CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel ANONIEM

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 30 oktober 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Aanpassing geluidszone industrieterrein Schinkel en overeenkomstig wijzigen spelregelkader en leefomgevingsfoto OER Schinkelkwartier (VN2025-012654)34.624 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

passen, dat haar perceel buiten de geluidzone komt te liggen. Concreet stelt Urban Fabric voor om de geluidzone 1 meter buiten de perceelgrens van de kavel op te laten houden. Beantwoording Urban Fabric stelt terecht dat in het ontwerpbestemmingsplan bij het bepalen van de geluidzone zoveel mogelijk is uitgegaan van een logische geografische begrenzing zoals wegen. Als gevolg hiervan is het perceel van Urban Fabric in het ontwerpbestemmingsplan volledig binnen de beoogde geluidzone gelegen. De gemeente ziet door gewijzigde inzichten aanleiding om de begrenzing van de nieuwe geluidzone aan te passen en daarbij af te stappen van het principe om aan te sluiten bij een logische geografische begrenzing. In dit verband wordt verwezen naar de beantwoording onder 1.13. De nieuwe geluidzone is in het voorliggend bestemmingsplan gebaseerd op de omhullende contour van de verschillende berekende geluidcontouren van het NLR. Het is echter niet zo dat hierdoor het perceel van Urban Fabric volledig buiten de nieuwe geluidzone komt te liggen. Uit het akoestisch onderzoek ten behoeve van de vaststelling van het bestemmingsplan, dat naar aanleiding van de zienswijze van het NLR is geactualiseerd, volgt dat de maatgevende geluidcontouren van het NLR ruimer zijn dan de geluidcontouren waar in het ontwerpbestemmingsplan vanuit is gegaan.

Dit leidt ertoe dat de nieuwe geluidzone ter plaatse van het perceel van Urban Fabric, ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, minder ruim wordt. Echter, de berekende geluidcontouren overlappen nog wel het westelijk deel van het perceel van Urban Fabric. Als gevolg daarvan komt het perceel gedeeltelijk binnen de nieuwe geluidzone te liggen. Het is overigens niet zo dat de gedeeltelijke ligging van het perceel van Urban Fabric binnen de nieuwe geluidzone de beoogde ontwikkeling op het perceel onevenredig beperkt. Binnen de geluidzone moet op grond van de Wet geluidhinder onderzoek naar de geluidbelasting vanwege het NLR worden gedaan. Daaruit moet blijken of de geluidbelasting op de gevels van de beoogde geluidgevoelige objecten, de wettelijke voorkeursgrenswaarde voor industriegeluid (50 dB(A)) overschrijdt. In dat geval moet op grond van de Wet geluidhinder een besluit hogere waarden worden genomen en zijn eventueel geluidwerende maatregelen aan het gebouw nodig. Ook in de situatie dat het perceel van Urban Fabric buiten de nieuwe geluidzone zou zijn gelegen, zou onderzoek naar de geluidbelasting vanwege het NLR moeten worden gedaan. Niet op grond van de Wet geluidhinder, maar in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Deze onderzoeksverplichting is geborgd door een aanpassing van het spelregelkader OER Schinkelkwartier (zie beantwoording onder 1.5). Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. Wel is de plantoelichting op dit onderdeel aangepast.

25

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

2.2

Ontwerpbestemmingsplan beperkt ten onrechte mogelijkheden voor woningbouw Urban Fabric stelt dat uit artikel 4.1 in de planregels van het ontwerpbestemmingsplan volgt dat het realiseren van woningbouw niet is toegestaan, zelfs als wel zou worden voldaan aan een vastgestelde hogere waarde, de voorkeursgrenswaarde of het toepassen van een dove gevel. Volgens Urban Fabric is woningbouw op grond van het vigerend bestemmingsplan (‘Bedrijventerrein Schinkel-Aalsmeerplein e.o.’) wel mogelijk. In dit bestemmingsplan is immers een artikel (21.1.3) opgenomen dat het dagelijks bestuur van de gemeente Amsterdam toestaat om onder voorwaarden af te wijken van het bestemmingsplan om wel nieuwe geluidgevoelige objecten te realiseren. Urban Fabric verzoekt de gemeente Amsterdam subsidiair om in het bestemmingsplan een algemeen artikel op te nemen dat de mogelijkheid creëert om, ondanks dat een perceel binnen de geluidzone van het bestemmingsplan ligt, onder voorwaarden geluidgevoelige objecten (lees: woningbouw) toe te staan in het gebied. Concreet verzoekt Urban Fabric om aan artikel 4.1 een zinsnede toe te voegen op grond waarvan woningbouw onder voorwaarden wordt toegestaan: ‘… tenzij uit akoestisch onderzoek blijkt dat voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere waarde, dan wel dat de geluidgevoelige functie wordt uitgevoerd met een dove gevel’.

Beantwoording Op grond van de bestemming ‘Bedrijf’ in het vigerend bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Schinkel-Aalsmeerplein e.o,.’ (inmiddels opgenomen in het tijdelijk deel van het Omgevingsplan Amsterdam) zijn ter plaatse van de gronden van Urban Fabric, geen geluidgevoelige objecten toegestaan. Om woningbouw op het perceel van Urban Fabric te kunnen realiseren is het voorwaardelijk dat voorliggend bestemmingsplan in werking treedt. Daarmee wordt de omvang van het gezoneerde industrieterrein aangepast en wordt ruimte geboden voor woningbouw. Om de beoogde woningbouw planologisch mogelijk te maken is het vervolgens nodig om buitenplans van het Omgevingsplan af te wijken of het Omgevingsplan te wijzigen. Dat is nodig om af te kunnen wijken van het huidige verbod op het realiseren van nieuwe geluidgevoelige objecten binnen de bestemming ‘Bedrijf’. Immers, de bestemming ‘Bedrijf’ staat woningen ter plaatse niet toe. In het kader van de planvoorbereiding zal eerst onderzoek moeten worden gedaan naar (onder andere) de geluidbelasting vanwege het NLR. Bij een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) zal een besluit hogere waarde Wet geluidhinder moeten worden genomen.

Het realiseren van geluidgevoelige objecten (zoals woningen) ter plaatse is alleen mogelijk middels een buitenplanse afwijking van het Omgevingsplan of het wijzigen van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan.

26

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

De stelling van Urban Fabric dat het vigerend bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein SchinkelAalsmeerplein e.o.’ op grond van artikel 21.1.3 woningbouw op haar perceel zou toestaan, is niet juist. Deze uitleg berust op een verkeerde lezing van dat artikel. Artikel 21.1.3 dient namelijk in samenhang te worden gelezen met het verbod op het bouwen van nieuwe geluidgevoelige objecten binnen de geluidzone als bedoeld in artikel 21.1.2. Op grond van artikel 21.1.2 is het bouwen van nieuwe geluidgevoelige objecten binnen de geluidzone niet toegestaan, zelfs als de bestemming ter plaatse geluidgevoelige objecten wel toestaat. Artikel 21.1.3 biedt de mogelijkheid om binnenplans van dat verbod af te wijken, maar alleen voor nieuwe geluidgevoelige objecten overeenkomstig de andere bestemmingen. Deze afwijkingsbevoegdheid kan dus alleen worden toegepast als geluidgevoelige functies ter plaatse al planologisch zijn toegestaan. Dat zou onder het regime van het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Schinkel-Aalsmeerplein e.o.’ bijvoorbeeld aan de orde zijn ter plaatse van de gronden met de bestemming ‘Wonen’ ten noordoosten van het industrieterrein. Deze binnenplanse afwijking kan uitdrukkelijk niet worden gebruikt voor het realiseren van woningen op gronden met de bestemming ‘Bedrijf’, waar woningen überhaupt niet zijn toegestaan.

