4. Eindrapportage_Aanpak_Doorgroeiers.pdf
Tekst van het document
5.3.4 Stoppen met doorgroeien Professionals geven aan dat jongeren die niet doorgroeien vaak niet opgewassen zijn tegen de hardheid van de criminele wereld. De stress en onrust die een crimineel leven met zich meebrengt zijn redenen om zich terug te trekken. Daarnaast is het plegen van criminaliteit voor veel jongeren een onderdeel van het volwassen worden dat stopt met het ouder worden of met het verkrijgen van een stabiel leven in de vorm van de 3 W’s: Wonen, Werk en Wederhelft. Voor sommigen die stopten geldt dat ze iemand ontmoetten die tot ze door wist te dringen om een andere keuze te maken. Iemand door wie ze zich gezien voelen of een positief rolmodel. Toch is het moeilijk om eruit te stappen als ze dat willen. Jongeren worden bijvoorbeeld onder druk gezet of bedreigd. 5.3.5 Strategische en uitvoerende Doorgroeiers Dé Doorgroeier bestaat volgens de professionals niet. En hoewel ze geen duidelijk patroon laten zien in hun criminele carrière, wordt door professionals over het algemeen wel onderscheid gemaakt tussen Strategische Doorgroeiers en Uitvoerende Doorgroeiers. De laatste groep gaat wel meer en ook ernstige criminaliteit plegen maar lijkt niet over de juiste capaciteiten te beschikken om echt door te groeien. Ze blijven hangen op een bepaald niveau. Deze uitvoerders hebben vaak meer problemen met emotieregulatie dan de strategische Doorgroeiers.
Ze zijn bijvoorbeeld snel boos, impulsief. Volgens professionals worden de uitvoerders ingezet voor risicovolle klussen. Ze overzien de gevolgen niet of zijn bang voor ‘de baas ‘. De strategische Doorgroeier heeft de kwaliteiten om door te groeien. Deze groep wordt door de professionals aangeduid als manipulatief en ze weten anderen voor zich aan het werk te zetten. Het zijn jongeren met twee gezichten: aan de ene kant innemend en charmant maar aan de andere kant ook kil, meedogenloos en totaal gericht op hun eigen belang. Ze voelen zich onaantastbaar. Het zijn ondernemers, netwerkers, sociaal slim en weten precies hoe ze zich moeten gedragen. Zelfs tijdens detentie weten ze zich bijvoorbeeld perfect te gedragen zodat ze in aanmerking komen voor meer privileges.
22
Rapportage
Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies
5.3.6 Signalen Een groot probleem voor het constateren van drugshandel is dat het heimelijk plaatsvindt. Er wordt geen aangifte van gedaan en er is vaak geen sprake van slachtofferschap. Doorgroeiers worden omschreven als ongrijpbaar: in de drugscriminaliteit zullen ze de straathandel overlaten aan de loopjongens en zijn daardoor minder zichtbaar. Toch zijn er signalen die waargenomen worden. Het merendeel is bekend en wordt ondersteund door eerder wetenschappelijk onderzoek: • In de eerste plaats worden dure spullen zoals kleding, sieraden, auto’s en veel geld in verband gebracht met Doorgroeiers. Het geeft ze status en aanzien. • Maar vooral gedragsverandering valt op. Jongeren die eerst goed benaderbaar waren, willen plotseling geen contact meer of ze gaan zich ineens netjes en meewerkend gedragen. Ze pronken minder opvallend met dure spullen of verdwijnen soms volledig onder de radar. • Ook tijdens contactmomenten of een verhoor vallen bepaalde gedragingen op, ze nemen de regie, zijn bang om te snitchen of vragen om hun eigen advocaat. Ook kunnen er signalen zijn dat ze worden bedreigd. 5.3.7 Conclusies voor de persoonsgerichte aanpak van Doorgroeiers • Om Doorgroeiers in de drugs goed in het vizier te krijgen heeft het - hoewel het tegenstrijdig klinkt – geen zin om te veel te focussen op de drugscriminaliteit.
Het delict is vaak niet zichtbaar en zoals beschreven: het zijn multiplegers. • Blijven investeren in bewustwording van de verschillende aspecten van het proces van doorgroeien is van belang om vroegtijdig signalen te kunnen opvangen. • Professionals pleiten voor een vroegtijdig contact en te letten op bepaald gedrag om (potentiele) Doorgroeiers in het vizier te krijgen. Sommige signalen zijn mogelijk al vroeg zichtbaar bijvoorbeeld op school, in de wijk en als lid van jeugdgroepen. Door al vroeg contact te leggen, wordt beter inzicht in de achtergronden van jongeren verkregen en kunnen gedragsveranderingen opgemerkt worden. Een band opbouwen met de jongere en het gezin is een kwestie van lange adem.
• De aanpak van drugscriminaliteit zou (nog) meer prioriteit moeten krijgen. De pakkans moet omhoog. De aandacht moet niet alleen uitgaan naar de grote jongens maar ook naar de loopjongens. Ook de vervolging van drugsdealers moet meer prioriteit krijgen. • Professionals zien mogelijkheden voor een effectievere samenwerking zolang er maar goede afspraken worden gemaakt over informatie-uitwisseling tussen organisaties. In het belang van de jongere is veel meer mogelijk dan professionals vaak denken. De blik moet breed: niet alleen regionaal maar ook nationaal en internationaal. • Een voorname reden voor de ongrijpbaarheid van deze groep heeft te maken met de onlinewereld: een belangrijk deel van hun leefwereld. Daar worden klussen aangeboden, contacten gelegd en kunnen drugs en wapens worden gekocht. Er is meer kennis nodig van de onlinewereld en de mogelijkheden om via social media signalen op te kunnen vangen of bewijs te verzamelen. • Om meer grip te krijgen op de jongeren die doorgroeien in de drugsgerelateerde criminaliteit zal er op meerdere borden gespeeld moeten worden. Samenwerking, kennisopbouw en informatie-uitwisseling is daarbij essentieel. En vooral ook een lange adem en een scherpe blik.
23
Rapportage
Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies
24
Doorgroeiers Een kwalitatief onderzoek naar doorgroeiers in de drugsgerelateerde criminaliteit Centrale vraag: Wat is kenmerkend voor jongeren die doorgroeien in de drugscriminaliteit en is er sprake van zichtbare ontwikkelingspatronen? ontwikkelingspatronen?
“
Ze hebben echt twee gezichten
PROCES VAN DOORGROEIEN Klassieke carrière
Ontwikkelingspaden
Kwetsbaarheden
Doorgroeien Snelle carrière
Opportunistische multipleger Bereid tot geweld
Stoppen
KENMERKEN Strategische doorgroeier • • • • •
Kil en verhard Charmant en innemend Manipulatief Netwerkers, sociaal slim Gericht op zichzelf
Uitvoerende doorgroeier • • • • •
Beïnvloedbaar en impulsief Problemen met emotieregulatie Risicovolle klussen Veelplegers, maar geen leiders Gericht op de ander
Niet doorgroeier • • • • •
Niet (ver)hard genoeg In staat tot zelfreflectie Behoefte aan rust Stabiliteit in werk, woning, gezin Significant other
SIGNALEN In bezit van
Gedrag op straat
Gedrag tijdens strafproces
Zichtbaarheid
• Dure spullen: geld,
• Gaat zich plotseling anders
• Kennis van regels en
• Een doorgroeier is
kleding, sieraden/ accessoires, auto’s, cryptotelefoons • Drugs en wapens
gedragen: Contact vermijdend of juist opvallend vriendelijk/ meewerkend
procedures • Pakt regie tijdens een gesprek • Vraagt om eigen advocaat • Angstig; bang om te snitchen, of wordt bedreigd
ongrijpbaar • Minder zichtbaar op straat,
pronkt minder met dure spullen • Verdwijnt onder de radar
Deze infographic is een verkorte weergave van het onderzoeksrapport: Doorgroeiers. Een kwalitatief onderzoek naar doorgroeiers in de drugsgerelateerde criminaliteit. Uitgevoerd door: Analyse & Onderzoek, DRIO, Politie Eenheid Amsterdam. September 2022.
