CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

6. 20220607 nota zienswijze BP MKVB anoniem inclusief bijlagen klein

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 30 juni 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022 Nr. VN2022-01704439.236 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

24

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie concept Mei 2022

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022 en Besluit hogere waarden

benedenwoningen en onder een hoek van 45 graden terug moeten liggen ten opzichte van de oorspronkelijke achtergevel. Als gevolg hiervan kan reclamant als gezin met twee opgroeiende kinderen op de 4e etage in verband met een setback onder de bestaande bouwhoogte straks maar 1.26 m2 uitbouwen wat maximaal 6m2 uitbouw zou geven in plaats van de door reclamant aangevraagde uitbouw van 21m2. In de nota wordt dit onderbouwd met de stelling dat de "doelstelling" van deze aanpak is het vinden van een goede balans tussen enerzijds het vergroten van leef-en woonoppervlakte en het waarborgen van de kwaliteit in de stad en anderzijds het bestrijden van negatieve gevolgen van "bouwdynamiek", bouwinitiatieven die de "ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid aantasten". De binnentuinen zouden "meer versteend" raken en daarmee zou het "woongenot" van de benedenwoningen worden "aangetast". De "bezonningssituatie" en de vanuit de binnentuinen "waarneembare bouwmassa" zou worden "verslechtert". Uitgangspunt zou zijn het "behoud" van het "open en groene karakter" van de binnentuinen terwijl de binnentuinen steeds meer worden bebouwd met schuren en uitbouwen en worden betegeld. De "ambitie" zou zijn om een balans te vinden tussen "investeren" en het "beschermen" te vinden, want anders zouden de bewoners van de onderverdieping "onevenredig" in hun "belangen" worden geschaad.

Hiervan is volgens reclamant op alle punten geen sprake van dan wel is dit niet een belang van de benedenwoningen dat in rechte zou moeten worden gerespecteerd. De benedenwoningen hebben grote tuinen en de bewoners mochten tot nog toe hun woningen tot maar liefst 4 meter uitbouwen hetgeen ook vaak heeft plaatsgevonden. Door die uitbouw hebben zij en zullen zij zelf in de toekomst, hun zicht op de "bouwmassa" vergroot/dichterbij gebracht hebben, aldus de reclamant. Dat moet voor hun eigen rekening komen en blijven vindt reclamant. Hiermee wordt volgens reclamant in het plan geen rekening gehouden. Er is dan ook geen sprake van de in de nota genoemde "balans" danwel een "evenwicht", maar er is sprake van een grote onbalans tussen de in de nota gestelde "belangen" van de benedenwoningen en de helemaal niet in de nota meegewogen belangen van de bovenwoningen. Reclamant is van mening dat de belangen van de bovenwoningen onevenredig/onrechtmatig zwaar worden belast ten gunste van "het woongenot" van de benedenwoningen. De benedenwoningen mogen uitbouwen en een schuurtje plaatsen in hun tuin en een onderkeldering (een hele etage) aanbrengen waarvoor als argument wordt gebruikt dat anders gezinnen met kinderen de stad uit zouden gaan en de stad nu juist graag gezinnen met kinderen in de stad wil houden.

Hier loopt deze redenering volgens reclamant al mank omdat namelijk ook op de bovenwoningen gezinnen met kinderen wonen die zonder een uitbreiding van hun woonruimte dan maar wel de stad uit zouden moeten gaan. Met andere woorden: dit argument moet volgens reclamant gelden voor alle woningen, zowel de benedenwoningen als ook voor de bovenwoningen. De bovenwoningen moeten rekening houden met de "kwaliteit", de "leefbaarheid", het "woongenot" van de benedenwoningen en mogen nauwelijks woongenot toevoegen aan hun

25

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie concept Mei 2022

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022 en Besluit hogere waarden

woning door de in het ontwerp bestemmingsplan nieuw genoemde 45 graden regel en zelfs voor het aanleggen van een dakterras moet er rekening gehouden worden met "het woongenot" van de benedenwoningen. Reclamant geeft aan dat het dakterras voor een bovenwoning inmiddels niet groter mag zijn dan 30% van het (totaal beschikbare) platte dakoppervlak en een opbouw in de vorm van een klein toegangshuisje met pantry inmiddels ook niet meer mag. De door de gemeente voorgestelde 45 graden regel voor bebouwing onder de bestaande bouwhoogte is volgens reclamant jegens de bewoners van de bovenwoningen onrechtmatig en disproportioneel in het belang van benedenwoningen. De benedenwoningen hebben volgens reclamant ruimschoots zicht op lucht en hebben ruim voldoende zonlicht en daar waar zij zelf door een uitbreiding van hun woning dit hebben verminderd moet dit voor hun rekening komen en niet voor rekening van de bovenwoningen. Volgens reclamant spreekt de nota ten onrechte over een "groene tuin". Voor zover daar onder zou moeten worden verstaan dat de benedenwoningen het recht verkrijgen op het reeds bestaande zicht op lucht en zonlicht, zoals nu wordt gesteld, dan is dat jegens de bovenwoningen onrechtmatig, aldus reclamant. Reclamant woont in een stad en daar heb je per definitie ‘bouwmassa’, aldus reclamant.

Reclamant geeft aan dat er een groot gebrek aan woonruimte in Nederland is en ook en vooral in Amsterdam. Voor alle bewoners in het blok waar reclamant het over heeft (Johannes Verhulststraat/Valeriusstraat/Jan van Mierisstraat etc) is er op korte loopafstand een prachtig park, het Vondelpark, waar volop kan worden genoten van nog meer luchtkwaliteit en zonlicht. Waarom hier aan de benedenbewoners een hoogst uitzonderlijk recht op behoud van de bestaande luchtkwaliteit en zonkwaliteit dan wel hun "woongenot" wordt gegeven is volgens reclamant buiten alle proporties en jegens de bovenwoningen onrechtmatig nu zij onevenredig/onrechtmatig in hun rechten tot uitbouw van hun woning en het aanbrengen van een uitbouw onder de bestaande bouwhoogte worden geschaad. Reclamant vindt dat bij het maken van een ontwerpbestemmingsplan het uitsluitend moet gaan om regels die noodzakelijk zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Volgens reclamant voldoet het ontwerpbestemmingsplan hier niet aan. Het voorstel zoals dat er nu ligt is volgens reclamant op het punt van het kunnen uitbouwen onder de bestaande bouwhoogte niet redelijk. De belangenafweging tussen de belangen van de benedenwoningen en die van de bovenwoningen zijn volgens reclamant op dit punt niet in verhouding.

Reclamant verwijst naar paragraaf 3.2 van de nota van uitgangspunten waar gesproken wordt over een extra bouwlaag die, bij een hoek van tenminste 45 graden, moet terugliggen. Volgens reclamant betekent dit dat de bovenwoningen die op dit moment nog geen uitbouw hebben gerealiseerd onder de bestaande bouwhoogte op de bestaande dakterrassen op de 4de etages (of bovenste etages) straks geen circa 21m2 kunnen toevoegen aan de bovenwoningen, maar slechts 6m2. 6m2 uitbouwen heeft geen enkele zin afgezet tegen de kosten. Dat betekent in de praktijk dat het voor bovenwoningen onhaalbaar wordt, aldus reclamant.

