CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3a. Rapport Criminele inmenging in de Amsterdamse amateursport - DEF.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 13 oktober 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: TKN Afronding initiatiefvoorstel oud-Raadsleden Poot en Mbarki ‘Amsterdamse aanpak sportondermijning’ (VN2022-030485)22.507 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

89

18

een lid/vrijwilliger met (vermoedelijk) contacten in het 11 criminele circuit een lid/vrijwilliger dat in aanraking is gekomen met politie of justitie vanwege betrokkenheid bij 11 georganiseerde misdaad

2

74

40

5

50

25

8

67

6

verzoeken van buitenstaanders om het verloop van een 16 wedstijd te beïnvloeden / (pogingen tot) matchfixing

91

3

personen met (vermoedelijk) criminele connecties die de club of gebouwen van de club misbruiken voor 14 criminele/dubieuze activiteiten

93

3

0

%

20

ja, ik weet het zeker ik vermoed van niet, maar weet het niet zeker weet niet, geen antwoord

40

60

80

100

ik vermoed van wel, maar weet het niet zeker nee, ik weet zeker van niet

Figuur 2.3 Kunt u aangeven of uw sportclub de afgelopen twee jaar te maken heeft gehad met de volgende situaties op het gebied van sponsoring? (sportclubs, n=158, procenten) een sponsor of donateur die anoniem wil blijven 2 3 8

83

4

een sponsor of donateur die alleen contant wil betalen 3 1 5

89

2

een sponsor of donateur die invloed eist op het beleid 31 van de sportclub

95

signalen van contante betalingen aan sponsors, of 11 6 spelers die zwart worden betaald

91

signalen/aanwijzingen dat een sponsor of donateur geld 11 8 verdient met criminele activiteiten

87

een sponsor die in korte tijd meerdere functies op zich 11 neemt binnen de club

97

een aanbod van onbekenden om de sportclub financieel 13 te steunen

95

0 ja, ik weet het zeker ik vermoed van niet, maar weet het niet zeker weet niet, geen antwoord

4

%

20

40

60

80

100

ik vermoed van wel, maar weet het niet zeker nee, ik weet zeker van niet

In de interviews met sportclubs is open gevraagd of er signalen bij de eigen club zijn (geweest) en is daarna een lijst voorgelegd met specifieke signalen die kunnen duiden op criminele inmenging, 26

om te kijken of hen wellicht iets te binnen schiet waar zij eerder niet aan hadden gedacht. Bij een aantal van hen schiet er na het zien van de lijst niets te binnen. Hieronder worden de signalen beschreven die spontaan werden genoemd en de signalen waar geïnterviewden na het zien van de lijst wel op reageerden:  Een lid dat in aanraking is gekomen met politie of justitie vanwege betrokkenheid bij georganiseerde misdaad. Dit signaal lichten twee geïnterviewden toe bij het zien van de lijst. Een van hen denkt dat de verplichte VOG hiertegen zou moeten helpen. Een ander heeft hiermee te maken gehad (speler is geroyeerd van de club) maar vond het lastig te zien wat het effect op de club is van betrokkenen met antecedenten of verdenkingen.  Een vrijwilliger met (vermoedelijk) contacten in het criminele circuit en/of die verdachte was in een drugszaak of andere grote strafzaak. Een van de geïnterviewde sportclubs heeft hiermee te maken gehad en noemde dit spontaan. Het betrof een trainer die gelieerd was aan drugscriminaliteit. De club heeft de trainer toen geroyeerd. Dit is soms lastig te verantwoorden aan de ouders op de club: trainers zijn geliefd en de club wil niet het hele verhaal vertellen rondom deze persoon.  Sportclub/het gebouw wordt misbruikt om criminele activiteiten op te verrichten (zoals drugsproductie of –opslag) of er wordt drugs verhandeld in de kantine.

Drugs verhandelen gebeurt weleens, vertelt een geïnterviewde sportclub bij het zien van de lijst.  Een sportclub heeft veel goede spelers (bijvoorbeeld ex-profs), terwijl de club daar ogenschijnlijk geen budget voor heeft. Een geïnterviewde sportclubs geeft aan dat zij zelf ex-profs hebben, maar deze spelers zijn aan het afbouwen en zijn bevriend met de club; dit is geen signaal van criminele inmenging.  Bedreigingen die worden geuit richting het bestuur, vrijwilligers of leden. Een signaal waar een van de geïnterviewde sportclubs mee te maken had (en spontaan werd genoemd), is dat het bestuur van de sportclub werd geïntimideerd en er vernieling plaatsvond toen zij niet ingingen op aanbiedingen van criminelen die de club financieel wilden ondersteunen in ruil voor een plek in het bestuur. Vervolgens was het voor de club erg lastig om hulp te krijgen en daardoor voelde de respondent zich alleen. Volgens een sportclub gebeuren bedreigingen vaker en ook heftiger dan vroeger. De sportclub ziet dit in het algemeen, niet per se als signaal voor inmenging. Daarnaast heeft een geïnterviewde club niet zo zeer te maken gehad met dergelijke signalen, behalve dat zij een keer een samenwerking hebben stopgezet met iemand omdat er onduidelijkheden bestonden over de andere activiteiten van deze persoon en plannen binnen de sport van diegene.

Doordat dit tijdig is gebeurd, heeft het voorval geen invloed kunnen hebben op de sfeer en veiligheid binnen de club. Een ander heeft weleens met ‘vriendjespolitiek’ en daarmee gepaard gaande belangenverstrengeling te maken gehad. De geïnterviewde heeft toen advies ingewonnen bij de sportbond waaraan zij gelieerd zijn.

27

2.4 Veertien procent van de sportclubs vermoedt of ziet criminele inmenging bij andere clubs De sportclubs is in de enquête gevraagd of andere clubs in hun tak van sport de afgelopen twee jaar te maken hebben gehad met criminele inmenging.13 Ruim de helft van de sportclubs (53%) denkt van niet, waarvan 43% vermoedt dat het niet speelt maar het niet zeker weet en 10% zegt zeker te weten dat het niet speelt (figuur 2.4). Een kleiner deel, 14%, denkt dat andere clubs daar wel mee te maken hebben gehad. 9% hiervan zegt dat echter niet zeker te weten, 5% zegt dat wel zeker te weten. Tot slot zegt 33% niet te weten of andere sportclubs in hun tak van sport hiermee te maken hebben gehad of zij geven geen antwoord. In totaal zeggen 22 respondenten (14%) het vermoeden te hebben of zeker te weten dat er binnen hun tak van sport sportclubs zijn die te maken hebben gehad met criminele inmenging. Hen is gevraagd hij hoeveel clubs dat volgens hen speelt. 14 respondenten zeggen dat niet te weten. De acht respondenten die wel antwoord op deze vraag konden geven, variëren daarin van één club tot twintig clubs, gemiddeld gaat het om 7 clubs. Figuur 2.4 Zijn er andere sportclubs in uw tak van sport die de afgelopen twee jaar te maken hebben gehad met criminele inmenging? (sportclubs, n=158, procenten) 5% 9% 33%

10%

43%

ja, dat weet ik zeker ik vermoed van wel, maar weet het niet zeker ik vermoed van niet, maar weet het niet zeker nee, ik weet zeker van niet weet niet, geen antwoord

De respondenten is vervolgens een vijftal specifieke situaties voorgelegd die kunnen duiden op criminele inmenging, met de vraag of andere clubs in hun tak van sport daarmee te maken hebben gehad. Voor alle vijf de voorgelegde situaties geldt dat de meeste respondenten niet weten of andere clubs in de tak van sport ermee te maken hebben gehad of dat zij hier geen antwoord op geven (figuur 2.5). Wel zegt 8% zeker te weten dat er andere sportclubs in de eigen tak van sport zijn die te maken hebben gehad met financiële problemen als een sponsor wegvalt. Nog eens 8% zegt dit vermoeden te hebben, maar het niet zeker te weten. Verder zegt 4% van de sportclubs zeker te weten dat er andere sportclubs/teams zijn binnen hun tak van sport die snel stijgen naar een hoog niveau. Zes procent zegt dit vermoeden dit te hebben, maar het niet zeker te weten.

