CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Toelichting bestemmingsplan

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 30 juni 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Draka Terrein HamerkwartierNr. VN2022-01603228.210 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Bedrijvenstrategie Amsterdam 2020-2030

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam heeft op 15 april 2020 de Bedrijvenstrategie 2020-2030 'Amsterdam Duurzaam Productief' vastgesteld. Het doel van het college is om in Amsterdam voldoende ruimte te houden voor productie en bevoorrading van de stad (o.a. bedrijven in maakindustrie, ambachten, stadslogistiek, groothandel en reparatie). De komende jaren gaat de gemeente de ruimte op bedrijventerreinen beter inzetten, zodat meer bedrijven zich kunnen vestigen. Daarnaast wordt 500.000 m2 aan bedrijfsruimte ontwikkeld in nieuwe stedelijke wijken, waar wonen en bedrijvigheid samen kunnen gaan. De Bedrijvenstrategie kent vier doelstellingen/speerpunten: 1. 2. 3. 4.

maximaal de kansen benutten om bedrijvigheid en wonen te combineren, het bestendigen, intensiveren en verduurzamen van bedrijventerreinen, selectief omgaan met de laatste vrije kavels op bedrijventerrein, een regionale aanpak voor bedrijfslocaties.

In figuur 3.4.5 zijn de speerpunten de bedrijvenstrategie per locatie weergegeven. Ter plaatse van het Hamerkwartier geldt het speerpunt: "maximaal de kansen benutten om bedrijvigheid en wonen te combineren". Figuur 3.4.5 Speerpunten per locatie (bron: bedrijvenstrategie Amsterdam)

bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 71

Figuur 3.4.6 Uitwerking productieve- en creatieve wijk (bron: bedrijvenstrategie Amsterdam)

Gemeente Amsterdam

blz. 72

Amsterdam staat bekend om haar ondernemerschap en bedrijvigheid, die zorgen voor goede banen en kansen voor Amsterdammers en ver daarbuiten. De logistiek en (maak) industrie zijn de machinekamer van de economie in de regio. De ruimte voor deze bedrijven is echter aan verandering onderhevig, mede omdat in de stad veel woningen nodig zijn. Nieuwe stedelijke wijken zijn gepland op bedrijventerreinen zoals het Hamerkwartier. Met de transformaties binnen Amsterdam neemt het aanbod aan traditionele vestigingslocaties voor bedrijven af, terwijl de vraag naar bedrijfsruimte juist toeneemt, door o.a. nieuwe economie en toepassingen voor de circulaire economie en de energietransitie. Met de transformatie van bedrijventerreinen zullen zonder aanvullende maatregelen diverse vormen van ambacht, maakindustrie en reparatie uit de stad verdwijnen. Doel van de strategie is om binnen de bredere ontwikkeling van stad voldoende ruimte te creëren en te behouden voor bedrijven, zodat Amsterdam een diverse economie houdt met een inclusieve arbeidsmarkt, en duurzaam aantrekkelijk is voor ondernemers. "Hamerkwartier werkt - Bouwstenen voor de realisatie van het Hamerkwartier als Creatieve Productiewijk” Hamerkwartier Werkt is een productie van de 'themagroep werken' binnen Projectteam Hamerkwartier en vormt een onderdeel van de Investeringsnota Hamerkwartier.

In dit stuk, dat kan worden gezien als een nadere uitwerking van de gemeentelijke bedrijvenstrategie, wordt uitgelegd waarom de gemeente het Hamerkwartier als Creatieve Productiewijk wil ontwikkelen, wat dat precies betekent en hoe dat wordt bereikt. Figuur 3.4.7 Hamerkwartier als gemengde creatieve productiewijk

bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 73

Het programma van het Hamerkwartier zal voor 1/3e gevuld worden door werken. 2/3e van het volume zal bestaan uit wonen. De voorgenomen mix is één van de onderscheidende onderdelen van het plan voor het Hamerkwartier. In de studie Hamerkwartier Werkt is uitgebreid beschreven hoe de gemeente gaat sturen en faciliteren op behoud en versterken van creatieve bedrijvigheid, kunstenaars en andere vormen van cultureel ondernemerschap. Inzet is om betaalbare atelierruimten, bedrijfsloodsen en kantoren met ondersteunende ruimten voor bijvoorbeeld exposities te faciliteren. Relatie tot het Draka-terrein In de Bedrijvenstrategie 2020-2030 is Hamerkwartier opgenomen als één van de bedrijventerreinen waar wonen en werken worden gecombineerd. Het Draka-terrein is gelegen binnen het Hamerkwartier. Binnen het Draka-terrein worden diverse functies gerealiseerd, waaronder maakindustrie. Hiermee wordt Gemeente Amsterdam

blz. 74

voorzien in de behoefte aan bedrijfsruimte. De nieuwe wijk wordt op dusdanige manier gerealiseerd dat wonen en werken naast elkaar kunnen bestaan. Binnen het onderhavige bestemmingsplan worden de kansen zoals opgenomen in de bedrijfsstrategie maximaal benut. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de Bedrijvenstrategie 2020-2030 Amsterdam. 3.4.6

Amsterdamse woonagenda 2025

De Woonvisie uit 2009 heeft een opvolger gekregen: de Amsterdamse woonagenda 2025. Het college van B&W kiest voor een praktische woonagenda om richting te geven aan de uitdagingen waar Amsterdam wat betreft het wonen voor gesteld staat. Op het gebied van wonen liggen in Amsterdam veel uitdagingen, de woningmarkt staat onder druk in alle segmenten. Tal van exogene factoren hebben invloed op de woningmarkt en de drukte in de stad. Amsterdam komt na ruim vijf jaar uit een economische recessie die de woningmarkt sterk in zijn greep hield. Amsterdam heeft een scala aan beleidsplannen en -programma's ontwikkeld en doelstellingen geformuleerd ten aanzien van het wonen en bouwen in Amsterdam. Deze opvolger is de Amsterdamse woonagenda met als titel Voldoende, betaalbare en kwalitatief goede woningen. De nieuwe visie is gericht op meer bouwen, betaalbare en kwalitatief goede woningen voor alle doelgroepen. Door veel woningen toe te voegen, zal de krapte op de Amsterdamse woningmarkt verminderen en dat zal een drukkend effect hebben op koopprijzen en huren. Dat raakt aan het andere belangrijke doel, een ‘betaalbare’ woningvoorraad. Niet alleen huishoudens in de sociale huursector kunnen last hebben van te hoge woonlasten, ook de bewoners van de vrije huursector en kopers kunnen de problemen ervaren van een krappe woningmarkt met stijgende prijzen.

Het gaat bij die sectoren om verschillende prijsniveaus, maar het is belangrijk om de tendens naar een stijgende verhouding van woonlasten ten opzichte van inkomens over de hele linie te temperen. Dat geldt voor de huidige Amsterdammers en voor de huishoudens die in Amsterdam willen komen wonen. Een voortvarend bouwprogramma is essentieel om de druk op de woningmarkt te verminderen en het wonen betaalbaar te houden. Met het plan “Koers 2025” heeft de gemeente Amsterdam de ambitie om tot het jaar 2025 circa 50.000 extra woningen te bouwen. Het programma moet voorzien in voldoende sociale huurwoningen, onder andere voor studenten en jongeren, voor kwetsbare groepen en ouderen, maar ook ruimte voor huurders en kopers in de middeldure, dure en topsegmenten. Nieuwbouw draagt bij aan een gemengde stad. In de Woonagenda 2025 staat de prognose dat er in 2025 een tekort zal zijn aan sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen. Ter voorkoming van dat tekort heeft de gemeente een stedelijk uitgangspunt voor de programmering van nieuwbouw geformuleerd: 40% sociale huurwoningen, 40% middeldure woningen (huur en koop) en 20% dure woningen (huur en koop). Dit uitgangspunt is van toepassing op alle plannen waarvoor nog geen investeringsbesluit is vastgesteld en geen contracten zijn gesloten of anderszins juridische en financiële verplichtingen zijn aangegaan.