Figuur 4. Infographic van het onderzoek ‘Doorgroeiers: een kwalitatief onderzoek naar doorgroeiers in de drugsgerelateerde criminaliteit.’
5.4 Uitgelicht: uithalers De bevindingen uit de onderzoeken vinden steun in een analyse die is gemaakt van een groep die ook in verband wordt gebracht met doorgroeien: de uithalers. Dit kenmerk wordt aan een persoon gegeven als uit het proces-verbaal van aanhouding van politie/Douane/KMAR blijkt dat deze persoon zich op een verboden afgesloten haventerrein bevond en in het bezit was van goederen die worden gebruikt om cocaïne uit containers te halen (zoals breekvoorwerpen), slaapspullen om in de containers te slapen, bakens om de containers/cocaïne te volgen, zegels om de cocaïne te vergrendelen of daadwerkelijk in bezit was van cocaïne of andere drugs. De hypothese achter de analyse is dat uithalers meestal personen zijn die al wat hoger op de ladder staan, omdat dit een functie is waar men je moet kunnen vertrouwen omdat het om grote partijen gaat. In een analyse van zeven Top600-/Top400personen die in de politiesystemen zijn gekenmerkt als uithaler is gekeken of er voorafgaand
aan de aanhouding signalen waren die overeenkomen tussen de casussen, die op zichzelf niet veel hoeven te betekenen, maar in het geheel gezien toch wel een aanwijzing zijn voor betrokkenheid in drugshandel/het uithalen van drugs. Uit de analyse kwam naar voren dat deze personen (waarvan er minimaal 2 betrokken waren bij de grote partijen) in het verleden nauwelijks tot geen drugsdelicten hadden gepleegd en de regisseur (en omgeving, zoals de ouders) het uithalen niet hadden zien aankomen. Niets in de casus erop wees dat een persoon bezig was met drugscriminaliteit. De analyse laat zien dat er een lange periode is tussen het laatst gepleegde delict en de aanhouding voor uithalen. Ook zien we dat de delicten die als laatst zijn gepleegd, voorafgaand aan de aanhouding voor het uithalen, delicten zijn waarbij er geweld en/of wapens zijn gebruikt. Een van de theorieën voor het snel opklimmen op de criminele ladder is dat personen
Rapportage
Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies
respect en aanzien krijgen voor (zwaardere) geweldsdelicten en daarmee sneller en makkelijker worden gevraagd om wat belangrijkere klussen te verrichten. Ze slaan dan als het ware de stappen ‘loopjongen’ en ‘dealer’ over. Ten slotte zien we bij een deel van de uithalers afhoudend gedrag. Er is een duidelijke negatieve verandering in het contact met de regisseur te zien in de maanden voorafgaand aan de aanhouding voor het uithalen. Het contact met de regisseur valt in een keer helemaal weg dan wel wordt langzaam minder. Experts van de Landelijke Eenheid wijzen er op dat uithalers maar een paar schakels zijn verwijderd van de top. Dat komt door de platte structuur van de netwerken. Het werkaanbod loopt veelal via het sociale netwerk. Ze zijn relatief snel met het meefinancieren van grote partijen, wat een vorm van doorgroeien is. De aantrekkingskracht komt van de mogelijkheid om snel veel geld te verdienen, maar criminele samenwerkingsverbanden creëren een afhankelijkheid: zij bepalen wie de klus krijgt en dus geld kan verdienen. En eenmaal actief is het zeer moeilijk om eruit te stappen.
25
Rapportage
Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies
26
6. Uitvoering persoonsgerichte aanpak
Op 16 november 2020 heeft de Stuurgroep Veiligheid en Zorg van de regio AmsterdamAmstelland ingestemd met het inrichten en uitvoeren van een integrale persoonsgerichte aanpak (ipga) voor een beperkt aantal Doorgroeiers. Het doel van de ipga is tweeledig: 1. Door de inzet van bestaande en nieuw te ontwikkelen interventies, zowel repressief als gericht op motivatie en perspectief bieden, ondervinden wat effectief is om doorgroeien te verstoren. 2. Bij de Doorgroeiers in regie gedragsverandering realiseren zodat het perspectief op een niet-crimineel leven verbetert en ze geen negatieve invloed meer hebben op kwetsbare personen in hun omgeving. Sinds de start van de aanpak hebben 40 personen een positief instroomadvies gekregen. De aanpak is geëvalueerd waarbij is gekeken naar de achtergronden van de personen in de aanpak, de regietrajecten en de effecten van regievoering en interventies.
waar het plan van aanpak, afspraken, de ingezette interventies en andere relevante informatie in wordt geregistreerd. Verder is relevant dat personen die zijn ingestroomd periodiek worden beoordeeld of ze nog aan de criteria voldoen.
6.2 Doorgroeiers in de aanpak (over alle regiepersonen) Het navolgende is een beschrijving van alle personen die in de aanpak in regie zijn (geweest). Tabel 2 Ingestroomd:
40 personen
In regie op 1-12-2022:
28 personen
Nog niet in regie (wachtkamer):
2 personen
Wel ingestroomd nooit in regie geweest:
1 persoon
Uitgestroomd:
9 personen
Naar Top600 HIC
2 personen
Naar Top600 DG
2 personen
Naar Top400
1 persoon
Voldoen niet meer aan criteria
3 personen
6.1 Werkwijze
Naar buiten de regio verhuisd
1 persoon
De Stuurgroep Veiligheid en Zorg heeft voor de Aanpak Doorgroeiers een gegevensregeling en een Beoordelingskader vastgesteld. Vervolgens is een Triageteam gevormd met leden van het projectteam en vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie, de politie en de stadsdelen. Dit heeft de afgelopen twee jaar aan de hand van het Beoordelingskader geadviseerd over al dan niet instromen en in regie houden van aangemelde personen. Personen met een positief instroomadvies zijn toegewezen aan een van de drie regisseurs die voor de aanpak zijn vrijgemaakt. Ze hebben voor elke regiepersoon afzonderlijk een plan van aanpak gemaakt en regie gevoerd. Ze kregen daarbij ondersteuning van een interventiespecialist, een analist en twee adviseurs van de Top600. Bij het regievoeren wordt, afhankelijk van de casus, met andere partners van het AcVZ samengewerkt, zoals de (jeugd)reclassering, DJI of WPI. De Aanpak Doorgroeiers heeft een eigen module in het registratiesysteem van het AcVZ
Gedurende de pilot zijn 40 personen op enig moment ingestroomd. Inmiddels zijn 9 personen weer uit de aanpak gestroomd. De oorzaken hiervan variëren. Er zijn 2 personen uitgestroomd omdat ze aan de criteria van de Top600 HIC (High Impact Crime) gingen voldoen en 2 op basis van de DG-criteria (Drugs en Geweld). Vaak komt het door een veroordeling dat een persoon toch in aanmerking komt voor de Top600 aanpak. In overleg is besloten deze personen over te dragen aan de betreffende aanpakken. Verder zijn 3 personen uitgestroomd omdat ze bij herbeoordeling niet (meer) bleken te voldoen aan de criteria. Dit kan gebeuren door veranderend gedrag maar het kan ook gebeuren dat iemand is vrijgesproken voor een bepaald feit waardoor niet genoeg grond meer is hem in de aanpak te houden. Tot slot is 1 persoon verhuisd naar buiten de regio en om die reden uitgestroomd.
Rapportage
Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies
27
40 35
14 personen > 1 jaar in regie Maanden in regie
30 25 20 15
19 personen vanaf feb 2022 ingestroomd
10 0 15 mei 2019
1 dec 2019
18 jun 2020
4 jan 2021
23 jul 2021
8 feb 2022
27 aug 2022
15 maart 2023
Start regie
Figuur 5. Datum van instroom van de regiepersonen
Bovenstaande grafiek geeft een beeld van het aantal dossiers gedurende de pilot. De instroom is geleidelijk op gang gekomen en met name in 2022 zijn nog veel Doorgroeiers toegevoegd. Er zit een groot verschil in tijd in regie om die reden. De gemiddelde tijd in regie is een klein jaar, maar dit varieert van minder dan een maand tot meer dan 2,5 jaar.