13 Dit hoeven niet per definitie vermoedens te zijn bij Amsterdamse sportclubs; de vraagstelling ging algemeen over

andere clubs in de tak van sport.

28

Figuur 2.5 Kunt u aangeven of andere sportclubs in uw tak van sport de afgelopen twee jaar te maken hebben gehad met de volgende situaties? (sportclubs, n=158, procenten) sportclubs die opeens financiële problemen hebben als een sponsor wegvalt

8

8

22

12

50

een sportclub/team stijgt snel naar een hoog niveau 4 6 (meerdere promoties in korte tijd)

19

27

44

een sportclub heeft veel goede spelers (bijvoorbeeld exprofs), terwijl de sportclub daar geen budget voor lijkt 3 6 te hebben

19

27

45

sportclubs die financiële problemen hadden en opeens 34 niet meer

25

15

sportevenementen waar dubieuze figuren op af komen 2 3

18

25

54

53 %

0 20 40 60 80 100 ja, ik weet het zeker ik vermoed van wel, maar weet het niet zeker ik vermoed van niet, maar weet het niet zeker nee, ik weet zeker van niet weet niet, geen antwoord

De respondenten is ook gevraagd of er nog andere signalen zijn waar andere sportclubs (vermoedelijk) mee te maken hebben gehad en die kunnen duiden op criminele inmenging. 2% van de respondenten zegt van wel, dat betreft drie respondenten. Zij noemen het volgende:  “Veel onderhuur, en intieme relaties tussen het bestuur en de penningmeester, opeens veel dure trainers die zogenaamd vrijwillig werken maar die goed betaald worden.”  “Het open zijn van de kantine buiten de reguliere tijden zoals in de nacht.”  “De kantine die heel veel winst draait terwijl er niemand zit.” Ook in de interviews met clubs werd een aantal andere signalen genoemd:  Een sportclub die geen transparantie wilde geven over financiën. Dat vond de geïnterviewde club vreemd, maar er bestaat geen vermoeden van criminele inmenging.  Een club hield zich niet aan de op dat moment geldende coronaregels.  Een club verhuurde hun locatie aan private partijen terwijl dit volgens het contact waarschijnlijk niet mag.  Een professionele club vroeg geld voor een oefenwedstrijd, wat niet gebruikelijk is.  Een club heeft waarschuwingen gekregen van bevriende sportclubs om op te letten bij verzoeken om de sportzaal te huren, om bij een dergelijk verzoek te vragen waarvoor dit is. In de interviews heeft een aantal sportclubs toegelicht waarom het lastig is signalen te herkennen bij andere clubs in de tak van sport.

De geïnterviewde clubs menen met name dat ze de betrokken organisaties niet goed genoeg kennen of dat er weinig contact is met andere organisaties. Soms is het ook lastig om verhalen te toetsen. Een andere club licht toe dat ze geen vermoedens hebben omdat de clubs in hun tak van sport goed zijn georganiseerd, clubbesturen kennen elkaar en dat zijn vooral “nette mensen”. 29

2.5 De meeste bonden zien geen signalen van criminele inmenging, maar zien wel situaties die erop kunnen duiden Ook de sportbonden is in de enquête gevraagd of er Amsterdamse sportclubs van hun bond zijn die de afgelopen twee jaar te maken hebben gehad met criminele inmenging. Geen van de sportbonden heeft het vermoeden dat dit het geval is (zie figuur 2.6). Zeven van de sportbonden vermoeden van niet, maar weten het niet zeker en drie weten zeker dat er geen sprake is van criminele inmenging. Eén bond weet niet of clubs binnen hun bond hiermee te maken hebben. Figuur 2.6 Zijn er Amsterdamse sportclubs van uw bond die de afgelopen twee jaar te maken hebben gehad met criminele inmenging? (sportbonden, n=11, aantallen) 5% 9% 33%

10%

43%

ja, dat weet ik zeker ik vermoed van wel, maar weet het niet zeker ik vermoed van niet, maar weet het niet zeker nee, ik weet zeker van niet weet niet, geen antwoord

Daarnaast zijn aan de bonden – net als aan de sportclubs - specifieke situaties voorgelegd die kunnen duiden op criminele inmenging en is hen gevraagd of clubs de afgelopen twee jaar deze specifieke signalen hebben meegemaakt. Voor elk van de negentien voorgelegde signaal zijn er bonden die denken dat dit niet speelt, maar het niet zeker weten. Met andere woorden, geen enkel signaal wordt door de bonden volledig uitgesloten. In bijlage 2 is een tabel opgenomen met daarin alle voorgelegde signalen en de daarop gegeven antwoorden van de bonden. In deze paragraaf gaan we enkel in op signalen waarbij sportbonden minsten een vermoeden hebben of zeker weten dat dit speelt bij Amsterdamse sportclubs Vier van de elf bonden hebben minstens een vermoeden of weten zeker dat hun clubs de afgelopen twee jaar met een of meerdere situaties die kunnen duiden op criminele inmenging te maken hebben gehad. De situaties gaan met name over sponsoren:  Clubs die opeens financiële problemen hebben als een sponsor wegvalt.  Een sponsor of donateur die alleen cash/contant wil betalen.  Een sponsor of donateur die anoniem wil blijven.  Een sponsor of donateur die invloed eist op het beleid van de sportclub.  Een sponsor die in korte tijd meerdere functies op zich neemt binnen de club.

Drie andere signalen die niet over sponsoren gaan worden ook door een bond vermoed:  Een (team van een) club is een (snelle) stijger.  Signalen van contante betalingen aan spelers, of spelers die zwart worden betaald.  Bedreigingen die worden geuit richting het bestuur, vrijwilligers of leden. Ook met de geïnterviewde sportbonden is over signalen gesproken. In onderstaande opsommingen nemen we alleen signalen op die een toevoeging of toelichting zijn op de signalen uit de enquête. Een van de geïnterviewde bonden spreekt echt van signalen van criminele inmenging. De andere twee bonden zien dit in veel mindere mate. We maken bij de signalen onderscheid tussen spontaan genoemde signalen en reacties op de lijst met specifieke signalen.

30

Daarnaast hebben de sportbonden in de interviews niet-pluis situaties genoemd. Die zijn hier ook opgenomen. Een van de geïnterviewde sportbonden spreekt over een niet-pluis situatie met betrekking tot sponsoren:  Er was een club die hoge schulden had en financieel werd geholpen door een sponsor die daar een tegenprestatie voor vroeg. De geïnterviewde vermoedt dat dergelijke sponsors het ook leuk vinden om goodwill te hebben en hun sponsoring wellicht (online) uitdragen. Signalen rondom spelers/teams:  Een sportclub heeft goede spelers (ex-profs), terwijl de club daar ogenschijnlijk geen budget voor heeft. Dit werd spontaan genoemd door een bond in de interviews.  Spelers op een club die weinig verdienen en met hun kwaliteiten bij een andere vereniging meer kunnen verdienen (mogelijke duiding op geld onder de tafel). Ook dit werd spontaan genoemd door een bond.  Luxe of dure uitjes, feesten en trainingskampen voor teams. Eén van de geïnterviewden noemt dit na het zien van de lijst met de signalen. Sommige spelers moeten voor wedstrijden weleens naar het buitenland en dat is lastig zonder financiële steun. Vanuit een sponsor wordt dan weleens gefinancierd, maar de geïnterviewde weet niet of daar iets achter zit of dat dit goed bedoeld is. De geïnterviewde geeft aan dat dit ook MKB’ers kunnen zijn die de gift kunnen aftrekken van de omzetbelasting.

 Geld dat voornamelijk naar een eerste elftal gaat. Dit werd spontaan genoemd door een bond.  Een (team van een) club is een (snelle) stijger. Eén geïnterviewde sportbond kent enkele voorbeelden van sportclubs die snel groeien, maar daarbij is er geen signaal dat er geld in het spel is. Signalen rondom situaties op de sportclub:  Bedreigingen die worden geuit richting het bestuur, vrijwilligers of leden. In een interview kwam dit spontaan naar voren. Hier ging het om het verdrijven van het clubbestuur en achter de schermen leidde dat tot bedreigingen. Signalen rondom verdachte personen met vermoedelijke criminele connecties:  Signalen rondom verdachte personen met vermoedelijke criminele connecties. Hierop reageren twee sportbonden in de interviews na het zien van de lijst. Zij noemen bijvoorbeeld personen die worden gelieerd aan vermoedelijke criminele connecties en/of criminele activiteiten of waarbij men een niet-pluis gevoel heeft. Het kan dan gaan om personen die lid zijn van een club of die bij wedstrijden komen, maar ook trainers en voetbalscholen. Het signaal wordt ook spontaan genoemd: personen die geen lid waren maar wel rondliepen op de sportclub en in een auto reden van een sponsor.  Eén geïnterviewde sportbond heeft weleens een niet pluis gevoel gehad bij leden van een club. Het ging dan meestal om geruchten of roddels.