Het geldt ook voor transformatieprojecten en ontwikkelingen op particuliere grond. Herontwikkeling en leegstandsbestrijding staan echter voorop. Bij transformatieprojecten liggen de percentages iets anders. Dan is de verdeling: 30% sociale huurwoningen, 40% middeldure woningen en 30% dure woningen. Hierbij geldt de aanvullende voorwaarde dat de sociale huurwoningen bij een corporatie worden ondergebracht. In Hamerkwartier zal dit beleid worden overgenomen. Het tekort aan middeldure huurwoningen (maandhuur van € 737,14 tot €1.027,37 prijspeil 2020) geldt voor heel Amsterdam en voor Noord in het bijzonder. Om tegemoet te komen aan de verwachte behoefte van 11% meer middeldure huur in 2025, verhoogt de gemeente in het Actieplan Meer Middeldure Huur

bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 75

de doelstelling naar 1.500 nieuwbouwwoningen per jaar tot en met 2025. Er worden extra maatregelen genomen om de voorraad middeldure huurwoningen beter aan te laten sluiten op de woningbehoefte en om het wegvloeien van deze woningen te beperken. Dit is verder uitgewerkt in Vervolg Actieplan Meer Middeldure Huur 2020. Middeldure huurwoningen moeten tenminste voor 25 jaar worden verhuurd. Gedurende die 25 jaar mag de woning niet verkocht worden en worden er grenzen gesteld aan huurverhogingen. Ook worden er eisen gesteld aan de minimale afmeting: kleiner dan 40m2 gebruiksoppervlak (GO) is niet toegestaan. In het middensegment is ook behoefte aan woningen voor gezinnen. Er moeten dus niet alleen kleine middeldure huurwoningen gebouwd worden, maar ook grotere, marktcontraire huurwoningen. Bij grotere projecten, van 800 woningen of meer, is het ook mogelijk om in plaats van middeldure huur, middeldure koopwoningen te realiseren. Een middeldure koopwoning heeft een eerste verkoopprijs tussen de € 183.000 en € 306.000 VON (inclusief afkoop erfpacht, prijspeil 2020). Het uitgangspunt is dat deze woningen marktconform worden gerealiseerd. Per ruimtelijk project wordt bestuurlijk bepaald welk woningbouwprogramma wordt gerealiseerd.

Afwijken van het uitgangspunt is mogelijk op grond van specifieke omstandigheden, zoals het woningaanbod in de directe omgeving, de aard en intensiteit van de verdichtingsopgave en de omvang van de financiële effecten op de grondexploitatie. Hamerkwartier Hamerkwartier wordt een buurt voor iedereen. Voor jong en oud, Amsterdammer en nieuwkomer en voor allerlei inkomens en gezinssituaties. De circa 6.000 woningen krijgen een grote variatie in prijs, formaat en type. Dertig procent van alle woningen worden sociale huurwoningen, veertig procent middensegmentwoningen en dertig procent bevindt zich in het dure segment. Ook komen er diverse woningen voor bijzondere doelgroepen, eventueel gecombineerd met zorg. In Hamerkwartier wordt gestreefd naar de volgende verdeling in woningformaten: 30% klein, 45% middelgroot en 25% groot. Er komt in Hamerkwartier ruimte voor circa 300 studenten- en jongerenwoningen. Een belangrijk uitgangspunt bij het woonprogramma is dat alle woningtypen aanpasbaar worden gebouwd, volgens de richtlijn Aanpasbaar Bouwen. Dit zorgt ervoor dat de gebouwen flexibel kunnen meebewegen, mocht er in de toekomst een andere behoefte ontstaan. Zo wordt flexibiliteit voor toekomstige doelgroepen gewaarborgd. Binnen alle prijscategorieën komt een mix aan woningen voor gezinnen, koppels en alleenstaanden. Er is desgewenst ruimte voor collectieve woonvormen.

Relatie tot het Draka-terrein Met voorliggend bestemmingsplan wordt het juridisch-planologisch kader gegeven voor een zorgvuldige verdichting van het plangebied, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de gewenste woningbouwproductie. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een mix aan woningen en diverse functies, hiermee levert het plan een directe bijdrage aan de woningbouwproductie. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de Woonagenda 2025.

Gemeente Amsterdam

blz. 76

3.4.7

Kantoorbeleid Amsterdam

Kantorenstrategie 2011/ Actualisering kantorenstrategie 2017 Op 14 juli 2011 is de "Kantorenstrategie Amsterdam" door de gemeenteraad van Amsterdam vastgesteld. De inzet in 2011 was: terugdringen van de kantorenleegstand door beperking van de nieuwbouw, meer transformeren en herontwikkelen van leegstaande kantoren. De strategie was erop gericht om samen met de regio te komen tot een blijvend gezonde en toekomstbestendige kantorenmarkt. Die inzet is succesvol gebleken: de leegstand daalde van 18% naar 12,8% per 1 januari 2017. Sinds die tijd is de dynamiek op de kantorenmarkt sterk toegenomen. Een meerderheid van de Britten stemde voor een Brexit. De economie bloeit, de vraag naar kantoorruimte groeit, er vestigen zich veel kantoorachtige bedrijven in de stad. Dit was aanleiding om te onderzoeken of de huidige strategie nog doelmatig is. Dit heeft geleid tot een actualisering van de kantorenstrategie 2017 'Het juiste kantoor op de juiste plek'. Uit onderzoek blijkt dat er steeds meer behoefte is aan kantoren op gemengde en goed verbonden locaties, ook al op korte termijn (tot 2020). Deze behoefte betreft vooral een kwalitatieve vraag. Ook is er veel behoefte aan kantoorruimte voor kleine ICT, communicatie, zakelijke dienstverlenende bedrijven en ruimte voor innovatieve kantoorconcepten op meer informele plekken in de stad.

Er is nog steeds behoefte aan transformatie en leegstandsaanpak op monofunctionele kantoorlocaties. Voor de korte termijn is er voldoende planvoorraad om in de uitbreidingsvraag (inclusief Brexit) te voorzien, maar die voorraad ligt niet altijd op de juiste locaties. In de geactualiseerde kantorenstrategie 2017 is het volgende opgenomen: 1. De huidige planvoorraad van 970.000 m² flexibel inzetten waar op korte termijn (tot en met 2020) nieuwe kantoren zijn gewenst te weten Zuidas, Arenapoort, Amstelstation, Lelylaan, Houthaven, Oostenburg en Noordelijke IJoever. 2. Amsterdam gaat door met de transformatie van de monofunctionele kantoorlocaties Amstel III, Riekerpolder en Sloterdijk naar aantrekkelijke, gemengde woon- werkgebieden in de stad. Sloterdijk Centrum en I zijn onderdeel van de gebiedsontwikkeling van Haven Stad. 3. Amsterdam verkent waar vanaf 2020 nieuwe, gemengde gebiedsontwikkeling mogelijk is. De verwachting is dat de leegstand van kantoren, door de vele geplande transformaties en herontwikkelingen, in 2019 is gedaald naar de frictieleegstand van 8%. 4. Bij alle grote gebiedsontwikkelingen zoals Sluisbuurt, CAN gebied en Centrumeiland wordt een gemengd woon-werkmilieu gecreëerd met ruimte voor voorzieningen waaronder kantoren. Die ruimte is flexibel zodat die eventueel tijdelijk kan worden gebruikt voor andere functies afhankelijk van de vraag.

