CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel ANONIEM

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 30 oktober 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Aanpassing geluidszone industrieterrein Schinkel en overeenkomstig wijzigen spelregelkader en leefomgevingsfoto OER Schinkelkwartier (VN2025-012654)34.624 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

Colofon Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid Versie augustus 2025 Contact schinkelkwartier@amsterdam.nl

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

Inhoud 1

Inleiding ........................................................................................................... 4

2 2.1 2.2

Zienswijzen ...................................................................................................... 5 Inleiding ................................................................................................................................5 Samenvatting en beantwoording zienswijzen .......................................................................5

3

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

1

Inleiding

Het ontwerpbestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel met bijbehorende stukken heeft in het kader van de terinzagelegging van 29 juni 2023 tot 10 augustus 2023 ter inzage gelegen. De kennisgeving over de terinzagelegging vond plaats in het Gemeenteblad van 28 juni 2023. Op 12 juli 2023 heeft de gemeente een online informatiebijeenkomst georganiseerd waarbij de gemeente het bestemmingsplan heeft toegelicht en er gelegenheid was tot het stellen van vragen. Gedurende de periode van terinzagelegging is eenieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen bij de gemeenteraad van Amsterdam. Tijdens de periode van de terinzagelegging zijn twee zienswijzen naar voren gebracht. In voorliggende Nota van beantwoording zienswijzen zijn de ingebrachte zienswijzen samengevat en van een beantwoording voorzien. Bij de beantwoording is aangegeven in hoeverre de zienswijzen aanleiding hebben gegeven om het bestemmingsplan te wijzigen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zoals dat ter inzage heeft gelegen. Deze wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen zijn opgenomen in een Nota van wijzigingen. Voorliggende Nota van beantwoording zienswijzen maakt integraal onderdeel uit van het te nemen raadsbesluit over het vaststellen van het bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel.

4

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

2

Zienswijzen

2.1

Inleiding

Tijdens de periode van terinzagelegging zijn twee zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel naar voren gebracht. De eerste zienswijze is van Stichting Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum en Stichting Duits Nederlandse Windtunnels (hierna: ‘het NLR’) van 8 augustus 2023. Het NLR heeft vervolgens per e-mail van 15 april 2024 aanvullende stukken ingediend. Namens het NLR heeft akoestisch adviseur Bilfinger op 3 april 2025 per e-mail nog aanvullende stukken ingediend. Het NLR heeft aangegeven dat de stukken als een aanvulling moeten worden beschouwd op haar eerder op 8 augustus 2023 ingediende zienswijze. Aangezien de aanvullende stukken betrekking hebben op plandelen die het NLR in de eerder naar voren gebrachte zienswijze heeft bestreden, kunnen deze als nadere motivering worden aangemerkt en heeft de gemeente besloten om deze te betrekken in voorliggende Nota van beantwoording zienswijzen. De tweede zienswijze is op 8 augustus 2023 door Urban Fabric Development B.V. namens Fabric Three C.V. (hierna: ‘Urban Fabric’) ingediend.

2.2

Samenvatting en beantwoording zienswijzen

1.

Zienswijze NLR

Behandeling aanvullingen op zienswijze Op 13 maart 2024 heeft op initiatief van de gemeente een overleg plaatsgevonden met het NLR en haar geluidsadviseur Bilfinger over technische aspecten van de zienswijze. Op 15 april 2024 heeft het NLR in een eerste aanvulling op de zienswijze berekende geluidcontouren en een zonevoorstel ingediend. Op 20 februari 2025 heeft de gemeente overleg gehad met het NLR om de uitkomsten van het aangepaste akoestisch onderzoek en de voorgenomen aanpassing van het bestemmingsplan toe te lichten. Tijdens dit overleg heeft geluidadviseur Bilfinger aangegeven dat het actualisatiemodel 2021 niet meer actueel was. Op 3 april 2025 heeft het NLR in een tweede aanvulling op de zienswijze een akoestisch onderzoek ten behoeve van actualisatie NLR en geactualiseerde geluidmodellen aangeleverd. Als gevolg van de aanvullingen op de zienswijze zijn sommige onderdelen van de eerste zienswijze van het NLR niet meer actueel of achterhaald. Volledigheidshalve worden alle onderdelen van de zienswijze van het NLR in chronologische volgorde behandeld en van een beantwoording voorzien. Eerst worden de standpunten van het NLR uit de zienswijze van 8 augustus 2023 behandeld, gevolgd door de standpunten uit de eerste aanvulling op de zienswijze (15 april 2024) en tot slot de standpunten uit de tweede aanvulling op de zienswijze (3 april 2025).

Voor zover standpunten uit de zienswijze van 8 augustus 2o23 zijn achterhaald door standpunten uit de latere aanvullingen, wordt dit benoemd.

5

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

1.1

Gemeente heeft het NLR bij voorbereiding ontwerpbestemmingsplan onvoldoende betrokken Het NLR vindt dat zij als enige zoneringsplichtige bedrijf op industrieterrein Schinkel bij de voorbereiding van het ontwerpbestemmingsplan betrokken had moeten worden. Volgens het NLR had de gemeente de gevolgen van het plan eerst aan haar moeten voorleggen. Het NLR betreurt het ten zeerste dat de gemeente het NLR niet op de hoogte heeft gebracht dat zij is gestart met opstellen van het plan of de potentiële gevolgen daarvan aan het NLR heeft voorgelegd. Hierdoor voelt NLR zich genoodzaakt om een zienswijze in te dienen over het ontwerpbestemmingsplan. Beantwoording In tegenstelling tot wat het NLR aangeeft, hebben in de afgelopen jaren – voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan – meerdere gesprekken tussen de gemeente en het NLR plaatsgevonden over de gemeentelijke plannen voor deelgebied Schinkelhaven, de actualisatie van het geluidmodel van NLR en de voorbereiding van voorliggend bestemmingsplan. Op 16 juni 2020 heeft de gemeente In een gesprek met het NLR onder andere de plannen om Schinkelkwartier (met daarbinnen het deelgebied Schinkelhaven) te transformeren tot gemengd stedelijk gebied toegelicht.

In het kader van de voorbereiding van de concept projectnota Schinkelkwartier heeft afstemming plaatsgevonden tussen de gemeente, het NLR en haar akoestisch adviseur Bilfinger. In de projectnota is opgenomen dat het huidige gezoneerde industrieterrein via een bestemmingsplan moet worden verkleind om woningbouw in Schinkelhaven mogelijk te maken. Op 14 oktober 2021 heeft de gemeente met het NLR de inspraakreactie van het NLR op de concept projectnota besproken. Deze reactie is betrokken bij de vaststelling van de projectnota door het college van B&W op 14 december 2021. In 2021 heeft de gemeente meerdere overleggen gehad met het NLR en haar akoestisch adviseur Bilfinger. Deze overleggen hebben geleid tot een door Bilfinger opgesteld ‘Akoestisch onderzoek ten behoeve van actualisatie NLR’ van 2021 (hierna: ‘actualisatiemodel 2021’). De bedoeling van dit onderzoek was om uitgaande van de bedrijfssituatie van het NLR de actuele geluidbelasting van het NLR in beeld te brengen. Daarbij is afgesproken dat het NLR dit actualisatiemodel 2021 ter beschikking stelt aan de gemeente om haar plannen nader te onderzoeken. Aansluitend hebben in 2021 overleggen plaatsgevonden tussen de gemeente, het NLR, de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (hierna: Omgevingsdienst) als zonebeheerder en de akoestisch adviseur van de gemeente LBP Sight.