Zelf kan de geïnterviewde niet zoveel met dergelijke signalen, maar de geïnterviewde merkt wel dat besturen dergelijke leden vaak geen vrijwilligersfunctie binnen de club geven.

31

Daarnaast noemen de geïnterviewde sportbonden spontaan signalen die niet in de voorgelegde lijst voorkomen:  Een penningmeester of voorzitter die dubieuze overboekingen deed. Deze geïnterviewde linkt dit echter niet aan criminele inmenging.  Ronselen van fysiek sterke mannen die worden ingezet voor andere klussen.  Bij clubs waar sporters voor doping zijn opgepakt vraagt de geïnterviewde zich af of er nog meer speelt.

2.5.1 Eén bond heeft weleens een melding ontvangen over criminele inmenging Eén geïnterviewde sportbond heeft weleens een anoniem signaal ontvangen over zwarte betalingen bij een club. De andere twee sportbonden hebben geen meldingen ontvangen over criminele inmenging. Eén geïnterviewde vraagt zich wel af of clubs hen bijvoorbeeld niet kunnen vinden of dat clubs het idee hebben dat dit niet iets is voor de sportbond. Aan de geïnterviewde sportbonden is ook gevraagd hoe ze zouden reageren als ze weten dat er criminele inmenging speelt binnen een sportclub. De geïnterviewde sportbonden konden een aantal globale acties noemen, zoals een sportclub complimenteren voor het maken van de melding. Ook zou een geïnterviewde sportbond vragen naar de behoefte van de betreffende sportclub en vervolgens helpen om in die behoefte te voorzien. Twee sportbonden zouden daarnaast de sportclub helpen met het contact opnemen met de politie.

2.6 Professionals zien diverse signalen bij Amsterdamse amateursportclubs De professionals is ook gevraagd of zij signalen van criminele inmenging zien bij Amsterdamse amateursportclubs. Sommige geïnterviewde professionals zien geen signalen van (georganiseerde) criminele inmenging bij Amsterdamse sportclubs. Zij geven daarbij aan dat dit niet hoeft te betekenen dat het niet plaatsvindt. Zij zeggen daarover bijvoorbeeld: In onderzoeken naar het onderwerp worden verschillende percentages genoemd, maar ik geloof niet dat bij 1 op de 10 verenigingen sprake is van serieuze criminele inmenging. Ik geloof wel dat bij een aantal clubs vermenging is van de onder- en bovenwereld. […] Het is ongrijpbaar, maar je gaat het pas zien als je het doorhebt, een uitspraak van Johan Cruijff. […]

Andere professionals hebben wel signalen van criminele inmenging gezien, waarbij door een enkeling wordt opgemerkt dat het niet om grote aantallen gaat. Soms is de professional er zeker van dat dit speelt, en soms is het een vermoeden. Na de open vraag of geïnterviewde professionals signalen van criminele inmenging zien in de Amsterdamse amateursport, is hen een lijst met mogelijk signalen voorgelegd. Een geïnterviewde geeft aan dat zeker niet alles op de voorgelegde lijst een signaal is van criminele inmenging. Daarnaast is nog een aantal signalen genoemd van zaken die men niet helemaal pluis vindt of waarbij men ziet dat clubs het randje opzoeken van wat wettelijk mag.

32

Wel vinden enkele geïnterviewde professionals dat de problematiek in perspectief geplaatst moet worden: In de media werd groot uitgelicht dat bij 1 op de 10 sportclubs sprake is van ondermijning, maar dat ligt genuanceerder. Er wordt een hele brede definitie van ondermijning gehanteerd en veel sportclubs herkennen het ook niet.

De Amsterdamse amateursport is zeker niet doorspekt door criminaliteit. Het gaat om heel veel mensen, ik geloof dat 20% van de Amsterdammers lid is van een sportclub. En daar gebeurt natuurlijk het een en ander. Het gebeurt overal. We moeten het niet uit perspectief halen.

Hieronder volgt een lijst met de signalen die nu of in het (recente) verleden zijn waargenomen of waarvan vermoedens bestaan.14 Signalen rondom verdachte personen met vermoedelijke criminele connecties:  Een vrijwilliger met (vermoedelijk) contacten in het criminele circuit en/of die verdachte was in een drugszaak of andere grote strafzaak. Een van de professionals noemt dit spontaan, het gaat hierbij zowel om trainers als bestuursleden met criminele connecties.  Verdachte personen met vermoedelijke criminele connecties die rondhangen op de club. Dit wordt zowel spontaan genoemd als na het zien van de lijst. Naar aanleiding van de lijst vertelt een van de geïnterviewden dat dit voorkomt, bijvoorbeeld personen die een drankje drinken bij een sportclub. De geïnterviewde ziet echter geen invloed van deze mensen op de club.  Een lid dat in aanraking is gekomen met politie of justitie vanwege betrokkenheid bij georganiseerde misdaad. Na het zien van de lijst, vertelt een geïnterviewde dat dit regelmatig voorkomt omdat clubs uit veel leden bestaan en er dan dergelijke leden zijn. Deze geïnterviewde ziet echter niet direct een relatie tussen de misdaad en de club. Signalen rondom sponsors of donateurs:  Aanwijzingen dat een sponsor of donateur geld verdient met criminele activiteiten. In deze categorie is dit het enige signaal dat spontaan wordt genoemd.

Dit signaal wordt ook bevestigd na het zien van de lijst.  Een sponsor of donateur die alleen cash wil betalen. Een van de geïnterviewden geeft aan weinig zicht te hebben op sponsoren van de club maar weet wel dat er veel cash betaald wordt. Dat komt ook uit horeca-inkomsten en wordt vaak netjes opgegeven, maar soms gaat er ook wat geld naar een trainer. Het zou om weinig geld gaan. Een ander geeft aan dat het vaak voorkomt dat een sponsor of donateur alleen cash betaalt.  Een sponsor of donateur die anoniem wil blijven. Een van de geïnterviewden heeft het vermoeden bij één club (geen aanwijzingen), maar niet dat dit breed speelt in de stad.  Een sponsor of donateur die invloed eist op het beleid van de sportclub. Hierover wordt gezegd: “Als je geld steekt in een club, krijgt je invloed. De club wordt afhankelijk van je. Maar dat ze functies op zich nemen heb ik niet zo meegemaakt.” 14 Een van de geïnterviewde professionals nam de lijst met signalen uitvoeriger door dan de andere geïnterviewden.

Veel signalen zijn dan ook door deze ene professional genoemd.

33

Gerelateerd aan deze signalen benoemt een professional ook een niet pluis gevoel:  Allerlei partijen – bekende zakenmensen/sporters, investeringsmaatschappijen uit het buitenland – die een club benaderen om de club over te nemen. Dat is niet per definitie crimineel, maar de intenties van “vage figuren” zijn onbekend. Signalen rondom spelers/teams:  Signalen van contante betalingen aan spelers, of spelers die zwart worden betaald. Dit signaal wordt zowel spontaan genoemd als herkend op de lijst door een geïnterviewde. Deze professional kent hier signalen over, van twee clubs die elkaar hiervan beschuldigen. Ook vindt een van de professionals dit niet pluis: het mag niet van de belastingdienst en bij zwart geld bestaat het risico dat het ergens vandaan komt dat niet deugt. Dit is ook het geval bij zwart betalen van vrijwilligers.  Een (team van een) club is een (snelle) stijger Als de uitkomsten van het (ondergaat meerdere promoties in korte tijd). Ook dit eerste elftal veranderen, dan wordt door een geïnterviewde waargenomen bij het weet je dat er iets aan de hand is. bekijken van de lijst. “Dat zien we wel. In korte tijd promotie met een bepaalde trainer.