Kantorenplan 2019-2026 Het doel van het kantorenplan 2019-2026 (24 september 2019 vastgesteld door het college van B&W) is een uitgebalanceerde en toekomstbestendige kantorenmarkt waarin op korte en middellange termijn voldoende kwalitatieve woon-werkmilieus beschikbaar zijn voor de uitbreidingsvraag van 125.000 m² kantoor per jaar. Met het kantorenplan 2019-2026 wordt aangesloten op de kantorenstrategie 2017, de Economie van Morgen (de ruimtelijke economische visie van Amsterdam, 2017) en de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 (2019). Ook loopt het kantorenplan 2019-2026 vooruit op de nieuwe omgevingsvisie van gemeente Amsterdam die momenteel wordt ontwikkeld. In het kantorenplan worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Meer en sneller kantoren ontwikkelen om te voldoen aan de marktvraag; Toekomstbestendige kantoren: flexibel, efficiënt, bereikbaar en klimaatneutraal;

bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 77

Transformatie van monofunctionele kantoorlocaties met behoud van werk; Realiseren van gemengde woon-werkmilieus. In het gemeentelijk Kantorenplan wordt aangegeven dat het aanbod van geschikte en duurzame kantoorruimte vooral op goed bereikbare OV-knooppunten sterker af neemt dan verwacht. In de periode 2005 tot 2015 kende Amsterdam nog een grote kantorenleegstand. De kantorenleegstand is sindsdien (2019) sterk gedaald tot 8,8%; als gevolg van transformaties, weinig nieuwbouw en een constant groeiende economie. De behoefte aan kantoren neemt weer toe. Kwantitatief gaat het om een netto uitbreidingsvraag van 125.000 m2 aan kantoren per jaar. Voor de periode 2023 - 2026 is het nodig dat kantoorontwikkelingen mogelijk worden gemaakt om aan de uitbreidingsvraag invulling te geven. Met de vanuit het kantorenplan vormgegeven monitor wordt in deze kantoorontwikkelingen inzicht gegeven. De `monitor Kantoren` geeft twee keer per jaar onder andere inzicht in de kantorenleegstand en kantoorontwikkelingen. Met behulp van de monitor wordt regie gevoerd op de kantoorontwikkelingen en wordt gestreefd naar een frictieleegstand van 8%, zodat toekomstige leegstand wordt voorkomen.

Hamerkwartier Voor wat betreft het Hamerkwartier wordt in het Kantorenplan het volgende aangegeven: "Door de gunstige ligging aan het IJ, een betere bereikbaarheid door nieuwe verbindingen (zoals de Noord/Zuidlijn en de toekomstige Javabrug) en het wegtrekken van grootschalige bedrijven, kan het Hamerkwartier uitgroeien tot een levendig stedelijk gebied. Het Hamerkwartier ontwikkelt zich de komende jaren van een bedrijventerrein naar een wijk met 6.700 woningen en veel ruimte voor werken. Het totale programma zal voor 1/3 uit werken en voorzieningen bestaan. Van de circa 130.000 m2 nieuwe werkfuncties die kunnen worden toegevoegd is plek voor circa 50.000 m2 kleine solitaire kantoorvestigingen." Monitor Kantoren Amsterdam stand van zaken op 1 juli 2021 In de meest recente monitor d.d. 1 juli 2021 is de stand van de kantorenmarkt uitvoerig beschreven. Met name de gevolge van de coronacrisis zijn hierbij nader beschouwd. De volgende conclusies worden in de monitor getrokken: “Met het aantrekken van de economie lijkt ook het herstel van de Amsterdamse kantorenmarkt te zijn ingezet. De toenemende leegstand is afgevlakt op 5,6%. Eindgebruikers zijn als gevolg van de coronacrisis terughoudend geweest in hun zoekvraag naar kantoorruimte. Daarmee is de zoekvraag van deze gebruikers niet verdwenen en inmiddels zijn er ook nieuwe partijen bijgekomen.

De groei in vraag naar kantoorruimte is vooral terug te zien bij de tech gerelateerde bedrijven. Het aantal bedrijven met een zoekvraag naar kantoorruimte is gestegen en meer bedrijven staan op het punt om huurcontracten te sluiten. De kantorenleegstand was zoals omschreven in de monitor op 1 juli 2021 conform de definitie van CBRE 5,6% met 315.000 m² vvo. Het ijkpunt voor een gezonde kantorenmarkt is een frictieleegstand van 6,5%. Makelaarskantoren hanteren een bandbreedte van 5% tot 8%. De kantorenleegstand van 5,6% valt hier binnen. De kantorenleegstand kende de afgelopen jaren bij gebrek aan kantooraanbod een sterke daling, tot een historisch lage leegstand begin 2020 van 3%. De leegstand is in 2020, als effect van de coronacrisis, weer sterk opgelopen. In het eerste kwartaal van 2021 nam het leegstandspercentage ook nog toe, van 4,7% naar 5,7% (een groei van bijna 20%). De groei van de leegstand kwam echter in het tweede kwartaal van 2021 tot stilstand. Met deze afvlakking van de leegstand blijft de Amsterdamse kantorenmarkt op een gezond niveau.

Daarnaast stijgt het aantal zoekvragen en het kantoorvolume dat in gebruik genomen is in het tweede kwartaal van 2021 (circa 50.000 m²), is bijna verdubbeld ten opzichte van het eerste kwartaal." Op basis van leegstandcijfers inclusief de effecten van de coronacrisis wordt in de monitor de volgende conclusie getrokken: “Een nog altijd lage leegstand, een sterke Amsterdamse economie én een aantrekkende vraag naar kantoorruimte is de reden om vast te houden aan het kantorenplan en de kantorenvoorraad in Amsterdam.”

Gemeente Amsterdam

blz. 78

Relatie tot het Draka-terrein Onderhavig bestemmingsplan sluit aan op hetgeen dat wordt vermeld over het Hamerkwartier. Er wordt een gemengd woon-werkmilieu gerealiseerd waarbij ook (creatieve) kantoorfuncties deel uitmaken van de gewenste mix. De met het bestemmingsplan gerealiseerde vierkante meters kantoor (9.000 m2 bvo) draagt bij aan de ambities om te voorzien in 50.000 m2 aan kantoorruimte. De bevindingen uit de meest recente monitor kantoren 1 juli 2021 geven geen aanleiding om de gekozen lijn in het kantorenplan te wijzigen. Het Hamerkwartier blijft hierdoor ongewijzigd een kansrijke locatie voor kantoorontwikkelingen. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met het kantorenbeleid. 3.4.8

Horecabeleidsplan Stadsdeel Amsterdam - Noord 2007 - 2015

Het Horecabeleidsplan Amsterdam-Noord 2007-2015: "Voor elk wat wils" heeft als doel een gevarieerder horeca-aanbod in Amsterdam-Noord mogelijk te maken. Stadsdeel Amsterdam-Noord werkt aan een aantrekkelijk en leefbaar stadsdeel, waar bewoners, bezoekers en ondernemers zich thuis voelen. Daarom wil het stadsdeel een gevarieerd, ruimtelijk en economisch goed functionerend voorzieningenaanbod ontwikkelen. In dat voorzieningenaanbod speelt horeca een belangrijke rol. Horeca heeft volgens het beleid een belangrijke rol vooral in de vernieuwingsgebieden om mensen bij elkaar te brengen. Verder worden de locaties aan het IJ als bijzonder kansrijk gezien om het stadsdeel in positieve zin op de kaart te zetten. In de nota is aangegeven hoeveel extra ruimte er is voor nieuwe horecagelegenheden en is per gebied aangegeven wat voor type horeca mogelijk is. Relatie tot het Draka-terrein Het horecabeleid is opgesteld in 2007, met een doorkijk tot 2015. In dit kader kan gesteld worden dat het beleid niet meer geheel actueel is. In het beleid zijn diverse transformatiegebieden opgenomen, echter is het Hamerkwartier niet opgenomen als één van deze transformatie gebieden. De nota legt geen specifieke regels op voor het Hamerkwartier gebied. In het algemeen wordt een behoefte aan een divers aanbod van horeca gelegenheden omschreven.

Daarnaast volgt de behoefte aan horeca tevens uit de Investeringsnota Hamerkwartier Deel B. Door de realisatie van horeca binnen het Draka-terrein wordt in deze behoefte voorzien. Conclusie Onderliggend bestemmingsplan maakt op beperkte schaal vestiging van nieuwe horeca mogelijk. Hiermee is het bestemmingsplan in lijn met het beleid van het stadsdeel.

bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 79

3.4.9

Erfgoed voor de stad

Erfgoed bepaalt in hoge mate de identiteit en de kwaliteit van Amsterdam. De cultuurhistorisch rijke en bijzondere woonomgeving is een bepalende factor in het vestigingsklimaat voor nieuwe (internationale) bedrijven en jonge startups. Niet alleen de grachtengordel met het Werelderfgoed maar ook het jongere erfgoed in de 19de-eeuwse ring, de Gordel '20-'40, Nieuw-West en Zuidoost, maakt Amsterdam tot een aantrekkelijke stad. Verborgen in de bodem liggen daarbij archeologische overblijfselen die getuigen van de rijke geschiedenis van de stad. Met “Erfgoed voor de stad (juni 2016)”, de agenda voor erfgoed in een groeiend Amsterdam, wil Amsterdam de komende jaren koersen op het optimaal inzetten van erfgoed bij de transformatie en groei van de stad. Het inventariseren en waarderen van cultuurhistorische waarden (zowel kwantitatief als kwalitatief) hoort hierbij. Dit is immers de basis voor het in beeld te krijgen van de bestaande waarden om deze optimaal te kunnen inzetten. Relatie tot het Draka-terrein De cultuurhistorische waarden zijn geïnventariseerd. Voor het resultaat van deze inventarisatie en waardering wordt verwezen naar paragraaf 4.13. Conclusie De agenda Erfgoed voor de stad is in acht genomen en staat de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg. 3.4.10 Mobiliteitsbeleid Amsterdam groeit en blijft groeien. Dat heeft ook een keerzijde.