6.3 Achtergrondkenmerken regiepersonen De achtergrondkenmerken en percentages die hieronder worden beschreven hebben betrekking op 37 personen waarover informatie beschikbaar is voor analyse. Van de overige 3 Doorgroeiers is te weinig informatie voor analyse beschikbaar: van 2 personen was op het moment van evaluatie het basisdossier nog niet gevuld en bij 1 persoon is de regie niet gestart vanwege verhuizing buiten de regio. Regiepersonen waren gemiddeld 23 jaar en waren meestal thuiswonend
De in regie genomen personen betreffen allemaal mannen. Ze hebben een gemiddelde leeftijd van 23 jaar op het moment van instromen. De jongste persoon is op het moment van instromen 17 jaar en de oudste persoon 33 jaar oud. De meeste Doorgroeiers waren thuiswonend (69%). Andere personen woonden zelfstandig (20%) of begeleid (11%). 31% van de regiepersonen is woonachtig buiten Amsterdam.
Personen die in Amsterdam woonachtig waren, woonden verspreid over de stadsdelen (zie Figuur 6). De meeste regiepersonen hadden geen dagbesteding en geen uitkering, maar wel schulden
De meerderheid van de Doorgroeiers had geen startkwalificatie (69%). Ook had een meerderheid geen dagbesteding (61%). 31% van de regiepersonen had werk en geen van de regiepersonen ging naar school.14 Een minderheid van de regiepersonen had een uitkering (21%). Daarnaast was in 58% van de gevallen sprake van schulden. Het gaat om officiële schulden. We hebben geen beeld van onofficiële ‘straatschulden’, al zijn er bij sommige personen vermoedens dat hier sprake van is. Alle regiepersonen waren bekend bij justitie, niet iedereen zat eerder in een ipga
Het overgrote deel van de personen (92%) was bekend bij justitie vanwege vermogensdelicten, 83% vanwege geweldsdelicten. Daarentegen was slechts de helft (56%) bekend bij justitie vanwege een drugsdelict. Verder blijkt dat 27% van de regiepersonen ooit in de Top400 zat en 32% in de Top600. In totaal zat 54% ooit in de Top400 dan wel in de Top600, wat betekent dat bijna de helft nog niet bekend was bij een andere persoonsgerichte aanpak voor hij in de Doorgroeiersaanpak kwam.
14 De percentages omtrent dagbesteding tellen op tot 100% indien ook de categorie ‘overig’ wordt meegeno-men. Deze categorie omvat overige typen dagbesteding als het uitvoeren van een taakstraf.
Rapportage
Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies
28
8 Noord
2 3
West
8
Centrum
3 Figuur 6. Woonadres regiepersonen op moment van aanmelding
Oost
Nieuw-West
3 Zuid
1 Amstelveen
6 Zuidoost
4 Uithoorn
Lidmaatschap jeugdgroep
Een aanzienlijk deel van de personen in de aanpak was lid van een jeugdgroep of is dat geweest. Langer dan een jaar in regie
Het meest opvallende verschil tussen de groep die meer dan een jaar in regie zat en de rest is dat ze minder vaak (nog) onderdeel zijn van een jeugdgroep. 36% van de groep die langer in regie is zit in een jeugdgroep en 64% van de Doorgroeiers die minder lang in regie zijn. Grote spreiding over stadsdelen en regio Regiepersonen wonen verspreid over alle stadsdelen en in enkele buurgemeenten. Let op: het woonadres zegt niet iets over het werk gebied. Een regiepersoon kan wonen in stadsdeel A en actief zijn in stadsdeel B. Stadsdeel Oost scoort bijvoorbeeld relatief hoog omdat enkele regiepersonen daar enige tijd een postadres hebben gehad, maar ze waren daar niet actief.
Top600 en Top400 versus de groep die hier niet in heeft gezeten
De groep ingestroomde Doorgroeiers die al in een Top600/Top400 aanpak heeft gezeten verschilt niet sterk van de groep die “nieuw” in regie komt. Ex-Top600/Top400 personen zijn met 24 jaar gemiddeld iets ouder bij instroom dan de personen zonder een verleden in deze aanpakken (21 jaar). Personen die al bekend waren hebben vaker geen startkwalificatie (74%) dan personen die nieuw zijn (65%). Daarnaast zijn Doorgroeiers die in de Top1000 hebben gezeten vaker al bekend bij justitie vanwege een vermogens- geweld, of drugsdelict. Er is uitwisseling mogelijk tussen de groep Doorgroeiers met Top600/Top400-achtergrond en zonder
Er kan op de volgende manier overlap ontstaan: een regiepersoon in de Aanpak Doorgroeiers kan gedurende de regie aangehouden worden en daarmee komen te voldoen aan de criteria van de Top600. Het kan ook voorkomen dat een
Rapportage
Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies
persoon uit de Top600 stroomt, maar wel voldoet aan de criteria van het Beoordelingskader. In Hoofdstuk 10 is een nadere analyse opgenomen van de verschillen tussen de doelgroep van de Aanpak Doorgroeiers en die van de Top600 en Top400. Voor nu is de constatering dat hoewel de groep Doorgroeiers met een achtergrond in de Top600/Top400 duidelijk verschilt met de groep zonder, ze ook weer niet helemaal los van elkaar staan. Beide groepen overlappen enigszins.
6.4 Beeld regisseurs over doelgroep Om een nader beeld te krijgen van de personen die gedurende de pilot Aanpak Doorgroeiers in regie zijn geweest zijn de betrokken regisseurs geïnterviewd. Hoe omschrijven zij hun regiepersonen? En hoe verhoudt dit beeld zich tot hetgeen uit onderzoek en praktijk bekend is over Doorgroeiers? Een afhoudende houding kenmerkt veel Doorgroeiers Alle drie de geïnterviewde regisseurs omschrijven Doorgroeiers als personen die graag uit beeld blijven en geen overheidsbemoeienis wensen. Deze afwijzende houding kenmerkt de doelgroep en nam verschillende vormen aan. In sommige gevallen lukte het regisseurs niet om in direct contact te treden met regie personen omdat ze niet, of enkel via een advocaat reageerden. Desondanks lukte het in sommige gevallen wel om contact tot stand te brengen omdat omstandigheden van regiepersonen ertoe leidden dat contact onvermijdelijk was, bijvoorbeeld vanwege detentie of reclasseringskader. In andere gevallen reageerden regiepersonen wel op uitnodigingen tot contact, maar werd hun houding door geïnterviewde regisseurs omschreven als beleefd maar afhoudend tot vijandelijk of manipulatief. Een manipulatieve houding bestond bijvoorbeeld uit pogingen regisseurs op een verkeerd spoor te zetten door het verdraaien van feiten of het veinzen van een meewerkende houding.
In enkele gevallen werd om veiligheidsredenen besloten niet in (direct) contact te treden met regiepersonen.
Casus “In eerste instantie lukt het helemaal niet om contact te krijgen met [-]. Ik heb brieven gestuurd, aangebeld, er werd nooit opengedaan. Hij wilde geen enkel contact. Ik ben met de wijkagent de wijk door gegaan om te kijken of we hem op straat tegen kwamen maar zagen hem nergens. Er was verder ook helemaal geen logische plek bekend waar ik hem kon treffen, geen uitkering, geen school geen werk voor zover bekend. Tot ik een haakje vond: [-] kwam vaak met politie in aanraking vanwege verkeersovertredingen en er bleken nog oude zaken van hem op de plank te liggen. Ik heb alles heel zorgvuldig klaargezet en ingediend bij vroeghulp reclassering. Op basis van mijn advies en de stapel overtredingen en een oude zaak kon hij opgepakt worden, uiteraard in samenspraak met politie en Officier van Justitie. Hij kwam in detentie en eigenlijk kon ik toe pas aan de slag met regie, adviseren over voorwaarden, daarin is bijvoorbeeld “contact met regisseur” opgenomen. Sinds die detentie hebben we wel wat kunnen bereiken, hij is bij een psycholoog geweest, we proberen hem op school te krijgen en ik heb hem geholpen met een uitkering.” Regisseur
Ook uit onderzoek blijkt dat het vertonen van een afwijzende houding richting overheidsbemoeienis typerend is voor Doorgroeiers. Onderzoekers van Bureau Beke hebben dit benoemd15 en het komt duidelijk naar voren in het hiervoor beschreven onderzoek van de politie naar deze doelgroep.16 Doorgroeiers zijn niet enkel aan het doorgaan met drugscriminaliteit maar zijn er in aan het doorgroeien, in de richting van de harde kern. Ze zouden daarom strategisch en calculerend gedrag vertonen. Het ontwikkelen van strategisch gedrag wordt door de onderzoekers als teken van een omslag gezien: wanneer ze zich professioneel gaan ontwikkelen in hun criminele activiteiten is (politie)aandacht immers niet gewenst. Personen proberen via strategisch gedrag om die reden onder de radar te blijven.
