CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Toelichting.pdf

RAAD 17 juli 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Cruquius brug Nieuwe Vaart e.o. (VN2024-006382)39.061 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

bestemmingsplan_Cruquius brug Nieuwe Vaart e.o. (vastgesteld)

blz. 51

Afbeelding: uitsnede kaart provinciale omgevingsverordening NH 2020 - onderdeel werkingsgebied vaarwegbeheer (rechtstreekswerkende regels, AGV, gemeente, PNH, met daarin de ligging van het plangebied geprojecteerd (rood). Hoofdstuk 4: In de artikelsgewijze toelichting van de omgevingsverordening NH2020 staat bij artikel 4.75 het volgende: "deze paragraaf geldt alleen in de vaarwegen waar het beheer wordt uitgevoerd door de provincie, deze zijn aangeduid met het werkingsgebied ‘vaarweg – rechtstreeks werkende regels’. De aanduiding werkingsgebied 'vaarweg - rechtstreeks werkende regels' is niet toegekend aan gronden van het voorliggende bestemmingsplan. Dit betekent dat artikel 4.75 (onderhoudsplicht vaarwegen), artikel 4.76 (verbod belemmeren vaarweg) en artikel 4.77 (ontheffingplichtige handelingen) hier niet toepassing zijn.

Afbeelding: uitsnede kaart provinciale omgevingsverordening NH 2020 - onderdeel werkingsgebied nautisch beheer Beheer waterkering en beschermingszones Uit de kaart van de omgevingsverordening NH2020 is het volgende op te maken: Plandeel 'brug': aan de locatie van de beoogde brug is geen aanduiding werkingsgebied "Regionale waterkering" of aanduiding werkingsgebied "beschermingszone regionale waterkering" of aanduiding

Gemeente Amsterdam

blz. 52

"categorie 1, 2, 3, 4 of 5" toegekend. Op grond van de provinciale omgevingsverordening gelden er geen belemmeringen vanuit de provincie ten aanzien van een regionale waterkering. Plandeel 'woonbootligplaats Zeeburgerdijk 585': 1. De woonbootligplaats ligt niet in gebied met de aanduiding werkingsgebied "Regionale waterkering" / de daarmee samenhangende aanduiding "categorie 1, 2, 3, 4 of 5", maar wel in de nabijheid ervan, namelijk in de nabijheid van een als categorie 5 aangemerkte regionale waterkering. Wat dat betreft is het navolgende van belang: 2. De woonbootligplaats ligt in gebied dat is aangemerkt als "beschermingszone regionale waterkering". In artikel 6.77 Regionale waterkering onder 2 is bepaald dat ter plaatse van het werkingsgebied beschermingszone regionale waterkering een ruimtelijk plan voorziet in een beschermingszone aan weerszijden van de waterkering waar geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn toegestaan. In het derde lid van artikel 6.77 is bepaald dat in afwijking van het tweede lid zijn nieuwe ontwikkelingen mogelijk indien hierover blijkens de toelichting bij het ruimtelijk plan overeenstemming is bereikt tussen betrokken gemeenten, waterbeheerder en provincie.

Afbeelding: uitsnede kaart provinciale omgevingsverordening NH 2020 - onderdeel regionale waterkeringen Ontgrondingen In 'Afdeling 4.4 Ontgrondingen' van de provinciale omgevingsverordening NH 2020 zijn gevallen bepaald waarin overeenkomstig artikel 7, tweede lid, van de Ontgrondingenwet geen vergunning nodig is voor een ontgronding. De regels zijn gesteld met het oog op het vrijstellen van activiteiten waarvoor vanwege het doel of de omvang van de ontgronding geen vergunningsplicht geldt. Het betreft gevallen waarbij sprake is van het ontgraven die de bijkomstigheid hebben dat een bepaalde hoeveelheid oppervlaktedelfstoffen vrijkomt. De vrijstelling is niet van toepassing indien specifiek voor dat laatste doel ontgraving plaatsvindt. Een voorbeelden van de winning van oppervlaktedelfstoffen is de winning van klei en betonen metselzand in uiterwaarden van rivieren. Dit aspect van "ontgronden" is in voorliggend bestemmingsplan niet aan de orde.

Voor de ontwikkelingen die met voorliggend plan worden mogelijk gemaakt zijn de volgende vrijstellingen meer relevant: ontgrondingen ten behoeve van het maken of wijzigen van spoorwegen, vliegvelden, bouwterreinen, industrieterreinen, openbare wegen, straten, pleinen, sportterreinen, parken, plantsoenen of al dan niet openbare tuinen, waarbij de diepte van de ontgronding niet meer dan 3,00 m bedraagt (van belang voor het plandeel 'brug'); ontgrondingen ten behoeve van het maken of wijzigen van funderingen of ondergrondse delen van bouwwerken (van belang voor het plandeel 'brug' en plandeel 'woonbootligplaats Zeeburgerdijk 585'); ontgrondingen ten behoeve van bodemsaneringen; ontgrondingen ten behoeve van archeologische opgravingen door een daartoe bevoegde instantie.

bestemmingsplan_Cruquius brug Nieuwe Vaart e.o. (vastgesteld)

blz. 53

Hierbij wordt er door de provincie op gewezen dat ondanks de vrijstelling een toestemming van het waterschap op grond van andere wettelijke regels nodig kan zijn. Algehele resumé en conclusies Omgevingsverordening NH 2020 Plandeel 'brug' Het planonderdeel 'brug' is niet in strijd met de regels van de provinciale omgevingsverordening NH 2020. Op grond van deze provinciale verordening geldt het volgende: Vaarwegbeheer: gemeente Amsterdam Nautisch beheer: gemeente Amsterdam. Waterkering: geen belemmeringen regionale waterkering categorie 1, 2, 3, 4 of 5. Plandeel 'woonbootligplaats Zeeburgerdijk 585' Het planonderdeel 'woonbootligplaats Zeeburgerdijk 585' is niet in strijd met de regels van de provinciale omgevingsverordening NH 2020. Op grond van deze provinciale verordening geldt het volgende: Vaarwegbeheer: gemeente Amsterdam. Nautisch beheer: gemeente Amsterdam. Waterkering: 1. Het plangebiedsdeel 'woonbootlocatie Zeeburgerdijk 585' dient op grond van de provinciale omgevingsverordening NH2020 onder meer een (dubbel)bestemming te krijgen waarmee geregeld wordt dat de locatie onderdeel is van een beschermingszone van een waterkering. 2.

Afstemming op grond van de provinciale omgevingsverordening NH2020: Het bestemmingsplan heeft tot doel om een bestaande, bij recht toegestane ligplaats voor een woonschip te wijzigen in een bestemmingsplanligplaats waar een woonark is toegestaan. Dit wordt in beginsel aangemerkt als een ruimtelijke ontwikkeling in de zin van de provinciale omgevingsverordening. Voor het plandeel "woonbootligplaats Zeeburgerdijk 585" dient dan op grond van artikel 6.77, derde lid overeenstemming te worden bereikt tussen gemeente, waterbeheerder en provincie over dit specifieke plandeel. Omdat deze omgevingsverordeningregel gesteld is voor het aspect "regionale waterkering" wordt verondersteld dat de provincie hier in deze bepaling de waterbeheerder bedoeld voor zover dat het onderdeel "beheer regionale waterkering" betreft. Dit betekent dat het bestemmingsplangebiedsdeel 'Zeeburgerdijk 585' voor wat betreft het belang van de regionale waterkering moet worden afgestemd met de beheerder van de waterkering Waterschap AGV en de Provincie als in artikel 6.77 lid 3 omgevingsverordeningregel NH2020 genoemde partij. Die afstemming heeft plaatsgevonden via het zogeheten artikel 3.1.1 Bro overleg. Daartoe is het voorontwerp bestemmingsplan naar onder meer provincie en Waterschap AGV (Waternet) verzonden. De provincie heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben.

De opmerkingen van het Waterschap AGV zijn namens hen gegeven door Waternet. Daarvoor wordt verwezen naar paragraaf 8.2.

