CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Nota van beantwoording zienswijzen Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam Toevoeging van regels over horeca, darkstores en evenementenlocaties

RAAD 2 juli 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Toevoeging van regels over horeca, darkstores en evenementenlocaties (VN2026-007926)46.438 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

75

Voor zware horeca komt de mogelijkheid van een maatwerkontheffing (artikel 3.91, eerste lid, Omgevingsplan). Zolang het bestemmingsplan nog niet is vervangen, geldt die mogelijkheid ook voor een nachtzaak, discotheek, club, zaalverhuur, partycentrum, en daarmee vergelijkbare vormen van horeca (artikel 3.91, tweede lid, Omgevingsplan). Voor bedrijven met een bonus/malusregeling die niet vallen onder zware horeca of artikel 3.91, tweede lid, Omgevingsplan, geldt dat een persoonsgebonden ontheffing kan worden aangevraagd (artikel 3.86, derde en vierde lid). Deze ontheffing dient aangevraagd te worden binnen drie jaar na inwerkingtreding van voorliggend besluit. Direct na inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit kan een aanvraag voor een maatwerkontheffing, bedoeld in artikel 3.91 Omgevingsplan, of een persoonsgebonden ontheffing, bedoeld in artikel 3.86, worden ingediend. Maatwerkontheffing artikel 3.91 Omgevingsplan: nodig voor alle horecacategorieën Artikel 3.91 Omgevingsplan bevat mogelijkheid tot het geven van een maatwerkontheffing van de openingstijden middels een maatwerkvoorschrift. Deze maatwerkontheffing is alleen van toepassing op zware horeca en fastfoodhoreca. Adressanten menen dat dit ook van toepassing moet kunnen zijn op andere horecabedrijven, zeker die horecabedrijven die beperkt worden in de openingstijden door het nieuwe beleid.

Reactie: Het is onwenselijk de mogelijkheid van de maatwerkontheffing, zoals opgenomen in artikel 3.91 Omgevingsplan, te verruimen naar andere zwaartecategorieën. Dan zouden bijvoorbeeld ook restaurants en cafés een vergaande verruimingsmogelijkheid krijgen. Dat is met het beleid niet beoogd. Wel is er, zoals hiervoor reeds aangegeven, de mogelijkheid om een aantal keer per jaar de openingstijden te overschrijden. Op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 blijft hiervoor wel een ontheffing nodig (artikel 3.15, tweede lid, onder b, APV). Voor bestaande bedrijven die beperkt worden door de nieuwe openingstijden, wordt voorzien in een overgangstermijn van drie jaar. Binnen die drie jaar hebben zijn de mogelijkheid een persoonsgebonden ontheffing aan te vragen (artikel 3.86). Maatwerkontheffing artikel 3.91 Omgevingsplan: rechtsonzekerheid Een dergelijke maatwerkontheffing leidt tot een meer rechtsonzekere situatie voor de horecaexploitant. Zeker ten opzichte van de huidige avondzaaktijden, die in principe voor iedere dag van de week golden. Met de maatwerkontheffing kan bepaald worden voor welke dag of dagen van de week de ontheffing geldt. Reactie: De maatwerkontheffing is niet bedoeld voor avondzaken als bedoeld in de APV. Daarvoor geldt een andere regeling.

De locatie waar ze zitten is opgenomen in bijlage X van het Omgevingsplan, en op grond van artikel 3.85 Omgevingsplan gelden daarvoor jaarrond verruimde openingstijden. In die gevallen is geen aanvullende maatwerkontheffing nodig. Aan nieuwe ‘avondzaken’ wordt geen medewerking meer verleend. Maatwerkontheffing artikel 3.91 Omgevingsplan: zwaardere toets Daarnaast lijkt er een zwaardere toets toegepast te worden, dan die thans op grond van het woonen lee limaat op basis van de APV geldt. Ook kunnen er extra voorwaarden aan de ontheffing worden verbonden.

76

Reactie: Inderdaad wordt er bij de maatwerkontheffing ruimer getoetst dan op grond van de APV het geval is. Bij een exploitatievergunning gaat het immers met name over aspecten van openbare orde en veiligheid, terwijl het er bij de ontheffing op grond van het omgevingsplan om gaat dat het niet mag leiden tot onaanvaardbare aantasting van het woon- en lee limaat. Daarmee wordt invulling gegeven aan het vereiste van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, en het vinden van de balans tussen ruimte voor horeca enerzijds, en het beschermen van een goed woon- en lee limaat voor omwonenden anderzijds Maatwerkontheffing artikel 3.91 Omgevingsplan: zwaardere toets Duidelijk is dat de regeling complexer wordt voor de horeca-exploitant en deze weer een extra toestemming dient aan te vragen. De horeca-exploitant heeft minder zekerheid over de openingstijden, maar moet wel investeringen doen en personeel aannemen. Adressanten menen dat dit een ongewenste ontwikkeling is. Er is ook geen enkele motivatie gegeven waarom de oude regeling niet zou voldoen. Reactie: Alleen voor de horecaexploitant die gebruik wenst te maken van de maatwerkontheffing, geldt dat die extra toestemming nodig is. Zoals hiervoor aangegeven is die extra toestemming nodig om te kunnen sturen op een aanvaardbaar woon- en lee limaat.

Die afweging hoort plaats te vinden binnen het omgevingsrecht, en niet binnen het spoor van de APV.

16.A6 Horecaterrassen Horecaterassen: aanduiding Op grond van artikel 3.71 Omgevingsplan is een horecaterras uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'horecaterras toegestaan - vergunningsplicht'. Alle huidige horecaterrassen zouden een dergelijke aanduiding moeten krijgen. Reactie: Bij het vervangen van bestemmingsplannen wordt bepaald aan welke locatie deze aanduiding wordt gegeven. Uitganspunt is daarbij dat bestaande mogelijkheden worden overgenomen. In uitzonderlijke situaties kan worden afgeweken van dat uitgangspunt. Dit vraagt een lokale afweging, die per te vervangen bestemmingsplan zal worden gemaakt. Daarop kan in het kader van voorliggend wijzigingsbesluit niet vooruitgelopen worden. Horecaterrassen: ontbreken juridisch-planologische toestemming Artikel 3.71 lid 2 Omgevingsplan bevat een tijdelijke regeling voor zover het tijdelijk deel van het omgevingsplan nog niet is omgezet naar het definitieve deel. Op basis daarvan is een horecaterras ook toegestaan als dit blijkt uit het oude bestemming (al dan niet via een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid) of er in het verleden een omgevingsvergunning is verleend. Hierbij wordt miskend dat er op dit moment horecaterrassen in Amsterdam aanwezig zijn, waarvoor een exploitatievergunning is verleend, maar waarvoor geen separate ruimtelijke toestemming lijkt te zijn.

Dit is onder meer veroorzaakt doordat stadsdelen in het verleden hier geen groot belang aan hebben gehecht. Dit is dus niet te wijten aan de horeca-exploitant en die mag hier ook niet de dupe van worden.

77

Reactie: Op grond van jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State was onder oud recht een horecaterras in juridisch-planologisch opzicht alleen toegestaan als dat expliciet uit de regels van het bestemmingsplan bleek. Het is niet aannemelijk dat daar onder de Omgevingswet anders tegenaan gekeken moet worden. Vandaar dat is bepaald dat een horecaterras alleen is toegestaan op een locatie waar dat expliciet uit de regels blijkt. Omdat de gevolgen van horecaterrassen alleen goed zijn te beoordelen op basis van het concrete initiatief, is aanvullend een vergunningplicht in het leven geroepen voor de omgevingsplanactiviteit horecaterras. Voor nieuwe omgevingsvergunning geldt dat die alleen kunnen worden afgegeven als ter plaatse een expliciete juridisch-planologische toestemming geldt (artikel 3.77, eerste lid, Omgevingsplan). Een soortgelijk vereiste geldt overigens ook op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 (artikel 3.3 APV). Voor de horecaterrassen met exploitatievergunning op een locatie zonder expliciete juridisch-planologische toestemming is overgangsrecht geregeld, zie hierna. Horecaterrassen: vergunning van rechtswege Uit het horecabeleid volgt dat alle bestaande horecaterrassen van rechtswege een omgevingsvergunning terras krijgen.