15 O.a. Bureau Beke (2021) Misdaadcarrieres voorkomen en doorbreken 16 Peeck, V, Witteveen, Z., Van Sambeek, C. (2022). Doorgroeiers: Een kwalitatief onderzoek naar doorgroeiers in de drugsgerelateerde criminaliteit
29
Rapportage
Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies
30
Tijdlijn regietraject (fictief) Regisseur neemt contact op met gerechtsdeurwaarder Vervolgbrief geen contract Regisseur op huisbezoek, doet niet open
Contact verslechterd sterk
Genotificeerd UVO Instroom IPGA Doorgroeiers 25 punt en BK
Huisbezoek door PIT
Wil geen contact
In detentie, contact komt op gang
Instroom Top600
Instroom Top600
Inzet zorg voor broertjes en zusjes Re-integratie (beleiding naar werk of school) door WPI Re-integratie (beleiding naar werk of school) door WPI
2017 • • • • •
18 jaar bij instroom woont thuis met ouders en broertjes geen startkwalificatie, gestopt met school geen werk of andere dagbesteding werkt niet goed mee met hulpverlening vanuit gemeente
2020
• Handel soiftdrugs • Bezit softdrugs • Eenvoudige mishandeling • Diefstal • Overval
Algemene inzet politie
2022
Melding huiselijk geweld Aangehouden op de wallen
nu
2x mutatie politie • Zware mishandeling • Wapenbezit
Voldoet niet aan betalingsregeling
Openstaande vorderingen bij CJIB
Thuissituatie
Figuur 7. Tijdlijn regietraject (fictief)
Soms is regie op afstand nodig In gevallen waarin contact met een regie persoon niet mogelijk bleek, pasten regisseurs procesregie – dat wil zeggen: regie op afstand - toe. Procesregie is ook een voor de hand liggende optie indien uit veiligheidsoverwegingen te besluiten niet in direct contact te treden met een regiepersoon. Van belang is dat er bij regie op dergelijke personen oog moet zijn voor de veiligheid van de regisseur. Binnen het AcVZ worden de mogelijkheden van anonieme regie verkend. Hoewel dit in deze pilot niet is toegepast, zou dit in bepaalde gevallen mogelijk uitkomst bieden. Casus “Met sommige personen blijft het onmogelijk om zelf contact te krijgen. Alle middelen die ik heb als regisseur om zijn dan al geprobeerd en dan blijft procesregie over. Zo is er de casus van [-], hij was compleet onzichtbaar en reageerde op geen enkel contact. Ik mocht van hem ook niet aansluiten bij reclassering. Hij is erg berekenend en manipulatief, weet precies wat hij wel en niet kan doen. Dus dan ga ik indirect regie voeren en heb ik veel
contact met andere partijen die zich al met hem bezighouden en probeer ik ze van de informatie te voorzien die helpt om [-] uit de onzichtbaarheid te halen. In deze casus is dat ook gelukt en zal het niet lang duren voor hij tegen de lamp loopt.” Regisseur
Welwillende regiepersonen zijn meestal geen “Strategische Doorgroeiers” Ondanks de moeilijkheden bij het leggen van contact noemden regisseurs enkele gevallen van regiepersonen die wel (deels) ontvankelijk zijn voor regievoering. Deze personen reageerden (min of meer) welwillend op het in contact treden van de regisseur en werkten mee aan voorgestelde interventies. Als gevolg zijn bij deze personen successen behaald op onder liggende problematiek op het gebied van bijvoorbeeld huisvesting en schulden. Regisseurs geven daarbij wel aan te vermoeden dat het merendeel van deze welwillende regiepersonen niet voldoet aan alle elementen van de definitie van een Doorgroeier. Een regisseur
Rapportage
Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies
geeft bijvoorbeeld aan een van zijn regiepersonen voornamelijk als zorgcasus te beschouwen. Van een andere regiepersoon wordt vermoed dat hij weliswaar criminele activiteiten pleegt, maar dit lokaal en niet op ‘professionele’ wijze doet en ook niet de capaciteiten of motivatie heeft om dit in de toekomst wel te gaan doen. Zo is er een regiepersoon die wel met personen omgaat in het drugsmilieu en ook af en toe wel wat dealt, maar dat vooral doet om zijn eigen gebruik mogelijk te maken. Dit is niet zozeer een ‘Doorgroeier,’ maar een ‘Doorgaander’, die veel meer raakvlakken heeft met een Uitvoerende Doorgroeier en een ‘Criminal Local.’17 Ondanks dat over deze laatste groep vermoedens bestaan dat niet wordt voldaan aan alle elementen van de definitie van een Doorgroeier zijn deze personen in regie genomen. Dit komt doordat ze bij aanmelding voldeden aan het minimumaantal benodigde punten. Alle personen zijn immers ingestroomd op basis van hun score op het Beoordelingskader Doorgroeiers. De methodiek van het Beoordelingskader is geëvalueerd.18 In deze evaluatie werd onder meer geconcludeerd dat de huidige versie aanpassing behoeft in inhoud en gebruik. De totaalscore van het Beoordelingskader is daarom niet altijd een goede weergave van de mate waarin iemand voldoet aan de definitie van een Doorgroeier.
Daarnaast is in de praktijk gebleken dat de hoeveelheid informatie over personen op het moment van instromen varieert. Gedurende de eerste fase van regie wordt aanvullende informatie verzameld. In sommige gevallen kan als gevolg daarvan alsnog blijken dat een persoon geen Doorgroeier is.
redenen is dit voorbeeld fictief en gebaseerd op de doorlopen trajecten tijdens de aanpak. Het voorbeeldtraject is daarmee illustratief voor een gemiddeld traject.
6.6 Totaalscores beoordelingskader Personen stromen in wanneer op basis van het Beoordelingskader het totaal aan toegekende punten 15 of meer is. Er is een periodieke herbeoordeling. Wanneer het aantal punten onder de 15 komt, stroomt de persoon uit. Gemiddeld genomen scoorden regiepersonen op het moment van instromen 27 punten. Op het eerste tussentijdse beoordelingsmoment scoren Doorgroeiers die in regie blijven gemiddeld hoger. Dit wil niet zeggen dat een regiepersoon meer is gaan doorgroeien. Het is van belang hier te vermelden dat de score van een regiepersoon op het Beoordelingskader afhankelijk is van de informatie die op het moment van beoordelen beschikbaar is. Tijdens de aanpak is gebleken dat op het moment van instroom – het eerste beoordelingsmoment – doorgaans beperkt informatie beschikbaar is over een persoon en dat gedurende het verloop van het regietraject meer informatie beschikbaar komt. Dat is onze analyse een belangrijke reden voor de stijging. Dit maakt dat de stijging of daling van het puntentotaal niet geschikt als indicator voor het beoordelen van de effectiviteit van regie en ingezette interventies. Het helpt wel om inzicht te krijgen in de mate waarin met de criteria in het Beoordelingskader de juiste doelgroep wordt geselecteerd.
