CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Toelichting bestemmingsplan

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 30 juni 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Draka Terrein HamerkwartierNr. VN2022-01603228.210 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

blz. 44

hieronder). In de blokpaspoorten wordt een indicatie weergegeven van de metrages per kavel. Figuur 2.3.14 Geschikte gebieden voor commerciële voorzieningen (bron: Investeringsnota Hamerkwartier deel b)

Naast het winkelgebied voor dagelijkse boodschappen, biedt het Gedempt Hamerkanaal ruimte voor andere vormen van bedrijvigheid. Het Gedempt Hamerkanaal wordt de hoofdstraat van het Hamerkwartier en een levendige plek. Een gemixte invulling van de straat is gewenst. Commerciële voorzieningen, zoals een sportschool of horeca, komen naast productieve bedrijvigheid. De levendige straat nodigt uit om Hamerkwartier verder te verkennen. Voor horeca en leisure zijn er grofweg twee locaties aan te wijzen. De stadstraten op en rondom het Motorplein. Hierbij wordt ingezet op ondersteunende horeca om kwetsbare functies zoals detailhandel te ondersteunen. Het zorgt voor levendige plinten en sociale veiligheid en cohesie. De IJ-oevers zijn geschikt voor meer onderscheidende horeca en leisure, die als ontmoetingsplekken en 'place making' dienen. Deze plekken leveren een grote bijdrage aan het aantrekkelijke vestigingsklimaat voor creatieve productieve bedrijvigheid in Hamerkwartier. De IJ-oevers zullen vooral door fietsers en wandelaars gebruikt worden of door mensen die komen ontspannen. Aan de oevers zijn nu al verschillende populaire culturele- en horecavoorzieningen

bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 45

aanwezig. De horeca die zich hier straks vestigt, is zelfstandig functionerend en niet ondersteunend aan bijvoorbeeld detailhandel. De diversiteit van aanbod is bepalend voor de invulling. Kunst en cultuur Culturele voorzieningen dragen bij aan een rijke functiemenging in het gebied en balans in de stad. In het Hamerkwartier hebben zich verschillende culturele instellingen en ondernemers gevestigd, die smaakmakers zijn en een breed publiek trekken. Er wordt zoveel mogelijk ingezet op het behoud van de kunst- en cultuurfuncties in het Hamerkwartier. In de studie 'Hamerkwartier Werkt' (bijlage bij het Investeringsbesluit) is uitgebreid beschreven hoe de gemeente gaat sturen op behoud en versterken van creatieve bedrijvigheid, zoals kunstenaars en andere vormen van cultureel ondernemerschap. In elk geval wordt ingezet op het behoud en versterken van de huidige culturele voorziening met een podiumfunctie (dans, theater en productie) die een eigen gebouw vereisen. Groenopgave De groen norm is vastgesteld als onderdeel van Koers 2020-2025 en is opgenomen in het voorzieningenmodel. Alle nieuwe buurten die na 2018 worden gerealiseerd dienen te voldoen aan de norm. De referentienorm Groen is nodig om van Amsterdam een economisch sterke en leefbare, klimaatadaptieve stad te maken. De mate waarin voorzieningen voorkomen wordt bepaald door het type woonmilieu.

In Hamerkwartier wordt uitgegaan van Centrum Stedelijke norm van 8m2/woning voor gebruiksgroen en 8m2/woning ecogroen. De norm is vastgesteld in de Projectnota. Er wordt genoeg groen gerealiseerd om 6.365 woningen te bouwen. In het Hamerkwartier zal 40% van het uitgeefbare kaveloppervlak in groen gerealiseerd worden op ontwikkelingen en gebouwen. In tabel 2.4 is het te realiseren groen in het Hamerkwartier weergegeven. Tabel 2.4 Te realiseren groen totaal Hamerkwartier (bron: Investeringsnota Hamerkwartier deel b)

Gemeente Amsterdam

blz. 46

Sportopgave Het is belangrijk dat sporten en bewegen in de stad mogelijk is, zowel in verenigingsverband als in andere verbanden of op eigen initiatief. In het Hamerkwartier wordt sport mogelijk gemaakt in het park, op straten en pleinen; van calisthenics tot freerunning tot jeu des boules. Sport en spelen is voor alle leeftijden, voor iedereen dichtbij en toegankelijk. Sport- en speelplekken zijn aantrekkelijk ingericht en de wensen van de bewoners uit de buurt een belangrijk uitgangspunt voor de inrichting van sporten speelruimte. Als sportnorm geldt: 1 m2 sport in de openbare ruimte per woning en 2 m2 georganiseerde buitensport per woning. Het sport en spelen programma gerealiseerd bedraagt dan: 6.500 m2 urban sportpark op Hamerkop (mocht niet alles in de openbare ruimte passen, dan dient ook gebruik te worden gemaakt van dakvlakken). Rest in sportpark de Weeren; 6.500 m2 sport in openbare ruimte; 3.500 m2 speelplekken (0-6jaar) waaronder 3 schoolpleinen, die openbaar toegankelijk zijn na schooltijd; 3.000 m2 speelvelden (6-12 jaar) in Oeverpark en Motorplein. Er komen in alle groene pockets speelvoorzieningen voor alle leeftijden. Daarnaast komen er twee grote speelplekken in Oeverpark en Motorplein. Figuur 2.3.15 Uitgangspunten sport (bron: Investeringsnota Hamerkwartier deel b)

bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 47

2.3.5

Ontwikkeling Draka

De voorgenomen herontwikkeling van het Draka-terrein is in opdracht van de initiatiefnemer uitgewerkt door Rijnboutt in het stedenbouwkundig plan. Het stedenbouwkundig plan (december 2021) vormt de basis van onderhavig bestemmingsplan.

Gemeente Amsterdam

blz. 48

2.3.5.1 Voorlopig ontwerp Draka De voorgenomen ontwikkeling omvat 120.000 m2 BVO ten behoeve van wonen. Het exacte aantal woningen is vooralsnog onbekend. Verwacht wordt dat sprake is van maximaal 1.650 woningen. De worst case invulling wordt bepaald door het type woningen dat wordt gerealiseerd. Kijkende naar de verkeersaantrekkende werking en de parkeerdruk is vanwege het typologie woningen dat binnen de oppervlakte van 120.000 m2 BVO kan worden gerealiseerd niet de invulling met 1.650 woningen worst case, maar de invulling met circa 1.630 woningen. Met deze invulling worden verhoudensgewijs meer grotere woningen gerealiseerd waardoor sprake is van een hogere verkeersaantrekkende werking en parkeerdruk. In voorliggend bestemmingsplan en de daarbij behorende onderzoeken is gezien voorgaande uitgegaan van circa 1.630 woningen vanwege de beschouwing van de worst case situatie (120.000 m2 BVO), circa 12.000 m2 BVO maakindustrie, circa 9.000 m2 BVO kantoren, circa 6.500 m2 BVO voorzieningen en circa 3.900 m2 school. De beoogde bebouwing bestaat uit diverse bouwhoogten variërend tussen de 21 en 70 meter. Het stedenbouwkundig ontwerp en het programma wordt in figuren 2.3.16 en 2.3.17 weergegeven. Figuur 2.3.16 Voorlopig stedenbouwkundig ontwerp en programma (bron: SP Draka Rijnboutt)