Deze overleggen waren gericht op het uit te voeren akoestisch onderzoek ten behoeve van voorliggend bestemmingsplan. In dit kader heeft het NLR op 4 mei 2021 een rondleiding gegeven op het terrein en zijn beide windtunnels ter plaatse getest. Op 17 februari 2022 heeft het gemeentelijk planteam voor Schinkelhaven een rondleiding gekregen op het NLR terrein. De gemeente heeft in deze bijeenkomst aangegeven dat het

6

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

voorliggend bestemmingsplan werd voorbereid en dat de bedrijfsactiviteiten van het NLR daarin zouden worden gerespecteerd. Naar aanleiding van de afstemming ging de gemeente ervan uit dat de geluidemissies van het NLR (en de nieuwe geluidzone) aan de hand van het actualisatiemodel 2021 moesten worden berekend. In het voorbereidingstraject van het ontwerpbestemmingsplan was de gemeente dan ook in de veronderstelling over alle benodigde informatie met betrekking tot de geluidsituatie van het NLR te beschikken. Om die reden zag de gemeente geen aanleiding om, vooruitlopend op de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, nader overleg met het NLR te voeren. Achteraf bezien had een nader afstemmingsoverleg met het NLR opheldering kunnen geven over het doel en de functie van het actualisatiemodel 2021. Op basis daarvan had de gemeente eerder kunnen inzien dat het actualisatiemodel 2021 niet overeenkwam met de vergunde situatie van het NLR en om die reden niet als enige grondslag gebruikt kon worden voor de akoestische berekeningen voor het ontwerpbestemmingsplan.

Naar aanleiding van de zienswijze van het NLR en ter voorbereiding van de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan heeft de gemeente op 13 maart 2024 en op 20 februari 2025 nader overleg gehad met het NLR om de voorgenomen uitgangspunten ten aanzien van het akoestisch onderzoek en daarmee van voorliggend bestemmingsplan op te helderen en zo nieuwe misverstanden te voorkomen. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. Wel is de plantoelichting op dit onderdeel aangevuld. 1.2

Geluidzone is niet zorgvuldig vastgesteld en beperkt ten onrechte vergunde geluidruimte NLR In het ontwerpbestemmingsplan is volgens het NLR voor de ligging van de nieuwe geluidzone ten onrechte uitgegaan van het actualisatiemodel 2021. De uitgangspunten van die actualisatie zijn volgens het NLR niet gelijk aan de ‘vergunde geluidruimte’ van het NLR, omdat er op rekenpunten nog geluidruimte blijkt te zitten ten opzichte van de aan het NLR verleende vergunning. Het NLR vindt daarom dat de nieuwe geluidzone niet met voldoende zorgvuldigheid is vastgesteld, waardoor de vergunde geluidruimte van het NLR ten onrechte wordt beperkt. Het NLR stelt dat de gemeente niet van het actualisatiemodel kan uitgaan zonder de modellering op te vullen met de geluidruimte die er conform de vergunning nog is. Volgens het NLR dient de gemeente de geluidzone uit te breiden op de plekken waar de gehanteerde actualisatie minder ruimte geeft dan de vergunning van het NLR. Hierdoor wordt de geluidzone volgens het NLR in ieder geval aan de west- en noordzijde ruimer en zal deze bijvoorbeeld ook over de snelweg (A10) komen te liggen.

7

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

Het NLR verzoekt de gemeente dan ook om de zonegrens aan de westzijde van de snelweg te leggen of op zijn minst rekening te houden met een opvulling van de actualisatie naar het vergund recht. Beantwoording Zoals aangegeven in de beantwoording onder 1.1, ging de gemeente ervan uit dat het actualisatiemodel 2021 als uitgangspunt kon worden gehanteerd voor de berekening van de geluidsemissies van het NLR. Om die reden is het actualisatiemodel 2021 ongewijzigd door de gemeente overgenomen en gebruikt bij het bepalen van de geluidzone in het ontwerpbestemmingsplan. Opgemerkt wordt dat naar aanleiding van de tweede aanvulling op de zienswijze van het NLR (zie beantwoording onder 1.13) voor het berekenen van de geluidcontouren van de actualisatie situatie gebruik is gemaakt van het actualisatiemodel 2025 in plaats van het actualisatiemodel 2021. Echter, het NLR constateert terecht dat dit actualisatiemodel verschilt van de vergunde geluidsituatie van het NLR en dus dat de gemeente in het ontwerpbestemmingsplan ten onrechte uitsluitend van het actualisatiemodel 2021 is uitgegaan. De vergunde situatie volgt uit de voorschriften uit de aan het NLR verleende milieuvergunning uit 2010. Deze vergunning is in 2012 via een milieuneutrale vergunning gewijzigd. Aan deze vergunning ligt een akoestisch onderzoek van 24 januari 2012 ten grondslag.

In die vergunning zijn referentiepunten opgenomen met daarbij behorende maximale geluidnormen. Het NLR stelt terecht dat in de berekeningen op basis van het actualisatiemodel 2021 op sommige punten een lagere geluidemissie is berekend ten opzichte van de vergunde situatie. Op andere punten is in het actualisatiemodel 2021 juist meer geluid berekend ten opzichte van de vergunde situatie. Naar aanleiding van de zienswijze van het NLR heeft de gemeente daarom opnieuw onderzoek gedaan naar de geluidbelasting van NLR, ditmaal uitgaande van de vergunde situatie met inachtneming van de referentiepunten uit de vergunning. De resultaten daarvan zijn opgenomen in het aangepaste akoestisch onderzoek van LBP Sight, dat als bijlage bij de plantoelichting van voorliggend bestemmingsplan is opgenomen. Om de geluidsituatie van het NLR volledig in kaart te brengen is in het aangepaste akoestische onderzoek uitgegaan van de geluidcontouren van zowel de vergunde als de actualisatie situatie. De nieuwe geluidzone omhult de geluidcontouren op basis van zowel de actualisatie situatie als de vergunde situatie. Daarmee is geborgd dat de vergunde rechten van het NLR worden gerespecteerd. De gemeente ziet verder geen aanleiding om het NLR aanvullend meer uitbreidingsruimte te geven door de nieuwe geluidzone conform het verzoek van het NLR aan de westzijde van de A10 te leggen.

Van belang hierbij is dat het NLR geen concrete initiatieven heeft kenbaar gemaakt aan de gemeente. Ook heeft het NLR niet onderbouwd dat een dergelijke (in die richting aanzienlijke) verruiming noodzakelijk zou zijn.

8

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. De verbeelding is aangepast. Ook zijn het akoestisch onderzoek en de plantoelichting dienovereenkomstig aangepast. 1.3

Bij het bepalen van geluidzone moet worden uitgegaan van vrije veld situatie Het NLR is van mening dat de gemeente bij het bepalen van de geluidzone niet alleen naar de effecten van de vergunde activiteiten in de bebouwde omgeving had moeten kijken, maar ook naar de geluidcontouren in een vrije veld model, waarin buiten het NLR terrein geen omliggende bebouwing is opgenomen. Het NLR verwijst in dit kader naar de gemeentelijke plannen om deelgebied Schinkelhaven te transformeren, waarbij tot sloop-nieuwbouw en functiewijzigingen wordt overgegaan. Het NLR geeft aan dat de thans bestaande bebouwing buiten het NLR terrein voor geluiddempende effecten zorgt, terwijl deze bebouwing als gevolg van de herontwikkeling mogelijk wordt gesloopt. Door uit te gaan van een vrije veld model wordt volgens het NLR een accuraat beeld verkregen van de daadwerkelijke geluideffecten, zonder rekening te houden met geluiddempende effecten van bestaande bebouwing buiten het NLR terrein. Het NLR is van mening dat de geluidzone niet met voldoende zorgvuldigheid is vastgesteld en vindt dat de zone moet worden afgestemd op de 50 dB(A) geluidcontouren in een vrije veld situatie. Dit sluit volgens het NLR beter aan bij de door de gemeente beoogde transformatie van Schinkelhaven.

