CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Nota van Beantwoording inspraak Stedenbouwkundig Plan Amstelstation-Amsteloever (geanonimiseerd).pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 14 april 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met de financiële paragraaf en Stedenbouwkundig Plan Amstelstation-Amsteloever en het beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet (ZD2021-000739)40.210 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Indien geen extra hoog bouwvolume binnen de huidige contouren aan Leeuwenburg kan worden toegevoegd zonder aantasting van de architectonische en stedenbouwkundig kwaliteiten, dient dit extra volume buiten het complex te worden gerealiseerd. Overwogen kan worden om een stuk openbare ruimte op te offeren voor een andere positie van de toren of meer hoogbouw elders in het plangebied te realiseren. Onduidelijk is wat op pag. 66 bedoeld wordt met: “verdikking van de gevel oudbouw nader te bepalen”. De gevels dienen hun karakteristieke detaillering en brutalistische uitstraling te behouden. Indiener vraagt om de adviezen van Monumenten en Archeologie en van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit naar aanleiding van onze monumentenaanvraag in de afweging te betrekken. Antwoord: Het dagelijks bestuur (oftewel het college) heeft beleidsvrijheid bij de aanwijzing van een zaak als gemeentelijk monument. Die vrijheid vindt haar begrenzing in de Erfgoedverordening en in de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dat betekent dat er een zorgvuldige afweging gemaakt moet worden tussen de monumentale waarden enerzijds en andere belangen, zoals de ontwikkeling van de stad en dan vooral de realisatie van woningen, anderzijds. Deze aspecten zijn reeds bij de aanwijzing van belang. Er is sprake van uiteenlopende belangen.

Enerzijds is er sprake van hoge erfgoedwaarden, anderzijds van grote ruimtelijke en maatschappelijke belangen zoals de integrale herontwikkeling van Amsteloever, de woningbouwambities van de gemeente en de gemaakte afspraken in het kader van de planontwikkeling tot nu toe. Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een vergevorderd planproces met een hoog afbreukrisico. De gemeente heeft daarbij door de vaststelling van diverse kaderstellende documenten en met het vrijgeven van het concept Stedenbouwkundig Plan voor inspraak verwachtingen gewekt bij de eigenaar, de andere betrokken partijen en de burger. Op basis van bovenstaande besluit het dagelijks bestuur, met instemming van

Gemeente Amsterdam

Pagina 72 van 111

het college van B&W, om het gebouw Leeuwenburg niet aan te wijzen als gemeentelijk monument. Het College van B&W heeft op 1 december 2020 besloten opdracht te geven om (de omgang met) de erfgoedwaarden van het gebouw Leeuwenburg een duidelijke plek te geven in de verdere planuitwerking. Dat wil zeggen dat de verdere uitwerking van het bouwplan voor het gebouw Leeuwenburg met inachtneming van het SP zo dicht mogelijk bij de door MenA en de CRK geconstateerde waarden moet blijven. In het planproces zal MenA goed betrokken worden. Daartoe is afgesproken dat MenA vertegenwoordigd is in het supervisieteam Amstelstation en Amsteloever, zoals ze dat eerder ook was. Supervisie begeleidt en toetst de planuitwerking voor de beide zijden van het Amstelstation waaronder het gebouw Leeuwenburg. Binnenkort start de selectieprocedure voor een nieuwe supervisor. Daarnaast zal bij de planvoorbereiding en de planuitwerking, waar de omgang van het gebouw in relatie tot de geconstateerde waarden gestalte krijgt, een monumentenadviseur van MenA betrokken worden. Het projectteam neemt deze punten op in de anterieure overeenkomst met de eigenaar van het gebouw.

9.3 Delta Lloyd 1: Indiener woont aan de zuidzijde van de Amstelboulevard. Indiener vindt de nieuwe plannen voor de locatie Delta Lloyd te groot en massief - woonkwaliteit daalt tot een minimum - en niet acceptabel. Het huidige 'hof' tussen DeltaLloyd en de appartementen aan de Amstelboulevard wordt vrijwel volledig dichtgezet en een stuk kleiner en donkerder. De toren aan de Amstelzijde blokkeert het hof volledig, waardoor zonlicht, lucht en uitzicht helemaal zullen verdwijnen. Indiener stelt voor de toren óf meer richting het westen te schuiven, in lijn met de bebouwing aan de Omval óf meer naar het oosten richting de Spaklerweg. Ook wordt aandacht gevraagd voor de vormgeving van de toren (slanker en niet vierkant zoals Amsteltoren), om de invloed op de omliggende bestaande bebouwing te verbeteren. De hof blijft dan de plek die het stedelijke blok DeltaLloyd - Amstelboulevard Zuid verblijfs- en leefkwaliteit geeft, wat ook de nieuwe bebouwing ten goede komt. Indiener heeft geen bezwaar tegen de hoogte van de torens. 115: Indiener maakt bezwaar tegen de hoge toren op het lage deel van het Delta Lloyd gebouw vanwege de schaduw in de straat tussen het Philips gebouw en de Hoefsmidt.

Indiener vindt de hoogte en de vorm van de nieuw te bouwen hoge torens plomp en zwaar, het zicht op de spits van de Rembrandttoren zal verdwijnen en het zicht van de appartementen van de Hoefsmidt zal belemmerd worden door de toren van de Leeuwenburg. Er wordt gesproken over een familie van torens, maar in werkelijkheid verdwijnen de al bestaande toren achter de nieuwe torens. 113: Indiener maakt bezwaar tegen de geplande hoogbouw bovenop Delta Lloyd die de volledige Omval langdurig in de schaduw legt. De bewoners van de Noordvleugel hebben al nauwelijks zon, met deze hoogbouw verdwijnt het volledig. Antwoord: De afstand tussen de bestaande appartementen aan de Amstelboulevard en de nieuwbouw van de Delta Lloyd bedraagt in de nieuwe situatie ruim 40 meter. Dat is een stuk breder dan de Amstelboulevard zelf. In algemene zin kan daarom worden gesteld dat er aan beide kanten van de

Gemeente Amsterdam

Pagina 73 van 111

bestaande appartementen voldoende licht, lucht en ruimte blijft. Uit zonnestudies is gebleken dat de zuidgevel van het woonblok een lichte afname van het aantal zonuren zal ondervinden. Het aantal zonuren aan deze gevel blijft echter ruim binnen de norm van minimaal 2 uur bezonning op 19 februari (lichte TNO norm). In de oksel van het gebouw op de begane grond bevinden zich twee appartementen die reeds in de huidige situatie onder de norm vallen. Deze woningen zijn tweezijdig georiënteerd en hebben ook een gevel op de hoek Omval/Amstelboulevard, waar zij voldoende zonlicht ontvangen. De huidige zoekruimte van de toren houdt rekening met de lichttoetreding van de appartementen. Een verschuiving van de zoekruimte zal leiden tot een verslechtering. De gemeente wijst er bovendien op dat de torens in het SP in bouwenveloppen worden weergegeven. Deze vormen het maximale kader waar binnen de toren moet worden ontworpen. In het SP zijn ook maximale vloeroppervlaktes voor de torens opgenomen. Hierdoor zullen de uiteindelijke torens minder massief worden dan nu in het SP wordt weergegeven. 96: Het markante en kenmerkende stadsbeeld van het eerste Amsterdamse hoogbouwensemble rond het Amstelplein wordt aangetast. Door voorziene hoogbouw ter hoogte van Delta Lloyd zal de stedenbouwkundige aansluiting op de Amstel verloren gaan.

Kenmerkende skyline en historische aanblik wordt onvoldoende gerespecteerd. Indiener vraagt het stedenbouwkundig plan op dit punt aan te passen en de lagere bebouwing ter plaatse van Delta Lloyd gebouw te behouden. Daarnaast vindt indiener dat de hoogbouw ter plaatse van Delta Lloyd niet voldoet aan en in strijd is met punt 10 uit de toren checklist voor Amsteloever “of ze het uitzicht en de privacy van de huidige gebruikers respecteren”. Antwoord: Het bestaande hoogbouwensemble rondom het Amstelplein mag worden uitgebreid (zie Structuurvisie 2040 en in de Hoogbouwvisie). Dat is recent met de bouw van de Amstel Tower aan de oostzijde van het spoor reeds gebeurd. Bij het situeren van de torens wordt naar veel aspecten gekeken (zie Hoogbouweffectrapportage –bijlage bij SP - en checklist hoogbouw in paragraaf 3.1 van het SP). Dat heeft in de loop van het ontwerpproces meermaals tot aanpassingen in de situering, hoogte en slankheid van de torens geleid. Het voorliggende SP bevat een evenwichtige compositie die zich als een samenhangend geheel manifesteert. De torens staan in een soort schaakbordpatroon zodat ze langs elkaar kijken. De impact op bezonning, windklimaat en akoestiek is zo klein mogelijk gehouden. In de toren checklist in het SP is punt 10 genuanceerd en veranderd in ‘of ze rekening houden met de privacy van huidige en nieuwe gebruikers”.

