- 31 Zorg (35) Bijlage 1 Voortgangsrapportage toegankelijkheid 2020
Tekst van het document
Amsterdam werkt aan toegankelijkheid:
Iedereen doet mee! Voortgangsrapportage toegankelijkheid 2020
Inhoud
2 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20
1 Inleiding 1.1.1 De Amsterdamse inclusie agenda
5 8
2 De ambities, resultaten en plannen Het fysieke domein 2.1 Wonen 2.1.1 Nieuwbouw en aanpasbaar bouwen 2.1.2 Rolstoelwoningen 2.1.3 Ouderenhuisvesting 2.1.4 V erbeteren toegankelijkheid van de bestaande woningen voor ouderen 2.1.5 Verhuisregelingen
14 15 15 15 15 16
2.2 Openbare Ruimte 2.2.1 Checklist Toegankelijkheid 2.2.2 C ontinue Advisering toegankelijkheid bij planvorming 2.2.3 T ijdelijke maatregelen in de openbare ruimte vanwege COVID 196 2.2.4 Schouwen 2.2.5 F ysieke verbeteringen voor een toegankelijker openbare ruimte 2.2.6 Toegankelijke openbare toiletten 2.2.7 Toegankelijke speelvoorzieningen 2.2.8 Winkeltoegankelijkheid 2.2.9 Handhaving in de openbare ruimte
18 18
17 17
18 18 19 19 20 20 21 21
2.3 Verkeer en vervoer 2.3.1 Meer ruimte voor de voetgangers 2.3.2 Fietsparkeren 2.3.3 Bus, metro en tramhalte 2.3.4 OV-Coach 2.3.5 Beleid Vervoerregio Amsterdam 2.3.6 Toekomstvisie Sociaal Vervoer
22 23 24 24 25 26 27
2.4 Over de toegankelijkheid van gebouwen Het sociale domein
27 28
2.5 Werk, Participatie, Inkomen en Armoede 2.5.1 Sociaal werk 2.5.2 Armoede
28 28 29
2.6 Wmo/Zorg 2.6.1 Ontwikkeling Buurtteams 2.6.2 Wmo Accent 2.6.3 De sociale basis in de wijk (stadsdelen) 2.6.5 Aandacht voor Ouderen
30 30 31 31 36
2.7 Jeugd(zorg) 2.7.1 Specialistische jeugdhulp in het onderwijs 2.7.2 Passend Onderwijs 2.7.3 Inclusief onderwijs
37 37 38 38
3 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20
2.8 Vrije tijd: Sport, Kunst en Cultuur 2.8.1 Sport 2.8.2 Kunst en Cultuur
39 39 40
2.9 Amsterdam als toegankelijke gemeente 2.9.1 Dienstverlening 2.9.2 Amsterdams Taalakkoord 2.9.3 Digitale toegankelijkheid van de website 2.9.4 Data over de toegankelijkheid 2.9.5 De Digitale Stad 2.9.6 Gebarentaal
41 41 43 43 44 44 45
2.10 Meepraten meedoen 2.10.1 Toegankelijke kieslokalen 2.10.2 Democratisering 2.10.3 Amsterdams Netwerk Ervaringskennis 2.10.4 Checklist ideale bijeenkomsten is opgesteld 2.10.5 Campagne ‘Iedereen doet mee in Amsterdam’
45 45 46 46 47 47
2.11 De gemeente als werkgever 2.11.1 E xtra banen voor mensen met een rbeidsbeperking; de banenafspraak 2.11.2 V erbeteren fysieke toegankelijkheid van het gemeentelijk vastgoed
48
3. Overzicht afspraken, acties en doelen Over de planning
53 53
4. Financiën 4.1.1 Knelpuntenfonds voor toegankelijkheid 4.1.2 Extra middelen in het coalitieakkoord 2018-2022
61 61 61
Bijlage Toelichting De gouden 5 regels voor bijeenkomsten
64 64 66
50 50
Een inclusieve stad
1
1
Inleiding
Grote diversiteit in Amsterdam Ongeveer 48% van de Amsterdammers is van Nederlandse herkomst, 35% heeft een niet-westerse achtergrond en 17% een westerse migratieachtergrond. Diversiteit is er ook in opleidingsniveau: 40% van de Amsterdamse bevolking tussen 15 en 74 jaar is hoogopgeleid, 34% middelbaar en 26% laagopgeleid (Bron: Diversiteitsmonitor 2016 – 2017). De verschillen in gezondheid en zorgbehoefte verschillen zeer onder Amsterdammers (Bron; Factsheet GGD Gezondheidsmonitor, 2018). 16% van de inwoners heeft 1 of meer beperkingen bij gehoor, zicht of mobiliteit. 29% van de inwoners rapporteert een langdurige ziekte of aandoening. Daarnaast hebben gemiddeld 10% van de Amsterdammers ernstige psychische klachten. 1 op de 6 Amsterdammers heeft een (licht) verstandelijk beperking /laag IQ en 18% van de Amsterdammers is laaggeletterd.
5 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20
De Amsterdamse bevolking is zeer divers. Er zijn onder Amsterdammers veel verschillen in opleiding, sociaaleconomische positie, herkomst, leeftijd, gezondheid, zorgbehoeftes en nog meer verschillen. Het college van B&W (hierna college) wil dat iedereen in de stad zo zelfstandig en gelijkwaardig mogelijk kan meedoen, ongeacht de bovengenoemde verschillen. Dit is verwoord in het coalitieakkoord ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’.
Elke gemeente heeft de verplichting om een lokale inclusieagenda op te stellen. Ook in Amsterdam is hieraan gewerkt. Hiervoor hebben we in 2019 een aantal bijeenkomsten gehouden. Tijdens deze bijeenkomsten is de vraag gesteld wat Amsterdammers vinden dat er moet gebeuren, zodat ook echt iedereen die dat wil mee kan doen. De opbrengst van deze bijeenkomsten zijn geformuleerd in tien speerpunten die in de lokale inclusie agenda zijn opgenomen.
Een van de ambities van het college uit het coalitieakkoord die eraan bijdraagt dat iedereen mee kan doen, is dat de stad sociaal en fysiek toegankelijker wordt. Het gaat hierbij niet alleen om fysieke toegankelijkheid van de openbare ruimte en toegankelijkheid van gebouwen, maar ook om de sociale toegankelijkheid van de voorzieningen. Dit houdt in dat iedereen zich welkom voelt en mee kan doen. Ook de toegankelijkheid en de begrijpelijkheid van informatie en communicatie is erg belangrijk.
Het college heeft toegezegd elk jaar de gemeenteraad over de voortgang op het gebied van toegankelijkheid te informeren. De voortgangsrapportage toegankelijkheid is bedoeld als dynamisch document, dat regelmatig wordt herzien. Nieuwe ambities of toekomstige plannen kunnen in de rapportage worden toegevoegd. Afgeronde projecten kunnen worden verwijderd. In de voortgangsrapportage 2020 staat beschreven waar in de stad aan wordt gewerkt om de toegankelijkheid van Amsterdam te verbeteren. In deze rapportage zijn de 10 speerpunten van de Amsterdamse inclusie agenda opgenomen. Het college geeft in deze rapportage per speerpunt aan wat er al gebeurt. Zo wordt duidelijk wat de stand van zaken is van de speerpunten, maar ook welke acties nog ondernomen worden in de komende jaren.
De gemeente Amsterdam werkt daarom aan het verbeteren van de toegankelijkheid van zeer diverse onderwerpen. Denk bijvoorbeeld aan de digitale toegankelijkheid van de website en van de communicatie, van haltes van het openbaar vervoer, van de gebouwen van de gemeente, en van de stemlokalen bij verkiezingen. We willen als gemeente voorkomen dat Amsterdammers worden uitgesloten of letterlijk buitengesloten. Bij het ontwikkelen van beleid en de uitvoering moet rekening gehouden worden met de toegankelijkheid voor alle Amsterdammers. We werken hierin samen met Amsterdammers en ervaringsdeskundigen.
Bij het toegankelijk maken van de stad is het uitgangspunt van het college dat de inzet op toegankelijkheid zoveel mogelijk vanuit de reguliere werkzaamheden en binnen de bestaande begroting gerealiseerd wordt. Dit kan bijvoorbeeld door tijdens een geplande verbouwing of bij de herinrichting van de openbare ruimte op de locatie de toegankelijkheid te verbeteren.