26

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie concept Mei 2022

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022 en Besluit hogere waarden

Een uitbouw onder de bestaande bouwhoogte tot aan de bestaande achter gevel van een bestaand pand heeft volgens reclamant amper tot geen effect op de bezonning in de binnentuinen en toch wordt in het nieuwe ontwerp bestemmingsplan in paragraaf 3.2. opnieuw de benedenwoning "beschermd" ten koste van een groot belang van de bovenwoningen. Reclamant vraagt zich af waarom de 45 graden nu ook van toepassing wordt verklaard voor uitbouwen onder de bestaande bouwhoogte. Volgens reclamant gaat dit veel te ver. Paragraaf 3.2. in de uitgangspunten is juist opgesteld om meer paal en perk te stellen aan bouwen boven de bestaande bouwhoogte, aldus reclamant. Het is volgens reclamant zaak dat uitgangspunten voor een nieuw ontwerp bestemmingsplan de belangen van alle bewoners behartigd en ook dat belangen van buren, boven en beneden, tegen elkaar worden afgewogen en dat in balans brengt. Reclamant ziet de balans in de belangenafweging tussen bewoners van bovenwoningen en benedenwoningen de afgelopen jaren helaas steeds meer ten gunste komen van benedenwoningen en de mogelijkheden van bovenwoningen worden helaas steeds verder ingeperkt (30% dakterras, geen tramhuisjes meer etc). Reclamant maakt dan ook bezwaar tegen paragraaf 3.2 uit de uitgangspunten en in het bijzonder tegen de maatregel dat de 45 graden eis ook gaat gelden voor setbacks onder de bestaande bouwhoogte.

De oorspronkelijke doelstelling van deze paragraaf is volgens reclamant het beperken van bouwen boven de bestaande bouwhoogte inclusief de 45 graden eis en daar zou het wat reclamant betreft ook bij moeten blijven. Volgens reclamant is het disproportioneel om een 45 graden eis ook te laten gelden voor bebouwing onder de bestaande bouwhoogte ten gunste van een gesuggereerd effect op de bezonning in de tuin. Wij hebben ook geen onafhankelijk onderzoek gezien waaruit blijkt dat uitbouwen van setbacks onder de bestaande bouwhoogte een grote invloed heeft op de bezonning in de tuinen. Zoveel invloed heeft een uitbouw onder de bestaande bouwhoogte volgens reclamant niet op de bezonning in de tuinen dat daarmee het recht van de bovenwoningen om woonruimte toe te voegen dan wel hele woningen toe te voegen aan een pand verder moet worden beperkt. Reclamant vraagt de raad dit deel van het ontwerp bestemmingsplan in heroverweging te nemen en uit het ontwerp bestemmingsplan te schrappen. Reactie gemeente Reclamant stelt terecht dat een uitbouw of opbouw van een bovenwoning boven de bestaande bebouwing en onder de bestaande bebouwing met de vaststelling van het bestemmingsplan niet meer zichtbaar mag zijn vanuit de binnentuinen van de benedenwoningen en onder een hoek van 45 graden terug moeten liggen ten opzichte van de oorspronkelijke achtergevel.

Zoals reclamant ook stelt zijn deze regels opgenomen in de Nota van Uitgangspunten en de toelichting van het bestemmingsplan. Er is geen reden om op dit punt van de Nota van Uitgangspunten af te wijken. De gemeente kent veel waarde toe aan het behoud van de cultuurhistorische waarden in het plangebied en het woon- en leefklimaat. Aanpassing bestemmingsplan Nee, tegen het besluit op een omgevingsvergunning kan in het kader van deze bestemmingsplanprocedure geen bezwaar worden gemaakt.

27

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie concept Mei 2022

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022 en Besluit hogere waarden

2.12 Reclamant 12 Samenvatting Verschil gebruik vigerend- en ontwerpbestemmingsplan Reclamant is eigenaresse van het onroerend goed aan de Jan Luykenstraat 22-H (hierna: JL 22-H). Op grond van het vigerende bestemmingsplan 'Museumkwartier Valeriusbuurt' d.d. 25 mei 2011 is aan de locatie JL 22-H de bestemming 'Gemengd — 1' toegekend met de functieaanduiding 'specifieke vorm van horeca — hotel'. Dit betekent dat het onroerend goed mag worden gebruikt als hotel. Het begrip 'hotel" is als volgt gedefinieerd: "Een bedrijf dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf [...]". Reclamant geeft aan dat bij besluit van 5 oktober 2021 het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning heeft verleend voor het realiseren van een hotel op de locatie JL 22-H. Dit betreft een omgevingsvergunning voor (i) bouwen en (ii) het wijzigen van een gemeentelijk monument. Van belang is volgens reclamant voorts dat - gelet op artikel 5.4.1 aanhef en onder a van het vigerende plan - de functie wonen op de locatie JL 22-H thans niet is toegestaan. In het nieuwe (ontwerp)bestemmingsplan is aan de locatie JL 22-H de bestemming "Horeca" toegekend, hetgeen betekent dat de locatie JL 22-H in beginsel voor een hotel mag worden gebruikt. Echter, aan de locatie JL 22-H is tevens de specifieke functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen — 2' toegekend.

Gelet op artikel 16.3.4 van het ontwerpbestemmingsplan betekent dit volgens reclamant dat "ter plaatse van hotels waarin ook woningen aanwezig zijn" [.. ] "de woonfunctie in de eerste drie bouwlagen gehandhaafd moet blijven". In eerste instantie merkt reclamant op dat over de nieuwe bestemming op dat deze onduidelijk is, omdat artikel 16.3.4 in het midden laat of de locaties waar de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen — 2' van toepassing zijn een woonfunctie hebben en dus niet als hotel gebruikt mogen worden. Het toekennen van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen — 2' kan volgens reclamant enkel op een misverstand berusten. Immers: (i) op de locatie JL 22-H wordt niet gewoond, (ii) op deze locatie is wonen op grond van het vigerende bestemmingsplan verboden en (iii) voor deze locatie is bij besluit van 5 oktober 2021 vergunning verleend voor het inbouwen van een hotel. Door het toekennen van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen — 2' wordt het hotelgebruik in feite onmogelijk gemaakt. Dit is niet in lijn met vaste jurisprudentie van de Raad van State over het positief bestemmen van legaal bestaand gebruik (reclamant verwijst naar een recent voorbeeld van de ABRvS 27 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:172). Reclamant merkt voorts op dat om een gebruikelijke reden nog geen gebruik is gemaakt van de op 5 oktober 2021 verleende omgevingsvergunning.

De vergunning is vanwege een lopende bezwaarprocedure namelijk nog niet onherroepelijk. Dit neemt niet weg dat het gebruik conform de verleende omgevingsvergunning positief bestemd had moeten worden.

28

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie concept Mei 2022

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022 en Besluit hogere waarden

Bestemming souterrain Panden met de bestemming 'Horeca' en de specifieke functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen —2' mogen worden gebruikt voor woningen in de eerste drie bouwlagen. Gelet op de definitiebepalingen in het bestemmingsplan, is het souterrain van de locatie JL 22-H geen 'bouwlaag'. Bij de huidige redactie van het plan is er daardoor voor het souterrain geen bestemming. Indien en voor zover reclamant de locatie in de toekomst voor bewoning zou willen gaan gebruiken, meent reclamant dat het souterrain ook voor bewoning gebruikt zou moeten kunnen worden. Het begrip "woning" is namelijk als volgt gedefinieerd: "een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van een afzonderlijk huishouden". Reclamant verzoekt de gemeente om het bestemmingsplan hierop aan te passen. Schade bij ongewijzigde vaststelling Reclamant geeft aan dat gelet op artikel 16.3.4 van het ontwerpbestemmingsplan bij ongewijzigde vaststelling dat hij aanzienlijke schade zal lijden omdat door het toekennen van de specifieke functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen — 2' in feite de mogelijkheid tot het gebruik van de locatie JL 22-H wordt wegbestemd. Reclamant verzoekt de gemeente om, gelet op het voorgaande, de specifieke gebruiksregel uit artikel 16.3.4 van het bestemmingsplan te schrappen voor de locatie JL 22-H.

