CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Eindrapportage_Aanpak_Doorgroeiers.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 13 juli 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Driehoek tegen Drugscriminaliteit - Visie en Voortgang en Rapportage Weerbaar Amsterdam 2019-2022 en afdoening toezeggingen (VN2023-016034)30.098 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het biedt een juridische basis voor samenwerkingsverbanden die gezamenlijk gegevens verwerken voor zwaarwegende algemene belangen, zoals als de bestrijding van fraude en georganiseerde criminaliteit. Het wetsvoorstel noemt het RIEC en het Zorg- en Veiligheidshuis (AcVZ), als samenwerkingsverbanden die onder de reikwijdte van de WGS vallen. De memorie van toelichting bij het wetsvoorstel benoemt ook dat in specifieke gevallen het noodzakelijk kan zijn om tot gegevensuitwisseling tussen beide samenwerkingsverbanden te komen. Het gaat om gegevensuitwisseling op casusniveau die moet passen binnen de wettelijke taken, bevoegdheden en mogelijkheden van de deelnemers aan beide samenwerkingsverbanden, dit te beoordelen aan de hand van de inhoud

39

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

van de individuele casus (het wetsvoorstel creëert geen eigen wettelijke grondslag). Indien de Eerste Kamer met het wetsvoorstel instemt, komt er een kader dat helpt om de samenwerking verder te stroomlijnen.

Op deze manier is in praktijk een checklist ontstaan die gebruikt kan worden bij de duiding van de context van een Doorgroeier en die voortdurend wordt uitgebreid met nieuwe mogelijkheden.

8.1 Opbrengst: samenwerking leidt tot beter zicht op context regiepersoon

8.2 Kijk niet te snel naar het RIEC – er kan veel zelf opgevraagd worden

Voor de persoonsgerichte aanpak van iemand die actief is in de drugshandel is het noodzakelijk om een beter beeld te krijgen van de context waarin deze opereert. Bij de aanmelding van een persoon wordt in de Aanpak Doorgroeiers al getoetst op een aantal signalen die duiden op betrokkenheid bij drugshandel,20 maar die zijn veelal gekoppeld aan de persoon zelf en geven nog weinig inzicht in zijn modus operandi, zijn ‘bedrijfsmodel’ en het soort netwerk waarin hij opereert. Dat is relevante informatie voor het plan van aanpak van de regisseur en de interventiestrategie. De samenwerking met het RIEC op organisatieniveau, onder andere in de vorm van deelname aan diverse overleggen, levert veel kennis op over nieuwe modus operandi en trends binnen de ondermijnende drugscriminaliteit. Een goed voorbeeld is de autoverhuurbranche, waar malafide bedrijven telkens nieuwe constructies bedenken om auto’s beschikbaar te stellen aan criminelen. Deze kennis helpt regisseurs signalen tijdig te herkennen en beter te duiden.

Een belangrijke les is dat vanuit de persoonsgerichte aanpak partners rechtstreeks bevraagd kunnen worden over diverse zaken. Bijvoorbeeld de RDW-historie, het Kadaster (check op bezit vastgoed), netwerktekening rechtspersonen en ongebruikelijke transacties (op hit-no hit-basis, via politie). Hier is het RIEC niet nodig. Het is wel van belang dat de partner op de hoogte is van de mogelijkheden. Dat is niet altijd het geval.

Op operationeel niveau geeft de samenwerking beter zicht op informatiebronnen die nu al geraadpleegd kunnen worden en een beter beeld geven van bijvoorbeeld de economische activiteiten van een regiepersoon. Zo kan op een laagdrempelige manier, juridisch geborgd, informatie verkregen worden of iemand een rol heeft in bepaalde ondernemingen of rechtspersonen. Dat is nu standaard onderdeel van het werkproces. Het is van belang om te benadrukken dat het hierbij gaat om informatie ter ondersteuning van de duiding van signalen en de invulling van de context van een regiepersoon. Regisseurs doen geen financieel-forensisch onderzoek, want dat behoort niet tot hun taak.

8.3 Winst te behalen door betere interne verbinding organisatie Er is ook winst te behalen door een betere interne communicatie en afstemming bij partnerorganisaties. Het is meerdere keren voor­ gekomen dat een knelpunt rond informatie­ deling uiteindelijk bleek voort te komen uit een gebrek aan kennis of een niet goed lopende verbinding tussen afdelingen binnen de eigen organisatie. Een goed voorbeeld is wanneer in een casus sprake is van een lopend witwas­ onderzoek waar de focus ligt op de financiële activiteiten van de regiepersoon en een familielid. Dat betekent dat in dit traject al fiscale informatie gevorderd is en er (vanuit politie/ opsporing) al een kader ligt voor samenwerking met de fiscale partners. De IPGA van de politie heeft nu al de mogelijkheid om contact op te nemen met de collega’s van het onderzoeksteam om meer informatie en context te ontsluiten. Dat is de snelste manier om toch enig inzicht te krijgen, sneller dan een route via het RIEC. De IPGA-contactpersoon moet dit dan wel weten. En zo zijn er meer voorbeelden.

8.4 Groot knelpunt: Fiscale informatie Bij Doorgroeiers is het van groot belang om een beeld te krijgen van inkomen en vermogen. Komt iemand op legale wijze aan zijn geld?

20 Dit zijn signalen zijn naar voren gekomen uit een overkoepelende analyse van informatie uit bestaande casuïstiek (van partners en andere programma’s van het AcVZ), uit relevante literatuur, uit een eerder onderzoek naar drugscriminaliteit in de Top600, uit input van een ervaringsdeskundige en uit input van specialisten bij de politie, AcVZ en RIEC. Deze zijn verwerkt in het Beoordelingskader.

40

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

Is het formele inkomen in overeenstemming met het uitgavenpatroon? De regisseurs weten over het algemeen wel of een persoon schulden en/of een inkomen heeft (denk aan uitkering of inkomen uit loon), maar verder is er niet veel financiële informatie beschikbaar. In de aangeleverde dossiers lijkt er ook weinig plek/aandacht hiervoor. Dit kan komen, omdat het een moeilijk onderdeel is om te achterhalen en een regisseur afhankelijk is van andere partijen voor het leveren van dergelijke informatie. Wanneer men zich een beeld aan het vormen is van een persoon zou de Belastingdienst hierover bevraagd moeten kunnen worden. Hierbij het alleen gaat om ja/nee (hit – no hit) informatie zoals: Is er formeel inkomen ja/nee? Heeft de regie­ persoon inkomsten uit een onderneming die op zijn naam staat ja/nee? Worden de fiscale verplichtingen voldaan ja/nee? Hier lopen we tegen een kip/ei-situatie aan. Op grond van de RIEC-werkwijze kan de Belastingdienst pas bevraagd worden na analyse en positieve beoordeling van een ingebracht signaal. De gewenste informatie is juist nodig om een gedegen signaal op te maken.

In de aanvraag voor rijksmiddelen voor de jaren 2023 en verder is daarom een voorstel opgenomen om de mogelijkheden te verkennen van een zogenaamde Quick scan: een korte check op ja/nee-basis (hit/no hit) bij de Belastingdienst op de aanwezigheid van inkomen en andere relevante fiscale informatie. Op ambtelijk niveau zijn hierover gesprekken gevoerd, waarbij alle betrokken partijen een positieve grondhouding hebben.

8.5 Contextinformatie die relevant kan zijn voor RIEC In een persoonsgerichte aanpak komt contextinformatie naar voren die relevant kan zijn voor het RIEC. De personen in de Aanpak Doorgroeiers zijn nader geanalyseerd op betrokkenheid bij netwerken, bedrijvenstructuren, fenomenen en andere verschijningsvormen waar binnen het RIEC-prioriteit aan wordt gegeven. We zien bijvoorbeeld connecties met malafide autoverhuurbedrijven. Meerdere personen worden regelmatig aangetroffen met grote sommen contant geld, terwijl er geen formeel inkomen bekend is (witwassen). Vaak zijn regiepersonen werkzaam in sectoren die kwetsbaar zijn voor criminele beïnvloeding door

de drugshandel: koeriersbedrijven, logistiek, taxi, horeca, vechtsporten, muziek/media. Bij enkele personen is een relatie met een gebied dat door het RIEC tot handhavingsknelpunt is benoemd (dat wordt standaard gecontroleerd). De meerwaarde van deze informatie is dat het nuttige details kan geven over de sociale en criminogene omgeving van een RIEC-casus/fenomeen. We zijn nog bezig met het ontwikkelen van een goede vorm om deze bevindingen geanonimiseerd door te geleiden naar het RIEC.