Er zijn een aantal knelpunten op het gebied van toegankelijkheid waarvoor in de reguliere budgetten niet voldoende middelen beschikbaar zijn. Om in deze bestuursperiode van 2018-2022 extra in te kunnen zetten op het verbeteren van de sociale en fysieke toegankelijkheid heeft de coalitie € 3 miljoen ter beschikking gesteld voor een fonds toegankelijkheid. Het college beseft zich dat de gemeente deze opgave niet in haar eentje kan realiseren. We zullen de toegankelijkheid van de stad als gemeente samen met de maatschappelijke partners en met onder nemers moeten verbeteren. De inclusie van alle Amsterdammers is daarom opgenomen in veel programma's en beleidskaders. Het college heeft daarnaast een groot deel van coalitiemiddelen ingezet om subsidies te verlenen aan deze partners, zodat zij, waar nodig, extra middelen kunnen aanvragen voor het vergroten van de sociale en fysieke toegankelijkheid in de hele stad. In hoofdstuk 4 van de rapportage staat een toelichting over de besteding van de coalitiemiddelen.
1 Volledige titel is: Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap 2 Voor meer info: https://www.rijksoverheid.nl/ onderwerpen/rechten-van-mensen-met-eenhandicap/positie-mensen-met-een-beperking-verbeteren-vn-verdrag-handicap 3 Voor meer info: https://www.rijksoverheid.nl/ onderwerpen/rechten-van-mensen-met-eenhandicap/programma-onbeperkt-meedoen
6 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20
Impact Corona: Tijdens het verzamelen en schrijven van deze rapportage begon medio maart 2020 de Corona COVID-19 crisis. Deze crisis heeft veel invloed op het leven van vele Amsterdammers, en zeker op mensen met een beperking of een chronische ziekte die in veel gevallen extra kwetsbaar zijn. Vele Amsterdammers kregen te maken met het (deels) wegvallen van ondersteuning en zorg. Veel activiteiten kwamen stil te liggen. Door de maatregelen werd het extra moeilijk om mee te doen in Amsterdam. Sommige mensen konden of wilden vanwege risico’s geen bezoek meer ontvangen. Het is op het moment van schrijven van deze rapportage nog niet bekend wat de exacte gevolgen zijn en wanneer deze crisis voorbij is. Ook is niet bekend wat misschien blijvend anders wordt ingericht in Amsterdam.
Het college vindt dat ook bij de nieuwe (tijdelijke) maatregelen toegankelijkheid van de stad het uitgangspunt blijft en wil dat er altijd rekening wordt gehouden met de diversiteit aan beperkingen onder Amsterdammers. VN-verdrag handicap Het VN-verdrag handicap1 is in 2016 geratificeerd door de Nederlandse regering. Het verdrag versterkt de positie van mensen met een beperking en is toegankelijkheid opgenomen als algemeen beginsel. Het VN-verdrag handicap beschrijft de doelgroep als volgt: “Personen met een handicap omvat personen met langdurige fysieke, mentale, intellectuele of zintuiglijke beperkingen die hen in wisselwerking met diverse drempels kunnen beletten volledig, effectief en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving.” Het VN-verdrag gaat uit van het sociaal model: een beperking is persoonlijk en de handicap ontstaat vooral door de ontoegankelijkheid van de maatschappij. Het zijn drempels en gebouwen die ontoegankelijk zijn; het is informatie die niet te lezen is of niet te begrijpen is. In deze visie ligt het oplossen van de handicap niet bij het individu, maar bij de maatschappij. De maatschappij staat open en luistert naar de oplossingen van ervaringsdeskundigen om zaken als toegankelijkheid te verbeteren.2 Het Rijk voert met het programma 'Onbeperkt Meedoen' veel onderdelen uit van het VN-verdrag.
Het programma moet zorgen voor merkbaar minder drempels in de samenleving, bijvoorbeeld door zoveel mogelijk perrons en haltes toegankelijk te maken. Jaarlijks worden voortgangsrapportages gepubliceerd door het Rijk.33 Schaduwrapportage Naast de formele rapportage van het Rijk aan het VN over de stand van zaken in Nederland, worden ook schaduwrapportages uitgebracht door landelijke belangenbehartigers. Op 3 december 2019 is een schaduw rapportage gepubliceerd. Op 4 december 2019 zijn er schriftelijke vragen gesteld door raadsleden La Rose en El Ksaihi inzake de ver slechterde positie van mensen met een beperking die uit de schaduw rapportage naar voren komt. Er is bij de beantwoording op 16 januari 2020 toegezegd dat in de voortgangsrapportage zou worden ingegaan op de relevante knelpunten uit de schaduwrapportage.
De knelpunten uit de landelijke schaduwrapportage die betrekking hebben op gemeentelijke beleid en uitvoering zijn: a) Het ontbreken van de verplichte inclusie agenda's in veel gemeenten; b) Het onvoldoende betrekken van mensen met een beperking bij opstellen van beleid en monitoring; c) Subsidiering van belangenorganisaties van mensen met een handicap; d) Verslechtering bij inkomenspositie, arbeidsparticipatie en werkloosheid, ondersteuning in participatie in de samenleving en jeugdzorg, verstrekking van hulpmiddelen, verslechtering op onderwijsterrein, institutionele zorg en dwangopnames; e) Vrijblijvend karakter van de wet- en regelgeving en beleid; Wij verwijzen lezers naar de volgende onderdelen in de rapportage voor meer informatie: a) Over het het opstellen van de Amsterdamse inclusie agenda leest u meer in de volgende paragraaf (1.1.1). b) En c) De gemeente gaat op verschillende manieren in gesprek met de Amsterdammers en werkt samen met ervaringsdeskundigen en belangenbehartigers (zie paragraaf 2.10). De gemeente heeft bovendien structurele afspraken gemaakt met een aantal (gesubsidieerde) partijen en adviesraden, zoals bijvoorbeeld de Wmo-adviesraad en de Participatieraad, het Jeugdplatform en met Cliëntenbelang Amsterdam. Deze partijen worden betrokken bij het opstellen van het beleid en bij de monitoring.
Zij kunnen daarnaast het college gevraagd en ongevraagd advies geven. Tot slot zijn er steeds meer onderwerpen waarbij ervaringsdeskundigen worden betrokken. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van de dienstverlening van de gemeente. d) De gemeente Amsterdam heeft aandacht voor de positie van mensen met een beperking in de ondersteuning die zij biedt. De inzet van de gemeente bij participatie en armoede staat beschreven in paragraaf 2.5. De ondersteuning via de Wmo komt aan bod in paragraaf 2.6 en Jeugd(zorg) en passend onderwijs wordt besproken in paragraaf 2.7.
7 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20
e) Het toegankelijker maken van Amsterdam en het implementeren van het VN-verdrag heeft tijd nodig. Dit komt omdat het VN-verdrag handicap over veel en zeer diverse onderwerpen gaat. Ook zijn vaak verschillende bestuurslagen en overheden betrokken. Dit onderwerp heeft steeds de aandacht van dit college en elk jaar worden stappen gezet in de richting van het verder implementeren van het verdrag. Op onderwerpen waar de gemeente niet met de wet- en regel geving toegankelijkheid kan verplichten, wil het college andere partners stimuleren de toegankelijkheid te verbeteren. Voorbeelden hiervan zijn het opstellen van specifieke subsidieregelingen (zie 2.2.7 en 2.8.1), het maken van samenwerkingsafspraken met corporaties en de samenwerkingsverbanden (paragraaf 2.1.1 en 2.1.2). Tot slot vindt het college het belangrijk dat de gemeente als grote werkgever het goede voorbeeld geeft (zie paragaaf 2.11 over Wonen). In deze voortgangsrapportage wordt ingegaan op diverse beleidsterreinen en onderwerpen die belangrijk zijn voor de inclusie van alle Amsterdammers. Hiermee informeren we als college de gemeenteraad over de stappen die worden gezet in het implementeren van het VN-verdrag handicap. Het gaat over een grote aantal onderwerpen en vele acties waaraan vaak continu gewerkt wordt. Dit geeft het belang aan dat er in de gemeente wordt gehecht aan dit thema.
