Verhuurverbod van een jaar bij recidive + de aanwijzing dat platforms die advertenties moeten verwijderen (geen boete mogelijk) - Mogelijkheid om platforms te verbieden om advertenties t.a.v. een huis dat over het nachtencriterium heen is, te tonen op hun website + boete van €8.700 bij overtreding. h. Regeling voor beheercoöperaties (‘woongemeenschappen’); Het college heeft in 2020 voorgesteld in de Huisvestingsverordening te regelen dat beheercoöperaties voor ouderen en woon-zorginitiatieven als laatste selectiestap een gemotiveerde keuze zouden kunnen gaan maken uit vijftig kandidaten die WoningNet op basis van inschrijfduur zou aandragen. Dit stuitte op praktische en uitvoeringstechnische bezwaren van zowel bestaande woongemeenschappen die werken met eigen wachtlijsten als van woningcorporaties die dit niet mogelijk achten in overeenstemming met privacywetgeving in de Algemene verordening Gegevensbescherming uit te voeren.

Het college heeft daarop besloten deze wijzigingsvoorstellen in te trekken en nieuwe voorstellen voor te bereiden voor wijziging van de Huisvestingsverordening per 2022. In afstemming met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (hierna: BZK) wat betreft de mogelijkheden binnen de Huisvestingswet en met woningcorporaties over uitvoerbaarheid en bestaande situaties is nu het volgende voorstel gevormd: Woongemeenschappen worden uitgezonderd van de huisvestingsvergunningplicht en dus van de woonruimteverdelingsregels in de Huisvestingsverordening. Op deze manier kan coöptatie naar eigen inzicht worden ingericht, waaronder het aanhouden van een eigen wachtlijst. De woningen blijven evenwel deel uitmaken van de sociale woningvoorraad. De hiervoor geldende inkomenseisen uit hoofde van de Woningwet blijven onverminderd van toepassing. Woongemeenschappen zullen door woningcorporaties bij de gemeente worden aangemeld voor de uitzondering. Daarop worden de woongemeenschappen in een bijlage bij de verordening genoemd en uitgezonderd van de

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 13 van 60

huisvestingsvergunningplicht. Ouderen- en zorginitiatieven, maar ook niet nader te typeren woongemeenschappen, zoals Copekcabana, kunnen met dit voorstel worden geaccommodeerd. Hierbij wordt voorgesteld het experimentenartikel met een bevoegdheid voor het college om experimenten met woonruimteverdeling vast te stellen te laten vervallen, alsook de hierover vastgestelde nadere regels, omdat dit voor woongemeenschappen niet meer gebruikt hoeft te worden en het niet in overeenstemming is met de Huisvestingswet 2014. Woonruimteverdelingsregels kunnen sinds inwerkingtreding van deze wet alleen door de gemeenteraad in een huisvestingsverordening worden bepaald. Het blijft overigens mogelijk om bepaalde regels voor een beperkte duur in de verordening vast te stellen en na het tijdbestek te evalueren of de regeling structureel gewenst is. Op die manier worden regels in feite ook eerst als experiment vastgesteld. Het verschil is dat de gemeenteraad de regeling vaststelt in de Huisvestingsverordening zoals de Huisvestingswet 2014 verlangt. Deze wijzigingen worden nu voorgesteld voor de inspraak vrij te geven.

Daadwerkelijk besluit van het college om de nadere regels over experimenten met woongemeenschappen te laten vervallen volgt in het najaar na inspraak als de wijzigingen in de verordening met een structurele regeling voor woongemeenschappen ter vaststelling aan de gemeenteraad worden aangeboden. i. Voorrang voor bewoners uit het gebied op bepaalde nieuwbouw/transformatiecomplexen; Op verzoek van enkele stadsdelen, zoals stadsdeel Zuidoost, wordt voorgesteld het per 2022 mogelijk te maken in de Huisvestingsverordening complexen aan te wijzen waarop zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang krijgen bij eerste verhuur (nieuwbouw of transformatiecomplexen). Dit wordt als volgt voorgesteld: - Na afstemming met de eigenaar kunnen complexen in een bijlage van de Huisvestingsverordening aangewezen worden als complex waarvoor geldt dat voor 25% van de woningen in het complex bij eerste oplevering zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang hebben. Desgewenst kunnen, na overleg met de eigenaar, complexen door stadsdeelbestuurders worden voorgedragen voor deze regeling. - De bewoners die stadsdeelvoorrang krijgen, zijn bewoners die de afgelopen tien jaar minstens zes jaar onafgebroken in het stadsdeel waarin het complex staat, wonen of hebben gewoond. Dit is de definitie van lokale binding op basis van de Huisvestingswet.

