3 Nota van Beantwoording inspraak Stedenbouwkundig Plan Amstelstation-Amsteloever (geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam
Pagina 50 van 111
Naast deze 15.000 m2 is er ook gezocht naar extra vergroening van de daken. Dit groen is ter voorkoming van hittestress in de openbare ruimte en oververhitting in de gebouwen en wateroverlast bij extreme regenval. Bij de beplanting wordt gelet op soortenrijkdom en bestendigheid tegen wateroverlast en droogte. Het ontwerp is nog op hoofdlijnen en zal na vaststelling van dit plan verder worden uitgewerkt in een voorlopig en definitief ontwerp. Dat gebeurt in samenspraak met alle betrokkenen. Dan zal ook in overleg met de private eigenaren van het plein worden verkend of het Amstelplein vergroend kan worden. Dit groen komt bovenop het groen dat elders in de buurt wordt toegevoegd. Wijziging SP: Kaarten verhouding groen-verhard (huidige en toekomstige situatie) zijn opgenomen in paragraaf 3.5 ‘Duurzame leefomgeving’ om overzichtelijk te maken waar groen wordt toegevoegd.
7.3.1 Bomen 103, 121: Verzoek om de abelen aan de Goudriaanstraat niet te kappen, maar om iets anders te verzinnen waarbij de abelen in het plan worden opgenomen en de fietsen eromheen gestald worden. Indiener geeft aan dat de 5 grote bomen in de Goudriaanstraat bij het spoortalud volgens het plan moeten worden gekapt en verdwijnen. Indiener benadrukt dat de bomen en het groen hier en op het talud geluid tegenhouden en zorgen dat er niet voortdurend zicht is op het trein- en metroverkeer. Antwoord: De beeldbepalende abelen aan de Goudriaanstraat zijn helaas aan het einde van hun levenscyclus gekomen. Dat betekent dat de bomen geen lange levensduur meer hebben, minder stabiel worden en de kans op takbreuk toeneemt. Het recente omwaaien van een van de bomen is daar illustratief voor. De bomen zijn niet bestand tegen grootschalige werkzaamheden in hun wortelzone, zoals de bouw van een fietsparkeergarage. Behoud van de bomen in combinatie met de bouw van een fietsparkeergarage is dus niet kansrijk. Behoud van bomen zal betekenen dat de stalling op maaiveld behouden (en vergroot) zal moeten worden. Dit laatste is niet goed voor de kwaliteit en veiligheid van de openbare ruimte. Er wordt daarom gestudeerd op de haalbaarheid en inpasbaarheid van een (half)verdiepte of ondergrondse fietsenstalling.
Om zo’n fietsenstalling te kunnen maken moeten op een van de beide mogelijke plekken (richting Treublaan of richting Amstel) volwassen bomen verdwijnen. De abelen (populieren) hebben een korte levensduur dan de zilveresdoorns op de stationsloper. Dus vanuit het behoud van bomen gezien is de keuze voor een fietsenstalling naast het spoor een gunstiger oplossing. Als van de fietsenstalling een voorstel is uitgewerkt, zal dit worden voorgelegd aan de buurt, inclusief de consequenties voor de bestaande bomen en een plan voor herplant van bomen en groen. 114: Verzoek om bij het planten van nieuwe bomen geen acacia's meer te kiezen zoals op de Amstelboulevard, want deze zijn bijna 2 maanden langer kaal dan de meeste andere bomen. Antwoord: Gemeente streeft naar veel diversiteit bij de nieuw te planten bomen. De precieze keuzes zullen in de volgende fases worden uitgewerkt in overleg met de bewoners. Daarin zal rekening worden gehouden met deze wens: er zullen op de Amstelboulevard geen acacia's worden bij geplant.
Gemeente Amsterdam
Pagina 51 van 111
27, 113: Op de overzichtskaart in het SP staat op de hoek van de Omval en het diagonale fietspad een driehoekig grasveldje geschetst. Daar staan echter grote vleugelnootbomen die reiken tot aan de vijfde verdieping en waarbij het dichte bladerdek het zicht op de Amsteloever en de Berlagebrug ontneemt. Op blz. 81 van het plan staat dat de vleugelnoten aan de noordgevel van de Omval gespaard blijven en juist extra verzorging krijgen. Er staan maar liefst 19 vleugelnoten aan de noordgevel, veel te groot, hebben een enorme spanwijdte en nemen al het licht, uitzicht en contact met de straat weg. Vleugelnoten zijn parkbomen en geen straatbomen. De groenplek is donker, somber, schaduwrijk, de grasgroei stagneert en het veld kan niet of nauwelijks gebruikt worden door bewoners. Het heeft geen andere functie dan die van hondenuitlaatveld. In combinatie met de bomendichtheid langs de Amstel kijken de bewoners van de lagere verdiepingen inmiddels in een bos en reiken de takken tot aan de ramen waardoor de bewoners het zonder licht, lucht en uitzicht mogen stellen. Buurtbewoners hebben al menigmaal gevraagd om in ieder geval de bomen direct op de gevel te verplaatsen/verwijderen en zorg te dragen voor een grotere mate van diversiteit in de vorm van struiken, heesters en eventueel een kleine buurttuin met wormentoren, kruidentuin o.i.d. om het veld te verbeteren.
Indiener vraagt aandacht voor sociale veiligheid, die slecht gesteld is met insluipers, veel fietsendieven en een bende aan de Omval. Het was beter gesteld toen er nog ogen op straat waren. Verzoek om meer diversiteit en “verluchtiging” van de groenvoorziening aan de Noordzijde. Aan de zuidzijde van de Omval staan veel fraaiere, luchtige bomen met leuke stenen zitjes zijn, kan dit niet aan de noordkant? Antwoord: Het SP laat ruimte voor het eventueel uitdunnen van de vleugelnoten en deels vervangen door diverse lichtere en bloeiende bomen, waardoor de sociale veiligheid en verblijfskwaliteit verbeterd kan worden. Ook worden plantvakken geïntroduceerd, waarvan de randen tevens kunnen dienen als zitjes. Uitwerking zal plaatsvinden in het voorlopig ontwerp voor de openbare ruimte, waarbij de bewoners worden betrokken. 17, 25, 131: Indiener bepleit dat het planten van bomen aan de overzijde van de Amstel, aan de Amsteldijk, zinvoller zou zijn voor CO2-opname. Dit zou geluidsoverlast van het verkeer dat over het water wordt gedragen kunnen beperken en de Amsteldijk verfraaien. Antwoord: Op de Amsteldijk staan reeds bomen die onderdeel uitmaken van de Hoofdbomenstructuur (zie ook de weergave van de Hoofdbomenstructuur in paragraaf 7.2 van dit document) Als de bomenrij op de Amsteldijk ruimte biedt voor verdichting zal dit worden doorgegeven aan de betreffende beheerder.
7.4 Inrichting Omval: pad langs Amstel 44, 86, 90, 110, 139: De privé-tuinen op eigen grond worden aangezien of verward met openbaar recreatiegebied, zoals Park Somerlust. Men vreest dat dit met toenemende drukte een groter probleem zal worden. De overgang van de privétuinen naar het pad wordt gevormd door een staande betonnen rand van 20 cm. Dit is nauwelijks een scheiding te noemen en de rand wordt door passanten veelvuldig gebruikt om even op te zitten.
Gemeente Amsterdam
Pagina 52 van 111
Het in elkaar laten overlopen van de (privé) tuinen behorend bij de torens is geen goed voorstel. De VvE’s van de 4 torens (de Staalmeesters) besteden jaarlijks € 24.000 aan onderhoud om deze groenvakken vol bloemen en bomen hun uitstraling te laten behouden en die als zeer open en mooi wordt ervaren door de bewoners en passanten. Antwoord: Zoals met het bestuur van de Staalmeesters besproken blijft het huidige onderscheid tussen privé en openbaar met muur/zitrand gehandhaafd. 115: Oever van de Amstel is niet de aangewezen plek voor bomen, gezien de vele kabels die hier onder de stoep liggen. Antwoord: Net als in de andere straten van het plangebied liggen langs de oever van de Amstel kabels en leidingen in de ondergrond. Hiermee zal rekening worden gehouden bij het plaatsen van de bomen. Indien noodzakelijk zal een deel van de kabels en leidingen mogelijk worden verplaatst, zodat altijd sprake is van een veilige situatie. 103, 119: Indiener vindt het een gouden kans om de kade aan de Amstel verder te ontsluiten. Bij het IJ lukt dit niet volgens de indiener, dit is nog een verwaaide oever, lukt hier misschien wel. Antwoord: Ter kennisname.