Recentelijk achter gekomen dat je voetbalscholen of trainers kan inhuren om te promoveren.” Een van de professional vindt het niet pluis: clubs die niet al te groot zijn en bijna geen jeugd hebben maar waarvan het eerste elftal wel elk jaar kampioen wordt of een sterke niveaustijging die niet te bekostigen is uit een regulier budget.  Luxe of dure uitjes, feesten en trainingskampen voor teams. Op dit mogelijke signaal reageren meerdere geïnterviewden en hun antwoorden zijn wisselend. Zo geef de een aan dat dit nauwelijks een signaal van criminele inmenging is te noemen omdat trainingskampen in het buitenland heel vaak voorkomen en spelers vaak een groot deel daarvan zelf betalen. Een ander vertelt ook dat dit heel veel voorkomt en om “groot geld”, tienduizenden euro’s gaat. Het gaat dan om spelers die regelmatig dit soort uitjes hebben en bijvoorbeeld geen contributie hoeven te betalen, wat volgens deze geïnterviewde feitelijk ook een vorm van betalen is. Signalen rondom situaties op de sportclub:  Bedreigingen die worden geuit richting het bestuur, vrijwilligers of leden. Naar aanleiding van het zien van de lijst vertelt een van de geïnterviewden dat bedreigingen soms voorkomen en dat dit vooral gaat om “een sportief geschil” met overambitieuze ouders die ruzie maken omdat zij vinden dat hun kind iets is ontnomen op sportief vlak.

Daarnaast vertellen enkele geïnterviewden over onenigheid binnen het bestuur of met de vrijwilligers of trainers. Een geïnterviewde professional benoemt ook “toestanden met de politie erbij” naar aanleiding van een onenigheid. Ook is dit genoemd bij niet pluis gevoelens van een professional.  Personen met (vermoedelijk) criminele connecties die de sportclub of gebouwen van de club misbruiken als bijvoorbeeld ontmoetingsplek of om criminele activiteiten te verrichten (zoals drugsproductie of –opslag). Dit wordt zowel spontaan als na het zien van de lijst genoemd. Volgens een geïnterviewde komt dit zelden voor, maar is het weleens gebeurd dat faciliteiten in sporthallen werden gebruikt om “iets uit te wisselen”. Ook wordt genoemd dat een sportclub (onder andere na sluitingstijd) werd gebruikt voor goktoernooien. 34

Er is opeens veel geld bij een sportclub en dat kan zich uiten in het kopen van nieuwe touringbussen of dure trainingskampen. Een geïnterviewde professional neemt weleens waar dat er opeens veel geld is bij een club en vertelt dit na het zien van de lijst. Dat kan grootspraak zijn of “keurig net” geld. Wel geeft de geïnterviewde aan dat goed naar een club gekeken moet worden als zij ineens aangeven veel geld te hebben. Er zijn regelmatig (gewelds-/integriteits)incidenten op en rondom de sportclub. Dit wordt zowel spontaan als na het zien van de lijst genoemd. Een aantal geïnterviewden vertelt dat geweldsincidenten en bijvoorbeeld gestaakte wedstrijden weleens voorkomen bij sportclubs. Daarbij geeft men aan dat dit meer te maken heeft met gemeen spel of dat dit komt door spelers of leden dan dat er sprake is van criminele inmenging. Een geïnterviewde geeft wel aan dat vechtpartijen voorkomen als snelle stijgers of clubs die altijd winnen/kampioen worden een keer niet winnen of het niet eens zijn met de scheidsrechter. Een ander vertelt: “Als je bekend staat als knokploeg van de regio dan moet je kijken of er iets aan de hand is.” Een van de professionals vindt het ook niet pluis wanneer er ’s nachts licht brand in het clubhuis.

Er zijn ook andere genoemde signalen genoemd door de professionals:  Ronselen van spelers (drughandel, matchfixing).  Vermoedens van witwassen.  Doorsluizen van subsidies.  Verdachte transacties.  Vreemde constructies tussen sportclubs en bedrijven.  Verhuur van het clubgebouw  Grote hoeveelheid clubs heeft schulden bij de gemeente voor de sportveldenhuur. Daarnaast geeft een geïnterviewde aan dat grensoverschrijdend gedrag en seksuele intimidatie meer gebeurt en dat daar meer meldingen over komen. Dat zou meer prioriteit hebben dan criminele inmenging. De geïnterviewde professionals noemen ook diverse zaken die zij niet per definitie zouden scharen onder criminele inmenging maar waar zij wel het gevoel hebben dat er iets ‘niet pluis’ is. Iemand kan teveel doen voor een vereniging, waardoor die persoon en de vereniging bijna één worden, dat hoort niet. Dat is niet crimineel en zeker niet georganiseerd maar wel onwenselijk.

Wel loopt het sterk uiteen hoe vaak geïnterviewden het gevoel hebben dat er iets niet pluis is. Zo vertelt een geïnterviewde professional best vaak dingen te zien die niet helemaal kloppen. Veelal gaat het dan om persoonlijke belangen op het financiële vlak, zoals vriendjespolitiek en gebruik van clubgeld waar niet iedereen het mee eens is. Op dit vak zouden clubs ook het meest kwetsbaar zijn. Dit zou vooral spelen bij clubs met een lang zittend bestuur. Een andere zorg die door een professional wordt geuit is een relatief groot aantal commerciële partijen rondom voetbalclubs, met name voetbalscholen. Er is niet altijd sprake van criminele inmenging, maar soms wel van kwalijke praktijken, omdat er “lieden bij zitten die niet koosjer zijn”. Ook wordt er benadrukt dat de intentie van een voetbalschoolhouder bepalend is: een 35

voetbalclub en voetbalschool kunnen elkaar immers versterken. Een geïnterviewde noemt bijvoorbeeld dat voetbalscholen in gebieden waar veel armoede is ouders overhalen hun kind aan te melden voor de voetbalschool. Ouders doen moeite het forse geldbedrag bij elkaar te krijgen terwijl de voetbalscholen volgens de geïnterviewde niets meer aanbieden dan een reguliere voetbalclub. Een andere geïnterviewde ziet dat bij de voetbalscholen wordt beweerd dat voetballers verder worden gebracht maar er kan een “hele ongezonde, afhankelijke relatie” ontstaan. De geïnterviewde vraagt zich af of de voetballers ook voor andere zaken worden ingezet; wellicht als koerier of voor matchfixing. Deze geïnterviewde vindt daarnaast de voetbalmakelaardij een “dubieuze wereld” dat “een bepaald slag mensen” trekt. Volgens de professionals komen de sportclubs waar iets speelt veelal alleen in beeld wanneer er onderzoeken lopen/starten naar bij de clubs betrokken personen. Met andere woorden: opsporing vindt plaats rondom verdachte personen waarbij op den duur een sportclub in beeld kan komen. Dat een sportclub door andere signalen dan een onderzoek naar een verdacht persoon in het vizier komt van opsporing of professionals gebeurt veel minder vaak. Volgens een van de geïnterviewden komt dit doordat er een centraal aanspreek- of meldpunt mist bij bijvoorbeeld het RIEC.

Een ander geeft aan dat de problematiek pas in beeld komt wanneer het “misgaat”, wat betekent dat een zaak bij de recherche belandt. Dit komt doordat sportclubs niet op voorhand in de gaten worden gehouden. Wanneer een zaak bij de recherche belandt, is de problematiek volgens deze geïnterviewde echter dusdanig gevorderd dat het politiewerk is geworden.