8.6 Inbrengen individu als signaal bij RIEC alleen zinvol als zicht is op kansrijke systeemgerichte aanpak Het inbrengen van individuele Doorgroeiers als RIEC-signaal is over het algemeen niet zinvol. Er moet een relatie zijn met de prioriteiten van het zesluik en de werkgroepen, zoals het doorsnijden van criminele geldstromen, het aanpakken van criminele sleutelrollen, het opwerpen van systeemgerichte barrières. Koppel een persoon aan een systeem, vastgoed, bedrijvenstructuur, rollen en ga na of er een relatie is aan te tonen met Handhavingsknelpunten en projectgroepen.

8.7 Analyse: merendeel RIEC-casuïstiek leent zich niet voor inzet pga Doorgroeiers zijn onderdeel van netwerk dat criminele activiteiten uitvoert en dat daarbij gebruik maken van legale bedrijven en dienstverleners. We hebben daarom een beperkte analyse gemaakt van casuïstiek die binnen het RIEC is opgepakt, waarbij we hebben gekeken naar kenmerken die de inzet van een persoonsgerichte aanpak het overwegen waard maken. De belangrijkste conclusie is dat het merendeel van de RIEC-casuïstiek zich niet daarvoor leent, omdat die zich richt op specifieke bedrijfsactiviteiten, complexe financiële structuren en netwerken en andere verschijningvormen waar Doorgroeiers geen rol in spelen. Er zijn echter enkele typen casuïstiek waar wel aanknopingspunten zijn voor de inzet van een persoons­ gerichte aanpak.

41

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

8.8 Inzet vooral zinvol in brede aanpak met focus op schakels netwerk De inzet van een persoonsgerichte aanpak van Doorgroeiers heeft meerwaarde bij casuïstiek waar jongeren of jongerengroepen een actieve rol hebben: • Een specifiek fenomeen als een criminele familie die actief is in de drugscriminaliteit en jongeren inzet voor bepaalde activiteiten › Bij de aanpak van een MVC waar ook een criminele groep jongeren bij betrokken is › Bij een integrale gebiedsgerichte aanpak, al dan niet in combinatie met de aanpak van een MVC. Een voorbeeld hiervan is de deelname aan de Co creatie Zone 6 (zie hoofdstuk 8). › Bij sommige handhavingsknelpunten waar groeperingen actief zijn. Wat deze typen casuïstiek met elkaar verbindt is dat sprake is van een brede, systematische aanpak gericht op het duurzaam verstoren van een criminele structuur, en dat dit doel onder meer bereikt moet worden door personen (schakels) uit een netwerk te halen. Doorgroeiers zijn hier de schakel tussen de top van de criminele structuur en de Jonge aanwas. Een effectieve persoonsgerichte aanpak van deze personen verzwakt de structuur.

8.9 Informatiedeling: afstemming via sturingsinformatie Samenwerkingsverbanden als het AcVZ en het RIEC zijn geen zelfstandige entiteiten met een eigen bestuursrechtelijke taak. Ze kunnen onder de AVG geen verwerkingsverantwoordelijke zijn en zullen zelfstandig geen eigen taak van algemeen belang uitvoeren. Dat betekent dat het juridisch niet mogelijk is dat het AcVZ en het RIEC zelfstandig bij elkaar een casus kunnen inbrengen. Een ander knelpunt is dat de doorlevering of terugmelding van wat er in het RIEC aan informatie is gevonden en hoe dit aan de partner(s) binnen het AcVZ kan worden terug gemeld, juridisch complex is. Dit geldt ook voor informatie binnen het AcVZ die relevant kan zijn voor het RIEC (zoals over personen die deel uitmaken van een MVC). De gewenste gegevens moeten noodzakelijk zijn voor het beoogde doel zoals dat is geformuleerd in de

convenanten en bijbehorende gegevens­ regeling of protocol. Het beoogde doel moet ook met deze gegevens bereikt worden. Elke partner moet vervolgens zelf toetsen of ze hun geheimhoudingsplicht kunnen doorbreken in dit specifieke geval. Dit is afhankelijk van de wettelijke taak en de ruimte om de geheim­ houdingsplicht te doorbreken verschilt per partner. We zijn dit aan het uitwerken maar we hebben in deze fase van de samenwerking gekozen voor een pragmatische benadering binnen de bestaande juridische kaders: 1. De Aanpak Doorgroeiers, als onderdeel van het AcVZ kan via een van de partners die ook in het RIEC zitten een signaal inbrengen bij het RIEC volgens het reguliere werkproces. 2. Onderdeel van dat werkproces is een Quick Scan waarin de RIEC-partners onder andere aangeven of de betrokken worden herkend: de zogenaamde hit/no hit. Is dit het geval, dan kan het signaalformulier worden aan­ gevuld met alle informatie van de partners die bij het AcVZ zijn aangesloten en ook in het RIEC zitten. 3. Mocht het signaal verder aan de criteria voldoen en daarmee een ‘RIEC-waardige casus’ zijn, dan kunnen de partners binnen het RIEC besluiten het signaal op te pakken en interventies hierop in te zetten. 4. Vervolgens vindt er afstemming plaats tussen de persoonsgerichte aanpak en de RIEC-aanpak, op basis van sturings­ informatie. Er worden geen persoons­ egevens gedeeld.

Vanuit het RIEC kunnen partners geïnformeerd worden in de vorm van een advies zonder hierbij persoons­ informatie te delen. Momenteel ligt de Wet gegevensdeling door samenwerkingsverbanden (Wgs) ter behandeling in de Eerste Kamer. Met dit voorstel wordt voorzien in een juridische grondslag om persoonsgegevens systematisch te delen en te verwerken tussen samenwerkingsverbanden (voor de duidelijkheid: partners in deze samenwerkingsverbanden zullen blijven acteren op hun eigen bevoegdheden en binnen de hen bij wet aangewezen taken). Indien de Eerste Kamer instemt met het wetsvoorstel dan heeft dit (organisatorische) gevolgen voor de samenwerking. Die zijn nu nog niet duidelijk, vooralsnog is het nodig om de huidige werkwijze

42

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

aan te houden, die het beste samengevat kan worden als op doelbinding en tactische sturing naar elkaar toe bewegen.

8.10 Persoonsgerichte aanpak en RIECaanpak houden hun eigen focus Wanneer bovenstaande route wordt afgelegd en na weging blijkt dat een regiepersoon onderwerp kan worden van een integrale casus van het RIEC gaan twee processen parallel lopen met elk hun eigen focus: 1. De persoonsgerichte aanpak gericht op het bewerkstelligen van gedragsverandering en het stoppen van crimineel gedrag, onder regie van het AcVZ 2. De aanpak via de RIEC-partners die moet bijdragen aan de doelstellingen van de RIEC-samenwerking 3. Er is onderling afstemming nodig om te voorkomen dat beide sporen elkaar hinderen en om beider interventies effectief te laten zijn. Op deze manier kan er van beide kanten worden ingezet op dezelfde regiepersoon, maar blijft ieder zijn eigen doelstellingen nastreven.

8.11 Nader onderzoek zinvol naar benutten RIEC-werkwijze Als er een mogelijkheid is om informatie te delen, dan moet er ook ruimte zijn binnen de betreffende organisatie om dit te realiseren (capaciteit, geld, intern beleid). In de RIECsamenwerking zijn hier duidelijke afspraken over. De Stuurgroep RIEC kan bijvoorbeeld personen of een groep personen, een gebied of branche, die fungeren als knooppunt voor ondermijnende criminaliteit of die daar kwetsbaar voor zijn, benoemen tot Handhavingsknelpunt. Een handhavingsknelpunt biedt de mogelijkheid om integraal informatie te verzamelen om zicht op en inzicht in concrete situaties van ondermijning te krijgen. Op die manier kan een goed beeld worden gevormd over de problematiek van een bepaald gebied of fenomeen. Om dit te kunnen realiseren kan er door de convenantpartners die deelnemen aan een handhavingsknelpunt informatie met elkaar worden gedeeld, niet alleen over concrete incidenten maar ook informatie over (rechts)personen waar nog geen incidenten van bekend zijn.