Het groeiend aantal Amsterdammers, bezoekers en toeristen dat zich verplaatst in de stad, zet de schaarse openbare ruimte in de stad nog verder onder druk. Om de stad bereikbaar en veilig te houden en de openbare ruimte toegankelijk en aantrekkelijk, moet de gemeente Amsterdam keuzes maken en maatregelen treffen. Tot 2025 worden per jaar meer dan 5.000 woningen bijgebouwd. De bevolkingsdichtheid zal toenemen van 5.100 inwoners per km2 nu naar 5.700 in 2030. De sterkste toename van de bevolkingsdichtheid wordt verwacht rondom Sloterdijk, IJ-oevers en Zeeburgereiland. Tegelijkertijd moet de stad wel voor iedereen toegankelijk blijven. Er is simpelweg geen plek voor én de fiets én de voetganger én het OV én de auto naast elkaar. Dat betekent dat keuzes gemaakt moeten worden. Op termijn zal het bijvoorbeeld niet meer mogelijk zijn om per persoon een parkeerplek te claimen. Omdat de auto echter een belangrijke rol zal blijven spelen, moet nagedacht worden over andere vormen. Van individueel naar collectief vervoer en van bezit naar gebruik. Behorend bij de Mobiliteitsaanpak Amsterdam 2030 (MAA) is een breed pakket aan maatregelen in stelling gebracht, samengevat in de Uitvoeringsagenda Mobiliteit. Concrete maatregelen uit de Uitvoeringsagenda Mobiliteit zorgen voor meer ruimte en betere doorstroming voor voetganger, fietser, ov-reiziger en de automobilist.

De Agenda heeft als pijlers doorstroming, creëren van ruimte en, verbindingen. De basis voor alle maatregelen is verkeersveiligheid. Bijvoorbeeld door voetgangers en fietsers meer ruimte te geven. Soms in combinatie met een verlaging van de snelheid voor auto’s. De uitgangspunten uit MobiliteitsAanpak Amsterdam en de Uitvoeringsagenda Mobiliteit zijn verwerkt in het beleidskader Verkeersnetten. De functie van de verkeersnetten is onder andere de stad bereikbaar houden, zorgen voor een goede bereikbaarheid tussen stadsdelen en goede en veilige doorstroming van het verkeer. De belangrijkste routes voor voetganger, fiets, openbaar vervoer en auto staan in het 'beleidskader verkeersnetten'. Figuur 3.4.8 Uitsnede uitvoeringsagenda Mobiliteit

Gemeente Amsterdam

blz. 80

Mobiliteitsplan Noord Het Mobiliteitsplan Noord is vastgesteld op 29 juni 2021 door het college van B&W. Het Mobiliteitsplan Noord schetst het effect van de groei van het aantal inwoners op de bereikbaarheid binnen het stadsdeel. Er is bepaald welke maatregelen nodig zijn om het stadsdeel goed bereikbaar en leefbaar te houden. Bijvoorbeeld als het gaat over parkeergelegenheid, fiets- en voetpaden, ov-verbindingen, deelmobiliteit en knelpunten. De ontwikkeling van het Hamerkwartier is onderdeel van het Mobiliteitsplan Noord. Relatie tot het Draka-terrein Voor de uitwerking van het mobiliteitsbeleid in het Hamerkwartier en ter plaatse van het Draka-terrein wordt verwezen naar paragraaf 4.3 van de toelichting. In deze paragraaf wordt nader ingegaan of verkeer en vervoer. Conclusie Het mobiliteitsbeleid staat de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg.

bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 81

3.4.11 Parkeerbeleid Parkeerbeleid auto's In de Nota Parkeernormen Auto (2017) zijn de nieuwe parkeernormen voor auto’s vastgesteld voor nieuwbouw en transformatieprojecten in de stad. De gemeente wil de stad bereikbaar en leefbaar houden met voldoende en aantrekkelijke openbare ruimte en meer ruimte voor de fietser en voetganger. Met de verwachte groei van de stad (woningen, kantoren etc.) is het noodzakelijk dat Amsterdam grenzen stelt aan het aantal geparkeerde auto’s in de openbare ruimte. De nieuwe parkeernormering levert een bijdrage aan de regulering van het aantal geparkeerde auto’s op straat. Bewoners van nieuwbouw krijgen geen parkeervergunning meer voor parkeren op straat, ongeacht de beschikbaarheid van parkeerplaatsen op eigen terrein. De nieuwe bewoners moeten dus het wel of niet beschikbaar zijn van een parkeerplaats op eigen terrein, meenemen in hun keuze voor een woning. Door de blauwe zone is de parkeerdruk overdag vrij laag (50-60%). Ondanks dat begint de parkeersituatie op verschillende momenten en straten steeds vaker te knellen. De stedelijke ontwikkelingen in het Hamerstraatgebied en de nabijheid van station Noorderpark zullen meer druk leggen op het gebied. Ook vanuit de binnenstad zal de druk toenemen. Buiten de blauwe zone neemt die druk nu al toe.

Daarom wordt voorgesteld om de blauwe zone te transformeren naar betaald parkeren, waarbij de aanliggende gebieden ook worden opgenomen in het regime met betaald parkeren (Hamerstraatgebied, noordelijk deel Vogelbuurt, Vogeldorp). Voor het Hamerkwartier geldt bovendien parkeren op eigen terrein. Dat betekent dat geen parkeervergunningen worden uitgegeven (nulvergunningenplafond).Voor bestaande bedrijven zal worden bekeken of (tijdelijk) maatwerk mogelijk is. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is het toegestaan om in een bestemmingsplan regels op te nemen waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid, afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels (artikel 3.1.2 lid 2 sub a Bro). Of met andere woorden: het is mogelijk om aanvragen omgevingsvergunningen te toetsen aan (beleids-) regels die niet in het bestemmingsplan zélf zijn opgenomen, maar in een separaat beleidsdocument. Dit betekent dat de werkwijze / het toetsingskader (parkeerbeleid en parkeernormen) bij toetsing van aanvragen voor omgevingsvergunningen vergelijkbaar is met de voorheen gehanteerde werkwijze met de Bouwverordening.

Het gevolg van de overheveling van juridische grondslag (van bouwverordening naar bestemmingsplan) is dat, net als nu het geval is, omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten en/of afwijking van het bestemmingsplan, ook na inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan, dienen te voldoen aan het gemeentelijk parkeerbeleid. Met andere woorden: “per saldo verandert er niets wat (bouw-) plantoetsing betreft”. In bestemmingsplannen dient voor het parkeren een algemene voorwaardelijke verplichting te worden voorgeschreven waarmee wordt geregeld dat een omgevingsvergunning slechts kan worden verleend indien voldaan wordt aan het gemeentelijk parkeerbeleid. In navolging van de voorheen geldende werkwijze onder de werking van de stedenbouwkundige bepalingen van de bouwverordening, wordt het maken van een afweging over het parkeerbeleid met voorliggend bestemmingsplan gekoppeld aan besluitvorming inzake omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen. Het geldende parkeerbeleid is uitgebreid uiteengezet in een separate beleidsnota. Op 8 juni 2017 heeft de raad van Amsterdam hiervoor de 'Nota Parkeernormen Auto' vastgesteld met drie moties en twee amendementen. Die zijn verwerkt en de gewijzigde versie van de nota is op 29 november 2017 vastgesteld. Het belangrijkste uitgangspunt van deze nota is dat bij nieuwbouw, bewoners en werknemers in dat gebied geen parkeervergunning krijgen.