Of een bewoner aan dit criterium voor maatschappelijke binding uit de Huisvestingswet voldoet, kan gecontroleerd worden door middel van een uittreksel van het bevolkingsregister. Deze controle kan handmatig plaatsvinden, maar kan ook worden geautomatiseerd als de aanbieder gebruik maakt van apps als Qii of Ockto. Woningcorporaties zijn voornemens met de app Qii te gaan werken. - Voor complexen op de grens van stadsdelen kunnen bewoners uit beide stadsdelen voorrang krijgen. - De voorrang geldt alleen bij eerste verhuring (bij nieuwbouwcomplexen, maar mogelijk bijvoorbeeld ook bij transformatieprojecten). Na het jaar van eerste verhuring wordt het complex uit de bijlage bij de verordening verwijderd. - De voorrang kan gelden voor complexen van marktpartijen en op den duur ook voor complexen van woningcorporaties met sociale huurwoningen. De reden voor dit voorstel is dat het op plekken waar er veel nieuw wordt gebouwd, vaak zo is dat er bijna geen uitwisseling is tussen de bewoners van de nieuwe buurt en de bewoners van de omliggende bestaande buurten. De band tussen nieuwe en bestaande buurt kan versterkt worden door zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang te geven op woningen in de nieuwbouwcomplexen. Ook kunnen eigenaren bij de bouw van de nieuwe complexen de wensen van bewoners uit de buurt meenemen en op die manier ‘bouwen voor de buurt’.

Door de zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang te geven op de woningen, kunnen zij in hun eigen omgeving doorstromen naar een passende woning. De bewoners uit het stadsdeel die voorrang krijgen, moeten wel aan op de woning betrekking hebbende

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 14 van 60

passendheidseisen voldoen. Zo moet de woning qua grootte passend zijn voor het huishouden en mogen zij bijvoorbeeld niet te veel verdienen voor het betreffende woningsegment. Als er meerdere kandidaten die stadsdeelbinding hebben en voldoen aan de passendheidscriteria reageren, komt in het geval van een sociale huurwoning van een woningcorporatie degene met de langste inschrijfduur als eerste aan de beurt en in het geval van een particuliere eigenaar dient er op basis van de voorgestelde bepaling in de verordening te worden geloot. j. Politie toevoegen aan de voorrangsregeling voor beroepsgroepen; In Amsterdam is per 2020 een voorrangsregeling in de Huisvestingsverordening opgenomen voor maatschappelijke beroepsgroepen waarbij sprake is van een groot tekort aan personeel. Op dit moment komen alleen werknemers in de onderwijs- en zorgsector die aan de voorwaarden van de regeling voldoen in aanmerking. Het voorstel is om ook de beroepsgroep ‘politie’ toe te voegen aan de regeling. Uit onderzoek blijkt dat onder andere een tekort aan woonruimten in Amsterdam leidt tot een personeelstekort bij de politie. De verruiming van de regeling voor politie is verbonden aan een breed integraal plan van de politie om werken bij de politie te bevorderen. De groep politie die in aanmerking komt wordt afgebakend op basis van werktijden.

