CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

- 31 Zorg (35) Bijlage 1 Voortgangsrapportage toegankelijkheid 2020

RAAD 10 februari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Voortgangsrapportage toegankelijkheid 2020: Iedereen doet mee! en de Amsterdamse inclusie agenda. Nr. VN2021-00282630.128 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In Amsterdam wordt op diverse manieren op obstakels in de open­ bare ruimte gehandhaafd: • De gemeente verwijdert waar nodig foutgeparkeerde fietsen, bijvoorbeeld omdat ze op een zebrapad, nooduitgang of een blindegeleidelijn staan. • Handhavers of buurtbewoners verzetten soms ook fietsen die op geleidelijnen staan. • Fout of hinderlijk geparkeerde scooters worden beboet omdat ze een kentekenplaatje hebben. • Op grond van de Algemene plaatselijke verordening en het Stedelijk Kader Buitenreclame kan worden gehandhaafd op onjuist geplaatste uitstallingen en/of reclameborden. • Daarnaast zijn er per stadsdeel uitvoeringsregels, die vaak gebiedsspecifiek zijn. In bijvoorbeeld een groot deel van het centrum zijn uitstallingen in het geheel niet toegestaan. Dit kan bestuursrechtelijk op gehandhaafd worden of met een bestuurlijke boete. • Bij de tijdelijke maatregelen in de openbare ruimte vanwege de corona-maatregelen is toegankelijkheid het uitgangspunt. Bij het (tijdelijk) vergroten van bijvoorbeeld terassen wordt goed gekeken naar veilige routes en loopruimte voor voetgangers, waaronder ook mensen met rolstoelen, rollators en kinderwagens vallen. • Vanwege het infomatiegestuurde systeem bij handhaven is het belangrijk dat hinderlijke en gevaarlijk geplaatste objecten en ander zaken gemeld worden bij de gemeente.

Dit kan telefonisch via 14020 en via een contactformulier op de website. • Bij gebiedsteams van de stadsdelen kan men structurele knelpunten in de toegankelijkheid aangeven. De gemeente zoekt dan vervolgens uit of er een aanpassing nodig is in de openbare ruimte. Bewustwording Een deel van hinder die in het eerste speerpunt van de inclusie agenda worden beschreven wordt door mede Amsterdammers en

22 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20

lokale ondernemers veroorzaakt. Zij zijn zich niet altijd bewust van de gevolgen van hun gedrag. Naast handhaving is daarom voorlichting nodig. De gemeente heeft in de afgelopen jaren een publiekscampagne gevoerd waarbij veel aandacht was voor het vrijhouden van bijvoorbeeld stoepen en blinde­geleidelijnen. Ook is via sociale media en op AT5 aandacht gevraagd voor toegankelijkheid vanuit het perspectief van mensen met een beperking en hun naasten. De gemaakte video’s zijn nog steeds online te vinden op de website van de gemeente. Ook de komende jaren zal de gemeente op diverse manieren aandacht vragen voor de positie van mensen met een beperking. Hierbij zal zoveel mogelijk worden aangesloten op andere campagnes, zodat op veel meer dossiers het belang van inclusie benadrukt wordt en de bewustwording zo veel mogelijk wordt vergroot.

2.3 Verkeer en vervoer In de speerpunten van de inclusie agenda vragen Amsterdammers extra aandacht voor de toegankelijkheid van het openbaar vervoer en van het voetgangersnetwerk. Amsterdam groeit en blijft groeien. En dat heeft ook een keerzijde. Het groeiend aantal Amsterdammers, bezoekers en toeristen dat zich verplaatst in onze stad, zet de schaarse openbare ruimte in de stad nog verder onder druk. Om de stad bereikbaar en veilig te houden en de openbare ruimte toegankelijk en aantrekkelijk, moet de gemeente Amsterdam keuzes maken en maatregelen treffen. In deze paragraaf wordt toegelicht wat de visie is van het college op het gebied van verkeer en vervoer. Agenda Amsterdam Autoluw Amsterdam is een bescheiden wereldstad met een grote aantrekkingskracht. Maar Amsterdam kan alleen een succes blijven als elke Amsterdammer zich in de stad thuis voelt. Meer leefruimte en schonere lucht. Meer ruimte voor fietsers, voetgangers en het openbaar vervoer. Voor de Amsterdammers van nu én die van de toekomst. Vaak en vlot openbaar vervoer, fijne wandelpaden en

Bij alle herinrichtingen van straten wordt voortaan uitgegaan van een absoluut minimum van 1,80 meter vrije doorloopruimte voor de voetganger. Gewenst is overal 2 meter en op drukke routes wordt méér ruimte voor de voetganger voorgeschreven. Dat is de ‘netto’ ruimte op het trottoir die gebruikt wordt om te lopen, dus ruimte waar geen objecten zoals terrassen, fietsenrekken, bomen of informatiezuilen staan.

Figuur 2 schematische weergave van de loopruimte

goede fietsroutes horen bij een autoluwe stad. Voor deze schone, gezonde verplaatsingen is ruimte nodig. Veel van deze maatregelen dragen tegelijkertijd bij aan de toegankelijkheid van de stad. De Agenda Amsterdam Autoluw9 bevat vele maatregelen, pilots en onderzoeken voor meer leefruimte en schone lucht. In deze rapportage wordt met name ingegaan op de ruimte voor de voetganger en plannen voor het openbaar vervoer, omdat hier aandacht voor gevraagd is in de speerpunten de inclusie agenda.

2.3.1 Meer ruimte voor de voetgangers

9 Z  ie voor alle stukken moties en amendementen de raadsvergadering van 22 januari 2020. https://amsterdam.raadsinformatie.nl/ vergadering/673534/RAAD%2022-01-2020 10 Begin 2020 is het bele idskader ruimte voor de voetganger voor inspraak gepubliceerd. Zie https://www.amsterdam.nl/parkeren-verkeer/inspraak-voetganger voor meer informatie

23 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20

Amsterdam wil een stad zijn die voor iedereen comfortabel en toegankelijk is. Voor mensen met een fysieke beperking, voor ouders met kleine kinderen die samen de stad verkennen, voor bezoekers die Amsterdam ontdekken en voor Amsterdammers met volle boodschappentassen. De voetganger verdient in Amsterdam de ruimte, juist daar waar het drukker wordt en veel functies samenkomen. Of je nu lopend onderweg bent naar school of werk, winkelt, of van een parkeerplaats of ov-halte naar de bestemming wandelt. Al die voetgangers moeten zich comfortabel en veilig kunnen verplaatsen door onze stad. De gemeente Amsterdam wil met het beleidskader ‘Ruimte voor de voetganger’10 meer ruimte voor de voetganger creëren in Amsterdam.

De stoepen worden al jaren voor meerdere functies gebruikt. Denk aan fietsparkeren, terrassen, of aan afvalcontainers. Dat betekent dat de voetgangersruimte continu onder druk staat. Niet alleen bij herinrichtingen moet de voetgangersruimte gewaarborgd zijn. Die waarborg moet er óók zijn als er bijvoorbeeld fietsparkeerruimte gezocht wordt, een terrasvergunning wordt aangevraagd, een plan wordt gemaakt om een reclamezuil te plaatsen of een winkel zijn waren wil uitstallen. In het beleidskader voetgangers worden minimumnormen voor de benodigde voetgangersruimte voorgeschreven, op basis waarvan ook het beleid met betrekking tot onder meer winkel-uitstallingen en terrassen aangepast zal worden. Cliëntenbelang Amsterdam is betrokken geweest bij de voorbereiding van dit beleid en wordt betrokken bij de uitvoering via de advisering in de Centrale Verkeerscommissie. Disclaimer: Vanwege de (tijdelijk) inrichting van de openbare ruimte in verband met de gevolgen Corona-COVID 19 in 2020 kan de maat­ voering afwijken. (Zie ook paragraaf 2.2.3.)