Figuur 2.3.17 Voorlopig stedenbouwkundig ontwerp en programma (bron: SP Draka Rijnboutt)

bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 49

2.3.5.2 Stedenbouwkundige uitgangspunten Het Hamerkwartier krijgt een eigen kwaliteit. Kenmerkend voor het Hamerkwartier is de geleidelijke transitie van een bedrijventerrein (aan het IJ) naar een Creatieve Productiewijk waarin bedrijvigheid en (gemengde) woongebouwen elkaar afwisselen. Bouwblokken bestaan uit verschillende gebouwen, groot en klein, met elk een eigen bestemming. In deze opzet zijn bestaande gebouwen geïntegreerd; ze herinneren aan de primair bedrijfsmatige oorsprong van het terrein en bieden ruimte aan de maakindustrie en de creatieve bedrijvigheid en voorzieningen. De overheersende typologie is het “Hamerblok”, waaraan zowel de verandering als de geheel nieuwe bouwblokken voldoen. Woon- en werkfuncties vormen een synergie. Het Hamerblok is een stedenbouwkundig concept voor een samengesteld bouwblok bestaande uit een open onderbouw van maximaal 4-8 bouwlagen met een plint van 8 meter en hoge torens met een gemengd programma. Maakindustrie wordt gecombineerd met woningen en voorzieningen. Het Hamerblok leent zich voor een gradiënt in toegankelijkheid van openbaar naar privé. Draka-terrein Het Draka-terrein is, op één gebouw na, geheel nieuw. De gelaagdheid die andere delen van het Hamerkwartier kenmerkt door het samengaan van bestaande en nieuwe gebouwen, moet hier worden gemaakt in de nieuwbouw van de acht bouwblokken.

Het stedenbouwkundig plan is daarvoor de met de gemeente overeengekomen opzet. Elk blok kent een uitwerking van het Hamerblok-principe, een gemengd programma en een gedifferentieerde opbouw. De blokken verschillen in omvang. In het Draka terrein Hamerkwartier zijn drie typen bouwblokken te onderscheiden; grote, kleine en specials. De programmaring van die blokken zorgt voor een subtiel verschil in gebruik van de Gemeente Amsterdam

blz. 50

dakvlakken, met name door de overgang van openbaar-privé op maaiveld. Het kleine blok met het bestaande Labgebouw gedraagt zich binnen de reeks van kleine blokken als een special met een meer publiek karakter. Het daklandschap biedt kansen voor een variatie in toegankelijkheid. De structuur van de bouwvelden is in het ontwerp voor Draka aangepast van vier naar drie bouwvelden aan het Gedempt Hamerkanaal, waardoor differentiatie ontstaat in bouwvelddiepte en een prominente positie van het Labgebouw aan een plein. Het Labgebouw dient als opstal gehandhaafd te blijven en zal worden getransformeerd naar een gebouw met maakindustrie. De grote halloods dient als een karakteristiek gebouwelement te worden gehandhaafd. In de openbare ruimte, op het Makersplein, wordt een deel van de blauwe spanten uit de grote hal opgenomen. Deze worden met enkele gebouwen verbonden. Dit is richtinggevend voor de gebouwen van de betreffende blokken. De gelijktijdige ontwikkeling van de blokken van Draka maakt het mogelijk een integrale benadering van het daklandschap te volgen, waarbij daken mogelijk zelfs geschakeld kunnen worden. Het betreft hier dan voornamelijk de daken boven de plint, dus op ongeveer 8 meter hoogte. 2.3.5.3 Programma Draka De school komt in de noordwestelijke hoek van het plangebied, in een gebouw van vier bouwlagen.

De maakindustrie kan onder andere worden gehuisvest in de dubbelhoge plint van de drie noordelijke blokken en het oostblok aan het IJ/havenbekken, maar niet onder de torens. Het Labgebouw wordt over alle verdiepingen maakindustrie. Kantoren, horeca en voorzieningen liggen verspreid door het gebied. Deze functies concentreren zich rondom het Makersplein, aan het Park en aan het Gedempt Hamerskanaal en de Aambeeldstraat. Er is één kantoor met een maximale omvang van 3.000-5.000 m2 bvo. Verder zijn er kleinere kantooreenheden. In het gehele gebied wordt gewoond. De verschillende woningtypen worden verspreid over het gebied. De typologiemix verschilt aan de zijde van het Gedempt Hamerkanaal en de zijde van het IJ. De sociale woningbouw en het middensegment bevinden zich voornamelijk in de noordelijke blokken. De vrije sector voornamelijk in de blokken aan het IJ. In de oost-west richting is het programma evenredig verdeeld. Het gehele programma binnen het Draka-terrein bedraagt niet meer dan 151.400 m2 bvo. De exacte invulling van het plan is vooralsnog onbekend. Dit geldt ook voor de verdeling van functies over de verschillende bouwblokken. Voor een aantal functies zijn concrete afspraken gemaakt. Zo mag binnen het plangebied bijvoorbeeld maximaal 120.000 m2 bvo aan woonbebouwing gerealiseerd worden.

Daarnaast is maximaal 9.000 m2 bvo toegestaan ten behoeve van kantoorfuncties, maximaal 3.900 m2 bvo aan maatschappelijke functies, maximaal 3.500 m2 bvo ten behoeve van cultuur en ontspanning, maximaal 3.000 m2 horeca en minimaal 12.000 m2 aan productieve bedrijvigheid toegestaan. De totale vierkante meters ten behoeve van dienstverlening, horeca, cultuur en ontspanning bedraagt gezamenlijk niet meer dan 6.500 m2. De productieve bedrijvigheid is niet ter plaatse van ieder bouwblok gewenst. Ter plaatse van de bouwblokken A6 en A8 is productieve bedrijvigheid bijvoorbeeld niet toegestaan. Om voorgaande afspraken te borgen zijn deze in de planregels vastgelegd. Staalconstructie en labgebouw In het Ontwikkelkader van de gemeente is op het Draka-terrein het Labgebouw aangeduid als een te handhaven opstal en de grote halloods als een te handhaven karakteristiek gebouwelement. Het Labgebouw wordt getransformeerd naar een gebouw met maakindustrie. Een deel van de blauwe spanten uit de grote hal krijgen een plek in de openbare ruimte op het groene Makersplein. De spanten wordt optimaal ingepast.

bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 51

Ontsluiting en parkeren De hoofdontsluiting van het gebied gaat met een éénrichtingslus door het gebied. Naast het Gedempt Hamerkanaal en Aambeeldstraat ontsluit deze route de maakindustrie in het gebied. De ondergrondse parkeergarages worden gevoed vanaf de hoofdontsluiting. De overige straten zijn beperkt toegankelijk voor autoverkeer. Hierdoor ontstaat een autoluw gebied aan het park en het IJ. Onder de bouwvelden kunnen zich, in één kelderlaag, parkeergarages bevinden. Onder het labgebouw bevindt zich geen garage. Onder de drie blokken aan het Gedempt Hamerkanaal bevinden zich parkeergarages. De garages kunnen onderling worden gekoppeld. De toegangen tot de garages bevinden zich aan de hoofdontsluiting (Gedempt Hamerkanaal) en bevinden zich niet op de hoek van een bouwveld. Figuur 2.3.18 Onsluiting en parkeren (bron: SP Draka Rijnboutt)

Gemeente Amsterdam

blz. 52

bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 53

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. Figuur 3.1.1 Afwegen met de NOVI. Bron: Nationale Omgevingsvisie.

