CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3a. Rapport Criminele inmenging in de Amsterdamse amateursport - DEF.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 13 oktober 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: TKN Afronding initiatiefvoorstel oud-Raadsleden Poot en Mbarki ‘Amsterdamse aanpak sportondermijning’ (VN2022-030485)22.507 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

18 Bron: https://www.amsterdam.nl/sociaaldomein/sport/sportaanbieders/sportaanbieders-sociale-

veiligheid/basiseisen/ 19 Van de ondervraagde sportclubs is echter niet bekend of zij een contractuele relatie met de gemeente hebben en dus

verplicht zijn om de Basiseisen Sociale Veiligheid Sport toe te passen.

47

Binnen de tijd en energie die de geïnterviewde sportclubs hebben om met dit thema bezig te zijn, zien zij vooral mogelijkheden om geïnformeerd te worden, zowel het bestuur als alle andere betrokkenen binnen de club. Dit kan bijvoorbeeld via een Webinar of een hand-out, maar ook door het thema op te nemen in bestuursvergaderingen en de statuten van de club. Tot slot vindt een geïnterviewde sportclub het lastig in te schatten wat de mogelijkheden zijn om te investeren in dit thema en is vooral benieuwd wat erbij komt kijken.

3.3.1 Professionals raden diverse acties aan om criminele inmenging te weren bij clubs Als het gaat om de vraag wie er verantwoordelijk voor is om criminele inmenging bij sportclubs tegen te gaan, vinden de meeste geïnterviewde sportclubs dat deze verantwoordelijkheid ligt bij de sportclubbesturen. Ook een aantal geïnterviewde sportbonden en professionals delen deze mening. Maar ook opsporingsinstanties, de gemeente en sportbonden zouden een verantwoordelijkheid hebben tegen criminele inmenging.

Tuurlijk het bestuur. Klip en klaar. We zijn verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de club. We hebben het mandaat gekregen van de leden.

Geïnterviewde professionals is gevraagd wat zij zelf als eerste zouden doen om criminele inmenging buiten de deur te houden als zij in het bestuur zouden zitten van een sportclub. Hoewel de kanttekening is gemaakt dat niet voor elk scenario iets kan worden bedacht, zijn er diverse antwoorden gegeven van wat geïnterviewden zouden doen:  Het bestuur moet goed opletten, ook streng zijn op kleine zaken. Als iets wat niet pluis voelt toch wordt geaccepteerd, wordt het steeds moeilijker om er nog uit te komen.  Bestuursleden dienen zich goed te laten informeren over hun taken.  Vrijwilligers (zoals trainers, coaches en bestuursleden die met kinderen omgaan) een VOG laten overleggen.  Inbouwen van ‘simpele waarborgen’ ten opzichte van de sponsorgelden: een KVKuitdraai laten zien of sponsorgeld giraal over laten maken.  Geen samenwerking aangaan met iemand die het eerste elftal veel geld wil betalen.  Antecedentenonderzoek doen bij mensen die van buitenaf de club komen met veel geld.  Financiële procedures op orde hebben en beschikken over een kascontrolecommissie, met accountants die vragen stellen.  Zorgen dat meerdere mensen zicht hebben op de financiën; het ‘vier ogen principe’: minstens twee mensen moeten tekenen voor een nieuwe sponsor en er moet controle zijn van andere mensen in de club. De jaarrekening laten controleren.

 Richt het beleid dusdanig in dat er sprake is van een gezonde sportclub met een open structuur en een goede band met de gemeente.  Een ‘minder aantrekkelijke cultuur creëren’ voor criminele inmenging, bijvoorbeeld door een brede sportclub te zijn waar prestatie geen prioriteit is maar waar het gaat om een leuke sportervaring die niet is gebaseerd op geld: “Je hoeft niet te verdienen en dan ben je ook minder vatbaar.”  Binnen de club afspraken maken over de ambities en dat er geen professionalisering plaatsvindt met ‘groot geld’. Wellicht een vertrouwenspersoon instellen en een signaal afgeven dat bepaalde gedragingen niet worden getolereerd, bijvoorbeeld als bij andere clubs wel effect plaatsvindt door ‘het grote geld’.