Relatie tot het Draka-terrein De parkeerbehoefte voor het plangebied wordt uiteengezet in paragraaf 4.3 van de toelichting.

Gemeente Amsterdam

blz. 82

Conclusie De Nota Parkeernormen auto's wordt in acht genomen bij het voorgenomen initiatief, dit is uiteengezet in paragraaf 4.3. Parkeerbeleid fietsen en scooter De gemeente Amsterdam wil voorkomen dat Amsterdammers hun fiets of scooter bij nieuwe woningen of voorzieningen in de openbare ruimte moeten stallen en zo een groot beslag leggen op die ruimte. Daarom worden er voorwaarden en richtlijnen gesteld bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen ten aanzien van het parkeren voor fietsen en scooters in de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter, welke is vastgesteld op 14 maart 2018 en bekendgemaakt op 19 maart 2018. In de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter zijn bindende fietsparkeernormen voor niet- woonfuncties vastgesteld en niet bindende parkeernormen voor scooters. Daarmee wil Amsterdam zorgen voor: 1. voldoende ruimte voor groen, voetgangers, fietsers, spelende kinderen, terrassen, winkelend publiek; 2. een rustiger straatbeeld; 3. het parkeren van fietsen en scooters faciliteren; 4. het verkleinen van het risico op diefstal, vandalisme en beschadigen van fietsen en scooters. Initiatiefnemers moeten bij nieuwbouw en herontwikkeling in hun plannen voldoende parkeervoorzieningen voor de fiets opnemen. Het vereiste aantal fietsparkeerplekken bepaalt de gemeente aan de hand van parkeernormen, die verschillen per functie.

Door de beleidsregels uit deze nota te verankeren in bestemmingsplannen, wordt het verplicht om voldoende (inpandige) stallingsvoorzieningen te realiseren bij niet-woonfuncties, zoals kantoren, winkels, scholen, restaurants, etc. Aan initiatiefnemers van publiekstrekkende bestemmingen wordt gevraagd ook parkeervoorzieningen voor scooters op eigen terrein te realiseren. Dat geldt ook voor bedrijven waar veel medewerkers op de scooter naar hun werk komen. Het uitgangspunt is dat parkeervoorzieningen voor fietsen en scooters altijd op eigen terrein worden gerealiseerd. Zone-indeling normen fietsparkeren voor niet-woonfuncties uit Nota Parkeernormen Fiets en Scooter De normen voor scooterparkeren zijn in tegenstelling tot de normen voor fietsparkeren niet bindend. De normen worden gehanteerd als richtlijn. Voor het parkeren van scooters zijn geen CROW-kencijfers opgenomen. De parkeernormen voor scooters bij niet-woonfuncties zijn gebaseerd op de verhouding tussen het gebruik van fietsen en scooters. Omdat Amsterdammers met de scooter vaak wat langere afstanden afleggen, wordt voor de scooterparkeernormen geen onderscheid gemaakt in zones. De norm is afgeleid van de fietsparkeernorm voor zone 1. Relatie tot het Draka-terrein Voor het bepalen van de parkeernorm voor fietsen is de gemeente Amsterdam ingedeeld in drie zones.

Onderhavig plangebied valt binnen zone 1 'hoog fietsverbruik'. Figuur 3.4.9 Indeling zones fietsparkeernormen

bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 83

De parkeerbehoefte voor het plangebied wordt uiteengezet in paragraaf 4.3 van de toelichting. Conclusie De Nota Autoparkeren en Nota parkeernormen fietsen en scooters worden in acht genomen bij het voorgenomen initiatief. In de regels van het bestemmingsplan is een dynamische verwijzing opgenomen. In de Uitgangspuntennotitie Parkeren (bijlage in het parkeer- en verkeersonderzoek, opgenomen in de bijlage bij de toelichting) is de parkeerbehoefte voor het plan Draka Terrein Hamerkwartier verder uitgewerkt. 3.4.12 Agenda Duurzaamheid In de Agenda duurzaamheid 'Duurzaam Amsterdam' is het duurzaamheidsbeleid beschreven. De gemeente wil de verduurzaming van de hoofdstad versnellen. In 2020 kent Amsterdam 20% meer duurzame energie en 20% minder energiegebruik ten opzichte van 2013. Concrete plannen zijn er voor energiebesparing en het versneld aansluiten op stadswarmte van bestaande woningen. De markt zal worden uitgedaagd om nog duurzamer te bouwen. Verdere stimulering van elektrisch vervoer, slimme distributie en de uitbreiding van de milieuzone naar bestelwagens moet de lucht in de stad gezonder maken. In de komende jaren worden 111 scholen gezonder en duurzamer gemaakt. In de Agenda Duurzaamheid staan vijf transitiepaden omschreven waarmee Amsterdam verduurzaming van de stad wil bewerkstelligen.

De eerste vier paden gaan over duurzame energie, schone lucht, circulaire economie en een klimaatbestendige stad. Het laatste transitiepad is de verduurzaming van de gemeentelijke bedrijfsvoering. Relatie tot het Draka-terrein Voor het Hamerkwartier en daarmee het Draka-terrein komen al deze aspecten aan bod en wordt extra ingezet op duurzame energie, klimaatbestendigheid en natuurinclusiviteit. Op het aspect duurzaamheid en het daarbij behorende beleid wordt nader ingegaan in paragraaf 4.9 van de toelichting. Conclusie De Agenda Duurzaamheid wordt in acht genomen bij de voorgenomen ontwikkeling.

Gemeente Amsterdam

blz. 84

3.4.13 Actieplan Schone Lucht 2019 Het Actieplan Schone Lucht beschrijft op hoofdlijnen hoe de gemeente in 2030 wil voldoen aan de jaargemiddelde advieswaarden van de World Health Organisation (WHO): een gemiddelde jaarconcentratie van fijnstof onder 20 µg/m3 (PM10) en 10 µg/m3 (PM2,5). Dit zijn strengere waarden dan de Europese grenswaarden die nu in bijlage 2 van de wet Milieubeheer zijn opgenomen. In onderstaande tabel zijn deze grenswaarden en de advieswaarden weergegeven.

In het Actieplan Schone Lucht wordt omschreven hoe de gemeente wil gaan voldoen aan deze waarden. De kern van de aanpak om dit te bereiken laat zich samenvatten in 4 punten: bij de bron beginnen: uitstoot van vieze stoffen voorkomen is beter en uiteindelijk goedkoper dan bestrijden aanpakken wat haalbaar is: tegengaan van de uitstoot van verkeer, houtstook en mobiele werktuigen als aggregaten en bouwwerktuigen meest vieze punten eerst: het centrum heeft de meeste knelpunten in luchtkwaliteit en is het drukste deel van de stad van zakelijk naar privaat: zakelijk verkeer maakt de meeste kilometers en heeft meer mogelijkheden om sneller te verschonen dan bewoners. Daarnaast heeft de gemeente de volgende mijlpalen verwoord: 2020: Realisatie (diesel)milieuzone binnen ring A10 personenauto's vanaf Euro4 en geografische uitbreiding milieuzones; 2022: ov-bussen en touringcars centrum zijn uitstootvrij (binnen s100 ten zuiden van het spoor) 2025: al het verkeer, waaronder ook taxi's, passagiersvaart, pleziervaart en GVB-veren, maar behalve personenauto's en motoren, is uitstootvrij binnen de ring A10 (voor brom- en snorfietsen geldt de hele bebouwde kom); 2030: al het verkeer binnen bebouwde kom is uitstootvrij.