Tevens verzoekt reclamant de gemeente om artikel 16.1 sub f als volgt te redigeren: "woningen in het souterrain, de eerste, tweede en derde bouwlaag, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - 2"'. Reactie Alhoewel reclamant in 2021 een vergunning heeft gekregen (welke nog niet onherroepelijk is) voor het uitbreiden van het ter plaatse aanwezige hotel, is het op voorhand evident dat een woningonttrekkingsvergunning niet zal worden verleend. Dit in verband met de schaarste in alle categorieën van de woningvoorraad. In de Huisvestigingsverordening van Amsterdam is vastgelegd dat in principe geen vergunning wordt verleend voor het geheel of gedeeltelijk onttrekken van woonruimte ten behoeve van een niet-woonfunctie. Slecht in uitzonderlijke gevallen kan een woning worden onttrokken ten behoeve van een maatschappelijke functie of ten behoeve van een functie die versterking biedt aan de economische structuur van de buurt. Hiervan is in dit geval gevel geen sprake. Een woonfunctie in het souterrain is toegelaten. Aanpassing bestemmingsplan Nee (wel is naar aanleiding van een andere zienswijze de tekst in artikel 16 verduidelijkt ten aanzien van souterrain).

29

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie concept Mei 2022

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022 en Besluit hogere waarden

2.13 Reclamant 13 Samenvatting 1. De zienswijze betreft de Cornelis Schuytstraat 72 en J.J. Viottastraat 31 a. Reclamant dient zienswijze in ten aanzien van de Cornelis Schuytstraat 72 en J.J. Viottastraat 31. Op beide percelen staat een aan elkaar geschakeld gebouw. In het ontwerpbestemmingsplan heeft dit bestaande gebouw op beide percelen de bestemming "Kantoor-3" terwijl de rest van de percelen de bestemming "Tuin-1" met deels de dubbelbestemming "Waarde-Landschap 1" hebben. Reclamant vraagt zich allereerst af of het volledige bestaande pand op beide percelen wel binnen de "Kantoor-3" bestemming valt. Reclamant verzoekt de gemeente om dit na te gaan en zo nodig de bestemmingsgrenzen op de verbeelding aan te passen. b. Achterop het perceel aan de Cornelis Schuytstraat 72 staat een gebouw dat wordt gebruikt als parkeergarage en opslag- en archiefruimte ten behoeve van het kantoor in het hoofdgebouw. Op grond van het huidige bestemmingsplan is dit gebruik toegelaten. Dit gebouw is in het huidige bestemmingsplan namelijk bestemd als "Gemengd-1" met de functieaanduidingen "kantoor" en "parkeerterrein". In het ontwerpplan heeft dit gebouw de bestemming "Tuin-1" met bouwvlak en met functieaanduiding "parkeergarage" gekregen, evenals de dubbelbestemming "Waarde-Landschap 1".

Daarmee lijkt dit bestaande gebouw en het daarin uitgeoefende bestaande medegebruik ten dienste van kantoor niet positief bestemd. Reclamant verzoekt de gemeente daarom om aan dit gebouw de bestemming "Kantoor-3" toe te kennen, met behoud van de functieaanduiding "parkeergarage" en bijbehorende regeling. 2. Zienswijze ten aanzien van de Cornelis Schuytstraat 74 a. Ook wat betreft het hoofdgebouw op dit perceel lijkt in het ontwerpbestemmingsplan de bestaande bebouwing niet volledig binnen de bestemming "Kantoor-3" te vallen, maar deels te zijn bestemd als "Tuin-1" en deels zelfs met de dubbelbestemming "WaardeLandschap 1". Daarbij gaat het in elk geval om de uitbouw op de begane grond, die volgens reclamant zichtbaar is op een meegestuurde foto. Reclamant verzoekt de gemeente daarom dit te corrigeren door de volledige bebouwing binnen de bestemming "Kantoor-3" te brengen. b. Achter op het kadastrale perceel van Cornelis Schuytstraat 74, aangeduid met nr. 490, wordt geparkeerd door de kantoorgebruikers van het hoofdgebouw. Deze parkeergelegenheid is essentieel om dit perceel als kantoor te kunnen gebruiken. Op grond van het huidige bestemmingsplan is dit parkeren toegestaan, nu aan dit gedeelte van het kadastrale perceel op de verbeelding (zie uitsnede hieronder) de functieaanduiding "parkeerterrein" is gegeven.

In het ontwerpbestemmingsplan ontbreekt hier deze functieaanduiding echter, zodat het bestaande legale gebruik voor parkeren is wegbestemd. Reclamant verzoekt daarom de gemeente om op de verbeelding bij het vast te stellen bestemmingsplan alsnog ook op dit gedeelte van het kadastrale perceel de functieaanduiding "parkeerterrein" op te nemen. 3. Zienswijze ten aanzien van Van Baerlestraat 6

30

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie concept Mei 2022

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022 en Besluit hogere waarden

a. Het perceel van Reclamant aan de Van Baerlestraat 6 is volledig bebouwd. Op de verbeelding is echter een deel van de bestaande bebouwing niet bestemd als "Gemengd2", maar als "Tuin-1" en deels zelfs de dubbelbestemming "Waarde-Landschap 1". Reclamant verzoekt de gemeente om dit te corrigeren door de gehele bestaande bebouwing binnen de bestemming "Gemengd-2" te brengen. 4. Zienswijze ten aanzien van Van Baerlestraat 15 a. Aan de Van Baerlestraat 15 is op de begane grond en op de eerste verdieping (en souterrain/kelder) juwelier Steinberg gevestigd. In het huidige bestemmingsplan heeft dit perceel de bestemming "Gemengd-7" met functieaanduiding "specifieke vorm van gemengd-alle bouwlagen", waarmee dit gebruik is toegelaten. Met de in het ontwerpbestemmingsplan toegekende bestemming "Gemengd-2" is het gebruik van de tweede bouwlaag ten behoeve van detailhandel echter niet positief bestemd. Reclamant verzoek de gemeente om dit in het vast te stellen bestemminsplan dit te herstellen. 5. Zienswijze ten aanzien van Concertgebouwplein 20 a. Reclamant constateert dat het gedeelte van het perceel aan de achterzijde van het bestaande kantoorgebouw in het huidige bestemminsplan grotendeels valt binnen het bouwvlak, zodat hier ook bebouwing is toegestaan (zie afbeelding hieronder links). Bebouwing is hier ook gerealiseerd in de vorm van een noodtrappenhuis en installaties (een trafo).

In het ontwerpbestemmingsplan is aan deze achterzijde de bestemming "Tuin-1" met dubbelbestemming "Waarde-Landschap 2" gegeven (zie afbeelding hieronder rechts).

b. De aanwezige bebouwing op dit gedeelte van het perceel is daarmee niet positief bestemd. Reclamant verzoekt de gemeente om dit aan te passen. 6. Zienswijze ten aanzien van Museumplein 5 a. Reclamant constateert dat het kantoorgebouw aan het Museumplein 5 de bestemming "Kantoor-1" heeft gekregen. Daarbij zijn op de verbeelding ter plaatse van het gebouw drie verschillende aanduidingen van de maximum bouwhoogte toegekend (3m, 15,5m en 18m). Het is voor Kroonenberg niet duidelijk of daarbij rekening is gehouden met de bestaande dakterrassen op het kantoorgebouw (zowel op het lagere als het hogere deel van het gebouw). b. Reclamant verzoekt de gemeente om te bevestigen dat de bestaande dakterrassen op grond van het ontwerpplan zijn toegestaan. Zo niet, verzoekt reclamant de gemeente om het bestemmingsplan op dit punt gewijzigd vast te stellen. 7.

Zienswijze ten aanzien van Paulus Potterstraat 10

31

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie concept Mei 2022

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022 en Besluit hogere waarden

a. Het perceel Paulus Potterstraat 10 is in het ontwerpbestemmingsplan volledig bestemd als "Kantoor-2". Daarmee is dit perceel uitsluitend toegestaan voor kantoren, maatschappelijke dienstverlening en (in de tweede bouwlaag en hoger) woningen. In het huidige bestemmingsplan heeft dit perceel daarentegen een gemengde bestemming ("Gemengd-2"), waarmee hier in elk geval in de eerste bouwlaag, het souterrain en/of kelder veel meer functies toegelaten zijn, zoals ook detailhandel en consumentverzorgende dienstverlening. b. Reclamant hecht eraan om deze gemengde bestemming voor dit perceel te behouden. Het pand aan de Paulus Potterstraat is bij uitstek geschikt voor andere functies op de begane grond dan alleen kantoor. Zeker een detailhandelsfunctie is hier passend en sluit ook goed aan bij het gebruik van andere panden in deze straat. Bij een toekomstig vertrek van de huidige kantoorhuurder is de kans groot dat voor de begane grond geen nieuwe kantoorgebruiker kan worden gevonden, terwijI er wel interesse zal bestaan vanuit bijvoorbeeld - de winkelmarkt. c. Reclamant verzoekt de gemeente om de verschillende functies die op grond van het huidige bestemmingsplan hier zijn toegestaan, ook in het vast te stellen nieuwe bestemmingsplan ter plaatse mogelijk te maken. 8. Zienswijze ten aanzien van Honthorststraat 16-18 a.