2.3.2 Fietsparkeren Amsterdammers bezitten samen bijna een miljoen fietsen. Goed en makkelijk fietsparkeren draagt bij aan de toegankelijkheid van de stoepen en pleinen voor mensen met rollators, rolstoelen of kinder­ wagens die hinder hebben van foutgeparkeerde fietsen. De maat­ regelen van de gemeente zijn o.a.: • Er komen nieuwe stallingen. • Autoparkeerplaatsen en laad- en losplekken worden omgezet in fiets- en scooterparkeerplaatsen. • Voor bouwprojecten komen er regels, zodat fietsen en scooters meer in stallingen worden geparkeerd. • De gemeente verwijdert waar nodig foutgeparkeerde fietsen, bijvoorbeeld omdat ze op een zebrapad, nooduitgang of een blindegeleidelijn staan. Handhavers of buurtbewoners verzetten soms ook fietsen die op geleidelijnen staan. Iedere 2 jaar wordt het aantal geparkeerde fietsen in de stad geteld en gekeken waar er meer ruimte nodig is. Of we op de goede weg zijn zien we ook aan het fietstevredenheidsonderzoek. Daarin geven Amsterdammers een rapportcijfer voor fietsparkeren.

11 Bron: Beantwoording schriftelijke vragen 2020-966 van het lid Vroege inzake de toegankelijkheid van ondergrondse

Fietsenstallingen In het eerste speerpunt van de inclusie agenda wordt gevraagd naar de toegankelijkheid van fietsenstallingen. In het verleden waren er nog geen specifieke criteria voor het toegankelijk maken van fietsenstallingen. Zowel in het beleid als in de programma’s van eisen voor fietsenstallingen waren deze eisen niet uitgewerkt. Het college legt bij de planvorming voor fietsenstallingen een nadruk op de toegankelijkheid. Hiervoor zal in de Actualisatie van het Kader Fietsparkeren (eind 2020) een nieuwe beleidslijn opgenomen worden.11

fietsenstallingen gepubliceerd op 1 september 2020. 12 Het gaat hier over alle haltes in de regio Amsterdam en niet alleen de haltes binnen de gemeentegrenzen waar die bij Amsterdam in beheer zijn.

24 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20

2.3.3 Bus, metro en tramhalte Het Rijk heeft in 2011 het Besluit toegankelijkheid van het openbaar vervoer (ov) gepubliceerd en geeft aan: “Toegankelijk OV betekent dat mensen met een beperking die zelfredzaam zijn, ook zelfstandig moeten kunnen reizen met het openbaar vervoer.” Amsterdam werkt

op verschillende manieren aan het toegankelijker maken van het ov. Er zijn in mei 2020 1776 haltes in de regio Amsterdam.12 Van deze haltes waren begin 2020 er 581 haltes volledig toegankelijk en 388 haltes gedeeltelijk toegankelijk. Zie voor een actueel overzicht https://amsterdam.haltescan.nl/. Hieronder volgt een toelichting per type halte. Metrostations: Alle 40 metrostations zijn voorzien van liften voor het overbruggen van hoogteverschillen tussen entree en perron. De metroperrons liggen op dezelfde hoogte als de vloer van de metro zodat mensen met een motorische beperking gelijkvloers kunnen instappen. Voor mensen met een visuele beperkingen zijn er geleidelijnen aanwezig en beschikken de metrostations over een omroepsysteem. Bushaltes: De gemeente Amsterdam is al enkele jaren bezig bushaltes geleidelijk aan toegankelijk te maken. Dat betekent onder meer dat haltes verhoogd worden aangelegd om een gelijkvloerse instap mogelijk te maken. Verder moeten perrons via obstakelvrije en drempelloze routes met geleidelijnen ontsloten worden. Tram- en gecombineerde tram/bushaltes: Beperkingen in de toegankelijkheid ontstaan door de combinatie van én divers trammaterieel én de inrichting van tramhaltes, deze laatste worden vaak bepaald door onvoldoende beschikbare openbare ruimte.

Zo moet de halte voldoende hoog én breed zijn, zodat eventueel een uitschuifplank gebruikt kan worden, dient de halte een barrièrevrije doorgang te bieden, met voldoende manoeuvreerruimte voor een rolstoel en tevens te beschikken over niet al te steile hellingen. Daarnaast dient de halte voorzien te zijn van geleidelijnen en beschikken de haltes met dynamische reisinformatie (DRIS) over een ‘audioknop’ waarmee de getoonde informatie kan worden voorgelezen. Vanwege de verschillende afmetingen en vloerhoogtes van bussen en

de praktijk kan dat percentage wat lager liggen vanwege plaatselijke beperkingen. Daarbij moet beseft worden dat er voor het maken van een tramrit een toegankelijke herkomst- én bestemmingshalte nodig is. Ongeveer één derde van de Amsterdamse tramhaltes (135 van de ca. 410) is zodanig laag, dat het hoogteverschil met de tramvloer voor mensen met een motorische beperking niet te overbruggen is. De hoogte van deze haltes varieert tussen straatniveau en een hoogte van 15 cm. Een tram met uitschuifplank biedt in deze situatie geen soelaas omdat de helling van de uitschuifplank te steil is.

2.3.4 OV-Coach trams is het realiseren van toegankelijkheid bij gecombineerde tram- bushaltes een ingewikkelde opgave. Na de zomer van 2020 wordt bij wijze van proef een gecombineerde tram/bushalte uitgerust met een nieuwe halteband van 24 cm hoog. Deze band tilt de bus 6 cm omhoog, waardoor zowel voor tram als bus een gelijkvloerse instap gerealiseerd kan worden. Indien de proef succesvol is, kan deze band met bijbehorende eisen worden opgenomen in het Programma van Eisen voor gecombineerde tram/ bushaltes. Bij herinrichtingsprojecten worden tramhaltes verhoogd naar 24 cm, opnieuw ingericht en indien nodig én mogelijk ook verbreed. In het kader van het reguliere onderhoud van tramsporen kunnen haltes worden verhoogd (geen verbreding, dat heeft impact op de openbare ruimte) en opnieuw ingericht. In de regel is ook voor het reguliere onderhoud en herinrichting slechts beperkte financiering aanwezig. 13 Actuele informatie over de toegankelijkheid van tram en bushaltes is te vinden op https://amsterdam.haltescan.nl 14 https://magazines.rijksoverheid.nl/vws/ onbeperktmeedoen/2019/01/toegankelijk-reizen?fbclid=IwAR1aIRhvI_lS9wzlnJE1UdZcURlsS4oOoVxpLxnTLbuyh1CMVfCoWp7vb-8

25 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20

Nieuw type tram in 2020 Medio dit jaar introduceert vervoerder GVB een nieuw type tram, het 15G trammaterieel. De 15G tram is onder andere voorzien van twee deuren met uitschuifplanken voor die haltes waar tram en halte onvoldoende goed op elkaar aansluiten. Van de ca. 410 tramhaltes in Amsterdam13 zijn er in theorie 27% , toegankelijk in combinatie met de Combinotram en 42% in combinatie met de 15G tram. In

De OV-Coach is voor mensen uit de regio vanaf 12 jaar die door een beperking (nog) niet alleen kunnen reizen in het openbaar vervoer, maar dat wel graag willen. Samen met een OV-Coach leren mensen zelfstandig reizen met het openbaar vervoer, naar bijvoorbeeld, werk, school of de sportclub. OV-Coach was een van de experimenten in het Programma doelgroepenvervoer dat liep tot 2019. De OV-coach wordt sinds januari 2020 uitgevoerd door Vervoerregio Amsterdam in samenwerking met de convenantpartners: Gemeente Amsterdam, Cliëntenbelang Amsterdam, het GVB, MEE Amstel en Zaan, Pantar, RMC, Transvision, Academie van de Stad, BovenIJ ziekenhuis, Jeugdplatform Amsterdam, Munckhof, ROCTOP, ROC van Amsterdam, Sigra en de Vrije Universiteit Amsterdam. Kijk voor meer informatie op www.ov-coach.nl Resultaten Sinds de eerste convenantondertekening in 2018 hebben meer dan 200 mensen zelfstandig leren reizen in het OV van Amsterdam. Ze zijn daarbij geholpen door 63 OV-Coaches. Daarnaast hebben meer dan 100 studenten met uiteenlopende onderzoeken bijdragen geleverd. OV-Coach werd als voorbeeldproject beschreven in het nieuwe beleidsstuk Iedereen onderweg van de ministeries van I&W en VWS. Daar volgde enkele maanden later een artikel op in het eerste magazine Onbeperkt meedoen.14 Het is de bedoeling dat er een nieuw convenant komt met grotere ambities met o.a. de regioge-

meenten, de regiovervoerders en NS en ProRail. Het project draagt bij aan een inclusiever OV en daardoor aan de speerpunten van de Amsterdamse inclusie agenda.