7.4.1 Bomen langs de Amstel 4, 5, 17, 21, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 40, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 51, 52, 53, 54, 56, 58, 59, 60, 61, 62, 63, 64 , 65, 66, 67, 68, 69, 70, 71, 74, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 82, 84, 86, 87, 90, 91, 92, 96, 97, 100, 101, 102, 110, 112, 115, 118, 131, 137, 138, 139. Veel inspraakreacties hebben betrekking op de rij bomen die langs het fietspad langs de Amstel zijn voorzien, met name bij de bewoners van de woontorens "Staalmeesters" aan de Omval stuitten de bomen op vele bezwaren en zorgen, zoals: • bomen nemen de lichtinval in de woningen weg; • bomen benemen het uitzicht op de rivier en (voor de lagere verdiepingen) op de blauwe hemel • ze veroorzaken een sterke toename van schaduw in de tuin (die door de VvE met veel zorg en kosten is aangelegd als verzorgde bloementuin); • ze veroorzaken heel veel bladval in de tuin en meer kosten voor tuinonderhoud; • ze hebben hangende takken tot voorbij de erfgrens– waarvan verlangd zal worden dat ze verwijderd (blijven) worden; • ze veroorzaken een forse waardedaling van- en moeilijker te verkopen appartementen. Het unique selling point, zicht op de Amstel, verdwijnt. Houdt de gemeente rekening met een vergoeding ten behoeve van de mogelijke waardedalingen van de woningen aan de Omval, door het aanbrengen van de bomenrij aan de Omval? • ze ontnemen het zicht op de bijzondere architectuur van Cees Dam.
Hij spreekt over de gebouwen als danseressen aan de Amstel. De essentie van de wijze waarop de gebouwen zijn gesitueerd, gericht op wijds uitzicht en zon, zal verdwijnen. Deze danseressen verdienen een open doek vanaf de Amstel, Amsteldijk en de Berlagebrug; • de bomenrij zal enkel voordelen hebben voor het aanzicht van een afstand;
Gemeente Amsterdam
• •
•
Pagina 53 van 111
eigendomsrechten worden ondergeschikt gemaakt aan de belangen van passanten en/of recreanten; het plaatsen van bomen zal ten koste gaan van het smalle wandel- en fietspad aan de Omval, waardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Daarnaast is het pad zo ingericht om toegankelijk te kunnen zijn voor hulpdiensten. De geplande bomenrij doet afbreuk aan het pad, door een eventueel wortelstelsel wat zeer nadelig kan zijn voor het fietspad, het trottoir en/of de aangrenzende tuinen. Daarnaast kan het afvallen van de bladeren van de bomen leiden tot onnodige gladheid voor fietsers en wandelaars. aan de kant van de woonboten is er nu sprake van groene oeverbegroeiing met heggen en bomen. Deze geven het pad, samen met de privétuinen van de flats, momenteel al een zeer groene uitstraling. Extra bomen zijn dus niet nodig.
Antwoord: Voor wat betreft de spelregels en inrichtingseisen wordt het beleidskader Puccinimethode gevolgd dat begin 2018 door de Raad is vastgesteld. De Hoofdbomenstructuur van Amsterdam is hier onderdeel van. Op bijgaande kaart is deze structuur ingetekend. Hierop is te zien dat aan beide oevers van de Amstel een ononderbroken bomenlijn is voorzien. Het deel in Amsteloever is de enige plek in deze belangrijke bomenlijn langs de Amstel, waar de bomen nog ontbreken. In het plan wordt deze ontbrekende schakel waar mogelijk hersteld mits de ruimte en ondergrond dat toelaat. Het oude groene karakter van de Omval wordt zo teruggebracht. Het plan voorziet in een kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte en zal daarmee bijdragen aan het leefklimaat. Het toevoegen van bomen draagt bij aan het voorkomen van hittestress, beperken van windhinder en verstrooiing van geluid. De gemeente neemt notie van de bezwaren, echter ziet dit niet als argumenten om de vergroening onmogelijk te maken. Wel is met groenspecialisten en beleidmakers onderzocht welke ruimte er is binnen de Puccini methode en Hoofdbomenstructuur, of een minder opgaande bomen en meer parkachtige boomsoorten kunnen worden toegepast in een lossere setting. Dit is toegestaan en zal in het vervolgtraject verder worden uitgewerkt in overleg met bewoners.
Het type boom dat wordt aangeplant is ook onderdeel van de verdere uitwerking met bewoners. De kronen zullen niet ineen groeien tot een aaneengesloten haag. Dit omdat de bomen niet meer rigide in een rij worden geplaatst maar in een lossere setting met verschil in boomgrootte en met wisselende onderlinge afstanden. De bomen zullen daardoor het tafereel van gebouwen als danseressen aan de Amstel niet aantasten.
Gemeente Amsterdam
Pagina 54 van 111
De gemeente gaat in deze situatie er niet vanuit dat er sprake zal zijn van waardevermindering van de woningen als gevolg van het toevoegen van bomen. Toevoegen van groen leidt over het algemeen tot een waardestijging. Er kan niet worden gegarandeerd dat het uitzicht ten alle tijden volledig wordt behouden, maar de inschatting is dat dit zal niet leiden tot waardedaling van appartementen. Er is weliswaar een wettelijke regeling die voorziet in de vergoeding van waardevermindering die ontstaat door een bestemmingsplan. Indien een woning minder waard wordt als gevolg van de vaststelling van een bestemmingsplan kan daar aanspraak op worden gemaakt ("planschade"). Deze procedure staat open voor belanghebbenden, wel is daarbij sprake van een eigen risico. De aanplant van bomen is overigens in dit geval geen planologische maatregel.
Kaart met Hoofdbomenstructuur
Wijziging SP: In paragraaf 2.4 ‘Uitgangspunten beleid’ is een verwijzing naar de Agenda Groen en de Hoofdbomenstructuur (beleidskader Puccinimethode 2018) opgenomen. De verdere uitwerking van het bomenontwerp gebeurt in overleg met bewoners. 25: Men ziet de logica niet van het doortrekken van de bomenrij aan de Weesperzijde naar de Omval. Aan de Weesperzijde is de afstand tussen woningen en bomen langs de oever aanzienlijk
Gemeente Amsterdam
Pagina 55 van 111
groter. Er ligt een trottoir, weg en fietspad tussen. Er is sprake van een andere situatie en deze vergt ook een andere aanpak. Antwoord: Ruimtelijk bezien heeft de Amsteloever ter hoogte van de Staalmeesters en de Delta Lloyd een ander profiel dan het meer noordelijke deel aan de Weesperzijde. Dat klopt. In het plan vertaalt zich dit door een andere inrichting: minder groene perken en meer opgaand groen zoals een (reeds bestaande) haag en bomen. Waarbij dus wordt gekozen voor een lossere setting, uit te werken in overleg met de bewoners. 90: Ter overweging wordt meegegeven dat de aantrekkelijkheid van de route langs de Amstel er wellicht juist in zit dat er langs de Amstel afwisseling is, en het pad langs de Amstel (de Omval) een bijzonder stukje is met een geheel eigen karakteristiek. Antwoord: Deze constatering wordt door de gemeente onderschreven. Dit gebied heeft en krijgt een geheel eigen karakteristiek in relatie tot de geschiedenis van de plek als buitenpolder. Het heeft ertoe geleid dat de inrichting langs dit deel van de Amstel een andere, meer intieme inrichting zal krijgen. 77, 80, 82, 97: Het plaatsen van bomen zal ten koste gaan van het smalle wandel- en fietspad aan de Omval, waardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Daarnaast is het pad zo ingericht om toegankelijk te kunnen zijn voor hulpdiensten.