In de eerste aanvulling op de zienswijze (zie onder 1.13) heeft NLR dit onderdeel van haar zienswijze herhaald door een voorstel te doen voor een geluidzone uitgaande van een vrije veld situatie. Beantwoording In een vrije veld situatie wordt de bestaande bebouwing buiten het industrieterrein, maar binnen de geluidzone, buiten beschouwing gelaten bij het berekenen van de geluidsemissie. Bij een berekening in de bebouwde omgeving, wordt juist wél rekening gehouden met het effect van de bestaande gebouwen op het geluid. Doorgaans leidt een berekening in een vrije veld situatie tot ruimere geluidcontouren, omdat het geluid niet wordt tegengehouden of gedempt door bebouwing. Echter, een berekening in de bebouwde omgeving kan in sommige gevallen wel voor een ruimere contour zorgen, omdat bebouwing geluid ook kan weerkaatsen. In het ontwerpbestemmingsplan is voor het bepalen van de geluidzone uitgegaan van een bebouwde situatie, aangezien Schinkelhaven in de huidige situatie dichtbebouwd is en dat volgens de gemeentelijke plannen ook blijft. Bovendien is de geluidemissie van het NLR in de huidige vergunning ook gemodelleerd in een bebouwde omgeving.

9

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

De gemeentelijke plannen voor de herontwikkeling van Schinkelhaven gaan uit van een geleidelijke transformatie, waarbij het gebied (veelal door particuliere initiatiefnemers) perceelsgewijs zal worden ontwikkeld, onder andere door sloop-nieuwbouw. Gesloopte gebouwen zullen daarbij worden vervangen door nieuwbouw. Van het op grote schaal slopen van gebouwen zonder dat hier nieuwe bebouwing voor in de plaats komt is dan ook geen sprake. Door de gemeentelijke ambities om het gebied te verdichten, is het bovendien niet aannemelijk dat de geluidafschermende werking van toekomstige bebouwing in Schinkelhaven kleiner zal zijn dan die van de huidige bebouwing. De gemeente begrijpt echter dat het NLR zekerheid wil dat de nieuwe geluidzone toereikend is voor haar vergunde activiteiten, ook in het theoretische geval dat op grote schaal omliggende bebouwing in die zone wordt gesloopt. Daarom heeft de gemeente besloten om tegemoet te komen aan de zorgen van het NLR door de nieuwe geluidzone mede te baseren op de geluidcontouren van de vergunde en actualisatie situatie in een vrije veld situatie. Zo wordt voorkomen dat de geluidcontouren van de vergunde activiteiten (uitsluitend) als gevolg van de sloop van bebouwing binnen de geluidzone, plotseling buiten de geluidzone komen te liggen.

De nieuwe geluidzone omhult de geluidcontouren van zowel de vergunde situatie als actualisatie situatie in zowel een bebouwde omgeving als in een vrije veld situatie. De huidige geluidzone en ook de vergunde activiteiten van het NLR zijn gebaseerd op de geluidcontouren in een bebouwde omgeving. Ook het model dat de Omgevingsdienst gebruikt voor het beheer van de geluidzone, gaat uit van de bebouwde omgeving. Nu de nieuwe geluidzone is gebaseerd op de vrije veld situatie zal dit ook moeten gaan gelden voor het zonebeheermodel dat de Omgevingsdienst hanteert voor het verkleinde industrieterrein Schinkel. Dat betekent dat de geluidbelasting van het NLR en eventuele toekomstige vergunningaanvragen van het NLR, voortaan in een vrije veld situatie worden berekend en beoordeeld. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. De verbeelding is aangepast. Ook zijn het akoestisch onderzoek en de plantoelichting dienovereenkomstig aangepast. 1.4

Toekomstplannen gemeente voor Schinkelhaven zijn in ontwerpbestemmingsplan onvoldoende betrokken Het NLR geeft aan zich ervan bewust te zijn dat met het bestemmingsplan alleen het gezoneerde industrieterrein en bijbehorende geluidzone wordt verkleind en dat herontwikkelingen pas op een later moment worden bestemd. Het NLR vindt dat door deze splitsing in planologische besluiten het zeer moeilijk, dan wel onmogelijk wordt om de diverse functies (NLR en geluidgevoelige objecten) op een deugdelijke en zorgvuldige manier naast elkaar af te wegen.

10

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

Het NLR stelt dat de toekomstplannen voor het gebied bekend zijn en dat de zorgvuldigheid en de goede ruimtelijke ordening vereisen dat deze aspecten wel alvast in enige mate worden betrokken in het bestemmingsplan. Beantwoording Zoals het NLR ook opmerkt, ziet het voorliggende bestemmingsplan uitsluitend op het verkleinen van het huidige gezoneerde industrieterrein (tot aan het perceel van het NLR) en het wijzigen van de bijbehorende geluidzone. Dit is nodig omdat het realiseren van geluidgevoelige objecten zoals woningen op een gezoneerd industrieterrein (ongeacht de feitelijke geluidbelasting ter plaatse) niet is toegestaan. Daarmee is het voorliggende bestemmingsplan voorwaardelijk om ruimte te kunnen bieden voor geluidgevoelige objecten. Voor de rest laat voorliggend bestemmingsplan de onderliggende bestemmingen in stand en maakt het uitdrukkelijk geen nieuwe functies mogelijk. In de projectnota Schinkelkwartier heeft de gemeente de ambitie geformuleerd om Schinkelhaven te transformeren tot gemengd werk-woongebied en deze ambities op haalbaarheid onderzocht. Om richting te geven aan de ambities voor Schinkelkwartier is in de projectnota een stedenbouwkundig kader opgenomen. Dit kader maakt de ontwikkeling van Schinkelkwartier voorstelbaar en is richtinggevend voor de nadere uitwerking in stedenbouwkundige plannen per deelgebied en particuliere initiatieven in het gebied.

In vervolg op de projectnota Schinkelkwartier werkt de gemeente momenteel aan de voorbereiding van een investeringsnota voor Schinkelhaven. Daarin worden onder meer een stedenbouwkundig plan en een schetsontwerp voor de openbare ruimte opgenomen en worden de programmatische uitgangspunten nader uitgewerkt en op haalbaarheid onderzocht. Daarmee vormt de investeringsnota Schinkelhaven het kader waarbinnen particuliere initiatiefnemers bouwplannen voor onder andere geluidgevoelige objecten kunnen uitwerken. De meeste grond in Schinkelhaven is door de gemeente in erfpacht uitgegeven of is in particulier eigendom. De gemeente is voor de herontwikkeling dan ook afhankelijk van partijen met grondposities in het gebied, die bereid zijn om te investeren in de herontwikkeling van hun kavel. In tegenstelling tot wat het NLR veronderstelt, is het op dit moment dus nog niet bekend waar en wanneer toekomstige woningbouwplannen in Schinkelhaven zich zullen aandienen. De afweging om geluidgevoelige objecten in Schinkelhaven toe te staan is in het kader van voorliggend bestemmingsplan niet aan de orde. Die afweging zal op een later moment in het kader van ieder afzonderlijk bouwinitiatief gemaakt moeten worden. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn de vigerende bestemmingsplannen van rechtswege opgenomen in het tijdelijk deel van het Omgevingsplan Amsterdam.