48

3.4 Sportclubs zouden bij vermoedens vooral in gesprek gaan met de politie, gemeente of sportbond Bij vermoedens van criminele inmenging zouden sportclubs zelf vooral in gesprek willen gaan met de politie of de wijkagent (58%), gevolgd door de gemeente (43%) en de sportbond (41%, figuur 3.5). Met afstand volgen andere organisaties als de Sportraad (10%), verenigingsondersteuner (9%), Centrum Veilige Sport (8%) en het OM (7%). Eén procent van de ondervraagde sportclubs zou met niemand in gesprek willen gaan bij vermoedens van criminele inmenging. Figuur 3.5 Stel dat u vermoedens van criminele inmenging bij uw sportclub zou hebben, met wie zou u daarover in gesprek willen gaan? (meerdere antwoorden mogelijk, sportclubs, n=158, procenten)

politie/wijkagent

58

gemeente

43

sportbond

41

Sportraad Amsterdam

10

verenigingsondersteuner

9

Centrum Veilige Sport

8

Openbaar Ministerie

7

buurtsportcoach

4

NOC*NSF

4

belastingdienst

4

anders

6

niemand

1

weet niet, geen antwoord

9 0

% 20

40

60

80

Twee geïnterviewde sportclubs zijn wel eens naar een sportbond gegaan met vragen of meldingen over criminele inmenging. De ene situatie bleek niet te behoren tot de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de sportbond, de ander is wel geadviseerd door de sportbond. Een andere club heeft de bond zelf nooit over dit thema benaderd maar zou de bond daar wel een goede partij voor vinden, onder meer omdat de bond als overkoepelend orgaan alle verhalen tot zich zou moeten krijgen en daarmee zicht heeft op wat er gebeurt. Bovendien klopt een club hierover wellicht aan bij de bond omdat de bond niet direct tot de overheid behoort.

49

3.5 Meeste sportclubs hebben geen behoefte aan hulp en ondersteuning van personen of organisaties om de sportclub te weren tegen criminele inmenging Ongeveer vier op de vijf (79%) sportclubs hebben geen behoefte aan hulp of ondersteuning van personen of organisaties om hun sportclub te weren tegen criminele inmenging (figuur 3.6). Zestien procent heeft deze behoefte wel. Zij willen vooral hulp van de sportbond (8%) of van gemeente (8%). Clubs met 500 leden of meer hebben relatief vaak behoefte aan hulp of ondersteuning (29%). Daarnaast hebben clubs die zelf te maken hebben gehad met criminele inmenging of signalen daarvan hebben gezien meer behoefte aan hulp en ondersteuning dan clubs bij wie dat niet het geval is. Figuur 3.6 Heeft u behoefte aan hulp of ondersteuning om uw sportclub te weren tegen criminele inmenging? Zo ja, van wie? (meerdere antwoorden mogelijk, sportclubs, n=158, procenten) ja, van de Sportbond

8

ja, van de Gemeente

8

ja, van het Openbaar Ministerie 3 ja, van de politie/wijkagent 3 ja, van iemand anders/andere organisatie 3 ja, van de Sportraad Amsterdam 3 ja, van Centrum Veilige Sport 3 ja, maar ik weet niet van wie 3 ja, van het NOC*NSF 2