De nieuwe zin geeft beter weer dat het om het vinden van een goede balans gaat. Wijziging SP: Punt 10 van de toren checklist in het SP is aangepast van “Of ze het uitzicht en de privacy van huidige en nieuwe gebruikers respecteren” naar: “Of ze rekening houden met de privacy van huidige en nieuwe gebruikers”. 96: Indiener zou het logischer en meer aanvaardbaar achten als de opbouw in hoogte ter hoogte van het Delta Lloyd-gebouw meer geleidelijk zou plaatsvinden, zodat de overgang van de Amstel en de Spaklerweg naar de bestaande hoogbouw rond het Amstelstation meer 'natuurlijk'/ 'organisch' plaatsvindt. Daarbij passen geen torens met hoogtes van 100 en 125 meter direct aan de Amstelzijde en de Spaklerweg maar bouwhoogten conform het huidige Delta Lloyd-gebouw. Indiener verzoekt het Stedenbouwkundig Plan zodanig aan te passen dat hoogbouw ter hoogte van het Delta Lloyd-gebouw komt te vervallen.

Gemeente Amsterdam

Pagina 74 van 111

Antwoord: De nieuwe torens van de Delta Lloyd creëren letterlijk perspectief. De toren van 100 meter (101,5 NAP) langs de Spaklerweg past in de oplopende lijn tussen Amstelkwartier en het hoogbouwcluster rond het Amstelplein. De andere toren van 125 meter (126,5 NAP) staat weloverwogen uit het gelid aan de majestueuze bocht in de Amstel. Het is een welkom aan eenieder die via de scheg naar de stad komt. 13: Indiener vraagt of het een idee is de twee torens op het Delta Lloyd gebouw dicht bij elkaar te plaatsen zodat ze daarna samen kunnen worden getrokken en worden vervangen door een lagere opbouw? Dan hoeven de kantoormensen minder hoog trap te lopen en kan er later, over een paar jaar, nog wat verdiepingen opgezet, al werkt dan iedereen thuis. Antwoord: Een dergelijk voorstel zou leiden tot een zeer hoge schijf van 50 tot 60 meter hoog met een grote gevel lengte. Dit zou leiden tot meer schaduw en grotere windbelastingen die de leefbaarheid in de omgeving sterk zouden verslechteren.

9.4 Beeldkwaliteit 16: Indiener leest in het stedenbouwkundig plan dat torens verplicht een vierkantige uitstraling moeten krijgen en een stompe top voor dubbelgebruik van het dak. Indiener acht dit erg onwenselijk en verzoekt het strenge criterium van vierkantigheid en stompheid los te laten. Stompe torens zullen schril met de bestaande torens afsteken, en ze door hun geprojecteerde hoogtes van drie kanten grotendeels verhullen. Indiener vindt dat dubbelgebruik niet verplicht moet worden. Hij stelt voor om in plaats daarvan de op te nemen dat de bovenste bruikbare etage publiek ingericht moet worden. Hij stelt voor om aan de ontwerpeisen een overtuigende kroon verplicht toe te voegen en een overtuigende iconische (en als het even kan modern-klassieke) vormentaal te hanteren. Witte platte dozen voldoen daar niet aan. Antwoord: Het stedenbouwkundig plan laat zich inspireren door de hoogbouwtraditie van Amsterdam. De torens van Hendrick de Keyser hebben elk iets eigens, maar geen enkel toren doet zich belangrijker voor dan de ander. De torens hebben een vergelijkbare basisvorm, ze ogen als familie. De eigen expressie komt voort uit de specifieke eisen die voor elke toren net een beetje anders waren. De nieuwe torens hebben een vergelijkbare opbouw: een basement, middenstuk en beëindiging.

De specifieke context van elke toren wordt aangegrepen om het individuele karakter uit te drukken. De vierkante beëindiging is bedoeld om het gezamenlijke te benadrukken. 103: Ruimte en vergroening wordt de trend. Indiener verzoekt geen UvA toren neer te zetten vanwege schaduw in de buurt. Kan er niet een lagere toren, een breder gebouw of ene toren in de diepte? Antwoord: In het ontwerpproces leidend naar het stedenbouwkundig plan is de afweging gemaakt tussen weinig openbare ruimte en wat lager bouwen, en veel openbare ruimte en hoger bouwen. De gemeente maakt de keuze voor het laatste. Dat heeft als voordeel dat er veel ruimte voor groen en water is (zie ook het kaartje groen/verharding in paragraaf 7.2 van dit document). De hoogbouw kan op een verantwoorde manier worden ingepast.

Gemeente Amsterdam

Pagina 75 van 111

106: De unieke identiteit en aanzicht van de buurt wordt permanent veranderd, de woningen van de Hoefsmidt en Rembrandttoren zullen verdwijnen tussen de hoogbouw. Historisch gezien is dit jammer, en voor de bewoners in de buurt die nu hun uitzicht belemmerd krijgen door veel hoogbouw een probleem. Indiener is - buiten dit esthetische bezwaar - bevreesd dat daardoor de waarde van de woningen omlaag zal gaan. Antwoord: De gemeente is van mening dat door het verbeteren van de samenhang van de verschillende onderdelen van de buurt de identiteit van de buurt verder zal worden versterkt. Tevens is het te verwachten dat het in evenwicht brengen van de functies wonen en werken, gecombineerd met een substantiële kwaliteitsimpuls voor de openbare ruimte in het hele gebied zal leiden tot een opwaardering van het gebied. Dat geldt dus ook voor de bestaande woonstraten in het plangebied. Deze inzet vormt de basis van het stedenbouwkundig plan, wat op termijn zal resulteren in meerwaarde voor de bestaande en nieuwe bewoners. Met betrekking tot uitzicht is in het stedenbouwkundig plan rekening gehouden met zowel bestaande als nieuwe woon- en kantoor ontwikkelingen. Hierbij speelt het uitzicht naar de Amstel maar ook het zicht naar elkaar een belangrijke rol. 33: Indiener geeft af op megalomane projecten, de oevers vol, weg horizon. Een mini new york.

Geen enkel weldenkend mens wil de duisternis over zijn stad afroepen. De torens van Babel. Antwoord: Het bestaande hoogbouwensemble rondom het Amstelplein mag worden uitgebreid (dit is vastgelegd in de Structuurvisie 2040 en in de Hoogbouwvisie). Dat is recent met de bouw van de Amstel Tower aan de oostzijde van het spoor reeds gebeurd. Bij het situeren van de torens wordt naar veel aspecten gekeken, zoals windhinder, bezonning privacy en invloed op het Amsterdams stedelijk landschap (zie Hoogbouweffectrapportage – bijlage bij Stedenbouwkundig Plan - en de checklist hoogbouw in paragraaf 3.1 van het SP). 114: Indiener zou graag zien dat boven dit geheel aan nieuwe torens de Rembrandttoren duidelijk de hoogste blijft! Met zijn markante top en mooie verlichting is hij een herkenningspunt voor heel Amsterdam . De andere torens moeten duidelijk lager zijn (20/25 m). Vooral de nieuwe toren voor de Leeuwenburg is te hoog: 135m, net zo hoog als de Rembrandttoren. Indiener heeft dit met verschillende mensen over gesproken, iedereen wil dat de Rembrandttoren de hoogste blijft. Antwoord: Hoogbouw hoort bij Amsterdam, en markeert stedelijke knoop- en scharnierpunten in de stad. Woon/kantoortorens zoals de Rembrandttoren zijn daar een markant onderdeel en voorbeeld van. De nieuwe torens staan in deze traditie.