De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's Gemeente Amsterdam

blz. 54

4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen Draka-terrein Uit de uitwerking van prioriteit 3 volgt dat steden zich duurzaam dienen te ontwikkelen, dat het woningaanbod moet aansluiten bij de vraag en dat de voorkeur uitgaat naar verstedelijking binnen bestaand stedelijk gebied.

Daarnaast is één van de beleidskeuzes (beleidskeuze 3.3.) onder prioriteit 3 “Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio, toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op ruimte- en mobiliteitsefficiënte wijze ingepast. Het woningaanbod in de regio's sluit daarbij aan bij de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklasse." Verder worden in de Nationale omgevingsvisie onder meer de volgende nationale belangen benoemt: 4. Waarborgen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. De opgave bij Nationaal belang 5 is het vergroten van de woningvoorraad in een fijne leefomgeving om te voorzien in de huidige behoefte aan woningen. Het Draka-terrein is gelegen in het Hamerkwartier te Amsterdam. Het gehele Hamerkwartier wordt getransformeerd naar een woon-werkgebied, zo ook het Draka-terrein. De herontwikkeling van het Draka-terrein voorziet onder meer in de realisatie van circa 1.630 woningen, kantoren, scholen en voorzieningen. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de woonbehoefte binnen de gemeente Amsterdam en wordt tevens binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Het woningaanbod binnen Draka is divers, waardoor voorzien wordt in de behoefte van verschillende woonsegmenten.

Daarnaast worden overige functies zoals kantoren, scholen en voorzieningen gerealiseerd, waardoor een goede fysieke leefomgeving wordt gewaarborgd en de inwoners in het gebied in de nabijheid gebruik kunnen maken van diverse functies. Aangezien het gehele Hamerkwartier getransformeerd wordt van terrein waar meerdere bedrijven zijn gevestigd naar woon-werkgebied, is voor het hele gebied sprake van een verbetering in de fysieke leefomgeving. Verder wordt aandacht besteed aan de ruimtelijke aspecten en inpassing van het plan zodat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (fysieke leefomgeving) gerealiseerd wordt, zie hiervoor hoofdstuk 4. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' en diverse nationale belangen met bijbehorende opgave(n). Conclusie De ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de Nationale omgevingsvisie

bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 55

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden. Het gewijzigde Barro is op 1 juli 2014 in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van onderwerpen van nationaal belang, zoals Rijksvaarwegen, kustfundament, de Waddenzee, buisleidingen van nationaal belang en de Ecologische hoofdstructuur. Vanuit het Barro geldt dat voor vaarwegen met een CEMT-klasse VI een vrijwaringsgzone van 50 meter aan weerszijde van de vaarweg aangehouden dient te worden om het belang van een vlotte en veilige doorvaart voor de scheepvaart te borgen. In deze zone zijn geen ruimtelijke ontwikkelingen toegestaan die de veiligheid voor de scheepvaart op de rijksvaarweg in gevaar brengen (doorvaart, zicht en hulpverlening). De vrijwaringszone Barro van het Noordzeekanaal en/of de vaargeul van het Binnen IJ loopt tot in het Hamerkwartier. De vrijwaringszone wordt gerekend vanaf de begrenzingenlijn van de rijksvaarweg zoals opgenomen in de legger conform artikel 5.1 van de Waterwet. Ten behoeve van de vrijwaringszone is op de plankaart behorende bij dit bestemmingsplan de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone – vaarweg' opgenomen. Hiermee wordt de vrijwaringszone veiliggesteld en beschermd. De ontwikkeling is in overeenstemming met het Barro. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Op grond van artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan dat ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onder een stedelijke ontwikkeling wordt op grond van het Bro verstaan: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Wat tot het bestaand stedelijk gebied moet worden gerekend, volgt uit artikel 1.1.1, eerste lid, onder h, van het Bro: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Het doel van deze bepaling in de Bro, die ook wel 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt genoemd, is om zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren en een goede ruimtelijke ordening te bewerkstelligen. Onder meer door optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering.

De ladder is gericht op het tegengaan van leegstand. De behoefte dient te worden onderbouwd en afgewogen op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling. De aard en de omvang van de ontwikkeling zijn daarbij bepalend voor de reikwijdte van de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de resultaten ook zijn opgenomen in de beschrijving. Het gaat daarbij niet alleen om de kwantitatieve behoefte, maar ook om de kwalitatieve behoefte, zijnde de behoefte aan het specifieke karakter van de voorziene stedelijke ontwikkeling. Indien sprake is van reeds planologisch geregeld programma is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Handreiking Ladder voor Duurzame Verstedelijking Stadsregio Amsterdam Gemeenten zijn verplicht om bij de ontwikkeling van nieuwe woningbouwplannen de Ladder voor duurzame verstedelijking toe te passen, om te toetsen of het plan voorziet in een actuele behoefte binnen de regio. De Stadsregio Amsterdam (thans Vervoerregio Amsterdam) heeft op 18 oktober 2016 Gemeente Amsterdam

blz. 56

de Handreiking Ladder voor Duurzame Verstedelijking Stadsregio Amsterdam opgesteld. Deze handreiking is een aanvulling op de bestaande, landelijke handreikingen, toegespitst op de situatie in de stadsregio Amsterdam. Het doel van de Ladder is zorgvuldig ruimtegebruik en het voorkomen van leegstand en overprogrammering uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Leegstand en overprogrammering zijn voor wat betreft wonen in de regio Amsterdam echter niet zozeer van toepassing. Er is een enorme vraag naar woonruimte binnen de regio en vooralsnog zijn er voor de komende tien jaar nog niet genoeg (harde) plannen die in deze behoefte kunnen voorzien. De onderbouwing van de woningbehoefte binnen de regio kan zowel kwantitatief als kwalitatief zijn. Met kwantitatieve behoefte wordt bedoeld: de vraag naar woningen binnen de regio, uitgedrukt in cijfers, afgezet tegen het aanbod van woningen binnen de regio, uitgedrukt in cijfers. Met kwalitatieve behoefte wordt bedoeld: de vraag naar woningen binnen de regio, onderscheiden naar type woningen, woonmilieu en/of segment, afgezet tegen het aanbod van woningen binnen de regio, onderscheiden naar type woningen, woonmilieu en/of segment. Bij het aanbod van woningen worden zowel de reeds bestaande woningen als de in uitvoering zijnde of geplande bouw van woningen binnen de regio meegewogen.