3.4

Regionaal beleid

Metropoolregio Amsterdam De Metropoolregio Amsterdam is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Raden en Staten van de aangesloten gemeenten en provincies. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke ambitie gericht op het creëren

Gemeente Amsterdam

blz. 54

van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Rond de beleidsvelden verkeer en vervoer, economie, verstedelijking, landschap en duurzaamheid zijn drie regionale bestuurlijke overlegorganen geformeerd. De samenwerking in metropoolverband levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. Op basis van de MRA Agenda stemmen gemeenten fasering en programmering van de woningbouwplannen met elkaar af. Die afstemming bestaat uit het uitwisselen van informatie en inzicht in de feitelijke ontwikkelingen op de regionale woningmarkt. Dit gebeurt onder meer door het monitoren van zowel de beschikbare harde en zachte plancapaciteit en van de daadwerkelijke jaarlijkse woningproductie. Ook wordt voor het eerst het regionale woonwensenonderzoek Wonen in de Metropoolregio Amsterdam (WiMRA) in de gehele MRA gehouden. Op basis van het gezamenlijk inzicht worden opgaven geformuleerd waaraan gezamenlijk gewerkt wordt. Conclusie: Voorliggend plan raakt niet direct aan bepaalde specifieke MRA opgaven.

3.5

Waterschap Amstel, Gooi en Vecht

3.5.1

Inleiding - zorg voor watersysteem - waterstaatkundig beheer

Uit paragraaf 3.3 is op te maken dat enkele onderdelen van waterbeheer van de wateren van voorliggend plangebied zijn belegd bij de gemeente Amsterdam, namelijk het nautisch beheer en het vaarwegbeheer. Daarnaast zijn er ook bepaalde waterbeheertaken belegd bij waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Wat dat betreft geldt dat in artikel 3.2 eerste lid Waterwet is bepaald dat bij provinciale verordening voor de regionale wateren overheidslichamen worden aangewezen die geheel of gedeeltelijk zijn belast met het beheer, met inachtneming van artikel 2, tweede lid, van de Waterschapswet. Daarin is bepaald dat de uitoefening van taken voor de zorg voor het watersysteem en het zuiveren van afvalwater zijn of worden opgedragen aan waterschappen. Ook is bepaald dat de zorg voor een of meer andere waterstaatsaangelegenheden kan worden opgedragen aan waterschappen, tenzij dit niet verenigbaar is met het belang van een goede organisatie van de waterstaatkundige verzorging. In artikel 1 van de Waterschapswet is bepaald dat Waterschappen openbare lichamen zijn welke de waterstaatkundige verzorging van een bepaald gebied ten doel hebben. De taken die tot dat doel aan waterschappen zijn of worden opgedragen betreffen de zorg voor het watersysteem en de zorg voor het zuiveren van afvalwater op de voet van artikel 3.4 van de Waterwet.

Daarnaast kan de zorg voor een of meer andere waterstaatsaangelegenheden zijn of worden opgedragen. In artikel 78 van de Waterschapswet is bepaald dat het waterschap verordeningen maakt voor de behartiging van de taken die het waterschap zijn opgedragen en dat een legger wordt vastgesteld voor het aanwijzen van onderhoudsplichtigen of onderhoudsverplichtingen. De 'Keur' is de traditionele naam die waterschappen meestal geven aan de verordening met betrekking tot de aan hen opgedragen zorg voor het watersysteem. De zorg voor het watersysteem omvat het: beheer van de oppervlaktewateren, beheer van waterkeringen en bergingsgebieden, beheer van grondwater en beheer van ondersteunende waterstaatkundige kunstwerken.

bestemmingsplan_Cruquius brug Nieuwe Vaart e.o. (vastgesteld)

blz. 55

3.5.2

Gebied waterschap AGV

Regels over het waterschap Amstel, Gooi en Vecht zijn op het moment van opstellen van voorliggende toelichting (eerste helft 2023) onder meer vastgelegd in het Reglement voor het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2017. In artikel 3 van het reglement is bepaald dat het gebied van het waterschap is aangegeven op de bij dit reglement behorende kaart. In artikel 3, tweede lid is aangegeven dat de grenzen van het in het eerste lid bedoelde gebied nader kunnen worden aangegeven op door gedeputeerde staten vast te stellen detailkaarten.

Afbeelding: Gebied van het waterschap AGV, uitsnede Kaart als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Reglement voor het Waterschap Amstel- Gooi- en Vecht 2017

Afbeelding: Uitsnede digitale kaart Legger waterschap Amstel, Gooi en Vecht Analyse situatie plangebied Uit de kaart behorende bij artikel 3 van het Reglement voor het Waterschap Amstel- Gooi- en Vecht 2017, wordt opgemaakt dat de zijarm van het Amsterdam-Rijnkanaal vanaf de sluis in de Nieuwe Vaart geen onderdeel is van gebied van het waterschap AGV. In Toelichting op artikel 3 van het Reglement voor het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2017 is aangegeven dat er gebiedsspecifieke situaties kunnen zijn waarbij het noodzakelijk is de grens van het waterschapsgebied nauwkeuriger vast te stellen (bijvoorbeeld daar waar de grens door bebouwd gebied loopt). In het reglement is de mogelijkheid opgenomen voor de precieze aanduiding van de grenzen van het waterschapsgebied detailkaarten vast te stellen. Het vaststellen van de detailkaarten is opgedragen aan gedeputeerde staten. Op de kaart die bij het Reglement voor het Waterschap AGV behoort, staat het beheergebied van het waterschap. Voor Gemeente Amsterdam

blz. 56

de vaarwegen die in beheer zijn bij het waterschap wordt verwezen naar de betreffende provinciale verordeningen, waarin sinds 2015 het vaarwegbeheer is geregeld. Wat dat betreft is het volgende op te maken uit de kaart van de provinciale omgevingsverordinging NH 2020 (zie paragraaf 3.3.2), in combinatie met de legger behorende bij de keur van het waterschap: Plangebiedsdeel 'brug': Uit de kaart vaarwegbeheer van de provinciale omgevingsverordening NH 2020 en de digitale kaart van de legger waterschap AGV is op te maken dat de bruglocatie geen onderdeel is van gebied van het waterschap. Echter als ook de laag "hydrovak" op de digitale kaart van de legger van het waterschap AGV wordt aangezet, dan is te zien dat het hydrovak NWVRT008 doorloopt tot voorbij de grens van het gebied van het waterschap AGV. En daarmee tot in het plangebiedsdeel 'brug'. Over dat hydrovak is het volgende aangegeven: 1. Code: NWVRT008 2. Soort vak: Boezemvak 2 3. Categorie oppervlaktewater: primair 4. Nat onderhoudsplichtig: Gemeente / Stadsdeel 5. Maai onderhoudsplichtig: Waterschap 6.

Drijfvuil onderhoudsplichtig: Gemeente / Stadsdeel Plangebiedsdeel 'woonbootligplaats Zeeburgerdijk 585': Uit zowel de kaart vaarwegbeheer van de provinciale omgevingsverordening NH 2020, als de digitale kaart van de legger waterschap AGV is op te maken dat de woonbootligplaatslocatie Zeeburgerdijk 585 onderdeel is van "gebied van het waterschap AGV". Het betreft hydrovak LOZKL005 waarover het volgende is aangegeven: 1. Code: LOZKL005 2. Soort vak: Boezemvak 2 3. Categorie oppervlaktewater: primair 4. Nat onderhoudsplichtig: Gemeente / Stadsdeel 5. Maai onderhoudsplichtig: Waterschap 6. Drijfvuil onderhoudsplichtig: Gemeente / Stadsdeel

Afbeelding: uitsnede digitale kaart / legger Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (geraadpleegd maart 2023), met daarop ook aangegeven de "hydrovakken" waarbij Hydrovak NWVRT008 voorbij de op de kaart aangeven grens van het gebied van AGV (paars gestippelde lijn) doorloopt. (Bron: https://waternet.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=07b1c0250a1043bab51a4584b129 a4e1)

bestemmingsplan_Cruquius brug Nieuwe Vaart e.o. (vastgesteld)

blz. 57

3.5.3

Aan- en afvoer van water en waterberging - primaire wateren

De kaartlaag met hydrovakken van de legger behorende bij de Keur AGV 2019 (zoals geldend op het moment van opstellen van voorliggende toelichting (eerste helft 2023) leert dat het water van het plangebiedsdeel 'brug' en van het plangebiedsdeel 'woonbootligplaats Zeeburgerdijk 585' door het waterschap zijn aangeduid als "primaire wateren".