Ze markeren het knooppunt Amstelstation-Amsteloever en maken de structuur van de stad leesbaar. Het is wel belangrijk dat de hoogbouw op de juiste manier wordt ingepast, daarom wordt verwezen naar de toren checklist in paragraaf 3.1 in het SP. 141: Indiener betoogt dat binnen de bouwregeling een ongewenst beeld mogelijk is, een verdikking van de toren. Dit doet sterk afbreuk aan het beeld en nagestreefde kwaliteit. Indiener kan hier niet mee instemmen. Indiener vindt dat deze verdikking afwijkt van de checklist, de visualisaties en teksten over beeldkwaliteit die in het SP zijn opgenomen. Indiener doet verder de

Gemeente Amsterdam

Pagina 76 van 111

suggestie om net als bij de Rembrandttoren de hoeken van de vierkante beëindiging niet volledig uit te nutten en zo aan te sluiten bij ruimtelijk beeldmerk van Amsterdam. Antwoord: De nieuwe torens hebben een opbouw: een basement, middenstuk en beëindiging, zodat de toren in de hoogte verjongt. De vierkante hoofdvorm van de beëindiging is geïnspireerd op de vierkante beëindiging van de Rembrandttoren. Daarmee voldoet de toren aan punt 6 en punt 9 van de checklist.

9.5 Bezonning 18: Indiener wil weten of is onderzocht welke schaduw de 135 meter toren van de Leeuwenburg veroorzaakt op de woonboten in de Amstel aan de oost- en westzijde van de Amstel en wat het resultaat van dit onderzoek was. Antwoord: In het kader van de HER heeft een bezonningsstudie plaatsgevonden. Uit de bezonningsstudie blijkt dat de toren van de Leeuwenburg een minimale invloed heeft op de bebouwing en woonboten aan de westzijde van de Amstel. In de vroege ochtend tot ongeveer 10 uur is er in de maanden oktober tot maart enige slagschaduw. 116: Indiener wil graag dat de nieuwe toren die op de Leeuwenburg komt wat lager gebouwd wordt. Dit omdat zo'n hoge toren in de Van der Kunbuurt voor een significante vermindering van het aantal uren zon zal zorgen voor de bewoners, zowel in de huidige situatie als in een situatie waarbij de buurt gesloopt wordt en er nieuwe huizen gebouwd worden. 117, 121, 127: Indiener vindt dat de bouw van de hoge HvA toren is niet goed qua bezonning is voor de huidige 70-jarige buurt. Op bepaalde dagen is er voor bepaalde woningen geen zon meer, waar die er eerder wel was. Indiener verzoekt de gemeente met meer opties te komen zodat de Van der Kunbuurt geen last heeft van de HvA toren (minder hoog, wat meer naar achteren en korter). Indiener geeft aan dat de toren checklist op pagina 29 is wat betreft punt 2, 3 en 9 niet gerespecteerd.

2: Of ze windhinder, slagschaduw en geluidshinder (galm, installaties ed.) voorkomen of beperken. 3: Of ze het uitzicht en de privacy van huidige en nieuwe gebruikers respecteren 9: Of ze mooi zijn in het Amsterdamse stedelijk landschap. Ook wordt het uitzicht op de Rembrandttoren ontnomen vanuit punten in de stad en buiten de stad. Antwoord: In het kader van de HER (Hoogbouweffectrapportage) heeft een bezonningsstudie plaatsgevonden. In deze bezonningsstudie is het effect van de Leeuwenburg op de huidige en de nieuwe Van der Kunbuurt onderzocht. Inmiddels is duidelijk dat de Van der Kunbuurt zal worden herontwikkeld. Uit de bezonningsstudie blijkt dat de toren van de Leeuwenburg inderdaad effect heeft op de Van der Kunbuurt. De invloed beperkt zich tot de schaduw van de toren en in zeer beperkte mate de schaduw van de onderbouw. De toren zal een slanke vormgeving hebben, waardoor de schaduw ze op de Van der Kunbuurt werpt beperkt blijft tot circa 1,5 uur per etmaal. De bezonning voldoet ook met dit effect nog steeds aan de lichte TNO norm van minimaal 2 uur zon per etmaal. De effecten op de windhinder en invloed op het Amsterdams stedelijk landschap zijn onderzocht in de HER. Deze rapportage is

Gemeente Amsterdam

Pagina 77 van 111

opgenomen in de bijlage van het SP. Daarnaast speelt ook privacy een belangrijke rol in het tot stand komen van het SP; dit is in het SP ook verwoord door het vrije zicht vanuit de verschillende torens. De torenchecklist is onderdeel van het beeldkwaliteitskader en is een leidraad voor de architectonische uitwerking van de torens. Met betrekking tot de checklist geeft indiener aan dat niet aan de punten 2, 3 en 9 wordt voldaan. Punt 2 heeft betrekking op de impact die de torens hebben op de relevante zichtlijnen. In het HER onderzoek zijn 14 relevante gezichtspunten vanuit de stad en het omliggende landschap onderzocht. Hierbij is onderzocht hoe toevoegen van torens aan het bestaande ensemble op een ruimtelijk optimale wijze kan worden gedaan. Dit heeft geleid tot de stedenbouwkundige opzet zoals deze in dit SP is vertaald. Punt 3 heeft betrekking op de onderlinge samenhang tussen de torens. Deze samenhang is in het SP vertaald door de het criterium dat de toren overwegend vierkant moeten worden beëindigd en dat torens hoger dan 75 meter (78 meter NAP) tot 2/3 van de hoogte een opdikking mogen hebben. Punt 9 heeft betrekking op de ranke en elegante bovenbouw van de torens. In het SP is dit geregeld door de overwegende vierkante beëindiging van de torens en door het maximale vloeroppervlakte van de torens.

32: Indiener vindt torenflats sociaal niet wenselijk, want geen zicht op straat, lokt criminaliteit uit, is onpersoonlijk. Indiener vraagt waarom geen blokken van 5, 6, 7 verdiepingen hoog met binnentuinen? Zo kun je verdichten en is beter voor sociale cohesie en leefbaarheid. Indiener vraagt waarom in de ene buurt zo absurd verdichten en de andere niet? 25: Indiener acht nog meer hoge torens op dit kleine gebied ongewenst. Het zal tot aanzienlijke toename van mensen en verkeer leiden en door schaduwwerking tot somberte in de hele buurt. Het aangezicht vanaf de Berlagebrug past niet in het beeld van Amsterdam. Antwoord: De gemeente kiest voor verdichting rond het OV-knooppunt Amstelstation. Het zal daardoor drukker worden op straat. Dat mag niet ten koste gaan van de leefbaarheid. Het stedenbouwkundig plan voorziet daarom in behoud van de grote hoeveelheid openbare ruimte en de groene inrichting daarvan. Hoogbouw is een vorm van verdichting, zeker op plekken waar je niet op de openbare ruimte wilt inleveren. Het is wel belangrijk dat de hoogbouw op de juiste manier wordt ingepast, daarom wordt verwezen naar de toren checklist op paragraaf 3.1 in het SP.

36: Indiener maakt bezwaar tegen alle 4 geplande torens maar met name tegen de 135 meter hoge toren van de Leeuwenburg (groteske fallussymbool), vanwege extra schaduw op Van der Kunbuurt en omdat hij licht en zicht op lucht wegneemt. Ook de Rembrandttoren wordt aan het zicht onttrokken. Indiener vindt verder dat wordt gemaskeerd dat het enkel en alleen om winstbejag gaat. Antwoord: De gemeente kiest voor verdichting rond het OV-knooppunt Amstelstation. In het kader van de HER heeft een bezonningsstudie plaatsgevonden. Uit de bezonningsstudie blijkt dat de Leeuwenburg invloed heeft op de bezonning van de Van der Kunbuurt. Het aantal zonuren valt binnen de norm. Bovendien kan er met de herontwikkeling van de Van der Kunbuurt rekening worden gehouden met de bezonning.

Gemeente Amsterdam

Pagina 78 van 111

9.6 Windhinder 115: Indiener vindt het onbegrijpelijk dat er niet voor is gekozen de uitkomsten van de HER inzichtelijk en helder in het Conceptplan op te nemen. Door het ontbreken hiervan is het niet mogelijk om op essentiële punten van het plan te reageren en de geboden mogelijkheid tot inspraak op onderbouwde manier waar te nemen. Indiener stelt dat er niet op werkelijke schaal gemeten is wat de effecten zijn van de wind tussen het gebouw van de Hoefsmidt en het Philips gebouw. Langs het gebouw van de Hoefsmidt waait de wind zowel de galerijkant als de straatkant waardoor het Bernouille-effect ontstaat. Dit effect wordt versterkt wanneer er naast de Hoefsmidt een massieve en hoge toren komt te staan. Hierbij ontstaat het reële gevaar dat er bij storm ontwrichtende krachten op het gebouw worden uitgeoefend. 32: Indiener geeft aan dat met de huidige torens al dermate veel wind is (rotonde bij Rembrandttoren en torenflat State), dat dit levensgevaarlijk is voor fietsers en fietsende kinderen. Indiener vreest dat met nieuwe torens een enorm trekgat wordt waar gewonden gaan vallen. 108: Niet op voorhand stellen dat ontwikkeling mogelijk is zonder verdere aantasting van het windklimaat, en dat met juiste uitwerking gebouwen en architectuur windklimaat A en B haalbaar is. Benoemen dat plaatselijke toename hinderkans niet is uitgesloten.