In artikel 3.76 Omgevingsplan staat echter dat dat alleen geldt voor een bestaand legaal horecaterras. Het is twijfelachtig of de situatie zoals voornoemd, waarbij er wel een exploitatievergunning is voor het terras, maar geen ruimtelijke toestemming, in aanmerking komt voor een omgevingsvergunning van rechtswege. Het is onwenselijk als horecaexploitanten alsnog een dergelijke toestemming moeten regelen terwijl het terras al jarenlang geëxploiteerd wordt. Bovendien is de ruimtelijke toestemming altijd een toetsingsgrond op basis van de APV geweest. lndien de gemeente bij verlening van de exploitatievergunning voor het terras niet opgemerkt heeft dat die toestemming er niet was, kan dit niet worden tegengeworpen aan de horeca-exploitanten. Reactie: Er zijn inderdaad situaties waarbij wel een exploitatievergunning voor een terras is verleend, maar er geen expliciete juridisch-planologische toestemming geldt. De oorzaak daarvoor is dat sinds 2010 op basis van jurisprudentie is vereist dat er een expliciete juridisch-planologische toestemming geldt. Heel veel bestemmingsplannen zaten toe echter al op locaties waar dat niet het geval was. Er werd verondersteld dat een terras passend gebruik was binnen een openbare ruimte-bestemming, ook als dat niet expliciet was bepaald. Sindsdien zijn niet alle bestemmingsplannen daarop aangepast.

Zoals in paragraaf 3.9 van deze nota verder onderbouwd, is ervoor gekozen de omgevingsvergunning van rechtswege te laten gelden voor horecabedrijven met een exploitatievergunning voor een horecaterras. Artikel 3.76 Omgevingsplan wordt aangepast, zodat hierover geen misverstand kan bestaan. Horecaterrassen: openingstijden De openingstijden voor horecaterrassen kunnen geen beperking zijn op de openingstijden, zoals die nu gelden. In het Ontwerp Wijzigingsbesluit worden maximale sluitingstijden gegeven, waarbij in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit kan worden afgeweken. Dit geeft rechtsonzekerheid voor de horeca-exploitant. Reactie: De openingstijden voor horecaterrassen worden in het omgevingsplan als volgt geregeld (artikel 3.74 Omgevingsplan). Er gelden voor heel Amsterdam de volgende sluitingstijden:  op zondag tot en met donderdag uiterlijk tot 01.00 uur;  op vrijdag en zaterdag uiterlijk tot 02.00 uur.

78

Van 1 november tot 1 maart geldt een maximum sluitingstijd van 24.00 uur. Daarbij is bepaald dat in de verplicht geworden omgevingsvergunning voor een horecaterras een vroeger tijdstip als maximale sluitingstijd kan zijn bepaald. Dit is gelijk aan de openingstijden, zoals die nu nog zijn opgenomen in artikel 3.14 van de APV. Voor terrassen met een exploitatievergunning op het moment dat voorliggend wijzigingsbesluit in werking treedt, gaat een omgevingsvergunning van rechtswege gelden (artikel 3.75 Omgevingsplan). De openingstijden zoals opgenomen in de exploitatievergunning, zoals die geldt op het moment van inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit, gelden als vergunningvoorschrift, verbonden aan de omgevingsvergunning van rechtswege, en zijn dus toegestaan. De in de exploitatievergunning bepaalde openingstijden blijven dus van toepassing. Het is echter onwenselijk dat de openingstijden voor een horecaterras de openingstijden, opgenomen in artikel 3.73 Omgevingsplan, overschrijden. Daarom is aan artikel 3.75 een regel toegevoegd die bepaalt dat voor zover de openingstijden van het terras die zijn opgenomen in de exploitatievergunning ruimer zijn dan de openingstijden, bedoeld in artikel 3.73 Omgevingsplan, de laatstbedoelde openingstijden gelden. Niet duidelijk is waarom dit rechtsonzekerheid zou geven.

De vergunninghouder is immers vanaf het moment van vergunningverlening bekend met de openingstijden. Horecaterrassen: vergunningplicht nieuwe horecaterrassen Er wordt een vergunningsplicht voor horecaterrassen in het leven geroepen. Op grond van de beoordelingsregels wordt een dergelijke omgevingsvergunning alleen verleend als de aanvraag betrekking heeft op een locatie waar een horecaterras is toegestaan. Zoals hierboven aangegeven is dit in de oude bestemmingsplannen niet altijd duidelijk. Dit kan in de praktijk tot grote problemen leiden. Reactie: Bestemmingsplannen zijn duidelijk over waar wel of geen horecaterras is toegestaan. Maken de regels geen horecaterras mogelijk, dan is het namelijk dus niet toegestaan. Onduidelijkheid terrasvergunning Ook is er onduidelijkheid over de nieuwe omgevingsvergunning horecaterras. Wie vraagt deze aan en kan het gebruik door een nieuwe huurder worden gewijzigd. Als deze omgevingsvergunning door de exploitant moet worden aangevraagd, kan de pandeigenaar hier weinig invloed op uitoefenen, terwijl deze vergunning wel de waarde van het pand kan beïnvloeden. Reactie: In het omgevingsplan is niet expliciet bepaald wie de omgevingsvergunning voor een horecaterras aanvraagt.

Wel is bepaald dat een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit horecaterras is verbonden aan de horecazaak waarbij het horecaterras behoort (artikel 3.75, tweede lid, Omgevingsplan). Ook is bepaald dat het verboden is zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit horecaterras te verrichten. Het verbod is dus gericht tot degene die de omgevingsplanactiviteit verricht. Een omgevingsplanactiviteit horecaterras is op grond van bijlage I van het omgevingsplan een activiteit waarbij op een horecaterras bedrijfsmatig voor directe consumptie ter plaatse dranken worden geschonken of etenswaren worden verstrekt, of waterpijpen worden aangeboden. De vergunningplicht is dus gericht tot de exploitant. De aanvraag wordt beoordeeld op de gevolgen van de daadwerkelijk voorgenomen exploitatie. Bovendien zal handhaving op vergunningvoorschriften zijn gericht tot de vergunninghouder. Voor de hand ligt daarom dat de

79

aanvraag wordt gedaan door de exploitant. Dat geldt ook voor een wijziging van de betreffende vergunning. Vergunningvoorschriften horecaterrassen Op grond van artikel 3.78 Omgevingsplan kunnen voorschriften aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit horecaterras worden verbonden. Op grond van lid 2 worden in elk geval voorschriften verbonden over de positionering en maatvoering van het terras, de openingstijden en het aantal zitplaatsen dat maximaal op het terras aanwezig mag zijn. Met name deze laatste voorwaarde wijkt af van de huidige praktijk. Vrijwel nooit worden op een exploitatievergunning voor een horecaterras het maximaal aantal zitplaatsen dat op het terras aanwezig mag zijn opgenomen. Adressanten menen dat dit een onnodige en vergaande beperking is. ln ieder geval mag dit niet leiden tot vermindering van het aantal zitplaatsen dat op dit moment op het terras aanwezig is. Reactie: Een belangrijk beoordelingscriterium met betrekking tot de aanvaardbaarheid van een horecaterras betreft de mate van stemgeluid op de omgeving. De mate van stemgeluid is a ankelijk van het aantal bezoekers dat op een terras aanwezig is. Bij onderzoek van de aanvaardbaarheid van het stemgeluid, speelt het aantal bezoekers dat is voorzien een bepalende rol.

Wanneer op basis van onderzoek wordt geconcludeerd dat het stemgeluid aanvaardbaar is, maar het aantal bezoekers dat daarbij is betrokken wordt niet juridisch vastgelegd, is de aanvaardbaarheid niet geborgd. Met het oog op de handhaa aarheid is ervoor gekozen om niet het maximum aantal bezoekers vast te leggen, maar het maximum aantal stoelen. Op grond van artikel 8.97 van het Besluit kwaliteit leefomgeving kunnen met het oog op de in artikel 3.77 Omgevingsplan opgenomen belangen ook aan een bestaande vergunning beperkende voorschriften worden gesteld. Zie meer uitgebreid paragraaf 3.9 van deze nota. Positieve effecten horecaterrassen De gemeente zou ook meer aandacht moeten besteden aan de positieve effecten van terrassen. Terrassen dragen bij aan een levendige en gezellige stadssfeer, vergroten de sociale controle en voorzien in de behoeften van zowel bewoners als bezoekers, helpen vaak ongewenste situaties te voorkomen, zoals wildparkeren van fietsen en scooters of het illegaal plaatsen van afval. Bovendien kan de aanwezigheid van een terras juist extra toezicht en controle in een gebied mogelijk maken. Deze belangrijke bijdragen van terrassen aan een aanvaardbaar woon- en lee limaat zijn tot nu toe onvoldoende erkend. Reactie: In het Horecabeleid 2025 worden ook de positieve kanten van horeca en horecaterrassen benoemd.