Afbeelding: uitsnede digitale kaart / legger Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (geraadpleegd maart 2023), met daarop de informatie bij hydrovak NWVRT008 en LOZKL005 (Bron: https://waternet.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=07b1c0250a1043bab51a4584b129 a4e1) "Primaire wateren in de zin van de Keur AGV 2019" zijn in de Keur AGV 2019 gedefinieerd als wateren waaraan het waterschap een belangrijke functie toekent in de aan- en afvoer van water en waterberging. In artikel 2.30 van de Keur AGV 2019 (zoals geldend op het moment van opstellen van voorliggende toelichting (eerste helft 2023) is aangegeven dat het zogeheten beperkingengebied het oppervlaktewaterlichaam omvat, met inbegrip van kunstwerken en de aan het oppervlaktewaterlichaam grenzende beschermingszones. De beschermingszone ter weerszijden van oppervlaktewaterlichamen bedraagt, gerekend vanuit de waterlijn voor watergangen met een flauw oevertalud en gerekend vanuit de insteek van de oever voor watergangen met een steile oevertalud 5 meter langs primaire wateren. En in artikel 2.31 is onder meer bepaald dat het verboden is om zonder vergunning van het bestuur bouwwerken of andere werken op te richten, te hebben, te wijzigen of te verwijderen.

Conclusie waterbeheer AGV - primaire wateren Bij het nagaan of bepaalde activiteiten in en nabij de wateren van het voorliggend plangebied zijn toegestaan, dienen initiatiefnemers niet alleen de regelgeving van de gemeente na te gaan, maar ook die het waterschap AGV na te gaan. Op moment van opstellen van voorliggende toelichting (eerste helft 2023) van het bestemmingsplan is volgens de kaart van het Reglement voor het Waterschap 2017, digitale kaart van de legger AGV, de regels van de Keur AGV 2019 en de kaart vaarwegbeheer provinciale omgevingsverordening NH2020 het volgende van toepassing: plangebiedsdeel 'brug': uit de hiervoor genoemde kaarten is niet direct op te maken dat het

Gemeente Amsterdam

blz. 58

waterschap AGV diegene is die de taken uitvoert van waterbeheerder voor wat betreft de waterstaatkundig beheer van het water ter plaatse van het projectgebied van de brug. Wel is aan de locatie ter plaatse van de beoogde brug een aanduiding toegekend, namelijk die van "hydrovak". Uit de daaraan gekoppelde informatie wordt opgemaakt dat het water onder de beoogde brug op de leggerkaart van AGV is aangemerkt als "primair" water. Dit impliceert dat de regels van de keur hier (mogelijk) toch van toepassing zijn en dat in dat geval een vergunning nodig is voor het "oprichten en hebben van een bouwwerk" in, boven of onder primaire wateren en de beschermingszone van primaire wateren (artikel 2.31 Keur AGV 2019). plangebiedsdeel 'woonbootligplaats Zeeburgerdijk 585': het waterschap AGV is diegene die de taken uitvoert van waterbeheerder voor wat betreft de waterstaatkundig beheer van het water ter plaatse van het plangebiedsdeel 'woonbootligplaats Zeeburgerdijk 585'. Op grond van artikel 2.31 Keur AGV 2019 is in, boven of onder primaire en secundaire wateren en de beschermingszone van primaire wateren een vergunning nodig voor: 1. het "oprichten en hebben van een bouwwerk" (art 2.31 onder b sub 1 Keur AGV 2019). 2. het innemen van een ligplaats, het meren of ankeren, met een (woon)schip, drijvend voorwerp of drijvende inrichting (art 2.31 onder b sub 2 Keur AGV 2019). 3.

het graven of baggeren buiten het oorspronkelijke of het in de legger, een watervergunning of een overeenkomst, vastgestelde profiel (art. 2.31 onder c sub 1 Keur AGV 2019) 4. het aanleggen, geheel of gedeeltelijk vernieuwen of verwijderen van kabels, buizen, draden of leidingen (art. 2.31 onder c sub 2 Keur AGV 2019). Een aanvraag voor een hiervoor bedoelde watervergunning betreft een separate procedure die los staat van voorliggend bestemmingsplan en dient te worden aangevraagd bij het waterschap AGV. Voor die separate procedure zal mede van belang zijn dat het waterschap AGV beleidsregels heeft vastgesteld voor de Keur. Op moment van het opstellen van voorliggend bestemmingsplan (eerste helft 2023) zijn dat de Beleidsregels Keur AGV 2019, bekendgemaakt in Waterschapsblad 2019, nr. 11547 van 1 november 2019. Voor voorliggend planonderdeel "vervangen woonschip door woonark" is de volgende beleidsregel van het waterschap mede van belang: "beleidsregel 10.4: vervangen (woon)schip en bijbehorende steigers en afmeerpalen in hoogwaterbemalingsgebied te Amsterdam".

Deze beleidsregel richt zich op het functioneren van het watersysteem waarbij het waterschap in haar beleidsregel (zoals die geldt op moment van voorliggend bestemmingsplan (eerste helft 2023) het volgende stelt: De watervergunning of het maatwerkvoorschrift voor het vervangen van een (woon)schip en bijbehorende steiger en afmeerpalen in het hoogwaterbemalingsgebied te Amsterdam wordt alleen verleend als het verenigbaar is met de oogmerken als bedoeld in artikel 2.26 van de keur en de specifieke zorgplichten als bedoeld in artikel 2.27 van de k eur AGV 2019 (zie paragraaf 3.5.5), waarbij rekening wordt gehouden met de volgende standaarden en maatstaven: a. de stromingsweerstand binnen het gebied mag niet toenemen ten opzichte van de bestaande situatie; b. de stromingsweerstand van het nieuwe (woon)schip is gelijk of minder dan de stromingsweerstand van het bestaande (woon)schip; c. Het nieuwe (woon)schip ligt niet geheel of gedeeltelijk in de middenstrook; en d. Er is minimaal 0,3 meter afstand tussen de onderkant van het nieuwe (woon)schip en de waterbodem; en e. De steigers en/of afmeerpalen (indien aanwezig) mogen gewijzigd worden indien dit geen grotere stromingsweerstand tot gevolg heeft; en f.

De positie van het te vervangen (woon)schip ten opzichte van de naastgelegen woonschepen is medebepalend voor de beoordeling of de stromingsweerstand niet groter is bij het vervangende woonschip. g. Binnen het gebied kan de ligging van het (woon)schip worden gewijzigd, voor zover de afstand tot het gemaal niet kleiner wordt.

bestemmingsplan_Cruquius brug Nieuwe Vaart e.o. (vastgesteld)

blz. 59

3.5.4

Waterkeringen

De Keur AGV 2019 (regels zoals die gelden op moment van opstellen van voorliggend bestemmingsplan) kent een flink aantal bepalingen die bedoeld zijn om het goed functioneren van de waterkeringen te beschermen. Naast waterkeringen met een duidelijk waterkerend dijklichaam kunnen waterkeringen ook geheel of gedeeltelijk onzichtbaar, ofwel 'verholen', zijn, omdat ze onderdeel zijn van een groter grondlichaam of van hoger gelegen gronden. Daarnaast kunnen ook damwanden, sluizen, stuwen en andere "werken" de functie van waterkering hebben. De regels voor dijklichamen, (half)-verholen keringen, beschermende gronden en waterkering vervangende kunstwerken kunnen verschillen, zoals ook blijkt uit artikelen 2.17 tot en met 2.20 van de Keur AGV 2019. Daarom legt AGV de ligging van de verschillende categorieën vast op kaart. Bij Aanwijzingsbesluit Keur AGV 2017, geldend vanaf 1-11-2017, zijn de verholen of half-verholen waterkeringen en beschermende gronden aangewezen die als zodanig indicatief zijn aangegeven op de kaart bij de Keur AGV 2017. Sinds 1-11-2019 geldt de Keur AGV 2019. In de Keur AGV 2019 is in artikel 2.16 bepaald dat het bestuur bij besluit de ligging aanwijst op kaart, van verholen waterkeringen, half-verholen waterkeringen, beschermende gronden en waterkering vervangende werken.