Voor zover Urban Fabric met haar verzoek doelt op het opnemen van een planregel om (onder andere het perceel van Urban Fabric) geluidgevoelige objecten, zoals woningen bij recht mogelijk te maken, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de vereisten uit de Wet geluidhinder, kan de gemeente hier niet aan meewerken. Het verzoek van Urban Fabric valt buiten de scope en de strekking van voorliggend bestemmingsplan. Het voorliggend bestemmingsplan maakt immers uitdrukkelijk geen nieuwe functies (en dus ook geen nieuwe geluidgevoelige objecten) mogelijk, maar ziet uitsluitend op het aanpassen van het huidige gezoneerde industrieterrein en de bijbehorende geluidzone. Voor zover het verzoek van Urban Fabric zo moet worden gelezen dat de gemeente geluidgevoelige objecten ter plaatse mogelijk maakt middels een binnenplanse afwijking, kan de gemeente daar evenmin aan meewerken. Immers, daarmee zouden de gronden met een bestemming ‘Bedrijf’, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de eisen uit de Wet geluidhinder, gebruikt kunnen worden voor woningbouw. Een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid met een dergelijke strekking, valt buiten de grenzen van waarvoor een dergelijke afwijkingsbevoegdheid is bedoeld.

Op grond van artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) kan in een bestemmingsplan worden bepaald dat met inachtneming van de bij het plan te geven regels bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan dit alleen een ondergeschikte afwijking van de planregels betreffen. Het realiseren van woningen binnen een bestemming ‘Bedrijf’ middels een binnenplanse afwijking leidt in wezen tot een wijziging van de bestemming. Een dergelijke wijziging is niet ondergeschikt te noemen. Na inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan maakt het van rechtswege onderdeel uit van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan. Een binnenplanse

27

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

afwijking geldt dan als een binnenplanse beoordelingsregel voor een aanvraag voor een omgevingsplanactiviteit. De gemeente begrijpt echter wel dat het verbod als opgenomen in artikel 4.1 b van het ontwerpbestemmingsplan onnodig is. Immers, nieuwe geluidgevoelige objecten zijn op basis van het vigerend planologisch kader al niet toegestaan. Bij nader inzien kan het verbod om die reden worden verwijderd. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. De planregels zijn gewijzigd. Ook de plantoelichting is dienovereenkomstig aangepast.

28

Ons kenmerk:

DSDS/833 Pagina:

2/9 Als onafhankelijke kennisorganisatie voert NLR toegepast onderzoek uit voor een breed spectrum aan klantgroepen: industrie en overheid. NLR biedt jaarlijks hoogwaardige oplossingen aan ongeveer 300 organisaties. Zowel nationaal als internationaal. Strategische samenwerkingsverbanden met onder meer bedrijfsleven, universiteiten, andere kennisinstellingen zijn hierin cruciaal. NLR is al vanaf 1940 gevestigd op de locatie aan de Anthony Fokkerweg 2, te Amsterdam. Op dat moment bestond het gezoneerde industrieterrein nog niet en lag het NLR midden in de weilanden aan de verbindingsweg tussen Amsterdam en Schiphol. NLR beheert samen met haar Duitse zusterinstituut het Deutsches Zentrum für Luft- und Raumfahrt (DLR), middels DNW, vier windtunnels in Nederland en zes in Duitsland. Op dit moment zijn twee windtunnels actief op de locatie van NLR in Amsterdam aan de Anthony Fokkerweg 2: De Hoge Snelheidstunnel (de HST) en de Supersone Tunnel (de SST). Het realiseren van windtunnels als de HST en de SST vergt enorme financiële investeringen. De bouw van de HST en de SST heeft NLR deels met eigen middelen, maar ook met subsidies van de Nederlandse overheid gerealiseerd. Dit maakt dat zowel de HST als de SST dus niet alleen een commercieel of onderzoeksbelang van NLR dienen. De HST en de SST worden ook van nationaal strategisch belang geacht door de Nederlandse overheid.

Tijdens het gebruik van deze windtunnels wordt er veel geluid geproduceerd. Mede voor de geluidsproductie van deze windtunnels heeft NLR een Omgevingsvergunning nodig, destijds aangevraagd en gegund gekregen. Zienswijzen op het Plan Algemeen / participatie 1.1

NLR vindt dat zij als enig bedrijf voor de geluidszone, en dus ook enig belanghebbende daarvan, betrokken had moeten worden bij de voorbereiding van het Plan. NLR is niet door de Gemeente op de hoogte gebracht dat zij is gestart met het opstellen van het Plan of heeft de potentiële gevolgen daarvan aan NLR voorgelegd. Dit betreurt NLR ten zeerste, omdat het van meer welwillendheid had getuigd als de Gemeente daar wel toe was overgegaan. Nu resteren voor NLR – helaas – enkel nog de officiële (rechts)middelen, zoals het indienen van de onderhavige zienswijze op het Plan. Hetgeen, aldus NLR, voorkomen had kunnen worden.

Het Plan en de Wet geluidhinder (Wgh) 1.2

Met het ontwerpbestemmingsplan beoogt de Gemeente het gezoneerde industrieterrein en de bijbehorende geluidzone in het gebied te verkleinen. De uiteindelijke reden hiervoor is gelegen in de (her)ontwikkeling van het grotere Schinkelhavengebied. Het gezoneerde industrieterrein in kwestie is een reeds jarenlang bestaand industrieterrein en de daaromheen gelegen zone is een bestaande zone als bedoeld in artikel 52 van de Wgh: een zone rond een op sinds 1 januari 2007 bestaand industrieterrein. Ingevolge artikel 53 Wgh mag de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven gaan en blijven de op 1 januari 2007 geldende ten hoogste toelaatbare geluidsbelastingen voor woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen gelden. Op het wijzigen of opheffen van een bestaande zone zijn ingevolge artikel 54 van de Wgh de artikelen 41 tot en met 43 en artikel 47 van overeenkomstige toepassing. Uit artikel 41 lid 2 Wgh volgt dat de wijziging van een zone er niet toe kan strekken dat enig gebied waarbinnen met inachtneming van verleende omgevingsvergunningen voor activiteitein m et betrekking tot een inrichting en de daaraan verbonden voorschriften een hogere geluidsbelasting, vanwege het

Ons kenmerk:

DSDS/833 Pagina:

3/9 industrieterrein, optreedt dan 50 dB(A), ophoudt van de zone deel uit te maken. Hieruit volgt dat: (i) de zone van het industrieterrein moet worden vastgelegd daar waar als gevolg van de activiteiten van NLR een geluidsbelasting van 50 dB(A) optreedt; en (ii) voor de beoordeling daarvan moet worden uitgegaan van de aan NLR verleende vergunningen. NLR meent dat hieraan niet wordt voldaan. Tevens zijn er veel onjuistheden, dan wel onduidelijkheden in het Plan, waardoor voor NLR veel (rechts)onzekerheid bestaat over haar toekomstige situatie. Tot slot meent NLR dat de onderbouwing van het Plan te beperkt is, mede gelet op de reeds bekende toekomstplannen van de Gemeente. Dit standpunt wordt hieronder toegelicht. Uitgangspunten rondom NLR zoals aangehouden in het Plan / geluidstechnisch 1.3

In Paragraaf 4.1.2 van de toelichting op het bestemmingsplan “Aanpassen grenzen industrieterrein en geluidzone” staat: “Voor de ligging van de nieuwe geluidszone is de huidige vergunde geluidruimte van het NLR aangehouden.” Dit is echter niet correct, omdat later in dezelfde paragraaf ook wordt aangegeven dat voor de geluidszone is uitgegaan van een in 2021 opgestelde actualisatie. De uitgangspunten van die actualisatie zijn echter niet gelijk aan de vergunde ruimte van NLR. In die actualisatie bleek namelijk dat er op rekenpunten nog geluidruimte zit ten opzichte van de aan NLR verleende vergunning. Er kan dus niet van de actualisatie uitgegaan worden zonder de modellering op te vullen met de geluidruimte die er conform de vergunning nog is. Bij opvulling zal de contour in ieder geval aan de westkant buiten de zone komen zodat de geluidzone daar groter gemaakt moet worden. Mogelijk geldt dit ook voor de oostkant van de zone (door de korte termijn waarbinnen NLR plotseling zienswijzen moet indienen tijdens de vakantieperiode, is het niet mogelijk geweest om dit tot in detail door te rekenen). De geluidszone is dan ook niet met voldoende zorgvuldigheid vastgesteld en beperkt ten onrechte de vergunde ruimte van NLR. De Gemeente dient de geluidszone uit te breiden daar waar de gehanteerde actualisatie minder ruimte geeft dan de vergunning van NLR.