43: Indiener betreurt keuze voor hoogbouw, vindt de huidige torens al lelijk, en vraagt zich af of het nog veel lelijker moet worden. Op afstand zijn torens leuk, op straat zijn het windtunnels waar het onprettig toeven is. Bouw naar menselijke maat, geen New York. 119: Het stationsplein en het stationsentree behoeven een A-klimaat, de hoogbouwvolumes dienen daarmee rekening te houden. 143: Het stedenbouwkundigplan voorziet meer hoogbouw in de omgeving van het station Amsterdam Amstel. Uit ervaring is gebleken dat dit tot windval kan leiden bij stations met schade als gevolg. Indiener verzoekt daarom om een windbelastingsonderzoek waarbij de gevolgen voor het station Amsterdam Amstel in beeld worden gebracht. 96: Indiener heeft zorgen omtrent wind-, schaduw- en galmhinder en verzoekt deze aspecten reeds in het kader van het Stedenbouwkundig Plan af te wegen en niet pas later bij beoordeling van de plannen. Indiener wijst op de combinatie van hoogbouw en nabijheid van water, tunneleffect door bij elkaar staande hoogbouw, galm, en risico dat tussen de hoogbouw donkere gebieden met permanente schaduw kunnen ontstaan die afbreuk doen aan ambitie om aantrekkelijk stedelijk gebied te creëren. Antwoord: Voor dit Stedenbouwkundig Plan is inderdaad een HER opgesteld, de resultaten zijn opgenomen in de HER-rapportage in de bijlage van het Stedenbouwkundig Plan.

De effecten van de hoogbouw op het windklimaat zijn onderzocht in het kader van de HER, waarbij ook specialistische onderwerpen als het Bernouille-effect zijn getoetst.

Gemeente Amsterdam

Pagina 79 van 111

In het kader van het windklimaat zijn studies uitgevoerd. Het grootste deel van het gebied voldoet aan de norm. Er zijn drie aandachtspunten: • De bestaande situatie rondom de Rembrandttoren. Deze situatie wordt verbeterd door de bouw van de Leeuwenburg. Langs de diagonaal tussen het toekomstige Rivierplein en het Amstelplein is in de bestaande situatie een probleem met windhinder. Langs deze belangrijke fietsroute komt het regelmatig voor dat fietser vallen als gevolg van onverwachte windvlagen. Binnen de planontwikkeling is wel enige verbetering in dit windklimaat zichtbaar maar dit is niet toereikend om het bestaande probleem te verhelpen. De herontwikkeling biedt ruimte om de fietsroute en de omgeving opnieuw in te richten. Hierbij kan groen worden ingezet om het nu slechte klimaat te verbeteren. Door het toevoegen van bomen op de nieuwe pleinruimtes en door langs de fietsroute kan het windklimaat hier aanzienlijk worden verbeterd. • Voor de Stationsboulevard is samen met Vastint (eigenaar van de Leeuwenburg) en gemeente in de windtunnel onderzocht hoe de windhinder hier kan worden teruggebracht naar een A (goed klimaat voor verblijven, slenteren en lopen), B (goed klimaat voor slenteren en lopen) of C (goed klimaat voor lopen).

Uit dit onderzoek is gebleken dat doormiddel van aanpassingen aan de gebouwen en door een slim ontwerp van de openbare ruimte, met op strategische plekken groen en bomen, het windklimaat op de Stationsboulevard aanzienlijk is te verbeteren. • Het windklimaat op de Spaklerbrug is matig. Met de ontwikkeling van de Delta Lloyd locatie is onderzocht hoe het klimaat op de Spaklerbrug kan worden verbeterd. Binnen de nu voorgestelde randvoorwaarden en met behoud van de huidige bomen kan het windklimaat op deze plek worden verbeterd. Wijziging SP: In paragraaf 3.5 ‘Duurzame Leefomgeving’ is de toelichting onder het kopje bezonning en windhinder uitgebreid en geactualiseerd. Ook in de bouwenveloppen is de tekst aangepast. 41: Indiener wil geen hoogbouw meer binnen de A10, het stadsbeeld langs Amstel, vanaf Centrum, wordt dramatisch aangetast. In Amsteldorp nog meer verlies van zon (weggenomen door Rembrandt-toren en Amsteltoren). Indiener vraagt wat is motivatie om hier zo hoog te bouwen? Antwoord: Hoogbouw binnen de ring is in de hoogbouw visie en structuurvisie vastgelegd. In de structuurvisie is er voor gekozen om het bestaande hoogbouwcluster rond het Amstelstation uit te breiden. In de HoogbouwEffectRapportage (HER) wordt duidelijk dat de verdichting geen of zeer beperkte invloed heeft op de bebouwing buiten het plangebied, waar Amsteldorp onder valt.

57: Indiener hoopt de hoogbouw te kunnen stoppen, er is eerder geen rekening gehouden met windhinder (waar de chocolade fabriek stond) noch met veranderingen in de ondergrondse waterhuishouding. Antwoord: De gemeente heeft sinds de bouw van de Rembrandttoren veel ervaring opgedaan met hoogbouw in Amsterdam en de mogelijk nadelige effecten daarvan. Een van de belangrijkste punten met betrekking tot windhinder is dat de torens niet kaal op de grond moeten staan, maar uit stadsblokken dienen op te rijzen. De valwinden klappen dan op het basement terug de lucht in, waardoor het windklimaat op straat aangenaam blijft. Bovendien moet het stedenbouwkundig plan en de latere architectonische

Gemeente Amsterdam

Pagina 80 van 111

ontwerpen altijd in windstudies getest worden, dat wordt in het kader van dit plan gedaan. De checklist hoogbouw geeft een overzicht van alle lessons learned en hoe die hier worden toegepast. De Amsteloever heeft een complexe ondergrond. Ook op dat vlak is er veel onderzoek en ervaring opgedaan in dit gebied. De resultaten daarvan vindt u terug in het SP in de Paragraaf 3.5 ‘Duurzame Leefomgeving’ onder het kopje Waterparagraaf. Wijziging SP: Toevoeging kopje Waterparagraaf aan Paragraaf 3.5 ‘Duurzame Leefomgeving’ en Waterparagraaf in de bijlagebundel bij het SP. 88: Indiener vindt hoogbouw niet voor dit gebied bedoeld. Het hoogbouwbeleid van de gemeente Amsterdam en de invloed die buurt kan uitoefenen op de uitvoering ervan zijn niet juist weergegeven in het stedenbouwkundig plan en de bijeenkomsten. Indiener betoogt dat het plangebied Amsteloever in de Structuurvisie geen hoogbouw gebied is en het onduidelijk is of het Amstelstation een OV knooppunt is voor de hoogbouw boven de 60 meter. Het stedenbouwkundig plan is niet duidelijk over de bestaande en nieuwe bouwhoogten en het is de vraag of alle bewoners doorhebben wat de (enorme) verschillen zullen zijn. Indiener wijst op 3 aspecten die volgens hem/haar leiden tot een lagere bebouwingshoogte: inpassen in bestaande structuur, 2 km zone Unesco en Berlage's Plan Zuid.