Dat neemt niet weg dat, zoals uit andere zienswijzen mag blijken, horecaterrassen ook nadelige gevolgen voor de omgeving kunnen hebben. Een bepaalde mate van overlast mag worden verwacht, en moet ook worden aanvaard. Voorkomen moet echter worden dat die gevolgen onaanvaardbaar zijn. Daartoe dienen de regels waarin het voorgenomen wijzigingsbesluit voorziet. Verbod terrasverwarming in strijd met wet- en regelgeving In artikel 3.73 Omgevingsplan wordt `terrasverwarming' verboden. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in 2011 geoordeeld dat een dergelijk verbod niet is toegestaan. Ook op grond van de inmiddels van toepassing zijnde Verordening (EU) 2016/426 op basis kan terrasverwarming niet worden beperkt. De gemeente Amsterdam heeft daarnaast in een convenant met Koninklijke Horeca Nederland afspraken gemaakt over het gebruik van terrasverwarming. Het convenant is voor zover bekend nimmer beëindigd. Terrasverwarming zorgt 80

voor een verhoogde omzet en verbeterd rendement. Voor zover de gemeente willens en wetens in strijd met wet- en regelgeving erin volhardt het verbod op te nemen, stellen adressanten de gemeente hierbij op voorhand aansprakelijk voor de schade die zal worden geleden. Reactie: Aangenomen wordt dat wordt gedoeld op de uitspraak 14 december 2011 (ECLI:NL:RVS:2011:BU7907). Daaruit volgt niet dat een verbod op terrasverwarming in het omgevingsplan niet mogelijk zou zijn. In die uitspraak werd geoordeeld dat het verbod via een exploitatievergunning op grond van de APV niet mogelijk was omdat het verbod ter bescherming van het milieu diende, terwijl dat belang niet door de betreffende artikelen van de APV werd beschermd. Het Omgevingsplan heeft echter ook het doel om het milieu te beschermen. Het (gedeeltelijk) verbod is ook met dat doel opgenomen. Het is onduidelijk waarom artikel 3.73 Omgevingsplan in strijd met de genoemde Europese Verordening zou zijn. Die verordening heeft tot doel om de werking van de interne markt voor gastoestellen te waarborgen in verband met de veiligheidsrisico's en de energie-efficiëntie. Op grond van de verordening mogen lidstaten geen strengere eisen inzake gezondheid, veiligheid en energiebesparing opleggen die het op de markt aanbieden of het in bedrijf stellen van gastoestellen zouden verbieden, beperken of belemmeren.

Het wijzigingsbesluit voorziet in een beperking voor het plaatsen van terrasverwarming op horecaterrassen. Hierbij is echter geen sprake van het stellen van strengere technische eisen aan gastoestellen. De betreffende bepaling uit het Omgevingsplan heeft dan ook geen gevolgen voor de handel of installatie van gastoestellen, en is niet in strijd met de Verordening. Er was inderdaad een convenant tussen Koninklijk Horeca Nederland en de gemeente Amsterdam over terrasverwarming. Dat convenant is reeds in 2016 afgelopen. Hierna is geen nieuw convenant meer gesloten. Beperkingen bestaande terrassen Het Ontwerp Wijzigingsbesluit bevat beperkingen ten opzichte van de bestaande situatie voor terrassen. Daar waar nu gebruik wordt gemaakt van een terras en/of gevelbank(en) willen adressanten deze behouden. Een terras en/of gevelbank is belangrijk voor de zichtbaarheid van de zaak en voor de omzet. Reactie: Voor bestaande horecaterrassen gaat een omgevingsvergunning van rechtswege gelden. Hetgeen op grond van die omgevingsvergunning is toegestaan, blijft toegestaan. Over een aantal zaken worden echter aanvullende regels gesteld om de aanvaardbaarheid ervan te (blijven) borgen. Terrassenplannen Op sommige plaatsen is in de huidige situatie sprake van een terrassenplan.

Zo'n terrassenplan komt tot stand na een uitgebreid proces (met een gebiedstransitie en) met inspraak van buurtbewoners en ondernemers. De terrassen die op basis hiervan zijn toegestaan willen adressanten dan ook behouden. Ook moeten stadsdelen de mogelijkheid hebben om een ruimer terras toe te staan c.q. een kleinere doorloopruimte voor voetgangers op bepaalde plekken in de stad te hanteren. Reactie: Op basis van een terrassenplan zelf zijn terrassen niet toegestaan. Daarvoor is en blijft een vergunning nodig. Het terrassenplan of ander uitvoeringsbeleid kan daarbij als toetsingskader worden gebruikt. Voorliggend wijzigingsbesluit verandert daarin niets. Stadsdelen kunnen hierover binnen de kaders van het Horecabeleid 2025 zelf beleid maken. Dat uitvoeringsbeleid is in het kader van voorliggend wijzigingsbesluit niet aan de orde.

81

Terrasmeubilair Adressanten wensen ook de huidige inrichting c.q. het meubilair van de terrassen te behouden, inclusief parasols en terrasschotten. Reactie: Artikel 3.76 Omgevingsplan bepaalt kort gezegd dat voor bestaande horecaterrassen met een exploitatievergunning een omgevingsvergunning van rechtswege geldt. Het derde lid bepaalt dat de voorschriften zoals opgenomen in de exploitatievergunning horecabedrijf, zoals die gold op het moment van inwerkingtreding van het betreffende artikel, gelden als vergunningvoorschrift, verbonden aan de omgevingsvergunning van rechtswege, voor zover die voorschriften betrekking hebben op: a. positionering en maatvoering van het terras; b. openingstijden van het terras; c. het aantal bezoekers of zitplaatsen dat maximaal op het terras aanwezig mag zijn; d. terrasschotten en parasols. Dat betekent dat voor zover op grond van de exploitatievergunning parasols en terrasschotten zijn toegestaan, die blijven toegestaan. Doorloopruimte terras In het Ontwerp Wijzigingsbesluit wordt aangegeven dat het horecabeleid het voetgangersbeleid zal volgen. Op basis daarvan kan een doorloopruimte van 2,00 meter gaan gelden. Adressanten bestrijden de noodzaak hiertoe. Bovendien kan daar waar wel meer doorloopruimte gewenst is, deze ook verkregen worden door het opheffen van parkeerplaatsen. Amsterdam is geen blokkendoos.

De aanwezige noodzakelijke doorloop ruimte voor voetgangers was altijd 1,50 meter. Als het iets drukker is, dan is er misschien wat meer doorstroom maar dat betekent nog niet dat bij iets meer drukte meer dan 1,50 meter in acht moet worden genomen. Reactie: In de motivering is aangegeven dat de afmeting van een terras in relatie tot de ruimte die er resteert bepalend is voor de doorloopruimte en daarmee voor de impact op de omgeving. En dat dit aspect bij de beoordeling van vergunningaanvragen wordt betrokken. De beoordelingsregels, opgenomen in artikel 3.77 Omgevingsplan, voorzien daar ook in. Wat de benodigde doorloopruimte is, wordt daar niet bepaald. Daarvoor geldt beleid. In het Horecabeleid 2025 staat opgenomen dat de doorloopruimte zoals deze nu geldt op grond van het beleid per stadsdeel, van kracht blijft, tenzij er sprake is van het opnieuw inrichten van de openbare ruimte. Dan geldt de minimale norm van 2,00 meter. Stadsdelen kunnen de norm wel naar beneden bijzetten, dat kan aan de orde zijn bij de gebiedsgerichte uitwerking. Voorliggend wijzigingsbesluit brengt daarin geen verandering. Coronaterrassen In een aantal zienswijzen wordt gewezen op het feit dat in het verleden een coronaterras is vergund. Reactie: Niet duidelijk is wat precies het doel is van deze constatering, die op zichzelf juist is, in een aantal zienswijzen.