Relatie tot het Draka-terrein Binnen het toekomstige Hamerkwartier (transformatie op basis van het projectbesluit Hamerkwartier 2018/Investeringsnota Hamerkwartier 2022) zal worden voorzien in een intensief programma aan woonen niet-woonfuncties. Doelstelling is het tot stand brengen van een aantrekkelijke gemengde woon-werkwijk. De ontwikkeling zal in de komende decennia worden mogelijk gemaakt middels verschillende ruimtelijke besluiten voor deelprojecten, op basis van zelfrealisatie. Het bestemmingsplan Draka-terrein maakt onder meer de ontwikkeling van woningen, bedrijven, kantoren, een basisschool en voorzieningen zoals horeca en leisure mogelijk. De onderbouwing vanuit de Ladder beperkt zich dan ook tot de functies die binnen het plangebied worden gerealiseerd. In paragraaf 3.3 wordt ingegaan op regionaal beleid en de (regionale) behoefte aan woningbouw. Daarnaast wordt in paragraaf 3.3 en 3.4 eveneens ingegaan op de overige functies die zijn toegestaan op grond van dit bestemmingsplan. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat zowel in kwantitatief als kwalitiatief opzicht ruimte bestaat voor realisatie van het woonprogramma in dit bestemmingsplan.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie NH 2050

De Omgevingsvisie NH2050 is vastgesteld door de Provinciale Staten van Noord-Holland op 19 november 2018. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. De Omgevingsvisie richt zich op lange termijn ambities en doelen, met oog voor kwaliteiten die de provincie langjarig wil koesteren en die proberen in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. De visie spreekt zich uit over het Waarom en deels over het Wat. Onder de hoofdambitie “Balans tussen economische groei en leefbaarheid” zijn samenhangende ambities geformuleerd. De ambities zijn uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst. In die bewegingen worden meerde ontwikkelprincipes gehanteerd. Alle ontwikkelprincipes hangen met elkaar samen. De bijbehorende deelambities zijn: 1. Leefomgeving: een gezonde en veilige basiskwaliteit van de leefomgeving, met als doel:

bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 57

a. een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland; b. het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; c. het vergroten van de biodiversiteit in Noord-Holland. 2. Gebruik van de leefomgeving: ruimtelijke ontwikkelingen faciliteren, met als doel: a. een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor; b. vraag en aanbod van woon- en werklocaties beter met elkaar in overeenstemming brengen; c. dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden; d. het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. 3. Energietransitie: Noord-Holland als samenleving in 2050 klimaatneutraal en gebaseerd op hernieuwbare energie. Relatie tot het Draka-terrein Onder de deelambitie 'leefomgeving' is het onderwerp 'gezondheid en veiligheid' opgenomen, waaronder een verbetering van de kwaliteit van bodem, water, lucht, externe veiligheid en geluidsbelasting worden nagestreefd. Ter plaatse van het Draka-terrein is in de huidige situatie met name bedrijvigheid mogelijk. Beoogd wordt om een woon- werkgebied te realiseren. Dit leidt tot een gezondere en veiligere omgeving.

Het initiatief levert een bijdrage aan de ambitie 'leefomgeving' door het verbeteren van de fysieke leefomgeving. Daarnaast worden onder meer groene daken gerealiseerd en zonnepanelen geplaatst, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de ambitie 'energietransitie'. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan is in lijn met de ambities uit de provinciale Omgevingsvisie. 3.2.2

Omgevingsverordening Noord-Holland

Op 22 oktober 2020 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020. In deze verordening zijn regels opgenomen die de provinciale belangen beschermen. De verordening vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. In hoofdstuk 6 van de omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen. Dit zijn regels die door decentrale overheden in acht moeten worden genomen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De instructieregels zien onder meer op nieuwe stedelijke ontwikkelingen, bijzonder landschap, verblijfsrecreatie en detailhandel. Relatie tot het Draka-terrein In de Omgevingsverordening NH2050 zijn regels opgenomen die gelden binnen het gehele grondgebied van de provincie Noord-Holland en regels die gebiedsspecifieke zijn. Hieronder zijn de van toepassing zijnde artikelen opgenomen. Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen 1. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken; 2. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid.

Gemeente Amsterdam

blz. 58

Artikel 6.83 Regionale verdringingsreeks Amstel, Gooi en Vecht 1. In het geval van een onmiddellijk of dreigend watertekort wordt met het oog op de verdeling van het beschikbare water vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek bij het beheer van de regionale wateren door waterschappen wat betreft de in artikel 2.1, eerste lid, onder 3, van het Waterbesluit bedoelde behoeften, achtereenvolgens prioriteit toegekend aan: a. het verwerken van industrieel proceswater; b. de tijdelijke beregening van kapitaalintensieve gewassen. 2. In het geval van een onmiddellijk of dreigend watertekort wordt met het oog op de verdeling van het beschikbare water vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek bij het beheer van de regionale wateren wat betreft de in artikel 2.1, eerste lid, onder 4, van het Waterbesluit bedoelde behoeften, achtereenvolgens prioriteit toegekend aan: a. de waterkwaliteit in stedelijk gebied; b. beroepsvaart; c. akkerbouw; d. beregening sportvelden; e. grasland; f. recreatievaart; g. natuur, voor zover het niet gaat om het voorkomen van onomkeerbare schade. 3. In geval van waterbehoeften van buiten het gebied van het waterschap, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing De artikelen uit de Omgevingsverordening NH2050 zullen de beoogde ontwikkeling niet in de weg staan. Zie hiervoor paragraaf 3.3, waar wordt ingegaan op het regionale beleid.

Verder wordt in paragraaf 4.7 ingegaan op het aspect water. Conclusie In de Omgevingsverordening NH2050 zijn geen regels opgenomen die voorliggend bestemmingsplan in de weg staan. 3.2.3

Provinciale Watervisie 2021 'Buiten de oevers'

De Provinciale Watervisie 2021 'Buiten de Oevers' is vastgesteld op 15 september 2015 door Provinciale Staten. De Watervisie is afgestemd met de Stroomgebiedbeheerplannen uit de Kaderrichtlijn Water. De Watervisie beschrijft de ambities en kaders voor het regionale waterbeheer in Noord-Holland richting 2021 met doorkijk naar 2040. De Watervisie is integraal onderdeel van het strategisch omgevingsbeleid en heeft een directe relatie met de provinciale structuurvisie. In de Watervisie richt de provincie zich op de thema's veilig, schoon en voldoende water en werkt die uit in doelstellingen voor onder andere veilige dijken en duinen, robuuste inrichting van het achterland, rampenbeheersing bij overstromingen, kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater, zoetwatervoorziening en het tegengaan van wateroverlast. Relatie tot het Draka-terrein In paragraaf 4.7 wordt beschreven hoe in het plangebied met de waterhuishouding wordt omgegaan. Conclusie De provinciale watervisie staat de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg.

bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 59

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Metropoolregio Amsterdam

De Metropoolregio Amsterdam is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat de samenwerking plaatsvindt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en Raden van de aangesloten gemeenten en provincies. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke ambitie gericht op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Rond de beleidsvelden verkeer en vervoer, economie, verstedelijking, landschap en duurzaamheid zijn drie regionale bestuurlijke overlegorganen geformeerd. De samenwerking in metropoolverband levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. Wonen De woningbehoefte in de MRA is groot en het tekort is toegenomen, ondanks de versnelling van de woningproductie naar rond de 16.000 woningen per jaar in de afgelopen twee jaar.