Het planten van bomen doet afbreuk aan de sociale veiligheid. Dit is een uitgestorven pad ‘s avonds en door meer bomen te plaatsen is er minder zicht op de straat. De gemeente dient de veiligheid in ogenschouw te nemen. Antwoord: Het toevoegen van bomen is mogelijk met behoud van voldoende ruimte voor zowel fietsers als voetgangers als voor nood en hulpdiensten. Door het toevoegen van bomen wordt de weg optisch smaller, hetgeen de snelheid van fietsers doet afnemen. Het draagt ook bij aan een mooi karakter van de weg. De gemeente zal zorgen dat het zicht op de openbare ruimte van omwonenden voldoende is om de sociale veiligheid te garanderen. Bovendien worden bladverliezende bomen geplant die in de winter (donkere maanden) transparant zijn. Ook zal het pad goed worden verlicht, met openbare verlichting die voldoet aan de stedelijke eisen. 31: Zijn de plannen voor de bomen al definitief of is er nog ruimte om over alternatief groen na/mee te denken? Een alternatief voor groen zou zijn om dit in te tekenen op de daken van de gebouwen, wat de indiener nu niet terugziet in het plan, en waar de VvE wellicht iets in kan betekenen ter compensatie. Zo wordt er meer groen gerealiseerd zonder dat het uitzicht en de lichtinval van de bewoners wordt beperkt.
Antwoord: De plannen voor bomen op deze plek zijn onderdeel van de Hoofdbomenstructuur Amsterdam dus de opdracht om hier wat mee te doen ligt vast. Bewoners worden van harte uitgenodigd om mee te praten over de nadere uitwerking van het ontwerp. Veel is bovendien afhankelijk van de ligging en de status van kabels en leidingen in de ondergrond. Het vergroenen van de daken is een speerpunt van het stedenbouwkundig plan. In het plan staat een kaartje met de groenopgave voor (de daken van) de ontwikkellocaties. De suggestie om ook op de
Gemeente Amsterdam
Pagina 56 van 111
daken van de Omval groen toe te passen wordt dus toegejuicht. Dit kan echter niet dienen ter compensatie van de bomen. 31: Op basis van de tekening lijkt het alsof de bomen op de grond van de VVE gepland staan. Is de gemeente van plan om deze grond te gaan onteigenen? Volgens het kadaster dienen bomen in het algemeen 2 meter uit de erfgrens geplaatst te worden. Is de gemeente van plan zich aan deze regel te houden? En zo ja heeft de gemeente hier rekening mee gehouden bij het uitmeten van de ruimte die voor de gemeente beschikbaar is tussen de grond van de eigenaars en de Amstel? Antwoord: In het voorliggend plan en de verdere uitwerking in een inrichtingsplan voor de openbare ruimte met beplantingsplan wordt rekening gehouden met de eigendomsgrenzen. De bomen worden geplant buiten de erfgrens, op minimaal 1 meter afstand van de erfgrens. In de bomenverordening van 2014 van Amsterdam is in Artikel 13 Afstand tot de erfgrens opgenomen; de afstand tot de erfgrens als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heggen, struiken en gevelbegroeiing. 45: Voor het plaatsen van bomen aan de Amstel is een speciale vergunning nodig van Waternet. Heeft deze afstemming met Waternet plaatsgevonden? Antwoord: Afstemming met Waternet heeft plaatsgevonden.
Dit heeft er onder meer toe geleid dat het type en de plaats van de bomen rondom de waterkering is aangepast aan de voorschriften. 54, 58, 64: De indiener geeft aan dat het uitzicht over de Amstel juist zo mooi is door het weidse uitzicht. Een uitzicht met dichte haag bomen zou hier afbreuk aan doen. Daarnaast past dit beter bij de uitstraling van een veenrivier. Antwoord: In een verdichtende stad is groen belangrijk. Is daarom beleid van de gemeente om te zoeken naar het vergroten en verbeteren van de groenstructuren in de stad. Er zal geen sprake zijn van een hoge gesloten bomenrij. De keuze van de bomen en de onderlinge plant afstand zijn nog niet vastgelegd en zijn onderwerp van de verdere uitwerking in het plan openbare ruimte, waarover participatie zal plaatsvinden. 49: Indiener vraagt aan de gemeenteraad om het geld voor de aanplant van deze bomen te investeren in andere zaken in de stad, zoals meer een betere fietsenrekken. Antwoord: De kosten van de inrichting van de openbare ruimte aan de Amsteloever zijn verbonden aan de ontwikkelingen die hier zullen plaatsvinden. Het is niet mogelijk om de opbrengsten elders in de stad te investeren. Overigens worden in het plan voor Amsteloever zowel bomen toegevoegd als het fietsparkeren verbeterd. 112: De deelraad heeft voor het plan van aanpak Weesperzijde een groenstructuur voor de Amsteloever opgesteld.
Dit plan is daar een toepassing van aan de Omval. Dit stuk aan de Amstel heeft stedelijke bebouwing, en doordat de bebouwing van de woontorens zeer dicht op de Amsteloever staat, er geen sprake kan zijn van een hoge gesloten bomenrij. Een lage bomenrij op een redelijke afstand van elkaar, opdat de bewoners van deze torens de Amstel in al zijn hevigheid
Gemeente Amsterdam
Pagina 57 van 111
kunnen blijven beleven, is mogelijk als deze zone slechts voetgangersgebied wordt. Er dient dan nog wel ruimte te zijn voor de toegankelijkheid voor de bootbewoners ter bevoorrading. Antwoord: De bevoorrading van de woonboten (bij uitzondering met ontheffing) blijft mogelijk bij het plaatsen van de bomen. Er is genoeg ruimte in het profiel van de Amsteloever om bomen te planten en bevoorrading van de woonboten mogelijk te maken. Er zal geen sprake zijn van een hoge gesloten bomenrij. De keuze van de bomen en de onderlinge plant afstand zijn nog niet vastgelegd en zijn onderwerp van de verdere uitwerking in het plan openbare ruimte, waarover participatie zal plaatsvinden. 118: Op p. 32 en 66 is sprake van een doorlopende haag robuuste bomen, waarbij gedacht wordt aan het planten van acacia's. De acacia is een snelgroeiende boom die minimaal 25 meter hoog kan worden, en waarvan de kruin ruim 7 meter in diameter kan worden. De acacia is een invasieve exoot, die inheemse planten verdringt en vanuit natuurbeschermingsoverwegingen wordt bestreden. Antwoord: Er worden geen acacia’s genoemd in het SP; mogelijk verwijst de indiener naar de impressies in het SP. Dit zijn echter slechts impressies. 97: Door de 'robuuste haag van bomen' zal het aantal wildpassers direct voor de deur toenemen.
Dit probleem speelt nu al, met name door mensen met hoge nood die bij restaurant Riva worden geweigerd, maar zal alleen maar toenemen. Een BOA zal hier een dagtaak krijgen. Antwoord: Er zal geen sprake zijn van een hoge gesloten bomenrij. De keuze van de bomen en de onderlinge plant afstand zijn nog niet vastgelegd en zijn onderwerp van de verdere uitwerking in het plan openbare ruimte, waarover participatie zal plaatsvinden.
7.5 Stationsloper en Rivierenplein 119: Op p. 25 staat dat de hoogteligging van de stationsstalling en de inrichting pleinen / groene ruimte van geen principekeuze is voorzien, maar wel is vastgesteld dat het plein geleidelijk van hal richting Amstel zakt. Is er nog voldoende ruimte voor (lokaal) alternatieve oplossingen als de inpassing / financiering van de ondergrondse stalling daarom vraagt. Het heldere concept van een reeks afzonderlijke pleinen lijkt verlaten, of is in ieder geval niet expliciet benoemd. Wat komt er in plaats van terug? Op P.36/37 mist in de impressie de ruimtelijke en visuele impact van een entree naar de fietsenstalling. Het doorzicht tussen Amstel en stationsentree voor de voetganger mag niet door een nadelige positie van de stallingsentree (overkapping!) belemmerd worden. Een zo zuidelijk mogelijke positie lijkt het meest gunstige. Indiener geeft suggestie mee dat groenperken en entree met elkaar als één object gecombineerd kunnen worden. Antwoord: Het concept van een reeks afzonderlijke pleinen is nog steeds onderdeel van het stedenbouwkundige plan, ondanks dat dit niet expliciet is benoemd. De visuele relatie tussen spoor en rivier is een kern van het plan en zal in alle varianten overeind gehouden worden, ook indien de keuze valt op de fietsenstalling onder de stationsloper wordt hier
Gemeente Amsterdam
Pagina 58 van 111
rekening mee gehouden. Om de verbinding tussen het stationsplein en Rivierenplein te bewerkstelligen zal de ingang van de stalling zo zuidelijk mogelijk worden gerealiseerd. De ingang is nog niet meegenomen in de impressies in het SP, omdat de locatie van de stalling nog niet vastligt, evenmin als de vorm van de entree. De definitieve inrichting voor de openbare ruimte zal, in overleg met bewoners, vanaf 2021 worden uitgewerkt. De suggestie van indieners om groenperken en entree met elkaar als één object te combineren zal worden meegenomen. 119: Op P.57 is de nieuwe strook-bebouwing aan de zuidwestkant van de Van der Kunbuurt langer geworden dan in eerdere varianten. Dat is enkel aanvaardbaar mits de visuele doorzicht Amstel / station en de verblijfskwaliteit op het stationsplein maximaal behouden blijft. De positie van de entree van de stalling en het bomenplan zijn hier van grote invloed. Antwoord: De strook bebouwing waarop wordt gedoeld heeft een ruimtelijke functie om de stationsloper in te kaderen. Hierbij is het visuele doorzicht tussen station en Rivierenplein een belangrijke voorwaarde. Met een kleiner bouwblok zou een overmaat in de openbare ruimte ontstaan, ten nadele van de menselijke maat van de verschillende pleinvlakken.