6.7 Interventies en regievoering 6.5 Regietrajecten in de Aanpak Gemiddeld zitten regiepersonen een klein jaar (352 dagen) in regie. Vanwege de korte doorlooptijd van de pilot is dit gemiddelde vertekend aangezien in dit gemiddelde ook personen zijn opgenomen die kortgeleden zijn ingestroomd en van wie het regietraject nog voortduurt. Ter illustratie van de doorloop van een regietraject is in onderstaand figuur een fictief regietraject weergegeven. Met het oog op privacy 17 18
Zie onder 4.2 Zie Hoofdstuk 11
6.7.1 Ingezette interventies Bij een persoonsgerichte aanpak vormt men zich een beeld van de sociale omgeving (o.a. familie, werk, school), de aard van het netwerk waar de Doorgroeier in actief is, en diens individuele eigenschappen. Hoe ziet de omgeving van de regiepersoon er uit? Welke negatieve en positieve (beschermende) factoren zijn aanwezig? Welke veranderingen in het geheel zijn nodig om het gedrag van de regiepersoon in een positieve richting te beïnvloeden? En wat bij deze doelgroep ook belangrijk is: welke
31
Rapportage
Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies
impact willen we met de aanpak hebben op het criminele netwerk of de criminaliteit in de wijk? In onderstaand overzicht is te zien welke interventies het meest zijn ingezet bij de Doorgroeiers. In Bijlage 3 is de totale lijst van interventies opgenomen.
32
Doorgroeiers gekenmerkt door strategisch gedrag en het doelbewust onzichtbaar blijven voor instanties. De doelgroep is niet eenvoudig te bereiken, houdt het contact af en waant zich soms onaantastbaar wat zich uit in intimiderend of manipulerend gedrag. Vaak is er geen strafrechtelijk kader dat een regiepersoon verplicht om mee te werken.
Tabel 3 Top 10 meest ingezette interventie Algemene inzet politie – o.a. aanspreken, actief handhaven en boetes schrijven
Aantal keer ingezet 30
Inzet buddy/mentor/coach/ jongerenwerk Openstaande zaken op zitting brengen
19
Inzet straatcoaches en gezinsbezoekers (SAOA) Openstaande vorderingen bij het CJIB – o.a. inzetten dwangmiddelen
13
Actueel rechercheren op (nog) te plegen misdrijven Re-integratie (begeleiding naar werk of school) door WPI met uitkering
8
Algemeen reclasseringstoezicht
7
Screening en zorgadvies GGD Top600
7
Re-integratie (begeleiding naar werk of school) door WPI zonder uitkering
6
Uitkering via WPI
6
17
11
8
6.7.2 Interventiestrategie: eerst ‘lik op stuk’ In het overzicht is te zien dat veel interventies die zijn ingezet vallen onder pijler/domein 1 (‘lik op stuk’). Zoals eerder beschreven worden
In de interviews gaven regisseurs aan dat vanwege de zeer moeilijke benaderbaarheid van de doelgroep eerst werd ingezet op lik op stuk en in het bijzonder op het zichtbaar maken van personen. Dit laatste omdat tijdens de aanpak is gebleken dat dit een effectieve stap is bij de doelgroep. Het werkt volgens regisseurs verstorend, status verlagend en maakt personen minder aantrekkelijk voor criminele partners om mee samen te werken in het drugsmilieu. Wanneer er vervolgens contact gelegd was, kon geprobeerd worden interventies in te zetten die meer gericht zijn op zorg- en gedragsverandering en het krijgen van een positieve dagbesteding. Dit is terug te zien in de volgende twee figuren. De inzet van lik op stuk is dus geen einddoel van de regie. Het is nodig omdat er sprake is van gedrag en een situatie die de inzet van deze interventies noodzakelijk maken, maar het is altijd dienend aan het doel van het plan van aanpak. Het inzetten van niet-repressieve, meer ondersteunende interventies zoals begeleiding
strafrechtelijke handhaving
97
inkomen
22
dagbesteding
21
sociaal functioneren
20
4
16
gezin bestuursrechtelijke handhaving
13
inventarisatie (zorg)behoefte
11
mentale gezondheid
7
wonen
7 0
20
40
60
80
100
strafrechtelijke handhaving inkomen
Figuur 8. Aantal ingezette interventies per domein (‘pijler’)
dagbesteding sociaal functioneren bestuursrechtelijke handhaving inventarisatie (zorg)behoefte mentale gezondheid wonen
Figuur 9. Procentueel aandeel ingezette interventies per domein (‘pijler’)
Rapportage
Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies
naar werk of school of hulp bij schuldenproblematiek is altijd een optie die achter de hand wordt gehouden voor het moment dat de regiepersoon wel contact wil. 6.7.3 Het effect van de interventies op het (criminele gedrag) van personen in de aanpak Bij interventies gericht op zichtbaar maken of het verminderen van een houding van onaantastbaarheid, zien regisseurs regelmatig effect. Regiepersonen passen bijvoorbeeld na ontvangt van een notificatiebrief regelmatig hun gedrag aan en proberen buiten beeld te blijven. We zien dat criminele partners contact afhouden omdat ze zien dat de regiepersoon in beeld is bij de overheid. Casus Succes “(-) nu 27 jaar, is al jaren in beeld bij politie, stadsdeel (overlast jeugdgroep). Hij was veel op straat. Echt een sleutelfiguur in wijk. Jongeren keken tegen hem op. Er waren sterke aanwijzingen voor drugshandel, maar politieonderzoek leverde vooralsnog niets op. Toen werden bekenden van hem slachtoffer van een schietpartij. (-) voelde zich bedreigd. Hij begon signalen af te geven. Wilde wel het milieu uit. Maar bij de politie klapt hij dicht, want die helpt alleen als hij praat. Het stadsdeel heeft hem twee jaar geleden aangemeld voor de Aanpak doorgroeiers. In ons plan van aanpak hebben we heel erg ingezet op het winnen van vertrouwen. Een hulpverlener en een jongerenwerker die de doelgroep kennen hebben heel lang geïnvesteerd in contact.
Uiteindelijk is dat gelukt. In gesprekken ontstond een gedeeld beeld over een uitweg uit situatie: Hij wilde een opleiding volgen. Hij heeft steun gekregen van de gemeente, maar moest een deel zelf betalen en aan een aantal andere afspraken voldoen. Het traject ging met horten en stoten, soms tijdelijk terugval door gebrek aan motivatie. We hebben veel gehad aan zijn ouders, die dit traject ook steunden. Hij ontwikkelt zich goed. In de buurt zijn ook veel minder problemen. Het OM en het stadsdeel zijn positief. Hij gaat uitstromen uit onze aanpak. Na meer dan twee jaar intensieve betrokkenheid van ons. Doorgroeiers zijn een uitermate lastige doelgroep, maar voor dit soort successen doe je dit werk.” Regisseur
In de data zien we dat bijna de helft van de uitgestroomde personen naar de Top600 is gegaan. Dat lijkt een paradox, maar de aanpak brengt met zich mee dat personen meer aandacht krijgen. Omdat het zichtbaar een middel is om doorgroeien te doorbreken, is het ook heel logisch dat er meer incidenten en veroordelingen komen. Dan voldoen ze opeens wel aan de criteria om in te stromen in de Top600 6.7.4 Aandachtspunten voor de verdere ontwikkeling van de aanpak Op financieel vlak interveniëren is van belang, maar zicht krijgen op het financiële plaatje is moeilijk
Interventies die negatieve financiële gevolgen hebben voor de regiepersoon zijn volgens regisseurs van groot belang aangezien er veel geld omgaat in de georganiseerde drugshandel. Het enkel afpakken van een uitkering is weinig zinvol, maar beslag leggen op illegale inkomsten wel. Gedurende de pilot is het echter moeilijk gebleken goed zicht te krijgen op het financiële plaatje van regiepersonen. Hoewel dit volgens regisseurs cruciaal is voor het opzetten van een goede aanpak, is het om die reden niet mogelijk in te zetten op financiële interventies. Meer inzicht nodig in de onlinewereld Alle regisseurs geven aan dat ‘online’ een grote aanjager is van doorgroeiprocessen. Het is van het grootste belang dat er meer mogelijkheden komen om hier inzicht in te krijgen. Inzicht dat weer betrokken kan worden bij de regievoering. Je bent als regisseur anders veel minder effectief. Detentie Detentie is een belangrijk moment van impact voor regiepersonen en biedt kansen. Er zijn veel mogelijkheden voor interventies en contact, die beter benut kunnen worden (zie ook Hoofdstuk 7).