Reclamant is eigenaar van de ruimte op de begane grond, eerste verdieping en het souterrain/kelder aan de Honthorststraat 16-18. Het grootste gedeelte van het bestaande gebouw op het perceel is bestemd als "Gemengd-8". Daarmee is hier uitsluitend toegestaan kantoren, maatschappelijke dienstverlening en (in de tweede bouwlaag en hoger) woningen. In het huidige bestemmingsplan heeft dit perceel de bestemming "Gemengd-1" met functieaanduiding "kantoor", waarmee hier veel meer functies zijn toegelaten, waaronder ook detailhandel in de eerste bouwlaag en het souterrain/kelder. b. Net als voor het hierboven besproken naastgelegen pand aan de Paulus Potterstraat 10, hecht reclamant er ook bij de Honthorststraat 16-18 aan om vast te houden aan de huidige bredere bestemming. Daarbij komt dat reclamant inmiddels een huurovereenkomst heeft gesloten met een nieuwe huurder die de eerste bouwlaag en het souterrain zal gebruiken voor detailhandel en de tweede bouwlaag voor kantoor. Op grond van het huidige bestemmingsplan is dit nieuwe gebruik zonder meer toegestaan. c.

Reclamant verzoekt de gemeente om de verschillende functies die op grond van het huidige bestemmingsplan hier zijn toegestaan, ook in het vast te stellen nieuwe bestemmingsplan ter plaatse mogelijk te maken, waarbij in elk geval het gebruik als detailhandel van de begane grond en ondergelegen souterrain/kelder toegestaan blijft. d. Reclamant constateert verder dat een deel van het bestaande gebouw ten onrechte is bestemd als "Tuin-1" met de dubbelbestemming "Waarde-Landschap" in plaats van "Gemengd-1". e. Reclamant verzoekt de gemeente om dit te herstellen door bij planvaststelling de volledige bestaande bebouwing binnen de bestemming "Gemengd-1" te brengen. 9. Zienswijze ten aanzien van Stadhouderskade 31 a. In het pand aan de Stadhouderskade 31 wordt door een huurder van Kroonenberg een restaurant geëxploiteerd op de begane grond en eerste verdieping, terwijl deze huurder

32

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie concept Mei 2022

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022 en Besluit hogere waarden

ook het souterrain/kelder en de 2e verdieping in gebruik heeft. Op grond van het huidige bestemmingsplan is horeca 4 op alle bouwlagen toegestaan.9 b. In het ontwerpplan heeft het pand op het perceel de bestemming "Horeca" gekregen met de functieaanduiding "horeca van categorie 4". Daarmee wordt hier horeca 4 uitsluitend toegelaten in de eerste bouwlaag en het souterrain/kelder. Het bestaande legale gebruik van de eerste en tweede verdieping wordt daarmee ten onrechte wegbestemd. Reclamant verzoekt het ontwerpbestemmingsplan zodanig aan te passen dat het gebruik als horeca 4 op alle bouwlagen is toegelaten. c. Een klein gedeelte van het perceel aan de achterzijde heeft de enkelbestemming "Tuin-1" met dubbelbestemming "Waarde-Landschap 1" gekregen. Reclamant gaat ervan uit dat ter plaatse ook bebouwing aanwezig is, zodat deze tuin-bestemming niet passend is. Reclamant verzoekt de gemeente om de volledige bebouwing op het perceel binnen de bestemming "Horeca" te brengen. 10. Dubbelbestemming ‘Waarde-Landschap 1’ en ‘Waarde-Landschap 2’ a. Reclamant constateert dat bij de meeste van de hierboven genoemde adressen, een deel van de percelen de bestemming "tuin-1" heeft gekregen, met de dubbelbestemming "Waarde-Landschap 1" of "Waarde-Landschap 2". Hieronder is dit per perceel aangegeven: "Tuin-1" met dubbelbestemming "Waarde-Landschap 1":  J.J.

Viottastraat 31  Cornelis Schuytstraat 72  Cornelis Schuytstraat 74  Van Baerlestraat 6  Museumplein 5  Stadhouderskade 31 "Tuin-1" met dubbelbestemming "Waarde-Landschap 2":  Concertgebouwplein 20  Honthorststraat 16-18 b. Uit het ontwerpplan blijkt dat gronden met een van deze twee dubbelbestemmingen niet als erf mogen worden beschouwd, zodat uw gemeente hier vergunningvrij bouwen onmogelijk wil maken. Ook zijn er beperkingen opgelegd aan het verharden van gronden met deze dubbelbestemming. c. Het is inmiddels vaste rechtspraak van de Afdeling dat een dergelijke planregeling waarmee bepalingen die vergunningvrij bouwen mogelijk maken, buiten werking worden gesteld, in zijn algemeenheid, dus zonder acht te slaan op de locatiespecifieke omstandigheden, niet aanvaardbaar zijn. Daarmee zou immers de uitdrukkelijk door de Amvb-regelgever in het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor) gemaakte keuze om vergunningvrij bouwen mogelijk te maken op onaanvaardbare wijze worden doorkruist. Volgens de Afdeling moet deugdelijk worden gemotiveerd dat een dergelijke planregeling gelet op de locatie-specifieke omstandigheden uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk is. d. In de plantoelichting ontbreekt deze vereiste motivering nagenoeg volledig.

Alleen onder de kopjes 'regeling erfzone toelicht' en 'regeling groene binnentuin toegelicht' in paragraaf 8.2.2 en bij de artikelsgewijze toelichting bij artikel 37 en 38 (in paragraaf 8.2.3)

33

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie concept Mei 2022

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022 en Besluit hogere waarden

wordt heel summier en in het algemeen ingegaan op de redenen om de dubbelbestemmingen "Waarde-Landschap 1" toe te kennen. Gelet op de rechtspraak van de Afdeling, die een motivering vereist die is toegespitst op (eenheden van) percelen,13 volstaat deze motivering niet. e. Daarbij komt dat de enige reden die in de zeer beperkte artikelsgewijze toelichting bij artikel 37 is genoemd om de dubbelbestemming "Waarde-Landschap 1" toe te kennen, bij vier van de adressen van reclamant zich niet eens voordoet. Volgens de toelichting is deze dubbelbestemming namelijk bedoeld "om het groene karakter van de binnentuinen in de gesloten bouwblokken te beschermen". Bij de J.J. Viottastraat 31, Cornelis Schuytstraat 72, Cornelis Schuytstraat 74 en het Museumplein 5 is van een gesloten bouwblok echter helemaal geen sprake. De dubbelbestemming is hier dus in elk geval niet passend. f. In de artikelsgewijze toelichting bij artikel 38 staat dat de dubbelbestemming "WaardeLandschap 2" is toegekend aan hoektuinen. Noch het perceel aan de Honthorststraat 1618, noch het perceel aan Concertgebouwplein 20 beschikt echter over een hoektuin, zodat deze dubbelbestemming ook al hierom ten onrechte is toegekend aan deze percelen. g. Reclamant verzoekt de gemeente om gelet op het vorenstaande de dubbelbestemming "Waarde-Landschap 1" of "Waarde-Landschap 2" te verwijderen van haar percelen. Reactie 1.