De inpassing van bomen en de entree van de eventuele stalling dienen inderdaad zorgvuldig te worden uitgewerkt om het gewenste beeld en doorzicht in de openbare ruimte te realiseren. Bij die uitwerking zullen ook de bewoners worden betrokken. 143: De nieuwe stationshal/entree aan de westzijde van het station is een ambitie maar nog geen harde opgave voor de indiener. Indiener ProRail geeft aan dat eerst het handelingsperspectief zal moeten worden doorlopen waarmee wordt bepaald of er een opgave is om aan de Westzijde van het station de entree met al haar functies aan te pakken. Indiener wil mee blijven kijken en denken over toegankelijkheid en bereikbaarheid van station en dus betrokken zijn bij verdere planontwikkeling. Zaak is om niet meer obstakels (hoogteverschillen, trappen ofwel onveilige plekken) te krijgen om het station te bereiken. Antwoord: Vanuit de gemeente wordt actief deelgenomen in het proces om met de spoorse partijen tot een handelingsperspectief te komen. Ook blijft de gemeente de spoorse partijen actief betrekken bij het uitwerken van de bereikbaarheid en toegankelijkheid van het station.
7.6 Rust en drukte 3, 32, 44, 62, 81, 103: Men vreest dat de toenemende drukte in de openbare ruimte wordt onderschat, zoals dat al jaren in Amsterdam is gedaan. Kijkend naar de drukte van afgelopen zomer bij park Somerlust, de toenemende drukte door verdichting en nieuwe woningen. Hoe wordt er voldoende ruimte om te ademen en te bewegen gecreëerd? Antwoord: Het projectgebied kent een verhouding van 45% bebouwd en 55% aan openbaar toegankelijke ruimtes. Hiermee is de openbare ruimte ruim bemeten in het plan. De verdichting zal inderdaad een ander, intensiever gebruik tot gevolg hebben. In het stedenbouwkundig plan wordt hier sturing aan gegeven
Gemeente Amsterdam
Pagina 59 van 111
door sommige plekken juist voor een grotere groep gebruikers aantrekkelijk te maken en andere plekken juist intiem, rustig en op de buurt gericht te houden. Om te voorkomen dat de door respondent gevreesde situatie zoals park Somerlust ook hier langs de Amstel zal ontstaan, is er voor gekozen om de oever inrichting zo te maken dat er slechts een heel beperkt aantal locaties zijn waar het water goed toegankelijk is. Ook op die plekken zal met maatregelen aan de oever en in het water het zwemmen en aanmeren van bootjes worden ontmoedigd. Wel is het de intentie van het plan om het zicht op de Amstel op een groot aantal plekken te verbeteren. Wijziging SP: In Paragraaf 3.1 ‘Hoofdstructuur en openbare ruimte’ is een impressie toegevoegd van de nieuwe oeverinrichting met zicht op het water. 71: Indiener vraagt aandacht voor de balans tussen drukte en rust, die met Amstelvista niet haalbaar is. De toename van woningen, kantoren en voorzieningen staat niet in verhouding tot de beschikbare openbare ruimte. Daarnaast biedt de plint van Amstelvista ruimte aan voorzieningen met een uitnodigend karakter en interactie met de straat. Dit geldt ook voor de gevel aan de Ringvaart. Indien in de gevel aan de Ringvaart horeca komt met terrassen gaat de leefbaarheid voor bewoners in de Schollenbrugstraat verloren. Reeds nu is er veel overlast van horeca en recreatie bij de Weesperhaven.
Antwoord: Amsteloever biedt ruimte aan hoogstedelijk wonen met een multifunctioneel ruimtegebruik van gebouwen. Dat betekent dat ontwikkellocaties als AmstelVista plek bieden aan woningen, kantoren en voorzieningen. Aan de stationsloper en het Rivierenplein zullen de voorzieningen in het plangebied worden geconcentreerd, daar zal de meeste detailhandel en horeca een plek krijgen. Het Amsterdamse beleid van clustering wordt hierin opgevolgd. In de plinten van AmstelVista is ruimte voor commerciële voorzieningen. Het begrip ‘commercieel’ bevat een breed scala aan mogelijkheden, zoals een sportschool, kapsalon, tandarts of horeca. De invulling van de voorzieningen landt in de volgende planfase: het bestemmingsplan. Waar horeca en detailhandel een plek krijgt zal in het bestemmingsplan verder worden uitgewerkt en is vergunningsplichtig. 72, 73, 84, 89, 90, 112: Geen verblijfsplekken langs het pad langs de Amstel (de Omval) inrichten om de overlast te beperken, geen grote grasvlakken (zonneweides) te realiseren en dat de toegankelijkheid van het water en de aanmeerplekken niet verder laten toenemen dan nu het geval is. Er is onvoldoende ruimte om de functies van doorgaande recreatieve route en verblijfsplek te combineren. Antwoord: Dit is akkoord, er komen geen ligweides en geen extra aanmeerplekken. Aanmeren wordt ontmoedigd met maatregelen aan de oever en in het water.
9, 10, 81, 90, 103, 113: Tot schrik van de indiener wordt het voorziene plein aan de Amstel gepresenteerd als kloppend hart en ontmoetingsplek, men vreest dezelfde overlast te kunnen verwachten als bij Café Hesp en Park Somerlust. Indiener wenst dat het "Rivierenplein" een inrichting krijgt die de nachtrust niet in gevaar brengt, aangezien veel bewoners van De Hoefsmidt aan deze zijde van het plein slapen. De indiener pleit voor het behoud van woonboten zodat de plekken niet gebruikt kunnen worden als zwemparadijzen en wenst dat er geen recreatiegebied van de Amsteloever wordt gemaakt.
Gemeente Amsterdam
Pagina 60 van 111
Men vraagt aandacht voor de nachtrust voor de Hoefsmidt en de Staalmeesters, wanneer er een "levendige" omgeving wordt gebouwd met recreatie. Daar waar de vroegere scheiding van wonen, werken en recreëren in Amsterdam inmiddels verdwijnen en meer integreren, moet daar ook rekening gehouden worden met iets heel basaal als nachtrust en in ieder geval 1 rustige zijde. Hierdoor vreest de indiener dat het woongenot ondergeschikt wordt gemaakt aan de levendigheid. Antwoord: Gebied Amsteloever is uitloper van het Amstelstation, met de Amstel als grote kwaliteit, in het plan wordt de relatie met de rivier gelegd. Het Rivierenplein is de locatie waar het station en de rivier elkaar kruisen. Het Rivierenplein krijgt een inrichting als centrale plek waar bewoners en bezoekers en mensen die in het gebied werken elkaar kunnen ontmoeten, dus met een verblijfsfunctie. Er omheen is inderdaad ruimte voor enkele voorzieningen in de plinten. Het plein zal daardoor levendiger worden dan in de huidige situatie, maar de plek laat dat toe. Het is gunstig voor de sociale veiligheid (natuurlijk toezicht) en het is passend in het plan als geheel. De invulling van de plint zal in de volgende planfase verder worden uitgewerkt. Horeca functies zijn vergunning plichtig. De relatie met de Amstel is een van de grootste kwaliteiten van de locatie.