Op grond daarvan zijn geluidgevoelige objecten in Schinkelhaven binnen de bestemming ‘Bedrijf’ niet bij recht toegestaan. Initiatieven voor geluidgevoelige objecten in Schinkelhaven zijn daarom pas mogelijk zijn na het doorlopen van een planologische procedure, te weten het wijzigen van het Omgevingsplan

11

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

Amsterdam of het doorlopen van een procedure voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa). In dit kader moet worden aangetoond dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en heeft het NLR de mogelijkheid om zienswijzen kenbaar te maken danwel bezwaar of beroep in te dienen. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 1.5

Bij het bepalen van geluidzone moet rekening worden gehouden met 50 dB(A) etmaalwaarde op 20 meter hoogte Het NLR constateert dat de geluidzone in het ontwerpbestemmingsplan op een hoogte van 5 meter ertoe leidt dat de 50 dB(A) etmaalwaarde geluidcontouren op 20 meter hoogte gedeeltelijk buiten de opgenomen geluidzone komt te liggen. In dat kader stelt het NLR dat toekomstige woningen die veel hoger liggen dan 5 meter niet gegarandeerd zijn van een goed leefklimaat van maximaal 50 dB(A). Daarbij verwijst het NLR naar het gemeentelijk hoogbouwbeleid (destijds nog concept, inmiddels op 17 juli 2024 door de gemeenteraad vastgesteld), waaruit blijkt dat het gebied rondom NLR geschikt is voor hoogbouw van 30 meter en hoger. Het NLR verzoekt de geluidzone dusdanig vast te stellen dat overal op 20 meter hoogte wordt voldaan aan de 50 dB(A) etmaalwaarde. Daarmee zorgt de gemeente volgens het NLR voor een zorgvuldige herontwikkeling van het gebied en een goede ruimtelijke ordening. Beantwoording Opgemerkt wordt dat het NLR in de eerste aanvulling op de zienswijze een zonevoorstel heeft gedaan waarbij is uitgegaan van een hoogte van 5 meter boven maaiveld, zoals voorgeschreven in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. De gemeente veronderstelt dat het NLR daarmee afstapt van haar verzoek om de zone op een hoogte van 20 meter te leggen.

Desalniettemin wordt dit onderdeel van de zienswijze van het NLR hieronder behandeld. In artikel 2.2 onder 1 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 is opgenomen dat ‘indien de vaststelling van de geluidbelasting in dB(A) vanwege een industrieterrein plaatsvindt ten behoeve van de vaststelling of wijziging van een geluidzone rond dat terrein, het immissiepunt zich op een hoogte van vijf meter boven het maaiveld bevindt’. Op grond daarvan is de geluidbelasting van het verkleinde industrieterrein Schinkel ten behoeve van het wijzigen van de geluidzone in het kader van voorliggend bestemmingsplan berekend op een hoogte van 5 meter. De beoogde herontwikkeling van Schinkelhaven voorziet in bebouwing, ten behoeve van onder andere geluidgevoelige objecten, die hoger is dan 5 meter. Voor initiatieven met

12

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

geluidgevoelige objecten binnen de nieuwe geluidzone geldt, ongeacht de bouwhoogte, dat onderzoek moet worden gedaan naar de geluidbelasting vanwege het NLR en dat de Wet geluidhinder van toepassing is. Voor initiatieven met geluidgevoelige objecten buiten de nieuwe geluidzone is de Wet geluidhinder weliswaar niet van toepassing, maar kan op grotere hoogte wel sprake zijn van een relevante geluidbelasting vanwege het NLR. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties acht de gemeente het daarom van belang dat ook bij die initiatieven rekening wordt gehouden met de geluidbelasting van het NLR. De gemeente ziet aanleiding om deze onderzoeksplicht te concretiseren en te borgen. De gemeenteraad heeft op 21 december 2023, gelijktijdig met het aanvaarden van de uitkomsten van het Omgevingseffectrapport (OER) Schinkelkwartier, het spelregelkader OER Schinkelkwartier als toetsingskader vastgesteld. Daarmee is geborgd dat de uitkomsten van het OER Schinkelkwartier doorwerken in de besluitvorming over stedelijke ontwikkelingsprojecten in Schinkelkwartier. Deze spelregels zijn gekoppeld aan een leefomgevingsfoto (https://maps.amsterdam.nl/schinkelkwartier_leefomgeving).

Om te borgen dat particuliere initiatiefnemers met plannen voor geluidgevoelige objecten in Schinkelhaven ook buiten de nieuwe geluidzone onderzoek doen naar de geluidbelasting vanwege het NLR wordt het spelregelkader OER Schinkelkwartier en bijbehorende leefomgevingsfoto gewijzigd. Dit gebeurt in het kader van de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan. Concreet wordt op de leefomgevingsfoto een gebiedsaanduiding opgenomen, gebaseerd op de geluidbelasting van 50 dB(A) etmaalwaarde als gevolg van het NLR op een hoogte van 40 meter. Deze gebiedsaanduiding omhult de geluidcontouren van zowel de vergunde situatie 2012 als de actualisatie situatie 2025, in zowel een bebouwde omgeving als in een vrije veld situatie. Aan de gebiedsaanduiding wordt de spelregel gekoppeld dat bij ontwikkeling van nieuwe geluidgevoelige objecten onderzoek moet worden gedaan naar de geluidbelasting vanwege het gezoneerde industrieterrein Schinkel (lees: het NLR). De uitkomsten van dat onderzoek moeten worden betrokken bij het beoordelen van de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat en het treffen van eventueel benodigde gebouwgebonden maatregelen. Daarmee wordt geborgd dat deze geluidmaatregelen bij geluidgevoelige objecten moeten worden afgestemd op het geluid vanwege de activiteiten van het NLR.

De toekomstige maximale bouwhoogte in Schinkelhaven wordt in het kader van de in voorbereiding zijnde investeringsnota bepaald. Deze hoogte kan mede in verband met de hoogtebeperkingen op grond van het Luchthavenindelingbesluit (LIB) Schiphol sowieso niet hoger zijn dan 40 meter. Om die reden is deze hoogte als waarneemhoogte gehanteerd voor de gebiedsaanduiding op de leefomgevingsfoto en de daaraan gekoppelde spelregel. Overigens verwijst het NLR in de tweede aanvulling op de zienswijze ook naar het voornemen van de gemeente om een aandachtsgebied op 40 meter hoogte vast te willen leggen. In dat kader heeft het NLR in het ‘Akoestisch onderzoek ten behoeve van

13

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

actualisatie NLR’ ook de geluidcontouren op 40 meter hoogte opgenomen (zie beantwoording onder 1.13). Voor zover het NLR vreest dat toekomstige bewoners in Schinkelhaven zullen klagen over de geluidbelasting vanwege het NLR wordt volledigheidshalve gemeld dat in het spelregelkader OER Schinkelkwartier een informatieplicht voor de initiatiefnemer is opgenomen. Concreet houdt dit in dat toekomstige bewoners actief en tijdig worden geïnformeerd over de geluidbelasting en de getroffen maatregelen, zodat zij in de gelegenheid worden gesteld om bewust een keuze te maken voor wonen in een geluidbelast gebied. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. Wel zijn naar aanleiding van dit onderdeel van de zienswijze het spelregelkader OER Schinkelkwartier en bijbehorende leefomgevingsfoto aangepast. Ook de plantoelichting is op dit onderdeel aangevuld. 1.6