Cornelis Schuytstraat 72 en J.J. Viottastraat 31 a. Uit de kadastrale gegevens van de gemeente Amsterdam valt op te maken dat op beide percelen het gehele pand binnen de bestemming Kantoor – 3 valt. Er is dus geen noodzaak om de bestemmingsgrenzen op de verbeelding aan te passen. b. Aan de zienswijze kan tegemoet worden gekomen. De garage heeft in het huidige bestemmingsplan de functieaanduiding kantoor. Hierdoor is gebruik van de garage als kantoorruimte toegelaten. Dit gebruiksrecht wordt in het ontwerpbestemmingsplan ten onrechte wegbestemd. De garage krijgt daarom de functieaanduiding ‘kantoor’. Een bestemming Kantoor-3 kan niet worden toegekend, omdat er dan ook in de garage zou kunnen worden gewoond. 2. Cornelis Schuytstraat 74 a. Uit de kadastrale gegevens van de gemeente Amsterdam valt op te maken dat het hoofdgebouw binnen de bestemming Kantoor – 3 valt. De aanbouw is een bijbehorend bouwwerk. Bijbehorende bouwwerken worden niet in het bestemmingsvlak opgenomen (voor de adressen onder 1 geldt dat de bijbehorende bouwwerken in het huidige plan in het bestemmingsvlak waren opgenomen. Deze bouwrechten worden in het nieuwe bestemmingsplan gehandhaafd). Er is dus geen noodzaak om de bestemmingsgrenzen op de verbeelding aan te passen. b. Aan de zienswijze kan tegemoet worden gekomen. Het gehele achtererf van het perceel is in gebruik als parkeerterrein.

In het huidige bestemmingsplan is dit gebruik positief bestemd. In het ontwerpbestemmingsplan heeft alleen het achterste deel van het perceel de functieaanduiding ‘parkeerterrein’ gekregen. Daarmee wordt een deel van het bestaande legaal aanwezige parkeerterrein ten onrechte wegbestemd. Het gehele bestaande, legaal aanwezige parkeerterrein dient daarom de functieaanduiding ‘parkeerterrein’ te krijgen.

34

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie concept Mei 2022

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022 en Besluit hogere waarden

3. Van Baerlestraat 6 Aan de zienswijze kan tegemoet worden gekomen. Bestaande bijbehorende bouwwerken worden in beginsel niet op de verbeelding aangeduid. Er wordt echter een uitzondering gemaakt wanneer het bebouwd grondoppervlak van het bijbehorende bouwwerk even groot of groter is dan het bebouwd grondoppervlak van het hoofdgebouw. In dat geval wordt het bijbehorende bouwwerk wel op de verbeelding opgenomen. Ter plaatse van het perceel Van Baerlestraat 6 is het bebouwd grondoppervlak van het bijbehorende bouwwerk bij benadering even groot als het bebouwd grondoppervlak van het hoofdgebouw. Om die reden krijgt het bijbehorende bouwwerk de bestemming Gemengd – 2. 4. Van Baerlestraat 15 Aan de zienswijze kan tegemoet worden gekomen. De juwelierswinkel bevindt zich op de begane grond en de tweede bouwlaag. De detailhandelsfunctie op de tweede bouwlaag is per abuis wegbestemd. De bestemming wordt daarom gewijzigd van Gemengd-2 naar Gemengd-1. Binnen de Gemengd-1 bestemming is detailhandel toegestaan in de kelder, het souterrain, de eerste bouwlaag en de tweede bouwlaag. 5. Concertgebouwplein 20 Het noodtrappenhuis en de trafo zijn ondergeschikte bouwdelen. Deze worden conform de systematiek van bestemmen niet op de verbeelding weergegeven. 6. Museumplein 5 Ondergeschikte bouwdelen, zoals dakterrassen, worden niet meegenomen bij het bepalen van de maximaal toegestane bouwhoogte.

Indien dat wel zou worden gedaan, dan zou namelijk de mogelijkheid ontstaan om het pand op te hogen tot de hoogte van de balustrade van het dakterras. Er is wel een algemene bouwregel aan de regels toegevoegd waarin duidelijk is onder welke voorwaarden de bouwhoogte overschreden mag worden ten behoeve van dakterrassen. 7.

Paulus Potterstraat 10 De voorzieningen aan de Paulus Potterstraat worden niet verder verbreed omdat in deze straat meer waarde wordt gehecht aan de aanwezige cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden dan aan de verdere verbreding van functies. De toelichting van het bestemmingsplan is hierop aangepast.

8. Honthorststraat 16-18 a- c: Aan de zienswijze kan tegemoet worden gekomen. Er is een huurovereenkomst afgesloten op grond van de gebruiksrechten die het huidige bestemmingsplan biedt. Deze gebruiksrechten dienen daarom in het nieuwe bestemmingsplan gehandhaafd te worden. De bestemming wordt daarom gewijzigd naar Gemengd – 4. In deze bestemming zijn op de begane grond detailhandel, consumentgerichte dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, kantoren en kleine bedrijven toegestaan. Het pand krijgt tevens de

35

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie concept Mei 2022

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022 en Besluit hogere waarden

functieaanduiding ‘kantoor’, zodat op de tweede bouwlaag tevens een kantoor is toegestaan. d-e: Aan de zienswijze kan tegemoet worden gekomen. Aan de achterzijde is een aanbouw aanwezig, die even hoog is als het hoofdgebouw. Aanbouwen die hoger zijn dan 5 meter worden op de verbeelding opgenomen. Deze aanbouw heeft een bouwhoogte van 17 meter. De aanbouw krijgt daarom de bestemming Gemengd – 4 met de functieaanduiding ‘kantoor’ en de bouwhoogteaanduiding 17 meter. 9. Stadhouderskade 31 a-b: aan de zienswijze kan tegemoet worden gekomen. Uit de kadastrale informatie van de gemeente blijkt dat het gehele pand in gebruik is als restaurant. Dit gebruik is in het huidige bestemmingsplan positief bestemd. Het pand heeft in het ontwerpbestemmingsplan ten onrechte de functie-aanduiding hotel gekregen. Er is namelijk geen hotel gevestigd in het pand. Op grond van het huidige bestemmingsplan is er ook geen hotel toegelaten. Het pand krijgt daarom een aanduiding zodat horeca 4 op alle bouwlagen wordt toegestaan. De functieaanduiding ‘hotel’ komt te vervallen. C: Er is een eenlaagse aanbouw aanwezig. Bestaande aanbouwen worden in beginsel niet op de verbeelding aangeduid. Bestaande aanbouwen zijn namelijk toegestaan op grond van de bouwregels van de bestemming Waarde – Landschap 1. Overigens betreft het hier een hoekperceel.

Daarom wordt de dubbelbestemming Waarde – Landschap 1 ambtshalve gewijzigd in Waarde – Landschap 2. 10. Dubbelbestemming ‘Waarde-Landschap 1’ en ‘Waarde-Landschap 2’ b tot en met d: Ten aanzien van de dubbelbestemmingen Waarde Landschap 1 en 2 is in paragraaf 3.2.3 van de toelichting ‘bouwen in de binnentuin’ een uitgebreide toelichting opgenomen ten aanzien van de bebouwing die al dan niet toegestaan wordt in de binnentuin. Dit is dan ook de locatie specifieke toelichting waar in de rechtspraak op gedoeld wordt. e. in beginsel is de binnentuinen regeling bedoeld om ongeacht of het een gesloten bouwblok betreft, het groene karakter zoveel mogelijk te behouden. Het doel van deze regeling is ook om zoveel mogelijk groen te behouden in het kader van klimaatadaptatie, hittestress en waterberging. Dit geldt voor het gehele plangebied. Voor de door reclamant aangegeven adressen wordt dan ook geen uitzondering gemaakt. f. Ter plaatse van de adressen Honthorststraat 16-18 en Concertgebouwplein 5 is wel sprake van hoektuinen, waardoor de dubbelbestemming Waarde- Landschap 2 de juiste bescherming biedt. g. de dubbelbestemmingen worden niet, zoals reclamant verzoekt, aangepast. Het belang van voorkomen van hittestress en waterbergend vermogen van het gebied is een groter belang dat behartigd dient te worden dan het individuele belang van reclamant. Aanpassing bestemmingsplan Ja