2.3.5 Beleid Vervoerregio Amsterdam De Vervoerregio Amsterdam is een samenwerkingsverband van 15 gemeenten, waaronder de gemeente Amsterdam. De Vervoerregio is een opzichzelfstaande OV-autoriteit, en daarmee o.a. verantwoordelijk voor het openbaar vervoer in deze 15 gemeenten. Als opdracht­ gever van het openbaar vervoer stelt de Vervoerregio eisen aan de uitvoering door de verschillende vervoerders. De afspraken die hierover gemaakt worden, zijn vastgelegd in de concessies. Gezien het belang van de Vervoerregio voor het OV in Amsterdam is deze paragraaf hierover opgenomen in deze rapportage van de ­gemeente Amsterdam. Inclusie wordt steeds belangrijker in onze samenleving, en mobiliteit speelt daar een grote rol in. De Regioraad van de Vervoerregio heeft daarom op 12 mei 2020 het Beleidskader Inclusieve Mobiliteit15 vastgesteld. Dit beleidskader is tot stand gekomen in samenwerking met de 15 gemeenten en vervoerders. In dit beleidskader worden vier ambities beschreven waar we ons voor willen inzetten de komende jaren: 1. Verbeteren fysieke toegankelijkheid van materieel en haltes 2. Vergroten toegankelijkheid van reisinformatie 3. Verlagen mentale drempels mobiliteitssysteem 4. Stimuleren samenwerking openbaar vervoer en doelgroepenvervoer

15 https://www.vervoerregio.nl/beleidskadermobiliteit

26 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20

Het Beleidskader Inclusieve Mobiliteit biedt draagvlak voor de inclusiviteits-opgave. De volgende stap is het opstellen van een uitvoeringsprogramma inclusieve mobiliteit (2020-2025). In dit programma worden verschillende activiteiten opgenomen die bijdragen aan het behalen van de gestelde ambities en doelstellingen. Een aantal van deze activiteiten zijn al in uitvoering, zoals het eerdergenoemde project OV-coach. Andere activiteiten staan in de startfase,

zoals het project toegankelijke reisinformatie en het project toegankelijke haltes. Daarnaast worden voorstellen gedaan voor onderzoeks­ opgaven, om te zien waar de behoefte zit als het gaat om inclusieve mobiliteit. Bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma worden zowel de 15 gemeenten, waaronder Amsterdam, als vervoerders en belangenbehartigers betrokken. De Vervoerregio probeert breed te kijken, zodat het programma zo goed mogelijk aansluit bij de behoefte van reizigers. Ook wordt de landelijke samenwerking opgezocht in dit programma, om goed op te hoogte te blijven van alles wat er speelt rondom dit thema. Eind september 2020 heeft de VRA een forse investering aangekondigd in de inclusieve mobiliteit. De VRA wil zo de mobiliteit in de regio, ook ‘na corona’, opnieuw vormgeven, het OV stimuleren en aantrekkelijk maken en de economie stimuleren. Het Dagelijks Bestuur van de Vervoerregio heeft het zogeheten ‘coronapakket’ voorgelegd aan de Regioraad van de VRA. Wij verwijzen u naar de VRA voor meer informatie over deze investeringen. De voorstellen van de Vervoerregio zijn vastgelegd in het Uitvoeringsprogramma Inclusieve Mobiliteit. Dit Uitvoeringsprogramma legt het Dagelijks Bestuur van de Vervoerregio in oktober voor aan de Regioraad. In de Regioraad van eind 2020 wordt naar verwachting het programma vastgesteld.

Er is een expertpanel (https://praatmee.vervoerregio.nl) waarin naar ervaringen van reizigers uit de regio met een mobiliteitsbeperking wordt gevraagd en wat voor hen (bijvoorbeeld) een toegankelijke halte betekent. Op deze manier neemt de Vervoerregio zoveel mogelijk input van gebruikers uit de regio in de definitieve versie van het Uitvoeringsprogramma mee, die in december vastgesteld zal worden.

2.3.6 Toekomstvisie Sociaal Vervoer Op het gebied van vervoer zien wij als college dat er een grote opgave ligt om het vervoer van iedereen en specifiek van ouderen, kwetsbare groepen, leerlingen en mensen met een mobiliteitsbeperking toekomstbestendig te organiseren. Jaarlijks maken veel Amsterdammers gebruik van het sociaal vervoer. Sociaal Vervoer omvat alle vormen van gemeentelijk contractvervoer, waaronder het AOV en leerlingenvervoer (LLV). Amsterdam verwacht dat de druk op het sociaal vervoer de komende jaren zal toenemen als gevolg van de toenemende vergrijzing en het feit dat mensen langer thuis blijven wonen. Om hierop te anticiperen werkt de gemeente samen met de VRA samen aan een “toekomstvisie sociaal vervoer.” In deze toekomstvisie wordt ook verkend welke aanbeveling en winsten uit het programma Doelgroepenvervoer verder uitgewerkt kunnen worden. Zo wordt gekeken naar een minder verkokerde organisatie en naar de kansen van technologische mogelijkheden voor een betere en efficiëntere dienstverlening. Ook wordt gezocht naar aansluiting tussen het OV en het AOV. Op dit moment wordt de visie uitgewerkt en worden de effecten van de landelijke Coronamaatregelen daarin meegenomen. De verwachting is dat eind 2020 de uitgangspunten van de toekomstvisie bestuurlijk worden vastgesteld.

Vervolgens zullen de uitgangspunten van de visie worden vertaald naar eisen voor de inkoop van het sociaal vervoer. Met deze toekomstvisie en de forse investeringen van de VRA een aantal knelpunten in het OV en het AOV de komende jaren worden aangepakt.

2.4 Over de toegankelijkheid van gebouwen Het speerpunt van de inclusie agenda vragen de opstellers aandacht voor de toegankelijkheid van gebouwen. Voor gebouwen gelden de wettelijke eisen zoals deze in het Bouwbesluit 2012 zijn opgenomen. Er is in Nederland al jaren veel discussie over de mogelijke aanscherping van de landelijke wet-en regelgeving om de toegankelijkheid van gebouwen en woningen te vergroten. In opdracht van het ministerie van BZK worden nieuwe landelijke NEN-normen toegankelijkheid opgesteld. De gemeente is samen met de VNG en belangenbehartigers betrokken bij het opstellen van deze NEN-norm. Via de belangenbehartiging worden hierbij ook ervaringsdeskundigen op het gebied van toegankelijkheid betrokken. Het is juridisch niet mogelijk hogere eisen af te dwingen dan in de wetgeving voorgeschreven staat. Op sommige dossiers maakt het college wel met de partners aanvullende afspraken. Zo zijn voor de periode van 2020-2023 opnieuw samenwerkingsafspraken met de woningcorporaties gemaakt. Hierin is net als in de vorige periode afgesproken dat minimaal 90% van de sociale huurwoningen aanpasbaar gebouwd worden. Nieuw in de afspraken is dat de gemeente in 2020 concrete afspraken maakt met corporaties over het aantal nieuw te bouwen rolstoelwoningen. Zie verder paragraaf 2.1 over Wonen.