96: Indiener vindt dat de nieuwe hoogbouw als voorzien in het projectgebied en in het bijzonder ter plaatse van het Delta Lloyd gebouw nadelige invloed kan hebben op het beschermde werelderfgoed. De reeds bestaande hoogbouw maakt dit niet anders, want dateert van voor de Unesco-aanwijzing. Antwoord: Bouwhoogtes in het plan zullen inderdaad hoger worden dan nu vaak het geval is. De gekozen bouwhoogtes sluiten aan bij de bouwhoogtes van de woon- en kantoorbebouwing rondom het Amstelplein en de Amstelboulevard. Deze vergelijking is ook tijdens de bijeenkomsten met bewoners aangedragen. De locatie Amstelstation-Amsteloever is een hoogbouwlocatie. In hoofdstuk 4 van de Structuurvisie Amsterdam 2040 wordt ingegaan op de hoogbouw in Amsterdam. Hierbij is een kaart opgenomen "Hoogbouw in Amsterdam" waarop zichtbaar is gemaakt waar hoogbouw wordt gestimuleerd. Op deze kaart zijn paarse zones langs infrastructuur aangegeven ook een zeven tal OV knooppunten gedefinieerd. Het Amstelstation is een van deze 7 OV knooppunten. Vanaf de eerste bewoners/inloopbijeenkomsten die zijn georganiseerd in 2017 tot op heden is besproken en toegelicht dat het Amstelstation een hoogbouwlocatie is en dat het de ambitie van de gemeente Amsterdam is om op deze locatie verder te verdichten door middel van hoogbouw.

De bebouwing wordt ingepast in de structuur van het Amstelstation gebied, waarvan de toren van Amstelvista de prelude vormt. Deze staat aan de Rocketstraat, in de tweede lijn ten opzichte van de Berlagebrug en de Schollenbrug die door Berlage ontworpen zijn. De zichtlijnen zijn getest op UNESCO erfgoed en het beschermd stadsgezicht van Zuid (Plan Berlage). 93: Indiener maakt zich zorgen dat bewoners vervreemd raken van de plek door de komst van nieuwe hoge torens. Antwoord:

Gemeente Amsterdam

Pagina 81 van 111

De Amsterdamse ervaring met hoogbouw leert dat het essentieel is in de programmering een mix van wonen, werken en voorzieningen te creëren. De vormgeving en de programmering van de begane grond is daarbij cruciaal, om langs de gevels een aangenaam en grotendeels op de buurt gerichte omgeving te maken. In het stedenbouwkundig plan worden hoge en levendige plinten, met op de juiste plekken aantrekkelijke voorzieningen, voorgeschreven.

9.7 Positie torens 95: Indiener vraagt zich af waarom zoveel woontorens in een overvolle buurt. Indiener doet suggesties voor een andere plaatsing van de torens, de toren bij Amstelvista naar achteren, Leeuwenburg waarom hoogste toren vooraan, torens Delta Lloyd naast elkaar achterin. 111: Indiener ziet in het beeld op blz. 2 van de inspraakkrant in N-Z richting over de as van de Amstel niet dat de 5 nieuwe 'slanke' torens op een logische plek komen te staan ten opzichte van de stedelijke zichtlijnen en mooi samen gaan met de bestaande hoogbouw. Indiener vindt dat de voorkeur voor een vierkante top van de torens zich niet spiegelt aan de juiste voorbeelden in het gebied. Hij betoogt dat de recente Amstel Tower wel hoog maar niet saai en rigide oogt, in tegenstelling tot de Mondriaantoren of Breitnertoren. Antwoord: Het aantal en de plek van de torens is het resultaat van een zorgvuldige stedenbouwkundige afweging. De aspecten uit de checklist (Paragraaf 3.1 Hoofdstructuur en openbare ruimte) spelen een belangrijke rol. Het resultaat is dat de torens zich voegen naar het bestaande en grotendeels cultuurhistorische stedelijke weefsel, waarbij rekening is gehouden met het zicht van veraf en van dichtbij. De torens staan in een soort schaakbordpatroon zodat ze langs elkaar kijken. Verder is gezocht naar een zo optimaal mogelijke rangschikking voor het windklimaat en de bezonning.

De suggesties om alle torens langs het spoor te situeren leidt tot een ongewenste torenwand.

9.8 Divers 103, 43: Suggestie om ook woningen te bouwen over het stuk waar de Weespertrekvaart in de Amstel uitkomt, waar je met een schip onderdoor kunt varen. Moet alle woningbouw zijn plek vinden woonblokken en torens, of kan de gemeente ook de ruimte gebruiken die er is, bijvoorbeeld aan de Weespertrekvaart. Antwoord: De suggestie om woningen over de Weespertrekvaart te bouwen is niet mogelijk door de cultuurhistorische waarde van deze belangrijke landschappelijke structuur in de stad. 122: Indiener ziet meerwaarde in de hoogstedelijke gelaagdheid met mooie slanke torens. Bij keuze voor ranke torens zal er geen langdurige schaduw ontstaan, zoals bij brede en logge gebouwen die een stuk lager zijn. Indiener raadt aan beslist niet te gaan afdingen op de hoogte accenten, ook al zijn er altijd de klassieke bezwaarmakers die weliswaar beginnen over de hoogte,

Gemeente Amsterdam

Pagina 82 van 111

maar echt niet gediend zijn met lagere en bredere massaliteit als zogenaamd compromis. vandaar dat ik zeg valkuil. Antwoord: Waarvan akte. 134: Indiener vindt te veel en te hoge torens in te korte tijd, niet echt allemaal nodig. Plan niet te megalomaan. Antwoord: De gemeente Amsterdam heeft als beleidsdoelstelling om 7.500 woningen per jaar te bouwen. Het project Amsteloever vormt een substantiële bijdrage aan het behalen van dit doel. De urgentie van de woningnood is groot, en verdichting rond een vervoersknooppunt met bestaande hoogbouw, een kans. 15: Indiener geeft aan voorstander te zijn van herontwikkeling van de Van der Kunbuurt en vraagt of in een volgende fase de mogelijkheden tot verdichting van de Omval kunnen worden onderzocht. Antwoord: De Omval is geen onderdeel van dit stedenbouwkundig plan.

Gemeente Amsterdam

Pagina 83 van 111

10 Programma

10.1 Algemeen 120: Is er gedacht aan innovatieve woon- en werkconcepten in het plangebied? Antwoord: Bijzondere woonconcepten worden door de gemeente omarmd. Binnen het plan zijn voldoende mogelijkheden om innovatieve woon- en werkconcepten mogelijk te maken. Dit is in eerste instantie aan de private eigenaren en de woningcorporatie, die het grootste deel van het woningbouwprogramma voor hun rekening nemen. 13: Indiener vraagt of wel eens is gedacht aan semi-publieke voorzieningen zoals zorg. Indiener heeft eerder een zorgcentrum met huisarts, tandarts, fysio, vroedvrouw etc. geopperd voor het stukje waar nu Café de Omval staat. De buurt heeft hier grote behoefte aan volgens de indiener. Zo'n zorgcentrum zou ook 'verbindend' kunnen werken voor het oude Amsteldorp en de nieuwbouw aan de Amstel. Antwoord: In het stedenbouwkundig plan is ruimte opgenomen in het programma voor maatschappelijke en commerciële voorzieningen. Een gezondheidscentrum is een mogelijkheid. Het plangebied rondom Café de Omval hoort niet tot dit stedenbouwkundig plan. 122: Indiener geeft aan dat er echt kritische massa nodig is om het voorzieningenniveau en de leefbaarheid een boost te geven, en dat het woningaantal in het plan hier goed aan bijdraagt.

Indiener adviseert om de plinten rijk te vullen met een scala aan voorzieningen en de openbare ruimte te laten doorvloeien naar de binnenwereld, door de plinten hoge plafonds te geven en transparant te maken. De plinten kunnen naast de bekende voorzieningen ook werkplekken, ateliers, galeries en ontmoetingsruimtes te bevatten. Met al de mogelijke functierijkdom in de plinten pak je ook de stedelijke eenzaamheid goed aan. Indiener geeft aan dat alles zo bij elkaar kan komen en laat zien dat een hoogstedelijke omgeving met allure goed is voor de bewoners en gebruikers van gebouwen en station en tegelijk goed voor de ruimtelijke inrichting van de lobbenen scheggenstad, die Amsterdam is. Antwoord: Het plan voorziet in plinten die een grote mate van flexibiliteit hebben, met een hoogte van circa 6 à 7 meter. In deze plinten kan in de toekomst een groot scala aan voorzieningen en functies zich vestigen. In het SP is ruimte voor verschillende voorzieningen in de plinten, in het nog uit te werken bestemmingsplan zal dit verder worden verdeeld. 140: Indiener geeft aan dat de laatste jaren steeds meer leegstand in de huurwoningen aan de Omval en de Amstelboulevard is ontstaan. Daarnaast staan er steeds meer huizen te koop. Indiener geeft aan dat de verkoopprijzen hiervan onder druk staan met deze plannen. De