Nu is deze (zicht)relatie op veel plekken niet optimaal omdat de oevers gebruikt worden als ligplaats voor woonboten. Het is de ambitie om een aantal woonboten op vrijwillige basis uit te kopen om daarmee de druk langs de oever te verminderen. Hierdoor wordt het mogelijk om op verschillende plekken het zicht op het water van de Amstel te vergroten. Deze plekken worden zo in gericht dat deze niet logisch als verblijfsplek kunnen functioneren (beperkte schaal en niet toegankelijk water). Voor het gebruik van water wordt een bewuste keuze gemaakt om bepaalde plekken meer publiek te maken om de druk op andere plekken weg te houden. 10, 37, 72, 73, 89, 90, 109, 113, 115: De recreatie-trap aan het water voor de ingang/uitgang van het Amstelstation kan mogelijke overlast veroorzaken (zwemmen, hangplek, etc.). In het participatietraject is verteld dat het niet de bedoeling is hier een zwemplek, afmeerplek of intensieve recreatieplek te creëren. Dit staat ook vermeld op p. 74 in het SP. De getekende trappen in het plan zullen onvermijdelijk leiden tot intensieve recreatie met alle overlast van dien. Het gebruikte argument van ‘contact met het water’ is onbegrijpelijk, iedereen die daar nu loopt heeft volop contact met het water en kan genieten van de natuurlijke rivieroever. De nieuwe inrichting van de oever is bedoeld voor verblijfsrecreatie en voor aan- en afmeren.
Dit is voor de indiener niet acceptabel en is een aantasting van de levenskwaliteit en de waarde van de woningen. De trappen dienen verwijderd te worden uit de plannen en de natuurlijke oever gehandhaafd. Het toevoegen van de trap ziet er leuk uit op het plaatje maar strookt niet met de tekst, noch met wat er is besproken in de vooroverleggen met bewoners. 73: Indieners maken bezwaar tegen de betonnen trappen langs de Amstel. Ze geven aan de komende jaren heel veel overlast te krijgen van de grote verbouwingen in onze omgeving, wat ze niet leuk vinden maar begrijpen en accepteren. Maar het intekenen van een plek voor gegarandeerde overlast vinden wij veel te ver gaan en écht onacceptabel.
Gemeente Amsterdam
Pagina 61 van 111
Antwoord: Het Rivierenplein krijgt een inrichting als centrale plek waar bewoners en bezoekers elkaar kunnen ontmoeten, dus met een verblijfsfunctie. Er omheen is inderdaad ruimte voor enkele voorzieningen in de plinten. Het plein zal daardoor levendiger worden dan in de huidige situatie, maar de plek laat dat toe, het is gunstig voor de sociale veiligheid en het is passend in het plan als geheel. Door alle openbare ruimte beter te benutten in het hele gebied is de ambitie de drukte beter te verspreiden dan de huidige situatie toelaat. De in het ontwerp getekende trappen bieden meer contact met het water dan het huidige talud, waardoor de stationsloper tot aan de Amstel reikt en een waardige einde krijgt. De trap, die van meet af aan in het plan heeft gezeten, is op basis van eerdere dialoog met bewoners al verkleind en verder weg gelegd van de woonboten en woongebied de Staalmeesters. Toezegging blijft om maatregelen te nemen onder water, om aanmeren van boten onmogelijk te maken en zwemmen te ontmoedigen. Dit biedt voldoende houvast voor een acceptabel leefklimaat. NB: De minimale afstand tussen het einde van de verkleinde trap en dichtstbijzijnde woonboot is 11 meter.
10, 17, 25, 67, 69, 75: De bomen zijn niet de juiste keuze voor de beoogde doelen voor de groenbeleving, in combinatie met het streven om drukke situaties als op Park Somerlust en langs de oever van de Weesperzijde op deze locatie te voorkomen. Lage beplanting biedt meer variatiemogelijkheid en beperkt de kans op bermtoerisme. In planten kan men niet zitten/liggen, onder bomen wel. Lage, ondoordringbare, beplanting sluit dus aan bij het gestelde en door bewoners gewenste streven. Indiener vraagt om de inrichting van het park zo te maken dat dit niet als speeltuin of barbecueplek gezien kan worden. Antwoord: Beplanting hoger dan 1.25 meter kan de sociale veiligheid op deze locatie verslechteren. Dergelijke beplanting beperkt het uitzicht en daarmee het overzicht in de openbare ruimte. De mogelijk open plekken aan het water door het mogelijk verminderen van het aantal woonboten zullen zodanig worden ingericht met o.a. lage beplanting, dat barbecueën niet mogelijk is. Deze beplanting zal niet hoger dan 1,25 meter zijn, anders zal de sociale veiligheid op deze locatie verslechteren. Door de kleinschaligheid van deze plekken is gebruik zoals Park Somerlust bovendien uitgesloten.
7.7 Inrichting gebied tussen Hoefsmidt en Philips gebouw 115: Het eventueel mogelijk maken van een plek om fietsen te parkeren tussen het gebouw van de Hoefsmidt en het Philips gebouw wijst de indiener af. De weerkaatsing van het geluid van fietsen parkeren, van het slot halen, en praten op alle uren van de dag en de nacht is enorm hoog, en geeft een onaanvaardbare overlast. Indiener doet daarom het voorstel om de kantoormedewerkers hun fiets in de parkeergarages van de al bestaande kantoorgebouwen te laten stallen of in de nieuw te bouwen fietsenstalling, zoals dat ook gebeurt op de Zuidas. Stalling in de fietsgarages van bijvoorbeeld Philips is volgens indiener geen alternatief, omdat deze lastig te bereiken is. Antwoord: In samenspraak met bewoners wordt een groen herinrichtingsplan voor de openbare ruimte gemaakt, waarbij gekeken wordt of extra fietsstallingsplekken ingepast kunnen worden. De ruimte tussen de
Gemeente Amsterdam
Pagina 62 van 111
Hoefsmidt en het Philipsgebouw is een mogelijke locatie. Het toevoegen van groen vermindert de echo en de galm van geluid tussen de gevels. De kantoormedewerkers dienen hun fiets te parkeren in de daarvoor beschikbare (inpandige) fietsenstallingen. Bij de uitwerking van het Voorlopig Ontwerp voor de openbare ruimte komt dit aan de orde en worden de buurtbewoners betrokken. Voor fietsparkeren bij het station wordt gestreefd naar de realisatie van een grote, (half)verdiepte fietsenstalling, met een capaciteit die inspeelt op de verwachte reizigersgroei.
7.8 Speelplekken en verblijfsplekken 3: Maak een prachtige boulevard langs de Amstel met bijvoorbeeld een jeu-de-boulebaan. Het zandpad wat er nu ligt is niet aantrekkelijk genoeg. Antwoord: Het plan voorziet in een herinrichting van de openbare ruimte. De gemeente is het eens met de behoefte aan een prachtige boulevard, dit is ook onze doelstelling (zie ontwerp). De suggestie voor een jeu-de-boulebaan kan aan de orde komen in de verdere uitwerking van het plan voor de openbare ruimte. Deze uitwerking zal te zijner tijd in samenspraak met bewoners gebeuren. 34, 109, 113: Waar komen de speelplekken in het plan? Suggestie om speelplekken te combineren met sportplekken zodat ze gedurende de dag en de avond gebruikt zullen worden. Suggestie om als aan de westzijde van de spoorbaan een ondergrondse stalling voor fietsers wordt gemaakt, in de luwte speel- en verblijfsplekken te creëren. Antwoord: In het SP paragraaf 3.5 ‘Duurzame leefomgeving’ is een nieuw, overzichtelijker kaartje toegevoegd met de speelplekken (zie ook hieronder). De speelplekken zijn verspreid over het gebied en inderdaad soms gecombineerd met andere sportactiviteiten. Ook langs het spoor – een van de zoeklocaties voor een nieuwe fietsenstalling - is een locatie voor speel- en verblijfsplekken opgenomen.
Wijziging SP: een nieuwe kaart is toegevoegd in paragraaf 3.5 ‘Duurzame leefomgeving’ om overzichtelijk te maken waar de speelplekken komen.
Gemeente Amsterdam
Pagina 63 van 111
Kaart met speelvelden
71, 109: Aandacht om voldoende speel- en verblijfsgelegenheid in de openbare ruimte te creëren voor bewoners en bezoekers zonder geluidsoverlast. Suggestie om die plekken te omringen met bomen. Gezien de steeds warmer wordende zomers, zijn voldoende schaduwplekken in de openbare ruimte nodig. De indiener vraagt om recreatie- en speelplek te creëren met een fontein aan het Rivierenplein, aan de oostzijde van de weg, bij de Amstelboulevard, het Oeverplein aan de westzijde van de weg. Antwoord: De behoefte aan bomen en schaduw wordt onderschreven in de ambities van het college. De suggestie voor fonteinen wordt in de volgende fase in overweging genomen, met het besef dat fonteinen in beheer bijzonder kostbaar zijn. De rol van water in de openbare ruimte zal sowieso verder worden uitgediept. Een speelobject met water past in het beeld van het rivierenplein. Het plan voorziet in de openbare ruimte afwisselend met zonnige en beschaduwde plekken.