1.1.1 De Amsterdamse inclusie agenda Zoals in de vorige rapportage door het college is toegezegd, is er gewerkt aan een Amsterdamse inclusie agenda. Er zijn hiervoor een aantal bijeenkomsten georganiseerd door een werkgroep van medewerkers van Cliëntenbelang Amsterdam, ervaringsdeskundigen en ambtenaren. Deze werkgroep heeft een gezamenlijk een vragenlijst opgesteld en hiermee input verzameld voor de lokale inclusie agenda. Het doel van de bijeenkomsten was om onder Amsterdammers met en zonder beperking op te halen wat gaat er goed gaat en minder goed gaat in Amsterdam. Ook werd gevraagd wat er moet gebeuren zodat mensen met een beperking, net als iedereen, mee kunnen doen? De uiteindelijke 10 speerpunten voor de lokale inclusie agenda zijn op 27 januari 2020 door de betrokken ervaringsdeskundigen aangeboden aan de coördinerend wethouder toegankelijkheid. Zie voor de verhalen die zijn op gehaald tijdens de bijeenkomsten https://visualizer.sprockler.com/en/open/toegankelijkheid Figuur 1 Afbeelding van diverse mensen: jong, oud, met rolstoel en wandelstok.
8 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20
De 10 speerpunten De Amsterdamse inclusie agenda bevat 10 speerpunten. Ze geven aan wat Amsterdammers met een beperking belangrijk vinden op het gebied van toegankelijkheid en wat volgens hen prioriteit heeft. Hieronder leest u de speerpunten en een samenvatting van de reactie van het college. Bij elk speerpunt staat een verwijzing naar de paragrafen in de rapportage waar meer informatie te vinden is over het onderwerp.
De 10 speerpunten geven aan wat Amsterdammers met een beperking belangrijk vinden op het gebied van toegankelijkheid en wat volgens hen prioriteit heeft.
9 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20
Speerpunt 1. Handhaving van de regelgeving rondom toegankelijkheid en inclusie: “Handhaving van de regelgeving is belangrijk om Amsterdam toegankelijk te maken. Dit betekent dat de handhaving van afspraken van de openbare ruimte aangescherpt mag worden, zodat gebouwen, trottoirs en fietsenstallingen vrij toegankelijk zijn voor mensen met een beperking en met eventuele hulpmiddelen (zoals een rolstoel, blindenstok of een scootmobiel). Dit houdt bijvoorbeeld in dat gebouwen ook toegankelijk zijn voor mensen met zintuigelijke beperkingen, er geen drempels zijn, het toegankelijk is voor (elektrische) rolstoelen en er ringleiding en ondertiteling aanwezig is.” De reactie van het college in het kort: Handhaving en beheer wordt continu ingezet om obstakels zoals foutgeparkeerde fietsen of scooters in de openbare ruimte te verwijderen. De capaciteit van handhaving is echter beperkt. Daarom werkt handhaving informatiegestuurd, ofwel op basis van signalen. Voor gebouwen gelden de eisen uit het Bouwbesluit 2012. De gemeente zet zich samen met de VNG de komende jaren in voor een landelijke NEN-nomering toegankelijkheid. Gebouwen van de gemeente zullen gefaseerd toegankelijker worden gemaakt waarbij ITs (IntegraleToegankelijkheid standaard) het streven is. Het college maakt daarnaast afspraken met corporaties over het aantal aanpasbare woningen en rolstoelwoningen in de nieuwbouw.
Met subsidies stimuleert het college dat organisaties, ondernemers en instellingen de toegankelijkheid vergroten. Resultaten zullen wij vermelden in de voortgangsrapportage toegankelijkheid. (Zie voor meer informatie paragraaf 2.2
Openbare Ruimte; 2.2.9 Handhaving in de openbare ruimte; 2.3.2 Fietsparkeren; 2.1.1 Nieuwbouw en aanpasbaar bouwen; 2.1.2 Rolstoelwoningen en 2.10.2 Verbeteren fysieke toegankelijkheid van het gemeentelijk vastgoed) Speerpunt 2 Inclusieve mobiliteit: het OV Toegankelijkheid van het OV is een thema dat extra aandacht nodig heeft. Fijnmazigheid van netwerk is nodig zodat het voor mensen met een beperking mogelijk wordt om van deur tot deur te reizen. Dit houdt in dat de loopafstanden verminderd moeten worden door bijvoorbeeld tram- en bushaltes op 400m loopafstand te plaatsen. Een nieuwe inrichting van het lijnennet is tevens belangrijk zodat er zo min mogelijk overgestapt hoeft te worden. Daarnaast is het van belang dat iedereen goed in kan stappen (ook met een hulpmiddel) en dat er duidelijke, zichtbare en hoorbare OV informatie beschikbaar is. Ten slotte is ook de kennis bij GVB personeel over reizen met het OV voor mensen met een beperking van belang voor de bejegening van mensen met een beperking. De reactie van het college in het kort: Het college vindt de mobiliteit van alle Amsterdammers en de toegankelijkheid van het OV belangrijk. Er wordt continu verder gewerkt aan het verbeteren van de toegankelijkheid van de diverse haltes. Projecten als OV-Coach dragen bij aan de bereikbaarheid van de stad.
Daarnaast biedt de gemeente voor mensen die niet zelfstandig met het OV kunnen reizen aanvullend vervoer (zoals het AOV). De Vervoerregio Amsterdam (VRA) werkt als opdrachtgever van het OV in de regio aan een uitvoeringsprogramma inclusieve mobiliteit 2020-2025. Samen met de VRA werkt de gemeente aan een toekomstvisie Sociaal Vervoer. (Zie voor meer informatie de paragrafen 2.3 Verkeer en Vervoer; 2.3.4. OV-coach en 2.3.5 Beleid Vervoersregio Amsterdam en 2.3.6. Toekomstvisie Sociaal Vervoer)
Speerpunt 3: Sociale bewustwording en inclusie Het bevorderen van de sociale bewustwording en bejegening door burgers en professionals, in het bijzonder ambtenaren, OV personeel en professionals in de zorg, is essentieel. Met name in relatie tot zichtbare maar vooral ook onzichtbare beperkingen. Hierin is training en scholing van professionals gewenst, evenals publiekscampagnes. Gebarentaal mag ook op grotere schaal aangeleerd worden. De reactie van het college in het kort: Het college herkent het belang van dit speerpunt, en wil dat we in Amsterdam op de juiste manier omgaan met álle Amsterdammers, inclusief mensen met een zichtbare of niet zichtbare beperking. Hiervoor worden trainingen aangeboden aan ambtenaren en aan professionals van andere organisaties. (Zie voor meer informatie paragraaf 2.8.1 Dienstverlening en 2.9.6 Gebarentaal) Speerpunt 4. De inclusie van ervaringsdeskundigheid Het is belangrijk dat ervaringsdeskundigen tijdig betrokken worden tijdens de planning, bouw en aanpassing van gebouwen, woningen en de openbare ruimte zodat deze toegankelijk worden. Hierin is de betrokkenheid van de coördinerende wethouder toegankelijkheid onmisbaar om inclusie te waarborgen. De reactie van het college in het kort: Het college vindt de inzet van ervaringsdeskundigen net als de opstellers van het speerpunt belangrijk.
Bij steeds meer dossiers in de stad worden ervaringsdeskundigen betrokken. De gemeente zet daarnaast in op het versterken van de ervaringsdeskundigheid in de stad. Dit doet zij onder andere door het vormen van een netwerk van ervaringskennis, het geven van trainingen en bieden van themasessies en colleges. (Zie voor meer informatie paragraaf 2.9.3 Amsterdams Netwerk Ervaringskennis. 2.2.1. Checklist Toegankelijkheid 2.2.2. Continue Advisering toegankelijkheid bij planvorming en 2.2.4. Schouwen en 2.4 Over de toegankelijkheid van gebouwen en 2.10.2 Verbeteren fysieke toegankelijkheid van het gemeentelijk vastgoed.)