De groei van de woningbehoefte is vooral toe te schrijven aan de grote instroom uit het buitenland naar deze regio en met name naar Amsterdam. Deze instroom is veel groter dan voorzien in de prognoses. In alle zeven deelregio’s van de MRA willen bovendien meer mensen verhuizen dan in 2017. 3.3.1.1 Plabeka Het Platform Bedrijven en Kantoren (Plabeka) is in 2005 opgericht en focust zich op het reduceren van de structurele leegstand van werklocaties in de MRA. In dit regionale samenwerkingsverband stemmen de provincies Noord-Holland en Flevoland samen met de Stadsregio Amsterdam en de gemeenten vraag en aanbod van bedrijfslocaties zo goed mogelijk op elkaar af. In Plabeka vindt de regionale afstemming plaats over de kwantiteit en kwaliteit van werklocaties. Het doel van Plabeka luidt als volgt: Het creëren van voldoende ruimte en kwaliteit van werklocaties (kantoren, bedrijventerreinen, zeehaventerreinen) voor een evenwichtige economische ontwikkeling om daarmee een bijdrage te leveren aan de versterking van de (internationale) concurrentiepositie van de Metropoolregio en het verbeteren van het regionale vestigingsklimaat voor het bedrijfsleven. Uitvoeringsstrategie 2010-2040 Het regionale werklocatiebeleid is vastgelegd in de Uitvoeringstrategie Plabeka 2010-2040 'Snoeien om te kunnen bloeien'.

Dit document is door de betrokken bestuurders uit de Metropoolregio Amsterdam (MRA) op 23 juni 2011 vastgesteld. Ondanks de ingrepen, zoals afgesproken in de eerste Uitvoeringsstrategie 2007-2030, bleek uit de monitor dat er op de kantorenmarkt in de MRA nog steeds geen evenwichtige balans tussen vraag en aanbod gerealiseerd was. De leegstand bleef onverminderd hoog en de vraag naar kantoorruimte bleef achter bij de prognoses. Ook de uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen bleek lager dan voorzien. Hierdoor is besloten de Uitvoeringsstrategie de actualiseren. Overschotten aan de aanbodzijde leidden in 2007 reeds tot het schrappen en faseren van 3,5 miljoen m²

Gemeente Amsterdam

blz. 60

aan niet op de vraag afgestemde kantoorplannen. Door transformatie vond onttrekking van 0,5 miljoen m² kantoorgebouwen van de kantorenmarkt plaats. Deze ingrepen op de kantorenmarkt waren echter niet genoeg om het tij te keren. In de Uitvoeringsstrategie 2010-2040 zijn opnieuw afspraken gemaakt om in het planaanbod van kantoren en bedrijventerreinen te schrappen en worden verouderde bedrijventerreinen geherstructureerd en bestaande kantoren herontwikkeld tot duurzame kantoorconcepten of voor andere functies. Het resultaat van deze Uitvoeringsstrategie is dat in de MRA in totaal voor 1,9 miljoen m² planaanbod kantoren en 514 hectare planaanbod bedrijventerreinen worden geschrapt of uitgefaseerd tot na 2040. Relatie tot het Draka-terrein Binnen het Draka-terrein worden diverse functies gerealiseerd, waaronder kantoren, maakindustrie, woningen, horeca, leisure en een school. Door diverse functies te realiseren ontstaat een levendig en bruisend woon- werkgebied. Hoewel de doelstelling is om leegstand tegen te gaan, worden binnen het plangebied kantoren gerealiseerd. De gehele transformatie van het Hamerkwartier zorgt ervoor dat de planlocatie een aantrekkelijk vestigingsklimaat heeft. Daarnaast is binnen de MRA sprake van een behoefte aan woningen, met name in Amsterdam. De voorgenomen ontwikkeling voorziet met de realisatie van woningen in die behoefte.

Conclusie De metropoolregio Amsterdam staat de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg. 3.3.2

Stadsregio Amsterdam

De Stadsregio Amsterdam is een samenwerkingsverband van zestien gemeenten. De stadsregio werkt onder meer aan verbetering van de bereikbaarheid, de leefbaarheid en de economische ontwikkeling en heeft in dat kader een aantal beleidsnota's opgesteld. 3.3.2.1 Regionaal Actieprogramma Wonen 2016 - 2020 (inclusief oplegger) Stadsregio Amsterdam De provincie Noord-Holland heeft de gemeenten binnen de Stadsregio Amsterdam (thans Vervoerregio Amsterdam) gevraagd gezamenlijk een Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP) op te stellen voor de periode 2016 tot en met 2020. Dit komt voort uit de provinciale Woonvisie uit 2010, waarin als doelstelling is opgenomen dat in 2020 de inwoners van Noord-Holland beschikken over voldoende woningen met een passende kwaliteit en in een aantrekkelijk woonmilieu. De gemeenten die deel uitmaken van de Vervoerregio Amsterdam werken nauw samen om de woningbehoefte voor de gehele regio adequaat op te vullen. Hiertoe is in het regionale portefeuillehouders-overleg Ruimte en Wonen van 30 juni 2016 de Samenwerkingsagenda Regionale Woningmarkt 2016-2020 vastgesteld. De thema's in deze samenwerkingsagenda zijn woningbouwproductie, betaalbare voorraad en woonruimteverdeling, om de kwantitatieve behoefte aan woningen, maar vooral ook de kwalitatieve behoefte aan woningen in kaart te brengen.

Het RAP brengt de regionale vraag naar woningen in beeld en zet deze vraag af tegen het (geplande) aanbod van woningen. De woningmarkt in de regio Amsterdam kent een sterke samenhang en een gedeeld gezamenlijk belang. De regio is internationaal gezien zeer sterk met veel groeipotentieel en een goede concurrentiepositie. Deze sterke positie van de regio is ontstaan dankzij een veelheid aan factoren, waarbij de hoge kwaliteit van leven een belangrijke rol speelt. Een aantrekkelijke en diverse woningmarkt maakt hier deel van uit. Veel mensen willen dan ook graag in de regio wonen. Dat biedt tegelijkertijd kansen en uitdagingen. De vraag naar woningen is in alle segmenten groter dan het aanbod. Bij het aanbod van woningen worden zowel de reeds bestaande woningen als de in uitvoering zijnde of

bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 61

geplande bouw van woningen binnen de regio meegewogen. Voor plannen in Amsterdam is de gehele stadsregio te beschouwen als marktregio. Onder actuele woningbehoefte wordt de behoefte voor de komende tien jaar verstaan. Dit sluit aan bij de jurisprudentie die over dit begrip is ontstaan bij de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Wat betreft de kwantitatieve behoefte wordt voor de gehele regio de groei van de woningbehoefte in de periode 2017 - 2027 geraamd op 79.500 woningen. Hier staat een harde plancapaciteit van bijna 62.500 woningen tegenover, waardoor een tekort aan harde plannen van 17.000 woningen bestaat. In onderstaand figuur worden woningbehoefte en plancapaciteit tegen elkaar afgezet, uitgedrukt in het aantal woningen. Figuur 3.3.1 Woningbehoefte versus plancapaciteit in de drie deelregio's uitgedrukt in woningen (bron: RAP 2016 t/m 2020 Amstelland-Meerlanden, Amsterdam, Zaanstreek-Waterland)

Wat betreft de kwalitatieve behoefte geldt voor de marktregio Amsterdam (de gehele stadsregio) het volgende: De woningbehoefte is zo groot, dat in vrijwel alle marktsegmenten tekorten zijn. De grootste tekorten doen zich voor bij eengezinswoningen, betaalbare huurwoningen en betaalbare en middeldure koopwoningen. Alleen bij de marktsegmenten meergezinswoningen in een stedelijk milieu - een segment dat ruim geprogrammeerd staat - en dure huurwoningen is de plancapaciteit een fractie groter dan de vraag. Relatie tot het Draka-terrein Binnen het Draka-terrein worden circa 1.630 woningen gerealiseerd. De woningen variëren in woninggrootte. Het betreft een mix aan woningen voor gezinnen, koppels en singles. Daarnaast wordt voorzien in diverse commerciële en maatschappelijke functies. De circa 1.630 woningen leveren een directe bijdrage aan de kwantitatieve woningbehoefte van 17.000 woningen. Daarnaast geeft het programma invulling aan de kwalitatieve behoefte. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de stadsregionale behoefte. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de behoefte aan woningen, zoals opgenomen in het RAP.