Keur AGV 2019 - regels waterkering In de keur AGV 2019 zijn onder meer de volgende definities opgenomen: beperkingengebied: bij of krachtens de keur aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een waterstaatswerk regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat waterstaatswerk; beschermende gronden: langs wateren gelegen gronden die achterliggend land beschermen tegen afkalving door golfslag of die lager dan het boezempeil gelegen delen van het land beschermen tegen indringing van boezemwater; waterkering: grondlichaam of deel van een grondlichaam dat beveiliging biedt tegen overstroming, met inbegrip van de daarin aanwezige ondersteunende kunstwerken; verholen waterkering: waterkering die niet duidelijk herkenbaar is als dijklichaam maar onderdeel is van een hoger gelegen gebied of zone; primaire waterkering: primaire waterkering als bedoeld in artikel 1.1 in de Waterwet; secundaire waterkering: waterkering van regionaal belang; tertiaire waterkering: waterkering van lokaal belang die niet gerekend worden tot de primaire of secundaire waterkeringen; Artikelen van de Keur AGV 2019 die mogelijk van belang zijn voor de ontwikkelingen die met voorliggend bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt, zijn de navolgende: Artikel 2.15 (beperkingengebieden) Keur AGV 2019 1.

Het beperkingengebied met betrekking tot waterkeringen wordt onderscheiden in: kernzone, beschermingszone en buitenbeschermingszone van de waterkering. 2. Voor zover de ligging en afmetingen van kernzones, beschermingszones en buitenbeschermingszones van waterkeringen niet zijn vastgelegd in de legger, zijn het derde tot en met zesde lid van toepassing. 3. De kernzone van waterkerende dijklichamen wordt begrensd door de binnen- en buitenteen. 4. De kernzone heeft een breedte van: a. 5 meter bij verholen en half-verholen primaire waterkeringen; of b. 3 meter bij verholen en half-verholen secundaire en tertiaire waterkeringen. 5. Beschermende gronden hebben een breedte, landinwaarts, gerekend vanuit de waterlijn, van: a. 3 meter als deze bescherming bieden tegen indringing van boezemwater; of b. 10 meter als deze bescherming bieden tegen afkalving door golfslag.

Gemeente Amsterdam

blz. 60

6. De beschermings- en buitenbeschermingszone van waterkeringen hebben een breedte overeenkomstig tabel 2.15 of worden berekend op basis van de kerende hoogte (H) en de wijze zoals aangegeven in die tabel. Onder kerende hoogte (H) wordt verstaan: a. voor een directe waterkering: het verschil in waterpeil aan beide zijden van de waterkering; en b. voor een indirecte kering een door het bestuur bepaalde kerende hoogte. Artikel 2.17 (beperkingengebiedactiviteiten waterkerende dijklichamen) Keur AGV 2019 Het is verboden om zonder vergunning van het bestuur, a. in de kernzone en beschermingszone van een waterkerend dijklichaam: 1°. te graven, grond te verwijderen of de bodem op te hogen; 2°. kabels, buizen, draden of leidingen aan te leggen, te hebben, geheel of gedeeltelijk te vernieuwen of te verwijderen; [...]; 6°. bouwwerken of andere werken aan te brengen te hebben, te wijzigen of te verwijderen; 7°. ligplaats te nemen, te meren of te ankeren, met een schip, woonschip, drijvend voorwerp of drijvende inrichting; [...] en b. in de buitenbeschermingszone van een waterkerend dijklichaam: 1°. te graven of grond te verwijderen; […]. Artikel 2.18 (beperkingengebiedactiviteiten half-verholen waterkeringen) Keur AGV 2019 Het is verboden om zonder vergunning van het bestuur, a. in de kernzone van een half-verholen waterkering: 1°.

te graven, grond te verwijderen of de bodem op te hogen; […]; b. in de beschermingszone van een half-verholen waterkering: 1°. te graven of grond te verwijderen; [...]; 3°. buizen of drukleidingen te leggen, te hebben, geheel of gedeeltelijk te vernieuwen of te verwijderen; 4°. bouwwerken of andere werken aan te brengen, te hebben, te wijzigen of te verwijderen; en 5°. ligplaats te nemen, te meren of te ankeren, met een schip, woonschip, drijvend voorwerp of drijvende inrichting. Artikel 2.19 (beperkingengebiedactiviteiten verholen waterkeringen) Keur AGV 2019 Het is verboden om zonder vergunning van het bestuur, a. in de kernzone van een verholen waterkering: 1°. te graven of grond te verwijderen; […]; b. in de beschermingszone van een verholen waterkering: 1°. te graven of grond te verwijderen; […]. Artikel 2.20 (beperkingengebiedactiviteiten beschermende gronden) Keur AGV 2019 Het is verboden zonder vergunning van het bestuur in beschermende gronden: a. te graven of grond te verwijderen; b. kabels, buizen, draden of leidingen aan te leggen, te hebben, geheel of gedeeltelijk te vernieuwen of te verwijderen; c. bouwwerken of andere werken aan te brengen, te hebben, te wijzigen of te verwijderen; en d. bodemonderzoek te verrichten, met uitzondering van seismisch onderzoek.

Analyse situatie plangebied aspect waterkeringen Uit de kaarten van de legger bij de Keur AGV 2019 is op te maken dat in en nabij de te onderscheiden plangebiedsdelen de volgende regionale waterkeringen aanwezig zijn: Plangebiedsdeel 'brug': "Overige kering" A513. Er is op de digitale legger (geraadpleegd maart 2023) bij deze kering geen kernzone, binnenbeschermingszone en buitenbeschermingszone aangegeven op de legger voor "Overige kering A513". Plangebiedsdeel 'woonbootligplaats Zeeburgerdijk 585': kering A512-VIII (of A512-008). Op de legger (geraadpleegd maart 2023) is de kering A512-VIII (of A512-008) aangeduid als 'primair half-verholen' en is aangegeven waar de kernzone, binnenbeschermingszone en buitenbeschermingszone ligt.

bestemmingsplan_Cruquius brug Nieuwe Vaart e.o. (vastgesteld)

blz. 61

Afbeelding: uitsnede kaart "Vergunningen en meldingen" met legenda, beschikbaar gesteld op de website van Waterschap AGV waarop de digitale kaart / legger van behorende bij de Keur AGV 2019 is te raadplegen (geraadpleegd maart 2023) (Bron: https://waternet.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=07b1c0250a1043bab51a4584b129 a4e1) Volgens de kaart van het Reglement voor het Waterschap 2017, digitale kaart / legger AGV, de regels van de Keur AGV 2019 is het volgende van toepassing: Plangebiedsdeel 'brug': De waterkering ter plaatse van het plangebiedsdeel 'brug' is aangemerkt als "overige kering" en daarbinnen niet als 'verholen'. Dit impliceert dat het geen primaire, secundaire of tertiaire waterkering is en dat het geen verholen kering is. In artikel 2.15 van de keur is aangegeven wat het beperkingengebied is van primaire, secundaire of tertiaire waterkering en ook van verholen waterkeringen, maar niet wat het beperkingengebied is van een "overige kering" die geen "verholen kering" is. Als er geen beperkingengebieden zijn, dan kan daaruit de conclusie worden getrokken dat de verboden van artikel 2.17, 2.18 en 2.19 niet aan de orde zijn. Resteert mogelijk artikel 2.15 lid 5 in combinatie met artikel 2.20 Keur AGV 2019: 1.