Met andere woorden: de actualisatie contour “op te vullen” naar vergunde rechten van NLR. Hierdoor wordt in ieder geval de geluidszone aan de West- en Noordkant groter en zal bijvoorbeeld ook over de snelweg gaan lopen. NLR verzoekt de gemeente dan ook om de zonegrens aan de westzijde van de snelweg te leggen of op zijn minst rekening te houden met een opvulling van de actualisatie naar het vergund recht (mogelijk ook effect aan de oostkant).

1.4

De geluidszone is nu vastgesteld op basis van een berekening van de geluidcontouren waarin bestaande omliggende gebouwen (buiten terrein NLR) zijn opgenomen. Echter, er wordt door de Gemeente voorgesorteerd op een herontwikkeling van het gehele Schinkelhavengebied waarbij de gebouwen rondom NLR (van functie) kunnen veranderen. Zo blijkt uit de toelichting op het bestemmingsplan, uit het Omgevingseffectrapport (OER), en uit de Projectnota (bijv. Paragraaf 3.2. e.v.) dat de Gemeente beoogt om ten aanzien van voornoemd gebied tot transformatie, i.e. sloop-nieuwbouw, en zelfs functiewijziging, i.e. de introductie van de bestemming wonen, over te gaan. Gegeven de voorgenomen wijzigingen die de Gemeente in het gebied beoogt, is NLR van mening dat de Gemeente bij het bepalen van de geluidzone van het gezoneerd NLR terrein ook naar contouren moet kijken van een zogenaamd ‘vrije veld model’ waarin geen omliggende gebouwen (buiten NLR terrein) zijn opgenomen. Daarmee wordt een accuraat beeld verkregen van de daadwerkelijke geluidseffecten en wordt geen rekening gehouden met thans bestaande bebouwing en geluiddempende effecten daarvan die er in de toekomst

Ons kenmerk:

DSDS/833 Pagina:

4/9 mogelijk niet meer staan en welke effecten dan niet meer aanwezig zijn. Uit berekeningen blijkt dat in dat geval met name in de SST bedrijfssituatie op 5 meter hoogte dan niet voldaan kan worden aan de nu in het Plan opgestelde geluidszone. Dit geldt met name aan de Oostkant van NLR, omdat in dat gebied veel kan gaan veranderen, zodat daar rekening mee gehouden moet worden. Dit geldt ook voor de mogelijke (her)ontwikkeling aan de Westzijde van NLR. De geluidszone is dan ook niet met voldoende zorgvuldigheid vastgesteld. De zone zal aan de Oost- en Westkant afgestemd moeten worden op de 50dB(A) contour in het vrije veld (geen gebouwen buiten terrein NLR). 1.5

NLR is zich ervan bewust dat het Plan een facetbestemmingsplan is waarmee alleen het gezoneerde industrieterrein en de bijbehorende geluidzone wordt verkleind. Herontwikkelingen worden op een later moment pas bestemd. Echter, door deze splitsing in planologische besluiten wordt het zeer moeilijk, dan wel onmogelijk gemaakt om de diverse functies (NLR en geluidsgevoelige functies) op een deugdelijke en zorgvuldige manier naast elkaar af te wegen, mede in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Nu de toekomstplannen voor het gebied al bekend zijn, vereist de zorgvuldigheid en de goede ruimtelijke ordening dat deze aspecten wel alvast in enige mate worden betrokken.

1.6

In Paragraaf 4.1.2 van de Toelichting op het Plan staat: “De geluidsbelasting van het industrieterrein is conform de Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, berekend op 5 meter hoogte. Daarnaast is de geluidbelasting op 20 meter ook in kaart gebracht. Op 20 meter hoogte is die afscherming minder, waardoor de contouren groter zijn.” Deze contouren zijn inzichtelijk gemaakt in een akoestisch onderzoek dat als bijlage 1 bij de toelichting op Paragraaf 4.1.2 is gevoegd. Verder staat in Paragraaf 4.1.2 dat op een aantal punten de zone iets groter is gemaakt, zodat: “De zone omvat zo ook (een deel van) het gebied waarin de geluidbelasting op 20 meter hoogte hoger is dan 50 dB(A) etmaalwaarde.” Er zijn echter ook delen waar op 20 meter hoogte de 50 dB(A) etmaalwaarde buiten de zone komt. NLR verzoekt de zone dusdanig vast te stellen dat overal op 20 meter voldaan wordt aan 50 dB(A) etmaalwaarde. Daarmee zijn woningen die veel hoger liggen dan 5 m, zijnde ook op 20 m, gegarandeerd van een goed leefklimaat bij maximaal 50 dB(A). Dit te meer omdat in het Hoogbouwbeleid van de Gemeente, zoals zij die dit jaar in concept ter inzage heeft gelegd, heeft aangegeven voor een groot gebied om NLR heen aan de Noord-, Oost-, Zuid- en Westzijde als “geschikt voor hoogbouw” te kwalificeren (zie onder meer de Totaalkaart van Paragraaf 2.3 Hoogbouwbeleid).

Dit zou betekenen dat rondom NLR gebouwen kunnen worden gerealiseerd die 30+ meter hoog zijn, wat betekent dat de 20 meter hoogte en de daarmee gepaard gaande dB(A) etmaalwaarde zeer relevant is in het kader van de goede ruimtelijke ordening. Door rekening te houden met voorgaande, maar ook met de vrije veld condities, zorgt de Gemeente voor een zorgvuldige herontwikkeling van het gebied conform de goede ruimtelijke ordening.

1.7

In Paragraaf 4.2.2 van de Toelichting op het Plan staat: “Binnen de huidige geluidzone zijn wél geluidsgevoelige objecten en terreinen als bedoeld in de Wet geluidhinder aanwezig. Na het verkleinen van het industrieterrein en de zone komen deze buiten de zone te liggen.”

Ons kenmerk:

DSDS/833 Pagina:

5/9 Dit is echter onjuist. Na bestudering van de voorgenomen geluidzone blijkt dat de zone in ieder geval aan de noordzijde overlapt met de uit te werken woonbestemming tussen de Henk Sneevlietweg en de Generaal Vetterstraat. NLR verzoekt u nogmaals grondig te kijken naar de geluidsgevoelige functies rondom NLR, onder meer nadat de juiste geluidzone in kaart is gebracht. 1.8

Onverminderd de overige punten in deze zienswijze, moet bij het vaststellen van een geluidszone ook rekening gehouden worden met groeimogelijkheden van bedrijven. De geluidszone is op diverse punten precies op de berekende, contouren gelegd zodat geen rekening is gehouden met groeiruimte. NLR wordt hierdoor in de toekomst in haar mogelijkheden beperkt. Hier kan NLR niet mee instemmen. De geluidszone is dan ook niet met voldoende zorgvuldigheid vastgesteld. Zeker waar de contour de zone nu raakt wil NLR meer ruimte krijgen zodat NLR nog wat groeimogelijkheden overhoudt.