Gemeentelijk vastgoed Bij het eigen vastgoed van de gemeente is het mogelijk hogere eisen te stellen dan de bouwwetgeving voorschrijft omdat zij de eigenaar en opdrachtgever zijn. De afgelopen jaren heeft de gemeente veel geïnvesteerd in de fysieke toegankelijkheid. Dit is mede gefinanciërd vanuit het knelpuntenfonds toegankelijkheid van € 5 miljoen dat in 2017 beschikbaar is gesteld door de gemeenteraad. Met deze middelen zijn bijvoorbeeld veel sportaccommodaties en zwembaden aangepast. De gemeente heeft veel panden in bezit. Gezien de grote hoeveelheid aan panden in eigendom en vanwege de financieel tekorten van de gemeente zal het toegankelijker maken gefaseerd worden uitge-

27 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20

voerd. We geven als college prioriteit aan de panden waar werknemers gehuisvest zijn en gebouwen met (semi)publieke functies zoals de stadsloketten. Later dit jaar zal deze fasering met de gemeenteraad worden gedeeld. Zie ook paragraaf 2.10.2. Susbidieregeling toegankelijkheid Als opdrachtgevend subsidieverlener kan de gemeente ook aanvullende eisen stellen aan de toegankelijheid. In de subsidieverordening (ASA 2013) zijn ook eisen over de toegankelijkheid en inclusie opgenomen. Niet elke organisatie of onderneming heeft echter evenveel middelen om hierin te investeren. Voor externe organisaties heeft dit college in 2019 een subsidieregeling in werking gesteld waarbij rechtspersonen als verenigingen, ondernemers en stichtingen financiering kunnen aanvragen voor het toegankelijk maken van gebouwen en activiteiten. Bij bouwkundige aanpassingen moet men aan de Integrake Toegankelijkheid standaard (ITs)16 voldoen. Deze subsidieregeling is geldig van 2019-2022 en kent een subsidieplafond van € 350.000 per jaar. Hiermee stimuleert het college dat tot en met 2022 veel meer gebouwen en locaties toegankelijk worden.

Het sociale domein

16 Zie voor meer informatie over ITs https:// www.pbtconsult.nl/ontwerprichtlijnen/ itstandaard/213/56/

28 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20

De meeste Amsterdammers kunnen goed voor zichzelf zorgen. Ze hebben een goede gezondheid en ze hebben werk, een gezin en een kring van vrienden. Ze hebben hun leven op orde. Maar dat geldt niet voor alle Amsterdammers en het geldt zeker niet voor alle Amsterdammers gedurende hun hele leven. Een deel van de inwoners van deze stad heeft problemen op een of meer gebieden: financiën, wonen, werk, lichamelijke of geestelijke gezondheid en huiselijke relaties, zoals opvoeden en samenleven. Dat is nu het geval en dat zal in 2022 nog steeds zo zijn. Landelijk hebben mensen met een beperking aandacht gevraagd in de schaduwrapportage voor voldoende ondersteuning van mensen met een beperking. (Bron: Schaduw­ rapportage van de Alliantie van het VN-verdrag van 3 december 2019) In dit deel van het voortgangsrapportage gaan we in op wat de

gemeente doet op het gebied van Werk, Inkomen, Participatie, Zorg, Jeugdzorg en in de sociale basis.

2.5 Werk, Participatie, Inkomen en Armoede Het college heeft de ambitie om zoveel mogelijk Amsterdammers met een arbeidsbeperking te ondersteunen en aan het werk te helpen. Bij het vinden van werk voor deze mensen staan hun wensen en mogelijkheden centraal. Vanuit Werk, Participatie en Inkomen worden meerdere acties en programma’s uitgevoerd om de deelname aan de samenleving door werk te stimuleren. In de reguliere voortgangsrapportages Werk Participatie en Inkomen worden de belangrijkste resultaten van de programmaonderdelen Werk, Participatie en Inkomen getoond aan de hand van de begrotingsindicatoren 2020 (Gemeente Amsterdam, Begroting 2020, hoofdstuk 3.7) en andere relevante programma’s en opgaven binnen WPI beschreven. In deze rapportage over toegankelijkheid wordt vooral ingegaan op sociaal werk voor mensen met een (arbeids)beperking en een aantal specifieke armoederegelingen.

2.5.1 Sociaal werk Onder Sociaal Werk (SW) vallen mensen die door beschut werk, Loonkostensubsidie (LKS) of een SW-indicatie passend en duurzaam betaald aan het werk kunnen. Om de komende jaren meer mensen op grond van de Participatiewet in aanmerking te laten komen voor sociaal werk, heeft de gemeente gekozen voor de oprichting van een Sociaal Werkkoepel. Begin 2018 heeft de gemeente Amsterdam de ambitie geformuleerd om te groeien van 4.000 werknemers in sociaal werk in 2018, naar 4.500 in 2022. Om deze groei te kunnen realiseren dient tevens de krimp in het aantal werknemers onder de Wet sociale werkvoorziening te worden gecompenseerd. Ondanks alle verbeterpunten die naar voren zijn gekomen in de landelijke evaluatie van de Participatiewet, is het in Amsterdam toch gelukt om te groeien in het aantal werknemers in sociaal werk. Eind 2019 ging het om 4.214 werknemers.

Gevolgen van corona-crisis voor Sociaal Werk. Een toename van het aantal Amsterdammers in Sociaal Werk naar 4.500 in 2022 vraagt een forse inspanning van alle betrokkenen. Enerzijds is in de afgelopen periode gebleken dat de huidige arbeidsmarkt kansen biedt om meer Amsterdammers met een beperking naar betaald werk te begeleiden, wat mogelijk tot een hogere ambitie kan leiden. Om te komen tot een duurzame plaatsing in Sociaal Werk, is veelal blijvende ondersteuning vanuit de gemeente nodig en vaak meerdere bemiddelingen. Hierin schiet de financiering vanuit de Participatiewet zeker op de langere termijn te kort. Het effect van de crisis op de arbeidsmarkt is immens. Veel mensen worden geconfronteerd met onzekerheid over de continuïteit van hun werk en mogelijk met inkomensverlies. Mensen die werkzaam zijn in de sociale werkvoorziening vragen extra aandacht, net als mensen die aan de slag zijn binnen de banenafspraak of beschut werk. Die laatste groepen werken vaak ook nog op een tijdelijk contract. Juist voor deze groepen met een arbeidsbeperking is ritme en structuur vaak extra belangrijk. Vanuit het Rijk wordt aan gemeenten financieel compensatie geboden voor gederfde omzet en extra kosten voor de Wsw-sector als gevolg van de coronacrisis.

De gemeente Amsterdam heeft voor sociale firma´s - bedrijven die zich specifieke richten op het bieden van een werk aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt - een tijdelijk meldpunt ingesteld in verband met de coronacrisis. Wat op langere termijn de gevolgen van de coronacrisis zullen zijn voor Sociaal Werk is bij het opstellen van deze rapportage nog niet te bepalen. Mogelijk vraagt dit op een later moment om aanpassing van de gemeentelijke doelstelling op het gebied van Sociaal Werk.

2.5.2 Armoede Het college zet een breed pakket aan maatregelen in om mensen met een laag inkomen, in armoede en met schulden te helpen. Eind 2019 is de Agenda Armoede en Schulden 2019-2022 in de gemeenteraad vastgesteld. Hieronder volgt een kort overzicht van een aantal specifieke regelingen die (ook) gericht zijn op mensen met een

29 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20

beperking en chronisch zieken en mensen met psychische aandoeningen. De gemeente werkt samen met belangenbehartigers om zoveel mogelijk mensen in deze doelgroep te bereiken. Amsterdammers die een Wmo- regeling krijgen informeren we actief over de mogelijkheid om minimaregelingen aan te vragen. Regeling tegemoetkoming meerkosten (Rtm) Mensen met een laag inkomen kunnen een vergoeding krijgen voor de extra kosten die zij moeten maken voor hun ziekte of beperking of die van de kinderen. De Regeling tegemoetkoming meerkosten (Rtm) bedraagt maximaal € 91,25 per maand. Eind 2019 stond het totaalaantal actieve deelnemers op 15.030 tegenover 14.400 deelnemers eind 2018. Burgers weten blijkbaar de weg goed te vinden naar deze voorziening. Dit heeft zeer waarschijnlijk te maken met de invoering van het digitale aanvraagformulier, te vinden op de gemeentelijke website ‘Pak-je-kans’ en de daarbij behorende beslisboom. Hierdoor kan snel worden bepaald voor welke regeling bij de afdeling Voorzieningen van Werk Participatie en Inkomen (WPI) men in aanmerking kan komen. Amsterdammers met een toekenning voor de RTM, maken veelal gebruik van andere armoederegelingen zoals de Stadspas of de Collectieve Zorgverzekering. Aanvullend kunnen we over 2019 melden dat 533 mantelzorgers elke maand geld kregen op hun ov-chipkaart om met het OV te reizen naar een vriend of familielid die ze verzorgen.