21

De RIEC-samenwerking kent ook nog andere samenwerkingsvormen die interessant kunnen zijn. Elders in het land wordt verkend of de vorm van Handhavingsknelpunt zich leent voor een groep als uithalers. Het is zinvol om bij verdere ontwikkeling van de samenwerking AcVZRIEC hier nader onderzoek naar te doen

8.12 In voorbereiding: de stap naar de inzet van interventies In de samenwerking hebben we tot nu toe de stappen Signaal Aanmelden, Inbrengen, Wegen en Bepalen21 voorbereid. De volgende stappen, waarbij de RIEC-partners een integraal informatiebeeld opstellen, effectieve interventies inventariseren en een operationele strategie bepalen, moeten nog worden uitgewerkt. Dat geldt ook voor het operationaliseren van de afstemming tussen de RIEC-aanpak en de persoonsgerichte aanpak. Dat is op dit moment nog in ontwikkeling.

8.13 Kennis van ondermijning vergroten bij regisseurs In dit project zijn we regelmatig benaderd door regisseurs die de zorg hadden dat hun regiepersoon betrokken was bij drugshandel, maar zij konden dat niet goed onderbouwen. We hebben meegekeken en kunnen adviseren, maar het verdient aanbeveling om in de vak­ontwikkeling van het AcVZ hier blijvend aandacht aan te geven. Er is onder onderzoekers en professionals overeenstemming over welke gedragingen en feiten in een bepaalde context in verband gebracht kunnen worden met drugshandel. Deze basiskennis zou mee­ gegeven moeten worden aan regisseurs. In het verlengde hiervan is het van belang dat regisseurs van specifiek Doorgroeiers een goed inzicht hebben in hoe het RIEC werkt. Hoe het werkproces gaat, welke partners zijn aangesloten, welke informatie beschikbaar is (en welke niet) en wat hun interventiemogelijkheden zijn. Het zorgt voor reële verwachtingen over wat informatie kan opleveren (vaak minder dan men denkt) en het leert ze om verzoeken aan partners zo nauwkeurig en gericht mogelijk te formuleren. Het RIEC-bureau is bereid om hier ook nadere afspraken over te maken.

Infosheet ‘Van Signaal tot interventie’ – RIEC Amsterdam-Amstelland

43

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

8.14 Maken signaalformulier is arbeids­ intensief en heeft begeleiding nodig In het begin zijn pogingen om een signaal-­ formulier op te maken niet goed uit de verf gekomen, onder meer omdat het in de voor­ bereiding niet goed ging. Personen met een verkeerd profiel werden aangemeld, belang­ rijke informatie ontbrak of de verkeerde personen werden benaderd. Ook had men soms voor zichzelf niet goed helder waarom bepaalde gegevens nodig waren of men had geen realistisch beeld van de bij een partner beschikbare informatie en mogelijkheden om die te delen. Daar komt bij dat de wereld van het RIEC en de ondermijningaanpak in het algemeen wezenlijk anders zijn dan het domein van zorg en veiligheid. Het zijn andere werkprocessen, begrippen en partners. Op termijn zal de samenwerking AcVZ en RIEC zich ontwikkelen naar een soepel lopende routine, maar in deze fase is extra aandacht vereist. Om te voorkomen dat partners onnodig tijd en capaciteit besteden aan een verzoek dat bij nader inzien nog niet aan de eisen voldoet is het noodzakelijk dat regisseurs begeleiding krijgen bij het opmaken van een signaal.

8.15 Verbinding RIEC –AcVZ borgen in beide organisaties De operationele samenwerking moet vanzelfsprekend goed geborgd zijn, maar het is voor het AcVZ absoluut noodzakelijk om ook op organisatieniveau goed verbonden te zijn met het RIEC. De ontwikkelingen in de aanpak van ondermijning gaan snel, criminelen passen voortdurend hun modus operandi aan, nieuwe wetgeving brengt nieuwe bevoegdheden en interventies. Ook het speelveld is voortdurend in beweging. Het AcVZ heeft een account­ manager/verbindingspersoon nodig die het contact met het RIEC op tactisch niveau onderhoudt, op de hoogte blijft van de belangrijkste ontwikkelingen en nieuwe inzichten en die goed laat landen bij regisseurs en partners.

Omgekeerd zien we dat RIEC-partners veelal geen goed beeld hebben van wat een regisseur van het AcVZ doet en welke mogelijkheden zij tot hun beschikking hebben. Er valt meer uit de samenwerking te halen door vaker te laten zien welke resultaten met een persoonsgerichte aanpak bereikt worden en door partners deelgenoot te maken van de trends en ontwikkelingen die het AcVZ ziet. Het RIEC-bureau geeft zelf ook aan deze operationele en tactische verbinding steviger te willen positioneren.

44

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

9. Uitgelicht: context-/gebiedsgericht werken

De omgeving van de Aanpak Doorgroeiers is in beweging. Er zijn ontwikkelingen rond de aanpak van jeugdgroepen en netwerken en rond context- en gebiedsgericht werken. Dat heeft invloed op de aanpak, onder andere omdat partners die hierbij betrokken zijn een beroep doen op de aanpak. Vandaar dat we in deze eindrapportage deze ontwikkelingen benoemen.

9.1 Uitdagingen voor jeugdaanpak In de stadsdelen zijn fluïde netwerken actief waar jong en oud, Jonge aanwas en (zwaar) crimineel door elkaar lopen. Het instrumentarium voor jeugdgroepen is voornamelijk gericht op preventie, vroegsignalering en het tegengaan van overlast en lichte criminaliteit, terwijl deze netwerken ook een ondermijnend effect hebben. Een deskundige spreekt van ‘alledaagse ondermijning in zwijgwijken.’ In de stadsdelen is men dan ook bezig hun aanpakken en interventiestrategieën voor deze gemengde, fluïde netwerken verder te ontwikkelen. Ze nodigen partners uit om deel te nemen in een gelegenheidscoalitie die een gerichte integrale en op maat gemaakte aanpak opzet, waarbij een groter accent komt te liggen op de aanpak van drugscriminaliteit. De Aanpak Doorgroeiers is in dat verband betrokken geweest bij een coalitieaanpak in de Bloemenbuurt in Noord en bij de aanpak van een groep op de Oostelijke Eilanden. Recent is de aanpak gevraagd om mee te denken met een nieuwe aanpak met focus drugscriminaliteit in Noord. Deze groepsaanpakken hebben met elkaar gemeen dat er ook (potentiele) Doorgroeiers in actief zijn. We zien dus dat er in de stadsdelen een behoefte is aan expertise over en de inzet van een persoonsgerichte aanpak op deze doelgroep en dat zal de komende jaren zo blijven.

Overigens is het van belang hier te vermelden dat stadsdelen ook te maken hebben met een categorie van 23+-personen, die niet zozeer

22

aan het doorgroeien zijn maar wel structureel criminaliteit plegen en die een methodische regieaanpak op de persoon nodig hebben. Dit zijn niet Doorgroeiers maar ‘Doorgaanders‘, waarbij we raakvlakken zien met de groep ‘Criminal locals’ zoals door Beke c.s. in beeld zijn gebracht.22

9.2 Masterplan Zuidoost en Nieuw-West Een brede alliantie werkt samen om de achterstanden en problemen van stadsdeel Zuidoost grondig en duurzaam te lijf te gaan. Het is een veelomvattende en langdurige aanpak om de uitgangspositie van de inwoners, hun sociale kansen, economische omstandigheden en medezeggenschap, te versterken. Een van de ambities is gericht op het verbeteren van de veiligheid. De impact van de georganiseerde drugshandel is enorm in Zuidoost en werkt op vele manieren door in de lokale samenleving. Door (reguliere) opsporing door politie en Openbaar Ministerie (OM) en speciale programma’s van het RIEC (Regionaal Informatie- en Expertise Centrum) en het programma Weerbaar Amsterdam – Drugscriminaliteit worden de problemen/ daders aangepakt en de gevolgen van de drugshandel zoveel mogelijk beperkt. Om de uitvoeringskracht te vergroten worden de lokale aanpakken, programma’s en wijk­ gerichte aanpakken in samenhang bekeken en gestroomlijnd. In Amsterdam Nieuw-West is een vergelijkbaar programma opgezet. In haar Meerjarenplan Top600 en Top400 heeft het AcVZ al opgenomen dat ze komende tijd actief partner zal zijn in deze Masterplannen.