ja, van de verenigingsondersteuner 1 ja, van de Belastingdienst 1

ja, van de buurtsportcoach 0 nee, geen behoefte

79

weet niet, geen antwoord

5 0

% 20

40

60

80

Sportclubs die aangeven geen behoefte te hebben aan hulp of ondersteuning om zich te weren tegen criminele inmenging noemen verreweg het vaakst dat criminele inmenging niet speelt bij hen of dat er geen signalen of vermoedens van zijn. Hierbij geven sportclubs vaak aan dat zij een kleine club zijn. Ook wordt vaak genoemd dat clubs geen sponsoren hebben of dat ze er zelf voor zorgen criminele inmenging buiten de deur te houden. Andere redenen zijn volgens de clubs dat zij een goed bestuur, financiële transparantie en een kascontrole hebben, dat zij geen contante betalingen, weinig sponsorgelden, geen clubhuis of andere bezittingen hebben en dat er sociale controle binnen de club bestaat doordat clubleden elkaar al jarenlang kennen (ons kent ons). Ook een lage begroting, waardoor er weinig geld omgaat in de club, is genoemd. Alle antwoorden zijn te vinden in de bijlage.

50

Het speelt totaal niet bij onze kleine vereniging zonder wedstrijdsportelementen. Zodra wij hier wel mee van doen denken te krijgen, richten wij ons gelijk naar de politie.

Dit speelt niet in onze club, er is geen sponsoring en geen kapitaalgoederen of onroerend goed. Geen geldstromen uit horeca of kantine, zelfs de tenues worden verkocht door X. We hebben een zeer kleine begroting die op de jaarlijkse ALV wordt gepresenteerd en waar een kascommissie controle uitvoert.

Sportclubs die wel behoefte aan hulp of ondersteuning hebben maar niet weten van wie of die niet weten of ze die behoefte hebben geven ook meestal aan te denken dat criminele inmenging niet speelt bij hun sportclub. De hulp of ondersteuning waar de sportclubs wel behoefte aan hebben, wordt in de volgende paragraaf beschreven. Algemene informatie en/of actuele zaken op dit gebied die zich voordoen of gedaan hebben bij verenigingen binnen de bond.

Centraal algemeen aanspreekpunt die advies geeft voor vervolgstappen.

3.6 Zes op de tien sportclubs zeggen niets nodig te hebben om criminele inmenging te weren Zes van de tien (62%) sportclubs zeggen in de enquête überhaupt niets nodig te hebben om zich te weren tegen criminele inmenging. 13% geeft geen antwoord of weet het niet. De overige 25% geeft wel aan iets nodig te hebben. Op de vraag wat zij nodig hebben om criminele inmenging te weren, wordt hulp bij het herkennen van criminele inmenging vaak genoemd. Uit de interviews kwam al naar voren dat de sportclubs het niet altijd even gemakkelijk vinden om criminele inmenging te herkennen bij sportclubs (zie paragraaf 3.1). Hieronder staat beschreven wat de sportclubs het vaakst nodig hebben:  Voorlichting of informatie over het herkennen van criminele inmenging.  Ontvangen van voorbeelden en uitwisselen van ervaringen.  Voorlichting of informatie over het aanpakken van criminele inmenging bij vermoedens.  Een aanspreekpunt of een meldpunt waar clubs terecht kunnen met vragen of meldingen.  Meer handhaving en straffen, de pakkans voor criminelen vergroten en hen afschrikken.  Toezicht op financiën en financiële transparantie.  Informatie over potentiële sponsoren (bedrijven).  Verplichte VOG. Alle antwoorden zijn te vinden in de bijlage. Informatie over hoe het te herkennen en waar je terecht kan bij een vermoeden.

Zoals al gezegd: het is vaak een grijs gebied dus de stap naar de politie omdat iets niet goed voelt, is wat groot.

Zelf heel goed opletten als bestuur, van elke vrijwilliger een VOG verklaring eisen, nooit iets betalen zonder een officiële factuur. Verder denken wij, zeker ondergetekende, dat de […]sport niet aantrekkelijk is om A) te sponsoren en B): geld (zwart) in de kantine bijvoorbeeld te steken.