10 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20
Speerpunt 5: Inclusieve mobiliteit: looproutes door de stad Het voetgangersnetwerk in Amsterdam vraagt om verbetering. Amsterdam is druk, er zijn veel auto’s, fietsers en brommers, daardoor is het lastig voor mensen met zichtbare en onzichtbare beperkingen om zich veilig van punt a naar b te bewegen (lopend of met een hulpmiddel). Looproutes langs belangrijke locaties in de stad moeten daarom vrij toegankelijk zijn en obstakels moeten kenbaar gemaakt worden. Het toegankelijk maken van het voetgangersnetwerk vraagt bijvoorbeeld om rolstoelvriendelijke opritten, trottoirs zonder losliggende tegels of andere obstakels, en oversteekplaatsen met voldoende tijd om over te steken. De reactie van het college in het kort: Het college herkent het belang dat door bewoners wordt gehecht aan ruimte voor voetgangers en veilige en toegankelijke looproutes. Dit is terug te zien aan het beleid “ruimte voor voetgangers,” de agenda autoluw en de inrichting van de openbare ruimte. Toegankelijkheid is hierbij het uitgangspunt. De komende jaren is er in de planvorming en de uitvoering aandacht voor ruimte voor voetgangers en veilige routes. (Zie voor meer informatie paragraaf 2.3.1 Meer ruimte voor voetgangers en 2.2 Openbare Ruimte.) Speerpunt 6: Inclusief onderwijs Kinderen met een beperking moeten meer in contact komen met andere kinderen en gelijke kansen krijgen.
Het is belangrijk dat er speciaal onderwijs is voor kinderen die dat nodig hebben. Daarnaast is het ook van belang dat reguliere scholen mogelijkheden hebben zodat kinderen met een beperking zo veel als mogelijk aansluiting vinden in regulier onderwijs waardoor ze samen naar school kunnen (d.m.v. ‘samen naar school’ klassen bijvoorbeeld) en goed in de samenleving integreren. De reactie van het college in het kort: Het college vindt het, net als de opstellers van de speerpunten, belangrijk dat kinderen en jongeren waar mogelijk samen naar school gaan. De verantwoordelijkheid van het onderwijs ligt bij de scholen.
Daarom wordt door de gemeente samen met de partners in het onderwijs een analyse gemaakt en gesproken over de mogelijkheden voor meer inclusief onderwijs. (Zie voor meer informatie de paragrafen 2.7.2. Passend Onderwijs en 2.7.3 Inclusief Onderwijs.) Speerpunt 7: Meer toegankelijke toiletten Er zijn momenteel te weinig toegankelijke openbare toiletten in de stad. Dat betekent vaak ook dat er lange afstanden zijn om een openbaar en toegankelijk toilet te kunnen bereiken. Toiletten zijn ook niet altijd toegankelijk (bijvoorbeeld voor elektrische rolstoelen of met een ruime doorgang). Het wordt daarom aanbevolen om ongeveer elke 200 meter een toegankelijk openbaar toilet beschikbaar te maken met een verbeterde informatievoorziening (zoals een app ‘Hoge Nood’), zodat zichtbaarheid en toegankelijkheid verbetert. De reactie van het college in het kort: Het college hecht, net als de opstellers van dit speerpunt, belang aan voldoende openbare toegankelijke toiletten. In het centrum van de stad worden extra openbare toegankelijke toiletten geplaatst en verder zijn de afgelopen periode veel toegankelijke toiletten voor het publiek opengesteld. Ook is de vindbaarheid van de toiletten verbeterd door vermelding in de app 'Hoge Nood' en betere bewegwijzering op straat. Het college gaat hierbij uit van de norm van de Maag Lever Darm Stichting van een openbaar toilet op elke 500 meter.
Op korte termijn zal deze norm nog niet behaald worden. Het college constateert dat de benodigde budgetten om op grote schaal openbare toiletten bij te bouwen op dit moment niet beschikbaar zijn. Daarom zoeken we naar andere oplossingen. De komende periode doen wij onderzoek naar de openstelling van meer gemeente toiletten. Wij houden u graag op de hoogte van de voortgang. (Zie voor meer informatie paragraaf 2.2.6 Toegankelijke openbare toiletten)
11 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20
Speerpunt 8: Toegankelijkheid van Wmo-voorzieningen De toegang en indicatiestelling voor Wmo voorzieningen moet verbeterd worden. Het is sterk aan te bevelen dat er één Wmo-loket komt waar men terecht kan voor vragen ten einde een betere communicatie te realiseren en het leveren van maatwerk voor de hulpvrager. De reactie van het college in het kort: Om de toegang tot de Wmo-voorziening te verbeteren, wordt hard gewerkt aan de invoering van Buurtteams. Het jaar 2021 zal hierbij een belangrijk jaar zijn om dit in de praktijk te brengen. Uiteraard houden wij u op de hoogte van de voortgang van de ontwikkeling en uitvoering van de buurtteams. (Zie voor meer informatie paragraaf 2.5.1 Ontwikkeling Buurtteams) Speerpunt 9: Toegankelijke Informatievoorziening Mensen met diverse beperkingen hebben verschillende behoeftes voor contact als het gaat om Informatie- en meldvoorzieningen. Informatie- en meldvoorzieningen van de gemeente moeten daarom toegankelijk zijn op diverse manieren, bijvoorbeeld door middel van persoonlijk contact, een online app, het web en andere niet digitale opties. De reactie van het college in het kort: Het college vindt dat dienstverlening toegankelijk moet zijn voor álle Amsterdammers. Het uitgangspunt bij dienstverlening is dat alle Amsterdammers deze zoveel mogelijk zelfstandig kunnen gebruiken.
Tegelijkertijd willen we extra ondersteuning bieden aan Amsterdammers die dit nodig hebben. Wij zullen ons hiervoor ook de komende jaren blijven inzetten. (Zie voor meer informatie paragraaf 2.8.1 Dienstverlening)
Speerpunt 10: Sociale inclusie (vrije tijd) Kunnen genieten van vrijetijdsbesteding is belangrijk voor elke Amsterdammer. Publieke evenementen en openbare plekken moeten daarom toegankelijk zijn. Hierbij kan gedacht worden aan theaters met boven- en ondertiteling, toegankelijke speeltuinen en buitenschoolse activiteiten voor kinderen met een beperking in iedere buurt. De reactie van het college in het kort: Het college is, net als de opstellers van dit speerpunt, van mening dat inclusie van alle Amsterdammers belangrijk is. Wij beseffen dat er hier een grote opgave ligt om samen met alle partners in de stad ervoor te zorgen dat iedereen, met en zonder beperking, gewoon mee kan doen. De komende jaren zullen wij als college hier hard aan blijven trekken. (Zie voor meer informatie paragraaf 2.2.7 Toegankelijke speelvoorzieningen 2.7.1; Sport ; 2.7.2 Kunst en Cultuur, en 2.5.3 De sociale basis in de wijk (stadsdelen)) Conclusie Het college concludeert dat er grote overeenkomsten zijn tussen wat de Amsterdammers als speerpunten hebben aangegeven en waar we vanuit de gemeente aan werken. Het college ziet dit als een bevestiging dat zij zich inzetten op de juiste onderwerpen om de inclusie van alle Amsterdammers mogelijk te maken.
Voorbeelden zijn de inzet van het college om de dienstverlening voor iedereen toegankelijker te maken en de verbetering in de toegang tot de Wmo-voorzieningen. Bij deze dossiers wordt veel samengewerkt met Amsterdammers, ervaringsdeskundigen en partners in de stad. Aan andere speerpunten wordt ook gewerkt, maar is de voortgang minder goed zichtbaar. Denk aan het OV wat we samen met andere gemeenten via de Vervoerregio Amsterdam willen verbeteren. Maar waar ook aanzienlijke uitgaven en inspanningen mee gemoeid gaan. Het zijn vaak dossiers die ingewikkeld van aard zijn en daarom langer kunnen duren om te realiseren. Hieraan werken we samen met landelijke, regionale en lokale partners. Sommige opgaven vragen om aangepaste wetgeving, zoals bij de bouwregelgeving.
12 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20
In de speerpunten wordt aandacht gevraagd voor de gevolgen van de knelpunten voor mensen met een beperking. Ondanks de inzet van het college om de toegankelijkheid van de stad geleidelijk te verbeteren, wordt er door Amsterdammers nog onvoldoende verbetering ervaren in het dagelijks leven. Er is een integrale benadering nodig om de positie van mensen met een beperking in de stad te verbeteren. In de bijeenkomsten over de inclusie agenda is uitgebreid gesproken met Amsterdammers met een beperking over de obstakels die zij ervaren in het dagelijks leven. Het werken aan het wegnemen van deze obstakels vergt, bijna per definitie, een integrale benadering en kost tijd. Elke opgave kent een ander tijdspad, maar een opgave die meer tijd vraagt is daarom niet minder belangrijk. Met de Amsterdammers en partners samen willen wij zorgen voor een stad die steeds toegankelijker wordt. De gemeente moet de activiteiten in het kader van toegankelijkheid faseren. Dit heeft te maken met de beschikbare capaciteit en de beschikbare middelen. De opgave is simpelweg te groot om in één keer alles tegelijk op te pakken. Het is vanwege de uitdagingen door de coronacrisis en de druk op de middelen extra belangrijk goed te kijken naar waar de gemeente zich de komende jaren voor inzet als het gaat om toegankelijkheid. De speerpunten van de inclusie agenda zijn hiervoor een mooi instrument.