Dat houdt een ontwikkeling in naar meer context- en gebiedsgericht manier van werken in de meest kwetsbare wijken van de stad, waarbij verwacht mag worden dat partners een beroep op het AcVZ zullen doen om aandacht te geven aan Doorgroeiers.

Bureau Beke (2021) Misdaadcarrieres voorkomen en doorbreken

45

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

9.3 Wildeman-buurt Het onderzoek in de Wildemanbuurt (NieuwWest)23 laat zien dat deze sociaal economisch kwetsbare wijk een voedingsbodem is voor een breed palet aan criminaliteitsvormen. Er is sprake van ernstige en hardnekkige jeugd­ problematiek en van een doorgroeiproces waarbij jongeren al op jonge leeftijd in aanraking komen met (drugs)criminaliteit, een proces dat onderdeel uitmaakt van een criminele carrière die van kwaad tot erger gaat. Het onderzoek toont aan dat het allang niet meer gaat om individuele daders; er is een los netwerk van 156 personen die ‘in context’ met elkaar criminaliteit plegen (of mogelijk maken) en die een gesloten wereld met elkaar in stand houden met een zeer negatieve invloed op de wijk. Op basis van deze informatie is in 2022 (als onderdeel van het Masterplan Nieuw-West) een start gemaakt met het ‘contextgericht’ inzetten van alle instrumenten waarover de stad en haar partners beschikken om het criminele netwerk in de Wildemanbuurt duurzaam te doorbreken. De methodiek die we in de Wildemanbuurt ontwikkelen moet in de toekomst ook inzetbaar zijn voor andere wijken in stadsdeel Nieuw-West en andere delen van de stad. Onder regie van het AcVZ wordt deze aanpak verder ontwikkeld. Een van de doelen is het voorkomen en doorbreken van misdaadcarrières van jongeren in de Wildemanbuurt.

Daarop vooruitlopend zijn enkele personen die actief zijn in de buurt opgenomen in de Aanpak Doorgroeiers. Het AcVZ zal de komende tijd een deel van de capaciteit van regisseurs inzetten bij groepen of netwerken die criminaliteit plegen in de Wildemanbuurt. De inzet is daarbij gericht op het voorkomen van recidive en het doorbreken van de negatieve impact in de wijk.

van criminaliteit en betrokkenheid bij cocaïnehandel, liquidaties en geweld. In de bovenwereld zijn ze met name zichtbaar in de wijken en in de muziekindustrie. Ze zijn dominant aanwezig in wijken en dragen uit dat ze lak hebben aan politie en justitie. Meerdere afdelingen van de politie hielden zich op verschillende niveaus bezig met de groepering. Halverwege 2020 is men ontschot op deze groep gaan werken (een samenwerking die verder gaat dan elkaar informeren). In de zomer van 2021 is een volgende stap gezet in die samenwerking en een co-creatie opgezet. De doelstelling van de co-creatie is ‘het duurzaam ontwrichten van het imago van de groepering’. De co-creatie betreft aan de ene kant een tweewekelijks afstemmingsoverleg tussen alle betrokken politieafdelingen, het OM en het RIEC. Aan de andere kant zijn er vier werkgroepen die zich op een afzonderlijk sub thema richten. De Aanpak Doorgroeiers is lid geworden van werkgroep gericht op het verminderen van de aanzuigende werking van de groepering en heeft vier personen in regie genomen. Onze regie is er op gericht om criminele activiteiten te verstoren en om een gedragsverandering tot stand te brengen. Tegelijkertijd dragen we bij aan het overkoepelende doel, het duurzaam verstoren van de ontwrichtende invloed van de groepering.

Deze vorm van samenwerking, een langdurige gebiedsgerichte aanpak met de RIEC-werkwijze als fundament, is succesvol en zal naar verwachting vaker worden toegepast.

9.4 Samenwerking met RIEC bij aanpak crimineel samenwerkingsverband De inzet van een persoonsgerichte aanpak van Doorgroeiers komt ook in beeld bij de aanpak van criminele samenwerkingsverbanden. Een goed voorbeeld is de Co-creatie Zone 6. Dit is een aanpak van het OM en politie om interne processen te versterken waarbij andere partners zijn aangehaakt-partners), waaronder het AcVZ. Het gaat om de aanpak van een groepering die wordt verdacht van ernstige vormen

23

Henk Ferwerda e.a., Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken, 2021

46

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

10. Verhouding tot aanpak Top600/ Top400

10.1 Doelstelling en werkwijze van het AcVZ Het AcVZ) is het Zorg- en Veiligheidshuis van de regio Amsterdam-Amstelland. Het is gericht op complexe problematiek die tot uiting komt in criminaliteit, overlast en andere verstoringen van de openbare orde die de leefbaarheid van de woon- en leefomgeving aantasten. In het Algemeen Convenant is bepaald dat het om problematiek moet gaan waar partijen vaak eigenstandig niet tot de onderliggende oorzaken kunnen komen. Voor het aanpakken (en oplossen) van de oorzaken is noodzakelijk dat de daarvoor in aanmerking komende betrokken partijen uit strafrecht, zorg als sociaal domein, samenwerken en hun inzet afstemmen en/of coördineren. Het AcVZ is een (netwerk)organisatie die via krachtige programmaregie stuurt op integrale (persoonsgerichte) programma’s op het snijvlak van veiligheid en zorg van (een) vooraf gedefinieerde groep(en). De programma’s kenmerken zich door het werken vanuit een netwerk van veiligheids-, zorg- en sociale partijen, het voeren van regie (op de persoon en/ of op de casus), en het inzetten van interventies uit de domeinen veiligheid, zorg en het sociaal domein.24

10.2 Landelijk Kader Zorg- en Veiligheidshuizen Voor het AcVZ is ook het Landelijk Kader voor de Zorg- en Veiligheidshuizen relevant. Daar is de volgende doelstelling in geformuleerd: ‘Het bijdragen aan veiligheid(sbeleving) als onderdeel van het integrale veiligheidsbeleid: het voorkomen en verminderen van recidive, (ernstige) overlast, criminaliteit en maatschappelijke uitval bij complexe problemen, door een combinatie van repressie, bestuurlijke interventie en zorg.’

24 25

Het Zorg- en Veiligheidshuis richt zich op mensen:25 • die te maken hebben met meerdere problemen (multiproblem) die op meer dan één leefgebied spelen en die (naar verwachting) leiden tot crimineel en/of overlast gevend gedrag of verder afglijden; en: • waar samenwerking tussen meerdere ketens (minimaal dwang en drang) nodig is om tot een effectieve aanpak te komen; het is in de reguliere samenwerking tussen partners binnen één keten niet mogelijk om deze problematiek effectief aan te pakken; en: • waar de problematiek wordt beïnvloed door en impact heeft op het (gezins)systeem en/ of de directe sociale leefomgeving (of wordt verwacht dat te gaan hebben); of: • er is sprake van ernstige lokale of gebiedsgebonden veiligheidsproblematiek, die vraagt om een keten overstijgende aanpak.

10.3 De doelgroep Doorgroeiers en de doelstelling van het AcVZ De doelgroep Doorgroeiers zoals die is gedefinieerd voldoet aan de voorwaarden voor een programma van het AcVZ. Een regiepersoon moet gelieerd kunnen worden aan drugs­ criminaliteit en/of het daarmee gepaard gaande (excessief) geweld en er moet sprake zijn van problematiek op het snijvlak van de domeinen veiligheid, zorg en het sociaal domein. Verder is de doelgroep een belangrijke aanjager van ernstige lokale en gebiedsgebonden veiligheidsproblematiek in meerdere wijken in de regio (Landelijk Kader). Dit zien we in de casuïstiek terug. Bij veel Doorgroeiers worden interventies van de zorg en het sociaal domein ingezet. We zien sociale, emotionele en psychiatrische problemen, waaronder ook trauma. Er is soms sprake van (een verleden van) huiselijk geweld, als getuige of als dader en van verslaving. Vaak is sprake van schulden.