In mei 2020 was de eerste golf van de coronapandemie zo goed als voorbij. De lockdown werd (gedeeltelijk) opgeheven en horecazaken mochten weer open - mits ze bezoekers op veilige afstand konden placeren. Naar aanleiding van wensen uit de raad, de branche en Amsterdammers is het toen mogelijk gemaakt dat ondernemers hun terras ruimer uit mochten zetten. Door het vaststellen van tijdelijke beleidsregels werden terrassen toegestaan op locaties waar dit onder normale omstandigheden niet past, zoals op parkeerplaatsen en op het water. De verruiming was bedoeld om ondernemers enigszins tegemoet te komen voor de verliezen tijdens de lockdowns en om 82

Amsterdammers voldoende gelegenheid te geven elkaar in de buitenlucht te ontmoeten. Vanwege de volgende coronagolven is het beleid vier keer verlengd, voor het laatst in januari 2022. De daarop gebaseerde toestemmingen hadden 31 oktober 2022 als einddatum en zijn daarna niet opnieuw verlengd. Winterterras Ten aanzien van de opmerkingen over winterterrassen uit het Ontwerp Wijzigingsbesluit geldt dat natuurlijk alleen maar voor horecabedrijven die een winterterras mogen hebben. Er gelden andere regels voor winterterrassen op de uitgaanspleinen, althans op dit moment; hier mag dan het terrasmeubilair buiten opgeslagen worden en de sluitingstijden zijn gunstiger. Hoe houdt het Ontwerp Wijzigingsbesluit hier rekening mee. Reactie: Horecazaken gelegen aan het Rembrandtplein, Thorbeckeplein, Leidseplein en het Kleine Gartmanplantsoen mogen tijdens het winterterrasseizoen (van 1 november tot 1 maart) een terras exploiteren tot 24.00 uur. Verder geldt daar dat het gebruik van parasols en terrasschotten is toegestaan en terrasmeubilair buiten mag worden opgeslagen. Dat mag buiten de uitgaanspleinen (in Centrum) niet tijdens de winterperiode. Dit staat allemaal in de exploitatievergunningen als voorschriften. Die voorschriften blijven gelden voor bestaande vergunningen.

16.A7 Additionele horeca Additionele horeca Vanaf artikel 3.56 Omgevingsplan worden regels gegeven voor additionele horeca gegeven. Niet duidelijk is of bestaande mengformules binnen deze regels de huidige exploitatie kunnen behouden. Dit is in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. In ieder geval moeten de huidige mengformules niet beperkt kunnen worden in de huidige exploitatie. Reactie: In de huidige situaties is additionele horeca (zij het her en der anders genoemd) in veel bestemmingsplannen geregeld, maar lang niet overal. Waar het wel is geregeld, is dat niet overal op dezelfde wijze geregeld. Dat geeft onduidelijkheid en verschil in mogelijkheden waar dat niet nodig is. De nieuwe regels over additionele horeca gaan daarom overal gelden. Dat zorgt voor gelijke regels voor gelijke gevallen. Voor die gebieden waar het bestemmingsplan wel regels bevat over additionele horeca, wordt geregeld dat de regels in dat bestemmingsplan voorgaan. Dat wordt geregeld met artikel 3.56, tweede lid, Omgevingsplan. In die gevallen blijft het bestemmingsplan dus gelden tot dat vervangen is. Wanneer die regels afwijken van de nieuwe regels, kan bij het vervangen van het bestemmingsplan worden beoordeeld of de nieuwe, algemene regels gewoon van toepassing kunnen worden, of dat maatwerk nodig is.

Voor locaties waar het bestemmingsplan géén regels over additionele of ondergeschikte horeca bevat, wil dat niet zeggen dat het dus verboden is. Het is alleen niet gereguleerd. Daar is dan niet duidelijk wat wel en niet is toegestaan. Met de nieuwe regels wordt dat wel duidelijk. Het kan zijn dat nu legaal bestaande additionele horeca niet voldoet aan de nieuwe regels. In dat geval geldt er een overgangstermijn van zes maanden waarbinnen alsnog aan de nieuwe regels moet worden voldaan. Dit wordt geregeld in artikel 3.61 Omgevingsplan.

83

Additionele horeca bij winkels Daarnaast geeft artikel 3.59 Omgevingsplan een aanvullende beperking met betrekking tot additionele horeca in winkels met een voedselwarenassortiment. In winkels met een voedselwarenassortiment is additionele horeca niet toegestaan, tenzij de additionele horeca op het moment dat het eerste lid in werking is getreden rechtmatig aanwezig was. Niet duidelijk is wat verstaan wordt onder: "rechtmatig aanwezig was". In ieder geval moeten bestaande winkels met een voedselwarenassortiment in een mengformule kunnen blijven bestaan. Reactie: Artikel 3.59, eerste lid, Omgevingsplan bepaalt dat additionele horeca niet is toegestaan binnen de uitoefening van detailhandel met een voedselwarenassortiment. Die regel geldt echter alleen ter plaatse van de aanduiding 'additionele horeca niet toegestaan binnen winkels met een voedselwarenassortiment'. Die aanduiding geldt nog nergens. Bij het vervangen van bestemmingsplannen wordt bepaald of die beperking moet gaan gelden of niet. Alleen als dat het geval is, wordt die aanduiding opgenomen. Dit wordt nader toegelicht in de motivering van het wijzigingsbesluit. Meldingsplicht additionele horeca bij winkels Er komt een meldingsplicht voor additionele horeca binnen detailhandel. Dit betreft een extra en onnodige handeling betreft.

Reactie: In de motivering van het wijzigingsbesluit is aangegeven dat met de meldplicht beter zicht komt op de ontwikkeling van het aantal winkels met additionele horeca, en waar ze zich bevinden. Dit biedt ook de kans om ondernemers te informeren over de voorwaarden of direct te checken of zij voldoen aan de voorwaarden. Daar is het instrument van een meldingsplicht bij uitstek voor geschikt. Maatwerkvoorschriftmogelijkheid additionele horeca Er kan een maatwerkvoorschrift worden gesteld over de uitoefening van de additionele horeca om onaanvaardbare overlast voor het woon- en lee limaat tegen te gaan. Dit geeft rechtsonzekerheid voor de exploitanten van de huidige mengformules. Reactie: Het betreffende artikel 3.60 Omgevingsplan uit het Ontwerp Wijzigingsbesluit is geschrapt. Daarvoor in de plaats is gekomen artikel 3.55 Omgevingsplan, dat bepaalt dat indien de uitoefening van een horecaactiviteit in ernstige mate a reuk doet aan een aanvaardbaar woon- en lee limaat, een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld om de nadelige gevolgen te beperken. Ten opzichte van het Ontwerp Wijzigingsbesluit is dit een inhoudelijke wijziging. De activiteit moet namelijk in ernstige mate a reuk doen aan een aanvaardbaar woon- en lee limaat.

De mogelijkheid moeten worden gezien in het licht van de specifieke zorgplicht voor horecaexploitanten die aan het omgevingsplan is toegevoegd (artikel 3.54 Omgevingsplan). Over het algemeen zal een exploitant die die zorgplicht ter harte neemt, niet worden geconfronteerd met een beperkend maatwerkvoorschrift.

16.A8 Overig Culturele horeca Voor culturele horeca wordt een vergunningplicht geïntroduceerd. Adressanten menen dat dit leidt tot rechtsonzekerheid bij de huidige exploitant van culturele horeca. In beginsel zou iedere huidige exploitant van culturele horeca van rechtswege een omgevingsvergunning voor 84

omgevingsplanactiviteit culturele horeca moeten krijgen, onder dezelfde voorwaarden als waar thans onder geëxploiteerd wordt. Met betrekking tot het overgangsrecht is onduidelijk of de lijst met culturele horeca zoals genoemd in bijlage IX compleet is. Reactie: Ten opzichte van het Ontwerp Wijzigingsbesluit wordt de regeling voor culturele horeca aangepast. In het Ontwerp Wijzigingsbesluit was er nog in voorzien dat dit onderdeel na vaststelling van voorliggend wijzigingsbesluit ineens voor heel Amsterdam zou gaan gelden. Daarmee zou de vergunningplicht ook gaan gelden in gebieden waar het nog geldende bestemmingsplan geen regels over culturele horeca bevat, én in gebieden waar het bestemmingsplan wel regels bevat, veelal met een vergunningplicht in de vorm van een binnenplanse afwijkmogelijkheid. Mede gelet op de zienswijze is geconcludeerd dat dit tot onduidelijkheid leidt. Dat leidt onder meer tot vragen of bepaalde exploitaties niet ook zouden moeten worden gekwalificeerd als culturele horeca, en dus op bijlage IX zouden moeten worden geplaatst. Hoewel dat hoogstwaarschijnlijk niet het geval is (ze vallen naar alle waarschijnlijkheid onder additionele horeca), is ervoor gekozen deze paragraaf gebied voor gebied uit te rollen bij het vervangen van het nu nog geldende bestemmingsplan.