Gemeente heeft onvoldoende rekening gehouden met geluidgevoelige objecten binnen nieuwe zone Het NLR constateert dat in het ontwerpbestemmingsplan ten onrechte wordt gesteld dat de geluidgevoelige objecten en terreinen in de huidige geluidzone na het verkleinen van het industrieterrein en de zone buiten de zone komen te liggen. Daarbij stelt het NLR dat de voorgenomen geluidzone in ieder geval aan de noordzijde overlapt met de uit te werken woonbestemming tussen de Henk Sneevlietweg en de Generaal Vetterstraat. Het NLR verzoekt de gemeente nogmaals grondig te kijken naar de geluidgevoelige objecten rondom het NLR, onder meer nadat de juiste geluidzone in kaart is gebracht. Beantwoording De gronden met de bestemming ‘Wonen - Uit te werken’ ten noordoosten van het NLR terrein, lagen voorheen volledig binnen de geluidzone van industrieterrein Schinkel. In het ontwerpbestemmingsplan is ervan uitgegaan dat deze bestemming volledig buiten de nieuwe geluidzone komt te liggen. Die constatering was inderdaad niet correct, aangezien de in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen geluidzone voor een klein gedeelte de bedoelde gronden overlapt. Het gaat hier overigens niet om bestaande geluidgevoelige objecten, maar een woonbestemming die nog uitgewerkt moet worden.

Naar aanleiding van de zienswijze van het NLR wordt de geluidzone in het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd vastgesteld. Die wijziging leidt ertoe dat de nieuwe geluidzone de gronden met de bestemming ‘WonenUit te werken’ niet meer overlapt. Aanvullend wordt opgemerkt dat basisschool De Leertuin aan de Generaal Vetterstraat 27a, die op 17 januari 2022 is vergund, buiten de huidige geluidzone is gelegen. Deze school

14

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

is vergund voor een termijn van maximaal tien jaar. Om deze reden is de Wet geluidhinder niet van toepassing. Bij de verlening van de omgevingsvergunning zijn de omgevingsaspecten, waaronder industriegeluid, onderzocht. De ruimtelijke aanvaardbaarheid van de school op die locatie is dus reeds beoordeeld in het kader van de omgevingsvergunning. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. Wel zijn het akoestisch onderzoek en de plantoelichting aangevuld ten aanzien van de tijdelijke school. 1.7

Bij het bepalen van geluidzone moet rekening worden gehouden met de groeimogelijkheden van het NLR Het NLR stelt dat bij het vaststellen van een geluidzone rekening moet worden gehouden met groeimogelijkheden van bedrijven. In dat kader constateert het NLR dat de geluidzone in het ontwerpbestemmingsplan op diverse punten precies op de berekende geluidcontouren is gelegd, zodat geen rekening is gehouden met groeiruimte. Daardoor wordt het NLR in de toekomst in haar mogelijkheden beperkt, waar het NLR niet mee kan instemmen. Zeker daar waar de geluidcontour de zone raakt wil het NLR met oog op toekomstige groeimogelijkheden meer ruimte krijgen. Volgens het NLR is het geen probleem om de snelweg bij de geluidzone te betrekken, omdat daar geen woningen gevestigd kunnen worden. Het NLR vindt dat zij onnodig wordt begrensd door de keuze om de geluidzone precies op de berekende geluidcontour te leggen. Volgens het NLR gaat de contour van het NLR al over de zonegrens heen als rekening wordt gehouden met vergunde rechten. Datzelfde geldt volgens het NLR in de situatie dat een kantoorgebouw aan de westkant verdwijnt. Volgens het NLR is de geluidzone dan ook niet met voldoende zorgvuldigheid vastgesteld en verzoekt de gemeente om de zonegrens tot aan de westzijde van de snelweg te leggen.

Beantwoording Op basis van vaste jurisprudentie moet de gemeenteraad bij het vaststellen van een bestemmingsplan rekening houden met een particulier initiatief, voor zover dat initiatief voldoende concreet is, tijdig kenbaar is gemaakt en ten tijde van de vaststelling van dat plan op basis van de op dat moment bekende gegevens de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan kan worden aangetoond. In dit geval zijn de gemeente en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied niet bekend met concrete uitbreidingsplannen van het NLR. Het NLR heeft in haar zienswijze ook niet aangevoerd concrete uitbreidingsplannen te hebben. Om die reden is er voor de gemeente in principe geen aanleiding om bij de vaststelling van de nieuwe geluidzone rekening te houden met andere activiteiten dan de activiteiten die aan het NLR zijn vergund.

15

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

Zoals aangegeven in de beantwoording onder 1.2 ziet de gemeente geen aanleiding om de nieuwe zonegrens ten westen van de snelweg A10 te leggen. Er is wat de gemeente betreft onvoldoende aanleiding voor een dergelijke (aanzienlijke) verruiming. Overigens geeft het verschil tussen de actuele en de vergunde geluidcontouren aan dat het NLR in bepaalde richtingen nog enige geluidruimte heeft voor uitbreiding binnen de vergunning. Daar komt bij dat tussen de nieuwe zonegrens en de actuele en vergunde geluidcontouren in bepaalde richtingen nog ruimte zit. Dit betekent dat het NLR in die richtingen nog ruimte heeft voor eventuele uitbreiding. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. Wel is de plantoelichting op dit onderdeel aangevuld. 1.8

Gevolgen van gemeentelijke toekomstplannen voor NLR zijn onduidelijk Het NLR verwijst naar een passage uit paragraaf 3.3.5 van de plantoelichting over de projectnota Schinkelkwartier: ‘Voor woningbouw in Schinkelhaven is het noodzakelijk om het gebied (geheel of gedeeltelijk) te dezoneren. Daarom wordt in eerste instantie gekozen voor een gedeeltelijke dezonering’. Ook verwijst het NLR naar een vergelijkbare formulering in de projectnota: ‘NLR is zoneringsplichtig en heeft bovendien een lange geschiedenis in het gebied. Daarom wordt in eerste instantie gekozen voor een gedeeltelijke dezonering, waarbij NLR gezoneerd terrein blijft en een eigen geluidzone houdt’. Volgens het NLR blijkt hieruit dat de gemeente plannen heeft om het hele gebied Schinkelhaven (inclusief het NLR terrein) weg te bestemmen en te herontwikkelen. Dit zou er volgens het NLR toe leiden dat zij haar huidige bedrijfsvoering niet meer zou kunnen uitvoeren en daarin ernstig zou worden gehinderd. Het NLR geeft aan er niet van op de hoogte te zijn dat de gemeente dergelijke plannen heeft en vraagt daarom wat de vervolgstappen zijn na het gedeeltelijk dezoneren via het bestemmingsplan en waar zij in paragraaf 3.3.5 op doelt met de stelling dat ‘in eerste instantie’ wordt gekozen voor ‘gedeeltelijke dezonering’.