1.9

Aan de westzijde is de geluidszone precies op een (verkeerde) actualisatie contour gelegd (niet op vergunde ruimte). De geluidzone buiten grens loopt tegen het oostdeel van een snelweg (de A10) aan. Het is wat NLR betreft en voor de Gemeente geen enkel probleem om de snelweg bij de geluidzone te betrekken, omdat daar geen woningen gevestigd kunnen worden. NLR wordt door deze keuze onnodig begrensd, omdat een berekende contour hier precies de buitengrens van de geluidszone raakt. Als er rekening wordt gehouden met vergund rechten, gaat de contour van NLR al over de zonegrens heen aan deze kant en ook als kantoorgebouw aan westkant verdwijnt gaat de contour over de zonegrens. De geluidzone is dan ook niet met voldoende zorgvuldigheid vastgesteld. Onverminderd de andere in deze zienswijze gemaakte punten, verzoekt NLR de Gemeente om de zonegrens tot aan de westzijde van de snelweg te leggen.

Onduidelijkheden in bedoeling/toekomstplannen 1.10

In Paragraaf 3.3.5 van de Projectnota Schinkelkwartier van uw Gemeente, genaamd “Van werkgebied naar stadswijk”, (Projectnota) schrijft de Gemeente: “Voor woningbouw in Schinkelhaven is het noodzakelijk om het gebied (geheel of gedeeltelijk) te dezoneren. Daarom wordt in eerste instantie gekozen voor een gedeeltelijke dezonering.” In Paragraaf 4.2.7 van de Projectnota, waarnaar in Paragraaf 3.3.5 wordt verwezen, heeft de Gemeente eenzelfde formulering gebruikt: “NLR is zoneringsplichtig en heeft bovendien een lange geschiedenis in het gebied. Daarom wordt in eerste instantie gekozen voor een gedeeltelijke dezonering, waarbij NLR gezoneerd terrein blijft en een eigen geluidzone houdt.” Hiermee wordt duidelijk dat de Gemeente vervolgplannen heeft met de Schinkelhaven en lijkt zij er zelfs op te zinspelen dat het gehele gebied (inclusief NLR haar terrein) wegbestemd en herontwikkeld gaat worden. Dit zou ertoe leiden dat NLR haar huidige bedrijfsvoering niet zou kunnen uitvoeren en zij daarin ernstig gehinderd zou worden. NLR is er niet van op de hoogte dat de Gemeente dergelijke plannen heeft en vraagt daarom aan de Gemeente wat haar vervolgstappen zijn na het gedeeltelijk dezoneren via het Plan en waar zij in Paragraaf 3.3.5 op doelt met de stelling dat er “in eerste instantie” wordt gekozen voor “gedeeltelijke dezonering”?

1.11

In artikel 1 van het Plan zijn de definities van begrippen opgenomen. De definitie van “geluidsgevoelige functie” luidt: “bewoning of andere geluidsgevoelige functies (of de gebouwen die daartoe dienen) zoals bedoeld in de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder”.

Ons kenmerk:

DSDS/833 Pagina:

6/9

Het begrip “geluidsgevoelige functie(s)” is niet gedefinieerd in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder. NLR verzoekt u om in voornoemde definitie duidelijk te maken dat hieronder ook vallen geluidsgevoelige terreinen (zoals daartoe bestemde ligplaatsen van woonschepen). 1.12

In de Westlandgracht, de gracht ten Oosten van NLR, bevonden zich geruime tijd drie illegale woonboten. Ondanks het onderstaande antwoord van de Gemeente in de ‘Nota van beantwoording zienswijzen – Ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Schinkel – Aalsmeerplein e.o.’ d.d. 9 april 2013 – zie pagina 11 en 12 van Bijlage 2 – is daar thans nog één woonboot van over: “Bedrijventerrein Schinkel is op 20 augustus 1986, vanwege de aanwezigheid van grote lawaaimakers (het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium [inmiddels: Stichting Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum; toev. NLR] en de inmiddels vertrokken betonmortelcentrale), aangewezen als een gezoneerd industrieterrein in de zin van de Wet geluidhinder. Op een gezoneerd industrieterrein geldt dat woonfuncties niet worden beschermd tegen industrielawaai en ter plaatse geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Uit het principe van een goede ruimtelijke ordening is het toestaan van geluidsgevoelige objecten op een gezoneerd industrieterrein dan ook niet aanvaardbaar. Zowel vanuit de Wet geluidhinder als vanuit het principe van een goede ruimtelijke ordening geldt dat woonboten op bedrijventerrein Schinkel niet aanvaardbaar zijn.

Op 9 november 2010 en 16 februari 2012 heeft de Rechtbank Amsterdam de eerdere besluiten van het stadsdeel tot het verlenen van ligplaatsvergunningen voor de woonboten in de Westlandgracht herroepen. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat op grond van het Beleid woonboten van het stadsdeel Amsterdam Zuid van januari 1998, de locatie waarvoor de ligplaatsvergunningen waren afgegeven als onaanvaardbaar is aangewezen. Om die reden heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel op 28 februari 2012 besloten om de woonboten definitief te verplaatsen naar een locatie buiten het plangebied. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.” Zoals de Gemeente al aangeeft in haar bovenstaande antwoord, ligt de nog overgebleven woonboot in het huidige bestemmingsplan op gezoneerd industrieterrein waarmee duidelijk is dat voor de nog resterende woonboot geen geluidsnormen gelden. Echter, met de wijziging van het gezoneerd industrieterrein, zoals opgenomen in het Plan, komt de nog overgebleven woonboot plotseling buiten het gezoneerd industrieterrein te vallen en binnen de geluidszone. In het Plan is aan deze situatie geen aandacht gegeven. NLR vreest dat dit haar ten onrechte zal benadelen.

Ondanks herhaaldelijk verzoeken van NLR en herhaaldelijke toezeggingen daartoe van de Gemeente, heeft de Gemeente de afgelopen 10 jaar nagelaten te handhaven en de illegale woonboten te verwijderen. Artikel 6.7 “Uitzondering op het overgangsrecht gebruik” van de Regels in het Plan regelt: “Bepaling 6.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.” NLR verzoekt de Gemeente hierbij om per ommegaande handhavend op te treden en over te gaan tot verwijdering van de nog overgebleven illegale woonboot. Tevens ziet NLR graag bevestigd dat de Gemeente met voorgaande heeft bedoeld dat illegale situaties, zoals de aan de Westlandgracht gelegen woonboot, illegaal blijven onder het thans ter inzage gelegde Plan. NLR ziet daarbij tenslotte graag bevestigd dat de woonboot door het Plan niet (onbedoeld) wordt gewijzigd in een geluidsgevoelig object of terrein.

Ons kenmerk:

DSDS/833 Pagina:

8/9 Bijlage 1

GEMEENTEBLAD

Nr. 281983 28 juni 2023

Officiële uitgave van de gemeente Amsterdam

Ontwerpbestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel Burgemeester en wethouders van Amsterdam maken ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening, het volgende bekend: Burgemeester en wethouders hebben bij besluit van 20 juni 2023 het ontwerpbestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel en de daarop betrekking hebbende stukken vrijgegeven voor terinzagelegging. Ontwerpbestemmingsplan Het voorliggende bestemmingsplan heeft tot doel om het bestaande gezoneerde industrieterrein Schinkel te verkleinen tot de perceelgrenzen van het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) en de geluidzone daarop aan te passen. Deze aanpassing is nodig om uitvoering te kunnen geven aan de ambitie uit de projectnota Schinkelkwartier om het industrieterrein Schinkel geleidelijk te transformeren tot een gemengd werk-woongebied. Het bestemmingsplan voorziet alleen in een aangepaste regeling voor het aspect geluid. Voor het overige blijven de bestemmingsplannen onverminderd van kracht. Begrenzing plangebied Het plangebied betreft het gebied van de huidige geluidzone van industrieterrein Schinkel zoals vastgelegd in de bestemmingsplannen Bedrijventerrein Schinkel-Aalsmeerplein e.o., Nieuwe Meer e.o. en Groengebied Schinkel.