De komende jaren houden wij u op de hoogte van de voortgang op de 10 speerpunten. Een overzicht van de resultaten en ambities is te vinden in hoofdstuk 3.
Werken aan een stand zonder drempels en belemmeringen, waarin iedereen mee kan doen.
2
2
De ambities, resultaten en plannen Amsterdam wil een stad zijn waarin iedereen dezelfde kansen heeft, onafhankelijk van de buurt waarin je woont of de school waar je naartoe gaat. Een stad waarin je de vrijheid hebt om zelf vorm te geven aan je toekomst. Waar je deel uitmaakt van een gemeenschap en je geaccepteerd voelt. Waar iedereen mee kan doen, ondanks verschillende achtergronden of beperking. In dit hoofdstuk geven wij een overzicht van de belangrijkste resul taten, plannen en ambities in de gemeente Amsterdam als het gaat over toegankelijkheid. De voortgangsrapportage is bedoeld om een overzicht te geven van de zeer uiteenlopende resultaten, acties en ambities. Het beleid dat opgenomen is in deze rapportage is besproken en vastgesteld in de gemeenteraad. De gemeenteraad wordt over de onderwerpen in deze rapportage op diverse manieren en momenten geïnformeerd. Denk aan agendering van rapportages, beleidsbrieven en uitvoeringsplannen in de raadscommissies en de gemeenteraad. Bewoners worden geïnformeerd via bewonersbrieven of door het organiseren van bijeenkomsten, via de Amsterdam-krant en via de informatie op de website van de gemeente. De voortgangsrapportage toegankelijkheid is opgesteld om een overzicht te geven van de onderwerpen die belangrijk zijn voor de inclusie van mensen met een beperking in de stad.
Als een onderwerp in de rapportage bijdraagt aan een van de 10 speerpunten van de Amsterdamse inclusie agenda wordt dit vermeld en is dit ook opgenomen in de tabel in hoofdstuk 3.
14 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20
Het fysieke domein In dit deel van de rapportage gaan we in op het beleid op het gebied van wonen, openbare ruimte, verkeer en vervoer.
2.1 Wonen Goed wonen is belangrijk voor alle Amsterdammers. Voor iedereen moet de woning en woonomgeving geschikt zijn. Mensen met een Wmo-verhuisindicatie en 65-plussers zijn vaak aangewezen op een sociale huurwoning. Voor iedereen die aangewezen is op een sociale huurwoning geldt in de regio Amsterdam een lange wachttijd. Om mensen met een beperking en ouderen mogelijkheden te bieden om een meer geschikte woning te vinden zijn er verschillende afspraken gemaakt met de corporaties.
2.1.1 Nieuwbouw en aanpasbaar bouwen Het is belangrijk om in de groei van de stad en met de vergrijzing in te zetten op het vergroten van het aanbod aan geschikte woningen. De gemeente heeft met de woningcorporaties en huurders afgesproken dat 90% van de sociale huurwoningen (exclusief studenten- en jongerenwoningen en Collectief Particulier Opdrachtgeverschap) volgens de richtlijnen aanpasbaar bouwen wordt gerealiseerd. Jaarlijks wordt een kwaliteitsregistratie uitgevoerd van de opgeleverde woningen. Architecten en opdrachtgevers dienen aan te geven of de woningen aanpasbaar zijn gebouwd. Het resultaat over 2019 is positief. Van de opgeleverde reguliere sociale huurwoningen van de corporaties is bijna alles aanpasbaar gebouwd, namelijk 98%. Er is een subsidiebijdrage per aanpasbaar gebouwde woning beschikbaar (€ 500). Voor de marktsector zijn vooralsnog geen afspraken over aanpasbaar bouwen gemaakt. Marktpartijen hebben aangegeven bereid te zijn meer aandacht te besteden aan aanpasbaar bouwen en levensloopbestendig bouwen. Met hen is een ronde-tafel-bijeenkomst gehouden in november 2019 waaruit bleek dat men graag woningen voor ouderen in de stad wil bouwen.
15 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20
2.1.2 Rolstoelwoningen Amsterdammers die rolstoelgebonden zijn kunnen niet altijd blijven wonen in de huidige woning. Dit komt omdat veel woningen niet aanpasbaar zijn voor gebruik met een grotere elektrische rolstoel of met de benodigde hulpmiddelen. Deze Amsterdammers zijn voor een geschikte woning afhankelijk van rolstoelwoningen. De wachttijd voor geschikte rolstoelwoningen is in Amsterdam momenteel relatief lang met meer dan twee jaar. Binnen het Programma Huisvesting Kwets bare Groepen dat loopt van 2019-2023 is er daarom speciale aandacht voor rolstoelwoningen. In 2019 zijn er een aantal specifieke acties en projecten uitgevoerd om het aanbod van rostoelwoningen te vergroten. In de samenwerkingsafspraken 2020-2023 tussen corporaties en gemeente zijn specifieke afspraken gemaakt over rolstoelwoningen. • Gemeente en corporaties stellen een overzicht samen van alle rolstoelwoningen in Amsterdam. • Rolstoelwoningen, zowel nieuwbouw als in de bestaande voorraad, worden in principe niet verkocht. • Gemeente en corporaties zetten in op nieuwbouw van rolstoelwoningen. Welk aantal op welke termijn in de nieuwbouw gerealiseerd moet en kan worden, bepalen corporaties en de gemeente gezamenlijk in 2020. • In 2020 is er gezamenlijk een verkenning naar de mogelijkheden voor aanbod en toewijzing van rolstoelwoningen in het middensegment.
• Er is een Subsidieregeling ‘Stedelijke Vernieuwing, van Groot naar Beter en ouderenhuisvesting Amsterdam 2019’. Het budget hiervoor komt voort uit de opheffing van het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting. Deze subsidieregelingen zijn ook van toepassing op rolstoelwoningen. Corporaties kunnen aanvragen indienen tot het moment van uitputting van dit budget en uiterlijk tot en met 2023. • Toewijzingscriteria rostoelwoningen worden aangepast in de Huisvestingsverordening 2021. De huidige toewijzing op indicatiedatum verandert naar een toewijzing op basis van de actuele woonsituatie, die als “acuut”, “dringend” of “noodzakelijk” wordt beoordeeld.
• In 2019 is een nieuwe regeling ‘verleiden tot verhuizen rolstoelwoningen’ uitgewerkt. Huishoudens die een rolstoel woning bewonen en niet meer nodig hebben (bijvoorbeeld vanwege het verhuizen of overlijden van degene die in een rolstoel zit) die naar een kleinere rolstoelwoning kunnen verhuizen, worden benaderd om te vragen of ze willen verhuizen. Om het verhuizen aantrekkelijk te maken is er een verhuiskostenvergoeding uitgewerkt van € 4.000 tot maximaal € 6.200 van het aantal kamers. Daarnaast kan de netto huur (onder voorwaarden) worden meeverhuisd en wordt er zoveel mogelijk een nieuwe woning gezocht die voldoet aan de woonwensen. • De corporaties voerden in 2019 en 2020 samen met de gemeente een pilot uit waarbij huishoudens in spoedsitiuaties die wachten op een rolstoelwoning in vrijgekomen reguliere huurwoningen worden gehuisvest. Deze reguliere huurwoningen worden verbouwd om zo geschikt mogelijk te maken. De opbrengsten van deze pilot is dat in 2019 vijf huishoudens die in een spoedsitiuaties zaten zijn verhuisd naar een verbouwde huurwoning. Het is in 2019 niet gelukt om grotere huishoudens op de wachtlijst te helpen aan een nieuwe woning door een gebrek aan vrijkomende grotere huurwoningen. Het doel voor de pilot in 2020 is om 15 reguliere huurwoningen door middel van verbouwing rolstoelgeschikt te maken.