Per gebied kan dan worden beoordeeld in welke gevallen eventueel sprake zou kunnen zijn van culturele horeca. Om duidelijk te maken welke instellingen over een dergelijke vergunning beschikken, zijn de instellingen waarvan nu reeds bekend is dat het hun betreft wel al opgenomen in bijlage IX. Specifieke categorie voor hotels Het Ontwerp Wijzigingsbesluit lijkt geen specifieke categorie te bieden voor horecaexploitatie in hotels. Er dient een extra categorie in het horecabeleid te worden gecreëerd, en wel op een zodanige wijze dat zowel de vergunde als de feitelijke hotelexploitatie kan worden gecontinueerd en in de toekomst kan worden gewijzigd. Reactie: Veel hotels hebben een hotelbar of hotelrestaurant voor de eigen hotelgasten. In een aantal hotels wordt de hotelbar of het hotelrestaurant ook opengesteld voor niet-hotelgasten. In paragraaf 1.2.1 van het Horecabeleid 2025 is opgenomen dat het horecabeleid wel gaat over de hotelbar of -restaurant die ook door niet hotelgasten bezocht kan worden. In dat geval is sprake van een bar of restaurant als elk ander. Het betreft dan geen aparte categorie. Het horecabeleid is niet van toepassing op hotels en hotelbars en -restaurants die uitsluitend voor hotelgasten zijn opengesteld. Net als onder oud recht, mag op grond van het omgevingsplan een hotelbar of -restaurant niet zondermeer voor niet-hotelgasten worden opengesteld.

Dan is geen sprake meer van een hotelexploitatie, maar van de exploitatie van een bar of restaurant. Een relevant onderscheid ten opzichte van een bar of restaurant zonder bijbehorend hotel is er dan immers niet. Of een hotelbar of -restaurant op grond van het omgevingsplan mag worden opengesteld voor niethotelgasten, wordt op dit moment in verreweg de meeste gevallen nog bepaald door het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Alleen waar het bestemmingsplan reeds is vervangen, wordt dit bepaald door de hoofdregeling van het omgevingsplan. De wijze waarop in bestemmingsplannen is geregeld of een hotelbar of -restaurant ook mag worden opengesteld voor niet-hotelgasten, verschilt sterk per bestemmingsplan. In sommige bestemmingsplanen is dat toegestaan ook als alleen een hotel is toegestaan, in andere gevallen is dat niet toegestaan als alleen een hotel is toegestaan, maar moet bijvoorbeeld ook expliciet een restaurant of café zijn toegestaan. Bepalend is over het algemeen de begripsomschrijving voor hotel.

85

In de hoofdregeling wordt voorzien in een uniforme benadering. De hoofdregeling bevat reeds een regelingdeel voor het gebruiksdoel hotel (paragraaf 2.3.8 van de hoofdregeling). Waar een nog geldend bestemmingsplan een hotel mogelijk maakt, zal bij het vervangen van dat bestemmingsplan in beginsel het gebruiksdoel hotel worden toegekend. Veel hotels beschikken naast overnachtingsfaciliteiten ook over gelegenheden waar door de eigen hotelgasten gegeten of gedronken kan worden. Binnen de systematiek van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam wordt dit niet beschouwd als horeca. Het bedrijfsmatig voor directe consumptie ter plaatse schenken van dranken of bereiden en verstrekken van eetwaren aan diegenen die in een hotel of bed & breakfast overnachten, valt expliciet niet onder het begrip horeca-activiteit. De begripsbepaling daarvan is ten opzichte van het Ontwerp Wijzigingsbesluit aangepast. Dat betekent dat de nieuwe paragraaf 3.2.13 niet van toepassing is. Dat betekent ook dat in dat geval geen sprake is van een horecazaak, als bedoeld in paragraaf 2.3.20. En dat betekent ook dat het openstellen van faciliteiten gericht op het ter plaatse schenken van dranken of bereiden en verstrekken van eetwaren niet is toegestaan (artikel 2.116, eerste en tweede lid, Omgevingsplan).

Wanneer een hotel de hotelbar of het hotelrestaurant ook aanbiedt aan niet-hotelgasten, is wél sprake van de exploitatie als horecazaak. Dat is alleen toegestaan voor zover met toepassing van paragraaf 2.3.20 Omgevingsplan aan de betreffende locatie ook een gebruiksdoel horeca zal zijn toegekend. Maar zolang het bestemmingsplan nog niet is vervangen, wordt dat dus bepaald door het bestemmingsplan. Maximum bruto-vloeroppervlakte horecazaak Artikel 2.245 Omgevingsplan bepaalt dat ten behoeve van een of meer horecazaken de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte' kan worden aangegeven. Adressanten menen dat een dergelijk maximum bruto-vloeroppervlakte voor een horecazaak nooit minder kan zijn dan de bestaande bruto-vloeroppervlakte. Dit is onvoldoende gewaarborgd in het Ontwerp Wijzigingsbesluit. Ditzelfde geldt voor de in dit artikel aangegeven aanduiding 'bouwlaag waarin een horecazaak is toegestaan' en 'maximumaantal horecazaken'. Dit kan nooit een beperking inhouden ten opzichte van de bestaande situatie. Reactie: De vraag of een beperking zoals een maximum bruto-vloeroppervlakte of een maximumaantal horecazaken op een locatie nodig is, komt eerst aan de orde bij het wijzigingsbesluit waarmee het nog geldende bestemmingsplan wordt vervangen. Dat is nu niet het geval.

Dansverbod avondzaken In het Ontwerp Wijzigingsbesluit wordt aangegeven dat avondzaken worden gerubriceerd als middelzware horeca. De gebruiksmogelijkheden van avondzaken worden daarmee beperkt. Nagenoeg ieder bestemmingsplan kent (voor deze gevallen) de volgende definitie van 'horeca 3': "Horecabedrijven, die tot doel hebben het voor consumptie ter plaatse verstrekken van dranken en (kleine) etenswaren en/of maaltijden, waarbij het accent ligt op het verstrekken van dranken." Hierin is bijvoorbeeld geen (letterlijk) verbod op dansen opgenomen. In de jurisprudentie is wel uitgemaakt dat buiten onderscheid tussen horeca 2 en horeca 3 onder meer relevant is of de primaire focus van het horecabedrijf ligt op het laten dansen van bezoekers. Met andere woorden: dit houdt nadrukkelijk geen dansverbod in. Voor het overige kan niet geheel worden overzien wat de verschillen zijn tussen de oude en nieuwe horeca categorie-indeling. Reactie: Vooropgesteld moet worden dat er geen eenduidige toepassing is van horecacategorieën in bestemmingsplannen, laat staan van een eenduidige begripsomschrijving. Dat blijkt ook uit de namens adressanten naar voren gebrachte zienswijzen. In sommige bestemmingsplannen wordt namelijk wel iets gesteld over het aanbieden van een dansvloer, in andere niet. 86

Als er geen expliciet verbod geldt, dan geldt nog niet het aanbieden van een dansvloer dus is toegestaan. Of dat zo is, zal ook kunnen a angen van het specifieke bestemmingsplan, de regelsystematiek, en eventueel de toelichting daarbij. Een voorbeeld kan dit verduidelijken. Er zijn inderdaad bestemmingsplannen die de in de zienswijze opgenomen begripsomschrijving van horeca 3 bevat. Maar die bestemmingsplannen bevatten over het algemeen ook een begripsomschrijving voor horeca 2 waarin wordt bepaald dat dat zijn “horecabedrijven, al dan niet met een besloten karakter, die tot hoofddoel hebben het voor consumptie ter plaatse verstrekken van dranken, waarbij het gelegenheid bieden tot dansen op en tot het beluisteren van overwegend mechanische muziek een wezenlijk onderdeel vormt. Horeca 2 bedrijven zijn in elk geval discotheken en sociëteiten”. Uit de systematiek van die twee begripsbepalingen kan dan worden opgemaakt dat een horecabedrijf waarbij het gelegenheid bieden tot dansen op en tot het beluisteren van overwegend mechanische muziek een wezenlijk onderdeel vormt, wel is toegestaan binnen horeca 2, maar niet binnen horeca 3. Meer in zijn algemeenheid kan worden gezegd dat op een locatie waar een restaurant is toegestaan, het niet voor de hand ligt dat het passend is als op structurele basis gelegenheid wordt geboden tot dansen op luide muziek.