De aangepaste geluidzone wordt begrensd door de Henk Sneevlietweg, de Anthony Fokkerweg, de A10, de Valschermkade, het Jaagpad en de Generaal Vetterstraat. Terinzagelegging Het ontwerpbestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel en de daarop betrekking hebbende stukken liggen met ingang van 29 juni 2023 gedurende een termijn van zes weken ter inzage bij: •

Stadsloket stadhuis, Amstel 1, 1011 PN te Amsterdam. Bel voor openingstijden 14 020 of kijk op https://www.amsterdam.nl/adressengids/stadsloketten/stadsloket-centrum/

•

Stadsloket stadsdeelkantoor Zuid, President Kennedylaan 923, 1079 MZ, te Amsterdam. Bel voor openingstijden 14020 of kijk op https://www.amsterdam.nl/adressengids/stadsloketten/stadsloket-zuid/

•

Stadsloket stadsdeelkantoor Nieuw-West, Osdorpplein 946, 1068 TD, te Amsterdam. Bel voor openingstijden 14 020 of kijk op https://www.amsterdam.nl/adressengids/stadsloketten/stadsloket-nieuwwest/

Het ontwerpbestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel en de daarop betrekking hebbende stukken zijn tevens digitaal raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl. Het planidentificatienummer (ID) van het bestemmingsplan is NL.IMRO.0363.K2205BPGST-OW01 Informatieavond Op 12 juli 2023 wordt een informatieavond gehouden over het ontwerp bestemmingsplan. Het tijdstip zal ruim van tevoren worden bekend gemaakt op de website van Schinkelkwartier. https://www.amsterdam.nl/projecten/schinkelkwartier/ Zienswijzen Gedurende bovengenoemde termijn van terinzagelegging kan een ieder een zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan naar voren brengen bij de gemeenteraad van Amsterdam. Schriftelijke zienswijzen kunnen worden ingebracht bij de gemeenteraad van Amsterdam, per adres: de directeur van Ruimte & Duurzaamheid, Postbus 2758, 1000 CT Amsterdam, t.a.v. Helianthe Linger.

1

Gemeenteblad 2023 nr. 281983

28 juni 2023

Voor het indienen van mondelinge zienswijzen ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan kan contact worden opgenomen met Ruimte & Duurzaamheid, telefoonnummer: 14 020. Amsterdam, 28 juni 2023 Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam F. Halsema Burgemeester P.J.L.M. Teesink Gemeentesecretaris

2

Gemeenteblad 2023 nr. 281983

28 juni 2023

Ons kenmerk:

DSDS/833 Pagina:

9/9 Bijlage 2

Nota van beantwoording zienswijzen

Inleiding

Beantwoording zienswijzen 1.

Zienswijze 1

Antwoord: De mogelijkheid om de locatie ten zuiden van het Aalsmeerplein te ontwikkelen was reeds opgenomen in het vigerende bestemmingsplan Aalsmeerplein e.o. 1999 . Op 2 februari 2000 is een stedenbouwkundig programma van eisen en een grondexploitatie door de stadsdeelraad vastgesteld. Om maatschappelijk draagvlak voor het plan te verkrijgen zijn destijds in de grondexploitatie ook kosten opgenomen voor de inmiddels uitgevoerde renovatie van 24 woningen aan de Generaal Vetterstraat. Zoals ook omschreven in paragraaf 4.4.1 van de plantoelichting heeft het stadsdeel op 22 april 2003 besloten het bouwplan op te schorten vanwege de reservering voor de Zuidelijke Schinkelverbinding, een beoogde verbindingsweg tussen de A10 en de Amstelveenseweg. Het gedeelte dat buiten deze reservering valt wordt in onderhavig bestemmingsplan gehandhaafd. De betreffende locatie heeft in het bestemmingsplan een uit te werken bestemming Wonen gekregen. Omdat de precieze invulling nog moet worden bepaald is de ontwikkeling van de locatie pas mogelijk na het vaststellen van een uitwerkingsplan. In dat plan worden onder meer de stedenbouwkundige opzet, bouwhoogte, woningtypen, ontsluiting en parkeren nader uitgewerkt. Het uitwerkingsplan moet worden opgesteld op basis van de uitwerkingsregels die zijn opgenomen in onderhavig bestemmingsplan (zie artikel 11 van de planregels).

Op basis van onderhavig bestemmingsplan kan de locatie dus niet worden bebouwd: voor het uitwerkingsplan wordt een afzonderlijke procedure doorlopen. In het kader van die procedure wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

Antwoord: Uit het Natuurwaardenonderzoek (bijlage 10 bij de plantoelichting) volgt dat het plantsoen met bomen ten zuiden van het Aalsmeerplein, in tegenstelling tot het groen bij Huis Te Vraag, geen belangrijke ecologische waarde heeft. Daarnaast is de locatie ook niet aangewezen als onderdeel van de hoofdbomenstructuur van stadsdeel Zuid. In de strook langs de sloot ten westen van de woningen van de Generaal Vetterstraat zullen enkele bomen worden geplant. In het kader van het uitwerkingsplan zal bovendien uitdrukkelijk aandacht worden besteed aan groenvoorziening rond deze locatie. Verder dient opgemerkt te worden dat enkele jaren geleden ten zuiden van de woningen aan de Generaal Vetterstraat een speelterrein is aangelegd. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

Antwoord: Het gebied rondom het Aalsmeerplein wordt aan de zuidkant niet begeleid door bebouwing. Door deze zuidkant te bebouwen, komt de functie van het Aalsmeerplein als stedelijk scharnierpunt en entree naar de stad beter tot zijn recht. Voor het deel dat grenst aan de Henk Sneevlietweg en het Aalsmeerplein is ten aanzien van de maximum bouwhoogte aangesloten op de 4 tot 5-laags bebouwing (circa 16,5 meter) aan het Aalsmeerplein en de Aalsmeerweg. Daarmee wordt ook een geleidelijke overgang mogelijk gemaakt richting bedrijventerrein Schinkel, waar een maximum bouwhoogte van 20 meter geldt. Voor het westelijk deel is aangesloten op de bestaande woonbebouwing van de Generaal Vetterstraat (maximaal 10 meter), zoals blijkbaar ook tijdens een inspraakronde in het kader van het vorige bestemmingsplan is meegedeeld. In artikel 11.2 onder b van de planregels is als uitwerkingsregel opgenomen dat de stedenbouwkundige structuur van het uit te werken plan zoveel mogelijk dient aan te sluiten op de stedenbouwkundige structuur van de directe omgeving. Daarmee wordt bewerkstelligd dat bij de planuitwerking rekening wordt gehouden met de bebouwing van de Generaal Vetterstraat. De in het bestemmingsplan opgenomen maximale bouwhoogte sluit overigens aan op de maximale bouwhoogten zoals opgenomen in het vigerende bestemmingsplan Aalsmeerplein e.o. 1999 .