"Beschermde gronden" (langs wateren gelegen gronden die achterliggend land beschermen tegen afkalving door golfslag of die lager dan het boezempeil gelegen delen van het land beschermen tegen indringing van boezemwater) hebben volgens artikel 2.15 lid 5 een breedte, landinwaarts, gerekend vanuit de waterlijn, van 3 meter als deze bescherming bieden tegen indringing van boezemwater; of 10 meter als deze bescherming bieden tegen afkalving door golfslag. 2. Vergunning ex artikel 2.20 Keur AGV 2019: Het is onder meer verboden om zonder vergunning in "beschermde gronden" te graven of grond te verwijderen, kabels, buizen, draden of leidingen aan te leggen of bouwwerken of andere werken aan te brengen. De gronden van en nabij de brug en de hellingbanen liggen niet lager dan het boezempeil. In zoverre is geen sprake van "beschermde gronden". Dat lijkt ook uit de digitale kaart "vergunningen en meldingen" die het Waterschap beschikbaar heeft gesteld op de website waar ook de digitale legger van de keur is

Gemeente Amsterdam

blz. 62

te raadplegen. Op die kaart is het gebied rondom de Nieuwe Vaart niet aangeduid als "beschermd gebied". Echter, om daar zekerheid over te krijgen, dient navraag te worden gedaan bij het waterschap. (N.B. indien gebied van en nabij brug en hellingbanen volgens het waterschap wordt aangemerkt als "beschermde grond" in de zin van artikel 2.20 van de Keur, dan dient voor het realiseren van de brug en aanleg van de hellingbanen een vergunning worden aangevraagd ex artikel 2.20 Keur AGV 2019. Een aanvraag betreft een separaat proces van toestemmingverlening voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Een dergelijk proces staat derhalve los van de bestemmingsplanprocedure) Plangebiedsdeel 'woonbootligplaats Zeeburgerdijk 585': Het plangebiedsdeel van de woonbootligplaats ligt in de binnenbeschermingszone van primair halfverholen waterkering A512-VIII (of A512-008). Dit betekent dat voor het vervangen van een woonschip door een woonark mogelijk een aanvraag van een vergunning aan de orde zal zijn op grond van de Keur AGV 2019. Het betreft de vergunning ex artikel 2.18 van de Keur AGV 2018 voor het in de beschermingszone van een half-verholen waterkering: aanbrengen van bouwwerken of andere werken (onderdeel 4 van artikel 2.18) en het innemen van een ligplaats, het meren of ankeren, met een schip, woonschip, drijvend voorwerp of drijvende inrichting.

Een dergelijke aanvraag betreft een separaat proces van toestemmingverlening door het Waterschap AGV. Een dergelijk proces staat derhalve los van de bestemmingsplanprocedure. 3.5.5

Waterkwaliteit

De KRW verplicht de lidstaten om iedere zes jaar, voor elk stroomgebied een Stroomgebiedbeheerplan (SGBP) op te stellen. Nederland kent vier stroomgebieden, namelijk de Rijn, Maas, Schelde en Eems. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht ligt in het deelstroomgebied van Rijn-West. Binnen het beheergebied van AGV wordt onderscheid gemaakt in 41 KRW-waterlichamen. Voorliggend plangebied betreft waterlichaam "Vaarten Amsterdam". Daarover is in het document "Actualisatie KRW-waterlichamen AGV maatregelenprogramma 2022-2027" van 20 augustus 2020 het volgende aangegeven: "In het waterlichaam Vaarten Amsterdam is een grote stap gezet met het verplaatsen van de rioolwaterzuiveringen in 2006. Recent zijn ook de woonboten aangesloten op het riool. Door niet meer door te spoelen, sinds 2011, introduceren we geen algenrijk IJmeerwater meer en verbeterde de zuurstofhuishouding verder. Verdere verbetering van nutriëntenbelasting is hier te verwachten van een verder opknappende Amstel. De belangrijkste sleutelfactor staat dan op groen. De volgende stap is dan natuurontwikkeling in luwere, minder gebruikte hoekjes van het watersysteem en, waar mogelijk, langs de kades. Ook zonering van de vaardruk is belangrijk.

We zien nu al dat, waar minder gevaren wordt, de ecologische waterkwaliteit verbetert." Het waterschap stelt eens in de 6 jaar een Waterbeheerplan vast, om de rijks- en provinciale doelen op hoofdlijnen, te vertalen in maatregelen voor AGV. Het Waterbeheerplan beschrijft ook de maatregelen die het waterschap gaat nemen om het watersysteem ‘op orde’ te houden en te laten voldoen aan de eisen, zoals het watersysteem inspecteren, monitoren, toetsen, onderhouden, verbeteren en aanpassen aan de veranderingen van de omgeving en het beleid (bron: deel I van de Beleidsregels voor de Keur AGV 2019). Wat dat betreft geeft het waterschap AGV op haar website aan dat werken aan schoon en gezond water een van de belangrijkste taken is van het waterschap (bron: https://www.agv.nl/specials/waterkwaliteit/). Doel is het nakomen van de Europese afspraken over schoon water (zie ook paragraaf 3.2.2). Op haar website geeft AGV aan dat zij werkt aan een betere waterkwaliteit door er voor te zorgen dat het juiste, schone water op de juiste plek komt, het vuile water van huishoudens gezuiverd wordt en dat sloten en rivieren schoon worden gehouden door te baggeren en te maaien. In de afgelopen 20 jaar heeft het waterschap AGV de waterkwaliteit in een aantal van plassen en meren verbeterd. Ondanks de verbeteringen zijn de wateren in Nederland nog niet schoon genoeg.

Om dit te bereiken moet iedereen in Nederland hieraan meewerken. Dus niet alleen de waterschappen maar ook de andere overheden, bedrijven, organisaties en burgers. Aangegeven is dat in het najaar 2023 door het waterschapsbestuur besloten wordt over maatregelen die het waterschap moet

bestemmingsplan_Cruquius brug Nieuwe Vaart e.o. (vastgesteld)

blz. 63

nemen binnen het gebied van het waterschap. Over het aspect 'Grondwaterlichamen' is in deel I van de Beleidsregels voor de Keur van AGV 2019 aangegeven dat de oogmerken voor grondwaterlichamen (art. 2.7 van de Keur AGV 2019) zijn dat er voldoende grondwater beschikbaar blijft van goede kwaliteit voor een duurzaam gebruik van water. Daarnaast is het belangrijk dat de grondwaterstand geschikt is voor de belangen die spelen, zoals: natuur, landbouw, bebouwing, infrastructuur, waterkeringen, drinkwatervoorziening, archeologische, aardkundige en cultuurhistorische waarden, bodemenergiesystemen, grondwatersaneringen en voorkomen en beperken van bodemdaling. De zorgplicht (art. 2.8 Keur AGV 2019) schrijft voor dat iemand die een activiteit uitvoert die invloed heeft op een grondwaterlichaam, maatregelen moet nemen om te zorgen dat: Er geen uitputting optreedt van de grondwatervoorraad. Ongewenste kwel wordt voorkomen. De grondwaterstand blijft passen bij de belangen die een rol spelen. Grondwaterstromen niet veranderen en geen verspreiding kan plaatsvinden van aanwezige verontreinigingen, koudebellen of warmtebellen. Er geen doorboring van slecht doorlatende bodemlagen plaatsvindt. De aanwezige grondwaterkwaliteit in stand blijft. Er geen opbarsting van de waterbodem plaats vindt. Er geen verzilting van zoet grondwater optreedt.