Hiervoor wordt voorgesteld aan te sluiten bij een arbeidscontract van minimaal 28 uur dat ook geldt voor onderwijs- en zorgpersoneel. k. Optimalisering toewijzingsregels woonwagens en rolstoelwoningen; Wat betreft de toewijzingsregels voor woonwagenstandplaatsen worden aanpassingen in de toewijzing voorgesteld die zijn voortgekomen uit het woonbehoeftenonderzoek en uit overleg met de bewonerscommissie die ook als input dienden voor het nieuwe Beleidskader Woonwagens en standplaatsen dat in 2022 aan de raad zal worden aangeboden. De wijziging van de toewijzingsregels voor woonwagens en standplaatsen worden reeds nu voor de inspraak vrijgegeven, samen met de overige wijzigingsvoorstellen van de Huisvestingsverordening, om dat gebundeld bij elkaar te houden. De aanpassingen zien met name op het verbeteren van de positie van spijtoptanten en starters. Voor starters wordt voorgesteld dat ze hun plek op de Amsterdamse wachtlijst behouden indien ze tijdelijk in een andere gemeente wonen en studeren, en ook indien ze een aangeboden standplaats met een huurwoonwagen accepteren op een andere locatie dan waar ze met hun ouders/verzorgers hebben gewoond. Hiermee wordt getracht te voorkomen dat starters niet naar een standplaats met huurwagen gaan maar blijven wachten op een plek op hun eigen woonwagenlocaties.

Wel verliest men de status van starter nadat men een aanbieding voor een standplaats op de eigen woonwagenlocatie heeft gehad. Voor spijtoptanten worden ook enkele maatregelen voorgesteld. Spijtoptanten zijn oudbewoners van een woonwagenlocatie die daar graag willen terugkeren. Er wordt voorgesteld om de huidige termijn van drie jaar die men mag zijn vertrokken om nog voorrang te hebben op nieuwe standplaatsen als spijtoptant te verlengen te laten vervallen zodat meer aan Amsterdam gebonden voormalige woonwagenbewoners hun status als spijtoptant behouden. Daarmee behouden spijtoptanten langer een hogere positie op de wachtlijst ten opzichte van woningzoekenden zonder binding met Amsterdam en/of zonder woonwagenverleden. Daarnaast wordt op nieuwe locaties speciaal een plek gereserveerd voor een spijtoptant. Om tot een betere verdeling te komen van rolstoelwoningen wordt voorgesteld om de toewijzingsvolgorde aan te passen wat betreft grotere rolstoelwoningen. Het voorstel is om gezinnen met één of twee kinderen voorrang te geven op rolstoelwoningen met drie kamers en op rolstoelwoningen met vier kamers voorrang te geven aan gezinnen met drie of meer kinderen. Momenteel krijgen grotere gezinnen voorrang op rolstoelwoningen met vijf kamers, maar omdat er daar erg weinig van zijn moet deze groep vaak lang wachten op een woning.

In afwijking van de in het voorstel opgenomen algemene inwerkingtreding op 1 januari 2022 wordt dit onderdeel per 1 juli 2022 voorgesteld in werking te treden in verband met aanpassingen die in WoningNet nodig zijn.

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 15 van 60

l. Invoering enkele vrijstellingen (woningvormen voor kamers, anti-kraak en landingsplekken internationale studenten). In Amsterdam wordt kamerverhuur gereguleerd met de omzettingsvergunning waarvoor quota zijn ingevoerd in 2020. Daarnaast bestaat er woningvormen, wat in de Huisvestingswet wordt gedefinieerd als het verbouwen van een woonruimte tot twee of meer woonruimten. In Amsterdam werd dit geïnterpreteerd als het verbouwen van een zelfstandige woning naar meerdere zelfstandige woningen. De Raad van State heeft in een recente uitspraak echter geoordeeld dat wanneer in een woning een extra kamer wordt gerealiseerd voor kamerverhuur ook sprake is van woningvormen. Dat betekent dat er overlap tussen beide bestaat. Een handeling is dan zowel kamerverhuur als woningvormen, waarvoor beide een vergunning aangevraagd zou moeten worden. Omdat woningvormen naar kamers nu niet in de Huisvestingsverordening is opgenomen, kan hiervoor echter geen vergunning worden verleend. Hierdoor is het op dit moment niet mogelijk een extra kamer te realiseren in een woning die wordt gebruikt voor kamerverhuur. Bijvoorbeeld door een grote zolder in tweeën te delen. Voorgesteld wordt een vrijstelling op te nemen voor het woningvormen van kamers bij kamerverhuur. De wijziging herstelt de situatie van voor de uitspraak van de Raad van State.