Daarbij dient opgemerkt te worden dat het maximale bouwhoogten betreft, die niet per definitie gerealiseerd hoeven te worden. Bovendien zal pas in het uitwerkingsplan worden vastgelegd hoe hoog de woonbebouwing daadwerkelijk zal worden. Naar aanleiding van dit onderdeel van de zienswijze is het bestemmingvlak en de maximum bouwhoogte van 19 meter nader beschouwd. De zuidwestpunt van dit bestemmingsvlak ligt in de lijn van de (doorgetrokken) Westlandgracht. Bebouwing in deze lijn wordt als onwenselijk beschouwd. Enerzijds is het ongewenst dat deze zichtlijn over het water (gedeeltelijk) wordt onderbroken door bebouwing. Anderzijds is het gewenst om de mogelijkheid open te houden dat het noordelijk en het zuidelijk deel van de Westlandgracht in de toekomst met elkaar kunnen worden verbonden. Deze wijziging wordt onderschreven door de Visie Groen en Blauw 2020

stadsdeel Zuid, waarin is opgenomen dat het opheffen van de onderbreking van de Westlandgracht wenselijk is (zie paragraaf 8.2 van de plantoelichting). Onderhavig bestemmingsplan voorziet overigens niet in het realiseren van deze verbinding. Het bebouwingsvlak is aangepast, zodat de lijn tussen het noordelijk en het zuidelijk deel van de Westlandgracht vrij blijft van bebouwing. Deze nadere beschouwing heeft geleid tot een verkleining van het bestemmingsvlak Wonen - Uit te werken , waarmee tevens het beoogde hoogteaccent tot maximaal 19 meter komt te vervallen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan. Wel heeft de zienswijze geleid tot een ambtshalve aanpassing van het bestemmingsplan, met dien verstande dat op de verbeelding het bestemmingsvlak Wonen - Uit te werken in het westelijk deel is verkleind, het aangrenzende bestemmingvlak Verkeer dienovereenkomstig is vergroot en de hoogtescheidingslijn van 19 meter is verwijderd. Tevens zijn paragrafen 4.4.1, 4.5.3 en 11.4 van de plantoelichting dienovereenkomstig aangepast.

Antwoord: Naar aanleiding van dit onderdeel van de zienswijze is de mogelijke schaduwwerking van het beoogde bouwblok nader beschouwd. Daarbij is gekeken naar het maximaal te realiseren bouwblok op basis van het vigerende bestemmingsplan Aalsmeerplein e.o. 1999 en het maximaal te realiseren bouwblok op basis van onderhavig bestemmingsplan. Wat betreft de gevolgen voor bezonning kan geconcludeerd worden dat het nieuwe bestemmingsplan niet leidt tot een verslechtering ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. In dit kader wordt verder verwezen naar de beantwoording onder 1.1. Zelfs in het geval rekening wordt gehouden met de maximale bouwhoogte van het beoogde bouwblok dan nog reikt de schaduw in geen geval tot de daken van de woningen van de Generaal Vetterstraat. Uit de beoordeling van de schaduwwerking in de zomer blijkt dat de schaduw van het bouwblok pas rond 18.00 uur de sloot bereikt. In het voorjaar en najaar rond 18.00 uur, reikt de schaduw van het bouwblok tot de achtergevel. Daarmee kan worden geconcludeerd dat het beoogde bouwplan geen negatieve gevolgen heeft voor de bezonning van de woningen en ook geen nadelige invloed zal hebben op de energieopbrengst van de zonnepanelen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan, wel is paragraaf 4.5.3 van de plantoelichting aangevuld.

Antwoord: De strook die tussen het bestemmingsvlak voor de beoogde woningbouw en de sloot ten westen van de woningen aan de Generaal Vetterstraat is vrijgelaten, is niet bestemd voor de aanleg van een fiets- en wandelpad. Zoals opgenomen in de uitwerkingsregels in artikel 11.2 onder d van de planregels dient in het uitwerkingsplan het bestaande fietspad tussen het Aalsmeerplein en de Anthony Fokkerweg te worden betrokken. Dat wil zeggen dat binnen het bestemmingsvlak Wonen - Uit te werken ruimte moet worden gereserveerd voor de aanleg van een fietspad. De onbebouwde zone tussen de beoogde woningbouw en de achterkant van de woningen aan de Generaal Vetterstraat bedraagt ruim 30 meter. In een stedelijke omgeving als deze kan een dergelijke afstand als bijzonder ruim worden beschouwd. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

Antwoord: Zoals aangegeven in de beantwoording onder 1.1 is de reservering voor de Zuidelijke Schinkelverbinding de reden dat de planvorming voor de locatie ten zuiden van het Aalsmeerplein in 2000 is opgeschort. In het kader van het vigerende bestemmingsplan Aalsmeerplein e.o. 1999 zijn op 24 april 1999 hogere grenswaarden vastgesteld, omdat de voorkeursgrenswaarden uit de Wet geluidhinder werden overschreden. Aangezien destijds nog afschermende bebouwing tussen bedrijventerrein Schinkel en de toekomstige woonbebouwing was voorzien, is het betreffende hogere waardenbesluit inmiddels niet meer toereikend. Zoals beschreven in paragraaf 7.3.5 van de plantoelichting worden hogere grenswaarden uiteindelijk vastgesteld bij het uitwerkingsplan. Om die reden kan in onderhavig bestemmingsplan worden volstaan met een meer globale akoestische beschouwing en is onderzocht of de gewenste uitwerking akoestisch gezien mogelijk is. In het kader van het uitwerkingsplan zal gedetailleerder akoestisch onderzoek gedaan moeten worden, op basis waarvan hogere grenswaarden kunnen worden vastgesteld. Uit het onderzoek blijkt dat een akoestisch haalbaar plan kan worden ontwikkeld. Op enkele locaties blijkt de geluidbelasting echter hoger te zijn dan de maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder.

In die gevallen zullen dove gevels of gebouwgebonden geluidschermen moeten worden toegepast, zodat een aanvaardbare binnenwaarde kan worden gerealiseerd. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

Antwoord: Zoals aangegeven in de beantwoording onder 1.6 blijkt uit het akoestisch onderzoek in het kader van onderhavig bestemmingsplan dat de beoogde woningbouw akoestisch gezien uitvoerbaar is. Op binnenstedelijke locaties zoals de locatie ten zuiden van het Aalsmeerplein is

altijd sprake van geluidhinder. Uit onderzoek blijkt echter dat, al dan niet na het treffen van maatregelen aan de gevel, een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. In het kader van het uitwerkingsplan zal gedetailleerder akoestisch onderzoek gedaan moeten worden, waaruit volgt welke maatregelen precies nodig zijn. Ten aanzien van luchtkwaliteit geldt dat het programma op basis van het bestemmingsplan beperkter is dan mogelijk was op basis van het vigerende bestemmingsplan (zie ook paragraaf 7.6 van de plantoelichting). Omdat het plan daarmee valt onder de categorie niet in betekenende mate is het plan vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden voor stikstofoxide en fijn stof. In de Amsterdamse richtlijn gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit geldt als uitgangspunt dat dichtbij snelwegen en drukke stedelijke wegen geen gevoelige bestemmingen zoals scholen, kinderdagverblijven, verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen worden geprojecteerd. Los van het feit dat stadsdeel Zuid deze richtlijn niet toepast, geldt de beperking uit de Amsterdamse richtlijn niet voor woningbouw. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

Antwoord: Binnen de bestemming Wonen worden (zorg)woningen en short stay toegestaan. De veronderstelling dat hier sprake zou zijn van probleemgroepen is niet terecht. Zorgwoningen (zie ook artikel 1.100 van planregels) zijn zelfstandige woningen waar zorgverlening mogelijk en waar zorg op afroep beschikbaar is vanuit een verpleeg- of verzorgingshuis, een woonzorgcentrum of een dienstencentrum. Short stay (zie ook artikel 1.81 van planregels) betreft het structureel aanbieden van een zelfstandige woning voor tijdelijke bewoning voor minimaal 1 week en maximaal 6 maanden. Omdat short stay passend is binnen de stedelijke woonomgeving heeft de gemeente Amsterdam besloten dat short stay in alle op te stellen bestemmingsplannen binnen de bestemming Wonen wordt toegestaan. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

Antwoord: Het bestemmingsplan vormt een ruimtelijk toetsingskader voor bouw- en gebruiksmogelijkheden. Aspecten als het voorkomen van criminaliteit en verbeteren van sociale veiligheid zijn geen aspecten die in het bestemmingsplan direct geregeld kunnen worden. Criminaliteit en sociale veiligheid hebben betrekking op openbare orde en veiligheid en vallen onder de Algemene Plaatselijke Verordening. Om die reden vallen criminaliteit en sociale veiligheid buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan. Het toevoegen van woningbouw ten zuiden van het Aalsmeerplein leidt overigens tot een verbetering van de sociale veiligheid ter plaatse van het parkeerterrein. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het

bestemmingsplan.