51

Ook in de interviews is een aantal zaken genoemd die de clubs nodig hebben:  Kennis over matchfixing.  Kennis voor vrijwilligers over hoe zij om kunnen gaan met leden met criminele antecedenten.  Beschikken over voldoende vrijwilligers.  Bestuurlijke ondersteuning van de gemeente, bijvoorbeeld door in de bestuurskamer te komen of bij vergaderingen aan te sluiten.  Een vertrouwenspersoon waar men terecht kan om te sparren over een specifieke situatie, bijvoorbeeld bij de politie.

3.7 Sportbonden hebben niet altijd voldoende kennis in huis om sportclubs te helpen met criminele inmenging De sportclubs die wel behoefte aan hulp en ondersteuning Wij hebben ook een hebben, willen deze hulp vooral vanuit de sportbonden. Bij bestuursreglement en dat de sportbonden waarmee is gesproken, is criminele proberen we uit te dragen inmenging echter niet echt een thema binnen het beleid. richting aangesloten verenigingen om dat ook te Wel spreekt een van de geïnterviewden over een hebben. Dat we stelling nemen bestuursreglement, waarbinnen vooral aandacht wordt tegen gebruik van verboden geschonken aan gedragsregels. Ook is er een verschil of er middelen of grensoverschrijdend binnen de bond genoeg kennis/kunde is om sportclubs te gedrag. Dus ons beleid is om er aandacht op te vestigen en er helpen op dit thema. Eén van de bonden geeft aan dat er tegenin te gaan. Dus vooral ruim voldoende kennis is: verschillende mensen binnen de aandacht voor gedragsregels. bond zijn bezig met deze thematiek en er is een groot netwerk. Een ander zegt vooral zelf de aangewezen persoon te zijn om hiermee om te gaan en dat de aandacht die hier naartoe gaat en de kundigheid afhangt van de mate waarin dit onderwerp aandacht zal vragen.

3.7.1 Ondersteuning sportbonden voor sportclubs meer indirect Alle drie de geïnterviewde sportbonden voelen zich wel verantwoordelijk om sportclubs te helpen criminele inmenging te herkennen, te weren en aan te pakken. Tussen de geïnterviewde sportbonden zijn er verschillen in de mate waarin zij hun sportclubs helpen criminele inmenging te herkennen en te weren. Eén bond verstrekt vooral informatie via nieuwsbrieven, webinars en lokale bijeenkomsten. Ook faciliteert de bond een online Kracht [van zo’n bijeenkomst]: aan de ene omgeving waarin clubs met elkaar kunnen sparren over kant presenteren en publiekelijk reageren. Aan de andere kant: een informeel casuïstiek. Daarnaast helpt deze bond clubs met hun component; met een biertje aan de bar vrijwilligersstructuur en financiën vanuit de gedachte dat erover verder praten. Dat leidt tot veel weerbare organisaties minder vatbaar zijn voor criminele interessante mogelijk leads. inmenging. Er zijn wel beperkingen voor de bond in hoeverre zij criminele inmenging kunnen weren. Zo hebben zij bijvoorbeeld geen statuten waardoor zij potentiële bestuursleden kunnen weren wanneer er vermoedens zijn van criminele inmenging.

52

Ook een andere sportbond helpt op een indirecte manier, door te helpen het beleid goed in te richten voor een veilige sportomgeving: “Nadenken over je sponsor, nadenken over inkomsten en uitgaven” en adviseren dat er altijd meerdere personen toegang hebben tot de rekeningen. Een andere sportbond helpt sportclubs vanwege drukte en tijdsgebrek niet maar is wat het veiligheidsdomein betreft wel bezig met (seksueel) grensoverschrijdend gedrag en zij besteden er aandacht aan dat clubs een VOG aanvragen voor vrijwilligers, wat bij kan dragen aan het weren van criminele inmenging. Als de geïnterviewde sportbonden meer tijd en middelen zouden hebben, zouden ze verschillende stappen zetten voor hun clubs. Een sportbond denkt aan een professional die meer op de club aanwezig kan zijn en kan ondersteunen bij een eerste signaal van criminele inmenging. De andere sportbonden noemen iets wat niet direct met criminele inmenging te maken heeft. Een geïnterviewde sportbond zou graag een beter beeld willen van wat er allemaal speelt bij de sportclubs door langs te gaan bij de clubs. Op dit moment zijn ze vooral afhankelijk van de sportclubs die zichzelf melden. De sportclubs en professionals zien de volgende rollen weggelegd voor de sportbonden, die deels aansluiten bij stappen die zij al nemen:  De sportbond kan hulp bieden voor specifieke sporten.