7.9 Inrichting groen en natuurinclusief op private terreinen en gebouwen 35: In het SP wordt meerdere keren genoemd dat het toevoegen van groen in de openbare en privéruimte helpt om regen vast te houden en hittestress tegen te gaan. Het SP geeft geen inzicht waar wordt vastgelegd dat de privéruimte van (nieuwe) gebouwen groen ingericht wordt met bijvoorbeeld een dak- of geveltuin, hoe wordt dit zodanig in gebruik gehouden en wie is verantwoordelijk voor het onderhoud? Geadviseerd wordt om hierover afspraken te maken met de
Gemeente Amsterdam
Pagina 64 van 111
ontwikkelpartijen en deze op te nemen in de bouwenvelop. Zo blijft het groen in de toekomst ook een bijdrage leveren aan het rainproof inrichten van de omgeving. Antwoord: De gemeente sluit met de eigenaren van de ontwikkellocaties zoals is beschreven in paragraaf 3.5 ‘Duurzame Leefomgeving’ overeenkomsten > Hierin zijn ook afspraken gemaakt over duurzaamheid (waaronder klimaatadaptatie). Onderdeel van deze afspraken is dat het daklandschap wordt benut voor groen, de opvang van regenwater en energieopwekking onder meer dat de daken voor 100% worden benut . Door groene gevels en geveltuinen toe te passen wordt hittestress tegen gegaan en kan hemelwater worden opgevangen. De eigenaar is verantwoordelijk voor het onderhoud. 128: Indiener wil verzoeken om in de plannen van dit ontwikkelgebied inbouwneststenen voor de gierzwaluw, vleermuis en de (reeds aanwezig in dit gebied) huismus te realiseren. Gelukkig is "natuurinclusief" een belangrijk hoofdthema dat wordt meegenomen in dit 'Stedenbouwkundig Plan'. Hoopt dat Stadgenoot en particuliere eigenaren ook deze voorzieningen gaan realiseren. Antwoord: De uitgangspunten voor natuurinclusief staan beschreven in de paragraaf 3.5 ‘Duurzame leefomgeving’. Hier wordt natuurinclusiviteit als voorwaarde gesteld. Inspiratievoorbeelden staan in het beeldkwaliteitskader.
In het vervolgtraject met de ontwikkelaars en in de inrichting van de openbare ruimte zal hier verdere uitwerking aan worden gegeven.
Gemeente Amsterdam
Pagina 65 van 111
8 Woonboten
8.1 Aankoop woonboten op vrijwillige basis 7, 15,16, 17,72, 73, 81,89, 90, 129, 131: Indieners geven aan dat er juist veel tevredenheid is met de combinatie oever en woonboten op dit deel van de Amstel. Indiener kan zich voorstellen dat een landschapsarchitect in termen van zichtlijnen denkt, maar vindt dat dergelijke zichtlijnen nooit een doel op zich kunnen worden, en bovendien al ruimschoots aanwezig zijn in het gebied. De charme van het gebied is juist de openheid van het water en het weelderige stukje groen waar de meeste woonboten liggen. Indieners hebben hier nog nooit een lokale bewoner, fietser of wandelaar over horen klagen. Indiener is het niet eens dat zichtlijnen ten koste gaan van de schaarse woonruimte in Amsterdam, in dit geval de woonboten. Indiener wil erop wijzen dat de WOZ- en aankoopwaarde van hun bezit gebaseerd is op de vrije overdraagbaarheid ervan. Alleen zeer dwingende redenen kunnen hier afbreuk aan doen; uitzicht op het water (dat er al is) valt hier niet onder. De suggestie van opkopen door de gemeente van woonboten (zelfs op vrijwillige basis) en reppen over vrij uitzicht op de Amstel, ondermijnen de waarde van hun bezit en rechtspositie, wat de indiener onaanvaardbaar achten. Het grofweg wegtekenen van woonboten is al met al een onfatsoenlijke en juridisch laakbare wijze van bestuurlijk handelen.
Wat hier naar het zich laat aanzien in het geding is, zijn op z’n minst twee beginselen van behoorlijk bestuur: het zorgvuldigheidsbeginsel en het formele rechtszekerheidsbeginsel. Het is niet realistisch te verwachten dat bewoners hun woonboot vrijwillig aan de gemeente zullen aanbieden; wat dit aangaat schiet het plan zijn doel voorbij. Mocht de gemeente toch de mogelijkheid open willen houden voor ‘verkoop op vrijwillige basis’, dan wil de indiener dat er expliciet vermeld wordt dat dit nooit en te nimmer ten koste zal gaan van de vrije overdraagbaarheid van hun bezit. Indiener vindt het schandalig dat op diverse schetsen niet alle woonboten zijn ingetekend. Het gaat hier om de huizen van mensen, die zomaar weggegumd worden. Dit is niet de eerste keer dat dit gebeurt, en het blijft een doorn in het oog. Indiener eist dat op alle schetsen de bestaande woonboten worden ingetekend. Indieners willen dat in dit plan en in hier op volgende wijzigingen voor het bestemmingsplan niet wordt gesproken over vermindering van het aantal woonboten. Indieners geven aan dat de afgelopen twintig jaar dit thema al driemaal is langsgekomen zonder dat er ook maar een boot door de gemeente is opgekocht. Ook nu ligt er al maanden een boot te koop, zonder dat de gemeente actie onderneemt.
Uitspraken als "ruimte houden voor vermindering van woonboten" en de verbeeldingen in het plan kunnen bovendien negatieve gevolgen hebben voor de marktwaarde en de verkoopbaarheid van het bezit van de indieners. Graag wijzen de indieners er ook nog op dat het de gemeente zelf is geweest die het zicht vanaf deze oever op de majestueuze bocht van de Amstel heeft beperkt door destijds, ten faveure van kaderuimte voor restaurant Riva (70 meter), de woonboten zó in te tekenen dat er weinig tussenruimte overbleef. Indieners vinden het een vreemde gedachte dat de gemeente een zeer forse hoeveelheid gemeenschapsgeld wil
Gemeente Amsterdam
Pagina 66 van 111
uitgeven voor een klein beetje meer zicht op het water. Zeker als er om de hoek, bij Park Somerlust, al fantastisch zicht is op de majestueuze bocht in de Amstel en er op het stuk tussen de Berlagebrug en het 'Rivierenplein' al sprake is van majestueus uitzicht is op de Amstel. In onze stad zijn er toch zeker andere prioriteiten. Indiener wil pleiten voor behoud van de woonboten, zodat dit niet een nieuwe overlastplek wordt zoals Park Somerlust of de Weesperzijde. Indiener vraagt meer aandacht voor de huidige bewoners, en minder voor het inrichten van recreatieplekken. Antwoord: In de Watervisie staat dat Amsterdam steeds drukker wordt, en de oevers van de Amstel belangrijk zijn voor wandelen, hardlopen en fietsen. Bij de Omval is de wens om meer contact tussen de oever en het water te bewerkstelligen. De ambitie is om zichtlijnen vrij te spelen. In het stedenbouwkundig plan wordt er vanuit gegaan dat de woonboten op vrijwillige basis uitgekocht kunnen worden. De gemeente begrijpt dat de plankaart de suggestie wekt dat bepaalde woonboten moeten vertrekken. Op basis daarvan is de plankaart aangepast zodat duidelijk is dat de vrijwillige uitkoop voor alle woonboten geldt. In het SP wordt de mogelijkheid opengehouden om op vrijwillige basis eventueel woonboten aan te kunnen kopen, om zo plaatselijk meer zicht op de Amstel te creëren.