Beantwoording In de projectnota Schinkelkwartier de ambitie geformuleerd om Schinkelhaven geleidelijk te transformeren tot gemengd werk-woongebied, een ontwikkeling die naar verwachting tenminste 25 jaar in beslag zal nemen. Ook is in de projectnota beschreven dat het noodzakelijk is om het industrieterrein Schinkel (geheel of gedeeltelijk) te dezoneren om in Schinkelhaven woningbouw te kunnen introduceren. Op basis van een integrale beoordeling van effecten en een afweging van alternatieven in het Omgevingseffectrapport (OER) Schinkelkwartier, dat tegelijk met de projectnota is opgesteld, is in de projectnota gekozen voor een gedeeltelijke dezonering van het industrieterrein waarbij alleen het zoneringsplichtige NLR gezoneerd terrein blijft en een

16

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

eigen geluidzone houdt. Een gehele dezonering is niet aan de orde. De gemeente heeft immers geen plannen om het terrein van het NLR weg te bestemmen of te herontwikkelen. Dit heeft de gemeente overigens ook met het NLR besproken, onder andere tijdens de bespreking van de inspraakreactie van het NLR op de concept projectnota. Wel heeft de gemeente in de projectnota Schinkelkwartier verkend op welke wijze het terrein van het NLR bij de herontwikkeling zou kunnen worden betrokken. Dit is overigens voor alle percelen in Schinkelhaven gedaan. Het stedenbouwkundig kader vormt geen statisch eindbeeld, maar biedt ruimte voor nieuwe inzichten. In de projectnota is dan ook opgenomen dat de situatie met het NLR op de huidige locatie stedenbouwkundig en planologisch aanvaardbaar is. In dit verband heeft de gemeente aan het NLR te kennen gegeven open te staan voor een ontwikkelinitiatief vanuit het NLR zelf, mits dit past binnen de kaders van de projectnota Schinkelkwartier en de in voorbereiding zijnde investeringsnota Schinkelhaven. Daarnaast volgt uit de projectnota dat de gemeente met het NLR wil verkennen of er maatregelen mogelijk zijn om meer ontwikkelruimte voor woningbouw in Schinkelhaven mogelijk te maken zonder dat daardoor de huidige bedrijfsvoering van het NLR onevenredig wordt belemmerd.

De gemeente begrijpt echter dat de zinsnede ‘in eerste instantie’ in de plantoelichting onduidelijkheid bij het NLR heeft veroorzaakt en zal deze zinsnede daarom schrappen. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. Wel is de plantoelichting op dit onderdeel aangepast. 1.9

In ontwerpbestemmingsplan zijn verkeerde en/of verschillende termen en definities gehanteerd Het NLR constateert dat de definitie van ‘geluidsgevoelige functies’, zoals opgenomen in artikel 1 van het plan, niet is gedefinieerd in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder. Het NLR verzoekt dan ook om in voornoemde definitie duidelijk te maken dat hieronder ook geluidgevoelige terreinen vallen, zoals daartoe bestemde ligplaatsen voor woonschepen. Verder stelt het NLR dat in artikel 1.6 van de regels ‘geluidzone – industrie’ is gedefinieerd, maar dat in de toelichting en op andere plekken in de planregels de term ‘geluidzone’ (met tussen-s) wordt gebruikt. Dit wekt volgens het NLR bij lezing verwarrend en het is ook niet duidelijk of met beide termen hetzelfde wordt bedoeld. Het NLR vindt dat dit eenduidig moet worden gemaakt of beter moet worden toegelicht. Beantwoording De constatering van het NLR is terecht. De gemeente zal in het bestemmingsplan de term geluidgevoelige functies vervangen door de term geluidgevoelige objecten zijnde:

17

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

‘gebouwen welke voor bewoning dienen, andere geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige terreinen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder’. Daarmee wordt verduidelijkt dat geluidgevoelige terreinen zoals ligplaatsen van woonschepen hier ook onder worden begrepen. Het klopt ook dat in de planregels en in de plantoelichting geluidszone met een tussen-s en soms zonder tussen-s wordt geschreven. Beide formuleringen kunnen worden gebruikt. De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVB) 2012 hanteert de term ‘geluidzone’ als gebiedsaanduiding. Om die reden is de gebiedsaanduiding op de verbeelding van voorliggend bestemmingsplan geschreven als ‘geluidzone - industrie’. In de Dikke van Dale en ook de Memorie van Toelichting bij de Wijziging Wet geluidhinder (Kamerstukken II 2004/05, 29879 nr. 3) wordt ‘geluidszone’ echter met een tussen-s geschreven. ’Geluidzone’ en ’geluidszone’ hebben dezelfde betekenis, te weten ‘de zone om een industrieterrein als bedoeld in de Wet geluidhinder’. In het voorliggend plan en de toelichting zal zoveel mogelijk ‘geluidzone’ worden gebruikt. Dit kan echter niet in alle gevallen, omdat in bepaalde gevallen sprake is van het overnemen van een artikellid of citeren van een zinsnede uit een bestaand bestemmingsplan.

Om bepaalde regels uit die bestaande plannen te kunnen laten vervallen of te vervangen moet 1- op-1 worden aangesloten op de tekst uit het betreffende bestemmingsplan. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. De planregels zijn gewijzigd. Ook is de plantoelichting dienovereenkomstig aangepast. 1.10 Deel geluidzone valt nog steeds binnen bestemmingsplan ‘Nieuwe Meer e.o.’ Het NLR wijst erop dat artikel 3.1 bepaalt dat in het bestemmingsplan ‘Nieuwe Meer e.o.’ de verwijzingen naar de ‘geluidzone – industrie – bedrijventerrein schinkel’ komen te vervallen. Het NLR constateert dat een klein deel van de nieuwe geluidzone zich nog steeds in dit plan bevindt, zodat er volgens het NLR dus wel verwijzingen naar deze nieuwe zone moeten blijven bestaan (zeker als eerder genoemde zienswijzen verwerkt worden). Beantwoording Het NLR merkt terecht op dat een gedeelte van de nieuwe geluidzone, zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan, voor een gedeelte nog in het plangebied van het bestemmingsplan ‘Nieuwe Meer e.o.’ ligt. Het gaat om een gedeelte van de rijksweg A10 ten westen van het industrieterrein. De nieuwe geluidzone in voorliggend bestemmingsplan brengt hier echter verandering in.

Naar aanleiding van de zienswijze van het NLR is de nieuwe geluidzone, met name als gevolg van het berekenen van de geluidcontouren in een vrije veld situatie, in ieder geval ten westen van het industrieterrein ter plaatse van de A10, ruimer geworden. Hierdoor reikt de nieuwe geluidzone verder in het plangebied van bestemmingsplan ‘Nieuwe Meer e.o.’.

18

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

Als gevolg van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan ‘Zuidas-Zuidasdok 2023’ is het planologisch kader gewijzigd en liggen delen van de rijksweg A10 niet langer binnen het plangebied van bestemmingsplan ‘Nieuwe Meer e.o.’, maar binnen het plangebied van het bestemmingsplan ‘Zuidas-Zuidasdok 2023’. Om die reden wordt voorgesteld om het voorliggende bestemmingsplan ambtshalve te wijzigen, met dien verstande dat de planregels mede betrekking hebben op het bestemmingsplan ‘Zuidas-Zuidasdok 2023’. De nieuwe geluidzone ligt echter nog steeds voor een klein gedeelte binnen het plangebied van het bestemmingsplan ‘Nieuwe Meer e.o.’. Het gaat om een deel ten noorden van het industrieterrein ter hoogte van de Henk Sneevlietweg. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 1.11 Status en gevolgen van aanwezige illegale woonboot Westlandgracht zijn onduidelijk Het NLR geeft aan dat in de Westlandgracht, ten oosten van het NLR, zich geruime tijd drie illegale woonboten bevonden en dat daar zich thans nog één woonboot bevindt. Het NLR constateert dat als gevolg van voorliggend bestemmingsplan de nog overgebleven woonboot buiten het gezoneerde industrieterrein maar binnen de geluidzone komt te liggen. In het ontwerpbestemmingsplan is hier geen aandacht aan besteed.