Het realiseren van een extra kamer bij kamerverhuur wordt weer mogelijk, terwijl er slechts één vergunning nodig is: een vergunning voor kamerverhuur. Kamerverhuur blijft daarnaast gereguleerd via het kamerverhuurbeleid, waarin voorwaarden zijn opgenomen over bijvoorbeeld het aantal kamers, aantal bewoners per kamer en de geluidsisolatie. Dit maakt het beleid niet nodeloos complex en beperkt de bureaucratische last voor de burger. De wijziging beoogt het beleid weer zo te maken zoals dat gold tot aan de uitspraak van de Raad van State, maar dan op een juridisch juiste manier. Daarnaast wordt voorgesteld een juridische verbetering aan te brengen ten aanzien van anti-kraak en landingsplekken voor internationale studenten van instellingen voor hoger onderwijs. Juridisch gezien is alleen sprake van wonen wanneer de hoofdfunctie wonen is en bewoners voornemens zijn minimaal zes maanden in de woning te wonen. Bij anti-kraaksituaties en de huisvesting van internationale studenten door hoger onderwijsinstellingen kan juridisch sprake van onttrekking omdat er korter wordt gewoond maar er worden in de praktijk geen onttrekkingsvergunningen voor aangevraagd. Hierdoor ontstaan formeel illegale situaties. Voor deze twee vormen van onttrekking wordt daarom voorgesteld een vrijstelling op de onttrekkingsvergunningplicht op te nemen in de verordening.

In het geval van anti-kraak moet het gaan om in gebruik geven om niet als bedoeld in artikel 1777 van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek en de landingsplekken voor internationale studenten moeten door instellingen voor hoger onderwijs worden verhuurd als landingsplek en voor kort verblijf. Met de invoering van de Wet toeristische verhuur is er de mogelijkheid om vrijstelling te verlenen op de vergunningplicht voor vormen van onttrekken. Het is daarom mogelijk voor deze situaties een vrijstelling op de vergunningplicht te geven. Dit betreft een beleidsneutrale juridische oplossing. *zie de bijgevoegde beleidstoelichting voor een uitgebreide toelichting op bovenstaande punten.

Vervolgproces Na verwerking van uw advies en de reacties uit de inspraakronde, worden definitieve voorstellen gedaan aan de gemeenteraad voor vaststelling. Inspraak vindt plaats tussen 31 mei tot en met 11 juli 2021. Besluitvorming voor definitieve vaststelling van de wijzigingen per 1 januari 2022 in het najaar. Aan het dagelijks bestuur van stadsdeel Nieuw West wordt gevraagd uiterlijk 9 juli 2021 advies uit te brengen over deze wijzigingsvoorstellen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2022.

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 16 van 60

Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies

We vinden het jammer dat er dit jaar nog geen wijzigingen met betrekking tot de regels rond kamerverhuur worden voorgesteld. In onze reactie op de voorgestelde wijzigingen in de Huisvestingsverordening 2022 willen we nogmaals benadrukken dat de leefbaarheid in ons stadsdeel door kamerverhuur en woningdelen zwaar onder druk staat. We worden wekelijks benaderd door bewoners met klachten over overlast van (met name) overbewoning in buurten met eengezinswoningen. We hebben daarvoor al eerder aandacht gevraagd bij de wethouder. Dit heeft echter niet geleid tot wijzigingen in de huisvestingsverordening. Het dagelijks bestuur is niet tevreden over de mogelijkheden die er op dit moment zijn om te kunnen handhaven en de leefbaarheid in het stadsdeel te kunnen verbeteren. Nieuw-West zou graag verregaande aanpassingen zien in het huidige beleid rond verkamering en wil op tijd betrokken worden bij het ontwikkelen van nieuw beleid. In deze reactie geven wij daarom ook meteen ons advies met betrekking tot nieuw beleid. Voor de volledigheid is bijgevoegde notitie ‘Woningdelen’ ( bijlage 1) toegevoegd, welke was geagendeerd in het BO van de stadsdelen met de wethouder Wonen van 22 januari 2021. Na ons advies over de door het college voorgestelde wijzigingen wordt dit advies toegelicht onder punt G.