33
Rapportage
Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies
7. Nieuwe interventies
7.1 Het toepassen en ontwikkelen van nieuwe interventies Het programma Weerbaar Amsterdam – drugscriminaliteit ontwikkelt in meerdere maatregelen interventies die ook behulpzaam kunnen zijn bij het doorbreken van het doorgroeiproces. We hebben in de aanpak daaraan bijgedragen, hetzij door gebruik te maken van reeds ontwikkelde interventies, hetzij door mee te werken in de ontwikkeling ervan. Het gaat om: • Zicht op straat: interventies gericht op het zichtbaar maken van personen die zich onder de radar begeven • Interventies met een financiële consequentie voor de persoon: afpakken van crimineel verkregen vermogen (pilot) • Inzet ervaringsdeskundigheid • Passend perspectief: een aantrekkelijk alternatief voor criminaliteit • Interventies met als doel personen te voorzien van avondbesteding • Interventies met als doel andere dan thans beschikbare aansprekende en/of toekomstbestendige vormen van dagbesteding te bieden. • Het doorbreken van criminaliteit in detentie De resultaten zijn wisselend. In sommige gevallen is erg veel hinder ondervonden van de beperkende maatregelen vanwege corona. Er zijn wat organisatorische tegenslagen geweest en soms bleek de praktijk ingewikkelder dan bij aanvang gedacht. We kunnen in dit hoofdstuk echter ook een aantal concrete resultaten en enkele veelbelovende interventies laten zien.
De balans opmakend is de afgelopen twee jaar een goed fundament gelegd om in de praktijk op voort te bouwen.
7.2 Interventie Straatcoaches (SAOA) Voor de aanpak is het zinvol om meer zicht te krijgen op hoe Doorgroeiers zich manifesteren in wijken. Het programma heeft extra subsidie gekregen (BOTOC-middelen), om specifiek daarvoor straatcoaches in te zetten. Straatcoaches worden al ingezet in Amsterdam en Diemen bij de aanpak van overlast en hebben een goede samenwerking met (or-
ganisaties in) stadsdelen. De extra inzet op Doorgroeiers in specifieke wijken levert waardevolle signalen op die bijdragen aan het in kaart brengen van het fenomeen en het helpt regisseurs bij het bepalen van hun interventies. Naast het verbeteren van de informatiepositie kunnen straatcoaches een rol spelen bij het zichtbaar maken van Doorgroeiers, bijvoorbeeld door ze actief aan te spreken. Met de werkgever, Stichting Aanpak Overlast Amsterdam (SAOA), is de werkafspraak gemaakt dat, indien dit zinvol is voor een Doorgroeier, de regisseur een specifieke opdracht aan de straatcoaches in het gebied meegeeft. Het gaat dan om vragen als: • Praat de Doorgroeier veel met andere (kwetsbare of beïnvloedbare) jongeren? Vertoont hij wervend gedrag? • Wat zijn de contacten en in welk netwerk begeeft de persoon zich? • Wordt hij gezien met bekenden uit het drugsmilieu of andere Doorgroeiers? • Welke rol heeft hij in de groep? Er zijn in de loop van het project 18 personen bij SAOA aangemeld. Over 10 personen zijn 1.117 notities gemaakt. Meerdere Doorgroeiers hebben tijdens het project hun gedrag aangepast en zijn minder op straat gezien. Een enkele is verhuisd uit de regio. De maatregelen tegen corona, waardoor er langere tijd veel minder personen op straat waren, hebben invloed gehad. Partners zijn goed te spreken over de inzet van de straatcoaches. Ook onze regisseurs zijn positief.
De notities bevatten waardevolle informatie over de context en omgeving van een Doorgroeier. We geven niet bij elke regiepersoon die actief is op straat een opdracht. Omdat ze betrokken zijn bij drugscriminaliteit, is het belangrijk ook aandacht te hebben voor de veiligheid van straatcoaches. Bij het opstellen van het plan van aanpak van de regisseur wordt een veiligheidsanalyse gemaakt en deze wordt getoetst door SAOA voordat groen licht wordt gegeven. Bij meerdere personen hebben we besloten deze überhaupt niet aan te melden vanwege de veiligheid.
34
Rapportage
Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies
Er is nog winst te behalen op het gebied van (management-)informatie. Het is technisch mogelijk om ook een goed beeld te krijgen van de netwerken waarin Doorgroeiers actief zijn en waar ze in de stad gesignaleerd worden. De architectuur van een Dashboard is gereed. Door ICT-problemen ia dit nog niet goed van de grond gekomen. De hoop is dat het in 2023 gebruikt kan worden. De samenwerking heeft echter nu al een duidelijke meerwaarde en het verdient aanbeveling om deze interventie ook de komende jaren in te zetten.
7.3 Aantrekkelijke alternatieven: werk, dag- en avondbesteding Gedurende de aanpak hebben we geïnvesteerd in de ontwikkeling van interventies met de focus op het bieden van perspectief. Perspectief bieden, laten zien dat het ook mogelijk is om op een legale, veilige en zinvolle manier een bestaan op te bouwen, is ook noodzakelijk om jongeren uit het drugsmilieu te krijgen. Ze leven namelijk veelal in een omgeving met veel armoede, sociale problematiek en onveiligheid en weinig goede voorbeelden. Vanwege hun verleden, heeft deze groep weinig vertrouwen in de overheid. Het opbouwen van een vertrouwensrelatie is belangrijk om te komen tot duurzame gedragsverandering. Voor de Top600 en Top400 heeft de afdeling Werk en Veiligheid van WPI expertise opgebouwd om te komen tot deze vertrouwensrelatie, door te investeren in wederkerigheid. Dit vraagt veel tijd en inzet over een langere periode. De eerste focus ligt op bestaanszekerheid en daarna wordt gewerkt aan het perspectief. Vanaf begin 2021 zijn in Amsterdam Zuidoost twee jongerenadviseurs ingezet om daar jongeren aan het werk te helpen en te voorkomen dat zij kiezen voor een pad in de drugshandel/ criminaliteit. De jongerenadviseurs kregen een lagere caseload zodat ze meer tijd aan individuele jongeren kunnen besteden.
Ze hebben vooral gewerkt in Venserpolder, omdat deze wijk ook een pilot wijk is in het programma Weerbaar Amsterdam - Drugscriminaliteit, maar gedurende het traject kwamen ook personen uit delen van Zuidoost in beeld. De jongerenadviseurs richtten zich op: vroegtijdig schoolverlaters, jongeren zonder startkwalificatie, en jongeren waarbij (enigszins) de wil is om te veranderen maar die de vaardigheden die hiervoor nodig zijn nog niet hebben. Ook zijn
er afspraken gemaakt over het aanmelden van Jonge aanwas. De evaluatie van de samenwerking met de jongerenadviseurs is positief als het om jongeren gaat die nog niet hebben gekozen voor een criminele loopbaan. Partners zijn tevreden over de snelheid waarmee wordt gewerkt en de expertise om met deze jongeren om te gaan. De meerwaarde voor de Aanpak Doorgroeiers is beperkt gebleven. We hebben twee personen aangedragen, maar die bleken achteraf te veel verbonden aan zware geweldscriminaliteit, waardoor ze niet geschikt waren voor deze ondersteuning. De doelgroep is om meerdere wijze nogal een uitdaging: intrinsieke motivatie is zeer belangrijk, maar het vraagt veel inzet om ze gemotiveerd te houden. Zaken moeten snel geregeld worden, anders raak je een persoon zo weer kwijt. Er moet daarom ook continuïteit in de begeleiding zijn (geen lange tussentijdse wachttijden). Personen zijn door de aard van hun vroegere criminele activiteiten veelal solistisch ingesteld en hebben een afwijkend dag- en nachtritme, dus dat vraagt een inten sieve begeleiding en begrip van een werkgever. Er moet ruimte zijn voor vallen en opstaan. Werk kan een goede beschermende factor zijn tegen verder afglijden in de criminaliteit. Aantrekkelijke vormen van dag- en avondbesteding helpen een persoon om stap voor stap ‘werkklaar’ te worden.
Er is een werkgroep gevormd van de Aanpak Doorgroeiers, Top600, Credible Messengers en WPI. WPI is betrokken omdat zij beschikken over de expertise en praktijkervaring (jobhunters, accountmanagers etc.) om werkgevers en de doelgroep te matchen of dichter bij elkaar te brengen. De projectgroep heeft verkend waar op het gebied van banenperspectief kansen liggen. De meest kansrijke opties zijn: • Aansprekende banen (bieden van groeiperspectief en aansluiting op leefwereld doelgroep); • Avondbesteding (in eerste overstap naar legitieme baan in lijn met dag/nachtritme en reden gevend tot andere activiteiten); • Ondernemerschap (focus op zelfstandigheid en vertaling handelskwaliteiten uit het criminele circuit naar maatschappelijk geaccepteerde vormen).