36

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie concept Mei 2022

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022 en Besluit hogere waarden

2.14 Reclamant 14 Samenvatting Reclamant is eigenaar van het onroerend goed gelegen aan de Van Baerlestraat 74. Het pand is gelegen in het plangebied van het ontwerp bestemmingsplan Museumkwartier-Valeriusbuurt 2022 waarbij de functieaanduiding "specifieke vorm van gemengd" niet langer is opgenomen. Daardoor is het gebruik voor detailhandel in alle bouwlagen onder het overgangsrecht gebracht. In het vigerende bestemmingsplan is het pand bestemd met de functie " Gemengd -7" en de functieaanduiding " specifieke vorm van gemengd -alle bouwlagen". Verder is bepaald dat de bouwhoogte 14 meter en de goothoogte 10,5 meter is. Op grond van art. 11.1 zijn binnen deze bestemming de volgende functies (voor zover relevant) toegelaten: detailhandel, en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - alle bouwlagen' de op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezige niet-woonfunctie in alle bouwlagen toegestaan. In het nieuwe ontwerpbestemmingsplan heeft het pand de bestemming Gemengd- 1, de functieaanduiding ontbreekt. Op gronden met deze bestemming mag, zo volgt uit artikel 6, detailhandel in de eerste en tweede bouwlaag en het souterrain. Op grond van art.

6.3.1 het gebruik van de tweede bouwlaag voor detailhandel is alleen toegestaan als minimaal twee bouwlagen boven de detailhandelsvestiging in gebruik blijven als woning, waarbij de minimale hoogte van een bouwlaag voor de woning 2,5 meter bedraagt. De bouwhoogte is beperkt tot 12,5 meter. Op de plankaart is een gebouw met een diepte van 14 meter toegelaten. De grond achter het pand is bestemd voor tuinen 1. Reclamant geeft aan dat het pand aan de Van Baerlestraat 74 al tientallen jaren geheel in gebruik is voor een detailhandels-functie. Waarbij de begane grond, eerste (entresol of mezzanine) en tweede verdieping als verkoop-ruimte worden gebruikt en de derde verdieping voor opslag. Tot 1 januari 2005 is het pand gebruikt door ICI Paris. Vanaf die datum is het pand tot 2 september 2013 gebruikt voor 2 formules van Mc Gregor. Uit een kopie van foto's van een huur-aanbieding en het interieur, gemaakt in 2013, blijkt dat het gehele pand voor detailhandel is gebruik was. Reclamant heeft deze foto’s als bijlage meegestuurd. Vervolgens is het pand tot en met 1 maart 2015 gebruikt door het Motorhuis B.V. Vanaf 1 maart 2015 is het gehele pand als winkelpand verhuurd aan en gebruikt door Van Gils Fashion BV. Dit gebruik heeft onafgebroken plaatsgevonden tot februari 2022.

Dat het pand geheel voor detailhandel werd gebruikt volgt uit een foto's uit van een taxatierapport dat in opdracht van de Rabobank in 2020 is gemaakt. Deze foto's zijn door reclamant eveneens meegestuurd. Uit de foto's uit dit rapport blijkt dat het gehele pand ten behoeve van detailhandel werd gebruikt. Vanaf 1 februari 2022 is het gehele pand verhuurd aan Transcontinenta BV en het gehele pand verhuurd aan Leica en in gebruik als winkelpand bij Airforce. Ook deze huurder gebruikt het gehele pand, zoals volgt uit de foto's die zijn bijgevoegd als bijlage 3. Dat het gehele pand als winkelruimte wordt gebruikt volgt ook uit een verleende omgevingsvergunning uit 2014 (22 juli 2014, met OLO nummer 1285691) voor het veranderen van de begane grond, (eerste, tweede en

37

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie concept Mei 2022

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022 en Besluit hogere waarden

derde verdieping met behoud van de bestemming voor winkelruimte. Een kopie van de vergunning met een deel van de tekening is als bijlage meegestuurd door reclamant. Verder vermeldt reclamant dat op 1 oktober 2021 een omgevingsvergunning is verleend met kenmerk, Z2021-Z004628 / OLO 5608313. Hiermee is toestemming gegeven voor het verhogen van het pand tot 14,6 meter en het op de verdieping aan de achterzijde uitbreiden van het pand. Uit de vergunning volgt eveneens dat het bestaande pand een diepte heeft van 19,2 meter op de begane grond. De diepte volgt volgens reclamant ook uit de verleende omgevingsvergunning uit 2014 (22 juli 2014, met OLO nummer 1285691). Op de bijbehorende bouwtekeningen is zichtbaar dat het pand 19,2 meter diep is. Reclamant geeft aan dat het gebruik ten onrechte onder het overgangsrecht is gebracht: in dit geval wordt het legale en feitelijk aanwezige gebruik wegbestemd. Het pand bestaat uit drie bouwlagen. Doordat de functieaanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - 1' ontbreekt, is het gebruik als winkelruimte voor de derde bouwlaag onder het overgangsrecht gebracht. En ook het gebruik voor winkelruimte van de tweede bouwlaag is niet positief bestemd omdat niet kan worden voldaan aan de eisen op grond van art. 6.3.1. Derhalve wordt bestaand legaal gebruik zonder enige motivering onder het overgangsrecht gebracht.

Relamant verwijst naar de plantoelichting waaruit volgt dat alle winkels in de P.C. Hooftstraat tussen de Hobbemastraat en de Van Baerlestraat de bestemming Gemengd-1 hebben gekregen. In deze bestemming is detailhandel toegestaan op de begane grond en de eerste etage. Andere niet-woonfuncties zijn alleen toegestaan met een functieaanduiding. Op het adres P.C. Hooftstraat 30 is een winkel gevestigd op alle bouwlagen. Dit pand krijgt daarom de functieaanduiding 'specifieke vorm van detailhandel -1'. Winkelpanden buiten dit deel van de P.C. Hooftstraat die zijn gevestigd op de begane grond en de eerste etage krijgen eveneens de bestemming Gemengd-1. Het betreft het pand aan de Stadhouderskade 40-41 en de winkels aan de P.C. Hooftstraat 23 en de Van Baerlestraat 74 en 86-88-90. Nu evident is dat ook het gehele pand aan de Van Baerlestraat 74 al vanaf 2005 geheel wordt gebruikt als winkelruimte, dient derhalve ook dit pand een functieaanduiding `specifieke vorm van detailhandel -1' te krijgen. Het gebruik wordt zonder deze aanduiding onder het overgangsrecht gebracht. Uit vaste jurisprudentie volgt volgens reclamant dat bestaand legaal gebruik uit een oogpunt van rechtszekerheid in het dienovereenkomstig te worden bestemd.

Op dit uitgangspunt kan alleen volgens reclamant een uitzondering worden toegepast, indien het als zodanig bestemmen van bestaand legaal gebruik op basis van nieuwe inzichten niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en het belang bij de beoogde nieuwe bestemming zwaarder weegt dan de gevestigde rechten en belangen. Daarnaast moet het met het oog op de gevestigde rechten en belangen aannemelijk zijn dat de beoogde bestemming binnen de planperiode wordt verwezenlijkt. Aan geen van deze voorwaarden wordt volgens reclamant voldaan. Daarnaast is met dit ontwerp bestemmingsplan geen rekening gehouden met de gerechtvaardigde belangen van reclamant als eigenaar van en evenmin met haar huurders, aldus

38

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie concept Mei 2022

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022 en Besluit hogere waarden

reclamant. Reclamant wil de verhuur ongewijzigd voortzetten en lijdt schade wanneer dat niet meer mogelijk is. De winkelier wil het bedrijf ongehinderd kunnen voortzetten. Ook de bouwdiepte van het pand wordt ten onrechte onder het overgangsrecht gebracht. Immers, evident is dat de huidige diepte van het pand 19 meter bedraagt. Deze diepte was in het vorige bestemmingsplan ook toegelaten. Nu de bouwdiepte van het pand is beperkt tot 14 meter is maar liefst 5 meter van het pand onder het overgangsrecht gebracht. Ook hier geldt dat niet aan de uitzonderingen van de vaste jurisprudentie is voldaan. Er is geen reden dat deze diepte in strijd zou zijn met een goede ruimtelijke ordening. De regeling voor het open houden van de binnentuinen ziet alleen op nieuwe aan- en uitbouwen. Tot slot had volgens reclamant ook de vergunde bouwhoogte moeten worden aangepast aan de in 2019 verleende vergunning. Immers, deze vergunning is verleend, maar nog niet verwezenlijkt. Om die reden dient de bouwhoogte en bouwdiepte die deze vergunning mogelijk maakt positief te worden bestemd in dit bestemmingsplan.