Algemeen Convenant Actiecentrum Veiligheid en Zorg, 2019 Paragraaf 4.2, Landelijk Kader Veiligheidshuizen

47

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

10.4 Soort regie De regisseur voert integraal en persoonsgericht regie over een Doorgroeier. Het plan van aanpak is gebaseerd op de drie pijlers van het regiemodel van de Top600 en Top400 (1. Straf en begrenzing (lik op stuk); 2. Zorg en sociaal; 3. Instroom beperken).

netwerk zitten. Dan is het van belang dat hun regisseurs de interventies op elkaar afstemmen en dat er een goede verbinding is met een eventuele overkoepelende aanpak. Om effectief persoonsgericht regie te voeren, moet groepsgericht worden gewerkt.

10.5 Benodigde expertise regisseur De start van de regie is echter veelal anders. Zoals eerder al aangegeven is een belangrijk kenmerk van de doelgroep van Doorgroeiers dat het personen zijn die een afwijzende houding hebben, graag uit beeld blijven en geen overheidsbemoeienis wensen. Het inzetten van interventies die zijn gericht op het zichtbaar maken van personen, financiële interventies en status verlagende/verstorende interventies zijn in het begin van groot belang. Dit sluit aan bij inzichten uit wetenschappelijk onderzoek: bij jonge daders die de eerste stappen in hun criminele loopbaan zetten ‘verschuift de focus’ van preventie naar het eerst effectief aanjagen van een proces van stoppen in plaats van doorgroeien’26 Tegelijkertijd blijft het volgens regisseurs van belang om ook wanneer er bij een regiepersoon geen neiging blijkt tot beëindiging van de criminele carrière de optie open te houden om niet-repressieve interventies in te zetten. Er komt in de regel een moment dat de houding van de persoon meer welwillend wordt. De regie over Doorgroeiers is er een van lange adem. Er kunnen lange periodes zijn dat er niets gebeurt en plotseling is er een moment dat de regisseur in actie moet komen. Men moet dus niet onrustig worden als er een tijd lang niets gebeurt. Contact leggen blijft zeer lastig.

Wanneer dat niet tot stand komt moet men terugvallen op procesregie (dus regie op afstand). Dat is ook een optie omdat meerdere Doorgroeiers nogal ‘zwaar’ zijn. Om redenen van persoonlijke veiligheid is procesregie of een vorm van anonieme regie een reële optie Een belangrijke laatste constatering: bij de aanpak zijn meerdere groepjes personen ingestroomd die in dezelfde groep/hetzelfde

Er kan niet van elke regisseur van het AcVZ verlangd worden om regie te voeren over deze doelgroep. De regiepersoon kan vijandig zijn, is zeer afhoudend, er kan een risico zijn voor persoonlijke veiligheid. Deze doelgroep vraagt ook specifieke kennis om signalen van betrokkenheid bij drugscriminaliteit te kunnen duiden. Een regisseur moet ook een goed inzicht hebben in het opsporings- en strafrechtelijke proces. Daarnaast gaan de ontwikkelingen in (de aanpak van) ondermijning snel. Het is nodig om de kennis over modus operandi, informatiebronnen en interventies van RIEC-partners op peil te houden. Alles overziend zijn voor Doorgroeiers regisseurs nodig die een specialisatie of taakaccent voor deze doelgroep ontwikkelen en onderhouden en die beschikken over lef, geduld en een vermogen om creatief en flexibel in te spelen op plotselinge en ongebruikelijke situaties.

10.6 Regiemodel De accenten in de regie en de benodigde expertise kunnen verschillen met die voor andere aanpakken, maar de vakinhoudelijke basis is hetzelfde. Van regiemodel tot kennis, vaardigheden, regie zonder macht en meer (vakontwikkeling).

10.7 Verhouding tot Top600 en Top400: nadere analyse verschil en overlap Uit de evaluatie blijkt dat 54% van de Doorgroeiers ooit in de Top600 of Top400 zat. De groep Doorgroeiers die in deze aanpakken zat verschilt verder niet sterk van de groep die ‘nieuw’ in regie komt. Gedurende de aanpak zijn respectievelijk 2 Doorgroeiers ingestroomd in de Top600 DG, 2 in de Top600HIC en 1 in de Top400.

26 Weijers, 2019; 2022 en Jan Dirk de Jong - . Visiting professional Openbaar Ministerie ‘Excessief geweld’ door jeugdige verdachten

48

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

Het uitgangspunt is dat de Aanpak Doorgroeiers niet dezelfde personen selecteert als de Top400 of Top600. Die hebben immers al afgebakende criteria en personen horen niet in twee verschillende persoonsgerichte aanpakken terecht te komen. Toch lijkt er een overlap in doelgroep, die we nader hebben geanalyseerd De Aanpak Doorgroeiers maakt gebruik van een Beoordelingskader met 53 criteria.27 Dit wijkt op onderdelen af van het werkproces en de instroomcriteria van de Top400 en Top600. Bron

Bij de Top600 en Top400 is de instroom is gebaseerd op een combinatie van registraties die “uit systemen komen rollen”. Bij de Aanpak Doorgroeiers zijn professionals de bron van de instroom. Criteria

De Top400 gaat uit van zorgcriteria en/of strafrechtelijke criteria. Voor de Top600 gaat het om een combinatie van strafrechtelijke registraties. Deze personen hebben behalve politieregistraties ook een veroordeling op naam. De Aanpak Doorgroeiers toetst aan strafrechtelijke en zorgcriteria én aan signalen die in verband kunnen geworden gebracht met betrokkenheid bij drugscriminaliteit, maar die minder goed in cijfers kunnen worden uitgedrukt. Deze door wetenschappelijk onderzoek en praktijkervaring onderbouwde zachte signalen moeten door professionals geïnterpreteerd en geduid worden. Ook van belang om te benadrukken: voor instroom is een veroor­ deling of dagvaarding niet vereist. Bereik in relatie tot de totale doelgroep

Voor de Top600 en Top400 geldt dat personen voldoen, of ze voldoen niet. In principe komt iedereen die aan de combinatie van registraties voldoet terecht op een lijst. Je kan dus zeggen dat men zo de volledige doelgroep per definitie te pakken heeft. Bij Doorgroeiers komt het eerste signaal van een professional die zorgen heeft over een bepaald persoon en besluit deze aan te

27

melden. Het is dus niet mogelijk te zeggen welk deel van de beoogde doelgroep je in beeld hebt met de aanpak, niet alle inwoners van Amsterdam-Amstelland worden immers door een professional langs het beoordelingskader gehaald. Een persoon moet dus ook al in het vizier zijn van een professional om aan bod te kunnen komen. En die heeft vervolgens redelijk veel kennis nodig over de persoon om het beoordelingskader in te kunnen vullen. Triage

Het gebruik van objectieve criteria zorgt er voor dat er over het algemeen weinig discussie nodig is over de instroom in de Top400 en Top600. Het Beoordelingskader wordt na het invullen door de indienende professional besproken in een triage-overleg. Hier worden de genoemde signalen gewogen en het de partners van het triage-overleg nemen de uiteindelijke beslissing over al dan niet instromen. Gemeenschappelijke criteria in de aanpakken

Er staan in het Beoordelingskader vier strafrechtelijk criteria die ook onderdeel zijn van de Top600. Het grote verschil is dat er bij de Aanpak Doorgroeiers geen sprake hoeft te zijn van een veroordeling of dagvaarding, waar dit bij de Top600 wel een vereiste is. De Top600 vangt daarmee dus een iets specifiekere groep, maar de groepen zijn overlappend. De aanpak en de Top400 hebben ook enkele criteria met elkaar gemeen (7). Het verschil is dat deze voor de Top400 doorslaggevend zijn om in te stromen. In de Aanpak Doorgroeiers moet de indienende professional zelf aan deze criteria toetsen en kan een persoon alleen instromen als daarnaast aan andere criteria wordt voldaan.