35
Rapportage
Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies
Om verder te verkennen hebben we de doelgroep bevraagd en een lijst samengesteld met aansprekende functies en bedrijven, en daarmee een beter beeld gekregen van wat zij als ‘aansprekend’ beschouwt. Ook hebben we voor jobhunters profielen van Top600 personen en Doorgroeiers opgesteld. De verkenning heeft ons geleerd dat de doelgroep grofweg te verdelen valt in twee categorieën: 1. De groep die echt ‘job ready’ is, klaar is voor een ander leven en een aansprekend alternatief nodig heeft in de vorm van een baan die status heeft. Deze status kan soms ook al gevonden worden in de naam van het bedrijf en niet per se in de functie. 2. De groep die echt niet job ready is en meer baat heeft bij een goed voortraject. Voor hen zijn bijvoorbeeld sociale ondernemers interessant die deze doelgroep een kans wil geven. Met de projectgroep hebben we ervoor gekozen om ‘aansprekende banen’ als eerst te bespreken en te bekijken hoe we een aantal ‘sexy werkgevers’ kunnen aantrekken om een krachtig signaal af te geven aan de doelgroep: ‘Als je gemotiveerd bent kunnen we je helpen om van een broodbaan naar een droombaan te gaan.’ We hebben stappen kunnen zetten, maar het is door een combinatie van factoren niet gelukt om personen naar ander werk te leiden. Door de coronamaatregelen vielen bijvoorbeeld stagemogelijkheden weg en hadden werkgevers gewoonweg geen ruimte.
Inmiddels is die ruimte er wel. De krappe arbeidsmarkt is een extra gunstige factor. Bovendien komt er van overheidswege meer aandacht voor de rol van werk in de lokale aanpak van ondermijning.19 Er zijn twee leer ervaringen die we meenemen: • Gedurende het project hebben we ons werkproces gewijzigd en zijn we Doorgroeiers gaan aanmelden bij de afdeling Werk en Veilig van WPI (Interventieteam). Dit is vanwege hun ervaring met de doelgroep, hun speciale expertise (ze kunnen aansprekende trajecten aanbieden) en omdat zij organisatorisch zo zijn ingericht dat ze snel kunnen handelen.
• We hebben ook regiepersonen die in regiogemeenten wonen. We merken dat W&Iafdelingen daar veelal niet over de kennis en mogelijkheden beschikken om deze doelgroep adequaat te adresseren. Het is nuttig om een vorm van regionale ondersteuning te organiseren. De uitgewerkte thema’s en profielen zijn goede aanknopingspunten om de ontwikkeling van aantrekkelijke alternatieven weer ter hand te nemen. Ondernemerschap en de samenwerking met ondernemers zouden in ieder geval prioriteit moeten krijgen. Dit zou het beste kunnen gebeuren in de vorm van een gezamenlijk projectplan met afspraken over inzet van mensen en middelen.
7.4 Detentie en terugkeer Meerdere regiepersonen van de Aanpak Doorgroeiers hebben gedurende de pilot een periode in detentie gezeten of zitten dat nog steeds. Detentie biedt verschillende kansen: • Om met een persoon in contact te komen. Onze doelgroep is zeer moeilijk benaderbaar, houdt contact af en wil niets met onze regisseurs te maken hebben. Onze ervaring is dat in detentie er weer ruimte ontstaat om contact te leggen. De regisseur en de casemanager van DJI in de penitentiaire inrichting (PI) kunnen hierin samen optrekken en de koers bepalen. Daar liggen kansen voor samenwerking. • Om een persoon uit een crimineel netwerk te halen, door bijvoorbeeld leden van hetzelfde netwerk niet bij elkaar te zetten maar te verspreiden over meerdere PI’s. • Detentie is ook een belangrijk moment om crimineel gedrag en voortgezet crimineel handelen te onderbreken. Bijvoorbeeld door iets te doen aan geldstromen en andere activiteiten. Zo bleek uit ons onderzoek dat Doorgroeiers hun ondernemingen in de Kamer van Koophandel inschrijven op het adres van de PI. • Het kan ingezet worden met het doel om een signaal te geven aan de (lokale) samenleving dat criminaliteit niet loont • Het kan voor een periode van bezinning zorgen; het gevoel dat een persoon zijn leven anders wilt inrichten.
19 ‘De rol van werk in de lokale aanpak van ondermijning. Hoe werkt werk?’ – Regioplan, in opdracht van het Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid
36
Rapportage
Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies
Er is ook een zwaarwegend nadeel: een persoon doet tijdens detentie nieuwe criminele contacten op, raakt verhard en verliest zaken zijn die raken aan bestaanszekerheid zoals inkomen en woning. Het programma Detentie en Terugkeer (D&T), DJI en Justitieel Complex Zaanstad zijn belangrijke partners voor ons die kunnen helpen om via de bestaande lijnen relevante informatie boven tafel te krijgen. Daarnaast kan D&T een bijdrage leveren aan het ontwikkelen van interventies die helpen om criminaliteit tijdens detentie te doorbreken. Tijdens de aanpak hebben we samen met hen enkele concrete punten voor samenwerking gevonden: • Hoe te voorkomen dat criminelen uit hetzelfde criminele samenwerkingsverband bij elkaar op de afdeling terecht komen. Welke informatie kan helpen om een eventuele overplaatsing te realiseren? • Zicht op de persoonlijke ontwikkeling van een persoon die langer dan 3 maanden binnen zit. • Het informeren over eventuele voortzetting van criminaliteit tijdens detentie en over impactvolle incidenten die zich voor hebben gedaan. • Zicht op transacties van en naar de rekening-courant van de gedetineerde • Het opwerpen van barrières op te werpen om criminaliteit tijdens detentie te voor komen.
Welke interventies kunnen er ingezet worden als er een vermoeden is dat gedetineerden met illegale zaken bezig zijn? • Bij voorgenomen verlof: afstemming over het verlofadres We hebben in de aanpak geleerd dat nu al in de PI diverse interventies ingezet kunnen worden, maar die niet goed bekend zijn. Bijvoorbeeld mogelijkheden om beslag te leggen op illegaal verkregen geld of luxe goederen. We zijn nu in overleg met het programma over de verdere samenwerking in 2023.
7.5 Interventies met financiële gevolgen (strafrechtelijk afpakken) De projectgroep Luxegoederen van het RIEC Amsterdam-Amstelland, het AcVZ, het politiedistrict Amsterdam-West en het Openbaar Ministerie hebben in de periode september 2021-december 2022 samengewerkt in de Pilot afpakken West.
Er is onderzocht wat de mogelijkheden zijn om van criminelen in de openbaarheid luxegoederen af te pakken die ze op criminele wijze hebben verkregen of met vermoedelijk onrechtmatig verkregen geld hebben aangeschaft. Het afpakken moet er aan bijdragen dat de status van deze criminelen op straat vermindert alsmede hun aantrekkingskracht op kwetsbare jongeren. De centrale boodschap is om als één overheid uit te dragen dat misdaad niet loont. Er zijn verschillende manieren om crimineel vermogen af te pakken: via het bestuursrecht, het fiscaal recht, civielrechtelijk en via het strafrecht. Deze pilot was gericht op het strafrechtelijk afpakken: een snelle strafrechtelijke actie om met criminele gelden gekochte luxegoederen af te nemen op basis van een verdenking van witwassen (artikel 420 van het Wetboek van Strafrecht). Met de politie, het OM en het RIEC zijn afspraken gemaakt voor de dossieropbouw, de duiding en het aanleveren bij het OM. De politie heeft twee financiële rechercheurs beschikbaar gesteld. Op voordracht van de politie is een selectie van vijf personen gemaakt die regelmatig worden gezien in Amsterdam-West en Nieuw-West, vier mannen en een vrouw.