Deze adviesaanvraag gaat eerst in op de voorgestelde wijzigingen van de huisvestingsverordening per 1 januari 2022. In het advies op de wijzigingen van 2021 waren wij positief over de registratieplicht van vakantieverhuur en waren we voorstander van het realiseren van wooncoöperaties in ons stadsdeel. Een deel van de huidige wijzigingen zijn juridische verbeteringen op deze eerdere voorstelen. Bij de onderdelen a, e, en f gaat het vooral over technische wijzingen die nodig zijn om de regeling beter uitvoerbaar te maken. Hieronder gaan we in op de voorgestelde verbeteringen waar we enkele adviezen op hebben; a. Verplichtingen platforms toeristische verhuur; In Nieuw- West is geen grote concentratie van toeristische verhuur, wel ziet het stadsdeel dat dit negatieve effecten kan hebben op de woongemeenschap of de sociale cohesie in een stad. Het stadsdeel staat positief tegenover de verscherpingen en extra instrumenten die hiervoor beschikbaar zijn. Extra handhaving op de regelgeving zal meer capaciteit kosten, het gaat hier echter vooral om acties gericht op de advertenties en de platforms. b. Regeling voor beheercoöperaties (‘woongemeenschappen’); Deze vorm van wonen met zelfbeheer kan als een goede aanvulling gezien worden op wat hierin al kon voor de particuliere sector, vooral als het gaat om extra mogelijkheden voor geclusterde woningen voor ouderen of kwetsbaren.

De officiële naam ‘beheercoöperatie’ betekent niet altijd dat de bewoners beheertaken uitvoeren, het gaat bij ouderen en mensen met zorgbehoefte vooral over coöptatierecht zodat bewoners bij en naast elkaar kunnen blijven wonen in een zelfstandige woning. Dat gebeurt nu al succesvol op verschillende plekken in het stadsdeel zoals bij Plein 40-45 waar een woongroep voor ouderen en een woongroep aan de Osdorper Ban (Ymere). Net als woongroepen kunnen beheercoöperaties (woongemeenschappen) leiden tot exclusiviteit en selectiviteit door het coöptatierecht, het is niet gewenst dat er in corporatiewoningen een bepaalde mate van uitsluitsel ontstaat. Een ander aandachtspunt bij deze regeling is dat niet iedereen in staat is om zich goed te organiseren voor deze woonvorm. Corporaties dienen zelf de woongemeenschappen Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 17 van 60

aan te melden voor de regeling zodat deze in een bijlage bij de verordening opgenomen kunnen worden. Dit zorg voor meer transparantie. Belangrijk advies hierbij is om bij te houden of de aangemelde complexen succesvol zijn in deze vorm. c. Voorrang voor bewoners uit het gebied op bepaalde nieuwbouw/transformatiecomplexen; In Nieuw-West wordt veel gebouwd waardoor de stadsdeelbewoners meer kans hebben op een woning in de nieuwbouw dan de bewoners van andere stadsdelen. De stadsdeelvoorrang bij een nieuwbouw oftransformatiecomplex kan ervoor zorgen dat juist de bij hun buurt en stadsdeel betrokken bewoners blijven. Banden met buurtbewoners of het lidmaatschap bij een sportclub of een vereniging blijven zo gemakkelijker in tact. De stadsdeelvoorrang geldt voor marktwoningen, ook hier wil je starters een kans geven. Starters die nog niet 6 jaar aaneengesloten in het stadsdeel hebben gewoond hebben geen recht op deze voorrang. Voor Nieuw-West zijn nog geen complexen aangemeld of onderzocht voor de stadsdeelvoorrang. Het advies is hierbij vooral in te zetten op de complexen die voor de stadsdeel inwoners interessant zijn, zoals bijvoorbeeld de meer betaalbare complexen of de complexen voor ouderen. d. Politie toevoegen aan de voorrangsregeling voor beroepsgroepen; Vanuit de gebieden is vraag naar de regeling voor nieuwbouwcomplexen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10691048/1