Het NLR vreest dat dit haar ten onrechte zal benadelen en geeft aan dat ondanks herhaaldelijke verzoeken van het NLR en herhaaldelijke toezeggingen daartoe van de gemeente, de gemeente heeft nagelaten te handhaven en de illegale woonboten te verwijderen. NLR verzoekt de gemeente hierbij om per ommegaande handhavend op te treden en over te gaan tot verwijdering van de nog overgebleven illegale woonboot. Tevens ziet NLR graag bevestigd dat illegale situaties, zoals de aan de Westlandgracht gelegen woonboot, illegaal blijven onder het thans ter inzage gelegde ontwerpbestemmingsplan. Het NLR ziet daarbij tenslotte graag bevestigd dat de woonboot door het voorliggend bestemmingsplan niet (onbedoeld) wordt gewijzigd in een geluidgevoelig object of terrein. Beantwoording De woonboot aan de Windtunnelkade 1 is ook onderwerp geweest van een langlopende handhavingsprocedure. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraak van 8 juni 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1595) geoordeeld dat de woonboot ter plaatse illegaal aanwezig was en de beroepen tegen de verbeurde dwangsommen ongegrond verklaard. De gemeente bevestigt hierbij, wellicht ten overvloede, dat de betreffende woonboot illegaal aanwezig was. De bepaling omtrent het overgangsrecht in het voorliggend bestemmingsplan brengt daar geen verandering in.

19

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat het gebruik van gronden aan de Windtunnelkade 1 voor het innemen van een ligplaats in 2010 begon. Op grond van het destijds vigerende bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Schinkel 1999’ waren de gronden bestemd als ‘Waterweggracht’ en als zodanig aangewezen voor havens, waterberging en vaarwater. Het gebruik van de gronden voor een ligplaats van woonboten was niet toegestaan. In het opvolgend (bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Schinkel-Aalsmeerplein e.o.’ (inmiddels opgenomen in het tijdelijk deel van het Omgevingsplan) zijn de gronden aangewezen als ‘Water’ en als zodanig aangewezen voor waterberging, waterlopen, bruggen etc. Ook dit plan staat het innemen van de gronden als ligplaats voor een woonboot niet toe. De betreffende woonboot is inmiddels (ruim 1,5 jaar geleden) verwijderd en dus niet meer ter plaatse aanwezig. Alleen al om die reden kan het gebruik niet onder het overgangsrecht komen te vallen, omdat het gebruik van de desbetreffende woonboot niet meer plaatsvindt ten tijde van de inwerkingtreding van het voorliggende bestemmingsplan. Daarnaast was het gebruik als ligplaats nooit toegestaan, niet op grond van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan (voormalig bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Schinkel-Aalsmeerplein e.o.’), en ook niet op grond van het daarvoor geldende bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Schinkel 1999’.

Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. Wel is de plantoelichting aangevuld. 1.12 In ontwerpbestemmingsplan moet rekening worden gehouden met geluidmodel op basis van geluidproductieplafonds Omgevingswet Het NLR geeft aan dat sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 wordt gewerkt met zogeheten ‘geluidproductieplafonds’ (GPP’s) in plaats van op de zonegrens en gevels van geluidgevoelige objecten, zoals onder de Wet geluidhinder. NLR merkt op dat er in de toekomst één geluidmodel moet zijn die voor de eerste vaststelling van de juiste toetswaarde op de GPP-punten kan uitrekenen. Het NLR is van mening dat in voorliggend bestemmingsplan al een geluidmodel gebruikt moet worden die de maximale situatie voor de zone betreft in alle richtingen, waarbij beide windtunnels zijn verwerkt. Daarmee is volgens het NLR rechtszekerheid voor het NLR in de toekomst gewaarborgd. Beantwoording Op grond van de Omgevingswet wordt afgestapt van de huidige zoneringsystematiek uit de Wet geluidhinder. Voor gezoneerde industrieterreinen geldt dat op termijn geluidproductieplafonds (GPP’s) als omgevingswaarden moeten worden vastgesteld.

20

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

Voor de eerste vaststelling van GPP’s geldt een ruime overgangstermijn: de eerste GPP’s moeten uiterlijk 1 januari 2032 zijn vastgesteld. De gemeente doet dat in het Omgevingsplan. Voor het wijzigen van het Omgevingsplan geldt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Uiteraard zal het NLR te zijner tijd bij de voorbereiding van dat besluit worden betrokken. Voor gezoneerde industrieterreinen geldt dat de Wet geluidhinder van toepassing blijft tot het moment dat GPP’s worden vastgesteld. Dit volgt uit artikel 3.6 van de Aanvullingswet geluid. Dit betekent voor industrieterrein Schinkel dat, zolang er geen GPP’s zijn vastgesteld, de geluidemissie van het NLR en de geluidbelasting van het NLR op nieuwe geluidgevoelige objecten in Schinkelhaven worden beoordeeld op grond van de Wet geluidhinder. Pas in het kader van de toekomstige vaststelling van GPP’s zal een geluidmodel worden opgesteld dat uitgaat van de maximale benutting van de geluidzone. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. Wel is de plantoelichting op dit onderdeel aangevuld.

1.13 Bij het bepalen van nieuwe geluidzone dient rekening te worden gehouden met zonevoorstel van het NLR Het NLR heeft de gemeente in een eerste aanvulling op de zienswijze verzocht om de nieuwe geluidzone zodanig te bepalen dat deze zowel de geluidzone zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan als de 50 dB(A) contouren van de vergunde situatie 2012 in zowel de vrije veld situatie als in de bebouwde situatie omhult. In het voorstel van het NLR is die zone gelegd op een hoogte van 5 meter. Beantwoording De gemeente heeft de uitgangspunten van het zonevoorstel van het NLR deels overgenomen. Zo heeft de gemeente besloten om de nieuwe geluidzone mede te baseren op de geluidcontouren van de vergunde situatie 2012 in een vrije veld situatie. De overwegingen om hieraan tegemoet te komen zijn reeds behandeld bij de beantwoording onder 1.2 en 1.3. De gemeente heeft het uitgangspunt om de geluidzone mede te baseren op de geluidzone uit het ontwerpbestemmingsplan niet overgenomen. In het ontwerpbestemmingsplan is voor het bepalen van de geluidzone aangesloten bij een logische geografische begrenzing zoals wegen. Overweging daarbij was dat zo ook een deel van het gebied waarin de geluidbelasting op 20 meter hoogte hoger is dan 50 dB(A) etmaalwaarde binnen de nieuwe geluidzone zou komen te liggen.

Dit heeft op sommige plaatsen geleid tot een te ruime geluidzone ten opzichte van de toen berekende geluidcontouren (destijds gebaseerd op de actualisatie situatie 2021).

21

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

De gemeente stapt daar nu van af en baseert de nieuwe geluidzone uitsluitend op de geluidcontouren van zowel de vergunde als de actualisatie situatie, in zowel de bebouwde omgeving als de vrije veld situatie. De nieuwe geluidzone is de omhullende contour van al deze (in totaal acht) geluidcontouren op de voorgeschreven hoogte van 5 meter boven maaiveld. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. De verbeelding is gewijzigd. Ook zijn het akoestisch onderzoek en de plantoelichting dienovereenkomstig aangepast. 1.14 Bij het bepalen van nieuwe geluidzone dient rekening te worden gehouden met actualisatiemodel 2025 Het NLR voert in een tweede aanvulling op de zienswijze aan dat het gehanteerde actualisatiemodel 2021 niet representatief is wat betreft de modellering van de supersone tunnel (SST). Dit is onderbouwd met het ‘Akoestisch onderzoek ten behoeve van actualisatie NLR’, een memorandum van 20 maart 2025 en bijbehorende geactualiseerde geluidmodellen. Het NLR stel dat het cilindervormige drukvat in praktijk minder afschermende werking blijkt te hebben dan het gemodelleerde gebouw van 4 meter hoogte. Uit metingen tijdens de actualisatie blijkt het drukvat nauwelijks geluid af te schermen. Het drukvat is in het actualisatiemodel dan ook zonder hoogte opgenomen.