Gemeente Amsterdam

Pagina 84 van 111

aantrekkelijkheid van het wonen in het Amstelstation-Amsteloever gebied gaat de komende jaren sterk achteruit volgens de indiener. Een voorkeursregeling en een kortingspercentage voor de huidige bewoners bij de verkoop en verhuur van de te bouwen woningen? De huidige bewoners schieten niets op met de huidige plannen. Sterker nog, de waarde van hun woningen zullen dalen en meer dan een decennium zullen zij te maken krijgen met bouw-, verkeer-, geluidoverlast. Antwoord: De planvorming beoogt het gebied Amsteloever een flinke impuls te geven, waar het gebied nu dreigt achter te blijven en leegstand dreigt te ontstaan. Het stedenbouwkundig plan heeft als uitgangspunt “hoogstedelijk wonen en werken aan de rivier”. Het gebied zal multifunctioneel worden ingericht, met een mix aan woningen, kantoren en voorzieningen. De leefbaarheid van dit gebied is uitgangspunt bij het opstellen van het programma. De gemeente is van mening dat er alleen wonen, werken en voorzieningen in Amsteloever kunnen worden toegevoegd als dat wordt gecombineerd met een substantiële kwaliteitsimpuls voor de openbare ruimte in het hele gebied. Dat geldt dus ook voor de bestaande woonstraten in het plangebied. Deze inzet vormt de basis van het stedenbouwkundig plan, wat op termijn zal resulteren in meerwaarde (meer kwaliteit) voor de bestaande en nieuwe bewoners.

Wat betreft bouwoverlast: door zorgvuldige keuzes in planning, fasering, bouwlogistiek en tijdelijke maatregelen, en inbreng van de buurt onder meer via het beheeroverleg zal de overlast zoveel als mogelijk beperkt worden gehouden. Allereerst zal een faseringsplan worden opgesteld, wat vervolgens wordt uitgewerkt in een zgn. 'BLVC-kader' (Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie), welke vervolgens voorwaarde stellend voor de vergunningen is die verstrekt zullen worden m.b.t. de bouwactiviteiten Voornemen is de bestaande woonbuurt zoveel mogelijk te ontzien, bijvoorbeeld door de vernieuwing van de openbare ruimte in de woonbuurt naar voren te halen in de planning. Tijdens de bouw zal met een beheergroep van bewoners een vinger aan de pols worden gehouden, om indien nodig aanvullende maatregelen te kunnen nemen. Over de wijze van bouwen en de bouwtijd gaat de gemeente in gesprek met de ontwikkelaars, maar dit moet passen in de bouwfasering en in het BLVC-kader. Over voorkeursbehandeling en korting kunnen nu geen toezeggingen worden gedaan. Dit verzoek zal worden voorgelegd aan de diverse ontwikkelende partijen.

10.2 Invloed coronavirus 13, 25, 32, 75, 81, 85, 98, 99, 106, 111: Indieners vragen zich af of dit plan wel rekening houdt met corona. Corona heeft ook de nadelen van verdichting aangetoond. Amsterdam is kwetsbaar doordat we dicht op elkaar wonen en deze plek wordt met deze plannen wel heel dichtbebouwd met veel meer bewoners dan nu. Daarnaast is de vraag of door corona de behoefte aan kantoren wel zo groot zal zijn. De toevoeging van hoge torens met liftschachten is niet coronaproof. Daarnaast is thuiswerken steeds meer de norm. Bewoners geven aan straks in een wijk met half gevulde of leegstaande kantoren te wonen, met een kleiner dan voorziene aanwezigheid van kantoorpersoneel. Indieners vragen de gemeente met klem om de plannen hier op te herzien. Indiener vraagt of er met de woningbouw rekening wordt gehouden met de toenemende vraag naar thuiswerken. Tiny houses en flatwoningen zijn daar niet op berekend.

Gemeente Amsterdam

Pagina 85 van 111

Antwoord: Het programma gaat uit van een bandbreedte tussen kantoren en wonen, om rekening te kunnen houden met eventuele schommelingen in de vraag. Het is op dit moment nog te vroeg om de gevolgen van de coronacrisis op de langere termijn in te schatten. Er is een variatie in het woningbouwprogramma, van studio's tot gezinswoningen. Tijdens de coronacrisis is de woningbehoefte in de stad groot gebleven. Het plan voorziet naast woningen en kantoren in een betere openbare ruimte en groenvoorziening, wat goed is voor de bewoners en bezoekers in het plangebied. De coronacrisis maakt dat mensen meer op hun woonomgeving zijn aangewezen. Een aantrekkelijke inrichting van de woonomgeving nodigt uit tot bewegen, ontmoeten en biedt plek voor rust en ontspanning. Het stedenbouwkundig plan voorziet in de verbetering van de woonomgeving.

10.3 Woningbouw 98, 99: Indiener geeft aan dat er een heleboel beton bij komt, in verhouding tot minder groen en veel meer woon -en werkverkeer. Indiener begrijpt niet waarom op zo’n relatief klein gebied maar liefst 1300 tot 2100 woningen gebouwd moeten worden. Antwoord: Amsterdam kent een grote woningnood. De gemeente Amsterdam heeft als beleidsdoelstelling om 7.500 woningen per jaar te bouwen. Het project Amsteloever vormt een substantiële bijdrage aan het behalen van dit doel. Jaarlijks zijn er duizenden woningen nodig om de groei van de stad op te kunnen vangen. Amsterdam kiest ervoor om deze woningbehoefte zoveel mogelijk binnen de grenzen van de bestaande stad op te vangen. Dit betekent dat er op een groot aantal locaties in de stad verder verdicht wordt. In de Structuurvisie is de locatie Amstelstation-Amsteloever aangewezen als hoogbouwlocatie, omdat dit naast een van de 7 OV-knooppunten is gesitueerd. Daarmee is dit een geschikte plaats voor verdichting, zonder dat het autoverkeer drastisch zal toenemen. De urgentie van de woningnood is groot, en verdichting rond een grote vervoersknoop met bestaande hoogbouw, een kans. In de uitwerking van het stedenbouwkundig plan is gekozen om de verdichting door middel van torens en stadsblokken mogelijk te maken.

Door deze keuze is het mogelijk om nagenoeg binnen de huidige bebouwingscontouren te blijven, waardoor het aantal m2 openbaar toegankelijke ruimte gelijk blijft. Daarnaast voorziet het stedenbouwkundig plan in het verminderen van de verharding en vergroenen van de openbare ruimte, het aandeel beton in de openbare ruimte zal dus afnemen. 38: Indiener vraagt aandacht voor het woonbeleid in de wijk. Indiener wil graag binnen woonprogramma extra aandacht en ruimte voor woningen voor (kleine) gezinnen en echte sociale woningen, dus niet alleen (5-jaars) huurcontracten voor studenten/campuswoningen/dure ouderenwoningen. Indiener vraagt om in vast te stellen beleidskaders ook toe te zien op de bouw van sociale woningen met huurprijzen binnen de huurtoeslaggrens. Sociale woningbouw wordt, ondanks dat het in bijna alle woonprogramma’s genoemd wordt, in de uitvoering vernuftig omzeild door huurprijzen te hanteren van soms slechts 1€ boven de toeslaggrens. Geen toeslag betekent onbereikbaar voor bepaalde buurtbewoners die graag passend wooncarrière willen maken in hun buurt.

Gemeente Amsterdam

Pagina 86 van 111

Antwoord: In Amsteloever wordt een breed scala aan sociale huurwoningen gebouwd, van studio’s voor jongeren of alleenstaanden tot woningen voor gezinnen. Een deel van de sociale huurwoningen wordt door private ontwikkelaars gerealiseerd. Deze woningen hebben een maximale aanvangshuur van € 752,33 per maand (prijspeil 2021) en worden verhuurd buiten Woningnet. Dit biedt ook huurders die niet of kort zijn ingeschreven in Woningnet kans op een betaalbare woning. Het merendeel van de sociale woningen wordt gerealiseerd door woningcorporatie Stadgenoot in de Van der Kunbuurt. Voor de huurders uit de Van der Kunbuurt die willen terugkeren is een breed scala aan woningen beschikbaar passend bij hun huishoudenssamenstelling en hun inkomen. De woningen krijgen een gedifferentieerde huur die ligt tussen de € 633,25 en € 752,33, waarbij de nadruk ligt op de huur van € 633,25 (alle prijspeil 2021). Voor de jongerenwoningen ligt de huur, afhankelijk van hun leeftijd, tussen de € 442,46 (tot 23 jaar) en € 633,25 (tot 28 jaar). 38: Indiener vraagt om koopwoningen te realiseren voor middeninkomens, deels met voorrang voor buurtbewoners ter bevordering van de doorstroming. Antwoord: Het is uit de reactie niet duidelijk waarom met name koopwoningen. Het gemeentelijke woonbeleid voor de middeninkomens is gericht op het bouwen van huur- en koopwoningen voor de middeldure sector.