300 studenten met een beperking studenten ontvingen een individuele studietoeslag als bijdrage om hun studie te betalen. (Bron: Jaaroverzicht Pak je kans 2019)

17 Zoals bij meer aanbod in de stad geldt kan de ondersteuning (tijdelijk) aangepast zijn in verband met de Corona maatregelen en de RIVM-richtlijnen.

30 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20

Vroegsignalering van schulden en financiële problemen De complexiteit en digitalisering van onze maatschappij stelt eisen aan de financiële zelfredzaamheid van mensen. Niet iedereen kan daaraan voldoen. Mensen met een taalachterstand, bijvoorbeeld vanwege een psychische of verstandelijke beperking, hebben vaak moeite met het beheren van hun financiën. Het uitgangspunt is om te zorgen voor een stabiel en toereikend minimuminkomen. Om dat te bereiken is samenwerken met organisaties van de maatschappelijke dienstverlening van belang. We zetten in op het voorkomen en vroegtijdig signaleren van financiële problemen. (Zie voor een volledig overzicht de Amsterdamse Agenda armoede en schulden 2019-2022.) In buurten bieden we laagdrempelige activiteiten aan, zoals financiële inloopspreekuren en trainingen. Financiële inloopspreekuren zijn er op zestig locaties in de stad, ook voor kwetsbare groepen zoals Amsterdammers met psychiatrische problematiek en een lichte verstandelijke beperking. Verder zijn er outreachende projecten vanuit organisaties als Thuisadministratie en de Maatjes die mensen thuis helpen bij hun financiën, bijvoorbeeld ouderen die minder mobiel zijn.17 Amsterdammers met een minimuminkomen zijn aangewezen op vrijstellingen, toeslagen en minimaregelingen. Het aanvragen daarvan is ingewikkeld en leidt regelmatig tot problemen.

2.6 Wmo/Zorg

We willen Amsterdammers daarom helpen door regelingen een­ voudiger en toegankelijker te maken, de kans op fouten te verkleinen en het herstellen daarvan gemakkelijker te maken. We verbeteren de gemeentelijke praktijk en bepleiten bij het Rijk hetzelfde. Ook ontzorgen we Amsterdammers door op verzoek vaste lasten in te houden op de uitkering (geregelde betaling), gespreid betalen van het eigen risico mogelijk te maken bij de zorgverzekering en (preventief) budgetbeheer. Deze ondersteuning kan langdurig zijn, bijvoorbeeld als er sprake is van een lichte verstandelijke beperking waardoor functioneren in onze complexe samenleving ingewikkeld is.

2.6.1 Ontwikkeling Buurtteams

Veel ouderen en mensen met een beperking maken gebruik van zorg en ondersteuning. Voor veel mensen geldt dat zorg en ondersteuning eerste randvoorwaarden zijn voor het kunnen meedoen in de samenleving. Amsterdam biedt al jaren ondersteuning in de vorm van diverse collectieve en individuele Wmo-voorzieningen. De Wmo is een belangrijk instrument bij het realiseren van de inclusieve samenleving die het VN-verdrag handicap beoogt. De gemeente Amsterdam kent veel verschillende voorzieningen en activiteiten. De Wmo biedt maatschappelijke ondersteuning om te zorgen dat Amsterdammers die dat niet uit zichzelf kunnen, ondersteund worden om te kunnen meedoen of om zelfstandig te (blijven) wonen. De gemeente draagt met de Wmo-basisvoorzieningen en maatwerk-voorzieningen op vele verschillende manieren direct en indirect bij aan inclusie van alle Amsterdammers. Voor de uitvoering en de activiteiten in het kader van het Wmo-beleid en de aantallen verwijzen wij naar de reguliere bestuursrapportages Wmo. In deze voortgangsrapportage toegankelijkheid gaan we kort in op een paar specifieke onderwerpen.

Het hoofdlijnenbesluit “Inrichting Buurtteams Amsterdam” is op 7 november 2019 vastgesteld door de gemeenteraad, in samenhang met het hoofdlijnenbesluit over de aanvullende ondersteuning Wmo 2021-2027. Op 12 maart 2020 is heeft de gemeenteraad ingestemd met de nadere uitwerking van de Buurtteams Amsterdam. Amsterdammers met een ondersteuningsvraag kunnen rekenen op de gemeente en maatschappelijke partners. Enkelvoudige en specifieke vragen van Amsterdammers worden op dit moment redelijk tot goed beantwoord. Een meervoudige of complexe vraag loopt echter regelmatig vast tussen de raderen van de maatschappelijke organisaties en/of binnen de gemeentelijke organisatie zelf. De omvang van de stad speelt een grote rol. De veelheid aan contractpartners, de diversiteit van samenwerkingsverbanden,

een wirwar aan toegangspoorten tot zorg en ondersteuning en het gebrek aan integrale informatie en sturing op het veld, maakt dat niet iedereen goed begrijpt hoe het werkt. De complexiteit van het stelsel; de wijze waarop we de zorg en ondersteuning organiseren, zorgt er onder andere voor dat de beweging naar minder professionele zorg niet goed op gang komt. Het lukt onvoldoende om gebruik te maken van voorzieningen en het netwerk in de buurt als alternatief voor de gespecialiseerde ondersteuning.

31 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20

Om de dienstverlening in de wijk, herkenbaarder en dichterbij de Amsterdammer te organiseren wordt het sociale stelsel in de ­Amsterdamse buurten en wijken vereenvoudigd. Vanaf 2021 komen er ‘Buurtteams Amsterdam’ die zorg en ondersteuning in de buurt in samenhang organiseren; eenvoudig en herkenbaar. Deze teams zijn de ‘voor de hand liggende plek’ waar iedereen met een vraag over wonen, welzijn, inkomen, schulden en veiligheid terecht kan. De buurtteams werken nauw samen met de Ouder- en KindTeams (OKT’s) zodat geen huishouden tussen wal en schip valt. Ook zorgen we ervoor dat routes naar werk goed op de teams aansluiten.

complexe situaties advies uitbrengen over de meest geschikte Wmo voorziening. De doelgroep van Wmo Accent bestaat met name uit cliënten met progressieve aandoeningen zoals MS, ALS, kinderen met een beperking en cliënten met complexe aanvragen. Daarnaast wordt begeleiding geboden aan cliënten met complex gedrag en/of een verstoorde relatie met organisatie(s) die betrokken zijn met de uitvoering van de Wmo. Voor deze complexe en/of spoedeisende casussen heeft de gemeente Amsterdam een vergaand mandaat verstrekt aan de organisatie die de dienstverlening Wmo Accent uitvoert. De gemeente gaat ervan uit dat cliënt, professional en aanbieder in gezamenlijk overleg kunnen bepalen wat nodig is en dit ook regelen. In 2019 heeft Adviesbureau Reade als uitvoerder van Wmo Accent 396 casemanagementtrajecten en 494 productadviezen geleverd. Daarnaast kent Wmo Accent een spoedprocedure voor het versneld leveren van voorzieningen aan Amsterdammers met snel progressieve ziekten. In deze situaties is het van belang dat de levering van Wmo voorzieningen snel gebeurt. De gemeente biedt deze vormen van ondersteuning ook de komende jaren.

2.6.2 Wmo Accent

2.6.3 De sociale basis in de wijk (stadsdelen)

Er zijn Amsterdammers die vanwege de complexiteit van de situatie of van benodigde voorzieningen een uitgebreider onderzoek nodig hebben dan in de reguliere indicatieprocedure Wmo wordt geboden. Ook zijn er Amsterdammers die vanwege complexe gedrag of meervoudige psychosociale problematiek niet in staat zijn om volledig zelfstandig de benodigde Wmo aanvraagtrajecten te doorlopen en de verschillende onderdelen van hulpverlening goed op elkaar af te stemmen. Om te zorgen dat deze groepen goede toegang hebben tot de voorzieningen, worden deze cliënten in Amsterdam intensief begeleid. Dit heet Wmo Accent. Bij Wmo Accent is een casemanager het centrale aanspreekpunt voor de cliënt en de betrokken organisaties. De casemanager kent de Wmo-procedures en begeleidt de cliënt bij de aanvraag van voorzieningen. Uitgangspunt is dat de cliënt hierbij zelf doet wat hij of zij kan. Daarnaast zijn er productadviseurs die op basis van onderzoek in

In een inclusieve stad is een goede toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor iedereen nodig. Daarbij is ook aandacht nodig voor de toegankelijkheid voor mensen met een beperking. Die toegankelijkheid geldt zowel voor voorzieningen van maatschappelijke ondersteuning, als voor andere diensten en voor fysieke ruimten. Onderdeel van het sociaal domein van de gemeente zijn de voorzieningen in de wijken die een sociale basis vormen. Het Stedelijk kader 2020-2023 “Een stevige sociale basis in Amsterdam” draagt bij aan de bestrijding van eenzaamheid, het stimuleren van inclusiviteit en het bieden van gelijke kansen. Dit kader is in samenwerking met partners, belangenbehartigers en ervaringsdeskundigen opgesteld en is ingegaan op 1 januari 2020.