Regelgeving waterschap AGV Met keurartikelen en beleidsregels over werken in of nabij oppervlaktewaterlichamen draagt AGV onder meer bij aan een goede ecologische kwaliteit en een goede waterkwaliteit van het watersysteem. Risico’s van (kunst- of bouw)werken in oppervlaktewaterlichamen zijn onder andere dat ze schade kunnen veroorzaken aan de ecologische kwaliteit van het watersysteem. Mede vanwege dat risico stelt AGV voorwaarden aan de vergunningen voor het aanleggen, wijzigen of verwijderen van werken in en nabij oppervlaktewaterlichamen. Keur AGV 2019 - regels waterkwaliteit Artikel 2.27 (specifieke zorgplicht) 1. Een ieder die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de goede staat en werking van het oppervlaktewaterlichaam, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd. 2. Die verplichting houdt in ieder geval in, dat alle passende maatregelen worden genomen om: [...] g.

aantasting van maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen ter verbetering van de ecologische waterkwaliteit te voorkomen; h. nadelige gevolgen voor de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam zoveel mogelijk te voorkomen; [...]. In de artikelsgewijze toelichting van de Keur AGV 2019 is over "verslechtering van de ecologische

Gemeente Amsterdam

blz. 64

toestand" onder meer aangegeven dat een activiteit negatieve invloed op de ecologische kwaliteit heeft als het leidt tot een verslechtering van de waterkwaliteit, tot een obstakel voor vissen of andere dieren of tot beschadiging van flora en fauna. Ook kan de ecologische waarde achteruitgaan bij een verdieping of door de extra toevoer van bagger. Ook het weggraven van planten kan de ecologische kwaliteit aantasten. En aantasting van de oever is een risico, omdat juist in de oever - op de grens van land en water - de ecologische waarde van het watersysteem het hoogst is. Ook de vorm van de oever is bepalend voor de ecologische waarde. De ecologische kwaliteit van het water en de oever kan ook verminderen door een teveel aan schaduw door de aanleg van werken boven het water. Gevolgtrekking: Uit de Keur 2019 en de daarmee verband houdende beleidsregels van AGV is op te maken dat voor het naleven van de zorgplicht een analyse door de initiatiefnemer moet worden gemaakt om vast te stellen wat de aquatisch ecologische impact is van een activiteit en welke maatregelen getroffen kunnen worden om dit te mitigeren of compenseren. 3.5.6

Algehele resumé en conclusies m.b.t. beleid en regels Waterschap AGV

Plangebiedsdeel 'brug' Voor het initiatief plangebiedsdeel 'brug' is voor de uitvoeringsfase, nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, mogelijk (want te bepalen door bevoegd gezag zijnde Waterschap AGV) een procedure aan de orde voor het verkrijgen van: vergunning ex artikel 2.31 Keur AGV 2019. Dit met het oog op de bescherming van zogeheten "primaire wateren" in de zin van de keur. vergunning ex artikel 2.20 Keur AGV 2019. Dit met het oog op de bescherming van zogeheten "beschermde gronden" in de zin van de keur. Voorts geldt er op moment van opstellen van voorliggende toelichting (Q2 2023) op grond van artikel 2.27 Keur AGV een zorgplicht om nadelige gevolgen voor de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam zoveel mogelijk te voorkomen. Een aanvraag voor hiervoor bedoelde vergunningen betreft een separate procedure en dient te worden aangevraagd bij het Waterschap AGV. Een dergelijk proces staat los van de bestemmingsplanprocedure. Aandachtspunt: Omdat regels aan verandering onderhevig kunnen zijn, zal op het moment van aanvraag watervergunning gekeken moeten worden naar de regels die dan gelden.

Plangebiedsdeel 'woonbootligplaats Zeeburgerdijk 585'' Voor het initiatief plangebiedsdeel 'woonbootligplaats Zeeburgerdijk 585' is voor de uitvoeringsfase, nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, mogelijk (want te bepalen door bevoegd gezag zijnde Waterschap AGV) een procedure aan de orde voor het verkrijgen van: vergunning ex artikel 2.31 Keur AGV 2019. Dit met het oog op de bescherming van zogeheten "primaire wateren" in de zin van de keur. vergunning ex artikel 2.18 van de Keur AGV 2019. Dit met het oog op de bescherming van een zogeheten "half-verholen waterkering" in de zin van de keur. Voorts geldt, op moment van opstellen van voorliggende toelichting (eerste helft 2023), op grond van artikel 2.27 Keur AGV een zorgplicht om nadelige gevolgen voor de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam zoveel mogelijk te voorkomen. Aandachtspunt voor initiatiefnemers voor activiteiten in en om plangebied Een inventarisatie van de regelgeving van het waterschap AGV zoals die geldt op moment van opstellen

bestemmingsplan_Cruquius brug Nieuwe Vaart e.o. (vastgesteld)

blz. 65

van voorliggend bestemmingsplan (eerste helft 2023), is weergegeven in voorliggende toelichting. Zoals hiervoor al eerder is aangegeven, zal een initiatiefnemer voor activiteiten in en nabij de wateren van voorliggend bestemmingsplan, op het moment van concretisering van een initiatief niet alleen moeten nagaan of het initiatief mogelijk is op grond van de regelgeving van het rijk (bouwregelgeving) en de gemeente (waaronder het bestemmingsplan en de gemeentelijke Verordening op het binnenwater 2010), maar ook de regelgeving van het waterschap AGV. Het waterschap heeft eigen bevoegdheden en op grond van de regelgeving van het waterschap is toestemming voor het uitvoeren van bepaalde activiteiten gebonden aan een watervergunning. Zo heeft het waterschap AGV onder andere strenge regelgeving voor vervanging van woonschepen en het plaatsen van meerpalen in het Hoogwaterbemalingsgebied waar het plangebied zich in bevindt. Het is bij concretisering van bijvoorbeeld (bouw)plannen, raadzaam om tijdig de regelgeving van het waterschap te raadplegen om opgelegde beperkingen mee te kunnen nemen een het ontwerp. Een aanvraag voor een watervergunning betreft een separate procedure en dient te worden aangevraagd bij het Waterschap AGV. Een dergelijk proces staat los van de bestemmingsplanprocedure.

3.6

Gemeentelijk beleid

3.6.1

Watervisie Amsterdam 2040 (vastgesteld 2016)

De Watervisie Amsterdam 2040 was een structuurvisie uitwerking wat inhield dat de Watervisie als een onderdeel van de Structuurvisie Amsterdam 2040 werd beschouwd. Nadien is de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vastgesteld (zie hierna paragraaf 3.6.3). Daarin is onder meer aangegeven dat veel punten van de Watervisie Amsterdam 2040 nog actueel zijn. Daarom wordt in deze paragraaf geïnventariseerd wat er in de Watervisie Amsterdam 2040 stond: Ambitie vergroten beleefbaarheid water: inzet is dat water in alle delen van de stad zo veel mogelijk openbaar toegankelijk en beleefbaar gemaakt wordt en blijft. Amsterdam woonbotenstad: Woonboten en woningen op het water horen bij de identiteit, de geschiedenis en de charme van Amsterdam en dragen bij aan de veelzijdigheid van woonvormen in de stad. Met 'woonboten' wordt veelal een divers spectrum aan (historische) woonschepen, woonarken en 'scharken' (mixvormen van boten en arken) bedoeld. Momenteel zijn er in totaal ongeveer 2500 woonboten en -arken in de stad, waarvan 2000 binnen de ring A10 en ten zuiden van het IJ en zo'n 800 hiervan in de binnenstad. Drijvende waterwoningen zijn er alleen op Steigereiland. Wonen op het water zal altijd maar een klein deel van het woningaanbod (bijna 400.000 woningen) van Amsterdam uitmaken, maar draagt bij aan de nautische sfeer en het bijzondere woonmilieu van de stad.

Barrièrewerking: Woonboten- en arken vormen langs sommige grachten in de binnenstad en delen van de Amsteloevers letterlijk een wand tussen de wal en het water. Het zicht vanaf de wal op het water is hier zo goed als verdwenen. Bij woonboten verdwijnt soms ook het openbare karakter van de kades door tuintjes of bouwsels van de bewoners. Historische schepen en welstand: Historische schepen dragen bij aan het cultuurhistorische maritieme beeld van de stad. Dit 'varend erfgoed' bestaat uit allerlei typen schepen, zoals stoom- en motorsleepboten, klippers en tjalken, zeilwherry's, reddingboten, kotters, langedijkers en akkerschuiten, rond- en platbodems, hoogaarzen en botters, bakdekkers en zalmschouwen. Veel van de vanouds varende schepen zijn nu in gebruik als woonboot of voor de chartervaart. Naast bijzondere historische schepen, zijn er ook woonschepen, woonarken en 'scharken' waarvan het ruimtelijk beeld te wensen over laat. Dit vraagt in de toekomst om extra aandacht. In de vier kleine stadshavens (Riekerhaven, Duivendrechtsevaart, Marktkanalen en Nieuw Vaart) is ook ruimte voor watergebonden bedrijvigheid en overslag van vrachtauto op boot. Hier liggen kansen voor overslag en bevoorrading van de binnenstad over water.