Criminele inmenging manifesteert zich wellicht verschillend bij verschillende type sporten.  Bonden kunnen signaleren wat er speelt bij clubs en kunnen daarmee een samenwerkingspartner zijn voor opsporingsinstanties.  Sportbonden kunnen sportclubs doorverwijzen naar de juiste instanties.  Sportbonden kunnen helpen bij herkenning en bewustwording van clubs, bijvoorbeeld door sessies/presentaties met daarin voorbeelden uit het verleden en door het bieden van een meldpunt.

3.7.2 Sportbonden wel behoefte aan hulp en ondersteuning Naast dat de ondervraagde sportbonden zich verantwoordelijk voelen om de sportclubs te helpen bij het herkennen, weren en aanpakken van criminele inmenging, zeggen zij zelf ook iets nodig te hebben om sportclubs te helpen criminele inmenging te weren. Vijf van de elf bonden geven dit aan in de enquête. Zij zouden met name voorlichtingsmateriaal en informatie willen, zodat zij meer bewustwording kunnen creëren rondom dit onderwerp, bijvoorbeeld in de vorm van een kennissessie of een checklist. Ook in contact komen met andere bonden om samen iets te ontwikkelen wordt genoemd. Eén respondent zou meer handhaving willen zien. Alle antwoorden zijn te vinden in de bijlage. Vijf van de elf bonden kunnen geen antwoord geven op de vraag wat zij nodig hebben en één bond heeft niets nodig. Ook is er behoefte aan hulp en ondersteuning van personen of organisaties om hun clubs te weren tegen criminele inmenging (zie figuur 3.7). Zes van de elf sportbonden geven dit aan. Drie bonden hebben die behoefte niet. Zij geven vooral aan dat er geen aanleiding is om te denken dat criminele inmenging speelt bij hun clubs. Twee bonden konden geen antwoord geven op deze vraag. Zij geven aan niet op de hoogte te zijn van of en hoe dit speelt bij hun clubs.

53

Figuur 3.7 Heeft u behoefte aan hulp of ondersteuning om uw (Amsterdamse) sportclubs te weren tegen criminele inmenging? (sportbonden, n =11, aantallen)

Waar de sportclubs vooral behoefte hadden aan hulp en ondersteuning van de sportbond, geven de bonden zelf aan behoefte te hebben aan hulp en ondersteuning van het Openbaar Ministerie, NOC*NSF en de verenigingsondersteuner (zie tabel 3.8). Tabel 3.8 Van wie heeft u behoefte aan hulp of ondersteuning om uw (Amsterdamse) sportclubs te weren tegen criminele inmenging? (sportbonden, n=6, aantallen, meerdere antwoorden mogelijk) aantal Openbaar Ministerie