2.7 Snelle stijgers lijken niet op grote schaal voor te komen in Amsterdam De geïnterviewde sportclubs en sportbonden zien over het algemeen geen snelle stijgers in hun tak van sport. Ze geven hier een aantal redenen voor. Zo wordt er genoemd dat er geen wedstrijden worden gespeeld of dat de sport individueel is, waardoor dit lastiger is en sneller zou opvallen. Het kan hooguit gebeuren dat iemand ineens heel slecht is; een individu kan immers niet ineens op een veel hoger niveau zijn. Volgens deze geïnterviewde is dit in teamsport lastiger te achterhalen dus zou het daar eerder gebeuren. Zoals in paragraaf 2.3 reeds werd beschreven, vermoedt 10% van de sportclubs wel dat er snelle stijgers zijn in de tak van sport of zij weten dit zeker. Ook in de interviews werden er vermoedens van snelle stijgers genoemd, maar dit zou slechts een enkele keer voorkomen. Soms “strijkt een goed team bij de sportclub neer” of komt er een goede speler in de buurt van wonen en wordt deze speler lid van de sportclub. Er gaat dan geen geld in om. Een sportbond geeft aan dat er wel een club was aangesloten waar het eerste elftal een aparte entiteit binnen de organisatie was. Het geld ging dan vooral naar dat team.

2.8 De meeste sportclubs vinden zichzelf niet kwetsbaar hoewel er wel degelijk kwetsbaarheden zijn De meeste ondervraagde sportclubs vinden hun club niet kwetsbaar voor criminele inmenging. 32% denkt dat de club onkwetsbaar is en 31% denkt dat de club zéér onkwetsbaar is (figuur 2.7).

36

Twee procent van de sportclubs vindt hun club wel kwetsbaar voor criminele inmenging. Een derde (32%) vindt de club niet kwetsbaar, maar ook niet onkwetsbaar. Figuur 2.7 In hoeverre denkt u dat uw eigen sportclub kwetsbaar is voor criminele inmenging? (sportclubs, n=158, procenten) 3% 2%

32%

31%

32%

zeer kwetsbaar kwetsbaar niet kwetsbaar, niet onkwetsbaar onkwetsbaar zeer onkwetsbaar weet niet, geen antwoord

Door geïnterviewde sportclubs is wel een aantal kwetsbare punten in sportclubs genoemd voor criminele inmenging. Deels zijn deze kwetsbare punten organisatorisch:  Belangenverstrengeling kan leiden tot niet-transparante processen, waar misbruik van gemaakt kan worden.  Vrijwilligers en bestuursleden zijn schaars, waardoor bij veel kleine sportclubs geen scheiding is tussen strategie en uitvoering. Risico is dat er teveel zaken bij één persoon liggen, wat kwetsbaar maakt vanwege het ontbreken van “checks and balances”.  Andersom heeft het bestuur binnen een kleine club goed zicht op alles wat er binnen de club gebeurt. Bij een grote club kan dat overzicht ontbreken, wat eveneens risico’s met zich meebrengt.  Hoe hoger de ambities en hoe lager het morele kompas, hoe kwetsbaarder. Ook financiële kwetsbaarheden worden vaker genoemd:  Sponsoring, elke club heeft geld nodig en dat maakt clubs kwetsbaar.  Veel clubs hebben financiële en administratieve problemen. Ook benoemt een van de clubs dat clubs in kwetsbare wijken extra kwetsbaar zijn, omdat criminelen sociale functies in de wijk uitoefenen. De sportbonden zijn verdeeld over de kwetsbaarheid van de sportclubs binnen hun bond (zie figuur 2.8). Vier van de bonden denken dat de clubs binnen hun bond kwetsbaar zijn voor criminele inmenging.

Nog eens vier denken dat de clubs in hun bond niet kwetsbaar, maar ook niet onkwetsbaar zijn. Twee bonden achten hun clubs (zeer) onkwetsbaar, één bond gaf geen antwoord op deze vraag. Figuur 2.8 In hoeverre denkt u dat uw sportclubs kwetsbaar zijn voor criminele inmenging? (sportbonden, 3% 2%

n=11, aantallen)

32%

31%

32%

zeer kwetsbaar kwetsbaar niet kwetsbaar, niet onkwetsbaar onkwetsbaar zeer onkwetsbaar weet niet, geen antwoord

37

Ook door geïnterviewde sportbonden zijn eventuele kwetsbaarheden bij sportclubs voor criminele inmenging benoemd. Hierbij ging het deels wederom over organisatorische kwetsbaarheden zoals wanneer criminelen proberen een bestuursfunctie te verkrijgen, dat gemakkelijker is bij sportclubs waar het al slechter gaat. Hier speelt bijvoorbeeld een tekort aan bestuursleden of wanneer de wensen van het bestuur en de leden niet overeenkomen. Ook benoemt een geïnterviewde sportbond dat het voor vrijwilligers lastig kan zijn om in te grijpen wanneer een bekende crimineel langskomt. Ook zouden criminelen gemakkelijker kunnen inmengen bij clubs in financiële problemen. Wanneer een sportclub in het bestaan wordt bedreigd, zullen zij minder vragen stellen aan mogelijke sponsoren. Geïnterviewde professionals zien ook elementen bij Amsterdamse sportclubs die de clubs kwetsbaar zouden kunnen maken voor criminele inmenging, veelal in financieel en organisatorisch opzicht. Hier onder zijn alleen de kwetsbaarheden beschreven die niet al genoemd zijn door de sportclubs of sportbonden. Financiële factoren:  Mate waarin het bestuur open staat voor aanbiedingen om het eerste elftal te betalen; om hogerop te komen.  Het financiële model van sportclubs is kwetsbaar. Dat model is gebaseerd op contributies die kunstmatig laag worden gehouden terwijl er wel steeds meer eisen worden gesteld door mensen.

 Geen controle of screening op sponsoren.  Ambitie om richting topsport te gaan terwijl daar geen budget voor is.  Bij clubs die het heel goed doen (professioneel niveau) ligt gokken en matchfixing op de loer; bij top-amateurclubs krijgen spelers namelijk wel betaald maar “heel weinig” waardoor matchfixing verleidelijk zou kunnen zijn. Organisatorische factoren:  Een lang zittend bestuur.  Weinig betrokkenheid van leden, die bijvoorbeeld niet naar de Algemene Ledenvergadering (ALV) gaan.  ‘Gewone mensen’ weten weinig van dit onderwerp af omdat ze er doorgaans niet mee te maken krijgen. Daardoor gebeurt bij clubs veel op basis van vertrouwen en geloof in het goede van de mens.  Kleine clubs zijn soms minder stabiel. Een van de geïnterviewden geeft daarbij zelfs aan dat kwetsbaarheid altijd met geld te maken heeft omdat veel clubs nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden en stevig in hun schoenen moeten staan als iemand geld aanbiedt.

Een ander vertelt dat criminele inmenging klein begint en ‘druppelt’: “Soms duurt het tientallen jaren totdat een organisatie zo’n grote vinger in de pap heeft, dat de vereniging het helemaal niet aan zag komen.” Verder zou het een van de professionals niet verbazen als clubs in bepaalde wijken of in wijken met specifieke kenmerken wellicht kwetsbaarder zijn, bijvoorbeeld in wijken waar relatief veel mensen met een lage sociaaleconomische status wonen. Aan de andere kant geeft de geïnterviewde aan dat men bij clubs waar veel hoogopgeleide mensen in het bestuur zitten wellicht beter de grenzen kent van wat wettelijk mag en dat die grenzen misschien wel opgezocht worden. Tot slot stelt iemand, meer algemeen, dat de meeste mensen van sport houden en dus ook criminelen of hun 38

kinderen. Zij komen sporten bij een club en zien de mogelijkheden van de club, bijvoorbeeld om financieel te ondersteunen wanneer zij merken dat de club het moeilijk heeft. De crimineel kan het geld witwassen en krijgt daar waardering voor terug. Als je naar veel clubs kijkt; die drijven op sponsorgeld. Als je kijkt naar contributiegeld, daar gaat heel veel geld van naar de bond. Een heel klein deel is over voor de club zelf. Coaches kunnen daar niet of nauwelijks van betaald worden. Als je als club meer wil winnen, een grote club wil worden, moet je investeren in opleiding, coaches, trainers, en dat kost geld. Als je dat niet kunt betalen van de contributiegelden dan moet je op een andere manier aan geld zien te komen, dan word je kwetsbaar.

Ik denk dat clubs met overspannen topsportambities (die op basis van de begroting niet reëel zijn) kwetsbaarder zijn voor criminele inmenging. Dat ze dan eerder keuzes maken/risico’s nemen die niet verstandig zijn. Dat je minder vragen stelt als iemand met een grote zak met contant geld komt.