10.8 Top400 is vindplaats van Doorgroeiers maar niet echt een bestemming Van de regiepersonen zat 27% ooit in de Top400. Gedurende het project is 1 persoon uitgestroomd naar de Top400. Op basis van de evaluatie en nadere analyse van de doelgroep komen we tot de conclusie dat de Top400 een vindplaats kan zijn van Doorgroeiers, maar niet een bestemming.

Het Beoordelingskader is geëvalueerd. De belangrijkste bevindingen zijn opgenomen in Hoofdstuk 11

49

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

Doorgroeiers hebben doelbewust de stap naar een criminele carrière gezet. De Top400 komt in beeld wanneer over bepaalde jongeren de vrees bestaat dat zij zonder ingrijpen verder afglijden in de criminaliteit. De aanpak is gericht op het voorkomen van ernstiger delict gedrag. De gemiddelde Doorgroeier heeft ook een zwaar profiel, bijvoorbeeld geweldpleging of vuurwapenbezit dat niet past bij de Top400. Soms ontbreekt belangrijke informatie. Zo bleek bij een regiepersoon die aan de instroomcriteria voor de Top400 leek te voldoen, dat diverse ernstige geweldsincidenten niet bekend waren omdat er geen aangifte van was gedaan (maar wel getuigen).

10.9 Verhouding tot het AcVZ-Loket Regie over Doorgroeiers verschilt fundamenteel met die van het Loket. Vanuit de aard van de werkzaamheden is er op een punt een beperkt raakvlak: in een klein aantal zaken voert het Loket – op verzoek van betrokken partijen – domein overstijgende regie. Dat kan gaan om coördinatie op de problematiek rond een complex gezin of om coördinatie op een probleem in een bepaald gebied of buurt, bijvoorbeeld in de Wildemanbuurt. Wanneer hier ook Doorgroeiers bij betrokken zijn, komt de aanpak in beeld.

10.10 Bespreekpunt: uitstroom Top600 Een idee is om toch te kijken naar de uitstroom van de Top600. Er was in het begin gekozen om dat niet te doen, omdat men niet wilde dat de Aanpak Doorgroeiers een verlengde werd van de Top600-aanpak. Echter, we zien bij de Top600 dat er soms personen uitstromen die te kwalificeren zijn als Doorgroeiers, maar niet meer voldoen aan de criteria van de Top600. Bij deze personen zou je eigenlijk juist nog meer en nieuwe interventies willen proberen/ inzetten. De Aanpak Doorgroeiers zou hier geschikt voor zijn. Tevens is er bij de Top600 dan al zo’n dossier opgebouwd dat dit de regisseurs bij de Doorgroeiers alleen maar in positieve zin zou helpen.

50

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

11. Werkproces en samenwerking met partners

De werkwijze van de Aanpak Doorgroeiers is gedurende het project op meerdere wijzen tegen het licht gehouden. Het beoordelingskader is geëvalueerd, er is een DPIA uitgevoerd en met de deelnemende partners is de samenwerking en de uitvoering van de aanpak in het algemeen geëvalueerd. Het levert de volgende bevindingen en aanbevelingen op.

11.1 Steviger afspraken nodig met partnerorganisaties Bij de start van de Aanpak Doorgroeiers bleken belangrijke organisatorische randvoorwaarden in de praktijk minder goed geregeld. Enkele partners hadden niet voldoende capaciteit kunnen reserveren en er waren geen harde afspraken over het vullen van de basisdossiers in het AcVZ-systeem VEHAA. Afspraken op bestuurlijk niveau bleken niet overal goed op de werkvloer te zijn geland. Voor sommige interventies werden kosten in rekening gebracht omdat ze buiten de voor de Top600 en Top400 gereserveerde capaciteit vielen. Regisseurs zijn veel tijd kwijt geweest aan het vinden van de juiste contactpersoon en het verzamelen van informatie. Als verzachtende omstandigheid kan worden aangevoerd dat de coronaepidemie met alle beperkende maatregelen enorm verstorend hebben gewerkt. De belangrijkste les is dat bij een vervolg op de aanpak concrete uitvoeringsafspraken met de partners worden gemaakt en bestuurlijk geaccordeerd.

11.2 Neem ondersteunende processen van Top600 en Top400 als basis De Aanpak Doorgroeiers is een experimentele aanpak en bij de inrichting is er bewust voor gekozen om het werkproces flexibel in te richten. Een logisch uitgangspunt omdat te strikt gereglementeerde werkprocessen de handelingsvrijheid nogal beperken. Voor de ondersteunende processen is het daarentegen beter om die op dezelfde manier in te richten als bij de Top600/400. Die zijn goed ingeregeld, alle partners weten wat van ze wordt verwacht.

11.3 Evaluatie Beoordelingskader Zoals eerder aangegeven is bij de start van de Aanpak Doorgroeiers een Beoordelingskader opgesteld als instrument voor beslissingen ten aanzien van instroom en uitstroom. Het wordt gebruikt om: 1. te bepalen of een persoon in aanmerking komt voor instroom (meldingsfase); 2. te bepalen of een persoon in aanmerking komt voor uitstroom (regiefase); 3. een zo volledig mogelijk beeld van een persoon te verkrijgen op het gebied van doorgroeien (beide fasen) Halverwege het project is geëvalueerd in hoeverre het beoordelingskader in de praktijk voldoet. In hoeverre is het werkbaar en ondersteunend aan de Aanpak Doorgroeiers en zijn er aanpassingen nodig om ervoor te zorgen dat de beoogde doelen van het beoordelingskader worden behaald. Het evaluatieproces is begeleid en ondersteund door een senior onderzoeker van TNO met ervaring op het gebied van risicotaxatie. De conclusie is dat het beoordelingskader in een andere vorm ingezet moet worden omdat de huidige toepassing een aantal risico’s en kwetsbaarheden bevat die een negatief effect kunnen hebben op de kwaliteit van de beslissingen over instroom en uitstroom in de aanpak. De volledige evaluatie is apart beschikbaar gesteld. In deze eindrapportage hebben we de belangrijkste conclusies en aanbevelingen opgenomen.

11.4 Ontwerp en structuur: herschik de items en toets volgtijdelijk aan signalen en risicofactoren Het beoordelingskader bestaat uit twee verschillende typen items: signalen die de mate aanduiden waarin iemand op dit moment te typeren is als Doorgroeier en risicofactoren die helpen bij het voorspellen van de kans dat iemand in de toekomst verder zal doorgroeien in de drugscriminaliteit. Om verschillende redenen zijn deze risicofactoren niet geschikt om te gebruiken bij het selecteren van een

51

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

casus voor de aanpak.28 Tegelijkertijd kunnen ze wel relevant zijn ter ondersteuning van de aanpak. Aanbevolen wordt daarom het beoordelingskader te herstructureren en daarbij het onderscheid tussen signalen en risicofactoren te onderkennen. Dit zou bijvoorbeeld kunnen worden gedaan door de selectie van in te stromen personen aan de hand van signalen van betrokkenheid bij drugscriminaliteit te laten plaatsvinden. In de volgende fase kan binnen deze groep een risicotaxatie worden uitgevoerd. Dit laatste gebeurt niet met als doel te besluiten over instroom, maar om bijvoorbeeld casussen te prioriteren, risico’s inzichtelijk te maken en kansen voor interventies te identificeren.

11.5 Werk volgens het Gestructureerd professioneel oordeel Het beoordelingskader bevat elementen van meerdere typen risicotaxatie-instrumenten. De aanbeveling is om voor één te kiezen en het model van het Gestructureerd professioneel oordeel toe te passen. Dit is een type risicotaxatie-instrument dat een deskundige en gestructureerde oordeelsvorming omvat op grond van empirisch onderbouwde factoren met oog voor de individuele context. Daarnaast is het een manier om informatieverzameling te structureren, erover te communiceren met netwerkpartners en toe te werken naar interventies.

11.6 Vergroot betrouwbaarheid door systematiseren informatieverzameling en afspraken vooraf over onderbouwing signalen Betrouwbaarheid heeft betrekking op de mate waarin het instrument steeds hetzelfde meet. Uit de interviews bleek dat rommeligheid, foutgevoeligheid en lengte van het format de betrouwbaarheid onder druk kan zetten. Uit deze evaluatie blijkt verder dat er geen heldere afspraken bestaan ten aanzien van de onderbouwing van signalen, wat in sommige gevallen aanleiding gaf tot discussie. Een voorbeeld: de ene partner vult bij een item ‘ja’ of ‘nee’ in, de ander geeft bij hetzelfde item een uitgebreide inhoudelijke toelichting. Een dergelijk gebrek aan consensus over het gebruik van bronnen vormt een gevaar voor de betrouwbaarheid

van het beoordelingskader. De aanbeveling is om het informatieverzamelingsproces te systematiseren en voorafgaand overeenstemming te bereiken over de manier waarop en de mate waarin signalen onderbouwd dienen te worden.