3

NOC*NSF

3

verenigingsondersteuner

3

Gemeente

2

Sportraad Amsterdam

1

politie/wijkagent

1

Centrum Veilige Sport

0

Belastingdienst

0

buurtsportcoach

0

ik weet niet van wie

1

3.8 Gemeente zou sportclubs op diverse manieren kunnen helpen In de interviews is de sportclubs, sportbonden en professionals gevraagd hoe de gemeente hen kan helpen om criminele inmenging te herkennen of te weren. Wat opvalt is dat de geïnterviewde sportclubs over het algemeen geen contact hebben gehad met de gemeente over veiligheidsthema’s. Zij hebben hooguit iets ontvangen via een nieuwsbrief van de gemeente of hebben contact met de gemeente gehad over de fysieke veiligheid (zoals verlichting) rondom de club. Op de vraag wat de gemeente zou kunnen doen is een aantal zaken genoemd, waarbij vooral het helpen herkennen en bewust worden van criminele inmenging centraal staat:  Het gesprek voeren met clubs zodat zij weten waar zij op moeten letten.  Publiceren, informeren en e-mails sturen aan de sportclubs.  Via media bekend maken wanneer er iets is gebeurd rondom criminele inmenging in de amateursport zodat bestuursleden dit in de media zien. Welke media dat moet zijn, hangt af van de bestuurders; voor jongere bestuurders werkt social media wellicht beter.  Een film of serie maken op basis van een waargebeurd verhaal.  Het bespreken van casussen in een webinar of een aantal sessies. Het zou interessant zijn een aantal voorbeelden te zien waar sprake is geweest van criminele inmenging.  Een checklist maken voor het bestuur van de club. 54

Een handreiking maken, die ook binnen de club gedeeld kan worden.

Een van de geïnterviewden vindt een folder met voorlichting geen goed idee. In zijn bestuur zouden ze daar niet naar kijken omdat ze zich meer bezighouden met het reilen en zeilen van de club. En ander ziet juist weinig animo voor bijeenkomsten. Er lijken dus meerdere kanalen nodig om sportclubs criminele inmenging te helpen herkennen. Het is altijd goed om die gesprekken te voeren zodat je weet: oké, let op dit, let op dat. Er zijn veel mensen betrokken bij een organisatie en veel kinderen. Dus je wil het voorkomen dat je moet stoppen of opnieuw moet beginnen. Dit is een thuisbasis voor kinderen, het raakt heel veel mensen als onze organisatie stopt.

Daarnaast kan de gemeente ook een signalerende rol hebben:  De gemeente kan signaleren wat er speelt bij clubs en kunnen daarmee een samenwerkingspartner zijn voor opsporingsinstanties en de sportbond.  De gemeente zou grote invloed hebben bij sportclubs op het moment dat er bijvoorbeeld subsidie wordt verleend of een grond/een hal wordt verpacht aan een club. Dan is de gemeente betrokken vanwege het belang voor de wijk, sportgrond is immers schaars en de gemeente heeft een verantwoordelijkheid dat op die grond het goede gebeurt. Ook omdat sport juist is bedoeld om “de jeugd van de straat te houden”.  Ook heeft de gemeente een toezichthoudende functie als het gaat om vergunningsaanvragen bij de gemeente.  De gemeente kan kijken naar de subsidies die zij verstrekken aan sportclubs, daar zou eventueel een Bibob aan gekoppeld kunnen worden.  De gemeente dient contact te hebben met de wijkagent en buurtregisseur, zodat signalen ergens belanden. Daarnaast kan de gemeente:  Helderheid verschaffen over voor wie een VOG verplicht is, dat is nu niet altijd duidelijk.  Tools ontwikkelen waardoor zaken makkelijker na te gaan zijn, bijvoorbeeld een telefoonnummer bij de belastingdienst waar een sponsor gecheckt kan worden.  Als het “foute boel” is, is het fijn als de gemeente ondersteuning kan bieden. Een aanspreekpunt aanwijzen waar sportclubs terecht kunnen.