De keuze voor huur of koop is aan de ontwikkelende partijen. De gemeente ontwikkelt via een tender middeldure huurwoningen in de Van der Kunbuurt. Over een eventuele voorkeursbehandeling voor buurtbewoners kunnen nu geen toezeggingen worden gedaan. Dit verzoek zal worden voorgelegd aan de diverse ontwikkelende partijen. Geïnteresseerde buurtbewoners kunnen (te zijner tijd) hun belangstelling kenbaar maken bij ontwikkelaars. De herontwikkeling van de Van der Kunbuurt draagt ook bij aan doorstroming.

10.4 Kantoren 2, 33, 50, 96, 113: Indieners vragen om minder tot geen kantoren en meer woningen te bouwen. De argumenten die indieners aanbieden zijn als volgt: De grote behoefte aan betaalbare huur- en koopwoningen De grote kantorenleegstand. Kantoren extra bouwen in deze crisistijd is bouwen voor leegstand. De projectontwikkelaars krijgen de vrije hand, het Stadsbestuur geeft hun voorrang boven de gemuilkorfde Amsterdammers Protest tegen de kantoorfunctie van Amstelvista, er zijn al te veel kantoren en leegstand in de buurt. De kantorenbehoefte zal door het coronavirus afnemen. Pas het stedenbouwkundig plan aan op deze nieuwe realiteit, en kijk hiervoor naar de duurzaamheidsladder art 3.1.6 lid 2 besluit ruimtelijke Ordening. Het behouden en herstellen van een goed ondernemersklimaat dient onderdeel te vormen van ruimtelijke ordening. Heeft de gemeente plannen om flexibel te bouwen, zodat hotels en kantoren zonder al teveel moeite omgebouwd kunnen worden tot (huur-)woning?

Gemeente Amsterdam

Pagina 87 van 111

Antwoord: De stedelijke ontwikkelingsvisie die voor dit gebied is opgesteld richt zich op een lange periode. De gevolgen van het coronavirus op de lange termijn zijn nog niet bekend, het plan kan daar niet op vooruit lopen. Inzet is om ook na een eventuele crisis een leefbaar en economisch sterke stationsomgeving mogelijk te maken. In het stedenbouwkundig plan wordt een bandbreedte aangehouden voor het toe te voegen m2 programma aan kantoren, woningen en voorzieningen, om zo flexibel mogelijk in toekomst te zijn. Een gemengde stad en een leefbare stationsomgeving zijn uitgangspunt voor de ontwikkeling van Amsteloever. Ervaring uit het verleden heeft geleerd dat eenzijdige functionele ontwikkelingen kunnen leiden tot een matige leefbaarheid van de omgeving. De te herontwikkelen gebouwen krijgen daarom een multifunctionele invulling. Enkel de Van der Kunbuurt behoudt voornamelijk een woonfunctie. De locatie Amsteloever is één van de verdichtingslocaties om de uitbreiding van de stad en de vraag naar woningen op te vangen. In het stedenbouwkundig plan wordt deze ambitie uiteengezet voor de komende jaren. Het plan gaat uit van flexibiliteit zodat de m2 kantoor uitwisselbaar zijn met woningen. Er wordt een gemengd programma voorgesteld met sociale huur, middeldure huur en vrije sector woningen, kantoren en voorzieningen. Binnen het plangebied worden geen hotels voorzien.

Hierdoor wordt de eventuele verschuiving in behoeften in de toekomst opgevangen. In het bestemmingsplan wordt in het kader van de ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling de behoefte nader onderbouwd.

10.5 Winkelvoorzieningen 32: Indiener vraagt waar al deze mensen straks hun boodschappen gaan doen. Indiener geeft aan dat Amstelkwartier nog steeds geen supermarkt heeft. Straks komt er een supermarkt bij het Amstelstation, maar dat is er maar 1. Heeft Amstelkwartier over een jaar of 6 of 7 dan eindelijk 1 of 2 supermarkten voor al die bewoners? Antwoord: Er komt een grote supermarkt aan de oostzijde van het Amstelstation. Deze is voldoende groot voor de omliggende wijken. Amsteloever krijgt daarnaast kleinere detailhandel met units van maximaal 300 m2.Een buurtsupermarkt zou hier onderdeel van kunnen zijn. 71, 140: Indiener vraagt de gemeente om te zorgen voor voldoende winkels waar de dagelijkse boodschappen kunnen worden gedaan, en ook voor een gezellige entourage met horeca, cultuur, sport zorg en onderwijs, rekening houdend met alle leeftijds- en leefstijlgroepen, en vooral de toename van het aantal studenten, alleenstaanden en vergrijzing. Indiener begrijpt niet waarom op zo’n relatief klein gebied maar liefst 1.300 tot 2100 woningen gebouwd moeten worden zonder goede voorzieningen. Indiener geeft aan dat de winkels aan de Amstelboulevard er ook nooit zijn gekomen ondanks dat het bestemmingsplan daarin voorzag. Antwoord: Het stedenbouwkundig plan voorziet in levendige plinten met name rondom de entree van het station.

In de plinten tussen station en Amsteloever worden ruimtes gereserveerd voor detailhandel en voorzieningen. Het klopt dat de voorziene detailhandel langs de Amstelboulevard nooit goed heeft gewerkt. Dit heeft te maken met de locatie waarop destijds deze detailhandel is voorzien. De

Gemeente Amsterdam

Pagina 88 van 111

Amstelboulevard is geen natuurlijke looproute. Door de focus voor deze voorziening meer op het station te richten wordt rekening gehouden met de looproutes en zal er op een meer natuurlijke wijze een centrale plek in de buurt kunnen ontstaan. In ontwikkelingen in de omgeving worden ook voorzieningen gerealiseerd, zoals een supermarkt aan de oostzijde van het Amstelstation.

10.6 Veiligheid 106: Indiener vraagt aandacht voor de veiligheid van de buurt. Veel kantoren betekent overdag veel drukte, maar ‘s avonds na kantoortijd zal dat wegvallen. Hoe veilig is de buurt in de nacht op zo’n groot plein wat tussen Amstel en station gaat worden aangelegd? Antwoord: Door de introductie van meer kantoorruimte, maar vooral door de introductie van meer woningen, zal het gebied Amsteloever levendiger en drukker worden. Langs de stationsloper zelf zijn ook nieuwe woningen gepland, wat zorgt voor meer natuurlijk toezicht op de buitenruimte. De verwachting is dat het plein daarmee voldoende levendig en sociaal veilig zal worden. 115: Indiener vindt dat hoogstedelijk gebied criminaliteit en anonimiteit met zich mee brengt. Het gebouw de Hoefsmidt heeft een open structuur en is hier niet tegen bestand. Daarom wil de indiener dat het creëren van uitgaansgelegenheden voor de Amsterdammers op de hoek van de Leeuwenburg en op korte afstand van de Hoefsmidt, zoals voorgesteld op p. 64 van het conceptplan, uit den boze is. Antwoord: Ten opzichte van de huidige situatie zal de situatie rond het Rivierenplein en Stationsloper levendiger en drukker worden dan nu. Juist door de introductie van meer woningen en voorzieningen ontstaat meer natuurlijk toezicht op de openbare ruimte. Daarmee wordt de buitenruimte minder anoniem en neemt de sociale veiligheid toe.

De locatie van mogelijke horeca zal in de volgende planfase, het bestemmingsplan, worden uitgewerkt.

10.7 Overig 33: Indiener vraagt zich af welke sociale partij er nog is voor de Amsterdammers, die dakloos worden als ze in de dertig zijn of belachelijke bedragen moeten neertellen voor een paar vierkante meter. De gemeenteraad en de overheid zouden zich moeten schamen over de diefstal die plaats vindt. De mensen die de belasting betalen om hun baan te betalen waarin vervolgens geen rekening wordt gehouden met de bevolking. Indiener vindt dat dit plan alleen luistert naar de beleggers van groot formaat, de overheid de aandeelhouders zij bepalen samen met de multinationals het beleid. We zouden beter af zijn zonder zulk stelend bestuur. Er zijn hotels genoeg en als jullie besluiten de stad te verpesten omdat hij er net zo uitziet als de eenheidsworst uit alle andere steden hebben toeristen alleen nog de coffeeshops en vreet paleizen die hebben ze in de hele wereld. Ik ben verdrietig dat dit bestuur geen gevoel voor de bevolking heeft.