De 7 stadsdelen en de 22 gebieden waarin de stad is opgedeeld hebben een belangrijke rol in het aanbieden van laagdrempelige activiteiten in de wijk. Sociale en fysieke toegankelijkheid van deze activiteiten is een voorwaarde van mensen met een beperking om mee te doen. Want alleen als deze lokale activiteiten sociaal en fysiek toegankelijk zijn, kan iedereen die dat wil ook aan deze activiteiten meedoen. Daarnaast is er veel aandacht voor de specifieke behoeftes in buurten. Vanwege de grote diversiteit onder Amsterdammers worden er dan ook veel activiteiten georganiseerd voor, door en met zeer diverse groepen Amsterdammers. Sociale toegankelijkheid In de stadsdelen wordt er gewerkt om de Huizen van de wijk, buurtcentra en andere lokale accommodaties open en toegankelijk te krijgen voor verschillende doelgroepen. Het uitgangspunt is dat iedere Amsterdammer zich welkom voelt in de sociale accommodaties in de buurten. Voor de ondersteuning en activiteiten in de buurt wordt samengewerkt met vele partijen, waaronder zorgorganisaties, vrijwilligers- en buurtorganisaties. Op deze manier wordt er in de stadsdelen gezorgd voor de onderlinge verbinding van diverse bewoners in de buurt, met en zonder beperking. Ook wordt ingezet op het verminderen van eenzaamheid onder mensen met een beperking die anders veel minder actief zouden deelnemen aan de activiteiten.

18 https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/stadsdelen/gebiedsgericht/gebiedsplannen-2020/ 19 Zoals bij meer aanbod in de stad geldt kan het aanbod en de ondersteuning in de sociale basis (tijdelijk) aangepast zijn in verband met de Corona maatregelen en de RIVM richtlijnen.

32 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20

In de stadsdelen worden trainingen, voorlichtingen en coaching gegeven aan vrijwilligers, buurtbewoners en professionals die betrokken zijn bij de activiteiten in de buurt. Het doel is mensen met en zonder beperking uit de buurt optimaal te ontvangen en zich welkom te laten voelen. Er is in de afgelopen periode veel geïnvesteerd in de samenwerking en het vergroten van kennis en deskundigheid in de buurt over buurtbewoners met een GGZ-achtergrond of een licht verstandelijke beperking. Wanneer vrijwilligers uit de buurt goed zijn getraind is het makkelijker om alle bewoners uit de buurt, met en zonder beperkingen, in een huis van de wijk activiteiten aan te bieden of laten

uitvoeren. Er zijn veel goede voorbeelden van inzet en acties voor sociaal toegankelijk aanbod in de stadsdelen. Er zijn helaas teveel initiatieven per gebied om allemaal apart te vermelden in deze rapportage. Daarom volgen hieronder een aantal projecten ter illustratie. In de gebiedsplannen18 kunt u per gebied meer lezen over welke acties er in de specifieke gebieden zijn.19 Zelforganisaties, vrijwillige inzet en dergelijke: In Amsterdam zijn veel verschillende en diverse groepen bewoners actief. Soms zijn Amsterdammers actief als individuele vrijwilliger, en soms in georganiseerde groepen. In de sociale basis nemen zij een belangrijke rol in om bewoners te bereiken, activeren en ondersteunen. Ook wordt door bewonersgroepen veel lokale activiteiten georgani­seerd. Vaak wordt met sleutelfiguren samengewerkt om specifieke groepen te bereiken. Zo is er in het Westerpark de actieve zelforgani­satie, alsmede buurtkamer voor vrouwen, Samen Sterk Vrouwen West. Hier zijn meestal ouderen van een diverse culturele achtergrond betrokken. Er is inloop en ondersteuning, taalles, beweegactiviteiten etc. GGZ in de wijk: In diverse stadsdelen is aandacht voor GGZ in de wijk. GGZ in de wijk heeft tot doel het welzijn en de zelfredzaamheid te verbeteren van bewoners, die kwetsbaar zijn als gevolg van psychische en psychiatrische problematiek, zodat ze volwaardig kunnen meedoen in de wijk.

GGZ in de wijk richt zich op mensen met een beperkt sociaal netwerk en die moeite hebben met participeren in de samenleving als gevolg van (chronische) psychische problematiek. Hieronder volgen een aantal voorbeelden. In Oost werkt men aan GGZ in de wijk met als doel om GGZ be­ woners een sociale accommodatie, dagstructuur en een sociaal netwerk te bieden. Daarnaast krijgen zij de mogelijkheid vaardig­ heden op te doen die de afstand tot de arbeidsmarkt helpen verkleinen. De deelnemende partijen van GGZ in de wijk zoeken onder andere de verbinding met de wijkzorgnetwerken,

buurtinitiatieven, informele zorg en vrijwilligersorganisaties. Zij werken hierin gebiedsgericht. Men wil in de wijken van stadsdeel Zuid dat bewoners met onbegrepen gedrag volwaardig kunnen meedoen. De aanpak is gezamenlijk ontwikkeld door zorg, welzijn, gemeente en ervaringsdeskundigen en heeft gezorgd voor een succesvolle samenwerking. Op drie locaties worden in Zuid ED-plaatsen (herstelwerkplaatsen) gerund door ervaringsdeskundigen, en de inzet van coaches vanuit zorg en welzijn hebben ervoor gezorgd dat mensen met onbegrepen gedrag zich meer welkom voelen in de wijk en dat zij beter kunnen werken aan herstel. Ook denken medewerkers en vrijwilligers die in de wijk werken positief mee over het toegankelijker maken van de activiteiten voor de doelgroep. Zo kunnen de bewoners uit de doelgroep steeds beter meedoen met het reguliere (welzijns)aanbod in de wijken van Amsterdam Zuid en zorgen we voor GGZ-vriendelijke wijken. Het Trimbos-instituut heeft een onderzoek gedaan met behulp van de Effectencalculator, een soort MKBA-light. Uit dit onderzoek kan geconcludeerd worden dat dankzij de inzet van de coaches en het bestaan van de ED-plaatsen en de Vliegende Brigades de begeleiding en zorg vanuit de reguliere GGZ verminderd kon worden.

Sportactiviteiten in de buurten: De gemeente ondersteunt partijen waar nodig om laagdrempelig beweegaanbod te versterken of uit te breiden om nieuwe groepen bewoners te kunnen bereiken. Dat is een continu proces. Bij sport worden bij alle wijkactiviteiten de jeugd met een beperking zo veel mogelijk – gewoon - meegenomen. De mate van participatie hangt af van de aard van de beperking. De partners werken samen voor het bereik van de bewoners. De inzet van de Beweegcoach/Team ­Beweeg Mee (MEE AZ) is een belangrijke schakel voor begeleiding van bewoners naar het beweegaanbod. Voorbeelden In de wijken IJburg/ Zeeburgereiland wordt het lokale Leefstijlnetwerk versterkt en biedt men laagdrempelig beweegaanbod aan. Een ander

33 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20

voorbeeld is het laagdrempelige zwemmen voor volwassen vrouwen van diverse culturele achtergrond bij Your Goals in West. Door Stichting Metafoor/Nadia worden fietslessen en andere activiteiten georganiseerd voor volwassen vrouwen van diverse culturele achtergrond. In heel Amsterdam is er Meer bewegen voor ouderen. In West worden er ook beweeglessen speciaal georganiseerd voor oudere vrouwen met een diverse cultureel achtergrond (Leefup). In Noord geeft Zwemschool Klein zwemles aan kinderen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking, zoals kinderen binnen het autistisch spectrum, Downsyndroom, spierziekten (cerebrale parese, spina bifida). Digitale toegankelijkheid: Er zijn meerdere voorbeelden van lokale initiatieven om de digitale toegankelijkheid van bewoners te verbeteren. Zie ook de paragraaf 2.9.5 over van de digitale stad. Er is bijvoorbeeld aandacht voor het verbeteren digitale toegankelijkheid (computers, wifi, multimediatoepassingen) in Buurtcentrum Oosterpark. Cybersoek in de Indische Buurt richt zich vooral op het vergroten van digitale vaardigheden: voor alle vragen over computers en internet. Amsterdammers kunnen Cybersoek in de Indische Buurt bezoeken als zij zelf geen computer hebben, digitale vaardigheden willen leren of buurtgenoten wilt ontmoeten. In West biedt Social Tech een open inloop voor kwetsbare, meestal ouderen met een kleine beurs.