Een restaurant is een eetgelegenheid, geen dansgelegenheid. Dus als het bestemmingsplan een restaurant toelaat, dan is daar een eetgelegenheid toegelaten, en geen dansgelegenheid. In paragraaf 3.3 wordt aangegeven hoe daarmee wordt omgegaan. Ten opzichte van het Ontwerp Wijzigingsbesluit wordt in elk geval mogelijk gemaakt om ook binnen middelzware horeca het aanbieden van een dansvloer toe te staan. Evenementenlocaties Artikel 2.271 Omgevingsplan e.v. is van toepassing op evenementenlocaties. Dit artikel is echter nog niet concreet gemaakt en het maximaal evenementen ontbreekt. Er is daarom op dit moment nog niet voldoende bekend om goed te kunnen reageren op dit artikel. Het mag in ieder geval geen beperking kan opleveren ten opzichte van de huidige evenementenexploitaties. Reactie: De vraag of een bepaalde locatie al dan niet als evenementenlocatie moet worden aangewezen, is aan de orde bij het vervangen van het daar nog geldende bestemmingsplan. Als adressanten te zijner tijd van mening zijn dat de omzetting van dat bestemmingsplan op verkeerde wijze gebeurt, kan in het kader van die procedure worden opgekomen. Tot dan blijven het geldende bestemmingsplan van toepassing, en uiteraard de Algemene Plaatselijke Verordening 2008. Voorliggend wijzigingsbesluit verandert daarin niets.

Uitgaansgebieden / pleinen Namens een aantal pandeigeraren en exploitanten wordt naar voren gebracht dat in uitgaansgebieden ruimere regels met betrekking tot horeca-exploitatie dienen te gelden dan buiten dergelijke gebieden. In het Ontwerp Wijzigingsbesluit komt het bijzondere karakter van uitgaansgebieden niet dan wel onvoldoende naar voren. Verzocht wordt om in het Ontwerp Wijzigingsbesluit alsnog de bijzondere (en verruimde) positie van de horeca in uitgaansgebieden op te nemen. Reactie: Voorliggend wijzigingsbesluit ziet op het juridisch vertalen van het Horecabeleid 2025 en niet in vaststelling van beleidsuitgangspunten. Zoals in paragraaf 6.4 en 6.5 zullen de stadsdelen gaan werken aan het ‘uitvoeringsbeleid’: de zogenoemde gebiedsgerichte uitwerkingen. Het is in het kader van dergelijke gebiedsgerichte uitwerkingen dat de vraag aan de orde komt hoe een bepaald gebied moet worden getypeerd. Na vaststelling van de gebiedsgerichte uitwerking kunnen de daarin gemaakte keuzes doorwerken in een later wijzigingsbesluit. 87

Uitvoeringsnotitie Horeca 2014 Hoe verhoudt het Ontwerp Wijzigingsbesluit zich met de Uitvoeringsnotitie Horeca 2014, stadsdeel Centrum ten aanzien van het Rembrandtplein? Reactie: Het Horecabeleid 2025 is kaderstellend voor zowel regelgeving als voor nieuw uitvoeringsbeleid. Naar aanleiding van dit beleid komt er één stedelijke set aan regels voor horeca in het omgevingsplan en in de APV. Voorliggend wijzigingsbesluit voorziet daarin. Voor wat betreft het omgevingsplan wordt bij latere wijzigingsbesluiten bepaald waar welke zwaartecategorie wordt toegekend. Daarbij kan eventueel aanvullend maatwerk worden gegeven. Zoals in het Horecabeleid 2025 is aangegeven, is voor een aantal beleidsthema’s uitvoeringsbeleid nodig. Zo kan de afweging over wat er op een locatie kan worden toegestaan (zwaartecategorie, terrassen, verruiming openingstijden) op een lager niveau laten plaatsvinden. Dit betekent dat na vaststelling van het stedelijk beleid door de gemeenteraad, de stadsdelen zijn gaan werken aan het ‘uitvoeringsbeleid’. Dat uitvoeringsbeleid komt na participatie en vaststelling in de plaats van nu geldend uitvoeringsbeleid. De Uitvoeringsnotitie Horeca 2014 is in feite een samenvatting van al het op dat moment geldende horecabeleid in Centrum. Dat is dus deels vervangen door het Horecabeleid 2025, en zal verder worden vervangen door nieuw uitvoeringsbeleid.

Over een aantal thema’s die in het Uitvoeringsnotitie Horeca 2014 aan de orde komen, voorziet het voorliggend wijzigingsbesluit in regels in het omgevingsplan. Zo bevat het de voorwaarden waaronder additionele horeca is toegestaan, en regels over openingstijden. Voor die thema’s gaan de regels boven het in de uitvoeringsnotitie opgesomde beleid. Voorliggend besluit leidt niet tot een andere keuzes als het gaat om de genoemde typering van het gebied. Dat is onderwerp van de gebiedsgerichte uitwerkingen die worden opgesteld. Voormalige horecaconcentratiegebieden Rembrandtplein en Leidseplein, geluidsniveau van +5dB en overgangsrecht uit Wm en Abm Voor een aantal locaties wordt aangegeven dat die zich bevinden op het Leidseplein of Rembrandtplein. Voor deze voormalige horecaconcentratiegebieden is in het verleden een geluidsniveau van +5dB vastgesteld. Aangegeven wordt dat voor de exploitatie aldaar het geluidsniveau er niet op achteruit mag gaan en ook dat het algemeen overgangsrecht uit de Wet Milieubeheer/het Activiteitenbesluit (exploitatie voor 1992) behouden blijft. Reactie: Voor wat betreft de geluidsnorm wordt opgemerkt dat bij een wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) in 1993 de uitgaansgebieden Rembrandtplein en Leidseplein werden aangewezen als horecaconcentratiegebied. Aanleiding hiervoor was de toenmalige Besluit horecabedrijven milieubeheer.

Als gevolg van de aanwijzing konden horecazaken in die gebieden 5 dB(A) meer geluid veroorzaken dan andere horecabedrijven. In 1998 werd het Besluit horecabedrijven milieubeheer vervangen door het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer. Dat besluit bevatte ook een regeling voor horecazaken in aangewezen horecaconcentratiegebieden, maar wel onder strengere voorwaarden. Het nieuwe Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer bevatte geen overgangsregeling voor horecaconcentratiegebieden die eerder op grond van het Besluit horecabedrijven milieubeheer werden aangewezen. Gelet op de strengere voorwaarden in het nieuwe besluit en het gebrek aan overgangsrecht heeft de aanwijzing in de APV haar betekenis verloren. In 2008 werd de APV opnieuw vastgesteld. Omdat de aanwijzing haar betekenis had verloren, bevatte de nieuwe APV geen aanwijzing meer voor horecaconcentratiegebieden en ook geen overgangsrecht voor eerder aangewezen horecaconcentratiegebieden. 88

Opgemerkt wordt dat het (zowel onder huidig recht als onder de Omgevingswet) mogelijk is om op verzoek van een horecaexploitant per maatwerkvoorschrift hogere geluidbelasting toe te staan voor die betreffende horecazaak. Wettelijke voorwaarde hiervoor is dat de zogenaamde grenswaarde in geluidgevoelige ruimten binnen geluidgevoelige gebouwen niet wordt overschreden. Voor wat betreft het overgangsrecht uit de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt erop gewezen dat inmiddels de Omgevingswet in werking is getreden. De meeste van die daarin opgenomen regels zijn bij wijze van bruidsschat terecht gekomen in de omgevingsplannen van elke gemeente. Met het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Basisregeling is deze bruidsschat reeds grotendeels vervangen: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024411678.html. Dat besluit is reeds op 19 november 2024 in werking getreden, en onherroepelijk. De regels over milieubelastende activiteiten zijn opgenomen in hoofdstuk 9. Voor zover nodig en gewenst, is daarbij in overgangsrecht voorzien. Doel van dat overgangsrecht is te voorkomen dat activiteiten, zoals horecazaken die op dit het moment van inwerkingtreding van dat eerdere wijzigingsbesluit, legaal hun werkzaamheden uitoefenen, na de inwerkingtreding van de basisregeling ineens de nieuwe regels overtreden.