Resumerend verzoekt reclamant de gemeente om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen, in de zin dat:  het pand naast de huidige bestemming de functie aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel -1' krijgt;  daarnaast dient de bouwhoogte op grond van de verleende vergunning op de plankaart te worden aangepast naar 14,6 meter;  ook dient de bestaande bouwdiepte in de plankaart worden opgenomen. Reactie Voor wat betreft het toevoegen van de aanduiding zodat het gehele pand als detailhandel mag worden gebruikt is er sprake van een omissie. Deze wordt hersteld in het vast te stellen bestemmingsplan door de aanduiding toe te voegen. Ten aanzien van de bouwhoogte en bouwdiepte kan ook aan de zienswijze tegemoet worden gekomen en wordt het bestemmingsplan conform de verleende vergunning aangepast. Aanpassing bestemmingsplan Ja, de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel – 1’ is toegevoegd, en de bouwdiepte en hoogte is op de verbeelding aangepast conform de verleende vergunning.

2.15 Reclamant 15 Samenvatting Reclamant is eigenaar van het perceel aan de Jacob Obrechtstraat 25 en constateert dat bestaande bebouwingsmogelijkheden op het perceel met het ontwerpbestemmingsplan zijn wegbestemd. Reclamant geeft dat dat op dit moment het onbebouwde gedeelte van het perceel bestemd is voor 'Wonen'. Hieronder vallen tevens tuinen en erven. De regeling voor vergunningsvrij bouwen uit het Besluit omgevingsrecht (hierna Bor) is daarmee onverkort van toepassing, aldus reclamant. In het ontwerp wat nu ter inzage ligt, is dit volgens reclamant echter

39

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie concept Mei 2022

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022 en Besluit hogere waarden

niet meer het geval, nu het onbebouwde gedeelte de bestemming ‘Tuin 1’ heeft gekregen met als dubbel bestemming ‘Waarde-landschap 2’. De mogelijkheid om vergunningsvrij uit te mogen breiden op grond van het Bor is daarmee buiten werking gesteld, nu de tuin in ons geval niet meer als erf kan worden gekwalificeerd maar als landschap is bestemd. Verder geeft reclamant aan dat in het geval van een hoeklocatie de aan-of uitbouwmogelijkheid gekoppeld is aan een maximaal bebouwingspercentage waarbij de vereiste geldt dat een aan of uitbouw voorzien wordt van een groen dak met waterbergende functie. Reclamant verwijst naar de onderbouwing in de toelichting waarbij wordt gewezen op ‘het belang van het behoud, het herstel en de versterking van het groene karakter’ van de binnentuinen in het plangebied. Reclamant is van mening dat de sterke beperking van de uitbreidingsmogelijkheden door de hoekligging in dit geval disproportioneel is. De specifieke vorm van het huis van reclamant maakt dat er zou moeten worden afgeweken van het uitgangspunt voor hoeklocaties. Volgens reclamant bevindt zich aan de achtergevel een erker ter hoogte van de eerste verdieping. De gevel treedt daar voor een deel terug ten opzichte van de naastgelegen bebouwing (zie bijlagen voor foto's van de situatie). Wanneer onder de aanwezige erker wordt aangebouwd is er geen sprake van groenverlies.

Er is door de aanwezige erker en de terugtredende gevel namelijk geen zicht op de tuin vanuit de omliggende bebouwing. Een aanbouw met een diepte zo groot als de erker zal niet kunnen voldoen aan het vereiste van een groen dak met waterbergende functie zoals het ontwerp nu vereist, omdat het dak deels zal worden afgedekt door de erker. In de Beleidsregels Afwijken omgevingsvergunning Zuid is voor de situatie van een balkon een uitzondering opgenomen, maar het ontwerpbestemmingsplan kent deze regel niet. Ook geldt deze uitzondering strikt genomen niet voor onze erker (terwijl het effect hetzelfde is als een balkon), aldus reclamant. Wanneer dieper zou worden aangebouwd dan de diepte van de aanwezige erker, dan zal niet volledig kunnen worden voldaan aan het vereiste van een groen dak met waterbergende functie door de aanwezigheid van de erker die een deel van aanbouw zal afdekken. Reclamant geeft aan dat een zorgvuldige belangenafweging in dit geval zou leiden tot een aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan waarbij er toch enige mogelijkheid blijft bestaan om de woning uit te breiden. Dit kan bijvoorbeeld door het vereiste van een groen dak in het geval van de aanwezigheid van een balkon of erker op een bovengelegen verdieping, niet volledig aan te houden. Reactie Ter plaatse van het betreffende perceel is de juiste bestemming opgenomen.

Ondanks dat Jacob Obrechtstraat 25 an sich geen hoekpand is, betreft het hier wel een hoektuin, waarvoor op grond van de systematiek de dubbelbestemming Waarde – Landschap 2 is opgenomen. Op grond van deze dubbelbestemming is het toegestaan om maximaal 50 % van het perceel te bebouwen/verharden met bijbehorende bouwwerken. Dit is in de regels opgenomen in artikel 38.2. De bouwmogelijkheden worden dan ook niet disproportioneel beperkt.

40

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie concept Mei 2022

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022 en Besluit hogere waarden

Het is niet de bedoeling dat meer dan 50 % van de tuin wordt bebouwd/verhard. Het is ook niet wenselijk om de erker van de eerste verdieping over de begane grond door te trekken. Dit is in lijn met de Nota van Uitgangspunten (en toelichting van het bestemmingsplan) ten aanzien van de bouwdynamiek in dit gebied. Het afwijkingenbeleid van stadsdeel Zuid is een apart beleidskader dat los staat van dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan zal dan ook niet aangepast worden naar aanleiding van deze zienswijze. Aanpassing bestemmingsplan Nee.

2.16 Reclamant 16 Samenvatting Reclamant betreft de Vereniging Buurtbelang Museumplein (VBM). In de zienswijze worden een aantal thema’s ter sprake gebracht die volgens reclamant voor het hele gebied van belang zijn en waar de vereniging zich hard voor maakt. 1. Participatie/rechtsbescherming Reclamant is van mening dat de participatie niet is gelopen zoals was afgesproken (innovatie, onorthodoxe wijze van besluitvorming gesteund door de stadsdeelcommissie), en waarbij het aan het bestuur voorgehouden voorbeeld uit Amersfoort was gevolgd. Daarbij zouden alle belanghebbenden in een massale bijeenkomst gezamenlijke conclusies hebben getrokken waarmee alle partijen, inclusief de gemeente, konden leven (dat is anders dan 'hun zin krijgen'). Reclamant wil dan ook niet tegengeworpen krijgen dat de vereniging al een mogelijkheid tot participatie zou hebben gehad: “Vooraf willen wij een opmerking maken over een argumentatie, die ons wellicht wordt tegengeworpen bij de beantwoording van deze zienswijze. Die redenering komt erop neer dat alles wat afwijkt van de Nota van Uitgangspunten op voorhand wordt verworpen, omdat wij daar al een mogelijkheid zouden hebben gehad tot participatie.