Gemeente Amsterdam

blz. 62

3.3.2.2 Regionaal Verkeer & Vervoerplan Stadsregio Amsterdam Het Regionaal Verkeer en Vervoerplan (RVVP) is in december 2004 vastgesteld door de Regioraad en opgesteld in samenwerking met de zestien gemeenten van de Vervoerregio Amsterdam. De gezamenlijke ambitie is een gezonde en gedifferentieerde economie met internationale concurrentiekracht, het bieden van een goed sociaal klimaat voor inwoners en het zorgen voor een duurzame leefomgeving. De mobiliteitsgroei is hierbij een gegeven. Deze groei moet wel worden opgevangen om voldoende recht te doen aan de geformuleerde ambities, maar mag niet leiden tot onbereikbaarheid en aantasting van de leefbaarheid. Beleid is noodzakelijk om niet alleen de bereikbaarheidsproblemen op te lossen maar ook om de veiligheid en leefbaarheid te waarborgen. Het RVVP gaat uit van een samenhangende aanpak van de bereikbaarheidsproblemen. Er wordt ingezet op het benutten van de sterke kanten van het bestaande aanbod van openbaar vervoer (OV) en wegcapaciteit, maar het kan niet zonder uitbreiding van deze capaciteit en verdere beïnvloeding van de vraag naar mobiliteit. Goed samenspel tussen ruimtelijke ontwikkelingen en verkeer en vervoer is noodzakelijk. Jaarlijks wordt voor het RVVP een uitvoeringsprogramma opgesteld en iedere twee jaar wordt het beleidskader geëvalueerd.

Relatie tot het Draka-terrein Met de uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd is in het bestemmingsplan rekening gehouden. In paragraaf 4.3 wordt verder ingegaan op het aspect verkeer en vervoer. Conclusie Het regionaal Verkeer & Vervoerplan voor de stadsregio Amsterdam staat de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg. 3.3.3

Woonakkoord 2021-2025gemeente Amsterdam - Provincie Noord-Holland

Het woonakkoord bevat de gedeelde ambities en gezamenlijke inzet van het woonbeleid van de gemeente Amsterdam en de provincie Noord-Holland. Het woonakkoord is de opvolger van het Regionale actieprogramma Wonen (RAP) en onderdeel van de “regionale afspraken” als bedoeld in artikel 6.3 van de Omgevingsverordening NH2020. In de Omgevingsverordening NH2020 is bepaald dat “een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken.” In het woonakkoord van Amsterdam met de provincie wordt daarnaast ook aan de blijvende en vernieuwde samenwerking met Amstelland-Meerlanden en Zaanstreek-Waterland voor de woonruimteverdeling van sociale huurwoningen en de intensieve samenwerking binnen de Metropoolregio Amsterdam voor het woningbouwprogramma een plaats gegeven. De doelen van de gemeente en de provincie komen overeen, de prioriteit ligt bij het vergroten van de woningvoorraad (bouwen). Gezien de grote vraagdruk op de woningmarkt, op het behouden en creëren van betaalbare woningen voor lage- en middeninkomens en op het versterken van de kwaliteit van het wonen in zowel nieuwbouw als bestaande woningvoorraad. Het akkoord bevat een overzicht en herbevestiging van beleid en acties waar provincie en Amsterdam, al dan niet via de MRA, gezamenlijk aan werken.

Daarna volgt een overzicht van acties die in de samenwerking tussen de provincie Noord-Holland en gemeente Amsterdam via het woonakkoord worden bekrachtigd. De afspraken en acties uit het woonprogramma zijn onderverdeeld onder de volgende thema's: woningbouwprogramma en regionale afstemming;

bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 63

verdeling van sociale huurwoningen in Amsterdam en omliggende gemeenten; flexwoningen; bouwprogramma's in landelijk gebied; duurzame woningen, duurzaam bouwen en circulaire economie; gezonde leefomgeving; i. groen in en om de stad; ii. geluidsoverlast rondom woonwijken; iii. beweegvriendelijke stad (gezonde mobiliteit). Relatie tot het Draka-terrein Onder het thema 'woningbouwprogramma en regionale afstemming' is opgenomen dat een divers en betaalbaar woningaanbod met voldoende instroom- en doorstroomkansen voor diverse groepen een uitgangspunt is. Een ander uitgangspunt onder dit thema is de productie van 15.000 woningen per jaar. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in woningen in het sociale en midden segment. Daarnaast worden ook woningen in de vrije sector gerealiseerd, waarmee sprake is van een divers woonaanbod. De toevoeging van 1.630 woningen levert daarbij een aanzienlijke bijdrage aan de ambitie om jaarlijks 15.000 woningen te realiseren. Verder wordt onder het thema duurzaamheid ingegaan op het verminderen van co2 uitstoot, aardgasvrij bouwen en circulariteit. De woningen worden aardgasvrij gerealiseerd. Daarnaast worden zonnepanelen en groendaken gerealiseerd. In het bestemmingsplangebied wordt ook diverse parken ontwikkeld, zoals het oeverpark en pocketparken. Dit sluit niet alleen aan bij het thema 'duurzaamheid', maar ook bij het thema 'gezonde leefomgeving'.

Conclusie De ontwikkeling sluit aan bij het Woonakkoord 2021-2025.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie Amsterdam 2040

Met de Structuurvisie Amsterdam 2040 (17 februari 2011) legde Amsterdam zichzelf, inclusief de stadsdelen, regels op waar ruimtelijke plannen aan moesten voldoen. Amsterdam had zichzelf onder meer voor de opgave gesteld te verdichten en tegelijk het omliggende landschap open te houden. Ondanks dat de Structuurvisie inmiddels is vervangen door de Omgevingsvisie (zie paragraaf 3.4.2) wordt in de Structuurvisie al wel een duidelijk beeld geschetst van hetgeen dat ter plaatse van het Hamerkwartier is beoogd. Derhalve worden de uitgangspunten van de visie hierna toegelicht. De centrale ambitie van de Structuurvisie was destijds dat Amsterdam zich verder ontwikkelt als kernstad van een internationaal concurrerende, duurzame, Europese metropool. In de Structuurvisie zijn enkele ambities benoemd die relevant zijn voor alle ruimtelijke ontwikkelingen tot 2040. Hierbij gaat het om intensivering van het grondgebruik, een samenhangend OV-netwerk, goede inrichting van de openbare ruimte, aantrekkelijk en gezond groen en water, transformatie van verouderde bedrijventerreinen en volle inzet en sturing naar een post-fossiele brandstoftijdperk. Hamerkwartier De centrale ambitie van de Structuurvisie Amsterdam 2040 was dat Amsterdam zich verder ontwikkelt als kernstad van een internationaal concurrerende, duurzame metropool.