Daarvoor is een voorziening getroffen op grond waarvan bestaande legale activiteiten nog een aantal jaar aan de oude regels mogen voldoen. In de tussentijd kunnen activiteiten die niet aan de nieuwe regels kunnen voldoen, maatwerk aanvragen. Hoofdstuk 9 van het omgevingsplan biedt (net als daarvoor de bruidsschat) brede maatwerkmogelijkheden ten aanzien van de daarin opgenomen milieuregels. Dit betekent meer flexibiliteit ten opzichte van het Activiteitenbesluit milieubeheer waar maatwerkmogelijkheden aan aangewezen onderwerpen en randvoorwaarden zijn gekoppeld. Maatwerkvoorschriften kunnen niet alleen strenger zijn dan de algemene regels in het omgevingsplan, maar ook juist soepeler. Een maatwerkvoorschrift kan verder zowel ambtshalve als op verzoek vastgesteld worden. De in de praktijk meest gebruikte maatwerkmogelijkheden zijn in het omgevingsplan expliciet benoemd. Zo is het voor ondernemers meteen duidelijk voor welke onderwerpen ze (ook) een maatwerkvoorschrift kunnen aanvragen. In de toelichting bij de regels is ook aangegeven dat maatwerkvoorschriften gebruikt kunnen worden om een uitzondering te maken voor bestaande gevallen die redelijkerwijs niet aan de nieuwe regels kunnen voldoen (na het verstrijken van het overgangsrecht). Geadviseerd wordt van dit alles goed kennis te nemen, zodat waar nodig tijdig een maatwerkvoorschrift kan worden aangevraagd.

Geur en geluid Namens een aantal exploitanten wordt aangegeven dat ervan uit wordt gegaan dat de regels voor geur en geluid niet strenger zullen worden. Het Ontwerp Wijzigingsbesluit is onduidelijk over de vraag hoe het huidige geluidsniveau past binnen de bepaalde horeca categorieën en hoe het overgangsrecht daaromtrent wordt vormgegeven. In veel gevallen heeft een horecabedrijf in het verleden een "nadere eis" opgelegd gekregen (thans: maatwerkvoorschrift) althans heeft de ondernemer een melding ingevolge de Wet milieubeheer gedaan en een geluidsrapport overgelegd aan uw gemeente. Het bestaande geluidsniveau moet kunnen worden voortgezet en in de toekomst niet onder strengere geluidsregels te vallen. Het aanscherpen van deze regels kan veel schade berokkenen. Reactie: Gelet op de verwijzing naar de Wet milieubeheer heeft de zienswijze betrekking op regulering van milieubelastende activiteiten. Met inwerking van de Omgevingswet zijn de meeste van de in of krachtens de Wet milieubeheer geldende regels van rechtswege terecht gekomen in het omgevingsplan (de zogenoemde bruidsschat). Met het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: 89

Basisregeling zijn deze bruidsschatsregels grotendeels vervangen (Gemeenteblad Gemeenteblad 2024, 411678). Dat besluit is reeds op 19 november 2024 in werking getreden en onherroepelijk. De regels over milieubelastende activiteiten zijn opgenomen in hoofdstuk 9. Voor zover nodig en gewenst, is daarbij in overgangsrecht voorzien. Doel van dat overgangsrecht is te voorkomen dat activiteiten, zoals horecazaken die op dit het moment van inwerkingtreding van dat eerdere wijzigingsbesluit, legaal hun werkzaamheden uitoefenen, na de inwerkingtreding van de basisregeling ineens de nieuwe regels overtreden. Daarvoor is een voorziening getroffen op grond waarvan bestaande legale activiteiten nog een aantal jaar aan de oude regels mogen voldoen. In de tussentijd kunnen activiteiten die niet aan de nieuwe regels kunnen voldoen, maatwerk aanvragen. Hoofdstuk 9 van het omgevingsplan biedt (net als daarvoor de bruidsschat) brede maatwerkmogelijkheden ten aanzien van de daarin opgenomen milieuregels. Dit betekent meer flexibiliteit ten opzichte van het Activiteitenbesluit milieubeheer waar maatwerkmogelijkheden aan aangewezen onderwerpen en randvoorwaarden zijn gekoppeld. Maatwerkvoorschriften kunnen niet alleen strenger zijn dan de algemene regels in het omgevingsplan, maar ook juist soepeler. Een maatwerkvoorschrift kan verder zowel ambtshalve als op verzoek vastgesteld worden.

De in de praktijk meest gebruikte maatwerkmogelijkheden zijn in het omgevingsplan expliciet benoemd. Zo is het voor ondernemers meteen duidelijk voor welke onderwerpen ze (ook) een maatwerkvoorschrift kunnen aanvragen. In de toelichting bij de regels is ook aangegeven dat maatwerkvoorschriften gebruikt kunnen worden om een uitzondering te maken voor bestaande gevallen die redelijkerwijs niet aan de nieuwe regels kunnen voldoen (na het verstrijken van het overgangsrecht). Geadviseerd wordt van dit alles goed kennis te nemen, zodat waar nodig tijdig een maatwerkvoorschrift kan worden aangevraagd. Er is in de wet milieubeheer, inmiddels hoofdstuk 9 van het omgevingsplan, anders dan kennelijk wordt gedacht, echter geen geluidsnorm voor het afspelen van muziek opgenomen. Wel gelden er normen binnen geluidgevoelige gebouwen en op de gevel van geluidgevoelige gebouwen. De regulering van muziek met een geluidsniveau hoger dan voor achtergrondmuziek, zoals met voorliggend wijzigingsbesluit voorzien, is opgenomen omdat het ten gehore brengen van muziek met een geluidsniveau dat hoger is dan dat van achtergrondmuziek een ander soort horeca geeft dan wordt beoogd op locaties voor lichte en reguliere horeca. Het is om die reden dat het geluidsniveau wordt genormeerd, en dus niet om het voldoen aan de binnenwaarde in geluidsgevoelige gebouwen te borgen.

Hoewel het afspelen van muziek met een geluidsniveau hoger dan dat van achtergrondmuziek nergens expliciet verboden was, wil dat niet zeggen dat het dus was toegestaan. Het afspelen van muziek met een hoog geluidsniveau, is veelal bedoeld om aan te zetten tot dansen. Een restaurant is een eetgelegenheid, geen dansgelegenheid. Dus als het bestemmingsplan een restaurant toelaat, dan is daar een eetgelegenheid toegelaten, en geen dansgelegenheid. Dat bleek niet voor elke restauranthouder duidelijk. Om die reden is de bepaling over het muziekniveau nu expliciet gemaakt. Voor een meer uitgebreide toelichting wordt verwezen naar paragraaf 3.5 van deze nota. Meegeven belegde broodjes, take away & delivery Voor Bagels & Beans is het noodzakelijk om ook belegde broodjes te kunnen meegeven. In het Ontwerp Wijzigingsbesluit is opgenomen dat het voor 'lichte horeca' niet is toegestaan om etenswaren voor consumptie in de directe omgeving mee te geven. Een aanzienlijk deel van de omzet is echter a omstig uit take away. Reactie: Uit de zienswijzen blijkt dat de regels omtrent a aalmogelijkheden onvoldoende duidelijk zijn, en daardoor onbedoeld beperkingen opleggen of in elk geval op lijken te leggen die niet zijn beoogd. Daarmee wordt duidelijk dat het meegeven van bijvoorbeeld maaltijden voor consumptie thuis, wat 90