Gemeente Amsterdam

Pagina 89 van 111

Antwoord: Het beleid van de gemeente is erop gericht te voorzien in de behoeften van haar bewoners en hun belangen te behartigen. Daarom heeft de stad zich onder meer het doel gesteld om jaarlijks 7.500 woningen bij te bouwen om de woningnood te helpen oplossen. In het stedenbouwkundig plan worden woningen, kantoren en voorzieningen als kleinschalige winkels of horeca toegevoegd. Door de hotelstop mogen er geen hotels gebouwd worden in dit gebied. Grootschalige horeca waar de indiener op doelt is niet mogelijk in dit plangebied. 93: Indiener vindt het belangrijk dat het een leefbare en voor iedereen toegankelijke plek blijft waar gemixte activiteiten plaats vinden. Als er straks veel kantoorplekken komen zal de plek vooral gedurende dag veel activiteit kennen. Het is belangrijk om ook activiteiten te creëren die gedurende de avond plaatsvinden om sociale controle in het gebied te kunnen waarborgen (denk aan cafés, avondcursussen, sportgelegenheden). Antwoord: Het stedenbouwkundig plan heeft als ondertitel en uitgangspunt “Hoogstedelijk wonen en werken aan de rivier”. Het gebied krijgt een multifunctioneel programma, met een mix aan woningen, kantoren en voorzieningen. De leefbaarheid van dit gebied is uitgangspunt bij het opstellen van het programma.

Elke ontwikkellocatie krijgt ruimte voor voorzieningen, waarvan een deel maatschappelijk en een deel commercieel ingevuld zal worden. De activiteiten die de indiener noemt zullen vooral mogelijk zijn rondom het station en het Rivierenplein. Op deze plekken is ruimte voor horeca, maar ook voor buurtvoorzieningen zoals kleinschalige detailhandel. 96: Indiener geeft aan dat toename kantoren niet correspondeert met de indicatieve programma's van de ontwikkellocaties, en vraagt het SP te verhelderen op dit punt. Antwoord: Het SP was inderdaad niet eenduidig op dit punt en is verhelderd. Er wordt uitgegaan van het nieuwe programma op de ontwikkellocaties, zoals weergegeven in onderstaande tabel.

Ontwikkellocatie AmstelVista Leeuwenburg Kunbuurt Amstelstation Delta Lloyd Totaal

Programma (in m2) 32.500 88.000 64.400 300 106.000 291.200

Bandbreedte wonen (aantal) 150 - 210 150 – 450 700 - 750 0 300 - 700 1.300 -2.110

Bandbreedte kantoren (m2) 14.000 – 17.500 42.000 – 75.000 0 0 42.000 – 77.000 98.000 – 169.500

Bandbreedte voorzieningen (m2) 1.000 – 2.000 3.000 – 4.500 1.500 – 3.600 300 1.500 – 3.000 7.300 – 13.400

Wijziging SP: De tekst in de Samenvatting onder het kopje ‘Ruimte voor extra woningen, kantoren en voorzieningen’ is aangepast. De zin ‘Daarnaast staan er nu 233.000 m2 kantoor en 17.000 m2 voorzieningen. Daar komen 37.000 tot 94.000 m2 bvo kantoor en 7.500 m2 voorzieningen bij’ is vervangen door ‘De stadsblokken bieden daarnaast ruimte aan maximaal 60.000 m2 extra kantoorruimte en 14.000 m2 voorzieningen’. Aan paragraaf 3.2 ‘Programma’ is bovenstaande tabel toegevoegd. Ook zijn de zinsnedes over kantoren en voorzieningen gewijzigd, conform de aanpassing in de Samenvatting.

Gemeente Amsterdam

Pagina 90 van 111

96: Indiener verzoekt aan te geven van welke toename aan voorzieningenprogramma kan worden uitgegaan en het SP te verhelderen op dit punt. Indiener twijfelt aan de noodzaak en het draagvlak tot het toevoegen van voorzieningen en vraagt de gemeente ten aanzien van de toename van horeca de behoefte nader te onderbouwen (duurzaamheidsladder als bedoeld in art. 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening). Indiener vraagt om haar bestaande horecagelegenheden als zodanig in het Stedenbouwkundig Plan te verankeren (opdat die worden meegenomen in opvolgende ruimtelijke besluiten), en om een uitbreiding van horeca in het gebied niet toe te staan. Antwoord: Op de ontwikkellocaties wordt uitgegaan van zo’n 14.000 m2 voorzieningen. De bedoelde voorzieningen in het stedenbouwkundig plan zijn niet enkel horeca, dit kunnen ook maatschappelijke en commerciële voorzieningen op het gebied van onderwijs, cultuur, zorg, sport en welzijn omvatten. Tevens zal er mogelijk beperkte uitbreiding van detailhandel worden toegestaan. In het op te stellen bestemmingsplan zullen de bestaande functies, voor zover daarin geen wijzigingen zijn voorzien, positief worden bestemd. 109: Indiener geeft aan dat de ruimte tussen het appartementencomplex en de voet van de toren Leeuwenburg zo nauw wordt dat publieksgerichte voorzieningen aan de westelijke zijde van de toren niet gewenst zijn.

Die geven toegankelijkheidsproblemen tussen Omval en het Amstelstation. Die voorzieningen vindt de indiener echter wel op zijn plaats aan de noordelijke gevel van de toren, grenzend aan het Rivierenplein en het Stationsplein. Antwoord: De rooilijn van de Leeuwenburg wordt teruggelegd zodat er meer ruimte ontstaat om ter plaatse een prettig verblijfsklimaat te realiseren. Dat biedt de kans om langs de fietsroute tussen Rivierenplein en Amstelplein, die in de huidige situatie wordt gekenmerkt door dichte doodse plinten), een aantal voorzieningen te situeren. In de plinten van de Leeuwenburg aan de stationsloper is inderdaad ook ruimte voor voorzieningen. 111: Indiener geeft aan dat niet inzichtelijk wordt gemaakt hoe de mogelijk forse grondopbrengsten worden besteed aan de bestaande bewoners in het gebied. Antwoord: De grond in het Amsteloever gebied is geen erfpachtgrond van de gemeente Amsterdam, maar is in eigendom van de ontwikkelaars van AmstelVista, Leeuwenburg en Delta Lloyd. Enkel de grond bij de Van der Kunbuurt en de openbare ruimte is in eigendom van de gemeente. Vanuit alle ontwikkelingen en de erfpacht Van der Kun buurt wordt een substantiële financiële bijdrage gedaan om de inrichting van de openbare ruimte, groen, spelen, ontmoeten en infrastructuur van te kunnen bekostigen.

Gemeente Amsterdam

Pagina 91 van 111

11 Uitvoeringsfase

11.1 Waterbeheer 35: Volgens indiener mist het stedenbouwkundig plan een paragraaf waarin beschreven staat hoe het huidige watersysteem werkt en wat de impact is van de projectontwikkelingen op het watersysteem. De ontwikkelingen mogen namelijk niet leiden tot een achteruitgang van het watersysteem. Zo mogen ontwikkelingen bijvoorbeeld niet leiden tot over- of onderlast van grondwater. Deze waterparagraaf ziet de indiener graag tegemoet ter beoordeling voordat deze in het definitieve SP opgenomen wordt. Indiener geeft aan dat in het SP meermaals wordt gesproken over het realiseren van ondergrondse (parkeer)kelders. Indiener adviseert om zorgvuldig te bepalen aan welke kant de opening van de parkeergarage komt of dat er eventuele aanvullende maatregelen getroffen worden om instromend water te voorkomen in het geval van wateroverlast op het maaiveld. Daarnaast wil indiener alvast meegeven dat indien er een kelder onder een gebouw geplaatst wordt het nodig is om te kijken of deze kelder zorgt voor barrièrewerking. Een geohydrologisch onderzoek kan hier uitsluitsel over geven en zal eventueel maatregelen voorschrijven om barrièrewerking te voorkomen. Indiener adviseert om vroegtijdig in het proces een geohydrologisch onderzoek uit te (laten) voeren. Het vergt namelijk tijd om grote (parkeer)kelders grondwaterneutraal te ontwerpen (getoetst op de toekomstige neerslagverwachtingen).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9959486/1