Daarmee zouden alle redelijke wensen voor verbetering ten opzichte van die Nota van Uitgangspunten zijn verspeeld.” Volgens reclamant is het, ondanks veelbelovend begin in de ‘Verdiepingssessie’ van oktober 2019 niet gelopen zoals hij zich voorgesteld heeft. De huidige inspraak in de fase van tervisielegging is de enige echte en wettelijke verankerde wijze waarop burgers hun gerechtvaardigde belangen kunnen inbrengen, aldus reclamant. Reclamant verwacht dan ook dat er serieus wordt gekeken naar deze zienswijze. Reclamant zal geen genoegen nemen met procedurele afwijzingen die teruggrijpen op de half gelukte participatie over de Nota van Uitgangspunten. Een andere aanpak zou bovendien in strijd zijn met de wet, aldus reclamant: “De Nota van Uitgangspunten procedure kan de rechtsbescherming die de wet biedt door de procedure van de zienswijze en daarbij behorende rechtsmiddelen niet opzijzetten. Ten slotte merkt reclamant op dat de ingewikkelde presentatie van dit ontwerp het voor gewone burgers bijna onmogelijk heeft gemaakt om hier zinnig commentaar op te geven. Dat maakt toch ook al een ernstige inbreuk op de bedoeling van de wet over de rechtsbescherming van burgers, aldus reclamant. Enkele punten die relamant daarbij eruit pikt:

41

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie concept Mei 2022

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022 en Besluit hogere waarden

  

Er ontbreekt een handreiking om toegang te krijgen tot de kaart en de bijbehorende regels. Dit vergt op zichzelf al uitgebreide studie met vallen en opstaan. Maar dan ook zijn er veel te veel regels. En waarom heeft een bestemmingsplan dat beoogt de bestaande toestand te conserveren een beleidstoelichting van 250 pagina's nodig?

2. Evenementenbeleid Reclamant constateert dat het onderwerp evenementen inhoudelijk in het ontwerpbestemmingsplan wordt geregeld. Door de dagelijks bestuurder van Stadsdeel Zuid is echter eerder gezegd dat dit niet nodig zou zijn, aldus reclamant. Er ontstaan hierdoor volgens reclamant complicaties: Het is volgens reclamant namelijk al sinds begin 2020 duidelijk dat het vigerende locatieprofiel Museumplein (2020), dat letterlijk in het ontwerpbestemmingsplan is overgeschreven, op de nominatie staat te worden aangepast. Tijdens de behandeling van het nieuwe evenementenbeleid in de gemeenteraad heeft de burgemeester al toegezegd dat voor enkele belangrijke locaties, waaronder het Museumplein een apart overleg zou worden georganiseerd met alle belanghebbenden over een nieuw kader voor evenementen. Het ontwerpbestemmingsplan is op dit punt onrijp. Reclamant stelt voor om in plaats van de huidige teksten voor evenementen een formule op te nemen waarbij wordt verwezen naar het nog vast te stellen nieuwe locatieprofiel. Er is een precedent voor soortgelijke situatie bij het aangekondigde Horeca- en Terrassenbeleid (reclamant verwijst naar de Toelichting paragraaf 3.4.2 Horeca 4e alinea). Reclamant volgt met een voorbeeld van voorgenomen beleid dat, eventueel met een wijzigingsvoorstel, later verwerkt moet worden. Daarvoor zal het bestemmingsplan t.z.t.

geactualiseerd moeten worden, aldus reclamant. Alternatief dat reclamant zou tevredenstellen is om de huidige tekst onder paragraaf 5.5.17 te amenderen overeenkomstig de zienswijze over het locatieprofiel Museumplein die de vereniging heeft ingezonden op 1 september 2020 (zienswijze op het evenementenbeleid). Volgens en door reclamant zijn er sterke argumenten aangedragen die samenhangen met de breed gedragen visie over de waarde en functie van het Museumplein. Daarbij voegt reclamant toe dat het Museumplein als 'agora' van de hoofdstad wat ons betreft bij uitstek geschikt is voor demonstraties, waarvan het aantal de laatste jaren is verdubbeld. De vereniging heeft demonstraties op het Museumplein steeds verwelkomd, als de openbare orde dat tenminste toelaat. Dat is nog een extra functie die concurreert met commerciële evenementen, die qua karakter niet goed op het Museumplein passen, en volgens reclamant een reden om de laatstgenoemde categorie stevig terug te dringen. Reclamant kan zich vinden in de zienswijze van reclamant van zienswijze 8, die fundamentele vragen stelt.

De vereniging zou overeenkomstig haar eerdere standpuntbepaling uit 2020, haar wensen geoperationaliseerd willen zien in ten minste de volgende aanpassingen in de regels:  maximaliseren van het aantal evenementen: 4 groot, 2 middelgroot, 4 klein;  strikter vasthouden aan het bij het plein passend cultureel karakter van het plein (geen sport);

42

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie concept Mei 2022

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022 en Besluit hogere waarden

 

maximaliseren van het aantal extra geluidsoverlast gevende evenementen tot 3, zoals dat ook op locaties elders in de stad is geregeld; voorafgaand aan een evenementaanvraag een rapport eisen over effecten voor flora en fauna, zoals ook bij parken is vereist en dienovereenkomstig voorwaarden stellen. Dit i.v.m. de recente en nog komende vernieuwing van de bodem en beplanting van het plein.

Ten slotte valt het reclamant op naar aanleiding van dit punt hoe verschillend er in het ontwerpbestemmingsplan wordt omgegaan met de vereiste afweging van grondrechten. Reclamant verwijst naar hoofdstuk 5.1 waarin de beperkingen die het plan oplegt, worden getoetst aan de desbetreffende regels van het EU recht voor de vrijheden van dienstverleners die hun economische diensten in het plangebied willen aanbieden. Wat geheel ontbreekt in het plan is de mogelijke inbreuk op de vrijheidsrechten (artikel 10 Gw, artikel 8 EVRM) van de omwonende bewoners aldus reclamant. De privé levenssfeer van de omwonenden wordt immers door de organisatie van grootschalige evenementen aangetast door overlast in hun woning en de onmiddellijke omgeving daarvan gedurende het evenement, maar ook in de voorbereiding en de afbouw daarvan. Een dergelijke afweging tussen de rechten van dienstverleners van evenementen is volgens reclamant ook noodzakelijk ten aanzien van de vrijheidsrechten van de ingezetenen van de gemeente. Die evenementen maken immers in de weekends en op vrije dagen (momenten waarop grootschalige evenementen dikwijls gepland worden) het benutten van een openbare ruimte als die van het Museumplein voor verpozing en sociale communicatie onmogelijk.

Het gaat dus om een ernstige inbreuk op de vrijheidsrechten van de ingezetenen van de gemeente, met name diegenen die door hun kleine behuizing voor hun vrije tijd aangewezen zijn op de openbare ruimte van parken (wat het Museumplein eigenlijk ook is), aldus reclamant. 3. (Gemeentelijk) Beschermd Stadsgezicht Reclamant zou dit nieuwe instrument graag verwerkt zien in de regels van het bestemmingsplan. Van dit instrument gaat een beschermende werking uit, onder meer door bij ingrijpende verbouwingen binnen het gebied een sloopvergunning te vereisen. Hierbij geldt ongeveer hetzelfde als bij het evenementenbeleid: het bestemmingsplan zal mogelijk eerder gereedkomen dan dit aangekondigde nieuwe beleidsinstrument. Weliswaar zijn er al veel panden met Cultuurhistorische aantekening, zodat sloopvergunning daar sowieso geldt, maar lang niet allemaal. Reclamant verzoekt de gemeente dan ook om een voorwaardelijke regel in het bestemmingsplan op te nemen waardoor zo'n regiem in het bestemmingsplan-gebied zal gelden vanaf het moment dat de gemeenteraad het beleid Beschermd Stadsgezicht heeft vastgesteld. Een alternatief volgens reclamant is, zoals bij het vorige punt een Pro Memorie-tekst op te nemen, waarin wordt aangekondigd het bestemmingsplan op dit punt later te actualiseren met een wijzigingsvoorstel. 4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11846289/1