inderdaad in de dagelijkse praktijk veel gebeurt, wel is toegestaan. Het meegeven van etenswaren voor directe consumptie in de publieke buitenruimte blijft in veel gevallen niet toegestaan. Uitzondering daarop zijn locaties waar fastfoodhoreca is toegestaan, en, en kleine etenswaren, voor zover het gaat om etenswaren die ter plaatse geen voorbereidingshandelingen, zoals gaar maken, samenstellen en beleggen. Kortheidshalve wordt voor een meer uitgebreide toelichting verwezen naar paragraaf 3.6 van deze nota. Behoud exploitatiemogelijkheden Namens veel adressanten wordt met algemene bewoordingen aangegeven dat andere (dan de per zienswijze concreet besproken) aspecten van de huidige exploitatiemogelijkheden behouden dienen te blijven, zoals het toegestane geluidsniveau, de omvang van het huidige terras, eventuele terrasverwarmers, take-away/delivery etc. Een beperking van de openingstijden of andere aspecten zal tot grote schade lijden. Aan elke locatie dient derhalve een gebiedstypering te worden toegekend die de huidige exploitatiemogelijkheden niet beperkt. Reactie: Hieronder wordt per adres ingegaan op de wijze waarop omzetting naar de nieuwe zwaartecategorieën plaatsvindt, en op openingstijden die als gevolg van voorliggend besluit gaan gelden. Op het veronderstelde toegestane geluidsniveau is ingegaan in paragraaf 3.5 van deze nota. Kortheidshalve wordt daarnaar verwezen.

Op take-away/delivery is ingegaan in paragraaf 3.6 van deze nota. Kortheidshalve wordt daarnaar verwezen. Op het punt van terrasverwarmers is onder 16.A6 reeds ingegaan. Kortheidshalve wordt daarnaar verwezen. Voor wat betreft de omvang van het horecaterras wordt opgemerkt dat legaal bestaande terrassen een omgevingsvergunning van rechtswege ontvangen. In beginsel blijven de bestaande voorschriften gelden. Kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 3.9. Uitkomsten integrale horecacontroles Namens een aantal horeca-exploitanten wordt aangegeven dat in het verleden een integrale horecacontrole heeft plaatsgehad, en dat men is aangeschreven op tekortkomingen. Daarbij wordt aangegeven dat de exploitant wenst te vernemen dat de gemeente volledig op de hoogte is van het huidige horecaconcept. Dit niet alleen vanwege de vergunningsaanvragen, maar ook vanwege de uitgevoerde integrale horecacontrole. Reactie: Het wordt voldoende duidelijk geacht aan welke regels voldaan moet worden. In het kader van voorliggend wijzigingsbesluit ligt niet de vraag voor wat het huidig horecaconcept is, of in welke mate aan alle geldende regels wordt voldaan. Passendheid huidige exploitatie Voor een groot aantal gevallen wordt de conclusie getrokken dat de bestaande exploitatie passend is binnen het geldende bestemmingsplan en geldend beleid.

Reactie: De vraag of de huidige exploitaties aan het geldende bestemmingsplan voldoen, is in het kader van voorliggende procedure niet aan de orde. Voor zover een exploitant daarover twijfelt, kan contact worden opgenomen met het betreffende stadsdeel.

91

16.B Meester advocaten: adressant-specifieke aspecten 16.B1 PATRIZIA DHS Beheer 306 B.V. In aanvulling op de algemene opmerkingen, besproken in paragraaf 16.A van deze nota, heeft PATRIZIA DHS Beheer 306 B.V. (hierna; Patrizia), eigenaar en/of beheerder van de onroerende zaken Damrak 87 (KFC) en Zoutsteeg 13 (Smartshop), de volgende specifieke opmerkingen. 16.1.1 Damrak 87 (huidiqe huurder: KFC) Door de huurder van deze locatie is eveneens een zienswijze naar voren gebracht, waarin de namens PATRIZIA aangedragen locatiespecifieke punten aan de orde komen. Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van die zienswijze onder 16.B29. 16.1.2 Zoutsteeq 13 (Smartshop) Op grond van het geldende bestemmingsplan zijn deze gronden onder meer bestemd voor voorzieningen met inbegrip van additionele horeca en detailhandel met inbegrip van een meng formule. Patrizia wenst alle (horeca) mogelijkheden op dit adres op basis van het bestemmingsplan, vergunning, eventueel overgangsrecht, huidig beleid etc. te behouden. Reactie: De zienswijze maakt niet duidelijk in welk opzicht het wijzigingsbesluit een beperking ten opzichte van de huidige mogelijkheden zou meebrengen. In reactie daarop wordt volstaan met op te merken dat het bestemmingsplan met voorliggend besluit niet wordt vervangen.

Voor wat betreft additionele horeca bepaalt artikel 3.56, tweede lid, Omgevingsplan dat ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' de artikelen 3.57, 3.58 en 3.59 Omgevingsplan buiten toepassing blijven als het ter plaatse geldend ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan regels over additionele horeca bevat. In dat geval blijven de regels in dat ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing. De meldingsplicht, opgenomen in artikel 3.60 Omgevingsplan, gaat wel gelden.

16.B2 Amstelhaven In aanvulling op de algemene opmerkingen, besproken in paragraaf 16.A van deze nota, heeft de exploitant van Bar-Restaurant Amstelhaven, gevestigd Mauritskade 1, de volgende specifieke opmerkingen. Openingstijden Voor Amstelhaven is een exploitatievergunning verleend met de volgende openingstijden: zondag t/m donderdag 07.00 uur tot 01.00 uur en vrijdag en zaterdag van 07.00 uur tot 03.00 uur. Reactie: Ter plaatse geldt op grond van het bestemmingsplan Weesperzijdestrook de bestemming Horeca met functieaanduiding `horeca van categorie 4'. Hierbinnen zijn restaurants, eetcafés, café-restaurants, grand-cafés toegestaan. Als niet van het in paragraaf 3.2 genoemde uitgangspunt voor de omzetting van het bestemmingsplan naar zwaartecategorieën wordt afgeweken, zal aan deze locatie, met

92

inachtneming van de in het bestemmingsplan opgenomen locatiespecifieke beperkingen, middelzware horeca worden toegekend. Artikel 3.82, derde lid, Omgevingsplan bepaalt dan de volgende openingstijden:  op zondag tot en met donderdag van 07.00 tot 01.00 uur de dag erna; en  op vrijdag en zaterdag van 07.00 tot 03.00 uur de dag erna. Zolang het bestemmingsplan nog niet is vervangen, gelden op grond van artikel 3.83, eerste lid, Omgevingsplan dezelfde openingstijden. Voor een meer uitgebreide toelichting, zie paragraaf 3.7 van deze nota. Deze openingstijden komen overeen met de openingstijden zoals die volgens de zienswijze in de exploitatievergunning zijn opgenomen.

16.B3 Bagels & Beans B.V. Bagels & Beans B.V. (hierna Bagels & Beans) heeft 20 vestigingen verspreid over vrijwel alle stadsdelen. Bagels & Beans wijst op het belang van de keten. Het concept heeft vanaf het begin bijgedragen aan de ontwikkeling van een kleinschalige en toegankelijke horeca, met nadruk op rust, gastvrijheid, duurzaamheid en gezonde voeding. Bagels & Beans draagt bij aan de diversiteit en lee aarheid van winkelgebieden. In aanvulling op de algemene opmerkingen, besproken in paragraaf 16.A van deze nota, heeft Bagels & Beans de volgende specifieke opmerkingen. Zwaartecategorie Verzocht wordt om de locaties van Bagels & Beans niet in een te lichte categorie in te delen en al helemaal niet in de categorie 'lichte horeca'. Reactie: In de zienswijze wordt niet op de afzonderlijke locaties ingegaan. Daarom wordt volstaan met op te merken dat bij het vervangen van bestemmingsplannen als uitgangspunt geldt dat de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan worden overgenomen. In uitzonderlijke situaties kan worden afgeweken van dat uitgangspunt. Dit vraagt een lokale afweging, die per te vervangen bestemmingsplan zal worden gemaakt. Daarop kan in het kader van voorliggend wijzigingsbesluit niet vooruitgelopen worden. Zie meer uitgebreid paragraaf 3.2 van deze nota. Openingstijden De openingstijden variëren per vestiging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17132496/1