Om economisch sterk en duurzaam te zijn, wil Amsterdam onder meer een intensiever gebruik van de bestaande stad. Dat kan door op hetzelfde oppervlak voor meer mensen woon- en werkruimte te bieden. Bij de vaststelling van de Structuurvisie begin 2011, werd het Hamerkwartier aangewezen als een locatie die zich op de lange

Gemeente Amsterdam

blz. 64

termijn zou kunnen transformeren in een gemengd werk-woongebied. Daarbij zou minimaal 50% van het oppervlak van het bestaande bedrijventerrein (anno 2009) bestemd worden voor bedrijven. De transformatie zou moeten plaatsvinden in de periode 2020-2030. Deze visie op de toekomst van het gebied ligt ten grondslag aan het nu geldende bestemmingsplan, dat in 2013 werd vastgesteld. Verder is het van belang te vermelden dat de Structuurvisie de mogelijkheid biedt om langs de Noordelijke IJ-oever in de tweede linie hoogbouw tot 60 meter te realiseren. In de figuren 3.4.1 en 3.4.2 zijn uitsnedes opgenomen van de visiekaarten uit de Structuurvisie Amsterdam 2040. Hierop is te zien dat het Hamerkwartier in de structuurvisie is aangewezen als 'werken - wonen' gebied. Figuur 3.4.1 Visiekaart, Hamerkwartier globaal aangegeven met rood kader (bron: Structuurvisie Amsterdam 2040)

Figuur 3.4.2 Visiekaart, Hamerkwartier globaal aangegeven met roze kader (bron: Structuurvisie Amsterdam 2040)

bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 65

Relatie tot het Draka-terrein Het Hamerkwartier is in de Structuurvisie aangewezen locatie die zich op de lange termijn (in 2020 2030) zou kunnen transformeren in een gemengd werk-woongebied. Het Draka-terrein maakt onderdeel uit van het Hamerkwartier en onderdeel van de beoogde transformatie van het gehele Hamerkwartier. Het programma voor het Draka-terrein voorziet in woningen, voorzieningen, commerciële functies, maatschappelijke functies en maakindustrie. Hiermee wordt een levendig werk-woongebied gerealiseerd. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de Structuurvisie 2040. 3.4.2

Omgevingsvisie Amsterdam

Het stadsbestuur zet in de Omgevingsvisie de lijnen uit naar 2050 (juli 2021). Hoe wordt de stad ingericht ten behoeve van welvaart, welzijn en geluk van de Amsterdammers, regiobewoners en bezoekers? Waar wordt er gewoond en gewerkt en vervoerd van A naar B? Hoe zien de publieke ruimtes eruit en welke plek is er straks voor groen? De verwachting is dat de groei van de stad zal doorzetten. Die groei moet opgevangen worden en vooral gelijker verdeeld. Ook over de regio. Er zijn flinke investeringen nodig in infrastructuur, voorzieningen en stedelijk en landelijk groen. De grootste uitdaging is de overstap naar meer duurzaamheid, met andere energiebronnen en een minder verspillende manier van leven. De inrichting van stad en regio gaat wezenlijk veranderen. Een deel van de plannen staat al op de rol, een ander deel is nieuw. In de Omgevingsvisie staat vooral de samenhang centraal en het kiezen van een koers naar 2050. Gezien de ambities en de schaarste van ruimte en financiën maakt het bestuur vijf strategische keuzes: Gemeente Amsterdam

blz. 66

Meerkernige ontwikkeling Van uitrol centrumgebied naar een meerkernige en meer diverse verstedelijking Regionale spreiding stedelijke voorzieningen en werkgelegenheid. Onderscheidende ontwikkeling Nieuw-West, Zuidoost en Noord. Twee vaste IJ-oeververbindingen en een regionaal fietsnetwerk.-Uitbreiding HOV en metronet en ontwikkeling stationskwartieren. Groeien binnen grenzen Verdichting door complete en duurzame wijkontwikkeling Ruimte voor 150.000 woningen erbij in complete buurten. Verduurzamen bestaande buurten en woningen. Ruimte voor schone energie en duurzame initiatieven Verduurzaming van de haven. Duurzaam en gezond bewegen Heel Amsterdam een wandel- en fietsstad Een openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeting en bewegen. Meer ruimte voor fietsers en voetgangers. Auto's zijn te gast. Verkeerswegen (Gooiseweg, Lelylaan, Burg. Roëllstraat) worden groene stadslanen begeleid door bebouwing. Rigoureus vergroenen Een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving voor mens en dier Openbare ruimte zo groen mogelijk inrichten. Ontwikkeling parken (Oeverlanden, Hondsrugpark, Gaasperdakpark, Zuidasdokpark en NDSM-Oost).-Groene routes en ecologische verbindingen. Investeren in het landschap: natuurontwikkeling, kringlooplandbouw, en ruimte voor sporten en bewegen.

Samen stadmaken Richting geven op hoofdlijnen en ruimte bieden aan initiatief Gelijkwaardige (digitale) informatiepositie bij planvorming. Buurtbatenovereenkomsten en buurtomgevingsvisies. Grotere rol Amsterdammers bij beheer en ontwikkeling. Ruim baan voor wooncoöperaties: naar 10% van de woningvoorraad in 2040. Vrije ruimte als vast onderdeel van de planvorming. Figuur 3.4.3 Uitsnede visiekaart Omgevingsvisie 2050 met Hamerkwartier

bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 67

Hoogbouw Amsterdam groeit binnen de grenzen en daarmee wordt gewerkt aan een compacte stad. Dat vraagt op sommige plekken om buurten met hoge dichtheden. De Omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen richting aan verdichting, concentratie en functiemenging. Hoogbouw kan worden gebruikt om zeer hoge dichtheden te realiseren op plekken waar de druk op de ruimte hoog is en die goed zijn ontsloten door openbaar vervoer en fiets, terwijl er ook ruimte blijft voor groene plekken in een buurt. Lang het IJ en in Haven-Stad is hoogbouw tot circa 70 meter mogelijk. Daarnaast geven hogere clusters en accenten van hoogbouw samen met de open ruimte van het water en de toekomstige bruggen het stadsbeeld vorm. De beperkingen vanuit Schiphol kunnen op sommige plekken de toegestane hoogte beperken. In andere delen van de stad wordt terughoudend omgegaan met hoogbouw. In Noord, Nieuw-West en Zuidoost is hoogbouw tot circa 70 meter mogelijk langs de lange doorgaande straten en lanen en aan grote parken, mits goed ingepast in de stedenbouwkundige structuur. Ten slotte wordt terughoudend omgegaan met plekken van bijzondere waarde waar met hoogbouw een grote schaalbreuk zou ontstaan. De bestaande kwaliteiten van de stad zijn uitgangspunt voor de ontwikkeling van de stad. Op het schaalniveau van het gebouw en de buurt hanteren we vijf principes: 1. 2. 3. 4. 5.

Hoogbouw levert een bijdrage aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Hoogbouw maakt op een mooie manier deel uit van het stadssilhouet. Er is een aangenaam verblijfsklimaat op het maaiveld rondom hoogbouw. Het is fijn wonen en werken in hoogbouw. Hoogbouw draagt bij aan een klimaatneutrale en circulaire stad.