Corporaties en gemeente werken in 2020 gezamenlijk verder aan de uitwerking van de gemaakte afspraken rond rolstoelwoningen.
2.1.3 Ouderenhuisvesting
4 Zie voor meer informatie: https://amsterdam. raadsinformatie.nl/document/8773131/1/1__ Voortgangsrapportage_ouderenhuisvesting_2019_DEF_
16 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20
Het programma ouderenhuisvesting maakt zich sterk voor een goede woonpositie van de Amsterdamse ouderen in nauwe samenwerking met ouderen zelf, de woningcorporaties, zorgaanbieders en alle andere betrokken partners. Vanuit het programma ouderenhuisvesting 2019- 2022 wordt ingezet op drie actielijnen: 1) Inzet op individueel wonen in de ‘normale’ voorraad 2) Inzet op zelfstandige geclusterde ouderenwoningen 3) Inzet op zorghuisvesting
Voor een volledig overzicht verwijzen wij u naar de Voortgangsrapportage ouderenhuisvesting 2019.4 Hieronder worden in het kort een aantal onderwerpen uit de rapportage vermeld die van belang zijn voor de positie van ouderen en mensen met een beperking in Amsterdam. Geclusterde ouderenwoningen In de samenwerkingsafspraken met woningencorporaties, huurders en de gemeente is afgesproken dat corporaties in ieder geval 250 geclusterde ouderenwoningen per jaar gaan bouwen, met de kanttekening dat er voldoende ontwikkellocaties aanwezig moeten zijn. Op 1 juli 2020 heeft de gemeente Amsterdam met woningcorporaties, ontwikkelaars, investeerders, beleggers, zorgpartijen en betrokken woongemeenschappen een intentieverklaring opgesteld met de ambitie om meer geclusterde ouderenwoningen te realiseren. Deze opgave is onderdeel van de agenda van de Amsterdamse Coalitie Ouderen, waarin met de genoemde partijen wordt samengewerkt. Wooninitiatieven In 2018 en 2019 is veelvuldig gesproken met groepen initiatiefnemers die goede ideeën hebben ingebracht om met elkaar in diverse samenlevingsvormen samenwonend ouder te kunnen worden. Deze ideeën zijn meegenomen naar de gesprekspartners intern waarbij tegelijkertijd geïnventariseerd wordt wat de knelpunten zijn binnen bestaande wet- en regelgeving om deze initiatieven te realiseren.
Het gaat hierbij om zeer diverse groepen, zoals bijvoorbeeld een LHBTI-woongemeenschap, een woongemeenschap voor dove ouderen, migranten ouderen en een initiatief voor mensen met (lichte) dementie. Zorghuisvesting Indien ouderen niet langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen is het van belang dat er voldoende zorghuisvesting beschikbaar is. Waar men een aantal jaren geleden verwachtte dat het aantal van ongeveer zestig verzorgings- en verpleeghuizen zou afnemen, wordt nu rekening gehouden met een groei van de behoefte naar zorghuisvesting.
De gemeente heeft in nauwe samenwerking met het zorgkantoor, zorgaanbieders en woningcorporaties goed zicht verkregen op de verwachte groei. Op basis van de toekomstige vraag naar intramurale (wissel)locaties en het door zorgaanbieders samengestelde Programma van Eisen wordt de zoektocht naar geschikte locaties voortgezet. Het thema wonen & zorg wordt onderdeel van de agenda van de Amsterdamse Coalitie Ouderen waarmee door het programma ouderenhuisvesting met zorgkantoor/zorgverzekeraar en zorgaan bieders wordt samengewerkt.
2.1.4 Verbeteren toegankelijkheid van de bestaande woningen voor ouderen Het college heeft op 26 juni 2018 de subsidieregeling Programma ouderenhuisvesting 2018 vastgesteld. Subsidie wordt alleen verstrekt voor het oplossen van een “knelpunt” en als men bijdraagt aan het langer zelfstandig wonen van ouden, waarvoor de aanvrager onvoldoende financiële middelen heeft. Deze subsidieregeling is in 2019 voortgezet voor de jaren 2019-2022. Besteding hiervan wordt in 2020 periodiek gemonitord en er wordt meer bekendheid aan de beschikbaarheid van de subsidie gegeven via de communicatiemiddelen en samenwerkingspartners van het programma ouderenhuisvesting.
2.1.5 Verhuisregelingen Met de verhuisregelingen Van Hoog naar Laag en Van Groot naar Beter (VHNL en VGNB) wordt beoogd om meer ouderen passender te laten wonen en meer grote woningen vrij te maken. Denk hierbij aan woningen zonder trappen of drempels. In de vorige Samenwerkingsafspraken (2015-2019) hebben de gemeente, alle zeven corporaties en huurders met elkaar afgesproken om de verhuisregelingen VGNB en VHNL te verbeteren om het gebruik van beide regelingen te verhogen naar minimaal 100 verhuizingen per jaar/per regeling. • In 2019 hebben 172 ouderen gebruik gemaakt van de verhuisregeling VHNL en van de regeling VGNB is 82 maal gebruikt gemaakt. De doelstelling van de regeling VGNB van 100 verhuizingen is niet behaald, vanwege beperkte informatie, advies en begeleiding van de doelgroep.
17 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20
• De regeling VGNB is verruimd naar 70 m2 en minimaal vier kamers. Zo komen meer kleine huishoudens in aanmerking voor de doorstroomregeling. Het proces van een subsidieaanvraag voor verhuiskostenvergoeding, toetsing en betaling is verkort van gemiddeld zes weken naar gemiddeld twee weken. Het is prettig dat huurders zo snel mogelijk na het nieuwe huurcontract de vergoeding ontvangen. • In de nieuwe Samenwerkingsafspraken 2020-2023 is opgenomen dat de partijen (corporaties, Federatie van Amsterdamse Huurderskoepels en de gemeente) op basis van de evaluatie bepalen welke aanpassingen wenselijk en haalbaar zijn. Voorlichting en informatievoorziening. • Er wordt een stedelijke folder gemaakt ‘Waar woont u als u ouder wordt’. • Er zijn de afgelopen periode vier wooninformatiemarkten ‘Langer zelfstandig wonen’ gehouden in en door de stadsdelen. • Vanwege de coronacrisis zijn de geplande markten in Oud-West, Nieuw-West, Centrum en opnieuw in Zuid en Oost uitgesteld naar 2021. • Stichting! WOON gaat in 2020 door met het trainen van vrijwillige wooncoaches voor migrantenouderen. • Eind 2019 is een pilot gestart met een woonconsulent ouderen in stadsdeel Centrum. Een professionele woonconsulent ondersteunt vanuit de praktijk de vrijwillige wooncoaches van !WOON in stadsdeel Centrum. De pilot loopt in verband met de coronacrisis door tot en met 1e kwartaal 2021.
Na de pilot-periode volgt een evaluatie met aanbevelingen en samenwerkingsafspraken met de betrokken partners.
2.2 Openbare Ruimte In het eerste speerpunt van agenda vragen Amsterdammers aandacht voor het handhaven van toegankelijkheid. Het vergroten van de toegankelijkheid begint bij een goede inrichting van de openbare ruimte. Amsterdam geeft de Openbare Ruimte zo toegankelijk mogelijk vorm. Dat doen we zodat een grotere groep ouderen en mensen met een beperking langer en beter zelfstandig kunnen wonen en mee kunnen doen in Amsterdam. Dit betekent praktisch bijvoorbeeld dat de maatvoering van de trottoirs voldoende is. Of dat hellingen niet te steil zijn. Daarnaast wordt de openbare ruimte verzorgd, onderhouden en beheerd. Inrichting en beheer zijn gericht op mooi, schoon, toegankelijk en veilig.
2.2.1 Checklist Toegankelijkheid Om toegankelijkheid op projectniveau beter te regelen is de Checklist Toegankelijkheid opgesteld. Deze checklist geeft overzicht van de maatvoering en inrichtingsprincipes die samen duidelijk maken hoe een toegankelijke openbare ruimte er idealiter uitziet. De Checklist Toegankelijkheid is in 2016 in overleg met ervaringsdeskundigen en belangenbehartigers inhoudelijk vernieuwd. Daarnaast is er in 2014 een handleiding voor het aanleggen van geleidelijnen opgesteld. Het digitale handboek openbare ruimte (HIOR) is online te raadplegen. Zie hior.amsterdam.nl. In de HIOR staat de Checklist Toegankelijkheid vermeld, net als de Leidraad voor de CVC en de handleiding voor geleidelijnen voor blinden en slechtzienden.