Ook het leidingwerk tussen drukvat en meetkamer SST is meer in detail ingemeten in plaats van 1 bron voor het geheel. Tot slot blijkt uit de actualisatie metingen dat ook het gebouw achter de meetkamer relevant is in de geluiduitstraling. Het NLR geeft aan dat tijdens nieuwe metingen is geconstateerd dat in de zuidoostelijke richting op een controlepunt op circa 50 meter van het NLR nu lagere waarden zijn gemeten dan tijdens de meetsessies in 2007, waarop de vergunde situatie is gebaseerd. Om deze reden is de actualisatie voor wat betreft de specifieke SST bronnen gecorrigeerd. Op deze manier wordt het nu opgestelde geluidsmodel gelijkgesteld aan het eerder gemeten en vergunde geluidsmodel (met name op het controle punt in zuidoostelijke richting). Volgens het NLR is dit de situatie van actualisatie en vergund recht. Het NLR verzoekt de gemeente om de geluidcontouren op basis van de actualisatie 2025 mee te nemen bij de vaststelling van de nieuwe geluidzone. Beantwoording De Omgevingsdienst heeft de door het NLR aangeleverde akoestisch onderzoek, het memorandum en bijbehorende geluidmodellen op verzoek van de gemeente beoordeeld. De Omgevingsdienst heeft bevestigd dat de modelmatige wijzigingen aannemelijk zijn en heeft de gemeente geadviseerd om deze te betrekken bij de berekening van de geluidcontouren en het bepalen van de nieuwe geluidzone. Tot slot heeft de

22

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

Omgevingsdienst geconcludeerd dat de actualisatie situatie voldoet aan de voorgeschreven geluidwaarden van de referentiepunten uit de aan het NLR verleende vergunning. Het actualisatiemodel 2025 voor de SST is verwerkt in het akoestisch onderzoek, dat als bijlage bij voorliggend bestemmingsplan is gevoegd. Dit heeft geleid tot aangepaste geluidcontouren die zijn betrokken bij het bepalen van de nieuwe geluidzone. De gemeente is van mening dat daarmee de belangen van het NLR in voorliggend bestemmingsplan zijn geborgd. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. De verbeelding is gewijzigd. Ook zijn het akoestisch onderzoek en de plantoelichting dienovereenkomstig aangepast. 1.15 Bij nieuwe geluidgevoelige objecten binnen de geluidcontouren moet voldoende afscherming worden gecreëerd In de tweede aanvulling op de zienswijze heeft het NLR 50 dB(A) contouren aangeleverd van de HST en SST op een hoogte van 5 en 40 meter in het vrije veld. Ten aanzien daarvan stelt het NLR dat de vrije veld contouren een goed beeld geven van hoe ver geluidgevoelige gebouwen als eerstelijns bebouwing van het NLR verwijderd moeten blijven. Verder stelt het NLR dat binnen de 50 dB(A) contouren er voor geluidgevoelige gebouwen voldoende afscherming in het plan moet worden gecreëerd.

Ten aanzien van de uitgangspunten bij het akoestisch onderzoek van deze toekomstige woningbouw voert het NLR aan dat binnen de 50 dB(A) contouren op 5 en 40 meter hoogte rekening moet worden gehouden met de effecten van omliggende bebouwing. Beantwoording De nieuwe geluidzone is mede bepaald aan de hand van de 50 dB(A) contouren in de vrije veld situatie. Dit is gedaan om tegemoet te komen aan de zorgen van het NLR dat door het eventueel slopen van bebouwing buiten het perceel van het NLR, de geluidcontouren van hun vergunde activiteiten plotseling buiten de geluidzone zouden kunnen komen te liggen. In dit verband verwijst de gemeente naar de beantwoording onder 1.3. De gemeente benadrukt – wellicht ten overvloede – dat het niet zo is dat de 50 dB(A) contouren in het vrije veld bepalend zijn voor de vraag waar nieuwe geluidgevoelige objecten binnen de geluidzone mogelijk zijn. Geluidgevoelige objecten zijn immers ook mogelijk binnen deze contouren (en daarmee ook de geluidzone) als voldaan wordt aan de Wet geluidhinder. Dat betekent dat nieuwe geluidgevoelige objecten zijn toegestaan als de geluidbelasting ten hoogste 50 dB(A) bedraagt, of als hogere waarden zijn verleend (tot maximaal 55 dB(A)) of als bij overschrijding van de maximale ontheffingswaarde dove gevels worden gerealiseerd.

23

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

In het kader van de voorbereiding van de investeringsnota Schinkelhaven wordt nader akoestisch onderzoek gedaan naar de geluidbelasting van het NLR. De uitkomsten van dat onderzoek worden betrokken bij de totstandkoming van het stedenbouwkundig plan. Initiatieven voor nieuwe geluidgevoelige objecten in Schinkelhaven zijn niet bij recht toegestaan en zijn om die reden alleen mogelijk na het doorlopen van een planologische procedure. Daartoe zal aangetoond moeten worden dat het initiatief voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In dat kader dient een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd om de geluidbelasting op de gevels van de geluidgevoelige objecten als gevolg van het NLR te berekenen. Afhankelijk van de uitkomst van dat akoestisch onderzoek kan het nodig zijn om eventueel gebouwgebonden maatregelen bij de geluidgevoelige objecten te treffen. Voor de initiatieven voor nieuwe geluidgevoelige objecten binnen de nieuwe geluidzone geldt dat voldaan moet worden aan de Wet geluidhinder. Buiten de geluidzone is de Wet geluidhinder niet van toepassing, maar dient in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, wel te worden onderbouwd dat sprake is van een aanvaardbaar geluidniveau. Daarom moet in een gebied buiten de nieuwe geluidzone ook akoestisch onderzoek worden verricht naar de geluidbelasting als gevolg van het NLR.

Om deze onderzoeksplicht te borgen worden, zoals aangegeven in de beantwoording onder 1.5, het spelregelkader OER Schinkelkwartier en bijbehorende leefomgevingsfoto aangepast. In beide gevallen (zowel voor initiatieven voor nieuwe geluidgevoelige objecten binnen de geluidzone als binnen de gebiedsaanduiding op de leefomgevingsfoto OER Schinkelkwartier) zal in het akoestisch onderzoek rekening worden gehouden met de effecten van de omliggende bebouwing. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

2.

Zienswijze Urban Fabric

2.1

Geluidzone ter hoogte van perceel Urban Fabric is (onnodig) te ruim vastgesteld Urban Fabric heeft geen bezwaren tegen het verkleinen van het bestaande gezoneerde industrieterrein Schinkel. Volgens Urban Fabric worden echter de nieuwe grenzen van de geluidzone die daarbij horen, in het voorliggend ontwerpbestemmingsplan (onnodig) te ruim vastgesteld. Daarbij verwijst Urban Fabric naar de toelichting van de gemeente tijdens de informatiebijeenkomst op 12 juli 2023 waaruit volgt dat de nieuwe grenzen in praktische zin zijn vastgesteld langs de wegen die dicht bij de waargenomen geluidbelasting van 50 dB(A) liggen. In de zuidwestelijke hoek van het gebied komt het perceel van Urban Fabric binnen de geluidzone te liggen. Volgens Urban Fabric is dit, gezien de bouwplannen van Urban Fabric, (wettelijk gezien) niet nodig. Urban Fabric vraagt de gemeente om de zone zodanig aan te

24

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Aanpassing geluidzone industrieterrein Schinkel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16101234/1