Die persoon denkt: ik heb allemaal cash, ik kan het geld witwassen, ik krijg er nog iets voor terug, ze vinden mij dan leuk en mijn kind kan dan in het eerste spelen.

2.8.1 Voetbalclubs komen het vaakst naar voren, maar ook andere team- en veld/zaalsporten worden kwetsbaar bevonden Enkele geïnterviewde professionals vertellen dat (kwetsbaarheid voor) criminele inmenging zich vooral manifesteert bij zaal- en veldsporten, omdat er geld nodig is voor het gebruiken van de ruimte. Een ander denkt dat het overal kan gebeuren maar dat het vooral om teamsporten gaat omdat geld daar eveneens een grotere rol speelt, coaches duurder zijn en er meer prestige bij zit. Individuele sporters zijn aangewezen op hun eigen kunnen, bij teams gaat het meer om het “merk”. Bij teamsporten kan een minder goede speler worden ingewisseld voor een betere speler, waardoor financiën een grotere rol spelen. De voorbeelden die deelnemers aan het onderzoek noemen van clubs waar criminele inmenging speelt of waar ‘niet-pluis’ gevoelens over bestaan, betreffen veelal voetbalclubs. Ook in de media worden vaak signalen genoemd rondom voetbalclubs. Daar wordt een aantal redenen voor genoemd door professionals en een sportbond:  Voetbal is een populaire sport in alle lagen van de bevolking, waardoor het heel toegankelijk is voor iedereen.  Door de populariteit is er veel aandacht voor voetbal.  Voetbal is verreweg de grootste tak van sport in Amsterdam.  Er gaat veel geld om in voetbal, dat geldt voor andere sporten bijna niet.

Een van de geïnterviewden merkt op dat er kennelijk een ‘zwart gat’ is bij andere sporten dan voetbal; er is weinig zicht op wat er in andere takken van sport speelt Andere signalen [dan voetbal] zien we niet maar ik kan me niet voorstellen dat alle hockey, basketbal, volleybalclubs zo zuiver op de graad zijn. Daar heb ik geen zicht op.

39

Opvallend is dat een aantal geïnterviewden een vergelijking maakt met hockey:  Bij hockeyclubs is het men over het algemeen hoger opgeleid. Als er criminele inmenging zou spelen, zou een van de geïnterviewden eerder denken aan witteboordencriminaliteit.  Een hoger opgeleid bestuur kan ervoor zorgen dat bestuurders de grenzen kennen van wat wettelijk mag en deze grenzen wellicht ook wel opzoeken.  Bij hockey zijn de organisatiestructuren sterker volgens een van de geïnterviewden; banden met bedrijven en groot kapitaal zijn vaak sterker en bestaan al lang. Hockey is veel meer elitair dan voetbal, dat veel volkser zou zijn. Verder benoemt een van de geïnterviewden dat er binnen turnen “dingen gebeuren die niet kunnen”. Het betreft intimidatie en onbehoorlijk gedrag van coaches, wat is gebleken uit onderzoeken. Hoewel dit niet om financieringsstromen gaat, benoemt de geïnterviewde dat het wel om crimineel gedrag gaat. Deze geïnterviewde merkt verder op dat ook bij andere sporten, zoals basketbal of honkbal “het wel zal gebeuren” maar dat hij er geen voorbeelden van kent.

Daarnaast merkt een van de geïnterviewden op dat, ondanks dat commerciële sportaanbieders niet binnen de scope van dit onderzoek vallen, het wel de moeite waard is te kijken naar bedrijfsmatige sportaanbieders omdat de wijze waarop men sport is veranderd; niet iedereen sport meer bij een sportclub en de maatschappelijke rol van een commerciële aanbieder kan net zo groot zijn als van een club. Daarnaast vertelt een geïnterviewde dat ook professionele sporters vatbaar kunnen zijn voor criminele inmenging, bijvoorbeeld door “vrienden van vroeger” die in de onderwereld actief zijn.

2.8.2 Professionals zien verschillende risico’s voor clubs wanneer er sprake is van kwetsbaarheid De geïnterviewde professionals denken verschillend over de risico’s voor de veiligheid en sfeer op de sportclub wanneer er sprake is van (kwetsbaarheid voor) criminele inmenging of zaken die niet pluis zijn. Een van de geïnterviewden denkt dat het vroeg of laat misgaat bij clubs waar iets dergelijks speelt en dat dit maatschappelijk veel impact heeft. Een ander vermoedt dat kinderen op een sportclub er weinig last van zullen hebben als er bijvoorbeeld sprake is van witwassen. Ook een andere geïnterviewde vindt dat het geen risico hoeft te zijn voor personen op de club maar dat een club zich “op een hellend vlak begeeft” wanneer er Het een sluit het ander tegenprestaties worden gevraagd voor sponsorgeld, bijvoorbeeld niet uit. Ze kunnen ook wanneer de sponsor wil dat een familielid trainer wordt bij het eerste goed doen terwijl ze slecht doen elftal als tegenprestatie. Ook kan het gebeuren dat de gemoederen .tegelijkertijd. hoog oplopen - tot bedreigingen aan toe - tussen besturen van sportclubs wanneer er onenigheid is. Dit zou dan vooral zorgen voor een onveilig gevoel bij bestuursleden en niet direct bij leden van de club. Sommige geïnterviewden vertellen over andere zaken waarbij zij zorgen hebben over de sfeer en/of veiligheid op de sportclub.

Zo zou de afhankelijkheid van kinderen van een trainer of voetbalschool onwenselijke praktijken, zoals ronselen, mogelijk maken.

40

2.8.3 Invloed van de coronacrisis op het thema In sommige interviews met professionals kwam de invloed van de coronacrisis op criminele inmenging in de amateursport aan de orde. Zo zou de coronacrisis ervoor hebben gezorgd dat leden zijn weggegaan (contributieverlies) terwijl de huur bleef doorlopen. Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bevestigen het vermoeden dat de inkomsten van Nederlandse sportclubs terugliepen tijdens corona: in 2020 hadden clubs 6,3% minder inkomsten dan in 2018.15 Kantine inkomsten liepen gemiddeld 42% terug. Volgens de geïnterviewden zouden financiële moeilijkheden clubs kwetsbaarder kunnen maken voor criminele inmenging. Een van de geïnterviewden vertelt dat clubs waar (vermoedens van) criminaliteit speelt zich ook minder aan coronamaatregelen houden die worden gesteld. Een ander vertelt in financieel opzicht een verschil te zien tussen grotere en kleinere clubs. Grotere clubs werden weliswaar hard geraakt doordat zij veel verdienen met hun bar, maar zij wisten alle regelingen goed te vinden. Kleinere clubs konden dat minder goed en hebben weinig buffers. Daarbij ziet deze geïnterviewde dat “de ene na de andere voetbalschool voet aan de grond krijgt bij verenigingen” bij kleine voetbalclubs met weinig buffers. Deze voetbalscholen bieden de clubs geld aan.

De geïnterviewde vindt het zorgwekkend omdat de voetbalscholen nog niet zo lang bestaan maar dat de vraag of dit crimineel is afhangt van de intentie.

15 Centraal Bureau voor de Statistiek (2022). Inkomsten sportclubs 2020 ruim 6 procent lager dan in 2018. Geraadpleegd

op 14 februari 2022 via https://www.cbs.nl/item?sc_itemid=4c7de159-0f24-433f-8241-9feaa477e202&sc_lang=nl-nl

41

3 Handelingsperspectief

Het landelijke onderzoek16 liet zien dat er bij veel amateursportclubs weinig aandacht is voor het thema criminele inmenging; er wordt binnen clubs weinig over gesproken. De meest toegepaste maatregel tegen criminele inmenging is om de gesprekken met sponsors/donateurs met meerdere bestuursleden te voeren en een transparante financiële verslaglegging. Clubs schakelen niet gauw hulp in bij vermoedens over criminele inmenging omdat zij huiverig zijn voor verscherpt toezicht of imagoschade. Daarnaast vinden clubs het lastig om signalen op waarde te schatten en weten zij niet goed waar zij kunnen aankloppen met vermoedens. Voorlichting wordt in het landelijke onderzoek dan ook genoemd als benodigde actie. Als het gaat om preventie, dan is daar volgens het landelijke onderzoek met name een rol weggelegd voor de gemeente en sportbonden. In dit hoofdstuk wordt beschreven in welke mate Amsterdamse sportclubs weerbaar zijn tegen criminele inmenging. Nemen zij zelf maatregelen hiervoor en wat doen sportbonden voor hun sportclubs? Wat hebben de sportclubs en sportbonden nodig om criminele inmenging te herkennen en te weren? En wat kan de gemeente doen om hierbij de helpen?