5 Toetsing en advisering van de CVC heeft betrekking op alle verkeerskundige plannen en maatregelen in Amsterdam (Stedenbouwkundige plannen, Nota’s van Uitgangspunten, Voorlopige- en Definitieve Ontwerpen). 6 Tekst uit de oplegger bij de Menukaart Tijdelijke maatregelen openbare ruimte van d.d. 8 mei 2020
18 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20
2.2.2 Continue Advisering toegankelijkheid bij planvorming De Centrale Verkeerscommissie (CVC) is hét centrale, door het college ingestelde, onafhankelijke stedelijke toets- en adviesorgaan op het gebied van plannen en maatregelen inzake alle voorgestelde wijzigingen aan de infrastructuur binnen de gemeente Amsterdam.5 De leden van de CVC zijn deskundigen van Verkeer & Openbare Ruimte, Ruimte & Duurzaamheid (R&D), Metro en Tram, GVB, Brandweer en Politie. De CVC adviseert het gemeentebestuur, gevraagd en ongevraagd.
Cliëntenbelang Amsterdam (CBA) neemt sinds 2017 als extern adviseur deel aan de CVC en adviseert over de toegankelijkheid. Dat doet ze mede op basis van adviezen van diverse vrijwilligers en belangenbehartigers in de stadsdelen. Via het vooroverleg van Ruimte en Duurzaamheid geeft de stadsergonoom advies over plannen die in CVC worden behandeld. Daarnaast is de stadsergonoom als adviseur betrokken bij tientallen projecten. Hij adviseert ontwerpers en projectleiders over de toegankelijkheid van de openbare ruimte. Op deze manier wordt al bij de planvorming (ervarings) deskundigen op het gebied van toegankelijkheid betrokken.
2.2.3 Tijdelijke maatregelen in de openbare ruimte vanwege COVID 196 Ruim dertig tijdelijke ingrepen in de openbare ruimte moeten het mogelijk maken om het normale leven in Amsterdam langzaam weer op gang te brengen met inachtneming van de anderhalve meter. Veilig en comfortabel toegankelijk, ook voor ouderen of rolstoelgebruikers. Dat is maatwerk; waar nodig worden maatregelen getroffen, maar lang niet overal. Ook kunnen de maatregelen per locatie verschillen. De tijdelijke aanpassingen in de openbare ruimte van de stad moeten ervoor zorgen dat Amsterdammers zich veilig door hun stad kunnen bewegen. Bij voorkeur op de fiets of te voet, zoals ze dat vaak al deden voor de coronacrisis, maar dan nu op 1,5 meter afstand tot elkaar. Dat kost ruimte. Ruimte die op veel plekken in Amsterdam schaars is. Het verlagen van de maximumsnelheid van 50 km/uur naar 30 km/uur creëert ruimte voor de fietser en de voetganger, omdat de fietser vaker naar de rijbaan kan. Veilige ruimte voor de voetganger heeft ook in de anderhalve meter maatschappij de hoogste prioriteit. Voetgangers zijn de meest kwetsbare verkeersdeelnemers, zeker in tijden waarop afstand houden essentieel is. En de meest kwetsbare mensen in onze samenleving, zoals ouderen, verplaatsen zich overwegend te voet.
Ook de automobilist die naar zijn auto loopt, de OV-reiziger die onderweg is naar de tram en de fietser die zijn fiets uit het rek pakt, zijn op enig moment voetganger. Bovendien is de wegcapaciteit in Amsterdam beperkt.
Om die beperkte ruimte zo efficiënt mogelijk te gebruiken hebben schone en ruimte-efficiënte manieren van vervoeren prioriteit. De stad blijft wel bereikbaar door het aanwijzen van vitale routes voor onder andere de logistiek en nood- en hulpdiensten. Monitoring van de intensiteit en het gedrag van het auto-, fiets- en voetgangersverkeer, en het gebruik van het Openbaar Vervoer biedt de mogelijk bij te sturen als er verkeersonveilige situaties ontstaan. Als het autoverkeer erg toeneemt kunnen ondersteunende maatregelen worden getroffen om het autoverkeer te ontmoedigen dan wel om te leiden.
2.2.4 Schouwen
7 Op 22 juli 2017 is in de raad amendement nr. 559.17 van de raadsleden, mevrouw Kaya, Duijndam, Bouchibti, Roosma, de heer Poorter, Boomsma en mevrouw Van Soest, aangenomen inzake een Knelpuntenfonds voor toegankelijkheid voor het oplossen van knelpunten in de stad op het gebied van fysieke en sociale toegang.
19 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20
Ondanks de advisering en de voorbereiding op een project kan het gebeuren dat bij oplevering een locatie toch niet optimaal toegankelijk is, bijvoorbeeld omdat bij de uitvoering de hoogteverschillen groter blijken dan gepland. Amsterdam organiseert daarom toegankelijkheidsschouwen in samenwerking met (ervarings)deskundige belangenbehartigers en met CBA. Op deze manier kan de uitvoerder mogelijke onvolkomenheden tijdig corrigeren. En dit zorgt voor meer inzicht, begrip en samenwerking in proces en uitvoering bij uitvoerders en planvormers bij de gemeente enerzijds en belangenverenigingen anderzijds. Per half 2019 zijn er vier schouwen gehouden bij grote herinrichtingsprojecten samen met CBA en vele stakeholders waarvoor rapportages en actielijsten zijn opgesteld. Dit heeft 29 actiepunten opgeleverd. Deze punten zijn doorgegeven aan de wegbeheerder (ofwel stedelijk beheer of stadwerken) om uit te voeren. Daarnaast zijn er 15 leerpunten voor toekomstige projecten uit deze schouwen naar voren gekomen. Voor 2020 wordt door de gemeente met CBA nieuwe locaties gekozen om te schouwen.
2.2.5 Fysieke verbeteringen voor een toegankelijker openbare ruimte Een deel van de middelen uit het knelpuntenfonds toegankelijkheid7 dat door de gemeenteraad beschikbaar is gesteld, is ingezet voor relatief eenvoudige verbeteringen in de openbare ruimte. Ervaringsdeskundigen en (lokale) belangenbehartigers en stadsdelen zijn door de stadsergonoom uitgenodigd om met concrete suggesties voor verbeterpunten te komen. Denk hierbij aan het aanbrengen van opritjes bij stoepen waar deze nog niet zijn, het verwijderen van objecten zoals brievenbussen en fietsrekken die op de stoep in de weg staan voor mensen in een rolstoel (Noord en Centrum) of het aanbrengen van boomroosters (Zuid). Of denk aan het toevoegen van een gehandicaptenparkeerplaats waar er nog geen in de buurt is (Noord). In Nieuw West is de toegankelijkheid van het Sloterstrand verbeterd door een hellingbaan aan te leggen waar een trap was en een verharding aan te brengen tot aan de picknicktafels. Er zijn geleidelijnen voor slechtzienden en blinden aangelegd op een aantal kruisingen en OV- haltes op diverse locaties in de stad (o.a. IJburg, Oost, Lelylaan en Museumplein). In Noord zijn met deze extra middelen de paden rondom de Schellingwouderbreek verhard. Deze verbeterpunten zijn in de loop van 2018 en 2019 uitgevoerd.
8 Initiatiefvoorstel van raadsleden El Ksaihi, Temmink, De Heer, Simons en Marttin getiteld “Baas over eigen blaas”. Ingediend op 19 november. Behandeling in de commissie WB op 6 februari 2019.