Deze bedrijventerreinen aan het water liggen strategisch tussen de Ring A10 en in de buurt van het centrum, waardoor ze tevens uitermate geschikt voor kleine werven en scheepsreparatiebedrijfjes gericht op de plezier- en

Gemeente Amsterdam

blz. 66

passagiersvaart en het (gestapeld) parkeren van privé-plezierbootjes. Slimme en schone stedelijke distributie over water behalve om ligplaatsen voor de goederenschepen, maar ook om overslagplekken of distributiepunten aan het water te creëren. Wij zien hiervoor met name kansen in de vier stadshaventjes, de Marktkanalen (bij het Food Center), de Riekerhaven, de Duivendrechtsevaart en de Nieuwe Vaart. Door de ligging van deze vier stadshaventjes met watergebonden bedrijventerreinen vlakbij de Ring A10 en op korte afstand van de binnenstad zijn deze erg geschikt als locatie voor de overslag van vrachtauto op boot. Mogelijk zijn ook enkele kleine vrachtwagenafzetplekken in de binnenstad nodig om een goede en slimme bevoorrading van de binnenstad over water beter te faciliteren. Een doorgaande vaarroute tussen de Amstel en het Amsterdam-Rijnkanaal voor de pleziervaart is ongewenst, omdat dit tot gevaarlijke situaties op het door de beroepsvaart druk bevaren Amsterdam-Rijnkanaal zou leiden. Cruquiusterrein: bijzondere voorziening, locatie passagiersvaart en/of woonboten in Entrepohaven. Het Cruquiusgebied transformeert de komende decennia van een industrieel gebied naar een gemengd woonwerkgebied. Het deel ten oosten van de jachthaven is nog leeg.

Wij zien dat hier op termijn kansen zijn voor een bijzondere voorziening als een drijvend zwembad of drijvende tuin, ligplaatsen voor de passagiersvaart of woonschepen (oude zeeschepen). Dergelijke functies op het water dragen bij aan de nautische sfeer in dit transformatiegebied. Afweging en conclusie Van het beleid zoals weergegeven in de Watervisie Amsterdam 2040 (2016) is slimme en schone stedelijke distributie over water een aandachtspunt, alsmede en het aspect pleziervaart Amsterdam-Rijnkanaal en het aspect 'historische schepen': Aandachtspunt visie creëren overslagplek / distributiepunt aan het water: Daartoe werden in de visie uit 2016 onder andere kansen gezien in een "stadshaventje in de Nieuwe Vaart". Gezien de transformatie van Cruquius wordt een dergelijke stadshaventje vooralsnog niet tot weinig realistisch verondersteld. Enerzijds omdat de geldende bestemmingsplannen rondom de bestaande insteekhaven van de Nieuwe Vaart bij Cruquius dergelijke grootschalige overslagplekken of distributiepunten aan het water niet expliciet toelaten. En voorts omdat de Cruquiusweg niet passend is en gaat zijn voor een eventuele toekomstige continue stroom van transport van materiaal en materieel van en naar het water aan de oostzijde Cruquius.

Aandachtspunt pleziervaart Amsterdam-Rijnkanaal: Voor voorliggend initiatief is mede van belang dat een doorgaande vaarroute tussen de Amstel en het Amsterdam-Rijnkanaal voor de pleziervaart ongewenst werd beschouwd. Dit omdat dit tot gevaarlijke situaties op het door de beroepsvaart druk bevaren Amsterdam-Rijnkanaal zou leiden. In zo verre is het projecteren van een in potentie belemmerende brug in de Nieuwe Vaart niet strijdig aan dat idee en als 'belemmering' kan het zelfs ondersteunend worden beschouwd. Aandachtspunt woonschepen, woonarken en 'scharken' waarvan het ruimtelijk beeld te wensen over laat: Voorliggend plan maakt de wijzing mogelijk van een ligplaats voor een woonschip in een ligplaats voor woonark. Via het instrument 'welstand' wordt gestuurd op het uiterlijk van een toekomstige woonark op deze locatie.

bestemmingsplan_Cruquius brug Nieuwe Vaart e.o. (vastgesteld)

blz. 67

3.6.2

Nota Varen Deel 1 (2019) en Nota Varen Deel 2 (2020)

In de Nota Varen Deel 1 (2019) en de Nota Varen Deel 2 (2020) zijn uitgangspunten van gemeentelijk vaarbeleid vastgelegd voor het binnenwater (niet voor het Havenwater). Deel 1 beschrijft hoe drukte en overlast op het water wordt bestreden en gaat met name in op de regels voor pleziervaart en passagiersvaart. Deel 1 geeft het kader voor het gehele vaarbeleid, met uitzondering van het woonbotenbeleid. Het vergunningenbeleid voor de passagiersvaart, aanvullende regels voor het gebruik van het water en de bijbehorende handhaving worden in dit deel uitgewerkt. Deel 2 is een uitwerking van het nieuwe op- en afstapbeleid, het ligplaatsenbeleid, maatregelen om de scheepvaart te verduurzamen, het vignetbeleid en de maatregelen om transport over water te stimuleren. Wat dit laatste aspect betreft is het volgende verwoord: De gemeente wil het transport over water stimuleren. Omdat Amsterdam wat betreft transport over water nog in een eerste fase zit, voert de gemeente komende tijd diverse onderzoeken uit. Op basis van deze onderzoeken zal het beleid verder worden vormgegeven (aldus de nota uit 2020). Het transport over water wordt met de volgende maatregelen gestimuleerd: Onderzoek naar laad- en loslocaties. Invoeren venstertijden en aanpassen ligtijden. Onderzoeken mogelijkheden duurzaam transport over water. Aanpassen en ontwikkelen (juridische) kaders.

Invoeren één loket bij bouwprojecten. Starten met pilots. Afweging en conclusie Van het beleid zoals weergegeven in Nota Varen deel 1 en deel 2 is de opgave die in deel 2 wordt geschetst ten aanzien van het stimuleren van transport over water een aandachtspunt. Concrete keuzen zijn daarover in Nota Varen deel 2 uit 2020 niet gemaakt, maar wel is aangegeven dat onderzoek plaats zal vinden naar laad- en loslocaties. Een dergelijk onderzoek heeft op moment van opstellen van voorliggend bestemmingsplan nog niet geleid tot een concreet initiatief of realistisch en uitvoerbaar plan. Volledigheidshalve wordt hierover opgemerkt dat op moment van opstellen van voorliggend bestemmingsplan een locatieonderzoek wordt uitgevoerd voor overslag in opdracht van project Zeeburgereiland, maar dat raakt niet aan voorliggend plan. 3.6.3

Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (vastgesteld 2021)

Op 8 juli 2021 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vastgesteld. De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vervangt de Structuurvisie Amsterdam 2040 uit 2011. In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is aangegeven dat de groeiambities van de structuurvisie uit 2011 meer dan waar zijn gemaakt. De voorziene toename van het aantal inwoners en banen voor 2040 is in een tijdsbeslag van een decennium al bijna bereikt. Vooral dankzij de komst van internationale bedrijven en bijbehorende kennismigranten. De dienstensector groeide snel en door verdubbeling van het aantal toeristen gold dat ook voor horeca. Omdat investeringen in openbaar vervoer, publieke ruimte en groen achterbleven, is de druk op de stad stevig toegenomen. Meest in het oog springend zijn de geëxplodeerde huizen- en huurprijzen, die het voor bewoners met een lager en middeninkomen en kleine ondernemers lastig maken om een plek te vinden in de stad. Steeds duidelijker wordt dat de status van Amsterdam als internationale metropool negatieve kanten heeft. Bijvoorbeeld vanwege de ontwrichting van de woningmarkt door vastgoedbeleggingen en een gevoel van ontheemding bij sommige Amsterdammers door de snelle veranderingen. Hoe internationaal ook, het succes van de stad hangt nog altijd grotendeels samen met in hoeverre inwoners zich thuis voelen.