Relatie tot het Draka-terrein Door Peutz is een onderzoek uitgevoerd naar het effect van de ontwikkeling van nieuwbouw op de luchtkwaliteit ter plaatse van de omgeving van de Hamerstraat 2-4 te Amsterdam, zie paragraaf 4.6 en het Onderzoek luchtkwaliteit Draka. Uit de resultaten van het onderzoek volgt dat zowel in 2032 zonder de realisatie van de beoogde ontwikkeling als in 2032 na planrealisatie geen sprake is van overschrijding van jaargemiddelde EU-grenswaarden en de WHO advieswaarden (2005) voor de stoffen NO2, PM10 en PM2,5. Tevens volgt uit het onderzoek dat de ontwikkeling van het plan geen verslechtering oplevert voor de lokale luchtkwaliteit wanneer dit wordt afgezet tegen de autonome ontwikkeling in 2032. De effectiviteit van de hiervoor omschreven Amsterdamse aanpak om de luchtkwaliteit te verbeteren in 2030 is thans niet te kwantificeren. Aangenomen kan worden dat bij een goede uitvoering van het beleid deze aanpak zal bijdragen aan de verbetering van de luchtkwaliteit. Opgemerkt wordt dat in het beleid wordt aangesloten bij de WHO advieswaarden uit 2005. In 2021 zijn nieuwe, strengere advieswaarden gepubliceerd. Deze zijn echter niet in beleid verankert, waardoor hier niet aan is getoetst. In paragraaf bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 85

4.6 wordt nog nader ingegaan op het effect van het plan op de luchtkwaliteit. Conclusie Het actieplan 'Schone lucht' wordt in acht genomen bij de voorgenomen ontwikkeling. 3.4.14 Projectbesluit Hamerkwartier 2018/ Investeringsnota Hamerkwartier In 2018 heeft het College van B&W middels het Projectbesluit de uitgangspunten, ambities en kaders voor de transformatie van Hamerkwartier op hoofdlijnen vastgelegd en opdracht gegeven deze verder uit te werken. In dit kader is de investeringsnota Hamerkwartier vastgesteld. Bij het bepalen van de opgave voor het Hamerkwartier heeft het bestuur destijds drie speerpunten benoemd. Deze drie bestuurlijke prioriteiten zijn steeds leidraad geweest bij de planvorming: 1. Tempo en volume woningbouwproductie Het gebied wordt ontwikkeld tot een hoogstedelijke wijk. Hierbij wordt zo snel mogelijk tegemoet gekomen aan de grote vraag naar woningen in Amsterdam. Vooral de zuidstrook van Hamerkwartier biedt kansen om snel en in grote volumes woningen te ontwikkelen. Binnen een paar jaar na het nemen van het Investeringsbesluit zullen hier de eerste nieuwe gebouwen al gerealiseerd worden. 2. Ongedeelde wijk De omliggende buurten IJplein, Vogelbuurt en Vogeldorp profiteren sociaal, fysiek en economisch mee van de ontwikkeling. 3. Kwaliteit Hamerkwartier wordt een gemengde wijk met een goede mix aan woningen en andere functies.

Het wordt adaptief gebouwd, wat wil zeggen dat gebouwen flexibel kunnen worden gebruikt en ook over twintig jaar nog geschikt zijn voor nieuwe functies. Het Hamerkwartier transformeert maar met respect voor de historie van het gebied. Bestaande kwaliteiten behouden hun plek, zoals waardevolle panden en historische structuren. Hieraan voegen we nieuwe kwaliteiten toe, zoals nieuwe maatschappelijke voorzieningen, een mooie openbare ruimte, winkels, horeca en scholen. De speerpunten zijn verder uitgewerkt in het Investeringsbesluit Hamerkwartier. Voor een inhoudelijke samenvatting wordt verwezen naar hoofdstuk 2 van deze toelichting. Hamerkwartier - Mobiliteit Mobiliteitsplan Het Mobiliteitsplan Hamerkwartier Amsterdam (2020), en addendum (2021) beschrijft – als onderdeel van de Investeringsnota - de mobiliteitsstrategie en de maatregelen die nodig zijn om de ruimtelijke ambities te realiseren. Uit het verkeersmodel blijkt dat, met het inzetten op een sterk autoluw Hamerkwartier, het niet nodig is om nieuwe wegen voor autoverkeer te bouwen. De toekomstige verkeersstromen passen in de bestaande infrastructuur. Hamerkwartier profteert van de aanwezigheid van het metrostation Noorderpark. Ook is de inzet om meer buslijnen het gebied in te trekken. Wel is het nodig om de rotonde Meeuwenlaan-Johan van Hasseltweg aan te passen tot een geregeld kruispunt.

Parkeren in Hamerkwartier wordt op eigen terrein opgelost, er worden geen (nieuwe) parkeervergunningen uitgegeven. Wel wordt er ruimschoots voorzien in laad en losplekken op straat. Er komt een lage parkeernorm voor wonen, werken en voor overige functies in Hamerkwartier. Voor de

Gemeente Amsterdam

blz. 86

woningen wordt ingezet op een gemiddelde parkeernorm van 0,3 plaatsen per woning, met aanvullend 0,1 parkeerplaatsen, per woning voor bezoekers. Dit is conform de Amsterdamse parkeernorm, waarbij een kleinere marge aan de bovenkant van de normen wordt gehanteerd. Randvoorwaarden voor mobiliteit in Hamerkwartier Omdat Hamerkwartier autoluw wordt, ontstaat de mogelijkheid om de parkeerruimte op straat anders vorm te geven. Dit wordt een multifunctionele strook voor laden en lossen, groen, fietsparkeren. Er zijn een aantal randvoorwaarden voor mobiliteit gesteld. Randvoorwaarden parkeren: Parkeerplaatsen realiseren op basis van te ontwikkelen programma en de geldende parkeernorm op basis van het Mobiliteitsplan. Voornamelijk ondergronds parkeren voor bedrijven en voorzieningen, omdat ruimte bovengronds hard nodig is om de overige ambities te realiseren. Het is denkbaar om bij hoge uitzondering tijdelijk bovengrondse plekken te realiseren. Deze zijn dan demontabel of transformeerbaar en deze m2 gaan af van de ontwikkelmogelijkheden op de betreffende kavel. Bezoekersparkeren voor bewoners realiseren (0,1 pp./woning). Ontsluiting aan de Johan van Hasseltweg, Motorkade of Gedempt Hamerkanaal. Parkeervoorzieningen moeten minimaal toegankelijk zijn voor iedereen die een bestemming heeft op de kavel. Als het kan, worden de parkeerplaatsen openbaar.

Voor niet openbare parkeervoorzieningen op kavels geldt dat minimaal 50% van de parkeerplaatsen wordt ingericht voor elektrisch vervoer, waarvan 25% direct een oplaadpunt krijgt en de overige 25% wordt voorzien van mantelbuizen en kabelgoten. Zo zijn ze voor-bereid op de toekomstige installatie van laadvoorzieningen. Als ontwikkelaars niet aan deze voorwaarden kunnen voldoen, kunnen zij parkeercapaciteit afnemen in de mobiliteitshub. Met de opbrengsten hiervan kan een fonds worden gestart waaruit de hub bekostigd wordt. Randvoorwaarden deelmobiliteit: De deelmobiliteit wordt geclusterd, zodat het niet versnipperd raakt. Deelauto’s moeten minimaal in clusters van vijf auto’s worden aangeboden. De deelmobiliteit is openbaar toegankelijk voor alle bewoners van Hamerkwartier. In heel Hamerkwartier wordt hetzelfde systeem van deelmobiliteit aangeboden, het gaat hierbij om een abonnementsvorm. Ontwikkelaars die een eigen parkeergarage realiseren worden gestimuleerd om deelconcepten een plek te geven. Relatie tot het Draka-terrein Met onderhavig bestemmingsplan wordt aangesloten bij deze speerpunten voor het Hamerkwartier; het vormt het tweede ruimtelijke besluit waarmee invulling gegeven zal worden aan de ambities van het Investeringsbesluit Hamerkwartier.