Antwoord: Zoals aangegeven in de beantwoording onder 1.1 is de ontwikkeling van de locatie pas mogelijk na het vaststellen van een uitwerkingsplan. De betreffende locatie heeft in het bestemmingsplan een uit te werken bestemming Wonen gekregen. In het kader van dat uitwerkingsplan zal de precieze invulling van de locatie, met inbegrip van de benodigde parkeervoorzieningen, moeten worden bepaald. In artikel 11.2 onder l is als uitwerkingsregel opgenomen dat de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd moeten worden. Dat wil zeggen dat de parkeerbehoefte binnen het bestemmingsvlak opgelost moet worden en dat de ontwikkeling derhalve niet zal zorgen voor een toename van de parkeerdruk in de omgeving. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

Antwoord: Zoals aangegeven in de beantwoording onder 1.1 is de precieze invulling van de locatie nog niet duidelijk en zal eerst een uitwerkingsplan vastgesteld moeten worden. Pas in die fase kan iets gezegd worden over een eventuele waardedaling van de woningen aan de Generaal Vetterstraat. Als gevolg van het bestemmingsplan is overigens geen sprake van waardedaling omdat de woningbouw al mogelijk werd gemaakt in het vigerende bestemmingsplan Aalsmeerplein e.o. 1999 . In het kader van het uitwerkingsplan wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen op het woningbouwplan kenbaar te maken. Ook de mogelijkheden om schade vergoed te krijgen als gevolg van een eventuele waardedaling zijn gekoppeld aan de procedure van het vast te stellen uitwerkingsplan. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

Antwoord: Er dient duidelijk onderscheid te worden gemaakt in de pilot van de centrale stad voor 24-uurs openingstijden voor horeca en de mogelijke vestiging van horeca van categorie 2, zoals opgenomen in het Horecabeleid Zuid 2011. In de horecavisie van de centrale stad is opgenomen dat op tien locaties in Amsterdam geëxperimenteerd kan worden met 24-uurs openingstijden voor horeca. Bedrijventerrein Schinkel is in dat kader genoemd als mogelijke locatie waar deze proef kan plaatsvinden. In het

gebied is echter geen horeca exploitant aanwezig die een dergelijke proef zou kunnen uitvoeren, noch heeft zich een exploitant gemeld om in dit gebied van deze pilot gebruik te maken. Inmiddels zijn in de stad enkele locaties aangewezen waar deze proef voor 24-uurs openingstijden van horeca wel wordt uitgevoerd. Onderhavig bestemmingsplan voorziet niet in het faciliteren van horeca met 24-uurs openingstijden. Bedrijventerrein Schinkel is in het Horecabeleid stadsdeel Zuid 2011, dat op 21 december 2011 door de stadsdeelraad is vastgesteld, aangewezen als zoeklocatie voor horeca van categorie 2 (nachtzaken zoals discotheken en zaalverhuurbedrijven). In het Horecabeleid staat dat horeca van categorie 2 wat betreft het ruimtegebruik goed past op bedrijventerrein Schinkel: de ruimte wordt dan efficiënt gebruikt, er is voldoende parkeergelegenheid en de overlast voor bewoners is beperkt. Aangezien de vestiging van horeca uit categorie 2 vanwege mogelijke overlast voor de woonomgeving, een nadere afweging vergt ten aanzien van inpasbaarheid, is de vestiging van dergelijke horeca niet bij recht mogelijk gemaakt. In het bestemmingsplan is hiervoor een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Zodra een initiatief voor horeca van categorie zich aandient wordt de inpasbaarheid beoordeeld, waarbij wordt getoetst aan de gestelde voorwaarden in 2 artikel 3.6.1 van de planregels.

Het gaat om maximaal twee vestigingen van 1.500 m bvo. Deze vestigingen zijn uitsluitend toegestaan in het zuidwestelijke deel van het bedrijventerrein: langs de Anthony Fokkerweg ten zuiden van de Luchtvaartstraat, langs de Vliegtuigstraat ten westen van de Helicopterstraat en langs de Pilotenstraat. Tot slot mag horeca 2 niet leiden tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat en een onevenredige verkeersaantrekkende werking. Als het dagelijks bestuur op basis van de toetsing medewerking wil verlenen aan een initiatief dient een wijzigingsplan in procedure te worden gebracht. In het kader van een dergelijk wijzigingsplan voor een concreet initiatief kan een ieder zienswijzen kenbaar maken. Een aantal adressanten (zie ook de zienswijzen van adressanten 4 en 5) wijzen op een aantal zorgpunten in relatie tot de mogelijke vestiging van horeca van categorie 2, zoals de geluidsbelasting, de verkeersaantrekkende werking, de aanwezigheid van onverlichte plekken en het gebrek aan sociale controle in het gebied. Deze aandachtspunten vallen onder de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 3.6.1 van de planregels en worden dus meegenomen bij het beoordelen van de inpasbaarheid van een eventueel initiatief. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

Antwoord: In het Bouwbesluit 2003 was voor utilitaire gebouwen de verplichting opgenomen om inpandig of op eigen terrein stallingruimte voor fietsen te realiseren. In het Bouwbesluit 2012, dat per 1 april 2012 in werking is getreden, is deze verplichting geschrapt. Het blijft echter wenselijk dat utiliteitsvoorzieningen hun eigen fietsparkeervoorzieningen realiseren, omdat anders de druk op de openbare ruimte toeneemt. Het schrappen van de verplichting uit het Bouwbesluit kan worden ondervangen door de eis in bestemmingsplannen op te nemen. Met het opnemen van parkeernormen in bestemmingsplannen kan, in tegenstelling tot het Bouwbesluit, maatwerk worden geboden. Het nieuwe Bouwbesluit is voorzien van een overgangsregeling. De eisen uit het Bouwbesluit 2003 ten aanzien van het realiseren van fietsvoorzieningen blijven tot 1 januari 2017 van toepassing,

zolang er nog geen nieuwe eisen in bestemmingsplannen zijn opgenomen. Tot 1 januari 2017 krijgen gemeenten de tijd om de overstap naar de alternatieve regeling via bestemmingsplannen voor te bereiden. Om eisen ten aanzien van fietsparkeren in het bestemmingsplan op te kunnen nemen zal eerst beleid opgesteld en vastgesteld moeten worden. Zodra het beleid is vastgesteld kan worden beoordeeld wanneer en op welke wijze dit wordt verankerd in bestemmingsplannen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

Antwoord: In het kader van het verkeersonderzoek is de verkeersveiligheid op het bedrijventerrein beoordeeld. De resultaten daarvan zijn opgenomen in paragraaf 5.7 van de plantoelichting. De verkeersveiligheid is getoetst aan de hand van de geldende basiseisen voor een duurzaam veilig wegennet: functionaliteit van het wegennet, homogeniteit van het verkeer en voorspelbaarheid van het verkeersgedrag. De wegenstructuur op het bedrijventerrein kent een heldere opzet met hoofdzakelijk wegen ter ontsluiting van bedrijven. De fietsverbinding Valschermkade (onderdeel van Hoofdnet Fiets) is aangelegd als vrijliggend fietspad, waarmee wordt voldaan aan de CROW-richtlijn Duurzaam Veilig. Vanwege de beperkte verkeersintensiteit zijn elders in het plangebied geen vrijliggende fietspaden of fietsstroken vereist. Op een bedrijventerrein behoren draaiende vrachtauto s en laden en lossen tot het reguliere verkeersbeeld en daarmee tot het verwachtingspatroon van de verkeersdeelnemer. Conclusie is dat de huidige profielindeling van het bedrijventerrein volstaat. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