Het gaat hier om verschillende nationaliteiten. Bewoners leren omgaan met computers en tablets. In West is ook het OLC – Open leercentrum met inloop computer- en digitale taalles. Innovaties tijdens Coronacrisis: Tijdens de Coronacrisis zijn er een aantal innovaties doorgevoerd in het digitale aanbod in de wijken. De afgelopen tijd is er veelvuldig geïnvesteerd in de innovatie van het zorg- en ondersteuningsaanbod. Zo experimenteren mantelzorgorganisaties bijvoorbeeld met onlinetrainingen en online lotgenotengroepen. Men kijkt hierbij goed naar de behoefte van de deelnemers. Een ander voorbeeld is de inzet van tablets bij mensen met dementie die

gebruik maken van dagbesteding. Deze tablets zijn speciaal ontwikkeld voor mensen met dementie en maken contact eenvoudiger en bieden een vorm van digitale dagbesteding zoals activiteiten, spelletjes, en zingeving. Zo kunnen mensen in groepen van 5-10 via beeldbellen bij elkaar komen en samen koffie drinken en de dag doornemen, de krant en tijdschriften lezen of samen naar muziek luisteren via online streamingsdiensten. Taallessen en de buurt leren kennen: ABC-buurvrouwencontact biedt laagdrempelige taallessen aan geïsoleerde vrouwen. Zij beginnen met lessen aan huis en maken in een traject langzaam de stap naar activiteiten buitenshuis. Daarnaast zijn er nog in elk gebied vrouwennetwerken actief die budget ontvangen voor verschillende activiteiten die – ze zelf organiseren – dit alles in het kader van de doorlopende leerlijn en zelf ook leren kleine stappen te zetten naar participatie (Expeditie West). En er zijn verschillende laagdrempelige taallessen in de verschillende gebieden door Coloured Circle, SOB en Combiwel. In Oost worden er diverse activiteiten georganiseerd in het kader van Kijk in je Wijk. Dementie: Stichting Mantelzorg & Dementie zet zich in voor het welzijn van mensen met dementie, kwetsbare ouderen, en mantelzorgers voor onder andere bewoners uit stadsdeel West en houdt hierbij rekening met de diversiteit in culturele achtergronden.

Activiteiten bestaan uit: inloop, ontmoetingsgroepen, gespreksgroepen, dagbesteding en leuke activiteiten (o.a. wandelen, yoga en kunst). Men heeft specifieke ontmoetingsgroepen voor bewoners met een Marokkaanse (mannen en vrouwengroep), Surinaamse en Indische achtergrond. Mensen met dementie of geheugenklachten, mantelzorgers, familie en vrienden kunnen binnenlopen voor advies, ondersteuning en ontmoeting. Het Odensehuis is als inloopcentrum laagdrempelig. Een indicatie of een diagnose is niet nodig om mee te doen. In het Odensehuis is veel informatie voor mantelzorgers en mensen met dementie beschikbaar. De focus ligt op mensen met beginnende

34 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20

dementie en jonge mensen met dementie omdat het Odensehuis voor deze groep een goed antwoord biedt op de vraag om ondersteuning en een zinvolle invulling van de dag. In het Odensehuis Amsterdam West (in de Hudsonhof) is een inloopontmoetings- en informatiecentrum voor mensen met dementie en hun naasten, speciaal voor mensen met een Turkse achtergrond. In Oost organiseert ZGAO een Ontmoetingscentrum voor Turkse vrouwen met dementie of lichamelijke beperking. De deelnemers zijn 55-plus en hebben of beginnende dementie en/of lichamelijke beperkingen zoals NAH diabetes of zijn niet sociaalvaardig zelfstandig maken en dreigen daardoor in een sociaal isolement geraken. Participatie, leren en werk: In de sociale basis zetten veel organisaties zich in voor het activeren van allerlei bewoners die door omstandigheden, achtergrond of beperking niet meer actief waren. Er is bij deze Amsterdammers hierbij en risico op isolement. Om buurtbewoners te activeren en uit hun isolement te halen organiseert men in West bijvoorbeeld via Blik op Talent allerlei activiteiten voor kwetsbare bewoners, zoals wijkleerschool en participatiecoach. In Bos en Lommer geeft Smockwerk een laagdrempelige naaitrainining - een intensieve cursus- gericht op leren leren en kleine stapjes zetten. Er is ook extra aandacht voor taal voor vrouwen met een diverse culturele achtergrond en een kleine beurs.

Gildelab is meer gericht op leren ondernemen en ook weer kleine stapjes te zetten richting participatie. Productiehuis/Wikistad is een leer-werk gemeenschap voor en door bewoners in langdurige werkloosheid, met een kleine beurs. Stichting Aminah is een actieve zelforganisatie in Amsterdam die staat voor emancipatie, integratie en participatie van bewoners uit stadsdeel West (met en zonder een beperking) in het algemeen en vrouwen van alle culturen in het bijzonder. Activiteiten bestaan uit informatie, advies, ondersteuning (en voorlichting/training) op gebied van zorg en welzijn en mantelzorgondersteuning. Specifiek voor de mantelzorgers en mantelouders (gezin met zorgintensief kind) worden ontspanningsactiviteiten/ ontmoeting tussen lotgenoten georganiseerd.

De Assadaaka Community organiseert een breed scala aan activiteiten die verbinden en de zelf- en samenredzaamheid versterken en die armoede en eenzaamheid tegengaan. Men werkt hierin samen met het Stadsdeel Oost, de Gemeente Amsterdam en vele formele en informele partners. Zo bereiken zij de meest kwetsbare bewoners nog beter. Er is aandacht voor gezondheid, beperkingen, ziekten en mantelzorg. Zoals aan het begin van deze paragraaf is uitgelegd, worden in deze rapportage maar een beperkt aantal voorbeelden beschreven. Hiermee willen we een beeld geven van de diversiteit aan inzet voor de verschillende doelgroepen. Elk stadsdeel/wijk/buurt kent een eigen aanbod dat zo goed mogelijk aansluit bij de diversiteit van de bewoners en de behoefte aan activiteiten die men lokaal heeft. Fysieke toegankelijkheid in de stadsdelen Zoals eerder aangegeven is het belangrijk dat de activiteiten in de buurt goed fysiek toegankelijk zijn. De stadsdelen voeren diverse acties en projecten uit om de fysieke toegankelijkheid van de sociale accommodaties in de buurt te verbeteren. Bewoners, (lokale) belangenbehartigers en ervaringsdeskundigen worden betrokken bij deze inventarisatie, bij schouwen en bij de ontwikkeling van de plannen. Niet in alle stadsdelen zijn er voldoende middelen in de eigen begroting om de fysieke toegankelijkheid van buurtaccommodaties te verbeteren.

Daarom zijn door een aantal stadsdelen extra middelen aangevraagd uit het knelpuntenfonds toegankelijkheid. Voorbeelden zijn Oost waar uit het knelpuntenfonds geld beschikbaar is gesteld om Buurtcentrum Oosterpark toegankelijker te maken. In 2020 is een klein budget beschikbaar gesteld door het stadsdeel om een traplift aan te brengen in Java Blend. Op het Strandeiland zijn strandrolstoelen geplaats zodat mensen met een beperking ook van het strand kunnen genieten. In de Bestevaer in West is een rolstoellift geplaatst en is het toilet aangepast. In Noord is een geïntegreerd ontwerp gemaakt voor een speeltuin zodat kinderen met en zonder beperking samen kunnen spelen. In Zuid zijn aanpassingen uitgevoerd aan de ontmoetingslocatie Menno Simonsz.