Dat is gebeurd aan de hand van de criteria van de pilot: sterke signalen van betrokkenheid bij drugscriminaliteit, bepaalde status op straat /in de wijk, zichtbaar bezit luxegoederen, laag of geen inkomen/vermogen dat het bezit van deze goederen kan verklaren, aansturende en/of aantrekkende werking op jongeren. Vervolgens is gedurende negen maanden ingezet op het verbeteren van de informatiepositie. De pilot heeft niet opgeleverd wat ervan werd verwacht. Voor een deel door operationele knelpunten, voor een deel omdat mogelijk heden beperkter zijn dan eerst gedacht. Een snelle strafrechtelijke actie is alleen haalbaar als het dossier zo goed is dat de persoon in kwestie niet anders kan dan akkoord gaan met de schikking. Het heeft een averechts effect als geld of bezittingen moeten worden teruggegeven. Dit afbreukrisico blijft voort durend aanwezig.
37
Rapportage
Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies
Dossieropbouw is een arbeidsintensief proces: signaleren, onderzoek open bronnen, verdenking onderbouwen. Voor een inbeslagname moeten op zijn minst fiscale gegevens worden opgevraagd en eventueel bankgegevens. Als de betrokken persoon thuis woont is ook financieel onderzoek naar ouders nodig. Verder zien we dat subjecten hun gedrag aanpassen. Ze rijden niet allemaal meer in een dure auto of dragen zeer kostbare luxegoederen. Goederen staan vaak niet op naam. Afpakken gaat relatief goed bij goederen met een hoge waarde die snel is vast te stellen, zoals bijvoorbeeld een dure auto. Deze pilot richtte zich op kleding, horloges en luxegoederen die minder eenvoudig te taxeren zijn. De echtheid moet worden vastgesteld en er zijn minder mogelijkheden om objectief vast te stellen wie de eigenaar is (in tegenstelling tot de auto). De inzet van de politie is cruciaal. Die is het beste geborgd als het gebeurt in een projectmatige aanpak. Dat was in deze pilot niet het geval en dat is een grote kwetsbaarheid gebleken. Samenvattend is de conclusie dat er geen goede balans is tussen de capaciteit die ingezet moet worden, de mogelijke opbrengsten en het afbreukrisico. We hebben twee regio’s bezocht waar succesvolle projecten lopen.
De belangrijkste les die we van daar meenemen is dat de inzet van interventies met financiële consequenties wel zinvol kan zijn als het onderdeel is van een bredere thematische of gebiedsgerichte aanpak. Het is voor partners dan eenvoudiger te rechtvaardigen om, ten behoeve van een groter doel/ te bereiken effect, capaciteit vrij te maken en een goed ingeregeld werkproces te organiseren. Een ander belangrijk inzicht is dat er de nodige mogelijkheden zijn om tijdens detentie beslag te leggen op luxegoederen en gelden die met illegale activiteiten zijn verkregen. Deze mogelijkheden zijn niet overal even goed bekend.
7.6 Inzet ervaringsdeskundigheid en positieve identiteitsontwikkeling We zijn recent begonnen enkele regiepersonen in contact te brengen met ervaringsdeskundigen en rolmodellen. Zij zijn soms beter in staat om contact te leggen en om te werken aan de intrinsieke motivatie. In een enkel geval heeft dit tot een positief resultaat geleid en is een Doorgroeier daadwerkelijk uit het milieu gestapt. We hebben daarom goede verwachtingen over de inzet van deze interventies. Het gaat wel om lange trajecten en we nog te weinig casuïstiek om gefundeerde uitspraken te kunnen doen over de effectiviteit.
7.7 Richtingwijzer Lik op stuk-interventies Regisseurs van verschillende aanpakken van het AcVZ hebben aangegeven dat ze het als zeer lastig ervaren om interventies in te zetten bij regiepersonen waarvan ze vermoeden dat ze aan het doorgroeien zijn in de drugscriminaliteit. Ze hebben vaak al heel veel geprobeerd, maar zonder succes. Soms is sprake van een zekere handelingsverlegenheid. Op basis van de ervaringen die we in de aanpak met deze categorie hebben opgedaan is in samenwerking met de Top600 Drugs en Geweld De Richtingwijzer lik op stuk-interventies ontwikkeld. De Richtingwijzer is een hulpmiddel voor regisseurs om hun handelingsperspectief te vergroten. Het is een overzicht van concrete interventies die ze kunnen gebruiken in hun regie op deze personen. Het is een groeidocument dat samenwerking met een groot aantal partners waaronder Politie, DJI, 3RO en RIEC verder wordt ontwikkeld en uitgebreid. Het is inmiddels onderdeel van de vakontwikkeling van het AcVZ en voor komend jaar zijn er deskundigen beschikbaar voor ondersteuning van regisseurs.
38
Rapportage
Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies
8. Samenwerking tussen het RIEC en het AcVZ
Het tegengaan van criminele carrières van jongeren en jongvolwassenen in de drugscriminaliteit brengt de perso0onsgerichte aanpak in contact met de integrale aanpak van ondermijning die onder regie van het RIEC plaatsvindt. De betrokken personen zijn immers onderdeel van een netwerk dat criminele activiteiten uitvoert en daarbij gebruik kan maken van legale bedrijven en dienstverleners. Ook kan het netwerk betrokken zijn bij het witwassen van inkomsten uit de drugshandel. Het verstoren van de drugseconomie, en van de cocaïnehandel in het bijzonder, is het hoofddoel van de RIEC-samenwerking in de regio Amsterdam-Amstelland. De persoonsgerichte aanpak van een of meerdere individuen in een netwerk kan een bijdrage leveren aan het realiseren van doelstellingen in concrete RIEC-projecten en casuïstiek. Informatie van bij het RIEC aangesloten partners kan weer meer duidelijkheid geven over hoe Doorgroeiers aan hun inkomen komen en inzicht geven in hun ‘bedrijfsmodel’ en modus operandi. Daardoor kunnen we effectiever interventies inzetten op de persoon. De afgelopen twee jaar hebben het RIEC Amsterdam-Amstelland (RIEC AA) en het AcVZ toegewerkt naar een intensieve samenwerking op overlappende thema’s ondanks beperkte mogelijkheden om informatie uit te wisselen. Door de Aanpak Doorgroeiers is deelgenomen aan meerdere projecten, werkgroepen en overleggen.
Er is daar allerlei vormen van casuïstiek en RIEC-signalen besproken. Enkele waren interessant omdat ze aanknopingspunten bevatten voor een inzet van een persoonsgerichte aanpak. Tegelijkertijd is casuïstiek van de Aanpak Doorgroeiers geanalyseerd op signalen van betrokkenheid bij drugscriminaliteit en betrokkenheid bij netwerken en fenomenen die in RIEC-verband worden aangepakt. Het was de ambitie om ook samen concrete casuïstiek op te pakken, maar zover zijn we niet gekomen door een combinatie van wat operationele problemen bij de Aanpak Doorgroeiers
zelf en de beperkingen die werden opgelegd door de maatregelen tegen corona. Complexiteit is ook een factor: het zorg- en veiligheids-domein en de aanpak van ondermijning zijn twee verschillende werelden. Ze hebben elk hun eigen partners, structuren, focus, professionele culturen en een eigen taal. Een begrip als ‘Systeemgericht’ betekent bijvoorbeeld in het zorg- en veiligheidsdomein iets heel anders dan in de aanpak van ondermijning. Desalniettemin hebben we de afgelopen periode nuttige stappen kunnen zetten in de samenwerking. Er is een raamwerk voor de samenwerking op strategisch en tactisch niveau. Op operationeel niveau investeren we veel in bewustwording en alertheid en in de kennis over elkaars werkwijzen en interventies. Ook zijn we stap voor stap een werkproces aan het ontwikkelen voor professionals hoe ze de persoonsgerichte aanpak van hun persoon kunnen verbinden aan een bredere aanpak die onder regie van het RIEC plaatsvindt. Dat is een taai proces waarin veel operationele, organisatorische en juridische zaken moeten worden uitgewerkt, maar onze eerste ervaringen laten wel zien dat er mogelijkheden zijn. De volgende stap is om er praktijkervaring mee op te doen. Op dit moment ligt het wetsvoorstel Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS) ter behandeling bij de Eerste Kamer.