Antwoord: De reservering voor de Zuidelijke Schinkelverbinding is opgenomen in de Structuurvisie Amsterdam die op 17 februari 2011 door de gemeenteraad van Amsterdam is vastgesteld. In het bestemmingsplan is in aansluiting op de Structuurvisie een vrijwaringszone opgenomen om het reserveringsgebied vrij te houden van bebouwing zodat een mogelijke toekomstige aanleg niet wordt belemmerd. In het bestemmingsplan wordt de feitelijke aanleg van de verbinding echter niet mogelijk gemaakt. Hiervoor zal eerst de haalbaarheid nader moeten worden onderzocht en zal een afzonderlijke planologische procedure moeten worden doorlopen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

Antwoord: De veronderstelling van de adressanten is onjuist. In paragraaf 7.8 van de plantoelichting is de visie van het stadsdeel over duurzaamheid opgenomen. Daarin is aandacht besteed aan energiebesparing, intensief ruimtegebruik, duurzame energie en stadswarmte en warmte-koude opslag. Grootschalige energieopwekking is niet inpasbaar in het plangebied. Kleinschalige energieopwekking (zoals zonnepanelen, kleine windmolens en warmte-koude opslag) wordt rechtstreeks mogelijk gemaakt via de planregels van het bestemmingsplan. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

2.

Zienswijze 2

Antwoord: Het gemaal waar adressant aan refereert, betreft het hoofd-poldergemaal voor het poldertje Huis Te Vraag. Dit gemaal ligt net buiten de plangrenzen van onderhavig bestemmingsplan en is opgenomen in het aangrenzende bestemmingsplan Groengebied Schinkel 2008 , dat op 29 oktober 2008 door de deelraad is vastgesteld. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

Antwoord: De initiatiefnemer van het oorspronkelijke bouwplan Spijtellaantje heeft, vooruitlopend op de definitieve gerechtelijke uitspraak over de sloop, besloten om van het bouwplan af te zien en de bestaande woningen aan het Spijtellaantje te renoveren. Dit leidt ertoe dat de bestaande bebouwing, te weten vier woningen, de bijbehorende schuurtjes en een loods, positief wordt bestemd. Voor gedeelte van het bouwplan ten zuiden van de bestaande woningen geldt dat de opgenomen bouwvlakken het kader vormen voor een eventuele toekomstige ontwikkeling met woningbouw. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan. Wel is het bestemmingsplan op dit onderdeel ambtshalve gewijzigd, in die zin dat op de verbeelding de bestaande bouwvlakken worden vervangen door specifieke bouwvlakken voor de bestaande bebouwing aan het Spijtellaantje. Tevens zijn paragrafen 2.1 t/m 2.3, 4.4.1 en 11.4 van de plantoelichting dienovereenkomstig aangepast.

Antwoord: De weilandjes bij Huis Te Vraag vormen structuurbepalend groen en hebben de bestemming Groen gekregen. In artikel 6.1 van de planregels is bepaald welk gebruik binnen deze bestemming mogelijk is. Deze gronden mogen niet worden bebouwd, met dien verstande dat 2 bebouwing ten behoeve van nutsvoorzieningen (maximaal 3 meter hoog en 15 m ) wel is

toegestaan. Verder zijn bouwwerken geen gebouwen zoals toegestaan, zoals opgenomen in artikel 6.2.3 van de planregels. Het ensemble van begraafplaats Huis Te Vraag met bijbehorende weilandjes heeft een cultuurhistorische en landschappelijke waarde. Ter bescherming van deze waarden is in de planregels een dubbelbestemming Waarde - Landschap opgenomen (zie artikel 16 van de planregels). Hierin is een vergunningplicht opgenomen, gekoppeld aan bepaalde activiteiten zoals het aanbrengen van verharding en het aanpassen van het waterpeil. Deze vergunning kan uitsluitend worden verleend als wordt voldaan aan de toetsingscriteria zoals opgenomen in artikel 16.2.3 van de planregels: a. de werkzaamheden of de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen de landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet onevenredig aantasten of kunnen aantasten; b. door het stellen van voorwaarden ten aanzien van plaats, omvang, wijze en tijd van uitvoering, aantasting van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden kan worden voorkomen; c. de mogelijkheden tot herstel van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden verkleind. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

Antwoord: Op de analoge verbeelding (pdf) en de digitale verbeelding is voor de Zuidelijke Schinkelverbinding een vrijwaringszone opgenomen (zie verder beantwoording onder 1.15). De vrijwaringszone, met de toevoeging weg - 1, wordt aangeduid met twee blauwe lijnen met een gestreepte arcering. Op de digitale verbeelding wordt de vrijwaringszone weergegeven met twee groene lijnen. De vrijwaringszone loopt van het uiterste noordwesten van het plangebied (Henk Sneevlietweg), buigt af in zuidoostelijke richting en loopt over het meest noordoostelijke bestemmingsvlak met de bestemming Bedrijf . Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

3.

Zienswijze 3

Antwoord: Bedrijventerrein Schinkel is op 20 augustus 1986, vanwege de aanwezigheid van grote lawaaimakers (het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium en de inmiddels vertrokken betonmortelcentrale), aangewezen als een gezoneerd industrieterrein in de zin van de Wet geluidhinder. Op een gezoneerd industrieterrein geldt dat woonfuncties niet worden beschermd tegen industrielawaai en ter plaatse geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Uit het principe van een goede ruimtelijke ordening is het toestaan van geluidsgevoelige objecten op een gezoneerd industrieterrein dan ook niet aanvaardbaar. Zowel

vanuit de Wet geluidhinder als vanuit het principe van een goede ruimtelijke ordening geldt dat woonboten op bedrijventerrein Schinkel niet aanvaardbaar zijn. Op 9 november 2010 en 16 februari 2012 heeft de Rechtbank Amsterdam de eerdere besluiten van het stadsdeel tot het verlenen van ligplaatsvergunningen voor de woonboten in de Westlandgracht herroepen. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat op grond van het Beleid woonboten van het stadsdeel Amsterdam Zuid van januari 1998, de locatie waarvoor de ligplaatsvergunningen waren afgegeven als onaanvaardbaar is aangewezen. Om die reden heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel op 28 februari 2012 besloten om de woonboten definitief te verplaatsen naar een locatie buiten het plangebied. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

Antwoord: In het stadsdeel zijn geen bestaande ligplaatsen aanwezig die aan de woonbootbewoners kunnen worden aangeboden. Om die reden zal een nieuwe ligplaatslocatie ter plaatse van het Olympiakanaal worden ontwikkeld. Voordat het stadsdeel de vervangende ligplaatsen formeel kan aanbieden moeten planologische procedures voor de ontwikkeling in het gebied worden doorlopen. Het betreffende nieuw op te stellen bestemmingsplan bevat tevens het planologisch kader voor de toekomstige ontwikkelingen ter plaatse. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

Antwoord: Het NLR, dat sinds 1940 op bedrijventerrein Schinkel is gevestigd, verricht met behulp van windtunnels hoogwaardig onderzoek ten behoeve van de lucht- en ruimtevaart. Het bedrijf valt onder milieucategorie 5. Zoals aangegeven in paragraaf 7.2.3 van de plantoelichting betekent de aanwezigheid van dit bedrijf dat woningbouw in principe pas op grotere afstand mogelijk zou zijn. De feitelijke en vergunde milieuruimte van het NLR (in het bijzonder geluid) zorgt er echter voor dat het bedrijf in praktijk niet conflicteert met de nabijgelegen woningbouw. Uitgangspunt in het bestemmingsplan is bovendien dat de milieuruimte van de aanwezige bedrijven op bedrijventerrein Schinkel moet worden gerespecteerd. Het toevoegen van nieuwe gevoelige functies zal zich daarom moeten schikken naar de vergunde rechten van bedrijven, zodat deze bedrijven geen onnodige belemmeringen opgelegd krijgen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16101234/1