Bovenstaande uitgangspunten en principes dienen te worden uitgewerkt in vernieuwd hoogbouwbeleid. Relatie tot het Draka-terrein Het Hamerkwartier is aangegeven als hoogstedelijke buurt. De noordoever van het IJ wordt een aaneenschakeling van plekken met een stedelijke betekenis (cultuurgebouwen, horeca, parken, standjes en festivallocaties). Deze plekken zijn met elkaar verbonden door groene routes en routes Gemeente Amsterdam

blz. 68

langs het water. Twee vaste oeververbindingen over het IJ zijn voorzien, waarvan één ter hoogte van het Hamerkwartier. Hierbij zijn de aanlandingen, de omliggende openbare ruimte en bebouwing en de verknoping met toevoerende routes onderdeel van de integrale opgaven op dit schakelpunt. De ligging aan het IJ en lange doorgaande straten geven aanleiding voor hoogbouw tot 70 meter in het Hamerkwartier. Conclusie De investeringsnota en het bestemmingsplan voor de locatie Draka sluiten aan bij de Omgevingsvisie 2050. 3.4.3

Koers 2025

De 'Structuurvisie Amsterdam 2040' (2011) schetst in grote lijnen hoe de vraag naar bouwlocaties opgevangen kan worden. Hierin staat de ambitie om woningen toe te willen voegen door 'verdichting' en 'transformatie'. Amsterdam groeit elk jaar met gemiddeld 11.000 inwoners. Om deze groei mogelijk maken en de druk op de woningmarkt te verlichten is in het actieplan Woningbouw de ambitie geformuleerd om tot 2025 de bouw van 50.000 woningen binnen de stadsgrenzen mogelijk te maken, grotendeels door nieuwbouw en voor een gedeelte door transformatie. Koers 2025 is vastgesteld door college van B&W in juni 2016 en operationaliseert de Structuurvisie en het actieplan Woningbouw in een ontwikkelstrategie voor de stad tot 2025. Koers 2025 gaat in op welke locaties en onder welke condities en voorwaarden gebiedsontwikkeling en woningbouw wenselijk zijn. Om de beoogde groei met 50.000 woningen tot 2025 mogelijk te maken, is in Koers 2025 een stadsbrede inventarisatie gemaakt van mogelijke woningbouwlocaties. Hamerkwartier In 2016 heeft de gemeenteraad Koers 2025 Ruimte voor de Stad, aangenomen. Koers 2025 operationaliseert de Structuurvisie en de ambitie om 50.000 woningen te bouwen tot 2025. Koers 2025 omvat een strategie waarmee in de komende jaren keuzes kunnen worden gemaakt in de ontwikkeling van de stad.

De doelstelling is niet alleen de groei te accommoderen, maar ook om kwaliteit aan de stad toe te voegen. Daarbij spelen meerdere uitdagingen. Het aantal inwoners stijgt en daarmee ook de vraag naar woningen en nieuwe woonmilieus. Ook het aantal bezoekers en toeristen groeit snel. De snel groeiende bedrijvigheid verandert van karakter. De kennisintensieve en creatieve economie nestelt zich bij voorkeur in het hart van de stad, tussen de bewoners en de uitgaansgelegenheden. De klassieke scheiding tussen wonen en bedrijvigheid is steeds minder makkelijk te maken. Daarnaast staan steden voor een enorme duurzaamheidsopgave. Gemengde stedelijke milieus, functioneel en qua bevolkingssamenstelling, zijn het best in staat aan deze ontwikkelingen ruimte te bieden. In Koers 2025 is een aantal versnellingslocaties opgenomen, gebieden die zich lenen voor een versnelde woningbouwontwikkeling. Het Hamerkwartier is een van deze versnellingslocaties. Met het vaststellen van Koers 2025 is de focus op werken voor het Hamerkwartier genuanceerd. Werd er aanvankelijk een werk-woonmilieu geambieerd, waarbij werken het primaat behield, nu ligt het accent op een woonwerkmilieu. Met dit bestemmingsplan wordt bijgedragen aan bovenstaande beleidsopgave, zoals een versnelde woningbouwontwikkeling en het tot stand brengen van het gewenste woonwerkmilieu.

Relatie tot het Draka-terrein Het Hamerkwartier, waarbinnen het Draka-terrein is gelegen, is opgenomen als versnellingslocatie. Dit betekent dat het plangebied zich leent voor versnelde woningbouwontwikkeling. De herontwikkeling van het Draka-terrein met onder meer de realisatie van circa 1.630 woningen levert een directe bijdrage aan de ambitie om 50.000 woningen te bouwen tot 2025.

bestemmingsplan_Draka Terrein Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 69

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de Koers 2025. 3.4.4

Ruimte voor de economie van morgen

De visie Ruimte voor de Economie van Morgen is de economische uitwerking van de stedelijke groeistrategie Koers 2025. Een onderdeel van de Ruimte voor de Economie van Morgen is de verdere (her)ontwikkeling van het waterfront langs het IJ en een uitbreiding van de binnenstad om drukte te spreiden. Het Hamerkwartier sluit hier, door haar locatie nabij het centrum en het IJ, direct bij aan. Hamerkwartier Naast het realiseren van woningbouw stelt het college van de gemeente Amsterdam het doel om Amsterdam verder te ontwikkelen als economische motor, zodat de stad werkgelegenheid kan bieden aan haar inwoners en die van de metropoolregio. Door aan te sluiten op hedendaagse vestigingstrends en -behoeften biedt stedelijke ontwikkeling ook kansen voor economische groei. Bij de ontwikkeling van Amsterdam wordt daarom ook ruimte geboden aan bedrijvigheid. Daarmee keert de stad terug naar haar bouwtraditie van de negentiende eeuw, toen in de wijken wonen en werken werden gecombineerd. Integratie van bedrijven is belangrijk voor Amsterdam om economisch en sociaal divers te blijven en om ook in de toekomst plek te bieden aan verschillende soorten bedrijvigheid. Deze visie is geconcretiseerd in Ruimte voor de Economie van Morgen, de in mei 2017 vastgestelde economische uitwerking van Koers 2025.

In figuur 3.4.4 is een uitsnede opgenomen van de kansenkaart uit de visie 'Ruimte voor de Economie van Morgen', het Hamerkwartier is hierop middels eigen bewerking vergroot weergegeven. Figuur 3.4.4 Kansenkaart (Bron: visie Ruimte voor de Economie van Morgen)

Relatie tot het Draka-terrein

Gemeente Amsterdam

blz. 70

In de visie Ruimte voor de Economie van Morgen is voor het Hamerkwartier de opgave geformuleerd om het gebied verder te ontwikkelen als productieve en creatieve wijk. Een productieve wijk is een woon-werkwijk met bedrijvigheid die verenigbaar is met wonen, of een wijk waarin door het nemen van technische maatregelen deze functiemenging mogelijk is. Dit houdt in dat in het Hamerkwartier zoveel mogelijk ruimte wordt geboden aan moderne creatieve dienstverlening, maakindustrie, productiebedrijven (mix van design, research, productie- en kantoorruimte) en ambachtelijke maakbedrijven op het gebied van mode, voeding, design, enzovoort. De herontwikkeling van het Draka-terrein voorziet in de opgave om het gebied te ontwikkelen als productieve en creatieve wijk. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de visie Ruimte voor de Economie van Morgen. 3.4.5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11846250/1