Dit is op basis van vrijwilligheid en tegen marktconforme voorwaarden, dus dit biedt woonbooteigenaren voldoende zekerheid en tast de rechtszekerheid en vrije overdraagbaarheid niet aan. Op de eventueel vrijgekomen plekken wordt met de inrichting zwemmen en aanmeren ontmoedigd. 22: Indiener zegt dat in de folder over de Amsteloever wordt gesproken over het opkopen van woonboten. Indiener is dit in de principenota Amstelstation Amsteloever niet tegengekomen. Op basis van welk beleidsstuk wordt voorgesteld om woonboten op te kopen? Antwoord: In de Principenota staat de woonbotenzone aangegeven als onderdeel van het plangebied. De indiener heeft gelijk dat in de Principenota niet gesproken wordt over het vrijwillig opkopen van woonboten. Dat inzicht is in de fase van het stedenbouwkundig plan ontstaan, op basis van het beleid van de Watervisie. Bij de Omval is de wens om meer contact tussen de oever en het water te bewerkstelligen. De ambitie is om zichtlijnen vrij te spelen. In het stedenbouwkundig plan wordt er vanuit gegaan dat woonboten op vrijwillige basis aangekocht kunnen worden. 71: Indiener vraagt om het zicht op het water te behouden voor wandelaars, door te zorgen dat de woonboten niet te hoog worden, en niet te dicht langs elkaar worden gelegd. De woonboten die bewoond zijn kunnen natuurlijk niet zomaar weggehaald worden.
De woonboten die onbewoond zijn of te hoog kunnen weg worden gehaald. Antwoord: De gemeente heeft inderdaad de ambitie bij de Amstel/Omval meer contact tussen de oever en het water te bewerkstelligen. In het stedenbouwkundig plan wordt er vanuit gegaan dat woonboten op vrijwillige basis uitgekocht kunnen worden. De gemeente neemt uw suggestie over onbewoonde c.q. te hoge woonboten mee.
Gemeente Amsterdam
Pagina 67 van 111
9 Hoogbouw
9.1 Amstelvista 2: Indiener heeft groot bezwaar tegen verhoging van de London toren naar 75 meter. De verhoging zou het zicht nog meer blokkeren. De huidige en toekomstige hoge toren doen enorm afbreuk aan het charme van het stedenbouwkundige plan van Berlage van het gebied rond de Berlagebrug, het zijhaventje van de Amstel en de Schollenbrugstraat. Indiener ziet graag een consistent en esthetisch woonblok en vindt dat hoge torens op De Omval thuishoren. 85, 130: Indiener maakt bezwaar tegen bouwhoogte en bouwstijl van Amstelvista. Indiener betoogt dat de bouwhoogte hier tot 4 lagen beperkt zou dienen te blijven en in baksteen uitgevoerd, in aansluiting op de Amsterdamse school stijl. Er zou hier een sjiek stuk stad kunnen worden gemaakt. Amstelvista heeft niets te maken met het hoogbouwcluster. Indiener geeft verder aan dat de rooilijn van de Weesperzijde van Schollenbrug tot Mr.Treublaan niet perse recht hoeft te zijn, dit kan worden losgelaten als zoveel mogelijk appartementen zicht op de Amstel dienen te krijgen. Antwoord: De locatie Amstelvista valt binnen de 17-eeuwse ringdijk rondom de Watergraafsmeer en hoort cultuurhistorisch meer bij het plangebied Amsteloever, dan bij de 19-eeuwse buurt aan de overkant van de Ringvaart, waar de Schollenbrugstraat onderdeel van is (zie ook SP paragraaf 2.1 ‘Ontstaansgeschiedenis’).
Dat is de reden dat de hoogbouwcompositie van het plangebied vanaf hier begint; deze prelude wordt gevormd door een toren van 75 meter (78 meter NAP). Aan de overkant van de Mr. Treublaan zet de compositie zich door tot een hoogte van maximaal 135 meter (136 meter NAP). De toren van AmstelVista staat aan de Rocketstraat, in de tweede lijn ten opzichte van de Berlagebrug en de Schollenbrug die door Berlage ontworpen zijn. In het beeldkwaliteitskader zijn regels voor de architectuur opgenomen die worden verwerkt in de Welstandsnota. De uitwerking in de vorm van een architectonisch ontwerp wordt begeleid door een supervisor, die door de gemeente wordt aangesteld. 3: Indiener vindt dat hoogbouw niet past in de stad Amsterdam en in wat er om het Amstelstation heen staat. Het creëert onmenselijke maten en zorgt voor vervreemding, veel plekken met schaduw en dode straten. Waarom is de oude binnenstad nog steeds populairder dan alles wat we nu bouwen? De Rembrandttoren had nooit gebouwd mogen worden, maar we bouwen er wel op voort. Antwoord: Hoogbouw hoort bij Amsterdam. De eerste torens werden opgericht om de plek van kerken te markeren. Veel later zijn het woon/kantoortorens die stedelijke knoop- en scharnierpunten van verre zichtbaar maken. De nieuwe torens staan in deze traditie. Ze markeren het knooppunt Amstelstation-
Gemeente Amsterdam
Pagina 68 van 111
Amsteloever en maken de structuur van de stad leesbaar. Het is wel belangrijk dat de hoogbouw op de juiste manier wordt ingepast, daarom wordt verwezen naar de toren checklist op paragraaf 3.1 in het SP. 50, 133: Indieners maken bezwaar tegen de hoogte, de ligging en de kantoorfunctie van de toren van het Amstelvista complex, die het uitzicht bederft en veel licht tegen houdt. De woningen aan de Schollenbrugstraat komen groot deel van de dag en praktisch de gehele winter in de schaduw te liggen. Het past niet bij de bestaande bouw van 4 hoog, de valwinden en de geluiden tussen de gebouwen naar de Schollenbrugstraat toe zullen een grotere overlast geven voor de bestaande bewoners. Indiener stelt voor om de hoogte van de Amstelvista toren naar 50 meter i.p.v. 70 meter (dezelfde hoogte als de nu witte toren aan de Weesperzijde) en de hoogte van de 3 andere gebouwen naar 30 meter i.p.v. 37,5 meter (er zijn al veel kantoren in de buurt en er is leegstand). Indiener stelt voor de Amstelvista toren aan de Mr. Treublaan/Rocketstraat te plaatsen in verband met geluidsbarrière, minder schaduw en wind en een rustiger visueel effect voor de Weesperzijdebuurt/Schollenbrugstraat. 85: Door de locaties van de torens verdwijnt de 'lucht' aan de horizon voor de bewoners van de Schollenbrugstraat en is er horizonvervuiling.
Indiener geeft aan dat schaduw op woningen Schollenbrugstraat zal toenemen, van ongeveer 1 uur per dag 's winters (London-toren) naar het hele jaar door en gedurende langere perioden per dag. Indiener voorziet meer geluidhinder door Amstelvista door galm, zoemende gebouwinstallaties, verkeer, bedrijven/horeca en - recreatie op het water en de kade. De hoogte van de gebouwen zal voor windhinder zorgen. Ook voorziet indiener lichtvervuiling door de hoogbouw van Amstelvista. 136: Indiener geeft aan blij te zijn dat er iets nieuws komt voor Londen toren. Indiener is behoorlijk geschrokken van de hoogte van de geplande toren van AmstelVista (2x zo hoog als Londen toren) die zon weg zal nemen als ook het uitzicht. Aangaande de locatie van de toren stelt indiener voor de nu geplande hoge toren in het vierkant aan de Ringdijk-zijde te verplaatsen richting Mr. Treublaan zodat hier minder genoemde overlast zal zijn richting de Schollenbrugstraat. Ook kan ervoor gekozen worden de hoogte van de toren te verlagen en andere delen te verhogen. In ieder geval meer rekening houdend met de overlast t.a.v. de hoogte van de toren, nu 2x zo hoog als de London Tower. Indiener kijkt uit op het complex en zou graag mede zeggenschap hebben over het gevelaanzicht, de keuze uit diverse materialen en ideeën hierover. En over wel/geenbalkons (voorstander van balkons).
Indiener geeft aan dat het gewoon zou moeten zijn samenwerken en samenspraak hierover om zo een leuke woon/werk-buurt voor iedereen te creëren, en hoopt van harte dat dit hier gaat gebeuren. Antwoord: Uit bezonningsstudie is gebleken dat de schaduwwerking op de Schollenbrugstraat beperkt is. Dit heeft te maken met de grote afstand van de gevel tot aan de overzijde. De bezonning blijft daar mee ruim binnen de gestelde norm van minimaal 2 uur zon op 19 februari (lichte TNO norm).