20 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20
2.2.6 Toegankelijke openbare toiletten
2.2.7 Toegankelijke speelvoorzieningen
Naar aanleiding van initiatiefvoorstel ‘Baas over eigen blaas’8 is in 2019 gewerkt aan het verbeteren van de vindbaarheid en beschikbaarheid van openbare toiletgelegenheid in Amsterdam. De rolstoeltoegankelijke toiletten bij de zeven stadsloketten zijn opengesteld voor passanten, door een sticker te plakken op de voorgevel (“Hier kun je naar het toilet”) en de toiletten toe te voegen aan de Hoge Nood App. Op verzoek van de gemeente zijn ook de toiletten in de Openbare Bibliotheken Amsterdam (OBA’s) en bij een aantal politiebureaus toegevoegd aan de Hoge Nood App. Daarnaast is aan alle gebruikers van gemeentelijk vastgoed met een semi-openbare functie gevraagd het toilet, indien mogelijk, open te stellen voor passanten en toe te voegen in de Hoge Nood App. Zo werken we samen aan meer toegankelijke toiletten in Amsterdam. Ook neemt de gemeente maatregelen om deze toiletten beter vindbaar te maken. Zo is het openbaar rolstoeltoegankelijke toilet op het Leiseplein beter zichtbaar gemaakt, door bewegwijzering te verbeteren en het toilet te voorzien van een witte banier met toileticonen. Daarnaast is in 2019 een plan goedgekeurd om alle openbare toiletten te vermelden op het bewegwijzeringssysteem voor voetgangers. Dit wordt in 2020 uitgevoerd.
Een inclusieve stad is een stad waarin kinderen, met en zonder lichamelijke beperkingen, gebruik kunnen maken van de openbare ruimte en samen kunnen spelen bij de speelvoorzieningen. Bij de behandeling van de voorjaarsnota 2019 is een motie aangenomen gericht op het verbeteren van de speelgelegenheid in Amsterdam voor kinderen met een fysieke beperking. Ook in speerpunt 10 wordt het belang van toegankelijke speeltuinen beschreven.
In juni 2020 heeft de rekenkamer het onderzoek “Toegankelijkheid van openbare toiletten” gepubliceerd. Ten aanzien van de toiletgelegenheid hanteren we de norm van de Maag lever darm stichting (MLDS). Het college erkent dat deze norm op korte termijn nog niet behaald zal worden; het onderzoek van de Rekenkamer geeft aan dat we momenteel op 41% dekkingsraad zitten. Het college constateert dat de benodigde budgetten om op grote schaal openbare toiletten bij te bouwen op dit moment niet beschikbaar zijn. Daarom zoeken we naar andere oplossingen. Zo onderzoeken we welke gemeentelijke toiletten nog meer opengesteld kunnen worden. Er worden tijdelijk 40 extra openbare toiletten in de Amsterdamse parken geplaatst waarvan in elk park een toegankelijk toilet.
Informatiekaart over toegankelijke speelvoorzieningen Met interne en externe experts op het gebied van toegankelijk spelen, waaronder de Nederlandse Stichting voor het Gehandicapte Kind (NSGK), Speelplan en de Speeltuinbende is een informatiekaart opgesteld met tips voor Amsterdamse ontwerpers, beheerders en gebiedsmakelaars om speelvoorzieningen toegankelijker te maken. Deze informatiekaart is tevens een middel om binnen de gemeente het gesprek te voeren over toegankelijke speelvoorzieningen, zodat projectleiders, ontwerpers en beheerders hier meer aandacht aan besteden. De informatiekaart wordt besproken met de stadsdelen en opgenomen in het digitale Handboek Inrichting Openbare Ruimte (https://hior.amsterdam.nl), zodat hij voor iedereen vindbaar en toepasbaar is.
Er zijn ruim 1.700 speelplekken in de stad. Daarnaast kent Amsterdam nog zo'n 40 beheerde speeltuinen, die op vaste tijden geopend zijn. De eisen en criteria voor de toegankelijkheid van de openbare ruimte staan beschreven in de gemeentelijke Leidraad CVC en Checklist Toegankelijkheid, die in alle (her)inrichtingsprojecten wordt toegepast (zie paragraaf 2.2.1). Ook voor speelvoorzieningen geldt dat deze zo toegankelijk mogelijk moeten zijn, maar daarvoor bestaat geen vaste checklist. Speelvoorzieningen zijn namelijk altijd maatwerk, in samenwerking met de buurt. Ook is het moeilijk om te definiëren wat 'toegankelijkheid' voor kinderen met een fysieke beperking inhoudt. Dit hangt sterk af van de leeftijd, de beperkingen van een kind en de mate van hulp die nodig is van een begeleider.
Onderdeel van deze kaart zijn bijvoorbeeld tips over de ondergrond (zand of houtsnippers zijn leuk voor natuurspeelplaatsen, maar moeilijk toegankelijk voor rolstoelen), toegankelijke toestellen (vogelnestschommel, zandbak met zandtafel, verhard parcours met speelpanelen) en de wijze van beheer van de speelvoorzieningen. Dit zijn elementen die bruikbaar zijn voor kinderen met én zonder beperking, waardoor iedereen gewoon samen kan spelen. Conform de Amsterdamse Beweeglogica (2016) streven we er immers naar dat speelplaatsen toegankelijk en aantrekkelijk zijn voor iedereen. Digitale kaart van aangepaste speelvoorzieningen Het college vindt het belangrijk dat speelplekken waar specifieke maatregelen getroffen zijn breder bekend worden. Daarom worden alle speelplekken waar expliciete, specifieke maatregelen getroffen zijn om kinderen met een zware fysieke beperking te faciliteren beter bekend gemaakt worden. Het gaat dan met name om speelvoorzieningen die geschikt zijn voor kinderen met een zware fysieke beperking, bijvoorbeeld speciale rolstoeltoestellen of vogelnestschommels. Deze informatie is geplaatst op de website van de gemeente. Zie https://maps.amsterdam.nl/toegankelijk_spelen. Strategisch plan Het college wil daarnaast de inzet op het onderdeel sporten en spelen in de openbare ruimte verder verstevigen.
Om het aanbod en de kwaliteit van sport- en speelvoorzieningen in alle wijken van de stad te verbeteren wordt in samenwerking met de stadsdelen een meerjarig 'Strategisch plan sporten en spelen in de openbare ruimte' opgesteld. Dit geeft inzicht in de stedelijke opgave voor openbare sport- en speelruimte voor de komende jaren.
2.2.8 Winkeltoegankelijkheid De gemeente biedt ondernemers eenvoudige tips om de toegankelijkheid van de winkels en dienstverlening te vergroten. deze zijn te vinden op de website van de gemeente: Zie https://www.amsterdam. nl/ondernemen/detailhandel/winkel-toegankelijk/. Daarnaast heeft het college in 2019 een subsidieregeling ingesteld voor winkeleigenaren
21 | Amsterdam werkt aan toegankelijkheid | versie van 29-10-20
en ondernemers die willen werken aan het verbeteren van de toegankelijkheid. Van september 2019 tot en met december 2022 kunnen ondernemers aanvragen indienen voor het vergroten van de fysieke, sociale of digitale toegankelijkheid.
2.2.9 Handhaving in de openbare ruimte Handhaving is een belangrijke taak van de gemeente. In een stad als Amsterdam wonen veel mensen, werken velen en maken zowel bewoners als bezoekers gebruik van de vele voorzieningen. Dit geeft onvermijdelijk overlast en ergernissen. Gelukkig lossen Amsterdammers dat meestal onderling op, maar dat lukt niet altijd. Handhaving is een van de instrumenten die kunnen helpen. Belangrijker nog is wat ondernemers en bewoners samen én zelf doen voor een aantrekkelijke en plezierige straat om in te werken en te leven. Of handhaving nodig is wordt in de eerste plaats bepaald door het gedrag van bewoners, ondernemers en bezoekers zelf. De gemeente kijkt secuur naar wat de belangrijkste veiligheidsrisico’s en overlastproblemen zijn voor de stad. Jaarlijks maakt de gemeente handhavingsplannen met prioriteiten op basis van signalen, klachten, meldingen, verzoeken en enquêtes. We werken hierbij informatie- gestuurd, zodat handhavers gericht kunnen worden ingezet op de grootste problemen in de stad, op de plekken en momenten waar ze het hardst nodig zijn. De vraag om handhaving is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Overal in Amsterdam wordt gevraagd om extra handhaving. De handhavingscapaciteit is echter per definitie beperkt. De gemeente kan daarom niet altijd reageren op elke melding of klacht.
Handhavers kunnen net als de politie niet overal aanwezig zijn op de momenten dat overlast zich voordoet. In de speerpunten van de inclusie agenda wordt door Amsterdammers aandacht gevraagd voor meer handhaving in de openbare ruimte, zodat de stad toegankelijk is voor mensen met een beperking en met eventuele hulpmiddelen.