De afgelopen jaren is ook duidelijk geworden dat ontwikkeling van de stad niet zonder goed beheer kan. Van de openbare ruimte, maar ook van kades en bruggen. Het is een mega-operatie op zichzelf, die de komende jaren veel van de stad zal vragen. Dit alles vormt het startpunt voor de Omgevingsvisie 2050.

Gemeente Amsterdam

blz. 68

De verwachting is dat de groei van de stad zal doorzetten. Die groei moet opgevangen worden en vooral gelijker verdeeld. Ook over de regio. Het besef dat Amsterdam onderdeel is van een grootstedelijke regio, is meer dan ooit doorgedrongen. De grootste uitdaging is de overstap naar meer duurzaamheid, met andere energiebronnen en een minder verspillende manier van leven. De inrichting van stad en regio gaat wezenlijk veranderen. Voorliggend plan betreft de realisatie van een langzaamverkeersbrug en als gevolg daarvan de wijziging van een woonbootligplaats. Dit betreft water gerelateerde aspecten. Specifiek over water is het navolgende verwoord in de Omgevingsvisie in het onderdeel "Leefbare stad". Water De groei van Amsterdam heeft geleid tot toenemende druk op het water. Dat vergt keuzes, ook omdat een onbelemmerde waterdoorstroming grenzen stelt aan dat wat er op het water wordt gedaan. De grachten tussen de Amstel, Gemaal Zeeburg, Singelgracht en Nieuwe Herengracht zijn hoogwaterbemalingsgebied ten behoeve van de afwatering van de Amstelboezem. Al het water uit het Amstelland moet door de grachten heen. Er is veel achterstallig onderhoud aan kades en bruggen. Aanpak daarvan legt nog jarenlang beperkingen op aan gebruiksmogelijkheden van het water. In de Omgevingsvisie is aangegeven dat veel punten van de Watervisie Amsterdam 2040 nog actueel zijn.

Nieuwe richtingen zijn de volgende: Water als ruimte en landschap: Veel Amsterdams water heeft landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Met alle druk op het water bestaat het risico dat het water verrommelt. Pogingen tot exclusief gebruik nemen toe, zoals uitdijende, te dicht op elkaar liggende woonboten, private terrassen en steigers of oevergebruik achter hoge schuttingen. Veel van deze ruimte wordt bewust of onbewust aan de openbaarheid onttrokken. Handhaving is gebrekkig. De komende jaren worden daarom onder andere de volgende nieuwe accenten gelegd: 1. Behoeften worden per gebied in samenspraak met bewoners en andere betrokkenen geïnventariseerd. Waar is meer zicht op het water gewenst? Waar is behoefte aan groene oevers, oplaadpunten voor pleziervaart, wisselplekken voor woonboten, steigers voor goederenvervoer of zwemplekken? Waar hinderen de betrokkenen elkaar? 2. Met gebiedsgericht maatwerk wordt het zicht op het water vergroot. Handhaving van illegale schuttingen en betere afspraken over zichtlijnen bij onder voorwaarden verhuurde oevers zijn daarvan onderdeel. Bij nieuwe ruimtelijke ingrepen worden de inrichting en het openbare gebruik van de oever liefst hersteld. Water voor transport en verbinden: Amsterdam heeft een grote en groeiende haven, met het IJ, IJmeer en het Amsterdam-Rijnkanaal als verbinding naar het achterland.

Transport over het water wordt gestimuleerd omdat het duurzamer kan zijn, maar vooral als alternatief voor zwaar transport over zwakke kades en bruggen. De komende jaren is het volgende daarom een van de nieuwe accenten: 1. Het binnenwater vormt een belangrijk netwerk tot diep in de stad. Het netwerk is vastgelegd in doorvaartprofielen, waarbij met name op de A- en B- profielen vervoer van grotere goederen en bouwmaterialen mogelijk is, indien de bruggen niet te laag zijn. Door knelpunten in de doorvaarthoogte op te lossen en laad- en loslocaties te ontwikkelen en in te richten, wordt de bruikbaarheid van het netwerk vergroot. Water voor wonen en werken: Wonen en werken in of aan het water is populair. Woonboten willen graag uitbreiden, met ook vlonders rondom de boot en ruimte op de oever. Cafés en restaurants willen graag een terras aan het water, op een steiger, of zich vestigen op een boot. Kantoren vinden uitzicht op het water een verrijking. Maar dergelijke ontwikkelingen belemmeren wel steeds meer uitzicht op water, de doorstroom en de waterkwaliteit. De gemeente wil deze waarden beter beschermen en herstellen. Het huidige beleid om het aantal woonboten niet uit te breiden, om via kleinschalige herschikkingen knelpunten op te lossen en overtredingen te handhaven, blijft daarom staan. Behoud van historische woonboten heeft een breed draagvlak.

De laatste bedrijventerreinen aan het water worden in rap tempo vervangen door kantoren, woningen en hotels. Daar moet bestemmingsplan_Cruquius brug Nieuwe Vaart e.o. (vastgesteld)

blz. 69

zorgvuldig mee worden omgegaan, want de ruimte is nodig voor watergebonden bedrijvigheid, de ambities om passagiers- en pleziervaart te verduurzamen en om goederenvervoer over het water te stimuleren. Water en natuur, ecologie en duurzaamheid: Veel Amsterdams water is ecologisch belangrijk, onder meer vanwege de combinatie van zoet/zout/brak water. Intensiever ruimtegebruik tast ecologische waarden en verbindingen aan. Zo veroorzaken meer motorboten troebeler water en geven grotere woonboten, terrassen en steigers meer schaduw, met negatieve effecten op de ecologie. Een van de nieuwe accenten die worden gelegd is de aanleg van meer natuurvriendelijke oevers, zowel onder als boven water. Water voor sport en recreatie: De groei van de stad betekent dat meer mensen op of in het water willen sporten. De meeste watersport of -recreatie past bij een gezonde stad, is kleinschalig en daarom welkom. Op steeds meer plaatsen ontstaan echter conflicten. Een van de nieuwe accenten betreft de overweging om meer wateren te reserveren voor ongemotoriseerde watersport en waterrecreatie. Verkeer Het bestemmingsplan ziet toe op de realisatie van een brug voor langzaamverkeer. Langzaamverkeer betreft voetgangers, minder validen en fietsers.

In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is in het onderdeel "Ruimtelijk programmatisch kader (hoofdstuk 7) onder "ruimte voor groen en bewegen" onder meer aangegeven dat in 2050 alle buurten via groene fiets- en wandelroutes verbonden zijn met het landschap. Het voorliggend initiatief voor een langzaamverkeerbrug volgt niet direct uit de Omgevingsvisie, maar sluit er wel op aan. Voorts is in de Omgevingsvisie onder meer een kaart "Netwerk fiets" opgenomen. Als toelichting daarop is aangegeven dat de belangrijkste functie van de kaart is het actief ontwikkelen en bewaken van een hiërarchisch fietsnetwerk van lange lijnen. Dit zijn logische en hoogwaardige fietsroutes door de stad voor fietsers die over een langere afstand door de stad rijden. Op de kaart in de Omgevingvisie is een grofmazig netwerk getekend, maar daarover is aangegeven dat daarbinnen een veel fijnmaziger netwerk van (meer lokale) fietsverbindingen voor kortere afstanden ligt. Het fijnmaziger netwerk is ook opgenomen in het beleidskader Verkeersnetten Amsterdam (zie voor nadere toelichting paragraaf 3.6.4). Afweging en conclusie Van het beleid zoals weergegeven in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is onder meer het watergebruik voor transport een aandachtspunt. Daartoe dient mede gekeken te worden naar het doorvaartprofiel dat aan de Nieuwe Vaart is toegekend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14382287/1