11.7 Partners moeten werken met dezelfde definitie van een Doorgroeier Om te toetsen in hoeverre het beoordelingskader valide is – met andere woorden: of het instrument meet wat het moet meten – is het allereerst van belang dat het begrip Doorgroeiers helder gedefinieerd en afgebakend is en dat deze definitie onderling wordt gedeeld. In hoofdstuk 3 is dit punt al aan de orde gesteld. Regisseurs bleken onderling een overeenkomstig beeld te hebben over de mate waarin specifieke casussen Doorgroeiers betreffen. Uit de evaluatie blijkt ook dat tussen het AcVZ en netwerkpartners definities soms uiteenlopen. Dit is voorstelbaar aangezien de definitie van Doorgroeiers in praktijk en wetenschap momenteel niet vastomlijnd is. Indien de aanpak een vervolg krijgt is het echter wel van belang dat er een gedeeld beeld ontstaat over de precieze doelgroep. Te meer omdat wordt aanbevolen expliciet ruimte te maken voor het professionele oordeel is het belangrijk dat beoordelaars een scherpe en gedeelde definitie hanteren die zich bovendien onderscheidt van andere doelgroepen. Daarom nogmaals de aanbeveling om verder te werken aan een sluitende en onderling gedeelde definitie van het begrip Doorgroeiers.

11.8 Validiteit: schrap enkele items in het beoordelingskader Ten aanzien van de geschiktheid van opgenomen items in het beoordelingskader liepen de meningen van geïnterviewde personen uiteen. Sommige respondenten achtten de selectie van de items passend. Andere respondenten noemden een aantal items niet of minder relevant. Daarnaast bleek uit analyse van de tot nu toe ingevulde beoordelingskaders dat een aantal items in de praktijk zelden voorkomt of voor toetsing eraan zelden informatie voorhanden is. Indien dergelijke informatie inderdaad niet te achterhalen is zou overwogen kunnen worden deze items te schrappen.

28 Het doel van risicotaxatie is het in kaart brengen van het risico dat een individu tot bepaald gedrag zal overgaan. Het dus om gedrag wat nog niet heeft plaatsgevonden, maar in de toekomst plaats zou kunnen vinden. Bij de triage wordt juist gekeken naar bestaand gedrag.

52

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

11.9 Handhaaf de ‘zachte signalen’ Tot slot is het beoordelingskader gebaseerd op veel ‘zachte’ indicatoren29. Casussen komen daardoor niet automatisch ‘uit het systeem rollen’, maar moeten om te kunnen instromen worden gesignaleerd en aangemeld door partners van het AcVZ. Hoewel dit meer inspanningen vergt zijn deze zachte indicatoren wel noodzakelijk om de beoogde doelgroep van Doorgroeiers in beeld te krijgen. Meerdere bewezen Doorgroeiers in de huidige aanpak zouden niet in beeld zijn gekomen wanneer alleen ‘harde’ criteria als strafrechtelijke en zorgregistraties waren gebruikt. De aanbeveling is om de focus van het beoordelingskader te blijven richten op deze zachte indicatoren.

11.10 Gegevensdeling De stuurgroep Veiligheid en Zorg heeft in november 2020 ten behoeve van de aanpak de Regeling Gegevensverwerking Integrale Persoonsgerichte Aanpak Doorgroeiers vastgesteld. In december 2021 is een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (DPIA)30 gedaan waarbij de gegevensregeling, het beoordelingskader, het werkproces, de ICTinformatiestromen en de documentatie zijn getoetst. Deze is afgerond en er zijn enkele, voornamelijk technische en organisatorische maatregelen uit voortgekomen die moeten worden genomen. De uitkomsten van de evaluatie van het beoordelingskader maken het noodzakelijk dat de gegevensregeling wordt aangepast (het beoordelingskader is namelijk onderdeel van de regeling). Bij een vervolg van de aanpak zullen de herziening van de gegevensregeling, de herijking van het beoordelingskader en de implementatie van de maatregelen van de DPIA gezamenlijk worden opgepakt.

11.11 Partners: AcVZ-expertise op Doorgroeiers hoognodig Alle deelnemende partners hebben in hun praktijk te maken met Doorgroeiers. De drugscriminaliteit is een groot en veelomvattend probleem in de regio. De aantrekkingskracht is hoog, drugsnetwerken blijven kwetsbare jongeren ronselen. Overheid en samenleving zullen jaren nodig hebben om dit terug te

dringen. Het aanpakken van Doorgroeiers is voor alle partners een prioriteit. Sommige hebben er ook extra middelen voor gekregen. Het is een moeilijke doelgroep die een speciale benadering nodig heeft. Er is de afgelopen twee jaar waardevolle kennis en expertise opgebouwd. Er is nu al in het veld grote behoefte aan advies, ondersteuning en soms de inzet van een regisseur. Regisseurs van het AcVZ hebben regelmatig met een regiepersoon te maken waarvan ze vermoeden dat deze doorgroeit en hebben advies en een handelingsperspectief nodig. Het is van belang dat het AcVZ de opgebouwde kennis en expertise goed borgt om partners te kunnen ondersteunen.

11.12 Focus op strategische Doorgroeiers en kijk verder dan drugs Het beeld van alle betrokkenen in de aanpak is dat in het begin te beperkt is gekeken. Er zijn in het begin vooral personen ingestroomd die in beeld kwamen omdat ze zich op straat manifesteerden. Veel regiepersonen van het eerste uur kunnen ingedeeld worden in de categorie Uitvoerende Doorgroeiers. Later in het project kwamen ook de meer ongrijpbare, strategisch opererende Doorgroeiers in beeld. Die zijn veel interessanter. Partners benadrukken ook dat de focus op antecedenten Opiumwet te beperkt is. Doorgroeiers kunnen ook andere rollen hebben in het netwerk dan drugshandel. Het onderzoek van de politie naar deze doelgroep laat verder zien dat het opportunistische multiplegers zijn, die ook andere criminaliteit plegen. Bijvoorbeeld online fraude of criminele uitbuiting.

11.13 Haal informatie anders op: naast ‘blauw’ meer verbinding met ‘grijs’ Het merendeel van de regiepersonen heeft een achtergrond in een jeugdgroep. Ze zijn in beeld gekomen door hun activiteiten op straat. Veelal zijn ze ingebracht in het Triageteam door een projectleider Jeugd en Veiligheid of de wijkagent (blauw). Om de meer strategisch opererende Doorgroeier in beeld te krijgen, is een betere verbinding met de districtsrecherche nodig (‘grijs’) waarbij de werkvoorbereiding (WVO) een belangrijk contact is.

29 Indicatoren die minder goed in cijfers kunnen worden uitgedrukt, anders dan ‘harde’ indicatoren als het aantal veroordelingen 30 Data Protection Impact Assesment

53

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

Een potentiele interessante bron is restinformatie. Restinformatie is de tactische recherche-informatie die overblijft na een opsporingsonderzoek en die niet wordt vermeld in het procesdossier (onderzoeksdossier minus het procesdossier). Het Landelijk Parket (LP) geeft bijvoorbeeld aan dat grote landelijke opsporingsonderzoeken als bijvangst veel informatie geven over Jonge aanwas en Doorgroeiers in de drugscriminaliteit. Zij zien hier alleen geen rol voor zichzelf en zoeken naar mogelijkheden om dit ‘goed te laten landen.’ We hebben hierover contact gezocht met het OM.

11.14 Huidige Triageteam herijken Wanneer er een vervolg op de aanpak komt, is het advies om de huidige samenstelling van het Triageteam tegen het licht te houden. Zitten nog steeds de juiste contactpersonen aan tafel? Zijn ze goed gepositioneerd in de eigen organisatie, hebben ze toegang tot de benodigde informatie en hebben ze een adequaat mandaat? Ook is het van belang dat ze de ruimte hebben om langere tijd verbonden te blijven aan de aanpak. Er zijn de afgelopen periode veel personele wisselingen geweest, terwijl de doelgroep een langdurige betrokkenheid vergt.