Gemeente Amsterdam
Pagina 69 van 111
Uit windonderzoek blijkt dat hier geen probleem speelt. Door de verplaatsing van de toren wordt het windklimaat op de Schollenbrug verbeterd (van matig voor lopen naar goed voor lopen). Op de rijbaan van de Schollenbrugstraat vindt een lichte verslechtering van het windklimaat plaats. Het gebied met een matig loopklimaat wordt iets groter in de metingen. Dit is echter geen probleem omdat dit alleen op de rijbaan plaats vindt. Er kan geen akoestische galm tussen de gebouwen bij AmstelVista en de Schollenbrugstraat zijn, door de afstand van ruim 70 meter. De nieuwe ontwikkeling Amstelvista is een combinatie van wonen, werken en voorzieningen. Daar is grote behoefte aan in de stad. Het feit dat de huidige bebouwing op Amstelvista leeg staat, komt omdat dit in afwachting is van de herontwikkeling. In de directe omgeving is verder geen sprake van leegstand. Uw suggestie dat u wilt meepraten over het ontwerp en invulling van het gebouw wordt meegegeven aan de ontwikkelaar. De gemeente nodigt u ook graag uit voor het meedenken met ontwerp van de openbare ruimte.
9.2 Leeuwenburg 113: Indiener vindt de Breitnertoren een mooi exemplaar dat je al van verre ziet. Waarom het zicht hierop zo versperren door bovenop de HvA nog een megatoren te bouwen? Waarom niet van laag naar hoog. Het hoog verspringt nu. Antwoord: Het bestaande hoogbouwensemble rondom het Amstelplein mag worden uitgebreid (dit is vastgelegd in de Structuurvisie 2040 en in de Hoogbouwvisie). Dat is recent met de bouw van de Amstel Tower aan de oostzijde van het spoor reeds gebeurd. Bij het situeren van de torens wordt naar veel aspecten gekeken (zie Hoogbouweffectrapportage –bijlage bij het SP - en ook de checklist hoogbouw in paragraaf 3.1 van het SP). De effecten op de windhinder, privacy en invloed op het Amsterdams stedelijk landschap zijn allen onderzocht in de HER. Deze rapportage is opgenomen in de bijlage van het Stedenbouwkundig Plan. Date uitkomsten van de HER hebben heeft in de loop van het ontwerpproces meermaals tot aanpassingen in de situering, hoogte en slankheid van de torens geleid. Het voorliggende SP bevat een evenwichtige compositie dat die zich als een samenhangend geheel manifesteert. De torens staan in een soort schaakbordpatroon zodat ze langs elkaar kijken. De impact op bezonning, windklimaat en akoestiek is zo klein mogelijk gehouden.
141: Indiener merkt op naar aanleiding van de bouwenveloppe Leeuwenburg dat bij de oppervlaktebepaling van de torens rekening gehouden moet worden met de echte buitenmaten, dus inclusief balkons/serres e.d. Voor de Leeuwenburg gaat indiener dan uit van de maat van max 950 m2. Antwoord: Er zijn balkons buiten de rooilijn mogelijk. In het adaptieve stadsblok, afhankelijk van de ontwikkellocatie is dit tot 38 à 40 meter NAP, zijn buitenruimtes tot 2,5 meter buiten het gevelvlak toegestaan. In de torens, vanaf 38 meter à 40 NAP mogen buitenruimtes tot 1 meter buiten het gevelvlak vallen. Hierop geldt een uitzondering aan de Rocketstraat, waar uitkragende balkons onder de 24 meter NAP niet zijn toegestaan. Daar waar het gevelvlak van de toren op de rand van de
Gemeente Amsterdam
Pagina 70 van 111
zoekruimte ligt, mag de 1 meter uitkraging van het balkon ook door de zoekruimte prikken, mits dit privaatrechtelijk en boven de openbare ruimte mogelijk is. 141: Indiener betoogt dat binnen de bouwregeling een ongewenst beeld mogelijk is, een verdikking van de toren. Dit doet sterk afbreuk aan het beeld en de nagestreefde kwaliteit. Indiener kan hier niet mee instemmen. Indiener vindt dat deze verdikking afwijkt van de checklist, de visualisaties en teksten over beeldkwaliteit die in het SP zijn opgenomen. Indiener doet verder de suggestie om net als bij de Rembrandttoren de hoeken van de vierkante beëindiging niet volledig uit te nutten en zo aan te sluiten bij ruimtelijk beeldmerk van Amsterdam. Antwoord: Torens hoger dan 75 meter (78 meter NAP) hebben de volgende opzet: basement, middenstuk en vierkante beëindiging. Op die manier wordt invulling gegeven aan principe 2 “Van aarde naar hemel”. De nieuwe torens hebben een overwegend vierkante hoofdvorm met een mogelijke eenzijdige opdikking tot 2/3 van de hoogte. De torens refereren op die manier aan de vierkante Rembrandttoren en aan elkaar. Voor de overwegend vierkante beëindiging geldt een maximale footprint welke per locatie aangegeven staat in de bouwenvelop. 141: Indiener vindt de entree van de woontoren van de Leeuwenburg op een volstrekt ongeschikte locatie in de bouwenveloppe aangeduid.
Bij een degelijk volume dient deze aan een goed ontsloten zijde te zijn, i.c. het nieuwe stationsplein. Bij de voordeur is sprake van verhuizingen, post en pakketten, verbouwingen en bezoekersfietsen, alsmede ondergrondse vuilcontainers. Op de voorgestelde zijde acht indiener dit niet mogelijk. Antwoord: De aanduiding van de entree in de bouwenvelop komt voort uit de wens om langs de diagonaal meer adressen en levendigheid te creëren (meer ogen op straat). Door de sloop van de laagbouw van de Leeuwenburg en de nieuwe rooilijn van het gebouw ontstaat hier voldoende ruimte voor. In het SP wordt een mogelijkheid voor een entree aan de stationsloper opgenomen. Wijziging SP: in de bouwenvelop van de Leeuwenburg is een entree mogelijk aan zowel de zuidzijde (diagonaal) als aan de noordzijde (stationsloper). 141: De hoogte van de voet van de Rembrandttoren en de Leeuwenburg zijn op elkaar afgestemd, op max 20 meter deze hoogte dient gerespecteerd te worden. Antwoord: De intentie van de bouwenveloppe is inderdaad om deze hoogte van de eerste huidige horizontale snede (“inkraging”) in de schijf (van max. 20 meter, 23,5 m + NAP), te respecteren. De tekst en de bouwenvelop zijn hier op aangepast.
Wijziging SP: In paragraaf 4.4 Leeuwenburg is de bouwenvelop Leeuwenburg aangepast waarbij de voet van de Rembrandttoren en de Leeuwenburg op elkaar zijn afgestemd met een hoogte van max 20 meter (23,5 m + NAP). De tekst in het SP is aangepast: De nieuwbouw langs het stationsplein, het Rivierenplein en de fietsroute naar het Amstelplein (“diagonaal”) heeft maximaal de hoogte van de eerste huidige horizontale snede (“inkraging”) in de schijf, hetgeen correspondeert met circa 23,5 meter NAP vanaf maaiveld.
Gemeente Amsterdam
Pagina 71 van 111
141: De hoek van de Leeuwenburg en de parkeerbak is in de huidige situatie onbebouwd. Dat moet zo blijven. Antwoord: In de bouwenvelop is hier bebouwing mogelijk gemaakt, om een zo harmonieus mogelijke aansluiting te realiseren tussen de bestaande hoogbouw en de nieuwe laagbouw. Dat wordt acceptabel geacht gezien de afstand tussen de Leeuwenburg en de Rembrandttoren (circa 17 meter) en het feit dat deze ruimte geen verblijfsfunctie heeft. 14: Er zijn zorgen over de toekomst van het complex Leeuwenburg in het gebied. Begin juni heeft Erfgoedvereniging Heemschut het stadsdeel Oost verzocht om het gebouw Leeuwenburg te beschermen als gemeentelijk monument. Deze aanvraag is inmiddels in behandeling genomen door het stadsdeel. Een verwijzing naar de aanvraag ontbreekt echter in de nu voorliggende stukken. In de huidige voorstellen wordt aangegeven dat hergebruik, verduurzaming, optoppen en renovatie een optie zijn. Indiener vraagt om de aanwezige cultuurhistorische waarden als uitgangspunt te nemen en het gebouw in zijn huidige vorm te verankeren in het stedenbouwkundig plan. Sloop van het geheel of belangrijke delen is zeer ongewenst vanuit cultuurhistorisch oogpunt. Indiener geeft aan dat Leeuwenburg een markant en iconisch complex is, door de combinatie van hoof- en laagbouw.