3.1 Sportclubs niet altijd in staat om criminele inmenging te herkennen en te weren Een van de geïnterviewde sportclubs zou gemakkelijk criminele inmenging herkennen omdat de club er eerder mee te maken heeft gehad, de meeste andere geïnterviewde sportclubs zouden het echter moeilijk vinden om criminele inmenging te herkennen. Verschillende factoren maken het lastig voor de sportclubs om criminele inmenging te herkennen. Zo geeft een geïnterviewde aan er niet dagelijks mee bezig te zijn en verhalen ‘vanuit de wandelgangen’ lastig op waarde te kunnen schatten. Deze geïnterviewde geeft daarnaast aan niet met dit onderwerp bezig te zijn omdat zij niet met sponsors werken. Als dat wel zo zou zijn, zouden zij de sponsors natrekken. Enkele geïnterviewden zouden criminele inmenging vooral herkennen aan ondemocratische beïnvloeding; mensen die invloed willen uitoefenen op de club zonder dat zij daarvoor gekozen zijn. Ook manipulatie en “met geld lopen wapperen” zijn genoemd. Tot slot geeft een geïnterviewde aan zich pas van bepaalde zaken bewust te zijn sinds de invoering van de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR). Hoe sneller je erbij bent, hoe makkelijker het is het een halt toe te roepen. Als het langer duurt, wordt het moeilijker. Dat is niet eigen ervaring, maar in het algemeen.

16 Bruinsma, M., Stevens, V., Cremers, R. & Spapens, T. (2020). Criminele inmenging bij amateursportverenigingen.

Utrecht/Tilburg: Bureau Bruinsma, Mulier Instituut, Tilburg University.

42

Over het algemeen hebben de geïnterviewde sportbonden juist het idee dat de (gemiddelde) sportclub criminele inmenging wel kan herkennen. Vaak zitten er goede bestuurders die daartoe in staat zouden moeten zijn; zij kennen hun leden goed en weten wat er speelt. Wellicht zijn sommige mensen wel naïef en hebben ze niet door dat de club interessant is voor criminele activiteiten. Geïnterviewde sportbonden denken daarnaast dat clubs in het algemeen in staat zijn zich te weren tegen criminele inmenging, maar dat dit sterk afhangt van de eerder genoemde kwetsbaarheden, zoals de financiële positie en of er bestuursproblematiek speelt. “Je moet een goed moreel kompas hebben, dat als je op omvallen staat, je een aanbod van geld kan afslaan.” Bij clubs met bestuursproblematiek zien criminelen kansen om daarop in te spelen. De geïnterviewde sportbonden zijn meer verdeeld over de vraag of clubs zelf in staat zijn criminele inmenging aan te pakken als het speelt. Bij ernstige situaties zullen clubs hulp nodig hebben van de politie, de sportbond en mogelijk de gemeente. Het is bijvoorbeeld lastig voor clubs om iemand te verwijderen die eenmaal aanwezig is. Wanneer iemand binnen de club contacten heeft bij de politie, kan dit helpen.

Eén bond denkt wel dat clubs tot op zekere hoogte zelf in staat zijn om het aan te pakken of acties te ondernemen: ze kunnen mensen weren uit de club, bepaalde mensen geen functie geven of niet ingaan op een aanbod. Vind ik een moeilijke. Ligt eraan hoe ernstig is. Eerst moeten ze herkennen wat er gebeurt en daarna moeten ze er naar handelen. Daar hebben ze ondersteuning bij nodig. Niet alleen van ons, maar ook van de gemeente en van de politie.

Professionals reageren wisselend op de vraag over het kennisniveau van sportclubs over criminele inmenging. Een aantal van hen heeft de indruk dat het kennisniveau (heel) laag is. Volgens hen komt dat doordat er voornamelijk vrijwilligers met diverse opleidingsniveaus en uit alle lagen van de samenleving aan de slag zijn bij sportclubs. Ook zouden de meesten vanuit alle goedheid de club runnen en er vrij naïef in staan. Verder zouden besturen voornamelijk bezig zijn met praktische zaken, zoals het regelen van coaches, met strategie maar ook met het hoofd financieel boven water houden en sponsorgeld binnenhalen. Zoals eerder beschreven in paragraaf 2.8 is het de vraag of een burger, als die zich al Ook hier gaat de filosofie van bewust is van risico’s, bij het aandienen van een grote sponsor, Johan Cruijff weer op: je gaat het pas zien als je het doorhebt. checks kan doen. Ook zou het ondankbaar over kunnen komen als de club lang bezig zou zijn met het controleren van een sponsoraanbod. Wel geeft een geïnterviewde aan dat een goede bestuurder op basis van zijn “boerenverstand” vragen zal stellen als iemand bijvoorbeeld een groot bedrag contant op tafel legt. Andere geïnterviewden denken dat het kennisniveau over criminele inmenging wisselt tussen clubs. Zo zijn er clubs met een heel sterk bestuur, met “goede denkers” die alert zullen zijn.

Maar er zijn ook minder sterke besturen. Volgens een van de professionals verschilt de organisatiekracht per stadsdeel waar de club is gevestigd: met name in Nieuw-West, Zuidoost en Noord is de organisatiekracht kleiner. Wel zou dit in Noord veranderen doordat het stadsdeel zelf verandert. Door een professional wordt de nuancering aangebracht tussen het bewust en onbewust faciliteren van criminele inmenging, niet alleen in de sport maar in de gehele maatschappij. Wanneer de facilitering onbewust gebeurt, heeft men niet door dat criminele inmenging speelt. 43

Als dat aan het licht komt, kan met die clubs het gesprek worden aangegaan. Na zo’n gesprek zijn er clubs die er niet mee door gaan maar ook clubs die er toch mee doorgaan. Ook zouden sportclubs niet altijd rondbellen naar eerdere clubs waar iemand betrokken is geweest en is er geen mogelijkheid om bijvoorbeeld bij de bond na te gaan of mensen op een zwarte lijst staan. Een aantal professionals hebben de indruk dat sportclubs weten waar ze terecht kunnen wanneer zij signalen van criminele inmenging binnen hun club hebben. Zo kan men terecht in het “reguliere circuit”, zoals aangifte doen bij politie of melden via andere contacten. De politie zou immers de enige opsporingsbevoegdheid hebben tegen criminele inmenging. Of er daadwerkelijk aangifte wordt gedaan is de vraag. Een ander denkt dat vooral de sportbond benaderbaar is voor clubs maar dat het de vraag is in hoeverre sportbonden dergelijke signalen adequaat oppakken. Een van de professionals denkt dat clubs wel weten waar ze naartoe zouden moeten maar dat georganiseerde misdaad niet zo makkelijk wordt gesignaleerd; clubs hebben het niet zo gauw door omdat het erg langzaam gaat en clubs dankbaar zullen zijn als middelen druppelsgewijs binnenstromen.

Tot slot is er ook een geïnterviewde die denkt dat clubs niet weten waar ze – op de politie na - terecht kunnen: er is geen centraal meldpunt bij opsporingsinstanties voor dergelijke problematiek.

3.2 Veel sportclubs nemen geen bewuste maatregelen tegen criminele inmenging Ongeveer driekwart van de ondervraagde sportclubs zegt op dit moment geen maatregelen te nemen om zich te weren tegen criminele inmenging en is daar ook niet mee bezig (figuur 3.1). Twee procent heeft nog geen maatregelen genomen maar werkt daar wel aan en 22% zegt wel maatregelen te nemen. Clubs met veel leden zeggen vaker maatregelen te nemen dan clubs met weinig leden. Verder nemen veldvoetbalclubs relatief vaak maatregelen ten opzichte van andere clubs. Figuur 3.1 Neemt uw sportclub maatregelen om zich te weren tegen criminele inmenging? (sportclubs, n=158, procenten) 3% 22%

ja 2%

nee, maar daar wordt aan gewerkt nee, we zijn daar ook niet mee bezig

73%

weet niet, geen antwoord

Ook sportbonden is gevraagd een schatting te maken van hoeveel van hun Amsterdamse clubs maatregelen nemen om zich te weren tegen criminele inmenging. Zes van de elf bonden denken dat (bijna) geen enkele sportclub dat doet (zie figuur 3.2). Eén sportbond denkt dat de meeste clubs dat wel doen en vier bonden kunnen geen schatting maken of gaven geen antwoord.