11.15 Betrokkenheid Officier van Justitie Het OM is nu beleidsmatig en operationeel aangesloten bij de Triage en gedurende regie, maar we vinden het van belang dat in bepaalde situaties iemand met diepgaander kennis van strafrecht en lopende onderzoeken meedenkt. We dringen er op aan dat het mogelijk wordt gemaakt om een Officier van Justitie te verbinden aan de Aanpak doorgroeiers. Het gaat om het koppelen van de Officier aan bepaalde Doorgroeiers bij wie ingezet wordt op opsporen, om daarmee de informatiepositie te versterken en vervolgens de strategie te bepalen voor een eventuele strafrechtelijke of alternatieve aanpak.

11.16 Deelname reclasseringsorganisaties De (jeugd)reclassering was de afgelopen periode geen lid van de eerste schil van partners die deelneemt aan het Triage-overleg. Hun kennis van de doelgroep en van risicotaxatie en hun expertise in de omgang met personen met een zwaar profiel zou een belangrijke toevoeging zijn. Er is inmiddels goed ambtelijk overleg met de Reclasseringsorganisaties over een rol in de aanpak.

11.17 Expertise nodig op het gebied van trauma We zien regelmatig bij Doorgroeiers signalen van trauma. Expertise op dit gebied is nodig in de fase van Triage, om de persoonlijke situatie van een Doorgroeier op dit punt te kunnen analyseren. Bij de triage is niet altijd bekend dat sprake is van trauma. Het is ook van belang dat de regisseur in een later stadium een beroep kan doen op expertise, om op het juiste moment traumabehandeling te kunnen bieden. Dit kan een belangrijke steun in de rug zijn voor een regiepersoon om uit het criminele milieu te stappen. Het is ingewikkeld om deze expertise een goede plek te geven in de aanpak, ook juridisch (gegevensdeling), maar de meerwaarde is duidelijk.

11.18 Kennis en expertise ondermijning/ RIEC In hoofdstuk 7 is al nader beschreven wat de meerwaarde is van actuele kennis over het RIEC, werkprocessen, interventies, informatiebronnen. Bij een vervolg van de aanpak zal naar verwachting de samenwerking met het RIEC op operationeel niveau verder intensiveren. Minimaal een medewerker van de aanpak zou contactpersoon RIEC moeten zijn en de laatste ontwikkelingen moeten bijhouden en doorgeven aan regisseurs. Een vorm van betrokkenheid van medewerkers van het RIECbureau bij overleggen en activiteiten is ook het onderzoeken waard.

11.19 Partners: duidelijkheid gewenst over relatie met andere aanpakken Er is een Aanpak Doorgroeiers, maar deze doelgroep is ook aanwezig in de Top600 en Top400. En bij de Masterplannen voor Zuidoost en Nieuw-West en in de Wildemanbuurt komen Doorgroeiers in beeld waar een aanpak voor gewenst is. Voor partners is niet duidelijk of de regisseurs van de verschillende aanpakken met elkaar afstemmen en of er op andere manieren door het AcVZ samenhang wordt aangebracht. De aanpakken lijken nu afzonderlijke silo’s, waartussen toch in een soort matrix-vorm verbinding moet worden aangebracht.

11.20 Veiligheid Uit de evaluatie van de aanpak zelf is al naar voren gekomen dat er oog moet zijn voor de persoonlijke veiligheid van regisseurs en betrokken professionals. Meerdere personen zijn betrok-

54

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

ken geweest bij (vuur)wapengeweld. Bij een enkele Doorgroeier zijn aanwijzingen geweest dat er een dreiging is op diens leven. Met de persoonsgerichte aanpak komt een regisseur ook aan het verdienmodel van een Doorgroeier en daarmee aan zijn inkomsten. Dat kan ook een vijandige reactie veroorzaken. Binnen het AcVZ zijn de afgelopen periode onder andere op het gebied van bewustwording, vakontwikkeling, registratie van incidenten en nazorg maatregelen getroffen om regisseurs hierin te ondersteunen. De regisseurs van de Aanpak Doorgroeiers zijn hier ook bij betrokken. Ook is de aanpak onderdeel van de procesafspraken met politie en OM over informatie-uitwisseling wanneer sprake is van dreiging op het leven van personen in de aanpak. Het AcVZ onderzoekt de mogelijkheden tot specialistische regievoering bij ‘hoog risico’ casuïstiek en dat is ook voor Doorgroeiers een valide optie.

11.21 Kwetsbaarheid team Op dit moment werkt de aanpak met drie regisseurs (2,5 fte). Dat maakt het team kwetsbaar: wanneer iemand langere tijd wegvalt, door ziekte, andere baan of andere omstandigheden, ontstaan er problemen met de werkvoorraad en gaat er schaarse kennis en expertise verloren. Het is beter om met een grotere groep regisseurs te werken die enkele Doorgroeiers in regie nemen. Dit vermindert ook de persoonlijke kwetsbaarheid van de regisseur: op dit moment hebben we meerdere groepjes personen in regie die tot hetzelfde netwerk behoren. We weten van ervaringen met de Top600/400 dat personen onderling informatie uitwisselen over hun regisseurs. Door meerdere regisseurs op hetzelfde netwerk te zetten voorkom je dat een individuele regisseur het gezicht en mikpunt wordt van een hele groep. Een grotere groep regisseurs heeft ook een positief effect op de kwaliteit van het werk. Er komt meer ruimte voor intervisie, kennisuitwisseling, ontwikkelen en behouden van kennis en expertise.

11.22 De aanpak is meer netwerk- en contextgericht gaan werken Bij de start was de aanpak zeer individu-gericht, in de zin dat de focus van de regie nagenoeg volledig was gericht op het bereiken van een effect op het gedrag van alleen de persoon. Dat werd in de hand gewerkt omdat personen ook als losse individuen werden aangemeld. Gaandeweg het project is meer aandacht gekomen voor het realiseren van impact op omgeving en netwerk. Bij nadere analyse bleek bijvoorbeeld dat Doorgroeiers deel uitmaakten van hetzelfde netwerk. Er zijn ook meer groepjes Doorgroeiers uit hetzelfde netwerk aangemeld. Een belangrijke les die we hieruit trekken is dat het niet zinvol is om als een loket te fungeren waar her en der individuele Doorgroeiers kunnen worden aangemeld, maar dat de aanpak veel meer netwerk-, context-, gebiedsgericht ingezet moet worden. De partners waarderen ook de ruimte voor flexibiliteit in de regie.

55

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

Bijlage 1 Projectaanpak op hoofdlijnen

Activiteiten Van december 2020 tot 1 januari 2023 zijn voor de Aanpak Doorgroeiers de volgende activiteiten uitgevoerd: Het ontwikkelen en uitvoeren van een persoonsgerichte aanpak Er is gestart met een nieuwe integrale persoonsgerichte aanpak (ipga) voor een beperkt aantal Doorgroeiers in drugscriminaliteit. De aanpak heeft tot doel om door inzet van bestaande en nieuw te ontwikkelen interventies, zowel repressief als gericht op motivatie en perspectief bieden, te ondervinden wat effectief is om het fenomeen doorgroeien te verstoren. Daarnaast dient de aanpak bij de Doorgroeiers in regie gedragsverandering realiseren zodat het perspectief op een niet crimineel leven verbetert en ze geen negatieve invloed meer heeft op kwetsbare personen in zijn omgeving. Gedurende de looptijd van het project 40 personen in regie genomen. De aanpak is eind 2022 geëvalueerd. Samenwerking met Straatcoaches De Aanpak Doorgroeiers heeft BOTOCmiddelen toegekend gekregen om gedurende de looptijd van het project straatcoaches in te zetten. Het onderliggende doel is geweest om meer zicht te krijgen op de wijze waarop Doorgroeiers zich manifesteren in wijken. Onderzoek en evaluatie De dienst regionale informatieanalyse organisatie (DRIO) van de politie-Eenheid Amsterdam Amstelland heeft twee onderzoeken gedaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12951916/1