Dit kan een case manager zijn die voor allerlei zaken het aanspreekpunt is of een specifiek aanspreekpunt voor veiligheidskwesties.  Kaders scheppen wat gedeeld mag worden met het oog op privacy.  Sportparkmanagers vanuit de gemeente (her)invoeren, die clubs met raad en daad bijstaan. De sportparkmanagers zouden criminele activiteiten eerder signaleren en daarmee kunnen voorkomen; er ontstaat dan minder anonimiteit.  Een van de geïnterviewde sportclubs ziet een terugtrekkende beweging van de gemeente in de afgelopen 15 jaar en benadrukt dat de gemeente nu actie moet ondernemen wat betreft criminele inmenging. Tot die tijd blijft de club volgens de geïnterviewde kwetsbaar.

55

3.8.1 Sportclubs gematigd enthousiast over integriteitsbeleid of huisregels vanuit de gemeente Over het idee om sportclubs vanuit de gemeente een integriteitsbeleid of huisregels aan te reiken zijn de geïnterviewde sportclubs gematigd enthousiast. Zo zou criminele inmenging er niet mee voorkomen worden. Enkele geïnterviewden zouden een dergelijk document interessant en behulpzaam vinden op hoofdlijn, bijvoorbeeld om naast de eigen regels te leggen of te gebruiken bij het zelf opstellen van een reglement of integriteitsbeleid. Ook zou het als jaarlijkse checklist nuttig kunnen zijn. Kanttekeningen die geplaatst worden zijn dat documenten vanuit de gemeente niet te betuttelend moeten worden en er niet teveel overheidsinmenging plaats zou moeten vinden. Ook zouden documenten niet te ingewikkeld moeten zijn, omdat de sportclubs ook andere prioriteiten hebben die soms urgenter zijn. Daarnaast bestaat bij een van de geïnterviewden de indruk dat communicatie vanuit de gemeente door sommige sportclubs huiverig wordt ontvangen doordat het vertrouwen in de gemeente in het verleden wel eens is geschaad. Deze geïnterviewde oppert dat dergelijke communicatie vanuit de sportbond wellicht tot minder scepsis leidt. Tot slot kan een geïnterviewde niet beoordelen wat er in deze documenten zou staan, maar zegt: “Als het een organisatie zou beschermen, waarom niet?”

3.9 Opsporingsinstanties kunnen helpen bij herkenning en bewustwording van clubs Ook voor opsporingsinstanties zien clubs, bonden en professionals een rol weggelegd:  Opsporingsinstanties kunnen samenwerken met bonden en gemeente.  Politie en justitie kunnen clubs vertellen wat criminaliteit en ondermijning is en kunnen daarmee helpen aan bewustwording.  Politie kan helpen bij herkenning en bewustwording van clubs, bijvoorbeeld door sessies/presentaties met daarin voorbeelden uit het verleden en door het bieden van een meldpunt.  Wanneer sprake is van criminaliteit, is de politie aan zet.  De wijkagent kan bij sportclubs komen zodat de afstand tot de wijkagent kleiner wordt. Ook kan de wijkagent jaarlijks iets vertellen over dit onderwerp zodat men weet wie de wijkagent is die zij kunnen benaderen bij dergelijke signalen. Tot slot wordt aangegeven dat ondermijning een onderwerp dient te zijn in een integrale aanpak waarin de focus niet enkel ligt op ondermijning maar ook op grensoverschrijdend gedrag, integriteit, seksuele intimidatie en andere problemen die kunnen spelen. Bij clubs met problemen is namelijk vaak sprake van multiproblematiek. Een geïnterviewde pleit dan ook voor een structurele, duurzaam gefinancierde aanpak voor een veilig sportklimaat. Daarbij wordt aangegeven dat op dit moment een aanpak volgt naar aanleiding van een incident.

Wanneer de aanpak stopt, ‘stort alles in elkaar’. De problematiek is van alle tijden en dus moet er structureel, blijvend aandacht voor zijn. Ook is opgemerkt dat op dit moment een plek ontbreekt waar signalen besproken kunnen worden en dat iets pas wordt aangepakt wanneer het bij de politie wordt gesignaleerd, daarvoor niet.

56

57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11896020/1