35 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20

2.6.4 Werkplaats Sociaal Domein Amsterdam en omgeving De werkplaats Sociaal Domein Amsterdam en omgeving is gericht op sociaal werk in de buurten. De werkplaats heeft als doel om kennis en expertise in de wijk te versterken door middel van praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek en kennisdeling. In de periode 2016- 2018 heeft de werkplaats zich gericht op de samenwerking van formeel- en informeel zorgaanbod. In de periode 2019-2022 heeft de werkplaats zich doorontwikkeld en heeft haar onderzoeksagenda zich gericht op de toegankelijkheid van de sociale basis. In 2020 wordt er onderzoek uitgevoerd naar sociaal schaduwwerk in de Amsterdamse buurt Holendrecht. Schaduwwerk zijn informele sociaal werkpraktijken, die veelal worden opgestart door organisaties of individuen buiten het formele sociale of zorg- en welzijnsdomein. In het onderzoek wordt verkend wat sociaal schaduwwerk is, hoe formeel sociaal werk/de professional zich verhoudt tot sociaal schaduwwerk en hoe de (lokale) overheid zich verhoudt tot sociaal schaduwwerk. Dit met het einddoel om de toegankelijkheid van de sociale basis in Amsterdam te vergroten.

2.6.5 Aandacht voor Ouderen

20 In de bestuursopdracht Amsterdam Vitaal en Gezond van 2020 – 2024 geeft het college de opdracht om samen met Zilveren Kruis, welzijns- en zorgaanbieders, Amsterdammers en andere stakeholders zoals woningbouwcorporaties, bedrijfsleven

De Amsterdamse Coalitie Ouderen is een onderdeel van de bredere opdracht Amsterdam Vitaal en Gezond.20 In november 2019 is in het bestuurlijk overleg van de SIGRA, Zilveren Kruis/Zorgkantoor, Cliëntenbelang en de gemeente met de coalitie ingestemd. De coalitieleden zijn in mei 2020 akkoord gegaan met de uitvoeringsagenda met een aantal aandachtspunten en een prioritering binnen de drie actielijnen. Een prioritering over de actielijnen heen is nog niet aan de orde, maar is mogelijk in de toekomst noodzakelijk bij te weinig menskracht en middelen. Verdere uitwerking van de uitvoeringsagenda vindt plaats en het derde kwartaal vastgesteld. Tweede helft van 2020 wordt gestart met de uitvoering. Voor alle actielijnen worden beoogde doelen en resultaten geconcretiseerd: wat levert dit op voor de Amsterdamse ouderen en de professional? • Op de actielijn ‘Vitaliteit’ heeft prioriteit: bewustwording en het gesprek omtrent de laatste levensfase, verbinden van medisch en paramedisch met preventie en het meenemen van het perspectief van ouderen. • Op actielijn ‘Netwerk van Ondersteuning en Zorg’ heeft prioriteit: acute wijkverpleging en nachtzorg, doorontwikkeling Aanmeldportaal en optimalisatie eerstelijnsverblijf.

• Op actielijn ‘Wonen met Zorg’ heeft prioriteit: samenbrengen van de woon- en zorgreis door op de korte termijn het identificeren en wegnemen van belemmeringen en op de lange termijn het samenbrengen van financieringsstromen. Participatie van ouderen moet hierbij structureel worden vormgegeven.

en wetenschap, te komen tot Amsterdam vitaal en gezond: een lange termijn aanpak die de grote vraagstukken in het Amsterdamse zorglandschap in samenhang beziet en hier concrete acties aan verbind op basis van een stadsbrede werkagenda gemeente, Zilveren Kruis en SIGRA voor de periode 2020 - 2024.

36 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20

Dementiezorg In het Coalitieakkoord 2018-2022 staat dat we een dementievriendelijk Amsterdam willen zijn, een stad waarin het gewone dagelijks leven voor mensen met dementie en hun naasten zo lang mogelijk kan worden voortgezet. Op 15 oktober 2019 is het beleidsprogramma Leven met Dementie In Amsterdam vastgesteld in het College van B&W en is de beleidsbrief naar de raad verstuurd. Uitgangspunt is dat

we deze speerpunten uitwerken samen met mensen met dementie en hun naasten, zodat hun leefwereld merkbaar wordt verbeterd. Gevolgen Corona-crisis De gevolgen van de Corona-crisis hebben een grote impact voor mensen met dementie, hun naasten en hun ondersteuners. Mensen met dementie vinden het moeilijk om met de sociale isolatie om te gaan die het gevolg is van de Corona-maatregelen. Dit kon leiden tot meer vragen om ondersteuning en zorg. Crisissituaties die door deze omstandigheden zijn ontstaan, pakten de zorg- en welzijnsprofessionals in de stadsdelen vanzelfsprekend direct op. Ook is er vaker telefonisch contact geweest in plaats van bezoeken aan huis. Daarnaast is gewerkt aan alternatieve ondersteuning zoals de inzet van de vele Amsterdammers die in deze tijd vrijwillig iets willen doen en van nieuwe vormen van ondersteuning zoals tablets die vormen van digitale dagbesteding bieden. Hieronder volgt informatie over de voortgang van het beleidsprogramma Dementie: 1.Verbeteren van de continuïteit van zorg en ondersteuning tijdens het hele dementie traject. Afgesproken is dat onderwerp in de tweede helft van 2020 samen met zorg- en welzijnspartners wordt uitgewerkt. Het verbeteren van de continuïteit is ook onderdeel van de proeftuin Social Trials. Per 1 mei 2020 worden 40 mensen met dementie en naasten ondersteund door de Sociale Benadering Dementie Teams.

Eind 2020 moet het aantal deelnemers zijn verdubbeld. 2.Versterken van het informele netwerk In het Dementie-welzijnsnetwerk (D-welzijnsnetwerk) komen welzijnsprofessionals en andere partners in het stadsdeel samen. De netwerken in de stadsdelen zitten daarbij allemaal in een andere fase. Voor het verder vormgeven van de D-welzijnsnetwerken, zijn de stadsdelen de afgelopen periode aan de slag gegaan met het formuleren van de opgave, het gewenste resultaat en de gewenste aanpak wat betreft mensen met dementie. Verder zijn er projecten geweest rond informele ondersteuning voor Amsterdammers met dementie met een

niet-westerse migratieachtergrond. De aanbevelingen worden de komende periode geïmplementeerd. 3.Expertisenetwerken dementie per stadsdeel In ieder stadsdeel een Dementieketen van de zorgpartners. Conform de eisen van de zorgverzekeraar organiseren en coördineren zij de zorg en begeleiding van mensen met (een vermoeden van) dementie en hun naasten. Daarnaast hebben de ketenleden een adviserende rol en delen zij hun expertise met andere professionals en partijen in het stadsdeel zoals in het D-welzijnsnetwerk. Om ervoor te zorgen dat in heel Amsterdam goede kwaliteit van zorg wordt geboden, hebben de zorgpartners in samenwerking met de stadsdelen, een aanvraag ingediend bij Zilveren Kruis met voorstellen voor ketenherstel dementie. Deze aanvraag is door Zilveren Kruis gehonoreerd. 4.Creëren dementievriendelijke fysieke en sociale omgeving. Rond 21 september 2020 Wereld Alzheimer Dag gaan we op verschillende manieren aandacht besteden aan wat dementie in het dagelijks leven betekent en hoe je daar zelf en als omgeving mee om kan gaan. Het doel is het zoveel mogelijk wegnemen van de heersende vooroordelen over mensen met dementie en het bijdragen aan een reëel beeld over deze mensen.

Verder komen in de uitvoeringsplannen van de D-welzijnsnetwerken de acties te staan om welzijnspartners en buurtbewoners te stimuleren om activiteiten te ontwikkelen die de participatie en acceptatie van mensen met dementie versterken.

2.7 Jeugd(zorg)

21 https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/volg-beleid/gebiedsgericht/gebiedsplannen-2018/

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9708200/1