44

Figuur 3.2 Hoeveel van uw Amsterdamse sportclubs nemen naar schatting maatregelen om zich te weren tegen criminele inmenging? (sportbonden, n=11, aantallen) (bijna) alle clubs de meeste clubs ongeveer de helft van de clubs aantal 0 1 0 6 4 weinig clubs (bijna) geen enkele club weet niet, geen antwoord

0

Aan de sportclubs is in de enquête vervolgens een lijst met mogelijke maatregelen voorgelegd die de kans op criminele inmenging zouden kunnen verkleinen. De clubs is gevraagd of deze maatregelen bij hun sportclub van toepassing zijn. Het verschilt sterk per maatregel in hoeverre die wordt toegepast. Toch is voor zes van de tien maatregelen het percentage clubs dat de maatregel toepast hoger dan de 22% van de clubs die zegt maatregelen te nemen om zich te weren tegen criminele inmenging (figuur 3.3). Zo zegt 91% van de ondervraagde sportclubs dat minimaal twee personen toezicht en controle houden op de financiën van de club. Het minst vaak (bij 3%) is criminele inmenging weleens een agendapunt geweest op de algemene ledenvergadering of de bestuursvergadering of hebben respondenten gesprekken gehad met de politie, OM, gemeente of belastingdienst over hoe risicopersonen buiten de deur te houden. Er wordt überhaupt weinig Titel over criminele inmenging gesproken binnen de sportclubs: 8% wisselt ervaringen uit met andere clubs om criminele inmenging te voorkomen en 6% bespreekt zorgen over criminele inmenging in het bestuur. Maatregelen op het gebied van nieuwe sponsoren, bestuurders of trainers worden vaker toegepast, maar meestal niet door een (grote) meerderheid van de clubs.

Figuur 3.3 Kunt u aangeven welke van de volgende situaties van toepassing zijn voor uw sportclub? (sportclubs, n=158, procenten) minimaal twee personen houden toezicht en controle op de financiën van de club

91

gesprekken met mogelijke sponsoren of donateurs doen we altijd met minimaal twee bestuursleden

8 1

56

het bestuur heeft een vertrouwenspersoon aangesteld waar ook signalen van criminele inmenging kunnen worden gemeld

49

bij nieuwe sponsoren, bestuurders en trainers vindt een algemene screening plaats op basis van openbare bronnen, zoals internet of informatie van andere sportclubs

46

onze sportclub vraag altijd een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) op bij nieuwe sponsoren, bestuurders en trainers

46

26

18

44

7

33

22

46

8 %

0

20 ja

40 nee

60

80

100

weet niet, geen antwoord

45

integriteit is een vast agendapunt op onze algemene ledenvergadering/bestuursvergadering

30

wij wisselen ervaringen en/of beleid uit met besturen van andere sportclubs om criminele inmenging te voorkomen

8

in het bestuur hebben we wel eens onze zorgen besproken over criminele inmenging

6

66

82

10

93

wij hebben wel eens gesprekken met de politie, het Openbaar Ministerie, de gemeente en/of de 3 Belastingdienst over hoe wij risicopersonen buiten de sportclub kunnen houden

91

criminele inmenging is wel eens een agendapunt geweest op onze algemene 3 ledenvergadering/bestuursvergadering

96

0

4

6

%

20 ja

40 nee

60

80

100

weet niet, geen antwoord

De meeste geïnterviewde sportclubs nemen enkele maatregelen ter voorkoming van criminele inmenging of zijn daarmee bezig. Daarbij komt een aantal overeen met bovengenoemde maatregelen uit de enquête, maar ook een aantal andere maatregelen werden genoemd:  Meerdere gesprekken voeren met trainers over hun beweegredenen om trainer bij de club te worden.  Bij een niet-pluis gevoel, bijvoorbeeld bij een potentiële sponsor, meer vragen stellen.  Werken met verschillende functies binnen het bestuur/de club, de taken verdelen over zoveel mogelijk mensen.  Besluiten moeten breed gedragen worden en niet door één persoon worden genomen.  Geïnteresseerden voor bestuursfuncties eerst laten meelopen.  Screening van leden en proberen te achterhalen waarom zij bij de club willen voetballen.  Het opnemen van het onderwerp criminele inmenging in statuten en huisregels.17 In het begin is het even tijdrovend om dat te organiseren maar daarna werkt het heel goed. Het grote voordeel is dat je gaandeweg weinig problemen hebt. Vaak is het opruimen van problemen achteraf tijdrovender en kostbaarder dan dat je dat vooraf goed voorkomt.

Wel vindt een van de geïnterviewde sportclubs het moeilijk te bepalen of zij genoeg doen; als er niets misgaat, doen zij kennelijk voldoende maar als het wel misgaat hebben ze kennelijk onvoldoende gedaan. Tot slot vertelt een sportclub dat zij geen maatregelen nemen tegen criminele inmenging omdat zij niet zouden weten welke maatregelen. Deze club geeft aan dat er niet veel tijd wordt besteed aan criminele inmenging en het binnen het bestuur geen gespreksonderwerp is omdat zij er niet mee worden geconfronteerd. De sportclub werkt veel

17 Een geïnterviewde is op dit idee gekomen naar aanleiding van dit onderzoek.

46

met kinderen en hecht daarom meer belang aan het voorkomen van ongewenst gedrag, zoals seksuele intimidatie.

3.2.1 Basiseisen Sociale Veiligheid Sport door 41% toegepast De gemeente Amsterdam wil dat sportaanbieders waarmee de gemeente een contractuele relatie heeft minimaal voldoen aan basiseisen op het gebied van sociale veiligheid. Zo wordt van trainers en begeleiders van de sportclub gevraagd om te beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en gaat het om het tekenen van de Gedragscode Sociale Veiligheid. Daarnaast moet de sportclub over een vertrouwenscontactpersoon beschikken. Vanaf 1 januari 2022 wordt de samenwerking met sportaanbieders beëindigd die geen inspanningen verrichten om de basiseisen op orde te krijgen.18 41% van de ondervraagde sportclubs zegt de Basiseisen Sociale Veiligheid Sport van de gemeente Amsterdam toe te passen (figuur 3.4).19 15% zegt dat deze deels worden toegepast en 4% zegt dat deze niet worden toegepast. Een kwart (26%) kent de basiseisen echter niet en 15% zegt het niet te weten of geeft geen antwoord. Sportclubs met 0-50 leden zeggen het minst vaak de basiseisen toe te passen (25%), gevolgd door sportclubs met 51-100 leden (27%). Figuur 3.4 Worden bij uw sportclub de Basiseisen Sociale Veiligheid Sport van de gemeente Amsterdam toegepast? (sportclubs, n=158, procenten) 15% 41% 26%

ja deels nee ik ken de Basiseisen Sociale Veiligheid Sport niet weet niet, geen antwoord

15% 4%

3.3 Clubs zien belang van thema criminele inmenging maar er is weinig tijd voor beschikbaar De geïnterviewde sportclubs willen zo min mogelijk tijd en energie in het thema criminele inmenging onderwerp investeren omdat zij druk zijn met de hele organisatie van de sportclub. Een van hen merkt op dat het risico daarbij wel is dat criminele inmenging toch gebeurt en het dan te laat is. Ook geeft een enkeling aan dat wel alle benodigde tijd en energie in dit thema geïnvesteerd moet worden omdat het een belangrijk thema is en het afbreukrisico hoog is wanneer er iets gebeurt. Een van de sportclubs steekt wel veel energie in dit thema omdat dit nodig zou zijn in de omgeving waar zij actief zijn. Er zijn bij de club bijvoorbeeld veel jongens met een crimineel verleden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11896020/1