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met het Projectbesluit Hamerkwartier 2018 en het Investeringsbesluit, waaronder het mobiliteitsplan dat onderdeel uitmaakt van het investeringsbesluit.

bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 87

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

4.1

Milieueffectrapport (MER)

4.1.1

Algemeen

Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieubelang een volwaardige plaats in bepaalde plan- en besluitvormingsprocessen te geven. Enerzijds maakt het opstellen van een milieueffectrapport (MER) de initiatiefnemer bewust van de milieugevolgen en anderzijds kan de overheid diverse milieugevolgen in samenhang met elkaar en op een voor de burger transparante wijze bij de besluitvorming betrekken. De regelgeving met betrekking tot de milieueffectrapportage is verankerd in de Wet milieubeheer. Voor sommige plannen of activiteiten geldt direct de verplichting om een MER op te stellen, maar er zijn ook plannen waarvoor het bevoegd gezag moet beoordelen of zij het nodig vindt om ter voorbereiding van een besluit een MER te laten maken (m.e.r.-beoordeling). In het Besluit m.e.r. is opgenomen voor welke activiteiten de m.e.r.-(beoordelings)plicht bestaat. Het gaat dan met name om activiteiten die aanzienlijke nadelige effecten op het milieu kunnen hebben. 4.1.2

Regelgeving

In de Wet milieubeheer en in het daarop gebaseerde Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) worden de verplichtingen inzake milieueffectrapportage geregeld. Doel van een m.e.r. is om de milieuaspecten volwaardig mee te kunnen nemen in de besluitvorming. In het MER worden de effecten van de beoogde ontwikkeling voor alle relevante milieuaspecten systematisch in beeld gebracht. Tevens wordt nagegaan of er alternatieven of maatregelen zijn waarmee eventuele negatieve effecten kunnen worden verminderd of voorkomen. In het Besluit m.e.r. staat wanneer een project-m.e.r. of een plan-m.e.r. moet worden opgesteld. Het besluit bevat bijlagen (de zogenaamde C en D-lijst) met daarin overzichten van activiteiten en besluiten waarvoor een project-m.e.r. of plan-m.e.r. verplicht is. Bij de activiteiten horen ook drempelwaarden; niet voor elke activiteit geldt een m.e.r.-plicht, pas als bepaalde drempelwaarden worden overschreden. Naast de m.e.r.-plicht kent de Wm ook een plicht tot het maken van een m.e.r.-beoordeling. Op basis van deze beoordeling dient het bevoegd gezag te beslissen of een activiteit genoemd in het Besluit m.e.r. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Als dit het geval is, dient er een MER te worden opgesteld. Wanneer een m.e.r.-beoordeling dient te worden opgesteld is - evenals de m.e.r.-plicht - geregeld in het Besluit m.e.r. 4.1.3

Hamerkwartier en Draka-terrein

Met het oog op de transformatie van het gehele Hamerstraat gebied is een milieueffectrapportage (MER) opgesteld (MER Hamerkwartier, Antea Group, december 2021). De ontwikkeling van het plangebied Draka-terrein valt onder het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' (Categorie D11.2 uit de D-lijst van het Besluit m.e.r.). Hiervoor geldt een zogenaamde m.e.r.-beoordelingsplicht. Hierbij wordt gekeken of en hoe groot de impact op de leefomgeving is. Voor het plangebied zelf gaat het om een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht; de zogenaamde drempelwaarden worden niet overschreden. Vanwege de omvang van de totale transformatie heeft de gemeente gekozen om voor het Hamerkwartier in plaats van een m.e.r.-beoordelingsnotitie direct een milieueffectrapportage (MER) op te stellen. Het MER is procedureel gekoppeld aan het bestemmingsplan Exclusiva, als eerste ruimtelijke plan. In een MER worden de milieueffecten onderzocht van een ontwikkeling, in dit geval de transformatie van Hamerkwartier. De basis hiervoor vormt het 'stedenbouwkundig voorkeursmodel' (dit wordt in dit MER het 'projectnota-alternatief' genoemd) uit de Projectnota. In de 'geest van de nieuwe Omgevingswet' zijn

Gemeente Amsterdam

blz. 88

niet alleen de traditionele milieuthema's als bodem, luchtkwaliteit en geluid, maar ook mobiliteit, landschap, cultuurhistorie, energie en sociale inclusiviteit beschouwd. De effecten op deze thema's bij transformatie van het Hamerkwartier worden afgezet tegen de situatie wanneer Hamerkwartier niet ontwikkeld is (de zogenaamde referentiesituatie). Ook is beschouwd of een milieueffect bijdraagt of juist afbreuk doet aan de ambities voor Hamerkwartier. Per thema worden ook mogelijke maatregelen in beeld gebracht die een negatief effect beperken of een positief effect juist versterken. Een Voorkeursalternatief met spelregels voor verdere uitwerking in de Investeringsnota en ruimtelijke plannen De beschouwing per thema en de keuzes voor de diverse voorkeursvarianten per thema leidt tot een aanscherping van het Projectnota-alternatief, die zijn vertaald naar spelregels (deel C van het MER). Het spelregelkader vormt het kader bij de Investeringsnota en nog te nemen ruimtelijke besluiten voor Hamerkwartier, zoals voorliggend bestemmingsplan. Monitoring van de verwachte effecten leidt tot een 'levend' MER Omdat de transformatie van Hamerkwartier over langere tijd plaats vindt, is monitoring van de effecten die voorspeld zijn in dit MER van belang.

Zo kan het opgestelde spelregelkader waar nodig aangepast of aangevuld worden bij een volgend ruimtelijk plan/initiatief als uit deze monitoring blijkt dat de effecten groter/anders zijn en hiermee de ambities voor het Hamerkwartier in het geding komen. Dit maakt dit een levend MER. Conform de m.e.r.-procedure is er in dit MER een voorzet voor monitoring opgezet. De exacte wijze van monitoring wordt op een later moment vastgesteld aan de hand van een monitoringsrapportage. Deze rapportage put uit de resultaten van dit MER, maar zal separaat van dit MER worden opgesteld. De aanzet voor monitoring is in het MER opgenomen. Naar aanleiding van een juridische procedure is het 'levend MER Hamerkwartier' aangevuld met een gevoeligheidsanalyse voor industrielawaai en is een berekening voor maximale geluidniveaus vanwege Albemarle toegevoegd. Dit document is opgenomen in Bijlage 2 bij deze toelichting. Hinder tijdens realisatie In het Milieueffectrapport Hamerkwartier wordt in hoofdstuk 8.3, 'Hinder tijdens realisatie' nader ingegaan op het voorkomen/beperken van hinder tijdens de realisatiefase en worden spelregels gegeven die opgenomen kunnen worden in het BLVC-kader (Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie). Het gaat daarbij om de volgende aspecten:

Elk project krijgt altijd het vastgestelde BLVC-kader Hamerkwartier mee (generieke uitvoeringseisen), plus eventuele aanvullende projectspecifieke eisen (voortkomend uit de impactanalyse). Op basis hiervan stelt de ontwikkelaar (of doorgecontracteerde bouwaannemer) of de maaiveld/infra-aannemer van een project een BLVC-uitvoeringsplan op. In het kader van de omgevingsvergunningaanvraag zal dit om nadere aandacht vragen. Conform het Bouwbesluit zal hinder tijdens de realisatiefase zoveel mogelijk worden beperkt. Zo zijn in artikel 8.3 van het Bouwbesluit bijvoorbeeld eisen opgenomen met betrekking tot het beperken van geluidhinder. Hier dient aan te worden voldaan. In de omgevingsvergunning bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 89

desgewenst kunnen voorschriften worden opgenomen ten aanzien van bijvoorbeeld het aanleveren va een veiligheidsplan en maatregelen om hinder te beperken. 4.1.4

M.e.r.-procedure

De m.e.r. kent enkele verplichte procedurestappen, deze zijn weergegeven in onderstaand figuur. Figuur 4.1.1 Procedureel stappenplan van de m.e.r.-procedure

Er is een notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor Hamerkwartier opgesteld waarin de thema's en wijze van onderzoek benoemd worden. Deze NRD heeft 6 weken ter inzage gelegen: tussen 18 april en 31 mei 2019. Tegelijkertijd is de NRD naar diverse partijen gestuurd, zoals de Veiligheidsregio, het waterschap, Rijkswaterstaat etc. Dit zijn de wettelijke adviseurs en bestuursorganen en zij hebben advies kunnen geven op de NRD. Daarnaast is ook de Commissie voor de Milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.) om een advies gevraagd. Deze Commissie geeft een onafhankelijk advies over het uit te voeren onderzoek. Dit advies is verkregen op 17 juni 2019. Op basis van de informatie uit de terinzagelegging en de advisering op de NRD is dit MER opgesteld. Reacties en adviezen op de NRD zijn samengevat in de Nota van Beantwoording NRD. Hierin is aangegeven op welke wijze de ingediende reacties en adviezen een plaats krijgen in het MER. Op het ontwerp ruimtelijk besluit en het MER (zie bijlagen) heeft iedereen een zienswijze kunnen indienen. De Commissie m.e.r. heeft op 10 augustus 2021 een toetsingsadvies uitgebracht op het MER Hamerkwartier. Naar het oordeel van de commissie heeft het MER veel verschillende aspecten uitgebreid onderzocht. De ambities zijn duidelijk en het MER is goed navolgbaar. Desondanks signaleert de Commissie bij de toetsing van het MER een tekortkoming.

De Commissie adviseert om de parkeerdruk in het studiegebied te onderzoeken en inzicht te geven in de gevolgen hiervan op de omgeving en daarbij de bereikbaarheid van het gebied in een aanvulling op het MER op te nemen. Zij acht deze informatie essentieel voor het volwaardig meewegen van het milieubelang bij de besluitvorming over de gebiedstransformatie. In het advies van de commissie wordt ook een aantal aanbevelingen gedaan. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming, nu en in de toekomst, te verbeteren. Naar aanleiding van het toetsingsadvies en de daarin opgenomen aanbevelingen is het

Gemeente Amsterdam

blz. 90

MER op onderdelen aangevuld.Het MER is met het ruimtelijk besluit via het College van B&W door de gemeenteraad van Amsterdam vastgelegd als bijlage bij het bestemmingsplan Exclusiva. 4.1.5

Doorwerking MER in voorliggend bestemmingsplan

In de hiernavolgende paragrafen wordt ingegaan op de onderzochte milieuthema's. Per thema is een beschrijving opgenomen van het in het kader van het MER verrichtte onderzoek en wordt vervolgens specifiek ingegaan op het plangebied Draka-terrein. Daar waar specifiek nader onderzoek is verricht voor het plangebied wordt volstaan met een korte verwijzing naar het MER. 4.1.6

Conclusie

Voor het voorliggend bestemmingsplan en ten behoeve van de gehele transformatie van het Hamerstraatgebied is een MER opgesteld. De spelregels uit het MER zijn samen met de kaders uit het Investeringsbesluit toegepast op het initiatief voor de locatie Draka-terrein en doorvertaald naar de regels van voorliggend bestemmingsplan.

4.2

Milieuzonering bedrijven

Bedrijven zijn milieubelastende bestemmingen die hinder ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen (waaronder wonen) kunnen veroorzaken. Om deze hindersituaties te voorkomen dient bij een bestemmingsplan(wijziging) waarin milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen in elkaars nabijheid mogelijk worden gemaakt in principe uit te worden gegaan van scheiding van functies. Daartoe zijn in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering (2009; hierna te noemen B&M) richtafstanden opgesteld. Deze afstanden geven voor verschillende functies aan op welke afstand geen hinder is te verwachten. De meer fijne afstemming voor de voorkoming van milieuhinder vindt vervolgens plaats in het kader van de Wet milieubeheer (Activiteitenbesluit). Het plangebied en omgeving wordt aangemerkt als gemengd gebied. Tabel 4.2.1 Richtafstanden tabel

Deze afstanden in B&M zijn naast de factoren aard en omvang van het bedrijf mede afhankelijk van de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor andere

bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 91

gebieden, zoals drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. Een overschrijding van de wettelijke normen (qua geluidsbelasting, stof, geur en gevaar), zoals besproken in voorgaande en volgende hoofdstukken, is echter niet toelaatbaar. Wanneer sprake is van omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies, voor met name het aspect geluid, met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Het aspect geluid is veelal het maatgevende aspect. Een gemengd gebied is een gebied met een variatie aan functies; direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot het omgevingstype gemengd gebied. Gezien de aanwezige functiemenging of de ligging nabij drukke wegen kent het gemengd gebied al een hogere milieubelasting. Plangebied Draka Het plangebied wordt aangemerkt als gemengd gebied door de ligging ten opzichte van wegen, bedrijvigheid/industrie en de vaarweg op het IJ. Ook is een van de doelstellingen van de transformatie het maken van een gemengd gebied. Het nu geldende bestemmingsplan staat bedrijven tot maximaal categorie 2 en onder voorwaarden categorie 3.1 toe.

Voor het Hamerkwartier en dus ook voorliggend bestemmingsplan is maximale functiemenging het uitgangspunt. Naast het mogelijk maken van functiemenging in het gebied worden eventuele belemmeringen in beeld gebracht van bestaande bedrijven. In het Hamerkwartier en direct daarbuiten zijn verschillende bedrijven aanwezig. Het geldende bestemmingsplan "Hamerstraatgebied" kent naast een algemene regeling voor toelaatbare bedrijven ook een aantal zogenaamde maatbestemde bedrijven. Maatbestemde bedrijven met een hogere milieucategorie waarvan de bedrijfsvoering is beëindigd, zijn reeds 'wegbestemd' op basis van het bestemmingsplan 'Hamerstaatgebied, 1e herziening' welke op 8 juli 2021 is vastgesteld. Met het oog op de beoogde functiemenging zijn de belemmeringen van de huidige bedrijfsfuncties geïnventariseerd (Milieuzones Hamerstraatgebied in Amsterdam Noord, LBP SIGHT, 2020). In het gebied zijn al diverse geluidsgevoelige functies aanwezig die relevant zijn voor hinderaspecten. Het gaat hierbij om woningen die in het geldende bestemmingsplan zijn aangeduid en bestemd, dan wel later zijn vergund (North Orleans). Figuur 4.2.1 Overzicht hinderzones in het Hamerkwartier

Gemeente Amsterdam

blz. 92

Figuur 4.2.2 Detail plangebied Draka-terrein

Draka-terrein Uit het onderzoek naar bestaande milieuzones in het Hamerkwartier, dat in het kader van het MER is

bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 93

uitgevoerd, blijkt dat de milieuzone van GVB Veren over het plangebied van het Draka-terrein valt. GVB Veren valt volgens het huidige bestemmingsplan onder SBI-codering 301,3315.3 waarbij de grootste richtafstand 100 meter is bij gemengd gebied voor geluid. Aanvullend op het onderzoek van LBP Sight is in opdracht van Arcadis een akoestisch onderzoek verricht naar bepaling van de werkelijke geluidcontour van de Pontveerhaven GVB Veren. Dit onderzoek is uitgevoerd door M+P raadgevende ingenieurs B.V. d.d. 18 januari 2020 (zie Bijlage 3). Uit het onderzoek volgt op het Draka terrein sprake is van +1 dB(A) overschrijding van de grenswaarden en incidenteel van +4 dB(A) overschrijding. Uit het onderzoek blijkt dat in de toekomst hybride veerponten worden ingezet, waarna uiteindelijk alle veerponten elektrisch zullen varen. Hierdoor zal de geluidsbelasting verminderen. In paragraaf 4.5 wordt hier uitgebreider op in gegaan. In het Investeringsbesluit wordt tevens ingegaan op GVB Veren (pontveerhaven). Hieruit volgt dat de pontveerhaven zoekt naar een vervangende dan wel aanvullende locatie. Wellicht blijft GVB Veren een deel van haven en kade gebruiken. Bij vermindering van pontveren treedt eveneens vermindering van geluidsbelasting op. Daarnaast is door Peutz onderzoek uitgevoerd naar industrielawaai, dit onderzoek is opgenomen in de bijlagen bij dit bestemmingplan.

In het onderzoek is onder meer ingegaan op bedrijfsactiviteiten rondom het Draka-terrein. Uit het onderzoek volgt dat de beoogde herontwikkeling van het Draka-terrein de belangen van de omliggende bedrijven niet schaden en dus zal ter plaatse van de beoogde ontwikkeling sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. Bovendien kan worden opgemerkt dat de herontwikkeling van het voormalige Draka-terrein deel uitmaakt van de transformatie van het Hamerkwartier. Dit gebied zal van bedrijventerrein getransformeerd worden naar een gemengd woon- en werkgebied. In paragraaf 4.5 wordt hier nader op ingegaan. Verder is buiten het Hamerkwartier het bedrijf Albemarle gelegen. Het bedrijf betreft een (Brzo) bedrijf met categorie 4.2 en gedeeltelijk een milieucategorie van 3.1. Albemarle valt onder de werking van specifieke externe veiligheidswetgeving (Brzo en het Bevi) en onder de werking van het geluidgezoneerde industrieterrein valt. Dit betekent dat het voor de thema's externe veiligheid en geluid niet onder de algemene werking van milieuzonering valt. Voor de mogelijke invloed op het plangebied van voorliggend bestemmingsplan wordt verwezen naar de paragrafen externe veiligheid en geluid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11846250/1